Posts tonen met het label DBA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label DBA. Alle posts tonen

woensdag 3 september 2025

AOV

 

Het snoer van een filmlamp was beschadigd. De freelance cameraman die de spot snel wilde verplaatsen kreeg een enorme schok en zijn handen verkrampten. Door deze opdonder verloor hij het bewustzijn en zijn evenwicht. Dat was zijn geluk, want in de val trok hij de stekker uit het stopcontact. De pech was dat hij buitengewoon ongelukkig op een schouder en zijn hoofd terecht kwam. 

Sinds dit moment kan de cameraman in kwestie niet meer werken. Het is inmiddels meer dan vijf jaar geleden. De ZZP’er was toen het gebeurde nog geen vijftig jaar en had dus nog ongeveer 18 jaar te gaan tot zijn pensioengerechtigde leeftijd. Ondertussen heeft hij er alles aan gedaan om weer op de een of andere manier aan het werk te komen, maar dit stomme voorval heeft niet alleen zijn schouder onherstelbaar beschadigd. Wat hij ook probeert, het wil (nog) niet lukken. 

Het leven van een grote sterke kerel is in slechts een paar lullige seconden totaal veranderd. De impact van zo’n ongeluk is gigantisch en niet alleen voor hem, maar ook voor de mensen om hem heen. Hij is in een medische mallemolen terechtgekomen en in een langdurige letselschadezaak waar je heel verdrietig van wordt. Gelukkig was hij verzekerd voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid en krijgt hij elke maand geld. Dus kan hij zijn dagelijkse boodschappen blijven doen en hoeft hij zijn huis niet te verkopen. 

Een goede arbeidsongeschiktheidsverzekering is peperduur, maar een ZZP’er die hier niet over nadenkt is onverstandig en rekent zichzelf rijk. Van nature zijn we misschien geneigd om te denken: ‘Dat overkomt mij niet’, maar een auto verzeker je ook, ondanks het feit dat we allemaal denken dat we goed kunnen sturen. Hoe jonger je bent, hoe groter de statistische kans is dat jij op een dag arbeidsongeschikt raakt door ziekte of een ongeluk en hoe meer jaren je dan eventueel nog moet overbruggen. Het laatste wat je in zo’n geval wil is dan ook nog eens in de armoede terecht komen en totaal afhankelijk worden van een partner, familie of vrienden om je heen.

Een AOV heb je niet voor een griepje of een gebroken arm, maar voor het geval je serieus lang of misschien wel definitief uit de roulatie bent. In zulke gevallen is een broodfonds alleen niet afdoende, want na twee jaar stoppen die betalingen.

Dus is een arbeidsongeschiktheidsverzekering zeker geen overbodige luxe, maar het is een wezenlijk onderdeel van zelfstandig ondernemerschap. Het laat zien dat je als ZZP’er je verantwoordelijkheid neemt. In het kader van de Wet DBA is dit een zeer krachtig bewijs dat je een échte zelfstandige bent. Hiermee laat je immers zien dat jij heel bewust gekozen hebt voor een bestaan als freelancer en dat je hebt nagedacht over de risico’s die hierbij horen. Bovendien is het deels aftrekbaar van de belastingen en een goed argument waarom je als freelancer een serieus tarief moet rekenen.

 

In een paar tellen kan alles anders zijn. Een klein moment van onoplettendheid en je hoeft niet zelf de veroorzaker te zijn. Neem die zeer gewaardeerde collega die heel even aan de stroom bleef hangen en voor wie het leven in een split-second definitief veranderde. Wellicht ken je zelf ook het verhaal van iemand die ziek werd of een ongeluk kreeg. Een AOV moet je als ZZP’er gewoon doen!



Deze column schreef ik voor AV&Entertainment Magazine.








 

zondag 13 april 2025

belangenvereniging FIM


Op dit weblog heb ik er nog niet eerder over geschreven, maar sinds 26 november 2024 ben ik officieel bestuurslid van de splinternieuwe belangenvereniging ‘Freelancers in de Media’ (FIM). Natuurlijk zijn er heus leukere bezigheden te verzinnen voor in mijn vrije tijd, maar het is ontzettend belangrijk dat we in de mediawereld meer samenwerken om het speelveld eerlijker te maken. Juist nu!

De taart waarvan we eten wordt kleiner door bezuinigingen en het aantal partijen dat er een stukje van wil hebben neemt toe. De concurrentie is groot en tarieven staan onder druk. Dan loop je het risico dat dit probleem voor een deel wordt afgewenteld op de makers en dat zijn over het algemeen al niet de grootste zakkenvullers van Nederland. Daar komt bij dat we te maken hebben met een onvoorspelbare overheid en onduidelijke regels met betrekking tot de inhuur van ZZP’ers. Hoog tijd dus, dat ook de freelancers die werkzaam zijn in de mediawereld en de audiovisuele sector gehoord worden. Dat het eindelijk gelukt is om een serieuze belangenvereniging voor ZZP’ers in de mediawereld op te richten geeft aan hoe nodig het is.

Aangezien ik vaak een uitgesproken mening heb en me al sinds 2016 boos maak over de Wet DBA, was het niet gek dat mensen ook in mijn richting keken toen er werd gesproken over de oprichting van een belangenvereniging voor freelancers. Ik heb even serieus getwijfeld of ik dit wel wilde, maar uiteindelijk mag je niet klagen als je niet ook hebt meegedacht over oplossingen. 


De afgelopen maanden hebben we met het nieuwe en zeer gedreven bestuur keihard gewerkt aan het opzetten van een organisatie. Honderden leden zijn inmiddels ingeschreven en voor die leden maken wij ons hard. De eerste bescheiden succesjes zijn geboekt, maar op dit moment bestaan de belangrijkste werkzaamheden van FIM nog uit zaaien. We voeren vooral constructieve gesprekken. Zo zijn we al bij productiehuizen, omroepen, collega-belangenverenigingen, onderzoekers, juristen en Tweede Kamerleden op de koffie geweest. Bijna overal worden we met open armen ontvangen. Het bevestigd voor ons hoe belangrijk en invloedrijk zo’n belangenvereniging kan zijn. Alleen wordt na elk gesprek onze to-do-lijst wel langer. 

Soms schrik ik wakker van de hoeveelheid taken die nu al op ons bordje liggen. Niet alles kan tegelijk. We moeten prioriteiten stellen. Het schrijven van een belangrijke informatiebrief kost veel meer tijd dan ik gewend was, omdat het toch andere koek is dan een blog of column. Alles moet kloppen en in bepaalde gevallen zelfs worden gecheckt door juristen. Waar ik eerder mijn mails zonder nalezen verstuurde, moet ik nu beter nadenken en mijn teksten nog eens goed doorlezen. Ook is het voor mij wennen dat ik opeens rekening moet houden met de inzichten van collega-bestuursleden. In het verleden kon ik op eigen houtje roepen wat ik wilde, nu spreek ik in bepaalde gevallen ook namens de club. Om nog maar te zwijgen over alle gevoeligheden bij al de verschillende partijen om ons heen. Het is soms dansen op een flinterdun koordje.

Als cameraman neem je vaak in een split second een beslissing en dan maakt het meestal niet zoveel uit of je links- of rechtsaf slaat, áls je maar ergens naartoe gaat. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Zo werkt het niet in het bestuur van een belangenvereniging. Alles wat je uitdraagt wordt op weegschaaltjes gelegd. Razendsnel moeten we onze weg vinden in die nieuwe rol. Wat dat betreft heb ik in een paar maanden tijd meer geleerd dan in de afgelopen vier jaar. 

Het is interessant, maar vooral ook super intensief. Ik heb eerlijk gezegd best wel een beetje onderschat wat er op me af zou komen. Voor mij persoonlijk heeft de wet- en regelgeving rondom ZZP’ers de hoogste prioriteit. We kijken naar de nu geldende spelregels en onderzoeken voortdurend hoe we het werkbaar kunnen houden voor zoveel mogelijk freelance collega’s. De bal ligt in mijn ogen toch vooral bij de politiek. De huidige DBA wet- en regelgeving is en blijft totaal onwerkbaar! Hoe ik er ook naar probeer te kijken. Er is niemand die per opdracht zekerheid vooraf kan geven. Wel zijn er een hele hoop juristen die willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan al die complexe vrijwaringsbedingen die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt onze wereld niet eenvoudiger en zeker niet leuker.


