vrijdag 3 februari 2023

#LVK2023


Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is mijn vijfde en laatste bijdrage voor deze reeks:


Gisterenmorgen schreef ik hier nog dat ik zou gaan werken aan een livestream voor Adyen, maar ik moet eerlijk opbiechten dat ik daar helemaal niet ben geweest. Woensdagavond had mijn dochter een klein ongeluk tijdens het paardrijden. Terwijl ik terugreed uit Zeeland, zat zij met haar moeder bij de huisartsenpost om naar een pijnlijke arm te laten kijken. Ik ben medisch gezien nogal een doemdenker en vreesde gelijk dat het wel eens gebroken zou kunnen zijn. Het leek me beter om snel een vervanger te zoeken voor mijn volgende draaidag. Ik wilde niet het risico nemen dat ik laat op de avond nog allerlei collega’s moest bellen. Gelukkig had ik snel een waardige vervanger gevonden. Alleen had ik mijn bijdrage voor deze rubriek al doorgemaild en ik ben er niet meer aan toegekomen om dat nog aan te passen.

Uiteindelijk viel het met dochterlief reuze mee. Flink gekneusd en een slechte nacht. Opeens was ik verpleger in plaats van camera operator. Chef Paracetamol. Het was goed dat ik er voor haar kon zijn en ik was blij met een opdrachtgever die daar alle begrip voor had. 

Je zou kunnen zeggen dat het mij als ZZP’er serieus inkomsten scheelt en dat mijn vrouw, die in het onderwijs werkt, zich beter ziek had kunnen melden, maar ik redeneer nooit op die manier. Werk is voor mij superbelangrijk, dagen zijn altijd lang en ik ben vaak van huis, maar als het er écht toe doet, dan gaat mijn gezin voor. Niets is belangrijker dan dat. Zo heb ik ook jarenlang een vaste vrije dag gehad (papadag mag je niet meer zeggen) en daardoor kon ik veel langlopende klussen niet aannemen. Dat heeft vast geld gekost, maar het heeft me nog veel meer opgeleverd. Liefde en een superleuke tijd met mijn kinderen. Normaalgesproken ben ik de vaste poepschepper bij het paardrijden van mijn dochter. En zo zie je maar; ga ik één keertje niet mee, dondert ze ervan af…

 

Vandaag ga ik wel werken. Ik mag naar het LVK in Venray. Het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer is misschien wel de belangrijkste radio- en televisieproductie van het jaar voor de regionale zender L1. In een gigantische hal, met duizenden kleurrijk uitgedoste liefhebbers van Limburgstalige muziek, wordt uit twintig finalisten het carnavalsliedje van het jaar gekozen. De winnaar van dit songfestival is de komende jaren verzekerd van honderden optredens in de hele provincie.

Voor mij is het vanavond de 14e editie, sinds ik in 2003 in Sittard voor het eerst van de partij was. Ik was erbij toen De Toddezèk wonnen, W-Dreej, La Bamba, Spik en Span, Hoondervel en het vorig jaar toen de eer ging naar Bjorn en Mieke. Allemaal wereldberoemde artiesten in Limburg. Hun winnende liedjes kunnen ze daar op elke hoek van de straat meezingen. De grote live-uitzending van het LVK is een van de terugkerende projecten in mijn jaar en ik vind het bijzonder dat L1 al zo lang een van mijn trouwe opdrachtgevers is. Het is voor mij ook de vaste link met de streek waar ik ben opgegroeid. Inmiddels woon ik al veel langer in de randstad dan dat ik ooit in het zuiden heb gewoond en ik vier zelf al 100 jaar geen carnaval meer, maar het is toch leuk om dankzij projecten van L1 op de hoogte te blijven van wat er in Limburg speelt.

De kans is groot dat vanavond rond een uur of tien de hashtag #LVK2023 trending is in Nederland. De meeste landgenoten zullen geen idee hebben als ze dat voorbij zien komen, maar in Limburg weet iedereen dat dan de finale van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer in volle gang is. En jullie weten nu dat ik daar dan op of rond het podium ren met een camera op mijn schouder.

 

Tot zover mijn bijdrage als gastcolumnist voor deze rubriek. Het was mij een genoegen om jullie deze week mee te nemen. Mocht je het leuk vinden en meer willen lezen over mijn avonturen als freelance camera operator, kijk dan ook eens op mijn weblog. Op www.reinonline.nl kan je duizenden verhaaltjes vinden, die ik de afgelopen jaren heb geschreven. Dankzij BM heb ik verse inspiratie gekregen om daar de komende tijd weer vaker van me te laten horen.  

 

donderdag 2 februari 2023

webcast

 

Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is de vierde bijdrage:

Voor corona moest ik van bedrijfsfilms niet veel hebben. De term webinar kende ik niet eens. Ik was een televisiedier in hart en nieren. Mijn focus lag voornamelijk op grote facilitaire bedrijven en op de omroepen. Toen half maart 2020 in twee uur tijd mijn hele agenda werd leeg geveegd en we terecht kwamen in de eerste lockdown was ik even compleet de kluts kwijt. Ik besloot om dagelijks te schrijven over het lot van een ZZP’er in crisistijd. Direct na de eerste publicatie op mijn weblog werd ik uitgenodigd door Jan Miltenburg om eens een kop koffie te komen drinken. Ik kende hem niet heel goed en had slechts een paar keer voor zijn AV-bedrijf gewerkt, maar had toch alle tijd en zat de volgende dag al op gepaste afstand tegenover hem in Maarssen. Samen brainstormden we over producties die wel nog mogelijk waren. Het leverde ons uiteindelijk een reeks geweldige projecten op voor philharmonie zuidnederland. Zo kwam ik in aanraking met webcasting en ik ontdekte de ongekende mogelijkheden van remote camera’s. Een wereld ging voor mij open.

Nu kijk ik met plezier terug op die bizarre tijd. Ik durf inmiddels te stellen dat die ene kop koffie mij zakelijk gezien veel gebracht heeft. Sindsdien werk ik regelmatig aan producties die niets met televisie te maken hebben. Naast mijn gewone camerawerk ben ik af en toe RCO’er (remote camera operator) en dat is voor mij een nieuwe, maar zeer inspirerende vorm van camerawerk. Op die manier kom ik over de vloer bij allerlei organisaties die ontdekt hebben hoe doeltreffend het communicatiemiddel video kan zijn en die blij zijn met de ideeën en creatieve oplossingen van professionals uit de televisiewereld. 

Het vereist een iets andere mindset. Je staat soms bij presentaties waar je inhoudelijk geen bal van begrijpt en de technische middelen waarmee je moet werken zijn anders, maar een mooi shot blijft een mooi shot. In kleinere teams worden de taken slim gecombineerd, maar de druk is anders dan bij een televisieproductie. Het feit dat er geen stress over kijkcijfers is en dat het niets uitmaakt als een programma een paar minuten langer duurt dan gepland, vind ik een hele verademing.

Doordat ik zelf meer opensta voor dit type opdrachten heb ik de afgelopen jaren een hele reeks nieuwe opdrachtgevers leren kennen. Een mooi voorbeeld is het Amsterdamse productiebedrijf We Are Live van Marck Feller en Thomas Mulder. Zij hebben zich gespecialiseerd in webcasting, livestreams, digitale en hybride events. Ze adviseren bedrijven, verzorgen het complete concept en ze doen de productie. De faciliteiten worden vaak geleverd door Miltenburg AV. Daar is hij weer! 

Toevallig werk ik vandaag voor ze. We gaan naar de Kromhouthal in Amsterdam, waar We Are Live een groot sales event registreert en live-streamt voor Adyen. Misschien zegt het je niet gelijk iets, maar dit Nederlandse bedrijf is internationaal heel groot op het gebied van online betalingen. Hun organisatie groeit als een dolle en dus zetten ze regelmatig video in om hun medewerkers in alle werelddelen bij te praten over de laatste ontwikkelingen. Om hun verhalen te visualiseren maken we straks gebruik van remote camera’s in combinatie met een bemande camera, een crane en natuurlijk wordt het programma aangevuld met PowerPointpresentaties, gasten die inbellen via Zoom, instarts en graphics. Dat zijn echt superstrakke producties, die technisch, qua vormgeving en inhoud niet onder doen voor menig televisieprogramma. Alleen is de inhoud minder toegankelijk voor Mien uit Assen. Ik weet zeker dat ik straks ook weer met mijn oren sta te klapperen als ze het hebben over de nieuwste technologie op het gebied van betaal-apps.

