vrijdag 15 januari 2021

thuisonderwijs

  

Ik weet ook wel dat het niet voor alle ouders een feest is om thuis te werken en hun kinderen bij te staan ten tijde van lockdown, maar ik word er extreem vrolijk van. Terwijl ik dit schrijf zit ik op onze fijne werkzolder aan een lang bureau en Imme, mijn geweldige dochter van elf, heeft de plek naast mij ingenomen. Op het scherm van haar laptop staat de Google Meet van groep 8A. Ze zijn aan het rekenen. Juf Annemieke geeft instructie over het uitrekenen van de oppervlakte van een driehoek. Zo leer ik ook nog wat.

Tijdens de eerste lockdown, in het voorjaar, was het nog niet zo gestructureerd en moest ik iets vaker bijspringen, maar nu gaat het allemaal vanzelf. De kinderen van Daltonschool Apollo11 in De Meern hebben gewoon de hele dag les, zoals het normaal op school gaat. Om half negen logt Imme in en om kwart voor drie kan de computer weer uit. Klassikale dingen doen ze in ‘de meet’. Denk aan het opstarten van de dag met een gezellige check-in, alle instructies en het afsluiten. Ik hoor een dictee, ze kletsen gezellig tijdens het werken aan een tekenopdracht, de juf neemt geduldig het programma door voor na de pauze en ze hadden deze week een super leuke Kahoot quiz. Tussendoor maken de kinderen zelfstandig hun oefenopdrachten of ze werken samen met een maatje. Juf Annemieke is de hele dag te zien op het scherm en ze kunnen altijd vragen stellen in de chat of gewoon in de meet. Op afgesproken tijden komt de groep weer bij elkaar.

Natuurlijk is het beter voor de kinderen als ze gewoon naar school kunnen, als ze weer alle beschikbare materialen kunnen gebruiken en als ze weer echt contact mogen maken, maar ik geloof niet dat 8A achterstanden oploopt. Deze manier van werken maakt ze in zekere zin ook zelfstandiger en alle stof wordt ‘gewoon’ behandeld.

Als vader kan ik eindelijk eens stiekem meeluisteren. Het is interessant om te horen hoe het er op school aan toe gaat. Na twee en een halve week thuisonderwijs kan ik niet anders dan heel veel respect hebben voor de geweldige juf van mijn dochter. Daar valt of staat in het onderwijs natuurlijk alles mee en toevallig heeft mijn dochter dit jaar een juf uit duizenden. Annemieke is heel duidelijk, rustig, lief, grappig, altijd opgewekt en super positief. Ze beschikt over een jaloersmakende portie geduld. Voor zover ik het kan inschatten heeft ze precies in de smiezen welke kinderen ze even in de gaten moet houden. Aan het eind van de dag heeft zij alle tijd voor gesprekjes met individuele kinderen. Ook mijn dochter, die heel zelfstandig is en zich goed redt in deze gekke tijd, wordt zeker niet over het hoofd gezien. 

Ik vind dat het heel gezellig is in 8A. De kinderen zijn ook allemaal hartstikke schattig en lief. Ze werken heel serieus en stellen goede vragen. Eentje was deze week extra vroeg opgestaan om al zijn schoolwerk alvast af te maken. Imme doet ook uit zichzelf meer dan er van haar gevraagd wordt. Als dat het geval is, dan heb je het volgens mij als leerkracht dik voorelkaar.

Het zal niet overal net zo soepeltjes verlopen als in groep 8A van Apollo11, maar ik maak een hele diepe buiging voor alle leerkrachten in het basisonderwijs, die momenteel hun uiterste best doen om de boel bij elkaar te houden en voor juf Annemieke in het bijzonder.

 

  


donderdag 7 januari 2021

mama

Op donderdag 31 december is mijn lieve moeder overleden. Ze heeft in het Maastrichtse UMC corona opgelopen, terwijl ze daar moest bijkomen van een buikoperatie. In een paar weken tijd, waarin ze nauwelijks bezoek mocht ontvangen, ging het steeds slechter met haar. Uiteindelijk lag ze met kerst op de IC en is ze nog een paar dagen beademd. Het werd een gevecht dat ze nooit kon winnen. Op de laatste dag van het bizarre coronajaar 2020 hebben we afscheid van haar moeten nemen. Mijn zus en ik waren erbij toen de behandeling werd gestaakt.

Vandaag hebben we, noodgedwongen door alle maatregelen, in besloten kring met slechts 50 mensen afscheid van haar genomen. Hieronder het verhaal dat ik voor haar schreef en dat ik bij de uitvaart met een grote brok in mijn keel heb voorgelezen.

 

Mama

Je was er áltijd!

Als ik naar school moest smeerde je de boterhammen… die ik vervolgens op het aanrecht liet liggen terwijl ik, door jou nagezwaaid, het paadje uit fietste. Als ik uit school kwam met wéér een onvoldoende voor Frans, dan zat jij klaar met een kop thee en een Mariakoekje. Eindeloos zat je me ‘achter de vodden aan’ om mijn huiswerk eens te gaan maken. Als ik met heimwee opgehaald wilde worden van het welpenkamp, dan kwam jij me redden. Je ging met me naar de EHBO toen ik op schoolreis mijn duim had gebroken of die keer dat ik op een kopspeld was gaan staan en die was afgebroken in mijn voet. Als een vriendinnetje het had uitgemaakt, dan luisterde je en vertelde me troostend dat ik dáár de oorlog toch nooit mee zou winnen.

Ik kon dag en nacht bellen met een gekke vraag of een dilemma en dat deed ik ook. Een paar keer per week. Meestal vanuit de auto. Gewoon om even je stem te horen en om te checken of er nog nieuws was in Geleen. Meestal was alles dan… ‘rustig’. 

Bij twijfel kon ik altijd even overleggen met mijn moedertje. Laatst nog, toen je al in het ziekenhuis lag, en ik wilde weten hoe je een blok oase in een ronde bak moet doen en hoe nat je zoiets hoort maken, voor er een kerststukje in geprikt kan worden. Regelmatig liet ik je even een stukje lezen. Dat kreeg ik dan per omgaande terug met een paar taalkundige tips en verder vooral complimenten.

Moedertje, je was eigenlijk te lief voor mij. Daar maakte ik dankbaar gebruik van in de tijd dat jij mijn kleding nog moest afrekenen bij Matchpoint op de Rijksweg. Als ik niet kon kiezen, dan verlieten we de winkel met twee dure O’Neill-truien in de tas.

Jij had áltijd alle begrip. Steunde mij door dik en dun. Zelfs als ik iets heel stoms gedaan had of eigenwijs was, stond je nog achter me. Als je het ergens niet mee eens was, dan zei je dat heus wel, maar misschien niet gelijk. Meestal precies op het juiste moment en met de juiste toon. Eerst de lieve vrede bewaren. Iedereen in zijn of haar waarde laten. En je kon echt wel eens boos of hevig teleurgesteld zijn, maar nooit lang. 

Om de gevleugelde woorden ‘Ik kan ook lachend slaan!’ hebben we vaak gelachen, omdat er niks van klopte. Ja, je hebt me wel eens een draai om de oren gegeven, maar dat was uit pure frustratie. Ik sloop om vier uur ’s ochtends, in dronken toestand, het huis binnen en jij zat al urenlang ongerust in de stoel op mij te wachten. Dat was lang voordat iedereen een mobiele telefoon had. Ik kan me overigens helemaal niks van dat moment herinneren, behalve dat jij me dit verhaal heel wat keren hebt ingepeperd. 

Je was niet alleen 48 jaar lang mijn Gouden Gids, maar ook een steun en toeverlaat voor vele anderen. Natuurlijk voor papa en voor Karin, maar iedereen die bij jou aanklopte kon rekenen op een luisterend oor. De deur stond altijd open. Even iemand helpen was nooit een probleem. Jarenlang verzorgde je met de buurvrouw, op vrijdagmorgen, de bloemen in de kerk. Je zat in het kerkbestuur, hielp op school of bij de kindercarnaval en verkocht boeken op de Jandaiamarkt. Als iemand een carnavalspekske moest hebben of een gat in zijn jas had, dan kroop jij met liefde achter het ‘naaiertje’. 

