Posts tonen met het label freelance. Alle posts tonen
Posts tonen met het label freelance. Alle posts tonen

dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




woensdag 31 december 2025

2025

 

‘Ja, tot zover. We zijn van de zender af. Dankjewel allemaal! Het was geweldig. Wat een team! Super allemaal... Echt top! Ik zie jullie zo misschien nog even, maar bij deze vast heel veel dank.’ 

Net als bij de Formule1 is de ‘boordradio’ van de regie bij televisie altijd leuk om te horen als een productie net klaar is. Soms is het kort en soms wat meer uitbundig, maar nagenoeg altijd is het vrolijk, hartelijk en welgemeend. Iedereen blij. Er valt een last van alle schouders. Simply lovely, zal ik maar zeggen.

Na het bedankje van de regie roepen de cameramensen door elkaar iets terug en ze bedanken kort de collega’s van techniek, voor ze de kabel uit de camera trekken. 

De laatste opdracht van het jaar zit erop. Alleen nog even opruimen en dan kunnen we de balans over 2025 echt opmaken. Nu toch iedereen aan het terugblikken is, of druk is met lijstjes en overzichten, kijk ook ik nog even over mijn schouder. Als freelance cameraman heb ik het afgelopen jaar weer mooie avonturen beleefd, met veel afwisseling en interessante opdrachten. In totaal heb ik 176 dagen gewerkt voor 25 verschillende opdrachtgevers. Dat is behoorlijk gemiddeld als ik het vergelijk met de afgelopen jaren. Zo’n 134 keer heb ik ‘de techniek’ mogen bedanken en de kabel uit het achterwerk van de camera getrokken. 

The Crew was dit jaar met stip mijn grootste opdrachtgever. Goed voor 51 dagen. Daarna volgen Videobrix (19 dagen), Walk in the Park (15 dagen), NEP (15 dagen), L1 (13 dagen) en Miltenburg AV (12 dagen). Ik heb maar liefst 41 weekenden gewerkt, waarvan 13 keer de zaterdag én de zondag.

We sluiten 2025 muzikaal af met een concert in Ahoy en daarmee is het cirkeltje rond. Het jaar begon ook met veel muziek. Voor mijn gevoel is het nog niet zo lang geleden dat ik een week lang aanwezig mocht zijn bij een unieke live-albumopname van Snarky Puppy en het Metropole Orkest. Met twaalf camera’s maakten we een registratie van zes heel bijzondere concerten in Utrecht. Je moet maar eens zoeken naar de clips van Somni op YouTube. Het was alsof we een speelfilm maakten. Zoveel muzikanten bij elkaar en het publiek er gewoon tussen met koptelefoons om optimaal van deze muziek te genieten. Het is bijna niet te beschrijven. Je moet het zien en horen, maar neem van mij aan dat het een feest was om erbij te zijn. Voor mij zeker een van de hoogtepunten van het jaar. De klant was super dankbaar en het eindresultaat is om van te smullen.

Het blijft fantastisch om muziek in beeld te vangen. Met het Nieuwjaarsconcert van Philzuid, Wende Snijders in Carré, Son Mieux in Ziggodome, The Passion, verschillende 3voor12 Sessies, het Concertgebouworkest, Ani DiFranco, Bridge to Liberation, 40 jaar Rowwen Hèze, Doe Maar de Musical, Big Time Rush, de 11e van de 11e, Emma Kok in het Concertgebouw, de ADE opening in de Zuiderkerk, Andre Rieu in het Mecc, Scrooge Live, een ouderenconcert in het Concertgebouw en tot slot een avond met Sela in Ahoy heb ik niks te klagen. Hopelijk mag ik het volgend jaar weer met grote regelmaat naar de concertzalen van Nederland afreizen.

De camera is bijna ingepakt in de flightcases die onder het kleine podium lagen waar ik de hele avond op gestaan heb. Ik haal de kop van het statief en klap de poten in. Een spanband moet de boel bij elkaar houden als ik de kisten richting de backstage rol. 

Het blijft ook na 32 jaar bijzonder dat ik dankzij dit werk op plekken mag komen waar niet zomaar iedereen komt. De dikke bos met speciale toegangspassen, die ik op zolder heb hangen, is dit jaar weer met een paar mooie exemplaren aangevuld. Ik denk gelijk aan de NAVO TOP in Den Haag waar ik voor NEP bij was. Het was interessant om daar een kijkje achter de schermen te mogen nemen en die hele (veiligheids)operatie van dichtbij mee te maken. Maar ook het jaarlijkse uitje bij de Formule1 op Zandvoort levert telkens weer een mooie accreditatiepas op. Ik hoop dat ik er ook in 2026 weer bij mag zijn, zodat ik later in het bejaardenhuis kan roepen dat ik alle zes de Nederlandse races in het Max Verstappentijdperk heb meegemaakt als trackcameraman.

Vandaag hoeven er niet veel kabels opgerold te worden. Dat is bij sommige evenementen wel anders. Al heb ik vaak het voorrecht dat ik in de materiaalwagen alle camera-equipment weer mag inpakken en dan hoef ik niet zo veel aan kabels te trekken. Toch blijft het oprollen van kilometers kabel een deel van het werk. Zeker wanneer je, zoals ik, veel kortlopende producties op locatie doet. Denk dan aan de Holocaust Herdenking, de Dodenherdenking op de Dam, het Limburgs Vastelaoves Leedjeskonkoers, het Kampvuurconcert, Corso Zundert, de Airborne Herdenking, de Rijtoer tijdens Prinsjesdag, de Intocht van de 4Daagse of het RTL Verkiezingsdebat. Allemaal projecten die slechts een of twee dagen duren en waarbij we een berg materiaal uitpakken, om het na afloop weer snel allemaal op te ruimen. Soms heb ik wel eens het gevoel dat we meer bezig zijn met het verhuizen van zware kisten en het trekken aan kabels dan met het maken van televisieprogramma’s. 

Wat dat betreft is het soms wel eens prettig om een paar dagen aan dezelfde productie te werken. Dit jaar mocht ik als cameraman meewerken aan de ITV/RTL productie ‘Oh wat een jaar!’ Daarvoor was ik een aantal (lange) dagen achter elkaar in de Studio in Baarn. Ook ‘Te Land Ter Zee en in De Lucht’ is een lekker luchtig amusementsprogramma waaraan ik met veel plezier mocht werken. En ik heb dit jaar een aantal dagen gewerkt voor de talkshows ‘Pauw & De Wit’, ‘VPRO Boeken’ en ‘Bureau Buitenland’. Bij dat soort programma’s hoef je bijna helemaal niks op te ruimen.

Toch gaat mijn hart sneller kloppen als het meer op het circus lijkt. ’s Ochtends erin, ’s middags repeteren, ’s avonds live en weer weg. Dat heb je ook bij sportproducties, zoals onlangs nog bij de bekerfinale ijshockey. In 2025 ben ik vooral bij sporten geweest waar je als cameraman nog het gevoel krijgt dat je welkom bent. Denk aan handbal, wielrennen, hockey, beachvolleybal, korfbal, tafeltennis, paardensport, polsstokverspringen, de triatlon van Almere of BMX Freestyle. 

Nu is het vooral sport om zo snel mogelijk alles in de materiaalwagen te laden. Met een beetje mazzel zijn we binnen drie kwartier na het einde van het concert al weg. Daarvoor spelen twee assistenten Tetris met flightcases en haspels. Ze benutten de beperkte laadruimte optimaal. Ik help ondertussen met de laatste kabel van 2025. Dan kan de klep van de materiaalwagen dicht en is de klus geklaard. Daarmee zit 2025 er in professionele zin op. Ik ben alweer heel benieuwd hoe vaak en waar ik de laadkleppen van materiaalwagens het komend jaar zie sluiten. 

Kom maar op met 2026!




woensdag 5 november 2025

Omroepland verliest haar aantrekkingskracht


Onderstaande column schreef ik voor het novembernummer van AV&Entertainment Magazine:


Decennialang stonden jongens en meisjes in de rij voor een baantje bij de televisie, maar anno 2025 is het voor veel bedrijven in onze industrie niet meer zo eenvoudig om gemotiveerde jonge medewerkers te vinden en voor langere tijd aan zich te binden. Natuurlijk zijn er nog enthousiaste jongeren die dromen van carrière als camerapersoon, geluidtechnicus, belichter, editor of beeldtechnicus maar die melden zich lang niet meer allemaal bij facilitaire bedrijven. Van verschillende opdrachtgevers hoor ik dat het aantal reacties op vacatures nog nooit zo laag is geweest. In sommige gevallen reageert er zelfs helemaal niemand.

