woensdag 28 september 2022

tv gekocht!

 

Het afgelopen weekend deed ik hier een oproep om geld in te zamelen voor een school in de Indiase stad Varanasi. De kinderen in de sloppenwijk Nagwa hadden tien jaar geleden een televisie op school gekregen, dankzij de giften van de lezers van dit weblog. Die tv heeft het onlangs begeven en dus leek het mij aardig om te kijken of we met collega's van de televisie in Nederland een nieuw toestel zouden kunnen schenken aan de Stichting Duniya... 

Nou, dat is gelukt! In een paar dagen tijd hebben een groot aantal collega's, vrienden en bekenden met elkaar iets meer dan € 1.600,- geschonken. Dat is drie keer het benodigde bedrag en toevallig ongeveer hetzelfde bedrag dat we tien jaar geleden bijelkaar brachten. 

De mensen van Stichting Duniya zijn super blij met deze bliksemactie. De nieuwe televisie is gelijk aangeschaft en opgehangen. Ik kreeg vanmorgen foto's doorgestuurd van de leerlingen in Nagwa die dolgelukkig naar het eerste educatieve programma op hun nieuwe tv keken. Bij mij was dat goed voor kippenvel. Ik ben er echt even stil van.

Het is een mooi voorbeeld van hoe wij met elkaar iets kunnen betekenen voor anderen. De gekke wereld waarin we leven kunnen we niet zomaar veranderen, maar we kunnen wel de wereld van iemand veranderen. Dat hebben we een klein beetje gedaan. Ik wil iedereen enorm bedanken die iets of iets meer heeft bijgedragen. Ook namens Debby en de andere mensen van Duniya. En natuurlijk namens de leerlingen en docenten van de school in Varanasi. Als je daar in de buurt bent en je wil even tv kijken... voel je vrij.  





zaterdag 24 september 2022

Help! Alsjeblieft...

 

Tien jaar geleden (om precies te zijn op zondag 25 november 2012) schreef ik een blog waarin ik een oproep deed om geld in te zamelen voor de Stichting Duniya. Een van de mensen achter die organisatie, is mijn zeer gewaardeerde collega Debby Ego. In het dagelijks leven is zij werkzaam als tv-producer, maar in haar vrije tijd is ze engel. In die hoedanigheid zet zij zich in voor een school in de Noord-Indiase stad Varanasi en daarmee geeft ze arme kinderen uit de sloppenwijk Nagwa een kans.

Ik vind het persoonlijk tof om zulke kleinschalige projecten te steunen. Hier blijft er niets van je donatie aan de strijkstok hangen en verdwijnt geen geld in de financiering van kantoorpanden. Wat je aan Duniya geeft gaat rechtstreeks naar de projecten. Het wordt tot op de cent goed besteed. 

Al een aantal keren kreeg ik na een gift foto’s waarop te zien was wat er met mijn bijdrage was gebeurd. Zo ook tien jaar geleden. Toen heb ik een spontane actie opgezet om, samen met zoveel mogelijk collega’s uit het televisievak, geld in te zamelen voor een televisie op de school in Varanasi. Binnen een paar dagen hadden we met de actie ‘tv van de tv’ genoeg geld bij elkaar. Vervolgens kregen we al snel foto’s doorgestuurd van het kopen en ophangen van die televisie. De afgelopen jaren stuurde Debby mij af en toe een kiekje waarop te zien was dat een grote groep leerlingen aandachtig naar educatieve programma’s zaten te kijken. 

Maar nu hoorde ik dat ‘onze’ televisie stuk is. Na precies tien jaar heeft deze het begeven. Er moet een nieuw toestel worden aangeschaft en dat is voor de school een flinke investering. Eigenlijk geven zij het geld van Duniya liever uit aan voedselprojecten, noodhulp bij overstromingen, medicijnen of bijvoorbeeld een keer aan een rolstoel als dat acuut nodig is. 

Dus probeer ik het na tien jaar nog eens. Kunnen wij met z’n allen een nieuwe televisie financieren voor de school in Nagwa? Een nieuwe tv van de tv? 

Het gaat om een bedrag van zo’n € 500,-. Dat moet toch te doen zijn als we allemaal een paar euro overmaken. Of iets meer. Het kan ook geen kwaad als het eindbedrag hoger uitvalt. Daar weten ze bij Duniya wel raad mee. 


Daarom roep ik alle trouwe lezers van dit weblog op om even de bankieren-app te openen en een klein bedrag te storten op: ABN AMRO  NL22 ABNA 0441 6243 83 ten name van Stichting Duniya, Bantega en onder vermelding van ‘tv van de tv’. Help mij, help Debby en help vooral de kinderen op de school in India. Het motto van Duniya is : We kunnen de wereld niet veranderen, maar iemands wereld wel. En zo is het maar net. Mijn dank is groot!







vrijdag 9 september 2022

track camera

 

Achter de camera’s, die langs het circuit staan opgesteld voor de wereldwijde televisie-uitzendingen van de Formule 1, is van glitter en glamour geen sprake. De operators staan op kleine platformpjes, achter een stevig hek en met slechts een beetje beschutting, tegen zon, wind of regen, van een paar zeilen die ze zelf hebben opgehangen. Het zijn lange dagen. Niet zelden gaat de wekker tussen vijf en half zes. Voor dag en dauw vertrekt de bus bij het hotel. Op vrijdag, zaterdag en zondag worden ze voor acht uur al gedropt op hun positie langs de baan en pas rond half zeven ’s avonds komen de busjes terug om ze weer op te pikken. Rond het middaguur wordt een warme lunch bezorgd. Dat is nieuw en pure luxe in de ogen van de operators die dit werk al jaren doen. In een kleine koeltas hebben ze wat drankjes, een banaantje, een yoghurtje en enkele mueslirepen om de dag verder door te komen. 

De hele dag staan ze op hun poten en volgen ze de raceauto’s die voorbijrazen. Formule 3, Formule 2, Porsche Supercup en natuurlijk de Formule 1. Ook als het rode lampje in de zoeker niet brandt, moeten ze zo geconcentreerd mogelijk blijven meebewegen. Je weet immers nooit wanneer er eentje van de baan stuitert. Alles wordt opgenomen. Elke camera langs de baan, iedere onboardcamera en alle camera’s in de pits. Tussen de verschillende onderdelen kunnen ze even zitten op een camerakist of naar een Dixi lopen. Pas na afloop, in de bus naar het hotel, spreken ze hun collega’s weer, al zijn ze vaak zo uitgeblust dat iedereen dan een beetje voor zich uit zit te staren. 

Ik heb de afgelopen weken veel respect gekregen voor de collega’s die de Formule 1 in beeld brengen. Twee weekenden mocht ik mee met de enorme crew die de ‘worldfeed’ verzorgt. Het zijn voornamelijk Engelsen en een paar verdwaalde Italianen. Zij doen dit met elkaar al jaren en de meesten doen er niet veel andere klussen naast. Het hele jaar reizen ze van circuit naar circuit. Alles wat ze nodig hebben nemen ze zelf mee in grote vliegtuigcontainers. De camera’s, alle kabels, een enorme tent vol moderne techniek en zelfs de steigertjes waarop de cameramensen langs de baan staan. Het is super interessant om van binnenuit te zien hoe deze gigantische operatie in zijn werk gaat. Alles gaat razendsnel. Zelfs het loopje van de bus naar het tv compound. Als je even niet oplet zijn ze alweer gevlogen. Om eerlijk te zijn was ik na Spa en Zandvoort dan ook compleet gesloopt. Het tempo, de stress, lange dagen, de hectiek in de intercom, alle herrie en drukte om me heen…

Maar mij hoor je zeker niet klagen. Het is super tof dat ik na mijn debuut in 2021 weer teruggevraagd ben. Dit is de crème de la crème van de autosport en ook televisie-technisch ligt de lat heel hoog. Miljoenen mensen over de hele wereld kijken mee. Voor zover ik weet is dit het grootste rondreizende tv-circus van de wereld. Het is een hele kluif om mee te draaien in dit team van specialisten. Zij kennen àlle kneepjes van het vak, zien mijlenver van tevoren aankomen wanneer er iemand van de baan gaat schieten en kennen niet alleen de sterren van de Formule 1, maar ook het hele rijdersveld van de andere raceklassen die voorbijrazen. 

Tijdens de live-uitzendingen gaat het vooral om communicatie. Dat gaat er heel anders aan toe dan bij alle andere sporten die ik ooit gefilmd heb. Er zijn twee regisseurs. Eentje voor alle camera’s langs de baan. Dat noemen ze de ‘trackdirector’. Hij is aanwezig op het circuit en heeft direct contact met alle camera operators. Het zijn er gemiddeld een stuk of vijfentwintig. Daarnaast heb je de eindregisseur en die zit tegenwoordig in de Engelse thuisbasis van de Formule1, naast een klein vliegveld in Biggin Hill. Hij schakelt op afstand tussen de ‘trackfeed’, de camera’s in de pitlane, een helikopter, de flycam en alle onboards. Ook bepaalt hij welke herhalingen er getoond moeten worden en voegen ze daar alle graphics toe. 