Doedoe kreeg van jou een perfecte facelift, nadat de knuffel een keer in de fik had gestaan. Het favoriete beertje van Art kreeg er natuurlijk een schattig truitje en een slaapzakje bij.

 

Mama, ik hoef je niet meer te vertellen hoeveel ik van je houd. Dat heb ik gelukkig allang en heel vaak gedaan. De afgelopen zomer hebben we het in de tuin nog uitgebreid gehad over hoe goed we het met elkaar hadden. Dat we elkaar altijd begrepen en dat we zo’n fijne familie vormen. 

Je weet dat papa, Karin en ik goed op elkaar zullen letten, dat Christel en Paul achter ons staan en dat het met Jasper, Ruben, Art en Imme helemaal goed komt. De fundamenten zijn stevig, al lang geleden gelegd en goed onderhouden. Maar dat wil niet zeggen dat we het zonder jou kunnen. We hebben je hulp nodig. Nu en in de toekomst. Ik blijf je gewoon om raad vragen en weet heel zeker dat je er áltijd zal zijn. In mijn hart, in mijn hoofd, in papa, Karin en in onze gezinnen. 

We nemen nu afscheid, maar je gaat nooit weg.








vrijdag 25 december 2020

Point of View - afscheid van een column


Tussen maart 2012 en december 2020 schreef ik in totaal 81 columns voor Broadcast Magazine. Een blik op Omroepland door de ogen van een cameraman. Daarom heeft die reeks de toepasselijke naam ‘Point of View’gekregen. Naast alle schrijfsels op dit weblog deed ik elke maand extra hard mijn best op de 600 woorden die ik mocht aanleveren voor dit mooie mediavakblad. Heel wat onderwerpen zijn in 9 jaar de revue gepasseerd. 

Nu houdt het op. Een maand of twee geleden ben ik gebeld door Jeroen, de altijd vriendelijke eindredacteur van het blad, met de mededeling dat ze hadden besloten om iets nieuws op die plek te gaan doen. Ik vind dat ongelofelijk jammer, want ik was apetrots op mijn vaste plekje in dit prachtige en zeer gewaardeerde blad. Aan de andere kant begrijp het ook. Niet alles kan blijven zoals het is. Ik vond het zelf ook wel lastig om wat onderwerpkeuze betreft niet in herhaling te vallen.

Deze maand is mijn laatste column in Broadcast Magazine verschenen. Het betreft een duidelijke, persoonlijke en heel principiële mening over ‘enhanced audio’ bij voetbalwedstijden. Ik heb er bewust voor gekozen om geen afscheidsspeech te schrijven of een emotionele terugblik, omdat de lezer van het blad daar volgens mij geen boodschap aan heeft. Maar deze weblog gaat over mij en over mijn avonturen. Hier mag ik natuurlijk wel terugblikken en afscheid nemen van mijn dierbare column.

Ik heb me voorgenomen om de komende weken een aantal oude columns af te stoffen en deze opnieuw op mijn blog te plaatsen. Voor de liefhebber en vooral voor mezelf. Het is leuk om al die schrijfsels nog eens terug te lezen. Sommige columns zijn inmiddels gedateerd, maar andere zeker niet. De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar altijd gerelateerd aan de omroepwereld. Hoewel sommige mensen de begrippen ‘kritisch’ en ‘zuur’ wel eens door elkaar halen of vinden dat ik teveel zeur, ben ik zelf van mening dat de meeste stukken die ik geschreven heb buitengewoon positief zijn en vooral de liefde voor het vak ademen. De columns waarin ik een uitgesproken mening geef, over zaken die beter kunnen, blijven misschien langer hangen dan blijmoedige anekdotes, schouderklopjes en succesverhalen. Toch ben ik over het algemeen vooral een blije en trotse cameraman, gezegend met fijne professionals waarmee ik mag samenwerken, in een wereld vol avontuur, spanning en sensatie. 

Ik blijf schrijven. Dit weblog blijft bestaan. Of ik in het nieuwe jaar ook iets heel anders ga schrijven, dat weet ik niet. Daar denk ik nog even over na. Ooit moet er toch nog eens een roman komen of een boek over de tv wereld. Misschien ga ik meer interviews maken of reportages schrijven, want ook de deur naar BM blijft gewoon open. Tips en suggesties zijn welkom. En als jij nog een columnist zoekt, dan wil ik altijd met je meedenken.






 


dinsdag 22 december 2020

enhanced audio

De sfeer in voetbalstadions is in deze malle tijd ver te zoeken, omdat er geen of nauwelijks nog publiek aanwezig mag zijn bij wedstrijden. Als je de supporters niet meer hoort, merk je pas hoeveel hun geluid toevoegt aan samenvattingen en live-uitzendingen. Het wordt namelijk pas echt spannend als je de emotie vanaf volle tribunes kan voelen. De beleving van een wedstrijd. Ook oorverdovende stilte kan heel bijzonder zijn, zoals in de halve finale van de Champions League op 8 mei 2019, toen Lucas Moura van de Spurs in de allerlaatste minuut de 2-3 maakte en de hele Johan Cruijff Arena opeens vol ongeloof naar adem hapte. 

Maar nu hoor je de hartstocht van voetballiefhebbers helaas niet meer in de stadions. Alleen nog het schoppen tegen de bal, het schreeuwen van spelers onderling en soms de aanwijzingen van een trainer langs de kant van het veld. Daar knappen de meeste wedstrijden niet van op en dus de tv registraties ook niet.

Daarom is besloten om oude stadiongeluiden toe te voegen aan de uitzendingen van voetbal op tv. Enhanced audionoemen ze dat. In Duitsland zijn ze er mee begonnen en zij hebben het meteen gründlich aangepakt. Naar verluidt met de hulp van professionele sounddesigners uit de filmwereld. Uit onderzoeken bleek dat de gemiddelde kijker dit gerecyclede stadiongeluid als prettig ervaart. Dus volgden al snel andere landen, waaronder Nederland. 

Ook hier wordt serieus werk gemaakt van de toegevoegde publieksgeluiden bij voetbalregistraties op televisie. Dat is nog niet eenvoudig. Een geluidsregisseur moet goed weten welke ‘oehs’ en ‘aahs’ hij in de samplemachine stopt en op welk moment hij ze er weer uit moet toveren. Het moet realistisch klinken, dus is het cruciaal dat diegene de wedstrijd aanvoelt. Als hij te laat reageert is het gelijk potsierlijk. Verkeerde keuzes zullen de kijker opvallen en gaan al snel irriteren. Fluitconcerten en spreekkoren zijn natuurlijk uit den boze. Het geluid van uitpubliek moet stiller klinken dan dat van thuispubliek, behalve als de uitspelende club scoort. 

De resultaten zijn verbluffend goed. Het is ongelofelijk knap wat ze allemaal kunnen en het klinkt in de meeste gevallen buitengewoon geloofwaardig. Toch kan ik persoonlijk niet wennen aan het enhanced audio. Het is niet echt en het past niet bij deze gekke tijd. We leven in 2020 en alles is nu anders. Het is de realiteit dat er geen sfeer en dus weinig geluid te horen is in de stadions. Als je publieksgejoel toch aan een uitzending toevoegt, dan doe je de werkelijkheid geweld aan. Het slaat nergens op en het zegt niks. Het is nepgeluid. 

Waar trek je de grens als commerciele belangen een steeds grotere rol spelen? Krijgen we binnenkort ook enhanced publiek op de lege tribunes, enhanced analyses van deskundigen naar keuze en enhanced virtualreality-doelpunten als er onverhoopt niet gescoord wordt? 

Een goed wedstrijdverslag is in mijn ogen nog altijd een journalistiek product. Het moet een objectieve weergave zijn van wat er daadwerkelijk op en rond een voetbalveld gebeurt… en niks meer.

