maandag 31 december 2007

2007

De dag van het grote terugblikken is aangebroken. Dat doen we tegenwoordig massaal aan de hand van lijstjes en het is natuurlijk uit den boze om aan deze trend voorbij te gaan. Dus hebben wij van Reinonline lang nagedacht over een invalshoek en we zijn helaas niet verder gekomen dan:
Rein's hoogstpersoonlijke 'ik-stond-er-bij-en-keek-er-naar' top 10 van 2007.

Om te beginnen een lange lijst met gebeurtenissen en evenementen uit 2007 waar ik bij was en naar keek, maar die de top 10 niet hebben gehaald. Even opscheppen. Ik noem ze om nogmaals (voor mezelf) te benadrukken dat mijn leventje allerminst saai te noemen is. Ook niet in een jaar waarin ik urentechnisch het minst heb gewerkt sinds ik cameraman ben. Ik had wel wat anders aan mijn hoofd, maar daarover later meer.

Clemence Saint-Preux, een muzikale internetbelofte uit Parijs heeft de top 10 van ik-stond-er-bij-en-keek-er-naar dit jaar niet gehaald. Zo ook niet de presentatie van De Youp, Koeman in Valencia, het Limburgs Vastelaoves Leedjes Konkoers, de Zoepkoel, het Veldrijden in Heerlen, de F1 test in Valencia, een stille tocht in Wapenveld, motorcross in Oldebroek, het 40-jarig huwelijk van mijn schoonouders, de jaarlijkse AT5 borrel in Schiller, een piratenfestijn of het bevrijdingsfestival in Wageningen. Zelfs het onverwachte kampioenschap van PSV, EK turnen in Amsterdam, de Veteranendag in Den Haag, Formule1 in Australië en Turkije, Serious Request, Rowwen Heze in de Heineken Music Hall, Armin van Buuren, Vroege Vogels, de Dakardag in Valkenswaard of Boudewijn Senden in Marseille en kerst in Londen niet.
Maar wat dan wel?


op 10:

Vriend Joost won twee potjes achter elkaar op het door mij georganiseerde WK Risk. Tot dit moment noemde ik Joost mijn beste vriend, maar sinds hij voor de zoveelste maal tijdens Risk zijn ware aard heeft laten zien is zijn status voorlopig beperkt tot (zeer) 'goede vriend'.
De locatie was -al zeg ik het zelf- geweldig gekozen. Het oude Fort Vechten bij Utrecht. Alle deelnemers voor de slag op 27 oktober had ik hoogst persoonlijk geselecteerd.
Het zou mijn dag worden. Beter voorbereid ben ik nooit aan een toernooi van welke aard dan ook begonnen. Meedoen was belangrijker dan winnen; voor alle anderen. Ik zou hier even de wereld veroveren. Maar uiteindelijk stond ik er bij en keek er naar…



09.

Jan Peter Balkenende, Wouter Bos en André Rouvoet presenteerden het regeerakkoord in een veel te klein zaaltje bij het Catshuis in Den Haag.

Samengepropt met een kudde overig journalistenvolk luisterde ik op woensdag 7 februari naar een gelikt verkooppraatje van de heren, die de komende tijd ons land besturen. Het klonk veelbelovend, maar alle aanwezigen wisten dat het vooral blabla was.
Inmiddels liggen de zeven kantjes met hoofdlijnen in de prullenmand en de regeringspartijen regelmatig met elkaar overhoop. Het zal me benieuwen of deze coalitie de eindstreep haalt. Maar ook over twintig jaar, als in de geschiedenisboeken wordt verwezen naar het kabinet Balkenende IV kan ik zeggen: Ik stond er bij en keek er naar.


08.

Het VVD congres waar Rita Verdonk definitief uit de fractie werd gelazerd. Nog zo'n moment waar onze stabiele vaderlandse politiek trots op kan zijn. Een voorbeeld dat het in Den Haag vaak om poppetjes gaat en helaas steeds minder om het landsbelang.
Natuurlijk had ik alle gedoe rond Rita gevolgd. De belachelijke debatten -inclusief leugens- over Hirsi Ali had ook ik tot diep in de nacht op televisie bekeken. Haar optreden in de race om lijsttrekker van de VVD te worden vond ik dubieus en toen ze na de verkiezingen de vriendelijke Mark Rutte pootje wilde lichten had ik geen enkel respect meer voor deze domme kenau.
Ik was dan ook opgelucht toen ze eindelijk een koekje van eigen deeg kreeg. Die dinsdag was ons programma (ik werkte voor Een Vandaag) al overhoop gegooid, maar tijdens het congres op zaterdag was ik er pas echt bij. Deze keer voor NOVA.
Het VVD congres was extreem spannend. De meningen waren nogal verdeeld en daarom was het leuk om een keer mee te maken. Wat mij opviel was het lachwekkende optreden van Hans Wiegel. De arme man wordt oud en de tijd om hem niet meer serieus te nemen is aangebroken.
Of deze dag in Veldhoven een keerpunt in de vaderlandse politiek is weten we pas na de volgende verkiezingen. Als de beelden van zaterdag 15 september t.z.t. worden herhaald roep ik: 'Ik stond er bij en keek er naar!'

07.

Michael Rasmussen reed op 18 augustus één criterium in Nederland en streek ongeveer 15.000 euro op. Een omstreden uitnodiging, maar een geweldige publicitaire zet van de organisatie in Pijnacker.

Door omstandigheden was ik dit jaar niet bij de Tour de France. Dat vond ik jammer, maar het was zeker geen straf om met mijn pasgeboren zoon op de bank te kijken naar prachtige helikopterbeelden van spannende etappes en te luisteren naar de stroom leugens uit Frankrijk. Alleen bleef ook ik zitten met een berg vragen die in Tourtermen zeker van buitencategorie was.
Gelukkig mocht ik een interview met Rasmussen draaien en even met de verslaggever nadenken over de vragen die hij zou stellen. Helaas kon en wilde de Deen geen eerlijke antwoorden geven. Toch had Studio Sport een exclusief interview met de meest besproken sportman van 2007. De volgende dag werd dit gesprek verkocht aan de Belgische en Deense televisie. Ik stond er bij en keek er naar.


06.

The Rolling Stones en The Police.

Het zijn de twee grote concerten die ik dit jaar heb mogen bezoeken. Privé, dus gewoon met een officieel gekocht kaartje. Een laag moyenne, maar over het niveau heb ik niks te klagen. De Stones waren niet best, maar als rasfan blijf ik enthousiast en kan Keith volgens mij nooit teveel valse noten spelen. The Police was bovenverwachting goed.
Het zou zomaar kunnen dat beide bands na deze Tour nooit meer samen spelen. Dan kan ik later dus altijd nog zeggen… Precies. Ik stond er bij en keek er naar.



05.

Lewis Hamilton en Ron Dennis maakten ruzie achter het Parc Fermé na de kwalificatie van de grandprix in Hongarije. Voor de niet-liefhebbers; we hebben het hier over Formule1 en ik denk dat dit een beslissend moment is geweest in het afgelopen seizoen. Misschien blijkt later wel dat het zelfs cruciaal is in de geschiedenis van deze sport.
Het was zaterdagmiddag, 4 augustus. Tijdens de kwalificatie had Fernando Alonso zijn teamgenoot en rookie van het jaar, Lewis Hamilton, opgehouden. Daardoor had deze geen tijd meer om nog één supersnel rondje te rijden.
Na afloop had teambaas Ron Dennis heel wat te managen. Om te beginnen zocht hij Hamilton, zijn oogappel op. Die wilde net stampvoetend het Parc Fermé verlaten en daar stond ik met mijn telelens.
Ik was een van de weinige getuigen van een spannend onderonsje met veel handgebaren en niet mis te verstane blikken. Helaas stond ik te ver weg om goed geluid op te nemen en heeft de verslaggever waarmee ik die dag werkte na afloop niet meer gevraagd wat daar precies is gezegd.
Kortom, ik stond er bij en keek er naar.


04.

Sinterklaas zat dit jaar opgezadeld met Pieten zonder veer. De nog niet afgestudeerde Pieten bakten er niks van. Dat mocht ik met eigen ogen aanschouwen en daar ben ik super trots op.

