dinsdag 6 april 2021

Als ik je weer zie...

Afgelopen zaterdag heb ik mijn bijdrage mogen leveren aan het programma 'Als ik je weer zie...'  Een live show van BNNVARA, waarin speciale aandacht werd geschonken aan alle mensen die normaal gesproken achter de schermen werken bij theater en cultuur. De belichters, geluidsmensen, grimeurs, garderobemedewerkers, suppoosten in musea, toiletjuffrouwen, horecapersoneel, decorbouwers en alle anderen die inmiddels meer dan een jaar werkloos thuis zitten.

In het grote verlaten Ziggodome realiseerde ik me voor de zoveelste keer hoe gelukkig ik me mag prijzen dat de televisiewereld inmiddels weer op volle toeren draait en dat er zoveel livestreams bij gekomen zijn. Na die gekke eerste maanden van de coronacrisis rijdt mijn zakelijke treintje weer, maar dat is dus helemaal niet vanzelfsprekend en het geldt zeker niet voor iedereen.

Het is een heel groot voorrecht dat wij nog af en toe in theaters en concertzalen komen. Ik was de afgelopen maanden nog in het Muziekgebouw in Eindhoven, Theater aan het Vrijthof, het Circustheater, Paradiso, Carré, Tivoli Vredenburg of in Ziggodome. Wij zien de livemuziek die verder iedereen zo moet missen wél en wij zien elkaar ook weer. Maar we zien ook hoe treurig het is gesteld met de cultuurwereld. Het is een slagveld. Ik heb dansers gesproken die niks kunnen doen, theatertechnici die niet meer kunnen dan het poetsen van lampen en muzikanten die snakken naar publiek en applaus. Het is een ramp.

Natuurlijk kan het nu niet anders. Ik heb ook met eigen ogen een overvolle IC gezien. Geen twijfel, maar wat zal ik blij zijn als we over een paar maanden weer los kunnen in volle theaters en in zalen met publiek. Met liefde plak ik dan weer mijn kabels af of zet ik mijn camera iets lager, zodat de toeschouwers achter mij het ook goed kunnen zien. 

Ondertussen leef ik enorm mee met alle freelancers in de culturele sector die momenteel op een houtje bijten. Denk dan niet alleen aan de artiesten ín de spotlights, maar vooral ook aan de mensen die de spotlights normaal gesproken bedienen. Velen hebben het momenteel echt zwaar.

Ik hoor ook dat er straks een aantal van hen niet meer terugkeren naar de zalen, festivals en podia. Zij hebben inmiddels ander werk gevonden en vinden het wel goed zo. Meer regelmaat, zekerheid of een betere beloning. Niet meer alle avonden en weekenden werken. Ik kan ze geen ongelijk geven. Maar als na de zomer weer een nieuw cultureel seizoen begint, zou dat wel eens tot een tekort aan ervaren krachten kunnen leiden. Hopelijk valt het mee en gaan alle geplande voorstellingen gewoon door, maar helemaal vanzelfsprekend is dat niet. 

Hoewel het met mij nu goed gaat heb ik nog steeds het gevoel dat het ook in mijn eigen werkveld best spannend is. Niks is zeker. Ik ben razend benieuwd hoe de wereld er over een paar maanden uit zal zien. Welke livestreams keren nog terug na corona? Welke evenementen hebben gelijk weer budget om ook cameramensen in te huren en welke (nog) niet? Wat doen de kijkcijfers als we er straks weer massaal op uit trekken? We zullen zien... als ik je weer zie.






woensdag 24 maart 2021

held op sokken

Nog even een klein vuilniszakje met restafval in de container gooien, dat leek mij gisterenavond niet zo’n probleem. Het was weliswaar half tien geweest en we hebben te maken met die vermaledijde avondklok, maar in ons stille Vinex straatje moest dat kunnen. Dacht ik. Op mijn sokken en zonder jas liep ik naar buiten. Het was net iets frisser dan gedacht, maar de ondergrondse containers staan op nog geen honderd meter van onze voordeur. Net even de hoek om. Daar bij het parkeerterrein van het Balijepark Restaurant, wat overigens echt een aanrader is, maar dat terzijde.

Met een klap sloot ik de draaideksel van de container en liep ik weer huiswaarts. Geen kip op straat. Maar ik was nog een vijf meter van die afvalbak verwijderd toen een auto achter mij de Augustusweg in draaide. Ik hoorde hem. Koplampen prikten in mijn rug. De auto reed rustig. Ik keek om en kon niet gelijk zien of het een politieauto was, maar het schoot wel door mijn hoofd.

De stapel avondklokverklaringen in het handschoenenkastje van mijn auto groeit met de week. Ik heb een alibi’s gekregen van L1, de NOS, The Crew, NEP, Philharmonie Zuidnederland en ik heb als ZZP’er mijn eigen verklaringen opgesteld, maar dat telt natuurlijk allemaal niet als je op sokken door de buurt sluipt.

En het wás een politieauto. Natuurlijk! Dat heb ik weer.

Heel even heb ik overwogen om een steegje in te schieten en me te verschuilen, maar hoe verdacht maak je jezelf dan? Voor je het weet lok je een hele klopjacht uit en hangt er een politiehelikopter boven je hoofd. Nee, ik ging dit dragen als een man. Mocht ik die boete van vijfennegentig euro krijgen, dan zou ik hem netjes betalen. Regels zijn regels. En eigen schuld, dikke bult.

Op de hoek van de straat, waar ik moest oversteken, reed de politieauto naast me. Als ik snel zou oversteken, dan was ik thuis. Fatsoenshalve deed ik dat niet. Ik liet hem rustig voor gaan. Voor mijn neus stopte de hij. Ook dat nog. Het raampje ging langzaam open en ik zag onze vaste wijkagent. Ik groet die man altijd vriendelijk, maar verder kennen we elkaar gelukkig niet. Nog niet…

“Waar gaan wij naartoe?” 

Hij vroeg het echt. Nu kon ik een grap maken over dat woordje ‘wij’, maar dat durfde ik toch niet. Held op sokken. Ik stamelde iets over een vuilniszakje en dat ik aan de overkant woon. “Naar huis,” zei ik. Een beetje met een vraagteken. Ik hoopte vurig dat hij me liet gaan.

En dat deed hij. Gelukkig. De politie is je beste vriend. Waarschijnlijk had hij ook geen zin in alle papieren rompslomp of zag ik er betrouwbaar genoeg uit. We wensten elkaar een fijne avond en toen reed hij door. Op weg naar andere mensen die hij eventjes de stuipen op het lijf kon jagen.

Binnen werd ik keihard uitgelachen door mijn bloedeigen zoon, die het tafereeltje had gadegeslagen en die stiekem had gehoopt dat oom agent mij eens goed te grazen had genomen.






vrijdag 19 maart 2021

Club Veronica Kids

Het was zondag 2 september 1990. In een rood Peugeotje, naast de oom van mijn toenmalige vriendinnetje, reed ik langs het Mediapark in Hilversum. Ik was 18. Twijfelde in die tijd over van alles, maar één ding wist ik zeker: Hier moest en zou ik ooit werken! 

Vastberaden om cameraman te worden was ik die ochtend in alle vroegte op weg naar Club Veronica. Ik had gelogeerd in Naarden en nog een lichte kater van de kermis waar we te lang waren geweest, maar deze dag móést en zou het gebeuren. 

Ik werd afgezet op Laapersveld 75. Het iconische gebouw van Veronica, dat ik kende dankzij de uitzendingen op zaterdagmiddag van ‘1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9… Tineke’. Nu was ik er zelf. Eindelijk! Het was een soort auditie dag voor nieuwe ‘Kids’. Ze zochten talenten op het gebied van televisiemaken. Als ik het goed deed zou ik toetreden tot deze gedenkwaardige club, waar sterren als Menno Bentveld, Anita Witzier en vele anderen al uit voortgekomen waren. Hier kon ik mijn toekomst in Omroepland min of meer veilig stellen.