 

Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine en is gepubliceerd in het decembernummer van hét mediavakblad van Nederland. Het is de 81e en tevens de laatste column die ik schreef in de reeks Point of View. 





zaterdag 19 december 2020

regie

 

Benny belde. De regisseur was ziek. Ze hadden hun hele freelancebestand al gebeld en niemand was op korte termijn beschikbaar. Of ik het niet wilde doen. Een vervangende cameraman was wellicht eenvoudiger te vinden dan een regisseur.

Dat was op donderdagavond, tijdens het koken. Zelf heb ik er nog een paar berichten tegenaan gegooid, maar het bleek niet eenvoudig om een geschikte kandidaat te vinden. Ondertussen leek het mij een geweldige kans, en een passend slot van een jaar waarin ik veelvuldig buiten mijn comfortzone moest opereren. Ik besloot de uitdaging aan te gaan. 

Wat had ik te verliezen?

Het betrof een kerstconcert van de Limburgse zangeres Renée van Wegberg met een bigband, op zaterdag, in het theater van Sittard. Geen tijd meer om ergens over na te denken of om me druk te maken. Ik had zes bemande camera’s tot mijn beschikking. Een heuse regiewagen, een audiowagen, een paar assistenten, een zeer bekwame belichter, een schakeltechnicus, een beeldtechnicus, de beste producer van het zuiden en achter me zat een opdrachtgever die mij het vertrouwen gaf en vol overgave de rol van mental coach op zich nam. 

Wat kon er mis gaan?

Zelf heb ik altijd ideeën over hoe iets in beeld gebracht kan worden. Of ik nou naar een programma kijk of er aan mee mag werken, er zijn altijd zaken waar ik een mening over heb. Normaal gesproken is het goed bedoeld en opbouwend, maar ik kan ook wel eens kritisch zijn. Nu ik zelf op de stoel van de regisseur plaats nam, voelde ik opeens dat de lat wel heel erg hoog lag. Zelf daarboven neergelegd. Ik mocht natuurlijk niet verzaken en had voortdurend in gedachten dat alle regisseurs, die ik altijd gevraagd en vooral ongevraagd voorzie van goedbedoelde adviezen, nu met extra aandacht naar mijn broddelwerkje zouden kijken. 

Wat had ik mezelf aangedaan?

Het uitdragen van mijn visie was geen enkel probleem. Dat kan ik. In de opbouwfase hakte ik voortvarend knopen, motiveerde ik de ploeg en sprak bevlogen met de artiesten. Ik voelde mezelf heel erg de regisseur. Ik schoof met camera’s, verdeelde de taken en legde uit waar ik naartoe wilde. Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Alleen toen begon de doorloop… Noem het maar gelijk een generale repetitie. Voor ons was het nog de fase van ‘plaatjes kijken’, lichtstanden doornemen, soundchecken en een stukje teambuilding, maar de band en artiesten hadden alles al tot in de puntjes gerepeteerd. Die konden gelijk gas geven en het tijdschema vroeg daar ook om. 

We repeteerden zoveel mogelijk, maar de kans om dingen nog eens te doen was er niet echt. Ik wilde graag alle nummers zien en probeerde krampachtig grip te krijgen op de situatie. Het ging me allemaal veel te snel en ondanks het feit dat ik de meeste nummers wel kende, zat ik er met mijn overgangen voortdurend naast. We schakelden van een trompettist die net gestopt was met blazen, naar de drummer vlak ná zijn break en van een niet zingende zangeres naar de totaalcamera die op dat moment een kleine correctie maakte. Dit was toch even andere koek dan het registreren van een carnavalsoptocht met vier camera’s, waarbij in principe altijd alles raak is. Bij zo’n bigband moet je eigenlijk een partituurlezer hebben of een dijk van een regieassistente die precies heeft uitgeschreven wie wanneer speelt. Ervaring en vlieguren in de regiewagen, dat helpt ook. 

Maar je moet ook ergens beginnen.

Als na de repetitie iemand tegen me gezegd had dat ik naar huis mocht gaan, dan had ik dat waarschijnlijk als een enorme opluchting ervaren. Ik was nog net niet suïcidaal en stond weer met beide voetjes op de grond. Ik realiseerde me opeens hoe ongelofelijk irritant het is wanneer iedereen, na afloop van zo’n stroef verlopen repetitie, met goedbedoelde adviezen op je af stormt. Iets wat ik als cameraman ook heel vaak doe, maar ik wist zelf op dat moment precies waar het aan schortte. Het is ook dat ik geen haar heb, anders had ik er met mijn handen in gezeten.

Maar er was geen weg terug. Ik moest met beide billetjes bloot. Na het diner begon het concert en van mij werd verwacht dat ik positief bleef en keuzes maakte in rap tempo. Liefst een beetje in de maat, in logische volgorde en ook nog zo tijdig aangekondigd dat cameramensen en schakeltechnicus wisten waar ze aan toe waren. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo nerveus was.

Maar het treintje ging rijden. Ik werd enorm geholpen door de cameramensen en gered door de schakeltechnicus. De opdrachtgever ontpopte zich als verdienstelijk regieassistent. Het zal geen Emmy opleveren en ook geen Rose d’Or, maar we overleefden de opname van de eerste nummers. Na het gespartel in de middag, had ik nu opeens het gevoel dat we gewoon aan het zwemmen waren. Dat gaf de burger moed. Ik sloeg de schakeltechnicus zo hard op de bovenarm dat hij er een blauwe plek aan overgehouden moet hebben, maar ik was dan ook opgelucht. We waren los.

De avond ging veel sneller voorbij dan me lief was. We kwamen steeds beter in de flow. Ik kreeg er heel veel plezier in. En ik had het gevoel dat we echt wel een voldoende scoorden, zeker als een goede editor er achteraf nog even zijn plasje overheen zou doen.

 

Dit was dus allemaal een week geleden. Gisterenavond is het programma uitgezonden bij L1. Dit weekend wordt het nog een paar keer herhaald. Vol spanning heb ik het teruggekeken. Het is een mooi debuut voor mij als regisseur van een muziekprogramma en zeker iets om trots op te zijn. Natuurlijk zie ik ook gelijk een miljoen verbeterpuntjes, maar ik heb het gered. De opdrachtgever is tevreden en ik ben dat zeker. Het was een super leerzame ervaring. Het heeft me een uniek inzicht gegeven, waar ik ook weer een betere cameraman van wordt. Maar het was vooral een kans met een gouden randje. Een dag om nooit, maar dan ook nooit meer te vergeten.





dinsdag 8 december 2020

koprol


Elke tak van sport heeft zo zijn eigen specifieke cameraopstelling. Daar kan de regisseur wel een beetje mee spelen en al naar gelang het budget kan je zo’n cameraplan uitbreiden of juist inkrimpen, maar de basis ligt per sport min of meer vast. Als je bij voetbal besluit om de belangrijkste overzichtscamera, net als bij tennis, aan de korte zijde van het veld te plaatsen, dan zal dat leiden tot grote verwarring bij de kijker. 

Bij zwemwedstrijden leggen ze voor een goede registratie een lange rails langs het bad, waar een karretje (dolly) met de meest cruciale camera op komt. Die camera rijdt met de voorste zwemmers mee en kan zo de race het beste in beeld brengen. 

Dat klinkt simpeler dan het is. Om te beginnen moet de rails kaarsrecht liggen en absoluut waterpas, want anders gaat de dolly slingeren of stuiteren en dat zie je gelijk in beeld. Vervolgens heb je een sterkte, fitte kerel nodig die de dolly duwt of trekt. Het zal bij de Olympische Spelen vast met peperdure  elektronische hulpmiddelen gedaan worden, maar er gaat niks boven het gevoel en inzicht van een goede gripper. De bediening van de camera is vervolgens het eenvoudigste klusje. Zeker als de cameraman in kwestie ook nog eens de beschikking heeft over een gestabiliseerde lens, die de ergste trillingen opvangt. 

Afgelopen weekend had ik het genoegen om plaats te mogen nemen op de dolly bij het Olympisch Kwalificatie Toernooi in Rotterdam. De super sympathieke en zeer behulpzame Aike Bierema van Egripment was de dollyduwer van dienst en ik had natuurlijk gelijk medelijden met de man. Er zijn immers lichtere cameramensen. 