De twee regisseurs hebben allebei iemand naast zich, die in overleg kiezen welke gevechten op de baan of verhalen in de pitlane belangrijk zijn voor de uitzending. Alle vier die stemmen hoor je als camera operator via je koptelefoon en dat is behoorlijk druk op spannende momenten. Zeker bij de start en wanneer er veel gekke dingen tegelijk gebeuren. Het gaat van het ene gevecht naar het andere en dus moet je achter de camera precies weten waar ze zitten en welke rijders gevolgd moeten worden. Het is zeker niet zo dat je altijd met de eerste mee kan zwiepen. Bovendien rijden ze op een korte baan, als die in Zandvoort, al heel snel door elkaar. Dan komen ze niet meer in de juiste volgorde aan je neus voorbij.

De cue’s die de regisseurs geven zijn gelukkig meestal superduidelijk. Bovendien kan je ‘extern’ kijken. Door op een knopje te drukken zie je in de zoeker welk beeld er in de uitzending is. Zo kan je kijken welke auto’s gevolgd worden door de camera’s die voor je staan. Dat helpt enorm, maar het blijft snel schakelen.

De kick is groot als het uiteindelijk allemaal klaar is en goed is gegaan.

 

Inmiddels is die hele crew alweer volop in actie op het circuit van het Italiaanse Monza. Zondagmiddag lig ik lekker op de bank met een biertje. Ik zal met plezier, maar vooral ook met veel waardering naar hun fantastische beelden kijken. 





vrijdag 26 augustus 2022

windtunnelonderzoek en cameramotoren

 

Het is niet eenvoudig om als cameraman, vanaf een rijdende motor, mooie beelden te maken van wielrenners of hardlopers. Je moet je balans houden, mag niet te veel onverwachte bewegingen maken en kijkt in een zoeker om te zien wat je filmt. Ondertussen moet je de camera recht en stilhouden, de focus instellen, soms het diafragma controleren, inzoomen of uitzoomen. Het is mooi als je de sporters zoveel mogelijk in het gezicht kan kijken. De kijker ziet graag af en toe een close-up en niet alleen ruime totaalshots. Terwijl motor en sporter ten opzichte van elkaar blijven bewegen, moet je als cameraman anticiperen. Drempels, slecht wegdek, scherpe bochten, smalle wegen, remmen en optrekken; het helpt allemaal niet mee. Soms is een shot minutenlang in de uitzending en gaat de motor min of meer in een halve cirkel om het onderwerp heen. Dan moet je de camera over de motorrijder heen tillen, want je wil de motor en de bestuurder het liefst niet in beeld zien. Op het ene moment kijk je vooruit en even later zit je als een wokkel gedraaid om achteruit te kijken. Dat vereist een bepaalde lenigheid, kracht, handigheid, kennis van de sport en lef. 

Zelf heb ik enige ervaring op dit gebied, maar ik heb het nooit geschopt tot grote wielerkoersen. Dat is de ‘Champions League’ van het motorcamerawerk en daarvoor ben ik niet goed genoeg. Wellicht niet lenig en/of niet sterk genoeg. Trots ben ik op een aantal belangrijke marathons en triatlons die ik heb mogen filmen vanaf de motor, waaronder de marathon van Berlijn en die van Amsterdam. De triatlon van Almere doe ik al jaren en de afgelopen week was ik voor de tweede keer bij de Collins Cup in Slowakije. Dat is een nieuwe vorm van triatlon, waarin teams uit verschillende werelddelen het tegen elkaar opnemen. Het vorig jaar heb ik na de eerste editie in een blog uitgelegd hoe dit werkt. Ook dit jaar waren we weer met twaalf (!) cameramotoren van NEP The Netherlands van de partij.

Tijdens het onderdeel wielrennen kwam er een motor van de jury naast ons rijden, om aan te geven dat wij met onze cameramotor te dicht op de atleet reden en dat we meer afstand moesten nemen. Ik dacht dat ik gek werd. We reden al minimaal vijftien of twintig meter voor de dame op de fiets en niet eens recht voor haar, maar een beetje schuin ervoor. Als we nog verder naar voren zouden gaan, dan kon ik geen steady beeld meer maken. Je moet weten dat het lastiger wordt als je vanaf de rijdende motor verder moet inzoomen om een wielrenner in je shot te houden. Elke kleine trilling van de camera wordt door het inzoomen uitvergroot. Als televisiekijker word je uiteindelijk gek van het zwabberende beeld.

Om eerlijk te zijn ergerde ik me aan het jurylid met zijn dwingende gebaartjes en hij stoorde zich blijkbaar ook aan de verontwaardiging bij ons. Een hele poos bleef hij in onze buurt rijden om te controleren of we wel voldoende afstand hielden. 

Ik vertelde dit verhaal zondag in het vliegtuig naar huis tegen een collega. Hij wees me op recente Tweets van onderzoeker Bert Blocken (@realBertBlocken), die voor de TU in Eindhoven en KU in Leuven onderzoek doet naar het effect van voertuigen die voor, achter en naast een wielrenner rijden. Ik zag daarbij een soort grafiek waaruit blijkt hoeveel profijt wielrenners hebben van motoren in de koers. 

Zelfs wanneer een cameramotor veertig meter afstand houdt, dan nog heeft de renner (als deze 46,8 kilometer per uur rijdt) een voordeel van 2,6 seconden per kilometer ten opzichte van een tegenstander waar geen motor in de buurt is. Ook als je met een motor tien meter achter een renner rijdt, heeft de renner blijkbaar een minimaal voordeel door de voortstuwende werking. Uit deze onderzoeken in de windtunnel blijkt ook dat renners er baat bij hebben wanneer je naast ze rijdt. 

Om even terug te keren naar ons jurylid bij de Collins Cup; ik weet niet of die zich bewust was van het feit dat zijn eigen jurymotor ook effect had op de triatleet in kwestie. Zij reden nogal dicht achter haar en twee motoren in de buurt van een renner doen meer dan één professionele cameramotor. Om de wedstrijd eerlijker te maken had hij beter voor de nummer twee kunnen gaan rijden.

Ik heb deze week het onderzoek van Bert Blocken gelezen. Het betoog is helder. Een cameramotor is altijd van invloed op de prestaties van de deelnemers aan een wedstrijd. In mijn ogen is dit onvermijdelijk en iets waar iedereen zich bij neer moet leggen. Je kan nou eenmaal niet zoveel afstand nemen dat je geen invloed hebt, want dan kan je onmogelijk nog beelden maken waar de televisiekijker rustig naar kan kijken. En televisie is de reden waarom sponsors de sport interessant vinden. Zonder tv, geen geld. Zonder geld geen sport. 

Blocken zelf stelt in zijn conclusies voor dat wielerkoersen wellicht in de toekomst in beeld gebracht kunnen worden met behulp van drones. Dat klinkt leuk, maar die techniek is nog lang niet zo ver dat je daarmee een wielerkoers over grote afstanden kan coveren. Op dit moment is dat veel te gevaarlijk voor renners en publiek. Drones kunnen niet lang genoeg vliegen op hun batterijen, de beeldkwaliteit van kleine drones is niet goed genoeg, je kan er niet mee inzoomen, verbindingen zijn niet stabiel en een drone operator moet zicht hebben op zijn drone wanneer hij in onbekend terrein vliegt. Grote drones doen ook iets doen met luchtcirculatie, maar laten we het daar niet over hebben, want anders gaan ze straks nog onderzoek doen naar de effecten van laaghangende helikopters.

Om de sport eerlijker te maken moet je bij elke ontsnapping een motor moeten laten rijden, maar dat gebeurt in grote koersen al. Bij de Collins Cup zou dat betekenen dat we niet met 12, maar met 36 motoren in de wedstrijd hadden moeten rijden. Dat gaat best ver. 

Neem van mij aan dat er geen pasklare oplossing is voor dit probleem. Dus denk ik dat we voorlopig niets opschieten met de meetresultaten van Blocken. Het zal vooral leiden tot onrust, irritatie en frustratie. Renners en ploegleiders worden boos op cameramotoren als het ze niet uitkomt of ze maken er juist dankbaar gebruik van wanneer het in hun voordeel is. Juryleden hebben er hun handen vol aan en de ‘deskundigen’ zullen in hun analyse telkens weer wijzen naar die verfoeide motoren. De cameramensen en hun motards, die ervoor zorgen dat we kunnen genieten van mooie tv-beelden, zijn de gebeten hond.






woensdag 24 augustus 2022

personeelstekort in Omroepland

 

Er stond vanmorgen een artikel in het AD over personeelstekort in de televisiewereld en ik moet eerlijk bekennen dat het voor mij persoonlijk goed nieuws is. De vraag naar professionals in mijn business is groter dan het aanbod en blijkbaar is het niet eenvoudig om verse aanwas te vinden. 

