zaterdag 25 juni 2022

zweet

 

Onder de noemer ‘The Longest Day’ maakt een vriendengroep jaarlijks op of rond 21 juni een serieus lange fietstocht. Het begon ooit met alle twaalf de provincies op één dag. Een ander jaar fietsten ze van Groningen naar Zeeland, langs de hele Nederlandse kustlijn. De organisatie van dit gekkenwerk is in handen van Herman van der Zandt en Martijn Hendriks, de mannen van de populaire podcast Tweewielers. Dit jaar was het alweer de zesde editie van hun Longest Day. Deze keer fietsten ze door vijf landen in één dag. Een tocht van 364 kilometer met 3994 hoogtemeters, voornamelijk in de Belgische Ardennen. Van Maastricht naar België, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en weer terug naar Maastricht. De start was op zaterdag 18 juni om vier uur ’s ochtends en rond half acht ‘s avonds hadden acht van de negen deelnemers het gehaald. Hiervoor zaten ze 12 uur en 48 minuten op de fiets. Met temperaturen die boven de 36 graden uitkwamen was het ook nog eens een van de warmste dagen van het jaar. 

Ik was erbij! 

Natuurlijk niet op de fiets, maar met een camera achterop de motor van Jos Hayen. Samen met regisseur Bas Koel werkten we aan een film over deze waanzinnige fietstocht. Dus ook wij waren om 03.00 uur opgestaan, nadat we slechts een paar uurtjes hadden geslapen in een warm hotelkamertje, midden in het uitgaanscentrum van Maastricht. Ook wij waren dik 15 uur onderweg, waarvan ik bijna 13 uur op de motor heb gezeten. En ook bij ons was het 36 graden. Alleen moesten wij voor de veiligheid ook nog eens een motorpak aan…

Je hoort mij verder niet klagen, hoor. Ik was het min of meer zelf schuld. Een jaar geleden had ik na The Longest Day tegen een van de deelnemers gezegd dat ze eigenlijk eens een film zouden moeten maken over hun belevenissen. Op de wedervraag wie er in hemelsnaam zo gek zou zijn om dit dan gratis te doen heb ik per ongelijk mijn vinger een beetje opgestoken. De volgende morgen kreeg ik al een Appje van de organisatoren. Ja, wie A zegt…

Ach, je moet ook af en toe iets doen voor een goed doel en we kunnen niet alleen maar de arme kindertjes van Afrika helpen. Soms mag je best eens negen volwassen kerels steunen, die heel graag jongentjes willen blijven.

Speciaal voor de gelegenheid had ik bij The Crew een nagelnieuwe Sony Fx9 camera geregeld met een mooi setje G-Master lenzen. Dit apparaat wilde ik graag beter onder de knie krijgen en dat is gelukt. Er komen werkelijk schitterende plaatjes uit, de autofocus is in veel gevallen briljant, maar in de bediening is deze camera niet ideaal. Zeker niet als je achter op een motor je werk moet doen en soms gedraaid zit als een Wokkel. Er zitten heel veel knopjes op die je per ongeluk kan indrukken of waar je juist bijna niet bij kunt komen als je een helm op hebt en de camera ligt op je schouder. Misschien nog wel het meest onhandig aan dit apparaat is dat hij steeds omkukelt als je hem even op de grond wil zetten. Er zit een handvat bij dat je steeds moet inklappen of losschroeven. Nu zullen er vast collega’s zijn die zweren bij dit apparaat en die ook voor elk probleem al een oplossing hebben bedacht, maar ik durf toch wel te zeggen dat op het gebied van camerahandeling, balans en bediening vroeger alles beter was. Professionele camera’s zijn er nog steeds, maar die zijn in verhouding tot deze Fx9 onbetaalbaar. Dit blijft een industrieel apparaat met een waanzinnige prijs/kwaliteitverhouding, prachtig beeld en hij is prima in situaties waarin je alles naar je hand kan zetten, maar als je moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, dan ben ik niet overtuigd. Neemt niet weg dat ik er mooie dingen mee gemaakt heb. Dat was vooral te danken aan de mannen die voor mijn neus behoorlijk afzagen, aan het waanzinnige decor van de Ardennen, het fijne licht en dankzij de stuurmanskunsten van de motard. Zeker in het ochtendgloren was het een feest om de groep te zien fietsen.

In Frankrijk werd het behoorlijk warm. Het was niet voor niks dat ze daar antiekmarkten hadden afgelast en wielerkoersen ingekort. Door de rijwind leek het mee te vallen, maar als we even stopten om een shot van de voorbijrijdende groep te maken, dan steeg mijn lichaamstemperatuur direct naar een kookpunt. Mijn rug was drijfnat. Bij elke pauze legde ik de zwarte motorjas in de zon en als we na twintig minuutjes verder gingen was hij weer droog. Alleen het opzetten van de natte helm was geen pretje. En ik kon mezelf ruiken. Behoorlijk. Volgens mij is dat een slecht teken. 

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vrees dat ik aan het eind van de dag net zo afgepeigerd was als de mannen die gefietst hebben. Het opstappen op de motor ging steeds minder soepel. In een poging om mijn been over de motor heen te zwaaien knalde ik hard met mijn scheenbeen tegen het bagagerekje. Een gigantische bloeduitstorting zal me nog wel even doen herinneren aan deze dag. Maar het biertje op het terras in Maastricht smaakte ongelofelijk lekker.

Het draait in het leven uiteindelijk om plezier maken, avonturen beleven en om bijzondere mensen te leren kennen. Er is zoveel boosheid in de wereld op dit moment. Daarom is het juist zo heerlijk om op pad te zijn met zo’n vriendengroep die een feestje van het leven maakt. Een stel vrolijke jongens, die er zelf voor zorgen dat ze steeds weer mooie verhalen kunnen vertellen. 

Inmiddels heb ik wat beelden teruggezien. Het belooft veel goeds voor de montage van de aftermovie die medio september klaar moet zijn. Als die op YouTube komt zal ik jullie even waarschuwen.

 




foto's : Joris Knapen







 

zaterdag 18 juni 2022

Darts in Kopenhagen

 

Darts is een Engels spelletje en dus zou je verwachten dat de televisieregistratie van deze sport in handen is van bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk. Dit was misschien ook zo, maar de laatste jaren verzorgen Nederlandse collega’s steeds vaker de live-uitzendingen van grote internationale dartstoernooien. Zo ook de vorige week in Kopenhagen en ik mocht een keer met ze mee. Bij de Nordic Darts Masters van PDC heb ik gelijk mijn debuut gemaakt voor ViaPlay. Weer allemaal nieuwe partijen die voor extra werkgelegenheid in onze branche zorgen en als freelance cameraman juich ik dat natuurlijk toe.

Ik had wel eens bij een dartstoernooi gefilmd, maar ik had niet eerder meegewerkt aan de registratie van de wedstrijden. Dat is een vak apart. Het is interessant om dit eens van dichtbij mee te maken. 

In het Forum van Kopenhagen was een grote regieruimte ingericht achter het podium. Het was er bloedheet, omdat in de matig geventileerde ruimte allerlei apparaten stonden te loeien en best veel mensen met elkaar de beperkte zuurstof deelden. Dat kon mij niet deren. Ik zat, met de joystick van de remotecamera die ik moest bedienen, midden in een voor mij nieuwe ‘sterrenkeuken’. Van dichtbij zag ik de samenwerking tussen de darts-spotter en onze regisseur. Een Engelsman en een Nederlander, die samen het ritme van deze internationale tv-uitzendingen bepaalden. Het is fascinerend om te zien hoe zij inspelen op zoveel variaties, gebruik maken van werkelijk alle keuzemogelijkheden, in een waanzinnig hoog tempo en dat vele uren achter elkaar.

