Posts tonen met het label freelance. Alle posts tonen
Posts tonen met het label freelance. Alle posts tonen

donderdag 2 juli 2026

Tien jaar Wet DBA: soap zonder einde!

 

 

In maart 2016 schreef ik op mijn weblog voor het eerst over de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. Sindsdien heb ik me vastgebeten in dit dossier met brieven, blogs, Kamerdebatten, ministersgesprekken, webmodules en nieuwe namen voor oude problemen. Het leverde mij uiteindelijk een rol op als bestuurslid in de belangenvereniging voor freelancers in de media (FIM). Dat is mooi vrijwilligerswerk, maar deze functie kost meer energie dan het tot nu toe oplevert. Met dank aan de Wet DBA.

 

Het begon tien jaar geleden met een open brief aan staatssecretaris Wiebes, omdat ik als freelance cameraman zag hoe een slecht doordachte wet mijn bestaan ondermijnde. Die brief werd meer dan honderdduizend keer gelezen en leidde tot gesprekken met Kamerleden en de Belastingdienst. Uiteindelijk werd de wet onder druk van een brede beweging van zzp'ers, opdrachtgevers en politici in de ijskast gezet. Ik had mijn kleine steentje bijgedragen.

De kern van het probleem was simpel: de Wet DBA was gebouwd op een arbeidsrechtelijk fundament uit 1907. Het begrip 'gezagsverhouding' bepaalde of iemand werknemer of zelfstandige was, maar in een projectmatige sector als de mediawereld gaat die vlieger niet op. Als een opdrachtgever bepaalt hoe laat ik op de set moet zijn, zou je kunnen stellen dat er volgens de wet sprake is van gezag en dat ik in theorie een schijnzelfstandige ben. Terwijl ik vijftien verschillende opdrachtgevers per jaar heb, mijn eigen AOV betaal en heel bewust heb gekozen voor het ondernemerschap.

Het handhavingsmoratorium werd jaar na jaar verlengd. Ministers erkenden dat het een 'zorgenkindje' was, maar ontweken de fundamentele vraag: Wat is een echte zzp'er? Een webmodule die moest helpen gaf in de helft van de gevallen geen uitsluitsel. In 2023 presenteerde minister Van Gennip de Wet VBAR. 'Gezagsverhouding' heette nu 'inbedding', maar het kwam op hetzelfde neer. Zeven jaar verder en geen stap opgeschoten.

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Je ziet dat hierdoor contracten complexer worden, omdat opdrachtgevers zich tegen elk risico indekken. Daarnaast worden er nieuwe juridische maatregelen bedacht die veel tijd en energie kosten. De enigen die hier beter van worden zijn juristen en fiscalisten. Ondertussen zitten wij vast in juridisch en politiek drijfzand. We blijven oeverloos discussiëren, omdat de wet niet helder is. Alleen een campagne met de boodschap 'Zo kan zzp wél!' lost de onduidelijkheid natuurlijk niet op.

Minister Aartsen belooft nu dat zijn ‘Zelfstandigenwet’ er komt, maar dat duurt nog minstens anderhalf à twee jaar. Ik vrees dat het zelfs langer zal duren, want ook over de plannen voor die zelfstandigenwet zijn de deskundigen niet eensgezind. Dat komt vooral omdat er geen heldere definitie is van wat een zzp’er is of zou moeten zijn. Laten we beginnen met het definiëren van duidelijke categorieën van zelfstandig ondernemers, met de nadruk op ondernemerschap en professionaliteit. Laten we dan ook gelijk stoppen met de besmette term ‘zzp’, want dat gaat er over wat iemand niet heeft (zelfstandige zonder personeel), terwijl je juist zou moeten benoemen wat iemand wél is: zelfstandig professional (zp).

 

Ondertussen blijf ik herhalen wat ik al tien jaar roep: Kijk niet naar de opdracht of de opdrachtgever, maar naar het ondernemerschap van de opdrachtnemer. Als iemand zelfstandig wil zijn, een redelijk uurtarief kan vragen, werkt voor meerdere opdrachtgevers, iets geregeld heeft voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid, aan pensioenopbouw doet en netjes belasting betaalt, dan is die persoon een zelfstandig ondernemer. Volgens mij kan de Belastingdienst dit eenvoudig controleren met een digitale ondernemerscheck. Laat iemand die zonder problemen door zo’n test komt lekker zijn of haar gang gaan. Na al die jaren discussiëren hoop ik nog steeds vurig dat we uiteindelijk uitkomen bij iets wat verdacht veel lijkt op een VAR 2.0. 


