Posts tonen met het label autosport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label autosport. Alle posts tonen

zaterdag 3 mei 2025

remote production

 

Het afgelopen weekend mocht ik voor DMC Zweden meewerken aan de registratie van RallyX op het Eurocircuit in Valkenswaard. Twee lange dagen stof happen. Rondscheurende auto’s en buggy’s volgen op een relatief klein circuit. Scherpte naar je toe, uitzoomen, meebewegen, inzoomen, scherpte van je af. Soms heel close, vaak net wat ruimer om de andere auto’s ook te zien. Kijken naar gevechten op de baan, naar deelnemers die harder gaan dan de ander en proberen te zien wie de bocht net even te ruim gaat nemen. Stiekem hopend op spectaculaire crashes -zonder erg- in mijn schootsveld. 

Zonnetje erbij en louter vriendelijke mensen op en rond het circuit, die het leuk vinden dat er aandacht is voor hun sport. Heerlijk!

Dit was een echte remote-productie. De regisseur, geluidsman, graphics operator en de EVS-operator (die de herhalingen in slowmotion verzorgde) zaten allemaal in Stockholm. De afdeling beeldtechniek in Oslo. Slechts een klein clubje cameramensen, een assistent, een projectmanager en een IT-technicus waren op locatie in Nederland. 

Werken op afstand is de toekomst bij internationale sportregistraties. Grote regiewagens op locatie worden steeds vaker vervangen door NASA-achtige controlrooms en het maakt eigenlijk niet zoveel meer uit waar die gesitueerd zijn. Het zou me niets verbazen als in de nabije toekomst mensen ook vanuit huis de titels toevoegen aan een programma en misschien schuift een geluidsman straks vanuit zijn zolderkamerstudio. Het is een kwestie van tijd dat zelfs een deel van de camera-operators niet meer naar locatie hoeft te komen. De benodigde technieken worden steeds beter, sneller en goedkoper. Het is, zeker in landen waar de afstanden tussen steden veel groter zijn dan in Nederland, enorm kostenbesparend om beeld, geluid en data heen en weer te pompen via razendsnelle glasvezelverbindingen. Als ze in Zweden naar een ijshockeywedstrijd in het noorden van het land moeten, dan zijn ze met grote vrachtwagens twee of drie dagen van huis. Nu sturen ze een busje met slechts een paar cameramensen. Bij de Formule1 werken ze ook al een paar jaar op deze manier en dat scheelt bijvoorbeeld heel wat tickets en peperdure hotelkamers op jaarbasis. Of we het leuk vinden of niet, deze ontwikkeling is niet te stoppen. Je kan het beter omarmen en je erin verdiepen, dan je ertegen verzetten. 

Het enige probleem dat ik met remote production heb is dat er letterlijk en figuurlijk veel afstand is tussen de mensen die nauw met elkaar moeten samenwerken. Van teamgeest en nuance is minder sprake als je elkaar niet meer in de ogen kijkt. De onderlinge communicatie wordt er niet beter op. Mensen die professioneel gezien van elkaar afhankelijk zijn kennen elkaar op den duur niet meer. Even een paar zaken bespreken tijdens een korte break of na afloop van de klus is er niet meer bij. Dat klinkt misschien onbelangrijk en ik hoor je denken dat je toch even kan bellen of appen, maar ik heb ontdekt dat dit niet of nauwelijks gebeurt. Het afgelopen weekend wist ik vooraf nieteens de naam van de regisseur. Buiten de intercom om hebben we niet met elkaar gecommuniceerd. 

Je merkt dat zo’n regisseur op afstand soms geen idee heeft waarom een camera niet iets verder naar links of rechts kan. Als hij op locatie is, ziet hij wat er gebeurt en kan hij daarop anticiperen. Ook kan hij dan makkelijker een ploeg motiveren om net even een stapje harder te lopen. 

Als we willen dat de kwaliteit van producties op een hoog niveau blijft, dan moeten we niet alleen techneuten en boekhouders laten vernieuwen, maar ook aan de creatieve kant onze werkwijzen aanpassen. We zullen er moeite voor moeten doen om te voorkomen dat ons vak onpersoonlijk en lopendebandwerk wordt. Ik denk aan regiebesprekingen en vaste evaluatiemomenten via Teams. Je zou de rol van een eerste cameraman groter kunnen maken, maar dit zijn slechts eerste gedachtenkronkels. Wellicht zijn er slimmere oplossingen om te voorkomen dat we straks slechts vervangbare nummertjes zijn. Ik sta open voor alle ideeën en suggesties.




dinsdag 27 augustus 2024

F1

 

Het moet begin september van het jaar 2000 zijn geweest dat mijn goede vriend Frank Verzantvoort belde met het verzoek of ik twee weken later met hem mee wilde naar de eerste USA Grandprix Formule1 op het circuit van Indianapolis. De vaste cameraman waarmee RTL Grandprix op dat moment werkte was plotseling verhinderd en dus zocht de producer iemand die op korte termijn kon invallen. Het leek mij een prima trip en extra grappig om samen met mijn maatje op zakenreis te gaan. Olav Mol had ik wel eens gesproken, maar pitreporter Jack Plooij kende ik op dat moment nog niet. Het probleem was sowieso dat ik niets van autosport wist. Ja, ik kende Jos Verstappen en ik wist natuurlijk wie Michael Schumacher was, maar verder was ik op het gebied van F1 een complete nono. Het maakte blijkbaar op dat moment niet zoveel uit, als ik maar goed kon filmen en zin had in een week plezier maken. 

Zodra we op het circuit van Indianapolis aankwamen nam Olav mij bijna letterlijk aan de hand mee door de pitstraat. Hij toonde me de legendarische ‘brickyard’ en de paal waar de term ‘poleposition’ vandaan komt. Vervolgens kreeg ik een uitgebreide rondleiding lang alle teams en wees Olav met een laserpen geduldig allerlei details op de racewagens aan. Ik werd geïntroduceerd bij Jos Verstappen, die het wel leuk vond dat er een cameraman was met een Limburgs accent. Tot slot werd ik voorgesteld aan reporter Rick Winkelman en fotograaf Frits van Eldik van het blad RaceReport. Zij konden een oogje in het zeil houden op de momenten dat Olav commentaar zou geven en ik solo in de pits een boodschappenlijstje met shots moest afdraaien. Ik weet nog dat ik zo snugger was om bij Williams shots te maken van Ralf Schumacher, terwijl ik Jenson Button moest hebben en dat die namen ook heel groot boven de ingang van de garage stonden. En de totale paniek die ik had toen ik miste dat er tijdens een vrije training even vlammen uit de uitlaat van de auto van Jos kwamen. Het was gelukkig niets bijzonders en dus werd het me allemaal vergeven. Zo kreeg ik een unieke introductie in de wereld van Formule1. Van beide kanten beviel het zo goed dat we besloten om in het nieuwe seizoen vaker samen te werken. 

