Posts tonen met het label prive. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prive. Alle posts tonen

maandag 18 mei 2026

VKG 75 jaar

 

Ik was een heimweewelp. Vlak voor mijn tweede zomerkamp brak ik mijn pols, waardoor ik niet aan alle activiteiten kon meedoen. Het moet ergens rond 1980 zijn geweest. De lieve leidsters van Scouting Verkenners Kluis Geleen deden hun uiterste best om het mij naar de zin te maken, maar ze konden niet voorkomen dat ik het liefst naar huis wilde. Ik was zo verdrietig dat ze uiteindelijk mijn ouders belden met het verzoek om mij op te halen. Een jaar later was er niets aan de hand, maar had ik opnieuw weinig zin om vijf dagen op kamp te zijn. Liever speelde ik thuis met Playmobil en Lego. Dus trok ik me terug, vond mezelf extreem zielig en jammerde ik net zolang tot de leidsters opnieuw besloten om mijn moeder te bellen. Die vond dat ik het nog even moest proberen, maar daar had deze eigenwijze welp geen zin in. Nog dezelfde avond werd ik toch voor de tweede keer opgehaald. Eenmaal thuis was alles koek en ei.

Dit wil helemaal niet zeggen dat ik het niet naar mijn zin had bij de Scouting. Ik ging op zaterdag met veel plezier naar de Welpen en later naar de Verkenners. Bosspellen, pionieren met balken en touw, vlotten maken, leren kaartlezen, vossenjachten of speurtochten; ik vond het allemaal leuk en eerlijk gezegd heb ik er ook veel van geleerd. Nog steeds denk ik ‘links over rechts en rechts over links’ als ik ergens een platte knoop in wil leggen. In mijn werk gebruik ik zelfs af en toe de mastworp of de paalsteek. Ik kan makkelijk een fikkie stoken en toen mijn kinderen op de basisschool zaten was ik de meest populaire vader op het moment dat er, tijdens het schoolkamp, hutten gebouwd werden.

Over het algemeen heb ik dus goede herinneringen aan mijn tijd bij de padvinders. De zogenaamde ‘vaderzoon weekenden’ waren heel bijzonder en hebben ervoor gezorgd dat ik heel anders tegen mijn eigen vader en de vaders van mijn vriendjes aan ben gaan kijken. Bij allemaal volwassen mannen, die normaal gesproken altijd met een stropdas om hun nek liepen, kwam ook opeens weer het boefje bovendrijven. Dat maakte op ons als kinderen veel indruk.

Deze week bestaat Scoutinggroep VKG  75 jaar. Afgelopen zaterdag was er een reünie voor oud leden. Op aandringen van mijn zus, die veel langer lid is geweest dan ik, ben ik daar naartoe gegaan. Voor het eerst sinds mijn laatste gesprek met de hopman, waarin ik aankondigde dat ik ermee wilde stoppen, kwam ik terug bij het HK (hoofdkwartier) aan de Lijsterstraat in Geleen. Daar zat veertig jaar tussen. De hopman, die nog gezegd had dat ik altijd terug mocht komen, was er ook. Erik was er. Ben, Mark, Berrie, Rico, Jules en Ilona. Hanny en Marinja. Het was erg grappig om al die mensen na zoveel jaar weer te zien. 

We waren allemaal ouder geworden. De een wat meer dan de ander, maar eigenlijk leek er niet zoveel te zijn veranderd. Dat gebouw rook nog hetzelfde. In het materiaalhok lagen de palen, stonden de petroleumlampen en ik zag de plastic borden waar we op kamp uit aten. Op een tafel lagen de stickertjes die we tijdens Heitje voor een Karweitje bij mensen naast de deurbel plakten als we een klusje voor ze hadden mogen doen. Op grote stapels lagen álle logboeken, waar we om beurten een verslagje in moesten schrijven van de activiteiten die we gedaan hadden. Helaas had ik niet de tijd en rust om een eigen schrijfsel uit die jaren terug te vinden.

Het was een bijzondere avond met mooie verhalen. Het is grappig hoe iedereen zijn eigen momenten onthouden heeft of een geheel eigen draai aan een bijzondere gebeurtenis heeft gegeven. Er waren genoeg ‘oh ja’ momenten. Zo wisten de leidsters uit mijn tijd (Jofie en Marlies) direct weer van mijn heimwee toen ik mezelf voorstelde. Zij vertelden later op de avond over een Bokkenrijderskamp waar ik wel van begin tot het eind bij geweest ben. Hoe heftig sommige spellen waren, met een verrader die we in het pikkedonker de hand moesten schudden en die aan het eind van het kamp opgeknoopt werd. Toen ze het vertelden ging er ook bij mij weer een lichtje branden. Ik kreeg zelfs zin om weer ouderwets op zomerkamp te gaan. Die heimwee is inmiddels wel overgewaaid. Tegenwoordig kan ik heel goed langere tijd van huis zijn. 

Op mijn veertiende ontdekte ik de lokale omroep en moest ik kiezen of ik op zaterdagmiddag hutten wilde bouwen of met televisiecamera’s ging experimenteren. Terugkijkend denk ik dat ik toen wel de juiste keuze heb gemaakt, maar ik snap ook heel goed dat veel van mijn leeftijdsgenoten nog lang bij de VKG zijn gebleven.




donderdag 6 november 2025

7 november 1975 - de Ramp bij DSM

  

In de muurkast op de werkkamer van mijn vader lag, naast de postzegelverzameling en oude Super8 filmpjes, een geluidsband in een grijze plastic box. Op deze Agfa Magnetonband had hij met een lettertang de tekst ‘1 RAMP DSM’ geplakt. Ergens wist ik van het bestaan van deze spoel, want als kind neusde ik graag in zijn spullen. Het was dan ook een klein ‘oh ja’-moment toen ik die band aantrof na het overlijden van mijn vader. Het is een van de dingen die ik niet zomaar weg kon doen en uiteindelijk heb meegenomen. 

Een jaar heeft de band op mijn bureau gelegen. Ik wilde er iets mee doen, al wist ik niet goed wat. Afspelen kon ik hem niet, want ik had geen bandrecorder.

‘Ramp DSM’ sloeg op de explosie van een Naftakraker bij het bedrijf Polychem tussen Geleen en Beek, dat wist ik wel. Na wat zoeken op internet ontdekte ik dat op 7 november 1975, rond tien voor tien in de ochtend, tijdens het opstarten van de NAK2, een leiding scheurde en zeer brandbaar gas ontsnapte onder hoge druk. De wind voerde dit gas langs hete ovens en zo ontstond een gigantische ontploffing. In de hele installatie ontstonden hevige branden. Twee benzinetanks, elk met een inhoud van vijf miljoen liter, vlogen in brand. Bij deze ramp kwamen veertien medewerkers om het leven. De totale schade werd uiteindelijk geschat op meer dan 100 miljoen gulden.

Wij woonden in Geleen, dicht bij de plek van de ramp. Hemelsbreed ongeveer 2,5 kilometer. Ik was zelf in 1975 slechts drie jaar oud, maar toch heb ik vage herinneringen aan deze dag. Ik speelde buiten en onze hulp in huis was de ramen aan het lappen op het moment van de klap. De deun was gigantisch. De poetshulp lazerde van schrik van haar keukentrapje. Ik weet dat we om de hoek, in de Bachstraat, zijn gaan kijken. Daar waren de voorruiten van alle huizen gesprongen door de gigantische luchtdruk die de explosie had veroorzaakt.

 

Een paar maanden geleden zat L1 presentator, cultuurredacteur en archivaris Tom Doesborg in de radiostudio om een mooi verhaal te vertellen over een oude opname die ze hadden gedigitaliseerd en waarop je een bekende Limburgse artiest uit de jaren vijftig kon horen. Het moest kennelijk zo zijn dat ik precies op dat moment zapte langs de regionale zender. Het gesprek triggerde mij direct en nog tijdens die uitzending heb ik Tom een bericht gestuurd over de band die op mijn bureau lag.

 

Mijn vader werkte zijn hele werkzame leven op een school in Geleen. Wat hij die dag in 1975 precies had opgenomen was mij een raadsel. Zouden ze een opname in de school gemaakt hebben? Waren ook daar de ruiten gesprongen? Had mijn vader zelf voor journalistje gespeeld? Ergens las ik dat alle scholen in Geleen en omstreken voor de rest van die dag gesloten waren. Had hij dan misschien toch bij ons thuis audio-opnamen gemaakt? 

