Posts tonen met het label geleen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geleen. Alle posts tonen

donderdag 6 november 2025

7 november 1975 - de Ramp bij DSM

  

In de muurkast op de werkkamer van mijn vader lag, naast de postzegelverzameling en oude Super8 filmpjes, een geluidsband in een grijze plastic box. Op deze Agfa Magnetonband had hij met een lettertang de tekst ‘1 RAMP DSM’ geplakt. Ergens wist ik van het bestaan van deze spoel, want als kind neusde ik graag in zijn spullen. Het was dan ook een klein ‘oh ja’-moment toen ik die band aantrof na het overlijden van mijn vader. Het is een van de dingen die ik niet zomaar weg kon doen en uiteindelijk heb meegenomen. 

Een jaar heeft de band op mijn bureau gelegen. Ik wilde er iets mee doen, al wist ik niet goed wat. Afspelen kon ik hem niet, want ik had geen bandrecorder.

Ramp DSM’ sloeg op de explosie van een Naftakraker bij het bedrijf Polychem tussen Geleen en Beek, dat wist ik wel. Na wat zoeken op internet ontdekte ik dat op 7 november 1975, rond tien voor tien in de ochtend, tijdens het opstarten van de NAK2, een leiding scheurde en zeer brandbaar gas ontsnapte onder hoge druk. De wind voerde dit gas langs hete ovens en zo ontstond een gigantische ontploffing. In de hele installatie ontstonden hevige branden. Twee benzinetanks, elk met een inhoud van vijf miljoen liter, vlogen in brand. Bij deze ramp kwamen veertien medewerkers om het leven. De totale schade werd uiteindelijk geschat op meer dan 100 miljoen gulden.

Wij woonden in Geleen, dicht bij de plek van de ramp. Hemelsbreed ongeveer 2,5 kilometer. Ik was zelf in 1975 slechts drie jaar oud, maar toch heb ik vage herinneringen aan deze dag. Ik speelde buiten en onze hulp in huis was de ramen aan het lappen op het moment van de klap. De deun was gigantisch. De poetshulp lazerde van schrik van haar keukentrapje. Ik weet dat we om de hoek, in de Bachstraat, zijn gaan kijken. Daar waren de voorruiten van alle huizen gesprongen door de gigantische luchtdruk die de explosie had veroorzaakt.

 

Een paar maanden geleden zat L1 presentator, cultuurredacteur en archivaris Tom Doesborg in de radiostudio om een mooi verhaal te vertellen over een oude opname die ze hadden gedigitaliseerd en waarop je een bekende Limburgse artiest uit de jaren vijftig kon horen. Het moest kennelijk zo zijn dat ik precies op dat moment zapte langs de regionale zender. Het gesprek triggerde mij direct en nog tijdens die uitzending heb ik Tom een bericht gestuurd over de band die op mijn bureau lag.

 

Mijn vader werkte zijn hele werkzame leven op een school in Geleen. Wat hij die dag in 1975 precies had opgenomen was mij een raadsel. Zouden ze een opname in de school gemaakt hebben? Waren ook daar de ruiten gesprongen? Had mijn vader zelf voor journalistje gespeeld? Ergens las ik dat alle scholen in Geleen en omstreken voor de rest van die dag gesloten waren. Had hij dan misschien toch bij ons thuis audio-opnamen gemaakt? 

 

Ik mocht de band opsturen naar L1, waar Tom Doesborg zich er hoogstpersoonlijk over zou bekommeren. Ik waarschuwde hem nog dat er inmiddels ook muziek van James Last, Abba en The Carpenters op zou kunnen staan. Of iets van het Geleens Mannenkoor Mignon, maar al een paar dagen later stuurde Tom mij via de mail een link naar de gedigitaliseerde opnamen op de geluidsband van mijn vader.

 

“De politie heeft het verkeersplein Kerensheide bij Geleen voor het verkeer afgesloten. Het verkeer in beide richtingen moet rekening houden met omleidingen. De politie verwacht dat het verkeersplein weer vrijgegeven zou kunnen worden en dat wijst er misschien op dat het toch niet zo rampzalig is als tegen tien uur vanmorgen werd verwacht. Gelukkig valt het mee.”

 

Daarmee begint de opname. Gelijk wordt duidelijk dat mijn vader op 7 november 1975 het radionieuws heeft opgenomen. Alle opnamen bij elkaar duren ongeveer veertig minuten. Het zijn telkens nieuwe bulletins die je hoort. Het begint ergens aan het eind van de ochtend, ik gok om twaalf uur, en het laatste fragment is rond middernacht opgenomen. Waarschijnlijk heeft hij afgestemd op Hilversum 3, de FM-zender waar ‘s avonds ook de programma’s van Regionale Omroep Zuid op te horen waren.

 

Om een uur ’s middags meldt de radionieuwsdienst van het ANP:

 

Een woordvoerder van DSM heeft meegedeeld dat er op het ogenblik geen aanwijzingen zijn dat er doden zijn. Wel zijn er veel gewonden, maar in de meeste gevallen zijn het lichte verwondingen als gevolg van rondspringende glasscherven. Er wordt een telling van het personeel gehouden, die nog niet is voltooid. Tot voor kort hadden negen mensen zich nog niet gemeld.”

 

Drie uur na de explosie is niet helder of er doden zijn te betreuren en hoeveel gewonden er zijn. Op de radio wordt wel al besproken dat Limburg niet op de paniek na een explosie zou zijn voorbereid. Er is in deze regio met zware chemische industrie geen rampenplan. Uit de berichten blijkt dat het chaos is in de hele omgeving van de explosie. Een groot winkelcentrum in Beek is ontruimd en bij een paar flatgebouwen in Beek zijn alle ramen gesneuveld. In Geleen, dat het dichtst bij de rampplek ligt is de schade niet te overzien. De communicatie tussen politie, overheid en DSM wordt slecht genoemd. DSM is telefonisch niet te bereiken, omdat het telefoonverkeer in de hele Westelijke Mijnstreek plat ligt. Hierdoor weet zelfs de Rijkspolitie niet goed wat er aan de hand is en hoe te handelen. De BB (Bescherming Bevolking) is paraat, maar wordt niet ingezet.

 

Het volgende nieuwsbericht is van twee uur. Dan meldt de nieuwslezer van het ANP :

 

De directie van DSM houdt er ernstig rekening mee dat bij de explosie van vanmorgen in het DSM-bedrijf Polychem in Beek doden zijn gevallen. Zekerheid daarover bestaat nog steeds niet. In het ziekenhuis in Geleen waren tegen het middaguur negentien gewonden binnengebracht. Enkele van hen verkeerden volgens een zegsman van het ziekenhuis in levensgevaar. 

Bij Polychem in Beek werken ongeveer drieduizend mensen. Hoeveel van hen in de buurt waren van de ontplofte NAFTA-kraker is niet bekend. Volgens een DSM-woordvoerder kunnen het er niet veel geweest zijn, omdat de kraker volledig is geautomatiseerd. Rond het middaguur werden nog vijftien mensen vermist. DSM probeert deze werknemers, die weggelopen kunnen zijn, op te sporen.

De brand is onder controle en er bestaat geen gevaar meer, aldus de voorlichtingsdienst van DSM.

 

Pas om drie uur, vijf uur na de ramp, is er sprake van één dodelijk slachtoffer.

