Posts tonen met het label media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label media. Alle posts tonen

vrijdag 13 februari 2026

Niks is leuker dan live

 

We reden woensdagavond met vijf man op elkaar gepropt in een vrij kleine auto van het ijsstadion naar de NOS Studio bij het TeamNL huis aan de andere kant van Milaan. Enige haast was geboden. De duizend meter voor mannen was voor onze programmering al laat begonnen en had door de extra rit van Joep Wennemars ook langer geduurd. Na afloop moesten wij buiten het stadion wachten op voetballer Marten de Roon, voor een kort interview. Al met al waren we aan de late kant voor het begin van de uitzending van Studio Olympico.

Presentator Jeroen Stekelenburg zat de hele weg onafgebroken te bellen. Spoedoverleg met de redactie in Hilversum, met redacteuren op de schaatsbaan, met collega’s van productie en met persmensen. Je kunt immers de inhoud van een programma rondom de Olympische Spelen pas definitief vaststellen als je weet wat er tijdens de wedstrijd is gebeurd. Vervolgens ben je afhankelijk van wie er naar de studio wil komen en of ze het op tijd halen. We hadden minder dan driekwartier voor het begin van de show.

Het is voor mij als televisiedier natuurlijk mooi om bij de Spelen naar alle aanwezige techniek te kijken, maar het draait uiteindelijk om de verhalen en de inhoud van de programma’s die we maken. Door de manier waarop we hier met elkaar samenwerken zit ik ook met mijn neus bovenop de redactionele processen. Het blijft interessant om te zien wat er allemaal bij komt kijken. Ik vind de passie van alle NOS-medewerkers mooi om te zien. Zij zijn echt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig met het bedenken van mogelijke scenario’s. En niemand moppert als op het laatste moment alle plannen moeten worden gewijzigd, omdat de actualiteit daar om vraagt.

Wil Erben Wennemars komen? Komt Jenning de Boo of komt hij niet? Hoe laat kan hij vertrekken bij de schaatsbaan en moeten we ervoor zorgen dat hij dan bij ons iets kan eten? Hebben ze in Hilversum de hoogtepunten van zijn race al klaar staan? En welke beelden laten we zien van de dramatische wissel van Joep Wennemars? 

De straat waar het TeamNL-huis is, was geblokkeerd door bussen met Nederlandse supporters die eerder dan wij waren vertrokken bij de schaatsbaan. Dus besloten we om het laatste stuk maar te lopen. Jeroen nog steeds aan de telefoon. Redacteur Matthijs moest de auto ergens parkeren. Doorlopen! En zo kwamen we tien minuten voor het begin van de uitzending aan in de studio. Jeroen snel naar de visagie en een ‘oortje’ in, zodat hij kon doorpraten met de eindredactie in Hilversum.

Opeens stond Erben Wennemars naast me. Zijn gezicht op onweer. Begrijpelijk. Fijn dat hij toch naar ons was gekomen voor een rustig gesprek aan tafel. Jenning de Boo zou nog bij de dopingcontrole zijn. Zijn beste vrienden waren wel al gearriveerd om plaats te nemen in de achtergrond. Producer Gijs regelde een biertje voor ze.

Het reclameblok voor de uitzending van Studio Olympico liep al toen ik op mijn positie ging zitten en mijn headset opzette. De regie zat al op het puntje van de stoel. In Hilversum repeteerden ze de opening van het programma. Dione gaf door wat haar eerste vraag voor Jeroen zou zijn.

 

Niks is leuker dan live. Als iedereen die erbij betrokken is op scherp staat. Als iedereen bevlogen met zijn vak bezig is. Als de leader loopt en de regie-assistent aftelt. 

In vijf, vier, drie, twee, een… en LIVE!

En het is helemaal geweldig als alle puzzelstukjes precies op hun plek vallen. Als de medaillewinnaar aan het eind van de uitzending aanschuift en voor het eerst zijn race terugziet. Als alle verhalen aan het eind van de dag verteld zijn. 





 

 

dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




zondag 13 april 2025

belangenvereniging FIM


Op dit weblog heb ik er nog niet eerder over geschreven, maar sinds 26 november 2024 ben ik officieel bestuurslid van de splinternieuwe belangenvereniging ‘Freelancers in de Media’ (FIM). Natuurlijk zijn er heus leukere bezigheden te verzinnen voor in mijn vrije tijd, maar het is ontzettend belangrijk dat we in de mediawereld meer samenwerken om het speelveld eerlijker te maken. Juist nu!

De taart waarvan we eten wordt kleiner door bezuinigingen en het aantal partijen dat er een stukje van wil hebben neemt toe. De concurrentie is groot en tarieven staan onder druk. Dan loop je het risico dat dit probleem voor een deel wordt afgewenteld op de makers en dat zijn over het algemeen al niet de grootste zakkenvullers van Nederland. Daar komt bij dat we te maken hebben met een onvoorspelbare overheid en onduidelijke regels met betrekking tot de inhuur van ZZP’ers. Hoog tijd dus, dat ook de freelancers die werkzaam zijn in de mediawereld en de audiovisuele sector gehoord worden. Dat het eindelijk gelukt is om een serieuze belangenvereniging voor ZZP’ers in de mediawereld op te richten geeft aan hoe nodig het is.

Aangezien ik vaak een uitgesproken mening heb en me al sinds 2016 boos maak over de Wet DBA, was het niet gek dat mensen ook in mijn richting keken toen er werd gesproken over de oprichting van een belangenvereniging voor freelancers. Ik heb even serieus getwijfeld of ik dit wel wilde, maar uiteindelijk mag je niet klagen als je niet ook hebt meegedacht over oplossingen. 


De afgelopen maanden hebben we met het nieuwe en zeer gedreven bestuur keihard gewerkt aan het opzetten van een organisatie. Honderden leden zijn inmiddels ingeschreven en voor die leden maken wij ons hard. De eerste bescheiden succesjes zijn geboekt, maar op dit moment bestaan de belangrijkste werkzaamheden van FIM nog uit zaaien. We voeren vooral constructieve gesprekken. Zo zijn we al bij productiehuizen, omroepen, collega-belangenverenigingen, onderzoekers, juristen en Tweede Kamerleden op de koffie geweest. Bijna overal worden we met open armen ontvangen. Het bevestigd voor ons hoe belangrijk en invloedrijk zo’n belangenvereniging kan zijn. Alleen wordt na elk gesprek onze to-do-lijst wel langer. 

Soms schrik ik wakker van de hoeveelheid taken die nu al op ons bordje liggen. Niet alles kan tegelijk. We moeten prioriteiten stellen. Het schrijven van een belangrijke informatiebrief kost veel meer tijd dan ik gewend was, omdat het toch andere koek is dan een blog of column. Alles moet kloppen en in bepaalde gevallen zelfs worden gecheckt door juristen. Waar ik eerder mijn mails zonder nalezen verstuurde, moet ik nu beter nadenken en mijn teksten nog eens goed doorlezen. Ook is het voor mij wennen dat ik opeens rekening moet houden met de inzichten van collega-bestuursleden. In het verleden kon ik op eigen houtje roepen wat ik wilde, nu spreek ik in bepaalde gevallen ook namens de club. Om nog maar te zwijgen over alle gevoeligheden bij al de verschillende partijen om ons heen. Het is soms dansen op een flinterdun koordje.