 

Ik mocht de band opsturen naar L1, waar Tom Doesborg zich er hoogstpersoonlijk over zou bekommeren. Ik waarschuwde hem nog dat er inmiddels ook muziek van James Last, Abba en The Carpenters op zou kunnen staan. Of iets van het Geleens Mannenkoor Mignon, maar al een paar dagen later stuurde Tom mij via de mail een link naar de gedigitaliseerde opnamen op de geluidsband van mijn vader.

 

“De politie heeft het verkeersplein Kerensheide bij Geleen voor het verkeer afgesloten. Het verkeer in beide richtingen moet rekening houden met omleidingen. De politie verwacht dat het verkeersplein weer vrijgegeven zou kunnen worden en dat wijst er misschien op dat het toch niet zo rampzalig is als tegen tien uur vanmorgen werd verwacht. Gelukkig valt het mee.”

 

Daarmee begint de opname. Gelijk wordt duidelijk dat mijn vader op 7 november 1975 het radionieuws heeft opgenomen. Alle opnamen bij elkaar duren ongeveer veertig minuten. Het zijn telkens nieuwe bulletins die je hoort. Het begint ergens aan het eind van de ochtend, ik gok om twaalf uur, en het laatste fragment is rond middernacht opgenomen. Waarschijnlijk heeft hij afgestemd op Hilversum 3, de FM-zender waar ‘s avonds ook de programma’s van Regionale Omroep Zuid op te horen waren.

 

Om een uur ’s middags meldt de radionieuwsdienst van het ANP:

 

“Een woordvoerder van DSM heeft meegedeeld dat er op het ogenblik geen aanwijzingen zijn dat er doden zijn. Wel zijn er veel gewonden, maar in de meeste gevallen zijn het lichte verwondingen als gevolg van rondspringende glasscherven. Er wordt een telling van het personeel gehouden, die nog niet is voltooid. Tot voor kort hadden negen mensen zich nog niet gemeld.”

 

Drie uur na de explosie is niet helder of er doden zijn te betreuren en hoeveel gewonden er zijn. Op de radio wordt wel al besproken dat Limburg niet op de paniek na een explosie zou zijn voorbereid. Er is in deze regio met zware chemische industrie geen rampenplan. Uit de berichten blijkt dat het chaos is in de hele omgeving van de explosie. Een groot winkelcentrum in Beek is ontruimd en bij een paar flatgebouwen in Beek zijn alle ramen gesneuveld. In Geleen, dat het dichtst bij de rampplek ligt is de schade niet te overzien. De communicatie tussen politie, overheid en DSM wordt slecht genoemd. DSM is telefonisch niet te bereiken, omdat het telefoonverkeer in de hele Westelijke Mijnstreek plat ligt. Hierdoor weet zelfs de Rijkspolitie niet goed wat er aan de hand is en hoe te handelen. De BB (Bescherming Bevolking) is paraat, maar wordt niet ingezet.

 

Het volgende nieuwsbericht is van twee uur. Dan meldt de nieuwslezer van het ANP :

 

De directie van DSM houdt er ernstig rekening mee dat bij de explosie van vanmorgen in het DSM-bedrijf Polychem in Beek doden zijn gevallen. Zekerheid daarover bestaat nog steeds niet. In het ziekenhuis in Geleen waren tegen het middaguur negentien gewonden binnengebracht. Enkele van hen verkeerden volgens een zegsman van het ziekenhuis in levensgevaar. 

Bij Polychem in Beek werken ongeveer drieduizend mensen. Hoeveel van hen in de buurt waren van de ontplofte NAFTA-kraker is niet bekend. Volgens een DSM-woordvoerder kunnen het er niet veel geweest zijn, omdat de kraker volledig is geautomatiseerd. Rond het middaguur werden nog vijftien mensen vermist. DSM probeert deze werknemers, die weggelopen kunnen zijn, op te sporen.

De brand is onder controle en er bestaat geen gevaar meer, aldus de voorlichtingsdienst van DSM.

 

Pas om drie uur, vijf uur na de ramp, is er sprake van één dodelijk slachtoffer.

 

… De voorlichtingsdienst van het bedrijf heeft zojuist bekendgemaakt dat één dode is geborgen. Eerder was de vrees uitgesproken dat verschillende mensen bij de explosie van de NAFTA-kraker om het leven zijn gekomen. De familieleden van de vermisten en de gewonden worden door het bedrijf op de hoogte gehouden. Telefonisch contact met DSM is onmogelijk. Alle lijnen zijn geblokkeerd.

Op een persconferentie van DSM zijn nadere mededelingen gedaan over de toedracht van het ongeluk. Uit de NAFTA-kraker is gas ontsnapt dat daarna ontbrandde en explodeerde. Twee benzinetanks, elk met een inhoud van vijf miljoen liter, vlogen ook in brand. Twee andere even grote tanks werden wel beschadigd, maar kwamen niet tot ontbranding. Het vuur wordt bestreden door de DSM-bedrijfsbrandweer en de korpsen van Kerkrade, Heerlen en Eindhoven. De brand is geïsoleerd, nog onmogelijk te benaderen, maar wel onder controle.

 

Om vijf uur ’s middags is er voor het eerst sprake van dat de explosie aan zeker vier mensen het leven heeft gekost. Op dat moment worden nog steeds elf medewerkers vermist. Ook om zes uur is dit aantal ongewijzigd. In dit nieuwsbulletin wordt vermeld dat het vuur in de brandende Naftatanks zich opnieuw aan het uitbreiden is. 

 

De twee tanks die gevuld waren met een buffervoerraad Nafta branden nog. Zojuist werd bekend dat een van de twee tanks is gescheurd, waarbij zich nieuwe ontploffingen hebben voorgedaan. Dat betekent dat de persconferentie, die om 7 uur gehouden zou worden, vlakbij de plaats waar de brand vanmorgen is uitgebroken na de explosie, dat die persconferentie in de haast verlegd zal moeten worden naar een ander gedeelte van het DSM-complex, namelijk naar het Centraal Laboratorium in Geleen. De kans bestaat ook, maar die berichten heb ik nog niet bevestigd gekregen, dat een gedeelte van de gemeente Beek geëvacueerd zal moeten worden, binnen nu en enkele uren. Er zouden nu vier nafta-tanks branden. Brandweer en ambulances zijn weer opgeroepen.

 

Na het ANP Radionieuws van half zeven ’s avonds begint de dagelijkse uitzending van de ROZ (Radio Omroep Zuid) vanuit Maastricht. Het programma staat in zijn geheel in het teken van de ramp bij DSM. Zij melden direct dat de ramp aan zeker negen personen het leven heeft gekost en dat er nog vijf mensen worden vermist. Van de meer dan zestig gewonden verblijven er op dat moment ongeveer twintig in ziekenhuizen in Geleen, Sittard en Brunssum. Volgens de ROZ is de situatie op het terrein van DSM nog steeds onoverzichtelijk. De brandweer kan niets doen en heeft zich teruggetrokken.

 

Rond middernacht is er sprake van twaalf doden, waarvan de lichamen zijn geborgen en er zijn nog steeds twee personen vermist. Dan hoor je op de opname het Nederlands volkslied. Daarna komt Premier Den Uyl aan het woord die bevraagd wordt over het falende rampenplan, maar volgens zijn informatie (de ministers Lubbers en Boersma hebben die middag een bezoek gebracht aan de rampplek) heeft het rampenplan van de Staatsmijnen wél gefunctioneerd. De presentator zegt dat luisteraars de hele nacht via Hilversum 3 op de hoogte worden gehouden, maar de opname stopt op dat moment.

 

Radio was in die tijd het snelste medium en dus de belangrijkste bron van informatie bij rampen als deze. De opnamen van mijn vader zijn in mijn ogen interessant, omdat je zo terug hoort hoe het nieuws zich in de loop van die dag ontwikkelde. Zeker als je het met onze tijd vergelijkt kwam de informatiestroom in 1975 buitengewoon langzaam op gang en was de communicatie naar met name de burgers in de omgeving van de ramp zeer beperkt. Rampenplannen waren er niet of nauwelijks, ondanks het feit dat die zware petrochemische industrie zo dicht bij woonwijken was gevestigd.