 

… De voorlichtingsdienst van het bedrijf heeft zojuist bekendgemaakt dat één dode is geborgen. Eerder was de vrees uitgesproken dat verschillende mensen bij de explosie van de NAFTA-kraker om het leven zijn gekomen. De familieleden van de vermisten en de gewonden worden door het bedrijf op de hoogte gehouden. Telefonisch contact met DSM is onmogelijk. Alle lijnen zijn geblokkeerd.

Op een persconferentie van DSM zijn nadere mededelingen gedaan over de toedracht van het ongeluk. Uit de NAFTA-kraker is gas ontsnapt dat daarna ontbrandde en explodeerde. Twee benzinetanks, elk met een inhoud van vijf miljoen liter, vlogen ook in brand. Twee andere even grote tanks werden wel beschadigd, maar kwamen niet tot ontbranding. Het vuur wordt bestreden door de DSM-bedrijfsbrandweer en de korpsen van Kerkrade, Heerlen en Eindhoven. De brand is geïsoleerd, nog onmogelijk te benaderen, maar wel onder controle.

 

Om vijf uur ’s middags is er voor het eerst sprake van dat de explosie aan zeker vier mensen het leven heeft gekost. Op dat moment worden nog steeds elf medewerkers vermist. Ook om zes uur is dit aantal ongewijzigd. In dit nieuwsbulletin wordt vermeld dat het vuur in de brandende Naftatanks zich opnieuw aan het uitbreiden is. 

 

De twee tanks die gevuld waren met een buffervoerraad Nafta branden nog. Zojuist werd bekend dat een van de twee tanks is gescheurd, waarbij zich nieuwe ontploffingen hebben voorgedaan. Dat betekent dat de persconferentie, die om 7 uur gehouden zou worden, vlakbij de plaats waar de brand vanmorgen is uitgebroken na de explosie, dat die persconferentie in de haast verlegd zal moeten worden naar een ander gedeelte van het DSM-complex, namelijk naar het Centraal Laboratorium in Geleen. De kans bestaat ook, maar die berichten heb ik nog niet bevestigd gekregen, dat een gedeelte van de gemeente Beek geëvacueerd zal moeten worden, binnen nu en enkele uren. Er zouden nu vier nafta-tanks branden. Brandweer en ambulances zijn weer opgeroepen.

 

Na het ANP Radionieuws van half zeven ’s avonds begint de dagelijkse uitzending van de ROZ (Radio Omroep Zuid) vanuit Maastricht. Het programma staat in zijn geheel in het teken van de ramp bij DSM. Zij melden direct dat de ramp aan zeker negen personen het leven heeft gekost en dat er nog vijf mensen worden vermist. Van de meer dan zestig gewonden verblijven er op dat moment ongeveer twintig in ziekenhuizen in Geleen, Sittard en Brunssum. Volgens de ROZ is de situatie op het terrein van DSM nog steeds onoverzichtelijk. De brandweer kan niets doen en heeft zich teruggetrokken.

 

Rond middernacht is er sprake van twaalf doden, waarvan de lichamen zijn geborgen en er zijn nog steeds twee personen vermist. Dan hoor je op de opname het Nederlands volkslied. Daarna komt Premier Den Uyl aan het woord die bevraagd wordt over het falende rampenplan, maar volgens zijn informatie (de ministers Lubbers en Boersma hebben die middag een bezoek gebracht aan de rampplek) heeft het rampenplan van de Staatsmijnen wél gefunctioneerd. De presentator zegt dat luisteraars de hele nacht via Hilversum 3 op de hoogte worden gehouden, maar de opname stopt op dat moment.

 

Radio was in die tijd het snelste medium en dus de belangrijkste bron van informatie bij rampen als deze. De opnamen van mijn vader zijn in mijn ogen interessant, omdat je zo terug hoort hoe het nieuws zich in de loop van die dag ontwikkelde. Zeker als je het met onze tijd vergelijkt kwam de informatiestroom in 1975 buitengewoon langzaam op gang en was de communicatie naar met name de burgers in de omgeving van de ramp zeer beperkt. Rampenplannen waren er niet of nauwelijks, ondanks het feit dat die zware petrochemische industrie zo dicht bij woonwijken was gevestigd.

Zelf heb ik de eerste twintig jaar van mijn leven in de buurt van DSM gewoond en dat heb ik altijd wel een beetje spannend gevonden. Hoe klein ik ook was, die ramp heeft zeker indruk op mij gemaakt. Zelfs vijftig jaar later vind ik het nog steeds indrukwekkend als ik over Knooppunt Kerensheide van de A2 naar de A76 in de richting van Geleen langs de fabrieken van Chemelot rijd. Ik kom daar regelmatig en moet dan vaak aan de ramp in 1975 denken. Deze week dus 50 jaar geleden…



Ik hoorde van Tom Doesborg dat L1 Radio op vrijdag 7 november 2025 tussen 09.45 en 13.00 uur fragmenten gaat uitzenden van de opname die mijn vader heeft gemaakt. Dat vind ik echt super. En daar zou mijn vader ook trots op zijn geweest.

 




(ikzelf in 1975, toevallig is deze foto ook genomen, ongeveer op de plek waar ik was toen we de explosie hoorden)


 

 

 

maandag 24 februari 2025

de moeiste weg van deze werld

 

Op woensdagochtend 28 februari 2024 liep mijn vader met zijn vaste wandelmaten een route van ongeveer zes kilometer rond Beek, Kelmond en Geverik. Het was uiteindelijk zijn laatste wandeling. De volgende avond is hij totaal onverwacht overleden. 

Jarenlang wandelde mijn vader elke woensdagochtend met een paar gepensioneerde collega’s in het prachtige Zuid-Limburgse land. De trajecten die ze liepen kwamen altijd van de website ‘Wandelgids Zuid-Limburg’. Aanvankelijk waren het de langere routes van ongeveer vijftien kilometer en naderhand, toen de leeftijd van de mannen wat zwaarder begon te wegen, kozen ze voor de wandelingen van ongeveer zes of zeven kilometer. Liefst met een eindpunt waar koffie en vlaai te krijgen was. 

Voor mijn vader was die wekelijkse wandeling een hoogtepunt. Het was goed voor zijn conditie, hij maakte altijd foto’s die hij naderhand op Facebook plaatste en vaak kwam hij thuis met mooie verhalen of een nieuw plekkie waar hij ook met mijn moeder naartoe kon voor een kop koffie met gebak. Nadat mijn moeder in 2020 was overleden werd het uitje met zijn wandelvrienden alleen maar belangrijker.

Bij de uitvaart hebben we alle aanwezigen een briefje meegegeven met daarop de route van zijn laatste wandeling en een paar foto’s van het Kelmonderbos, die mijn vader de dag voor zijn overlijden nog heeft gemaakt. Het idee was dat vrienden, familie of bekenden deze wandeling ter nagedachtenis aan mijn vader nog eens zouden kunnen lopen. Van verschillende mensen heb ik gehoord dat ze dit ook daadwerkelijk hebben gedaan, maar zelf was ik er nog niet aan toegekomen. Tot gisteren. 