Naar verluid is Richard Ashdown een van de beste darts-spotters van de wereld. Een soort helderziende regie-assistent, die in een razend tempo aan de ogen van darters kan aflezen wat ze zullen gooien. Deze vriendelijke Engelsman weet van elke speler hoe hij of zij op iedere spelsituatie reageert. We hebben in twee dagen tijd vijftien lange wedstrijden in beeld gebracht en voor zover ik het heb meegekregen zat Ashdown er niet een keer naast. Dat is even wonderlijk als briljant. Voor zijn neus had hij een gigantisch touchscreen waarop een digitale variant van het dartbord te zien was. Door op een vak te klikken kon hij razendsnel het juiste shot voorzetten: Een close uitsnede van dat deel van het dartbord waar de pijl terecht zou komen. Hoe het technisch precies werkt is natuurlijk geheim en bovendien snap ik het zelf nog steeds niet helemaal. Een uniek computersysteem is gekoppeld aan een aantal 4K camera’s die op het bord zijn gericht. Dit is uitgedokterd en ontwikkeld door de Nederlandse producent Robbert van Loon van Keytown Productions. Dankzij deze slimme techniek wordt de registratie van deze sport sneller en accurater. Het gaat alleen mis als je er niet ook de juiste mensen bij hebt om zo’n systeem optimaal te laten functioneren. Spotter Ashdown is hierin superbelangrijk, maar daarnaast zit de Nederlandse regisseur Dion Laan. Hij vormt samen met Ashdown het kloppend hart van deze productie. 

Ik heb vaak naar darts gekeken, maar thuis op de bank heb ik me nooit gerealiseerd hoe hoog het tempo ligt. Pok, pok, pok… volgende speler. Pok, pok, pok. De beeldwisselingen volgen elkaar vliegensvlug op. Shots staan gemiddeld twee seconden. Klaar staan, split screen met dartbord, pijl close in bord, nog closer ter bevestiging, applaus, volgende worp, bord close, andere speler, klaar staan, split screen, close bord… De regisseur is sneller dan de vliegende pijlen. Hij schakelt zelf en dat maakt het in mijn ogen alleen maar knapper. De keuze is reuze. Je moet het wel allemaal overzien. Zoveel beeldbronnen en al die verschillende situaties en spelmomenten. Menig concertpianist zou jaloers zijn op zijn vingervlugheid. Hij moet voortdurend de juiste vakjes van het dartbord tonen, want anders is het voor de kijker niet te volgen. 

Ik ben wel wat gewend in de televisie-industrie, maar hier was ik toch echt even onder de indruk. Ondertussen worstelde ik met mijn eigen camera. Ook dat ging allemaal snel. Na een paar legs had ik mijn taken op een rij en kreeg ik langzaam de boel onder controle. Naarmate het toernooi vorderde lukte het steeds meer om zelf iets toe te voegen of keuzes te maken zonder dat de regisseur mij nog moest aansturen. Daarmee kreeg ik niet alleen de smaak te pakken, maar ook lol in het spelletje. 

Na de eerste avond heb ik een diepe buiging gemaakt voor de regisseur en de spotter. Voor de producent heb ik mijn pet afgenomen. Dankzij dit weekend in Denemarken zal ik nooit meer ‘gewoon’ naar darts kijken. 





zaterdag 11 juni 2022

It's a kind of magic...

 

De Australische firma Blackmagic Design maakt onder andere videocamera’s. Dit zijn betaalbare apparaten, zeker als je de prijs vergelijkt met die van professionele camera’s zoals Sony of de Nederlandse camerabouwer Grass Valley ze fabriceert. Voor de prijs van een camera -die tot voor kort als ‘de broadcast norm’ gold- heb je tegenwoordig vier complete cameraketens van Blackmagic. Er is natuurlijk een groot kwaliteitsverschil, maar als je die goedkopere camera’s optimaal weet te benutten, dan zal de kijker thuis daar niet veel van zien. Het verschil zit voor een belangrijk deel in degelijkheid, betrouwbaarheid, levensduur en het bedieningsgemak. Dat is gelijk de belangrijkste reden waarom ik persoonlijk geen lid ben van de Blackmagic-fanclub. 

De prijs/kwaliteitsverhouding van deze apparaten zorgt er wel voor dat meercameraproducties de afgelopen jaren bereikbaar zijn geworden voor veel meer partijen. In de coronatijd is daar dankbaar gebruik van gemaakt en zo konden allerlei kleine videobedrijfjes relatief snel groeien. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik als freelance cameraman veel voordeel heb van die groei. Ook nu het streamen van evenementen weer op een lager pitje is komen te liggen, omdat publiek weer overal welkom is. 

Waar ik een paar jaar geleden drie of vier grote en een aantal kleinere opdrachtgevers had, wordt mijn agenda op dit moment gevuld door veel meer verschillende partijen. Voor corona had ik ongeveer twaalf opdrachtgevers in een jaar en nu zit ik na vijf maanden al op tweeëntwintig. Het maakt mij nog onafhankelijker en het is super interessant om bij al die verschillende organisaties in de keuken te kijken. Dat is de belangrijkste reden waarom ik ooit ZZP’er ben geworden.

Ik ben super blij met bedrijven als Videobrix, Miltenburg AV, Walk in the Park, Bocavista en Cambition, die steeds vaker vroegtijdig boeken. Ondanks het feit dat deze ‘nieuwe’ opdrachtgevers gebruik maken van een type camera die niet helemaal ideaal is. Uiteindelijk kom je met een Toyota Aygo ook in Zuid-Frankrijk, ook al is het een stuk comfortabeler in een Audi A8.

Hoewel het soort werk overal een beetje op hetzelfde neer komt, geeft iedere organisatie er toch weer een eigen draai aan. Persoonlijk vind ik het fascinerend om te zien hoe je een facilitair bedrijf op totaal verschillende manieren kan inrichten. Van heel groot tot piepklein. Veel eigen personeel of juist alleen maar werken met freelancers. Een grote overhead of louter meewerkend voormannen. Hier trekken ze hun kabels kaarsrecht en daar wordt het onvermijdelijk één grote bos spaghetti. 

En dan kijk ik als neuroot persoonlijk graag naar de logistiek. Ik ben altijd benieuwd naar de manier waarop apparatuur wordt ingezet en hoe zuinig een facilitair bedrijf op haar equipment is. Je kan heel wat verschillende keuzes maken.

Neem bijvoorbeeld de manieren waarop je een camera vervoert. Dat gaat van perfect ingeschuimde kisten tot ‘los op de achterbank’. De ene partij creert op iedere locatie een enorme puinhoop van dozen, tassen, kistjes en losse zooi en de ander heeft voor ieder snoertje, kastje of apparaatje een eigen plekje. Voor hetzelfde type werk heeft firma X een grote vrachtwagen vol spullen nodig en kan bedrijf Y het af met een kleine bakwagen, waarin nog ruimte over is. 

Er is uiteraard geen goed of fout. Wel heb ik mijn persoonlijke voorkeur. Dat heeft vooral te maken met mijn aangeboren drang om alles netjes in vakjes te stoppen. Wat niet wil zeggen dat ik een klus niet zal aannemen als het er in mijn ogen een tikkeltje rommelig aan toe gaat. 

Voor zover ik iets te kiezen heb richt ik me in eerste instantie op producties met mensen waarmee ik een klik heb. Het belangrijkste is dat je een leuke dag met elkaar hebt, dat er met respect voor elkaar wordt gewerkt. Het is fijn als er met passie en aandacht aan een productie wordt gewerkt en als er ruimte is om mijn werk goed te doen. Ik vind het fijn als mensen mij er graag bij willen hebben, omdat ze denken dat ik iets kan toevoegen. Maar je hebt het natuurlijk niet altijd voor het kiezen.

Ieder programma en elke registratie vereist een eigen opzet. De ene keer heb je slechts één camera nodig, de andere keer tien of meer. Iedere camerapositie vereist weer een bepaalde lens en die heb je in allerlei smaken. Dus bouwen we elke dag opnieuw een unieke configuratie op, die bestaat uit allerlei losse onderdelen. Soms is het simpel, soms razend complex. Zeker in mijn agenda is er nauwelijks nog ruimte voor een standaard klus. Wie freelance cameraman wil zijn moet zich kunnen aanpassen als een kameleon. Je krijgt niet altijd het gereedschap waarmee je het allerliefst werkt. Daar moet je tegen kunnen, maar ik vind dát juist heel erg leuk. De afwisseling. Elke keer opnieuw een beetje het wiel uitvinden. Dat geeft sowieso elke dag iets magisch.