Als cameraman neem je vaak in een split second een beslissing en dan maakt het meestal niet zoveel uit of je links- of rechtsaf slaat, áls je maar ergens naartoe gaat. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Zo werkt het niet in het bestuur van een belangenvereniging. Alles wat je uitdraagt wordt op weegschaaltjes gelegd. Razendsnel moeten we onze weg vinden in die nieuwe rol. Wat dat betreft heb ik in een paar maanden tijd meer geleerd dan in de afgelopen vier jaar. 

Het is interessant, maar vooral ook super intensief. Ik heb eerlijk gezegd best wel een beetje onderschat wat er op me af zou komen. Voor mij persoonlijk heeft de wet- en regelgeving rondom ZZP’ers de hoogste prioriteit. We kijken naar de nu geldende spelregels en onderzoeken voortdurend hoe we het werkbaar kunnen houden voor zoveel mogelijk freelance collega’s. De bal ligt in mijn ogen toch vooral bij de politiek. De huidige DBA wet- en regelgeving is en blijft totaal onwerkbaar! Hoe ik er ook naar probeer te kijken. Er is niemand die per opdracht zekerheid vooraf kan geven. Wel zijn er een hele hoop juristen die willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan al die complexe vrijwaringsbedingen die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt onze wereld niet eenvoudiger en zeker niet leuker.


Op dit moment wordt er in Den Haag op twee sporen gewerkt aan een oplossing. Aan de ene kant gaat minister van Hijum door met aanpassingen aan de Wet VBAR en aan de andere kant is VVD kamerlid Thierry Aartsen druk met een eigen wetsvoorstel. Dat voorstel wordt gesteund door D66, CDA en SGP. Ikzelf zie het meeste in de voorstellen van Aartsen, hoewel die nog niet helemaal zijn uitgewerkt. Zijn plannen geven meer duidelijkheid vooraf en ze zijn ook best streng voor de ZZP’ers zelf. Zo wordt er gesproken over een verplichte arbeidsongeschiktheidsregeling en dat iedere freelancer iets moet regelen voor zijn of haar pensioen. Persoonlijk vind ik dat een goede ontwikkeling. Er zijn in mijn ogen te veel freelancers die helemaal niks geregeld hebben en dus in de basis goedkoper kunnen zijn dan collega’s die elke maand eerst een aantal dagen moeten werken voor hun AOV en pensioen. Bovendien is het nogal risicovol dat sommige mensen hier helemaal niet over nadenken.


Het einde van deze soap is voorlopig niet in zicht. En mocht het hele DBA/VBAR gedoe straks wel zijn opgelost, dan zijn er nog genoeg andere zaken in Omroepland waar de FIM zich mee kan bemoeien. Als ik mijn steentje kan bijdragen dan zal ik dat doen, ook al is het geen eenvoudig vrijwilligersbaantje.


 



 

woensdag 2 april 2025

Vernieuwde Wet VBAR nog steeds niet helder genoeg

 

Morgen, donderdag 3 april 2025 vanaf 14.30 uur, vergadert de Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag met minister Eddy van Hijum en ook de staatssecretaris van Financien Tjebbe van Oostenbruggen is aanwezig. Het zal gaan over handhaving van de Wet DBA, over het Uber-arrest van de Hoge Raad en over de plannen voor de aangepaste Wet VBAR, die per 1 januari 2026 moet ingaan. Voor veel ZZP’ers in Nederland staat er heel wat op het spel. Zeker voor mij en veel van mijn collega’s in de mediawereld.

 

Film-, radio-, online- of tv-producties zijn bijna altijd kortlopende projecten, waarbij professionals uit alle disciplines -van cameraman tot regisseur en van redacteur tot editor- bij elkaar komen om een project tot een succes te maken. Is alles gedraaid? Dan gaan redactie en crew door naar een volgende opdracht. Het is heel gebruikelijk om van de ene naar de andere opdrachtgever te hoppen. 

Het aanbod van werk is nooit constant. Als een omroep, streamingsdienst of zender besluiten een nieuw programma te kopen wordt daarvoor pas een team geformeerd. Wanneer het een succes is komt er een vervolg, maar vallen de kijkcijfers tegen, dan verdwijnt het programma eerder dan gepland. Organisaties moeten super flexibel zijn en razendsnel kunnen op- of afschalen met personeel. Daarom is de mediawereld een sector waarin van oudsher zeer projectmatig en dus met veel freelance creativelingen wordt gewerkt.

Dit is precies waarom in 1994 specifiek voor deze sector de OVAV-verklaring in het leven werd geroepen. Deze Ondernemers Verklaring AudioVisuele branche bood zekerheid aan opdrachtgevers met betrekking tot de zelfstandigheid van freelancers. In 2002 is de OVAV vervangen door de VAR. Dat werkte prima. Pas toen in 2016 de VAR werd afgeschaft door de Wet DBA ontstond een onwerkbare situatie. De huidige regels zijn niet helder genoeg voor een sector die absoluut niet zonder een dikke flexibele schil kan. 

DBA heeft alleen maar voor chaos gezorgd. Opdrachtgevers willen zeker weten dat ze het juridisch en belastingtechnisch goed doen. Zij zitten niet te wachten op problemen achteraf. Laat staan op boetes of premies die opeens toch nog betaald moeten worden. Ook ZZP’ers moeten vooraf duidelijkheid hebben om hun eigen onderneming op een gezonde wijze te kunnen voortzetten. Bij de huidige wetgeving kan je op geen enkele manier echte duidelijkheid vooraf krijgen. Opdrachtgever en opdrachtnemer worden geacht om bij iedere nieuwe opdracht met elkaar ‘holistisch’ te kijken naar verschillende criteria en maar hopen dat de belastingdienst het er uiteindelijk bij een eventuele controle achteraf mee eens is. Dit voelt alsof je samen voor een stoplicht staat met een hele regenboog aan tinten rood, oranje en groen en zelf maar moet bepalen op welk moment je gaat rijden. Alleen staat aan de overkant van de weg wel een flitspaal, die op een willekeurig moment kan afgaan. 

Vanwege de huidige wet- en regelgeving ontstaan er momenteel veel onwenselijke situaties in de mediawereld.  Zo kan een freelancer de ene opdracht met een gerust hart als ZZP’er uitvoeren, maar moet dezelfde persoon bij een volgend project voor een korte periode in loondienst. Door deze ‘hybride’ situatie komen zelfstandigen juist in de problemen. Het is onmogelijk om een goede arbeidsongeschiktheidsregeling in stand te houden, als je de ene periode op contractbasis werkt en vervolgens weer een paar maanden als freelancer werkt. Dit geldt ook voor het sparen voor een goed pensioen of wanneer iemand een buffer wil opbouwen, om korte perioden zonder werk te overbruggen. Veel dienstverbandjes die in Omroepland te vinden zijn, gelden slechts voor een paar maanden en bieden dus totaal geen zekerheid. Opdrachtgevers kunnen en willen in de meeste gevallen geen vaste dienstverbanden voor onbepaalde tijd aangaan, maar ook de freelancers willen dat helemaal niet. Zij kiezen juist voor de vrijheid om zelf te bepalen welk project creatief gezien bij ze past. 