 

De online markt, die heel hard gegroeid is sinds de coronatijd, is goed voor de werkgelegenheid in onze branche. In mijn geval zorgen deze opdrachtgevers voor een extra stukje onafhankelijkheid als ZZP’er, maar het is vooral fascinerend om een piepklein onderdeel te zijn van kruisbestuiving tussen broadcast en webcast. Ik leer telkens weer nieuwe technologie kennen, waarmee we nóg efficiënter kunnen werken. Het is een ontwikkeling die niet te stoppen is en waar we ook in Omroepland weer van kunnen leren. 

woensdag 1 februari 2023

watersnood


Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is de derde bijdrage:


Het was een korte nacht in Hotel Schuddebeurs. Ik ben in Zeeland, op Schouwen-Duivenland. Hier wordt straks de Watersnoodramp van 1953 herdacht. Het is vandaag precies 70 jaar geleden. De NOS zendt deze herdenking live uit. Dat doen ze eens in de vijf jaar en toevallig was ik er ook bij in 2018. Toen nog met facilitair bedrijf Facility House. Het weer was die ochtend bar en boos. Ik herinner me goed hoe presentator Herman van der Zandt de uitzending opende vanaf een dijk, waar hij door een stevige hagelbui bijna vanaf geblazen werd. De lens van mijn camera regende dicht en de rest van de tijd kon ik blijven poetsen, omdat die lens telkens opnieuw besloeg. 

Vandaag zijn we hier met The Crew. Tijden veranderen, maar toch ook niet. Een deel van de ploeg is hetzelfde als vijf jaar geleden. Dat is lekker, want wij kennen de weg al en weten ongeveer wat de bedoeling is. Toch is aan deze productie een uitgebreide voorbereiding voorafgegaan. Begin januari mocht ik als eerste cameraman aanschuiven bij het locatiebezoek. Het blijft bijzonder dat ik als freelancer voor die taak gevraagd word en mag meepraten over de vorm van het programma, camerastandpunten, lenzen en de taakverdeling van de verschillende cameramensen. Dat meedenken vind ik altijd leuk om te doen. Zeker bij herdenkingen en evenementen die door de NOS worden uitgezonden. Het zijn producties van nationaal belang, die inhoudelijk echt ergens over gaan. Zo heb ik de afgelopen jaren mijn bijdrage mogen leveren bij herdenkingen in Westerbork, bij de Dokwerker in Amsterdam, bij de Indië Herdenking, de Slavernij Herdenking en afgelopen zondag nog bij de Holocaust Herdenking in Amsterdam. Tijdens de live-uitzendingen rond Prinsjesdag en Koningsdag heb ik vaak een camera mogen bedienen en daar word ik altijd vrolijk van. Ik ben nou eenmaal dol op grote eendaagse evenementen. Een hele berg camera’s opbouwen, met een minimum aan repetitietijd de uitzending in gaan en dan met elkaar iets moois maken, waar Nederland massaal naar kijkt. 

Vandaag vrees ik dat we niet super veel kijkers zullen trekken met onze uitzending in de ochtend, maar het i belangrijk dat de NOS dit programma maakt. Vanavond is er nog een extra programma over de Watersnoodramp, waarin een uitgebreide samenvatting van de herdenking te zien zal zijn. Die uitzending nemen we aan het eind van de middag in het Watersnoodmuseum op.

Als ik de baas van de NOS zou zijn, dan zou ik naast de volwassen versie van deze programma’s ook altijd een aangepaste versie laten maken voor kinderen, bijvoorbeeld door de redactie van het Jeugdjournaal. Dat hoeft niet altijd heel veel extra te kosten, omdat de technische middelen toch al ter plaatse zijn. Het zou goed zijn om net een andere toon te gebruiken, waardoor je de jeugd beter bereikt en op hun niveau kan uitleggen wat de impact is van deze gebeurtenissen. Ik kan me voorstellen dat dit dan interessante programma’s zijn, die ook goed op scholen te gebruiken zijn. Zo kunnen we docenten geschiedenis helpen bij het uitleggen waarom we herdenken. 

 

Nu moet ik gauw gaan. Mijn collega’s wachten al in de lobby van het hotel en ik moet me nog warm aankleden. Laten we hopen dat het vandaag wel een beetje droog blijft in Zeeland.

dinsdag 31 januari 2023

Slangenkuil? Welnee!

 

Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is de tweede bijdrage:


De verhalen over machtsmisbruik bij The Voice kwamen ongeveer een jaar geleden naar buiten. Na BOOS volgde het Volkskrantverhaal over De Wereld Draait Door en er is een onderzoek gestart naar klachten over grensoverschrijdend gedrag bij NOS Studio Sport. Wat een toestanden! Je zou bijna denken dat er niks meer deugt in Omroepland en dat het een straf is om voor de televisie te werken. 

Nou wil ik de schokkende verhalen zeker niet bagatelliseren. We moeten ervan leren en het leidt tot nieuwe inzichten, maar ik wil hier toch ook nog eens even benadrukken dat ik in een fantastische branche werk met voornamelijk aardige mensen. 

Het is heus niet in elke studio of regiewagen kommer en kwel. Persoonlijk kan ik niet anders dan zeggen dat ik met plezier heb gewerkt bij The Voice en wanneer ik mocht aantreden bij DWDD. Nooit iets geks meegemaakt. Studio Sport is al bijna 28 jaar een van mijn grootste opdrachtgevers. Daar heb ik de mooiste evenementen voor in beeld mogen brengen. Dat had ik echt niet volgehouden als daar louter onmensen zouden werken. 

Voor mijn gevoel is er de afgelopen jaren al veel veranderd op het gebied van omgangsvormen. Het zou kunnen dat ik in de goede hoek zit, een beetje naïef ben of geluk heb, maar hele extreme toestanden heb ik in de afgelopen achtentwintig jaar niet vaak van dichtbij meegemaakt. Mensen die nog denken dat schreeuwen en schelden de enige methode is om een crew op scherp te zetten zijn inmiddels over de datum en behoren al lang tot een uitstervend ras. Die enkele keer dat iemand in mijn bijzijn uitglijdt over de grens van het fatsoen is er bijna altijd sprake van pure paniek, in combinatie met aandoenlijke onkunde. Ik heb inmiddels de leeftijd en ervaring dat ik daar na afloop iets over kan zeggen tegen de persoon in kwestie. 

Ik werk vooral samen met gepassioneerde professionals die hartstikke leuk en aardig zijn. Mensen die oog hebben voor elkaar en die erbij gebaat zijn dat er een goede sfeer op de vloer is. Velen beschouw ik meer als vrienden dan als collega’s. Ik kan zo een lange lijst met namen aanleveren van collega’s voor wie ik een enorm zwak heb. Er zijn veel meer lieverds in televisieland dan mafklappers en boze brulapen. De programma’s waar die laatste groep regeert zijn bovendien gemakkelijk te vermijden. Ik werk liever aan producties waar we respect voor elkaar hebben. 

Mijn motto is dat je voor een belangrijk deel zelf invloed hebt op je eigen werkplezier. Dat is het grote voordeel van freelancen en al die wisselende contracten in Omroepland. Je kan altijd een andere afslag nemen als het écht nodig is. Soms moet je een kleine omweg nemen om je doel te bereiken. Twijfel en onzekerheid zijn slechte raadgevers. Luister naar je gevoel. 

Zeker nu zie je dat producenten, eindredacteuren, omroepbazen, presentatoren, regisseurs en managers bij facilitaire bedrijven ook krijgen wat ze verdienen. Types die keihard, kil en afstandelijk zijn, arrogant doen, zichzelf boven de rest plaatsen of voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten, die moeten niet verwachten dat ervaren mensen nog staan te springen om hard voor ze te lopen. Vakbroeders met een groot hart zoeken elkaar op. Dat is een goede ontwikkeling, waar Omroepland liever van wordt.