 

(Kijk voor de grap maar eens op mijn Instagram-account @janreinhettingacamera, waar ik bijna elke dag een foto post van de camera waarmee ik die dag gewerkt heb. Het is elke keer weer anders.)





zaterdag 4 juni 2022

Als voetbal oorlog is, dan deserteer ik…



De verhalen van cameramensen die zich onveilig en niet welkom voelen in voetbalstadions zijn niet nieuw. Zo lang als ik dit werk doe hoor ik over bekertjes pis die in de richting van cameramensen zijn gegooid. Bevroren Mars-repen, aanstekers, munten en bier. Zelf stond ik in het oude stadion van de Graafschap ooit met een camera achter het doel en ben ik een hele tweede helft bespuugd door vijf jongens die niet ouder waren dan 12, terwijl ik aan de andere kant van het hek probeerde om mijn werk te doen. Ik kon ze horen rochelen voor ze een zo dik mogelijke fluim in mijn richting spuugden. Niet één keer, niet twee keer, maar vijfenveertig minuten lang. Het was in 1996 of 1997. Ik was pas een paar jaar cameraman, deed net voetbal en durfde mijn positie niet zomaar te verlaten. De suppoost die ik aansprak haalde zijn schouders op. Na die avond heb ik me voorgenomen om dit nooit meer te laten gebeuren. Toch kan ik me herinneren dat ik later bij Feyenoord in een soort plexiglas bushokje moest staan om enigszins veilig achter het doel te kunnen filmen. Na afloop van die wedstrijd dreven de frietbakjes aan de mayonaise naar beneden langs het plexiglas. Rond mijn positie vond ik tientallen aanstekers, muntjes en zelfs een paraplu. 

Tien jaar later, in 2009, schreef ik deze blog over een middagje filmen achter het doel bij FC Utrecht. Vuurwerk ontplofte bijna in mijn gezicht en ik kreeg een muntstuk van twee euro op mijn kop. Ik kan je vertellen dat munten die van hoog gegooid worden hard aankomen. In 2015 schreef ik een blog met de poetische titel ‘Daar moet een piemel in’ over een avondje MVV. Ook over rondvliegende bekers bier, maar vooral over de vreselijke manier waarop vrouwelijke collega’s worden bejegend in voetbalstadions.

Het zijn niet alleen ‘een paar’ idioten op de tribune die ervoor zorgen dat ik voetbalwedstrijden niet meer zo leuk vind om te filmen. Er is regelmatig gedoe in voetbalstadions. Ik voel me er lang niet zo welkom als bij een hockeywedstrijd, bij volleybal, een potje handbal of bij het wielrennen. 

Bij voetbalclubs wordt naar ons toe ontzettend ingewikkeld gedaan over deuren die open moeten, de kabels die we trekken, een lift die we graag even willen gebruiken, de plekken waar volgens afspraak regiewagens moeten staan of cameraposities. Sommige trainers kunnen behoorlijk intimiderend doen als je voor hun gevoel te lang een lens op ze richt. Stewards zijn best vaak ontzettend rechtlijnig, ook al ben je in het bezit van de juiste pasjes en hesjes. En dan kan ik mij er echt over opwinden als er vervolgens niks gebeurt wanneer supporters met bier en vuurwerk gooien. Als vrouwelijke collega's worden uitgescholden voor hoer of wanneer ik weer eens moet omlopen om op een plek te komen die ik bijna kan aanraken vanaf het punt waar ik sta: 'Hier mag je niet door hoor!' 

Het lijkt erop dat de stemming in stadions er na de coronalockdowns niet beter op is geworden. Nou heb ik niet helemaal recht van spreken, want de afgelopen twee jaren was ik niet vaak bij voetbalwedstrijden, maar ik hoor elke dag de verhalen van gefrustreerde collega's die daar wel een paar dagen per week vertoeven. De keren dat ik voetbal heb gedaan dit jaar was er altijd iets. 

De afgelopen tijd zijn er verschillende serieuze incidenten met cameramensen geweest. Om te beginnen is er nog niet zo lang geleden een collega bruut tegen de grond gesmeten door een gefrustreerde medewerker van een Brabantse club. Onlangs ontplofte bij een wedstrijd van Vitesse een vuurwerkbom vlak naast een cameraman, die waarschijnlijk voor de rest van zijn leven een gehoorbeschadiging heeft. Een vrouwelijke collega werd geduwd door een boze trainer. En een paar weken geleden ging er iets mis bij FC Utrecht met (door de club georganiseerd) vuurwerk. Een grote vuurbal landde vlak naast een cameraman, die daar langs de zijlijn zijn werk deed. 

Het is voor mij en mijn collega’s lastig om ons over grote en kleine ergernissen uit te spreken. Een aantal freelancers leven voor een belangrijk deel van het werk dat voetbal met zich meebrengt. Niet iedereen vindt alles even heftig. Velen zijn ook liefhebber. Die vinden het jammer als hun sport of cluppie in een kwaad daglicht wordt gesteld. De meningen zijn verdeeld en het wordt niet door iedereen gewaardeerd als je openlijk kritisch bent. Klachten worden in mijn ogen te snel gebagatelliseerd. Als iemand al een keer bij wijze van hoge uitzondering zijn of haar positie verlaat, omdat het daar niet prettig voelt, krijgt hij of zij soms toch nog te horen dat het achteraf eigenlijk best meeviel. Zo wordt het lastig om voor jezelf te kiezen in een kolkend stadion.

John de Mol sprak na het The Voice schandaal over loketten die hij in zijn bedrijf had, waar misstanden gemeld konden worden en hij was oprecht verbaasd dat niemand zich daar meldde. Blijkbaar hadden mensen er weinig vertrouwen in dat er op een professionele manier zou worden gereageerd op klachten of een gevoel van onveiligheid. Dat is mijns inziens bij het voetbal niet anders. Mensen in de leiding van de betrokken firma’s zullen oprecht denken dat je bij hen altijd terecht kan, maar op de werkvloer wordt dat anders ervaren.

Als cameraman sta je helemaal onderaan een lange keten van organisaties en firma’s die afhankelijk zijn van de inkomsten uit het voetbal. Natuurlijk neem ik direct aan dat producers, projectmanagers en leidinggevenden serieus begaan zijn met onze veiligheid en dat ze doen wat ze kunnen om de situatie in alle stadions te verbeteren, maar het blijft lastig om echt met de vuist op tafel te slaan. 

De vorige week zag ik de beelden van ADO-supporters die het veld bestormden, nadat hun club in de strafschoppenreeks had verloren. Malloten schoten vuurpijlen af in de richting van het vak met de aanhang van Excelsior. Toen ik dat zag heb ik voor mezelf besloten dat ik voorlopig niet meer naar een wedstrijd in de eredivisie ga. Dat is beter voor mij en waarschijnlijk ook veel beter voor mijn opdrachtgevers in de voetballerij. Niemand zit te wachten op een cameraman die cynisch is en die er even geen zin meer in heeft. 

Ik weet ook wel dat ik makkelijk kletsen heb. Op dit moment is het qua werk gelukkig druk genoeg, maar ik vind het ook oprecht jammer. Het liefst ben ik zo allround mogelijk en het filmen van voetbal is hartstikke leuk om te doen. 

Alleen wil ik straks niet degene zijn bij wie het ook mis gaat. Dat kan ik me als ZZP’er helemaal niet permitteren. Ik vrees namelijk dat je terecht komt in een donker woud van organisaties en verzekeringsmannetjes die allemaal hun verantwoordelijkheden doorschuiven op het moment dat een malloot een keer een strijker in je capuchon gooit. Als de dader een kale kip is die je niet kan plukken, wordt het een ingewikkeld verhaal om eventuele schade vergoed te krijgen. Op dit moment ben ik er niet van overtuigd dat het goed geregeld is. Dus ga ik de komende tijd lekker (klassieke) concerten filmen. Toneelvoorstellingen, kinderprogramma’s, darts, basketbalwedstrijden, hockey, autosport, wielrennen livestreams en desnoods lekker een weekendje vrij zijn. Hopelijk keert het vertrouwen uiteindelijk weer langzaam terug.

 

 



zaterdag 28 mei 2022

Ahoy

 

Op zaterdag 9 maart 1991 was ik op bezoek bij mijn oude buurmeisje, die inmiddels op kamers woonde in Rotterdam. We bedachten spontaan dat het misschien leuk was om naar het concert van Hessel in Ahoy te gaan. Een uur later hadden we voor de deur van het Sportpaleis kaartjes gekocht. In die tijd ben ik daar ook naar concerten van Van Halen en The Black Crowes geweest, maar het optreden van Hessel van der Kooij was volgens mij de eerste keer Ahoy. Het werd een onvergetelijke avond. De sfeer bij dat concert was uniek met zoveel mensen die van Terschelling kwamen. Ik kon mijn ogen goed de kost geven, omdat er opnamen van het concert werden gemaakt door de TROS. Niet ver van waar wij stonden vloog een camera door de lucht en reed een andere camera op een rails. 