Zelf heb ik de eerste twintig jaar van mijn leven in de buurt van DSM gewoond en dat heb ik altijd wel een beetje spannend gevonden. Hoe klein ik ook was, die ramp heeft zeker indruk op mij gemaakt. Zelfs vijftig jaar later vind ik het nog steeds indrukwekkend als ik over Knooppunt Kerensheide van de A2 naar de A76 in de richting van Geleen langs de fabrieken van Chemelot rijd. Ik kom daar regelmatig en moet dan vaak aan de ramp in 1975 denken. Deze week dus 50 jaar geleden…



Ik hoorde van Tom Doesborg dat L1 Radio op vrijdag 7 november 2025 tussen 09.45 en 13.00 uur fragmenten gaat uitzenden van de opname die mijn vader heeft gemaakt. Dat vind ik echt super. En daar zou mijn vader ook trots op zijn geweest.

 




(ikzelf in 1975, toevallig is deze foto ook genomen, ongeveer op de plek waar ik was toen we de explosie hoorden)


 

 

 

maandag 24 februari 2025

de moeiste weg van deze werld

 

Op woensdagochtend 28 februari 2024 liep mijn vader met zijn vaste wandelmaten een route van ongeveer zes kilometer rond Beek, Kelmond en Geverik. Het was uiteindelijk zijn laatste wandeling. De volgende avond is hij totaal onverwacht overleden. 

Jarenlang wandelde mijn vader elke woensdagochtend met een paar gepensioneerde collega’s in het prachtige Zuid-Limburgse land. De trajecten die ze liepen kwamen altijd van de website ‘Wandelgids Zuid-Limburg’. Aanvankelijk waren het de langere routes van ongeveer vijftien kilometer en naderhand, toen de leeftijd van de mannen wat zwaarder begon te wegen, kozen ze voor de wandelingen van ongeveer zes of zeven kilometer. Liefst met een eindpunt waar koffie en vlaai te krijgen was. 

Voor mijn vader was die wekelijkse wandeling een hoogtepunt. Het was goed voor zijn conditie, hij maakte altijd foto’s die hij naderhand op Facebook plaatste en vaak kwam hij thuis met mooie verhalen of een nieuw plekkie waar hij ook met mijn moeder naartoe kon voor een kop koffie met gebak. Nadat mijn moeder in 2020 was overleden werd het uitje met zijn wandelvrienden alleen maar belangrijker.

Bij de uitvaart hebben we alle aanwezigen een briefje meegegeven met daarop de route van zijn laatste wandeling en een paar foto’s van het Kelmonderbos, die mijn vader de dag voor zijn overlijden nog heeft gemaakt. Het idee was dat vrienden, familie of bekenden deze wandeling ter nagedachtenis aan mijn vader nog eens zouden kunnen lopen. Van verschillende mensen heb ik gehoord dat ze dit ook daadwerkelijk hebben gedaan, maar zelf was ik er nog niet aan toegekomen. Tot gisteren. 

Nog net geen jaar later heb ik met mijn gezin, mijn zus, haar man en een van haar zoons ‘Wandelroute 964’ gelopen, in de voetsporen van mijn vader. Van Beek, naar Kelmond, Geverik en weer terug. Een mooie stuk door het Limburgse land. Langs de Keutelbeek en door de ‘pratsch’. De zon scheen en de temperatuur was aangenaam. In mijn hoofd had ik het Lied Vur Limburg van Rowwen Heze, waarin Jack Poels zingt: ‘De moeiste weg van deze werld, leupt in 't zuiden dor ’n veld’. Dat draaide mijn vader vaak. Hij vond het een prachtig nummer.

Natuurlijk heb ik zelf onderweg ook foto's gemaakt en bij een bijzondere Mariakapel in het bos zijn we gestopt om allemaal even een kaars op te steken. Nou geloof ik persoonlijk niet dat mijn ouders vanaf een wolk in de hemel toekijken, maar ik weet wel zeker dat ze het mooi gevonden zouden hebben dat wij op deze manier aan ze dachten.




donderdag 29 augustus 2024

Chopinstraat 12

 

Met een schroevendraaier haalde ik het naamplaatje bij de voordeur van mijn ouderlijkhuis weg. Zolang ik me kan herinneren heeft het bruine plaatje met ‘Jan en Nan Hettinga-Mohren’ onder huisnummer 12 gehangen. Nu is het weg. Het was zo ongeveer het laatste wat we nog moesten doen. Er zitten twee gaatjes in de baksteen en als je goed kijkt zie je de vorm door verkleuring nog op de muur. Ik heb het plaatje meegenomen, maar geen idee wat ik er mee moet doen. Het heeft zijn functie verloren. 

Het huis waar ik ben opgegroeid is verkocht. Een jong stel gaat er een nieuw gezin stichten. De afgelopen 52 jaar lang was dit rijtjeshuis in Geleen mijn veilige haven. Het was er altijd, mijn hele leven lang. In en om Chopinstraat 12 heb ik een buitengewoon gelukkige jeugd gehad. Het was de plek waar mijn ouders dag en nacht voor me klaar stonden met raad en daad. Ook nadat ik op mijn 21e het warme nest had verlaten kwam ik graag weer thuis. 

Het huis is eind jaren zestig gebouwd. Geleen kreeg er een hele nieuwe wijk bij; Plan-Zuid. Compleet met winkelcentrum, scholen en zelfs een zwembad. Het kon niet op. Bedacht op het moment dat van mijnsluiting nog geen sprake was. Mijn ouders waren de eerste bewoners. Ze zijn er na hun huwelijk, in 1969, gaan wonen en nooit meer vertrokken. Ze hebben wel eens gekeken naar een groter huis, maar ze voelden zich op hun gemak in deze woning en vooral in de buurt. De inwoners van de Chopinstraat en naastgelegen Mozartstraat en Lisztstraat vormden als het ware één grote familie. Met de buren hadden we meer dan een goed contact. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig speelden op een zomeravond alle kinderen buiten. Trefbal, landverroveren of we maakten een hele circusvoorstelling. Als wij naar bed moesten bleven de ouders regelmatig buiten zitten. De buurt was actief tijdens feesten in Geleen of als er met carnaval een Prins in de straat woonde. Cholimo noemden ze zich dan, naar Chopin, Liszt en Mozart. 

Inmiddels is er veel veranderd. De kinderen zijn uitgezworven over het hele land. Buren zijn overleden of vertrokken naar bejaardenwoningen. Eind 2020 is mijn moeder overleden en op 1 maart van dit jaar stierf mijn vader plotseling. Hij was 80, maar het was toch onverwacht. Wij zeggen dat hij een gebroken hart had. Zijn hele leven had hij als schooldirecteur en voorzitter van allerlei organisaties voor elk probleem een oplossing, maar met het overlijden van mijn moeder wist hij zich geen raad. 

Opeens was het ouderlijk huis leeg. Stil en verlaten. De eerste weken na het overlijden van mijn vader ben ik er veel geweest en heb ik er ook gelogeerd, maar dat was heel gek. Alsof ze nog elk moment konden binnenlopen. Langzaam maar zeker veranderde dat. 

Mijn zus en ik hebben er het afgelopen half jaar veel energie in gestoken om een goede bestemming te vinden voor alle spullen die mijn ouders in hun leven verzameld hebben. De postzegelverzameling, een grote hoeveelheid boeken, aardewerk, serviezen, schilderijen en heel veel foto’s. De werkkamer van mijn vader was van de grond tot het plafond gevuld met mappen en ordners. In de basis was alles strak georganiseerd, maar we zijn toch dagenlang druk geweest met uitzoekwerk, sorteren en het gecontroleerd weggooien van papieren. Zo lagen er bijvoorbeeld nog alle bankafschriften vanaf 1968.

De meest dierbare zaken zullen we zelf goed bewaren. Een aantal dingen die voor ons historische waarde hebben zijn ondergebracht bij familie en vrienden. Vijf dozen met papierwerk hebben we geschonken aan de Heemkunde Vereniging van Geleen, in de hoop dat het in hun uitgebreide archief wordt opgenomen. Drie dozen met boeken zijn naar iemand van de Hettinga Stichting in Workum verhuisd en één heel oude doos met zaken uit de kruidenierswinkel van mijn grootouders is inmiddels bij de Stichting Albert Heijn Erfgoed in Zaandam, die deze stukken zullen opnemen in hun collectie. Een aantal zaken zijn verkocht. De auto is in gebruik genomen door mijn zus. Een hoop is naar de kringloop gebracht en uiteindelijk hebben we ook nog meer dan ons lief was, met pijn in het hart, moeten weggooien. Het is niet anders. 

