Op verzoek schreef ik een blog over de recente ontwikkelingen in de broadcast industrie en hoe ik daar als cameraman tegenaan kijk. Dit verhaal is in het engels vertaald en nu ook te lezen op de site van Grass Valley. Deze firma maakt professionele videoproductieapparatuur zoals beeldmengers, routers en camera’s die wereldwijd veel gebruikt worden.
In de jaren '80 was Back to the Future absoluut mijn favoriete film. Het eerste deel heb ik zeker twintig keer gezien. Zo'n DeLorean met een 2,21 gigawatt fluxcapacitor om mee te reizen in de tijd zou ik ook wel willen hebben. Nog eens terug naar alle grote tv-producties waaraan ik de afgelopen dertig jaar heb meegewerkt. De Tour de France, het EK voetbal, Olympische Spelen, Formule 1, festivals, concerten, herdenkingen, de kroning van de Nederlandse koning en de geweldige reisprogramma's waaraan ik mijn steentje heb kunnen bijdragen als freelance camera operator. Achter elke productie zit een geweldig verhaal en ik zou het met passie en liefde allemaal nog eens over willen doen.
Maar al te graag zou ik ook eens een paar jaar vooruit willen tijdreizen, want volgens mij staan we in de broadcastwereld op dit moment voor een interessant, maar ook spannend kantelpunt. Technische ontwikkelingen gaan razendsnel en hoewel ik daar als cameraman nog niet heel veel van merk, denk ik dat het de komende jaren absoluut gaat gebeuren.
Kunstmatige intelligentie zal ook op het gebied van camerawerk een grote rol gaan spelen. Een collega stuurde mij onlangs een filmpje waarop te zien is hoever ze in Duitsland al zijn met AI-gestuurde camera's bij voetbalwedstrijden. Een Grass Valley-camera op een remote head van Egripment herkent zelfstandig de posities van spelers ten opzichte van de bal en volgt het spel zoals camera 1 dat normaal doet. Het bijzondere is dat dit systeem zichzelf heeft aangeleerd hoe het moet reageren en daardoor steeds beter wordt. Ook in studio's worden cameraposities al vervangen door robots. Als dit net zo betrouwbaar is als een persoon en bovendien goedkoper wordt, dan is het naïef om te denken dat het niet zal leiden tot grote veranderingen in ons mooie vakgebied.
Vorig jaar stond ik op een circuit in Nederland met een camera in het stof van rondscheurende rallyauto's, terwijl de regisseur in Stockholm zat en de beeldtechnicus in Oslo. Het was even wennen, maar het werkte en de opdrachtgever kon fors besparen. Bij de Formule 1 werken ze al jaren met een remote regie. Grote regiewagens op locatie hebben misschien wel hun langste tijd gehad. Razendsnelle glasvezelverbindingen en 5G maken het mogelijk om beeld, geluid en data heen en weer te sturen zonder noemenswaardig tijdverlies. De vraag is niet meer óf dit model ook de Nederlandse markt verovert, maar wanneer. Wat we daarbij niet mogen verliezen is de menselijke maat, want na afloop van een productie op afstand kan je elkaar niet meer in de ogen kijken, de hand schudden of samen een biertje drinken op de goede afloop. Die informele momenten zijn niet voor niets. Het is waar vertrouwen wordt opgebouwd, waar je evalueert zonder agenda en waar je leert van elkaar. Technologie kan veel oplossen, maar dat niet.
Bij de Olympische Winterspelen in Milaan bediende ik in mijn eentje drie op afstand bestuurbare camera's. Drie camera's, één operator. Voor de klant een aanzienlijke besparing, voor mij een wake-up call. Want als ik drie camera's kan bedienen, hoeveel mensenwerk verdwijnt er dan in de komende jaren?
Toch wil ik hier geen doemverhaal van maken. Techniek die vroeger een heel team vergde, past nu in een rugzak. Producties die financieel nooit haalbaar waren, worden opeens mogelijk. Goed nieuws voor camera operators die bereid zijn mee te bewegen. De cameraman die straks nog relevant is, is niet degene die het hardst vecht tegen de verandering, maar degene die begrijpt hoe remote production werkt, vertrouwd is met PTZ-systemen en weet hoe hij meerdere camera's tegelijk kan managen — zonder zijn eigenlijke talent te vergeten.
Want dát is wat robots en algoritmes voorlopig niet kunnen kopiëren. Een AI kan prima een totaalshot maken of buitenspel in beeld brengen, maar AI kijkt niet naast de zoeker en ziet niet dat een coach ieder moment kan ontploffen van woede. Cameramensen zijn verhalenvertellers, de ogen en oren van een regisseur die steeds vaker op grote afstand zit. Je moet een alleskunner zijn, met verstand van techniek, maar vooral oog voor detail en gevoel voor het onvoorspelbare. Die manier van beeldverhalen vertellen blijft een ambacht. Het vak zal veranderen, maar niet verdwijnen. Er zijn immers ook nog steeds hele goede kunstschilders, ondanks het feit dat we al lang alles heel mooi kunnen fotograferen.
Ik hoop dan ook dat ontwikkelaars blijven luisteren naar specialisten die met hun poten in de klei staan. Een goede camera is niet alleen een vierkante computer met een alziend oog, maar ook gereedschap dat je op je schouder wil leggen en waarmee je met gevoel prachtige shots kan blijven maken. Ergonomie, goede zoekers en de mogelijkheid om een camera naar je hand te zetten zullen ook in de toekomst van cruciaal belang blijven.
Aan het eind van Back to the Future stijgt de DeLorean op en spreekt Doc Emmett Brown de legendarische woorden: 'Roads? Where we're going, we don't need roads.' Het is de cliffhanger die het tweede deel aankondigt. Ik zou met plezier instappen en alvast willen bekijken wat de toekomst ons in de broadcastwereld precies zal brengen. Maar als die tijdmachine niet voorbijkomt, dan zet ik de camera weer op mijn schouder en grijp ik elke kans die ik krijg om me te blijven ontwikkelen. Ik ga graag mee met de tijd.


