Al vier jaar werkte ik als vrijwilliger bij de lokale omroep in Geleen. Niemand hoefde mij uit te leggen hoe een videocamera werkte of hoe je met twee videorecorders kon monteren. Ik wist het allemaal wel. En daar ging het die zondag in Hilversum natuurlijk gelijk mis. Met mijn zachte G kon ik niet op tegen het verbale geweld van mijn concurrenten uit de Randstad en toen ook nog bleek dat ik het allemaal beter dacht te weten werd ik genadeloos afgestraft. 

Tot overmaat van ramp liep ik met een bekertje hete chocolademelk tegen de glazen schuifdeur bij de hoofdingang. Een grotere afgang was niet mogelijk en de gigantische chocomelvlek op mijn blitse O’Neill trui verklapte de rest van die dag dat ik de oelewapper was die tegen de voordeur liep. 

Ik had overduidelijk mijn dag niet op zondag 2 september 1990.

Bij een simpel editing-opdrachtje kreeg ik een knallend meningsverschil met het meisje dat mij technisch moest bijstaan. Het ging over een vast shot van een stoplicht. Ik wilde dat inkorten, zodat het licht sneller op groen sprong, maar volgens mijn ‘begeleidster’ kon je niet midden in een shot knippen. Ik wist 100% zeker dat ik gelijk had en wilde liefst zelf achter de knoppen kruipen, maar het lukte me niet om haar te overtuigen. Zij vond mij stronteigenwijs en koppig. Achteraf bezien denk ik dat ik dat ook was, ook al had ik gelijk. De kans op een carrière bij Club Veronica Kids glipte daar uit mijn handen en ik had het niet eens in de gaten. Je kan iets ook té graag willen. 

Tijdens de lunch sprak ik met de beroemde en immer vriendelijke Veronica-regisseur Eduard Huis In’t Veld, die toevallig schuin tegenover me zat. Ik vroeg hem het hemd van het lijf en wilde ‘en passant’ nog even mijn gelijk halen over die montageopdracht. De jongedame waarmee ik had zitten monteren zat erbij en als blikken konden doden, dan had ik die dag helemaal niet overleefd. Eduard begreep mijn uitleg niet of hield zich wijselijk een beetje op de vlakte, dus ook hier schoot ik alleen maar in mijn eigen voet.

Van de rest van die dag kan ik me niet veel meer herinneren. Ik geloof niet dat ik met iemand een klik had. Het ging als een nachtkaars uit. ’s Avonds in de trein van Hilversum naar Geleen kroop ik in de armen van mijn vriendinnetje. Even heb ik overwogen om mijn droom te laten varen. Dan maar geen cameraman worden. Als ze zo onaardig waren in het noorden, dan hoefde het voor mij niet.

Toch denk ik dat die compleet mislukte dag bij Club Veronica voor mij een goede ervaring was. Even met beide beentjes op de grond. Je wordt niet zomaar cameraman en de techniek is misschien niet eens het belangrijkst. Het gaat er veel meer om wie je bent en hoe je met mensen omgaat. Bovendien moet je nooit een glazen schuifdeur over het hoofd zien, want die spiegelt een heel klein beetje en alleen door goed naar jezelf te kijken kom je uiteindelijk verder. 

 

 


vrijdag 5 maart 2021

kabelfetisj

De coronatijd heeft heus wel zijn voordelen. Zo hoeven we in theaters, sporthallen en stadions even geen rekening te houden met publiek en kunnen we onze camera’s positioneren waar we willen. Voorstellingen zijn uitsluitend voor livestream, uitzending of opname en dus is er geen conflict meer met de belichter over de sfeer in de zaal. Camera’s zijn leading. Zelfs de door mij zo gehate groene ‘uit’ bordjes (lees ook deze en deze) bij nooduitgangen kunnen worden zonder discussie afgeplakt. Maar het aller, allerfijnste is toch wel dat we overal kabels kunnen neerkwakken. Gooi ze maar dwars over een tribune, schuin over looppaden, en voor de (nood)deuren langs. Niks afplakken, wegwerken of overspannen! Geen kabelgoten of smerige rubber matten. Niks geen gedoe met omwegen, onhandige kabelgoten of haken aan een systeemplafond, maar altijd de kortste route. Niet oplengen, maar gewoon even net iets strakker trekken. 

En we beparen een fortuin op Gaffertape! 

Zo lang het maar buiten beeld blijft is alles geoorloofd. Heerlijk. Efficiënt er in en na afloop snel weer weg. Misschien dat we dit nog wel het meest zullen missen als we straks allemaal gevaccineerd zijn en weer evenementen mét publiek mogen registreren. Hoewel... Als kabelfetisjist met een lichte dwangneurose kan ik ook echt genieten van een hele zwik strak getrokken kabels, keurig naast elkaar, netjes vastgeplakt en precies op lengte. Op het bezetene af. Maar ja, dat kom je nu dus bijna nergens meer tegen. Niet nodig. Dus toch maar hopen dat de tijd van chaos en spaghetti snel voorbij is en dat we weer echt ons best moeten doen om niemand over onze kabels te laten struikelen.








vrijdag 15 januari 2021

thuisonderwijs

  

Ik weet ook wel dat het niet voor alle ouders een feest is om thuis te werken en hun kinderen bij te staan ten tijde van lockdown, maar ik word er extreem vrolijk van. Terwijl ik dit schrijf zit ik op onze fijne werkzolder aan een lang bureau en Imme, mijn geweldige dochter van elf, heeft de plek naast mij ingenomen. Op het scherm van haar laptop staat de Google Meet van groep 8A. Ze zijn aan het rekenen. Juf Annemieke geeft instructie over het uitrekenen van de oppervlakte van een driehoek. Zo leer ik ook nog wat.

Tijdens de eerste lockdown, in het voorjaar, was het nog niet zo gestructureerd en moest ik iets vaker bijspringen, maar nu gaat het allemaal vanzelf. De kinderen van Daltonschool Apollo11 in De Meern hebben gewoon de hele dag les, zoals het normaal op school gaat. Om half negen logt Imme in en om kwart voor drie kan de computer weer uit. Klassikale dingen doen ze in ‘de meet’. Denk aan het opstarten van de dag met een gezellige check-in, alle instructies en het afsluiten. Ik hoor een dictee, ze kletsen gezellig tijdens het werken aan een tekenopdracht, de juf neemt geduldig het programma door voor na de pauze en ze hadden deze week een super leuke Kahoot quiz. Tussendoor maken de kinderen zelfstandig hun oefenopdrachten of ze werken samen met een maatje. Juf Annemieke is de hele dag te zien op het scherm en ze kunnen altijd vragen stellen in de chat of gewoon in de meet. Op afgesproken tijden komt de groep weer bij elkaar.

Natuurlijk is het beter voor de kinderen als ze gewoon naar school kunnen, als ze weer alle beschikbare materialen kunnen gebruiken en als ze weer echt contact mogen maken, maar ik geloof niet dat 8A achterstanden oploopt. Deze manier van werken maakt ze in zekere zin ook zelfstandiger en alle stof wordt ‘gewoon’ behandeld.

Als vader kan ik eindelijk eens stiekem meeluisteren. Het is interessant om te horen hoe het er op school aan toe gaat. Na twee en een halve week thuisonderwijs kan ik niet anders dan heel veel respect hebben voor de geweldige juf van mijn dochter. Daar valt of staat in het onderwijs natuurlijk alles mee en toevallig heeft mijn dochter dit jaar een juf uit duizenden. Annemieke is heel duidelijk, rustig, lief, grappig, altijd opgewekt en super positief. Ze beschikt over een jaloersmakende portie geduld. Voor zover ik het kan inschatten heeft ze precies in de smiezen welke kinderen ze even in de gaten moet houden. Aan het eind van de dag heeft zij alle tijd voor gesprekjes met individuele kinderen. Ook mijn dochter, die heel zelfstandig is en zich goed redt in deze gekke tijd, wordt zeker niet over het hoofd gezien. 