Tijdens het lezen van dit stuk moest ik gelijk denken aan donderdag 11 juni 2020; een van de donkerste dagen uit mijn hele carrière. Die middag, midden in coronatijd, was er een webinar van de Broadcast Media Society. In Beeld en Geluid zaten de grote bazen van omroepen, productiemaatschappijen en omroepen voor de camera zichzelf en elkaar op de borst te kloppen over hoe goed zij het hadden gedaan tijdens de eerste lockdown. Ondertussen stonden alle freelancers buitenspel, hadden concurrerende bedrijven zelfs samenwerkingsverbanden georganiseerd om eigen personeel uit te ruilen en vingen al hun bedrijven samen miljoenen van de overheid (NOW) om te kunnen overleven. Maar toen ik als ZZP’er (op verzoek van de organisatie) inbelde met de vraag of ze zich niet meer zorgen moesten maken over alle freelancers werd er vol verbazing gereageerd en gek naar mij gekeken. Het leverde zelfs een serieuze fittie op met een van de CEO’s van een grote productiemaatschappij, die beweerde dat we maar even 20% van onze dagprijs af moesten doen. Na afloop van die online bijeenkomst kookte ik van woede. 

Op dat moment heb ik me voorgenomen dat ik me meer moest richten op nieuwe markten en op partijen die zelfs in de coronatijd loyaal waren. Ik heb een lijstje opgesteld met namen van mensen die in die periode wel begrip toonden en met mij meedachten over mogelijke oplossingen. Dat handgeschreven papiertje ligt nog steeds op mijn bureau. Als er iemand belt die daarop staat, dan krijgt hij of zij nog altijd voorrang. Het heeft geleid tot een aantal nieuwe opdrachtgevers met hele interessante opdrachten (voor een deel buiten de televisiewereld) en ik heb mezelf de afgelopen twee jaar op verschillende vlakken verder kunnen ontwikkelen. Achteraf gezien zou je zelfs kunnen zeggen dat corona, en die bijeenkomst in het bijzonder, goed voor mij zijn geweest.

Ik ben echt niet de enige freelance camera operator die naast het werk voor televisie ook meer voor andere opdrachtgevers is gaan werken. De zakelijke markt is (mede dankzij corona) gegroeid. Bedrijven en instellingen maken steeds vaker gebruik van video. Organisaties van allerlei evenementen of creatievelingen kiezen ervoor om hun eigen content te maken en distribueren, zonder de hulp van televisiebedrijven. De markt is aan het schuiven en de televisiewereld hobbelt daar opeens een beetje achteraan. Het is echt niet zo dat veel ervaren professionals zich hebben laten omscholen, maar ik geloof wel dat een serieus percentage van al mijn collega’s na corona minder beschikbaar is voor televisieopdrachten dan daarvoor. Dat is een beetje eigen schuld, dikke bult.

Een bijkomend voordeel van de krapte op de markt is dat onze tarieven eindelijk omhoog kunnen. Ik hoop dat alle omroepen en producenten rekening houden met serieuze prijsstijgingen aan het eind van dit jaar. Overigens zijn onze dagprijzen tussen 2003 en 2021 nauwelijks gestegen, dus het is ook hard nodig. Jarenlang kreeg je bij onderhandelingen te horen dat ze voor jou tien anderen hadden, dat het werk toch leuk was en dat je blij moest zijn als je een bepaald programma mocht draaien. Daarnaast was het een gewoonte om freelancers in onze branche uit te maken voor ‘zakkenvullers’ en waren camera- en geluidsmensen altijd te duur, terwijl de gemiddelde schilder, loodgieter of automonteur een substantieel hoger uurtarief heeft. Nu zie je dat met name jongeren niet meer zo onder de indruk zijn van alle glitter en glamour bij de televisie. Zij komen niet meer zomaar voor een appel en een ei werken in avonduren en weekenden. Zeker niet als ze merken dat hun vrienden in andere branches meer verdienen en niet onregelmatig hoeven te werken. Deze week sprak ik er nog eentje die na een paar jaar Hilversum toch gekozen heeft voor een baan bij een ICT bedrijf.

Ik heb een gloeiende hekel aan mensen die altijd achteraf hun gelijk willen halen en voortdurend zeggen: ‘Ik zei het toch!’ Maar in dit geval kan ik het niet laten om even te benadrukken dat ik dit voorspeld heb. Om precies te zijn op donderdag 11 juni 2020. Lekker pûh…





vrijdag 19 augustus 2022

Renato

 

Renato Coenen meldde zich ergens rond het jaar 2001 bij CamCompany als geluidsman, maar werd aangenomen als materiaalplanner. Ik meen me te herinneren dat ik vlak na zijn sollicitatiegesprek aan hem werd voorgesteld door onze toenmalige manager. Een leuke kerel met pretoogjes. Zonder morren ging hij aan het werk in het kantoortje naast de ingang en eerlijk gezegd kan heb ik daar weinig herinneringen aan. Renato deed zijn ding. Wat ik hem vroeg, dat werd voor me geregeld. Pas toen hij na een paar jaar naar boven verhuisde, van de middelenplanning naar de mensenplanning, kreeg ik veel meer contact met hem. 

Hij vormde uiteindelijk een gouden trio met Martin en Chris. De planning van een cameramensenbedrijf moet duidelijk en oprecht zijn. Met een leugentje om bestwil of een slap verhaal kom je daar niet weg. Maar het belangrijkste was de pret die deze drie helden met elkaar hadden. Het was altijd de moeite waard om even bij de planners naar binnen te lopen als je in de buurt was. Hun kantoor verliet je nooit zonder een glimlach op je gezicht. Niet in de laatste plaats door de meest verrassende of idiote vragen die Renato vanuit het niets kon stellen. Of door een gênant verhaal dat hij zonder schroom kon vertellen. 

Ik herinner me dat hij ooit vertelde dat hij zich na school bij de juf van zijn zoontje had moeten melden, omdat die een gek liedje in de klas had gezongen. Of hij wist hoe zijn kleine jongen op zulke teksten kwam? Renato wist het gelijk, maar kon natuurlijk niet toegeven dat hij zelf die ochtend, tijdens het smeren van de boterhammen van zijn zoon, hardop in de keuken had staan zingen: ‘Juffrouw Willemien, mag ik je tieten even zien?’

Ik kan het bij lange na niet zo leuk opschrijven als het was toen hij dit vertelde. Je zou zijn blik erbij moeten zien met van die grote onschuldige Bambi-ogen. Dit kon toch iedereen overkomen? Dacht hij. Zijn heerlijke eerlijkheid maakte dat bij ons de tranen over de wangen biggelden van het lachen. ‘Hebben jullie zoiets nou nooit?’, vroeg hij dan om zichzelf enigszins vrij te pleiten. Of ‘Heb ik weer…’ zei hij dan.

Een keer zat ik in de auto en belde Martin om mijn klus voor de volgende dag door te spreken. Dat ging toen nog gepaard met een ‘normaal’ gesprek en niet met een onpersoonlijk WhatsApp-bericht. Ik moest naar een beroemde sportster voor een interview met een verslaggever van Studio Sport. Op de achtergrond hoorde ik Renato iets roepen, maar dat kon ik niet verstaan. Martin zei: ‘Vraag hem dat zelf maar,’ en gaf de hoorn van de telefoon aan zijn collega. ‘Ja, met Renato,’ hoorde ik. ‘Ik vroeg me af of jij ook wel eens bedacht hebt hoe het zou zijn om je door die dame waar je morgen heen mag te laten pijpen?’ Ik moest dat ontkennen. Temeer omdat ik in de auto zat, de telefoon op de speaker stond en mijn lieve lief naast me zat. Toen ik dat tegen Renato zei heeft hij wel duizend keer zijn excuses aangeboden. Je hoorde hem aan de andere kant van de lijn door de grond zakken. Twee dagen later zat er een groot pakket bij de post en kreeg mijn vrouw als goedmakertje een ‘Scheldwoordenboek’ cadeau met daarbij een lange handgeschreven excuusbrief. Je begrijpt dat Renato sindsdien helemaal een speciaal plekje in ons hart heeft en moeten wij hier thuis altijd glimlachen als zijn naam valt.

Nou lijkt het misschien door deze anekdotes dat het alleen maar plat en seksistisch was, maar dat is zeker niet het geval. Alleen zijn dit de verhalen die vooral bij mij zijn blijven hangen. Zegt misschien meer iets over mij dan over Renato. We voerden ook serieuze gesprekken. Over het leven en over de wereld om ons heen. Na een paar jaar pakte hij af en toe zijn werk als geluidsman weer op en in die tijd hebben we regelmatig met elkaar gedraaid. Dat waren altijd leuke dagen. Vooral vanwege alle plezier die we samen hadden. 

We hebben een keer een optreden van zijn bandje opgenomen in Ermelo. Het leuke was dat we enorm konden uitpakken en een grote groep collega’s deed op een vrije zaterdagavond belangeloos mee. Delen van die video heb ik onlangs nog op YouTube teruggevonden.