Op dit moment wordt er in Den Haag op twee sporen gewerkt aan een oplossing. Aan de ene kant gaat minister van Hijum door met aanpassingen aan de Wet VBAR en aan de andere kant is VVD kamerlid Thierry Aartsen druk met een eigen wetsvoorstel. Dat voorstel wordt gesteund door D66, CDA en SGP. Ikzelf zie het meeste in de voorstellen van Aartsen, hoewel die nog niet helemaal zijn uitgewerkt. Zijn plannen geven meer duidelijkheid vooraf en ze zijn ook best streng voor de ZZP’ers zelf. Zo wordt er gesproken over een verplichte arbeidsongeschiktheidsregeling en dat iedere freelancer iets moet regelen voor zijn of haar pensioen. Persoonlijk vind ik dat een goede ontwikkeling. Er zijn in mijn ogen te veel freelancers die helemaal niks geregeld hebben en dus in de basis goedkoper kunnen zijn dan collega’s die elke maand eerst een aantal dagen moeten werken voor hun AOV en pensioen. Bovendien is het nogal risicovol dat sommige mensen hier helemaal niet over nadenken.


Het einde van deze soap is voorlopig niet in zicht. En mocht het hele DBA/VBAR gedoe straks wel zijn opgelost, dan zijn er nog genoeg andere zaken in Omroepland waar de FIM zich mee kan bemoeien. Als ik mijn steentje kan bijdragen dan zal ik dat doen, ook al is het geen eenvoudig vrijwilligersbaantje.


 



 

woensdag 2 april 2025

Vernieuwde Wet VBAR nog steeds niet helder genoeg

 

Morgen, donderdag 3 april 2025 vanaf 14.30 uur, vergadert de Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag met minister Eddy van Hijum en ook de staatssecretaris van Financien Tjebbe van Oostenbruggen is aanwezig. Het zal gaan over handhaving van de Wet DBA, over het Uber-arrest van de Hoge Raad en over de plannen voor de aangepaste Wet VBAR, die per 1 januari 2026 moet ingaan. Voor veel ZZP’ers in Nederland staat er heel wat op het spel. Zeker voor mij en veel van mijn collega’s in de mediawereld.

 

Film-, radio-, online- of tv-producties zijn bijna altijd kortlopende projecten, waarbij professionals uit alle disciplines -van cameraman tot regisseur en van redacteur tot editor- bij elkaar komen om een project tot een succes te maken. Is alles gedraaid? Dan gaan redactie en crew door naar een volgende opdracht. Het is heel gebruikelijk om van de ene naar de andere opdrachtgever te hoppen. 

Het aanbod van werk is nooit constant. Als een omroep, streamingsdienst of zender besluiten een nieuw programma te kopen wordt daarvoor pas een team geformeerd. Wanneer het een succes is komt er een vervolg, maar vallen de kijkcijfers tegen, dan verdwijnt het programma eerder dan gepland. Organisaties moeten super flexibel zijn en razendsnel kunnen op- of afschalen met personeel. Daarom is de mediawereld een sector waarin van oudsher zeer projectmatig en dus met veel freelance creativelingen wordt gewerkt.

Dit is precies waarom in 1994 specifiek voor deze sector de OVAV-verklaring in het leven werd geroepen. Deze Ondernemers Verklaring AudioVisuele branche bood zekerheid aan opdrachtgevers met betrekking tot de zelfstandigheid van freelancers. In 2002 is de OVAV vervangen door de VAR. Dat werkte prima. Pas toen in 2016 de VAR werd afgeschaft door de Wet DBA ontstond een onwerkbare situatie. De huidige regels zijn niet helder genoeg voor een sector die absoluut niet zonder een dikke flexibele schil kan. 

DBA heeft alleen maar voor chaos gezorgd. Opdrachtgevers willen zeker weten dat ze het juridisch en belastingtechnisch goed doen. Zij zitten niet te wachten op problemen achteraf. Laat staan op boetes of premies die opeens toch nog betaald moeten worden. Ook ZZP’ers moeten vooraf duidelijkheid hebben om hun eigen onderneming op een gezonde wijze te kunnen voortzetten. Bij de huidige wetgeving kan je op geen enkele manier echte duidelijkheid vooraf krijgen. Opdrachtgever en opdrachtnemer worden geacht om bij iedere nieuwe opdracht met elkaar ‘holistisch’ te kijken naar verschillende criteria en maar hopen dat de belastingdienst het er uiteindelijk bij een eventuele controle achteraf mee eens is. Dit voelt alsof je samen voor een stoplicht staat met een hele regenboog aan tinten rood, oranje en groen en zelf maar moet bepalen op welk moment je gaat rijden. Alleen staat aan de overkant van de weg wel een flitspaal, die op een willekeurig moment kan afgaan. 

Vanwege de huidige wet- en regelgeving ontstaan er momenteel veel onwenselijke situaties in de mediawereld.  Zo kan een freelancer de ene opdracht met een gerust hart als ZZP’er uitvoeren, maar moet dezelfde persoon bij een volgend project voor een korte periode in loondienst. Door deze ‘hybride’ situatie komen zelfstandigen juist in de problemen. Het is onmogelijk om een goede arbeidsongeschiktheidsregeling in stand te houden, als je de ene periode op contractbasis werkt en vervolgens weer een paar maanden als freelancer werkt. Dit geldt ook voor het sparen voor een goed pensioen of wanneer iemand een buffer wil opbouwen, om korte perioden zonder werk te overbruggen. Veel dienstverbandjes die in Omroepland te vinden zijn, gelden slechts voor een paar maanden en bieden dus totaal geen zekerheid. Opdrachtgevers kunnen en willen in de meeste gevallen geen vaste dienstverbanden voor onbepaalde tijd aangaan, maar ook de freelancers willen dat helemaal niet. Zij kiezen juist voor de vrijheid om zelf te bepalen welk project creatief gezien bij ze past. 

 

Morgen zal de minister nieuwe plannen voor de Wet VBAR presenteren. Dat is de vorige week aangekondigd in een kamerbrief. Daarin stelt minister Van Hijum voor om ‘ondernemerschap’ als volwaardig criterium mee te nemen bij de beoordeling of een bepaalde opdracht mag worden uitgevoerd door een freelancer. Dat is de uitkomst van het Uber-arrest en een belangrijke stap in de goede richting. Persoonlijk denk ik dat daarmee mijn eigen winkeltje wel veilig is, maar de beoordeling van al die verschillende arbeidsrelaties blijft een ingewikkelde zaak. Misschien wordt het zelfs nog complexer. Nagaan of een ZZP’er een ‘echte’ ondernemer is vereist immers informatie over de freelancer die opdrachtgevers en controlerende instanties nu niet zomaar beschikbaar hebben. Daar moet nog een goede oplossing voor gevonden worden. Er is nog steeds niemand die per opdracht vooraf zekerheid kan geven. Wel zijn er een hele hoop arbeidsjuristen die graag willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Daar komen ook allemaal complexe vrijwaringsbedingen vandaan, die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt de wereld van de ZZP’er niet eenvoudiger. Terwijl die V in VBAR nou juist staat voor Verduidelijking…

 Ik persoonlijk zou de good-old OVAV-verklaring graag weer van stal halen. Of misschien toch terug naar een soort VAR, met heldere eisen waaraan elke ZZP’er moet voldoen. Beoordeel de opdrachtnemer en niet de opdracht of de opdrachtgever! Dat roep ik hier overigens al sinds 2016…


Ik kijk uit naar het debat morgen. Heb goede hoop dat de grootste spanning van dit dossier afgehaald zal worden, maar vrees dat het einde van deze soap voorlopig niet in zicht is. 







maandag 29 juli 2024

Wetgeving met betrekking tot ZZP'ers, een gebed zonder eind...

