donderdag 9 september 2021

racebaan

 

Ergens heb ik gelezen dat het wereldwijde aantal kijkers per Formule 1 race ongeveer 88 miljoen is. Naar de Grandprix van Hongarije keken in 2020 zelfs meer dan 103 miljoen mensen. Daar kan ik nu beter even niet aan denken. Het is al spannend genoeg. 

Zandvoort, zondagmiddag. Ik zit op een camerakist in een klein tentje langs de baan. Eet een broodje en drink een blikje cola. Het uitzicht is bocht 9. Voor me staat camera 17. Hiermee ga ik vanmiddag mijn debuut maken als ‘trackcameraman’ bij de Formule 1. Dit mooie apparaat heeft haar hele leven niks anders gezien dan circuits en autosport. De vorige week stond ze nog in de regen van Spa-Francorchamps en over een paar dagen is ze alweer op Monza. Formula One Management is de eigenaar van deze camera en dit weekend ook mijn opdrachtgever. Het is de organisatie achter de Formule 1 en zij produceren hun eigen tv-registraties. Die content verkopen ze aan tv-stations over de hele wereld. Zo kan het dat alle raceverslagen er qua ‘look and feel’ ongeveer hetzelfde uitzien. 

Een grote crew, voornamelijk Engelsen, reist met elkaar de wereld rond om deze sport in beeld te brengen. Dit weekend heeft één Nederlandse cameraman de unieke kans gekregen om mee te draaien in dit fantastische team. 

Eerlijk gezegd maak ik me best een beetje zorgen over deze klus. Het in- en uitzoomen, scherpstellen of het van rechts naar links zwenken, is niet het probleem. Dat is mijn vak. Het hele weekend heb ik kunnen oefenen tijdens vrije trainingen, kwalificatie en de races van Formule 3, de W Series en de Porsche Supercup. De snelheid waarmee de racewagens voorbijkomen is ook te overzien. Het lastige van deze klus zit hem in de communicatie, het anticiperen op wat er gebeurt en dat je razendsnel moet schakelen. Ze willen dat je zoveel mogelijk racewagens volgt, want op ieder moment kan er een crashen. Als iemand voor je neus spint, móét je het hebben. In de uitzending volgen ze specifieke auto’s. Op de momenten waarop die voorbijkomen word je ‘on-air’ geschakeld. Daarom is het belangrijk dat je altijd precies weet bij welke rijder of welk gevecht ze in de uitzending zitten. Zodra die om de hoek komt moet je er in een split-second bovenop zitten. De ene keer close en als ze in een duel zitten juist wat ruimer in het kader. Teammaatjes komen soms vlak na elkaar of er schiet een andere racewagen, die er qua kleurstelling een beetje op lijkt, door je kader. Dan is het killing als je met de verkeerde mee gaat. De regie schakelt van gevecht naar gevecht. Na een aantal ronden en de eerste pitstops rijden alle auto’s door elkaar. Daardoor wordt het best onoverzichtelijk. Gelukkig kunnen ze in de regie met behulp van GPS zien wie waar rijdt. Alle communicatie is echter in het Engels en ook dat gaat soms razendsnel. Concentratie is hier dus het toverwoord.

 

In september 2000 werd mij gevraagd of ik een week later met, Olav Mol en Jack Plooij mee wilde naar de Grandprix van Amerika, op de Indianapolis Motor Speedway. Dat leek mij hartstikke leuk, maar ik wist werkelijk niets van de sport. Ik kende Michael Schumacher en Jos Verstappen, meer niet. Gelukkig vonden de mannen van RTL GP sociale vaardigheden en camera technische skills op dat moment belangrijker dan kennis van autosport. Olav gaf mij een uitgebreide rondleiding in de pitstraat, waarbij ik compleet werd overrompeld door alle details. Later die dag moest ik een shot maken van Jenson Button en kwam ik terug met vier minuten materiaal van Ralf Schumacher. Dat stond ook met koeienletters boven zijn pitbox. Gelukkig konden de heren er om lachen. Vervolgens werd ik voorgesteld aan Rick Winkelman en Frits van Eldik van het tijdschrift RaceReport, die mij een beetje op sleeptouw konden nemen. Volgens hen hoefde ik heus niet elke keer te filmen als Jos Verstappen een rondje ging rijden met zijn Arrows, maar toen ik mijn camera vervolgens op de grond liet staan sloegen opeens de vlammen uit zijn motor.

Het is een klein wonder dat ik daarna nog achtenveertig keer met de heren mee mocht. We vlogen van Melbourne tot aan Sao Paulo, van Barcelona naar Silverstone. Het was altijd een feest om ergens op de wereld in de paddock van de Formule 1 te lopen. Ik filmde vooral interviews en maakte beelden in de pits of in de paddock. Het waren de jaren van Ferrari, Jos Verstappen en Robbert Doornbos. Op zondagmiddag deden we live de gridwalk, maar verder mocht ik nooit langs de baan komen. Dat werd voor mij een bucketlist-dingetje. Zeven jaar lang heb ik ongelofelijk veel plezier de Formule 1 gehad, maar toen werd ik vader en vond ik het belangrijker om meer thuis te zijn. Mijn vijftigste grandprix heb ik net niet gehaald. 

Tot nu. Veertien jaar later.

 

De uitzending is begonnen. Onze ‘worldfeed’ is te zien in alle landen waar ze van autosport houden. Ik maak beelden van een volle tribune. Het is feest op Zandvoort. Oranjevlaggen, oranje capes en oranje rookpluimen. Zojuist kwam Max Verstappen voorbij voor zijn ‘formation lap’. Het rode lampje in mijn zoeker lichtte op. Het publiek ging uit zijn dak. Ik had heel even kippenvel.

 

Mijn dochter ging de vorige week voor het eerst naar de middelbare school. Omdat ze was uitgeloot bij de school van haar eerste keuze, kwam ze terecht in een klas waar ze niemand kende. Dat was super spannend voor mijn lieve kleine meisje. ’s Avonds moest ik me melden in het hotel waar de F1 crew in een coronabubbel zat en voelde ik me ook even een onzekere brugpieper. Alle andere cameramensen kenden elkaar al jaren en iedereen wist precies wat er verwacht werd. Voor mij was alles nieuw. Om eerlijk te zijn maakte ik me al een paar weken druk voor dit moment. Maar deze Engelse crew is een grote familie. Die gasten zijn super vriendelijk, uiterst correct en buitengewoon behulpzaam. Ze gunnen het elkaar en ze gunden het mij. Vanaf de eerste minuut werd ik in het team opgenomen alsof ik er al jaren deel van uitmaakte. Ze vroegen om beurten of ze me nog ergens mee konden helpen, gaven praktische tips en tricks, wensten me ‘good luck’ en ‘lots of fun’. Dat lijkt normaal, maar toch kunnen we daar in Nederland soms nog iets van leren. Positief, uiterst correct en vooral super attent.

 

Tijdens de race moet ik me zo focussen op mijn job, dat ik geen tijd meer heb om na te denken over kijkcijfers, druk of de gevolgen van een misser. Er zijn twee regisseurs die dit programma maken. Eentje is hier in Zandvoort en hij schakelt alle camera’s die langs de baan staan. Dat noemen ze de ‘trackfeed’. In Engeland zit de eindregisseur die de onboard camera’s, de camera’s in de pitlane, de helikopter, de herhalingen en alle graphics toevoegt. Daar maken ze het uiteindelijke programma. In mijn zoeker zie ik natuurlijk het beeld van mijn eigen camera, maar om te weten waar we zijn kan ik ook de ‘trackfeed’ bekijken. Onder een andere knop heb ik het eindproduct, maar daar kom ik amper aan toe. Als ik voor het eerst op mijn ‘return B’ druk om te zien welke rijder op de vierde plek rijdt en om te zien hoeveel ronden we nog moeten, blijkt dat we al in de 62e ronde zitten. Het is al bijna afgelopen. Ik voel opluchting, omdat het tot nu toe foutloos gaat, maar ook teleurstelling, omdat dit voor mij nog wel even mag duren. Het geeft een enorme kick dat alles, na een weekend hard werken, op zijn plaats valt.

 

Om 16.49 uur wint Max Verstappen de eerste Grandprix van Zandvoort sinds 1985. Ik ben erbij. In zijn uitloopronde word ik nog één keer geschakeld. Dan is het klaar voor camera 17. Het is goed gegaan en ik heb de neiging om net zo uitzinnig te reageren als het oranje legioen op de tribune voor me. Alles valt op zijn plek. Wat een geweldige ervaring. Een van de coolste dingen die ik in mijn lange carrière heb gedaan. Misschien juist wel, omdat ik me er vooraf zo druk over heb gemaakt. 