Het was fijn om dit samen te doen met mijn lieve zus. Het was een lange reis door ons verleden met duizend-en-één dierbare herinneringen. We hebben gelachen en af en toe een traantje gelaten. Het is nog niet helemaal klaar, want aan meer dan 6.000 duizend dia’s moeten we nog beginnen. 

Omdat we het opruimen in alle rust konden doen was het ook een manier om het overlijden van onze ouders een beetje te verwerken. Achteraf is het toch heel triest dat ze zo snel achter elkaar uit ons leven zijn verdwenen. We missen ze enorm. 

Met de verkoop van de Chopinstraat 12 komt er een eind aan een heel mooi tijdperk. We hebben het daar met ons gezin altijd goed gehad. Onze ouders hebben er lang en gelukkig geleefd. Het is gek dat er door ons op die plek geen verjaardagen meer gevierd worden, geen koffie of thee meer wordt gedronken, vlaai gegeten of een goed gesprek zal worden gevoerd met een biertje of een wijntje. 

 

Chopinstraat 12, 6164CE. De voor- en achterdeursleutel zijn van mijn bos. Ik heb de deur achter me dichtgetrokken en kan er niet meer in. Telefoonnummer 046-4747.647 is opgeheven. Het naamplaatje verdwijnt vandaag of morgen in een grote doos op zolder. Steunpunt Geleen is definitief gesloten.





dinsdag 4 oktober 2022

Bo en de meningen...

 

Ronald Rovers ken ik niet. Joost van Ginkel wel. Rovers schreef voor Trouw een behoorlijk vernietigende recensie over Bo, de fonkelnieuwe film van mijn vriend Joost. Natuurlijk mogen beschouwingen in de krant kritisch zijn, maar persoonlijk vind ik dat de analist het wel zorgvuldig moet onderbouwen. Hier heeft een stukjespoeper in tien minuten een kunstwerk door de plee getrokken waar mensen zeven jaar lang met hart en ziel aan hebben gewerkt. Rovers had kunnen volstaan met het zinnetje: “Persoonlijk vond ik er geen zak aan.” Dat was eerlijker geweest.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Nederlands Film Festival, ging Bo in première. Ik heb deze roadmovie in de stampvolle schouwburgzaal mogen bekijken. Misschien ben ik minder objectief dan de Trouw recensent. Ik was onder de indruk. Het scenario van de film is op zijn zachtst uitgedrukt verrassend, het camerawerk is prachtig, het geluid en de muziek zijn on-Nederlands goed en er is indrukwekkend knap geacteerd. Met name hoofdrolspeelster Gaite Jansen komt dwars door het bioscoopdoek heen. 

Grappig genoeg stond in de Filmkrant een ijzersterkte recensie van Karin Wolfs over deze film. Zij schrijft: “Deze roadmovie over de zoektocht van de jongvolwassen Bo naar het verleden van haar overleden vader misleidt het publiek vakkundig in een meeslepende meesterproef over de destructieve kracht van leugens.” En ze sluit af met: “Een film als een wolf in schaapskleren. Hoe je die waardeert, hangt af van hoe je Van Ginkels leugens opneemt.”

Ik lees niet vaak recensies, maar nu ben ik betrokken. De maker is mijn vriend en dus lees ik alles. Het roept bij mij de vraag op wat het nut van deze stukjes in de krant is. Een positief oordeel is mooi meegenomen voor de filmmaker en een fijne zin kan meegenomen worden op de filmposter, maar de recensie is eigenlijk slechts een persoonlijke mening. Zeker als die negatief is. Daar heb je niks aan. Met een negatieve recensie is de wereld niet geholpen. In dit geval zeker niet. Het hoeft je smaak niet zijn, maar als je verstand van (arthouse) film hebt, dan zie je dat Bo aan alle kanten met liefde, passie en vakmanschap is gemaakt.

Joost van Ginkel schrijft én regisseert films die ertoe doen. Stiltes kunnen pijnlijk zijn en dialogen mogen schuren. Hij zegt veel met beelden. De filmmaker heeft een unieke en inmiddels herkenbare signatuur. Je hebt iets om over na te denken als je de bioscoop weer verlaat. Bij zijn vorige film (Paradise Suite uit 2015) had ik letterlijk buikpijn toen de benauwende film was afgelopen. Dat was nu gelukkig niet het geval, maar verwarrend was het zeker. Het maakt een bioscoopbezoek voor mij interessanter dan wanneer je een happy end al mijlenver van tevoren ziet aankomen. 

 

Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf bepalen of Bo een geslaagde film is of niet. Je moet naar de bioscoop en dan kan je daarna een recensie uitzoeken die bij je past. Ik ga voor de Filmkrant! 





 

 

zaterdag 24 september 2022

Help! Alsjeblieft...

 

Tien jaar geleden (om precies te zijn op zondag 25 november 2012) schreef ik een blog waarin ik een oproep deed om geld in te zamelen voor de Stichting Duniya. Een van de mensen achter die organisatie, is mijn zeer gewaardeerde collega Debby Ego. In het dagelijks leven is zij werkzaam als tv-producer, maar in haar vrije tijd is ze engel. In die hoedanigheid zet zij zich in voor een school in de Noord-Indiase stad Varanasi en daarmee geeft ze arme kinderen uit de sloppenwijk Nagwa een kans.

Ik vind het persoonlijk tof om zulke kleinschalige projecten te steunen. Hier blijft er niets van je donatie aan de strijkstok hangen en verdwijnt geen geld in de financiering van kantoorpanden. Wat je aan Duniya geeft gaat rechtstreeks naar de projecten. Het wordt tot op de cent goed besteed. 

Al een aantal keren kreeg ik na een gift foto’s waarop te zien was wat er met mijn bijdrage was gebeurd. Zo ook tien jaar geleden. Toen heb ik een spontane actie opgezet om, samen met zoveel mogelijk collega’s uit het televisievak, geld in te zamelen voor een televisie op de school in Varanasi. Binnen een paar dagen hadden we met de actie ‘tv van de tv’ genoeg geld bij elkaar. Vervolgens kregen we al snel foto’s doorgestuurd van het kopen en ophangen van die televisie. De afgelopen jaren stuurde Debby mij af en toe een kiekje waarop te zien was dat een grote groep leerlingen aandachtig naar educatieve programma’s zaten te kijken. 

Maar nu hoorde ik dat ‘onze’ televisie stuk is. Na precies tien jaar heeft deze het begeven. Er moet een nieuw toestel worden aangeschaft en dat is voor de school een flinke investering. Eigenlijk geven zij het geld van Duniya liever uit aan voedselprojecten, noodhulp bij overstromingen, medicijnen of bijvoorbeeld een keer aan een rolstoel als dat acuut nodig is. 

Dus probeer ik het na tien jaar nog eens. Kunnen wij met z’n allen een nieuwe televisie financieren voor de school in Nagwa? Een nieuwe tv van de tv? 

Het gaat om een bedrag van zo’n € 500,-. Dat moet toch te doen zijn als we allemaal een paar euro overmaken. Of iets meer. Het kan ook geen kwaad als het eindbedrag hoger uitvalt. Daar weten ze bij Duniya wel raad mee. 


Daarom roep ik alle trouwe lezers van dit weblog op om even de bankieren-app te openen en een klein bedrag te storten op: ABN AMRO  NL22 ABNA 0441 6243 83 ten name van Stichting Duniya, Bantega en onder vermelding van ‘tv van de tv’. Help mij, help Debby en help vooral de kinderen op de school in India. Het motto van Duniya is : We kunnen de wereld niet veranderen, maar iemands wereld wel. En zo is het maar net. Mijn dank is groot!







vrijdag 31 december 2021

terugblikken en vooruitkijken

 

Het is de laatste ochtend van 2021. De auto moest naar de garage voor een beurt, dus zit ik al vroeg met een kop koffie en een vers broodje aan de keukentafel. De rest van mijn mooie gezinnetje ligt nog heerlijk op een oor. Buiten kleurt de lucht rood, roze, oranje, paars. Als je hem zo schildert wordt het gelijk kitsch, maar een simpel kiekje van zo’n ochtendlucht kan altijd rekenen op veel ‘likes’. 