De huidige generatie voelt er steeds minder voor om onderaan de ladder te beginnen. Na een mbo of hbo-opleiding willen jongeren liever niet starten als operationeel assistent, uitgifte medewerker of junior. Zeker niet als werkgevers verwachten dat ze eerst een paar jaar ‘ervaring’ moeten opdoen, tegen een laag loon, voordat ze langzaam mogen doorstromen naar de functie die ze ambiëren. Geduld is niet altijd de beste kwaliteit van jonge mensen.

Ook in mijn vakgebied kom ik beginners tegen die wel cameraman willen zijn, maar die het niet willen wórden. Moeite doen om het vak onder de knie te krijgen vinden zij lastig. Het liefst gaan zij gelijk aan de slag met een Steadicam, gimball of een crane, in plaats van eerst eindeloos oefenen met het maken van een simpel mediumshot, een zoompje, of focus. Belichting of compositie kan je toch in de montage oplossen!

De onregelmatigheid van een leven in de televisiewereld vinden twintigers over het algemeen ook ingewikkeld. Ik hoor verhalen over sollicitanten die niet in het weekend willen werken of in de avonduren. Zij vinden de werkdruk hoog en de beloning die daar tegenover staat veel te laag. Het schijnt dat je soms als vakkenvuller bij Albert Heijn meer kan verdienen.

Daarnaast is onze business niet meer zo sexy is als in het verleden. Jongeren kijken zelf nog maar weinig naar lineaire televisie. De magie is er af. Creatief gezien is het in hun ogen een logge en trage wereld. Zeker als je het vergelijkt met TikTok of YouTube. Daar heb je geen redacties, zenderbazen of strakke formats waaraan vastgehouden moet worden. Creatieve makers kunnen zelf binnen een dag via de social media een groot publiek bereiken. Daar hebben ze omroepen of facilitaire bedrijven helemaal niet meer voor nodig. 

 

De televisie spreekt misschien minder tot de verbeelding, maar niet voor mij. Zelfs na dertig jaar ben ik nog steeds verliefd op camerawerk en de omgeving waarin ik dit vak mag uitoefenen. Het is afwisselend, technisch, creatief en sociaal tegelijk. Je komt overal en mag altijd vooraan staan. Iedere dag is een avontuur met nog steeds nieuwe uitdagingen. Daar wil ik de komende jaren graag van genieten, maar ik was een tijd lang bang voor het moment waarop mijn opdrachtgevers een vers blik met nieuwe, goedkope cameramensen zou opentrekken. Ik vreesde dat ik op een dag links en rechts zou worden ingehaald door jonge honden, die fysiek sterker, sneller en veel moderner zouden zijn dan ik, maar ze zijn er niet of nauwelijks. Dat zorgt ervoor dat er op dit moment nog genoeg vraag is naar ervaren freelancers zoals ik. Alleen is dit voor onze sector wel iets om over na te denken.

De jeugd kiest niet tégen omroepen, producenten en facilitaire bedrijven, maar steeds vaker vóór zichzelf. In tijden van krapte op de arbeidsmarkt kunnen zij die keuze maken. Opdrachtgevers in Hilversum zullen zich moeten realiseren dat de oude mentaliteit van ‘voor jou tien anderen’ voorbij is. Wie denkt dat veel goedkope jonge krachten nog steeds de oplossing zijn voor krimpende budgetten, die vergist zich. 




maandag 3 november 2025

VARA 100 jaar - Jules Unlimited

  

De VARA bestaat 100 jaar en dat mag wat mij betreft gevierd worden. Deze omroep heeft mij heel wat geweldige avonturen laten beleven. Voor programma’s als De Wereld van Boudewijn Büch, De Ontdekking en Jules Unlimited heb ik de mooiste reizen mogen maken. Ik moest deze week gelijk denken aan de jubileumaflevering van Jules Unlimited, die ik vijfentwintig jaar geleden mocht opnemen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de omroep. 

We waren ruim twee weken in Zuid Afrika om drie onderwerpen te draaien voor een extra lange aflevering van het populairwetenschappelijk programma, waarin presentatoren altijd een actieve rol hadden. Met Yvette Forster maakten we een reportage over spoorzoeken en in het bijzonder de sporen van de neushoorn, Paul Luycx ging op pad met echte wildlife-filmers en Menno Bentveld volgde een olifantenverplaatsing. Het werd uiteindelijk een van de meest spectaculaire reizen die ik ooit gemaakt heb en waar ik nog heel vaak met veel plezier aan terug denk. Niet in de laatste plaats, omdat ik deze reis werkte met Cor Brinkman, mijn favoriete geluidsman die helaas in 2016 is overleden.

In 2000 had ik nog geen weblog, maar hield ik wel een dagboek bij. Dat heb ik speciaal voor deze gelegenheid eens even afgestoft en teruggelezen. Voor wie het leuk vindt heb ik er twee dagen uitgepikt:

  

woensdag 11 oktober 2000      Skukuza, Kruger National Park

Voor het derde onderwerp in de jubileumuitzending van Jules Unlimited volgen we wildlife filmer Jacques. Achter elkaar lopen we door het ruige landschap van Kruger Park. Een gewapende Ranger gaat voorop, dan volgt Jaques met zijn camera in de aanslag, daarachter zijn geluidsman en onze presentator Paul is de vierde in het rijtje. Hij draagt het zware statief van Jaques op zijn nek. Ik film de vier mannen en zit vast aan mijn geluidsman Cor, die weer op de voet wordt gevolgd door Jules-regisseur Richard. Hij moet onze rugzak en mijn statief tillen. Helemaal achteraan loopt er weer een gewapende Ranger. Niemand zegt iets. We zijn op zoek naar leeuwen.

De lucht is grauw, het ziet er naar uit dat het ieder moment kan gaan regenen. De temperatuur is een stuk aangenamer dan gisteren, maar er staat ook een gemeen windje. De struiken en boompjes zijn voor een deel aangetast door een bosbrand. Mijn broek is smerig en krijgt zwarte camouflagestrepen van de verkoolde takken. 

We wandelen al een klein half uur tegen de wind in. Het is heel bijzonder dat we door het wildpark lopen. Toeristen mogen niet zomaar uit hun auto’s komen. De Rangers hebben uitgelegd dat we niet in paniek moeten raken als we plotseling oog in oog komen te staan met een leeuw of ander wild dier. Stil blijven staan en het beest recht aan blijven kijken is de beste manier om niet aangevallen te worden. Als je in paniek raakt en het op een lopen zet word je een prooi. 

Jaques en Paul weten een plek te vinden waar jonge leeuwtjes zitten. Het is alleen de vraag of de welpen thuis zijn en of de ouders in de buurt zijn. We doen uiterst voorzichtig. Opeens stoppen we. Jaques wijst ons op twee neushoorns die verderop tussen de struiken staan. Ze zijn veel dichterbij dan de neushoorn die we een paar dagen geleden filmden in het Karoo National Park. Het is een beetje maf, maar het heeft geen zin om deze te filmen, omdat we juist een heel onderwerp gaan besteden aan de moeilijke zoektocht naar neushoorns. Het is wel heel vreemd als je bij een ander onderwerp, in dezelfde uitzending, zomaar voorbij deze beesten loopt. Dus lopen we stilletjes verder. Opletten dat de neushoorns ons niet in de gaten krijgen.

We komen bij een rots die me doet denken aan Disney’s Lion King of Het Junglebook. Het is jammer voor het beeld dat de zon niet schijnt. We beklimmen de rots en zien bovenop een plek met gras waar leeuwen gelegen moeten hebben. Er is een stapel stenen en als we daaronder kijken zien we vier bange welpjes van nog geen maand oud. Jaques gaat ze gelijk filmen en ik film hem. Het is super spannend, omdat we de volwassen leeuwen nergens kunnen bekennen. De twee Rangers staan met hun jachtgeweer in de aanslag voor het geval dat we opeens worden aangevallen. Ik vraag me af wie banger is; de welpen voor ons of wij voor moeder leeuwin.

We draaien een scene met Paul en hij mag van Jaques door zijn zoeker kijken. Het wordt spannende televisie. Richard is erg blij, omdat ook zijn tweede onderwerp een bijzonder eind zal krijgen. Het gaat ons wat dat betreft erg voor de wind.

Ik maak twee foto’s. Een keer zonder flitsen en een keer met. Dan laten we de arme beestjes met rust. Oplettend lopen we terug naar de auto’s. De volwassen leeuwen komen we gelukkig niet tegen. Wel film ik nog een paar giraffes en we draaien een scene bij de jeeps. 

 

zaterdag 14 oktober 2000                    middle of nowhere, Kurger National Park

We gaan kamperen met de wildlife filmers van Sanhu. Een kilometer of zeventig van Skukuza wordt een kamp opgeslagen met vier caravans en drie tentjes. We hebben de beschikking over vier open terreinwagens en een busje. De caravans worden in een halve cirkel geplaatst zodat we maar een kant in de gaten hoeven te houden. In het midden van ons kamp wordt een groot vuur gestookt. Hier zitten we midden in de wildernis met alleen de bescherming van Ranger Ed, maar die is zo moe dat ik hoop dat de leeuwen en hyena’s vanavond een snipperdag nemen. 