Uiteindelijk heb ik negenenveertig races gedaan als cameraman met Olav, Jack en ook een jaar met Allard Kalff in de rol van pitreporter. We vlogen van Australië naar Maleisië of Brazilië en van Japan naar Canada. Alle circuits die tussen 2000 en 2007 onderdeel vormden van het Formule1 seizoen heb ik eens of meerdere malen bezocht. Het was hard werken en we maakten lange dagen. Natuurlijk klinkt het goed dat je de hele wereld rondreist, maar eerlijk gezegd zie je niet veel meer dan je hotelkamer en een beperkt deel van het circuit, dus je moet er wel wat van maken. Dat is gelukt, want we hadden ongelofelijk veel pret met elkaar. We hebben samen veel mooie avonturen beleefd. Genoeg verhalen voor een boek. Wie weet? Maar na een jaartje of zes werd ik vader en begon het F1 circus op werk te lijken. Toen hebben een paar collega’s hun kans gegrepen en die doen dit werk tot op de dag van vandaag nog steeds met veel plezier voor de Nederlandse rechtenhouder. 

Zelf ben ik de sport van een afstandje blijven volgen en ik vond het dan ook mooi dat Max Verstappen zijn kans greep en -Yohoo Yohee!- als eerste Nederlander een race won. Ik heb hem ooit op het circuit van Magny Cours in beeld gevangen, toen hij slechts drie jaar oud was. Later heb ik hem wel eens thuis zien gamen, omdat wij een filmpje kwamen maken over de fitnessruimte van zijn vader. En toen hij een jaar of negen was vertelde Jos liever hele verhalen over de kart carrière van zijn zoon dan over zijn eigen prestaties bij de A1 Grandprix. Ik heb in die periode met Rick Winkelman gesproken over het maken van een documentaire over de kleine Verstappen, maar dat is er nooit van gekomen. Je zal begrijpen dat ik daar heel, heel, héél veel spijt van heb. 

Als televisiemaker keek ik ondertussen niet alleen naar de sportieve kant, maar ook met grote interesse naar het camerawerk bij de live-uitzendingen. Het is interessant voor een televisiedier als ik om te zien hoe de Formule1 altijd alles uit de kast trekt om de wedstrijden zo spannend mogelijk in beeld te brengen. Formula One Management verzorgt zelf technisch en inhoudelijk de registratie van de races en daarmee zijn zij een groot voorbeeld voor heel veel andere sporten. De mensen achter de schermen bij Formule1 zijn al jarenlang zeer innovatief. Veel ontwikkelingen op televisiegebied zijn daar uitgeprobeerd of verbeterd. Denk aan onboard-camera’s, helmcamera’s, graphics, het weergeven van de teamradio’s en virtuele reclame. De laatste jaren komt daar ‘remote productie’ bij, want meer dan de helft van de crew die de programma’s maakt zit niet meer op het circuit, maar werkt op het vliegveld van het Engelse dorp Biggin Hill, waar in een oude hangaar controleruimten zijn ingericht die het hoofdkantoor van de NASA doen verbleken. 

 

Het is dan ook tof dat ik, sinds de Formule1 terug is op Zandvoort, in opdracht van deze organisatie een camera mag bemannen voor het miljoenenpubliek dat wereldwijd naar F1 kijkt. Zo krijg ik een uniek inkijkje in de werkwijze bij deze megaproductie. De afgelopen week was ik er voor de vierde keer bij op Zandvoort en het was mijn vijfde Grandprix in dit voornamelijk uit Engelsen bestaande team. 

Het is best spannend om op zo’n rijdende trein te springen, want de meeste cameracollega’s in deze crew filmen niks anders dan autosport. Zij doen allemaal bijna alle races in het seizoen en de meeste cameramannen doen dit al jarenlang. Ik sprak een collega die al sinds 1998 betrokken is en die niet veel races heeft gemist. Het is voor hen een ‘way of life’. Zij weten precies welke coureur hard gaat en hoe je een razendsnelle ‘whippan’ met je camera kan maken als de bolides met bijna 300 kilometer per uur voorbij flitsen. 

Ik moet toch iedere keer weer even het wiel voor mezelf uitvogelen. Hoe sta je het lekkerst om zoveel mogelijk auto’s te kunnen volgen? Waar positioneer je de viewer, welke stap moet je maken en op welk moment beweeg je mee? Wat is het moment van uitzoomen, weer inzoomen en hoe snel moet je dat doen? Alle communicatie is in het Engels, dus je moet wel even snappen wat ze bedoelen met allerlei heel specifieke kreten en je moet je goed concentreren op welke rijders ze in de uitzending volgen of gaan volgen. Je hoort twee druk pratende regisseurs door elkaar. Eentje schakelt alleen de camera’s langs de baan en de tweede mixt dat signaal in Engeland met alle onboards, het helikoptershot, de draadloze camera’s in de pitstraat, herhalingen en de graphics. Dat wil ook zeggen dat niet elke keer, als het rode lampje in mijn zoeker gaat branden, mijn shot de uitzending haalt. Het meeste doe je voor niets, in de hoop dat een rijder een foutje maakt en je een mooie ‘replay’ krijgt. Maar de concurrentie is groot. Elke bocht wordt vanuit meerdere hoeken in beeld gebracht, elke auto heeft meerdere camera’s aan boord en in de lucht hangt een helikopter met een cameraman die alles op zeer spectaculaire wijze volgt. Het gaat allemaal razendsnel. De lat ligt hoog. Daar doe ik zelf graag aan mee, want ik wil natuurlijk dat die Engelsen tevreden zijn over mijn werk en mij het volgend jaar weer inhuren. 

Dit jaar is het volgens mij aardig gelukt. Ik stond op een nieuwe positie. Camera 19, waar ze het stadion inreden, bij de S-Bocht. Daar was het filmen iets gecompliceerder dan op de plek waar ze mij de afgelopen drie jaar op hadden ingedeeld. De racewagens kwamen nu op slechts een paar meter voorbij en dus moest ik veel harder meezwiepen met mijn telelens. 

Het is grappig dat wanneer je de uitzending later terugkijkt, je pas goed ziet hoe snel er geschakeld wordt, hoe kort je shot staat en hoe vaak jouw camera ook wordt overgeslagen. Ik denk als ik in het hele weekend effectief een paar minuten gebruikt ben, dat ik in mijn handen mag wrijven. Misschien is het daarom extra zuur dat uitgerekend dat ene shot in de laatste ronde net niet 100% was, omdat ik een milliseconde te laat reageerde met inzoomen en net iets wijder eindigde dan me (achteraf) lief is. Al weet ik ook vrij zeker dat ik de enige ben die het gezien heeft en dat het de andere 80 miljoen kijkers niet is opgevallen.