De laatste jaren werkte Renato als docent op een AV-opleiding in Zwolle. Daar heb ik wel eens een gastles mogen geven. We hadden met enige regelmaat contact met elkaar, maar lang niet meer zo intensief als in de jaren waarin we samenwerkten. De appjes die ik op mijn telefoon terug kan lezen gingen sinds 2016 voornamelijk over zijn broze gezondheid. De laatste keer dat we contact hadden was in januari van dit jaar. Ik had een Facebookherinnering gekregen dat de gastles die ik voor zijn klas verzorgd had alweer 8 jaar geleden was. Zoiets moest ik even met hem delen. We hadden het over zijn nieuwe passie: Hij maakte sinds een tijdje Italiaanse worsten met een goede vriend. “Wie weet eindig ik als worstboer,” schreef hij. Ik reageerde met de mededeling dat ik graag een keer kwam proeven. Het is er niet meer van gekomen.

Op vrijdag 8 juli 2022 is Renato na een kort ziekbed, in het bijzijn van zijn geliefde overleden. Hij is slechts 61 jaar geworden. 








zaterdag 13 augustus 2022

cameraman (m/v), camerapersoon, cameramens of camera operator?

 

Er zullen vast mensen zijn die vinden dat ik nu doorsla of té woke ben als ik een discussie wil starten over de term ‘cameraman’, maar is die nog van deze tijd? Best veel zeer gewaardeerde collega’s zijn immers vrouw. Wanneer je in algemene zin spreekt over een cameraman, dan doe je deze professionals eigenlijk tekort. Als ik stukjes schrijf over mijn werk, dan stoort mij dat in steeds grotere mate, maar je kan ook niet in elke zin voor de volledigheid ‘cameraman en/of cameravrouw’ schrijven. Dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede. 

Ik heb het om te beginnen voorgelegd aan een paar ‘ervaringsdeskundigen’. Een piepklein onderzoekje, waaruit al snel bleek dat de term ‘cameraman’ inderdaad soms wat ongemakkelijk is. Als we spreken over cameramannen, terwijl het ook over vrouwen gaat, dan vinden de meeste dames dat toch stom. Het is geen ‘big deal’ of halszaak, maar het geeft volgens een van mijn vrouwelijke steekproefcollega’s wel aan dat er nog een weg te gaan is wanneer het gaat over échte gelijkheid tussen mannen en vrouwen. 

Ik heb vijf minuten gezocht op het internet en kwam er al snel achter dat genderneutraal taalgebruik niet alleen een kwestie is van politieke correctheid. Taal heeft invloed op onze houding, ons gedrag en op de opvattingen van mensen in het algemeen. Vrouwelijke en mannelijke woorden ‘beleven’ we (vaak onbewust) op een heel andere manier. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen sneller solliciteren als je bijvoorbeeld in vacatures niet alleen schrijft dat er ‘een cameraman’ wordt gezocht, maar een ‘cameraman/vrouw’. Het schijnt ook dat vrouwen eerder geschikt worden bevonden als je een functietitel genderneutraal maakt en meisjes zien zo’n functie eerder voor zich op hun carrièrepad. Als je nadenkt over dat grotere plaatje zou het een kleine, maar mooie stap in de goede richting zijn als we er op zijn minst eens over nadenken of met elkaar van gedachten wisselen. 

Een vrouwelijke collega mailde: “Het is een onderwerp waarbij ik vaker ongemak bij anderen bemerkt heb dan bij mezelf. Ik heb er geen moeite mee als op een callsheet de term ‘cameraman’ gebruikt wordt en mijn naam daarachter staat, hoewel je net zo makkelijk alleen ‘camera’ kan gebruiken, of ‘audio’. Waarom moet er eigenlijk man/vrouw achter? Als we dat weglaten, zal toch niemand een hond, paard of mier verwachten?” En... “Mezelf cameraman noemen, dat klinkt me dan weer vreemd in de oren. In het meervoud is het makkelijk. Dan kunnen we gewoon over de cameraploeg of de cameramensen spreken. Weten we zeker dat er geen olifanten tussen zitten.”

Een ander schreef dat het iets is waar ze zich in het verleden weldegelijk aan gestoord heeft. Binnen het bedrijf waar zij werkt heeft ze hier ook wel eens opmerkingen over gemaakt, maar haar ervaring is dat het de afgelopen tijd juist heel goed gaat. Mensen zijn zich blijkbaar al steeds meer bewust van de genderaanduiding bij verschillende functies. Gelukkig.

Een derde collega schreef: “Ik ben zelf fan van het woord cameramens (als je het niet over een specifiek iemand hebt) voor wat betreft spreektaal en operator of alleen het woord camera voor het callsheet. Als ik een stuk lees dat mij ook aangaat en er wordt alleen over cameraman gesproken, is dat wel jammer. Sowieso in meervoudsvorm is cameramensen helemaal niet raar, toch?”

 

Mijn conclusie: In officiële zakelijke communicatie, zoals callsheets of vacatures, zouden we wellicht het beste de term ‘camera operator’ kunnen gebruiken. Dat is misschien niet heel Nederlands, maar projectmanager en producer zijn dat ook niet. Een klein probleempje is het dat bij sommige firma’s de functie ‘camera operator’ inmiddels wordt geplakt op een minder ervaren variant van de cameraman en/of -vrouw. Maar is die benaming daarmee definitief vergeven aan de beginnelingen of kunnen we dat nog herstellen?

‘Camerapersoon’ vind ik persoonlijk nogal onpersoonlijk. Het is lelijk bovendien.

Ik ga voorlopig voor ‘camera operator’ in enkelvoud en ‘cameramensen’ in meervoud, als het gaat over personen die dit mooie beroep in algemene zin uitoefenen. Tenzij iemand een beter idee heeft. Zelf ben ik dan vanaf nu ‘camera operator’. En het zal heus hier en daar nog wel eens misgaan. Het kost immers tijd om nieuwe vormen ingeburgerd te krijgen. 




zaterdag 16 juli 2022

Even Apeldoorn bellen...

 

Jules Unlimited was een populair wetenschappelijk programma. Het werd uitgezonden door de VARA tussen 1989 en 2004. Toen ik nog thuis woonde keek ik op zaterdagavond altijd eerst naar Jules voor we op stap gingen. Jan Douwe Kroeske, Pieter Jan Hagens en Mieke van der Weij beleefden de meest bizarre avonturen in verre buitenlanden. Het was het uniek dat er ook met allerlei kleine camera’s werd gefilmd. Je zag point of views van actiescenes zoals je ze nog nooit had gezien. Het programma werd lang voor de uitvinding van de GoPro gemaakt.

Apetrots was ik toen ik voor het eerst zelf voor Jules Unlimited mocht filmen. Ik denk rond 1997. Ik mocht mee met cameraman Wouter Tersteeg naar de draf- en renbaan van Wolvega, waar Jan Douwe Kroeske met een Sulky aan een wedstrijd mee zou doen. Ik zou met een tweede camera extra opnamen maken vanuit de startwagen en kreeg de opdracht mee om veel risico te nemen met mijn shots. Vet close. Hij zag mij liever terugkomen met vier bruikbare shots die stuk voor stuk een negen waard waren dan met tien shots die slechts een mager zesje waren. Ik kreeg van deze leermeester terloops een belangrijke les over scherptediepte en het werken met telelenzen, waar ik tot op de dag van vandaag veel aan heb. Het lukte die avond en ik werd uitgenodigd om vaker voor Jules Unlimited te werken. Voor dat programma maakte ik in de jaren daarna super bijzondere reizen naar Engeland, Frankrijk, Duitsland, Amerika en Zuid-Afrika.

Een van de onderwerpen in Nederland ging over reddingsacties op zee. Ivette Forster werd getraind om een omgeslagen reddingboot weer overeind te krijgen met behulp van een soort airbag. We filmden hiervoor met de KNRM op zee en een dag bij een offshorebedrijf in de Rotterdamse haven. Ze hadden daar een groot overdekt trainingsbassin waar golven, regen en wind werden nagemaakt om oefeningen zo realistisch mogelijk te laten lijken. Voor ons een ideale locatie, want we konden vanaf de kant close opnamen maken en er was zelfs een raam onder water waar we doorheen mochten filmen. Natuurlijk gebruikten we onderwatercamera’s voor het echte ‘Jules-gevoel’.

Van die draaidag kan ik me lang niet meer alles herinneren. Het is meer dan twintig jaar geleden. Ik heb er helaas geen foto’s van. Het was nog in de tijd van de fotorolletjes. 

Wat ik wil vertellen is een verhaal over hoe het mis ging. Nee, er zijn geen gewonden gevallen en er is geen ramp gebeurt, maar een ongeluk zit wel in een klein hoekje. Een simpele actie kan er al voor zorgen dat je voor duizenden euro’s schade aan je broek hebt hangen.

Wat was het geval?

De hal waarin dat bassin was, die was niet super goed verlicht. De camera’s waren rond het jaar 2000 nog een stuk minder lichtgevoelig dan de camera’s die we nu voor zo’n spraakmakend programma zouden gebruiken. Daarom hadden we grote lampen bij ons. Een van die lampen, een grote HMI daglichtlamp, zette ik in de kelder, bij het raam waardoor je onderwater kon kijken. Zo kregen we een mooie baan licht onderwater.