De mooiste scène van 2007 is absoluut het moment waarop de Hoofdpiet moedeloos door het bos loopt en zich hardop afvraagt:
'Waar zijn we nou toch helemaal mee bezig? Waar zijn we toch mee bezig?'
'Aan het werk!' zegt een opgewekte stem vanuit de struiken.
'Aan het werk?' vraagt Hoofdpiet. 'In een struik???'
'Ja, da's lekker makkelijk.'
'Kom onmiddellijk uit die struik!' Roept Hoofdpiet nu boos. Er verschijnt een piet met een mandje geschilderde eieren in zijn hand.
'Wat doe jij daar?' vraagt de Hoofdpiet.
'Ik verstop eieren. Dat vinden de kinderen leuk.' antwoord de Piet zonder veer.
'Dat vinden de kinderen leuk?! Ja…. MET PASEN!' Schreeuwt de hoofdpiet het nu bijna stampvoetend uit. 'Pieten moeten pakjes inpakken, over de daken lopen en strooien…'
'Strooien?' reageert Piet Zonder Veer verbaasd. 'Maar dan gaan mijn eieren stuk!'

Humor! En ik stond er bij en keek er naar.


03.

Pwiet ta truu truu…
Je spreekt met de AVRO. Wil je 50.000 euro winnen toets dan een 1. Wil je dat niet, hang dan op!
The Phone was zeker het televisieprogramma waarover ik het meest gesproken heb in 2007. Een geweldig concept. Er viel veel over te zeggen en lang niet iedereen in Hilversum was zo enthousiast als ik. Maar ook na het opnemen van de eerste acht afleveringen geloof ik er nog steeds heilig in.
Serie 1 werd niet zo succesvol als ik had voorspeld, maar wat niet is kan nog komen. In januari gaan we werken aan een tweede seizoen.

02.

De pretecho waar mijn moeder nog beweerde dat ons kleine mannetje niet moeders mooiste was en mijn schoonmoeder het zelfs nóg bonter maakte met de opmerking dat de kleine wel heel erg op een varkentje leek.
Het lijkt alweer een eeuw geleden, maar het was eind februari. De 23e om precies te zijn. In de kelder van een mooi pand te Utrecht zette een chagrijnige dame een apparaatje op de buik van mijn lieve lief, waardoor wij op een monitor slechte opnamen konden zien van de baby in aanbouw.
We wisten niet dat het een mannetje was en wilden dat ook nog niet weten. Wel waren we benieuwd naar de vormen van zijn gezichtje, maar hij verstopte zich achter de navelstreng. Alle 3D opnamen waren mislukt. Alleen op een normale echo zwaaide hij vriendelijk.
Ik stond er bij, keek er naar, maar zag verder niks…


01.

De geboorte van onze zoon Art, op 15 mei. Natuurlijk niet te vermijden, met superstip, de onbetwiste nummer 1 allertijden. Het ultieme toppunt van ik-stond-erbij-en-keek-ernaar.

Mijn gedachten gaan nog regelmatig terug naar dinsdag 15 mei 2007. Klokslag half acht in de ochtend. D-day en we hadden de langste dag (en nacht) al achter de rug. Van mij was niet veel meer over dan een hoopje emotionele ellende. Ik was zojuist een heel klein beetje opgeknapt van een glaasje appelsap. Dat ik helemaal niet van appelsap hou is een onbelangrijk detail.
Uiteindelijk waren we toch nog terecht gekomen in het Utrechtse Oudenrijn Ziekenhuis, waar ik een half uur eerder had ontdekt dat je maar altijd een muntstuk van 50 eurocent op zak moet hebben. Zeker als je vrouw op het punt van bevallen staat. Want al hangt het kind zowat tussen haar benen, in het ziekenhuis moet je -net als bij de supermarkt- een muntje in het karretje doen om er een mee te krijgen. Ik had bijna alle rolstoelen van de muur gerukt.
Tijdens het puffen had ik mijn vriendin nog bij kunnen staan, maar toen het er echt op aan kwam was ik nergens meer. Ik had mijn handen vol aan mezelf en moest mijn best doen om op de been te blijven. Gelukkig was de beste en aardigste gynaecoloog van het hospitaal opgetrommeld om mijn vriendin te verlossen. Op het moment dat hij het mannetje tevoorschijn toverde biggelden bij de verse vader krokodillentranen over de wangen.
Een zoon! De troonopvolger was geboren.

Inmiddels is het de laatste dag van dit belangrijke jaar. Zoon Art zal het getal 2007 de rest van zijn leven nog honderden keren moeten invullen op formulieren en paperassen. Zijn vader en moeder zullen dit geboortejaar ook zeker niet licht vergeten. Tot in den treuren gaan we het kereltje lastig vallen met verhalen uit 2007.

donderdag 27 december 2007

Oxford Street

Londen. Shop till you drop. Het is ons motto van de dag. Waarvoor ga je anders naar zo’n grote stad? Ik ben hier nu in ieder geval niet voor cultuur en zelfs mijn interesse voor kunst is deze week beperkt tot Art. Bovendien heb ik Londen eerder gezien. 
Het is goed zo.
Na de kerst begint in Londen de traditionele uitverkoop. Volgens ingewijden is dat spectaculair. Je loopt geen winkelruit voorbij zonder geconfronteerd te worden met de letters SALE! Kortingen kunnen gigantisch oplopen. Tot wel 80%. Als ik het allemaal mag geloven.
We lopen met vier volwassenen en een baby door Marylebone High Street. Van Regent’s Park richting Oxford Street. Een winkelstraat die ons is aanbevolen door de reisgids. 
Het nadeel van deze groepssamenstelling en zo’n straatje vol gezellige winkeltjes is dat we om de paar meter stil staan. Vooral de dames willen overal kijken. En als er al een zaakje is waaraan zij voorbij lopen, dan vind ik het de moeite waard. Met name opa is de klos. Hij staat bijna de hele middag met de kinderwagen op wacht. Om de zoveel tijd naast een andere ingang of voor een etalage in Sale-stemming. Voor de Bugaboo hoeft hij zich niet te schamen, maar uniek is hij allerminst.
Ik kan heel goed voor mezelf shoppen, maar ben te ongeduldig om op anderen te wachten. Meedenken over kleren voor mijn vriendin lukt me maar tot op zekere hoogte. Het probleem is dat ik vol overgave aan zo’n shoppingexpeditie begin, maar al vrij snel ben ik het spuugzat. Dan voel ik mijn voeten, krijg ik honger en heb ik vooral zin om lekker naar huis te gaan. Vandaag gebeurt het al voor we op de helft van de eerste winkelstraat zijn. Het enige dat me kan bekoren is dat mijn zoon en ik veel aandacht krijgen van vriendelijke verkoopsters.
Uiteindelijk komen we op Oxford Road bij een grote GAP. Daar heb ik me op verheugd. 
Lang leve de GAP! En tegenwoordig natuurlijk ook de Baby GAP. Ik weet ook wel dat je verderop betere producten kan krijgen. Het is niet meer dan een soort C&A en ik slaag er lang niet altijd, maar het heeft iets. Ik mòèt er altijd even naar binnen als deze winkel op mijn pad komt. Als ergens mijn credit card gaat jeuken is het hier. Misschien omdat we GAP in Nederland (nog) niet hebben. Het is net als met Starbucks. Niet speciaal, wel bijzonder. Mijn ultieme vakantiegevoel. De Telegraaf lees ik ook alleen op vakantie en zeker niet vanwege de kwaliteit.
We gaan naar binnen.
Alsof alles gratis is. Het volk struikelt over elkaar. Het lijkt wel drukker dan tijdens de jaarlijkse bedevaart in Mekka. Kledingstukken vallen op de grond en niemand raapt ze op. Kinderwagenwielen rijden over shirts, platvoeten trappen op truien of broeken. Het is grabbelen en graaien vandaag. 
Grote stapels kleding zijn in de loop van de dag veranderd in bergen verfrommeld stof. Veel is voor de helft van de prijs, maar op deze manier kan geen mens rustig iets uitzoeken. Volgens mij heeft het personeel de zaak overspannen door de achterdeur verlaten. Of nee, ze staan allemaal bij de kassa’s, waar lange rijen geduldig wachten.
Ik word al nerveus bij de deur. Na een paar minuten verbaasd rondkijken ik er helemaal klaar mee. Mijn favoriete truien mogen dan wel spotgoedkoop zijn, zo hoef ik ze niet. Het is toch echt prettiger om kleding uit te zoeken in een omgeving waar je niet naar zuurstof hoeft te happen en waar de mensen niet constant tegen je aan lopen. De muziek van Beck staat ook te luid: “I’m a loser baby, so why don’t you kill me?” 
Hup hup, weer naar buiten!