Het waren vier intensieve en lange dagen in Zandvoort. Het was een nat, winderig, zwaar en cameratechnisch best een spannend weekend, maar ik kijk er weer met heel veel plezier op terug. 




vrijdag 9 september 2022

track camera

 

Achter de camera’s, die langs het circuit staan opgesteld voor de wereldwijde televisie-uitzendingen van de Formule 1, is van glitter en glamour geen sprake. De operators staan op kleine platformpjes, achter een stevig hek en met slechts een beetje beschutting, tegen zon, wind of regen, van een paar zeilen die ze zelf hebben opgehangen. Het zijn lange dagen. Niet zelden gaat de wekker tussen vijf en half zes. Voor dag en dauw vertrekt de bus bij het hotel. Op vrijdag, zaterdag en zondag worden ze voor acht uur al gedropt op hun positie langs de baan en pas rond half zeven ’s avonds komen de busjes terug om ze weer op te pikken. Rond het middaguur wordt een warme lunch bezorgd. Dat is nieuw en pure luxe in de ogen van de operators die dit werk al jaren doen. In een kleine koeltas hebben ze wat drankjes, een banaantje, een yoghurtje en enkele mueslirepen om de dag verder door te komen. 

De hele dag staan ze op hun poten en volgen ze de raceauto’s die voorbijrazen. Formule 3, Formule 2, Porsche Supercup en natuurlijk de Formule 1. Ook als het rode lampje in de zoeker niet brandt, moeten ze zo geconcentreerd mogelijk blijven meebewegen. Je weet immers nooit wanneer er eentje van de baan stuitert. Alles wordt opgenomen. Elke camera langs de baan, iedere onboardcamera en alle camera’s in de pits. Tussen de verschillende onderdelen kunnen ze even zitten op een camerakist of naar een Dixi lopen. Pas na afloop, in de bus naar het hotel, spreken ze hun collega’s weer, al zijn ze vaak zo uitgeblust dat iedereen dan een beetje voor zich uit zit te staren. 

Ik heb de afgelopen weken veel respect gekregen voor de collega’s die de Formule 1 in beeld brengen. Twee weekenden mocht ik mee met de enorme crew die de ‘worldfeed’ verzorgt. Het zijn voornamelijk Engelsen en een paar verdwaalde Italianen. Zij doen dit met elkaar al jaren en de meesten doen er niet veel andere klussen naast. Het hele jaar reizen ze van circuit naar circuit. Alles wat ze nodig hebben nemen ze zelf mee in grote vliegtuigcontainers. De camera’s, alle kabels, een enorme tent vol moderne techniek en zelfs de steigertjes waarop de cameramensen langs de baan staan. Het is super interessant om van binnenuit te zien hoe deze gigantische operatie in zijn werk gaat. Alles gaat razendsnel. Zelfs het loopje van de bus naar het tv compound. Als je even niet oplet zijn ze alweer gevlogen. Om eerlijk te zijn was ik na Spa en Zandvoort dan ook compleet gesloopt. Het tempo, de stress, lange dagen, de hectiek in de intercom, alle herrie en drukte om me heen…

Maar mij hoor je zeker niet klagen. Het is super tof dat ik na mijn debuut in 2021 weer teruggevraagd ben. Dit is de crème de la crème van de autosport en ook televisie-technisch ligt de lat heel hoog. Miljoenen mensen over de hele wereld kijken mee. Voor zover ik weet is dit het grootste rondreizende tv-circus van de wereld. Het is een hele kluif om mee te draaien in dit team van specialisten. Zij kennen àlle kneepjes van het vak, zien mijlenver van tevoren aankomen wanneer er iemand van de baan gaat schieten en kennen niet alleen de sterren van de Formule 1, maar ook het hele rijdersveld van de andere raceklassen die voorbijrazen. 

Tijdens de live-uitzendingen gaat het vooral om communicatie. Dat gaat er heel anders aan toe dan bij alle andere sporten die ik ooit gefilmd heb. Er zijn twee regisseurs. Eentje voor alle camera’s langs de baan. Dat noemen ze de ‘trackdirector’. Hij is aanwezig op het circuit en heeft direct contact met alle camera operators. Het zijn er gemiddeld een stuk of vijfentwintig. Daarnaast heb je de eindregisseur en die zit tegenwoordig in de Engelse thuisbasis van de Formule1, naast een klein vliegveld in Biggin Hill. Hij schakelt op afstand tussen de ‘trackfeed’, de camera’s in de pitlane, een helikopter, de flycam en alle onboards. Ook bepaalt hij welke herhalingen er getoond moeten worden en voegen ze daar alle graphics toe. 

De twee regisseurs hebben allebei iemand naast zich, die in overleg kiezen welke gevechten op de baan of verhalen in de pitlane belangrijk zijn voor de uitzending. Alle vier die stemmen hoor je als camera operator via je koptelefoon en dat is behoorlijk druk op spannende momenten. Zeker bij de start en wanneer er veel gekke dingen tegelijk gebeuren. Het gaat van het ene gevecht naar het andere en dus moet je achter de camera precies weten waar ze zitten en welke rijders gevolgd moeten worden. Het is zeker niet zo dat je altijd met de eerste mee kan zwiepen. Bovendien rijden ze op een korte baan, als die in Zandvoort, al heel snel door elkaar. Dan komen ze niet meer in de juiste volgorde aan je neus voorbij.

De cue’s die de regisseurs geven zijn gelukkig meestal superduidelijk. Bovendien kan je ‘extern’ kijken. Door op een knopje te drukken zie je in de zoeker welk beeld er in de uitzending is. Zo kan je kijken welke auto’s gevolgd worden door de camera’s die voor je staan. Dat helpt enorm, maar het blijft snel schakelen.

De kick is groot als het uiteindelijk allemaal klaar is en goed is gegaan.

 

Inmiddels is die hele crew alweer volop in actie op het circuit van het Italiaanse Monza. Zondagmiddag lig ik lekker op de bank met een biertje. Ik zal met plezier, maar vooral ook met veel waardering naar hun fantastische beelden kijken. 





donderdag 24 maart 2022

veranderen

 

Ik dacht dat ik de enige was die moeite had met veranderen. Het afgelopen weekend bleek maar weer dat het menselijk is. Wij houden niet van veranderingen. ‘Iets nieuws doen’ is in ons landje ongelofelijk lastig. Kijk maar eens op de ‘socials’ naar alle reacties op de komst van ViaPlay in Nederland. De nieuwe rechtenhouder van Formule1 had andere plannen, wilde zonder Olav Mol en Jack Plooij verder, koos voor een meer journalistieke koers en kreeg vervolgens de hele strontkar over zich heen. Veel raceliefhebbers gaven de streamingdienst geen kans. Nog voor ze goed en wel waren begonnen regende het kritiek, vooroordelen en boosheid, maar zonder argumenten. Het leek veel op de hetze die ooit werd gevoerd tegen Sport7, alleen hadden we in 1996 nog geen Twitter en Facebook om onze ongenuanceerde onvrede te uiten.