Ik vind dat het heel gezellig is in 8A. De kinderen zijn ook allemaal hartstikke schattig en lief. Ze werken heel serieus en stellen goede vragen. Eentje was deze week extra vroeg opgestaan om al zijn schoolwerk alvast af te maken. Imme doet ook uit zichzelf meer dan er van haar gevraagd wordt. Als dat het geval is, dan heb je het volgens mij als leerkracht dik voorelkaar.

Het zal niet overal net zo soepeltjes verlopen als in groep 8A van Apollo11, maar ik maak een hele diepe buiging voor alle leerkrachten in het basisonderwijs, die momenteel hun uiterste best doen om de boel bij elkaar te houden en voor juf Annemieke in het bijzonder.

 

  


donderdag 7 januari 2021

mama

Op donderdag 31 december is mijn lieve moeder overleden. Ze heeft in het Maastrichtse UMC corona opgelopen, terwijl ze daar moest bijkomen van een buikoperatie. In een paar weken tijd, waarin ze nauwelijks bezoek mocht ontvangen, ging het steeds slechter met haar. Uiteindelijk lag ze met kerst op de IC en is ze nog een paar dagen beademd. Het werd een gevecht dat ze nooit kon winnen. Op de laatste dag van het bizarre coronajaar 2020 hebben we afscheid van haar moeten nemen. Mijn zus en ik waren erbij toen de behandeling werd gestaakt.

Vandaag hebben we, noodgedwongen door alle maatregelen, in besloten kring met slechts 50 mensen afscheid van haar genomen. Hieronder het verhaal dat ik voor haar schreef en dat ik bij de uitvaart met een grote brok in mijn keel heb voorgelezen.

 

Mama

Je was er áltijd!

Als ik naar school moest smeerde je de boterhammen… die ik vervolgens op het aanrecht liet liggen terwijl ik, door jou nagezwaaid, het paadje uit fietste. Als ik uit school kwam met wéér een onvoldoende voor Frans, dan zat jij klaar met een kop thee en een Mariakoekje. Eindeloos zat je me ‘achter de vodden aan’ om mijn huiswerk eens te gaan maken. Als ik met heimwee opgehaald wilde worden van het welpenkamp, dan kwam jij me redden. Je ging met me naar de EHBO toen ik op schoolreis mijn duim had gebroken of die keer dat ik op een kopspeld was gaan staan en die was afgebroken in mijn voet. Als een vriendinnetje het had uitgemaakt, dan luisterde je en vertelde me troostend dat ik dáár de oorlog toch nooit mee zou winnen.

Ik kon dag en nacht bellen met een gekke vraag of een dilemma en dat deed ik ook. Een paar keer per week. Meestal vanuit de auto. Gewoon om even je stem te horen en om te checken of er nog nieuws was in Geleen. Meestal was alles dan… ‘rustig’. 

Bij twijfel kon ik altijd even overleggen met mijn moedertje. Laatst nog, toen je al in het ziekenhuis lag, en ik wilde weten hoe je een blok oase in een ronde bak moet doen en hoe nat je zoiets hoort maken, voor er een kerststukje in geprikt kan worden. Regelmatig liet ik je even een stukje lezen. Dat kreeg ik dan per omgaande terug met een paar taalkundige tips en verder vooral complimenten.

Moedertje, je was eigenlijk te lief voor mij. Daar maakte ik dankbaar gebruik van in de tijd dat jij mijn kleding nog moest afrekenen bij Matchpoint op de Rijksweg. Als ik niet kon kiezen, dan verlieten we de winkel met twee dure O’Neill-truien in de tas.

Jij had áltijd alle begrip. Steunde mij door dik en dun. Zelfs als ik iets heel stoms gedaan had of eigenwijs was, stond je nog achter me. Als je het ergens niet mee eens was, dan zei je dat heus wel, maar misschien niet gelijk. Meestal precies op het juiste moment en met de juiste toon. Eerst de lieve vrede bewaren. Iedereen in zijn of haar waarde laten. En je kon echt wel eens boos of hevig teleurgesteld zijn, maar nooit lang. 

Om de gevleugelde woorden ‘Ik kan ook lachend slaan!’ hebben we vaak gelachen, omdat er niks van klopte. Ja, je hebt me wel eens een draai om de oren gegeven, maar dat was uit pure frustratie. Ik sloop om vier uur ’s ochtends, in dronken toestand, het huis binnen en jij zat al urenlang ongerust in de stoel op mij te wachten. Dat was lang voordat iedereen een mobiele telefoon had. Ik kan me overigens helemaal niks van dat moment herinneren, behalve dat jij me dit verhaal heel wat keren hebt ingepeperd. 

Je was niet alleen 48 jaar lang mijn Gouden Gids, maar ook een steun en toeverlaat voor vele anderen. Natuurlijk voor papa en voor Karin, maar iedereen die bij jou aanklopte kon rekenen op een luisterend oor. De deur stond altijd open. Even iemand helpen was nooit een probleem. Jarenlang verzorgde je met de buurvrouw, op vrijdagmorgen, de bloemen in de kerk. Je zat in het kerkbestuur, hielp op school of bij de kindercarnaval en verkocht boeken op de Jandaiamarkt. Als iemand een carnavalspekske moest hebben of een gat in zijn jas had, dan kroop jij met liefde achter het ‘naaiertje’. 

Doedoe kreeg van jou een perfecte facelift, nadat de knuffel een keer in de fik had gestaan. Het favoriete beertje van Art kreeg er natuurlijk een schattig truitje en een slaapzakje bij.

 

Mama, ik hoef je niet meer te vertellen hoeveel ik van je houd. Dat heb ik gelukkig allang en heel vaak gedaan. De afgelopen zomer hebben we het in de tuin nog uitgebreid gehad over hoe goed we het met elkaar hadden. Dat we elkaar altijd begrepen en dat we zo’n fijne familie vormen. 

Je weet dat papa, Karin en ik goed op elkaar zullen letten, dat Christel en Paul achter ons staan en dat het met Jasper, Ruben, Art en Imme helemaal goed komt. De fundamenten zijn stevig, al lang geleden gelegd en goed onderhouden. Maar dat wil niet zeggen dat we het zonder jou kunnen. We hebben je hulp nodig. Nu en in de toekomst. Ik blijf je gewoon om raad vragen en weet heel zeker dat je er áltijd zal zijn. In mijn hart, in mijn hoofd, in papa, Karin en in onze gezinnen. 

We nemen nu afscheid, maar je gaat nooit weg.








vrijdag 25 december 2020

Point of View - afscheid van een column


Tussen maart 2012 en december 2020 schreef ik in totaal 81 columns voor Broadcast Magazine. Een blik op Omroepland door de ogen van een cameraman. Daarom heeft die reeks de toepasselijke naam ‘Point of View’gekregen. Naast alle schrijfsels op dit weblog deed ik elke maand extra hard mijn best op de 600 woorden die ik mocht aanleveren voor dit mooie mediavakblad. Heel wat onderwerpen zijn in 9 jaar de revue gepasseerd. 

Nu houdt het op. Een maand of twee geleden ben ik gebeld door Jeroen, de altijd vriendelijke eindredacteur van het blad, met de mededeling dat ze hadden besloten om iets nieuws op die plek te gaan doen. Ik vind dat ongelofelijk jammer, want ik was apetrots op mijn vaste plekje in dit prachtige en zeer gewaardeerde blad. Aan de andere kant begrijp het ook. Niet alles kan blijven zoals het is. Ik vond het zelf ook wel lastig om wat onderwerpkeuze betreft niet in herhaling te vallen.

Deze maand is mijn laatste column in Broadcast Magazine verschenen. Het betreft een duidelijke, persoonlijke en heel principiële mening over ‘enhanced audio’ bij voetbalwedstijden. Ik heb er bewust voor gekozen om geen afscheidsspeech te schrijven of een emotionele terugblik, omdat de lezer van het blad daar volgens mij geen boodschap aan heeft. Maar deze weblog gaat over mij en over mijn avonturen. Hier mag ik natuurlijk wel terugblikken en afscheid nemen van mijn dierbare column.