De hele dag hebben we gefilmd en ik meen me te herinneren dat ik in de loop van de dag nog een keer bij die lamp ben geweest om hem iets te verplaatsen. Na afloop van de opnamen kwam ik beneden om de lamp op te ruimen en bleek dat een van de grote zwarte kleppen (barndoors) tegen het glas stond. Iemand had de lamp gedraaid of verplaatst. Dit had niet zomaar kunnen gebeuren door er even tegenaan te lopen. De klep was in de loop van de dag behoorlijk heet geworden en het temperatuurverschil had gezorgd voor een enorme barst in de ruit…

Je kent de reclame van de Gouden Gids vast nog waarin een schoonmaker tijdens een dansje met de steel van zijn mop tegen het raam van een zeeaquarium stoot. Nou, zo voelde ik me op dat moment ook. Het was geen krasje waarvan je zou kunnen denken ‘ik zeg niks…’ 

Foutje bedankt!

Het werd geen gezellig afscheid die dag. Gelukkig was ik op dat moment in vaste dienst bij het NOB en die hebben het met de verzekering opgelost. Ik heb begrepen dat het een bedrag was van rond de 7.000 gulden en dat viel mij eerlijk gezegd nog mee. Om te beginnen moest het halve bassin leeggepompt worden. Duizenden liters water. Verschillende trainingsdagen werden geannuleerd. En vervolgens moest er een nieuwe ruit op maat gemaakt worden. Dat is geen enkel glas…

Het is een van de draaidagen waarop ik het minst trots ben, hoewel ik zelf nog steeds betwijfel of ik degene was die deze lamp daadwerkelijk tegen de ruit heeft gezet. Ik was sowieso verantwoordelijk en het was mijn idee om hem daar neer te zetten. Niet goed genoeg over nagedacht. Zo is een dure fout snel gemaakt.




zaterdag 9 juli 2022

reallife soap

 

Ik schreef hier al eerder dat ik -mede dankzij alle verschuivingen in de coronatijd- dit jaar meer opdrachtgevers heb dan ooit. De teller staat nu op 25. Voordeel is dat ik niet van één partij afhankelijk ben, maar het is wel lastig om mijn aandacht en beschikbare tijd goed te verdelen. Oude trouwe klanten wil ik graag blijven bedienen. Het is de kunst om vooral de klussen te doen waar ik ook echt op mijn plek ben. Soms komen er aanvragen voorbij voor producties waar ik minder vrolijk van word en het is de kunst om daar goed mee om te gaan. 

Natuurlijk kan het niet elke dag feest zijn en soms moet je iets doen dat op werken lijkt, maar nu het kan probeer ik hier en daar ook een beetje te sturen. In principe geldt het motto: Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Toch is het niet verstandig om altijd gelijk te pakken wat je pakken kan. Heel af en toe houd ik de boot af. Daarom wil ik graag weten voor welke opdracht iemand mij benadert. Alleen de vraag of ik op de 18e nog kan werken vind ik niet prettig. Ik vraag eigenlijk altijd door. Er zijn immers producties en producenten waar ik bijna altijd gefrustreerd vandaan kom of waarvan ik weet dat mijn collega’s daar doodongelukkig worden. Als ik serieuze ergernis of een overdosis irritatie op voorhand kan vermijden, dan is dat mooi meegenomen. 

Soms is het verstandig om een programmatitel, de naam van een regisseur of een onbekende firma even te Googelen. Met al mijn ervaring weet ik al snel wat voor vlees ik in de kuip heb. Eerlijkheid gebied me ook te zeggen dat het wel eens reuze meevalt of dat je zelfs blij verrast wordt, maar er is een genre waarvan ik op voorhand weet dat het totaal niet bij mij past: de ‘reallife soap’. 

Ik kan niet eens op tv een half uur naar het samengevatte leven van de Meilandjes kijken, laat staan dat ik dagenlang op pad moet met Andy van der Meijden, John de Bever, Rene en Natascha Froger, Frans Bauer, Monica Geuze, Jaimie Vaes of meneer en mevrouw Gillis. Niks ten nadele van deze mensen –ik ken ze niet – maar het type tv-programma past niet bij mij. Draaien, draaien, draaien in de hoop dat er iets gebeurt of zodat ze het in de montage kunnen laten lijken alsof er iets is gebeurd.

Onlangs werd ik nog door een zeer gewaardeerde opdrachtgever gevraagd of ik kon invallen voor een dag. De programmatitel deed niet gelijk een belletje bij me rinkelen, maar het ging om een klus zonder geluidsman en waarbij ik dan naast het camerawerk ook even drie zenders en een hengel in de gaten moest houden. De hengel zou worden gebruikt door de regisseur. Bleek inderdaad te gaan om een reallife soap. Notabene voor de publieke omroep. Leek mij geen goed idee dat ik daar naartoe zou gaan. Niet voor mezelf, niet voor de opdrachtgever, niet voor het facilitair bedrijf en niet voor de mensen die gevolgd moesten worden. Gelukkig kon ik niet.

Er zijn een paar bedrijven, waarvoor ik nog nooit iets heb gedaan, die mij met enige regelmaat benaderen met last-minute aanvragen voor allerlei soorten hit-and-run programma’s. Dan krijg ik bijvoorbeeld op donderdag een bericht met de volgende tekst: ‘Kan je de volgende week van maandag tot en met woensdag naar Ibiza? Maandag vliegen, dinsdag lange draaidag, woensdag terug.’ Verder niks. 

Het zegt wel iets over het type productie als ze zo op het laatste moment nog op zoek zijn naar een cameraman, maar dat komt in Omroepland veel vaker voor. Verder is best gek dat ze een cameraman waarmee ze nog nooit gewerkt hebben en die ze zelfs nog nooit gesproken hebben, benaderen voor een buitenlandklus. Dat je geen uitleg geeft over het type programma is ook vreemd. Ik wil altijd weten met wat voor apparatuur ik op pad word gestuurd, zodat ik niet op het laatste moment ontdek dat ik met een of ander onmogelijk of totaal onbekend apparaat mijn kunstje moet doen. En het is nogal een verschil of er een geluidsman bij is die mij kan redden of niet. Dus ik zal hier niet zo snel enthousiast ‘Ja!’ op roepen. 

De arme productiedame die mij op deze onpersoonlijke wijze voor dit soort last-minute reizen probeert te boeken is waarschijnlijk door al haar favorietenlijstjes heen. De nood is hoog. Populaire cameramensen zijn over het algemeen bezet op zulke korte termijn of je moet heel veel mazzel hebben, dat iemand op het laatste moment is afgezegd. De kans is groter dat je alleen iemand vindt met minder ervaring of iemand die minder gewild is. Dat kan van zo’n buitenlandreisje een extra spannende expeditie maken, met alle risico’s van dien. Vaak komt het toch nog goed of wordt er een hoop opgelost in de montage, maar regelmatig zie je het ook terug als zulke paniekproducties worden uitgezonden. 

Het produceren van reallife soaps zou op zichzelf ook weer een interessante reallife soap kunnen opleveren. Het zou alleen gek zijn als je wel een cameraman hebt om te filmen hoe je een cameraman zoekt voor de productie waarover het gaat… 










zaterdag 2 juli 2022

2500

 

Dit is mijn 2.500e blogpost!

Op 1 juni 2005 heb ik op deze website mijn eerste bericht gepubliceerd. De naam Reinonline heb ik die dag verzonnen en ook de layout is in de loop der jaren slechts op kleine punten aangepast. In die tijd begon iedereen zijn of haar eigen weblog. Een blog was de voorloper van social media. De meeste bloggers waren ook alweer vrij snel klaar met deze trend of ze stapten na verloop van tijd over op Facebook, maar ik ben hier blijven schrijven. Vooral omdat ik het leuk vind om te doen. Het is een uit de hand gelopen hobby.

Deze website heeft in al die jaren meer dan 2 miljoen bezoekers getrokken. Er is een fijne harde kern van trouwe volgers. Gemiddeld wordt elk verhaal tussen de 500 en 600 keer gelezen. Los van het feit dat ik heus wel eens flink ben uitgegleden, zijn de reacties die mij bereiken over het algemeen positief. Als ik een tijdje niks plaats, dan krijg ik klachten. Dat zorgt natuurlijk voor extra motivatie, maar ik heb vooral zelf veel plezier tijdens het schrijven. Het is mooi meegenomen dat anderen er ook lol aan beleven.

De leukste stukjes schrijven zichzelf. De beste verhaaltjes staan over het algemeen zo in de steigers, maar soms is het ook echt even ploeteren om tot een samenhangend betoog te komen. Er zijn periodes waarin ik niet zoveel ideeën heb, maar mijn leven als cameraman levert nog steeds voldoende inspiratie op. Lang niet alles kan of wil ik opschrijven. Het mag soms best kritisch zijn of een beetje schuren, maar de algemene teneur van deze site moet positief zijn. Ik wil dat het over de liefde voor mijn mooie vak gaat en het is nooit de bedoeling om iemand persoonlijk aan te vallen. Soms is dat wel eens jammer, maar ik wil niet dat mensen die met mij werken zich druk maken over het feit dat ik wel eens een vervelend stukje over ze zou kunnen schrijven. Dit weblog moet vóór mij werken, niet tegen me.