Deze column schreef ik voor het vakblad AV&Entertainment Magazine. Het hele julinummer vind je HIER!




zaterdag 30 mei 2026

Dag The Crew, hallo DMC Production!

 

Ik had pas een paar keer voor The Crew gewerkt toen we in november 2016 naar Assisi gingen voor een project van de Amerikaanse publieke zender PBS. Daarvoor had ik wel vier dagen Idols voor ze gedraaid en ik kende de eigenaren Job en Ivo van allerlei opdrachten waar zij Steadicam deden, maar die opdracht was met terugwerkende kracht mijn eerste echte kennismaking met dit facilitair bedrijf. Het was nog een kleine club. Ze hadden net hun Flexibele Broadcast Unit gebouwd. Die bestond uit een materiaalwagen en een ruime trailer met de nieuwste meercamera technieken. De vuurdoop van deze fonkelnieuwe productiefaciliteit was dus tijdens een opname voor de Amerikaanse publieke omroep, helemaal in het midden van Italië. Je moet het maar durven.

Inmiddels zijn we tien jaar verder en heb ik, als ik goed gerekend heb, 343 dagen voor The Crew gewerkt. In die tijd heb ik het bedrijf enorm zien groeien. Eind 2019 kwam er een tweede regiewagen. Zo’n serieuze, uitschuifbare Outside Broadcast Truck met daarbij een echte materiaalwagen. Ook toen die in gebruik werd genomen was ik erbij. Dat was bij het NK Veldrijden in 2020. Wederom waren Job en Ivo niet bang om met een groot project in het diepe te springen. Daarmee laten zij zien dat het echte ondernemers zijn. Ze grijpen kansen met beide handen aan. Hun motto daarbij was ‘no guts, no glory!’ 

In 2021 mocht ik mee toen ze voor het eerst The Scrooge deden en een paar maanden later stond zelfs The Passion op ons menu. Dat project was tot dan toe alleen nog maar weggelegd voor de grootste facilitaire bedrijven. We gingen het NK Wielrennen doen en schaatsen in Thialf. Ondertussen groeide The Crew ook met steeds meer eigen personeel. Een aantal van die mensen beschouw ik inmiddels niet alleen als collega, maar het zijn ook vrienden geworden.

Bij The Crew heb ik veel kansen gekregen om mezelf te ontwikkelen, ondanks het feit dat ik freelancer ben. Ze huren mij vaak in als eerste cameraman en dan mag ik meedenken over cameraposities, lenzen en de samenstelling van een team. Tijdens de klus heb ik dan best wel wat verantwoordelijkheid, maar ik krijg daar ook de ruimte om die te pakken. Dat waardeer ik enorm. Ik heb ze geholpen met de begeleiding van een groepje jonge cameramensen toen dat nodig was en onlangs mocht ik zelfs regie doen tijdens een wielerkoers. 

Mijn hart en loyaliteit hebben ze vooral voor altijd gewonnen op de momenten waarop ik het persoonlijk even moeilijk had. De eerste keer was toen Facility House werd overgenomen door NEP en ik opeens veel minder werk had. Toen was het The Crew die de grootste klap voor mij opving. Op het moment waarop mijn moeder slecht lag hadden ze alle begrip en ook toen mijn vader net was overleden stonden de mensen van The Crew voor mij klaar. Dat vergeet ik nooit meer. Maar het mooiste voorbeeld blijf ik de coronatijd vinden. Alle grote bedrijven sloten hun deuren voor freelancers. Zij hadden hun handen vol met hun eigen problemen en ook The Crew zat opeens in zwaar weer, maar daar bleven ze meedenken met de freelancers die ze veel inhuurden. Ik weet nog dat ik in die donkere periode een keer een camera nodig had voor een eigen project en dat ik met Job ‘ruzie’ kreeg, omdat hij mij geen factuur wilde sturen en ik juist heel graag netjes wilde betalen. Dat vond ik zo bijzonder dat ik nog steeds bij The Crew mijn cameraset inhuur als ik er eentje nodig heb.

 

Ik heb al mijn opdrachtgevers lief en (eerlijk is eerlijk) ik heb ze ook allemaal even hard nodig, maar The Crew is niet zomaar een opdrachtgever voor mij. Door alles wat wij samen de afgelopen 10 jaar hebben meegemaakt voelt het een klein beetje als thuiskomen als ik voor ze mag werken en dat is heel prettig voor een freelancer. 