Het glas is volgens mij eerder halfvol dan halfleeg. Het kan volgens mij geen kwaad om af en toe de roze bril op te zetten en te bedenken wat er allemaal goed gaat. Ik realiseer me dat er niet voor niets heel wat wordt afgeknuffeld en gehugd in het tv-wereldje. Het is vast overbodig om te zeggen, maar ik doe het toch: Ook in Omroepland deugen de meeste mensen!




maandag 30 januari 2023

nieuwe ronde, nieuwe kansen


Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is mijn eerste bijdrage: 


De week begint voor mij met een vrije dag, maar maak je over deze freelance camera operator geen zorgen. Het hele weekend heb ik gewerkt. Zaterdag in Studio 21 was ik bij de Zapp Awards de man van camera 2 en gisteren mocht ik voor de NOS de close camera doen bij de Holocaust Herdenking in het Amsterdamse Wertheimpark. Van een groot luidruchtig kinderfeest naar een ingetogen herdenking. Dat is mijn leven in een notendop. Elke dag een ander project, op een andere plek en met een ander team. 

Als je mij vraagt wat ik de afgelopen weken allemaal gedaan heb, dan moet ik even nadenken. Het was in ieder geval afwisselend, uitdagend en interessant. Mij hoor je niet klagen. Ik heb het mooiste beroep op aarde en doe mijn camerawerk, zelfs na 28 jaar, nog steeds met passie en plezier. Deze week mag ik jullie, namens BM, mee op pad nemen.

Nou ja, vandaag dan even niet. Dit is mijn welverdiende 'weekend', al zeg ik het zelf. Het gezin is de deur uit, dus ik kan, na de koffie en het ochtendkrantje, rustig twee factuurtjes versturen, mijn zwarte kleding wassen en de uitzendingen waaraan ik de afgelopen dagen mocht meewerken terugkijken. Dat doe ik zo vaak mogelijk. Het blijft leerzaam. Je ziet het grote geheel en je kan heel kritisch letten op je eigen bijdrage. Was dat openingszoompje niet te langzaam? Valt het op dat ik daar even tegen het randje van de schepte aan zat? Of stond ik op dat ene moment wel op de beste positie? 

Direct na afloop van een productie ben ik altijd streng voor mezelf. Daar is niks mis mee, maar het is ook goed om het grote geheel later nog eens en met iets meer afstand te bekijken. Kleine missertjes, waarover wij ons soms heel druk kunnen maken, vallen niet altijd op en zeker niet als je het door de bril van de gemiddelde kijker ziet. Toch is het belangrijk om steeds weer te zoeken naar verbeterpuntjes. Het houd me scherp en zo ontwikkel ik mezelf nog steeds. 

Het werk blijft uitdagend als je met kleine, simpele aanpassingen een volgende productie weer net iets beter kan maken. Dat hoeft lang niet altijd geld te kosten. Vaak zit het hem in creatieve oplossingen of het nog slimmer combineren van de bestaande technische middelen. Zie het als een puzzel die je op verschillende manieren kan leggen. Het is een beetje mijn hobby om daar, op een dag als vandaag, over na te denken. Een tijdje geleden heb ik een map in mijn computer aangemaakt met submappen per project of locatie, waarin ik callsheets, plattegronden en foto’s verzamel. Daarnaast maak ik soms wat aantekeningen, zodat ik een volgende keer (vaak pas weer over een jaar of nog later) kan nalezen wat me de vorige keer is opgevallen. Zo houd ik mezelf lekker bezig en het wellicht kan dit archief-in-ontwikkeling op termijn niet alleen voor mezelf nuttig zijn, maar ook voor mijn opdrachtgevers.




dinsdag 17 januari 2023

aanmodderen

 

Toen ik in 1994 bij AT5 begon met werken als camera operator moest ik Amsterdam nog leren kennen. Daarom had ik op mijn kleine kamertje een plattegrond opgehangen, waarop ik elke avond aankruiste op welke plekken ik was geweest. Al na een paar maanden stond de kaart vol met stipjes en begreep ik steeds beter hoe de stad in elkaar stak. Eigenlijk is het zonde dat ik gestopt ben met deze routekaart van mijn cameracarrière. Bijna dertig jaar later kan ik over de hele wereld stippen zetten, maar met name Nederland is een rijk gevulde lappendeken van herinneringen en sterke verhalen. Op de gekste plekken komen gedachten bovendrijven die betrekking hebben op producties waaraan ik mocht meewerken. Van Den Burg tot Kerkrade en van Bartlehiem tot Bruinisse.

Het afgelopen weekend is er weer een onvergetelijk verhaal bijgekomen, dat ik voor altijd zal verbinden met de plek waar het was. In Zaltbommel, in de uiterwaarden van de Waal, vond het NK Veldrijden plaats. Dit mochten we in beeld brengen voor de NOS. Het werd, met name door de barre weersomstandigheden, een klus om niet snel meer te vergeten. 

Zaterdag moesten we vier kilometer kabel trekken langs het zompige en modderige parkoers. Op een dijk, ver van de regiewagens, werd een cameracrane geplaatst. Vervolgens moesten we alle verbindingen testen. Dit zijn normaal gesproken klusjes die goed te doen zijn als je met een clubje mensen bent, die bereid zijn om even door te pakken. Nu regende het de héle dag pijpenstelen. Volgens mij is het geen minuut droog geweest tussen half negen ’s ochtends en half zeven ’s avonds. We waren aan het eind van de dag allemaal doorweekt tot op de laatste draad. Zelfs de beste The North Face jassen waren hier niet tegen bestand. Ik had rimpeltjes op mijn vingertoppen en was door en door koud. Een hele dag glibberen en glijden door de modder had me uitgeput. Ik was kápot toen aan het eind van de middag bleek dat één kabel niet deed wat hij moest doen. De laatste en de langste natuurlijk. En dus moesten we van koppelpunt naar koppelpunt om te kijken waar het probleem zat. Dat was niet een, twee, drie gevonden. Dijk op, dijk af. Het werd langzaam pikkedonker en we waren er al helemaal klaar mee. Door het vervangen van een paar stukken was het euvel niet verholpen. Ik werd er moedeloos van, maar gelukkig was ik in goed gezelschap. 

Uiteindelijk bedacht iemand een provisorische oplossing en konden we met een gerust hart naar huis. Alles was klaar voor de grote dag. Bij de auto kon ik mijn jas, mijn trui en mijn T-shirt uitwringen. Ik kon me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo’n natte heldag had gehad. Gelukkig had ik wat droge kleren en ben ik sinds kort de eigenaar van een nieuwe auto mét stoelverwarming. Die investering heeft zijn geld nu al opgebacht. Thuis heb ik alleen nog de eerste drie minuten van Wie is de Mol? gezien. Daarna ben ik op de bank in slaap gevallen. 

De zondag begon met beter weer. We konden de camera’s opbouwen onder een strakblauwe lucht. De Waal stond inmiddels wel zo hoog dat de organisatie het parkoers moest aanpassen en de kabels lagen inmiddels voor een klein deel in het water. Onze grootste vijand zou echter de wind worden. De hele middag werden we geplaagd door stevige buien, die telkens voorafgegaan werden door verraderlijke windstoten. Niet prettig als je bovenop een dijk staat, op een steiger die ook nog eens een paar meter boven alles en iedereen uitsteekt, met een grote camera die werkt als een windvanger.

Natuurlijk hadden we met elkaar afgesproken dat we geen enkel risico zouden nemen, maar wat is het moment waarop je besluit dat de wind te erg is? Daar zijn geen regels voor. Altijd lastig inschatten. Je wil zelf ook heel graag mooie shots maken en dat alle voorbereidingen niet voor niets zijn geweest. Uiteraard hadden we de camera’s extra stevig vastgezet met spanbanden. Het helpt als je bewust stilstaat bij de (weloverwogen) risico’s die je neemt. Ik denk dat de kans op ongelukken kleiner is op het moment dat je je realiseert dat een situatie gevaarlijk kan zijn. Dan ben je extra alert. 