 

Het is de verwachting dat er de komende maanden veel onrust zal ontstaan rondom de invoering van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Dit wetsvoorstel is in juni door de vorige minister van Sociale Zaken naar de Raad van State gestuurd. Zij zullen advies uitbrengen over dit concept. Met die feedback kan de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Eddy van Hijum (NSC), deze wet nog aanpassen, voor hij hem naar de Tweede Kamer stuurt, maar in het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof staat dat onze huidige regering van plan is om door te gaan met de Wet VBAR. Als Van Hijum deze wet voor behandeling naar de Tweede Kamer stuurt en de kamerleden akkoord gaan, dan kan deze wet rond 1 januari 2026 van kracht zijn. Gek genoeg gaat de Belastingdienst al per 1 januari 2025 handhaven op schijnzelfstandigheid op basis van de huidige regels. Niet helemaal helder of dat nou nog de Wet DBA is of al de Wet VBAR. Het komt voor een belangrijk deel op hetzelfde neer en kan in het werkveld tot chaos en paniek leiden. Dat is voor niemand goed en daarover maken opdrachtgevers en ZZP’ers zich op dit moment serieus zorgen. 

 

Om het helemaal uit te leggen moeten we even terug naar het begin:

Op dinsdag 27 september 2016 schreef ik op dit weblog een open brief aan staatssecretaris Wiebes, waarin ik op heldere wijze aangaf dat veel ZZP’ers onbedoeld het slachtoffer dreigden te worden van de net ingevoerde Wet DBA. Daarbij nam ik mezelf als voorbeeld. Binnen enkele uren ging dit betoog viraal en al snel hadden meer dan 90.000 mensen het verhaal aangeklikt. Ik haalde de krant en het RTL Nieuws. Het leidde tot een lange reeks discussies over deze totaal onwerkbare wet, die was gebouwd op drijfzand. 

Tweede Kamerleden als Steven van Weyenberg en Mei Li Vos wilden met me spreken. Op verzoek van de staatssecretaris werd ik uitgenodigd door twee hoge heren van de Belastingdienst, om te vertellen over mijn functioneren als ZZP’er. Daar kreeg ik te horen dat ik eigenlijk een voorbeeldig zelfstandig ondernemer ben. Tijdens een door Pieter Omtzigt georganiseerde hoorzitting in de Tweede Kamer mocht ik met een aantal ZZP’ers uit andere branches mijn verhaal doen voor alle Kamerleden die ZZP in hun portefeuille hadden. Een paar dagen later moest Wiebes onder grote druk zijn Wet DBA in de ijskast zetten. Ik zeg zeker niet dat dit mijn verdienste was, maar een kleine steen heb ik wel bijgedragen in mijn eentje.

Daarna zijn verschillende ministers en staatssecretarissen druk geweest met dit dossier, maar nooit is helder geformuleerd welke verschillende typen ZZP’ers er zijn. Ze zijn altijd allemaal op een grote hoop gegooid. Van de armlastige pakketbezorger tot de zwaar overbetaalde interimmanager. Nooit is er gekeken wat een echte ZZP’er is, waarom die er zijn en waaraan deze zouden moeten voldoen.

Door toenmalig staatssecretaris Menno Snel en minister Wouter Koolmees ben ik een paar keer gevraagd om hierover op het ministerie mee te denken, maar uiteindelijk werd ik als eenmanslobbyist niet langer uitgenodigd. Wel bleef ik het nieuws rond de Wet DBA op de voet volgen en plaatste ik hierover regelmatig stukjes op mijn website, wanneer ik dacht dat dit relevant was voor collega ZZP’ers. 

Telkens weer bleek de term ‘gezagsverhouding’ het grote struikelblok in de wet en regelgeving. In Den Haag bedachten ze dat alles opgelost zou zijn als ambtenaren dit woord zouden ‘herformuleren’. 

Om schijnzelfstandigheid nu eindelijk te voorkomen is de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de proppen gekomen met de Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). Gezagsverhouding heet nu ‘inbedding’, maar het verdrietige nieuws is dat het op precies hetzelfde neer komt. We zijn acht jaar (!) verder en helemaal niets opgeschoten. Nog steeds kijkt de wetgever liever naar de aard van de opdracht en controleert ze liever de opdrachtgever, dan dat ze bereid is om te beoordelen of een ZZP’er wel écht een zelfstandig ondernemer is. Met een beetje pech komt de Wet VBAR het komend jaar door de politieke molen en zitten opdrachtgevers en ZZP’ers met exact dezelfde onzekerheid als in 2016, ten tijde van de Wet DBA. Het zal onherroepelijk leiden tot grote chaos in heel veel bedrijfstakken. Verschillende branches zullen in grote problemen komen, omdat die nou eenmaal afhankelijk zijn van grote flexibiliteit op piekmomenten. Niet in de laatste plaats de audiovisuele sector.

Wat de Wet VBAR behelst heb ik het vorig jaar op 11 oktober al uitgelegd in een blog. Daarin werden collega ZZP’ers opgeroepen om in actie te komen. Het was tijdens de internetconsultatie, een periode waarin het volk kon reageren op de ‘nieuwe’ plannen van minister van Gennep. Buitengewoon veel ZZP’ers, opdrachtgevers en belangenverenigingen hebben toen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het wetsvoorstel van de minister, maar het lijkt er sterk op dat ze totaal niet geluisterd heeft naar alle feedback uit het werkveld. 

 

Dit is een ontwikkeling waar de meeste ZZP’ers zich zorgen over moeten maken. Mijn opdrachtgevers zijn inmiddels ook ongerust over deze nieuwe wet, omdat het hierdoor heel lastig zal worden om van ZZP’ers gebruik te blijven maken. De NOS heeft hierover inmiddels een bijeenkomst georganiseerd met al haar freelancers en aangekondigd dat ze serieus nadenken over het stoppen met de inhuur van een grote groep freelance journalisten, producers en regisseurs.

De facilitaire bedrijven in de audiovisuele sector hebben onlangs de AFN opgericht, een branchevereniging die opkomt voor de gezamenlijke belangen van deze bedrijven. Zij hebben met elkaar iemand aangenomen die als woordvoerder op zal treden. Om onze branche goed te kunnen vertegenwoordigen wil de AFN een serieuze gesprekspartner zijn voor de overheid en instanties als het gaat om regelgeving. Ook de AFN maakt zich inmiddels ook grote zorgen over de aankomende wetgeving rond de inhuur van ZZP’ers.

Om een gezamenlijke en eenduidige stem naar buiten toe te hebben, denk ik dat het belangrijk is om eens goed na te denken over het oprichten van een vergelijkbare belangenorganisatie voor ZZP’ers in de audiovisuele sector. Een vereniging of stichting die ervoor moet zorgen dat ZZP’ers, die werkzaam zijn aan de technische kant van de mediawereld, beter geïnformeerd worden en vooral gehoord worden. Alleen als wij ons organiseren zijn wij een serieuzere gesprekspartner voor officiële instanties en de overheid.

Denk niet aan een vakbond die de barricaden op gaat en strijdt voor hogere vergoedingen. Het doel moet vooral zijn om te werken aan een eerlijk speelveld en namens de ZZP’ers aanschuiven bij de AFN, omroepen, producenten en de politiek als het gaat over zaken die ons aangaan. Het moet ook een instantie zijn die ZZP’ers bewust maakt van hun eigen verantwoordelijkheden als ondernemer. Het kan namelijk een wereld van verschil maken als we elkaar beter informeren over belangrijke zaken die er spelen.