Nog net geen jaar later heb ik met mijn gezin, mijn zus, haar man en een van haar zoons ‘Wandelroute 964’ gelopen, in de voetsporen van mijn vader. Van Beek, naar Kelmond, Geverik en weer terug. Een mooie stuk door het Limburgse land. Langs de Keutelbeek en door de ‘pratsch’. De zon scheen en de temperatuur was aangenaam. In mijn hoofd had ik het Lied Vur Limburg van Rowwen Heze, waarin Jack Poels zingt: ‘De moeiste weg van deze werld, leupt in 't zuiden dor ’n veld’. Dat draaide mijn vader vaak. Hij vond het een prachtig nummer.

Natuurlijk heb ik zelf onderweg ook foto's gemaakt en bij een bijzondere Mariakapel in het bos zijn we gestopt om allemaal even een kaars op te steken. Nou geloof ik persoonlijk niet dat mijn ouders vanaf een wolk in de hemel toekijken, maar ik weet wel zeker dat ze het mooi gevonden zouden hebben dat wij op deze manier aan ze dachten.




donderdag 29 augustus 2024

Chopinstraat 12

 

Met een schroevendraaier haalde ik het naamplaatje bij de voordeur van mijn ouderlijkhuis weg. Zolang ik me kan herinneren heeft het bruine plaatje met ‘Jan en Nan Hettinga-Mohren’ onder huisnummer 12 gehangen. Nu is het weg. Het was zo ongeveer het laatste wat we nog moesten doen. Er zitten twee gaatjes in de baksteen en als je goed kijkt zie je de vorm door verkleuring nog op de muur. Ik heb het plaatje meegenomen, maar geen idee wat ik er mee moet doen. Het heeft zijn functie verloren. 

Het huis waar ik ben opgegroeid is verkocht. Een jong stel gaat er een nieuw gezin stichten. De afgelopen 52 jaar lang was dit rijtjeshuis in Geleen mijn veilige haven. Het was er altijd, mijn hele leven lang. In en om Chopinstraat 12 heb ik een buitengewoon gelukkige jeugd gehad. Het was de plek waar mijn ouders dag en nacht voor me klaar stonden met raad en daad. Ook nadat ik op mijn 21e het warme nest had verlaten kwam ik graag weer thuis. 

Het huis is eind jaren zestig gebouwd. Geleen kreeg er een hele nieuwe wijk bij; Plan-Zuid. Compleet met winkelcentrum, scholen en zelfs een zwembad. Het kon niet op. Bedacht op het moment dat van mijnsluiting nog geen sprake was. Mijn ouders waren de eerste bewoners. Ze zijn er na hun huwelijk, in 1969, gaan wonen en nooit meer vertrokken. Ze hebben wel eens gekeken naar een groter huis, maar ze voelden zich op hun gemak in deze woning en vooral in de buurt. De inwoners van de Chopinstraat en naastgelegen Mozartstraat en Lisztstraat vormden als het ware één grote familie. Met de buren hadden we meer dan een goed contact. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig speelden op een zomeravond alle kinderen buiten. Trefbal, landverroveren of we maakten een hele circusvoorstelling. Als wij naar bed moesten bleven de ouders regelmatig buiten zitten. De buurt was actief tijdens feesten in Geleen of als er met carnaval een Prins in de straat woonde. Cholimo noemden ze zich dan, naar Chopin, Liszt en Mozart. 

Inmiddels is er veel veranderd. De kinderen zijn uitgezworven over het hele land. Buren zijn overleden of vertrokken naar bejaardenwoningen. Eind 2020 is mijn moeder overleden en op 1 maart van dit jaar stierf mijn vader plotseling. Hij was 80, maar het was toch onverwacht. Wij zeggen dat hij een gebroken hart had. Zijn hele leven had hij als schooldirecteur en voorzitter van allerlei organisaties voor elk probleem een oplossing, maar met het overlijden van mijn moeder wist hij zich geen raad. 

Opeens was het ouderlijk huis leeg. Stil en verlaten. De eerste weken na het overlijden van mijn vader ben ik er veel geweest en heb ik er ook gelogeerd, maar dat was heel gek. Alsof ze nog elk moment konden binnenlopen. Langzaam maar zeker veranderde dat. 

Mijn zus en ik hebben er het afgelopen half jaar veel energie in gestoken om een goede bestemming te vinden voor alle spullen die mijn ouders in hun leven verzameld hebben. De postzegelverzameling, een grote hoeveelheid boeken, aardewerk, serviezen, schilderijen en heel veel foto’s. De werkkamer van mijn vader was van de grond tot het plafond gevuld met mappen en ordners. In de basis was alles strak georganiseerd, maar we zijn toch dagenlang druk geweest met uitzoekwerk, sorteren en het gecontroleerd weggooien van papieren. Zo lagen er bijvoorbeeld nog alle bankafschriften vanaf 1968.

De meest dierbare zaken zullen we zelf goed bewaren. Een aantal dingen die voor ons historische waarde hebben zijn ondergebracht bij familie en vrienden. Vijf dozen met papierwerk hebben we geschonken aan de Heemkunde Vereniging van Geleen, in de hoop dat het in hun uitgebreide archief wordt opgenomen. Drie dozen met boeken zijn naar iemand van de Hettinga Stichting in Workum verhuisd en één heel oude doos met zaken uit de kruidenierswinkel van mijn grootouders is inmiddels bij de Stichting Albert Heijn Erfgoed in Zaandam, die deze stukken zullen opnemen in hun collectie. Een aantal zaken zijn verkocht. De auto is in gebruik genomen door mijn zus. Een hoop is naar de kringloop gebracht en uiteindelijk hebben we ook nog meer dan ons lief was, met pijn in het hart, moeten weggooien. Het is niet anders. 

Het was fijn om dit samen te doen met mijn lieve zus. Het was een lange reis door ons verleden met duizend-en-één dierbare herinneringen. We hebben gelachen en af en toe een traantje gelaten. Het is nog niet helemaal klaar, want aan meer dan 6.000 duizend dia’s moeten we nog beginnen. 

Omdat we het opruimen in alle rust konden doen was het ook een manier om het overlijden van onze ouders een beetje te verwerken. Achteraf is het toch heel triest dat ze zo snel achter elkaar uit ons leven zijn verdwenen. We missen ze enorm. 

Met de verkoop van de Chopinstraat 12 komt er een eind aan een heel mooi tijdperk. We hebben het daar met ons gezin altijd goed gehad. Onze ouders hebben er lang en gelukkig geleefd. Het is gek dat er door ons op die plek geen verjaardagen meer gevierd worden, geen koffie of thee meer wordt gedronken, vlaai gegeten of een goed gesprek zal worden gevoerd met een biertje of een wijntje. 

 

Chopinstraat 12, 6164CE. De voor- en achterdeursleutel zijn van mijn bos. Ik heb de deur achter me dichtgetrokken en kan er niet meer in. Telefoonnummer 046-4747.647 is opgeheven. Het naamplaatje verdwijnt vandaag of morgen in een grote doos op zolder. Steunpunt Geleen is definitief gesloten.





zaterdag 3 februari 2024

stick

 

Het is zaterdagochtend en ik rommel wat in ons schuurtje. Ergens tussen zaagresten van de houten vloer, stukken elektrabuis, oude bezemstelen en bamboestokken moet mijn ijshockeystick staan. Niet dat ik zelf ooit deze sport beoefend heb, maar ik heb er in 1993 eentje gekregen voor bewezen diensten bij de Geleense ijshockeyclub Meetpoint Eaters. Ik kan me niet voorstellen dat ik die stick ooit heb weggedaan, dus hij moet hier ergens zijn.