woensdag 26 december 2007

Flask Walk

Londen. ‘Cute’ zegt een jonge dame bij de Starbucks op Englands Lane. Ze doelt niet op mij, maar knikt naar het mannetje dat ik op mijn rug draag. Het compliment doet mij hoe dan ook deugd. Kennelijk zit meneer te sjansen en zo vestigt hij ook extra aandacht op zijn vader. 
Speciaal voor deze stedentrip heb ik een soort rugzak gekocht waarin ik mijn zoon kan vervoeren zonder Bugaboo. Een Nomad lichtgewicht kinderdrager. Eigenlijk is ons ventje nog net iets te klein voor deze vorm van transport, maar eenmaal hoog op mijn rug is meneer extreem gelukkig. Hij slaat olijk met zijn armpjes in de lucht. Het hoofdje draait van links naar rechts en snel weer terug. Hij kijkt zijn ogen uit. Eindelijk kan hij zien wat wij ook zien en is zijn uitzicht niet langer beperkt tot het kikvorsperspectief van waaruit je alleen wolken, boomtakken of de kap van de kinderwagen kan waarnemen.
Het plezier van de baby blijft niet onopgemerkt. Op Haverstock Hill trekken Art en ik veel aandacht. Vooral van vrouwen. Sommigen kunnen zich niet inhouden. Oh’s en Ahhhh’s vliegen om onze oren. 
Als we voor het Metrostation Hampstead linksaf slaan richting het steegje dat Flask Walk heet, lopen we langs twee dames die staan te kletsen voor een winkeltje met een etalage vol roze spulletjes. Ik heb het gevoel dat we terecht zijn gekomen op de Wegisweg uit de boeken van Harry Potter. De dames hadden goedaardige heksen kunnen zijn die J.K. Rowling zou beschrijven als mollig en vriendelijk. Eentje zie ik allen op de rug. Ze draagt een lange zwarte jas. De ander kijkt me aan. Het is alsof zij een tafelkleed heeft omgeslagen. Wit met rode lijnen. Het zou ook een grote theedoek kunnen zijn. Ze heeft een dikke pukkel op haar kin. Echt waar. Het enige dat nog ontbreekt zijn twee bezems en de zwarte kat. 
Ik kijk natuurlijk net even te lang. Gelukkig heeft de mevrouw dat niet in de gaten. Zij is gefocust op de kleine blije magiër in mijn backpack. 
‘Ohhhhhhhh. He’s so adorable!’ zegt ze luid en duidelijk.
Glimlachend loop ik verder. Ik hoop alleen dat het geen toverspreuk is, want vrijwel direct valt meneer in slaap. 




dinsdag 25 december 2007

Ainger Road (2)

Londen. De hele familie zit op mij te wachten. In de ruimte hiernaast hoor ik de Senseo pruttelen. Een uitgebreid kerstontbijt is in stelling gebracht. De geur van ovenbroodjes trekt langzaam door het huis. Mijn zoon kraait van plezier. Aan aandacht voor hem geen gebrek.
Toch is deze kerst slecht begonnen. Ik schaam me diep, durf niet tevoorschijn te komen. De spiegel laat haarfijn zien wat mijn probleem is. Het koffer achter me biedt geen uitkomst. Piekeren over eventuele oplossingen helpt niet. 
Daar sta ik dan in mijn oude-lullen onderbroek. Wit T-shirt er in gepropt, zoals alleen mannen dat kunnen. Broek op los op de heupen. 
Hoe sexy kan je zijn?
Ik probeer het nog één keer. Adem diep in, trek hard aan beide zijden van de gulp, maar wat ik ook doe, de knoop wil met geen mogelijkheid in het knoopsgat. Ze komen niet eens bij elkaar in de buurt. Een buik zit behoorlijk in de weg.
Lekker dan.
Meestal draag ik spijkerbroeken. Voor bruiloften en begrafenissen heb ik een pak. In mijn kleerkast hangen verder twee broeken die ik aan trek als het netjes moet. Speciaal voor de kerst heb ik er eentje meegenomen. En voor mijn schoonvader die van etiquette houdt. Het was alleen verstandig geweest als ik deze thuis even had aangepast.
Broek uit. Boos gooi ik hem terug in het koffer. 
Het liefst kruip ik terug in bed, maar dat is geen optie. De dag van de calorieën is aangebroken. Zoekend naar de spijkerbroek die ik gisteren ook aan had, kijk ik per ongeluk weer in de spiegel. Nu zie ik mezelf vanuit een ander perspectief. Een confronterend moment en het kerstfeest moet nog beginnen. 

Ik haat goede voornemens... 


maandag 24 december 2007

Regent’s Park Road

Londen. Als er ooit een vervolg moet komen op de beroemde kaskraker Notting Hill, dan zou ik de filmmakers aanraden om de Londense wijk Primrose Hill als decor te nemen. Het is een gemoedelijk buurtje ten noorden van Regent’s Park, ingeklemd tussen Camden en het spectaculaire uitkijkpunt op Primrose Hill. 
Deze buurt is nauwelijks ontdekt door toeristen. De belangrijkste straat is Regent’s Park Road. Het barst er van de leuke winkeltjes en gezellige restaurantjes. Geen ketens of bekende namen, maar uitsluitend authentieke zaakjes. Een beetje exclusief, dat wel. Geen schreeuwende uithangborden, maar kleurrijke gevels met keurige teksten.
Mijn vriendin zoekt mooie kleren bij Pamela Shiffer. Ze wordt geassisteerd door haar moeder. Ik wacht met mijn schoonvader voor de deur. Sale is met grote rode letters op het raam geplakt. We zien daar binnen een aardig tafereel dat ook zonder geluid goed te volgen is. Twee dames die niet zullen slagen op de valreep van kerst. En natuurlijk de lichte vorm van kibbel die hoort bij moeders en dochters. 
Over smaak valt niet te twisten.
Een typische Engelse snor in Range Rover zoekt een plekje. Het is wel het type auto dat hoort bij deze straat. De man met groene broek, groene jas en een jagershoedje gaat bij een delicatessenzaakje naar binnen. Aan de overkant is de Primrose Hill boekhandel. Er zijn een paar hippe kledingwinkels en verschillende restaurantjes waar je direct binnen zou willen lopen. Ik heb wel eens gegeten bij Indian Cuisine en dat was buitengewoon goed. Zo ook de koffie na afloop in het Russische theehuis. Maar vandaag zijn alle restaurants gesloten. 
De straatverlichting is prachtig versierd met kerstboompjes en honderden kleine lampjes. 
Het wachten op de dames duurt lang. Wij mannen besluiten naar the pub te gaan. Onderweg verbazen we ons over prijzen van appartementen in dit deel van Londen. De etalage van een makelaar toont verschillende kelderwoningen met twee kamertjes tegen weektarieven waar je de gemiddelde Nederlandse doorzonwoning een maand van kan huren. Drie miljoen pond voor een pandje is niks. Toch vermoed ik dat de vraag hier veel groter is dan het aanbod. Midden in de stad en toch hangt hier het sfeertje van een gezellig dorp.
Aan het eind van de straat, bij de brug naar Camden, is The Pembroke. Een prima gelegenheid voor een middag als deze. Opa en ik bestellen twee pints en maken een flesje voor het kereltje in de Bugaboo. Een poosje later komen de meisjes. 
De moeder van mijn vriendin heeft op straat de autosleutel van een Alfa gevonden. We lopen terug naar Regent’s Park Road. Schuin voor de deur van het Italiaanse Restaurant staat een grijze Spider Cabrio en bij het uitproberen van de sleutel knipperen de lichten tegelijk. Nog voor ik kan voorstellen om een rondje te rijden komt een opgewonden meneer aangehold. Vermoedelijk denkt hij dat we zijn auto willen pikken. In mijn beste Engels leg ik uit dat mijn schoonmoeder, daar aan de overkant, de sleutel heeft gevonden voor de deur van het Griekse Restaurant Lemonia. Ik overhandig de sleutel en wens hem een vrolijk kerstfeest.
De man is ‘flabbergasted’ en vooral opgelucht, want hij was al meer dan een uur op zoek. Hij kijkt me aan alsof ik zijn persoonlijke kerstengel ben... 
‘Merry X-Mas’, zeg ik nogmaals. De man zegt niets. Dat is niet onaardig bedoeld; hij is sprakeloos. Bij de deur van een giftshop verderop draait iemand het bordje ‘Open’ om. Nu staat er ‘Closed’.