We begonnen zaterdagmiddag met de 800 meter vrije slag. Zestien keer heen en weer. Zo kregen ook Aike en ik gelijk de slag te pakken, want het is echt een samenspel tussen de cameraman en degene die het tempo bepaalt. Je moet precies op de lijn van de voorste zwemmer zitten of soms net iets er voor. Aan het eind van de baan moet je geleidelijk afremmen en weer gas geven als je de andere kant op gaat. Bij het keerpunt zetten de zwemmers zich onderwater af tegen de kant en daarmee versnellen ze even hun tempo. 

Het was rock ’n roll. Aike en ik hadden regelmatig oogcontact. Met die mondkapjes van tegenwoordig moet je extra je best doen om uit te stralen dat je tevreden bent, maar ik kon aan hem in ieder geval zien dat hij er lol in had. Zo hebben we zaterdag en zondag aardig wat ritjes gemaakt. Telkens was het tempo verschillend, want tijdens de finales van verschillende disciplines gaat het soms harder en soms zachter. De 400 meter wisselslag is wat dat betreft een enorme instinker. 

Een van de laatste races was de 50 meter vrije slag voor heren. De start was in dit geval aan de andere zijde van het bad. Daarom vroeg de regisseur of ik een paar extra voorstelshots van de belangrijkste deelnemers wilde maken. Mijn laatste medium zat vlak tegen de start aan en dat maakte het voor Aike lastig om soepel aan te zetten. Het was bovendien een super snelle race, dus moest hij sowieso aan de bak. Dat deed hij dan ook, maar onfortuinlijk kwam hij met zijn voet tegen de kabelgeleider van de dolly, waardoor hij uit balans raakte en… struikelde.

Waarschijnlijk zag het er van een afstandje behoorlijk knullig uit, maar vanuit mijn ooghoek ging het allemaal zo snel dat het meer weg had van een soort kung fu sprong. Hij viel, rolde op zijn zij en sprong weer overeind, alsof het een ingestudeerde Cirque du Soleil artiest was. Ondertussen rolde mijn dolly verder en werd mijn camera gewoon geschakeld alsof er niets aan de hand was. Heel langzaam minderde ik vaart en werd ik voorbij gezwommen door de kop van de wedstrijd. Vol adrenaline rende Aike achter me aan, greep de trekstang, moest een kleine inhaalbeweging maken en toen waren we weer gewoon back in business. Ik heb het later aan de regisseur en de schakeltechnicus gevraagd, maar er is hun helemaal niks opgevallen. Ze hadden het nieteens in de gaten! Doe dat maar eens na met een elektronisch karretje dat even een error krijgt of ergens tegenaan botst…

Na afloop heb ik natuurlijk gelijk gekeken of er niks beschadigd was aan de dolly. En gevraagd of Aike zich bezeerd had. Dat was gelukkig niet het geval. Ook een dag later had hij geen last van spierpijn. Het was wel de koprol van zijn leven. Als ik Aike over 50 jaar tegenkom in een of ander bejaardenhuis, dan herinner ik me dit moment nog. Wat een held!

 

 


woensdag 2 december 2020

evoluon

Een korte broek, maar heus niet van spijkerstof. Misschien was het wel badstof. Leren schoenen van de Bata, sokken hoog opgetrokken en de pony een tikkeltje scheef geknipt. Daar sta je dan. Tien jaar en voor het eerst in het Evoluon. 

Ik kan me flarden van die dag nog zo voor de geest halen. Oma Hettinga was mee. Dit uitstapje had ik, als ik het me goed herinner, van haar voor mijn tiende verjaardag gekregen. En in haar tas zaten altijd van die lekkere Chocotoff’s, waar je je tanden op stuk kon bijten. Of Wycam’s Borstbollen uit een blikje. Of op zijn minst een rolletje King pepermunt.

In die tijd was de Ufo in Eindhoven nog een educatief technologiemuseum, zwaar gesponsord door Electronicaconcern Philips. Hier kon je de vooruitgang bewonderen en een voorproefje krijgen van de wondere wereld in de toekomst. Je mocht er zelf demonstratiemodellen bedienen en kon experimentjes doen. Dat was in die tijd nog uniek en hyper modern voor een museum. 

Bij de tentoonstelling van 1982 stonden de nieuwste P2000 homecomputers. Ik geloof dat ik er voor het eerst Viditel heb gezien en iets van de compact disk. Maar het was mij vooral te doen om de televisiecamera. Toen al. Voor zover ik me kan herinneren stond er eentje opgesteld in de hoek van de telecommunicatie. Zo’n hele grote. De LDK6, denk ik. Die was toen state-of-art en daar mocht je niet aan komen.

Ik weet niet waar de fascinatie precies vandaan komt, maar ik vind camera’s nog steeds geweldig. Ondanks het feit dat ik er bijna elke dag wel eentje in mijn handen heb, blijven het magische apparaten. Inmiddels dus meer dan 38 jaar. Een tante vertelde onlangs nog dat ik zelfs ooit tegen mijn opa gezegd heb dat ik cameraman wilde worden en dan in de Tour de France achterop zo’n televisiemotor zou zitten. Dat is bijzonder, omdat mijn opa is overleden toen ik vijf was. 

De vorige week moest ik voor werk in het Evoluon zijn. Iets met een livestream voor DSM. Er kwam die middag een hoop bij elkaar en ik moest denken aan de foto uit het album van 1982. Mijn vader heeft hem opgezocht en onder de scanner gelegd. Anja heeft me geholpen om deze foto even na te maken.

Ik vind dat mooi. Zo zie je dat er in 38 jaar bijna niets is veranderd... aan buitenkant van het Evoluon. 







dinsdag 24 november 2020

Het gezagsverhoudingsmonster leeft! (ZZP/DBA update nummer zoveel)

 

Het is deze week precies vier jaar geleden dat Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën, na een reeks van protesten, bekend maakte dat de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties zou worden opgeschort. Een nieuw kabinet moest na de verkiezingen maar een alternatief verzinnen voor deze omstreden wet, die de aansprakelijkheid voor schijnzelfstandigheid van zelfstandigen moest verschuiven van de ZZP’er naar zijn of haar opdrachtgever. 

Inmiddels zijn we een hele kabinetsperiode verder. Eerst was het wachten op een verse minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en een nieuwe staatssecretaris van Financiën, maar toen Wouter Koolmees en Menno Snel eindelijk op hun post zaten gingen ze voortvarend van start. Zij kwamen alleen al vrij snel tot de conclusie dat de ZZP-wetgeving een hoofdpijndossier is. Vervolgens is er vier jaar lang vooral gesproken met belanghebbenden. Plannen met betrekking tot een minimumtarief voor de slechtst betaalde en een zelfstandigenverklaring voor de best betaalde ZZP’ers zijn gepresenteerd en weer van tafel geveegd. Het invoeren van een verplichte Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor alle ZZP’ers, waarover in het pensioenakkoord afspraken zijn gemaakt met de vakbonden, schiet niet op. Uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst en het UWV kunnen deze extra taak er helemaal niet bij hebben. De commissie Regulering van Werk is in het leven geroepen, maar de bevindingen van de commissie Borstlap hebben tot nu toe alleen maar geleid tot nieuwe discussies. 

Het wil in Den Haag maar niet lukken om een list te verzinnen, waarmee ze kwaadwillende opdrachtgevers en schijnzelfstandigheid kunnen aanpakken. Op de een of andere manier is het niet mogelijk om de arbeidswet, die nog stamt uit 1907, aan te passen. Er is nog steeds geen goede definitie van wat een echte ZZP’er eigenlijk is, laat staan wat er van hem of haar verwacht wordt. 

Er wordt vooral gekeken naar de rol van de opdrachtgever en in het huidige politieke klimaat denken de meeste partijen veel te negatief over ZZP’ers. De grote groep mensen die er bewust voor kiest om zelfstandig ondernemer te zijn wordt daarbij vaak over het hoofd gezien. De positie van professionals die graag eigen keuzes willen maken en hun kennis delen met verschillende opdrachtgevers blijft onzeker door alle besluiteloosheid en het vast houden aan denkbeelden uit de vorige eeuw. 