Begin jaren negentig woonde ik nog in Geleen, waar we in de winter op zondagavond naar de ijshal trokken, om te kijken naar de verrichtingen van de Smoke Eaters. Regelmatig gingen we ook mee naar uitwedstrijden van onze ijshockeyclub in Nijmegen, Tilburg of Rotterdam. Ik meen me zelfs te herinneren dat we een keer helemaal naar Heerenveen zijn gereden om onze club aan te moedigen. Als de Eaters gewonnen hadden, dan vierden we dat na afloop in Café De Kroon. Daar kwamen niet alleen trouwe supporters, maar ook de spelers. 

Ik was in die dagen al druk met het maken van filmpjes en de barman had mij gevraagd of ik een videoclip kon produceren, die ze op ijshockeyavonden in het café wilden vertonen op een groot videoscherm. Dat heb ik gedaan. Op het nummer ‘Tribal Dance’ van 2Unlimited heb ik snelle beelden gemonteerd die ik tijdens een wedstrijd had opgenomen. Dat filmpje werd een regelrechte hit. Een paar keer per avond werd het opgezet en als dat gebeurde, dan dansten de spelers met de mooiste meisjes van Geleen op de tafels. Aan het eind van het seizoen kreeg ik als bedankje een gesigneerde stick. Alle spelers van seizoen ‘92/’93 hadden er hun handtekening op gezet.

In een stoffig hoekje van ons schuurtje vind ik wat ik zoek. Achter de regenpijp en hij zit vol spinnenraggen. De stick zit klem tussen een uitgezette plank van het schap waar mijn gereedschapskist op staat en de vochtige schuurmuur. Dit is niet bepaald een plek om zo’n uniek cadeau te bewaren, maar zo gaat dat blijkbaar. Deze stick is ruim dertig jaar oud. De eerste tien jaar heeft hij nog op een mooi plekje in mijn Amsterdamse flat gehangen, maar inmiddels woon ik alweer bijna 20 jaar in Utrecht. Hier is hij in het schuurtje beland en eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik er nooit meer naar heb omgekeken. Tot vandaag. Na wat duwen en wrikken schiet de stick uiteindelijk los.

In 1993 wonnen de Meetpoint Eaters voor het eerst in de clubgeschiedenis de Nationale Beker. Ik was bij de legendarische finale in Eindhoven, waar de Gunco Panda’s uit Rotterdam werden verslagen met 4-2. Vijftien bussen met uitzinnige Limburgse supporters gingen helemaal uit hun dak. Die wedstrijd was volgens mij op woensdag 6 januari 1993 en de zaterdag daarna werd het team gehuldigd op het bordes van het gemeentehuis van Geleen. Daar heb ik nog een zwartwit fotorolletje volgeschoten met kiekjes van de uit Canada afkomstige sterspeler Chris Brant, die de cup boven zijn hoofd houdt.

De handtekening van Chris Brant staat op de zwarte tape aan de bovenkant van de stick. Zeg maar het handvat. Je moet het even weten. Andere namen zijn beter te lezen. Tommie Hartogs, Jamie van der Horst, Mike Pellegrims, Risto Mollen, Rickey Boh en Jo Charbonneau. Ik zie ze allemaal weer spelen. Het was een geweldig team en het is eeuwig zonde dat zij dat jaar niet ook kampioen zijn geworden. Ze waren er niet ver vanaf, maar de zeer beladen playoffs tegen Nijmegen zorgden voor zoveel ellende en gedoe dat het geen sportieve strijd meer was. Ik herinner me nog een bommelding, waardoor het hele ijsstadion ontruimd moest worden. De bezwete spelers van Geleen stonden buiten in de kou, terwijl het team van Nijmegen lekker in een verwarmde bus wachtte tot het spel weer verder ging. Het leek alsof zij op die bommelding voorbereid waren.

Ik sta zo een tijdje in ons schuurtje naar die stick te kijken en de ene na de nadere jeugdherinnering komt bovendrijven. Ik zet hem weer op zijn plek en ga binnen met een kop koffie een beetje Googlen naar de Meetpoint Eaters. Al snel vind ik op YouTube het filmpje dat ik gemaakt heb. Iemand heeft dat online gezet. Het zijn de eerste drie minuten van een hele berg historische opnamen. Het is grappig om dit oude werkje na al die jaren nog eens te bekijken. Gefilmd in 4:3 en ik had zelfs een heel speciaal video-effect gebruikt om er een echte hippe clip van te maken. 

Je zal wel denken waarom ik uitgerekend vandaag op zoek was naar die stick. Nou, dat is simpel. Morgen is er weer een bekerfinale. De Eaters spelen in Den Haag tegen HIJS. Ze kunnen voor de derde keer in hun historie de beker winnen. Als ze dat voorelkaar krijgen, dan is het voor mij de tweede keer dat ik erbij ben. Ik mag morgen als een van de vijf cameramannen voor de NOS deze ijshockeywedstrijd in beeld brengen. Daar verheug ik me al de hele week op.







vrijdag 10 december 2021

Ton

 

"Goedemorgen, het is half elf. Dit is Jan Rein Hettinga, met het lokale nieuws..." 

Strooi er een behoorlijk zachte G overheen en dan weet je hoe het geklonken heeft, ergens eind 1986 bij Start Radio op FM kabelkanaal 101. Ik was veertien en had me aangemeld als vrijwilliger bij de lokale omroep in Geleen. Op dat moment moesten daar de eerste televisiecamera’s nog worden uitgepakt en dus was ik in den beginne redacteur voor de kabelkrant en bij de radio-uitzendingen op zaterdag en zondag. Al snel mocht ik, bij gebrek aan concurrentie, op zondagochtend het lokale nieuws voorlezen in het programma van Ton Raven. Bij sommige berichten had ik geen flauw benul waar het over ging. Mijn algemene ontwikkeling was nog volop in ontwikkeling. Zo heb ik op een ochtend, tot groot plezier van de presentator, voorgelezen dat er een belangrijke beslissing was genomen door het ‘College van BMW’. Pas na enige uitleg (in de uitzending) begreep ik waarom Ton en zijn gast zo hard moesten lachen.

Het kon mij allemaal niet zo veel schelen. Ik had mijn passie gevonden. Gretig las ik boeken met titels als Spreektaal Schrijven en Het Lokale Radioboek. Ik slurpte alle informatie op, die ik kon krijgen van vrijwilligers met meer ervaring en ik pakte onbesuisd elke kans die ik kreeg. Zo werd ik sportverslaggever en ging ik met een taperecorder of een reportofoon naar wielerwedstrijden, handbal of het ijshockey. Niet gehinderd door enige kennis van deze sporten. Ik kan me nog goed herinneren dat bij de Klauterkoers in Sweikhuizen mijn gast opeens weg liep, precies op het moment waarop ik live in de uitzending kwam met een verslag dat een paar minuten moest duren. Totale paniek. Ton Raven zat op dat moment in de studio en redde hij mij professioneel. Danny Nelissen had overigens gewonnen die middag. 

In die tijd heb ik ook eens Mart Smeets geïnterviewd, na afloop van de Amstel Goldrace in Meerssen. Zenuwachtig vroeg ik of hij blij was dat een renner uit een Nederlandse ploeg had gewonnen. Smeets waste mij de oren met de mededeling dat op bladzijde 1 van het Basisboek Journalistiek stond dat je als verslaggever objectief moest zijn... Ik was compleet uit het veld geslagen. Dat was gelijk einde interview en ik moet eerlijk bekennen dat het nooit is uitgezonden. Die avond heb ik het bandje van de Uher zorgvuldig gewist.