 

Morgen zal de minister nieuwe plannen voor de Wet VBAR presenteren. Dat is de vorige week aangekondigd in een kamerbrief. Daarin stelt minister Van Hijum voor om ‘ondernemerschap’ als volwaardig criterium mee te nemen bij de beoordeling of een bepaalde opdracht mag worden uitgevoerd door een freelancer. Dat is de uitkomst van het Uber-arrest en een belangrijke stap in de goede richting. Persoonlijk denk ik dat daarmee mijn eigen winkeltje wel veilig is, maar de beoordeling van al die verschillende arbeidsrelaties blijft een ingewikkelde zaak. Misschien wordt het zelfs nog complexer. Nagaan of een ZZP’er een ‘echte’ ondernemer is vereist immers informatie over de freelancer die opdrachtgevers en controlerende instanties nu niet zomaar beschikbaar hebben. Daar moet nog een goede oplossing voor gevonden worden. Er is nog steeds niemand die per opdracht vooraf zekerheid kan geven. Wel zijn er een hele hoop arbeidsjuristen die graag willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Daar komen ook allemaal complexe vrijwaringsbedingen vandaan, die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt de wereld van de ZZP’er niet eenvoudiger. Terwijl die V in VBAR nou juist staat voor Verduidelijking…

 Ik persoonlijk zou de good-old OVAV-verklaring graag weer van stal halen. Of misschien toch terug naar een soort VAR, met heldere eisen waaraan elke ZZP’er moet voldoen. Beoordeel de opdrachtnemer en niet de opdracht of de opdrachtgever! Dat roep ik hier overigens al sinds 2016…


Ik kijk uit naar het debat morgen. Heb goede hoop dat de grootste spanning van dit dossier afgehaald zal worden, maar vrees dat het einde van deze soap voorlopig niet in zicht is. 







zondag 1 december 2024

de apenrots

 

In één ruk heb ik dit weekend het boek ‘De apenrots’ van Menno de Galan uitgelezen. De ondertitel van het boek is: ‘Hoe het misging op de redactie van Studio Sport’. Niet bepaald een boek waar ik vrolijk van werd. 

Sinds 1995 is NOS Studio Sport een van mijn grootste opdrachtgevers. Via verschillende facilitaire bedrijven werk ik voor dit programma en als sportcameraman heb ik in al die jaren schitterende avonturen mogen beleven. Meerdere keren was ik in de Tour, ik ben bij de Winterspelen geweest, op Roland Garros, bij het EK voetbal, het EK atletiek, het WK wielrennen en bijvoorbeeld bij de laatste Elfstedentocht. Voor reportages vloog ik onder andere naar Sidney, Seoul, Liverpool, Manchester, Barcelona of Madrid. Ik heb meegewerkt aan documentaires over Boris Orlov, Ton Boot en Pieter van den Hoogenband. Honderden, waarschijnlijk meer dan duizend dagen heb ik voor Studio Sport gewerkt. Handbalwedstrijden, ijshockey, wielrennen, basketbal, voetbal, schaatsen, marathons, turnen en talloze interviews filmde ik voor het Sportjournaal. 

De lat lag altijd hoog en telkens weer moest je laten zien dat je terecht deel uitmaakte van de groep professionals die voor dit programma mocht werken. Ik vond dat niet vervelend. Integendeel! Het hield me scherp. Dat ik me daar staande wist te houden en zelfs gevraagd werd voor de meest aansprekende opdrachten maakt me trots tot op de dag van vandaag. 

Bij Studio Sport werken mensen met passie en veel meer plezier dan je uit het boek kan opmaken. Met verslaggevers, producers, regisseurs en enkele presentatoren heb ik een speciale band opgebouwd. Zij staan garant staan voor mooie herinneringen. Op een enkeling na heb ik ze allemaal leren kennen als gedreven televisiemakers en bovenal fijne mensen.

Ik ben dus niet bepaald een objectief lezer van een boek dat als uitgangspunt heeft om te beschrijven wat er misging op de redactie van Studio Sport. Met een knoop in mijn maag heb ik me er doorheen geslagen. Hoewel ik de meeste situaties die zijn beschreven wel kende van verhalen en genoeg in omschrijvingen van karakters herkende, deed het me pijn om het verhaal te lezen van iemand die zelf jarenlang voor de NOS gewerkt heeft en die vervolgens heeft gekozen voor makkelijk scoren met een louter negatieve insteek. Er zijn nauwelijks mensen die er goed vanaf komen in dit boek. Het geeft in mijn ogen een vertekend beeld.

Bovendien wordt in het boek gekeken naar een ver verleden, door de zachte ogen van deze tijd. Ik zeg niet dat het in 1995 normaal was om mensen te kleineren of af te blaffen, maar er werd toen wel anders op gereageerd. In die dagen kon je nog met een gerust hart zeggen: ‘If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen’. Nu moet iedereen bij wijze van spreken een gordel om, een helmpje op en veiligheidsschoenen aan. Dat laatste vooral voor de lange tenen. 

De schrijver doet het voorkomen alsof het al die jaren uitsluitend doffe ellende was, terwijl er natuurlijk heel veel schitterende uren televisie zijn gemaakt. Dat kan niet zonder wrijving, maar ook zeker niet zonder passie en plezier.

Mart Smeets gaat in dit boek helemaal door de gehaktmolen. Dat Smeets jarenlang op eenzame hoogte stond als het gaat om zijn presentatiekwaliteiten en wat hij voor de Nederlandse televisie heeft betekent, wordt hooguit in een bijzin vermeld. Mart Smeets is een man met twee kanten. Zijn ego is groot en kan ik me voorstellen dat het voor directe collega’s of leidinggevenden soms lastig kon zijn om met hem samen te werken, maar persoonlijk zie ik hem toch vooral als een innemende professional. Hij toonde altijd extra veel respect voor de cameramensen waarmee hij op pad ging. Kende iedereen bij naam en kon je echt motiveren om een reportage iets extra’s mee te geven. Sporters vonden het doorgaans speciaal om door Smeets geïnterviewd te worden. Daar kwam meestal een bijzonder gesprek uit voort. Als hij vervolgens een filmpje monteerde en op zijn manier de voice-over insprak, dan werd het iets waar ik graag naar keek. Smeets kan verhalen vertellen als de besten. Ik herinner me dat gasten bij De Avondetappe altijd met open mond aan tafel zaten te kijken wanneer Smeets even live het commentaar bij de samenvatting insprak. Dat was echt ongelofelijk knap en indrukwekkend om te zien. Er zijn genoeg sterretjes met gigantische ego’s in Hilversum die minder kunnen, die al een autocue nodig hebben voor een promo van twee regels, die nooit sympathiek zijn naar cameraploegen en die niet weten hoe ze een statief moeten dragen.

Na het lezen van dit boek krijg je de indruk dat het vanaf de jaren zestig permanent oorlog was op de redactie van Studio Sport. Dat krijg je wanneer je zoveel jaren in elkaar perst en alle lucht eruit laat. Er is volgens mij nogal selectief geshopt bij de mensen die wilden praten met de auteur. Een enkeling haalt met terugwerkende kracht zijn gram en krijgt daarvoor alle gelegenheid. Bovendien weiger ik te geloven dat er bij andere radio- en televisieprogramma’s geen enorme ego’s of autoritaire leiders werkten. Het is best gemakkelijk om zo een vergrootglas op Studio Sport te leggen, maar wat denk je van grote bedrijven, ziekenhuizen, scholen, voetbalclubs, overheidsinstellingen, tijdschriften- of krantenredacties. Je kan over zoveel organisaties zo’n boek schrijven, alleen verkoopt dat minder lekker.




