woensdag 28 oktober 2026

Een pittig klusje

 

Het werd een gekke avond. Waar zal ik beginnen? 

Ik zou jullie kunnen meenemen naar de Markt in Geleen ergens begin jaren negentig, want daar leerde ik Milo kennen. Maar misschien is het een tikkeltje overdreven om helemaal terug te gaan naar Café ‘t Luifeltje. Ik denk dat ik beter kan starten bij het appje dat hij mij de vorige week stuurde. Hij vroeg of ik op zaterdag nog beschikbaar was voor een concert. Dat was ik en graag wilde ik een keer met hem werken. We zitten allebei al lang in dezelfde business, maar van professioneel samenwerken was niet eerder iets terechtgekomen. Bovendien is het filmen van een concert altijd leuk… Dacht ik. 

We hadden de hele week contact via WhatsApp. Ik stuurde mijn voorwaarden. Kreeg te horen dat het nog niet zeker was of het concert ook echt door zou gaan. Iets met een offerte en een handtekening. Het bleek te gaan over een concert in het Duitse Essen. Niet bepaald naast de deur. Of ik eventueel met een bus vol extra apparatuur vanuit Soest zou willen rijden. Daar was ik dan weer niet zo zeker van. Een deel van de crew zou uit Limburg komen, een deel uit de regio Hilversum. De rest zou de klant zelf regelen. Uit India! 

Het bleek te gaan over het optreden van een grote artiest uit India. Die moest niet alleen akkoord geven, maar ook vooraf betalen voordat wij met een lading camera’s naar het Ruhrgebied zouden rijden. Dat begreep ik wel. Je wil niet na afloop met het bonnetje naar Calcutta om achter je geld aan te gaan. Alleen reageerde de klant niet op mailtjes met vragen. De olijke Milo werd er zelfs een beetje chagrijnig van. Pas op vrijdagmiddag werd de knoop definitief doorgehakt, ondanks het feit dat nog niet alles in kannen en kruiken was. 

Mijn reis naar Essen verliep niet bepaald soepel. Normaal gesproken doe je er twee uur over. Ik had een half uur extra ingepland, maar was pas na drie en een half uur bij de Grugahalle. Voor de deur stonden al tientallen fans te wachten. Binnen werd druk gesoundcheckt, terwijl mijn collega’s in de keiharde herrie camera’s aan het opbouwen waren. 

De regisseur wilde overleggen. Het was een kleine Indiër met een zonnebril en een petje van het Mercedes Formule 1-team op zijn hoofd. Om zijn nek hing demonstratief een headset. Hij sprak Engels met een grappig accent. In zijn hand had hij zijn telefoon die de hele tijd overging, omdat de headset duidelijk nog niet werkte. Tijdens een kort overleg buiten de concertzaal bleek dat de band helemaal geen cameramensen had meegenomen. Twee wegbezuinigde collega’s hadden er wel degelijk moeten zijn. Nu hadden we vijf camera’s, maar slechts drie operators. Besloten werd dat de camera-assistent dan maar zelf een camera zou bedienen. Milo kon misschien het totaalshot een beetje laten leven, mits alles technisch onder controle was. De regisseur drukte ons op het hart dat we moesten variëren in onze kaders en vooral veel eigen initiatief mochten nemen. Hij kende de muziek en zou ons perfecte aanwijzingen kunnen geven. Ik kreeg er bijna vertrouwen in, tot ik even met hem op het podium ging kijken naar de posities van onze assistent, die nu de handcamera bij de drums zou gaan doen. Alle plekken die ik bedacht had, waren uit den boze. Onze regisseur wilde juist dat de cameraman ging staan op allemaal posities waar ikzelf nooit zou gaan staan. Vol voor het publiek bijvoorbeeld. Maar goed, het was zijn show. En wij moesten ons misschien gewoon even aanpassen aan de Indiase stijl.

Dat gold ook voor de crewcatering. Er stonden allemaal bakken met curry voor ons klaar. Bij de eerste hap bleek dat dit voor ons een pittige avond zou worden. Na het eten van een klein stukje kip schoten de tranen al in mijn ogen, mijn wangen kleurden rood en mijn lippen brandden. Het zweet brak me uit. En dan had ik de bak met ‘Devilscurry’ nog overgeslagen, die achteraf overigens het minst pittig bleek te zijn.

Om acht uur zou het concert beginnen. De zaal was redelijk gevuld. Het publiek bestond uitsluitend uit mensen met een Indiaas uiterlijk. Jong en oud door elkaar. Iedereen netjes opgedoft. Wij waren ruim op tijd op onze posities, klaar voor de grote Yuvan Shankar Raja. Er was de hele tijd muziek gedraaid, maar nu gingen het licht en de muziek in de zaal uit. Dat duurde even. En nog even… en nog. Na ruim een kwartier kregen wij te horen dat het waarschijnlijk iets te maken had met de kannen en kruiken, zoals eerder beschreven. Stonden wij daar nou te wachten op een financiële transactie? Het publiek begon te joelen en ‘boe’ te roepen. Pas na een half uur gebeurde er weer iets. 