Ik kom hier allemaal op door de naam Ton Raven. Die liep ik op Prinsjesdag tegen het lijf. Eind jaren '80 heeft hij de lokale radio verruild voor de lokale politiek. De populaire presentator van Start Radio werd wethouder in het Geleense college van BMW. Ik heb ooit een politieke spot voor Geleens Belang gefilmd en gemonteerd, de partij waarvan hij toen lijsttrekker was. Dat was nog op Super VHS of U-Matic. Daarna had ik de Geleense politicus jarenlang niet meer gezien. Hij is inmiddels Lid van de Eerste Kamer namens de Onafhankelijke Politieke Partijen Nederland en had mij, voor de Troonrede al zien lopen met een camera rond de Grote Kerk in Den Haag. We kletsten even, maar moesten allebei door.

Een paar weken later kreeg ik een mail met het verzoek of ik hem kon helpen met de productie van een spot in het kader van Zendtijd voor Politieke Partijen. Zo stonden we afgelopen week samen op het Binnenhof alsof er in 35 jaar niks veranderd was. Na afloop dronken we koffie bij Dudok en passeerden de namen van oud medewerkers van Lokale Omroep Start de revue. Uiteraard kwam het lokale nieuws van half elf ook nog even ter sprake.





woensdag 3 juni 2020

Come Together

dagboek - ZZP’er in crisistijd 

(nr. 33 / dag 90)

 

Jochen stuurde op woensdagavond een berichtje met de vraag: ‘Wat doe je maandag?’ 

Nou, ik had nog wel een gaatje.

De sympathieke Manager Evenementen van L1 had een geheim project in de aanbieding. Nieuwsgierig als altijd kon ik nog net ontfutselen dat het ging om een verrassingsconcert, ter gelegenheid van het weer open gaan van de terrassen. Iets op het dak van een gebouw. Ik moest gelijk denken aan The Beatles en U2. Een prima plan dus.

Het mooie aan de regionale omroepen is dat zij nog snel kunnen schakelen. Een concert dat op woensdag wordt verzonnen voor de maandag erna, staat dezelfde avond al in de steigers en op donderdagmorgen heb je de bevestiging dat het door gaat. 

Zo stond ik op Tweede Pinksterdag in Zuid Limburg voor een fijn stukje popmuziek. Bijna was ik doorgereden naar het Sportpark in Geleen of MegaLand in Landgraaf, maar de locatie waar het dit keer moest gebeuren was het dak van Schunck, in het hart van Heerlen. Een iconisch en stijlvol gebouw dat stamt uit de tijd van de kolenmijnen in Limburg, toen het geld in Heerlen nog tegen de plinten op klotste. Het wordt ook wel het Glaspaleis genoemd, is in de jaren ’30 gebouwd als warenhuis en in 2002 omgetoverd tot een culturele instelling. 

Het idee van een concert op dat dak was inderdaad geïnspireerd op het legendarische rooftop optreden van The Beatles. De lokale coverband die ze hiervoor hadden gestrikt heet The Rolling Beatles. Ik hoef niet uit te leggen welk repertoire zij spelen. Wel kan ik verklappen dat een deel van de nummers mij zeer aanspreekt en dat ik het andere deel wel aardig vind. Het beloofde dus op voorhand een feestje te worden. Zeker ook gezien het feit dat het stralend weer was.

Klokslag vier uur gingen we live. Met slechts drie en een halve cameraman, een paar vaste shots en een eenvoudige, maar doeltreffende regieset. Dat improviseren en het aan elkaar knopen van spullen vind ik minstens zo leuk als mega grote producties met meer dan tien camera’s, grote regiewagens, grip en de hele rataplan. Het gaat mij uiteindelijk vooral om de sfeer en de inzet van de mensen waarmee je het moet doen. Altijd gaan voor het hoogst haalbare, onder de gegeven omstandigheden. Het is leuk om met elkaar te bedenken hoe je beperkte middelen zo efficiënt mogelijk kan inzetten. Ik vind het zelf de sport om als cameraman zo veel mogelijk verschillende shots te halen en zo de indruk te wekken dat we met twee keer zoveel camera’s werken. Een uurtje buffelen was nu helemaal welkom. Door al dat stilzitten van de afgelopen maanden ben ik wel een beetje roestig geworden.

Ze speelden Get Back, Come Together, Don’t Let Me Down, The Last Time, Sympathy For The Devil en zelfs mijn persoonlijke favoriet Wild Horses. Deze dag kon niet meer stuk. Achter de camera ging ik… uit mijn dak.

Eindelijk konden we weer eens lekker buitenspelen. Het voelde als keerpunt in de malle coronatijd. In ieder geval werd er één kaal, dikkig cameramannetje heel gelukkig van dit optreden. Deze middag heeft zich bij mij gelijk genesteld in de afdeling blijvende herinneringen. Ik vrees dat er heel wat moet gebeuren voor ik weer een klus heb die hier overheen toept. In een waterig papje smaken de krenten nóg zoeter.  





zaterdag 6 juli 2019

Good Vibrations


Ja, geloof het of niet, maar ik stond deze week gewoon op een podium met de Beach Boys. Tenminste, met wat er nog van over is. Zanger Mike Love en toetsenist Bruce Johnston traden op met hun band en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van rederij Spido. Een klein feestje, want ik denk dat de rondvaartbotenfirma maximaal 1.500 personen had uitgenodigd voor haar zomerse verjaardagspartijtje op de Tweede Maasvlakte. Daar stond tussen de hijskranen een groot podium met aan weerszijden grote videoschermen, waarvoor wij met 8 camera’s de beelden verzorgden. Het werd een avond om nooit meer te vergeten.
Om te beginnen zijn bijna alle nummers van The Beach Boys klassiekers. Je kent ze allemaal. Ik word er altijd vrolijk van en met name van de uptempo songs als California GirlsSurfin’ Safari of I Get Around. Als de setting ook nog goed is, op zo’n zwoele zomeravond, dan kan het in principe niet meer stuk.
Vooraf wist ik niet precies wat voor klus ik had aangenomen. ‘Een concert,’ had de lieve planner van The Crew tegen me gezegd. In het callsheet las ik pas dat het om The Beach Boys ging. Ik dacht eerlijk gezegd dat we te maken kregen met een coverband, ook omdat ik achttien jaar geleden iets vergelijkbaars had gedaan voor het televisieprogramma ParadisoLife. Toen vertolkte de band Venice een aantal close harmony nummers van The Beach Boys op het strand in Bloemendaal. Het was een fantastische klus, waar ik nog steeds met veel plezier op terugkijk. Dat ik ooit nog eens met de echte restanten van deze legendarische band op een podium zou staan had ik tot op de dag zelf niet gedacht.
Job Scholtze was de eerste cameraman. Hij had in goed overleg met regisseur David Grifhorst bedacht dat ik camera 6 mocht doen; een handcamera in het orkest. Dat leek mij een prima plan. Er was genoeg ruimte op het podium om tussen de violen, het hout en de slagwerkers door te kruipen. Daar kon ik beelden maken van muzikanten die er zichtbaar veel plezier aan beleefden om samen met The Beach Boys die heerlijke muziek te spelen. 
Tijdens de repetitie heb ik alleen een beetje rondgekeken en laten zien wat ik ongeveer kon maken vanaf mijn positie, maar uiteindelijk hebben we het concert ‘on the fly’ gedaan. Zo noemen wij dat als we ergens zonder script of serieuze repetitie in vliegen. We kregen wel de goede cues van regie-assistentie Angelique Berg, die tijdens de repetitie serieus haar zaakjes had voorbereid. 
Vanaf de eerste klanken van het orkest liep ons treintje als een geoliede machine. Alles klopte. De muziek, de setting en de sfeer. Het licht was prachtig. De zon ging onder achter het podium en daar kon je de haven in alle bedrijvigheid zien. De muzikanten hadden er zin in en uit de regiewagen klonken louter enthousiaste geluiden. Arnoud, de schakeltechnicus, drukte instinctief precies op die ene paukenslag. Ruben van de crane zwaaide met lef van kleine naar grote totalen. Voor het podium liet Robin zijn dolly heen en weer scheuren en ik zag vooral blije orkestleden. Alles was raak! Al halverwege het concert realiseerde ik me dat deze avond met stip op 1 binnen komt, als het gaat om klussen in 2019. Ik denk dat er niet snel een leukere voorbij komt. Het heeft ook veel te maken met de verwachtingen die vooraf niet hooggespannen waren. Dit was eigenlijk één grote verrassing. Een cadeautje.
Zonder pauze speelden ze dertig nummers. Alle grote hits zaten erbij. Voor mijn gevoel waren we razendsnel bij RhondaBarbara AnnGood Vibrations en Kokomo. Bij Fun Fun Fun werd achter het podium een gigantisch vuurwerk ontstoken. Het was voorbij voor ik met mijn ogen had kunnen knipperen, maar wat was het een waanzinnige avond!