Een hele dikke groene vink op mijn bucketlist.




 

woensdag 1 september 2021

Sorry, sorry, sorry

 


Soms moet je ergens op terug komen en je ongelijk toegeven. Dus ook ik, vandaag. Hierbij wil ik mijn excuses aanbieden aan Zandvoort en alle mensen die daar wonen. Dat doe ik vanwege een stukje dat ik vijftien jaar geleden op dit weblog plaatste, vlak voor de eerste A1 grandprix op het circuit van Zandvoort. Ik schreef letterlijk dat het Formule1 circus daar nooit van zijn lang-zal-ze-leven-in-de-gloria zou terugkeren. Inmiddels kunnen we wel zeggen dat dit een grove misrekening was. Maar ja, op het moment dat ik dit schreef was Max Verstappen acht jaar oud… Wist ik veel.


Dus: Sorry, sorry, sorry!

 

 

dinsdag 26 september 2006

grauw, grauwer, Zandvoort

Zandvoort. Op het circuit wordt hard gewerkt om alle faciliteiten tijdig klaar te hebben voor het A1GP spektakel van het komend weekend. Buiten de poort is de verlaten badplaats even treurig als altijd op dinsdagmorgen.

Enkele horecagelegenheden maken bescheiden reclame met een speciaal A1-menu. Ze hebben grote beeldschermen voor onfortuinlijke bezoekers die geen kaartje meer kunnen bemachtigen. Een café heeft boven de deur een bord gehangen met de originele tekst: 'ingang voor pitpoezen'. Verder heb ik in de wijde omtrek van de kustplaats geen enkele verwijzing gezien naar het grootste autosportevenement in Nederland sinds de laatste Grote Prijs Formule1 in 1985. Geen reclamebord, geen wegwijzer, geen promodoek of vlag. Helemaal niets.

Je hoeft niet goed te kijken om te zien dat deze plaats een grondige opknapbeurt kan gebruiken. Zeker als donkere wolken boven het strand tegen elkaar schuiven. Dan verdwijnt ook het laatste restje kleur.

Mensen met enig gevoel voor smaak mijden deze plek. De oude flats in het centrum, de lelijke naoorlogse huizen en appartementen. Om maar niet te spreken over verouderde hotels, het afgebladderde vakantiepark, historische souvenirwinkeltjes en strandtenten die fungeren als hangplek voor boeven, schorem en ander gepeupel. Het is niet gek dat in Zandvoort voornamelijk racefans en Duitsers komen.

Na een tosti-lunch in het centrum hebben we het circuit geïnspecteerd. Ik was al lang niet meer in de Tarzanbocht geweest en het viel mij niet mee. Als je kijkt met in het achterhoofd de nieuwe racebanen van Istanbul, Sepang, Manama of Shanghai, dan heeft Zandvoort een Mini Mouse circuit. Iedereen die realistisch is weet dat het Formule1 circus hier nooit van zijn lang-zal-ze-leven-in-de-gloria terug zal keren. Alles is te klein. Verbouwen lijkt mij geen optie.

Met een beetje hulp van Balkenende IV kunnen Nederlandse racefans beter een prachtige baan aanleggen rond Walibi World in Biddinghuizen. Het test circuit voor Spyker F1, dicht bij de fabriek in Zeewolde. Legio mogelijkheden om de bereikbaarheid te verbeteren, geen parkeerproblemen meer, kansen voor een helikopter luchtbrug en desnoods krijgt de nieuwe baan exact dezelfde lay-out als het rondje in Zandvoort. Nooit meer gedoe met geluidsdagen.
Ik stel voor om na dit weekend gelijk te beginnen. Het Circuit Park gooien we zondagmiddag plat, de duinen geven we terug aan de milieubeweging en Zandvoort aan de Duitsers. 




 

zondag 29 augustus 2021

Collins Cup

 


Het leek wel een droom. Of, als er een motorcameramannenhemel zou bestaan, dan mag die er van mij zo uitzien.

 


 

Op zaterdagochtend stonden, bij het nationale sportcentrum van Slowakije, op een groot parkeerterrein in Šamorín, maar liefst twaalf cameramotoren te glimmen op een rij. Twaalf! Ik vind eentje al mooi. Bij de Amstel Goldrace gebruiken ze er vier. In de Tour de France een stuk of zes. Nu stonden er twaalf naast elkaar. Strak in lijn, zoals dat hoort. En allemaal uitgerust met een complete set. Elke camera had een gestabiliseerde lens, elke motor was uitgerust met een antenne voor een RF verbinding én een 4G verbinding. Intercom, roodsignalering en shading (voor de techneuten onder ons). Het was om je vingers bij af te likken. 

We waren bij de Collins Cup. Dat is een nieuwe vorm van triatlon, waarbij teams uit Europa, Amerika en een samengestelde ploeg uit de rest van de wereld het tegen elkaar opnemen. Iets met groepjes van drie en een ingewikkelde puntentelling. Twee kilometer zwemmen, tachtig kilometer fietsen en achttien kilometer hardlopen. Om de tien minuten starten drie atleten. En zo zijn het twaalf wedstrijdjes in een wedstrijd. Zes keer drie dames en zes keer drie heren. Dit evenement is vernoemd naar John Collins, de bedenker van de Ironman triatlon op Hawaii.

Volg je me nog? Het maakt ook niet zo veel uit. Ik wil jullie vooral iets vertellen over de registratie, die live werd uitgezonden op Eurosport2. 

Het probleem van een ‘gewone’ triatlon is dat het lastig is om zo’n duursport goed in beeld te brengen. Het is eigenlijk een beetje saai, duurt lang en TV-technisch is het een dure sport. Daarom zien we het niet vaak live. Deze organisatie had echter enorm uitgepakt. Bootjes met camera’s bij het zwemmen, een flycam, steadicam, helikopter, draadloze camera’s bij de wisselpunten, een Quad, cranes en dus de twaalf motoren van NEP Nederland. Iets wat nog nooit is vertoond.

Twaalf cameramensen met ervaring op de motor en twaalf professionele motorrijders. Dat was voor de planning nog een hele zoektocht. Misschien de reden dat ik mee mocht, maar dat maakt mij niks uit. Ik was erbij! Op woensdag vlogen we met een grote ploeg naar Slowakije, om op donderdag te testen en het parkoers te verkennen. Drie vrachtwagens met techniek en motoren waren ons vooruit gereisd. Vrijdag had de motorploeg een vrije dag, zodat het technische team in alle rust de puntjes op de i kon zetten. Bij zo’n gigantische operatie is dat geen overbodige luxe. 

Zaterdag was eindelijk de race. In de ochtend nog een laatste test en ’s middags stapte om de tien minuten een nieuw team op de motor. Ik vond dat alleen al geweldig om te zien. De voorbereiding van mijn collega’s, de concentratie van die mannen en dan het wegrijden. Helikopter laag boven het hoofd en hoog in de lucht een vliegtuig dat rondjes draait, als een extreem hoge zendmast voor de verbindingen. Samen met motorrijder Arno Koning zat ik op motor 9. Rond half vier waren wij eindelijk aan de beurt. We volgden de negende race, die ging tussen Sebastian Kienle uit Europa, Andrew Starykowicz uit de USA en Lionel Sanders bij de Internationals. 

Omdat de Collins Cup een nieuw evenement was, moesten ook wij het wiel met elkaar uitvinden. Gelukkig hadden Arno en ik al even kunnen afkijken hoe collega’s die eerder vertrokken waren het er vanaf brachten. Het was duidelijk dat het production team uit Engeland lang en goed had nagedacht over de manier waarop ze deze wedstrijd in beeld wilden brengen. Met veel camera’s, goed commentaar, interviews, analyses en heldere graphics. Onze Engelse regisseur had in ieder geval flink mogen uitpakken. Aan middelen geen gebrek. Nadeel voor ons was wel dat we, in de overvloed aan beelden, allemaal drie uur op de motor zaten om slechts een keer of vijf in de uitzending geschakeld te worden. De rest van de tijd hielden we als een soort veredelde bewakingscamera onze race in de gaten. Maar voor de liefhebber werd het een interessant programma, waarin veel gebeurde. Arno en ik hadden ‘mazzel’ met een valpartij in een van de eerste bochten. Sanders ging op de natte weg onderuit. Ondanks wat schaafwonden wist hij ‘onze’ race uiteindelijk toch te winnen.