Een DJ kwam op en het publiek vond dit al geweldig. Na een klein halfuurtje ging die af en kwam eindelijk de grote ster tevoorschijn. Gekleed in een dikke plastic jas liep hij sloom over het podium. Hij moet het warm gehad hebben. De man zong in een taal waar ik niks van kon maken, maar ik hoorde wel dat het zeker niet heel toonvast was. Ondertussen ging onze regisseur helemaal los. Hij schreeuwde alsof we geen intercom hadden en hij boven de muziek moest uitkomen: “ARTIST, ARTIST, ARTIST!!!”. Blijkbaar moesten minimaal twee camera’s continu de artiest in beeld houden. Hij riep eerst heel vaak en hard: “DRUMSDRUMSDRUMS!” en dan even later pas “CAMERA FIVE”. Verwarrend en niet bepaald zoals wij het gewend zijn. Het kwam erop neer dat wij helemaal niet mochten variëren. Doordat de schermen naast het podium dwars hingen, moesten we de zanger voortdurend midden in het kader houden. Voor de opname leverde dit weer niet zo’n mooie beelden op. Bovendien konden we niet te close draaien, want de zanger stond nooit stil en liep anders al snel het krappe kader uit. Hierdoor hadden onze camera’s telkens ongeveer dezelfde uitsnede. Daar schakelde onze kunstenmaker dan heel snel tussen. Het gaf wellicht een hallucinerend effect op de grote schermen, maar het had niets meer te maken met een vorm van concertregistratie. Het rode lampje flikkerde continu in mijn zoeker. Aan, uit, aan, uit, aan, uit. Zonder enige aankondiging. Behalve als ik wel probeerde om af en toe enig initiatief te nemen. Bijvoorbeeld als de zanger niet zong, maar er wel iemand leuk op een fluit blies. Dat werd direct genadeloos afgestraft: “ARTIST, ARTIST, ARTIST!!!”

In het begin vond ik het allemaal nog grappig. Als dit was wat ze wilden, dan konden ze artistartistartist krijgen. Het was immers duidelijk de stijl die je zou verwachten van een Indiase regisseur. Zeker toen hij ook beelden door elkaar heen ging mixen. Een effect dat wij in Nederland niet snel meer toepassen. Maar na een tijdje begon ik me toch te storen aan het geschreeuw in mijn oren. 

Telkens kwamen er nieuwe artiesten bij. Het was duidelijk Yuvan Shankar & Friends. Ik denk dat dit kwam, omdat Yuvan zelf de uitstraling van een spoorbiels had en hij niet bepaald lekker kon zingen. Maar op de momenten waarop het podium vol stond, was de regie helemaal onduidelijk. Zijn aanwijzingen waren onnavolgbaar. Als hij het aan ons had overgelaten en gewoon had geschakeld wat Tim, Levi, Thijs, Milo en ik hem aanboden, dan was het goed gekomen, maar nu bleef hij gillen en iedere keer maakte hij precies de keuze die wij net niet zouden maken. Het was op zijn zachtst gezegd verwarrend en naarmate de show vorderde werd het steeds vervelender. Na twee uur zei mijn collega in de intercom: “Volgens mij hebben we het wel!” en dat was op dat moment ook mijn gevoel. We konden niks mooi maken en ik kreeg het idee dat onze Indiase kunstenaar enorm ontevreden was. “DRUMS, DRUMS, DRUMS! CAMERA FIVE” en “ARTIST, ARTIST, ARTIST… CAMERA FOR. CAMERA FOR ARTIST!” “TILT UP, TILT UP, TILT UP!” “PAN, PAN, PAN!” We hadden geen idee wat hij bedoelde of wilde, laat staan dat we wisten welke aanwijzing voor wie was. “ZOOM, ZOOM, ZOOM!” Het goede nieuws is dat je na zo’n avond bepaalde Nederlandse regisseurs opnieuw gaat waarderen. 

Uiteindelijk duurde dit concert bijna drie uur. Het was mooi om te zien hoe enthousiast het publiek bleef. Zij kenden al die nummers. Ze dansten en zongen alles mee. En kennelijk trokken de mensen in de zaal zich niks aan van de epilepsieopwekkende beeldenstorm op de grote videoschermen. Na tweeëndertig liedjes was het opeens afgelopen. Zonder bedankje ging de intercom uit en werd het eindelijk stil. Het was wel al middernacht. We moesten nog opruimen en die hele weg terug. Buiten stormde het. Dat konden we er ook nog wel bij hebben. Bij de eerste pomp langs de snelweg ben ik gestopt, omdat ik nog steeds enorme dorst had van het pittige eten. De hele weg heb ik de radio uitgelaten. Lekker rustig. Ik kon geen artist, artist, artist meer horen.


 



 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik wil reacties altijd eerst even lezen, voor ze op dit weblog worden geplaatst. Daarom kan het even duren voor een reactie wordt gepubliceerd. Ik plaats niet zomaar elke reactie. Het is mijn weblog, dus ik bepaal wat ik een goede reactie vind en wat niet. Als je het er niet mee eens bent, dan moet je lekker zelf een weblog beginnen.
Anonieme reacties zal ik extra kritisch bekijken.