 

Ook ik heb de Formule1 leren kennen dankzij Olav Mol. Toen ik in september 2000 voor het eerst met hem en Jack Plooij mee op reis mocht kreeg ik een persoonlijke rondleiding van Ollie door de pits in Indianapolis. Geduldig legde hij in Jip en Janneketaal uit waar je op moest letten als cameraman en hij maakte mij gelijk enthousiast voor deze tak van autosport. Daar draaide het toen nog om namen als Michael Schumacher, Mika Häkkinen, Jacques Villeneuve, Rubens Barrichello, David Coulthard en natuurlijk onze eigen Jos Verstappen. In de jaren daarna ben ik bijna vijftig keer met de mannen op pad geweest en ik moet zeggen dat ik louter goede herinneringen heb aan al die reisjes rond de wereld. Wat heb ik veel lol gehad met deze vakmensen. Ook voor mij is de stem van Olav onlosmakelijk verbonden met deze sport. 

Wat mij betreft becommentarieert Olav Mol de Formule 1 tot in de eeuwigheid, maar de Zweedse rechtenhouder kiest voor een andere benadering. Daar hebben ze vast en zeker goed over nagedacht. En dus denk ik dat we dit best even het voordeel van de twijfel kunnen geven. Niet gelijk de deur dicht smijten, maar eens een paar races aankijken wat er gebeurt. Zelf een gefundeerde mening vormen, in plaats van nablaten wat anderen te mekkeren hebben. Het leven wordt bovendien een stuk leuker als je op zoek gaat naar de positieve punten, in plaats van je ongelofelijk opwinden over alles wat niet deugt. Zeker als je er toch geen directe invloed op kan uitoefenen. Boosheid is verspilde energie.

Het verbaast mij dat ook mensen waarvan ik denk dat ze doorgaans nuchter en redelijk zijn zich direct al aansluiten bij het trollenleger dat ViaPlay zo snel mogelijk de nek wil omdraaien. Zelfs serieuze en ervaren televisiemakers (ver)oordelen heel snel. Collega’s, die juist zouden moeten weten hoe lastig het is om met iets nieuws te beginnen en die vast wel eens ervaren hebben dat dit altijd even tijd nodig heeft. 

Ik denk dat je voorzichtig moet zijn met het uitspreken van de gedachte dat dit nooit iets kan worden. Als ik bij ViaPlay zou werken, dan zou ik hier en daar wat screenshots van deze Twitter, Facebook en LinkedIn-berichtjes bewaren, voor het geval zulke uitgesproken mediamakers zich over een tijdje melden bij een sollicitatie, met een programmavoorstel of een andersoortig verzoek.

 

Nogmaals, ik heb helemaal niks tegen de mensen die nu nog voor Ziggo werken. Integendeel! Daar zitten vrienden voor het leven bij en die gun ik natuurlijk alle geluk van de wereld, maar als kijker vind ik het prima dat er iets te kiezen is. Dat houdt iedereen scherp. Het is niet óf-óf, maar én-én. Een win-win situatie. 

Dus niet gelijk zo boos allemaal… 

Adem in. Adem uit.





donderdag 9 september 2021

racebaan

 

Ergens heb ik gelezen dat het wereldwijde aantal kijkers per Formule 1 race ongeveer 88 miljoen is. Naar de Grandprix van Hongarije keken in 2020 zelfs meer dan 103 miljoen mensen. Daar kan ik nu beter even niet aan denken. Het is al spannend genoeg. 

Zandvoort, zondagmiddag. Ik zit op een camerakist in een klein tentje langs de baan. Eet een broodje en drink een blikje cola. Het uitzicht is bocht 9. Voor me staat camera 17. Hiermee ga ik vanmiddag mijn debuut maken als ‘trackcameraman’ bij de Formule 1. Dit mooie apparaat heeft haar hele leven niks anders gezien dan circuits en autosport. De vorige week stond ze nog in de regen van Spa-Francorchamps en over een paar dagen is ze alweer op Monza. Formula One Management is de eigenaar van deze camera en dit weekend ook mijn opdrachtgever. Het is de organisatie achter de Formule 1 en zij produceren hun eigen tv-registraties. Die content verkopen ze aan tv-stations over de hele wereld. Zo kan het dat alle raceverslagen er qua ‘look and feel’ ongeveer hetzelfde uitzien. 

Een grote crew, voornamelijk Engelsen, reist met elkaar de wereld rond om deze sport in beeld te brengen. Dit weekend heeft één Nederlandse cameraman de unieke kans gekregen om mee te draaien in dit fantastische team. 

Eerlijk gezegd maak ik me best een beetje zorgen over deze klus. Het in- en uitzoomen, scherpstellen of het van rechts naar links zwenken, is niet het probleem. Dat is mijn vak. Het hele weekend heb ik kunnen oefenen tijdens vrije trainingen, kwalificatie en de races van Formule 3, de W Series en de Porsche Supercup. De snelheid waarmee de racewagens voorbijkomen is ook te overzien. Het lastige van deze klus zit hem in de communicatie, het anticiperen op wat er gebeurt en dat je razendsnel moet schakelen. Ze willen dat je zoveel mogelijk racewagens volgt, want op ieder moment kan er een crashen. Als iemand voor je neus spint, móét je het hebben. In de uitzending volgen ze specifieke auto’s. Op de momenten waarop die voorbijkomen word je ‘on-air’ geschakeld. Daarom is het belangrijk dat je altijd precies weet bij welke rijder of welk gevecht ze in de uitzending zitten. Zodra die om de hoek komt moet je er in een split-second bovenop zitten. De ene keer close en als ze in een duel zitten juist wat ruimer in het kader. Teammaatjes komen soms vlak na elkaar of er schiet een andere racewagen, die er qua kleurstelling een beetje op lijkt, door je kader. Dan is het killing als je met de verkeerde mee gaat. De regie schakelt van gevecht naar gevecht. Na een aantal ronden en de eerste pitstops rijden alle auto’s door elkaar. Daardoor wordt het best onoverzichtelijk. Gelukkig kunnen ze in de regie met behulp van GPS zien wie waar rijdt. Alle communicatie is echter in het Engels en ook dat gaat soms razendsnel. Concentratie is hier dus het toverwoord.

 

In september 2000 werd mij gevraagd of ik een week later met, Olav Mol en Jack Plooij mee wilde naar de Grandprix van Amerika, op de Indianapolis Motor Speedway. Dat leek mij hartstikke leuk, maar ik wist werkelijk niets van de sport. Ik kende Michael Schumacher en Jos Verstappen, meer niet. Gelukkig vonden de mannen van RTL GP sociale vaardigheden en camera technische skills op dat moment belangrijker dan kennis van autosport. Olav gaf mij een uitgebreide rondleiding in de pitstraat, waarbij ik compleet werd overrompeld door alle details. Later die dag moest ik een shot maken van Jenson Button en kwam ik terug met vier minuten materiaal van Ralf Schumacher. Dat stond ook met koeienletters boven zijn pitbox. Gelukkig konden de heren er om lachen. Vervolgens werd ik voorgesteld aan Rick Winkelman en Frits van Eldik van het tijdschrift RaceReport, die mij een beetje op sleeptouw konden nemen. Volgens hen hoefde ik heus niet elke keer te filmen als Jos Verstappen een rondje ging rijden met zijn Arrows, maar toen ik mijn camera vervolgens op de grond liet staan sloegen opeens de vlammen uit zijn motor.