Als de verouderde regelgeving niet wordt aangepast en de Belastingdienst in de loop van 2021 toch weer gaat handhaven zijn we terug bij af en zal dat onherroepelijk leiden tot dezelfde chaos die we ook al hadden in 2016, ten tijde van de Wet DBA. De spelregels zijn immers helemaal niet aangepast. Het ‘gezagsverhoudingsmonster’ is niet getemd. Die zit gewoon in zijn hok te wachten tot hij weer wordt losgelaten.

De regering heeft al haar hoop nu gevestigd op een simpele webmodule. Daar is een paar jaar aan gewerkt en als het goed is kan deze vanaf 11 januari worden getest. Het idee is dat een opdrachtgever een digitale vragenlijst gaat invullen om zekerheid te krijgen over de vraag of een freelancer een bepaalde opdracht wel of niet mag uitvoeren. Die vragenlijst is echter gemaakt op basis van onveranderde wetgeving en dus is de uitslag in de meeste gevallen dezelfde als in de tijd van de wet DBA. Je mag een freelancer niet inhuren om hetzelfde werk te doen als mensen die ook in vaste dienst zijn. Ook de gezagsverhouding blijft een struikelblok.

Een paar maanden geleden heb ik voor verschillende opdrachten die ik doe een eerste testversie van die webmodule ingevuld. Dan moet ik me verplaatsen in de rol van opdrachtgever, want als ZZP’er hoef ik zelf deze webmodule niet in te vullen. Als ik het heel eerlijk deed, dan kwam ik bij een deel van mijn opdrachten gelijk in de knoei. En ik ben niet de enige. Uit de eerste proef met dit internetformulier onder 84 bedrijven, bleek in de helft van de gevallen dat zij (volgens deze test) onterecht ZZP’ers inhuren. Vervolgens gaven verschillende experts totaal verschillende oordelen over de aard van deze arbeidsrelaties. Kortom: zo lang je niets doet aan het fundament, zal het huis blijven wankelen.

 

We moeten de verantwoordelijkheid voor goed ondernemerschap terug leggen bij de ZZP’er zelf. Die is aansprakelijk voor zijn of haar eigen bedrijf en moet ook goed voorgelicht worden over de lasten en lusten van het ondernemerschap. Eis dat ze elk jaar minstens drie of meer verschillende opdrachtgevers hebben, niet meer dan 60 procent voor 1 opdrachtgever in een jaar werken, dat ze een website hebben en aan acquisitie doen, hun eigen pensioen op de een of andere manier veilig stellen, dat ze beschikken over een goede buffer of verzekering voor arbeidsongeschiktheid en zorg dat ze allemaal een deugdelijke bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering hebben. Als je dat doet, dan is schijnzelfstandigheid geen optie meer, want pizzabezorgers en postbestellers kunnen dat helemaal niet betalen. Laat de ZZP’er elk jaar een online vragenlijst invullen, die je steekproefsgewijs controleert en geef alleen aan freelancers die aan deze afspraken voldoen een soort zelfstandigen verklaring, dan hoef je hun opdrachtgevers nergens mee lastig te vallen en is het probleem opgelost. 

Geef gewoon toe dat de VAR in de basis zo gek nog niet was.








 

 

zaterdag 24 oktober 2020

livestream

Dit weekend staat mijn 80e column uit de reeks ‘Point of View’ in BM, hét mediavakblad van Nederland. De titel is deze maand: ‘livestream’: 

                 

‘Livestream’ is het toverwoord dat onze branche door de coronacrisis sleept. Gelijk al in maart hebben veel partijen zich gestort op webcasting en andere vormen van online communicatie met behulp van audio en video. We zijn er inmiddels zo druk mee dat ze zich in Hilversum af en toe al achter de oren krabben, omdat er opeens een tekort is aan goede technici en operators. 

Het schijnt dat er zoveel regiesetjes zijn gebouwd, dat firma’s als Black Magic en Panasonic de vraag naar (remote)camera’s en randapparatuur niet meer aankunnen. We streamen ons suf voor bedrijven, scholen, universiteiten, kerken, muzikanten, kunst- en cultuurinstellingen of evenementen die hun publiek nu niet op een normale manier kunnen bereiken. 

Zelf heb ik inmiddels ook ontdekt dat er nog een hele wereld buiten Omroepland is. Wie zich een beetje wil aanpassen kan daar veel plezier beleven. Je moet nieuwe opdrachtgevers soms een beetje helpen, want zij kunnen nog niet altijd inschatten wat er komt kijken bij het produceren van een afwisselende talkshow, een flitsende online productpresentatie, de registratie van een evenement of een boeiend webinar voor het personeel. 

Zolang je out-of-the-box denkt en zoekt naar creatieve oplossingen, kom je tot verbluffende resultaten. Het is grappig om te zien hoe er nu, deels ook onder druk, slimme constructies worden bedacht. Met een kleinere crew en goedkopere middelen draaien we producties, waarvan we een paar maanden geleden nog riepen dat het onmogelijk was. 

Zelf ben ik op het moment druk met zeven livestreams van klassieke concerten die philharmonie zuidnederland ten tonele brengt. Het kwam op mijn pad, nadat iemand gezien had dat ik een schoolmusical aan het streamen was. Nu heb ik naast camerawerk ook opeens de rol van livestreamproducer. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Sinds maart heb ik deze Pippi Langkoushouding noodgedwongen aangenomen, maar het levert een hoop nieuwe inzichten op. Het is een uitdaging om met beperkte middelen en nieuwe werkwijzen toch een professioneel product aan te bieden. Zo was ik bijvoorbeeld altijd wars van remote camera’s, tot ik dit voorjaar ontdekte dat met deze apparaten projecten te realiseren zijn, waar in het verleden geen budget voor was. Het komt dus niet in de plaats van onze meer traditionele manier van werken, maar het biedt juist mogelijkheden en interessante perspectieven. 

Daarbij heb je altijd weer vakmensen nodig om te komen tot resultaten om trots op te zijn. Dus levert het werk op. Niet alleen voor handige jongens en meisjes, maar ook voor ervaren professionals en specialisten die weten hoe je met een klant om moet gaan en hoe je verwachtingen moet managen. 

Een vaccin zal straks niet alleen het coronavirus bestrijden, maar ook voor een deel de pandemie van livestreams waar we momenteel midden in zitten. Toch is dit fenomeen niet voor iedereen in de AV sector een tijdelijke bezigheidstherapie. De betere webinars, livestreams en andere vormen van webcast behouden ook na het coronatijdperk hun bestaansrecht.





zondag 18 oktober 2020

niemand in de zaal...

 

In de spiegel van de lift zie ik mezelf. Daar sta ik met mijn productiekratje vol water, fris en lekkers. Een harde schijf om het materiaal op te slaan, uitrijkaarten en een dikke map vol printjes van belangrijke mailuitwisselingen. Ik lijk op een producer of projectmanager. Oh, wacht even… Dat bén ik ook. Vandaag in ieder geval wel. 

 

Dit verhaal begint eigenlijk bij één WhatsApp-bericht. Verzonden op vrijdag 13 maart om 17:44 uur, door Jan Miltenburg. Het was helemaal aan het begin van de coronacrisis. Mijn agenda was net leeggeveegd, als gevolg van de eerste coronamaatregelen en daarover had ik een blog geschreven met de ondertitel “Dagboek van een werkloze ZZP’er”. 

Jan stuurde heel snel daarna:

 

Hoi Jan Rein, las net je blog. Heb je volgende week tijd voor koffie?

 

Ik reageerde een paar minuten later en schreef dat ik álle tijd had. We maakten een afspraak. Het is  grappig om te zien wat er allemaal is gebeurd, naar aanleiding van dat ene bericht. Oorzaak en gevolg.

We dronken koffie, spraken over de markt die mij als ZZP’er op dat moment even niet nodig had en we concludeerden dat stil zitten geen optie is. In eerste instantie brainstormden we over het streamen van begrafenissen. Dat leek mij geen prettige business, maar wel goede handel op dat moment. 