Er wordt ons op het hart gedrukt om bijzonder voorzichtig te zijn. Na zonsondergang mogen we niet gaan plassen zonder begeleiding van Ed met zijn gevaarlijke geweer. Cor en ik slapen samen in een caravan, Richard en Julia moeten een andere caravan delen, maar Paul slaapt met Jaques in een tentje. Ik ben niet jaloers op onze presentator als Jaques hem vertelt dat hij niet met zijn hoofd tegen het tentdoek mag gaan liggen, omdat beesten daar misschien in kunnen bijten.

Ik merk dat ik ook moe ben van alle avonturen de afgelopen dagen. Bovendien heb ik nog steeds last van een oorontsteking die ik in de eerste dagen van deze reis heb opgelopen. Hierdoor kan ik het even niet meer opbrengen om enthousiast te zijn en als het tegenzit met de presentaties van Paul raak ik te snel geirriteerd. Ook de opgewektheid van Richard, zijn engelengeduld, fanatisme en doorzettingsvermogen schieten bij mij -geheel ten onrechte- in het verkeerde keelgat. Gelukkig hebben Richard en ik tijdens het eten bij het kampvuur een goed gesprek. We spreken de kleine ergernissen uit. Ik moet toegeven dat een beetje meer begrip wonderen doet. Ik kan mezelf dan wel ziekig en zielig voelen, hij heeft natuurlijk een belangrijke en ingewikkelde klus te klaren. Ik neem me voor om de komende uren weer vol overgave voor het volgende avontuur te gaan.

Tegen tien uur in de avond rijden we met drie terreinwagens achter elkaar door het bos. Het is stikdonker. Wij rijden in de oudste Jeep, omdat deze toch niet in beeld zal komen. Het is er eentje die al lang geleden vervangen is door een nieuwe Toyota pick-up. Richard bestuurt onze veertig jaar oude Range Rover tot deze afslaat. Cor en ik voelen ons niet op ons gemak en vragen of iemand anders het stuur van de pruttelkar over wil nemen. Iemand die meer gewend is om in dit terrein en deze auto in het bijzonder te rijden.

Opeens stopt de jeep van Jaques voor ons. Ze schijnen met een grote filmlamp over het pad. 

“Sssssst, er lopen leeuwen!” 

Eerst zie ik er twee, dan drie… Vier, vijf, zes, zeven. Ze komen recht op ons af. Acht, negen !!! De leeuwen sjokken heel rustig in onze richting en gaan aan de kant van de weg in het gras liggen. Ik sta achter op de open jeep en vraag me af of dit leuk is. Zeven vrouwtjes en twee mannetjes op een metertje of vier van mijn camera. Een keer springen voor zo’n volwassen leeuw en ik heb hem op schoot. Of hij mij.

De filmers zeggen dat deze leeuwen rustig en totaal niet agressief zijn. We hoeven ons geen zorgen te maken. Als we maar met de lampen blijven schijnen, want dan kunnen ze ons niet goed zien. De jeeps worden zo geplaatst dat we met drie camera’s opnamen kunnen maken. Jaques zit met Paul in een jeep. Ze staan het dichtst bij de beesten. Wij rijden een stukje verder om de link te kunnen leggen tussen de wilde dieren en de filmploeg. Als we in het gras naast de weg staan slaat de oude Range Rover opnieuw af. Deze keer vind ik dat helemaal niet leuk. Er is iets mis met de accu. Uitgerekend hier en nu.

Het luide gebrul van de leeuwen gaat door merg en been. Goed geluid, maar wel doodeng. We filmen de leeuwen vanuit alle hoeken. Als een vrouwtje op twee meter langs de wagen van Jaques loopt is het weer even echt spannend, maar na een tijdje merk ik dat ik het normaal begin te vinden. Ed zit achter me en schijnt met een grote lamp op de dieren. Zijn geweer ligt op de grond van de pick-up. Jaques heeft al lang niet meer zoveel leeuwen bij elkaar gezien en nog nooit heeft hij een brullende leeuw van zo dichtbij kunnen filmen. Zijn geluidsman noemt dit belangrijk materiaal voor het Sanhu-archief. Wij realiseren ons dat we alle mazzel van de wereld hebben. 

 

Het duurt ongeveer een uur. Dan lopen de leeuwen eindelijk verder. We verliezen ze uit het oog. Even is dat weer spannend, want ze kunnen nu op ons loeren. Dus wachten we een tijdje voor we naar het kamp terugkeren. Daar reageren we allemaal bijzonder blij en uitgelaten. Het was een fantastische avond. Super spannend, maar zeer de moeite waard. Dit zullen we nooit meer vergeten.












woensdag 3 september 2025

AOV

 

Het snoer van een filmlamp was beschadigd. De freelance cameraman die de spot snel wilde verplaatsen kreeg een enorme schok en zijn handen verkrampten. Door deze opdonder verloor hij het bewustzijn en zijn evenwicht. Dat was zijn geluk, want in de val trok hij de stekker uit het stopcontact. De pech was dat hij buitengewoon ongelukkig op een schouder en zijn hoofd terecht kwam. 

Sinds dit moment kan de cameraman in kwestie niet meer werken. Het is inmiddels meer dan vijf jaar geleden. De ZZP’er was toen het gebeurde nog geen vijftig jaar en had dus nog ongeveer 18 jaar te gaan tot zijn pensioengerechtigde leeftijd. Ondertussen heeft hij er alles aan gedaan om weer op de een of andere manier aan het werk te komen, maar dit stomme voorval heeft niet alleen zijn schouder onherstelbaar beschadigd. Wat hij ook probeert, het wil (nog) niet lukken. 

Het leven van een grote sterke kerel is in slechts een paar lullige seconden totaal veranderd. De impact van zo’n ongeluk is gigantisch en niet alleen voor hem, maar ook voor de mensen om hem heen. Hij is in een medische mallemolen terechtgekomen en in een langdurige letselschadezaak waar je heel verdrietig van wordt. Gelukkig was hij verzekerd voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid en krijgt hij elke maand geld. Dus kan hij zijn dagelijkse boodschappen blijven doen en hoeft hij zijn huis niet te verkopen. 

Een goede arbeidsongeschiktheidsverzekering is peperduur, maar een ZZP’er die hier niet over nadenkt is onverstandig en rekent zichzelf rijk. Van nature zijn we misschien geneigd om te denken: ‘Dat overkomt mij niet’, maar een auto verzeker je ook, ondanks het feit dat we allemaal denken dat we goed kunnen sturen. Hoe jonger je bent, hoe groter de statistische kans is dat jij op een dag arbeidsongeschikt raakt door ziekte of een ongeluk en hoe meer jaren je dan eventueel nog moet overbruggen. Het laatste wat je in zo’n geval wil is dan ook nog eens in de armoede terecht komen en totaal afhankelijk worden van een partner, familie of vrienden om je heen.

Een AOV heb je niet voor een griepje of een gebroken arm, maar voor het geval je serieus lang of misschien wel definitief uit de roulatie bent. In zulke gevallen is een broodfonds alleen niet afdoende, want na twee jaar stoppen die betalingen.

Dus is een arbeidsongeschiktheidsverzekering zeker geen overbodige luxe, maar het is een wezenlijk onderdeel van zelfstandig ondernemerschap. Het laat zien dat je als ZZP’er je verantwoordelijkheid neemt. In het kader van de Wet DBA is dit een zeer krachtig bewijs dat je een échte zelfstandige bent. Hiermee laat je immers zien dat jij heel bewust gekozen hebt voor een bestaan als freelancer en dat je hebt nagedacht over de risico’s die hierbij horen. Bovendien is het deels aftrekbaar van de belastingen en een goed argument waarom je als freelancer een serieus tarief moet rekenen.

 

In een paar tellen kan alles anders zijn. Een klein moment van onoplettendheid en je hoeft niet zelf de veroorzaker te zijn. Neem die zeer gewaardeerde collega die heel even aan de stroom bleef hangen en voor wie het leven in een split-second definitief veranderde. Wellicht ken je zelf ook het verhaal van iemand die ziek werd of een ongeluk kreeg. Een AOV moet je als ZZP’er gewoon doen!



Deze column schreef ik voor AV&Entertainment Magazine.








 

maandag 5 mei 2025

Vrijheid


80 jaar Vrijheid! We kunnen er niet genoeg bij stilstaan. 