 

Op initiatief van een goede collega heb ik onlangs om tafel gezeten met een kleine club ZZP’ers die zich allemaal zorgen maken. Het doel was om te brainstormen over zo’n AV ZZP belangenvereniging. In het verleden is al een paar keer gebleken dat het niet eenvoudig is om zoiets op te richten en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Toch willen wij onderzoeken of er onder freelancers in de audiovisuele sector voldoende draagvlak is voor een belangenvereniging, omdat het de komende tijd behoorlijk kan gaan stormen. Als er voldoende interesse is, kunnen we misschien een vereniging oprichten en een bestuur samenstellen, dat vervolgens op zoek gaat naar een persoon die (net als George Freriks bij de AFN) het gezicht en de woordvoerder van deze federatie wil worden. Deze persoon moet iemand zijn met kennis van zaken, diplomatieke vaardigheden, een groot netwerk en enige statuur. Waarschijnlijk moeten we zo iemand een aantal dagen in het jaar inhuren. Daarmee kom je gelijk bij het punt dat het geld zal kosten als we dit serieus willen aanpakken. De vraag is of ZZP’ers hiervoor willen betalen en hoeveel? 

Om te ontdekken of dit plan een kans van slagen heeft hebben wij een online enquête opgesteld en we vragen aan collega ZZP’ers of ze deze willen invullen. Begin september zullen we bekijken of en hoe we hiermee verder gaan, maar er is een voorzichtig beginnetje gemaakt.




 

 

 

woensdag 11 oktober 2023

ZZP dossier, hier gaan we weer!

Collega freelancers en opdrachtgevers, stoelriemen vast! Hier gaan we weer.

 

Terwijl je de indruk zou kunnen krijgen dat ze in Den Haag alleen met zichzelf en met elkaar bezig zijn, heeft de ministerraad in september nog besloten dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een nieuw wetsvoorstel, met regels die moeten verhelderen of werk gedaan mag worden door een ZZP'er of niet, mag voorleggen aan burgers en bedrijven in een zogenaamde internetconsultatie. De overheid verzamelt alvast via een website ideeën over dit concept-voorstel, voor de plannen in de Tweede Kamer worden besproken.

Het plan van minister Van Gennip heet 'Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden.' Zeven jaar na het debacle rond de Wet DBA komt de politiek dus met de Wet VBAR, die vooral bestaat uit drie criteria om te toetsen of iemand een bepaalde opdracht mag uitvoeren als zelfstandige. Het is iets anders geformuleerd, maar het komt voor veel ZZP'ers en hun opdrachtgevers op hetzelfde neer als bij de Wet DBA:

 

1.  Hoe word je aangestuurd en gecontroleerd? Sta je onder leiding van een ander? (gezagsverhouding)

2. Doe je werk dat structureel gedaan wordt in een organisatie en een vaste plek heeft in die organisatie? (inbedding)

3. Werk je zelfstandig, voor eigen rekening en risico?

 

Als 1 en 2 ontbreken, dan kan iemand zonder problemen worden ingehuurd als ZZP'er. Is 1 of 2 aanwezig, dan wordt er gekeken of er voldoende ondernemerschap is 'binnen de opdracht'. Net als bij de Wet DBA wordt er dus voornamelijk gekeken naar de opdracht en naar de opdrachtgever. Er is eigenlijk helemaal niets veranderd. Alleen als je daar niet uitkomt, dan kan er gekeken worden naar het zelfstandige ondernemerschap van de ZZP'er zelf, maar dit speelt in die hele afweging een niet zo duidelijke en nog veel te kleine rol. Het zal leiden tot eindeloze discussies, veel gedoe en een grote mate van onzekerheid in veel branches.

Het doel van de nieuwe wet is om iets te doen aan schijnzelfstandigheid en aan de opkomst van ZZP'ers in de zorg en het onderwijs. Een aantal politieke partijen en verschillende vakbonden willen een grote groep zelfstandigen terug in loondienst drukken. Er wordt niet gevraagd of zij dat ook willen; uit onderzoek is gebleken dat slechts 10% van de ZZP'ers terug zou willen in loondienst. Niemand heeft een goed beeld van de omvang van het probleem dat 'schijnzelfstandigheid' wordt genoemd. Ik geloof ook niet dat de minister overziet wat de gevolgen van haar voorstel zijn.

Het is nog steeds een 'one size fits all-wet' die geen duidelijkheid vooraf geeft. De plannen zullen veel goedwillende ZZP'ers rechtstreeks in hun bestaansrecht raken. De vrijheid van ondernemerschap word je ontnomen als je (een deel van) de opdrachten, die je al jaren zonder problemen uitvoert, opeens niet meer zomaar in die vorm kan aannemen. Voor de audiovisuele sector en de evenementenbranche is dit voorstel desastreus. In deze flexibele markt, waar heel veel mensen goed kunnen leven van de drukte op piekmomenten bij verschillende opdrachtgevers, zal de Wet BVAR zeker niks oplossen, maar juist voor heel veel nieuwe problemen zorgen.

 

Sinds mijn Open Brief aan staatssecretaris Wiebes, op 27 september 2016, over de problemen die ontstonden door de Wet DBA, volg ik dit dossier. Al vanaf het begin pleit ik ervoor om juist de werkende als uitgangspunt te nemen. Kijk niet naar de opdracht of de opdrachtgever, maar stel heldere criteria op waaraan een welwillende ZZP'er moet voldoen. De aard van de werkzaamheden is tenslotte niet zo relevant om te bepalen of iemand juridisch en fiscaal een ondernemer is. 

Kijk naar de hoogte van het uurtarief om te beoordelen of iemand een schijnzelfstandige is. Controleer of de ZZP'er in kwestie iets geregeld heeft voor zijn of haar pensioen en zorg dat er een vangnet is bij onverhoopte arbeidsongeschiktheid. Je kan ook iets zeggen over het aantal verschillende opdrachtgevers of over de lengte van de opdrachten. 

Ik begrijp al zeven jaar niet waarom dat niet kan. Er wordt telkens geroepen dat het niet mag van Europa en dat het lastig te controleren is, maar feitelijk was de goede oude VAR (Verklaring Arbeids Relatie) zo gek nog niet. Hadden ze daar maar strenger op gehandhaafd.

 

Nu roep ik mijn freelance collega's op om zich toch even te verdiepen in de plannen van minister van Gennip. Neem dit serieus als je wil blijven werken als ZZP'er. Het zou prettig zijn als zelfstandigen en hun opdrachtgevers met goede argumenten reageren op de internetconsultatie voor het te laat is. Dit is het moment om een signaal af te geven namens onze branche. Daarom doe ik ook speciaal een beroep op de grote spelers in onze markt. Bedrijven zoals NEP en EMG. Zij hebben in 2016 ook hard aan de bel getrokken en dat heeft volgens mij toen echt wel geholpen om onwerkbare regels in de ijskast te krijgen.



foto: Sander Mulkens





zondag 3 april 2022

ZZP tarieven in Omroepland... (een reactie op persbericht FNV)

 

Deze week deelde vakbond FNV een persbericht met als titel ‘Tarieven freelancers publieke omroep gaan omhoog’. Het bericht werd letterlijk overgenomen op de site van BM en door de populaire Facebookgroep Mediaborrel. Zo verscheen het een paar keer in mijn social media tijdlijnen. Op de een of andere manier krijg ik altijd jeuk zodra FNV zich bemoeit met ZZP’ers. Ook nu kan ik het niet laten om op dit verhaal te reageren.   

 

De bond schrijft dat ZZP’ers, die binnen de publieke omroep werkzaam zijn, hun tarieven mogen verhogen. Dat is lief. Het vastgestelde minimumtarief stijgt dit jaar met 3% en het volgend jaar nog eens met 2%. Wie boven het minimum werkt, kan vanaf 1 april 1,8% meer in rekening brengen.

Zou het een 1 aprilgrap zijn of heeft FNV serieus namens alle ZZP’ers met de omroepen onderhandeld? En waar komt die 1,8% vandaan? De inflatie in Nederland over 2021 was 2,7% en voor 2022 gaan we nu uit van een inflatie van 5,5%. Ik kan FNV dus niet bepaald feliciteren met het behaalde onderhandelingsresultaat. Los van de vreemde timing, zo midden in het boekjaar.