Deze week was er een feestje. In Hilversum werd het nieuwe pand officieel geopend en daar werd bekend gemaakt dat The Crew vanaf nu verder gaat onder de naam DMC Production. Dat zat er al een tijdje aan te komen, sinds de overname door dit Scandinavische bedrijf. Het is een logische stap die past bij de groei die het bedrijf doormaakt. Persoonlijk vind ik het wel jammer dat er weer een mooie vertrouwde bedrijfnaam verdwijnt, maar het zal vast snel wennen. Ik hoop vooral dat er in de manier van (samen)werken niet te veel zal veranderen. 

 

 

 

(foto: Sander Mulkens)

zondag 10 mei 2026

John Tana in Paradiso

 

Lezers van boven de rivieren moet ik wellicht even uitleggen dat John Tana wereldberoemd is in Limburg. Hij brak door met het nummer Boursin. Een clip die hij in 2022 bij deze grappige cover van Si j’étais président maakte ging gelijk viral in het zuiden en vanaf dat moment kon er in Limburg geen feest meer georganiseerd worden zonder de zanger in zijn witte maatpak uit te nodigen. 

John Tana is het alter ego van Seth Verhaegen uit Maastricht. Eigenlijk is de hele act een uit de hand gelopen grap, goed voor honderden optredens in een jaar. Veel feesten en partijen, maar hij stond ook al op grote festivals als Pinkpop en hij trad op met andere bekende Limburgse artiesten zoals Rowwen Héze, Beppie Kraft en zelfs het Salon Orkest van Andre Rieu. John Tana is een samentrekking van de Maastrichtse volkszanger Johnny Blenco en het personage Tony Montana uit de film Scarface. Hij zegt uit Marseille te komen en zingt bekende Franse chansons, maar dan met ludieke Maastrichtse teksten. 

Sinds de explosieve doorbraak van deze cultheld kom ik hem een paar keer per jaar tegen, als ik werk voor de regionale zender L1. Bijvoorbeeld tijdens de 11e van de 11e in Roermond of bij de Boetezitting in Venlo. Zodra hij het podium opkomt is het publiek al helemaal door het dolle heen. Bij de eerste zin van Boursin neemt het publiek de tekst van dit nummer al over: ‘Iech weit ’t nog good…’

Tana is echt iets anders dan een typische carnavalsartiest. De act is rauwer, zijn teksten hebben een dubbele laag en het wordt ook cool gevonden door de Limburgse jeugd. Zijn optredens zijn altijd opzwepend en vrolijk makend. 

 

Een tijdje geleden hoorde ik dat John Tana een clubtour maakt. Voor concerten in Heerlen, Weert, Venlo en Maastricht waren al snel geen kaartjes meer te krijgen. Als kers op de taart (en weer begon het als een grap) hebben ze aan die reeks Paradiso in Amsterdam toegevoegd. Ook dit optreden was binnen de kortste keren helemaal uitverkocht.

Paradiso is natuurlijk met stip de mooiste en meest unieke concertzaal in Nederland. Daar stonden grootheden als Prince, The Rolling Stones, Pearl Jam, Nirvana en nu dus ook John Tana. Het leek mij een uitgelezen kans om daar een concertregistratie te maken. Al was het maar om dit moment vast te leggen voor eventueel nageslacht. Natuurlijk ook om nieuw publiek te laten zien hoe John Tana de boel op stelten kan zetten en zo reclame te maken voor toekomstige projecten. Dus nam ik hondsbrutaal contact op met het management. Met een klein duwtje in de rug van een bevriend collega, die het licht doet bij de clubtour, kwam ik al snel in gesprek met de mensen rond deze act. Zij wilden graag weten hoe ik het aan wilde pakken en wat het zou moeten kosten. Dus heb ik een plan bedacht en met een facilitair bedrijf, waarmee ik vaker dit soort projecten doe, een offerte opgesteld. Al snel kreeg ik te horen dat ze mijn ideeën konden waarderen en dus mocht ik het gaan produceren. Zo stond ik op zondag 3 mei met een paar hele fijne collega’s en een berg spullen in Paradiso.

We hebben een geweldige dag gehad. Het dak ging er af. John Tana gaf met zijn band Crepuul een concert dat we niet snel zullen vergeten. Een gastoptreden van de moeder van Seth Verhaegen maakte indruk. Bart Storcken en Tren van Enckevort van Träcksäck waren speciaal naar Amsterdam gekomen om een paar nummers mee te spelen. Op een paar momenten ging het publiek in de zaal zo los dat ik even vreesde dat de vloer van Paradiso zou instorten.