En alert waren we. Alle hens aan dek. Poetslappen bij de hand om de lenzen droog te vegen vlak voor de renners in het zicht van de camera kwamen. En dan nog regende de frontlens vol op het moment dat het rode lampje brandde. Maar verder ging het allemaal goed. We maakten heroïsche beelden van ploeterende veldrijdsters en later van veldrijders die tot ver voorbij hun enkels in de modder verdwenen. Het was allemaal niet voor niks geweest.  

Onder aanvoering van de beste assistenten trokken we na afloop van de race alle kabels in anderhalf uur terug. Ze werden al schoongespoten bij het oprollen. Dit was teamwork! Het is altijd mooi om te zien hoe zo’n extreem project verbroedert. Veel eerder dan gepland waren we klaar en dan is het niet meer ingewikkeld om trots te zijn op de mensen waarmee je op pad bent en een klein beetje op jezelf.

Vanaf nu zal ik, als ik over de Waalbrug bij Zaltbommel rijd, altijd een blik naar rechts werpen en denken aan het NK Veldrijden in 2023. Een mooie stip op de kaart erbij, want achteraf is zelfs de natste dag een mooi verhaal. 







zondag 25 december 2022

Cycling home for Christmas

 

Kerstavond. De laatste klus van dit jaar zit erop. Het was de livestream van een sfeervol kerstconcert voor NPO Radio4, vanuit de Jacobikerk in Utrecht. Een opdracht van Videobrix voor AVROTROS. Nu op de fiets naar huis. Het is al laat en muisstil op straat. Zojuist ben ik Houtzaagmolen De Ster gepasseerd en dadelijk kom ik langs het Muntgebouw. Oog in Al, over het Amsterdam-Rijnkanaal en dan langs de Leidsche Rijn naar De Meern. Nog een half uurtje trappen en dan zit het er professioneel gezien op voor 2022. Dit tochtje geeft mij mooi de gelegenheid om het jaar even de revue te laten passeren.

Zakelijk gezien was het afgelopen jaar voor mij dik in orde. 183 dagen gewerkt. Dat is keurig. Ik ben vooral trots op het feit dat ik voor 34 verschillende opdrachtgevers heb gewerkt. Een uniek record. Laat de Belastingdienst nu maar komen en zeggen dat ik geen echte ZZP’er ben… 

Het begon in januari gelijk goed met een paar mooie projecten. Een concert van Philharmonie Zuidnederland, een regieklus en vijf dagen lang bandjes filmen bij Eurosonic Noorderslag in Groningen. We zaten nog midden in een coronalockdown. Mondkapjes, dagelijks testen en stiekem met elkaar alcohol drinken bij de lift van het hotel. Het lijkt allemaal alweer super lang geleden.

Na de Holocaust Herdenking, die we eind januari voor de NOS deden, kreeg ik zelf corona. Waarschijnlijk opgelopen bij de opnamen van het programma Amazing Grace. Ik was niet bepaald de enige die na een avondje gospel een week was uitgeschakeld. 

Half februari filmde ik voorlopig mijn laatste potje voetbal. Bij Go Ahead Eagles irriteerde ik me mateloos aan al het gedoe met boze supporters, vuurwerk dat vlak naast mijn geparkeerde auto werd afgestoken en het feit dat wij van de televisie ons telkens weer in allerlei onmogelijke bochten wringen om de voetbalwereld te behagen. Het besluit om eens te onderzoeken of ik als freelance cameraman ook zonder voetbal zou overleven gaf me rust, bespaarde mij veel ergernis en het leverde ruimte op om andere projecten aan te nemen. De blog die ik schreef over mijn besluit leverde ontzettend veel positieve reacties op en haalde zelfs de krant. Ik realiseer me dat het makkelijk is om deze stap te zetten in een superdruk jaar. We moeten nog maar zien of dit een wijs besluit blijkt te zijn als er over een tijdje door bezuinigingen minder werk is.

Na mijn vaste carnavalsprojecten voor L1, Indoor Brabant, de gemeenteraadsverkiezingen en een reünie met mijn oude Formule1 maatje Jack Plooij werd ik ook weer gevraagd door regisseur Leo Onderwater van Het Klokhuis. Dat is naast Studio Sport het programma waar ik al het langst voor werk. Mijn eerste Klokhuis filmde ik in het vroege voorjaar van 1997. Later dat jaar draaide ik ook een reportage ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van dit programma en nu in januari viert het programma haar 35-jarig jubileum. Ik werk dus al 25 jaar met de super sympathieke Leo. Het afgelopen jaar maakten we samen mooie afleveringen over luchtreclame, kaas, glow in the dark, slangen en de stratenmaker. Het Klokhuis blijft met stip een van de allerleukste programma’s om voor te mogen werken. 

Inmiddels fiets ik langs zwembad De Hommel en zit ik in de beklimming naar De Meernbrug, die over het Amsterdam-Rijnkanaal gaat. Het is even doortrappen op mijn oude Gazelle. Die is nog van fietsenmaker Hub Vinken uit Geleen. De tweede versnelling trapt soms door, dus daar moet ik voorzichtig mee zijn. Voor je het weet klets ik op kerstavond met mijn ballen op de stang.

Nu we het toch over klimmen hebben; een van de hoogtepunten dit jaar was toch wel het maken van de Tweewielersfilm The Longest Day. Over een vriendengroep die in één dag vijf landen aantikten en om dat te bereiken, op de warmste dag van het voorjaar, meer dan 360 kilometer met 4000 hoogtemeters door de Ardennen fietsten. Ik had voor de grap een keer geroepen dat ik dit wel voor de lol wilde filmen en zo zat ik op een zaterdag in juni, 13 uur lang, achterop de motor van Jos Hayen. In een doorzweet motorpak en met een camera die eigenlijk niet geschikt is voor dat specifieke type werk. Het leverde wel mooie plaatjes op, een hartstikke toffe film van 40 minuten en een heuse première in het Utrechtse Louis Hartlooper Complex. Uiteindelijk trok dit als grap begonnen project meer dan 19.000 kijkers op YouTube. Er zijn dit jaar geen producties geweest waar ik meer spontane reacties van kijkers op heb gekregen. Ik kreeg er zelf ook zin van om weer eens te gaan fietsen. Daar is overigens op deze kerstavond niet veel meer van over. Ik ben blij dat ik me nu even van de brug naar beneden kan laten rollen.

Het was voor mij vooral een heel muzikaal jaar. Alle smaken en stijlen kwamen voorbij. Noorderslag, The Passion, Mart Hoogkamer in Ahoy, Maan in Ziggodome, Woohah bij de Beekse Bergen, Davina Michelle in Ahoy, Antoon in Ziggodome, twee avonden De Dijk in Ziggodome en de Amsterdamse Zomer in het Olympisch Stadion. Daarnaast mocht ik ook twee klassieke carnavalsconcerten met Philharmonie Zuidnederland opnemen, een zondagochtendconcert voor Polycast in het Concertgebouw, het Conservatorium Orkest in het Muziekgebouw aan het IJ, de 7 Symfonieën in Antwerpen en Bridge to Liberation onder de John Frostbrug in Arnhem. Verder was er nog op cultureel gebied de show van Fabian Franciscus, Guido Weijers en de Dansdagen in Maastricht en ik mocht een paar keer draaien voor het AVROTROS programma Nu te zien over unieke tentoonstellingen in het land.

Wat sport betreft vond ik The Invictus Games in Den Haag heel indrukwekkend. Het weekendje Darts in Kopenhagen was leuk en interessant, maar het sportieve hoogtepunt was voor mij dat ik weer de Formule 1 mocht filmen. Dit jaar zelfs twee grandprix, op de circuits van Spa en Zandvoort, met meer dan 88 miljoen kijkers over de hele wereld.