Ik heb even geen zin in de krant met al haar coronanieuws. Liever scrol ik door mijn foto’s van het afgelopen jaar en probeer ik voor mezelf een beeld te krijgen van wat er allemaal is gebeurd. 

Vandaag precies een jaar geleden overleed mijn moeder. Wij begonnen 1 januari met ongekend groot verdriet. Dat we haar voor altijd moeten missen, is de donkere schaduw van de afgelopen twaalf maanden. De zon stond wat lager en de schaduwzijde was langer, maar het is ook net waar je kijkt. Als ik naar het licht kijk, dan zie ik een hoop lieve mensen waar ik veel om geef. Natuurlijk mijn gezin, mijn familie, vrienden, maar ook een hoop toffe collega’s, waar ik veel meer mee heb dan een simpele werkrelatie. 

Het was best een druk jaar. Ik heb genoeg gedaan. Voor het eerst in mijn leven een echte iglo gebouwd! Ik heb de woonkamer geschilderd, de vloer laten schuren en de kinderkamers zijn aangepakt. Ik heb een aantal interessante projecten geproduceerd, een paar keer mogen regisseren en ik heb mezelf ontwikkeld op het gebied van remote camera’s. Een absoluut hoogtepunt was natuurlijk de Grandprix Formule1 op Zandvoort, waar ik als enige Nederlandse cameraman langs de baan stond voor de worldfeed. 

Ik heb dit jaar gewerkt voor meer dan dertig verschillende opdrachtgevers. Gedraaid met zo’n beetje alle camera’s en lenzen die je kan krijgen. Daarmee heb ik supertoffe dansprogramma’s gedraaid, heel veel mooie muziek opgenomen, topsport, cultuur, plat amusement, reality, documentair, talkshows, en een paar indrukwekkende herdenkingen. Met alle uiteenlopende livestreams ging een hele nieuwe wereld voor me open. Ik heb gewerkt voor de grote facilitaire bedrijven, voor zes regionale omroepen en voor kleine zelfstandigen. Een website gebouwd, les gegeven, in opdracht stukjes geschreven en gefotografeerd. Professioneel en zakelijk gezien was het een goed jaar, maar ik heb me ondanks alle drukte niet gek laten maken. De eerste coronaperiode heeft me geleerd dat het prettig is om soms wat vaker thuis te zijn. Dat het niet alleen om werk draait en dat je als zelfstandig ondernemer keuzes moet maken. De mensen en bedrijven die in het voorjaar van 2020 nog voor mij klaar stonden ben ik niet vergeten. Daar houd ik wat extra ruimte voor in mijn agenda. 

Het is allemaal best aardig in balans. Nu de kilo’s nog. Ik ben, onder dwang van mijn zoon, begonnen met hardlopen. Dat viel niet mee. Inmiddels jog ik gemiddeld twee keer in de week een rondje door de wijk en boek ik heel langzaam progressie. Daar ga ik, onder leiding van mijn strenge 14-jarige personal trainer, in het nieuwe jaar mee door. Ik moet minder snoepen en minder vlees eten. Verder begin ik het nieuwe jaar met een paar nieuwe technische ontwikkelingen waar ik graag meer over wil weten. Ik sta open voor nieuwe uitdagingen en ben benieuwd wat 2022 me weer zal brengen. Ik hoop vooral plezier en dat ik weer veel nieuwe creatieve en inspirerende mensen mag leren kennen. 

 

Tot slot wens ik jullie allemaal veel geluk en een goede gezondheid in het nieuwe jaar. Blijf positief. Het glas is half vol. Luister naar elkaar en naar je hart. Wees creatief en steek je energie in zaken waar je zelf vrolijk van wordt of waar je anderen blij mee maakt. 




woensdag 3 november 2021

Beste #ikdoenietmeermee,

 

De hashtag #ikdoenietmeermee, die al de hele dag trending is op Twitter, doet mij vooral denken aan kleine kinderen die boos worden tijdens het spelen van een spelletje, alle ganzen van het bord slaan en stampvoetend weglopen terwijl ze brullend roepen: 'Ik doe niet meer mee!' Het is een buitengewoon infantiele reactie van iemand die niet tegen zijn verlies kan of zijn zin niet krijgt.

 

Ik weet niet waar jij was met kerstavond, maar ik was in het Universitair Medisch Centrum van Maastricht. Om precies te zijn op de IC bij mijn doodzieke moeder. Naast mijn moeder lag een man op zijn buik aan de beademing en ook de mevrouw aan de andere kant was in een diepe slaap met een soort kleine stofzuigerslang in haar mond. Op die zaal lagen nog een stuk of zes coronapatiënten. Het verplegend personeel holde van bliep naar piep. Tegen beter weten in probeerde ik mijn lieve moeder moed in te praten. In haar ogen zag ik alleen maar onrust en angst. Ze had het benauwd en kon amper iets terug zeggen. 

Ook voor mij was corona gedurende het hele jaar 2020 voornamelijk een economisch probleem. Ik zal nooit vergeten dat op 12 maart (de verjaardag van mijn moeder) binnen twee uur tijd mijn hele agenda leeg geveegd werd. Alles geannuleerd door de eerste lockdown. Die eerste maanden heb ik me als ZZP'er grote zorgen gemaakt over mijn inkomsten, mijn buffer en over mijn toekomst als freelance cameraman. Natuurlijk volgde ik het nieuws over het virus en de pandemie. Op tv zag ik reportages over volle ziekenhuizen en met pijn in mijn buik keek ik naar het programma Frontberichten, maar het bleef een ver-van-mijn-bed-show. De eerste keer dat ik een mondkapje moest dragen vond ik dat behoorlijk belachelijk. Wat kon mij nou gebeuren?

En toen kreeg ik begin december het bericht over de positieve test van mijn moeder. Ze had het virus opgelopen ín het ziekenhuis, waar ze lag om te herstellen van een zware buikoperatie. De eerste week leek het mee te vallen met de coronaverschijnselen en maakten wij ons voornamelijk druk over complicaties die betrekking hadden op haar operatie. Dat er maar een half uur per dag iemand bij haar op bezoek mocht was onmenselijk. Ze lag daar moederziel alleen op een klein kamertje, de hele dag een beetje te staren naar de klok, terwijl ze steeds zieker werd. Een week voor kerst ging het opeens hard achteruit. 

Kerstavond, bleek achteraf, was de laatste keer dat ik mijn moeder gesproken heb. Na een half uurtje werd mij vriendelijk verzocht om weer te gaan en gooide ik mijn plastic handschoenen, medisch mondkapje en het blauwe schort in een afvalbak die vol zat met beschermingsmiddelen. De IC verpleegkundige, die ik bij mijn vertrek kort sprak over de toestand van mijn moeder, had op zijn neus een donkerrode plek van de klemmende mondkapjes die hij de hele dag moest dragen. Ik vroeg hem om goed voor mijn moeder te zorgen en liep vervolgens snikkend naar de lift, waar ik even moest wachten op twee verplegers met een bed waarin iemand lag met een laken over het hoofd.

Op Tweede Kerstdag moest mijn moeder aan de beademing. Vanaf dat moment werd ze in een diepe slaap gehouden. Volgens de artsen was het er op of er onder. Het werd... er onder. 

Op 31 december 2020, rond een uur of vijf, is mijn moeder overleden. Mijn zus en ik stonden aan haar bed. Om ons heen allemaal coronapatiënten die vochten voor hun leven. Een beeld dat ik nooit meer van mijn netvlies zal krijgen. 

Mijn moeder was verzwakt door de operatie en voor die tijd al niet helemaal topfit. Ze was 76, maar mijn lieve moeder was zeker geen 'dor hout'. Wat hadden we graag nog een paar jaren willen genieten van haar liefde en wijsheid. Dat had ook zeker tot de mogelijkheden behoort, als ze niet van de een of ander corona had gekregen. Zij heeft het virus niet opgelopen, omdat ze onvoorzichtig was. Integendeel. Ze heeft het gekregen in het ziekenhuis, waarschijnlijk van een onwetende bezoeker aan een ander bed. Het is een loterij. Domme pech. 