Toen wij terug kwamen op het TV compound stonden de eerste motoren al ingepakt in de vrachtwagen. Een half uur later was ook motor twaalf binnen. Mission completed. Het was allemaal goed gegaan. Niks geks gebeurd en, ondanks zoveel complexe techniek bij elkaar, had alles van begin tot eind goed gefunctioneerd. Het waren bovendien vier heerlijke dagen met een groot professioneel team. Ik maak een diepe buiging voor de mensen van NEP die dit project geleid hebben en de mannen die de techniek verzorgd hebben. Het was dik in orde en dus is het niet verwonderlijk dat ook de klant super tevreden is. Het schijnt dat er het volgend jaar weer een Collins Cup is. Of ik daar dan weer bij mag zijn zullen we wel zien, maar deze ervaring pakt niemand mij meer af. 







dinsdag 24 augustus 2021

Charlie

 

Op 29 augustus 1995 traden de Rolling Stones op in de Rotterdamse Kuip. Het was de Voodoo Lounge Tour. Een paar maanden eerder hadden Rob en ik onze helden ook al gezien in Landgraaf, vandaar dat we precies wisten waar we wilden staan. Rechts vooraan. Aan die kant stond Keith het grootste deel van het concert en zo konden we hem van dichtbij aanschouwen. Om op deze plek te komen hadden we een groot deel van de middag voor de ingang van het stadion gelegen en een sprintje getrokken toen de poorten open gingen. We hadden mazzel en bereikten het voorste vak net voor het vol was. 

Van het concert zelf kan ik me weinig specifieke details herinneren. Ik weet alleen dat ze begonnen met het nummer Not Fade Away en dat ze de toegift afsloten met Jumping Jack Flash. Het nummer You Can’t Always Get What You Want hadden ze die avond niet gespeeld. Dat weet ik ook nog, want daarom dacht ik even dat het nog niet was afgelopen toen de band vooraan op het podium kwam staan voor een diepe buiging. Ze namen de tijd voor ons oorverdovende applaus. 

Charlie Watts had de drumstokken waarmee hij tijdens de laatste nummers het ritme had bepaald nog in zijn handen. Op het moment dat de rest van de band het podium verliet kwam de drummer onze kant op. Hij maakte nog eenmaal een sierlijke buiging voor de dolenthousiaste fans die nu luidkeels ‘CHARLIE, CHARLIE, CHARLIE!’ scandeerden. Daarna stak hij zijn stokken weer even in de lucht.

Wat volgde duurde in werkelijkheid misschien twee of drie seconden, maar in mijn hoofd zit, zelfs na al die jaren, nog steeds de superslowmotion van een van mijn meest brutale acties ooit.

Charlie Watts gooide zijn drumstokken in het publiek. Een van de twee kwam recht op me af. Ik zie hem zo nog door de lucht gaan. Tuimelen. Alle mensen om ons heen staken hun handen in de lucht. Ook Rob en ik. Iedereen greep in de richting van Charlie’s drumstok. Eenentwintig, tweeëntwintig. Opeens zag ik dat de man voor mij die stok uit de lucht ging plukken. Het kon niet meer mis gaan. Hij ging op de punten van zijn tenen staan en kwam zo nog iets hoger. 

Tot mijn volgende actie heb ik in een splitsecond besloten. Daar is niet over nagedacht. Noem het een oerdrift. Het is niet iets om trots op te zijn, maar ook niet iets om spijt van te hebben. Het leven is hard. Op zo’n moment is het ieder voor zich. De Stonesfan voor me had hetzelfde gedaan als hij in mijn schoenen had gestaan. De fans achter mij hadden het op hun beurt weer gedaan als ze mijn ‘move’ hadden zien aankomen. Laten we het er op houden dat ik alert reageerde.

Ik gaf de man die een 100% kans had om de drumstok te vangen op het allerlaatste moment een gigantische duw in de rug. Goed voor een serieuze whiplash. Hij verloor zijn evenwicht en greep mis. Voor hij in de gaten had wat er aan de hand was griste mijn vriend Rob de stok van Charlie Watts boven zijn hoofd vandaan. Vangbal!

Een knap staaltje teamwork. De ultieme bevestiging van onze vriendschap. In die tijd dachten mensen wel eens dat wij broertjes waren, Rob en ik, en op dat moment leek het er verdomd veel op. De glimmer twins! Hij had mijn gedachten gelezen en precies gedaan wat ik dacht dat hij zou doen.

Een paar jaar na het concert kreeg ik voor mijn verjaardag van Rob een lijst met daarin die drumstok van Charlie. Deze staat nog altijd naast mijn bureau. Vanavond heb ik het lijstje even afgestoft.





maandag 23 augustus 2021

vernietigend


Na twaalf jaar freelancen lag de halve zolder vol ordners. Ook van voor die tijd had ik nog mappen vol papierwerk waar ik geen afscheid van durfde te nemen, maar langzamerhand werd het een kwestie van opruimen óf verhuizen. Om orde op zaken te stellen kocht ik een papierversnipperaar. De Rexel Momentum X312-SL, om precies te zijn. Die is, ondanks de lage rentestand, goedkoper dan een woning met meer bergruimte. De boekhouder had me uitgelegd dat alles van voor 2014 weg mocht. Dat zou sowieso drie dozen vol papierwerk schelen. Het verpulveren van duizenden afschriften, bonnen, facturen en belastingpapieren leek me een flinke klus, maar nog altijd minder werk dan verhuizen. 

Het viel tegen. 

Mijn X312-SL kan, volgens het opschrift op de doos, maximaal 12 vellen tegelijk verwerken, maar in de praktijk trekt hij dat slecht. Het reservoir onder de messen zit bovendien snel vol. Mijn zoon stelde voor een brandstapel te creëren, maar dat leek me geen goed idee in de Vinex wijk waar wij wonen.

Vol goede moed ben ik begonnen met het vernietigen van de administratie van 2009. Met hulp van de kinderen werd het een waar feestje op zolder. Tot de Rexel het warm kreeg. We namen even gas terug en lieten het apparaat een beetje afkoelen. Ondertussen leegde ik de bak in een grote vuilniszak. Alleen toen we weer verder wilden liet de papierversnipperaar ons in de steek. Niks, nada, noppes. Geen lampje wilde nog branden. Alsof alle stoppen waren doorgeslagen. Hadden we deze nieuwe aankoop werkelijk binnen een half uur gesloopt? Daar leek het wel op.

Ik de volgende morgen terug naar de Makro. Een beetje lullig was het zeker, want uitgerekend de bon had ik gebruikt om de versnipperaar te demonstreren. Het eerste velletje dat ik vernietigd had. Een beetje dom, ja. 

Bij de Makro konden ze gelukkig in het systeem zien wat ik de dag ervoor had aangeschaft en de vriendelijke servicemedewerker ruilde de Momentum X312-SL zonder morren of moeilijke vragen om. 

Dolgelukkig ging ik weer aan het werk. Zeg maar ‘dag’ tegen 2009. Wel iets voorzichtiger dan bij de eerste papierversnipperaar duwde ik stapeltjes van zes, zeven of acht vellen in het gretige mondje van mijn Holle Bolle Gijs. Ik draaide er vlotjes een halve ordner doorheen. Voor de laatste debiteuren van dat jaar moest ik de opvangbak opnieuw leeg maken. Ik zette het apparaat uit, vulde de vuilniszak, plaatste de bovenkant terug op het reservoir, schakelde mijn nieuwe Rexel in en toen… WÉÉR STUK!

Ik werd gek. En boos. Natuurlijk twijfelde ik hevig aan mezelf. Hoe had ik het voor elkaar gespeeld om twee apparaten in een mum van tijd kapot te maken? Wat ik ook probeerde en hoe ik ook keek, het leverde niks op. Dood. 

Op zondagmorgen reed ik wederom naar Nieuwegein. Deze keer werd ik geholpen door een begripvolle meneer die het apparaat ook even uit de doos haalde en zelf constateerde dat er niks meer gebeurde wanneer je het inschakelde. Hij begreep dat ik geen Rexel meer wilde. Toch vroeg hij door en ik legde piekfijn uit dat ik niks geks gedaan had. Louter het reservoir geleegd. De man keek nog eens naar het apparaat. Hij haalde de bovenkant van de onderkant, draaide de bak om, zette de machine aan en verdomd…

Er zit een plastic uitsteeksel in het papierreservoir en een sleuf in de bovenkant. Daar zit een sensor, waardoor het apparaat niet werkt als je de versnipperaar open maakt. Zo kan je niet met je vingers tussen draaiende messen komen. Logisch. Alleen kan je hem blijkbaar op twee manieren terug plaatsen. Op de juiste wijze, maar ook gedraaid. Dan doet het apparaat helemaal niets.