Jan is gespecialiseerd in het bedenken van slimme technische oplossingen en liet mij kennis maken met de op afstand bestuurbare camera. Dat vond ik eigenlijk niks, maar nu stond ik opeens overal voor open. En Jan maakte mij zelfs enthousiast. Desondanks wist ik een paar dagen later al dat mijn begrafenissenplan heel goed, maar nog te duur was. Niet getreurd. Jan en ik hadden leuk contact en bedachten samen een plan om schoolmusicals te gaan filmen. Ook dat werd geen groot succes. Welgeteld twee schoolmusicals heb ik uiteindelijk geregistreerd en gestreamd, nadat ik van ongeveer vijftig scholen te horen had gekregen dat mijn idee briljant was, maar het prijskaartje te hoog.

Op mijn blog schreef ik over remote camera’s en mijn avonturen met betrekking tot het registreren van schoolmusicals. Dat leidde er weer toe dat Jo Smeets, een goede geluidsman die ik al jaren ken van mijn werk bij de regionale zender L1, mij belde met het verzoek om eens mee te denken over livestreams voor zijn opdrachtgever philharmonie zuidnederland.  

 

En daar sta ik dan. Met dat productiekratje voor mijn buik, in de lift van het Muziekgebouw in Eindhoven. Het is voor mij een nieuwe rol, maar ik denk dat ik het wel kan. Het team, dat hier vandaag aan het werk is voor de livestream van philharmonie zuidnederland, heb ik samengesteld. Ik heb mogen bedenken dat we deze klassieke concerten het beste met negen camera’s kunnen registreren en ik heb uiteraard besloten dat Miltenburg AV uit Maarssen bij deze productie mijn technische partner-in-crime moest zijn. De begroting, een offerte en de balans staan op mijn laptop.

De eerste keer, drie weken geleden, vond ik het super spannend om de spin in het web te zijn bij zo’n groot project. Nu ben ik een stuk rustiger. Het resultaat van onze eerste twee concertregistraties heeft mijzelf positief verrast. Ik heb gezien hoe ongelofelijk goed de mensen zijn die ik om me heen heb en de afgelopen weken ben ik druk geweest met alle verbeterpuntjes die we nog hadden. De tijdsplanning is beter, iedereen weet inmiddels precies wat er van hem of haar verwacht wordt en we hebben op punten nóg betere apparatuur. 

Ik ben trots.

Vandaag staat alweer het derde concert op het programma. Dit wordt een heel bijzondere dag. Door de nieuwe coronamaatregelen kan er vanmiddag helaas geen publiek aanwezig zijn. Dat is natuurlijk heel verdrietig en voor zo’n groot orkest is het behoorlijk rampzalig dat ze nu niet kunnen optreden voor volle zalen, maar ze zijn gelukkig niet te stoppen. We maken met philharmonie zuidnederland een unieke livestream. Er is straks niemand in de zaal, behalve het orkest. Zelfs de belichter, de moderator en de laatste bemande camera halen we weg. Op het podium zitten maximaal dertig orkestleden, allemaal op minimaal anderhalve meter van elkaar. Zij geven om 16.00 uur een concert, volledig coronaproof. Wij registreren het met negen remote camera’s, die vanuit een andere ruimte worden bestuurd. Het geluid wordt in stereo én in binaural kwaliteit opgenomen. Deze livestream is rechtstreeks te bekijken en te beluisteren via Classic.nl.

Ik weet zeker dat ik dit iedereen die van klassieke muziek houdt nu al warm kan aanbevelen. Aan het einde van deze zondagmiddag, waarop je toch niets veel anders kan doen, wijntje erbij en dan vanuit je eigen luie stoel een uurtje cultuur proeven. 





zondag 13 september 2020

Het Máxima

Het is voor sommige mensen misschien wel eens goed om een middag door de gangen van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie te lopen. Al na de eerste honderd meter zong ik een toontje lager. Op weg van de parkeergarage naar de centrale hal van het ziekenhuis passeerde ik een speelruimte voor broertjes en zusjes, de afdeling haarwensen en een stilteruimte. Er kwam een familie voorbij met een bleek kindje in een rolstoel. Kaal en met een slangetje in de neus. Bezorgde blikken. Het greep mij gelijk bij de strot. 

Ik kan me druk maken over dingen die, bij nader inzien, misschien toch niet zo belangrijk zijn. Natuurlijk mag iedereen zijn particuliere zorgen hebben en je moet niet altijd alles met het ergste vergelijken, maar ik stond daar vrij snel weer met beide beentjes op de grond. Zeker toen we voor ons filmpje een viertal kinderen spraken die lang in dat ziekenhuis hebben gelegen. Het leven is soms ongelofelijk pittig, oneerlijk en hard. Toch kan je uit die verhalen ook veel positiefs halen. Lessen over veerkracht of over het waarderen van kleine geluksmomenten. Er is zoveel te winnen met positiviteit, liefde en aandacht. In het Máxima is niks oppervlakkig, vluchtig of fake.

Ik zag intens verdriet en helaas lukt er een hele hoop niet in het Máxima, maar het is fantastisch om te zien hoe gezinnen daar op een mooie manier worden geholpen en dat kinderen er genezen van de meest vreselijke kankers. Het lijkt me heftig om op zo’n plek te werken, maar aan de andere kant zijn er niet veel banen die er meer toe doen. Over cruciale beroepen gesproken.

Het was alweer een tijdje geleden sinds ik voor het laatst met tranen in mijn ogen achter een camera had gestaan, maar in Het Máxima gebeurde het weer. Volledig coronaproof interviewden we een meisje van twaalf dat ons vertelde hoe bijzonder het was dat haar klas van een geweldige juf een uurtje vrij had gekregen om bij haar voor de deur liedjes te komen zingen, op een moment waarop zij zich slecht voelde. Toen ze zei wat dat met haar gedaan had hield ik het niet droog. Het kan soms zo simpel zijn. 

Aan het eind van de draaidag heb ik in mijn autootje de radio uitgezet. Ik had behoefte om even over het leven na te denken. Hoe gelukkig mag ik me prijzen met twee gezonde kinderen en een fantastische vrouw? Waar maak ik me druk over? 

In het Máxima zag ik weer eens dat het niet zo veel zin heeft om je energie te steken in bozigheid of opwinding over zaken waar je toch niks aan kan veranderen. Laten we liever zijn voor elkaar, ons vaker richten op het positieve om ons heen en niet zo zeer bezig zijn met al het negatieve.

 

Eerlijk gezegd hoop ik dat ik vaker in het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie welkom ben als cameraman. Zelfs als je daar komt om te filmen doet het er toe. Je treft er mooie mensen en je hoort er inspirerende verhalen. Het zet de boel weer even in perspectief. 




zondag 6 september 2020

zolderkamerberekeningen

                  

Onze zolder bestaat uit een fijne werkruimte met een uniek uitzicht en een deel ‘achter het schot’. Door middel van een klein deurtje kom je bij de bergruimte onder het schuine dak, waar in de loop der jaren een enorme hoop spullen terecht is gekomen. Zaken die niet meer nodig zijn voor dagelijks gebruik, maar te goed zijn om weg te gooien. Na de vakantie moest ik daar enige orde op zaken stellen, om onze kampeerspullen weer voor een jaar op te bergen. Tijdens het opruimen stuitte ik op een oude ordner waarop ‘DutchView’ stond. Even overwoog ik om deze goed gevulde map gelijk weg te kieperen, want ik ben al elf jaar uit dienst, maar toen klapte hij open.

Mijn oog viel op een offerte van CamCompany, gedateerd 19 november 2003. Het betrof een aanbieding voor een ENG programma met een cameraman, een geluidsman en een standaard cameraset op basis van Digital Betacam. Voor de cameraman rekenden we € 360,- per dag (10 uur uit- en thuis), voor de geluidsman € 296,- en voor de apparatuur maar liefst € 336,-. Dat was in een periode waarin het met dat bedrijf financieel niet voor de wind ging, dus die aanbieding zal scherp zijn geweest. Toch zullen deze bedragen velen in onze branche nog steeds heel vertrouwd in de oren klinken. 