Als achttienjarige kon ik alleen nog maar dromen van een baan als cameraman. Ik was vrijwilliger bij de lokale omroep START in Geleen en had ik wel eens bij een concert van de Janse Bagge Bend gefilmd. Het leek mij het absolute einde om een keer achter zo’n echte televisiecamera te staan bij een groot concert in Ahoy. Stiekem hoopte ik op een ongevaarlijke appelflauwte bij een van de cameramensen van de TROS en dat ze dan niet alleen zouden omroepen of er een dokter, maar ook nog een cameraman in de zaal was. 

Dik dertig jaar later heb ik best wel wat concerten in Ahoy gefilmd. De vorige week mocht ik bijvoorbeeld twee avonden filmen bij ‘Hyper’ van Davina Michelle. Vanzelfsprekend worden zulke grote producties met vijftien camera’s nooit. Cranes, dolly’s en een Steadicam. Nog steeds voel ik me als een jongentje in de snoepwinkel. 

Hoe cool is het om tussen het publiek door te lopen naar je positie? Dat je vervolgens tussen de mensen staat, een headset opzet en het publiek vol verwachting ziet kijken. Zij weten dat wanneer de cameramensen klaar gaan staan, het concert bijna zal beginnen. Je bent als het ware een piepklein beetje onderdeel van de rock ‘n roll. De spanning stijgt, het zaallicht gaat uit en dan gaat het los.

Bij Hyper deed ik een camera op een track, die achter het publiek reed. Met name voor ruime shots, waarin je het podium, de lichtshow en alle speciale effecten goed kon zien. Vuur en confetti, maar ook als de handjes van het publiek de lucht in gingen. Dat lijkt een eenvoudige missie, maar ik had er mijn handen vol aan. Het was een kwestie van timing. Je moest niet aan het einde van je rails zijn op het moment dat er een break in de muziek zat. Dan veranderde het licht of kwam er vuurwerk. Twee uur in opperste concentratie. En de hele tijd die zware dolly op gang trekken en tien meter verder weer afremmen, om hem vervolgens de andere kant op te trekken. Maar het is zo tof om te doen. Het is al bijzonder om erbij te zijn. Zo leuk om op deze manier je geld te verdienen. 

Zaterdagavond had ik het gevoel dat er de hele tijd een knul naar me stond te kijken. Ik schatte hem een jaar of zeventien. Hij leunde nonchalant tegen de hekken, die ze om mijn cameratrack heen hadden geplaatst. Zijn vriendinnetje was duidelijk meer geïnteresseerd in Davina Michelle dan hij. Zijn focus leek te liggen bij de camera waarmee ik mijn werk deed. Toen ik aan kwam lopen viel het gelijk op, maar ook wanneer ik tijdens het concert even naast me keek zag ik hem staren. Ik nam me voor om hem na afloop even aan te spreken, zodat ik hem kon aanraden om zijn dromen na te jagen. Ze komen uit als je het maar hard genoeg wil. Helaas was hij na het laatste applaus al weg. 



foto: Monica Hoogendoorn


zaterdag 21 mei 2022

fotogebruik

 

Ik vang beelden. Professioneel als freelance cameraman, maar ik heb ook altijd een fotocamera bij me. In deze tijd, waarin iedereen foto’s maakt met zijn telefoon, kies ik toch het liefst voor de iets hogere kwaliteit van een camera met een betere lens. Vind ik leuk. ’s Avonds kan ik me urenlang vermaken met het bewerken van alle geschoten plaatjes. Ook in mijn vrije tijd móét ik momenten vastleggen. 

Als freelance cameraman werk ik in opdracht van organisaties die mij daarvoor vorstelijk betalen. Wanneer daar een soort van contract bij komt kijken staat in de kleine lettertjes bijna altijd dat ik afstand doe van alle rechten. Ik begrijp dat, want het is voor omroepen, producenten en facilitaire bedrijven een onwijs gedoe wanneer ze bij hergebruik van videomateriaal telkens op zoek moeten naar de oorspronkelijke makers. Mijn creativiteit wordt afgekocht, zullen we maar zeggen, al geloof ik niet dat je een deel van mijn tarief zou kunnen aanwijzen dat daarvoor staat. 

Foto’s maak ik niet zo vaak tegen een vergoeding, maar dat wil niet zeggen dat iedereen die beelden ongevraagd mag gebruiken. Ook niet bij eigen publicaties op social media. Het zijn immers mijn foto’s. Toch gebeurt het met enige regelmaat. Mensen kopiëren beelden en plakken ze onder hun eigen berichten zonder mij daarover te informeren. Soms vermelden ze er wel bij dat ik de foto heb gemaakt, maar vaak genoeg niet eens.

Zelfs professionele contentmakers gebruiken soms ongevraagd foto’s voor eigen promotiedoeleinden. Ik vind dat gek. Het is natuurlijk een compliment dat ze mijn plaatje mooi vinden, maar het is ook -op zijn zachtst gezegd- niet netjes als je zonder toestemming het materiaal van een ander gebruikt. Ik geloof niet dat er kwade wil in het spel is. Het is onwetendheid, maar in de basis is het een vorm van diefstal. Laten we zeggen jatwerk. Je gebruikt ook niet zonder het netjes te vragen de telefoon of auto van een ander.

Al het werk van een fotograaf, beeldend kunstenaar, architect, illustrator of ontwerper wordt beschermd door het auteursrecht. Ook op social media werkt dat niet anders dan daarbuiten. Wie een foto plaatst op Facebook, Twitter of LinkedIn geeft een uitgebreide licentie aan het betreffende sociale platform. Dat staat in hun voorwaarden die je, waarschijnlijk zonder goed te lezen, ooit geaccepteerd hebt. Zij mogen blijkbaar afbeeldingen kopiëren, wijzigen en eventueel delen. Het schijnt dat zij zelfs sublicenties mogen verlenen, maar als gewone gebruiker van een platform krijg je zo’n licentie niet. Afbeeldingen op social media zijn dus niet vrij! Die mag je niet zonder toestemming gebruiken. Je mag een bericht delen als het profiel openbaar is, maar je mag een foto niet zomaar even downloaden of kopiëren om er zelf iets mee te doen. Dus als je een foto van iemand anders in een eigen bericht wil plakken en publiceren dan moet je dat netjes vragen aan de maker.

In mijn geval gaat dat niet om geld. Ik vind het vooral een kwestie van goed fatsoen. Soms hoort er bij een foto een verhaal. Het kan zijn dat ik met mensen die op een foto staan een afspraak heb gemaakt over het gebruik. En als er geen mensen op de foto staan kan het nog zo zijn dat ik de foto onder bepaalde voorwaarden op mijn eigen socials heb geplaatst. Bijvoorbeeld na overleg met een opdrachtgever of de beheerder van de locatie waar de foto is genomen.

Het is een kleine moeite om het even te vragen. In bijna alle gevallen krijg je vervolgens van mij het grote bestand en eventueel kan ik zelfs even checken of er in mijn bestanden nog een beter beeld zit voor een bepaald doel. Maar vraag het altijd even! Tenzij ik jou zelf een foto heb gestuurd waar je op staat. Dan zeg ik er meestal gelijk bij dat je met het beeld mag doen wat je wil. 

Zelf ik zal ook niet snel foto’s plaatsen waar mensen op staan zonder dit aan ze te vragen. Vind ik ook niet chique. Daarom plaats ik zo vaak foto’s waar niemand op staat of waar ik alleen zelf op sta. Scheelt me veel gedoe.

 

Tip van Flip:

Maak vooral je eigen foto’s. Dat is het leukst. En als je een bepaalde foto graag wil gebruiken, zorg dan dat je toestemming van de maker hebt en van de mensen die op de foto staan. Naamsvermelding is netjes, maar ook dat kan je het beste even met hem of haar bespreken. Als je een foto wil gebruiken voor serieuze promotiedoeleinden en de maker niet kan achterhalen, dan is het sowieso verstandig om te kiezen voor een ander plaatje, want je zal niet de eerste zijn die een serieuze schadevergoeding moet betalen op basis van het auteursrecht.





 

zondag 24 april 2022

never give up!