Het is een klein wonder dat ik daarna nog achtenveertig keer met de heren mee mocht. We vlogen van Melbourne tot aan Sao Paulo, van Barcelona naar Silverstone. Het was altijd een feest om ergens op de wereld in de paddock van de Formule 1 te lopen. Ik filmde vooral interviews en maakte beelden in de pits of in de paddock. Het waren de jaren van Ferrari, Jos Verstappen en Robbert Doornbos. Op zondagmiddag deden we live de gridwalk, maar verder mocht ik nooit langs de baan komen. Dat werd voor mij een bucketlist-dingetje. Zeven jaar lang heb ik ongelofelijk veel plezier de Formule 1 gehad, maar toen werd ik vader en vond ik het belangrijker om meer thuis te zijn. Mijn vijftigste grandprix heb ik net niet gehaald. 

Tot nu. Veertien jaar later.

 

De uitzending is begonnen. Onze ‘worldfeed’ is te zien in alle landen waar ze van autosport houden. Ik maak beelden van een volle tribune. Het is feest op Zandvoort. Oranjevlaggen, oranje capes en oranje rookpluimen. Zojuist kwam Max Verstappen voorbij voor zijn ‘formation lap’. Het rode lampje in mijn zoeker lichtte op. Het publiek ging uit zijn dak. Ik had heel even kippenvel.

 

Mijn dochter ging de vorige week voor het eerst naar de middelbare school. Omdat ze was uitgeloot bij de school van haar eerste keuze, kwam ze terecht in een klas waar ze niemand kende. Dat was super spannend voor mijn lieve kleine meisje. ’s Avonds moest ik me melden in het hotel waar de F1 crew in een coronabubbel zat en voelde ik me ook even een onzekere brugpieper. Alle andere cameramensen kenden elkaar al jaren en iedereen wist precies wat er verwacht werd. Voor mij was alles nieuw. Om eerlijk te zijn maakte ik me al een paar weken druk voor dit moment. Maar deze Engelse crew is een grote familie. Die gasten zijn super vriendelijk, uiterst correct en buitengewoon behulpzaam. Ze gunnen het elkaar en ze gunden het mij. Vanaf de eerste minuut werd ik in het team opgenomen alsof ik er al jaren deel van uitmaakte. Ze vroegen om beurten of ze me nog ergens mee konden helpen, gaven praktische tips en tricks, wensten me ‘good luck’ en ‘lots of fun’. Dat lijkt normaal, maar toch kunnen we daar in Nederland soms nog iets van leren. Positief, uiterst correct en vooral super attent.

 

Tijdens de race moet ik me zo focussen op mijn job, dat ik geen tijd meer heb om na te denken over kijkcijfers, druk of de gevolgen van een misser. Er zijn twee regisseurs die dit programma maken. Eentje is hier in Zandvoort en hij schakelt alle camera’s die langs de baan staan. Dat noemen ze de ‘trackfeed’. In Engeland zit de eindregisseur die de onboard camera’s, de camera’s in de pitlane, de helikopter, de herhalingen en alle graphics toevoegt. Daar maken ze het uiteindelijke programma. In mijn zoeker zie ik natuurlijk het beeld van mijn eigen camera, maar om te weten waar we zijn kan ik ook de ‘trackfeed’ bekijken. Onder een andere knop heb ik het eindproduct, maar daar kom ik amper aan toe. Als ik voor het eerst op mijn ‘return B’ druk om te zien welke rijder op de vierde plek rijdt en om te zien hoeveel ronden we nog moeten, blijkt dat we al in de 62e ronde zitten. Het is al bijna afgelopen. Ik voel opluchting, omdat het tot nu toe foutloos gaat, maar ook teleurstelling, omdat dit voor mij nog wel even mag duren. Het geeft een enorme kick dat alles, na een weekend hard werken, op zijn plaats valt.

 

Om 16.49 uur wint Max Verstappen de eerste Grandprix van Zandvoort sinds 1985. Ik ben erbij. In zijn uitloopronde word ik nog één keer geschakeld. Dan is het klaar voor camera 17. Het is goed gegaan en ik heb de neiging om net zo uitzinnig te reageren als het oranje legioen op de tribune voor me. Alles valt op zijn plek. Wat een geweldige ervaring. Een van de coolste dingen die ik in mijn lange carrière heb gedaan. Misschien juist wel, omdat ik me er vooraf zo druk over heb gemaakt. 

Een hele dikke groene vink op mijn bucketlist.




 

woensdag 1 september 2021

Sorry, sorry, sorry

 


Soms moet je ergens op terug komen en je ongelijk toegeven. Dus ook ik, vandaag. Hierbij wil ik mijn excuses aanbieden aan Zandvoort en alle mensen die daar wonen. Dat doe ik vanwege een stukje dat ik vijftien jaar geleden op dit weblog plaatste, vlak voor de eerste A1 grandprix op het circuit van Zandvoort. Ik schreef letterlijk dat het Formule1 circus daar nooit van zijn lang-zal-ze-leven-in-de-gloria zou terugkeren. Inmiddels kunnen we wel zeggen dat dit een grove misrekening was. Maar ja, op het moment dat ik dit schreef was Max Verstappen acht jaar oud… Wist ik veel.


Dus: Sorry, sorry, sorry!

 

 

dinsdag 26 september 2006

grauw, grauwer, Zandvoort

Zandvoort. Op het circuit wordt hard gewerkt om alle faciliteiten tijdig klaar te hebben voor het A1GP spektakel van het komend weekend. Buiten de poort is de verlaten badplaats even treurig als altijd op dinsdagmorgen.

Enkele horecagelegenheden maken bescheiden reclame met een speciaal A1-menu. Ze hebben grote beeldschermen voor onfortuinlijke bezoekers die geen kaartje meer kunnen bemachtigen. Een café heeft boven de deur een bord gehangen met de originele tekst: 'ingang voor pitpoezen'. Verder heb ik in de wijde omtrek van de kustplaats geen enkele verwijzing gezien naar het grootste autosportevenement in Nederland sinds de laatste Grote Prijs Formule1 in 1985. Geen reclamebord, geen wegwijzer, geen promodoek of vlag. Helemaal niets.

Je hoeft niet goed te kijken om te zien dat deze plaats een grondige opknapbeurt kan gebruiken. Zeker als donkere wolken boven het strand tegen elkaar schuiven. Dan verdwijnt ook het laatste restje kleur.

Mensen met enig gevoel voor smaak mijden deze plek. De oude flats in het centrum, de lelijke naoorlogse huizen en appartementen. Om maar niet te spreken over verouderde hotels, het afgebladderde vakantiepark, historische souvenirwinkeltjes en strandtenten die fungeren als hangplek voor boeven, schorem en ander gepeupel. Het is niet gek dat in Zandvoort voornamelijk racefans en Duitsers komen.