Ik heb me voorgenomen om de komende weken een aantal oude columns af te stoffen en deze opnieuw op mijn blog te plaatsen. Voor de liefhebber en vooral voor mezelf. Het is leuk om al die schrijfsels nog eens terug te lezen. Sommige columns zijn inmiddels gedateerd, maar andere zeker niet. De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar altijd gerelateerd aan de omroepwereld. Hoewel sommige mensen de begrippen ‘kritisch’ en ‘zuur’ wel eens door elkaar halen of vinden dat ik teveel zeur, ben ik zelf van mening dat de meeste stukken die ik geschreven heb buitengewoon positief zijn en vooral de liefde voor het vak ademen. De columns waarin ik een uitgesproken mening geef, over zaken die beter kunnen, blijven misschien langer hangen dan blijmoedige anekdotes, schouderklopjes en succesverhalen. Toch ben ik over het algemeen vooral een blije en trotse cameraman, gezegend met fijne professionals waarmee ik mag samenwerken, in een wereld vol avontuur, spanning en sensatie. 

Ik blijf schrijven. Dit weblog blijft bestaan. Of ik in het nieuwe jaar ook iets heel anders ga schrijven, dat weet ik niet. Daar denk ik nog even over na. Ooit moet er toch nog eens een roman komen of een boek over de tv wereld. Misschien ga ik meer interviews maken of reportages schrijven, want ook de deur naar BM blijft gewoon open. Tips en suggesties zijn welkom. En als jij nog een columnist zoekt, dan wil ik altijd met je meedenken.






 


dinsdag 22 december 2020

enhanced audio

De sfeer in voetbalstadions is in deze malle tijd ver te zoeken, omdat er geen of nauwelijks nog publiek aanwezig mag zijn bij wedstrijden. Als je de supporters niet meer hoort, merk je pas hoeveel hun geluid toevoegt aan samenvattingen en live-uitzendingen. Het wordt namelijk pas echt spannend als je de emotie vanaf volle tribunes kan voelen. De beleving van een wedstrijd. Ook oorverdovende stilte kan heel bijzonder zijn, zoals in de halve finale van de Champions League op 8 mei 2019, toen Lucas Moura van de Spurs in de allerlaatste minuut de 2-3 maakte en de hele Johan Cruijff Arena opeens vol ongeloof naar adem hapte. 

Maar nu hoor je de hartstocht van voetballiefhebbers helaas niet meer in de stadions. Alleen nog het schoppen tegen de bal, het schreeuwen van spelers onderling en soms de aanwijzingen van een trainer langs de kant van het veld. Daar knappen de meeste wedstrijden niet van op en dus de tv registraties ook niet.

Daarom is besloten om oude stadiongeluiden toe te voegen aan de uitzendingen van voetbal op tv. Enhanced audionoemen ze dat. In Duitsland zijn ze er mee begonnen en zij hebben het meteen gründlich aangepakt. Naar verluidt met de hulp van professionele sounddesigners uit de filmwereld. Uit onderzoeken bleek dat de gemiddelde kijker dit gerecyclede stadiongeluid als prettig ervaart. Dus volgden al snel andere landen, waaronder Nederland. 

Ook hier wordt serieus werk gemaakt van de toegevoegde publieksgeluiden bij voetbalregistraties op televisie. Dat is nog niet eenvoudig. Een geluidsregisseur moet goed weten welke ‘oehs’ en ‘aahs’ hij in de samplemachine stopt en op welk moment hij ze er weer uit moet toveren. Het moet realistisch klinken, dus is het cruciaal dat diegene de wedstrijd aanvoelt. Als hij te laat reageert is het gelijk potsierlijk. Verkeerde keuzes zullen de kijker opvallen en gaan al snel irriteren. Fluitconcerten en spreekkoren zijn natuurlijk uit den boze. Het geluid van uitpubliek moet stiller klinken dan dat van thuispubliek, behalve als de uitspelende club scoort. 

De resultaten zijn verbluffend goed. Het is ongelofelijk knap wat ze allemaal kunnen en het klinkt in de meeste gevallen buitengewoon geloofwaardig. Toch kan ik persoonlijk niet wennen aan het enhanced audio. Het is niet echt en het past niet bij deze gekke tijd. We leven in 2020 en alles is nu anders. Het is de realiteit dat er geen sfeer en dus weinig geluid te horen is in de stadions. Als je publieksgejoel toch aan een uitzending toevoegt, dan doe je de werkelijkheid geweld aan. Het slaat nergens op en het zegt niks. Het is nepgeluid. 

Waar trek je de grens als commerciele belangen een steeds grotere rol spelen? Krijgen we binnenkort ook enhanced publiek op de lege tribunes, enhanced analyses van deskundigen naar keuze en enhanced virtualreality-doelpunten als er onverhoopt niet gescoord wordt? 

Een goed wedstrijdverslag is in mijn ogen nog altijd een journalistiek product. Het moet een objectieve weergave zijn van wat er daadwerkelijk op en rond een voetbalveld gebeurt… en niks meer.

 

Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine en is gepubliceerd in het decembernummer van hét mediavakblad van Nederland. Het is de 81e en tevens de laatste column die ik schreef in de reeks Point of View. 





zaterdag 19 december 2020

regie

 

Benny belde. De regisseur was ziek. Ze hadden hun hele freelancebestand al gebeld en niemand was op korte termijn beschikbaar. Of ik het niet wilde doen. Een vervangende cameraman was wellicht eenvoudiger te vinden dan een regisseur.

Dat was op donderdagavond, tijdens het koken. Zelf heb ik er nog een paar berichten tegenaan gegooid, maar het bleek niet eenvoudig om een geschikte kandidaat te vinden. Ondertussen leek het mij een geweldige kans, en een passend slot van een jaar waarin ik veelvuldig buiten mijn comfortzone moest opereren. Ik besloot de uitdaging aan te gaan. 

Wat had ik te verliezen?

Het betrof een kerstconcert van de Limburgse zangeres Renée van Wegberg met een bigband, op zaterdag, in het theater van Sittard. Geen tijd meer om ergens over na te denken of om me druk te maken. Ik had zes bemande camera’s tot mijn beschikking. Een heuse regiewagen, een audiowagen, een paar assistenten, een zeer bekwame belichter, een schakeltechnicus, een beeldtechnicus, de beste producer van het zuiden en achter me zat een opdrachtgever die mij het vertrouwen gaf en vol overgave de rol van mental coach op zich nam. 

Wat kon er mis gaan?

Zelf heb ik altijd ideeën over hoe iets in beeld gebracht kan worden. Of ik nou naar een programma kijk of er aan mee mag werken, er zijn altijd zaken waar ik een mening over heb. Normaal gesproken is het goed bedoeld en opbouwend, maar ik kan ook wel eens kritisch zijn. Nu ik zelf op de stoel van de regisseur plaats nam, voelde ik opeens dat de lat wel heel erg hoog lag. Zelf daarboven neergelegd. Ik mocht natuurlijk niet verzaken en had voortdurend in gedachten dat alle regisseurs, die ik altijd gevraagd en vooral ongevraagd voorzie van goedbedoelde adviezen, nu met extra aandacht naar mijn broddelwerkje zouden kijken. 

Wat had ik mezelf aangedaan?

Het uitdragen van mijn visie was geen enkel probleem. Dat kan ik. In de opbouwfase hakte ik voortvarend knopen, motiveerde ik de ploeg en sprak bevlogen met de artiesten. Ik voelde mezelf heel erg de regisseur. Ik schoof met camera’s, verdeelde de taken en legde uit waar ik naartoe wilde. Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Alleen toen begon de doorloop… Noem het maar gelijk een generale repetitie. Voor ons was het nog de fase van ‘plaatjes kijken’, lichtstanden doornemen, soundchecken en een stukje teambuilding, maar de band en artiesten hadden alles al tot in de puntjes gerepeteerd. Die konden gelijk gas geven en het tijdschema vroeg daar ook om. 