Ik denk dat we met zes camera’s de sfeer in de poptempel prachtig in beeld hebben gevangen. De komende tijd zal er hard gewerkt worden aan de montage. Ik ben benieuwd naar het eindresultaat, maar ik weet al zeker dat het een film wordt die de moeite waard is en die in Limburg goed bekeken zal worden.

Het is superleuk om zo’n project zelf te produceren. In de coronatijd deed ik het veel. Nu is dat weer wat minder geworden, maar ik ga er vanuit dat ik met dit project straks zelf ook weer iets heb om te laten zien. 





zaterdag 2 mei 2026

de camera als gereedschap

 

De vorige maand ben ik benaderd door Ronny van Geel, director of product marketing bij Grass Valley, met het verzoek of ik een stuk zou willen schrijven voor de site van deze firma, die onder andere de camera’s produceert waarmee ik vaak werk. Enthousiast ben ik gelijk begonnen met een verhaal, maar toen bleek dat zij eigenlijk een iets andere insteek in gedachten hadden. Daarop heb ik mijn verhaal aangepast en dat stuk is inmiddels te lezen op hun site en ook hier op deze weblog. Alleen vind ik het zonde om het oorspronkelijke verhaal zomaar in de prullenbak te gooien. Vandaar dat ik dit stuk hier ook nog even met jullie deel: 

 

Toen ik in 1994 als junior cameraman begon bij het Amsterdamse televisiestation AT5, werkten we met de Philips LDK91. Overdag gebruikten we de camera voor reportages en ’s avonds stond hij in de studio tijdens de nieuwsuitzending. Twee keer per dag moesten we de camera met een schroevendraaier ombouwen: van camcorder naar studiocamera. De camera had namelijk twee verwisselbare achterkanten: een triax-adapter om hem met de studio te verbinden en een Betacam SP click-on videorecorder, waarmee we er een ENG-camera van konden maken.

Met die recorder achterop de camera was het apparaat, inclusief lens, ongeveer zestig centimeter lang en woog de volledige configuratie rond de elf kilo. Daarbij kwam nog een zware en onhandige accubelt om je middel. Met deze set kon je als cameraman niet zomaar even achter iemand aan hollen, maar toch wilden alle cameramensen van AT5 er graag mee werken. Ondanks het gewicht was de camera goed in balans. Voor die tijd kon je er prachtige beelden mee maken en de hoekige vorm van de camera zag er in onze ogen indrukwekkend uit. Ook niet onbelangrijk.

Inmiddels zijn we dik dertig jaar verder. De tijd is voorbij gevolgen. Als cameraman heb ik ontzettend veel mooie avonturen beleefd en over de hele wereld ervaring opgedaan met verschillende generaties camera’s. Ik begon als ENG-cameraman, maar heb me in de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot een allround cameraman. Ik heb reisprogramma’s gefilmd, nieuws, entertainment, muziek, documentaires en heel veel sport. De laatste jaren ligt de nadruk op meercamera producties. 

Ik heb me kunnen ontwikkelen van ENG cameraman bij het lokale nieuws tot 1e cameraman bij grote aansprekende producties. Soms sta ik in een studio, maar meestal kan je mij vinden bij concerten, evenementen, herdenkingen en sport. Ik ben op mijn best als er in korte tijd op locatie iets opgebouwd wordt, we vluchtig repeteren, een productie draaien en daarna weer snel alles weghalen, alsof we van het circus zijn. Telkens opnieuw uitvinden hoe we een show of wedstrijd het best in beeld kunnen brengen. De ene keer met enorme telelenzen, dan met remote camera’s en een volgende productie met een handheld camera op mijn schouder. Die afwisseling spreekt mij zo aan in dit werk. 

De camera’s waarmee ik werkte werden steeds geavanceerder. We kregen de LDK100, de LDK8000 Worldcam en vanaf 2012 de LDX-serie. Inmiddels is er de LDX180, maar jammer genoeg heb ik daar nog niet mee gewerkt. Ik heb wel ervaring met de LDX150, maar bij de meeste producties werk ik nog met de LDX86n. Een camera die vrijwel onverwoestbaar is. Voor mij blijft dit een bijzonder prettig werkpaard: multifunctioneel inzetbaar en perfect in balans voor handheld gebruik. De knoppen zitten op de juiste plek en via het menu kan ik de camera eenvoudig instellen, zoals ik dat wil.