Zeventien jaar later is dit nog steeds wat veel freelancers die via facilitaire bedrijven werken rekenen voor een dag. In zeventien jaar zijn de prijzen voor apparatuur alleen maar afgenomen en de tarieven voor camera- en geluidsmensen slechts een piepklein beetje gestegen. 

Nou ben ik geen econoom, maar met een beetje Googlen vond ik op internet een handige inflatiecalculator, die rekent op basis van de cijfers van het CBS. Daar voerde ik de prijs voor een cameraset uit 2003 in en kreeg met een simpele druk op de knop te lezen dat er nu € 441,65 op het prijskaartje zou mogen staan. Nu kan je stellen dat de apparatuur waarmee we tegenwoordig werken goedkoper in aanschaf is, maar een cameraman die in 2003 al € 360,- kostte zou nu € 473,- moeten factureren, tenminste als we al die jaren wel keurig rekening hadden gehouden met de inflatiecijfers. Verhoudingsgewijs houden we aan een dag hard werken dus veel minder over dan in 2003. Zelfs wanneer je rekent met tarieven tussen € 380,- en € 400,- per dag.

Ik weet dat we nu terecht zijn gekomen in een complexe crisis en dat we blij moeten zijn met elke dag werk die we kunnen pakken. Toch wil ik er op wijzen dat het dus geen verstandige optie is om de komende tijd te zakken met tarieven voor personeel. Wat je weggeeft krijg je er kennelijk niet zomaar bij als het straks weer beter gaat met onze economie. Om ook na deze crisis een enigszins gezonde branche over te houden moeten we nóg slimmer produceren, gaan voor kwaliteit en onze markt desnoods iets laten krimpen. Laten we er wel voor zorgen dat de vakmensen die overblijven genoeg verdienen, zodat zij ook de komende zomer hun campingspullen weer tevoorschijn kunnen toveren om er een paar weken lekker op uit te trekken. We moeten op een gezonde en fijne manier kunnen leven van dit fantastische werk. Vitale en gelukkige mensen maken namelijk de mooiste programma’s.



Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine, hét mediavakblad van Nederland en hij is gepubliceerd in BM 391 van september 2020. 





 

woensdag 26 augustus 2020

Wende's Kaleidoscoop

Het is nog geen tien voor tien als we het nummer Mute Love van Naaz voor de tweede keer zien en horen. Ze staat op de eerste ring van de tribune in Theater Carré. Zelf sta ik een metertje of acht bij haar vandaan, maar met mijn 86x lens kruip ik in de pupillen van haar ogen. Kippenvel. Nu al. Op dinsdagochtend. En we zijn nog maar net binnen. 

De hele crew heeft een bevlogen mail van Wende gekregen, waarin ze het idee achter deze speciale editie van Kaleidoscoop toelicht. Ze wil kunstenaars en artiesten uit verschillende werelden bij elkaar brengen. Elkaar inspireren, uitdagen, verrassen en ontmoeten. Mede door zo’n lief, mooi en niet alledaags mailtje heb ik het gevoel dat wij hier niet staan als tv-crew die een kunstje komt doen, maar we zijn een onderdeel van het proces.    

De hele dag repeteren we. Het theater is rondom gevuld met bijzondere artiesten. Wende, natuurlijk. Die is steengoed. En ze heeft twintig artiesten uitgenodigd die zij hoog heeft zitten. Een gospelkoor, Froukje, S10, Pink Oculus, Naaz en Michelle David. Die kende ik nog niet. Eefje de Visser, Steef de Jong, Eric Corton, Douwe Bob, Torre Florim van De Staat, het Nederlands Danstheater, Conny Palmen, Jenny Arean en Typhoon. Ze doen voor deze gelegenheid allemaal iets speciaals. Out of the box. Een ongebruikelijk nummer of een unieke samenwerking. 

Wij filmen voor de NTR met zes camera’s. Twee lange lenzen, een handheld, een dolly, een crane en een Steadicam. Het is niet veel, maar genoeg om dit feest goed in beeld te vangen. Het betekent ook dat we harder moeten werken dan wanneer je er met tien camera’s staat. Dat houdt ons scherp. We hebben bovendien camera’s met een grote sensor, waardoor het beeld nog mooier wordt.

Ik vind dit prachtig. Dit zijn de projecten waarvoor ik cameraman ben geworden. Het is inspirerend om deel uit te mogen maken van zo ongelofelijk veel verzamelde creativiteit. Alle disciplines tillen elkaar naar een hoger plan. Wende en haar regisseur Michiel van Erp kijken op een andere manier naar de show, het licht en onze registratie dan wij gewend zijn. Hun op- en aanmerkingen zetten televisieregisseur David Grifhorst weer aan tot nadenken. Dat is toch al iemand die van een drol een verrukkelijk gebakje kan maken, maar nu moet hij op zijn tenen. Vervolgens spoort hij ons en de mensen van het licht aan om uit de comfortzone te komen en tot het uiterste te gaan. Zo zetten we in de loop van de dag alle zeilen bij. Licht, camera, beeld, geluid, de opnameleider, de assistenten, de grippers, de focuspuller, de schakeltechnicus, de regisseur, de regieassistent, redactie, productie en natuurlijk de artiesten. Maar de sfeer is buitengewoon goed, het enthousiasme en de dankbaarheid zijn groot. Je ziet het groeien. Er ontstaat iets moois. Met liefde en veel plezier gaat iedereen vandaag naar de top van zijn of haar kunnen. 

Om kwart over zeven start de opname. Het gaat in een ruk door. Alsof het live is. Het liefst doen we niks over en maken we geen enkel stopje. Dat zorgt voor gezonde spanning. Pijn in mijn nek en klamme handen.

Als Wende en Typhoon Laat me niet alleen zingen worden mijn ogen een klein beetje vochtig. Hier op deze historische grond staan allemaal geniale artiesten die door het coronavirus niet kunnen doen waar ze voor gemaakt zijn. Hun sector staat op instorten. En toch zie je de veerkracht of liever gezegd de oerkracht van creativiteit. Het spat er af. Dat zit in hun DNA. Met elkaar iets maken, iets creëren is het aller mooiste wat er is. Dat is wat muzikanten doen, maar ook wat wij doen en waar we iedere keer weer zo blij van worden. Zeker wanneer alles lukt, zoals vandaag. 

Er zijn van die dagen die eigenlijk nooit voorbij mogen gaan. Het gaat zo snel. Het gaat zo goed. Zo heerlijk. Zo zo zo... ik heb er geen woorden voor. Ze knallen het dak er af. Met elkaar halen we even alles in wat we de afgelopen maanden zo hebben moeten missen. Cultuur. We ademen weer. De mensen in deze zaal zijn met elkaar in staat om de wereld echt een stukje mooier te maken. 

Ben ik lyrisch? Dat kan kloppen.

Je moet maar even kijken als het zaterdagavond wordt uitgezonden. Het is de alternatieve opening van de jaarlijkse Uitmarkt. Om 20.10 uur op NPO2. Dan snap je vast wat ik bedoel. 

Het is vijf voor elf als ik over de gracht richting auto loop. Moe, maar oh zo voldaan. Wat een waanzinnige dag. In mijn tas het flesje hydraterende handgel dat we gekregen hebben, met een briefje waarop Wende voor ons geschreven heeft:

“Laten we eindeloos het samenkomen van de verschillen vieren.”

Dat vind ik een heel goed plan.

Wende, bedankt!




foto: Monica Hoogendoorn

vrijdag 21 augustus 2020

Dag, mijnheer Hettinga. Zit mijn haar goed?

 

Ik weet het allemaal nog vrij precies. We hadden een informatieavond voor nieuwe vrijwilligers georganiseerd, in de kleine zaal van de Hanenhof in Geleen. Daar meldde zich een man met een harde G. Iemand met lef en bravoure, zoals wij het bij de Geleense lokale omroep nog niet gewend waren. Een leuke vent, dat zeker. Tien jaar ouder dan ik, dus hij zal 26 of 27 zijn geweest. Het was immers 1987. 