Na een tosti-lunch in het centrum hebben we het circuit geïnspecteerd. Ik was al lang niet meer in de Tarzanbocht geweest en het viel mij niet mee. Als je kijkt met in het achterhoofd de nieuwe racebanen van Istanbul, Sepang, Manama of Shanghai, dan heeft Zandvoort een Mini Mouse circuit. Iedereen die realistisch is weet dat het Formule1 circus hier nooit van zijn lang-zal-ze-leven-in-de-gloria terug zal keren. Alles is te klein. Verbouwen lijkt mij geen optie.

Met een beetje hulp van Balkenende IV kunnen Nederlandse racefans beter een prachtige baan aanleggen rond Walibi World in Biddinghuizen. Het test circuit voor Spyker F1, dicht bij de fabriek in Zeewolde. Legio mogelijkheden om de bereikbaarheid te verbeteren, geen parkeerproblemen meer, kansen voor een helikopter luchtbrug en desnoods krijgt de nieuwe baan exact dezelfde lay-out als het rondje in Zandvoort. Nooit meer gedoe met geluidsdagen.
Ik stel voor om na dit weekend gelijk te beginnen. Het Circuit Park gooien we zondagmiddag plat, de duinen geven we terug aan de milieubeweging en Zandvoort aan de Duitsers. 




 

maandag 23 september 2019

Holy Moly

Johoo, johee! Dit weekend, tijdens de Grandprix van Singapore, gaf Olav Mol voor de 500e keer het commentaar bij de Formule1. Dat is, om met zijn eigen woorden te spreken, fucking bizar. Al vanaf Monaco 1991 reist hij met het Formule1-circus over de wereld. Het is dus niet alleen 1000 keer een kwalificatie of race becommentariëren, maar ook elke keer een kleine week van huis. Hij heeft ontelbaar veel uren in vliegtuigen doorgebracht, kilometers in huurauto’s en nachten in hotelbedden. Hoelang heeft de goede man in een klein hok zitten turen naar een paar monitoren met een microfoon voor zijn neus en alles gezegd wat in hem opkwam? Want dat is het mooie van Olav; hij is recht voor zijn raap en denkt wat hij zegt. 
Ik heb het grote voorrecht gehad om precies 10 procent van die F1-reizen met Olav Mol Travels mee te maken. Dat is wel alweer lang geleden, in de tijd dat ze nog met zwart-wit auto’s reden. Om precies te zijn heb ik tussen 2000 en 2007 vijftig keer de rol van cameraman in zijn team mogen spelen. Het waren de jaren van Michael Schumacher. Ik was erbij toen Jos Verstappen nog reed en mocht filmen hoe Christian Alberts en Robert Doornbos voor het eerst instapten. Tijdens de beroemde bandenrace van Indianapolis, waarbij slechts zes wagens van start gingen, stond ik in de pits. Wat wij maakten werd nog uitgezonden door RTL en later door SBS6.  
Toen ik kinderen kreeg ben ik gestopt met al dat reizen en is het contact tussen Ollie en mij verwaterd, maar ik weet zeker dat we probleemloos verder zullen gaan waar we gebleven zijn als we elkaar weer eens ergens tegenkomen. Ook heb ik zo’n vermoeden dat er niet veel veranderd is in de manier van werken tijdens een grandprix. Dus durf ik te beweren dat ik weet hoe Olav Mol dit werk, na al die jaren, nog steeds met zoveel passie en plezier volhoudt. De truc is simpel; heel veel lachen.
Ik herinner me vooral dat we altijd en overal lol hadden met elkaar. Er werd ontzettend veel gelachen op reis. Iedereen in het paddock en op het tv-compound van de Formule1 wist dat die Nederlanders een beetje gek waren en voortdurend iedereen in de maling namen. Elke dag maakten we ontzettend veel grappen en beleefden we nieuwe debiele avonturen. De meeste grappen waren overigens ontzettend slecht, maar als je er genoeg maakt, zit er ook altijd wel een hele leuke tussen. Ik kan me zo een stuk of tien momenten voor de geest halen waarbij de tranen van het lachen over onze wangen rolden. De meeste grappen of hilarische gebeurtenissen zijn zo simpel dat je er echt bij moet zijn geweest. Sommige verhalen zijn ook een tikkeltje kinderachtig of flauw. Hier en daar ietwat baldadig. Een enkele keer zelfs persoonlijk. Iedereen was wel een keer aan de beurt of ‘het bokkie’ zoals Olav dat dan noemde. Zulke verhalen kan ik hier niet opschrijven, maar ik vond op mijn weblog wel een typische anekdote uit 2006. Een voorbeeldje van wat je zoal meemaakt als je met Olav Mol op reis bent:

We zaten met een groep Formule1-collega's op het terras van een duur restaurant in de haven van Beaulieu, niet ver van Monaco. Ik moest nodig plassen. Op het toilet trof ik Olav Mol die net zijn handen had gewassen. In het voorbij lopen waarschuwde hij me voor een klemmende deur. Terwijl de vriendelijke commentator weer naar buiten liep gaf ik een stevige ruk aan de deurkruk. Deze deur klemde inderdaad behoorlijk.
Mijn hand schoot hard naar achteren. In al mijn enthousiasme had ik het sluitwerk van de deur kapot getrokken en daar stond ik met een losse klink in mijn hand. De andere helft hoorde ik in het toilet op de grond kletteren.
'Hey!' riep iemand in het kleine kamertje.
Ik had er even geen rekening mee gehouden dat er na Olav al iemand anders naar het toilet was gegaan. De klemmende deur had dus ook nog op slot gezeten.
Na de eerste schrik probeerde ik snel de schade te herstellen. Opgelaten bestudeerde ik hoe de handgreep snel teruggeplaatst moest worden, zodat de deur weer open kon.
Precies op het moment dat ik geconcentreerd met mijn oog op klinkhoogte keek, kreeg de man aan de andere kant last van claustrofobie. Hij raakte nogal in paniek. Waarschijnlijk, omdat hij mij even niet meer hoorde en geen idee had waarom de kruk van de deur was getrokken. 
Waarschijnlijk heeft het er niets mee te maken, maar op het terras waren we de bekende drugsdealer Charles Z. tegengekomen. Het was dus geen toilet waar louter frisse mensen kwamen. 
Met een ferme trap werd de deur van binnenuit geforceerd. Krakend braken de scharnieren af. Een deel van het kozijn kwam naar buiten en met grote snelheid vloog de deur open. Heel hard tegen mijn voorhoofd. Een grote, sterke kerel in zwart leren jack kwam uit het toilet, keek boos naar me, mompelde iets in onverstaanbaar Frans en liep vervolgens snel weg.
Natuurlijk was ik geschrokken en het deed behoorlijk pijn, maar het ergste vond ik de schade die ik had aangericht. Ik geloof dat ik zonder plassen weer naar buiten ben gelopen, waar mijn collega’s langdurig en heel hard hebben lachen om mijn verhaal. Niemand die zich bekommerde om de dikke bult die groeide en gloeide.