 

vrijdag 4 oktober 2024

50 jaar lokale omroep

 



 

Deze foto is genomen in augustus 1988, bij het Drumbandtreffen in Geleen. De camera’s van lokale omroep START stonden opgesteld in de Groenstraat, voor de deur van de Hanenhof. Zo konden ze, met camerakabels die slechts 25 meter lang waren, vanuit de vaste regie in de kelder van het cultureel centrum, een live-uitzending van de voorbijtrekkende fanfares verzorgen. De vrijwilligers hadden in die dagen slechts twee van deze Sony DXC-3000 camera’s tot hun beschikking. Eentje liep, voor zover de kabel het toeliet, op straat en de andere stond vast tussen het publiek naast de hoofdtribune. 

De knappe cameraman in kwestie was op dat moment net 16 jaar oud. Zijn eerste vriendinnetje had het net een paar dagen eerder uitgemaakt. Voor de zomer was hij geslaagd voor de MAVO en in september zou hij naar 4 HAVO gaan. Twee jaar eerder had hij zich gemeld als vrijwilliger bij de beginnende lokale omroep. Daar hadden ze niet helemaal in de gaten dat hij nog zó jong was en bovendien waren alle handjes welkom. Aanvankelijk mocht hij alleen berichtjes schrijven voor de kabelkrant, maar niet veel later maakte hij promotie tot nieuwslezer tijdens de zondagse radio-uitzendingen. Het was hem echter te doen om de video-apparatuur ter waarde van 100.000 gulden, die net met subsidie van de gemeente was aangeschaft. De magere jongen in dat rode T-shirt, met dat ‘hippe’ witte sportbroekje en die te hoog opgetrokken witte sokken in Kangaroos-gympies, had slechts één droom: Hij wilde bij de televisie. 

Hoewel de vader van die jongen nog tegen hem zei dat filmen een leuke hobby was, maar dat hij toch beter een echt beroep kon uitzoeken, stond onze hoofdpersoon met zijn neus vooraan toen de dozen met splinternieuwe camera’s, loodzware videorecorders, monitoren, een simpele beeldmenger en wat randapparatuur werden uitgepakt. Hij wilde er alles van weten. Al zijn vrije tijd stak hij in de lokale omroep. Het enige studieboek dat hem wel interesseerde was het Basisboek Televisiemaken.

Een paar wat oudere jongens, die bij de ziekenomroep waren begonnen, sloten de boel aan en gaven op maandagavond videocursus. Op een van die avonden kwam Ivo Palmen langs. Een gewone Geleense jongen, die in die dagen net bij de NOS in Hilversum was begonnen als cameraman. Dàt was het grote voorbeeld. En Ivo bleek ook nog eens een superaardige en zeer behulpzame vent te zijn. Hij gaf de piepjonge vrijwilliger de eerste inzichten mee over kadrering, inzoomen en schepstellen. Hij liet de knul inzoomen op een deurstijl en vervolgens de scherpte verleggen naar de kalender die verderop aan de muur hing. Hoewel het allemaal heel simpel en basaal was ging er een hele wereld open. Vanaf dat moment wist hij zeker dat hij ook cameraman wilde worden. Hij wilde net als Ivo naar Amsterdam, Aalsmeer en Hilversum.

Avonden, dagen, weken, maandenlang heeft hij in de studio van Lokale Omroep START gespeeld met camera’s en de montageset. Natuurlijk werden er langzaam maar zeker steeds vaker serieuze programma’s gemaakt, maar tussen de bedrijven door werd er ook van alles uitgeprobeerd en nagedaan. Als bij de Soundmixshow van Henny Huisman een cameraman zijn camera tijdens een loopje 180 graden om zijn as kon laten draaien, dan werd dat de weken daarna in de kelder van de Hanenhof tot in den treure geoefend. Net zolang tot het tijdens een carnavalsoptocht in de praktijk gebracht kon worden. De lokale omroep was een grote speeltuin. Ondertussen maakte de algemene ontwikkeling van de jongen in het rode T-shirt grote sprongen vooruit door de onderwerpen die hij ging filmen en monteren, maar vooral ook dankzij de meer volwassen mensen waarmee hij samen moest werken. In Geleen kenden veel mensen de jongen met de camera. Zelfs de burgemeester reageerde altijd een beetje nerveus als hij in beeld moest en zei dan standaard: ‘Dag meneer Hettinga, zit mijn haar goed?’ 

 

Met veel plezier kijk ik naar die foto van mezelf in dat rode shirt. Een quartz horloge om mijn pols en die zonnebril zo cooltjes mogelijk om mijn nek. Het is mooi om te zien hoe geconcentreerd ik daar ben. Een kist om op te staan en een zelf gefabriceerde zonnekap aan de viewer. Van Gaffa tape had ik nog nooit gehoord. Het was ook in de tijd dat ik nog niet liep te klagen als ik met zo’n statief moest werken. 

Het is inmiddels 37 jaar geleden. Tot op de dag van vandaag vind ik camerawerk net zo stoer en leuk om te doen als die zondagmiddag in 1988. Het gaat nooit, maar dan ook nooit vervelen.





dinsdag 27 augustus 2024

F1

 

Het moet begin september van het jaar 2000 zijn geweest dat mijn goede vriend Frank Verzantvoort belde met het verzoek of ik twee weken later met hem mee wilde naar de eerste USA Grandprix Formule1 op het circuit van Indianapolis. De vaste cameraman waarmee RTL Grandprix op dat moment werkte was plotseling verhinderd en dus zocht de producer iemand die op korte termijn kon invallen. Het leek mij een prima trip en extra grappig om samen met mijn maatje op zakenreis te gaan. Olav Mol had ik wel eens gesproken, maar pitreporter Jack Plooij kende ik op dat moment nog niet. Het probleem was sowieso dat ik niets van autosport wist. Ja, ik kende Jos Verstappen en ik wist natuurlijk wie Michael Schumacher was, maar verder was ik op het gebied van F1 een complete nono. Het maakte blijkbaar op dat moment niet zoveel uit, als ik maar goed kon filmen en zin had in een week plezier maken. 

Zodra we op het circuit van Indianapolis aankwamen nam Olav mij bijna letterlijk aan de hand mee door de pitstraat. Hij toonde me de legendarische ‘brickyard’ en de paal waar de term ‘poleposition’ vandaan komt. Vervolgens kreeg ik een uitgebreide rondleiding lang alle teams en wees Olav met een laserpen geduldig allerlei details op de racewagens aan. Ik werd geïntroduceerd bij Jos Verstappen, die het wel leuk vond dat er een cameraman was met een Limburgs accent. Tot slot werd ik voorgesteld aan reporter Rick Winkelman en fotograaf Frits van Eldik van het blad RaceReport. Zij konden een oogje in het zeil houden op de momenten dat Olav commentaar zou geven en ik solo in de pits een boodschappenlijstje met shots moest afdraaien. Ik weet nog dat ik zo snugger was om bij Williams shots te maken van Ralf Schumacher, terwijl ik Jenson Button moest hebben en dat die namen ook heel groot boven de ingang van de garage stonden. En de totale paniek die ik had toen ik miste dat er tijdens een vrije training even vlammen uit de uitlaat van de auto van Jos kwamen. Het was gelukkig niets bijzonders en dus werd het me allemaal vergeven. Zo kreeg ik een unieke introductie in de wereld van Formule1. Van beide kanten beviel het zo goed dat we besloten om in het nieuwe seizoen vaker samen te werken. 