 

Zaterdagmorgen werd ik wakker met kramp in mijn linkerbeen. Toen ik even later opstond bleek dat alles stroef en stram was. Als een oud mannetje waggelde ik door de kamer. Roestig is het juiste woord. Niet zo gek na een super pittige draaidag, als cameraman achterop de motor, bij de Invictus Games. We begonnen vrijdag al om negen uur en tegen vijf uur ’s middags rolde ik van de motor af. Ik doe dit type werk niet regelmatig genoeg om er echt routine in op te bouwen en ben niet zo sportief dat ik het zo lang vol kan houden zonder pijntjes. Dit jaar word ook ik alweer 50. Mijn zoon noemt me keihard een oude zak, maar zelf vind ik dat er weinig verschil is met toen ik 25 was. Behalve dan op de momenten waarop het werk fysiek echt zwaar wordt, zoals gisteren. Dat hakt er stiekem steeds steviger in.

Maar wie ben ik om te klagen? Het was een heel bijzondere dag in het Haagse Zuiderpark! Bij het internationale sportevenement voor militairen en veteranen, die psychisch of lichamelijk gewond zijn geraakt in het leger, hebben we alle wieler- en handbikewedstrijden in beeld gebracht. In verschillende categorieën kwamen mensen in actie met stuk voor stuk een heftig verhaal. Dames en heren die zouden tekenen voor slechts kramp in het linkerbeen of een beetje spierpijn na een zware werkdag. 

Een van de markante deelnemers aan de Invictus Games die grote indruk op mij maakte, was een knappe Italiaan in een rolstoel. Ik zag hem op de atletiekbaan, bij het rugbybasketbal en bij het handbiken was hij ook weer van de partij. De opmerkelijke man met fonkelende ogen en een stralende glimlach dook telkens met passie en plezier in de wedstrijd van de dag. Tussendoor werd hij verbonden met een zuurstofapparaat en liepen er twee slangetjes in zijn neus. 

Na wat googelen ontdekte ik dat het de 53-jarige Italiaanse kolonel Carlo Calcagni is. In 1996 maakte hij als helikopterpiloot deel uit van een internationale vredesmissie in de Balkan. Daar ademde hij zware metaalpoeders in en als gevolg daarvan werd hij ernstig ziek. Hij kreeg onder andere een reeks neurologische problemen. De supersterke en topfitte kerel kon al snel helemaal niets meer. Er volgden intensieve behandelingen, maar ergens las ik ook dat hij zichzelf vooral ‘beter’ gemaakt heeft door zijn wilskracht en door weer te gaan sporten. Carlo Calcagni werd een inspirerend voorbeeld voor velen. Zijn motto is dat we ook in de meest negatieve situaties altijd op zoek moeten gaan naar het positieve. In een filmpje op YouTube zegt hij: ‘Iedere wolk heeft een zilveren rand.’

Kolonel Carlo Calcagni was voor mij de man van de Invictus Games, terwijl ik hem helemaal niet gesproken heb. Je hoefde niet lang naar hem te kijken om vrolijk te worden van zijn aanstekelijke enthousiasme en toch ook te zien dat hij zeker geen eenvoudig leven heeft. Op de laatste dag won hij voor mijn neus de handbikewedstrijd in zijn klasse. Na de finish stak ik vanaf de motor, in het voorbij rijden, mijn duim naar hem omhoog. Hij moest lachen en knikte naar me. Even later keek hij recht in de camera van mijn collega en sprak hij vol passie en power de woorden: ‘Never Give Up!’ 

Laten we dat doen.




vrijdag 15 april 2022

met hart en ziel

 

Van alle grote tv projecten die jaarlijks terugkeren, zoals bijvoorbeeld de Intocht van Sinterklaas, Koningsdag, Prinsjesdag, Pinkpop, de Champions League of de Amstel Goldrace stonden alleen de Dodenherdenking op de Dam en The Passion nog op mijn bucketlist. Die laatste kan ik sinds deze week afvinken. Wat overigens helemaal niet wil zeggen dat ik niet meer wil doen wat ik al eens heb gedaan! Laat dat duidelijk zijn. 

 

The Passion dus. In Doetinchem, op Witte Donderdag 2022. Na elf jaar kreeg ik de kans om eens mee te doen. Een kans die je als cameraman moet grijpen met beide handen. 

Ik geloof dat een muzikaal bijbelverhaal inhoudelijk gezien niet gelijk mijn favoriete genre is, maar het is wel ongelofelijk knap gemaakt. Op alle fronten werkt iedereen met hart en ziel aan dit programma en dat spat er aan alle kanten vanaf. Het is een unieke productie, tot in de puntjes verzorgd en technisch is het een uitdagend project. Dat laatste vind ik vooral interessant. 

Vijftien camera’s, met dolly’s, cranes, Steadicam en een drone is veel, maar het zijn juist alle verbindingen, de intercom en met name het geluid die van zo’n operatie een ingewikkeld huzarenstukje maken. Dan vergeet ik bijna het licht, decor en het hele elektriciteitsverhaal. Er komt nogal wat bij kijken om alles op zijn plek te krijgen, iedereen op het juiste moment te laten doen wat hij of zij moet doen en om het hele feest na afloop ook weer in vrachtwagens te laden. 

Er lagen voor The Passion kilometers kabel in Doetinchem. Het draaiboek, productieboek en callsheet zijn samen misschien wel honderd pagina’s en met de namen van alle mensen die meewerken kan je een klein telefoonboek vullen. Dat maakt het bijzonder om mee te werken aan zo’n programma. Ik vind het nog altijd stoer als ik een klein radertje mag zijn in zo’n machine. Zeker als die net voorzien is van verse olie. 

Dit jaar was de tv-techniek in handen van een nieuwe partij. The Crew mocht voor het eerst de faciliteiten leveren. Dat is op dit gebied een jonge en een relatief kleine speler in onze broadcast markt. Toch was het een weloverwogen keuze van de producent, nadat deze club in december ook al met succes The Scrooge had gedaan. Desondanks was het voor het hele team best spannend. Het moest natuurlijk wel goed gaan. Op The Passion zijn vele ogen gericht.

Alles was tot in de puntjes voorbereid. Ze hadden bij The Crew niets aan toeval overgelaten. De planning had een supersterk team bij elkaar gezocht, maar het ook aangedurfd om hier en daar jong talent een kans te geven. Er stond vooral een gezellige ploeg en iedereen was tot het bot toe gemotiveerd om dit te laten slagen. Zo ook ik. Als ZZP’er juich ik het natuurlijk toe dat er meer bedrijven zijn die zulke complexe projecten aankunnen. Zeker als het firma’s zijn die dankbaar gebruik maken van alle kennis en ervaring die freelancers in huis hebben. 

Het was een feestje. Geen onvertogen woord. Geen koeriers die moesten rijden voor extra materialen of reserve-onderdelen en helemaal geen stress. De opbouw was op tijd klaar, repetities verliepen soepel, de uitzending was vlekkeloos en anderhalf uur na afloop ging de klep van de materiaalwagen al dicht. Ik vond het echt een supertoffe productie. Van achter mijn telelens heb ik genoten van het spel en de zang van Noortje Herlaar en Soy Kroon. Het enthousiasme van regisseur David Grifhorst werkt bij mij aanstekelijk. De ontlading na afloop was groot. Voor The Crew was dit een belangrijke mijlpaal in haar bestaan en dus was het bijzonder om daarbij te mogen zijn.

Alles kwam goed! 2,2 miljoen kijkers hebben genoten van The Passion, maar alle makers nog veel meer.


foto: Mark Segers


woensdag 13 april 2022

Geef de cameraman niet de schuld!

 

De NOS schreef gisteren (12 april 2022): ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want cameraman is steevast te laat.’ Je zal begrijpen dat ik zo’n artikel gelijk ga lezen. Hebben ze dan zulke trage cameramensen in België? Zou de catering in Belgische voetbalstadions zo slecht zijn dat alle cameramensen vlak voor de wedstrijd en in de rust nog even moeten poepen? Zijn die gasten totaal niet gedisciplineerd? Wat is daar aan de hand? 

 

Maar als je het artikel leest, dan kom je al snel tot de conclusie dat de kop boven het artikel de lading van het verhaal niet dekt. De cameraman krijgt de schuld van iets waar hij of zij niets aan kan doen. Ze hebben namelijk een dubbelfunctie. Voor aanvang van de wedstrijd filmt een cameraman (of vrouw) nog dat de spelers het veld op lopen en de toss. Daarna moet hij of zij snel door het stadion naar een van de twee posities hoog op de tribune. Daar vandaan waakt hij met een collega aan de andere kant over mogelijke buitenspelsituaties. In kleine stadions kan het snel gaan, maar in grote stadions is de weg naar hun B-positie dat langer. Het is een keuze van de producerende partij. Die moet je de schuld geven, niet de cameraman. 