Het schrijven heeft me best veel gebracht. Zo mocht ik een tijdje stukjes schrijven voor het gratis maandblad ‘Ezeltje Prik’ en zeven jaar lang was ik vaste columnist voor het mediavakblad Broadcast Magazine. Ik heb ook heel wat (web)teksten geschreven in opdracht van bedrijven en collega’s. Interviews gedaan met mensen die ik hoog heb zitten en mijn blogs hebben er zeker keer toe geleid dat ik gevraagd werd voor aansprekende opdrachten. Zo kwam ik op de gekste plekken terecht en kreeg ik kansen waarvan ik nooit had durven dromen. In de coronatijd schreef ik veel waardoor opdrachtgevers aan mij dachten en ik al snel weer opdrachten kreeg. Het loont om met enthousiasme over je vak te schrijven.

Een van de hoogtepunten in al die jaren was toch wel de open brief die ik schreef aan Staatssecretaris Wiebes naar aanleiding van de totaal mislukte Wet DBA. Dat stuk is meer van 96.000 keer aangeklikt. Het leidde er onder andere toe dat ik werd uitgenodigd om te spreken voor vaste kamer commissie die over ZZP-zaken ging. Ik werd gevraagd om met hooggeplaatste mensen van de Belastingdienst te spreken. RTL Nieuws kwam mij interviewen, ik sprak verschillende Kamerleden en uiteindelijk werd de wet in de ijskast gezet. Dat was natuurlijk niet alleen mijn verdienste, maar ik heb op mijn manier wel duidelijk gemaakt dat er een onwerkbare situatie ontstond. Later werd ik uitgenodigd voor verschillende gesprekken met de nieuwe minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees en met de staatssecretaris van Financiën Menno Snel. Mijn avonturen als ‘eenmansvakbond voor ZZP’ers’ werden een terugkerend feuilleton op dit weblog.

Er is me vaker gevraagd wanneer er een boekje uitkomt met mijn columns. Op zichzelf zou ik dat best willen, maar het kost veel tijd om die verhalen te selecteren en waar nodig te herschrijven. Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Daarnaast moet je een boek minimaal 1.000 keer kunnen verkopen om het uitgeven rendabel te maken. Zoveel fans heb ik nou ook weer niet. Voor deze gelegenheid had ik me ook voorgenomen om een top 10 samen te stellen met leukste columns, maar zelfs dat is jammerlijk mislukt. Het ‘doorbladeren’ van 2.500 stukjes is best een werkje. 

Voorlopig typ ik vrolijk verder. Ik zou willen dat de stukjes vaker om te lachen zouden zijn en ik ben soms jaloers op de scherpe pen van andere schrijvers. Er is heus nog genoeg om te ontwikkelen en te leren voor ik aan een roman begin of aan een echt boek. Tijd is een issue, maar onderwerpen zijn er genoeg. Op naar de 3.000!





zaterdag 25 juni 2022

zweet

 

Onder de noemer ‘The Longest Day’ maakt een vriendengroep jaarlijks op of rond 21 juni een serieus lange fietstocht. Het begon ooit met alle twaalf de provincies op één dag. Een ander jaar fietsten ze van Groningen naar Zeeland, langs de hele Nederlandse kustlijn. De organisatie van dit gekkenwerk is in handen van Herman van der Zandt en Martijn Hendriks, de mannen van de populaire podcast Tweewielers. Dit jaar was het alweer de zesde editie van hun Longest Day. Deze keer fietsten ze door vijf landen in één dag. Een tocht van 364 kilometer met 3994 hoogtemeters, voornamelijk in de Belgische Ardennen. Van Maastricht naar België, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en weer terug naar Maastricht. De start was op zaterdag 18 juni om vier uur ’s ochtends en rond half acht ‘s avonds hadden acht van de negen deelnemers het gehaald. Hiervoor zaten ze 12 uur en 48 minuten op de fiets. Met temperaturen die boven de 36 graden uitkwamen was het ook nog eens een van de warmste dagen van het jaar. 

Ik was erbij! 

Natuurlijk niet op de fiets, maar met een camera achterop de motor van Jos Hayen. Samen met regisseur Bas Koel werkten we aan een film over deze waanzinnige fietstocht. Dus ook wij waren om 03.00 uur opgestaan, nadat we slechts een paar uurtjes hadden geslapen in een warm hotelkamertje, midden in het uitgaanscentrum van Maastricht. Ook wij waren dik 15 uur onderweg, waarvan ik bijna 13 uur op de motor heb gezeten. En ook bij ons was het 36 graden. Alleen moesten wij voor de veiligheid ook nog eens een motorpak aan…

Je hoort mij verder niet klagen, hoor. Ik was het min of meer zelf schuld. Een jaar geleden had ik na The Longest Day tegen een van de deelnemers gezegd dat ze eigenlijk eens een film zouden moeten maken over hun belevenissen. Op de wedervraag wie er in hemelsnaam zo gek zou zijn om dit dan gratis te doen heb ik per ongelijk mijn vinger een beetje opgestoken. De volgende morgen kreeg ik al een Appje van de organisatoren. Ja, wie A zegt…

Ach, je moet ook af en toe iets doen voor een goed doel en we kunnen niet alleen maar de arme kindertjes van Afrika helpen. Soms mag je best eens negen volwassen kerels steunen, die heel graag jongentjes willen blijven.

Speciaal voor de gelegenheid had ik bij The Crew een nagelnieuwe Sony Fx9 camera geregeld met een mooi setje G-Master lenzen. Dit apparaat wilde ik graag beter onder de knie krijgen en dat is gelukt. Er komen werkelijk schitterende plaatjes uit, de autofocus is in veel gevallen briljant, maar in de bediening is deze camera niet ideaal. Zeker niet als je achter op een motor je werk moet doen en soms gedraaid zit als een Wokkel. Er zitten heel veel knopjes op die je per ongeluk kan indrukken of waar je juist bijna niet bij kunt komen als je een helm op hebt en de camera ligt op je schouder. Misschien nog wel het meest onhandig aan dit apparaat is dat hij steeds omkukelt als je hem even op de grond wil zetten. Er zit een handvat bij dat je steeds moet inklappen of losschroeven. Nu zullen er vast collega’s zijn die zweren bij dit apparaat en die ook voor elk probleem al een oplossing hebben bedacht, maar ik durf toch wel te zeggen dat op het gebied van camerahandeling, balans en bediening vroeger alles beter was. Professionele camera’s zijn er nog steeds, maar die zijn in verhouding tot deze Fx9 onbetaalbaar. Dit blijft een industrieel apparaat met een waanzinnige prijs/kwaliteitverhouding, prachtig beeld en hij is prima in situaties waarin je alles naar je hand kan zetten, maar als je moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, dan ben ik niet overtuigd. Neemt niet weg dat ik er mooie dingen mee gemaakt heb. Dat was vooral te danken aan de mannen die voor mijn neus behoorlijk afzagen, aan het waanzinnige decor van de Ardennen, het fijne licht en dankzij de stuurmanskunsten van de motard. Zeker in het ochtendgloren was het een feest om de groep te zien fietsen.

In Frankrijk werd het behoorlijk warm. Het was niet voor niks dat ze daar antiekmarkten hadden afgelast en wielerkoersen ingekort. Door de rijwind leek het mee te vallen, maar als we even stopten om een shot van de voorbijrijdende groep te maken, dan steeg mijn lichaamstemperatuur direct naar een kookpunt. Mijn rug was drijfnat. Bij elke pauze legde ik de zwarte motorjas in de zon en als we na twintig minuutjes verder gingen was hij weer droog. Alleen het opzetten van de natte helm was geen pretje. En ik kon mezelf ruiken. Behoorlijk. Volgens mij is dat een slecht teken. 

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vrees dat ik aan het eind van de dag net zo afgepeigerd was als de mannen die gefietst hebben. Het opstappen op de motor ging steeds minder soepel. In een poging om mijn been over de motor heen te zwaaien knalde ik hard met mijn scheenbeen tegen het bagagerekje. Een gigantische bloeduitstorting zal me nog wel even doen herinneren aan deze dag. Maar het biertje op het terras in Maastricht smaakte ongelofelijk lekker.

Het draait in het leven uiteindelijk om plezier maken, avonturen beleven en om bijzondere mensen te leren kennen. Er is zoveel boosheid in de wereld op dit moment. Daarom is het juist zo heerlijk om op pad te zijn met zo’n vriendengroep die een feestje van het leven maakt. Een stel vrolijke jongens, die er zelf voor zorgen dat ze steeds weer mooie verhalen kunnen vertellen. 

Inmiddels heb ik wat beelden teruggezien. Het belooft veel goeds voor de montage van de aftermovie die medio september klaar moet zijn. Als die op YouTube komt zal ik jullie even waarschuwen.