Allemaal spectaculaire en spraakmakende producties, maar sinds corona heb ik ook een heel nieuwe markt ontdekt. De wereld van de zakelijke livestreams. Zo heb ik dit jaar veel gedaan met Miltenburg AV voor het online video productiebedrijf We Are Live. Zij verzorgen op eigentijdse wijze een belangrijk deel van de interne communicatie voor grote bedrijven, zoals bijvoorbeeld Adyen. Dat klinkt misschien minder sexy dan al die bekende tv-programma’s, maar als maker word ik er toch heel vrolijk van. Ik vind het namelijk altijd leuk om mee te denken en mijn kennis te delen. Daar is bij livestreams over het algemeen veel ruimte voor. Bovendien kan ik daar mijn skills op het gebied van remote camera’s inzetten en verder ontwikkelen. Het is uitdagend om met minimale middelen iets te maken dat verdacht goed lijkt op dingen waarvoor we in de televisiewereld veel grootser moeten uitpakken. Ik heb bovendien ontdekt dat het niet zaligmakend is hoeveel mensen er naar het eindproduct kijken. Het is veel belangrijker met wie je mag samenwerken en of je samen een goede dag hebt. 

Een van dit soort projecten was een kartrace in een parkeergarage in Lissabon. Daar hebben we een livestream verzorgd met vijftien remote camera’s en anderhalve bemande camera. Het was zo’n klus die vooraf als ‘een soort van onmogelijk’ bestempeld werd, maar waar iedereen ook gelijk zin in had. Vol overgave en niet geremd door enig cynisme werd daar volledig ‘out of the box’ gedacht. Het eindresultaat was verbluffend en de kick was enorm toen bleek dat het lukte, ook al hebben hooguit een paar duizend mensen de stream bekeken.

Ik vergeet vast nog een hele hoop interessante, leuke en uitdagende projecten. Straks als dit online staat bedenk ik natuurlijk dat ik die ene opdrachtgever nog had moeten benoemen en die en die en die. Maar ik fiets inmiddels onze straat in. Ik zet de fiets in het schuurtje en een punt achter 2022. De komende dagen ga ik genieten van mijn mooie gezin en mijn lieve familie. Even op adem komen en dan vol goede moed het nieuwe jaar in. 


Ik wens jullie allemaal hele fijne kerstdagen, een gezellige jaarwisseling en bovenal een vrolijk, succesvol en gezond 2023. Tot volgend jaar!




zaterdag 26 november 2022

De Wereld van Boudewijn Büch

 

De afgelopen week was het twintig jaar geleden dat Boudewijn Büch op 54-jarige leeftijd is overleden. De bekende, enthousiaste en niet onomstreden mediapersoonlijkheid stierf in zijn slaap op 23 november 2002, aan een hartstilstand. Als schrijver was hij vooral bekend van het boek De kleine blonde dood uit 1985, waarvan sindsdien meer dan dertig drukken zijn verschenen. Hele volksstammen hebben dit boek gelezen voor hun literatuurlijst. Als televisiepresentator maakte hij het reisprogramma De Wereld van Boudewijn Büch, waarin hij zijn interesses voor eilanden, de dodo, Mick Jagger, Andy Warhol en bovenal Goethe aan bod kon laten komen. Zijn fascinatie voor historie en cultuur was aanstekelijk. 

In 1998 mocht ik met Boudewijn Büch mee op reis als camera operator. Het is nog steeds een van de meest memorabele producties waar ik aan mee heb mogen werken. Met veel plezier kijk ik terug op deze periode, waarin ik in korte tijd ontzettend veel geleerd heb. Over cultuur, verzamelen, reizen en de wereld, maar ook over mijn vak en televisiemaken in het algemeen. 

Maar Boudewijn was geen makkelijke tante. Ook daarover heb ik op dit weblog meerdere verhalen geschreven. Op zijn sterfdag zat ik die stukken een beetje terug te lezen toen ik ook mijn blog van 9 januari 2014 tegenkwam. Het gaat over het einde van onze samenwerking. Ik vond het wel een toepasselijk verhaal nu we het al een week hebben over omgangsvormen in Omroepland. Vandaar dat ik het hier nog eens plaats:

 

 

 

'... en dat is het laatste filmwerk van deze lange zomer, die aangenaam was - zeker door Panda maar ook door Peter en Jan Rein - maar wel iets te vermoeiend en te lang. Ik heb veel aan depressies geleden.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 256, 26 september]

 

Aan het eind van een jaar reizen met Boudewijn Büch kreeg ik totaal onverwacht te horen dat de schrijver/programmamaker niet langer met mij wilde werken. Dat vond ik heel erg. We hadden samen vier lange reizen gemaakt, een bedrijfsfilm voor de VNG en een commercial voor Lassie Toverrijst gedraaid. Alles bij elkaar ongeveer 100 dagen in zes maanden en toen was ik opeens niet meer goed genoeg. Zelf wilde Boudewijn dat niet tegen mij zeggen. Hij liet het over aan de accountmanager van het facilitair bedrijf en aan zijn vaste producer Erica, die mij bovendien verbood om hierover contact met Boudewijn op te nemen. 

Het verhaal was dat ik slecht gedraaid had en daar kwamen ze kennelijk pas achter in de montage. Wat er precies mis was met mijn beelden konden ze me niet uitleggen. Van alles. Ik mocht hierover ook niet spreken met de vaste editor van De Wereld van Boudewijn Büch, want ze dachten dat dit de montage niet ten goede zou komen. 

Ik was hevig teleurgesteld en werd hier heel onzeker van. Temeer omdat andere mensen bij de VARA opeens ook openlijk twijfelden aan mijn kwaliteiten. Na enig aandringen kwam er een bandje met daarop tien voorbeelden van missers. Het werd besproken met de accountmanager, die het vervolgens aan mij mocht uitleggen. Het waren tien fragmenten die ik vrijwel direct kon weerleggen of waarvan ik zeker wist dat er ook nog een andere take was. 

Een van de voorbeelden was een scene voor een gebouw. Boudewijn legde uit dat Goethe achter een raam op de eerste verdieping had gesproken met een goede vriend. De camera ging omhoog, maar met een boogje naar dat raam. Dat was kennelijk niet goed; ik een knoeier. Maar recht boven de verteller had de microfoonhengel gehangen en daar had ik keurig omheen gedraaid. Boudewijn wilde nooit iets over doen, vanwege de spontaniteit. 

Na het zien van deze voorbeelden was ik enigszins gerust gesteld. Ik had immers zelf elke avond op mijn hotelkamer álle opnamen teruggekeken. Nu wist ik dat ik niet gek was. Als dit de ergste voorbeelden waren die ze konden tonen, dan viel het best mee. Wat heel erg stak was het feit dat de accountmanager inmiddels een fikse korting had gegeven. Daarmee had het NOB min of meer toegegeven dat ik een wanprestatie had geleverd, terwijl ik het daar niet mee eens was. 

Er moest iets anders aan de hand zijn. 

En er was natuurlijk ook meer aan de hand. Ik was tijdens onze laatste trip verliefd geworden op het meisje van productie waar Boudewijn ook verliefd op was. Dat had ik verzwegen, maar ik had het misschien niet goed genoeg verborgen gehouden. Ook had ik langzaam in de gaten gekregen dat Boudewijn lang niet altijd het eerlijke verhaal vertelde. Zo wist ik dat hij nooit het kind had gehad, waar hij wel met tranen in zijn ogen over sprak. Maar wat bijvoorbeeld ook op begon te vallen was dat hij erbarmelijk slecht Duits sprak, terwijl hij beweerde in Duitsland Duits gestudeerd te hebben. Een kop koffie bestellen was al een probleem. 

Hij wilde van mij af, dat was duidelijk. Maar ik wist niet precies waarom. Dat vrat aan me. Het irriteerde vooral dat ik me niet kon verweren. 

Waren we misschien uitgeluld? Hij had mij onderweg uitgehoord en kende inmiddels al mijn verhalen. En hij had tijdens het filmen van de Lassie Toverrijst commercial Roel Deen leren kennen. Deze ervaren cameraman had ik erbij gehaald, omdat ik zelf weinig ervaring had met de wilde reclamewereld. De volgende reis ging Boudewijn met Roel op pad.