vrijdag 7 juni 2019

geen Pinkpop voor mij dit jaar...

Wie mij langer volgt weet dat ik de afgelopen jaren heel wat lyrische blogs geschreven heb over mijn avonturen op Pinkpop. Het Limburgse festival speelt al mijn hele leven lang een rol. Als klein mannetje ging ik in de jaren ’70 met mijn ouders kijken naar de gekke festivalgangers, die rond Pinksteren Geleen bevolkten. Bij ons in de tuin konden we de muziek horen. Een peloton van de Mobiele Eenheid werd gedurende die dagen ondergebracht in de school waarvan mijn vader de directeur was. Ik herinner me dat ik even mee mocht en daar zo’n zware helm opgezet kreeg, een wapenstok en een schild mocht vasthouden. Er is vast nog een vergeelde foto van mij in zo’n gepantserd ME busje. In 1983 sloop ik, tijdens het optreden van Nena, zonder kaartje het Burgemeester Damenpark binnen. Toen zat ik pas in de zesde klas van de basisschool. Later ging ik met vrienden kamperen in Landgraaf en zagen we onder andere het legendarische optreden van Pearl Jam. Een jongensdroom kwam uit toen ik in 2000 gevraagd werd om als cameraman naar Pinkpop te gaan.
Eenentwintig keer was ik op Pinkpop, waarvan vijftien keer voor werk. De afgelopen acht jaar stond ik met hetzelfde team op Mainstage en dat was voor mij telkens weer met superstip de coolste klus van het jaar. Coldplay, GreenDay, Robbie Williams, The Foo Fighters, Kings of Leon, Red Hot Chili Peppers, Rammstein, Lionel Richie, Muse, Metallica, Bruce Springsteen en vele andere grote artiesten heb ik daar voor mijn lens gehad.
Maar je voelt hem al aankomen. 
Helaas… 
Dit jaar geen Pinkpop voor mij. De 50everjaardag van het Limburgse festival gaat jammer genoeg aan mijn neusje voorbij. Ik mag na al die avonturen niet klagen, maar toch is het ongelofelijk balen dat ik er uitgerekend tijdens deze bijzondere editie niet bij kan zijn. 
Het is met zulke tot de verbeelding sprekende klussen pas zeker als je er echt bent. Er kan op het laatste moment iets veranderen in de planning en er zijn altijd kapers op de kust. Zo werkt dat in onze business. Dat weet iedereen. Alleen stond die aanvraag voor Pinkpop 2019 al tien maanden in mijn agenda en elke week in het rooster dat het facilitair bedrijf mij mailde. Ik heb berichten gekregen over het vervoer en de accreditatie. Pas de afgelopen week werd ik afgezegd. Die zag ik even helemaal niet aankomen. Ze hadden per ongeluk een poppetje teveel op de crewlijst staan. Nu moest er iemand vanaf en ik heb het kortste strootje getrokken. Foutje, bedankt. Er is een cameraman in vaste dienst verkozen boven de freelancer. Zo gaan die dingen. Ik heb geen poot om op te staan. Pinkpop is niet van mij. Ik moet blij zijn dat ik er de afgelopen jaren bij was. 
Maar zuur is het wel.
Dit weekend zal het pijn in mijn hartstreek doen, zodra ik alle blije berichten uit Landgraaf op de social media zie. Ik ga mezelf kwellen als ik naar die geweldige Pinkpop uitzendingen op tv kijk. 3FM heb ik gelukkig niet nodig. Voor de komende dagen heb ik al twee deuntjes in mijn hoofd. Om te beginnen Heilige Anthonius van Rowwen Hèze met het heerlijk eerlijke motto: “Soms is ’t beater iets moeis te verleeze. Beater verleeze dan dat ge ’t noeit het gehad.” En daarnaast het geweldige nummer van mijn vrienden Mick en Keith: “You can’t always get what you want…”