Ainger Road

Londen. Het strak vormgegeven doosje staat op het aanrecht en heeft al de hele ochtend mijn aandacht. Oma heeft het gisteren in een exclusief zaakje gekocht. Waarschijnlijk heeft ze er een fortuin voor betaald.
Er kan geen groot gebakje in zitten. Waarschijnlijk is het iets groter dan een cd. Rond en maximaal vier centimeter hoog. Wat me fascineert is de tekst op het doosje: ‘Organic Carrot Cake’ 
We krijgen deze lekkernij met kerst bij de koffie. 
Worteltjestaart. Het is voor mij onlosmakelijk verbonden met de beste mop allertijden. Niet dat ik zo’n moppentapper ben. Integendeel. De meeste moppen kan ik niet onthouden. Dat komt omdat ik bij mijn geboorte kon kiezen tussen een enorm geslacht of een heel goed geheugen. Wat ik gekozen heb ben ik vergeten...
Maar er is één mop die sinds mijn jeugd is blijven hangen. Het verhaal van de worteltjestaart. En àls ik een mop vertel is het al 28 jaar dezelfde. Wat opvalt is dat er nog steeds mensen zijn die hem niet kennen. Of ze lachen me stiekem uit, maar ik krijg telkens weer het gevoel dat het een topmop is. Mijn succesnummer luidt als volgt:

Komt een konijn bij de bakker. 
‘Bakker, bakker!’ slist het konijn. ‘Heeft u ook worteltjesssssztaart?’ 
‘Nee,’ antwoord de bakker ‘die hebben we niet.’
Teleurgesteld verlaat het konijn de bakkerij, maar de volgende morgen is hij er weer.
‘Bakker, bakker, heeft u ook worteltjesssssztaart?’ vraagt hij weer.
De bakker moet hem teleurstellen. ‘Nee, die hebben we niet.’ 
De volgende dag komt het konijntje weer bij de bakker.
‘Heeft u ook worteltjesssssztaart?’ 
‘Nee.’ zegt de bakker. 
Het gaat zo een paar weken verder. Tot de bakker op een dag bedenkt dat hij toch maar eens een worteltjestaart moet maken. Hij doet zijn uiterste best en vol trots wacht hij op de komst van het konijn. 
Aan het eind van de ochtend komt het konijn weer.
‘Heeft u ook worteltjesssssztaart?’ lispelt het konijn.
‘Jazeker!’ roept de bakker enthousiast. 
‘Viessssszzz hé?!’ zegt het konijn. 

Je begrijpt dat ik razend benieuwd ben naar de Organic Carrot Cake. 




zondag 23 december 2007

kerst 2007

Kerst vieren wij in Londen. We gaan er even tussenuit. Waarschijnlijk kom ik er niet aan toe om de komende dagen nieuwe verhalen te plaatsen op deze weblog. Daarom wens ik iedereen bij deze alvast een paar gezellige dagen onder de ruizelende boom.
Voor het einde van het jaar meld ik me weer…

Prettige kerst!



zaterdag 22 december 2007

de eerste sneeuw


De Meern. De kerstvakantie is begonnen. Alles is wit. De eerste sneeuw in het leven van Art is gevallen. Het ligt op het gras, op de bomen en planten. Op het tafeltje en op de stoeltjes in de tuin. Drie bolletjes vet die daar voor de vogels liggen zijn bedolven. Ook de deksel van onze gietijzeren prullenbak is wit. Zelfs op het randje van de voorkorf ligt een dun streepje sneeuw.
Het mannetje kijkt zijn ogen uit. Hij slaat vrolijk met zijn vingertjes tegen de ruit. Toch denk ik niet dat hij zich beseft hoe bijzonder deze ochtend is. Zo trekt hij er zich ook niets van aan dat dit de kortste dagen van het jaar horen te zijn. Ook vanmorgen was hij lang voor het krieken van de dag klaarwakker.
Het voordeel is dat we kunnen genieten van de opkomende winterzon. De lucht is stak blauw. In combinatie met een zorgvuldig uitgestrooid laagje maagdelijke sneeuw zien we het niet vaak.
Hier in de schaduw lijkt de sneeuw bijna blauw. Aan het eind van ons tuintje is de kleur lichter en het verloopt van geel, roze, paars naar bijna rood; daar waar de ochtendzon al boomtoppen raakt. Vooral als je door een camera kijkt zie je de verschillende soorten wit goed.
Papa kan het niet laten. Hij trekt zijn wandelschoenen aan en loopt gewapend met fototoestel en videocamera rond het huis. Natuurlijk moet hij dit bijzondere moment vastleggen. Kan hij gelijk even laten zien dat het leven in de Vinex helemaal zo gek nog niet is…





donderdag 20 december 2007

top shots

De Meern. Tom vraagt zich in een reactie op mijn verhaal over Peter af wat nou een typisch Rein-shot is. Ik moet hem teleur stellen; dat bestaat niet. Tenminste niet voor zover ík weet. Of het zou een tikkeltje scheef, net niet helemaal scherp, iets over- of onderbelicht en enigszins trillend moeten zijn.
Nu zonder dollen.
Ik zal in de loop der jaren wel een maniertje hebben ontwikkeld, maar van een geheel eigen stijl is volgens mij geen sprake. Dat kan ook niet in een tijd met zoveel cameramensen en als je voor zoveel totaal verschillende soorten programma's draait.
Ik kan wel uitleggen wat ik mooi vind, maar briljante shots draai ik zelden. De omstandigheden spelen namelijk een grote rol en die zijn nooit voor de volle 100% ideaal. Als het lekker gaat moet ik meestal toegeven dat het licht al goed was, de locatie visueel erg aantrekkelijk en het onderwerp fotogeniek. Dan is het nog de kunst om het te zien en in beelden te vangen, maar het ultieme shot is zelden alleen het werk van een cameraman.
Een goede cameraman is vooral constant en betrouwbaar. Hij maakt onder alle omstandigheden plaatjes voor een ruime voldoende. Dat is de kunst. Liever elke dag en 7 dan soms een 8 of zelfs een 9, maar ook af en toe een 3 afleveren.
Zelf zit ik momenteel in mijn statische fase. Ik vind statiefshots in veel gevallen beter werken dan zwalkende schouderopnamen. Tenzij er een goede reden is om van de schouder te draaien. Zeker in breedbeeld hebben goed gedraaide statiefshots, liefst telestand en met zo min mogelijk scherptediepte, al snel een filmisch karakter.
Wat dat betreft ben ik altijd op zoek naar shots met diepte. Liefst iets op de voorgrond, dan het onderwerp waar het over gaat en een zo onscherp mogelijke achtergrond waar het liefst nog iets in gebeurt. Lang leve de telelens! Ik heb niet veel op met groothoeklenzen. Die zijn voor de luie cameraman, voor noodsituaties, extreem kleine ruimten of voor effectshots. Maar daarover heb ik eerder al eens geschreven.

Tot slot wil Tom ook nog weten wat de kenmerken van de beste handheld cameramensen zijn. Nou om te beginnen is het prettig als de cameraman in staat is om het apparaat op zijn schouder een beetje stil te houden. Steady noemen we dat. Liefst met de horizon nog recht ook.
Het laatste is tegenwoordig niet zo eenvoudig, want zeker in breedbeeld zie je al gauw de horizon dansen en een scheef shot valt gelijk op. Wat dat betreft had Peter (waarover ik deze week schreef) het in zijn 4:3-tijdperk een stuk gemakkelijker.
Wat ik van Peter heb afgekeken is zijn lef om altijd met de standaardlens te draaien. Dus ook van de schouder en dat is iets wat lang niet alle cameramensen aandurven. Het is zeker in het begin even wennen -je moet harder werken om het steady en scherp te houden-, maar in mijn ogen is het veel mooier. Je bent namelijk af van de vertekening die een groothoeklens met zich mee brengt. En als je met de standaardlens van de schouder kan draaien lukt het met een wijdhoeklens zeker.