Als hij even kort met mij had gesproken en eerlijk was geweest dan was het voor mij nooit zo'n groot ding geworden. Nu ik was aangevallen op mijn kwaliteiten als cameraman deed het pijn. Ik was pas een paar jaar bezig, nog niet super ervaren en al helemaal niet zeker van mijn zaak. Van deze vreemde afwijzing heb ik lang last gehad.

Boudewijn heb ik nog twee keer gezien. Een keer rende hij mij voorbij in de kantine van het NOB en de keer daarna waren we op de begrafenis van collega Roel Deen. Dat was niet bepaald een moment om elkaar te spreken. Bovendien keek Boudewijn liever naar de grond dan dat hij mij aan moest kijken.

Een paar jaar later was hij dood.

Op de avond waarop ik hoorde dat Boudewijn was overleden heb ik me voorgenomen dat ik voortaan direct contact opneem met de persoon in kwestie, wanneer ik hoor dat iemand niet tevreden is over mijn werk. Of diegene dat nou prettig vindt of niet. 

Je moet elkaar altijd recht in de ogen blijven kijken, open staan voor kritiek, maar ook iemand waarmee je werkt kunnen uitleggen wat je niet bevalt. Dat is een wezenlijk onderdeel van ons vak. Misschien wel van het leven. Wie daar niet mee kan of wil dealen heeft pech gehad. 

Boudewijn was er in elk geval niet goed in. De lul. Als er toch een hemel is kom ik daar zeker nog een keer op terug.

 

'Met Panda en Ulrike ben ik aan de montage begonnen van veertien Goethe-programma's waarvan ik er overigens nog twee moet opnemen. Over het camerawerk ben ik niet zo tevreden, maar gelukkig is er een overvloed aan materiaal.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 269, 8 december]

 

Columnist Anne Boermans in het Financieel Dagblad van zaterdag 29 mei 1999 over De Wereld van Boudewijn Büch:

 

'De cameraman, Jan Rein Hettinga, levert daarbij een topprestatie. Hij volgt Büch voortreffe­lijk. Hij heeft een camera op zijn schouder die toch al gauw zo'n dertig kilo weegt. Om z'n middel zit een zware riem met accu's voor de stroomvoorziening. Die weegt eveneens vele kilo's. Terwijl hij half naast Büch een trap op moet, ziet hij door zijn camera alleen het hoofd van de presentator, niet de treden. Hij moet dus èn Büch scherp in beeld houden, al dat ge­wicht torsen, èn op gevoel de houten trap oplopen, waarbij hij bovendien geluidloos probeert te zijn, terwijl alles kraakt en steunt onder het geklos van de - forse - presentator.

Cameraman Hettinga slaagt er op deze manier in een compleet interieur op drie verdiepingen te laten beschrijven, in èèn ongemonteerde opname ('one track') van maar liefst vier minuten en vijftien seconden. Dat is vakwerk.

.....

Büch en Hettinga gebruiken een aantal prachtige technieken om het product voor de kijker aantrekkelijk te maken.

.....

Het is èèn van de mooiste series die momenteel op televisie te zien is.'






 

zaterdag 29 oktober 2022

Wie bepaalt, die betaalt... waarschijnlijk.

 

Vroeger was het simpel: Een omroep koos ervoor om een bepaald programma te maken of een evenement uit te zenden en financierde dat. De omroep bepaalde vervolgens hoe het programma er uitzag, wie het mocht maken, welke partij de faciliteiten leverde en waar het werd opgenomen. Alle overige knopen hakten zij ook door. Dat was overzichtelijk voor iedereen. Eindredactie, productie en de regisseur hadden een grote mate van vrijheid. 

Tegenwoordig ligt het iets gecompliceerder en dat komt voor een deel door de manier waarop producties vandaag de dag worden gefinancierd. Nu zijn er bij audiovisuele producties meestal meer partijen betrokken. Het benodigde budget wordt deels bij elkaar gesprokkeld met reclame, sponsoring of bartering, er zijn subsidies, organisaties participeren in allerlei constructies en het is lang niet altijd meer een omroep die een programma maakt. De afgelopen twee jaar hebben, mede door de coronapandemie, heel veel organisaties ontdekt dat het produceren van eigen content interessant kan zijn. Faciliteiten worden steeds betaalbaarder en dus duiken organisatoren van evenementen, artiesten, kunstinstellingen, maar ook bedrijven in de wereld van video. Er ontstaan allerlei nieuwe vormen en coproducties. In de basis is dat voor de AV-branche super interessant, want het levert veel en leuk werk op, maar alle betrokken partijen hebben bij zulke producties ook een zekere mate van zeggenschap. Voor de crew op de vloer is het niet meer altijd helder wie ervoor zorgen dat een bepaalde opname mogelijk wordt gemaakt en dus wie er iets te vertellen heeft.

De tijd waarin een regisseur, onafhankelijk van wie dan ook, kon bepalen waar een camera moest staan of een lamp hoorde te hangen, is voorbij. Over heel veel factoren praten de verschillende belangenbehartigers mee en daar moeten wij soms nog een beetje aan wennen. Zo krijg je te maken met producenten, theaterbazen, kaartverkopers, marketingmedewerkers, organisatoren, sponsors, editors, aftermoviemakers, art-directors, reclameverkopers, artiestenmanagers, creatives, consultants, showregie, eventmanagers en/of de vrouw van de directeur. Mensen met wensen. En vaak hebben zij weer mannetjes en vrouwtjes op de vloer die hun zaakjes verdedigen. 

Een mooi voorbeeld is dat er opeens heel moeilijk gedaan kan worden over de zichtlijnen van vier of zes bezoekers in een stadion, theater of concertzaal, terwijl de consequentie is dat duizenden televisie- of onlinekijkers het minder goed kunnen zien als we daarvoor een camera verplaatsen. En toch moet het. Verschillende belangen. Degene die betaalt heeft niet altijd genoeg kennis van zaken, stelt andere prioriteiten, staat soms niet open voor argumenten of is even onbereikbaar, maar bepaalt toch. 

Vaak omdat er in een voortraject niet over is gesproken. Het komt voor dat onze eigen belangenbehartigers de voorwaarden die horen bij een audiovisuele productie niet op tijd in de groep hebben gegooid of zelfs een beetje hebben verkwanseld. Zoiets gaat sneller en gemakkelijker dan je zou denken en meestal met de beste intenties of in elk geval zonder kwade wil. Er komt ook heel wat bij kijken als je met camera’s in de weer gaat. En als niets vanzelfsprekend is, dan zie je snel iets over het hoofd.

Vroeger sloegen we dan alsnog met de vuist op tafel of we lieten onze regisseur dat doen, maar met alle verschillende belangen is het anno 2022 een politiek spel. Dan moet je wel precies weten tegen wie je iets zegt, aan welke touwtjes je trekt en oppassen dat je niemand passeert. Voor je het weet heb je op lange tenen gestaan en is er de rest van de dag nauwelijks nog speelruimte. Zodra er iemand ‘Weet je wel wie ik ben?’ tegen je zegt, weet je eigenlijk al dat het te laat is. Dan moet je van goede huize komen om nog iets recht te slijmen. 

Maar heel vaak weten cameramensen, geluidsmensen of onze technici inderdaad niet exact hoe de hazen lopen. Wij vliegen voor een dag in en proberen in korte tijd voor onszelf een optimale situatie te creëren. Dat is ons vak. Wij willen graag zo goed mogelijk ons werk doen en dus strijden we elke dag opnieuw voor een paar vierkante meters, voor een kleine verhoging of om een paar mensen op de tribune te verplaatsen. Je wil lekker werken in plaats van een hele avond jezelf in bochten te wringen. Dus vragen we of dat ene lampje net iets kan verschuiven, die microfoon iets naar links of naar rechts mag. Als de belangrijkste spreker twintig centimeter schuift staat hij of zij beter voor de achtergrond. Niet geschoten is altijd mis. Wij zijn doelgericht en praktisch. We denken in oplossingen en mogelijkheden. Zo zijn we geprogrammeerd. 