De kop boven het artikel zou beter kunnen zijn: ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want producent is te beroerd om een extra cameraman in te huren.’ Of: ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want producent maakt gekke praktische keuze en laat cameraman hollen.

 

Het is wel een mooi voorbeeld van hoe belangrijk de nuance in journalistiek kan zijn. Mensen die alleen de kop lezen en niet de rest van het artikel, die denken al gauw dat er iets mis is met de cameramensen in België. Of zelfs met cameramensen in het algemeen. En dat kan onbewust in hun koppie blijven hangen. Cameramensen zijn de hele dag bezig met het recht zetten van beeld, maar er is geen belangenvereniging die het beeld over cameramensen recht zet. 

Nou bij deze: Handen af van de cameraman!




maandag 11 april 2022

veel over je gehoord...

 

Het is koud in de grote bedrijfshal. Een roldeur, maatje vrachtwagen, staat open. Buiten regent het pijpenstelen. Camera- en geluidsmensen trekken zo snel mogelijk een busje leeg. Kisten, statieven, microfoonhengels, lampen; het wordt allemaal in een hoek gezet. Zo’n hoek waarvan je nu denkt dat hij buiten beeld blijft, maar het is een wet in onze business dat welke hoek je ook neemt, het staat altijd in de weg. Waar je de spullen ook neerzet, je zal ze altijd nog een paar keer moeten verplaatsen of een visueel compromis moeten sluiten.

Dit is een enorme loods op een industrieterrein bij de haven. Gescout als locatie voor een tv-opname, waarbij een de kandidaten een boodschap krijgen van een strenge presentator. Daarna moeten ze een opdracht uitvoeren. De regisseur heeft vooraf zijn producers de volgende kenmerken meegegeven: Industrieel, groot en licht. Dat laatste is niet helemaal gelukt. Er zijn een aantal standaard plekken in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en bijvoorbeeld Zaandam waar je dan al snel terecht komt. Vandaag gaan we iets nieuws proberen, maar de verwende cameramannen kijken al een beetje moeilijk. Gevalletje net-niet. Belichters zijn met grote lampen in de weer, die straks ook de hele tijd in de weg zullen staan.

Ik stel me voor aan een groepje mensen van de productiemaatschappij, die met bekertjes koffie in de hand in een halve kring staan. Ondanks het feit dat ik al bijna dertig jaar in Omroepland werk, zijn er nog steeds hele volksstammen die ik niet ken. Vaak ben ik bang dat ik ze wel ken, maar niet meer herken. Nu gaat er geen belletje rinkelen als ze hun namen noemen. Ik heb dan ook geen idee wat hun functie hier is. Wie doet wat? Wat dat betreft hebben zij het makkelijk. Aan de The North Face jas herken je gelijk een cameraman of geluidsman. Alle geluidsmannen hebben nog een soort tuigje om, waar ze hun mixertas aan haken.

Als ik me heb voorgesteld, weet ik soms na twee tellen al niet meer hoe iemand heet. Het is alsof de partitie voor namen op mijn harde schijf na al die jaren langzaam vol raakt. Dat is ook de reden waarom ik op zulke dagen vaak het callsheet uitprint en in mijn kontzak steek. Dan kan ik snel een naam opzoeken en doen alsof ik wel attent ben.

Zij kennen mij wel. Zeggen ze. Of ze kunnen goed acteren. Google, LinkedIn en Facebook zijn handige middelen om even iemand uit te peilen. ‘Veel over je gehoord,’ zegt een van hen. Ik weet niet gelijk wat ik daarvan moet vinden. Dan vult hij snel aan: ‘Maar niets dan goeds!’ Ze lachen. Ik lach met ze mee. Of het allemaal klopt weet je nooit. Ik stel me voor aan een dame die zegt dat wij vandaag een team vormen. Zij is redacteur/verslaggever. Ik zeg voor de grap: ‘Veel over je gehoord…’ en zij vult mij aan met: ‘Niets dan goeds, zeker…’

Later begrijp ik van de geluidsman, die vaker voor deze productie heeft gedraaid, dat de verslaggeefster enigszins onzeker is geworden door mijn manier van voorstellen. Het is de toon die de muziek maakt, hoe je kijkt en of je meent wat je zegt. Grapje kwam blijkbaar cynisch over. Misschien was het dat ook wel een beetje. Blijkbaar heb ik niet direct het enthousiasme uitgestraald waar zij op hoopte. Goed dat de geluidsman dat ziet en het even eerlijk zegt. 

Ik moet bekennen dat ik niet met de juiste instelling aan deze dag ben begonnen. Vooroordelen over het type programma dat we draaien, niet louter mensen in de crew waar mijn hart sneller van gaat kloppen en vooral veel poeha en gedoe rond de ‘sterren’ van deze show. Ik ben nogal gevoelig voor influencers en D-artiesten met kapsones. Zeg maar allergisch. Als een voor mij onbekende mevrouw, met een overdosis botox in haar lippen, al aan het begin van de dag net iets te luid loopt te zeuren over het verkeerde merk neusspray, dat ze ook nog eens te laat van de productiestagiaire heeft gekregen, dan haak ik af. Regel lekker zelf je neusspray! Of op een locatie als deze vragen om Latte Macchiato. Het is gewoon zwart of met melk en suiker. En ‘Heeft mijn manager niet doorgegeven dat ik uiterlijk om vijf uur een taxi naar Amsterdam moet hebben?’ Alsof je na een normale draaidag niet meer in staat bent om even naar huis te rijden. Hoezo moeten op een productie, waar budget altijd een issue is, taxi’s met de BN’ers af en aanrijden? 

Nu realiseer ik me, dankzij de opmerking van de geluidsman, dat ik zelf met 1-0 achter sta. Niemand heeft er hier een boodschap aan dat ik een mening heb over de hoofdpersonen waarmee we werken. Het telt ook niet dat ik kort heb geslapen en dat het gisteren een lange dag was. Ik moet gewoon ‘leveren’. Ze hebben mij ingehuurd voor het camerawerk, krijg er voor betaald en had anders zelf vooraf ‘nee’ kunnen zeggen. Niet zeuren dus. De rest van de dag waakzaam zijn dat ik niet negatief over kom.

Gelukkig ben ik 99 van de 100 dagen betrokken bij producties waar ik wel vrolijk van word. Ik mag zeker niet klagen. Maar soms lijkt het op werken en zijn er genoeg redenen om narrig te worden. Ik ben een cameraman met een mening die ik slecht voor me kan houden. Als het feest is, dan laat ik het zeker weten, maar als het allemaal kut is, dan… ook. Het lukt vaak niet goed om op mijn lip te bijten en mijn ergernis of irritaties voor iedereen verborgen te houden. Je ziet het zo aan mij. Dat hoort niet.

Vandaag moet ik vooral blij zijn dat ik mag werken met een goede geluidsman. Zo eentje die aan twee woorden of alleen een simpele knipoog genoeg heeft. Wij begrijpen elkaar en slepen elkaar er wel doorheen. Het wordt vanzelf donker. 

Tandje erbij en gaan!

We verplaatsen de camerakisten van de ene hoek naar een andere. Fluitend. Hier komen we ze straks ook vast weer tegen, maar dat maakt niet uit.

Het voordeel van veel ervaring hebben is ook dat je weet hoe je extra gas kunt geven. Onze reporter is al snel weer ‘helemaal happy’. Wij doen alles wat ze vraagt en telkens net iets je meer. Je zou onze inzet bijna kunnen verwarren met enthousiasme. Voor ze iets kan vragen hebben wij het al gedaan. We denken mee en vooruit. De geluidsman en ik, we worden er zelfs vrolijk van. Wat er precies allemaal voor de lens gebeurt, dat maakt niet zoveel meer uit. De mevrouw met volle lippen en verstopte neus draait inmiddels met een andere ploeg. Wij hebben de vrolijkste kandidaat. Dat is ook weer mazzel.

Televisiemaken is geen raketwetenschap. Het is de kunst om op het juiste moment in de spiegel te kijken of even een spiegel voorgehouden te krijgen. 