woensdag 19 december 2007

serious request

Den Haag. Ja, ik was vanmorgen een van de cameramensen in het glazen huis van 3fm en stond met mijn kale knikker pontificaal in beeld. Nog voor ZKH PVO (Zijne Koninklijke Hoogheid, Prins van Oranje) Wimlex de Serious Request actie opende door het huis af te sluiten stroomden bij mij de sms-berichten binnen. Kennelijk hebben een aantal personen in mijn omgeving tijd om 's ochtends vroeg televisie te kijken.
pieppiep: 'Je bent goed in beeld.'
pieppiep: 'Wel lachen als je zo vooraan mag staan.'
pieppiep: 'Wat heb je toch een wereldbaan!'
Klopt allemaal, maar voor die wereldbaan was ik wel om kwart voor vijf opgestaan. Zelfs voor een jonge vader met onregelmatigheidstoeslag is dat veel en veel te vroeg.
Gelukkig was mijn jaszak niet de enige die piepte. Naast en achter me stonden de Nokia's ook nog aan.
Zo te horen hebben meer mensen de behoefte om direct iets van zich te laten horen, zodra ze een bekende op televisie zien. Ik geef eerlijk toe dat ik ook altijd de neiging moet onderdrukken, want je komt niet verder dan algemeenheden of flauwe grappen.
Dus vrienden; ik heb mezelf ook op een monitor gezien. Dat is toch anders dan als je recht voor een spiegel staat. Nu zag ik op tv hoe kaal ik van achteren ben. Van opzij mijn onderkin en frontaal dat ik het vooral goed doe in breedbeeld. Zo realiseerde ik me vanmorgen in alle vroegte dat het helemaal geen kwaad zou kunnen als ik, net als de 3fm DJ's, ook eens zes dagen niets zou eten. Daar heb ik jullie met die bijdehante smsjes niet voor nodig.

dinsdag 18 december 2007

Peter

Hilversum. Gisterenavond was ik bij het afscheid van mijn collega Peter Havermans. De beste handheld cameraman van Nederland gaat namelijk met pensioen. Het was een feest in stijl; op een geweldige locatie, met veel hotemetoten uit Omroepland, toespraken, een super lekker bandje en een geweldig afscheidsfilmpje. Er werd een Award in het leven geroepen, iedereen kreeg een boekje mee over de collega en zijn werk én een dvd met de hoogtepunten uit zijn cameracarrière. Alles was tot in de puntjes georganiseerd.
Door de hoofdpersoon zelf!
Dat zegt veel over mijn collega, maar helaas ook over het bedrijf waarvoor hij meer dan 30 jaar heeft gewerkt en misschien zelfs iets over de tijd waarin we leven. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dit afscheid nooit zo grandioos was geweest als de pensioengerechtigde zich er niet persoonlijk mee had bemoeid. Dan was van dit afscheid niet veel meer terecht gekomen dan een simpele borrel met pinda's op een witte statafel in de garage van ons bedrijf. Of erger, het was een alinea geworden tijdens de kerstborrel.
Nu was het misschien een tikkeltje over de top. Vooral omdat iedereen wist dat het een doehetzelf-feestje was. Hij had alles in eigen hand gehouden, behalve een briljant filmpje van collega's waarin de alziende cameraman op een geweldige in een verborgencamera-actie tuinde. Hoewel ik me even heb afgevraagd of ook dit door hem zelf bedacht was.
Voor sommige mensen in de zaal was het dus een beetje vreemd dat een cameraman, die normaal gesproken toch op de achtergrond hoort te staan, zichzelf zo belangrijk maakte. Maar in dit geval is het volkomen normaal én terecht.
Peter was 15 jaar vaste cameraman van NOVA en heeft volgens eigen zeggen meer dan 1100 reportages gemaakt voor dit programma. Dat heeft hij op onnavolgbare wijze gedaan. Altijd bevlogen en telkens weer deed hij verwoed pogingen om een creatief, prijswinnend hoogstandje te maken. Of dat wel of niet lukte maakte niets uit. Hij verkocht zichzelf toch wel. Carel Kuyl, hoofdredacteur van NOVA, noemde hem een 'kunstenaarartiest' en dat is hij zeker.
Uiteraard was Peter al lang niet meer de beste cameraman van Nederland –dat ben ik– maar hij geloofde er zelf heilig in. Ook als mijn collega wel heel erg had staan stofzuigeren met de camera of als het licht niet helemaal goed stond. Hij noemde dat spotten met de filmwetten en kwam daar altijd fluitend mee weg. Meer dan dat, want anderen geloofden ook dat hij de beste was. Of ze namen de grap over en zorgden er zo voor dat het alsnog selffulfilling prophecy werd.
Dat vind ik prachtig!
Het zijn juist dit soort mensen die kleur geven aan het veel te zakelijke en grijzemuizige Hilversum. En dus zal ik Peter Havermans missen.
Natuurlijk werd ook ik soms best een beetje moe van zijn gewauwel, maar als dat straks niet meer te horen is op het MediaPark, wordt het wel heel erg stil. Daarom zal ik er alles aan doen om de opdracht uit te voeren die Peter mij gisterenavond heeft meegegeven: Ik ga in zijn voetsporen treden en er voor zorgen dat hij een waardige opvolger krijgt.
Voortaan zal ik mijn mond niet meer houden, alle valse bescheidenheid smijt ik overboord en ik ga bevlogen, onstuitbaar en gepassioneerd draaien. Groots en meeslepend. Tegen de tijd dat ik met pensioen ga moeten ze een straat bij het MediaPark naar mij noemen. Of op zijn minst een laad- en losplek. Desnoods regel ik dat dan zelf.

Peter bedankt voor het advies!

zondag 16 december 2007

Armin

Amsterdam. Deze dag begon pas laat op de avond. De nummer 1 DJ van de wereld drukte een knopje in onder het stuur van zijn vette Audi. Op het moment dat hij het industrieterrein bij Sloterdijk op draaide klonk de stem van zijn manager over de speaker.
'Joow…'
'We zijn er bijna!', zei Armin van Buuren. Hij sprak rustig en vriendelijk. 'Mooi!', antwoordde de organisator. Hij gaf instructies om langs The Sand te rijden: 'Ga naar de achterkant. Ik sta bij een groot hek.'
Honderden mensen liepen over straat. Ze bewogen zich richting hoofdingang. Niemand leek in de gaten te hebben dat de populaire artiest van de avond in deze donkere bolide reed. Achterin zijn lieftallige vriendin en op de bijrijderstoel een cameraman.
Daar stond de manager. Hij had de telefoon in zijn hand en er liep een draadje naar zijn oor. Backstage stond nog een Porche. Verder was er alle ruimte voor de artiest en twee auto's van de televisieploeg. Onder begeleiding ging het gezelschap door een achteringang naar binnen. Snel, want buiten was het koud.
Langs de opslag voor drank naar een kleedkamer. Sober en simpel ingericht. Houten bankjes langs de wanden en in het midden een tafel met daarop drank. Bacardi, Pepsi, Heineken, sapjes en water. Geen koelkast, geen bankstel, geen aparte ruimte voor de ster van de avond.
'Neem!' zei de vriendelijke vriendin van Armin. Voor iemand kon toeslaan begon ze als een moedertje met verzorgen. Vooral Red Bull bleek een gewild drankje.
De cameraploeg was eerder die avond bij de Armin thuis begonnen. Ze waren er vriendelijk en gastvrij ontvangen. Misschien wel té normaaltjes voor zo'n wereldberoemde artiest. Het was in ieder geval niet zoals de cameraman had verwacht. Die had kennelijk een totaal verkeerd en overspannen beeld van de mensen uit de dance-scene.
Het was wel gedoe geweest met camera en licht in het eenvoudige rijtjeshuis. Een kleine zolderstudio was volgebouwd met indrukwekkende apparaten. De ultieme jongensdroom voor elke muziekliefhebber, maar een nachtmerrie voor televisiemakers.
Op weg naar de locatie waar Armin deze nacht zou optreden had de cameraman een geanimeerd gesprek moeten onderbreken om toch nog even een paar rij-shots te kunnen maken. Het was alsof ze elkaar al jaren kenden. Niets was minder waar. De cameraman wist eigenlijk niks van de sympathieke en mega populaire Trance specialist die achter het stuur zat.
In de kleedkamer bleef de sfeer ontspannen. Hoewel Armin onderweg had toegegeven altijd nerveus te zijn voor een optreden was dat niet aan hem te merken. Tot op het laatste moment stond hij gezellig te keuvelen met een journalist van Playboy. Hij poseerde gewillig voor de fotografen die waren toegelaten in de kleedkamer en hij signeerde een cd voor de cameraman.
'Voor vriendje Cees.' Dat vond Armin grappig. Hij zette zijn handtekening op het boekje. Op het moment dat hij Kees schreef realiseerde de DJ zich dat je Kees ook met een C zou kunnen schrijven. Hij vond het oprecht lullig dat hij er niet naar gevraagd had. De cameraman vond dat weer een beetje gênant, want die had het ook niet gezegd. Cees moest maar niet zeuren.
Om tien voor een ging het gezelschap richting podium. Armin gaf zijn vriendin een zoen. Een paar duizend uitzinnige fans stonden klaar in een grote hal. Vuurwerk knalde. Bastonen dreunden. Scans en andere gekleurde spots knipperden. Handjes in de lucht. De DJ zette zijn koptelefoon op en graaide in een mapje met cd's.
De cameraman deed de gele gehoorbeschermers in die hij had gekregen van de vriendin van de artiest. Nog klonk de muziek keihard in zijn oren. Aanwijzingen van de regisseur kon hij niet meer verstaan. In een uurtje maakte hij de opnamen waarvan hij dacht dat ze nodig waren voor een aardig portret over de sympathieke DJ. Toch was hij blij dat ze om twee uur buiten stonden. Trance was niet zijn ding. De cameraman realiseerde zich dat hij oud werd.