Het is dus meer dan ooit een kwestie van samenwerken en elkaar helpen. We moeten al die nieuwe partijen leren kennen, soms een beetje opvoeden of ze wegwijs maken in de wereld van video. Het menselijk oog gaat bijvoorbeeld heel anders om met het licht van een voorstelling, show of concert dan een televisiecamera. Als je puur voor grote schermen in de zaal werkt en vooral close shots van de artiesten maakt, dan komt het in de meeste gevallen wel goed met het showlicht op een podium, maar zodra je een registratie maakt, dan wil je ook de hele tent laten zien of tonen hoe het publiek reageert. Daar heb je meer licht voor nodig en dat kost extra geld. Wanneer iemand met weinig of geen verstand van filmen dat bij elkaar moet harken, moet je aan hem of haar tijdig uitleggen waarom het nodig is en hoe belangrijk het verschil is. 

De (theater)lichtman die een show al honderd keer op een bepaalde manier heeft gedaan en misschien het bestaande lichtplan heeft bedacht, die beschouwt dat als zijn kindje en vindt het wellicht lastig om iets te veranderen of toe te voegen. Soms stuit je op vakbroeders die denken dat ze hun winkeltje moeten beschermen en die veel invloed hebben. Daarom zijn de lichtontwerpers, waar wij graag mee werken en die we meenemen naar zo’n theater of organisatie, ook halve diplomaten, die bij menig vredesoverleg van de VN niet zouden misstaan. 

Meestal komt het al snel goed en is iedereen blij, maar zo nu en dan komen we ook terecht in een moeras van eigenwijze ego’s met niet al te veel kennis van zaken. Dan moeten we wel eens op onze lip bijten, frustratie onderdrukken en compromissen sluiten waar ons professionele hart van gaat bloeden. Maar langzaam groeit er iets en worden de audiovisuele bedrijven waarmee we al die mooie projecten doen ook weer handiger in het aangeven van de minimale eisen waaraan een goede opname moet voldoen. Het is en blijft een markt in die zich snel ontwikkelt. 

Voor de duidelijkheid zou ik wel graag een nieuwe regel in het Basisboek Televisiemaken willen laten opnemen: ‘Wie bepaalt, die zal wel betalen.’




vrijdag 14 oktober 2022

regie is meer dan het roepen van kut

 

Met aandacht heb ik geluisterd naar de podcast #MeBudieToo. In het kader van de Dutch Media Week heeft televisieregisseur Jos Budie een aantal van zijn vakbroeders uitgenodigd om te spreken over de manier waarop zij communiceren of communiceerden met hun crew. Alom gewaardeerde grootheden als Martijn Lindenberg, Rudolf Spoor, Rolf Meter, Bob Rooyens, Alex Bordewijk en Henk van Engen komen aan het woord. Deze podcast is een aanrader voor iedereen die een rol speelt aan de technische kant van televisieproducties. Het gaat vooral over een grote verandering die haast onopgemerkt heeft plaatsgevonden in het productieproces van televisieprogramma’s. Namelijk dat een televisieregisseur zich anno 2022 anders moet opstellen tegenover de mensen waarmee hij werkt dan pakweg vijftien jaar geleden. 

Budie heeft daar moeite mee. Volgens hem kan je niet meer zomaar met een vuist op tafel slaan of een halve vloek door de intercom kan laten rollen als iets niet gaat zoals je wil, want dan komen er klachten vanuit de ploeg of zelfs van de opdrachtgever. Op het moment dat de spanning oploopt en er enige frustratie om de hoek komt kijken, mag de regisseur niet eens meer zuchten, omdat mensen daar heftig op reageren. De hamvraag van deze podcast is of het ten koste gaat van de kwaliteit van programma’s als de regisseur in het heetst van de strijd zijn of haar emoties onder controle moet houden. 

Het levert een interessante podcast op, maar uiteindelijk komt er geen antwoord op die vraag. Voor mijn gevoel blijft het een beetje hangen in een generatiekloof-dingetje en dat is zonde. Als je er alleen zo tegenaan kijkt, doe je die grote namen van weleer tekort. Maar het gesprek heeft mij ook aan het denken gezet. Ik denk dat er inderdaad wel iets is veranderd. 

Er was een tijd waarin het in televisieland vrij normaal leek te zijn dat bepaalde regisseurs hun crew op niet zachtzinnige wijze duidelijk maakten hoe zij het hebben wilden. Vloeken was daarbij niet ongebruikelijk. Ze konden mensen soms behoorlijk op hun huid zitten. Ook was er regelmatig iemand in de ploeg de pispaal en op die manier probeerden bepaalde regisseurs alle overige medewerkers op scherp te zetten. Het motto was: ‘If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen.’ Het kon er hard aan toe gaan. Sommige regisseurs waren gevreesd, omdat ze echt genadeloos waren.

Of dat goed of slecht was wil ik in het midden laten. Het was de tijdsgeest en die is veranderd.

Omgangsvormen worden in de hele maatschappij anders en dus ook in onze business. Mensen geven sneller hun grenzen aan en gaan tegenwoordig anders om met kritiek. Ik geloof echt niet dat we gevoeliger zijn geworden en het zegt mijns inziens ook helemaal niks over de kwaliteit of motivatie van de huidige generatie professionals. 

Ik vind het persoonlijk een goede ontwikkeling dat het baasje meer een ‘people-manager’ is geworden. In mijn ogen is nog nooit een televisieprogramma beter geworden van een zuchtende en steunende regisseur. Sterker nog, op mij persoonlijk werkt dat averechts. Ik weet ook wel dat een zoompje niet lekker liep of een shot hakkelde. Als ik een shot mis, een ongecontroleerde camerabeweging maak of anderszins sta te klooien, dan heb ik het zelf meestal als eerste in de gaten. Het is op zulke momenten de kunst om rust te bewaren en jezelf daar zo snel mogelijk overheen te zetten. Je moet door. Concentratie herpakken en niet nog meer fouten maken. Een regisseur mag op zo’n moment best even laten merken dat hij baalt, maar zodra hij of zij gaat kreunen, zeuren, mopperen, zeiken of zelfs schelden, kan je de klok er op gelijk zetten dat er meer fouten gemaakt worden. Een zucht kan dodelijk zijn voor de hele productie. Of de ‘t’ die je met je tong maakt, vlak voor er een zucht ontsnapt. Dat komt echt binnen met de intercoms van tegenwoordig. Een regisseur zit dan letterlijk en figuurlijk tussen je oren. Zeker als hij of zij erin blijft hangen. Voor je het weet wordt de hele ploeg angstig en schieten meer mensen op slot. In de hoop dat het hen niet zal overkomen gaan collega’s minder risico’s nemen en dus ben ik van mening dat de kwaliteit van een productie er absoluut niet bij gebaat is als een regisseur geïrriteerd raakt. 

Natuurlijk heeft een regisseur de verantwoordelijkheid, bepaalt hij of zij de koers en moet er iemand duidelijk zijn. Een keertje uit de bocht vliegen is natuurlijk geen probleem. We werken in een stressvol wereldje en er mag een hoge mate van vakmanschap worden verwacht. Daar leiding aan geven kan op allerlei manieren. Het is de toon die de muziek maakt. Gelukkig is dat de afgelopen jaren in positieve zin veranderd. De tijd van brulboeien, waarbij cameramensen met knikkende knieën achter hun camera stonden en bijna niemand iets durfde te zeggen, is voorbij. 

De regisseurs waarmee ik het liefst werk benaderen alle individuen in een ploeg met respect en zij staan altijd open voor suggesties. Het draait allemaal om het inspireren van mensen. Door iedereen in het team verantwoordelijk te maken voor een eigen afdeling, krijg je een op en top gemotiveerde en trotse ploeg. Soms ontstaat er inderdaad een discussie die even afgekapt moet worden, maar het mooie is dat je een programma krijgt dat niet alleen van de regisseur is, maar van het hele team. Programma’s worden beter wanneer iedereen bereid is om tot het gaatje te gaan en wanneer een regisseur in staat is om zelfs de zwakste schakel beter te maken.





dinsdag 4 oktober 2022

Bo en de meningen...