Maar de vraag is natuurlijk wie de tarieven van freelancers heeft gekoppeld aan de Omroep CAO, wanneer en waarop is deze koppeling en het daarbij horende ZZP-tarief gebaseerd? Als het goed is zijn er geen vastomlijnde tarieven voor freelancers. Dat zou immers in strijd zijn met het principe van zelfstandigheid.

Het enige goede dat ik lees in dit persbericht is dat de vakbond freelancers aanmoedigt om altijd te onderhandelen over hogere tarieven, maar daarna komt gelijk een heel gek zinnetje. De vakbond schrijft: Wat ons betreft geldt ‘Gelijk loon voor gelijk werk.’ ZZP’ers krijgen helemaal geen ‘loon’! Zo blijkt maar weer eens dat ze bij FNV niet zoveel begrijpen van het fenomeen ZZP’er. Dat zou niet erg zijn als ze zich niet met ZZP’ers zouden bemoeien en als ze met hun communicatie de minder goed geïnformeerde freelancers niet op het verkeerde been zouden zetten.

 

ZZP’er staat voor Zelfstandige zonder Personeel. Dat betekent dat je geen salaris krijgt, maar een vergoeding voor de diensten die je levert. Je betaalt omzetbelasting en inkomstenbelasting. Daarnaast ben je zelf verantwoordelijk voor een arbeidsongeschiktheidsregeling, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een spaarpot voor je pensioen. Je moet een buffer opbouwen voor mindere tijden en voor vakantieperiodes. Als je (even) geen werk hebt, dan heb je géén recht op een uitkering. 

Een zakelijk gezonde ZZP’er streeft naar zelfstandigheid in zijn of haar werk en naar continuïteit door te werken voor meerdere opdrachtgevers. Je moet er bewust voor kiezen om als freelancer door het leven te gaan. Zie het als een way of life. Wie niet tegen alle verantwoordelijkheden en de ondernemersrisico’s van deze zelfstandigheid kan, die kan beter solliciteren naar een vaste baan of kiezen voor een tijdelijk contract.

Bij ondernemen hoort ook dat je administratie op orde is, je moet facturen sturen en onderhandelen met opdrachtgevers over het tarief. De freelancer bepaalt zelf wat zijn prijs is en niet de opdrachtgever. Net zoals een bakker degene is die aangeeft wat een brood moet kosten. Het begint met op een rij zetten wat de zakelijke kosten zijn, hoeveel je nodig hebt voor levensonderhoud en welke ‘winst’ je wil maken om een gezonde buffer op te bouwen. Dat zet je af tegen het aantal dagen of uren waarin je dat bedrag bij elkaar kan werken. Zo kom je tot een tarief. Dat zal altijd een stuk hoger zijn dan het brutosalaris van iemand met een vergelijkbare functie die in dienst is, gedeeld door het aantal uren dat deze persoon werkt. Dus helemaal geen gelijk ‘loon’ voor gelijk werk. 

Verder moet je nadenken over randvoorwaarden die voor jou als ZZP’er belangrijk zijn. Denk aan kilometervergoedingen (van 19 cent kan je geen autorijden) en andere onkostenvergoedingen, maar bijvoorbeeld ook wat te doen met overuren of last minute annuleringen. Natuurlijk moet je ook helder hebben wat jij voor dat bedrag kan leveren. Onderhandelen is niet ingewikkeld als je een goed verhaal hebt: Als je weet wat je kan, staat voor je zaak en als jij je ook kan verplaatsen in de positie van je opdrachtgever. 

Het is belangrijk om te weten wat je collega freelancers doen. Als freelancer mag je onderling weldegelijk informatie over je tarief delen. Ga er over in gesprek en zorg dat je goed geinformeerd bent.

Zeker in onze branche heeft dit allemaal niets te maken met meer geld verdienen. Ik word altijd narrig als mensen de ZZP’ers ‘zakkenvullers’ noemen, want dat zijn ze zeker niet. Dagprijzen zijn stevig, omdat de kosten hoog zijn. Maar kijk eens naar het tarief van een schilder, stukadoor of automonteur. Als freelancer houd ik niet veel meer over dan toen ik nog in vaste dienst was. Het voordeel zit hem erin dat ik gelijk boter bij de vis krijg als ik in een periode harder werk en veel overuren maak. Ik vind het zelf leuk om te freelancen, omdat ik zo bij meer bedrijven in de keuken kan kijken en omdat ik mijn eigen planning iets meer in de hand heb. Het feit dat ik mezelf moet blijven ‘verkopen’ houdt mij scherper.

Terug naar FNV. Wat me tegenstaat is dat ze met dit persbericht de indruk wekken dat deze verhoging een voldongen feit is. Minder goed geïnformeerde freelancers en opdrachtgevers kunnen de indruk krijgen dat dit is waar ze zich aan moeten confirmeren, terwijl veel freelancetarieven de afgelopen jaren door de coronacrisis ook al stil gestaan hebben. Dan ga je er met een verhoging van een paar procenten dus eerder flink op achteruit. Zelf heb ik aan het begin van dit boekjaar mijn tarief met 5% verhoogd. Ik heb geen opdrachtgever horen mopperen, nadat ik helder heb uitgelegd waarom ik dit deed. Het komend jaar vrees ik dat we aan 2% niet genoeg hebben, dus het is vreemd om daar nu al afspraken over te maken. 

Daarnaast hebben we nog steeds te maken met regelgeving en de Wet DBA, waardoor we als freelancers moeten blijven waken voor die verdomde ‘gezagsverhouding’. Als een vakbond en opdrachtgevers onderling afspraken maken over onze tarieven, dan geeft dit niet een beeld van zelfstandige ZZP’ers. Dus wil ik aan FNV vragen of ze ons met rust willen laten. Regel een goede branche CAO voor collega’s die in vaste dienst zijn, maar laat de freelancer zijn eigen boontjes doppen. 





zondag 4 juli 2021

FNV neemt ZZP'ers niet serieus

 

Facebook wees me op een vlog van de vakbond FNV met als titel: “Minimumtarief voor zzp’ers bij de Publieke Omroep. Check op welk tarief jij minimaal recht hebt.” Volgens mij volgde ik de groep FNV Broadcast nog niet, maar Facebook weet dat ik tot de doelgroep behoor. Een filmpje van 3 minuten en 16 seconden met handige tips is altijd welkom, dus klikte ik er op. Dat was onverstandig en slecht voor mijn gezondheid. Ik ben namelijk nogal allergisch voor slechte filmpjes. Jeuk en grote ergernis waren het gevolg en het enige wat bij mij dan echt helpt om er weer vanaf te komen, is het van me af schrijven. 


Kijk gerust even zelf. Dan heb je een beeld. Het filmpje staat ook op YouTube. Hier is een link

UPDATE: Deze video is door de maker verwijderd van YouTube. 


Ik weet niet of ik met de vorm of de inhoud moet beginnen. Over allebei heb ik een uitgesproken mening. Het is misschien flauw om dit knutselwerk van een welwillende FNV medewerker te beoordelen op camerawerk, geluid, editing én presentatie, maar het filmpje is bedoeld voor professionals in de audiovisuele sector. Dat zijn mensen met een kritische blik op filmpjes. Dat is immers hun vak. Hun brood! Juist deze mensen roepen ze in dit filmpje op om zichzelf serieus te nemen. Opdrachtgevers spreken ze daar óók op aan. Dan moet je als vakbond het goede voorbeeld geven en kan je niet komen aanzetten met krakkemikkige huisvlijt. Ook het maken van content voor de sociale media is inmiddels een vak.

Ik zal niet verder ingaan op compositieleer, microfoongebruik, audio-overgangen, grafische vormgeving of het taalgebruik in dit filmpje. Laten we eens kritisch kijken naar de inhoud. Die is namelijk pas echt schokkend. De vakbond presenteert het als een overwinning dat zij met omroepen een fair practice code hebben afgesproken, waardoor een ZZP’er recht heeft op 150% van het CAO loon. Dit zou gelden voor iedereen die aan programma’s van de publieke omroep meewerkt. Ook als je via een producent of facilitair bedrijf wordt ingehuurd. Daar zit gelijk mijn eerste pijnpunt, want ik maak met mijn opdrachtgevers helemaal geen specifieke tariefafspraken per productie. Mijn tarief is niet anders als ik voor een commerciële of publieke omroep werk. Ik heb een dagprijs. Die stel ik aan het begin van het jaar vast en ik steef er naar om deze voor al mijn opdrachtgevers gelijk te houden. Dat is wel zo eerlijk, professioneel en op die manier ben ik geen factor in hun onderlinge concurrentiestrijd.