vrijdag 14 december 2007

iRein

Hilversum. Ik heb me altijd afgevraagd waarom Apple gebruikers zo idolaat waren over hun veel te dure speeltjes en lang heb ik me verzet tegen de superieure praat van Mac-fanaten. Dat je pas echt iemand bent als je een Apple hebt, vond ik overdreven en belachelijk.
Het kwam op mij over alsof die mensen hun eigen geldsmijterij op deze manier goed moesten praten. Natuurlijk kende ik de voordelen en het verhaal van de betrouwbaarheid, maar ik was tevreden met mijn PC. Of deed alsof. Omdat ik Apple te duur vond heb ik jarenlang gestreden tegen virussen, gevloekt en gescholden als het ding weer eens niet deed wat ik wilde en ondertussen gedaan alsof het me niet deerde dat ik er niet bij hoorde.
Maar nu is het onvermijdelijke dan toch gebeurt.
Ook Rein is overstag en gaat mee in de vaart der volkeren. Op mijn bureau prijkt sinds vandaag een serieuze MacBook Pro. Het prachtige apparaat blinkt en lacht me toe. De PC zal op termijn plaats maken voor dit funkelnagel neue wonder. 17-inch, High Resolution scherm, 160GB harde schijf en nog veel meer indrukwekkende toeters en bellen.
Ik zeg dag Bill Gates. Steve Jobs here I come!
Het kon niet anders. In mijn wereldje zal de komende jaren steeds vaker van een cameraman verlangd worden dat hij ook kan monteren. Als je dat wil leren moet je de keuze maken tussen het programma Avid (dat draait op PC, maar waarvan 'ze' zeggen dat het complex en duur is) en Final Cut Pro van Apple (dat gebruikersvriendelijker is en enigszins betaalbaar). Mijn collega's kiezen nu in rap tempo voor het laatste en ik wil niet achter blijven. Als ik het nu niet doe, heb ik over een jaar of vijf een serieus probleem. Denk ik.
Dus als jullie de komende tijd weinig van mij horen, dan is er niets aan de hand, maar zit ik te studeren. De overstap van PC naar Mac zal wel even wat energie kosten en vooral het leren werken met Final Cut Pro gaat een tijdje duren. Met een baby in huis wordt dat nog een ding. Ik vrees dat het vooral ten koste zal gaan van jullie; de lezertjes van deze weblog…



donderdag 13 december 2007

donderdag papadag!



De Meern. Nog twee nachtjes slapen en dan is meneertje koekepeertje alweer zeven maanden oud. Het gaat hard. Hij heeft twee piepkleine tandjes, sinds een paar dagen kan hij ook vóóruit kruipen en vandaag heeft hij zijn eerste stukje soepstengel gegeten.
Deze week heeft Art voor het eerst zijn neus gestoten. En waarschijnlijk niet voor het laatst. Nu de actieradius groter wordt en ons mannetje zijn territorium gaat verkennen nemen ook de risico's toe. Vol trots houdt papa zijn hart vast.

woensdag 12 december 2007

bruinvis

Utrecht. De laatste stappen op weg naar de snijkamer van de Utrechtse faculteit Diergeneeskunde voeren door een bak met ontsmettende vloeistof. Er zijn verschillende maatregelen getroffen, zodat dat we straks geen enge ziekte mee naar buiten nemen. Zelfs het statief wordt grondig gereinigd. Dat kan sowieso geen kwaad na alle modderopnamen van de afgelopen weken.
De geur van dode vis komt ons al tegemoet. Het is even wennen.
Met tegenzin begin ik aan een bloederige ochtend. In de koffiekamer zijn we uitgebreid geïnformeerd door mensen die leiding geven aan het onderzoeksteam. Desondanks weet ik niet wat me te wachten staat. Voorbereid op het ergste maak ik me klaar.
Een stevig ontbijt ligt nog zwaar op de maag. Schoenen uit, laarzen aan. In de sluis tussen de gewone wereld en de snijkamer krijg ik van een dame met Duits accent een witte operatiejas. De knopen zitten op de rug. Even voel ik me George Clooney, maar als een collega foto's maakt blijkt dat ik meer lijk op een foute slager of een kampbeul.
De rode deur slaat open. We komen in een ruimte waar menig filmregisseur van smult. Vier of vijf roestvrij stalen snijtafels onder grote lichtbakken waaruit blauw daglicht schijnt. Aan die tafels staan mannen en vrouwen in witte jassen. De meesten hebben er een gele of oranje regenbroek onder. Iedereen draagt handschoenen. Op elke tafel ligt een dode bruinvis. Ze lijken een beetje op kleine dolfijnen, maar zijn nog altijd een metertje lang. Voor onderzoek worden deze beesten opengesneden, maar eerst worden de lijken opgemeten en gewogen.
Een kale meneer maakt foto's. Naast de pathologen die snijden staan mensen met een schrijfmap. Zij maken van elk detail een aantekening. Er zit een meisje met een vrolijk blond staartje achter een microscoop.
Bruinvissen zijn de kleinste tandwalvissen van de Noordzee en gelijk de meest voorkomende. Het afgelopen jaar zijn er een paar honderd dode bruinvissen aangespoeld op de Nederlandse standen. Een deel daarvan is opgeslagen in vriezers en bewaard tot deze zogenaamde snijweek.
Want eens per jaar wordt er uitgebreid onderzoek gedaan naar de doodsoorzaak van aangespoelde bruinvissen. Een team van deskundigen probeert vast te stellen hoe het staat met de bruinvisstand in onze Noordzee. Het is namelijk een beschermde diersoort en dus is het belangrijk om te weten of deze beesten bijvoorbeeld nog voldoende voedsel kunnen vinden. Daarvoor moeten de onderzoekers om te beginnen uitvinden wat bruinvissen precies eten. En dus wordt van alle lijken onder andere de maaginhoud onderzocht.
Wij zijn er bij voor het programma Vroege Vogels. Het ziet er allemaal best smerig uit. Ik kan er in ieder geval slecht tegen. Gelukkig is in de zoeker van mijn camera alles zwartwit. Dat scheelt. En als je op het ergste bent voorbereid valt het meestal mee.
Mardik Leopold, de deskundige van Imares die ons begeleidt is een interessante verteller. We hangen aan zijn lippen. Na een paar uur filmen hebben we genoeg materiaal voor een hele aflevering, maar de regisseur mag er niet meer dan acht minuten van maken.
Voor de lunch zijn we al klaar. Ik heb even geen trek in een visje. Maar als ik later een boterhammetje verorber realiseer ik me wel dat ik alweer op een buitengewoon vreemde en bijzondere plek ben geweest.

defect! deze doet het niet meer...