 

Ronald Rovers ken ik niet. Joost van Ginkel wel. Rovers schreef voor Trouw een behoorlijk vernietigende recensie over Bo, de fonkelnieuwe film van mijn vriend Joost. Natuurlijk mogen beschouwingen in de krant kritisch zijn, maar persoonlijk vind ik dat de analist het wel zorgvuldig moet onderbouwen. Hier heeft een stukjespoeper in tien minuten een kunstwerk door de plee getrokken waar mensen zeven jaar lang met hart en ziel aan hebben gewerkt. Rovers had kunnen volstaan met het zinnetje: “Persoonlijk vond ik er geen zak aan.” Dat was eerlijker geweest.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Nederlands Film Festival, ging Bo in première. Ik heb deze roadmovie in de stampvolle schouwburgzaal mogen bekijken. Misschien ben ik minder objectief dan de Trouw recensent. Ik was onder de indruk. Het scenario van de film is op zijn zachtst uitgedrukt verrassend, het camerawerk is prachtig, het geluid en de muziek zijn on-Nederlands goed en er is indrukwekkend knap geacteerd. Met name hoofdrolspeelster Gaite Jansen komt dwars door het bioscoopdoek heen. 

Grappig genoeg stond in de Filmkrant een ijzersterkte recensie van Karin Wolfs over deze film. Zij schrijft: “Deze roadmovie over de zoektocht van de jongvolwassen Bo naar het verleden van haar overleden vader misleidt het publiek vakkundig in een meeslepende meesterproef over de destructieve kracht van leugens.” En ze sluit af met: “Een film als een wolf in schaapskleren. Hoe je die waardeert, hangt af van hoe je Van Ginkels leugens opneemt.”

Ik lees niet vaak recensies, maar nu ben ik betrokken. De maker is mijn vriend en dus lees ik alles. Het roept bij mij de vraag op wat het nut van deze stukjes in de krant is. Een positief oordeel is mooi meegenomen voor de filmmaker en een fijne zin kan meegenomen worden op de filmposter, maar de recensie is eigenlijk slechts een persoonlijke mening. Zeker als die negatief is. Daar heb je niks aan. Met een negatieve recensie is de wereld niet geholpen. In dit geval zeker niet. Het hoeft je smaak niet zijn, maar als je verstand van (arthouse) film hebt, dan zie je dat Bo aan alle kanten met liefde, passie en vakmanschap is gemaakt.

Joost van Ginkel schrijft én regisseert films die ertoe doen. Stiltes kunnen pijnlijk zijn en dialogen mogen schuren. Hij zegt veel met beelden. De filmmaker heeft een unieke en inmiddels herkenbare signatuur. Je hebt iets om over na te denken als je de bioscoop weer verlaat. Bij zijn vorige film (Paradise Suite uit 2015) had ik letterlijk buikpijn toen de benauwende film was afgelopen. Dat was nu gelukkig niet het geval, maar verwarrend was het zeker. Het maakt een bioscoopbezoek voor mij interessanter dan wanneer je een happy end al mijlenver van tevoren ziet aankomen. 

 

Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf bepalen of Bo een geslaagde film is of niet. Je moet naar de bioscoop en dan kan je daarna een recensie uitzoeken die bij je past. Ik ga voor de Filmkrant! 





 

 

woensdag 28 september 2022

tv gekocht!

 

Het afgelopen weekend deed ik hier een oproep om geld in te zamelen voor een school in de Indiase stad Varanasi. De kinderen in de sloppenwijk Nagwa hadden tien jaar geleden een televisie op school gekregen, dankzij de giften van de lezers van dit weblog. Die tv heeft het onlangs begeven en dus leek het mij aardig om te kijken of we met collega's van de televisie in Nederland een nieuw toestel zouden kunnen schenken aan de Stichting Duniya... 

Nou, dat is gelukt! In een paar dagen tijd hebben een groot aantal collega's, vrienden en bekenden met elkaar iets meer dan € 1.600,- geschonken. Dat is drie keer het benodigde bedrag en toevallig ongeveer hetzelfde bedrag dat we tien jaar geleden bijelkaar brachten. 

De mensen van Stichting Duniya zijn super blij met deze bliksemactie. De nieuwe televisie is gelijk aangeschaft en opgehangen. Ik kreeg vanmorgen foto's doorgestuurd van de leerlingen in Nagwa die dolgelukkig naar het eerste educatieve programma op hun nieuwe tv keken. Bij mij was dat goed voor kippenvel. Ik ben er echt even stil van.

Het is een mooi voorbeeld van hoe wij met elkaar iets kunnen betekenen voor anderen. De gekke wereld waarin we leven kunnen we niet zomaar veranderen, maar we kunnen wel de wereld van iemand veranderen. Dat hebben we een klein beetje gedaan. Ik wil iedereen enorm bedanken die iets of iets meer heeft bijgedragen. Ook namens Debby en de andere mensen van Duniya. En natuurlijk namens de leerlingen en docenten van de school in Varanasi. Als je daar in de buurt bent en je wil even tv kijken... voel je vrij.  





zaterdag 24 september 2022

Help! Alsjeblieft...

 

Tien jaar geleden (om precies te zijn op zondag 25 november 2012) schreef ik een blog waarin ik een oproep deed om geld in te zamelen voor de Stichting Duniya. Een van de mensen achter die organisatie, is mijn zeer gewaardeerde collega Debby Ego. In het dagelijks leven is zij werkzaam als tv-producer, maar in haar vrije tijd is ze engel. In die hoedanigheid zet zij zich in voor een school in de Noord-Indiase stad Varanasi en daarmee geeft ze arme kinderen uit de sloppenwijk Nagwa een kans.

Ik vind het persoonlijk tof om zulke kleinschalige projecten te steunen. Hier blijft er niets van je donatie aan de strijkstok hangen en verdwijnt geen geld in de financiering van kantoorpanden. Wat je aan Duniya geeft gaat rechtstreeks naar de projecten. Het wordt tot op de cent goed besteed. 

Al een aantal keren kreeg ik na een gift foto’s waarop te zien was wat er met mijn bijdrage was gebeurd. Zo ook tien jaar geleden. Toen heb ik een spontane actie opgezet om, samen met zoveel mogelijk collega’s uit het televisievak, geld in te zamelen voor een televisie op de school in Varanasi. Binnen een paar dagen hadden we met de actie ‘tv van de tv’ genoeg geld bij elkaar. Vervolgens kregen we al snel foto’s doorgestuurd van het kopen en ophangen van die televisie. De afgelopen jaren stuurde Debby mij af en toe een kiekje waarop te zien was dat een grote groep leerlingen aandachtig naar educatieve programma’s zaten te kijken. 

Maar nu hoorde ik dat ‘onze’ televisie stuk is. Na precies tien jaar heeft deze het begeven. Er moet een nieuw toestel worden aangeschaft en dat is voor de school een flinke investering. Eigenlijk geven zij het geld van Duniya liever uit aan voedselprojecten, noodhulp bij overstromingen, medicijnen of bijvoorbeeld een keer aan een rolstoel als dat acuut nodig is. 

Dus probeer ik het na tien jaar nog eens. Kunnen wij met z’n allen een nieuwe televisie financieren voor de school in Nagwa? Een nieuwe tv van de tv? 

Het gaat om een bedrag van zo’n € 500,-. Dat moet toch te doen zijn als we allemaal een paar euro overmaken. Of iets meer. Het kan ook geen kwaad als het eindbedrag hoger uitvalt. Daar weten ze bij Duniya wel raad mee. 


Daarom roep ik alle trouwe lezers van dit weblog op om even de bankieren-app te openen en een klein bedrag te storten op: ABN AMRO  NL22 ABNA 0441 6243 83 ten name van Stichting Duniya, Bantega en onder vermelding van ‘tv van de tv’. Help mij, help Debby en help vooral de kinderen op de school in India. Het motto van Duniya is : We kunnen de wereld niet veranderen, maar iemands wereld wel. En zo is het maar net. Mijn dank is groot!