Olav, gefeliciteerd met je 500e grandprix! Eerlijk gezegd mis ik de reizen met jullie, met al die doldwaze avonturen en matige grappen, af en toe best wel. 





donderdag 12 juli 2018

cameraman op pik getrapt


Ja, joh. Wat maakt het uit. Geef ons maar de schuld. Nu heeft de cameraman het weer gedaan. Natuurlijk. Het kon niet uitblijven. Na het afschaffen van de gridgirls, die hele #metoo-affaire en de discussie over de badpakkenronde bij de Miss Verkiezingen moest het moment komen waarop de cameraman aan de beurt was. Aan de schandpaal met die viespeuken! Want ja, zij filmen de hele tijd ongevraagd mooie meisjes en dat kan uiteraard niet meer. Gatverdamme. Bah. Mooie vrouwen in beeld. Nee, foei!
We gaan het voortaan klokken. Vanaf nu evenveel dikke mannen, oude opa’s en foeilijke puistenkoppen in beeld. Genderneutrale tussenshots. Bij elke talkshow zwaargewichten op de eerste rij. Tijdens het voetbal laten we alleen nog de lelijkerds zien die in hun blote bast en met mislukte tattoo’s staan te schelden en schreeuwen, want dat is wat het is. Stel je voor dat we anno 2018 nog laten zien hoe mooi vrouwen kunnen zijn, dan wekken we de indruk dat zij niets meer zijn dan alleen maar mooi en dat mag niet langer van de FIFA. 
Mensen we slaan door! De wereld is knettergek geworden.

Tussen 2000 en 2009 mocht ik voor RTL en SBS6 naar de Formule1. Tijdens de vijftig grandprix die ik heb gedaan maakten we altijd een clipje op muziek. Die filmpjes werden een stuk leuker als we tussen de banden, uitlaten, vleugels, helmen en roodharige Engelse monteurs in korte broeken ook mooie vrouwen in beeld namen. Slechts één keer heb ik het gewaagd om uitsluitend karakteristieke koppen van racefans te filmen en dat heeft bijna geleid tot mijn ontslag. Nog steeds als ik collega’s uit die tijd tegen kom werpen ze mij voor de voeten dat ik het liefst bejaarden film. Dat heb ik slechts één keertje gedaan. En daar heb ik daar spijt van als haren op mijn hoofd. Naar die programma’s keken nou eenmaal voornamelijk mannen en mannen kijken graag naar mooie vrouwen. Dat is de natuur. Of gaan we nu ook alle mannetjes eenden verwijten dat ze in de vijver niet langer naar de mooie bruine veertjes van vrouwtjes eenden mogen kijken? Vragen we straks aan vrouwelijke gnoes of ze hun wulpse lange benen voortaan beter willen bedekken, omdat anders die mannetjes gnoes te hitsig worden?
Als ik publiek moet filmen, dan film ik het liefst mooie mensen. Kleine kinderen doen het altijd goed, blije en lachende mensen. Meezingers. En… ik durf het bijna niet te zeggen… mooie vrouwen. Daar is wat mij betreft niks seksistisch aan. Tenzij die dames zelf hun kleren uittrekken zodra er een lens op ze gericht wordt. Dat komt ook voor. Maar meestal gaat het om blije gezichten van jongere dames. Die doen het goed. Als je bijvoorbeeld tijdens Pinkpop een publiekscamera doet, dan word je nou eenmaal sneller geschakeld als je een lachend, klappend of zingend meisje in beeld neemt. Echt niet omdat de regisseur zo'n geile beer is, maar omdat iedereen daar juist vrolijk van wordt. Net zo goed als dat een extreme close-up meer indruk maakt dan een laf mediumshot. En ik heb nieuws voor je, ook vrouwelijke regisseurs schakelen sneller naar een knappe dame dan naar een willekeurig mannelijk stuk saggerijn in het publiek.
Dus geef nou niet gelijk de cameramensen de schuld en doe niet zo moeilijk. Natuurlijk speuren wij naar knappe koppies en de cameraman (of vrouw!) die het mooiste meisje in beeld neemt is na afloop de kampioen van de avond, maar diezelfde cameramensen maken ook de tussenshots van een oerlelijke Poetin op de tribune, van de FIFA bobo’s en van de trainer die in zijn neus pulkt. Van die dikzak met zijn trommel en van de broer van de keeper. Als er mensen echt serieus problemen mee hebben dat er teveel mooie mensen of vrouwen in beeld komen, dan zijn dat in mijn ogen ongelofelijke sneuneuzen. Ik vrees dat dit ‘stuk’ voor ‘stuk’ types zijn die eens iets anders aan moeten trekken, wat vrolijker moeten kijken en die eventueel een paar pondjes mogen afvallen. Dan komen zij ook heus wel eens in beeld. Nee, het zijn gewoon humorloze en jaloerse figuren. Rot toch op met je seksisme en emancipatie. 
Waarom ik zo fel ben? Omdat cameramensen altijd achtergesteld worden en overal de schuld van krijgen. Ze worden zwaar onderbetaald ten opzichte van andere beroepsgroepen en niemand lijkt rekening te houden met het feit dat cameramensen ook gevoel hebben. Dus blijf met je corrupte FIFA-tengels af van de cameraman, anders zullen wij niet alleen de mooie meisjes negeren, maar ook eens een paar doelpuntjes of sponsornamen buiten beeld houden. 



zondag 11 februari 2018

#ikheb

Pitspoezen, walk-on-girls en rondemissen verdwijnen, maar over achtergrond danseresjes in korte glitterrokjes wordt gelukkig (nog) niet gediscussieerd. Zaterdagmorgen, bij de opening van Vastelaovend in de Zoepkoel te Venlo, betraden de meisjes van TamDance onbedreigd het podium. Deze vrolijke dames mochten de optredens opleuken van artiesten die wereldberoemd zijn in Limburg. Op mij kwam het over alsof ze niet werden gedwongen. Het zag er allemaal behoorlijk enthousiast, gezond en gelukkig uit.
In principe is zo’n dansgroep een genot voor elke cameraman. Het is dankbaar om te focussen op huppelende meisjes met wapperende haren. Dat levert doorgaans sfeervolle beelden op die door regisseurs (mannen én vrouwen) altijd direct worden gebruikt. Een televisie-uitzending wordt er leuker van. Mensen kijken kennelijk graag naar meisjes die goed kunnen dansen.
Alleen. Ja. Ehm… Hoe zal ik het zeggen? Anno 2018 sta je daar als blanke, dikke, kale cameraMAN van 45 toch met een iets ander gevoel. Ergens in je achterhoofd spookt het idee dat je ieder moment de pineut kan zijn. Wanneer staat er iemand op die er iets van vindt dat jij met je groothoeklens dicht op al dat vrouwelijk schoon kruipt? Mag je nog wel close op de gymschoenen beginnen en langzaam je camera optillen, om een beweging te maken langs strakke springende benen? Om over billen en borsten in dat glitterpakje nog maar te zwijgen. Wat is nog gewoon je werk doen en wanneer wordt het seksistisch? Die grens is tegenwoordig flinterdun. Één lullige foto -vanuit een ongelukkige hoek genomen- op social media en je bent trending topic met je geile videocamera.
Een paar jaar geleden was je nog een bofkont als je op de grid bij de Formule1 de modellen mocht filmen, die daar mooi stonden te wezen met een bordje in hun handen. Nu loop je het risico te worden uitgemaakt voor smeerpijp. Maar als je té voorzichtig bent met het aanschieten van knappe dames en niet genoeg ‘lekkere shots’ aanbiedt word je in mijn wereldje weer uitgemaakt voor cameraman zonder ballen. Het is een wankel evenwicht.
Een van die danseresjes draaide zich om in de richting van de camera, zocht met haar blik de lens en keek heel even zo spannend mogelijk om zich daarna weer snel te voegen in de afgesproken choreografie. Verleidelijk? Ik durf het bijna niet te zeggen. Het was iets tussen haar en mij. Verder heeft niemand er iets van meegekregen, want de regisseur was net een fractie van een seconde te laat met schakelen.
Het is een spel. Die dansmeisjes hebben de camera nodig en de camera heeft zulke dartelende schoonheden nodig. Zolang we keurig om elkaar heen draaien is er niets aan de hand. Ik hoop dat dit gewoon kan blijven bestaan. Dat ik tijdens zo’n optreden wel eens een fractie te dichtbij kom en zo’n dansmeisje met mijn camera heel even aantik heeft niets te maken met gretigheid. Na al die jaren kan ik nog steeds niet goed inschatten hoe wijd een groothoeklens is, maar het heeft vooral te maken met het feit dat ik behoorlijk a-ritmisch ben en nooit precies weet wanneer zij naar voren of naar achteren zullen springen. In het geval van afgelopen zaterdag kan ik ook de schuld geven aan de podiumbouwer die ons heel weinig speelruimte had gegeven.