maandag 10 december 2007

doblofobie

Hilversum. Regisseur Leo heeft de lelijkste auto die ik ken. Nee, geen Multipla, dat is een limo als je hem vergelijkt met de Fiat Doblo. Het hondenhok op wielen. Een auto van niks. Het enige bijzondere aan dit vierkante voertuig is dat iemand ooit het ontwerp heeft verwisseld met de tekening van een kleuter. En de hele directie van Fiat heeft zitten slapen op het moment dat er een beslissing genomen moest worden over dit model. Alleen zo kon het gebeuren dat de foeilelijke Doblo ooit in productie is genomen.
Ook wonderlijk is het feit dat er mensen zijn die zo'n ding hebben aangeschaft. Mensen zoals Leo. Ik denk dat ik hem best begrijp. Hij heeft namelijk een hond, zo groot dat je hem anders alleen in een paardentrailer kan vervoeren. Het blauwe wagentje is dus puur praktisch. Wat niet wil zeggen dat wij het zomaar accepteren wanneer onze jonge snelle hippe regisseur zijn koekblik bij onze draailocatie parkeert. Hij weet inmiddels dat ik hem er mee pest als het ook maar even kan. Eigenlijk is het een wonder dat Leo nog met me wil werken, want er is geen regisseur die ik zo vaak en zo hard heb uitgelachen om zijn auto.
Echte regisseurs rijden in oude Volvo's, in gare Mercedessen of in milieuvriendelijke Toyota's, maar niet in een Doblo. Mannen in een Bora zijn ook zielig, maar natuurlijk bij lange na niet zo sneu als volwassen heren in een Fiep Westendorp voiture. Ik begrijp dan ook niet dat hond Bella zonder schroom achterin stapt.
Heb medelijden met de lieftallige vriendin van onze Leo. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat zij inspraak heeft gehad en over de kleur ga je toch ook niet meer discussiëren als je besloten hebt om zo'n bolderwagen te kopen.
Natuurlijk heb ik de afgelopen jaren alle liften die Leo me heeft aangeboden categorisch geweigerd. Liever tien kilometer lopen met camera en statief. Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om in te stappen. Het risico dat iemand een foto van mij in een Doblo zou kunnen maken vond ik onaanvaardbaar.
Maar alles is geleend. Je krijgt het een keer terug. En zo geschiedde vanmorgen.
Leo had in zijn script een aantal rijbeelden geschreven en hij had het zo georganiseerd dat we die beelden alleen konden opnemen vanuit zijn Fiat Doblo. Wat ik ook probeerde, ik kwam er niet onderuit. En tot overmaat van ramp moest ik voor de achteruitkijkshots plaats nemen in de achterbak. Op de plek van Bella.
Leo heeft nog nooit zo zitten stralen en glimmen achter het stuur van zijn karretje als vanmorgen. Ik heb niet eerder geprobeerd me zo te verstoppen achter een camera. Niemand mocht het zien, niemand mocht weten dat ik in een Doblo van het MediaPark af reden. Het zou mijn reputatie als stoere stuntcameraman kunnen ruïneren.
En natuurlijk hebben we veel langer rondgereden dan strikt noodzakelijk. Ik verwacht ook dat Leo de beelden helemaal niet zal gebruiken in de aflevering die we vandaag hebben opgenomen. Het was gewoon payback time.

zondag 9 december 2007

wat zei je? Marseille!

Marseille. Beide oren klapten dicht op het moment dat de Cityhopper los kwam van de Nederlandse bodem. Dat gebeurt meestal als ik verkouden ga vliegen. Mijn oren zijn altijd de zwakste schakel geweest. Vroeger had ik buisjes. Later met enige regelmaat oorontstekingen. Tegenwoordig ben ik Oost-Indisch doof.
Hoe ik ook probeerde te klaren, het kwam niet goed met de verstopping van mijn holtes. De rest van deze dag leek het alsof ik oordopjes in had.
Dat allemaal omdat we even op en neer moesten naar Zuid Frankrijk voor twee interviews. Het lijkt misschien voor Hilversumse begrippen normaal, maar deze cameraman heeft zich toch ook even verbaasd over deze opdracht. Neem alleen de kosten van de twee tickets. Die zijn op het laatste moment en dus voor de hoofdprijs aangeschaft. Aan de andere kant worden er miljoenen uitgegeven voor de rechten van de Champions League en dan is een voorbeschouwing met Boudewijn Senden en trainer Eric Gerets peanuts.
Het interview met Boudewijn Senden ging goed. Mooi shot en dito geluid. Vlak voor het tweede gesprek hoorde ik een windvlaag in het zendermicrofoontje van Eric Gerets. In de haast draaiden we snel de setting tegen de wind in, waardoor de trainer opeens voor een hek zat en niet meer met het trainingsveld op de achtergrond. Desondanks hoorde ik tijdens het gesprek nog een paar keer de mistral door het geluid blazen.
Het zijn de momenten waarop je een geluidsman mist. Zijn afwezigheid gaan onvermijdelijk ten koste van de kwaliteit van een reportage. Een cameraman die beeld en geluid in zijn eentje moet doen is natuurlijk goedkoper, maar ook beperkter in zijn mogelijkheden. Iedereen weet dat mannen maar één ding tegelijk kunnen. (Volgens vrouwen).
Filmen zonder geluidsman is een vak apart. Niet alleen tijdens de opname, maar ook de logistiek op reis en wordt een stuk complexer voor de 'eenmansploeg'.
Op Schiphol had ik een nieuwe koptelefoon aangeschaft, omdat het draadje van de vorige was gebroken tijdens een onhandige actie. Nu had ik die dopjes in. Het geluid klonk behoorlijk dof, wat natuurlijk alles te maken had met mijn gevoelige oren, die dicht zaten.
Toch weet ik na al die jaren nog steeds niet precies wat ik moet horen door een koptelefoon en wat vooral niet. Je hoort namelijk opeens alles. Elk zuchtje wind, iedere piep of kraak. Uiteindelijk valt het vaak mee, maar wanneer is omgevingsgeluid zo hinderlijk dat je moet ingrijpen? Elke professionele geluidsman weet dat precies. Een kwestie van ervaring.
Ik heb in mijn AT5 tijd en als Formule1 cameraman geleerd dat het geluid van een handmicrofoon altijd en overal goed is, maar als het de bedoeling is dat het er mooi uit ziet en die lelijke plopkap niet in beeld mag komen, wordt het een ander verhaal. Een zendermicrofoontje is gevoeliger dan de handmicrofoon waarmee een interviewer 'lepelt'. Op die manier werk ik gelukkig niet vaak. Meestal heb ik dan de beschikking over de getrainde oren van een professional.
Vandaag niet. Mijn oortjes ruisten als de Mediterranee. Ik hoopte dat het van de verkoudheid was en niet dat ik per ongeluk in al mijn doofheid een storing over het hoofd hoorde.
Tot overmaat van ramp deden donkere stapelwolken ook nog een duit in het zakje. Ze raasden voorbij de zon, waardoor het licht aan en uit ging. Ik diafragmeerde me suf.
Nu maar hopen dat alle kenners, die deze week het interview op televisie zien, denken dat de NOS een lokale Franse ploeg heeft ingehuurd voor de interviews op het trainingsveld van Olympique Marseille.

zaterdag 8 december 2007

blubber


Valkenswaard. Cameraman is een prachtig beroep dat meestal terecht geromantiseerd wordt, maar met enige regelmaat sta je met je poten in de modder. Letterlijk! En het was nog koud ook bij de Dakar Pre-Proloog op het Eurocircuit in Valkenswaard. En toch mag ik niet klagen. Onze wasmachine wel...



vrijdag 7 december 2007

autopech (alweer!)

Budel. Ik kan niet rijden, de Peugeot 807 is een slechte auto of ik heb wel heel erg vaak domme pech. Weer viel het vermogen weg en stonden we stil in het midden van nergens. Regisseur Dennis bleef achter en wachtte op de sleepdienst. De ANWB constateerde dat er iets ernstig mis was met de kop van deze camerawagen. En dat terwijl hij net terug was uit de garage...
Het is een vorm van gedoe die je er op een draaidag nooit bij kan hebben.