zondag 20 januari 2019

aan mijn lijf geen polonaise

De polonaise, daar krijg ik dus jeuk van. Uitslaande brand in mijn liezen, haren overeind, vlekken in de nek en bultjes op plekken die de zon nooit zien. Mijn hardnekkige polonaise-allergie heb ik opgelopen in de tijd dat ik als beunende bruidsvideograaf wat zakgeld verdiende in het Geleense Plenkhoes. Het moet eind jaren ‘80 zijn geweest. De toenmalige eigenaar van dat zaaltje verkocht mij met zijn S-VHS camera als extra optie aan bruidsparen. Zodoende filmde ik, tijdens mijn middelbare schoolperiode, soms wel twee of drie bruiloften in een maand. Dat leverde meer op dan een krantenwijk of een week aan de lopende band bij de DSM, maar het was ook confronterend om te zien hoeveel huwelijken al heel slecht beginnen. 
Twee families die zo’n hele avond tegenover elkaar bleven zitten. Ongemakkelijke toespraken van vaders en schoonvaders. Iedere keer weer zo’n alfabet (“De A is van…”) door háár vriendinnen en een tenenkrommend optreden van zijn vrienden. Net niet leuk en vaak zelfs pijnlijk eerlijk. En tot slot familieleden met het toen al zwaar gedateerde Farce Majeur-liedje ’Dat is uit het leven gegrepen’. Iedere keer weer hetzelfde. Trouwen in Het Plenkhoes stond garant voor treurigheid en troosteloosheid. Het was in die jaren nooit origineel of spetterend. Tot overmaat van ramp werden de avonden min of meer standaard afgesloten met een polonaise. Het enige moment waarop de families een beetje wilden mixen en altijd was er een oom met een slok op zo leuk om even in de billen van de beste vriendin van de bruid te knijpen. Of in die van de bruid zelf, dat kan natuurlijk ook. Voor mij was dit het moment om de camera op te ruimen en zelf ook maar een biertje te bestellen, want wat er na de polonaise nog gebeurde kon je beter niet vastleggen voor het nageslacht.
Het fenomeen polonaise heb ik nooit begrepen, maar je hebt blijkbaar genoeg mensen die het wel leuk vinden om een wandelende slinger te vormen. Als het even kan grijpen ze andere mensen bij hun schouders en dwingen ze die om mee te lopen. Ik kom uit Limburg en ben dus ook wel eens van achteren aangereden door zo’n hossende file, terwijl ik net rustig twee biertjes tegelijk stond te drinken. Bier over me heen én een whiplash. Het ergste van die polonaisemaffia is dat je niet zelf achteraan mag aansluiten als je dat al wil, maar je wordt altijd gedwongen. Wie voorop loopt is de pisang. Om over de bij behorende muziek nog maar te zwijgen. Hoempa hoempa. Ik heb nog nooit een polonaise zien ontstaan op muziek van The Rolling Stones of Pearl Jam.
Rond mijn achttiende heb ik me, daar aan de bar van Het Plenkhoes, voorgenomen om op mijn eigen huwelijk nooit een polonaise te tolereren. En als het toch per ongeluk zou gebeuren was ik vast van plan om de boel direct stil te leggen, de volgende dag te gaan scheiden en het hele feest opnieuw te doen. Echt! Twintig jaar na Het Plenkhoes ben ik gelukkig getrouwd. Mijn familie en vrienden wisten niks van dit polonaisevoornemen, anders hadden ze me zeker in de maling genomen, maar het is goed gekomen. Blijkbaar wordt in mijn bubbel hetzelfde gedacht over deze debielendans.
Ik ben na een tijdje gestopt met mijn S-VHS-bruiloftvideocarrière, mede vanwege die gruwelijke polonaises. Sindsdien heb ik nooit meer een trouwfeest gefilmd. Dat is een principezaak, maar deze week heb ik iemand serieus en geheel uit mezelf aangeboden om zijn bruiloft te komen filmen als het zover is. Ik doe het voor deze goede vriend met alle liefde. Gratis en voor niets, omdat ik hem het allerbeste gun. Alleen wil ik hem bij deze wel nog even op het hart drukken dat ik dus heel slecht tegen polonaises kan. Het kan zomaar gebeuren dat ik spontaan alle opnamen wis als zijn familie of vrienden een polonaise inzetten. Want ik háát de polonaise echt vanuit de grond van mijn hart. 


dinsdag 14 augustus 2018

via Alba

Ik was even weg. Drie weken vakantie in het heerlijke Italië. Eerst een kleine week in de streek Piemonte, onder Turijn en daarna tien dagen aan de noordzijde van Toscane om de plaatsen Lucca, Pisa en Florence te bezoeken. Tot slot nog een paar dagen terug naar Piemonte om het af te leren. Genoeg pizza en pasta gegeten voor de rest van het jaar en natuurlijk alle Gelatteria’s die we tegen kwamen moeten beoordelen. Drie weken zon, vroeg naar (lucht)bed en alle tijd voor mijn fantastische vrouw en dito kinderen. Mijn accu is weer helemaal opgeladen. 
Negenentwintig jaar geleden was ik ook in Piemonte. Om precies te zijn in Alba. Ik was net zeventien, het was mijn eerste grote buitenlandse reis zonder ouders. In dit geval geen busreis naar de Costa Brava, dat heb ik later wel gedaan, maar mijn eerste serieuze buitenlandklus als (vrijwillig) cameraman van de lokale omroep in Geleen. Samen met Jaap Heukers en Danny van Golde deed ik verslag van een Jeugd-Olympiade. Meer dan tweehonderd Limburgse sporters namen het vier dagen lang op tegen jongeren uit negen verschillende zustersteden. Wij maakten een reportage van een uur met onze loodzware semi-professionele video-apparatuur. Een camera met een losse U-Matic recorder waar videobanden in moesten die zo groot waren als een broodtrommel en waar je dan 20 minuten mee kon opnemen. Als de koppen van de recorder niet goed schoon waren, of de bandjes meer dan twee keer hergebruikt, kreeg je spetters en strepen in beeld. Drop-outs, noemden we die. De eerste minuut van het bandje moest je nooit gebruiken wegens aanloopproblemen, dus daarvoor namen we altijd eerst een testbeeld op. De batterijen voor deze set waren verpakt in een soort bomgordel die je om je middel moest binden of als een Rambo over je schouder kon hangen. Heel ongemakkelijk. Ons avontuur zat hem meer in het aan de praat houden van de spullen en zuinig zijn met accu’s, dan in het maken van mooie beelden.
Maar hoewel de apparatuur lomp en onbetrouwbaar was, het was wel de tijd dat zulke spullen statusverhogend werkten. Niet alleen onze publiciteitsgeile burgemeester, die de hele tijd aan me vroeg of zijn haar nog goed zat, reageerde gelijk enthousiast als wij ergens binnen kwamen. Maanden, misschien wel jaren na die trip kreeg ik in het Geleense uitgaanscircuit nog aandacht van de leukste handbal- en hockeymeisjes die mij allemaal kenden uit Alba. Zo ontdekte ik dat cameraman een ontzettend stoer beroep is.
Je begrijpt dat de belevenissen in Alba voor mij dierbare herinneringen zijn. Een goede reden om best nog wel eens terug te willen. Het liefst zou ik de tijd even terugdraaien naar juli 1989, maar bij gebrek aan bodywarmer, DeLorean en Dr. Emmett Brown wilde ik er best een uurtje voor omrijden toen wij de afgelopen weken een paar keer ‘in de buurt’ waren. Mijn lieve lief en de twee aandeelhouders op de achterbank hadden echter steeds weer andere plannen. Zij doken liever in het zwembad of hadden hun zinnen gezet op een stadje dat beduidend dichter bij de camping lag. Zo werd Alba een dingetje. Telkens als ik bedacht dat we terug konden naar mijn jeugdherinnering, ging het feest mooi niet door. Tot we op de laatste avond door het stadje Cuneo liepen en zochten naar een pizzeria. Toen zei mijn altijd grappige vrouw opeens: ‘Oke, jij je zin!’ en ze wees op een straatnaambordje. Daarop stond in sierlijke letters: ‘Via Alba’.