De ene coronapatiënt heeft nauwelijks klachten en is hooguit een verspreider van het virus, de ander wordt doodziek en weer anderen redden het niet. De zorg is er al anderhalf jaar super druk mee. Deze week sprak ik iemand die al maanden vol spanning wacht op een operatie, omdat er niet genoeg IC plekken beschikbaar zijn. Ik denk nog vaak aan de mensen van de IC in Maastricht, die ons op een geweldige manier hebben begeleid in die vreselijke laatste week van 2020. Hoe houden zij het vol? Zouden ze er nog werken?

 

We zijn allemaal klaar met corona. Niemand zit te wachten op mondkapjes. Ook Mark Rutte, Hubert Bruls, Jaap van Dissel, Diederik Gommers en Hugo de Jonge willen liever geen nieuwe beperkende maatregelen, maar we zitten met z'n allen in hetzelfde schuitje. Als je nu roept: #Ikdoenietmeermee, dan lost het probleem zich niet vanzelf op. Als je niet meer mee doet, dan is dat een egoïstische en vooral een onvolwassen keuze. Jouw vrijheid gaat uiteindelijk ten koste van de vrijheid van anderen. Boos zijn heeft weinig zin. Kont tegen de krib al helemaal niet. Zonde van de energie. Ga een rondje fietsen. Haal diep adem. Tel tot tien. 

'Ik doe wel mee' is net zo flauw en sneu. Het zorgt voor een tweedeling en nieuwe irritaties. Laten we lief zijn voor elkaar. Naar elkaar luisteren. We moeten nodig met elkaar op zoek naar de nuance. Respect tonen voor elkaar, maar ons ook realiseren dat vrijheid zijn grenzen kent. En laten we vooral toch snel stoppen met ons te gedragen als een stel kleuters die hun zin niet krijgen. 






donderdag 9 september 2021

racebaan

 

Ergens heb ik gelezen dat het wereldwijde aantal kijkers per Formule 1 race ongeveer 88 miljoen is. Naar de Grandprix van Hongarije keken in 2020 zelfs meer dan 103 miljoen mensen. Daar kan ik nu beter even niet aan denken. Het is al spannend genoeg. 

Zandvoort, zondagmiddag. Ik zit op een camerakist in een klein tentje langs de baan. Eet een broodje en drink een blikje cola. Het uitzicht is bocht 9. Voor me staat camera 17. Hiermee ga ik vanmiddag mijn debuut maken als ‘trackcameraman’ bij de Formule 1. Dit mooie apparaat heeft haar hele leven niks anders gezien dan circuits en autosport. De vorige week stond ze nog in de regen van Spa-Francorchamps en over een paar dagen is ze alweer op Monza. Formula One Management is de eigenaar van deze camera en dit weekend ook mijn opdrachtgever. Het is de organisatie achter de Formule 1 en zij produceren hun eigen tv-registraties. Die content verkopen ze aan tv-stations over de hele wereld. Zo kan het dat alle raceverslagen er qua ‘look and feel’ ongeveer hetzelfde uitzien. 

Een grote crew, voornamelijk Engelsen, reist met elkaar de wereld rond om deze sport in beeld te brengen. Dit weekend heeft één Nederlandse cameraman de unieke kans gekregen om mee te draaien in dit fantastische team. 

Eerlijk gezegd maak ik me best een beetje zorgen over deze klus. Het in- en uitzoomen, scherpstellen of het van rechts naar links zwenken, is niet het probleem. Dat is mijn vak. Het hele weekend heb ik kunnen oefenen tijdens vrije trainingen, kwalificatie en de races van Formule 3, de W Series en de Porsche Supercup. De snelheid waarmee de racewagens voorbijkomen is ook te overzien. Het lastige van deze klus zit hem in de communicatie, het anticiperen op wat er gebeurt en dat je razendsnel moet schakelen. Ze willen dat je zoveel mogelijk racewagens volgt, want op ieder moment kan er een crashen. Als iemand voor je neus spint, móét je het hebben. In de uitzending volgen ze specifieke auto’s. Op de momenten waarop die voorbijkomen word je ‘on-air’ geschakeld. Daarom is het belangrijk dat je altijd precies weet bij welke rijder of welk gevecht ze in de uitzending zitten. Zodra die om de hoek komt moet je er in een split-second bovenop zitten. De ene keer close en als ze in een duel zitten juist wat ruimer in het kader. Teammaatjes komen soms vlak na elkaar of er schiet een andere racewagen, die er qua kleurstelling een beetje op lijkt, door je kader. Dan is het killing als je met de verkeerde mee gaat. De regie schakelt van gevecht naar gevecht. Na een aantal ronden en de eerste pitstops rijden alle auto’s door elkaar. Daardoor wordt het best onoverzichtelijk. Gelukkig kunnen ze in de regie met behulp van GPS zien wie waar rijdt. Alle communicatie is echter in het Engels en ook dat gaat soms razendsnel. Concentratie is hier dus het toverwoord.

 

In september 2000 werd mij gevraagd of ik een week later met, Olav Mol en Jack Plooij mee wilde naar de Grandprix van Amerika, op de Indianapolis Motor Speedway. Dat leek mij hartstikke leuk, maar ik wist werkelijk niets van de sport. Ik kende Michael Schumacher en Jos Verstappen, meer niet. Gelukkig vonden de mannen van RTL GP sociale vaardigheden en camera technische skills op dat moment belangrijker dan kennis van autosport. Olav gaf mij een uitgebreide rondleiding in de pitstraat, waarbij ik compleet werd overrompeld door alle details. Later die dag moest ik een shot maken van Jenson Button en kwam ik terug met vier minuten materiaal van Ralf Schumacher. Dat stond ook met koeienletters boven zijn pitbox. Gelukkig konden de heren er om lachen. Vervolgens werd ik voorgesteld aan Rick Winkelman en Frits van Eldik van het tijdschrift RaceReport, die mij een beetje op sleeptouw konden nemen. Volgens hen hoefde ik heus niet elke keer te filmen als Jos Verstappen een rondje ging rijden met zijn Arrows, maar toen ik mijn camera vervolgens op de grond liet staan sloegen opeens de vlammen uit zijn motor.

Het is een klein wonder dat ik daarna nog achtenveertig keer met de heren mee mocht. We vlogen van Melbourne tot aan Sao Paulo, van Barcelona naar Silverstone. Het was altijd een feest om ergens op de wereld in de paddock van de Formule 1 te lopen. Ik filmde vooral interviews en maakte beelden in de pits of in de paddock. Het waren de jaren van Ferrari, Jos Verstappen en Robbert Doornbos. Op zondagmiddag deden we live de gridwalk, maar verder mocht ik nooit langs de baan komen. Dat werd voor mij een bucketlist-dingetje. Zeven jaar lang heb ik ongelofelijk veel plezier de Formule 1 gehad, maar toen werd ik vader en vond ik het belangrijker om meer thuis te zijn. Mijn vijftigste grandprix heb ik net niet gehaald. 

Tot nu. Veertien jaar later.

 

De uitzending is begonnen. Onze ‘worldfeed’ is te zien in alle landen waar ze van autosport houden. Ik maak beelden van een volle tribune. Het is feest op Zandvoort. Oranjevlaggen, oranje capes en oranje rookpluimen. Zojuist kwam Max Verstappen voorbij voor zijn ‘formation lap’. Het rode lampje in mijn zoeker lichtte op. Het publiek ging uit zijn dak. Ik had heel even kippenvel.

 

Mijn dochter ging de vorige week voor het eerst naar de middelbare school. Omdat ze was uitgeloot bij de school van haar eerste keuze, kwam ze terecht in een klas waar ze niemand kende. Dat was super spannend voor mijn lieve kleine meisje. ’s Avonds moest ik me melden in het hotel waar de F1 crew in een coronabubbel zat en voelde ik me ook even een onzekere brugpieper. Alle andere cameramensen kenden elkaar al jaren en iedereen wist precies wat er verwacht werd. Voor mij was alles nieuw. Om eerlijk te zijn maakte ik me al een paar weken druk voor dit moment. Maar deze Engelse crew is een grote familie. Die gasten zijn super vriendelijk, uiterst correct en buitengewoon behulpzaam. Ze gunnen het elkaar en ze gunden het mij. Vanaf de eerste minuut werd ik in het team opgenomen alsof ik er al jaren deel van uitmaakte. Ze vroegen om beurten of ze me nog ergens mee konden helpen, gaven praktische tips en tricks, wensten me ‘good luck’ en ‘lots of fun’. Dat lijkt normaal, maar toch kunnen we daar in Nederland soms nog iets van leren. Positief, uiterst correct en vooral super attent.