Maar goed. Dan begint het pas. De vriendelijke mevrouw in dit filmpje gaat mij uitleggen hoe ik tot een redelijk tarief kan komen en begint gelijk over salarisschalen. Ik moet even aan een collega, die vergelijkbaar werk doet, vragen in welke schaal hij of zij is gedeeld. Dat lijkt mij nogal subjectief. Er zijn cameramensen die al jarenlang in dienst zijn en cameramensen die minder lang in dienst zijn. We weten dat lang niet iedereen hetzelfde verdient. Bovendien krijgt een cameraman in dienst bij het ene facilitaire bedrijf meer dan een cameraman bij een ander bedrijf, omdat die firma’s totaal verschillend omspringen met pensioenregelingen, vrije dagen en arbeidsongeschiktheid. Bij de een hebben ze een CAO en bij het andere bedrijf niet. Was het maar zo simpel dat er een standaard tarief voor camerawerk was. 

Volgens FNV (in dit filmpje) is het minimumtarief van een ZZP’er gebaseerd op het uurtarief van een werknemer in dienst bij de publieke omroep (of facilitair bedrijf), inclusief vakantiegeld, vakantiedagen en eindejaarsuitkering. Dat bedrag moet ik verhogen met 50%, als compensatie voor de kosten die ik als zelfstandig ondernemer maak voor pensioen, arbeidsongeschiktheids-verzekering, leegloop enzovoort. Die rekensom klopt totaal niet. 

Stel dat ik het salaris van iemand die € 3.500,- verdient (inclusief vakantiegeld, vakantiedagen etc.) omreken tot een uurloon (delen door 174, wist een gerenommeerde HR deskundige mij te vertellen) dan kom je op € 20,11. Doe je dat maal 150% dan moet mijn uurprijs volgens FNV minimaal € 30,17 zijn. Als ik dat doe, dan ga ik er ongeveer 10 euro per uur op achteruit! Ik begrijp dat al mijn opdrachtgevers handenwrijvend akkoord zijn gegaan met deze ‘fair practice code’ van de vakbond. Het gemiddelde tarief van ZZP’ers in Nederland ligt tussen de € 40,- en € 60,- per uur, exclusief BTW. Ik denk dat de meeste freelancers in Omroepland al heel bescheiden aan de onderkant zitten.

Het zijn appels en peren. Je kunt het salaris van een medewerker in vaste dienst op geen enkele manier vergelijken met het tarief van een ZZP’er. Als je freelancers goed wil voorlichten, dan moet je ze wijzen op de kosten van een goed pensioen, op de werkelijke kosten van een serieuze arbeidsongeschiktheidsverzekering, op de kosten van een goede boekhouder en uitleggen dat ze normaal gesproken geen recht op een uitkering hebben als onverhoopt opeens al het werk weg valt. Elke ondernemer (en dus ook een ZZP’er) moet op een rijtje zetten wat de jaarlijkse kosten zijn, bedenken wat hij of zij graag wil overhouden voor levensonderhoud, een bedrag reserveren voor mindere tijden en uitrekenen wat de belastingdienst vervolgens nog wil hebben. Als je dat allemaal bij elkaar optelt kom je tot een bedrag dat je kunt delen door het aantal te werken dagen of uren. Zo kom je tot een dag of uurprijs en een serieus verhaal dat je tijdens onderhandelingen kan meenemen. 

 

Een tip die ik nog gratis wil meegeven is dat je als serieuze ZZP’er vooral niet moet luisteren naar de vakbond. Hun agenda is er vooral op gericht om zoveel mogelijk mensen in de richting van een vast dienstverband te dirigeren. Dat is prima, maar laat ze zich daar dan ook op richten. Dan hoeven ze de ZZP’er niet meer lastig te vallen met halfslachtige tips en tricks.




dinsdag 8 juni 2021

ZZP en Den Haag – the continuing story


Over de stand van zaken op het gebied van ZZP-beleid organiseert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met enige regelmaat een Stakeholdersbijeenkomst voor belanghebbenden. Die ‘stakeholders’ dat zijn voornamelijk vakbonden, werkgeversorganisaties en lobbyclubs die in Den Haag makkelijk een voet tussen deur weten te krijgen. Ik heb niet het gevoel dat de politiek ook echt luistert naar de ZZP’er zelf. Die is namelijk niet of nauwelijks verenigd en heeft geen lobbyisten in dienst. Bovendien zijn er zoveel totaal verschillende ZZP’ers, met ieder hun eigen wensen en belangen, dat daar ook geen beginnen aan is. Zolang er niet enige structuur wordt aangebracht in de enorme variëteit aan ZZP’ers en gewerkt wordt aan een paar goede definities, blijft het aanmodderen.

Afgelopen donderdag was er weer zo’n Stakeholdersbijeenkomst waarin het ‘werkveld’ werd bijgepraat rond het thema ‘Werken als zelfstandige’. Online dit keer. In een tot studio omgebouwde vergaderzaal zaten Wouter Koolmees (demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66), Mona Keijzer (demissionair Staatssecretaris van Economische Zaken, CDA) en Hans Vijlbrief (demissionair Staatssecretaris van Financiën, D66). Ze werden aan een geïmproviseerde talkshowtafel ondervraagd door een lieve presentatrice. Tussendoor waren er een paar korte presentaties van ambtenaren.

Als ZZP’er volg ik dit dossier sinds 2016 met bijzondere aandacht. Dankzij dit weblog en de vele gesprekken dit ik met verschillende partijen over dit onderwerp heb gevoerd, is het mij gelukt om op de gastenlijst voor deze bijeenkomsten te komen. In het begin waren die sessies super interessant, maar ik kreeg al snel het gevoel dat de bewindspersonen op dit terrein steeds verder vast kwamen te zitten in het moeras van partijpolitiek, belangenclubs en Europese wetgeving. Het veranderen van de spelregels lijkt vrijwel onmogelijk. Plannen voor een minimum tarief sneuvelden en ook een opt-out voor zeer goedbetaalde freelancers kwam er niet. Het plan voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kwam op een vreemde manier tot stand en is nog steeds niet uitgewerkt. Het uit 1907 stammende woordje ‘gezagsverhouding’ blijkt als een betonnen bunker verankerd te zitten in de wetgeving. Niemand kan daar nog mee uit de voeten, maar het is met geen mogelijkheid uit de regels te slopen.

Ik was razend benieuwd wat de bewindspersonen dit keer te melden hadden en had speciaal vrij gehouden voor deze online sessie op 3 juni. Jammer genoeg draaide het uit op een grote teleurstelling. We zijn in vier jaar tijd geen stap verder gekomen. Dat wist ik al, maar aan tafel keuvelden de demissionaire bewindspersonen alsof het begin 2018 was. Koolmees en Keijzer zaten niet echt op één lijn en van de nieuwe staatssecretaris Vrijbrief kreeg ik het idee dat dit dossier voor hem nog vrij onbekend was. Bovendien moest hij eerder weg. De door het ministerie ingehuurde presentator legde haar ‘gasten’ niet het vuur aan de schenen en met de input van kijkers werd niets gedaan. De stellingen waarop wij via Mentimeter konden reageren waren van een discutabel niveau. De uitslag van die online enquête zei verder ook niks. Voor constructieve bijdragen of kritische vragen van kijkers was aan het eind geen tijd meer.

 

Het meest opmerkelijke van de middag was dat Mona Keijzer stelde dat er ‘nog heel wat heilige huisjes geslecht moeten worden’. Ze doelde op alle freelancers die hun zaken niet op orde hebben en voor wie de coronacrisis keihard is aangekomen. ‘We hebben de nadelen echt gevoeld van de vele ZZP’ers in de evenementenbranche en horeca,’ zei ze. 