Met het schaamrood op de kaken en mijn tweede papiervernietiger onder de arm verliet ik even later de Makro. De eerste is vast ook niet stuk, maar inmiddels wel op weg terug naar de leverancier. Ik hoop dat ze zich bij Rexel snel zullen realiseren dat ze een list moeten verzinnen, waardoor je de bovenkant maar op één manier op de onderkant kan zetten. Een pijl of een sticker kunnen al helpen. Een kort tekstje in de gebruiksaanwijzing of een kleine aanpassing aan het apparaat, zodat het maar op één manier past. 

Of zou ik dan toch de enige zijn die zo onhandig is? Dat kan natuurlijk ook.






vrijdag 9 juli 2021

Peter R de Vries


Zoals zo velen kijk ook ik al twee dagen lang ieder half uur op NOS.nl en op Twitter om te checken of er eindelijk nieuws is over de toestand van Peter R de Vries. Alle begrip voor zijn familie, dat zij niet telkens met updates komen, maar het baart mij ook grote zorgen. Ik denk aan alle collega’s die veel met hem gewerkt hebben. Daar ken ik er een aantal heel goed van.  

In de jaren dat hij zijn beroemde misdaadprogramma maakte, werkte ik bij CamCompany en dat bedrijf was onder andere gespecialiseerd in verborgen camera-acties. Ron, Cees, Casper, Jorrit, Patrick, Marco en vast nog een paar anderen waren regelmatig druk met een geheime missie. De ontmaskering van Joran van der Sloot in de zaak Natalee Holloway is waarschijnlijk de meest spectaculaire candid-operatie uit onze vaderlandse TV geschiedenis. De verhalen hierover zijn super spannend en wat waren die gasten (terecht) trots toen het werd uitgezonden en toen dit programma een Emmy Award won. 

Zelf heb ik wel eens met Peter R de Vries  gewerkt, maar ik was niet zo’n held. Veel verder dan exterieurshots van politiebureaus, wat brave interviews en de wekelijkse presentaties in de studio ben ik nooit gekomen. Ze hebben me wel eens gevraagd of ik in een reconstructie de rol van Etienne U. wilde spelen, maar daarvoor heb ik vriendelijk bedankt. Ik vond Peter veeleisend en vaak een beetje streng, maar dat was altijd in het belang van het programma. Als er collega’s in de buurt waren waar hij een klik mee had, dan ontdooide hij. Op die momenten was hij ook altijd te porren voor een grap of een praktical joke. Ik vond het mooi om te zien dat hij ook genoeg zelfspot had op de momenten waarop presentaties voor zijn programma niet vlekkeloos verliepen.

Slechts één keer mocht -of moest- ik mee tijdens een zogenaamde confrontatie. We zouden een kruimeldief gaan aanspreken op zijn praktijken. Om de crimineel te overdonderen had de redactie een busje met geblindeerde ramen geregeld, waarin we konden posten tot de boef voorbij kwam. Op moment-supreme zou Peter uit de bus springen en moesten de geluidsman en ik zo snel mogelijk volgen. Dat leverde altijd spannende televisie op. Dit keer duurde het vrij lang voor de boef kwam opdagen. Als ik het me goed herinner ging het over de verkoop van gestolen goederen. De redacteur had een afspraak gemaakt. Ik zat al die tijd op een lenskistje met mijn camera in de aanslag. Wel tien of twintig keer had ik alle instellingen gecontroleerd. Ook de accu had ik, voor de zekerheid, al twee keer vervangen. En toen riep iemand: “Nu!” 

Peter schoof de deur van de bus open en stoof naar buiten. Ik sprong op en wilde volgen, maar op dat moment sliepen allebei mijn benen. Dat had ik niet gevoeld tot ik wilde opstaan. Pardoes zakte ik door mijn hoeven. Het prikte en tintelde enorm. Ik kon geen stap meer zetten. In paniek strompelde ik een beetje met draaiende camera in de richting van Peter. Zo’n confrontatie doe je niet over. Je kan moeilijk aan een crimineel vragen of hij nog eens wil aankomen. Het duurde echt even voor ik er weer was en toen stond ik nog te wankelen. Maar sommige mensen hebben altijd geluk: het was de verkeerde. Iemand die in de verte leek op onze boef. De echte crimineel had onraad geroken en was niet komen opdagen. 

Voor zover ik me kan herinneren hebben ze mij allemaal nog even hard uitgelachten voor we onverrichter zake terug keerden richting Hilversum. Daarna hoefde ik nooit meer mee tijdens zulke operaties.

Wat ik vooral weet is dat Peter R de Vries super trouw en loyaal was naar zijn team. Hij zorgde super goed voor de mensen waarmee hij graag werkte. Ook op het moment dat geluidsman Cees doodziek werd stond hij voor hem klaar. Op de begrafenis hield hij een emotionele toespraak. Daar maakte de man, die altijd zo druk was en best een beetje nors kon overkomen, toch een diepe indruk op mij.

Verder ken ik Peter R de Vries niet zo goed. Dit is allemaal al meer dan 10 jaar geleden. Toch doet het iets met mij dat de man op dit moment vecht voor zijn leven. Ik denk aan hem en aan alle collega’s die het daar nu moeilijk mee hebben.





zondag 4 juli 2021

FNV neemt ZZP'ers niet serieus

 

Facebook wees me op een vlog van de vakbond FNV met als titel: “Minimumtarief voor zzp’ers bij de Publieke Omroep. Check op welk tarief jij minimaal recht hebt.” Volgens mij volgde ik de groep FNV Broadcast nog niet, maar Facebook weet dat ik tot de doelgroep behoor. Een filmpje van 3 minuten en 16 seconden met handige tips is altijd welkom, dus klikte ik er op. Dat was onverstandig en slecht voor mijn gezondheid. Ik ben namelijk nogal allergisch voor slechte filmpjes. Jeuk en grote ergernis waren het gevolg en het enige wat bij mij dan echt helpt om er weer vanaf te komen, is het van me af schrijven. 


Kijk gerust even zelf. Dan heb je een beeld. Het filmpje staat ook op YouTube. Hier is een link

UPDATE: Deze video is door de maker verwijderd van YouTube. 


Ik weet niet of ik met de vorm of de inhoud moet beginnen. Over allebei heb ik een uitgesproken mening. Het is misschien flauw om dit knutselwerk van een welwillende FNV medewerker te beoordelen op camerawerk, geluid, editing én presentatie, maar het filmpje is bedoeld voor professionals in de audiovisuele sector. Dat zijn mensen met een kritische blik op filmpjes. Dat is immers hun vak. Hun brood! Juist deze mensen roepen ze in dit filmpje op om zichzelf serieus te nemen. Opdrachtgevers spreken ze daar óók op aan. Dan moet je als vakbond het goede voorbeeld geven en kan je niet komen aanzetten met krakkemikkige huisvlijt. Ook het maken van content voor de sociale media is inmiddels een vak.

Ik zal niet verder ingaan op compositieleer, microfoongebruik, audio-overgangen, grafische vormgeving of het taalgebruik in dit filmpje. Laten we eens kritisch kijken naar de inhoud. Die is namelijk pas echt schokkend. De vakbond presenteert het als een overwinning dat zij met omroepen een fair practice code hebben afgesproken, waardoor een ZZP’er recht heeft op 150% van het CAO loon. Dit zou gelden voor iedereen die aan programma’s van de publieke omroep meewerkt. Ook als je via een producent of facilitair bedrijf wordt ingehuurd. Daar zit gelijk mijn eerste pijnpunt, want ik maak met mijn opdrachtgevers helemaal geen specifieke tariefafspraken per productie. Mijn tarief is niet anders als ik voor een commerciële of publieke omroep werk. Ik heb een dagprijs. Die stel ik aan het begin van het jaar vast en ik steef er naar om deze voor al mijn opdrachtgevers gelijk te houden. Dat is wel zo eerlijk, professioneel en op die manier ben ik geen factor in hun onderlinge concurrentiestrijd.

Maar goed. Dan begint het pas. De vriendelijke mevrouw in dit filmpje gaat mij uitleggen hoe ik tot een redelijk tarief kan komen en begint gelijk over salarisschalen. Ik moet even aan een collega, die vergelijkbaar werk doet, vragen in welke schaal hij of zij is gedeeld. Dat lijkt mij nogal subjectief. Er zijn cameramensen die al jarenlang in dienst zijn en cameramensen die minder lang in dienst zijn. We weten dat lang niet iedereen hetzelfde verdient. Bovendien krijgt een cameraman in dienst bij het ene facilitaire bedrijf meer dan een cameraman bij een ander bedrijf, omdat die firma’s totaal verschillend omspringen met pensioenregelingen, vrije dagen en arbeidsongeschiktheid. Bij de een hebben ze een CAO en bij het andere bedrijf niet. Was het maar zo simpel dat er een standaard tarief voor camerawerk was. 