Voor mij begon het herdenken van 80 jaar vrijheid op 6 juni 2024 in Frankrijk. In alle vroegte keek ik uit over Omaha Beach en een paar uur later was ik in opdracht van Miltenburg AV een van de cameramensen bij de herdenking van 80 jaar D-Day. In september was ik met The Crew in Mesch bij de viering van 80 jaar Bevrijding van Limburg. Vervolgens was ik met dezelfde opdrachtgever bij The Bridge to Liberation in Arnhem. Voor Omroep Gelderland mocht ik naar de Airborne herdenking op de Ginkelse Heide en de begraafplaats in Oosterbeek om Operatie Market Garden te herdenken. Ook mocht ik een paar weken later naar de herdenking van de Razzia in Putten. Afgelopen vrijdag was ik met Walk in the Park op de Canadese Begraafplaats in Groesbeek, waar nog een aantal echte veteranen waren die Nederland bevrijd hebben. 

Gisteren heb ik deze mooie toer in stijl afgesloten op de Dam in Amsterdam. Voor NEP mocht ik bij de Nationale Herdenking op de Dam zijn. 

Het is een mooi lijstje en het zijn opdrachten waar ik geen genoeg van kan krijgen. Ze zijn allemaal indrukwekkend en overal hoor je verhalen waar je even stil van wordt. Er kan niet genoeg aandacht zijn voor dit deel van ons verleden en het is goed om ons te realiseren dat vrede niet vanzelfsprekend is. Vrijheid is niet alleen voor mij een werkwoord.





 

 

zondag 13 april 2025

belangenvereniging FIM


Op dit weblog heb ik er nog niet eerder over geschreven, maar sinds 26 november 2024 ben ik officieel bestuurslid van de splinternieuwe belangenvereniging ‘Freelancers in de Media’ (FIM). Natuurlijk zijn er heus leukere bezigheden te verzinnen voor in mijn vrije tijd, maar het is ontzettend belangrijk dat we in de mediawereld meer samenwerken om het speelveld eerlijker te maken. Juist nu!

De taart waarvan we eten wordt kleiner door bezuinigingen en het aantal partijen dat er een stukje van wil hebben neemt toe. De concurrentie is groot en tarieven staan onder druk. Dan loop je het risico dat dit probleem voor een deel wordt afgewenteld op de makers en dat zijn over het algemeen al niet de grootste zakkenvullers van Nederland. Daar komt bij dat we te maken hebben met een onvoorspelbare overheid en onduidelijke regels met betrekking tot de inhuur van ZZP’ers. Hoog tijd dus, dat ook de freelancers die werkzaam zijn in de mediawereld en de audiovisuele sector gehoord worden. Dat het eindelijk gelukt is om een serieuze belangenvereniging voor ZZP’ers in de mediawereld op te richten geeft aan hoe nodig het is.

Aangezien ik vaak een uitgesproken mening heb en me al sinds 2016 boos maak over de Wet DBA, was het niet gek dat mensen ook in mijn richting keken toen er werd gesproken over de oprichting van een belangenvereniging voor freelancers. Ik heb even serieus getwijfeld of ik dit wel wilde, maar uiteindelijk mag je niet klagen als je niet ook hebt meegedacht over oplossingen. 


De afgelopen maanden hebben we met het nieuwe en zeer gedreven bestuur keihard gewerkt aan het opzetten van een organisatie. Honderden leden zijn inmiddels ingeschreven en voor die leden maken wij ons hard. De eerste bescheiden succesjes zijn geboekt, maar op dit moment bestaan de belangrijkste werkzaamheden van FIM nog uit zaaien. We voeren vooral constructieve gesprekken. Zo zijn we al bij productiehuizen, omroepen, collega-belangenverenigingen, onderzoekers, juristen en Tweede Kamerleden op de koffie geweest. Bijna overal worden we met open armen ontvangen. Het bevestigd voor ons hoe belangrijk en invloedrijk zo’n belangenvereniging kan zijn. Alleen wordt na elk gesprek onze to-do-lijst wel langer. 

Soms schrik ik wakker van de hoeveelheid taken die nu al op ons bordje liggen. Niet alles kan tegelijk. We moeten prioriteiten stellen. Het schrijven van een belangrijke informatiebrief kost veel meer tijd dan ik gewend was, omdat het toch andere koek is dan een blog of column. Alles moet kloppen en in bepaalde gevallen zelfs worden gecheckt door juristen. Waar ik eerder mijn mails zonder nalezen verstuurde, moet ik nu beter nadenken en mijn teksten nog eens goed doorlezen. Ook is het voor mij wennen dat ik opeens rekening moet houden met de inzichten van collega-bestuursleden. In het verleden kon ik op eigen houtje roepen wat ik wilde, nu spreek ik in bepaalde gevallen ook namens de club. Om nog maar te zwijgen over alle gevoeligheden bij al de verschillende partijen om ons heen. Het is soms dansen op een flinterdun koordje.

Als cameraman neem je vaak in een split second een beslissing en dan maakt het meestal niet zoveel uit of je links- of rechtsaf slaat, áls je maar ergens naartoe gaat. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Zo werkt het niet in het bestuur van een belangenvereniging. Alles wat je uitdraagt wordt op weegschaaltjes gelegd. Razendsnel moeten we onze weg vinden in die nieuwe rol. Wat dat betreft heb ik in een paar maanden tijd meer geleerd dan in de afgelopen vier jaar. 

Het is interessant, maar vooral ook super intensief. Ik heb eerlijk gezegd best wel een beetje onderschat wat er op me af zou komen. Voor mij persoonlijk heeft de wet- en regelgeving rondom ZZP’ers de hoogste prioriteit. We kijken naar de nu geldende spelregels en onderzoeken voortdurend hoe we het werkbaar kunnen houden voor zoveel mogelijk freelance collega’s. De bal ligt in mijn ogen toch vooral bij de politiek. De huidige DBA wet- en regelgeving is en blijft totaal onwerkbaar! Hoe ik er ook naar probeer te kijken. Er is niemand die per opdracht zekerheid vooraf kan geven. Wel zijn er een hele hoop juristen die willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan al die complexe vrijwaringsbedingen die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt onze wereld niet eenvoudiger en zeker niet leuker.


Op dit moment wordt er in Den Haag op twee sporen gewerkt aan een oplossing. Aan de ene kant gaat minister van Hijum door met aanpassingen aan de Wet VBAR en aan de andere kant is VVD kamerlid Thierry Aartsen druk met een eigen wetsvoorstel. Dat voorstel wordt gesteund door D66, CDA en SGP. Ikzelf zie het meeste in de voorstellen van Aartsen, hoewel die nog niet helemaal zijn uitgewerkt. Zijn plannen geven meer duidelijkheid vooraf en ze zijn ook best streng voor de ZZP’ers zelf. Zo wordt er gesproken over een verplichte arbeidsongeschiktheidsregeling en dat iedere freelancer iets moet regelen voor zijn of haar pensioen. Persoonlijk vind ik dat een goede ontwikkeling. Er zijn in mijn ogen te veel freelancers die helemaal niks geregeld hebben en dus in de basis goedkoper kunnen zijn dan collega’s die elke maand eerst een aantal dagen moeten werken voor hun AOV en pensioen. Bovendien is het nogal risicovol dat sommige mensen hier helemaal niet over nadenken.


Het einde van deze soap is voorlopig niet in zicht. En mocht het hele DBA/VBAR gedoe straks wel zijn opgelost, dan zijn er nog genoeg andere zaken in Omroepland waar de FIM zich mee kan bemoeien. Als ik mijn steentje kan bijdragen dan zal ik dat doen, ook al is het geen eenvoudig vrijwilligersbaantje.


 



 

zondag 3 november 2024

Tjidde!

 

Ik ben loyaal en merkentrouw. Als ik ergens tevreden over ben, dan ga ik terug. Liever klant voor het leven dan koopjeshopper. Voor mij is het belangrijker dat ik goed geholpen word, dan dat ik ergens de scherpste prijs voor betaal. Service, meedenken en eerlijk advies staan voor mij altijd voorop. Het is ook fijn als je gewoon even terug kan wanneer iets niet helemaal bevalt. Noem mij ouderwets, maar ik heb meer met een fysieke winkel, dan met internetshoppen. Ik rij graag even om voor dat ene zaakje met die aardige verkoper. En wie goed voor mij zorgt, mag ook best iets verdienen.

Er zijn van die bedrijven en zakelijke contacten waarvan ik direct weet dat ze niet meer zomaar uit mijn leven zullen verdwijnen. Mijn garagehouder is zo iemand. Vanaf de eerste keer dat ik bij hem binnenstapte wist ik dat ik nooit meer voor een grote beurt naar een ander zou gaan. Deze week had ik een rioolontstoppingsfirma over de vloer en nog voor het probleem was verholpen heb ik hun nummer met een uitroepteken in mijn telefoon gezet. Gewoon een goede gast, een eerlijk verhaal, het juiste gereedschap en het was een bedrijf dat net even een stapje harder liep dan de loodgieter die de verstopping twee dagen eerder niet kreeg opgelost. Dan heb je mij in je zak.