Al snel presenteerde hij de maandelijkse talkshow op de lokale tv, die ik met mijn 16 jaar al mocht regisseren. We maakten ook samen reportages en die werden door zijn kijk op de wereld steeds leuker. Bij de omroep hadden sommige mensen wat moeite met iemand die blaakte van het zelfvertrouwen, maar ik vond dat wel leuk en keek stiekem ook een beetje tegen hem op. Zijn humor nam ik over en wat hij vertelde over muziek, goede films of het gebruik van deodorant sloeg ik op in mijn bovenkamertje. Er ontstond een bijzondere band. We liepen samen de Kennedymars van Sittard (80 kilometer op een dag) en ons absolute hoogtepunt was een reis naar Italië, waar we verslag deden van een Jeugdolympiade, met meer dan 200 jonge sporters uit Geleen.

Op Music was my first love van John Miles, I got you van James Brown en de filmmuziek uit Top Gun reden we in een rode Toyota Corolla, afgeladen met loodzware apparatuur naar Alba in de streek Piëmont. Dat zo’n kleine lokale omroep zich deze peperdure wereldreis kon veroorloven kwam puur en alleen omdat mijn vriend op persoonlijke titel allerlei sponsors had geregeld. Bovendien had hij de publiciteitsgeile burgemeester overtuigd van de noodzaak van onze reportages. Die was natuurlijk ook in Italië en telkens als ik met mijn camera in de buurt kwam, vroeg hij met zijn korpsballerig toontje aan mij: “Dag, mijnheer Hettinga, zit mijn haar goed?“ Je moet weten dat de coupe van de burgemeester van Geleen in die dagen voornamelijk bestond uit één lange grijze lok, die hij dan na een vleugje wind opnieuw over zijn kale hoofd moest klappen. Wij vonden het heel grappig dat de belangrijkste man van onze stad voor zijn imago zo afhankelijk van ons was. 

De vraag ‘zit mijn haar goed’, (uitgesproken op een manier alsof je een gloeiendhete aardappel in je mond hebt) is dan ook al meer dan 30 jaar onze standaard openingszin. Ik had dat al heel lang niet meer gehoord, want ik denk dat we elkaar bijna 10 jaar niet echt gesproken hadden, maar midden in de coronalockdown ging bij mij op een ochtend de telefoon en toen ik opnam hoorde ik aan de andere kant van de lijn niets anders dan: “Dag mijnheer Hettinga…” en wist gelijk genoeg. 

Mijn oude vriend had mijn blogs gelezen, waarin ik opriep om in deze crisistijd eens een ZZP’er te adopteren en hij kon wel een cameraman gebruiken. 

Ik had even gemist dat hij inmiddels een hooggeplaatste functie heeft bij een groot logistiek bedrijf en momenteel druk is met de nieuwbouw van een hypermodern distributiecentrum. Ze zitten nu in de testfase, waarin je goed kan zien hoe indrukwekkend alle automatiseringssystemen in het gigantische gebouw zijn. Dat wilde hij graag vastleggen. Het was bovendien een goede truc om onze oude vriendschapsband aan te halen.

Zo stonden mijn oude maatje en ik afgelopen zondag weer samen te filmen. Voor het eerst in 30 jaar! Mooi om hem weer eens met een statief te zien slepen. De beelden die we maakten waren een stuk scherper en we hadden geen losse U-Matic recorder meer of accu’s in de vorm van een bomgordel, maar verder was het als vanouds. 

Het is bijzonder dat je met sommige mensen zelfs na tientallen jaren gewoon verder kan gaan waar je gebleven was. De buikjes zijn boller, de koppen kaler en de conditie wellicht wat minder, maar als er een goede klik is, kan echte vriendschap ook een radiostilte van tien, twintig of zelfs dertig jaar doorstaan. Makkelijk.




woensdag 22 juli 2020

Cor

Deze week is het alweer vier jaar geleden dat Cor Brinkman totaal onverwacht overleed aan een hartstilstand op de Chinese Muur. Ik denk vaak aan deze geweldige geluidsman. Hij was voor mij veel meer dan een collega. Een vriend, een vaderfiguur en mijn vaste maatje tijdens doldwaze televisie-avonturen. Als ik door vermoeidheid, stress of onmogelijke vragen van een regisseur het even niet meer zag zitten, dan sleepte hij mij er doorheen en als hij het helemaal had gehad met een te fanatieke redacteur of producer, dan kon ik hem altijd weer aan het lachen krijgen. Wij waren een goed team. We konden ongelofelijk veel lol met elkaar hebben. Hij was altijd in voor een geintje. Maar onderweg voerden we ook goede gesprekken. Wij wisten veel van elkaar. Tijdens het werk hadden we aan een half woord genoeg.

Het feit dat hij zo plotseling en midden in de vakantietijd uit mijn leven verdween maakt dat ik het nog steeds niet helemaal kan bevatten. Zelfs na jaren heb ik het gevoel dat hij ieder moment weer voor mijn neus kan staan. Dat hij me zo kan bellen of een berichtje kan sturen. Zijn nummer staat nog altijd in mijn telefoon en af en toe lees ik de laatste Appjes die hij me stuurde:

“Mooie herinnering aan een fijne klus.” Stuurde hij op 1 juni 2016 met een reeks foto’s van onze draaidag voor Het Klokhuis bij de Deltawerken. Daarop schreef ik: “Morgen weer!” en hij tot slot: “Zekers!”

Dan volgt er niks.

De laatste keer dat we samen draaiden was voor een programma van de VPRO over het Holland Festival. Iets met Toneelgroep Amsterdam in het theater van Hoorn. Een korte klus. Wat ik me kan herinneren is dat het niet allemaal vanzelf ging met de mensen die we wilden interviewen. Na afloop hebben we uitgebreid zitten lunchen op een terras in het mooie havenstadje. We hebben het nog gehad over een grote reistas die hij van mij wilde lenen voor zijn grote reis naar China, maar die ik zelf ook nodig had in die periode. Hoe we aan het eind van die dag afscheid genomen hebben kan ik me niet herinneren. Het moet zoals altijd met een stevige hug zijn geweest en woorden in de trand van ‘tot snel’. Ik weet niet eens of ik hem een goede reis heb gewenst.

De eerste keer dat ik hem ontmoette kan ik me wel levendig herinneren. Het was september 1995 en ik mocht als broekie met hem en Jan Eeckelaert mee naar Almelo voor een wedstrijd van Heracles. Ik zou gaan freelancen voor NOB Fieldproduction en moest een keer meelopen, maar had nog geen auto. De trein was vertraagd en dus kwam ik vijf of tien minuten na de afgesproken tijd aan op het Mediapark. Daar begreep Cor helemaal niks van. Hoe kon je nou tijdens je eerste werkdag telaat komen? Hij stak zijn ergernis niet onder stoelen of banken en had natuurlijk groot gelijk. Ik had minimaal een trein eerder moeten nemen of misschien wel twee. Sindsdien probeerde ik er altijd eerder te zijn dan hij, maar dat was niet eenvoudig. Meestal had hij de spullen al gecheckt en gepakt, hoe vroeg ik ook was.

De mooiste reizen die we hebben gemaakt waren voor het programma Jules Unlimited. Een keer naar Mount Hood in Amerika en vooral de reis van twee weken door Zuid-Afrika zal ik nooit vergeten. Wat een machtig mooi avontuur was dat! Maar ook de draaidagen voor Het Klokhuis en Vroege Vogels in Nederland waren altijd bijzonder. Wat dat betreft is er ook echt iets veranderd. Normaal gesproken hangt een programma vaak aan de cameraman en mag hij zijn voorkeur uitspreken voor een geluidsman, maar Cor en ik waren een vast koppel. Een deel van de klussen die we samen deden kleefden ook aan zijn kont. Nu hij er niet meer is zijn er vaste programma’s uit mijn agenda verdwenen. Sommige regisseurs, producers en presentatoren denken minder snel aan mij zonder Cor. Dat is jammer, maar zo gaan dingen. Daar wil ik niet over klagen. Ook dat is het leven. Het geeft vooral aan hoeveel ik aan Cor te danken heb. In allerlei opzichten is hij ontzettend belangrijk voor mij geweest. Dat zal ik nooit vergeten.