Uiteindelijk heb ik negenenveertig races gedaan als cameraman met Olav, Jack en ook een jaar met Allard Kalff in de rol van pitreporter. We vlogen van Australië naar Maleisië of Brazilië en van Japan naar Canada. Alle circuits die tussen 2000 en 2007 onderdeel vormden van het Formule1 seizoen heb ik eens of meerdere malen bezocht. Het was hard werken en we maakten lange dagen. Natuurlijk klinkt het goed dat je de hele wereld rondreist, maar eerlijk gezegd zie je niet veel meer dan je hotelkamer en een beperkt deel van het circuit, dus je moet er wel wat van maken. Dat is gelukt, want we hadden ongelofelijk veel pret met elkaar. We hebben samen veel mooie avonturen beleefd. Genoeg verhalen voor een boek. Wie weet? Maar na een jaartje of zes werd ik vader en begon het F1 circus op werk te lijken. Toen hebben een paar collega’s hun kans gegrepen en die doen dit werk tot op de dag van vandaag nog steeds met veel plezier voor de Nederlandse rechtenhouder. 

Zelf ben ik de sport van een afstandje blijven volgen en ik vond het dan ook mooi dat Max Verstappen zijn kans greep en -Yohoo Yohee!- als eerste Nederlander een race won. Ik heb hem ooit op het circuit van Magny Cours in beeld gevangen, toen hij slechts drie jaar oud was. Later heb ik hem wel eens thuis zien gamen, omdat wij een filmpje kwamen maken over de fitnessruimte van zijn vader. En toen hij een jaar of negen was vertelde Jos liever hele verhalen over de kart carrière van zijn zoon dan over zijn eigen prestaties bij de A1 Grandprix. Ik heb in die periode met Rick Winkelman gesproken over het maken van een documentaire over de kleine Verstappen, maar dat is er nooit van gekomen. Je zal begrijpen dat ik daar heel, heel, héél veel spijt van heb. 

Als televisiemaker keek ik ondertussen niet alleen naar de sportieve kant, maar ook met grote interesse naar het camerawerk bij de live-uitzendingen. Het is interessant voor een televisiedier als ik om te zien hoe de Formule1 altijd alles uit de kast trekt om de wedstrijden zo spannend mogelijk in beeld te brengen. Formula One Management verzorgt zelf technisch en inhoudelijk de registratie van de races en daarmee zijn zij een groot voorbeeld voor heel veel andere sporten. De mensen achter de schermen bij Formule1 zijn al jarenlang zeer innovatief. Veel ontwikkelingen op televisiegebied zijn daar uitgeprobeerd of verbeterd. Denk aan onboard-camera’s, helmcamera’s, graphics, het weergeven van de teamradio’s en virtuele reclame. De laatste jaren komt daar ‘remote productie’ bij, want meer dan de helft van de crew die de programma’s maakt zit niet meer op het circuit, maar werkt op het vliegveld van het Engelse dorp Biggin Hill, waar in een oude hangaar controleruimten zijn ingericht die het hoofdkantoor van de NASA doen verbleken. 

 

Het is dan ook tof dat ik, sinds de Formule1 terug is op Zandvoort, in opdracht van deze organisatie een camera mag bemannen voor het miljoenenpubliek dat wereldwijd naar F1 kijkt. Zo krijg ik een uniek inkijkje in de werkwijze bij deze megaproductie. De afgelopen week was ik er voor de vierde keer bij op Zandvoort en het was mijn vijfde Grandprix in dit voornamelijk uit Engelsen bestaande team. 

Het is best spannend om op zo’n rijdende trein te springen, want de meeste cameracollega’s in deze crew filmen niks anders dan autosport. Zij doen allemaal bijna alle races in het seizoen en de meeste cameramannen doen dit al jarenlang. Ik sprak een collega die al sinds 1998 betrokken is en die niet veel races heeft gemist. Het is voor hen een ‘way of life’. Zij weten precies welke coureur hard gaat en hoe je een razendsnelle ‘whippan’ met je camera kan maken als de bolides met bijna 300 kilometer per uur voorbij flitsen. 

Ik moet toch iedere keer weer even het wiel voor mezelf uitvogelen. Hoe sta je het lekkerst om zoveel mogelijk auto’s te kunnen volgen? Waar positioneer je de viewer, welke stap moet je maken en op welk moment beweeg je mee? Wat is het moment van uitzoomen, weer inzoomen en hoe snel moet je dat doen? Alle communicatie is in het Engels, dus je moet wel even snappen wat ze bedoelen met allerlei heel specifieke kreten en je moet je goed concentreren op welke rijders ze in de uitzending volgen of gaan volgen. Je hoort twee druk pratende regisseurs door elkaar. Eentje schakelt alleen de camera’s langs de baan en de tweede mixt dat signaal in Engeland met alle onboards, het helikoptershot, de draadloze camera’s in de pitstraat, herhalingen en de graphics. Dat wil ook zeggen dat niet elke keer, als het rode lampje in mijn zoeker gaat branden, mijn shot de uitzending haalt. Het meeste doe je voor niets, in de hoop dat een rijder een foutje maakt en je een mooie ‘replay’ krijgt. Maar de concurrentie is groot. Elke bocht wordt vanuit meerdere hoeken in beeld gebracht, elke auto heeft meerdere camera’s aan boord en in de lucht hangt een helikopter met een cameraman die alles op zeer spectaculaire wijze volgt. Het gaat allemaal razendsnel. De lat ligt hoog. Daar doe ik zelf graag aan mee, want ik wil natuurlijk dat die Engelsen tevreden zijn over mijn werk en mij het volgend jaar weer inhuren. 

Dit jaar is het volgens mij aardig gelukt. Ik stond op een nieuwe positie. Camera 19, waar ze het stadion inreden, bij de S-Bocht. Daar was het filmen iets gecompliceerder dan op de plek waar ze mij de afgelopen drie jaar op hadden ingedeeld. De racewagens kwamen nu op slechts een paar meter voorbij en dus moest ik veel harder meezwiepen met mijn telelens. 

Het is grappig dat wanneer je de uitzending later terugkijkt, je pas goed ziet hoe snel er geschakeld wordt, hoe kort je shot staat en hoe vaak jouw camera ook wordt overgeslagen. Ik denk als ik in het hele weekend effectief een paar minuten gebruikt ben, dat ik in mijn handen mag wrijven. Misschien is het daarom extra zuur dat uitgerekend dat ene shot in de laatste ronde net niet 100% was, omdat ik een milliseconde te laat reageerde met inzoomen en net iets wijder eindigde dan me (achteraf) lief is. Al weet ik ook vrij zeker dat ik de enige ben die het gezien heeft en dat het de andere 80 miljoen kijkers niet is opgevallen.