Volgens FNV (in dit filmpje) is het minimumtarief van een ZZP’er gebaseerd op het uurtarief van een werknemer in dienst bij de publieke omroep (of facilitair bedrijf), inclusief vakantiegeld, vakantiedagen en eindejaarsuitkering. Dat bedrag moet ik verhogen met 50%, als compensatie voor de kosten die ik als zelfstandig ondernemer maak voor pensioen, arbeidsongeschiktheids-verzekering, leegloop enzovoort. Die rekensom klopt totaal niet. 

Stel dat ik het salaris van iemand die € 3.500,- verdient (inclusief vakantiegeld, vakantiedagen etc.) omreken tot een uurloon (delen door 174, wist een gerenommeerde HR deskundige mij te vertellen) dan kom je op € 20,11. Doe je dat maal 150% dan moet mijn uurprijs volgens FNV minimaal € 30,17 zijn. Als ik dat doe, dan ga ik er ongeveer 10 euro per uur op achteruit! Ik begrijp dat al mijn opdrachtgevers handenwrijvend akkoord zijn gegaan met deze ‘fair practice code’ van de vakbond. Het gemiddelde tarief van ZZP’ers in Nederland ligt tussen de € 40,- en € 60,- per uur, exclusief BTW. Ik denk dat de meeste freelancers in Omroepland al heel bescheiden aan de onderkant zitten.

Het zijn appels en peren. Je kunt het salaris van een medewerker in vaste dienst op geen enkele manier vergelijken met het tarief van een ZZP’er. Als je freelancers goed wil voorlichten, dan moet je ze wijzen op de kosten van een goed pensioen, op de werkelijke kosten van een serieuze arbeidsongeschiktheidsverzekering, op de kosten van een goede boekhouder en uitleggen dat ze normaal gesproken geen recht op een uitkering hebben als onverhoopt opeens al het werk weg valt. Elke ondernemer (en dus ook een ZZP’er) moet op een rijtje zetten wat de jaarlijkse kosten zijn, bedenken wat hij of zij graag wil overhouden voor levensonderhoud, een bedrag reserveren voor mindere tijden en uitrekenen wat de belastingdienst vervolgens nog wil hebben. Als je dat allemaal bij elkaar optelt kom je tot een bedrag dat je kunt delen door het aantal te werken dagen of uren. Zo kom je tot een dag of uurprijs en een serieus verhaal dat je tijdens onderhandelingen kan meenemen. 

 

Een tip die ik nog gratis wil meegeven is dat je als serieuze ZZP’er vooral niet moet luisteren naar de vakbond. Hun agenda is er vooral op gericht om zoveel mogelijk mensen in de richting van een vast dienstverband te dirigeren. Dat is prima, maar laat ze zich daar dan ook op richten. Dan hoeven ze de ZZP’er niet meer lastig te vallen met halfslachtige tips en tricks.




dinsdag 22 juni 2021

NK Wielrennen - lensproblemen

  

Hoog in de lucht boven Wijster cirkelt de ASR265 van Aero Sotravia. Je ziet hem niet, maar al een paar uur draait het toestel kleine rondjes. Als je op flightradar kijkt ziet het patroon er vreemd uit. Allemaal lussen, terwijl normale vliegtuigen rechte lijnen trekken. Een leek zou zich kunnen afvragen waarom je in vredesnaam urenlang boven een voormalig vuilnisbelt vliegt. Wij van de televisie weten beter. Dit vliegtuig fungeert als extra hoge zendmast tijdens het NK wielrennen. De signalen van twee cameramotoren en van de helikopter worden naar het vliegtuig gestraald, waar vandaan het vervolgens wordt terug gestuurd naar een paar schotelantennes, die niet ver van de regiewagen staan. Zo komen de beelden en geluiden uit de koers bij de regisseur, die vervolgens een keuze maakt. Kijken we naar de kopgroep of naar de achtervolgers? Of willen we het verschil zien en kijken we naar een overzicht vanuit de lucht?

Wielrennen is in mijn ogen de mooiste sport om in beeld te brengen. Je kan het op geen enkele manier beter volgen dan via de televisie en de techniek die er bij komt kijken blijft fascineren. Van jongs af aan vind ik cameramannen, die als een wokkel gedraaid achterop motoren zitten, super stoer. De helikopter, die langzaam op je af komt en al vroeg verraadt waar de renners zijn, blijft indrukwekkend. Alleen al dat geluid. Zeker als hij extreem laag vliegt en in krappe bochten om het peloton heen draait.

Bij dit Nederlands Kampioenschap heeft de NOS-regisseur ook nog de keuze uit een paar vaste camera’s. Op de VAMberg hebben ze twee hoge steigers geplaatst, waarop camera’s staan met enorme telelenzen. Die hebben een prachtig overzicht en kunnen de renners perfect volgen tijdens de korte beklimmingen. Net voorbij de finish hangt de arm van een cameracrane over de weg die alle doorkomsten in beeld brengt en de uiteindelijke winnaar in een ruim shot over de streep laat komen. Daarnaast staat een camera die weinig gebruikt wordt, maar essentieel is. Deze maakt voor de slowmotion het medium shot van de gelukkige winnaar die zijn armen in de lucht steekt.  Omdat dit juichende beeld telkens weer uit het archief gehaald zal worden als het in de toekomst over deze renner of over deze koers gaat, noemen we dit het ‘shot voor de eeuwigheid’. Direct nadat de winnaar voorbij is gaat de cameraman met deze camera snel naar een tentje waar de winnaar wordt geïnterviewd. 

Tot slot ben ik er nog: Camera 7. Ik loop met een draadloze camera rond en heb tijdens de koers een vrije rol. Hier en daar probeer ik een shotje mee te sprokkelen bij de bevoorrading, tijdens de klim of als ik een bekende persoon zie lopen in het VIP dorp. Ook heb ik iets geprobeerd met verbaasde schapen langs het parkoers, maar dat heeft de live-uitzending niet gehaald, omdat er in de wedstrijd teveel belangrijke ontwikkelingen achter elkaar waren. Het is vooral mijn taak om na de finish de winnaar op te vangen. Ik sta daar voor de tranen van geluk en de zoen van zijn liefje. Hoe kleiner de taak van een cameraman bij een bepaalde productie is, hoe spannender het wordt. Als je slechts één moment echt hoeft te hebben, wordt dat súper belangrijk. Je wilt het niet missen, want dan is alle moeite voor niets geweest en gelijk je hele dag verpest. Je krijgt geen tweede of derde kans.

Met nog iets minder dan tien kilometer te rijden begeef ik me langzaam naar de zone achter de meet. Hier verzamelen zich inmiddels alle verzorgers en fotografen. Mensen van de organisatie proberen het gedrang op een paar vierkante meter in goede banen te leiden, maar zorgen vaak ook voor wat extra onrust. Ik heb inmiddels zoveel ervaring met deze camera dat ik me niet snel meer gek laat maken. Het is een kwestie van rustig blijven en positie kiezen. Niet twijfelen en als het zover is, gericht op je doel af gaan. Gewoon even scherp blijven. Focus.

Alleen moet ik ook eerlijk bekennen dat mijn ogen de laatste jaren niet beter zijn geworden. Over focus gesproken. Stiekem heb ik in mijn rechter oog een daglens om van dichtbij nog beter in de zoeker te kunnen kijken. Een ideetje van mijn goede optometrist. Het werkt al twee jaar perfect en niemand heeft in de gaten dat ik eigenlijk een leesbrilletje nodig heb. Alleen vandaag, bovenop de VAMberg, waait er iets in mijn oog. Een vuiltje. Dat krijg je op een vuilnisbelt. Het prikt als een dolle. Ik wrijf en maak het daarmee alleen maar erger. Al snel weet ik zeker dat die lens er uit moet. Het oog begint al te tranen. Gelukkig ben ik niet voor één gat te vangen. In mijn broekzak heb ik een reservelens. Dus haal ik de ene lens voorzichtig uit het geïrriteerde oog, pak ik de nieuwe lens erbij, leg die ik professioneel op mijn wijsvinger en breng de hand in de richting van mijn rechter oog. De renners zitten inmiddels in de laatste vijf kilometer als een kleine windvlaag het lensje van mijn vingertop blaast. Dag lens.