 




foto's : Joris Knapen







 

zaterdag 18 juni 2022

Darts in Kopenhagen

 

Darts is een Engels spelletje en dus zou je verwachten dat de televisieregistratie van deze sport in handen is van bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk. Dit was misschien ook zo, maar de laatste jaren verzorgen Nederlandse collega’s steeds vaker de live-uitzendingen van grote internationale dartstoernooien. Zo ook de vorige week in Kopenhagen en ik mocht een keer met ze mee. Bij de Nordic Darts Masters van PDC heb ik gelijk mijn debuut gemaakt voor ViaPlay. Weer allemaal nieuwe partijen die voor extra werkgelegenheid in onze branche zorgen en als freelance cameraman juich ik dat natuurlijk toe.

Ik had wel eens bij een dartstoernooi gefilmd, maar ik had niet eerder meegewerkt aan de registratie van de wedstrijden. Dat is een vak apart. Het is interessant om dit eens van dichtbij mee te maken. 

In het Forum van Kopenhagen was een grote regieruimte ingericht achter het podium. Het was er bloedheet, omdat in de matig geventileerde ruimte allerlei apparaten stonden te loeien en best veel mensen met elkaar de beperkte zuurstof deelden. Dat kon mij niet deren. Ik zat, met de joystick van de remotecamera die ik moest bedienen, midden in een voor mij nieuwe ‘sterrenkeuken’. Van dichtbij zag ik de samenwerking tussen de darts-spotter en onze regisseur. Een Engelsman en een Nederlander, die samen het ritme van deze internationale tv-uitzendingen bepaalden. Het is fascinerend om te zien hoe zij inspelen op zoveel variaties, gebruik maken van werkelijk alle keuzemogelijkheden, in een waanzinnig hoog tempo en dat vele uren achter elkaar.

Naar verluid is Richard Ashdown een van de beste darts-spotters van de wereld. Een soort helderziende regie-assistent, die in een razend tempo aan de ogen van darters kan aflezen wat ze zullen gooien. Deze vriendelijke Engelsman weet van elke speler hoe hij of zij op iedere spelsituatie reageert. We hebben in twee dagen tijd vijftien lange wedstrijden in beeld gebracht en voor zover ik het heb meegekregen zat Ashdown er niet een keer naast. Dat is even wonderlijk als briljant. Voor zijn neus had hij een gigantisch touchscreen waarop een digitale variant van het dartbord te zien was. Door op een vak te klikken kon hij razendsnel het juiste shot voorzetten: Een close uitsnede van dat deel van het dartbord waar de pijl terecht zou komen. Hoe het technisch precies werkt is natuurlijk geheim en bovendien snap ik het zelf nog steeds niet helemaal. Een uniek computersysteem is gekoppeld aan een aantal 4K camera’s die op het bord zijn gericht. Dit is uitgedokterd en ontwikkeld door de Nederlandse producent Robbert van Loon van Keytown Productions. Dankzij deze slimme techniek wordt de registratie van deze sport sneller en accurater. Het gaat alleen mis als je er niet ook de juiste mensen bij hebt om zo’n systeem optimaal te laten functioneren. Spotter Ashdown is hierin superbelangrijk, maar daarnaast zit de Nederlandse regisseur Dion Laan. Hij vormt samen met Ashdown het kloppend hart van deze productie. 

Ik heb vaak naar darts gekeken, maar thuis op de bank heb ik me nooit gerealiseerd hoe hoog het tempo ligt. Pok, pok, pok… volgende speler. Pok, pok, pok. De beeldwisselingen volgen elkaar vliegensvlug op. Shots staan gemiddeld twee seconden. Klaar staan, split screen met dartbord, pijl close in bord, nog closer ter bevestiging, applaus, volgende worp, bord close, andere speler, klaar staan, split screen, close bord… De regisseur is sneller dan de vliegende pijlen. Hij schakelt zelf en dat maakt het in mijn ogen alleen maar knapper. De keuze is reuze. Je moet het wel allemaal overzien. Zoveel beeldbronnen en al die verschillende situaties en spelmomenten. Menig concertpianist zou jaloers zijn op zijn vingervlugheid. Hij moet voortdurend de juiste vakjes van het dartbord tonen, want anders is het voor de kijker niet te volgen. 

Ik ben wel wat gewend in de televisie-industrie, maar hier was ik toch echt even onder de indruk. Ondertussen worstelde ik met mijn eigen camera. Ook dat ging allemaal snel. Na een paar legs had ik mijn taken op een rij en kreeg ik langzaam de boel onder controle. Naarmate het toernooi vorderde lukte het steeds meer om zelf iets toe te voegen of keuzes te maken zonder dat de regisseur mij nog moest aansturen. Daarmee kreeg ik niet alleen de smaak te pakken, maar ook lol in het spelletje. 

Na de eerste avond heb ik een diepe buiging gemaakt voor de regisseur en de spotter. Voor de producent heb ik mijn pet afgenomen. Dankzij dit weekend in Denemarken zal ik nooit meer ‘gewoon’ naar darts kijken. 





zaterdag 11 juni 2022

It's a kind of magic...

 

De Australische firma Blackmagic Design maakt onder andere videocamera’s. Dit zijn betaalbare apparaten, zeker als je de prijs vergelijkt met die van professionele camera’s zoals Sony of de Nederlandse camerabouwer Grass Valley ze fabriceert. Voor de prijs van een camera -die tot voor kort als ‘de broadcast norm’ gold- heb je tegenwoordig vier complete cameraketens van Blackmagic. Er is natuurlijk een groot kwaliteitsverschil, maar als je die goedkopere camera’s optimaal weet te benutten, dan zal de kijker thuis daar niet veel van zien. Het verschil zit voor een belangrijk deel in degelijkheid, betrouwbaarheid, levensduur en het bedieningsgemak. Dat is gelijk de belangrijkste reden waarom ik persoonlijk geen lid ben van de Blackmagic-fanclub. 

De prijs/kwaliteitsverhouding van deze apparaten zorgt er wel voor dat meercameraproducties de afgelopen jaren bereikbaar zijn geworden voor veel meer partijen. In de coronatijd is daar dankbaar gebruik van gemaakt en zo konden allerlei kleine videobedrijfjes relatief snel groeien. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik als freelance cameraman veel voordeel heb van die groei. Ook nu het streamen van evenementen weer op een lager pitje is komen te liggen, omdat publiek weer overal welkom is. 

Waar ik een paar jaar geleden drie of vier grote en een aantal kleinere opdrachtgevers had, wordt mijn agenda op dit moment gevuld door veel meer verschillende partijen. Voor corona had ik ongeveer twaalf opdrachtgevers in een jaar en nu zit ik na vijf maanden al op tweeëntwintig. Het maakt mij nog onafhankelijker en het is super interessant om bij al die verschillende organisaties in de keuken te kijken. Dat is de belangrijkste reden waarom ik ooit ZZP’er ben geworden.

Ik ben super blij met bedrijven als Videobrix, Miltenburg AV, Walk in the Park, Bocavista en Cambition, die steeds vaker vroegtijdig boeken. Ondanks het feit dat deze ‘nieuwe’ opdrachtgevers gebruik maken van een type camera die niet helemaal ideaal is. Uiteindelijk kom je met een Toyota Aygo ook in Zuid-Frankrijk, ook al is het een stuk comfortabeler in een Audi A8.

Hoewel het soort werk overal een beetje op hetzelfde neer komt, geeft iedere organisatie er toch weer een eigen draai aan. Persoonlijk vind ik het fascinerend om te zien hoe je een facilitair bedrijf op totaal verschillende manieren kan inrichten. Van heel groot tot piepklein. Veel eigen personeel of juist alleen maar werken met freelancers. Een grote overhead of louter meewerkend voormannen. Hier trekken ze hun kabels kaarsrecht en daar wordt het onvermijdelijk één grote bos spaghetti. 

En dan kijk ik als neuroot persoonlijk graag naar de logistiek. Ik ben altijd benieuwd naar de manier waarop apparatuur wordt ingezet en hoe zuinig een facilitair bedrijf op haar equipment is. Je kan heel wat verschillende keuzes maken.

Neem bijvoorbeeld de manieren waarop je een camera vervoert. Dat gaat van perfect ingeschuimde kisten tot ‘los op de achterbank’. De ene partij creert op iedere locatie een enorme puinhoop van dozen, tassen, kistjes en losse zooi en de ander heeft voor ieder snoertje, kastje of apparaatje een eigen plekje. Voor hetzelfde type werk heeft firma X een grote vrachtwagen vol spullen nodig en kan bedrijf Y het af met een kleine bakwagen, waarin nog ruimte over is. 

Er is uiteraard geen goed of fout. Wel heb ik mijn persoonlijke voorkeur. Dat heeft vooral te maken met mijn aangeboren drang om alles netjes in vakjes te stoppen. Wat niet wil zeggen dat ik een klus niet zal aannemen als het er in mijn ogen een tikkeltje rommelig aan toe gaat. 

Voor zover ik iets te kiezen heb richt ik me in eerste instantie op producties met mensen waarmee ik een klik heb. Het belangrijkste is dat je een leuke dag met elkaar hebt, dat er met respect voor elkaar wordt gewerkt. Het is fijn als er met passie en aandacht aan een productie wordt gewerkt en als er ruimte is om mijn werk goed te doen. Ik vind het fijn als mensen mij er graag bij willen hebben, omdat ze denken dat ik iets kan toevoegen. Maar je hebt het natuurlijk niet altijd voor het kiezen.