Waarom ik dit schrijf? Omdat ik de vorige week een pakketje bij de post vond van Tjidde. 

Tjidde is de man die mij sinds een tijdje bijstaat als ik issues heb met mijn in-ears intercom headset. Zo’n Variphone setje gebruik ik in plaats van de stoere pilotenkoptelefoons die meestal bij de camera’s waarmee ik werk geleverd worden. Ik had al heel lang zo’n ‘oortje’ met een klein microfoonarmpje, zoals scheidsrechters ze ook wel dragen, maar ik had wat technische en praktische gedoetjes met dat ding en de leverancier. 

Tot ik Tjidde leerde kennen. 

Vanaf de eerste tel dat ik aanklopte bij zijn kantoortje in Houten wist ik dat ik nooit meer problemen zou hebben. Wij begrijpen elkaar. Natuurlijk heeft Tjidde service hoog in het vaandel, maar er is meer dan dat. Een klik. Of een soort liefde op het eerste gezicht, maar dan zonder seksuele lading. Binnen de kortste keren zaten wij in een diepgravend gesprek over het leven, over vriendschappen en wat écht telt als het even niet alleen maar rozengeur en maneschijn is.

Ondertussen werden mijn spullen grondig nagekeken, kreeg ik een eerlijk advies -dat niet persé in het voordeel van de verkopende partij was- en besloot ik om desondanks toch tot vervanging over te gaan. Gehoorbescherming is belangrijk en ik gebruik dat setje bijna dagelijks. Het is zo fijn werken met zo’n lichtgewicht headsetje dat ik eigenlijk niet meer zonder kan. Ik heb er inmiddels verloopkabeltjes in alle soorten en maten bij en word echt ongelukkig als het een keer niet werkt op de camera van de dag.

Terug naar Tjidde Smilda. Ik hoef hem niet te vragen wat het kost en ik ga al helemaal niet uitzoeken of het ergens anders goedkoper is. Het is iemand de ik blind kan vertrouwen op zijn blauwe ogen. Hij is altijd redelijk, doet er iets extra bij als het kan en de goede man moet er ook van leven. Waarom zou ik iemand uitknijpen als ik er zelf ook een bloedhekel aan heb wanneer ze dat bij mij doen?

En dan het pakketje bij de post…

Er zat een klein clipje aan mijn headsetje, waarmee je het draadje aan je kraag vast kan zetten. Dat ding ging stuk en dit bleek in de praktijk best onhandig. Dus was ik op zoek naar een nieuw clipje. Na een kort mailtje stuurde Tjidde per omgaande post een nieuwe toe. Gratis en voor niets. Alleen bleek dat type niet aan mijn kabeltje te passen. Geen probleem, ik kreeg van Tjidde een nieuwe en daarmee was mijn vraag beantwoord en het euvel verholpen. Alleen niet voor Tjidde. Ook dit onderdeel was in zijn ogen niet ideaal. Bij mijn volgende bezoek vertelde hij me dat iemand een nog beter clipje had, maar dat hij niet precies wist waar dat vandaan kwam. Hij stuurde me later nog een foto. Ik zei dat ik die oplossing ook heel mooi vond, maar dat ik al blij was. En toen kreeg ik deze week dus ongevraagd post. Met een nieuw, beter en mooier clipje. Zomaar!

Het stelt misschien niet zo veel voor, maar ik word hier extreem blij van. Omdat het uit een goed hart komt en omdat hij daar ongevraagd moeite voor heeft gedaan. Het geeft aan dat hij precies begrijpt hoe belangrijk die headset voor mij is en hoe zuinig ik er op ben. Hij geeft mij het gevoel dat ik een speciale klant ben en ik ben daar gevoelig voor.

Ik kan al mijn collega’s zo’n Variphone headset van harte aanbevelen. Het is misschien even wennen en soms wat gerommel met instellingen, maar het is al snel veel fijner dan de headsets die standaard bij de camera’s geleverd worden. Los nog van de hygiëne, want fris is het natuurlijk niet om doppen op je oor te zetten waar gisteren nog een collega vrolijk in stond te zweten en die vervolgens zonder poetsen in een kist zijn gepropt. Maar ik kan vooral iedereen een bezoekje aan Tjidde aanraden. Ook voor in-ears of gehoorbescherming. Hij is wat mij betreft hét adres voor communicatievraagstukken.




dinsdag 27 augustus 2024

F1

 

Het moet begin september van het jaar 2000 zijn geweest dat mijn goede vriend Frank Verzantvoort belde met het verzoek of ik twee weken later met hem mee wilde naar de eerste USA Grandprix Formule1 op het circuit van Indianapolis. De vaste cameraman waarmee RTL Grandprix op dat moment werkte was plotseling verhinderd en dus zocht de producer iemand die op korte termijn kon invallen. Het leek mij een prima trip en extra grappig om samen met mijn maatje op zakenreis te gaan. Olav Mol had ik wel eens gesproken, maar pitreporter Jack Plooij kende ik op dat moment nog niet. Het probleem was sowieso dat ik niets van autosport wist. Ja, ik kende Jos Verstappen en ik wist natuurlijk wie Michael Schumacher was, maar verder was ik op het gebied van F1 een complete nono. Het maakte blijkbaar op dat moment niet zoveel uit, als ik maar goed kon filmen en zin had in een week plezier maken. 

Zodra we op het circuit van Indianapolis aankwamen nam Olav mij bijna letterlijk aan de hand mee door de pitstraat. Hij toonde me de legendarische ‘brickyard’ en de paal waar de term ‘poleposition’ vandaan komt. Vervolgens kreeg ik een uitgebreide rondleiding lang alle teams en wees Olav met een laserpen geduldig allerlei details op de racewagens aan. Ik werd geïntroduceerd bij Jos Verstappen, die het wel leuk vond dat er een cameraman was met een Limburgs accent. Tot slot werd ik voorgesteld aan reporter Rick Winkelman en fotograaf Frits van Eldik van het blad RaceReport. Zij konden een oogje in het zeil houden op de momenten dat Olav commentaar zou geven en ik solo in de pits een boodschappenlijstje met shots moest afdraaien. Ik weet nog dat ik zo snugger was om bij Williams shots te maken van Ralf Schumacher, terwijl ik Jenson Button moest hebben en dat die namen ook heel groot boven de ingang van de garage stonden. En de totale paniek die ik had toen ik miste dat er tijdens een vrije training even vlammen uit de uitlaat van de auto van Jos kwamen. Het was gelukkig niets bijzonders en dus werd het me allemaal vergeven. Zo kreeg ik een unieke introductie in de wereld van Formule1. Van beide kanten beviel het zo goed dat we besloten om in het nieuwe seizoen vaker samen te werken. 

Uiteindelijk heb ik negenenveertig races gedaan als cameraman met Olav, Jack en ook een jaar met Allard Kalff in de rol van pitreporter. We vlogen van Australië naar Maleisië of Brazilië en van Japan naar Canada. Alle circuits die tussen 2000 en 2007 onderdeel vormden van het Formule1 seizoen heb ik eens of meerdere malen bezocht. Het was hard werken en we maakten lange dagen. Natuurlijk klinkt het goed dat je de hele wereld rondreist, maar eerlijk gezegd zie je niet veel meer dan je hotelkamer en een beperkt deel van het circuit, dus je moet er wel wat van maken. Dat is gelukt, want we hadden ongelofelijk veel pret met elkaar. We hebben samen veel mooie avonturen beleefd. Genoeg verhalen voor een boek. Wie weet? Maar na een jaartje of zes werd ik vader en begon het F1 circus op werk te lijken. Toen hebben een paar collega’s hun kans gegrepen en die doen dit werk tot op de dag van vandaag nog steeds met veel plezier voor de Nederlandse rechtenhouder. 

Zelf ben ik de sport van een afstandje blijven volgen en ik vond het dan ook mooi dat Max Verstappen zijn kans greep en -Yohoo Yohee!- als eerste Nederlander een race won. Ik heb hem ooit op het circuit van Magny Cours in beeld gevangen, toen hij slechts drie jaar oud was. Later heb ik hem wel eens thuis zien gamen, omdat wij een filmpje kwamen maken over de fitnessruimte van zijn vader. En toen hij een jaar of negen was vertelde Jos liever hele verhalen over de kart carrière van zijn zoon dan over zijn eigen prestaties bij de A1 Grandprix. Ik heb in die periode met Rick Winkelman gesproken over het maken van een documentaire over de kleine Verstappen, maar dat is er nooit van gekomen. Je zal begrijpen dat ik daar heel, heel, héél veel spijt van heb. 