donderdag 6 december 2007

do not disturb

De Meern. Ik snurk. Volgens mijn vriendin niet zo zuinig ook. Het is iets waar ik niet trots op ben, want het heeft in mijn geval te maken met overgewicht. Toen ik een paar jaar geleden flink was afgevallen werd ook mijn nachtelijk gezaag minder. Tot groot verdriet van mijn lieve lief is het met de kilo's teruggekomen.
Best gênant.
Met mijn pathologische obsessie om elke morgen luid klinkende winden in de toiletpot te laten resoneren, heb ik twee zaken waar ik niemand anders dan vrouw en kind mee wil lastig vallen. Wat mij betreft hoeft niemand hier van te weten. Het zijn afwijkingen die me niet populairder maken en ik doe er niemand, behalve mezelf, een plezier mee.
Dat is dus gelijk de reden waarom ik het belangrijk vind dat ik een eigen kamer heb als we voor werk ergens overnachten. Mijn collega's hebben het zwaar genoeg met mij. Ik wil ze niet ook nog eens belasten met mijn gerochel, geronk en gereutel. Tijdens de professionele reisjes zijn de dagen lang en zit je meer dan voldoende bij elkaar op de lip. Enige privacy is dan geen overbodige luxe.
Toch zijn er genoeg opdrachtgevers die proberen te bezuinigen door collega's bij elkaar in bed te proppen. Ik had het laatst weer. Na een dag hard werken kwamen we midden in de nacht bij een hotelreceptie waar een vriendelijke jongedame ons meldde dat we met twee personen een kamer moesten delen. Als ik dat vooraf had geweten had ik iets anders verzonnen, maar nu stond ik met mijn rug tegen de muur. Ik eindigde op een klein kamertje met iemand die ik voor die avond nooit langer dan twee minuten had gesproken.
Dat het af en toe onvermijdelijk is begrijp ik ook wel. In de binnenlanden van Timboektoe kan het lastig zijn om goede accommodatie te regelen en soms is het ergens zo druk dat alles vol zit. Maar vaak genoeg doet een opdrachtgever ook alsof het niet anders op te lossen was. Soms liegen ze zelfs over de beschikbaarheid van kamers, omdat ze niet durven toe te geven dat het om de centjes gaat.
Het is sowieso voor veel producers lastig om het kamerdelen vooraf duidelijk aan te kondigen. Negen van de tien keer komt de mededeling op het allerlaatste moment of helemaal niet. Dat haat ik.
Ik ben wel eens naar de receptie van het hotel gelopen om te ontdekken dat er nog meerdere kamers beschikbaar waren en in dat verre buitenland waren de kosten net geen 15 euro per nacht. Daar had ik het snel geregeld.
Morgen slaap ik in Eindhoven, om zaterdagochtend op tijd in Valkenswaard te kunnen zijn. Ook dan moet ik een kamer delen, maar deze keer vind ik het minder erg. Ik mag met mijn vriendje Frank naar bed en daar verheug ik me al de hele week op. Zoek er niks achter; het is een gewone platonische vriendschap. Maar samen hebben we zoveel meegemaakt dat het vooral leuk is om weer eens lepeltje lepeltje te liggen.
Ik kan hem wel aanraden om oordopjes en een wasknijper mee te nemen. Nou ja, dat zou ik kunnen doen…

woensdag 5 december 2007

lambada

Utrecht. Op de radio hoorde ik een paar tonen van een oude foute hit en gelijk waren mijn gedachten bij één specifiek verhaal uit het verre verleden. Ik neem jullie even mee naar 1991.

Ik was ernstig verliefd op Kim, maar zij niet op mij. Hoe zeer ik ook mijn best deed, het mocht niet baten. Deze blonde schoonheid kreeg zoveel aandacht van jongens dat mijn al pogingen om lollig te zijn, stoer te doen of juist begripvol, attent en aardig over te komen, strandden. Het leek er op alsof ze zich voorgenomen had om alle mannen te negeren. Kim uit de Oranjelaan was 'neet te kriege' en dat maakte haar alleen maar aantrekkelijker.
Zelf vond ze dat ze guppenogen had. Dat was misschien ook wel een beetje zo, maar die waren wonderschoon. Soms kwam ze een tikkeltje naïef uit de hoek, wat in haar geval altijd grappig was. Ik vond haar leuk, lief en woest aantrekkelijk. Voor Geleense begrippen was zij buitencategorie. De Champions League onder de meisjes, hoewel de Champions League toen nog niet eens bestond. De godin van de schoonheid, maar zo onbereikbaar als de zon.
Al mijn vrienden waren bereid zich uit te sloven voor een kus op de wang van Kim. Als zij mee ging naar discotheek Gimmix aan de Rijksweg in Sittard, dan konden alle overige meisjes wel inpakken. Mijn vriendinnetje van dat moment letterlijk. Tussen haar en mij zat het al langer niet goed, maar toen ik op een avond de Lambada had mogen dansen met Kim besloot ik abrupt een eind aan mijn relatie te maken. Op het station waar het was begonnen, gingen we ook weer uit elkaar. En ik als een gek terug naar de danskelder, om de hit van Kaoma nog een keer aan te vragen.
Een tweede Lambada hebben we nooit gedanst. Misschien was dat maar beter ook, want zo soepel waren mijn heupjes niet. De opzwepende dans was voor mij absoluut te hoog gegrepen. Evenals Kim.
Ze heeft -voor zover ik weet- één keer voorzichtig gezoend met mijn beste vriend Rob. Wat dat betreft benijd ik hem nog steeds. Ik ben nooit verder gekomen dan een twee weken durende affaire met haar beste vriendin en, niet te vergeten, die ene Lambada. Vervolgens verdween Kim net zo plotseling uit onze zaterdagavondstapgroep als ze er bij gekomen was. De jaren daarna zag ik haar nog een enkele keer bij het ijshockey, tot ze definitief uit beeld verdween.
Waarschijnlijk is ze inmiddels getrouwd met een gespierde sportman. Misschien wel in een ver buitenland. Als ze het een beetje slim heeft aangepakt is ze stinkend rijk en laat ze de creditcards van haar man dagelijks roken. Aan de andere kant zou het me ook niet verbazen als ze ergens in een bloemenstal werkt of bij een warme bakker.
Ik heb wel eens naar haar gezocht met Google of via Hyves, maar op het internet is Kim Baetsen niet te vinden. Ja, nu wel. Als je haar naam intikt bij een zoekmachine, dan kom je weer hier terecht. Dus daar schieten we niks mee op.

dinsdag 4 december 2007

de rooy

Visé, België. Een oranje truck rijdt in hoog tempo tegen de steile helling op. In de tweede haarspeld bocht slippen zijn banden. De bestuurder corrigeert snel. Stenen spatten in het rond. Cameramensen en fotografen volgen met hun lenzen de vrachtwagen tot deze om de hoek verdwenen is. Aan de andere kant komt de volgende al aangescheurd.
Dit is de presentatie van Team De Rooy. De nationale autosportpers is met een touringcar van Son bij Eindhoven naar een steengroeve in het Belgische Lixhe, net over de grens bij Maastricht, gebracht. Hier worden de racetrucks voor Dakar 2008 gedemonstreerd.
Het gaat er stevig aan toe. Met name Jan de Rooy rijdt als een wilde. Zijn zoon Gerard kan er echter ook wat van. Hugo Duisters is met de snelle assistentietruck veel zwaarder, maar maakt desondanks indruk op het gevarieerde parkoers.
De groeve is een perfecte locatie voor deze gelegenheid. De omgeving geeft het gevoel dat we in een ver buitenland zitten, terwijl de rondvliegende stenen bij wijze van spreken in Nederland terecht komen. Het is jammer dat de zon niet schijnt, anders had dit net Spanje of Marokko kunnen zijn. Geelwitte kalkrotsen, gravelrode modder, grijze vuurstenen en kale bomen. Voor het plaatje steken de feloranje racemonsters mooi af tegen de grauwe achtergrond.
Ik amuseer me kostelijk. De opdracht is simpel: 'Maak mooie shots van Jan en Gerard de Rooy in actie!' Het is niet lastig om in dit terrein te variëren tussen close en totaalshots. Hoog en laag perspectief. Op de meeste posities kan ik met mijn telelens verschillende soorten opnamen maken. Close wielen als ze dicht langs me razen, topshots op het moment dat ze beneden in het dal denderen, en ik kan ze goed volgen als ze in de verte door de plassen planeren. Met een paar verplaatsingen cover ik het hele rondje, dat een paar kilometer lang is.
Een jeep brengt ons van A naar B. Onderweg moeten we even aan de kant, omdat een De Rooytje ons op de hielen zit. Als hij voorbij stuift ketst er een steen tegen de zijruit bij de bestuurder. Het glas versplintert in een miljoen kleine stukjes. Ze vallen als in slow motion naar binnen. De man achter het stuur, die volgens mij ook de eigenaar van deze dure 4-wheeldrive is, vloekt zachtjes.
Even later blijkt dat van de andere terreinwagen die cameramensen verplaatst de achterruit aan splinters is. Ook door een opspattende kei. Voor de zekerheid neem ik met mijn camera iets meer afstand. Ik veeg kleine spatjes van de lens en maak spectaculaire opnamen van de trucks die modderregen veroorzaken als ze door een diepe plas bulderen.
Op deze manier vliegt de tijd. Ik moet haasten om voor het eind van de middag op een plek te zijn waar de vrachtwagens met alle wielen van de grond komen. Het is een bult in de afdaling. Niet zo heftig als we ze kennen uit de echte Dakar rally, maar mooi genoeg om er een flink stuk voor te lopen. Jan en Gerard demonstreren op ons verzoek wat ze hier kunnen. Allebei nemen ze de hindernis twee keer. Waarschijnlijk, omdat ze het zelf te leuk vinden. En ik weet bijna zeker dat ze na de eerste jump dachten het nóg beter te kunnen en ze wilden natuurlijk niet voor elkaar onder doen.