Ik was een heimweewelp. Vlak voor mijn tweede zomerkamp brak ik mijn pols, waardoor ik niet aan alle activiteiten kon meedoen. Het moet ergens rond 1980 zijn geweest. De lieve leidsters van Scouting Verkenners Kluis Geleen deden hun uiterste best om het mij naar de zin te maken, maar ze konden niet voorkomen dat ik het liefst naar huis wilde. Ik was zo verdrietig dat ze uiteindelijk mijn ouders belden met het verzoek om mij op te halen. Een jaar later was er niets aan de hand, maar had ik opnieuw weinig zin om vijf dagen op kamp te zijn. Liever speelde ik thuis met Playmobil en Lego. Dus trok ik me terug, vond mezelf extreem zielig en jammerde ik net zolang tot de leidsters opnieuw besloten om mijn moeder te bellen. Die vond dat ik het nog even moest proberen, maar daar had deze eigenwijze welp geen zin in. Nog dezelfde avond werd ik toch voor de tweede keer opgehaald. Eenmaal thuis was alles koek en ei.
Dit wil helemaal niet zeggen dat ik het niet naar mijn zin had bij de Scouting. Ik ging op zaterdag met veel plezier naar de Welpen en later naar de Verkenners. Bosspellen, pionieren met balken en touw, vlotten maken, leren kaartlezen, vossenjachten of speurtochten; ik vond het allemaal leuk en eerlijk gezegd heb ik er ook veel van geleerd. Nog steeds denk ik ‘links over rechts en rechts over links’ als ik ergens een platte knoop in wil leggen. In mijn werk gebruik ik zelfs af en toe de mastworp of de paalsteek. Ik kan makkelijk een fikkie stoken en toen mijn kinderen op de basisschool zaten was ik de meest populaire vader op het moment dat er, tijdens het schoolkamp, hutten gebouwd werden.
Over het algemeen heb ik dus goede herinneringen aan mijn tijd bij de padvinders. De zogenaamde ‘vaderzoon weekenden’ waren heel bijzonder en hebben ervoor gezorgd dat ik heel anders tegen mijn eigen vader en de vaders van mijn vriendjes aan ben gaan kijken. Bij allemaal volwassen mannen, die normaal gesproken altijd met een stropdas om hun nek liepen, kwam ook opeens weer het boefje bovendrijven. Dat maakte op ons als kinderen veel indruk.
Deze week bestaat Scoutinggroep VKG 75 jaar. Afgelopen zaterdag was er een reünie voor oud leden. Op aandringen van mijn zus, die veel langer dan ik lid is geweest, ben ik daar naartoe gegaan. Voor het eerst sinds mijn laatste gesprek met de hopman, waarin ik aankondigde dat ik ermee wilde stoppen, kwam ik terug bij het HK (hoofdkwartier) aan de Lijsterstraat in Geleen. Daar zat veertig jaar tussen. Die hopman was er ook. Erik was er. Ben, Mark, Berrie, Rico, Jules en Ilona. Hanny en Marinja. Het was erg grappig om al die mensen na zoveel jaar weer te zien.
We waren allemaal ouder geworden. De een wat meer dan de ander, maar eigenlijk leek er niet zoveel te zijn veranderd. Dat gebouw rook nog hetzelfde. In het materiaalhok lagen de palen, stonden de petroleumlampen en ik zag de plastic borden waar we op kamp uit aten. Op een tafel lagen de stickertjes die we tijdens Heitje voor een Karweitje bij mensen naast de deurbel plakten als we een klusje voor ze hadden mogen doen. Op grote stapels lagen álle logboeken, waar we om beurten een verslagje in moesten schrijven van de activiteiten die we gedaan hadden. Helaas had ik niet de tijd en rust om een eigen schrijfsel uit die jaren terug te vinden.
Het was een bijzondere avond met mooie verhalen. Het is grappig hoe iedereen zijn eigen momenten onthouden heeft of een geheel eigen draai aan een bijzondere gebeurtenis heeft gegeven. Er waren genoeg ‘oh ja’ momenten. Zo wisten de leidsters uit mijn tijd (Jofie en Marlies) direct weer van mijn heimwee toen ik mezelf voorstelde. Zij vertelden later op de avond over een Bokkenrijderskamp waar ik wel van begin tot het eind bij geweest ben. Hoe heftig sommige spellen waren, met een verrader die we in het pikkedonker de hand moesten schudden en die aan het eind van het kamp opgeknoopt werd. Toen ze het vertelden ging er ook bij mij weer een lichtje branden. Ik kreeg zelfs zin om weer ouderwets op zomerkamp te gaan. Die heimwee is inmiddels wel overgewaaid. Tegenwoordig kan ik heel goed langere tijd van huis zijn.
Op mijn veertiende ontdekte ik de lokale omroep en moest ik kiezen of ik op zaterdagmiddag hutten wilde bouwen of met televisiecamera’s ging experimenteren. Terugkijkend denk ik dat ik toen wel de juiste keuze heb gemaakt, maar ik snap ook heel goed dat veel van mijn leeftijdsgenoten nog lang bij de VKG zijn gebleven.

