We repeteerden zoveel mogelijk, maar de kans om dingen nog eens te doen was er niet echt. Ik wilde graag alle nummers zien en probeerde krampachtig grip te krijgen op de situatie. Het ging me allemaal veel te snel en ondanks het feit dat ik de meeste nummers wel kende, zat ik er met mijn overgangen voortdurend naast. We schakelden van een trompettist die net gestopt was met blazen, naar de drummer vlak ná zijn break en van een niet zingende zangeres naar de totaalcamera die op dat moment een kleine correctie maakte. Dit was toch even andere koek dan het registreren van een carnavalsoptocht met vier camera’s, waarbij in principe altijd alles raak is. Bij zo’n bigband moet je eigenlijk een partituurlezer hebben of een dijk van een regieassistente die precies heeft uitgeschreven wie wanneer speelt. Ervaring en vlieguren in de regiewagen, dat helpt ook. 

Maar je moet ook ergens beginnen.

Als na de repetitie iemand tegen me gezegd had dat ik naar huis mocht gaan, dan had ik dat waarschijnlijk als een enorme opluchting ervaren. Ik was nog net niet suïcidaal en stond weer met beide voetjes op de grond. Ik realiseerde me opeens hoe ongelofelijk irritant het is wanneer iedereen, na afloop van zo’n stroef verlopen repetitie, met goedbedoelde adviezen op je af stormt. Iets wat ik als cameraman ook heel vaak doe, maar ik wist zelf op dat moment precies waar het aan schortte. Het is ook dat ik geen haar heb, anders had ik er met mijn handen in gezeten.

Maar er was geen weg terug. Ik moest met beide billetjes bloot. Na het diner begon het concert en van mij werd verwacht dat ik positief bleef en keuzes maakte in rap tempo. Liefst een beetje in de maat, in logische volgorde en ook nog zo tijdig aangekondigd dat cameramensen en schakeltechnicus wisten waar ze aan toe waren. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo nerveus was.

Maar het treintje ging rijden. Ik werd enorm geholpen door de cameramensen en gered door de schakeltechnicus. De opdrachtgever ontpopte zich als verdienstelijk regieassistent. Het zal geen Emmy opleveren en ook geen Rose d’Or, maar we overleefden de opname van de eerste nummers. Na het gespartel in de middag, had ik nu opeens het gevoel dat we gewoon aan het zwemmen waren. Dat gaf de burger moed. Ik sloeg de schakeltechnicus zo hard op de bovenarm dat hij er een blauwe plek aan overgehouden moet hebben, maar ik was dan ook opgelucht. We waren los.

De avond ging veel sneller voorbij dan me lief was. We kwamen steeds beter in de flow. Ik kreeg er heel veel plezier in. En ik had het gevoel dat we echt wel een voldoende scoorden, zeker als een goede editor er achteraf nog even zijn plasje overheen zou doen.

 

Dit was dus allemaal een week geleden. Gisterenavond is het programma uitgezonden bij L1. Dit weekend wordt het nog een paar keer herhaald. Vol spanning heb ik het teruggekeken. Het is een mooi debuut voor mij als regisseur van een muziekprogramma en zeker iets om trots op te zijn. Natuurlijk zie ik ook gelijk een miljoen verbeterpuntjes, maar ik heb het gered. De opdrachtgever is tevreden en ik ben dat zeker. Het was een super leerzame ervaring. Het heeft me een uniek inzicht gegeven, waar ik ook weer een betere cameraman van wordt. Maar het was vooral een kans met een gouden randje. Een dag om nooit, maar dan ook nooit meer te vergeten.





dinsdag 8 december 2020

koprol


Elke tak van sport heeft zo zijn eigen specifieke cameraopstelling. Daar kan de regisseur wel een beetje mee spelen en al naar gelang het budget kan je zo’n cameraplan uitbreiden of juist inkrimpen, maar de basis ligt per sport min of meer vast. Als je bij voetbal besluit om de belangrijkste overzichtscamera, net als bij tennis, aan de korte zijde van het veld te plaatsen, dan zal dat leiden tot grote verwarring bij de kijker. 

Bij zwemwedstrijden leggen ze voor een goede registratie een lange rails langs het bad, waar een karretje (dolly) met de meest cruciale camera op komt. Die camera rijdt met de voorste zwemmers mee en kan zo de race het beste in beeld brengen. 

Dat klinkt simpeler dan het is. Om te beginnen moet de rails kaarsrecht liggen en absoluut waterpas, want anders gaat de dolly slingeren of stuiteren en dat zie je gelijk in beeld. Vervolgens heb je een sterkte, fitte kerel nodig die de dolly duwt of trekt. Het zal bij de Olympische Spelen vast met peperdure  elektronische hulpmiddelen gedaan worden, maar er gaat niks boven het gevoel en inzicht van een goede gripper. De bediening van de camera is vervolgens het eenvoudigste klusje. Zeker als de cameraman in kwestie ook nog eens de beschikking heeft over een gestabiliseerde lens, die de ergste trillingen opvangt. 

Afgelopen weekend had ik het genoegen om plaats te mogen nemen op de dolly bij het Olympisch Kwalificatie Toernooi in Rotterdam. De super sympathieke en zeer behulpzame Aike Bierema van Egripment was de dollyduwer van dienst en ik had natuurlijk gelijk medelijden met de man. Er zijn immers lichtere cameramensen. 

We begonnen zaterdagmiddag met de 800 meter vrije slag. Zestien keer heen en weer. Zo kregen ook Aike en ik gelijk de slag te pakken, want het is echt een samenspel tussen de cameraman en degene die het tempo bepaalt. Je moet precies op de lijn van de voorste zwemmer zitten of soms net iets er voor. Aan het eind van de baan moet je geleidelijk afremmen en weer gas geven als je de andere kant op gaat. Bij het keerpunt zetten de zwemmers zich onderwater af tegen de kant en daarmee versnellen ze even hun tempo. 

Het was rock ’n roll. Aike en ik hadden regelmatig oogcontact. Met die mondkapjes van tegenwoordig moet je extra je best doen om uit te stralen dat je tevreden bent, maar ik kon aan hem in ieder geval zien dat hij er lol in had. Zo hebben we zaterdag en zondag aardig wat ritjes gemaakt. Telkens was het tempo verschillend, want tijdens de finales van verschillende disciplines gaat het soms harder en soms zachter. De 400 meter wisselslag is wat dat betreft een enorme instinker. 

Een van de laatste races was de 50 meter vrije slag voor heren. De start was in dit geval aan de andere zijde van het bad. Daarom vroeg de regisseur of ik een paar extra voorstelshots van de belangrijkste deelnemers wilde maken. Mijn laatste medium zat vlak tegen de start aan en dat maakte het voor Aike lastig om soepel aan te zetten. Het was bovendien een super snelle race, dus moest hij sowieso aan de bak. Dat deed hij dan ook, maar onfortuinlijk kwam hij met zijn voet tegen de kabelgeleider van de dolly, waardoor hij uit balans raakte en… struikelde.

Waarschijnlijk zag het er van een afstandje behoorlijk knullig uit, maar vanuit mijn ooghoek ging het allemaal zo snel dat het meer weg had van een soort kung fu sprong. Hij viel, rolde op zijn zij en sprong weer overeind, alsof het een ingestudeerde Cirque du Soleil artiest was. Ondertussen rolde mijn dolly verder en werd mijn camera gewoon geschakeld alsof er niets aan de hand was. Heel langzaam minderde ik vaart en werd ik voorbij gezwommen door de kop van de wedstrijd. Vol adrenaline rende Aike achter me aan, greep de trekstang, moest een kleine inhaalbeweging maken en toen waren we weer gewoon back in business. Ik heb het later aan de regisseur en de schakeltechnicus gevraagd, maar er is hun helemaal niks opgevallen. Ze hadden het nieteens in de gaten! Doe dat maar eens na met een elektronisch karretje dat even een error krijgt of ergens tegenaan botst…

Na afloop heb ik natuurlijk gelijk gekeken of er niks beschadigd was aan de dolly. En gevraagd of Aike zich bezeerd had. Dat was gelukkig niet het geval. Ook een dag later had hij geen last van spierpijn. Het was wel de koprol van zijn leven. Als ik Aike over 50 jaar tegenkom in een of ander bejaardenhuis, dan herinner ik me dit moment nog. Wat een held!