Na een lange dag hollen, vliegen, duiken, vallen opstaan en weer doorgaan moeten we nog een paar exterieurshots maken. Waarschijnlijk voor de prullenbak. In de zeikende regen, maar ik zeg niks. Ik kijk even naar Bob. Hij geeft mij een knipoog.





 

zondag 3 april 2022

ZZP tarieven in Omroepland... (een reactie op persbericht FNV)

 

Deze week deelde vakbond FNV een persbericht met als titel ‘Tarieven freelancers publieke omroep gaan omhoog’. Het bericht werd letterlijk overgenomen op de site van BM en door de populaire Facebookgroep Mediaborrel. Zo verscheen het een paar keer in mijn social media tijdlijnen. Op de een of andere manier krijg ik altijd jeuk zodra FNV zich bemoeit met ZZP’ers. Ook nu kan ik het niet laten om op dit verhaal te reageren.   

 

De bond schrijft dat ZZP’ers, die binnen de publieke omroep werkzaam zijn, hun tarieven mogen verhogen. Dat is lief. Het vastgestelde minimumtarief stijgt dit jaar met 3% en het volgend jaar nog eens met 2%. Wie boven het minimum werkt, kan vanaf 1 april 1,8% meer in rekening brengen.

Zou het een 1 aprilgrap zijn of heeft FNV serieus namens alle ZZP’ers met de omroepen onderhandeld? En waar komt die 1,8% vandaan? De inflatie in Nederland over 2021 was 2,7% en voor 2022 gaan we nu uit van een inflatie van 5,5%. Ik kan FNV dus niet bepaald feliciteren met het behaalde onderhandelingsresultaat. Los van de vreemde timing, zo midden in het boekjaar.

Maar de vraag is natuurlijk wie de tarieven van freelancers heeft gekoppeld aan de Omroep CAO, wanneer en waarop is deze koppeling en het daarbij horende ZZP-tarief gebaseerd? Als het goed is zijn er geen vastomlijnde tarieven voor freelancers. Dat zou immers in strijd zijn met het principe van zelfstandigheid.

Het enige goede dat ik lees in dit persbericht is dat de vakbond freelancers aanmoedigt om altijd te onderhandelen over hogere tarieven, maar daarna komt gelijk een heel gek zinnetje. De vakbond schrijft: Wat ons betreft geldt ‘Gelijk loon voor gelijk werk.’ ZZP’ers krijgen helemaal geen ‘loon’! Zo blijkt maar weer eens dat ze bij FNV niet zoveel begrijpen van het fenomeen ZZP’er. Dat zou niet erg zijn als ze zich niet met ZZP’ers zouden bemoeien en als ze met hun communicatie de minder goed geïnformeerde freelancers niet op het verkeerde been zouden zetten.

 

ZZP’er staat voor Zelfstandige zonder Personeel. Dat betekent dat je geen salaris krijgt, maar een vergoeding voor de diensten die je levert. Je betaalt omzetbelasting en inkomstenbelasting. Daarnaast ben je zelf verantwoordelijk voor een arbeidsongeschiktheidsregeling, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een spaarpot voor je pensioen. Je moet een buffer opbouwen voor mindere tijden en voor vakantieperiodes. Als je (even) geen werk hebt, dan heb je géén recht op een uitkering. 

Een zakelijk gezonde ZZP’er streeft naar zelfstandigheid in zijn of haar werk en naar continuïteit door te werken voor meerdere opdrachtgevers. Je moet er bewust voor kiezen om als freelancer door het leven te gaan. Zie het als een way of life. Wie niet tegen alle verantwoordelijkheden en de ondernemersrisico’s van deze zelfstandigheid kan, die kan beter solliciteren naar een vaste baan of kiezen voor een tijdelijk contract.

Bij ondernemen hoort ook dat je administratie op orde is, je moet facturen sturen en onderhandelen met opdrachtgevers over het tarief. De freelancer bepaalt zelf wat zijn prijs is en niet de opdrachtgever. Net zoals een bakker degene is die aangeeft wat een brood moet kosten. Het begint met op een rij zetten wat de zakelijke kosten zijn, hoeveel je nodig hebt voor levensonderhoud en welke ‘winst’ je wil maken om een gezonde buffer op te bouwen. Dat zet je af tegen het aantal dagen of uren waarin je dat bedrag bij elkaar kan werken. Zo kom je tot een tarief. Dat zal altijd een stuk hoger zijn dan het brutosalaris van iemand met een vergelijkbare functie die in dienst is, gedeeld door het aantal uren dat deze persoon werkt. Dus helemaal geen gelijk ‘loon’ voor gelijk werk. 

Verder moet je nadenken over randvoorwaarden die voor jou als ZZP’er belangrijk zijn. Denk aan kilometervergoedingen (van 19 cent kan je geen autorijden) en andere onkostenvergoedingen, maar bijvoorbeeld ook wat te doen met overuren of last minute annuleringen. Natuurlijk moet je ook helder hebben wat jij voor dat bedrag kan leveren. Onderhandelen is niet ingewikkeld als je een goed verhaal hebt: Als je weet wat je kan, staat voor je zaak en als jij je ook kan verplaatsen in de positie van je opdrachtgever. 

Het is belangrijk om te weten wat je collega freelancers doen. Als freelancer mag je onderling weldegelijk informatie over je tarief delen. Ga er over in gesprek en zorg dat je goed geinformeerd bent.

Zeker in onze branche heeft dit allemaal niets te maken met meer geld verdienen. Ik word altijd narrig als mensen de ZZP’ers ‘zakkenvullers’ noemen, want dat zijn ze zeker niet. Dagprijzen zijn stevig, omdat de kosten hoog zijn. Maar kijk eens naar het tarief van een schilder, stukadoor of automonteur. Als freelancer houd ik niet veel meer over dan toen ik nog in vaste dienst was. Het voordeel zit hem erin dat ik gelijk boter bij de vis krijg als ik in een periode harder werk en veel overuren maak. Ik vind het zelf leuk om te freelancen, omdat ik zo bij meer bedrijven in de keuken kan kijken en omdat ik mijn eigen planning iets meer in de hand heb. Het feit dat ik mezelf moet blijven ‘verkopen’ houdt mij scherper.

Terug naar FNV. Wat me tegenstaat is dat ze met dit persbericht de indruk wekken dat deze verhoging een voldongen feit is. Minder goed geïnformeerde freelancers en opdrachtgevers kunnen de indruk krijgen dat dit is waar ze zich aan moeten confirmeren, terwijl veel freelancetarieven de afgelopen jaren door de coronacrisis ook al stil gestaan hebben. Dan ga je er met een verhoging van een paar procenten dus eerder flink op achteruit. Zelf heb ik aan het begin van dit boekjaar mijn tarief met 5% verhoogd. Ik heb geen opdrachtgever horen mopperen, nadat ik helder heb uitgelegd waarom ik dit deed. Het komend jaar vrees ik dat we aan 2% niet genoeg hebben, dus het is vreemd om daar nu al afspraken over te maken. 

Daarnaast hebben we nog steeds te maken met regelgeving en de Wet DBA, waardoor we als freelancers moeten blijven waken voor die verdomde ‘gezagsverhouding’. Als een vakbond en opdrachtgevers onderling afspraken maken over onze tarieven, dan geeft dit niet een beeld van zelfstandige ZZP’ers. Dus wil ik aan FNV vragen of ze ons met rust willen laten. Regel een goede branche CAO voor collega’s die in vaste dienst zijn, maar laat de freelancer zijn eigen boontjes doppen. 





donderdag 24 maart 2022

veranderen

 

Ik dacht dat ik de enige was die moeite had met veranderen. Het afgelopen weekend bleek maar weer dat het menselijk is. Wij houden niet van veranderingen. ‘Iets nieuws doen’ is in ons landje ongelofelijk lastig. Kijk maar eens op de ‘socials’ naar alle reacties op de komst van ViaPlay in Nederland. De nieuwe rechtenhouder van Formule1 had andere plannen, wilde zonder Olav Mol en Jack Plooij verder, koos voor een meer journalistieke koers en kreeg vervolgens de hele strontkar over zich heen. Veel raceliefhebbers gaven de streamingdienst geen kans. Nog voor ze goed en wel waren begonnen regende het kritiek, vooroordelen en boosheid, maar zonder argumenten. Het leek veel op de hetze die ooit werd gevoerd tegen Sport7, alleen hadden we in 1996 nog geen Twitter en Facebook om onze ongenuanceerde onvrede te uiten.