Gelukkig is het nog niet zo erg dat ik de finish van deze wedstrijd op de tast moet doen, maar comfortabel is het niet. Het minst onscherp moet scherp zijn. Gelukkig heb ik een groothoeklens en schijnt het zonnetje. De scherptediepte is mijn vriend vandaag. Op routine en ervaring draai ik de focusring van de lens in de juiste richting als de kersverse winnaar bij mij voor de deur in zijn remmen knijpt. Een dolenthousiaste vriendin vliegt hem om de nek. Op dat moment is de kijker bij de sprint om de tweede en derde plek. Mijn shots komen straks in de herhaling. Alleen het mooiste moment wordt gebruikt. Zo kan er eigenlijk niks meer mis gaan…

Sommige mensen hebben altijd geluk. 





dinsdag 8 juni 2021

ZZP en Den Haag – the continuing story


Over de stand van zaken op het gebied van ZZP-beleid organiseert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met enige regelmaat een Stakeholdersbijeenkomst voor belanghebbenden. Die ‘stakeholders’ dat zijn voornamelijk vakbonden, werkgeversorganisaties en lobbyclubs die in Den Haag makkelijk een voet tussen deur weten te krijgen. Ik heb niet het gevoel dat de politiek ook echt luistert naar de ZZP’er zelf. Die is namelijk niet of nauwelijks verenigd en heeft geen lobbyisten in dienst. Bovendien zijn er zoveel totaal verschillende ZZP’ers, met ieder hun eigen wensen en belangen, dat daar ook geen beginnen aan is. Zolang er niet enige structuur wordt aangebracht in de enorme variëteit aan ZZP’ers en gewerkt wordt aan een paar goede definities, blijft het aanmodderen.

Afgelopen donderdag was er weer zo’n Stakeholdersbijeenkomst waarin het ‘werkveld’ werd bijgepraat rond het thema ‘Werken als zelfstandige’. Online dit keer. In een tot studio omgebouwde vergaderzaal zaten Wouter Koolmees (demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66), Mona Keijzer (demissionair Staatssecretaris van Economische Zaken, CDA) en Hans Vijlbrief (demissionair Staatssecretaris van Financiën, D66). Ze werden aan een geïmproviseerde talkshowtafel ondervraagd door een lieve presentatrice. Tussendoor waren er een paar korte presentaties van ambtenaren.

Als ZZP’er volg ik dit dossier sinds 2016 met bijzondere aandacht. Dankzij dit weblog en de vele gesprekken dit ik met verschillende partijen over dit onderwerp heb gevoerd, is het mij gelukt om op de gastenlijst voor deze bijeenkomsten te komen. In het begin waren die sessies super interessant, maar ik kreeg al snel het gevoel dat de bewindspersonen op dit terrein steeds verder vast kwamen te zitten in het moeras van partijpolitiek, belangenclubs en Europese wetgeving. Het veranderen van de spelregels lijkt vrijwel onmogelijk. Plannen voor een minimum tarief sneuvelden en ook een opt-out voor zeer goedbetaalde freelancers kwam er niet. Het plan voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kwam op een vreemde manier tot stand en is nog steeds niet uitgewerkt. Het uit 1907 stammende woordje ‘gezagsverhouding’ blijkt als een betonnen bunker verankerd te zitten in de wetgeving. Niemand kan daar nog mee uit de voeten, maar het is met geen mogelijkheid uit de regels te slopen.

Ik was razend benieuwd wat de bewindspersonen dit keer te melden hadden en had speciaal vrij gehouden voor deze online sessie op 3 juni. Jammer genoeg draaide het uit op een grote teleurstelling. We zijn in vier jaar tijd geen stap verder gekomen. Dat wist ik al, maar aan tafel keuvelden de demissionaire bewindspersonen alsof het begin 2018 was. Koolmees en Keijzer zaten niet echt op één lijn en van de nieuwe staatssecretaris Vrijbrief kreeg ik het idee dat dit dossier voor hem nog vrij onbekend was. Bovendien moest hij eerder weg. De door het ministerie ingehuurde presentator legde haar ‘gasten’ niet het vuur aan de schenen en met de input van kijkers werd niets gedaan. De stellingen waarop wij via Mentimeter konden reageren waren van een discutabel niveau. De uitslag van die online enquête zei verder ook niks. Voor constructieve bijdragen of kritische vragen van kijkers was aan het eind geen tijd meer.

 

Het meest opmerkelijke van de middag was dat Mona Keijzer stelde dat er ‘nog heel wat heilige huisjes geslecht moeten worden’. Ze doelde op alle freelancers die hun zaken niet op orde hebben en voor wie de coronacrisis keihard is aangekomen. ‘We hebben de nadelen echt gevoeld van de vele ZZP’ers in de evenementenbranche en horeca,’ zei ze. 

Het was te verwachten dat we het als ZZP’ers om de oren krijgen dat er het vorig jaar in de eerste lockdown gelijk massaal gebruik gemaakt is van de TOZO, terwijl je zou verwachten dat een goede ondernemer een buffertje heeft voor slechte tijden. Maar Keijzer vergeet even dat in vaste dienst misschien wel meer mensen geholpen zijn door de NOW. Het is dus helemaal niet terecht om de coronacrisis te gebruiken als stok om de ZZP’ers nu mee te slaan. 

Ik ben van mening dat de wetgever het zelf schuld is dat er zo’n wildgroei is ontstaan aan zelfstandigen die hun winkel niet op orde hebben. Door de VAR jarenlang niet te handhaven hebben ze dat zelf in de hand gewerkt. Nu kijken ze de hele tijd naar de opdrachtgever kijken, maar je moet de ZZP’er zelf verantwoordelijk maken voor zijn eigen arbeidsongeschiktheidsregeling, een gezonde buffer en het op een of andere manier opbouwen van een pensioen. Eis dat ze niet leunen op een of twee opdrachtgevers, dat ze investeren in hun eigen ontwikkeling en actief aan acquisitie doen. Als je dat doet kan een freelancer namelijk niet langer tegen bodemprijzen werken, voorkom je voor een deel oneerlijke concurrentie en krijg je uiteindelijk voornamelijk ZZP’ers die daar zelf doelbewust voor kiezen. Het kijken naar een gezagsverhouding, wat ze met de huidige webmodule nog steeds voor ogen hebben slaat echt helemaal nergens op.

 

Dolgraag had ik voor het Ministerie deze livestream willen verzorgen. Dan had ik halverwege de sessie de deuren van het provisorische studiootje op slot gedraaid en op alle schermen in het decor de tekst getoond : “Jullie mogen er pas uit als jullie iets nieuws en iets zinnigs gezegd hebben!”




zondag 16 mei 2021

aftiteling

 

Vroeger had elk zichzelf respecterend televisieprogramma een aftiteling. Vaak waren dat lange titelrollen, waarop werkelijk iedereen stond die een bijdrage had geleverd. Mijn familie was altijd trots als ik aan het eind van een uitzending werd vermeld. Het was stiekem ook best stoer om mijn naam op de credits van Jules Unlimited2Meter SessiesPinkpopKookgek of De Wereld van Boudewijn Büch terug te zien. Zie het als een bepaalde bepaalde manier van waardering. Het was voornamelijk leuk voor mensen in Omroepland, maar het werkte niet alleen in positieve zin. Je stond ook wel eens op de rol van een programma waar je minder trots op was.

Inmiddels is het fenomeen ‘aftiteling’ bij de televisie nagenoeg uitgestorven. Kijkcijferexperts hebben uitgevonden dat het tonen van zo’n namenlijst een enorm zapmoment is. Het kan de gemiddelde kijker natuurlijk geen bal schelen dat Joop en Ria van Leeuwen de bloemen hebben geleverd, wie de brandwacht in de studio was of wie daar een camera heeft vastgehouden. Dus moeten wij tegenwoordig met behulp van social media uitvogelen welke vakbroeder een bepaald shot om zeep geholpen heeft, wie daar door het beeld schoot of even afgeleid was op moment suprême. En als we willen pronken met ons toffe werk, dan doen we dat op LinkedIn, Instagram en Facebook. Geen enkel probleem. 

Een aftiteling kom je nog sporadisch tegen. Bijvoorbeeld bij regionale omroepen, waar ze minder last hebben van kijkcijfergoeroes en tegenwoordig zie ik de credits ook weer bij verschillende livestreams waar ik aan mee mag werken. Het is altijd wel een gedoetje om de juiste namen te verzamelen, om een logische volgorde te bepalen en om zo’n titelrol op het juiste moment in te starten. Als ze niemand willen passeren wordt het al gauw een scrol van enkele minuten. Of je moet die titels zo hard door het beeld laten schieten dat niemand het nog kan lezen. 

Deze week had ik een mooie opdracht voor AVROTROS in het Utrechtse Tivoli Vredenburg. Echt een project om trots op te zijn. Iets met songfestivalliedjes, een groot klassiek orkest en zonder een maand lang repeteren. Na mijn laatste shot van de avond hoorde ik de regisseur zeggen: ‘Start aftiteling!’ en dus keek ik vol verwachting naar de monitor waarop het eindshot en de titelrol te zien waren. Het duurde even tot de cameramensen aan de beurt waren, maar toen moest ik keihard lachen. Soms is het veel leuker als er iets goed mis gaat dan dat het altijd allemaal maar soepeltjes verloopt. Bovendien kom je zo ook nog eens aan inspiratie voor je weblog.