 

 


woensdag 2 december 2020

evoluon

Een korte broek, maar heus niet van spijkerstof. Misschien was het wel badstof. Leren schoenen van de Bata, sokken hoog opgetrokken en de pony een tikkeltje scheef geknipt. Daar sta je dan. Tien jaar en voor het eerst in het Evoluon. 

Ik kan me flarden van die dag nog zo voor de geest halen. Oma Hettinga was mee. Dit uitstapje had ik, als ik het me goed herinner, van haar voor mijn tiende verjaardag gekregen. En in haar tas zaten altijd van die lekkere Chocotoff’s, waar je je tanden op stuk kon bijten. Of Wycam’s Borstbollen uit een blikje. Of op zijn minst een rolletje King pepermunt.

In die tijd was de Ufo in Eindhoven nog een educatief technologiemuseum, zwaar gesponsord door Electronicaconcern Philips. Hier kon je de vooruitgang bewonderen en een voorproefje krijgen van de wondere wereld in de toekomst. Je mocht er zelf demonstratiemodellen bedienen en kon experimentjes doen. Dat was in die tijd nog uniek en hyper modern voor een museum. 

Bij de tentoonstelling van 1982 stonden de nieuwste P2000 homecomputers. Ik geloof dat ik er voor het eerst Viditel heb gezien en iets van de compact disk. Maar het was mij vooral te doen om de televisiecamera. Toen al. Voor zover ik me kan herinneren stond er eentje opgesteld in de hoek van de telecommunicatie. Zo’n hele grote. De LDK6, denk ik. Die was toen state-of-art en daar mocht je niet aan komen.

Ik weet niet waar de fascinatie precies vandaan komt, maar ik vind camera’s nog steeds geweldig. Ondanks het feit dat ik er bijna elke dag wel eentje in mijn handen heb, blijven het magische apparaten. Inmiddels dus meer dan 38 jaar. Een tante vertelde onlangs nog dat ik zelfs ooit tegen mijn opa gezegd heb dat ik cameraman wilde worden en dan in de Tour de France achterop zo’n televisiemotor zou zitten. Dat is bijzonder, omdat mijn opa is overleden toen ik vijf was. 

De vorige week moest ik voor werk in het Evoluon zijn. Iets met een livestream voor DSM. Er kwam die middag een hoop bij elkaar en ik moest denken aan de foto uit het album van 1982. Mijn vader heeft hem opgezocht en onder de scanner gelegd. Anja heeft me geholpen om deze foto even na te maken.

Ik vind dat mooi. Zo zie je dat er in 38 jaar bijna niets is veranderd... aan buitenkant van het Evoluon. 







dinsdag 24 november 2020

Het gezagsverhoudingsmonster leeft! (ZZP/DBA update nummer zoveel)

 

Het is deze week precies vier jaar geleden dat Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën, na een reeks van protesten, bekend maakte dat de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties zou worden opgeschort. Een nieuw kabinet moest na de verkiezingen maar een alternatief verzinnen voor deze omstreden wet, die de aansprakelijkheid voor schijnzelfstandigheid van zelfstandigen moest verschuiven van de ZZP’er naar zijn of haar opdrachtgever. 

Inmiddels zijn we een hele kabinetsperiode verder. Eerst was het wachten op een verse minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en een nieuwe staatssecretaris van Financiën, maar toen Wouter Koolmees en Menno Snel eindelijk op hun post zaten gingen ze voortvarend van start. Zij kwamen alleen al vrij snel tot de conclusie dat de ZZP-wetgeving een hoofdpijndossier is. Vervolgens is er vier jaar lang vooral gesproken met belanghebbenden. Plannen met betrekking tot een minimumtarief voor de slechtst betaalde en een zelfstandigenverklaring voor de best betaalde ZZP’ers zijn gepresenteerd en weer van tafel geveegd. Het invoeren van een verplichte Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor alle ZZP’ers, waarover in het pensioenakkoord afspraken zijn gemaakt met de vakbonden, schiet niet op. Uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst en het UWV kunnen deze extra taak er helemaal niet bij hebben. De commissie Regulering van Werk is in het leven geroepen, maar de bevindingen van de commissie Borstlap hebben tot nu toe alleen maar geleid tot nieuwe discussies. 

Het wil in Den Haag maar niet lukken om een list te verzinnen, waarmee ze kwaadwillende opdrachtgevers en schijnzelfstandigheid kunnen aanpakken. Op de een of andere manier is het niet mogelijk om de arbeidswet, die nog stamt uit 1907, aan te passen. Er is nog steeds geen goede definitie van wat een echte ZZP’er eigenlijk is, laat staan wat er van hem of haar verwacht wordt. 

Er wordt vooral gekeken naar de rol van de opdrachtgever en in het huidige politieke klimaat denken de meeste partijen veel te negatief over ZZP’ers. De grote groep mensen die er bewust voor kiest om zelfstandig ondernemer te zijn wordt daarbij vaak over het hoofd gezien. De positie van professionals die graag eigen keuzes willen maken en hun kennis delen met verschillende opdrachtgevers blijft onzeker door alle besluiteloosheid en het vast houden aan denkbeelden uit de vorige eeuw. 

Als de verouderde regelgeving niet wordt aangepast en de Belastingdienst in de loop van 2021 toch weer gaat handhaven zijn we terug bij af en zal dat onherroepelijk leiden tot dezelfde chaos die we ook al hadden in 2016, ten tijde van de Wet DBA. De spelregels zijn immers helemaal niet aangepast. Het ‘gezagsverhoudingsmonster’ is niet getemd. Die zit gewoon in zijn hok te wachten tot hij weer wordt losgelaten.

De regering heeft al haar hoop nu gevestigd op een simpele webmodule. Daar is een paar jaar aan gewerkt en als het goed is kan deze vanaf 11 januari worden getest. Het idee is dat een opdrachtgever een digitale vragenlijst gaat invullen om zekerheid te krijgen over de vraag of een freelancer een bepaalde opdracht wel of niet mag uitvoeren. Die vragenlijst is echter gemaakt op basis van onveranderde wetgeving en dus is de uitslag in de meeste gevallen dezelfde als in de tijd van de wet DBA. Je mag een freelancer niet inhuren om hetzelfde werk te doen als mensen die ook in vaste dienst zijn. Ook de gezagsverhouding blijft een struikelblok.

Een paar maanden geleden heb ik voor verschillende opdrachten die ik doe een eerste testversie van die webmodule ingevuld. Dan moet ik me verplaatsen in de rol van opdrachtgever, want als ZZP’er hoef ik zelf deze webmodule niet in te vullen. Als ik het heel eerlijk deed, dan kwam ik bij een deel van mijn opdrachten gelijk in de knoei. En ik ben niet de enige. Uit de eerste proef met dit internetformulier onder 84 bedrijven, bleek in de helft van de gevallen dat zij (volgens deze test) onterecht ZZP’ers inhuren. Vervolgens gaven verschillende experts totaal verschillende oordelen over de aard van deze arbeidsrelaties. Kortom: zo lang je niets doet aan het fundament, zal het huis blijven wankelen.