Als televisiemaker keek ik ondertussen niet alleen naar de sportieve kant, maar ook met grote interesse naar het camerawerk bij de live-uitzendingen. Het is interessant voor een televisiedier als ik om te zien hoe de Formule1 altijd alles uit de kast trekt om de wedstrijden zo spannend mogelijk in beeld te brengen. Formula One Management verzorgt zelf technisch en inhoudelijk de registratie van de races en daarmee zijn zij een groot voorbeeld voor heel veel andere sporten. De mensen achter de schermen bij Formule1 zijn al jarenlang zeer innovatief. Veel ontwikkelingen op televisiegebied zijn daar uitgeprobeerd of verbeterd. Denk aan onboard-camera’s, helmcamera’s, graphics, het weergeven van de teamradio’s en virtuele reclame. De laatste jaren komt daar ‘remote productie’ bij, want meer dan de helft van de crew die de programma’s maakt zit niet meer op het circuit, maar werkt op het vliegveld van het Engelse dorp Biggin Hill, waar in een oude hangaar controleruimten zijn ingericht die het hoofdkantoor van de NASA doen verbleken. 

 

Het is dan ook tof dat ik, sinds de Formule1 terug is op Zandvoort, in opdracht van deze organisatie een camera mag bemannen voor het miljoenenpubliek dat wereldwijd naar F1 kijkt. Zo krijg ik een uniek inkijkje in de werkwijze bij deze megaproductie. De afgelopen week was ik er voor de vierde keer bij op Zandvoort en het was mijn vijfde Grandprix in dit voornamelijk uit Engelsen bestaande team. 

Het is best spannend om op zo’n rijdende trein te springen, want de meeste cameracollega’s in deze crew filmen niks anders dan autosport. Zij doen allemaal bijna alle races in het seizoen en de meeste cameramannen doen dit al jarenlang. Ik sprak een collega die al sinds 1998 betrokken is en die niet veel races heeft gemist. Het is voor hen een ‘way of life’. Zij weten precies welke coureur hard gaat en hoe je een razendsnelle ‘whippan’ met je camera kan maken als de bolides met bijna 300 kilometer per uur voorbij flitsen. 

Ik moet toch iedere keer weer even het wiel voor mezelf uitvogelen. Hoe sta je het lekkerst om zoveel mogelijk auto’s te kunnen volgen? Waar positioneer je de viewer, welke stap moet je maken en op welk moment beweeg je mee? Wat is het moment van uitzoomen, weer inzoomen en hoe snel moet je dat doen? Alle communicatie is in het Engels, dus je moet wel even snappen wat ze bedoelen met allerlei heel specifieke kreten en je moet je goed concentreren op welke rijders ze in de uitzending volgen of gaan volgen. Je hoort twee druk pratende regisseurs door elkaar. Eentje schakelt alleen de camera’s langs de baan en de tweede mixt dat signaal in Engeland met alle onboards, het helikoptershot, de draadloze camera’s in de pitstraat, herhalingen en de graphics. Dat wil ook zeggen dat niet elke keer, als het rode lampje in mijn zoeker gaat branden, mijn shot de uitzending haalt. Het meeste doe je voor niets, in de hoop dat een rijder een foutje maakt en je een mooie ‘replay’ krijgt. Maar de concurrentie is groot. Elke bocht wordt vanuit meerdere hoeken in beeld gebracht, elke auto heeft meerdere camera’s aan boord en in de lucht hangt een helikopter met een cameraman die alles op zeer spectaculaire wijze volgt. Het gaat allemaal razendsnel. De lat ligt hoog. Daar doe ik zelf graag aan mee, want ik wil natuurlijk dat die Engelsen tevreden zijn over mijn werk en mij het volgend jaar weer inhuren. 

Dit jaar is het volgens mij aardig gelukt. Ik stond op een nieuwe positie. Camera 19, waar ze het stadion inreden, bij de S-Bocht. Daar was het filmen iets gecompliceerder dan op de plek waar ze mij de afgelopen drie jaar op hadden ingedeeld. De racewagens kwamen nu op slechts een paar meter voorbij en dus moest ik veel harder meezwiepen met mijn telelens. 

Het is grappig dat wanneer je de uitzending later terugkijkt, je pas goed ziet hoe snel er geschakeld wordt, hoe kort je shot staat en hoe vaak jouw camera ook wordt overgeslagen. Ik denk als ik in het hele weekend effectief een paar minuten gebruikt ben, dat ik in mijn handen mag wrijven. Misschien is het daarom extra zuur dat uitgerekend dat ene shot in de laatste ronde net niet 100% was, omdat ik een milliseconde te laat reageerde met inzoomen en net iets wijder eindigde dan me (achteraf) lief is. Al weet ik ook vrij zeker dat ik de enige ben die het gezien heeft en dat het de andere 80 miljoen kijkers niet is opgevallen.

Het waren vier intensieve en lange dagen in Zandvoort. Het was een nat, winderig, zwaar en cameratechnisch best een spannend weekend, maar ik kijk er weer met heel veel plezier op terug. 




maandag 29 juli 2024

Wetgeving met betrekking tot ZZP'ers, een gebed zonder eind...

 

Het is de verwachting dat er de komende maanden veel onrust zal ontstaan rondom de invoering van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Dit wetsvoorstel is in juni door de vorige minister van Sociale Zaken naar de Raad van State gestuurd. Zij zullen advies uitbrengen over dit concept. Met die feedback kan de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Eddy van Hijum (NSC), deze wet nog aanpassen, voor hij hem naar de Tweede Kamer stuurt, maar in het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof staat dat onze huidige regering van plan is om door te gaan met de Wet VBAR. Als Van Hijum deze wet voor behandeling naar de Tweede Kamer stuurt en de kamerleden akkoord gaan, dan kan deze wet rond 1 januari 2026 van kracht zijn. Gek genoeg gaat de Belastingdienst al per 1 januari 2025 handhaven op schijnzelfstandigheid op basis van de huidige regels. Niet helemaal helder of dat nou nog de Wet DBA is of al de Wet VBAR. Het komt voor een belangrijk deel op hetzelfde neer en kan in het werkveld tot chaos en paniek leiden. Dat is voor niemand goed en daarover maken opdrachtgevers en ZZP’ers zich op dit moment serieus zorgen. 

 

Om het helemaal uit te leggen moeten we even terug naar het begin:

Op dinsdag 27 september 2016 schreef ik op dit weblog een open brief aan staatssecretaris Wiebes, waarin ik op heldere wijze aangaf dat veel ZZP’ers onbedoeld het slachtoffer dreigden te worden van de net ingevoerde Wet DBA. Daarbij nam ik mezelf als voorbeeld. Binnen enkele uren ging dit betoog viraal en al snel hadden meer dan 90.000 mensen het verhaal aangeklikt. Ik haalde de krant en het RTL Nieuws. Het leidde tot een lange reeks discussies over deze totaal onwerkbare wet, die was gebouwd op drijfzand. 

Tweede Kamerleden als Steven van Weyenberg en Mei Li Vos wilden met me spreken. Op verzoek van de staatssecretaris werd ik uitgenodigd door twee hoge heren van de Belastingdienst, om te vertellen over mijn functioneren als ZZP’er. Daar kreeg ik te horen dat ik eigenlijk een voorbeeldig zelfstandig ondernemer ben. Tijdens een door Pieter Omtzigt georganiseerde hoorzitting in de Tweede Kamer mocht ik met een aantal ZZP’ers uit andere branches mijn verhaal doen voor alle Kamerleden die ZZP in hun portefeuille hadden. Een paar dagen later moest Wiebes onder grote druk zijn Wet DBA in de ijskast zetten. Ik zeg zeker niet dat dit mijn verdienste was, maar een kleine steen heb ik wel bijgedragen in mijn eentje.

Daarna zijn verschillende ministers en staatssecretarissen druk geweest met dit dossier, maar nooit is helder geformuleerd welke verschillende typen ZZP’ers er zijn. Ze zijn altijd allemaal op een grote hoop gegooid. Van de armlastige pakketbezorger tot de zwaar overbetaalde interimmanager. Nooit is er gekeken wat een echte ZZP’er is, waarom die er zijn en waaraan deze zouden moeten voldoen.

Door toenmalig staatssecretaris Menno Snel en minister Wouter Koolmees ben ik een paar keer gevraagd om hierover op het ministerie mee te denken, maar uiteindelijk werd ik als eenmanslobbyist niet langer uitgenodigd. Wel bleef ik het nieuws rond de Wet DBA op de voet volgen en plaatste ik hierover regelmatig stukjes op mijn website, wanneer ik dacht dat dit relevant was voor collega ZZP’ers. 

Telkens weer bleek de term ‘gezagsverhouding’ het grote struikelblok in de wet en regelgeving. In Den Haag bedachten ze dat alles opgelost zou zijn als ambtenaren dit woord zouden ‘herformuleren’. 