 

 


zaterdag 8 mei 2021

de wonderlijke wereld van de televisie

 

Freelance cameraman Martin Mulder heeft een boek geschreven over de avonturen die hij beleefde gedurende zijn lange en rijke carrière in de wonderlijke televisiewereld. Het staat vol smeuïg opgediende verhalen over programma’s uit vervlogen tijden en over zijn samenwerking met bijzondere bekende Nederlanders. Een absolute must-read voor iedereen die in Omroepland werkt, maar zeker ook een aanrader voor mensen buiten het tv-wereldje. 

Persoonlijk ken ik vakbroeder Mulder niet. Voor zover ik kon nagaan hebben we slechts één ochtendje samengewerkt, tijdens de Uitmarkt in 2016. Het zegt misschien dat het wereldje, waarin we allebei opereren, minder klein is dan je zou denken, maar volgens mij is het vooral stom toeval. Natuurlijk ken ik zijn naam en een hoop klanten waarmee hij werkt behoren ook tot mijn klantenkring. Dus toen ik hoorde dat hij een boek heeft geschreven heb ik dat uiteraard gelijk besteld bij mijn lokale boekhandelaar. 

De wonderlijke wereld van de televisie’ is totaal niet technisch en met een vlotte pen geschreven. Ik heb het in één ruk uitgelezen. Dit heerlijk eerlijke boek is een prachtige spiegel voor iedereen die in de omroepwereld werkt. Sterke verhalen uit de oude doos worden zonder opsmuk verteld. Man en paard worden genoemd, maar nergens voelt het als een kille afrekening of valse roddel. De schrijver is hier en daar terecht kritisch, soms licht vilein, maar het is vooral een boek vol zelfspot en humor, zonder dikdoenerij of opschepperij. Het geeft een fijn inkijkje in de kleurrijke geschiedenis van onze malle televisiewereld.  

Mijn enige kritiek is dat het naar meer smaakt. Sommige verhalen konden wat mij betreft niet ver genoeg worden uitgediept. Met name over historische programma’s als De SterrenshowWedden Dat? of Breekijzer had ik graag meer gelezen. Maar het is vooral een mooi boek dat bestaat uit fantastische  herinneringen. Ideaal om deze zomer mee te nemen op vakantie. Ondertussen wacht ik geduldig op deel 2…

 

Het boek van Martin Mulder heet ‘De wonderlijke wereld van de televisie’ en is uitgegeven door Pepperbooks.nl.




woensdag 5 mei 2021

it's a kind of (black) magic

 

De URSA Mini Pro van Blackmagicdesign is een camera die niet bovenaan mijn verlanglijstje staat. Mocht het op de 10e gebeuren en ik win de jackpot in de Staatsloterij, dan koop ik vast en zeker een hele batterij camera’s, maar géén URSA. Toch begrijp ik opdrachtgevers die er wel voor kiezen dondersgoed. Een kwestie van prijs/kwaliteitverhouding. Het plaatje dat er vanaf komt is dik in orde. Technisch doet hij wat een camera moet doen. Alleen is het apparaat volgens mij niet ontwikkeld in het bijzijn van cameramensen. Op het gebied van bedieningsgemak en camerahandeling valt er wat te winnen. Met name de kleine viewer is een ongelofelijk onding. Aan de andere kant kan je ook niet alles verwachten voor dat geld. Camera’s die op mijn wensenlijst staan zijn al gauw drie of vier keer zo duur. Je kan het vergelijken met auto’s. In alle Volkswagens kan je prima 120 op de snelweg rijden, maar als je helemaal naar Zuid Frankrijk moet en je mag kiezen, dan verkiezen de meeste mensen toch liever een Passat boven een Up.

Begrijp me goed, ik werk graag voor opdrachtgevers die met URSA’s werken. Als je weet wat je er mee doet, dan komt het bijna altijd goed en wanneer er om praktische of budgettaire redenen voor wordt gekozen, dan ben ik professioneel genoeg om me aan te passen. Ik heb liever dat ze op de camera bezuinigen dan op de cameraman.

Maar deze week had ik opeens een heel vreemde storing. Telkens als ik een shot maakte met de URSA op mijn schouder, dan viel het beeld in mijn zoeker weg. Langzaam werd het schermpje zwart. De eerste keer dacht ik nog dat een technicus aan de andere kant van de lijn ergens aan draaide, maar toen het even later ook tijdens de livestream gebeurde schrok ik me rot. Telkens weer als ik zo steady mogelijk een shot maakte viel het beeld weg. Fade to black. Al snel ontdekte ik dat het beeld weer terug kwam als ik even met mijn hand een tikje tegen de viewer gaf. 

Een hele uitzending heb ik zo gedraaid. Shot maken, beeld op zwart en telkens een tikje geven tegen de viewer. Dat is nog best onhandig, want eigenlijk heb je die hand hard nodig om je lens vast te houden en scherp te stellen. Na afloop was ik dan ook behoorlijk gefrustreerd door deze malle storing. En zoals altijd gebeurde het niet toen de technische mensen er naar kwamen kijken. Dat is altijd zo. Een storing is op wonderlijke wijze vaak weer verdwenen wanneer je met het apparaat bij de technische dienst komt, zoals kiespijn weg is op het moment dat je bij de tandarts in de stoel zit.

Het leek een soort omgekeerde screensaver. Ik ben het menu van de camera en van de viewer wel tien keer van boven tot onder doorgelopen, maar daar kon ik niks vinden. Niemand kon het euvel reproduceren, maar zodra ik de camera op mijn schouder zette viel het beeld na een aantal tellen weer weg. Gekmakend. Het duurde even voor ze hardop durfden te constateren dat het dus aan mij lag.

Pas na een tijdje hardop filosoferen over het wonder van deze Black Magic viel het kwartje. Het moest aan mijn zwarte mondkapje liggen! Onder de zoeker zit een sensor en die ziet blijkbaar niks reflecteren als je heel stil staat met een mat zwart mondkapje op. En ja hoor, bij de eerste test was het gelijk opgelost. De tweede en derde livestream van de dag heb ik probleemloos gedraaid. Met een lichtblauw mondkapje.







woensdag 28 april 2021

Nullen en eentjes

Het was best een momentje. Alsof er te weinig bloed naar de hersenen werd gepompt. De bloeddruk daalde snel en ik moest even naar adem happen. Het hart sloeg een keertje over. Mijn nek werd knalrood. Het duizelde. Ik werd gek…

De laptop stond op de bijrijder stoel. Aan de ene kant van mijn MacBook Pro hing een snelle harde schijf, aan de andere poort een cardreader met het SxS kaartje uit de camera. Op het scherm verscheen voor de derde keer een vage foutmelding: ‘The operation can’t be completed because an unexpected error occurred’. En dan een nummer, waaruit ik zou moeten opmaken wat het probleem was. 

Het overschrijven van het materiaal dat we zojuist hadden geschoten wilde maar niet lukken. Ook niet als ik het eerst naar mijn bureaublad sleepte; een oude truc die normaal gesproken wel werkte. Ik stak het kaartje terug in de camera, om te checken of het materiaal er wel op stond en die gaf opeens ook een onbegrijpelijke melding. Iets met ‘recovery’. Ik trok de memorycard snel weer uit de camera en probeerde nogmaals de cardreader. Niks, nada, noppes…

Super frustrerend. Hartkloppingen.

We hadden deze ochtend iets opnieuw gedraaid, omdat een maand eerder de geluidsman een dik probleem met zijn nullen en eentjes had. Ergens halverwege die draaidag ontdekte hij dat zijn SD-kaart gecrasht was en er niks meer op stond. Je had zijn kop moeten zien. Ik dacht nog dat het wel los zou lopen en ging er blind vanuit dat het te redden was, maar niet dus. Hij trok wit weg. Een vreemde storing, vermoedelijk een korte piek in de spanning van de audiomixer, had er voor gezorgd dat alle geluid, dat we die ochtend hadden opgenomen, onbereikbaar was. Zelfs de knapste koppen en grootste nerds van verschillende digitale schadeherstelbedrijven kregen het in de dagen daarna niet opgelost.

De presentator, de geïnterviewde, de producer, de regisseur en ik, we hadden allemaal medelijden met de onfortuinlijke geluidsman. Dit was overmacht. De techniek had hem in de steek gelaten. Het was absoluut geen menselijke fout. En dus draaiden we het zonder morren opnieuw. Er werd slechts één foute grap gemaakt deze ochtend, in de richting van de geluidsman. Die kon daar wel tegen.