Het waren vier intensieve en lange dagen in Zandvoort. Het was een nat, winderig, zwaar en cameratechnisch best een spannend weekend, maar ik kijk er weer met heel veel plezier op terug. 




dinsdag 14 mei 2024

Ook van een camera moet je gewoon afblijven...


Die arme Joost Klein. Laten we hopen dat het statement, dat de baas van AVROTROS afgelopen zaterdag naar buiten bracht, klopt en dat de diskwalificatie van Klein bij het Eurovisie Songfestival inderdaad disproportioneel is. Voor alle Nederlandse analisten en deskundigen, die ik de voorbije dagen met veel interesse heb aangehoord, is het te hopen dat uit het politie-onderzoek blijkt dat de organisatie van de EBU inderdaad volkomen is doorgeslagen. 

Zelf weet ik nog niet helemaal zeker of Joost Klein hier het allergrootste slachtoffer is. Zolang we niet precies weten wat er backstage gebeurd is, moeten we voorzichtig zijn met een uitgesproken mening over deze zaak.

Toch kan ik het niet langer laten om ook een kleine duit in het zakje te doen. Uiteraard kijk ik naar deze zaak vanuit het oogpunt van de Zweedse cameravrouw die hier in Nederland de schuld van alles lijkt te krijgen. In een statement beweert AVROTROS dat die cameravrouw bleef filmen, zelfs nadat Klein herhaaldelijk had aangegeven dat hij dit niet wilde. Vervolgens zou de artiest slechts een ‘dreigende beweging’ hebben gemaakt en hij zou de cameravrouw niet hebben aangeraakt. Maar welke dreigende beweging is ernstig genoeg om aangifte te doen of voor een diskwalificatie bij zoiets belangrijks als het Songfestival? 

Als cameramensen van alle keren dat iemand een afwijzende of dreigende beweging naar hun lens maakt aangifte gaan doen, dan kan de politie wel wat extra manschappen in dienst nemen. Stel dat het ook nog zal leiden tot een schorsing, dan hebben we amper nog voetbaltrainers op de velden, een goede reden om wel heel veel demonstranten te arresteren of gasten met hoodies in achterstandswijken. Om maar een paar stomme voorbeelden te noemen. Cameramensen zijn gelukkig niet van suiker. Die kunnen wel tegen een stootje. Ik vrees dan ook dat er in Malmö toch iets meer aan de hand was. Zweedse media melden al dat het statement van AVROTROS niet helemaal overeenkomt met het verhaal van de betreffende camera operator.

Ik heb ook geen idee, maar stel nou eens dat Joost Klein de camera heeft weggeduwd. Of omgeduwd. Wat vinden we daar dan van? Daarvoor hoefde hij de cameravrouw niet aan te raken en je zou het met een beetje fantasie een ‘dreigende beweging’ kunnen noemen. Maar mag dat? Stel dat Joost de cameravrouw zo heeft laten schrikken dat ze pardoes haar peperdure apparaat heeft laten vallen.

Het is niet ondenkbaar dat de politie erbij gehaald is, omdat er schade is. 

Dan komen we op het punt dat de betreffende cameravrouw bleef filmen en dat hierdoor voor de emotionele Klein een onveilige situatie zou zijn ontstaan. Allerlei ‘deskundigen’ beweren nu wel heel makkelijk dat de cameravrouw fout was, zonder zich precies te verdiepen in die kant van het verhaal. Natuurlijk is het bloedirritant als er achter elke deur een draaiende camera staat, maar dat is wel een vaak voorkomende bijkomstigheid bij zo’n programma. Het is zeker niet ongebruikelijk bij een evenement als dit. Ook bij talentenjachten als The Voice of bij Op Zoek Naar… van de AVROTROS stonden vaak camera’s backstage om de kandidaten op te vangen voor een eerste reactie na hun optreden. Dat levert doorgaans mooie beelden op. Het zou me dus niks verbazen als de organisatie dit geregeld heeft en dat het hier dus niet zomaar een irritante en stronteigenwijze camera-journalist betrof. Laten we ervan uitgaan dat de betreffende cameravrouw een medewerker van de show was, die stomweg de opdracht heeft gekregen om alle deelnemers te filmen en keurig netjes deed wat er van haar gevraagd werd. Zou zomaar kunnen. Het verklaart ook dat haar beelden niet gedeeld worden met nieuwsgierige journalisten, maar wel met de Zweedse politie.

Mocht deze theorie kloppen, dan is het gek dat de AVROTROS nu zo’n grote broek aantrekt over ‘de onveilige sfeer achter de schermen’, terwijl ze zelf deze cameravrouw genadeloos voor de bus smijten. Dat is ook een mens. Iemand met een creatief beroep en die ook door de artiesteningang binnen is gekomen. Een persoon die net zo goed een veilige werkplek verdient. Als je niet wil dat iets gefilmd wordt, dan moet je dat bij zo’n evenement regelen met productie of met de regie en niet met een cameraman of vrouw. Dat weten de mensen van AVROTROS ook, want zij hebben zelf drie jaar geleden nog het ESF georganiseerd in Rotterdam.

Nogmaals, ik ken ook niet alle details, maar ik kijk toch met steeds meer verbazing naar alle stellige reacties rondom dit ontzettend trieste incident en ik vind dat de schuld te snel en te stellig wordt neergelegd bij iemand die zich niet kan of mag verweren en die waarschijnlijk gewoon haar werk deed. Wie zegt dat zij zelf aangifte heeft gedaan en niet haar opdrachtgever? Misschien wilde zij best de excuses van Klein aanvaarden, maar wilde de EBU daar niets van weten. Wellicht is het een verzekeringszaak.

AVROTROS zorgt zelf niet bepaald voor een veilige werkplek voor camera operators, terwijl die bij het maken van een tv programma minstens even onmisbaar zijn als de artiesten voor de camera. En zo zag ik deze week opperdeskundige Angela de Jong bij RTL piepen over de droom van de emotionele creatieveling Joost Klein die bruut aan diggelen is gegooid, terwijl zij wel al maanden vindt dat Matthijs van Nieuwkerk niet terug op tv kan, omdat die zich heeft misdragen tegenover ‘gewone’ medewerkers van zijn programma. In mijn hoofd is dit tegenstrijdig of op zijn minst voorbarig.

Misschien moeten we de Zweedse politie dit netjes laten afhandelen en dan pas verder praten. Neemt niet weg dat het eeuwig zonde is dat Klein niet meer mee kon doen, want Europapa had zomaar voor veel werkgelegenheid in onze branche kunnen zorgen, in het voorjaar van 2025. Had hij maar even tot tien geteld.





zaterdag 27 april 2024

Even Geduld AUB

 

Als je dagelijks apparaten aan elkaar knoopt, om bijvoorbeeld een televisie-uitzending te maken, dan weet je dat de techniek je altijd een keer in de steek kan laten. Dat gebeurt gelukkig niet heel erg vaak, maar áls het gebeurt, dan komt dat nooit goed uit. Murphey was een optimist. 