Het was te verwachten dat we het als ZZP’ers om de oren krijgen dat er het vorig jaar in de eerste lockdown gelijk massaal gebruik gemaakt is van de TOZO, terwijl je zou verwachten dat een goede ondernemer een buffertje heeft voor slechte tijden. Maar Keijzer vergeet even dat in vaste dienst misschien wel meer mensen geholpen zijn door de NOW. Het is dus helemaal niet terecht om de coronacrisis te gebruiken als stok om de ZZP’ers nu mee te slaan. 

Ik ben van mening dat de wetgever het zelf schuld is dat er zo’n wildgroei is ontstaan aan zelfstandigen die hun winkel niet op orde hebben. Door de VAR jarenlang niet te handhaven hebben ze dat zelf in de hand gewerkt. Nu kijken ze de hele tijd naar de opdrachtgever kijken, maar je moet de ZZP’er zelf verantwoordelijk maken voor zijn eigen arbeidsongeschiktheidsregeling, een gezonde buffer en het op een of andere manier opbouwen van een pensioen. Eis dat ze niet leunen op een of twee opdrachtgevers, dat ze investeren in hun eigen ontwikkeling en actief aan acquisitie doen. Als je dat doet kan een freelancer namelijk niet langer tegen bodemprijzen werken, voorkom je voor een deel oneerlijke concurrentie en krijg je uiteindelijk voornamelijk ZZP’ers die daar zelf doelbewust voor kiezen. Het kijken naar een gezagsverhouding, wat ze met de huidige webmodule nog steeds voor ogen hebben slaat echt helemaal nergens op.

 

Dolgraag had ik voor het Ministerie deze livestream willen verzorgen. Dan had ik halverwege de sessie de deuren van het provisorische studiootje op slot gedraaid en op alle schermen in het decor de tekst getoond : “Jullie mogen er pas uit als jullie iets nieuws en iets zinnigs gezegd hebben!”




dinsdag 24 november 2020

Het gezagsverhoudingsmonster leeft! (ZZP/DBA update nummer zoveel)

 

Het is deze week precies vier jaar geleden dat Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën, na een reeks van protesten, bekend maakte dat de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties zou worden opgeschort. Een nieuw kabinet moest na de verkiezingen maar een alternatief verzinnen voor deze omstreden wet, die de aansprakelijkheid voor schijnzelfstandigheid van zelfstandigen moest verschuiven van de ZZP’er naar zijn of haar opdrachtgever. 

Inmiddels zijn we een hele kabinetsperiode verder. Eerst was het wachten op een verse minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en een nieuwe staatssecretaris van Financiën, maar toen Wouter Koolmees en Menno Snel eindelijk op hun post zaten gingen ze voortvarend van start. Zij kwamen alleen al vrij snel tot de conclusie dat de ZZP-wetgeving een hoofdpijndossier is. Vervolgens is er vier jaar lang vooral gesproken met belanghebbenden. Plannen met betrekking tot een minimumtarief voor de slechtst betaalde en een zelfstandigenverklaring voor de best betaalde ZZP’ers zijn gepresenteerd en weer van tafel geveegd. Het invoeren van een verplichte Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor alle ZZP’ers, waarover in het pensioenakkoord afspraken zijn gemaakt met de vakbonden, schiet niet op. Uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst en het UWV kunnen deze extra taak er helemaal niet bij hebben. De commissie Regulering van Werk is in het leven geroepen, maar de bevindingen van de commissie Borstlap hebben tot nu toe alleen maar geleid tot nieuwe discussies. 

Het wil in Den Haag maar niet lukken om een list te verzinnen, waarmee ze kwaadwillende opdrachtgevers en schijnzelfstandigheid kunnen aanpakken. Op de een of andere manier is het niet mogelijk om de arbeidswet, die nog stamt uit 1907, aan te passen. Er is nog steeds geen goede definitie van wat een echte ZZP’er eigenlijk is, laat staan wat er van hem of haar verwacht wordt. 

Er wordt vooral gekeken naar de rol van de opdrachtgever en in het huidige politieke klimaat denken de meeste partijen veel te negatief over ZZP’ers. De grote groep mensen die er bewust voor kiest om zelfstandig ondernemer te zijn wordt daarbij vaak over het hoofd gezien. De positie van professionals die graag eigen keuzes willen maken en hun kennis delen met verschillende opdrachtgevers blijft onzeker door alle besluiteloosheid en het vast houden aan denkbeelden uit de vorige eeuw. 

Als de verouderde regelgeving niet wordt aangepast en de Belastingdienst in de loop van 2021 toch weer gaat handhaven zijn we terug bij af en zal dat onherroepelijk leiden tot dezelfde chaos die we ook al hadden in 2016, ten tijde van de Wet DBA. De spelregels zijn immers helemaal niet aangepast. Het ‘gezagsverhoudingsmonster’ is niet getemd. Die zit gewoon in zijn hok te wachten tot hij weer wordt losgelaten.

De regering heeft al haar hoop nu gevestigd op een simpele webmodule. Daar is een paar jaar aan gewerkt en als het goed is kan deze vanaf 11 januari worden getest. Het idee is dat een opdrachtgever een digitale vragenlijst gaat invullen om zekerheid te krijgen over de vraag of een freelancer een bepaalde opdracht wel of niet mag uitvoeren. Die vragenlijst is echter gemaakt op basis van onveranderde wetgeving en dus is de uitslag in de meeste gevallen dezelfde als in de tijd van de wet DBA. Je mag een freelancer niet inhuren om hetzelfde werk te doen als mensen die ook in vaste dienst zijn. Ook de gezagsverhouding blijft een struikelblok.

Een paar maanden geleden heb ik voor verschillende opdrachten die ik doe een eerste testversie van die webmodule ingevuld. Dan moet ik me verplaatsen in de rol van opdrachtgever, want als ZZP’er hoef ik zelf deze webmodule niet in te vullen. Als ik het heel eerlijk deed, dan kwam ik bij een deel van mijn opdrachten gelijk in de knoei. En ik ben niet de enige. Uit de eerste proef met dit internetformulier onder 84 bedrijven, bleek in de helft van de gevallen dat zij (volgens deze test) onterecht ZZP’ers inhuren. Vervolgens gaven verschillende experts totaal verschillende oordelen over de aard van deze arbeidsrelaties. Kortom: zo lang je niets doet aan het fundament, zal het huis blijven wankelen.

 

We moeten de verantwoordelijkheid voor goed ondernemerschap terug leggen bij de ZZP’er zelf. Die is aansprakelijk voor zijn of haar eigen bedrijf en moet ook goed voorgelicht worden over de lasten en lusten van het ondernemerschap. Eis dat ze elk jaar minstens drie of meer verschillende opdrachtgevers hebben, niet meer dan 60 procent voor 1 opdrachtgever in een jaar werken, dat ze een website hebben en aan acquisitie doen, hun eigen pensioen op de een of andere manier veilig stellen, dat ze beschikken over een goede buffer of verzekering voor arbeidsongeschiktheid en zorg dat ze allemaal een deugdelijke bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering hebben. Als je dat doet, dan is schijnzelfstandigheid geen optie meer, want pizzabezorgers en postbestellers kunnen dat helemaal niet betalen. Laat de ZZP’er elk jaar een online vragenlijst invullen, die je steekproefsgewijs controleert en geef alleen aan freelancers die aan deze afspraken voldoen een soort zelfstandigen verklaring, dan hoef je hun opdrachtgevers nergens mee lastig te vallen en is het probleem opgelost. 

Geef gewoon toe dat de VAR in de basis zo gek nog niet was.