 

We moeten de verantwoordelijkheid voor goed ondernemerschap terug leggen bij de ZZP’er zelf. Die is aansprakelijk voor zijn of haar eigen bedrijf en moet ook goed voorgelicht worden over de lasten en lusten van het ondernemerschap. Eis dat ze elk jaar minstens drie of meer verschillende opdrachtgevers hebben, niet meer dan 60 procent voor 1 opdrachtgever in een jaar werken, dat ze een website hebben en aan acquisitie doen, hun eigen pensioen op de een of andere manier veilig stellen, dat ze beschikken over een goede buffer of verzekering voor arbeidsongeschiktheid en zorg dat ze allemaal een deugdelijke bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering hebben. Als je dat doet, dan is schijnzelfstandigheid geen optie meer, want pizzabezorgers en postbestellers kunnen dat helemaal niet betalen. Laat de ZZP’er elk jaar een online vragenlijst invullen, die je steekproefsgewijs controleert en geef alleen aan freelancers die aan deze afspraken voldoen een soort zelfstandigen verklaring, dan hoef je hun opdrachtgevers nergens mee lastig te vallen en is het probleem opgelost. 

Geef gewoon toe dat de VAR in de basis zo gek nog niet was.








 

 

zaterdag 24 oktober 2020

livestream

Dit weekend staat mijn 80e column uit de reeks ‘Point of View’ in BM, hét mediavakblad van Nederland. De titel is deze maand: ‘livestream’: 

                 

‘Livestream’ is het toverwoord dat onze branche door de coronacrisis sleept. Gelijk al in maart hebben veel partijen zich gestort op webcasting en andere vormen van online communicatie met behulp van audio en video. We zijn er inmiddels zo druk mee dat ze zich in Hilversum af en toe al achter de oren krabben, omdat er opeens een tekort is aan goede technici en operators. 

Het schijnt dat er zoveel regiesetjes zijn gebouwd, dat firma’s als Black Magic en Panasonic de vraag naar (remote)camera’s en randapparatuur niet meer aankunnen. We streamen ons suf voor bedrijven, scholen, universiteiten, kerken, muzikanten, kunst- en cultuurinstellingen of evenementen die hun publiek nu niet op een normale manier kunnen bereiken. 

Zelf heb ik inmiddels ook ontdekt dat er nog een hele wereld buiten Omroepland is. Wie zich een beetje wil aanpassen kan daar veel plezier beleven. Je moet nieuwe opdrachtgevers soms een beetje helpen, want zij kunnen nog niet altijd inschatten wat er komt kijken bij het produceren van een afwisselende talkshow, een flitsende online productpresentatie, de registratie van een evenement of een boeiend webinar voor het personeel. 

Zolang je out-of-the-box denkt en zoekt naar creatieve oplossingen, kom je tot verbluffende resultaten. Het is grappig om te zien hoe er nu, deels ook onder druk, slimme constructies worden bedacht. Met een kleinere crew en goedkopere middelen draaien we producties, waarvan we een paar maanden geleden nog riepen dat het onmogelijk was. 

Zelf ben ik op het moment druk met zeven livestreams van klassieke concerten die philharmonie zuidnederland ten tonele brengt. Het kwam op mijn pad, nadat iemand gezien had dat ik een schoolmusical aan het streamen was. Nu heb ik naast camerawerk ook opeens de rol van livestreamproducer. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Sinds maart heb ik deze Pippi Langkoushouding noodgedwongen aangenomen, maar het levert een hoop nieuwe inzichten op. Het is een uitdaging om met beperkte middelen en nieuwe werkwijzen toch een professioneel product aan te bieden. Zo was ik bijvoorbeeld altijd wars van remote camera’s, tot ik dit voorjaar ontdekte dat met deze apparaten projecten te realiseren zijn, waar in het verleden geen budget voor was. Het komt dus niet in de plaats van onze meer traditionele manier van werken, maar het biedt juist mogelijkheden en interessante perspectieven. 

Daarbij heb je altijd weer vakmensen nodig om te komen tot resultaten om trots op te zijn. Dus levert het werk op. Niet alleen voor handige jongens en meisjes, maar ook voor ervaren professionals en specialisten die weten hoe je met een klant om moet gaan en hoe je verwachtingen moet managen. 

Een vaccin zal straks niet alleen het coronavirus bestrijden, maar ook voor een deel de pandemie van livestreams waar we momenteel midden in zitten. Toch is dit fenomeen niet voor iedereen in de AV sector een tijdelijke bezigheidstherapie. De betere webinars, livestreams en andere vormen van webcast behouden ook na het coronatijdperk hun bestaansrecht.





zondag 18 oktober 2020

niemand in de zaal...

 

In de spiegel van de lift zie ik mezelf. Daar sta ik met mijn productiekratje vol water, fris en lekkers. Een harde schijf om het materiaal op te slaan, uitrijkaarten en een dikke map vol printjes van belangrijke mailuitwisselingen. Ik lijk op een producer of projectmanager. Oh, wacht even… Dat bén ik ook. Vandaag in ieder geval wel. 

 

Dit verhaal begint eigenlijk bij één WhatsApp-bericht. Verzonden op vrijdag 13 maart om 17:44 uur, door Jan Miltenburg. Het was helemaal aan het begin van de coronacrisis. Mijn agenda was net leeggeveegd, als gevolg van de eerste coronamaatregelen en daarover had ik een blog geschreven met de ondertitel “Dagboek van een werkloze ZZP’er”. 

Jan stuurde heel snel daarna:

 

Hoi Jan Rein, las net je blog. Heb je volgende week tijd voor koffie?

 

Ik reageerde een paar minuten later en schreef dat ik álle tijd had. We maakten een afspraak. Het is  grappig om te zien wat er allemaal is gebeurd, naar aanleiding van dat ene bericht. Oorzaak en gevolg.

We dronken koffie, spraken over de markt die mij als ZZP’er op dat moment even niet nodig had en we concludeerden dat stil zitten geen optie is. In eerste instantie brainstormden we over het streamen van begrafenissen. Dat leek mij geen prettige business, maar wel goede handel op dat moment. 

Jan is gespecialiseerd in het bedenken van slimme technische oplossingen en liet mij kennis maken met de op afstand bestuurbare camera. Dat vond ik eigenlijk niks, maar nu stond ik opeens overal voor open. En Jan maakte mij zelfs enthousiast. Desondanks wist ik een paar dagen later al dat mijn begrafenissenplan heel goed, maar nog te duur was. Niet getreurd. Jan en ik hadden leuk contact en bedachten samen een plan om schoolmusicals te gaan filmen. Ook dat werd geen groot succes. Welgeteld twee schoolmusicals heb ik uiteindelijk geregistreerd en gestreamd, nadat ik van ongeveer vijftig scholen te horen had gekregen dat mijn idee briljant was, maar het prijskaartje te hoog.

Op mijn blog schreef ik over remote camera’s en mijn avonturen met betrekking tot het registreren van schoolmusicals. Dat leidde er weer toe dat Jo Smeets, een goede geluidsman die ik al jaren ken van mijn werk bij de regionale zender L1, mij belde met het verzoek om eens mee te denken over livestreams voor zijn opdrachtgever philharmonie zuidnederland.  

 

En daar sta ik dan. Met dat productiekratje voor mijn buik, in de lift van het Muziekgebouw in Eindhoven. Het is voor mij een nieuwe rol, maar ik denk dat ik het wel kan. Het team, dat hier vandaag aan het werk is voor de livestream van philharmonie zuidnederland, heb ik samengesteld. Ik heb mogen bedenken dat we deze klassieke concerten het beste met negen camera’s kunnen registreren en ik heb uiteraard besloten dat Miltenburg AV uit Maarssen bij deze productie mijn technische partner-in-crime moest zijn. De begroting, een offerte en de balans staan op mijn laptop.

De eerste keer, drie weken geleden, vond ik het super spannend om de spin in het web te zijn bij zo’n groot project. Nu ben ik een stuk rustiger. Het resultaat van onze eerste twee concertregistraties heeft mijzelf positief verrast. Ik heb gezien hoe ongelofelijk goed de mensen zijn die ik om me heen heb en de afgelopen weken ben ik druk geweest met alle verbeterpuntjes die we nog hadden. De tijdsplanning is beter, iedereen weet inmiddels precies wat er van hem of haar verwacht wordt en we hebben op punten nóg betere apparatuur. 