 

Ook ik heb de Formule1 leren kennen dankzij Olav Mol. Toen ik in september 2000 voor het eerst met hem en Jack Plooij mee op reis mocht kreeg ik een persoonlijke rondleiding van Ollie door de pits in Indianapolis. Geduldig legde hij in Jip en Janneketaal uit waar je op moest letten als cameraman en hij maakte mij gelijk enthousiast voor deze tak van autosport. Daar draaide het toen nog om namen als Michael Schumacher, Mika Häkkinen, Jacques Villeneuve, Rubens Barrichello, David Coulthard en natuurlijk onze eigen Jos Verstappen. In de jaren daarna ben ik bijna vijftig keer met de mannen op pad geweest en ik moet zeggen dat ik louter goede herinneringen heb aan al die reisjes rond de wereld. Wat heb ik veel lol gehad met deze vakmensen. Ook voor mij is de stem van Olav onlosmakelijk verbonden met deze sport. 

Wat mij betreft becommentarieert Olav Mol de Formule 1 tot in de eeuwigheid, maar de Zweedse rechtenhouder kiest voor een andere benadering. Daar hebben ze vast en zeker goed over nagedacht. En dus denk ik dat we dit best even het voordeel van de twijfel kunnen geven. Niet gelijk de deur dicht smijten, maar eens een paar races aankijken wat er gebeurt. Zelf een gefundeerde mening vormen, in plaats van nablaten wat anderen te mekkeren hebben. Het leven wordt bovendien een stuk leuker als je op zoek gaat naar de positieve punten, in plaats van je ongelofelijk opwinden over alles wat niet deugt. Zeker als je er toch geen directe invloed op kan uitoefenen. Boosheid is verspilde energie.

Het verbaast mij dat ook mensen waarvan ik denk dat ze doorgaans nuchter en redelijk zijn zich direct al aansluiten bij het trollenleger dat ViaPlay zo snel mogelijk de nek wil omdraaien. Zelfs serieuze en ervaren televisiemakers (ver)oordelen heel snel. Collega’s, die juist zouden moeten weten hoe lastig het is om met iets nieuws te beginnen en die vast wel eens ervaren hebben dat dit altijd even tijd nodig heeft. 

Ik denk dat je voorzichtig moet zijn met het uitspreken van de gedachte dat dit nooit iets kan worden. Als ik bij ViaPlay zou werken, dan zou ik hier en daar wat screenshots van deze Twitter, Facebook en LinkedIn-berichtjes bewaren, voor het geval zulke uitgesproken mediamakers zich over een tijdje melden bij een sollicitatie, met een programmavoorstel of een andersoortig verzoek.

 

Nogmaals, ik heb helemaal niks tegen de mensen die nu nog voor Ziggo werken. Integendeel! Daar zitten vrienden voor het leven bij en die gun ik natuurlijk alle geluk van de wereld, maar als kijker vind ik het prima dat er iets te kiezen is. Dat houdt iedereen scherp. Het is niet óf-óf, maar én-én. Een win-win situatie. 

Dus niet gelijk zo boos allemaal… 

Adem in. Adem uit.





zondag 23 januari 2022

muziekregistratie


‘Kom gerust kijken,’ zei de goochelaar, ‘dan laat ik zien hoe het werkt.’ Ik ging naast hem zitten en hield mijn ogen wijd open. Het was een ogenschijnlijk simpele truc, waarvan je ongeveer weet hoe het zal werken. Iets met vingervlugheid. Eerst deed hij het heel langzaam voor en toen mocht ik het zelf ook even proberen. Kansloos. Vervolgens heb ik er een half uur met mijn neus bovenop gezeten en herhaalde deze vriendelijke tovenaar het foefje telkens weer. Hoe vaker hij het deed, hoe meer respect ik kreeg. Ondanks het feit dat ik inmiddels vrij precies wist wat hij deed kon ik het nog steeds niet helemaal bevatten. Het ging niet zozeer om wát, maar meer om de vraag: Hoe dan? 

 

Ik heb het over de altijd vriendelijke video-illusionist Henk van Engen. Met hem mocht ik de afgelopen week vier dagen werken bij popfestival Noorderslag in Groningen. Op papier is hij regisseur, maar met die titel doen we hem tekort. De man tovert met beelden. 

Voor mensen die niet weten wat er allemaal komt kijken bij een muziekregistratie zal ik proberen om het even uit te leggen. Voor zover ik het zelf kan bevatten natuurlijk. Zo weet ik als cameraman te weinig van een goede geluidsopname om daar iets zinnigs over te schrijven. Of over lampen die van links naar rechts flitsen. Ik heb geen idee. Wat shots en regie betreft heb ik wel een beeld: 

Het begint met camera’s. Op Noorderslag hadden we er zes. Of eigenlijk zeven, daar ga je al. Zes bemande camera’s en een kleintje, die we bijvoorbeeld vast bij een drummer konden plaatsen of met een gek perspectief voor het podium. Er stond een crane (zo’n lange arm die in normale tijden over het publiek zwaait), een close camera met een dikke telelens voor de close-up opnamen van zangers en zangeressen, een camera op rails voor mooie bewegingen en er waren drie schoudercamera’s, waarvan ik er eentje voor mijn rekening mocht nemen. Super stoer.

De shots die wij op en rond het podium maakten zag Henk op een grote monitorenwand in de regiewagen voor zich. In dit geval moest hij zelf op een grote beeldmixer schakelen tussen de verschillende camera’s. Knopjes drukken. Regisseren lijkt heel simpel, maar is het natuurlijk niet. Je kan niet straffeloos twee grote totalen tegen elkaar aan plakken of louter close shots vanuit dezelfde hoek. Het wordt pas wat als je de muziek volgt. Wanneer je de drummer laat zien tijdens een break, de blazers als ze blazen en naar de gitaren schakelt op het moment dat de solo begint. Je wilt zien hoe artiesten naar elkaar kijken en hoe ze op elkaar reageren. Het gaat om emotie en beleving. En dan liefst ook nog meegaan met het tempo van een nummer.

Henk kan dit als geen ander. Veel van zijn live-registraties zien eruit als ware het zorgvuldig gemonteerde videoclips. Hij voelt de muziek perfect aan. Ook bij songs die hij nog nooit heeft gehoord, klopt het gelijk als een bus. Het liefst neemt hij op zonder al te veel repeteren. Gewoon even goed kijken naar de verschillende camerastandpunten, naar het licht en naar de bandopstelling. Zodra dat goed is moet je ‘gaan met die banaan’.

Henk heeft tijdens de opname niet veel woorden nodig. Hij spreekt vooraf uit wat zijn visie of idee is en geeft de crew vervolgens alle vertrouwen. Als iedereen doet waar hij of zij goed in is, dan gaat het bijna altijd vanzelf lopen. Het is een regisseur die inspireert en zijn mensen uitdaagt. Iedereen durft een of twee stappen verder te gaan, omdat hij niet gelijk zal zuchten of klagen als er een keer iets niet lukt. Daardoor kom je samen verder en dat is heerlijk. 

Hij durft dingen die andere regisseurs niet zo snel doen op het gebied van vorm, inhoud en stijl. Hij daagt het team uit om nieuwe dingen te verzinnen. Zo hadden we bij een optreden onze iPhones voor de lens gemonteerd, waarop we met een technische truc de beelden van andere camera's konden tonen. Dat leverde een buitengewoon vervreemdend effect op als we 'speelden' met in- en uitzoomen of met de focus. Het was in elk geval iets wat nog nooit vertoond is. Ik vond het in elk geval geweldig. (Als je het terug wil kijken moet je op de site van ESNS2022 even zoeken naar het optreden van S10.) Bij een andere artiest deed hij een heel nummer in één shot, op de crane. Daartoe werd besloten vlak voor de drummer aftikte. Het werd prachtig, omdat de cameraman in kwestie op gevoel moest werken. Niks gescript of vooraf bedacht.

 

In totaal hebben we in vier dagen 22 bandjes voorbij zien komen. Alle registraties zien er totaal verschillend uit. Bij een van de optredende artiesten werd mijn camera overgenomen door een collega en kon ik mooi eens in de regiewagen meekijken. Daar zag ik hoe Henk werkt. En tegelijkertijd zag ik het niet. Want deze videokeizer ging voor mij eigenlijk veel te snel. Zo snel dat ook Victor Mids, Hans Klok of zelfs David Copperfield onder de indruk zouden zijn.