 

 

zaterdag 23 mei 2020

de belangenbehartiger

 dagboek - ZZP’er in crisistijd 
(nr. 30 / dag 79)

Het kan aan mijn perceptie liggen, aan mijn cookie-instellingen of wellicht aan mijn surfgedrag op de social media, maar ik krijg toch sterk de indruk dat de vakbond FNV uit haar winterslaap is ontwaakt, sinds het intreden van de Coronacrisis. Zo actief als de afgelopen maanden waren ze in mijn ogen nog nooit. Vanaf 18 maart heb ik tientallen mailtjes van FNV Zelfstandigen gekregen met digitale brochures, ongevraagde adviezen en uitnodigingen om zo snel mogelijk lid te worden. De vorige week werd ik zelfs door ze gebeld en even kreeg ik de indruk te spreken met iemand die serieus wilde weten hoe het met mij ging, maar al snel kwam de aap uit de mouw: hij wilde me gewoon een lidmaatschap aansmeren. 
Ze richten zich bij de FNV nu opeens wel heel specifiek op de ZZP’er die tijdelijk zonder werk zit. De ene na de andere ‘informatieve’ advertentie komt voorbij: 

“Alles wat je als ZZP’er moet weten over het coronavirus.” 
“Is je opdracht geannuleerd of beëindigd? Dit kun je doen als ZZP’er – corona crisis”
“Wanbetalers vanwege de coronacrisis? Hier is wat je kunt doen.”
“Zelfstandigen over TOZO: Gemeente die snel uitkeert, wordt het meest gewaardeerd.”
“Download gratis de brochure: Online klanten werven voor ZZP’ers.”
“Tozo – Alles wat je moet weten over Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers.”
“Een financiële buffer opbouwen, hoe doe je dat?”

Dit is natuurlijk niet verboden en het komt vast uit een goed hart, maar mijn zieltje winnen ze er niet mee. Ik trek dit op de een of andere manier slecht. 
In principe zou het heel goed zijn als alle ZZP’ers in onze branche zich zouden verenigen. Zo kan je informatie delen, gezamenlijk standpunten innemen over leveringsvoorwaarden en is er een partij die onze belangen kan behartigen in gesprekken met politiek en opdrachtgevers, maar ik betwijfel of we onze lobby in handen moeten geven van een traditionele vakbond. De afgelopen jaren hebben ze niet bepaald onze belangen behartigd. Niet toen de Wet DBA tot stand kwam, toen vervolgens bleek dat deze wet weer zo snel mogelijk de prullenbak in moest en ook nu de regering aan nieuwe plannen werkt niet. Ik heb zelf een paar keer bij een zogenaamd stakeholdersoverleg gezeten waar werd gesproken over de toekomst van de ZZP in Nederland en telkens was het de dame van deze bond die daar niet bepaald met een freelancevriendelijke pet op zat. Dat er mensen zijn die vrijwillig kiezen voor een bestaan als zelfstandige leek er bij haar niet in te gaan. Wat dat betreft zitten de traditionele vakbonden in een onmogelijke spagaat. Ze zijn er vooral voor de mensen in vaste dienst. Ze willen wel heel graag dat ZZP’ers ook lid worden, maar beide groepen hebben in veel gevallen tegenstrijdige belangen. 
Ik ben twee keer uitgenodigd door mensen van FNV om te komen spreken over ZZP’ers in de mediawereld en beide keren viel mij op hoe bedroevend weinig deze vakbondsmensen wisten over onze tarieven, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, pensioenregelingen voor ZZP’ers en over de relatie die wij hebben met onze opdrachtgevers. Het activistische van een ouderwetse vakbond is bovendien niet iets wat past bij een freelancer die de relatie met zijn opdrachtgevers goed moet houden. Ik heb altijd de indruk gehad dat de ZZP’er een bijzaak voor ze was. Tot nu. Opeens zijn we… een verdienmodel?



woensdag 1 april 2020

Tozo or not Tozo

dagboek - ZZP’er in crisistijd 
(nr. 14 / dag 20)  

Ik was er helemaal klaar voor. Gisterenmorgen zou ik even die tijdelijke bijstandsuitkering voor ZZP’ers aanvragen. Al mijn opdrachten als freelance cameraman zijn geannuleerd door de maatregelen die zijn genomen om het Coronavirus in te dammen, dus dacht ik in aanmerking te komen voor de noodmaatregel. Tot ik ging lezen. 
De Kamerbrief van de vorige week over de tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers is helder: 

“Zelfstandig ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten. De nadruk op snelheid impliceert mogelijk wel dat niet al het misbruik en oneigenlijk gebruik ondervangen kan worden. Het kabinet doet een nadrukkelijk appel op mensen die extra ondersteuning niet nodig hebben om af te zien van een aanvraag. Die ontlast de uitvoering en draagt bij aan een doelmatige besteding van publieke middelen.”

Op de site van de Gemeente Utrecht lees ik: 

“De tijdelijke regeling is bedoeld voor ondernemers die niet meer kunnen rondkomen zonder financiële steun.”

En even verderop: 

“Deze tijdelijke regeling is vooral bedoeld voor zelfstandigen die het niet zouden redden zonder ondersteuning. Als u het wel zou redden moet u zelf de afweging maken wat ethisch verantwoord is.”

Tot slot: 

“Maakt u bewust misbruik? Dan krijgt u een boete.”

Wie goed leest en enigszins principieel is, komt tot de conclusie dat je echt aan de grond moet zitten om in aanmerking te komen voor dat gratis minimumloon. Als je een appeltje voor de dorst hebt, word je geacht om dat eerst op te eten. Feit is dat er in eerste instantie niet goed gecontroleerd wordt om vaart te kunnen maken, maar aan het eind van het jaar moet iedere ZZP’er natuurlijk wel belastingaangifte doen. Gaan ze dan controleren wie ten onrechte zo’n uitkering heeft ontvangen en eventueel zelfs boetes uitdelen? Ik weet het niet. Ga ik dat uitproberen? Nee.

Maart was in financieel opzicht een super slechte maand voor mij, maar ik heb wel net iets meer dan het bestaansminimum omgezet. Dan kom je sowieso niet in aanmerking voor die uitkering. Tenzij je de boel belazert. 
Voor april en mei weet ik het nog niet. Als ik deze maanden helemaal niks verdien kan ik in principe tot 31 mei met terugwerkende kracht van de noodmaatregel gebruik maken. Liever zet ik alles op alles om toch een paar klussen mee te pikken en zo wat geld binnen te harken. Ik ga pas van overheidssteun gebruik maken als het echt, echt, echt niet anders kan. Zo is het bedoeld en het is ook mijn eer te na.
Spannend is het wel. Ik slaap onrustig, omdat ik nagenoeg niks verdien. Mijn vaste lasten zijn best hoog door een serieuze arbeidsongeschiktheidsverzekering, mijn spaarregeling voor pensioen, alle overige (zakelijke) kosten, het levensonderhoud, de hypotheek en twee kinderen in de groei. Het gaat hard, maar ik heb natuurlijk een bescheiden buffertje. Daarmee red ik het hopelijk tot de zomer. Het wordt in mijn geval spannend als er eind augustus of begin september nog steeds geen werk is voor freelance cameramensen. Of als de auto, de wasmachine en de verwarmingsketel het tegelijk begeven. 

Ik moet naar mezelf kijken en niet naar anderen, maar het raakt me wel dat verstandige zelfstandige ondernemers hun spaargeld zien verdampen en dat collega’s (met vergelijkbare omzetten), die roekelozer gehandeld hebben, nu al vooraan staan bij de noodloketten. Want wees eerlijk, je moet toch serieus even achter je oren krabben wanneer je als ZZP’er binnen een maand door je buffer heen bent?
Als zelfbenoemd DBA-deskundige durf ik in ieder geval te voorspellen dat we als ZZP’ers, na deze crisis, onwijs op onze vingers getikt worden door de minister. De politiek zal dan zeker terugkomen op het feit dat teveel ZZP’ers geen echte ondernemers zijn. Zij die niks geregeld hebben voor een onverhoopte arbeidsongeschiktheid, die geen pensioen opbouwen en die dus ook niet eens in staat zijn om een gezonde reserve op te bouwen maken geen reclame voor de groep zelfstandige ondernemers zonder personeel.