Het nu volgende verhaal is niet geschreven om iemand zwart te maken. Laten we voor het gemak zeggen dat het nooit precies zo is gegaan. Het is vooral de bedoeling om een beeld te schetsen van de verschillende belangen tijdens een opname. Niet iedereen blijft onder alle omstandigheden even rustig en blijkbaar heeft niet elke medewerker bij een tv productie altijd evenveel kennis van (technische) zaken. Daar moeten we mee dealen, maar in een tijd waarin we toch druk zijn met reflecteren, kan dit voorbeeld er misschien nog bij.

Weet dat mensen aan de facilitaire kant, die dus met techniek werken, áltijd bezig zijn om storingen te voorkomen. Daar zitten ze zelf ook niet op te wachten. Helaas overkomt het ze soms toch. 

 

Regie : ‘Wat hoor ik?’

Audio : ‘Sorry, we moeten echt even stoppen. Er is een probleem met het geluid.’

Regie : ‘Moet dat nu?’

Audio : ‘Ja! Het geluid is niet goed. Een van de microfoons kraakt.’

Regie : ‘Ja, dat hoor ik ook. Maar we zitten midden in de opname!’

Audio : ‘Het is niet te gebruiken zo. We moeten echt stoppen.’

Regie : ‘Hoe kan dat nou toch weer?’

Iemand : ‘Het blijft techniek.’ 

Regie : ‘Dit is zo dodelijk. Hier kan onze presentator zó slecht tegen…’

 

Opnameleider staat op en loopt naar de set waar de geimproviseerde talkshowtafel staat : ‘Sorry mensen. Ik moet helaas even inbreken. We moeten stoppen voor een probleem met het geluid. Een van de microfoons stoort. Excuus!’

Presentator : ‘Ohw. Dat is vervelend.’ 

Opnameleider : ‘Ja, heel vervelend. Het spijt ons.’

Presentator : ‘Moet dat echt nu?’

Opnameleider : ‘Ja, helaas wel...’

 

Regie : ‘Waarom is er áltijd iets met het geluid?’

Korte stilte. 

Regie : ‘Altijd! Er is áltijd iets met het geluid.’

Niemand reageert.

Regie : ‘Kunnen we weer?’

Projectmanager : ‘Nee, er wordt naar gekeken. Momentje nog.’

Regie : ‘Dit is echt heel erg slecht. Killing voor het gesprek. We gingen net zo lekker.’ 

Audio : ‘We doen ons best. We doen ons best.’ 

Regie : ‘Maar hoelang moet zoiets duren?’

Schakeltechnicus (droog) : ‘Tot het is opgelost…’

Regie : ‘Dit kan toch niet. Dit kán toch niet… Dit kán toch echt niet.’ 

Audio (niet eens geirriteerd) : ‘Er wordt aan gewerkt.’

Regie : ‘Geef hem gewoon een nieuwe microfoon!’

Projectmanager : ‘Dat zijn ze ook aan het doen.’ 

Regie : ‘Kan dat niet sneller?’

Kort moment van stilte.

Regie : ‘We liggen al minimaal drie minuten stil.’

Regie-assistent : ‘Dertig seconden.’

 

Presentator : ‘Ik wil nu echt door!’ (Gooit ballpoint op tafel)

Regie-assistent (praat in de intercom) : ‘Ze zijn met man en macht bezig.’

Regie : ‘Kan iemand mij een update geven?’

Opnameleider : ‘Ze zijn druk.’

Schakeltechnicus (droog) : ‘Als ze zich ook nog bezig moeten houden met ons voorzien van updates, dan duurt het alleen maar langer.’

Regie : ‘Ja, maar de inhoud…’

Korte stilte

Schakeltechnicus (droogjes) : ‘Zonder geluid, geen inhoud.’

Regie : ‘Dit is toch niet normaal!?’

 

Audio : ‘De storing is er nog steeds. We hebben de microfoon én de zender vervangen.”

Regie : ‘Hoe kan dat nou?’

Audio : ‘We zijn er mee bezig.’

Regie : ‘Er is altijd wat…’

Regie-assistent : ‘Ze zijn er mee bezig.’

Regie : ‘Ik wil dat we nu een tafelmicrofoon neerzetten. Nu!’

Opnameleider : ‘De antennes worden verplaatst. Ze zijn kei druk met het trekken van kabels.’

Regie : ‘Waarom zet niemand een tafelmicrofoon op tafel?’

Iemand (mompelt zachtjes op de achtergrond) : ‘Omdat jullie ábsólúúúúút geen tafelmicrofoons en kabels in beeld wilden...’

Drie tellen stil.

Regie : ‘Kunnen we?’

Opnameleider : ‘Momentje nog.’

Audio : ‘Ik geloof dat we het hebben…’

Regie : ‘Oke. Actie. Pak hem maar op in vijf, vier…’ 

Opnameleider : ‘Ho ho. Een tel nog.’

Schakeltechnicus (droogjes): ‘drie…’

Regie assistent : ‘Ze zijn nog bezig.’ 

Regie : ‘Kom. Op. Nou! Komopnou. Komopnoutoch…’

Audio : ‘We moeten heel even iets testen, voor we dadelijk weer stil liggen.’

Regie : ‘Ja, dat is goed, maar kan dat niet als we alweer opnemen? Start de opname!’

Opnameleider : ‘Er ligt nog iemand onder de tafel.’

Regie-assistent : ‘Ze doen echt ontzettend hard hun best.’ 

Regie : ‘Schiet nou toch op, jongens. Dit duurt veel te lang. Veel. Te. Lang. De hele sfeer aan tafel is weg.’ 

Eindredactie : ‘Als het live was, dan waren we toch ook door gegaan.’

Schakeltechnicus (op zijn manier) : ‘Maar het is niet live…’

Regie : ‘Nee, gelukkig niet.’

Audio : ‘Het lijkt erop dat iemand anders op dezelfde frequentie zit.’ 

Regie-assistent : ‘Zijn ze verderop misschien ook aan het filmen?’

Regie : ‘Hoe kán dát nou toch weer?’ 

Regie-assistent : ‘Ik weet het niet, maar het zou kunnen.’

Regie : ‘Waarom weten wij dat niet? Productie! Dat moeten wij toch weten.’

Schakeltechnicus : ‘Het lijkt alsof er iemand op die frequentie zit. Lijkt…’ 

Regie : ‘Ik word hier zo kwaad van. Er moet direct iemand daar naartoe. Zij moeten op een andere frequentie!’

Schakeltechnicus : ‘Maar we weten niet eens of…’

Regie : ‘Productie! Productie móét daar nu gelijk heen.’

Opnameleider : ‘Het lijkt er op dat we door kunnen.’

Regie : ‘Iemand moet zeggen dat die andere ploeg op een andere frequentie moet.’

Audio : ‘We zijn er weer!’

Regie : ‘Is productie al onderweg?’

Opnameleider : ‘We kunnen weer.’

Regie-assistentie : ‘Ja, we kunnen weer.’

Schakeltechnicus : ‘Start alles!’

Regie : ‘Het mag nu echt niet nog eens gebeuren. Ik wil dat alle microfoons het vanaf nu blijven doen. Hebben jullie dat begrepen?’