maandag 3 juli 2017

30

I want your sex van George Michael stond op 1 in de Top40. Whitney Houston zong I wanna dance with somebody, Crowded House Don’t dream it’s over en U2 Still haven’t found what I’m looking for. We keken series als Miami Vice en Knight Rider op tv, droegen extreem wijde spijkerbroeken, schoenen van het merk Kangaroos en mintgroene truien van O’Neill. Ik had een klein vies ‘matje’ van haar dat niet echt lang wilde worden in mijn nek.
Mag ik jullie even meenemen naar 1987? Om precies te zijn wil ik het hebben over donderdag 16 juli 1987. Een belangrijke, alles bepalende dag in mijn leven. Het was zwaar bewolkt. Aan het eind van de middag ging het regenen. In delen van het land stonden de straten blank. Gelukkig bleef het in Limburg bij een flinke bui. Desondanks kwamen die avond honderden jonge sporters en misschien wel duizend man publiek naar de Markt in Geleen voor de officiële openingsceremonie van de Jeugdolympiade. De beste sporters, tussen 14 en 18 jaar uit zeven zustersteden, kwamen bij elkaar voor een soort mini Olympische Spelen. Het evenement vond voor de derde keer plaats, was voor het eerst in Geleen en zou vier dagen duren.  
Ik was nog net veertien, maar zou twee dagen later vijftien worden. De mensen van de Lokale Omroep Start dachten gelukkig dat ik ouder was. Een paar maanden lang hadden we op dinsdagavonden geoefend met onze splinternieuwe camera’s, U-Matic videorecorders en een beeldmixer. Elke keer hadden we deze peperdure apparatuur zorgvuldig opgebouwd en na afloop weer keurig terug in de originele dozen gestopt. De opening van de Jeugdolympiade was de tweede gelegenheid waarbij we deze, door de gemeente gesubsidieerde, regieset zouden gebruiken. Ik mocht die avond voor de allereerste keer een camera bedienen en je wilt niet weten hoe nerveus ik was.
Het was een live-uitzending met twee camera’s. De regie zat in een busje, vlak achter de tribune. De kabellengte was 25 meter, dus veel speelruimte hadden we niet. Ik stond bij een klein podium, voor de shots van alle sprekers en een optreden van onze Geleense ster Lori Spee. De andere camera stond op het plein en filmde de entree van alle sporters, het publiek en het ontsteken van het olympisch vuur.
Ik heb nog een plakboek uit die tijd en daarin zit één foto van deze voor mij zo bijzondere avond. Je ziet me zitten op een hek. Een jochie nog. Ik kijk om me heen en lijk op die foto totaal niet bezig te zijn met de camera. De poken houd ik nieteens vast. Waarschijnlijk trilde ik zo van de zenuwen dat het ook beter was om de boel vast te zetten. Wel weet ik me goed te herinneren dat het loodzware statief niet al te best was. De camera is ingepakt in een vuilniszak, maar uiteraard voorzien van kanarigele Start-stickers.
Op een bepaald moment kwam Fanny Blankers-Koen voor de officiële opening. Tijdens haar toespraak besloot ik uit mezelf om langzaam in te zoomen. Van een medium shot naar een close-up. Dat ging hartstikke goed, alleen kwam ik er halverwege de zoom achter dat de scherpte niet op het gezicht van de oud Olympisch kampioene lag, maar op de geraniums achter haar. In paniek draaide ik aan de mechanische focusbediening op mijn linker pook. Je begrijpt dat ik keihard de verkeerde kant op draaide. Ik kon wel door de grond zakken. De dame in beeld werd vager en vager, terwijl de geraniums steeds scherper werden. De regisseur moest ingrijpen en eerst naar de andere camera schakelen voor ik mijn blunder kon herstellen. Inzoomen, scherp stellen en weer uitzoomen. Ik had er nog zoveel op geoefend. Mij werd door de intercom aangeraden om de rest van de avond zo veel mogelijk van die zoomknop af te blijven. Even geen eigen initiatief meer nemen.
Verder ging het goed. Lori Spee zong de sterren van de hemel, het werd droog en het olympisch vuur brandde alsof het een fakkel van de DSM was. Na afloop had ik de smaak helemaal te pakken. Vanaf dat moment wist ik heel zeker dat ik cameraman wilde worden. Dit leek mij het stoerste beroep op aarde. Altijd vooraan staan, de kick van zo’n live-uitzending en lekker spelen met zulke mooie apparaten. 
Dat is nu dertig jaar geleden. De rest is geschiedenis.


donderdag 3 december 2015

het jaar van de mijnen

Ik kom uit Geleen. Mijn opa werkte daar bij Staatsmijn Maurits. Ooit de grootste steenkolenmijn van Nederland en tot de aanleg van de derde schacht in 1958 was het de grootste tweeschachtmijn ter wereld. Op haar hoogtepunt werden er jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen ton vetkolen naar boven gebracht. Tussen 1926 en 1967 bedroeg de totale productie 96 miljoen ton. De mijn beschikte over vijf verdiepingen, die aangelegd waren op 391, 455, 548, 660 en 810 meter onder het maaiveld. Deze verdiepingen strekten zich, op verschillende plaatsen, tot meer dan vijf kilometer vanaf de schachten uit. Ze hadden elk een oppervlakte zo groot als die van de stad Amsterdam.
Vanaf 1947 was de mijn verbonden met de Staatsmijn Emma door een ondergrondse gang met een lengte van dertien kilometer. Omdat Emma verbonden was met de Staatsmijn Hendrik, was het mogelijk om ondergronds van Geleen naar Brunssum te reizen. Een tocht die nagenoeg de gehele mijnstreek (en daarmee de provincie Limburg) van west naar Oost doorkruiste.
Tot zover Wikipedia. Terug naar opa Mohren, de vader van mijn moeder.
Ik was elf toen hij in 1983 overleed. Toch kan ik me nog heel goed voor de geest halen hoe hij mij als klein mannetje uitlegde hoe zo’n steenkolenmijn functioneerde. Hij kon er super boeiend over vertellen en ik vond het reuze spannend als hij op de achterkant van zijn sigarendoos de mijnschacht tekende met alle daarbij horende gangen. Dan vertelde hij hoe warm het diep onder de grond was. Dat ze daar beneden een vogeltje in een kooitje hadden en als het vogeltje van zijn stokje ging, dan was er iets met gas en moest iedereen als de sodemieter naar boven.
Mijn opa was geen echte mijnwerker, maar een beambte die betrokken was bij het onderhoud van materialen. Zeg maar de technische dienst. Hij kon lassen als de beste. Meestal werkte hij bovengronds, maar als het moest ging hij naar beneden om iets te controleren of te repareren. Daarvoor had hij een eigen koperen mijnlamp, die nu bij mijn moeder thuis op de kast staat, en een echte mijn helm die ik als klein mannetje heel vaak op mijn kop heb gehad.
Opa Mohren was mijn peetoom en een echte held. Ik ken hem niet anders dan dat hij in een rolstoel zat, omdat beide benen geamputeerd waren. Dat heeft overigens niks met zijn werk in de mijnen te maken. Ondanks zijn handicap was hij altijd vrolijk en bezig met het maken van dingen. In zijn garage konden wij uren ‘kloemelen’ en dan hadden we aan het eind van de middag een asbak gemaakt of een poppetje van bouten en moeren gelast. Maar het allermooist waren toch zijn verhalen over de Staatsmijn Maurits.



Morgen ga ik naar Kerkrade voor de afsluiting van Het Jaar van de Mijnen. Herdacht wordt dat het vijftig jaar geleden is dat Joop Den Uyl aankondigde de kolenwinning in Limburg te stoppen. In de Rodahal is het Barbara concert voor oud mijnwerkers met allerlei Limburgse artiesten en het Metropole Orkest. L1 zal dit evenement rechtstreeks uitzenden en ik mag het filmen. Wat me precies te wachten staat weet ik nog niet, maar ik verheug me er wel op. Het is toch een soort van cirkeltje dat ik rond kan maken.



 De man rechts, in het witte pak, dat is mijn opa. Eduard Mohren. Ooit gefotografeerd bij een ondergrondse kabelcontrole in Staatsmijn Maurits.