Om schijnzelfstandigheid nu eindelijk te voorkomen is de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de proppen gekomen met de Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). Gezagsverhouding heet nu ‘inbedding’, maar het verdrietige nieuws is dat het op precies hetzelfde neer komt. We zijn acht jaar (!) verder en helemaal niets opgeschoten. Nog steeds kijkt de wetgever liever naar de aard van de opdracht en controleert ze liever de opdrachtgever, dan dat ze bereid is om te beoordelen of een ZZP’er wel écht een zelfstandig ondernemer is. Met een beetje pech komt de Wet VBAR het komend jaar door de politieke molen en zitten opdrachtgevers en ZZP’ers met exact dezelfde onzekerheid als in 2016, ten tijde van de Wet DBA. Het zal onherroepelijk leiden tot grote chaos in heel veel bedrijfstakken. Verschillende branches zullen in grote problemen komen, omdat die nou eenmaal afhankelijk zijn van grote flexibiliteit op piekmomenten. Niet in de laatste plaats de audiovisuele sector.

Wat de Wet VBAR behelst heb ik het vorig jaar op 11 oktober al uitgelegd in een blog. Daarin werden collega ZZP’ers opgeroepen om in actie te komen. Het was tijdens de internetconsultatie, een periode waarin het volk kon reageren op de ‘nieuwe’ plannen van minister van Gennep. Buitengewoon veel ZZP’ers, opdrachtgevers en belangenverenigingen hebben toen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het wetsvoorstel van de minister, maar het lijkt er sterk op dat ze totaal niet geluisterd heeft naar alle feedback uit het werkveld. 

 

Dit is een ontwikkeling waar de meeste ZZP’ers zich zorgen over moeten maken. Mijn opdrachtgevers zijn inmiddels ook ongerust over deze nieuwe wet, omdat het hierdoor heel lastig zal worden om van ZZP’ers gebruik te blijven maken. De NOS heeft hierover inmiddels een bijeenkomst georganiseerd met al haar freelancers en aangekondigd dat ze serieus nadenken over het stoppen met de inhuur van een grote groep freelance journalisten, producers en regisseurs.

De facilitaire bedrijven in de audiovisuele sector hebben onlangs de AFN opgericht, een branchevereniging die opkomt voor de gezamenlijke belangen van deze bedrijven. Zij hebben met elkaar iemand aangenomen die als woordvoerder op zal treden. Om onze branche goed te kunnen vertegenwoordigen wil de AFN een serieuze gesprekspartner zijn voor de overheid en instanties als het gaat om regelgeving. Ook de AFN maakt zich inmiddels ook grote zorgen over de aankomende wetgeving rond de inhuur van ZZP’ers.

Om een gezamenlijke en eenduidige stem naar buiten toe te hebben, denk ik dat het belangrijk is om eens goed na te denken over het oprichten van een vergelijkbare belangenorganisatie voor ZZP’ers in de audiovisuele sector. Een vereniging of stichting die ervoor moet zorgen dat ZZP’ers, die werkzaam zijn aan de technische kant van de mediawereld, beter geïnformeerd worden en vooral gehoord worden. Alleen als wij ons organiseren zijn wij een serieuzere gesprekspartner voor officiële instanties en de overheid.

Denk niet aan een vakbond die de barricaden op gaat en strijdt voor hogere vergoedingen. Het doel moet vooral zijn om te werken aan een eerlijk speelveld en namens de ZZP’ers aanschuiven bij de AFN, omroepen, producenten en de politiek als het gaat over zaken die ons aangaan. Het moet ook een instantie zijn die ZZP’ers bewust maakt van hun eigen verantwoordelijkheden als ondernemer. Het kan namelijk een wereld van verschil maken als we elkaar beter informeren over belangrijke zaken die er spelen.

 

Op initiatief van een goede collega heb ik onlangs om tafel gezeten met een kleine club ZZP’ers die zich allemaal zorgen maken. Het doel was om te brainstormen over zo’n AV ZZP belangenvereniging. In het verleden is al een paar keer gebleken dat het niet eenvoudig is om zoiets op te richten en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Toch willen wij onderzoeken of er onder freelancers in de audiovisuele sector voldoende draagvlak is voor een belangenvereniging, omdat het de komende tijd behoorlijk kan gaan stormen. Als er voldoende interesse is, kunnen we misschien een vereniging oprichten en een bestuur samenstellen, dat vervolgens op zoek gaat naar een persoon die (net als George Freriks bij de AFN) het gezicht en de woordvoerder van deze federatie wil worden. Deze persoon moet iemand zijn met kennis van zaken, diplomatieke vaardigheden, een groot netwerk en enige statuur. Waarschijnlijk moeten we zo iemand een aantal dagen in het jaar inhuren. Daarmee kom je gelijk bij het punt dat het geld zal kosten als we dit serieus willen aanpakken. De vraag is of ZZP’ers hiervoor willen betalen en hoeveel? 

Om te ontdekken of dit plan een kans van slagen heeft hebben wij een online enquête opgesteld en we vragen aan collega ZZP’ers of ze deze willen invullen. Begin september zullen we bekijken of en hoe we hiermee verder gaan, maar er is een voorzichtig beginnetje gemaakt.




 

 

 

zondag 28 juli 2024

Vitamine O

 

 

 

‘Vandaag is vitamine voor je ogen!’ Dat zei zaterdagmorgen een Antilliaanse mevrouw in Rotterdam tegen mij. Ze zat op een campingstoel te wachten op het Zomercarnaval. Koelbox erbij, gevuld met ijsblokjes en mierzoete drankjes. De lippen knalrood gestift en ze droeg haar zondagse hoed. Met haar familie zat ze al uren voor de bonte stoet zou arriveren in de Witte de Witstraat, waar wij onze camera’s aan het opbouwen waren. Vitamine voor de ogen. Ik vond het een mooie uitspraak. ‘En…’ voegde ze er nog aan toe, ‘Jij bent wel getrouwd, maar je ogen niet!’ Ik moest weer lachen, maar besefte mij op dat moment nog niet half waar ik terecht gekomen was. 

Ik durf te stellen dat er niemand in Nederland is die meer optochten heeft gefilmd dan ik. In 1987 was ik nog kabel assistent, maar al in 1988 maakte ik bij de registratie van de Geleense carnavalsoptocht mijn debuut als cameraman met de handcamera voor Lokale Omroep Start. We zijn 36 jaar verder en ik tientallen defilés van veteranen en schutterijen, Brabantse Dagen, bloemencorso’s en natuurlijk carnavalsoptochten. Als je allround bent kan je maar beter zelf een specialisme verzinnen. Alleen het Zomercarnaval stond nog niet op mijn lijstje. Tot deze week. Ik mocht invallen voor een onfortuinlijke collega die geblesseerd is.

Het Zomercarnaval is een jaarlijks evenement in Rotterdam en het is oorspronkelijk een feest van de Antilliaanse gemeenschap. Het is in de zomer, omdat de manier waarop onze Caribische immigranten carnaval kennen niet bepaald past bij de tijd van het jaar waarin wij in Nederland carnaval vieren. Maar wie in Brabant of Limburg nog durft te beweren dat ze boven de rivieren geen carnaval kunnen vieren, die moet toch echt een keer gaan kijken in Rotterdam. Ik was binnen vijf minuten overtuigd. En die mevrouw langs de kant van de weg moest ik groot gelijk geven met haar ‘vitamine voor de ogen’. Wat een feest, wat een kleuren en wat een vrolijk makend spektakel! Niet alleen de cameraman in mij werd blij van dit visueel spektakel.

Terecht dat de NOS hier elk jaar uitgebreid aandacht aan besteed en eerlijk gezegd vond ik al snel dat een programma van een klein uur eigenlijk niet voldoende is. Deze optocht verdient het best om door de publieke omroep live uitgezonden te worden, al is het op een livestream. In deze tijd van polarisatie zou het zelfs goed zijn als heel Nederland verplicht een paar uurtjes naar deze uitbundige bende moet kijken. Vitamine voor de vrije geest. Hoe fijn is het om te zien dat mensen zo lekker uit hun dak gaan en dat ze schijt kunnen hebben aan alles. Lachende mensen zijn altijd op hun mooist. Mensen die soepel bewegen ook. En dan al die kleurrijke kleding. In veel gevallen was het behoorlijk schaars. Ik begreep opeens waarom alleen mijn ogen op deze dag even niet getrouwd konden zijn. Maar ook mannen en vrouwen met een niet zo strak lichaam durfden zich in deze outfits ongegeneerd te tonen aan het publiek. Ook dat gaf een mooi gevoel van vrijheid. Het plezier spatte er aan alle kanten vanaf. Als cameraman hoefde ik nauwelijks mijn best te doen om mooie shots te draaien. Waar mensen nog wel eens grappen dat ze niet blijven plakken op film, kropen ze hier massaal dwars door het beeld heen. Jong en oud.