woensdag 25 oktober 2017

mongool

Ook ik was zondagavond perplex toen Max Verstappen een tijdstraf van 5 seconden aan zijn raceoverall kreeg voor het, op spectaculaire wijze, inhalen van Kimi Räikkönen in de allerlaatste ronde van de grandprix van Amerika. Ik vond nog dat Verstappen verdacht rustig bleef op het moment dat ze hem vertelden dat hij geen derde, maar vierde was geworden. Heel netjes was het overigens niet van de organisatoren, dat ze wèl in de gelegenheid waren om de Fin van Ferrari helemaal naar het podium te halen, maar dat niemand onze Max even apart kon nemen om hem te informeren over die belachelijke wijziging in de uitslag. Heel de wereld wist wat er aan de hand was, behalve Max. Die vergat pardoes zijn helm en liep beteuterd de trap af richting paddock.
Hoeveel tijd er zat tussen dat wegloopshot en het opgenomen interview bij Ziggo-verslaggever Jack Plooij weet ik niet, maar heel lang kan het niet geweest zijn. De teleurstelling bleek inmiddels omgezet in boosheid en de Limburgse coureur was er kennelijk van overtuigd dat er een mongool schuld had aan deze idiote beslissing. Een eikel, probeerde de interviewer nog. Mongool, herhaalde Max.
Thuis op de bank is het makkelijk om iets te vinden van zulke uitspraken. Het leek mij niet heel diplomatiek en ik wist gelijk dat dit een relletje zou opleveren, maar ik had ook alle begrip voor de woede van Verstappen. Als we allemaal heel afgewogen gaan reageren wordt de wereld wel liever, maar misschien ook saaier. In eerste instantie leek het mij vooral een onhandige uitspraak in de richting van de FIA stewards en ik dacht dat zij heel boos zouden worden. Aan teleurgestelde mongooltjes dacht ik helemaal niet.
De volgende avond las ik dat met name het AD, De Limburger en L1 zich die dag hadden opgewonden over de krachtterm ‘mongool’. De media hadden een woordvoerder van de Stichting Downsyndroom gevonden, die heel keurig verwoordde dat de uitspraak van Max vervelend kon zijn voor mensen met het syndroom van down. Op Twitter en Facebook vond ik een paar reacties van mensen die het jammer vonden dat Max ‘mongool’ gezegd had.
Nu hoor ik je denken, waarom schrijft Rein hier over? Normaal gesproken schrijft hij alleen over de dingen waar hij zelf rechtstreeks bij betrokken is of over zijn belevenissen in de televisiewereld. Nou, dat klopt. Maar ik heb natuurlijk, in een grijs verleden, vaak genoeg samen met Jack Plooij staan ellebogen bij het interviewvierkantje van de Formule1, om vervolgens een mompelende Kimi Räikkönnen op te vangen. Ik kan je zeggen dat je dan heel blij bent als er een keer iemand staat die duidelijk is en niet blijft hangen in politieke onzin. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen moraalridder ben en stiekem wel kon lachen om de ‘mongool’ die bij Max vanuit zijn tenen kwam. Ik heb ook vaak interviews met Jos Verstappen gedraaid, dus ik weet hoe dicht het appeltje bij de boom is gevallen. Je moet de familie Verstappen nou eenmaal niet boos maken, dat kan iedereen weten.
Daarnaast vind ik dat we tegenwoordig wel heel fijngevoelig reageren met z’n allen. Ik weet niet of we er iets mee opschieten als we ons gelijk aangesproken voelen en boos reageren wanneer kanker, homo of mongool een keer in een opwelling buiten de context gebruikt wordt als scheldwoord. Soms moet je ook iets van je af kunnen laten glijden en het zou zeker helpen als de media niet elk potentieel vuurtje overgieten met de hoeveelheid brandstof waarop Max een halve race kan rijden. In een paar Facebookreacties heb ik het dan ook opgenomen voor Max.
Tot…
Tot ik gisterenmiddag mijn wekelijkse rondje als pauzeouder op het schoolplein maakte. Jongens uit groep 7 en 8, die afgelopen zondagavond heus niet om 23.30 uur nog naar Ziggo Sport zaten te kijken, waren elkaar welgemeend en vrij massaal aan het uitmaken voor mongool. Het woord had in anderhalve dag een complete revival meegemaakt. En als het op het schoolplein van de Apollo11 in De Meern zo was, dan vrees ik dat het op bijna alle andere basisscholen in Nederland ook het geval geweest is. Max heeft een voorbeeldfunctie, of hij nou wil of niet. Honderden, zo niet duizenden, leerkrachten en pleinouders zijn deze week druk met het uitbannen van dit nare scheldwoord. Als Max het zegt is het misschien nog net grappig, maar als kinderen massaal elkaar of zelfs hun leerkrachten, trainers, scheidsrechters en ouders welgemeend gaan lopen uitmaken voor mongool, dan is de humor natuurlijk ver te zoeken. Ik geloof daarom toch dat ik aan mijn vriend Jack Plooij ga vragen of hij het komend weekend samen met Max een filmpje kan opnemen met de betere scheldwoorden voor beginners. Een kleine lieve cursus schelden mét gevoel voor humor. Dan denk ik aan woorden als: Oelewapper, flapdrol, pannenkoek, bosbes, watervlo, halve zool of FIA steward. Ik hoor het Max graag zeggen.