Ieder programma en elke registratie vereist een eigen opzet. De ene keer heb je slechts één camera nodig, de andere keer tien of meer. Iedere camerapositie vereist weer een bepaalde lens en die heb je in allerlei smaken. Dus bouwen we elke dag opnieuw een unieke configuratie op, die bestaat uit allerlei losse onderdelen. Soms is het simpel, soms razend complex. Zeker in mijn agenda is er nauwelijks nog ruimte voor een standaard klus. Wie freelance cameraman wil zijn moet zich kunnen aanpassen als een kameleon. Je krijgt niet altijd het gereedschap waarmee je het allerliefst werkt. Daar moet je tegen kunnen, maar ik vind dát juist heel erg leuk. De afwisseling. Elke keer opnieuw een beetje het wiel uitvinden. Dat geeft sowieso elke dag iets magisch.

 

(Kijk voor de grap maar eens op mijn Instagram-account @janreinhettingacamera, waar ik bijna elke dag een foto post van de camera waarmee ik die dag gewerkt heb. Het is elke keer weer anders.)





zaterdag 4 juni 2022

Als voetbal oorlog is, dan deserteer ik…



De verhalen van cameramensen die zich onveilig en niet welkom voelen in voetbalstadions zijn niet nieuw. Zo lang als ik dit werk doe hoor ik over bekertjes pis die in de richting van cameramensen zijn gegooid. Bevroren Mars-repen, aanstekers, munten en bier. Zelf stond ik in het oude stadion van de Graafschap ooit met een camera achter het doel en ben ik een hele tweede helft bespuugd door vijf jongens die niet ouder waren dan 12, terwijl ik aan de andere kant van het hek probeerde om mijn werk te doen. Ik kon ze horen rochelen voor ze een zo dik mogelijke fluim in mijn richting spuugden. Niet één keer, niet twee keer, maar vijfenveertig minuten lang. Het was in 1996 of 1997. Ik was pas een paar jaar cameraman, deed net voetbal en durfde mijn positie niet zomaar te verlaten. De suppoost die ik aansprak haalde zijn schouders op. Na die avond heb ik me voorgenomen om dit nooit meer te laten gebeuren. Toch kan ik me herinneren dat ik later bij Feyenoord in een soort plexiglas bushokje moest staan om enigszins veilig achter het doel te kunnen filmen. Na afloop van die wedstrijd dreven de frietbakjes aan de mayonaise naar beneden langs het plexiglas. Rond mijn positie vond ik tientallen aanstekers, muntjes en zelfs een paraplu. 

Tien jaar later, in 2009, schreef ik deze blog over een middagje filmen achter het doel bij FC Utrecht. Vuurwerk ontplofte bijna in mijn gezicht en ik kreeg een muntstuk van twee euro op mijn kop. Ik kan je vertellen dat munten die van hoog gegooid worden hard aankomen. In 2015 schreef ik een blog met de poetische titel ‘Daar moet een piemel in’ over een avondje MVV. Ook over rondvliegende bekers bier, maar vooral over de vreselijke manier waarop vrouwelijke collega’s worden bejegend in voetbalstadions.

Het zijn niet alleen ‘een paar’ idioten op de tribune die ervoor zorgen dat ik voetbalwedstrijden niet meer zo leuk vind om te filmen. Er is regelmatig gedoe in voetbalstadions. Ik voel me er lang niet zo welkom als bij een hockeywedstrijd, bij volleybal, een potje handbal of bij het wielrennen. 

Bij voetbalclubs wordt naar ons toe ontzettend ingewikkeld gedaan over deuren die open moeten, de kabels die we trekken, een lift die we graag even willen gebruiken, de plekken waar volgens afspraak regiewagens moeten staan of cameraposities. Sommige trainers kunnen behoorlijk intimiderend doen als je voor hun gevoel te lang een lens op ze richt. Stewards zijn best vaak ontzettend rechtlijnig, ook al ben je in het bezit van de juiste pasjes en hesjes. En dan kan ik mij er echt over opwinden als er vervolgens niks gebeurt wanneer supporters met bier en vuurwerk gooien. Als vrouwelijke collega's worden uitgescholden voor hoer of wanneer ik weer eens moet omlopen om op een plek te komen die ik bijna kan aanraken vanaf het punt waar ik sta: 'Hier mag je niet door hoor!' 

Het lijkt erop dat de stemming in stadions er na de coronalockdowns niet beter op is geworden. Nou heb ik niet helemaal recht van spreken, want de afgelopen twee jaren was ik niet vaak bij voetbalwedstrijden, maar ik hoor elke dag de verhalen van gefrustreerde collega's die daar wel een paar dagen per week vertoeven. De keren dat ik voetbal heb gedaan dit jaar was er altijd iets. 

De afgelopen tijd zijn er verschillende serieuze incidenten met cameramensen geweest. Om te beginnen is er nog niet zo lang geleden een collega bruut tegen de grond gesmeten door een gefrustreerde medewerker van een Brabantse club. Onlangs ontplofte bij een wedstrijd van Vitesse een vuurwerkbom vlak naast een cameraman, die waarschijnlijk voor de rest van zijn leven een gehoorbeschadiging heeft. Een vrouwelijke collega werd geduwd door een boze trainer. En een paar weken geleden ging er iets mis bij FC Utrecht met (door de club georganiseerd) vuurwerk. Een grote vuurbal landde vlak naast een cameraman, die daar langs de zijlijn zijn werk deed. 

Het is voor mij en mijn collega’s lastig om ons over grote en kleine ergernissen uit te spreken. Een aantal freelancers leven voor een belangrijk deel van het werk dat voetbal met zich meebrengt. Niet iedereen vindt alles even heftig. Velen zijn ook liefhebber. Die vinden het jammer als hun sport of cluppie in een kwaad daglicht wordt gesteld. De meningen zijn verdeeld en het wordt niet door iedereen gewaardeerd als je openlijk kritisch bent. Klachten worden in mijn ogen te snel gebagatelliseerd. Als iemand al een keer bij wijze van hoge uitzondering zijn of haar positie verlaat, omdat het daar niet prettig voelt, krijgt hij of zij soms toch nog te horen dat het achteraf eigenlijk best meeviel. Zo wordt het lastig om voor jezelf te kiezen in een kolkend stadion.

John de Mol sprak na het The Voice schandaal over loketten die hij in zijn bedrijf had, waar misstanden gemeld konden worden en hij was oprecht verbaasd dat niemand zich daar meldde. Blijkbaar hadden mensen er weinig vertrouwen in dat er op een professionele manier zou worden gereageerd op klachten of een gevoel van onveiligheid. Dat is mijns inziens bij het voetbal niet anders. Mensen in de leiding van de betrokken firma’s zullen oprecht denken dat je bij hen altijd terecht kan, maar op de werkvloer wordt dat anders ervaren.

Als cameraman sta je helemaal onderaan een lange keten van organisaties en firma’s die afhankelijk zijn van de inkomsten uit het voetbal. Natuurlijk neem ik direct aan dat producers, projectmanagers en leidinggevenden serieus begaan zijn met onze veiligheid en dat ze doen wat ze kunnen om de situatie in alle stadions te verbeteren, maar het blijft lastig om echt met de vuist op tafel te slaan. 

De vorige week zag ik de beelden van ADO-supporters die het veld bestormden, nadat hun club in de strafschoppenreeks had verloren. Malloten schoten vuurpijlen af in de richting van het vak met de aanhang van Excelsior. Toen ik dat zag heb ik voor mezelf besloten dat ik voorlopig niet meer naar een wedstrijd in de eredivisie ga. Dat is beter voor mij en waarschijnlijk ook veel beter voor mijn opdrachtgevers in de voetballerij. Niemand zit te wachten op een cameraman die cynisch is en die er even geen zin meer in heeft. 

Ik weet ook wel dat ik makkelijk kletsen heb. Op dit moment is het qua werk gelukkig druk genoeg, maar ik vind het ook oprecht jammer. Het liefst ben ik zo allround mogelijk en het filmen van voetbal is hartstikke leuk om te doen. 

Alleen wil ik straks niet degene zijn bij wie het ook mis gaat. Dat kan ik me als ZZP’er helemaal niet permitteren. Ik vrees namelijk dat je terecht komt in een donker woud van organisaties en verzekeringsmannetjes die allemaal hun verantwoordelijkheden doorschuiven op het moment dat een malloot een keer een strijker in je capuchon gooit. Als de dader een kale kip is die je niet kan plukken, wordt het een ingewikkeld verhaal om eventuele schade vergoed te krijgen. Op dit moment ben ik er niet van overtuigd dat het goed geregeld is. Dus ga ik de komende tijd lekker (klassieke) concerten filmen. Toneelvoorstellingen, kinderprogramma’s, darts, basketbalwedstrijden, hockey, autosport, wielrennen livestreams en desnoods lekker een weekendje vrij zijn. Hopelijk keert het vertrouwen uiteindelijk weer langzaam terug.