 

Tijdens de race moet ik me zo focussen op mijn job, dat ik geen tijd meer heb om na te denken over kijkcijfers, druk of de gevolgen van een misser. Er zijn twee regisseurs die dit programma maken. Eentje is hier in Zandvoort en hij schakelt alle camera’s die langs de baan staan. Dat noemen ze de ‘trackfeed’. In Engeland zit de eindregisseur die de onboard camera’s, de camera’s in de pitlane, de helikopter, de herhalingen en alle graphics toevoegt. Daar maken ze het uiteindelijke programma. In mijn zoeker zie ik natuurlijk het beeld van mijn eigen camera, maar om te weten waar we zijn kan ik ook de ‘trackfeed’ bekijken. Onder een andere knop heb ik het eindproduct, maar daar kom ik amper aan toe. Als ik voor het eerst op mijn ‘return B’ druk om te zien welke rijder op de vierde plek rijdt en om te zien hoeveel ronden we nog moeten, blijkt dat we al in de 62e ronde zitten. Het is al bijna afgelopen. Ik voel opluchting, omdat het tot nu toe foutloos gaat, maar ook teleurstelling, omdat dit voor mij nog wel even mag duren. Het geeft een enorme kick dat alles, na een weekend hard werken, op zijn plaats valt.

 

Om 16.49 uur wint Max Verstappen de eerste Grandprix van Zandvoort sinds 1985. Ik ben erbij. In zijn uitloopronde word ik nog één keer geschakeld. Dan is het klaar voor camera 17. Het is goed gegaan en ik heb de neiging om net zo uitzinnig te reageren als het oranje legioen op de tribune voor me. Alles valt op zijn plek. Wat een geweldige ervaring. Een van de coolste dingen die ik in mijn lange carrière heb gedaan. Misschien juist wel, omdat ik me er vooraf zo druk over heb gemaakt. 

Een hele dikke groene vink op mijn bucketlist.




 

dinsdag 24 augustus 2021

Charlie

 

Op 29 augustus 1995 traden de Rolling Stones op in de Rotterdamse Kuip. Het was de Voodoo Lounge Tour. Een paar maanden eerder hadden Rob en ik onze helden ook al gezien in Landgraaf, vandaar dat we precies wisten waar we wilden staan. Rechts vooraan. Aan die kant stond Keith het grootste deel van het concert en zo konden we hem van dichtbij aanschouwen. Om op deze plek te komen hadden we een groot deel van de middag voor de ingang van het stadion gelegen en een sprintje getrokken toen de poorten open gingen. We hadden mazzel en bereikten het voorste vak net voor het vol was. 

Van het concert zelf kan ik me weinig specifieke details herinneren. Ik weet alleen dat ze begonnen met het nummer Not Fade Away en dat ze de toegift afsloten met Jumping Jack Flash. Het nummer You Can’t Always Get What You Want hadden ze die avond niet gespeeld. Dat weet ik ook nog, want daarom dacht ik even dat het nog niet was afgelopen toen de band vooraan op het podium kwam staan voor een diepe buiging. Ze namen de tijd voor ons oorverdovende applaus. 

Charlie Watts had de drumstokken waarmee hij tijdens de laatste nummers het ritme had bepaald nog in zijn handen. Op het moment dat de rest van de band het podium verliet kwam de drummer onze kant op. Hij maakte nog eenmaal een sierlijke buiging voor de dolenthousiaste fans die nu luidkeels ‘CHARLIE, CHARLIE, CHARLIE!’ scandeerden. Daarna stak hij zijn stokken weer even in de lucht.

Wat volgde duurde in werkelijkheid misschien twee of drie seconden, maar in mijn hoofd zit, zelfs na al die jaren, nog steeds de superslowmotion van een van mijn meest brutale acties ooit.

Charlie Watts gooide zijn drumstokken in het publiek. Een van de twee kwam recht op me af. Ik zie hem zo nog door de lucht gaan. Tuimelen. Alle mensen om ons heen staken hun handen in de lucht. Ook Rob en ik. Iedereen greep in de richting van Charlie’s drumstok. Eenentwintig, tweeëntwintig. Opeens zag ik dat de man voor mij die stok uit de lucht ging plukken. Het kon niet meer mis gaan. Hij ging op de punten van zijn tenen staan en kwam zo nog iets hoger. 

Tot mijn volgende actie heb ik in een splitsecond besloten. Daar is niet over nagedacht. Noem het een oerdrift. Het is niet iets om trots op te zijn, maar ook niet iets om spijt van te hebben. Het leven is hard. Op zo’n moment is het ieder voor zich. De Stonesfan voor me had hetzelfde gedaan als hij in mijn schoenen had gestaan. De fans achter mij hadden het op hun beurt weer gedaan als ze mijn ‘move’ hadden zien aankomen. Laten we het er op houden dat ik alert reageerde.

Ik gaf de man die een 100% kans had om de drumstok te vangen op het allerlaatste moment een gigantische duw in de rug. Goed voor een serieuze whiplash. Hij verloor zijn evenwicht en greep mis. Voor hij in de gaten had wat er aan de hand was griste mijn vriend Rob de stok van Charlie Watts boven zijn hoofd vandaan. Vangbal!

Een knap staaltje teamwork. De ultieme bevestiging van onze vriendschap. In die tijd dachten mensen wel eens dat wij broertjes waren, Rob en ik, en op dat moment leek het er verdomd veel op. De glimmer twins! Hij had mijn gedachten gelezen en precies gedaan wat ik dacht dat hij zou doen.

Een paar jaar na het concert kreeg ik voor mijn verjaardag van Rob een lijst met daarin die drumstok van Charlie. Deze staat nog altijd naast mijn bureau. Vanavond heb ik het lijstje even afgestoft.





woensdag 24 maart 2021

held op sokken

Nog even een klein vuilniszakje met restafval in de container gooien, dat leek mij gisterenavond niet zo’n probleem. Het was weliswaar half tien geweest en we hebben te maken met die vermaledijde avondklok, maar in ons stille Vinex straatje moest dat kunnen. Dacht ik. Op mijn sokken en zonder jas liep ik naar buiten. Het was net iets frisser dan gedacht, maar de ondergrondse containers staan op nog geen honderd meter van onze voordeur. Net even de hoek om. Daar bij het parkeerterrein van het Balijepark Restaurant, wat overigens echt een aanrader is, maar dat terzijde.

Met een klap sloot ik de draaideksel van de container en liep ik weer huiswaarts. Geen kip op straat. Maar ik was nog een vijf meter van die afvalbak verwijderd toen een auto achter mij de Augustusweg in draaide. Ik hoorde hem. Koplampen prikten in mijn rug. De auto reed rustig. Ik keek om en kon niet gelijk zien of het een politieauto was, maar het schoot wel door mijn hoofd.

De stapel avondklokverklaringen in het handschoenenkastje van mijn auto groeit met de week. Ik heb een alibi’s gekregen van L1, de NOS, The Crew, NEP, Philharmonie Zuidnederland en ik heb als ZZP’er mijn eigen verklaringen opgesteld, maar dat telt natuurlijk allemaal niet als je op sokken door de buurt sluipt.

En het wás een politieauto. Natuurlijk! Dat heb ik weer.

Heel even heb ik overwogen om een steegje in te schieten en me te verschuilen, maar hoe verdacht maak je jezelf dan? Voor je het weet lok je een hele klopjacht uit en hangt er een politiehelikopter boven je hoofd. Nee, ik ging dit dragen als een man. Mocht ik die boete van vijfennegentig euro krijgen, dan zou ik hem netjes betalen. Regels zijn regels. En eigen schuld, dikke bult.

Op de hoek van de straat, waar ik moest oversteken, reed de politieauto naast me. Als ik snel zou oversteken, dan was ik thuis. Fatsoenshalve deed ik dat niet. Ik liet hem rustig voor gaan. Voor mijn neus stopte de hij. Ook dat nog. Het raampje ging langzaam open en ik zag onze vaste wijkagent. Ik groet die man altijd vriendelijk, maar verder kennen we elkaar gelukkig niet. Nog niet…

“Waar gaan wij naartoe?” 