Vitamine voor de ogen. Ik dacht, ik noem deze blog Vitamine O, maar zocht wel eerst even op of ik dan niks geks zou schrijven. Bij Vitamine O staat dat ze deze gebruiken voor het verbeteren van de concentratie, het geheugen en alertheid, maar ook bij het verlichten van depressie. Nou, daar is Zomercarnaval allemaal goed voor, dus het zal wel kloppen.

Ben ik enthousiast genoeg? Ik hoop natuurlijk dat mijn geblesseerde collega het volgend jaar gewoon weer deze klus kan doen, maar ben blij dat ik voor haar mocht invallen. 





zaterdag 8 juni 2024

D-Day 80


Donderdag 6 juni 2024, 06:35 uur. De zon kwam op in Colleville-sur Mer. De zee was rustig en azuurblauw. Ik kon Omaha Beach zien vanaf het Amerikaanse Oorlogskerkhof in Normandië. Bovenop de heuvel zaten dit keer geen Duitse scherpschutters, maar een bataljon Amerikaanse soldaten maakte hun kanonnen klaar voor de saluutschoten die zij later op de dag zouden afvuren tijdens de officiële herdenking van D-Day. 

Dit was hét moment waarop de eerste soldaten van het Amerikaanse leger hun platbodemschepen bij Omaha Beach verlieten, maar dan precies 80 jaar later. Eigenlijk had ik best een uurtje later mogen beginnen, maar voor het idee was ik al om zes uur meegelopen met de collega’s die wel vroeg moesten beginnen. 

 

Dinsdag 6 juni 1944, 06:35 uur. Het was grauw weer in Normandië en er stond een sterke stroming. De kleppen van 36 landingsvaartuigen klapten open. Zonder dekking moesten de eerste 1.450 Amerikaanse soldaten nog 300 meter door de zee en over het strand van Omaha Beach voor ze zich ergens konden verschuilen. De Duitsers, die klaar zaten op de heuvels om hun posities te verdedigen, wachtten tot het allerlaatste moment met vuren om hun posities niet te verraden. Zodra de mannen voet zetten op Franse bodem vlogen de granaten en mitrailleurkogels om hun oren. Die eerste aanvalsgolf werd in één klap uitgeschakeld. In de eerste vijf minuten van de aanval werd bijna 90% van de manschappen gedood. De strijders die waren overgebleven zaten vast in deze hel en wisten uiteindelijk pas na uren, en met heel veel moeite, een doorgang te creëren op het strand.

 

Het is slechts 80 jaar geleden. Er zit eigenlijk maar één mensenleven tussen. Dat voel je wanner je in Normandië op de plekken komt, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog zo hard is gevochten. De afgelopen week was het extra bijzonder, omdat er overal herdenkingen plaatsvonden. Oude legervoertuigen reden af en aan. De hele dag vlogen er allerlei militaire toestellen laag over, om te oefenen voor de officiële flyby’s, die ze op donderdag zouden maken. 

Zo vroeg in de ochtend, in de ochtendstilte op dat indrukwekkende oorlogskerkhof, voelde ik me piepklein, maar ook beetje verbonden met de wereldgeschiedenis. Ik keek over de zee en zag in de verte een paar echte oorlogsschepen voor de kust liggen. Voor mijn neus stonden kanonnen en Amerikaanse militairen. Toch kon ik me niet écht voorstellen hoe het hier tachtig jaar geleden moet zijn geweest, ondanks dat ik er veel over heb gelezen, aandachtig naar de foto’s van Robbert Capa heb gekeken, documentaires heb gezien en natuurlijk de legendarische speelfilms The Longest Day en Saving Private Ryan. 

 

Ik was al een hele week in Normandië met een complete Nederlandse ploeg van We Are Live en Miltenburg AV, om ons voor te bereiden op de live-registratie van de Amerikaanse herdenking. Die mochten wij technisch en productioneel verzorgen in opdracht van de American Batlle Monuments Commission. Een klus die we mede te danken hadden aan goed werk het vorig jaar, tijdens de herbegrafenis van een Amerikaans slachtoffer uit de Eerste Wereldoorlog. 

Nu was het allemaal veel groter en de voorbereidingen hadden al maanden in beslag genomen. Het was een complexe opdracht, omdat alle beslissingen moesten worden goedgekeurd door de plaatselijke organisatie, mensen van het Amerikaanse leger én uiteindelijk ook door de autoriteiten van het Witte Huis. Het maakte de opdracht alleen maar interessanter. Zo’n megaproductie maak je niet vaak mee en gelukkig hadden we ruim de tijd om alles wat we moesten of wilden doen ook zo goed mogelijk te doen.

Terwijl wij onze camera’s plaatsten werd het monument op het oorlogskerkhof nog omgebouwd tot een tijdelijk podium. Door alle bureaucratie duurde dat veel langer dan gepland. Er was al wekenlang keihard aan gewerkt, maar op het laatste moment moest alles toch weer anders, zodat President Joe Biden en de Franse president Macron de overgebleven D-Day veteranen konden ontvangen, eren en bedanken. Naamkaartjes op de stoelen verraden dat naast allerlei ambassadeurs of de Amerikaanse minister van defensie ook Steven Spielberg en Tom Hanks op de eerste rij plaats zouden nemen.

De beelden die wij hiervan met 16 camera’s maakten werden overgenomen door alle grote Amerikaanse stations, zoals CNN, CBS, ABC en NBC. Mijn camera stond rechts voor het podium, op nog geen 15 meter van de hoogwaardigheidsbekleders en de 150 veteranen, die allemaal een plek kregen op het podium. De laatst overgebleven mannen en een paar vrouwen, die erbij waren op 6 juni 1944. Zij waren nu minimaal 95 jaar of ouder. De meesten in rolstoel. Ze zwaaiden en salueerden. Een enkeling kwam, onder luid applaus, lopend het podium op. Hun opkomst, die werd begeleid door prachtige filmmuziek, bezorgde me kippenvel. Het waren fragiele oude opaatjes, die trilden en emotioneel werden van deze ceremonie. Ik las ergens dat eentje vlak voor vertrek in Canada is overleden en een ander tijdens een tussenlanding in Duitsland. Het is dus aannemelijk dat dit de laatste keer was dat we konden herdenken in het bijzijn van de veteranen die het allemaal nog met eigen ogen hebben gezien. Mensen die hun leven op het spel hebben gezet voor onze vrijheid en welvaart en die zoveel van hun makkers zagen sneuvelen. Ik vroeg me af wat er allemaal in hun hoofden om ging terwijl ze zaten te wachten op de komst van Biden en Macron.

 

Wij hadden een goede tijd in Normandië. Een week om nooit meer te vergeten. De ploeg was hecht en naast al het harde werken was het erg gezellig. De lat werd telkens ongemerkt iets hoger gelegd, maar de omstandigheden waren zo optimaal dat iedereen zijn of haar uiterste best deed om er alles uit te halen wat er in zat. Ongeacht of het over het eigen vakgebied ging of niet. We verbleven in tijdelijke huisjes die geplaatst waren in een weiland, niet ver van de locatie. Daar stond ook een grote tent waarin de mensen van de Cateringfabriek er alles aan deden om ons zo goed mogelijk te verzorgen. Wat resulteerde in een unieke sfeer en zo konden we met veel plezier toewerken naar een heel spannende live-uitzending, waarin niets meer mis mocht gaan. Dat lukte!

Uiteindelijk was het oorlogskerkhof met zijn 9.387 witte kruisen door de Amerikaanse geheime diensten omgetoverd tot een onneembare vesting. Het was uniek om daar met een pas, waarop stond dat ik behoorde tot de ‘staff’, redelijk vrij rond te lopen. In afwachting van de ceremony sprak ik met mannen die de Amerikaanse president beveiligen, maar ook met commando’s die nu deel uitmaken van de 75th Ranger Regiment en die deze week uit eerbetoon aan hun beroemde voorgangers de beklimming van Pont du Hoc hebben nagedaan.

Eigenlijk kan ik nog uren over de afgelopen week schrijven. Het zijn teveel indrukken om te beschrijven. Hoe trots ik was op mijn collega die met een handcamera voor de presidenten uit moest lopen, over mijn tijgertochtje met een audiokabel onder het podium, over een bliksembezoek aan een museum, de strandwandeling bij ondergaande zon, enzovoort, enzovoort. Het is voer voor hele lappen tekst, maar om dit verhaal rond te maken moeten we terug naar de vroege ochtend van 6 juni 2024. Noem mij gerust een idioot of een freak, maar ik vind het mooi om, als ik er dan toch ben, precies 80 jaar later en exact om 06:35 uur een foto te maken van Omaha Beach. Ik hoop dat hij goed gelukt is en dat jullie het een mooi plaatje vinden. Voor mij is en blijft dit voor altijd een herinnering aan een heel, heel, heel bijzonder project.