Maar nu stond ik dus met een onwel willig schijfje in mijn handen. Dit kon toch niet waar zijn! Ik kon wel door de grond zakken. Dit was een overdosis van Murphy’s Law. Rustte er soms een vloek op deze opname? En hoe ging ik dit de klant vertellen? Ze zouden me nooit geloven.

Leuk hoor, al die nieuwe technieken. Moddervette HD, rete scherpe beelden, razendsnelle schijven en redelijk betaalbare apparaten, maar bedrijfszekerder is het er volgens mij allemaal niet op geworden. Vroeger gaf je de opdrachtgever een videoband of een disk mee en dan was je er vanaf. Je zou bijna terug verlangen naar Betacam SP tapes of desnoods Super VHS. Tegenwoordig zijn de schijven die we gebruiken in de camera’s zo prijzig dat we aan het eind van de opname altijd nog alles moeten overschrijven. Dan maken we een kopie naar een harde schijf van de regisseur of van de productie en normaal gesproken ook een back-up. De kaarten in de camera en geluidsmixer worden gewist voor de volgende opname. Alleen kan bij het overschrijven een hoop mis gaan. Dat is echt een secuur werkje. Als je een beetje rond vraagt in ons wereldje, dan kent iedereen wel een vrij dramatisch verhaal over verdwenen of per ongeluk vroegtijdig gewiste bits en bytes. Ik vind dat geen fijne verhalen. Het maakt dat ik het overschrijven van het materiaal vaak het minst leuke moment van de draaidag vind.

Zo ook die dag in Amsterdam. Gelukkig wist ik een uur later het materiaal te redden bij het cameraverhuurbedrijf. Met een andere cardreader lukte het wel om de opnamen veilig te stellen. Je wil niet weten hoe blij ik was.






dinsdag 6 april 2021

Als ik je weer zie...

Afgelopen zaterdag heb ik mijn bijdrage mogen leveren aan het programma 'Als ik je weer zie...'  Een live show van BNNVARA, waarin speciale aandacht werd geschonken aan alle mensen die normaal gesproken achter de schermen werken bij theater en cultuur. De belichters, geluidsmensen, grimeurs, garderobemedewerkers, suppoosten in musea, toiletjuffrouwen, horecapersoneel, decorbouwers en alle anderen die inmiddels meer dan een jaar werkloos thuis zitten.

In het grote verlaten Ziggodome realiseerde ik me voor de zoveelste keer hoe gelukkig ik me mag prijzen dat de televisiewereld inmiddels weer op volle toeren draait en dat er zoveel livestreams bij gekomen zijn. Na die gekke eerste maanden van de coronacrisis rijdt mijn zakelijke treintje weer, maar dat is dus helemaal niet vanzelfsprekend en het geldt zeker niet voor iedereen.

Het is een heel groot voorrecht dat wij nog af en toe in theaters en concertzalen komen. Ik was de afgelopen maanden nog in het Muziekgebouw in Eindhoven, Theater aan het Vrijthof, het Circustheater, Paradiso, Carré, Tivoli Vredenburg of in Ziggodome. Wij zien de livemuziek die verder iedereen zo moet missen wél en wij zien elkaar ook weer. Maar we zien ook hoe treurig het is gesteld met de cultuurwereld. Het is een slagveld. Ik heb dansers gesproken die niks kunnen doen, theatertechnici die niet meer kunnen dan het poetsen van lampen en muzikanten die snakken naar publiek en applaus. Het is een ramp.

Natuurlijk kan het nu niet anders. Ik heb ook met eigen ogen een overvolle IC gezien. Geen twijfel, maar wat zal ik blij zijn als we over een paar maanden weer los kunnen in volle theaters en in zalen met publiek. Met liefde plak ik dan weer mijn kabels af of zet ik mijn camera iets lager, zodat de toeschouwers achter mij het ook goed kunnen zien. 

Ondertussen leef ik enorm mee met alle freelancers in de culturele sector die momenteel op een houtje bijten. Denk dan niet alleen aan de artiesten ín de spotlights, maar vooral ook aan de mensen die de spotlights normaal gesproken bedienen. Velen hebben het momenteel echt zwaar.

Ik hoor ook dat er straks een aantal van hen niet meer terugkeren naar de zalen, festivals en podia. Zij hebben inmiddels ander werk gevonden en vinden het wel goed zo. Meer regelmaat, zekerheid of een betere beloning. Niet meer alle avonden en weekenden werken. Ik kan ze geen ongelijk geven. Maar als na de zomer weer een nieuw cultureel seizoen begint, zou dat wel eens tot een tekort aan ervaren krachten kunnen leiden. Hopelijk valt het mee en gaan alle geplande voorstellingen gewoon door, maar helemaal vanzelfsprekend is dat niet. 

Hoewel het met mij nu goed gaat heb ik nog steeds het gevoel dat het ook in mijn eigen werkveld best spannend is. Niks is zeker. Ik ben razend benieuwd hoe de wereld er over een paar maanden uit zal zien. Welke livestreams keren nog terug na corona? Welke evenementen hebben gelijk weer budget om ook cameramensen in te huren en welke (nog) niet? Wat doen de kijkcijfers als we er straks weer massaal op uit trekken? We zullen zien... als ik je weer zie.






woensdag 24 maart 2021

held op sokken

Nog even een klein vuilniszakje met restafval in de container gooien, dat leek mij gisterenavond niet zo’n probleem. Het was weliswaar half tien geweest en we hebben te maken met die vermaledijde avondklok, maar in ons stille Vinex straatje moest dat kunnen. Dacht ik. Op mijn sokken en zonder jas liep ik naar buiten. Het was net iets frisser dan gedacht, maar de ondergrondse containers staan op nog geen honderd meter van onze voordeur. Net even de hoek om. Daar bij het parkeerterrein van het Balijepark Restaurant, wat overigens echt een aanrader is, maar dat terzijde.

Met een klap sloot ik de draaideksel van de container en liep ik weer huiswaarts. Geen kip op straat. Maar ik was nog een vijf meter van die afvalbak verwijderd toen een auto achter mij de Augustusweg in draaide. Ik hoorde hem. Koplampen prikten in mijn rug. De auto reed rustig. Ik keek om en kon niet gelijk zien of het een politieauto was, maar het schoot wel door mijn hoofd.

De stapel avondklokverklaringen in het handschoenenkastje van mijn auto groeit met de week. Ik heb een alibi’s gekregen van L1, de NOS, The Crew, NEP, Philharmonie Zuidnederland en ik heb als ZZP’er mijn eigen verklaringen opgesteld, maar dat telt natuurlijk allemaal niet als je op sokken door de buurt sluipt.

En het wás een politieauto. Natuurlijk! Dat heb ik weer.

Heel even heb ik overwogen om een steegje in te schieten en me te verschuilen, maar hoe verdacht maak je jezelf dan? Voor je het weet lok je een hele klopjacht uit en hangt er een politiehelikopter boven je hoofd. Nee, ik ging dit dragen als een man. Mocht ik die boete van vijfennegentig euro krijgen, dan zou ik hem netjes betalen. Regels zijn regels. En eigen schuld, dikke bult.

Op de hoek van de straat, waar ik moest oversteken, reed de politieauto naast me. Als ik snel zou oversteken, dan was ik thuis. Fatsoenshalve deed ik dat niet. Ik liet hem rustig voor gaan. Voor mijn neus stopte de hij. Ook dat nog. Het raampje ging langzaam open en ik zag onze vaste wijkagent. Ik groet die man altijd vriendelijk, maar verder kennen we elkaar gelukkig niet. Nog niet…

“Waar gaan wij naartoe?” 

Hij vroeg het echt. Nu kon ik een grap maken over dat woordje ‘wij’, maar dat durfde ik toch niet. Held op sokken. Ik stamelde iets over een vuilniszakje en dat ik aan de overkant woon. “Naar huis,” zei ik. Een beetje met een vraagteken. Ik hoopte vurig dat hij me liet gaan.

En dat deed hij. Gelukkig. De politie is je beste vriend. Waarschijnlijk had hij ook geen zin in alle papieren rompslomp of zag ik er betrouwbaar genoeg uit. We wensten elkaar een fijne avond en toen reed hij door. Op weg naar andere mensen die hij eventjes de stuipen op het lijf kon jagen.

Binnen werd ik keihard uitgelachen door mijn bloedeigen zoon, die het tafereeltje had gadegeslagen en die stiekem had gehoopt dat oom agent mij eens goed te grazen had genomen.