Hij vroeg het echt. Nu kon ik een grap maken over dat woordje ‘wij’, maar dat durfde ik toch niet. Held op sokken. Ik stamelde iets over een vuilniszakje en dat ik aan de overkant woon. “Naar huis,” zei ik. Een beetje met een vraagteken. Ik hoopte vurig dat hij me liet gaan.

En dat deed hij. Gelukkig. De politie is je beste vriend. Waarschijnlijk had hij ook geen zin in alle papieren rompslomp of zag ik er betrouwbaar genoeg uit. We wensten elkaar een fijne avond en toen reed hij door. Op weg naar andere mensen die hij eventjes de stuipen op het lijf kon jagen.

Binnen werd ik keihard uitgelachen door mijn bloedeigen zoon, die het tafereeltje had gadegeslagen en die stiekem had gehoopt dat oom agent mij eens goed te grazen had genomen.






vrijdag 15 januari 2021

thuisonderwijs

  

Ik weet ook wel dat het niet voor alle ouders een feest is om thuis te werken en hun kinderen bij te staan ten tijde van lockdown, maar ik word er extreem vrolijk van. Terwijl ik dit schrijf zit ik op onze fijne werkzolder aan een lang bureau en Imme, mijn geweldige dochter van elf, heeft de plek naast mij ingenomen. Op het scherm van haar laptop staat de Google Meet van groep 8A. Ze zijn aan het rekenen. Juf Annemieke geeft instructie over het uitrekenen van de oppervlakte van een driehoek. Zo leer ik ook nog wat.

Tijdens de eerste lockdown, in het voorjaar, was het nog niet zo gestructureerd en moest ik iets vaker bijspringen, maar nu gaat het allemaal vanzelf. De kinderen van Daltonschool Apollo11 in De Meern hebben gewoon de hele dag les, zoals het normaal op school gaat. Om half negen logt Imme in en om kwart voor drie kan de computer weer uit. Klassikale dingen doen ze in ‘de meet’. Denk aan het opstarten van de dag met een gezellige check-in, alle instructies en het afsluiten. Ik hoor een dictee, ze kletsen gezellig tijdens het werken aan een tekenopdracht, de juf neemt geduldig het programma door voor na de pauze en ze hadden deze week een super leuke Kahoot quiz. Tussendoor maken de kinderen zelfstandig hun oefenopdrachten of ze werken samen met een maatje. Juf Annemieke is de hele dag te zien op het scherm en ze kunnen altijd vragen stellen in de chat of gewoon in de meet. Op afgesproken tijden komt de groep weer bij elkaar.

Natuurlijk is het beter voor de kinderen als ze gewoon naar school kunnen, als ze weer alle beschikbare materialen kunnen gebruiken en als ze weer echt contact mogen maken, maar ik geloof niet dat 8A achterstanden oploopt. Deze manier van werken maakt ze in zekere zin ook zelfstandiger en alle stof wordt ‘gewoon’ behandeld.

Als vader kan ik eindelijk eens stiekem meeluisteren. Het is interessant om te horen hoe het er op school aan toe gaat. Na twee en een halve week thuisonderwijs kan ik niet anders dan heel veel respect hebben voor de geweldige juf van mijn dochter. Daar valt of staat in het onderwijs natuurlijk alles mee en toevallig heeft mijn dochter dit jaar een juf uit duizenden. Annemieke is heel duidelijk, rustig, lief, grappig, altijd opgewekt en super positief. Ze beschikt over een jaloersmakende portie geduld. Voor zover ik het kan inschatten heeft ze precies in de smiezen welke kinderen ze even in de gaten moet houden. Aan het eind van de dag heeft zij alle tijd voor gesprekjes met individuele kinderen. Ook mijn dochter, die heel zelfstandig is en zich goed redt in deze gekke tijd, wordt zeker niet over het hoofd gezien. 

Ik vind dat het heel gezellig is in 8A. De kinderen zijn ook allemaal hartstikke schattig en lief. Ze werken heel serieus en stellen goede vragen. Eentje was deze week extra vroeg opgestaan om al zijn schoolwerk alvast af te maken. Imme doet ook uit zichzelf meer dan er van haar gevraagd wordt. Als dat het geval is, dan heb je het volgens mij als leerkracht dik voorelkaar.

Het zal niet overal net zo soepeltjes verlopen als in groep 8A van Apollo11, maar ik maak een hele diepe buiging voor alle leerkrachten in het basisonderwijs, die momenteel hun uiterste best doen om de boel bij elkaar te houden en voor juf Annemieke in het bijzonder.

 

  


zondag 14 juni 2020

dag 100

dagboek - ZZP'er in crisistijd

(nr. 35 / dag 100)

 

Zaterdagmiddag heb ik oliebollen gebakken. Het was 26 graden, maar ik heb mezelf wijs gemaakt dat het rond het vriespunt moest zijn. In de schuur vond ik een oude vuurpijl en onder de trap stond nog een fles champagne uit betere tijden. Na het gourmetten keken we naar de oudejaarsconference van Claudia de Breij, die ik toch nog niet gezien had. Om twaalf uur ’s nachts heb ik de kinderen uit bed gehaald, Abba opgezet en met mijn lieve lief het nieuwe jaar feestelijk ingeluid. 

Laten we gewoon opnieuw beginnen. Of zullen we doorspoelen naar 2021? Misschien is dat nog beter. Als ik een knalrode bodywarmer had en een grijze Delorian, met een flux capacitor, dan zou ik het liefst vijfentwintig kilo terugvliegen, naar 1994… Toen ik ook nog haar had, woest aantrekkelijk was en met een hele carrière als succesvol cameraman voor de boeg.

 

Het is vandaag dag 100, sinds ik op 13 maart begon met mijn ‘Dagboek van een ZZP’er in crisistijd’. Dit is de 35e bijdrage. Er is niet veel feestelijks aan. Als ik door mijn eigen verhalen van de afgelopen veertien weken blader, dan lees ik dat mijn humeur alle kanten opgevlogen is. Er is veel gebeurd, maar tegelijkertijd ook niet. Wat ik half maart schreef is vandaag nog steeds relevant. Ik vond het vreselijk dat er van de ene op de andere dag geen werk meer was voor zoveel freelancers en dat vind ik nog steeds. Tot op de dag van vandaag kan ik niet accepteren dat zoveel creativiteit thuis zit en dat we niet in staat zijn om dat vliegwiel snel een nieuwe zet te geven. De tijd staat stil en ik probeer al drie maanden krampachtig om de grote wijzer vooruit te duwen.

Natuurlijk zitten er positieve kanten aan het hele coronaverhaal. Ik heb nog nooit zoveel tijd en aandacht gehad voor het thuisfront. Ik heb nieuwe dingen geprobeerd en van alles geleerd op het gebied van editing, websites bouwen, offertes maken, zakelijke teksten schrijven enzovoort. Ik zit niet stil. Heb contact met allerlei mensen in het wereldje. Probeer zichtbaar te blijven en elke dag of op zijn minst iedere week iets te doen aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar zie ik heus wel de voordelen van in, maar ik loop ook tegen muren op en leer mezelf van mijn mindere kanten kennen. 

In tijden van crisis ontdek je wie je ware vrienden zijn. Inmiddels is heel helder wie er voor mij is en van wie ik niet zoveel hoef te verwachten. Dan heb ik het niet alleen over directe opdrachten, maar ook over goede gesprekken en empathie. Het is niet erg dat niet iedereen mij hier een aai over de bol komt geven. Dit is geen oproep, maar de simpele constatering dat oprechte interesse, nieuwe kansen en aangeboden hulp soms uit onverwachte hoek komen of van mensen die zelf tot over hun oren in de shit zitten.

 

100 dagen lang heb ik alle begrip getoond voor de maatregelen die zijn genomen. Heb ik mijn best gedaan om me neer te leggen bij dingen waar ik geen invloed op kon uitoefenen en ondertussen keihard geprobeerd om te ondernemen waar mogelijk. Ik ben er klaar mee om dat te doen met mijn handen op de rug gebonden. Ik wil door! Het liefst zou ik willen dat het net zo abrupt stopt als het begonnen is. Liefst nu direct. Vandaar een jaarwisseling van 13 op 14 juni. Je moet immers alles proberen wat je proberen kan, ook al is het op voorhand een vrij kansloze missie. 

Start ‘Happy New Year’ van Abba. En jullie ook nog de allerbeste wensen. 

Gelukkig nieuwjaar!