De vorige maand ben ik benaderd door Ronny van Geel, director of product marketing bij Grass Valley, met het verzoek of ik een stuk zou willen schrijven voor de site van deze firma, die onder andere de camera’s produceert waarmee ik vaak werk. Enthousiast ben ik gelijk begonnen met een verhaal, maar toen bleek dat zij eigenlijk een iets andere insteek in gedachten hadden. Daarop heb ik mijn verhaal aangepast en dat stuk is inmiddels te lezen op hun site en ook hier op deze weblog. Alleen vind ik het zonde om het oorspronkelijke verhaal zomaar in de prullenbak te gooien. Vandaar dat ik dit stuk hier ook nog even met jullie deel:
Toen ik in 1994 als junior cameraman begon bij het Amsterdamse televisiestation AT5, werkten we met de Philips LDK91. Overdag gebruikten we de camera voor reportages en ’s avonds stond hij in de studio tijdens de nieuwsuitzending. Twee keer per dag moesten we de camera met een schroevendraaier ombouwen: van camcorder naar studiocamera. De camera had namelijk twee verwisselbare achterkanten: een triax-adapter om hem met de studio te verbinden en een Betacam SP click-on videorecorder, waarmee we er een ENG-camera van konden maken.
Met die recorder achterop de camera was het apparaat, inclusief lens, ongeveer zestig centimeter lang en woog de volledige configuratie rond de elf kilo. Daarbij kwam nog een zware en onhandige accubelt om je middel. Met deze set kon je als cameraman niet zomaar even achter iemand aan hollen, maar toch wilden alle cameramensen van AT5 er graag mee werken. Ondanks het gewicht was de camera goed in balans. Voor die tijd kon je er prachtige beelden mee maken en de hoekige vorm van de camera zag er in onze ogen indrukwekkend uit. Ook niet onbelangrijk.
Inmiddels zijn we dik dertig jaar verder. De tijd is voorbij gevolgen. Als cameraman heb ik ontzettend veel mooie avonturen beleefd en over de hele wereld ervaring opgedaan met verschillende generaties camera’s. Ik begon als ENG-cameraman, maar heb me in de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot een allround cameraman. Ik heb reisprogramma’s gefilmd, nieuws, entertainment, muziek, documentaires en heel veel sport. De laatste jaren ligt de nadruk op meercamera producties.
Ik heb me kunnen ontwikkelen van ENG cameraman bij het lokale nieuws tot 1e cameraman bij grote aansprekende producties. Soms sta ik in een studio, maar meestal kan je mij vinden bij concerten, evenementen, herdenkingen en sport. Ik ben op mijn best als er in korte tijd op locatie iets opgebouwd wordt, we vluchtig repeteren, een productie draaien en daarna weer snel alles weghalen, alsof we van het circus zijn. Telkens opnieuw uitvinden hoe we een show of wedstrijd het best in beeld kunnen brengen. De ene keer met enorme telelenzen, dan met remote camera’s en een volgende productie met een handheld camera op mijn schouder. Die afwisseling spreekt mij zo aan in dit werk.
De camera’s waarmee ik werkte werden steeds geavanceerder. We kregen de LDK100, de LDK8000 Worldcam en vanaf 2012 de LDX-serie. Inmiddels is er de LDX180, maar jammer genoeg heb ik daar nog niet mee gewerkt. Ik heb wel ervaring met de LDX150, maar bij de meeste producties werk ik nog met de LDX86n. Een camera die vrijwel onverwoestbaar is. Voor mij blijft dit een bijzonder prettig werkpaard: multifunctioneel inzetbaar en perfect in balans voor handheld gebruik. De knoppen zitten op de juiste plek en via het menu kan ik de camera eenvoudig instellen, zoals ik dat wil.
Uit eigen ervaring weet ik dat de ontwikkelaars van Grass Valley in Breda luisteren naar de wensen van gebruikers. Zelf heb ik ook een paar keer feedback mogen geven. Natuurlijk is het onmogelijk om aan de wensen van alle camera operators wereldwijd te voldoen, maar ze hebben oog voor de mensen die met hun camera’s werken. Dat is in onze industrie helaas minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Tegenwoordig lijkt het erop dat veel producenten van camera’s vooral onhandelbare doosjes maken, die voldoen aan allerlei hoogwaardige technische eisen, maar waarbij nauwelijks nog gedacht wordt aan ergonomie. De eindgebruiker is immers niet meer degene die ook beslist welk type camera’s er worden aangeschaft.
Voor een camera operator zijn juist een goede viewfinder, een logisch menu en slim geplaatste knoppen van essentieel belang. Als je de camera op je schouder hebt, moet hij goed in balans zijn. Niet te licht, maar ook zeker niet te zwaar. Cameramensen willen het apparaat waarmee ze werken op eenvoudige wijze naar hun hand kunnen zetten.
Prijs, beeldkwaliteit en technische specificaties zijn belangrijk, en er wordt door slimme technici voortdurend gezocht naar nieuwe functionaliteiten, maar een camera blijft in de eerste plaats het gereedschap van de camera operator. Alleen als die er intuïtief mee kan werken, ontstaan uiteindelijk de beste beelden.


