Ik ben trots.

Vandaag staat alweer het derde concert op het programma. Dit wordt een heel bijzondere dag. Door de nieuwe coronamaatregelen kan er vanmiddag helaas geen publiek aanwezig zijn. Dat is natuurlijk heel verdrietig en voor zo’n groot orkest is het behoorlijk rampzalig dat ze nu niet kunnen optreden voor volle zalen, maar ze zijn gelukkig niet te stoppen. We maken met philharmonie zuidnederland een unieke livestream. Er is straks niemand in de zaal, behalve het orkest. Zelfs de belichter, de moderator en de laatste bemande camera halen we weg. Op het podium zitten maximaal dertig orkestleden, allemaal op minimaal anderhalve meter van elkaar. Zij geven om 16.00 uur een concert, volledig coronaproof. Wij registreren het met negen remote camera’s, die vanuit een andere ruimte worden bestuurd. Het geluid wordt in stereo én in binaural kwaliteit opgenomen. Deze livestream is rechtstreeks te bekijken en te beluisteren via Classic.nl.

Ik weet zeker dat ik dit iedereen die van klassieke muziek houdt nu al warm kan aanbevelen. Aan het einde van deze zondagmiddag, waarop je toch niets veel anders kan doen, wijntje erbij en dan vanuit je eigen luie stoel een uurtje cultuur proeven. 





zondag 13 september 2020

Het Máxima

Het is voor sommige mensen misschien wel eens goed om een middag door de gangen van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie te lopen. Al na de eerste honderd meter zong ik een toontje lager. Op weg van de parkeergarage naar de centrale hal van het ziekenhuis passeerde ik een speelruimte voor broertjes en zusjes, de afdeling haarwensen en een stilteruimte. Er kwam een familie voorbij met een bleek kindje in een rolstoel. Kaal en met een slangetje in de neus. Bezorgde blikken. Het greep mij gelijk bij de strot. 

Ik kan me druk maken over dingen die, bij nader inzien, misschien toch niet zo belangrijk zijn. Natuurlijk mag iedereen zijn particuliere zorgen hebben en je moet niet altijd alles met het ergste vergelijken, maar ik stond daar vrij snel weer met beide beentjes op de grond. Zeker toen we voor ons filmpje een viertal kinderen spraken die lang in dat ziekenhuis hebben gelegen. Het leven is soms ongelofelijk pittig, oneerlijk en hard. Toch kan je uit die verhalen ook veel positiefs halen. Lessen over veerkracht of over het waarderen van kleine geluksmomenten. Er is zoveel te winnen met positiviteit, liefde en aandacht. In het Máxima is niks oppervlakkig, vluchtig of fake.

Ik zag intens verdriet en helaas lukt er een hele hoop niet in het Máxima, maar het is fantastisch om te zien hoe gezinnen daar op een mooie manier worden geholpen en dat kinderen er genezen van de meest vreselijke kankers. Het lijkt me heftig om op zo’n plek te werken, maar aan de andere kant zijn er niet veel banen die er meer toe doen. Over cruciale beroepen gesproken.

Het was alweer een tijdje geleden sinds ik voor het laatst met tranen in mijn ogen achter een camera had gestaan, maar in Het Máxima gebeurde het weer. Volledig coronaproof interviewden we een meisje van twaalf dat ons vertelde hoe bijzonder het was dat haar klas van een geweldige juf een uurtje vrij had gekregen om bij haar voor de deur liedjes te komen zingen, op een moment waarop zij zich slecht voelde. Toen ze zei wat dat met haar gedaan had hield ik het niet droog. Het kan soms zo simpel zijn. 

Aan het eind van de draaidag heb ik in mijn autootje de radio uitgezet. Ik had behoefte om even over het leven na te denken. Hoe gelukkig mag ik me prijzen met twee gezonde kinderen en een fantastische vrouw? Waar maak ik me druk over? 

In het Máxima zag ik weer eens dat het niet zo veel zin heeft om je energie te steken in bozigheid of opwinding over zaken waar je toch niks aan kan veranderen. Laten we liever zijn voor elkaar, ons vaker richten op het positieve om ons heen en niet zo zeer bezig zijn met al het negatieve.

 

Eerlijk gezegd hoop ik dat ik vaker in het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie welkom ben als cameraman. Zelfs als je daar komt om te filmen doet het er toe. Je treft er mooie mensen en je hoort er inspirerende verhalen. Het zet de boel weer even in perspectief. 




zondag 6 september 2020

zolderkamerberekeningen

                  

Onze zolder bestaat uit een fijne werkruimte met een uniek uitzicht en een deel ‘achter het schot’. Door middel van een klein deurtje kom je bij de bergruimte onder het schuine dak, waar in de loop der jaren een enorme hoop spullen terecht is gekomen. Zaken die niet meer nodig zijn voor dagelijks gebruik, maar te goed zijn om weg te gooien. Na de vakantie moest ik daar enige orde op zaken stellen, om onze kampeerspullen weer voor een jaar op te bergen. Tijdens het opruimen stuitte ik op een oude ordner waarop ‘DutchView’ stond. Even overwoog ik om deze goed gevulde map gelijk weg te kieperen, want ik ben al elf jaar uit dienst, maar toen klapte hij open.

Mijn oog viel op een offerte van CamCompany, gedateerd 19 november 2003. Het betrof een aanbieding voor een ENG programma met een cameraman, een geluidsman en een standaard cameraset op basis van Digital Betacam. Voor de cameraman rekenden we € 360,- per dag (10 uur uit- en thuis), voor de geluidsman € 296,- en voor de apparatuur maar liefst € 336,-. Dat was in een periode waarin het met dat bedrijf financieel niet voor de wind ging, dus die aanbieding zal scherp zijn geweest. Toch zullen deze bedragen velen in onze branche nog steeds heel vertrouwd in de oren klinken. 

Zeventien jaar later is dit nog steeds wat veel freelancers die via facilitaire bedrijven werken rekenen voor een dag. In zeventien jaar zijn de prijzen voor apparatuur alleen maar afgenomen en de tarieven voor camera- en geluidsmensen slechts een piepklein beetje gestegen. 

Nou ben ik geen econoom, maar met een beetje Googlen vond ik op internet een handige inflatiecalculator, die rekent op basis van de cijfers van het CBS. Daar voerde ik de prijs voor een cameraset uit 2003 in en kreeg met een simpele druk op de knop te lezen dat er nu € 441,65 op het prijskaartje zou mogen staan. Nu kan je stellen dat de apparatuur waarmee we tegenwoordig werken goedkoper in aanschaf is, maar een cameraman die in 2003 al € 360,- kostte zou nu € 473,- moeten factureren, tenminste als we al die jaren wel keurig rekening hadden gehouden met de inflatiecijfers. Verhoudingsgewijs houden we aan een dag hard werken dus veel minder over dan in 2003. Zelfs wanneer je rekent met tarieven tussen € 380,- en € 400,- per dag.

Ik weet dat we nu terecht zijn gekomen in een complexe crisis en dat we blij moeten zijn met elke dag werk die we kunnen pakken. Toch wil ik er op wijzen dat het dus geen verstandige optie is om de komende tijd te zakken met tarieven voor personeel. Wat je weggeeft krijg je er kennelijk niet zomaar bij als het straks weer beter gaat met onze economie. Om ook na deze crisis een enigszins gezonde branche over te houden moeten we nóg slimmer produceren, gaan voor kwaliteit en onze markt desnoods iets laten krimpen. Laten we er wel voor zorgen dat de vakmensen die overblijven genoeg verdienen, zodat zij ook de komende zomer hun campingspullen weer tevoorschijn kunnen toveren om er een paar weken lekker op uit te trekken. We moeten op een gezonde en fijne manier kunnen leven van dit fantastische werk. Vitale en gelukkige mensen maken namelijk de mooiste programma’s.



Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine, hét mediavakblad van Nederland en hij is gepubliceerd in BM 391 van september 2020.