Opnameleider : ‘Attentie! In vijf, vier, drie …’





 

zaterdag 16 december 2023

Doosjes


Elke dag maak ik een foto van de camera waarmee ik werk. Deze kiekjes plaats ik op mijn Instagram en zo ontstaat een grappig overzicht van alle projecten die ik doe, van de locaties waar ik kom en vooral van de verschillende camera’s die ik in handen krijg. In elk stadje een ander schatje. Zie het als een soort fotodagboek. Dit jaar heb ik al meer dan 100 foto’s gemaakt en als ik snel tel kom ik op minimaal zestien soorten camera’s. De configuratie met lens, viewer, statief of dolly is bijna nooit hetzelfde. Er zijn tegenwoordig oneindig veel smaken en keuzes in de wereld van film en video. 

Dat was in september ook goed te zien op de IBC in Amsterdam. De International Broadcast Convention is een gigantische beurs in de RAI, waar ieder jaar de nieuwste snufjes op het gebied van beeld en geluid worden geshowd. Je kan daar dagenlang verdwalen in grote hallen met stands waar ze kabeltjes, knopjes en kastjes aanprijzen. Op mijn vakgebied zijn er altijd een paar enorme hallen met lampen, lenzen, statieven, cranes, maar natuurlijk ook camera’s. Je kan het zo gek niet bedenken of er is wel een firma die daar ook weer accessoires voor maakt. Houdertjes, schermpjes, lampjes, filtertjes, appjes, kabeltjes en andere peperdure gadgets. Iedereen zoekt op die beurs naar het ei van Columbus. 

Mij viel het dit jaar vooral op dat er nauwelijks nog echte televisiecamera’s worden gemaakt. Het zijn tegenwoordig allemaal vierkante doosjes met wat knopjes en een gat waar een lens op geschroefd moet worden. Vervolgens mag je er zelf met allerlei hulpstukken een apparaat van maken dat je ook kan bedienen. De tijd van camera’s met een fijne viewer, knoppen op logische plekken en die vervolgens op je schouder of in de hand gelijk in balans zijn, lijkt definitief voorbij. Nu het gewicht van het apparaat in principe geen issue meer is, maakt geen fabrikant zich nog druk over ergonomie.

Ik krijg sterk de indruk dat niet veel ontwikkelaars van camera’s aan gebruikers vragen wat de bedoeling van zo’n apparaat is. Ze maken zich louter druk over technische mogelijkheden, proppen zoveel mogelijk functies in een klein doosje en kijken vooral naar de specificaties van het plaatje dat eruit komt. Het is in de mode om iets te maken voor nerds die houden van Technisch Lego. 

Deels komt dit voort uit het feit dat het voor iedereen betaalbaar moet zijn. Gevolg is wel dat je nog een fortuin kwijt bent aan protheses voor deze gemankeerde camera’s. Als een camera-operator zijn of haar werk een beetje wil doen moeten er eerst nog allerlei kostbare rigs, gimballs, losse schermpjes, adaptors en/of magic armpjes worden aangeschaft. Alleen wordt het op deze manier nooit echt een apparaat voor het betere hit-and-run werk. Gebruikersgemak blijft in veel gevallen ver te zoeken. 

Je kan je afvragen of we er de afgelopen jaren wel op vooruit zijn gegaan. Ja, het beeld is mooier, maar de man of vrouw die op pad gaat met zo’n camera, loopt volgens mij veel meer te klooien dan een jaar of vijftien geleden. Toen waren er minder smaken en draaiden we bijna alle reportages met een robuuste en gebruikersvriendelijke XDCAM camera. In meercamera-situaties hadden we altijd een peperdure Sony of GrassValley. Die camera’s waren (en zijn nog steeds) super praktisch, maar ze zijn ook drie tot vier keer zo duur dan de industriële bouwpakketten die nu steeds vaker gebruikt worden. 

Collega’s die geïnvesteerd hebben in de moderne oplossingen spreken niet over gebruiksgemak, maar over ‘het filmische plaatje’, over ‘de mooie scherptediepte’ en ‘de lichtgevoeligheid’. Er zijn zoveel mogelijkheden dat zelfs ervaren professionals door de menu’s met oneindig veel instellingen en opties niet overzien wat de beste keuze is voor een bepaald type programma. Al die mogelijkheden leiden ook tot allerlei meningen en oneindig veel discussies. 

Waar omroepen en grote producenten vroeger een standaard bepaalden zien zij tegenwoordig door de bomen het bos niet meer. Er is niet langer één vastgestelde norm. Financiële afwegingen en vooral strategische belangen spelen een steeds belangrijkere rol bij de keuze voor apparatuur en opnamenorm. Daarnaast bevatten de verkooppraatjes van de facilitaire kant soms halve waarheden, omdat elke leverancier weer zijn eigen voorkeuren heeft. Voor partijen die faciliteiten inkopen is het hierdoor knap lastig om alle aanbiedingen met elkaar te vergelijken. Bovendien ontbreekt het ook nog wel eens aan kennis van zaken om appels en peren van elkaar gescheiden te houden. 

 

De meest populaire camera onder professionele filmploegen in Omroepland is momenteel de Sony Fx9. Een allemachtig mooi apparaat, waar je een prachtig plaatje mee kan maken. Zonder al te veel opties kost deze camera ongeveer tienduizend euro. Dat is, zeker in vergelijk met wat we dertig jaar geleden aan een camera uitgaven, zeer betaalbaar. Het voordeel is ook nog eens dat je anno 2023 allerlei relatief goedkope (foto)lenzen (met autofocus!) kan gebruiken, waarmee je al snel een aardig setje hebt om te filmen. Met de prijs/kwaliteitverhouding is niks mis. 

Dus hebben veel collega’s en facilitaire partijen hierin geïnvesteerd. Zij roepen natuurlijk dat dit de allermooiste camera op aarde is. Dat mag, maar het is niet helemaal correct als je klanten wijs maakt dat zo’n Fx9 (met fotolenzen) onder álle omstandigheden de beste keuze is. Voor het snelle (nieuws)werk is deze configuratie zeker niet ideaal. Je kan bijvoorbeeld met zo’n fotolens lang niet zo ver inzoomen als met een goede videolens en een minimale scherptediepte is in een oorlogsgebied of op een rampplek helemaal niet gewenst. Om maar iets te noemen. 

Wie kritisch tv kijkt zal het zijn opgevallen dat shots, die met een Fx9 vanuit de schouder zijn gedraaid, vaak per ongeluk een tikkeltje scheef zijn. Dat heeft te maken met de knullige ophanging van de viewer en met de manier waarop je het apparaat vasthoudt. Het handvat, dat je aan de zijkant van de camera kan schroeven en waardoor de camera steeds omvalt als je hem even snel op de grond wil zetten, zorgt ervoor dat de operator deze camera al snel een beetje schuin houdt. Doordat de viewer niet goed is bevestigd zit deze lang niet altijd recht en kan het gebeuren dat de operator tijdens het filmen niet in de gaten heeft. Of de waterpasfunctie in de camera onder alle omstandigheden even accuraat is waag ik bovendien te betwijfelen.

Gelukkig kan men tegenwoordig in de nabewerking bijna alles oplossen. Licht, kleur en zelfs de kaders kunnen eventueel nog worden aangepast. Als je maar in een hele hoge resolutie draait kan je zelfs scheve kaders in de montage recht zetten. Zo wordt al het gepruts en klooi van de opnamen vaak weer verdoezeld. Alleen komt daarmee ons mooie ambacht wel een beetje onder druk te staan.