Uit eigen ervaring weet ik dat de ontwikkelaars van Grass Valley in Breda luisteren naar de wensen van gebruikers. Zelf heb ik ook een paar keer feedback mogen geven. Natuurlijk is het onmogelijk om aan de wensen van alle camera operators wereldwijd te voldoen, maar ze hebben oog voor de mensen die met hun camera’s werken. Dat is in onze industrie helaas minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Tegenwoordig lijkt het erop dat veel producenten van camera’s vooral onhandelbare doosjes maken, die voldoen aan allerlei hoogwaardige technische eisen, maar waarbij nauwelijks nog gedacht wordt aan ergonomie. De eindgebruiker is immers niet meer degene die ook beslist welk type camera’s er worden aangeschaft. 

Voor een camera operator zijn juist een goede viewfinder, een logisch menu en slim geplaatste knoppen van essentieel belang. Als je de camera op je schouder hebt, moet hij goed in balans zijn. Niet te licht, maar ook zeker niet te zwaar. Cameramensen willen het apparaat waarmee ze werken op eenvoudige wijze naar hun hand kunnen zetten. 

Prijs, beeldkwaliteit en technische specificaties zijn belangrijk, en er wordt door slimme technici voortdurend gezocht naar nieuwe functionaliteiten, maar een camera blijft in de eerste plaats het gereedschap van de camera operator. Alleen als die er intuïtief mee kan werken, ontstaan uiteindelijk de beste beelden.








 

woensdag 22 april 2026

Back to the Future


Op verzoek schreef ik een blog over de recente ontwikkelingen in de broadcast industrie en hoe ik daar als cameraman tegenaan kijk. Dit verhaal is in het engels vertaald en nu ook te lezen op de site van Grass Valley. Deze firma maakt professionele videoproductieapparatuur zoals beeldmengers, routers en camera’s die wereldwijd veel gebruikt worden.  

 

In de jaren '80 was Back to the Future absoluut mijn favoriete film. Het eerste deel heb ik zeker twintig keer gezien. Zo'n DeLorean met een 2,21 gigawatt fluxcapacitor om mee te reizen in de tijd zou ik ook wel willen hebben. Nog eens terug naar alle grote tv-producties waaraan ik de afgelopen dertig jaar heb meegewerkt. De Tour de France, het EK voetbal, Olympische Spelen, Formule 1, festivals, concerten, herdenkingen, de kroning van de Nederlandse koning en de geweldige reisprogramma's waaraan ik mijn steentje heb kunnen bijdragen als freelance camera operator. Achter elke productie zit een geweldig verhaal en ik zou het met passie en liefde allemaal nog eens over willen doen.

Maar al te graag zou ik ook eens een paar jaar vooruit willen tijdreizen, want volgens mij staan we in de broadcastwereld op dit moment voor een interessant, maar ook spannend kantelpunt. Technische ontwikkelingen gaan razendsnel en hoewel ik daar als cameraman nog niet heel veel van merk, denk ik dat het de komende jaren absoluut gaat gebeuren.

Kunstmatige intelligentie zal ook op het gebied van camerawerk een grote rol gaan spelen. Een collega stuurde mij onlangs een filmpje waarop te zien is hoever ze in Duitsland al zijn met AI-gestuurde camera's bij voetbalwedstrijden. Een Grass Valley-camera op een remote head van Egripment herkent zelfstandig de posities van spelers ten opzichte van de bal en volgt het spel zoals camera 1 dat normaal doet. Het bijzondere is dat dit systeem zichzelf heeft aangeleerd hoe het moet reageren en daardoor steeds beter wordt. Ook in studio's worden cameraposities al vervangen door robots. Als dit net zo betrouwbaar is als een persoon en bovendien goedkoper wordt, dan is het naïef om te denken dat het niet zal leiden tot grote veranderingen in ons mooie vakgebied.

 

Vorig jaar stond ik op een circuit in Nederland met een camera in het stof van rondscheurende rallyauto's, terwijl de regisseur in Stockholm zat en de beeldtechnicus in Oslo. Het was even wennen, maar het werkte en de opdrachtgever kon fors besparen. Bij de Formule 1 werken ze al jaren met een remote regie. Grote regiewagens op locatie hebben misschien wel hun langste tijd gehad. Razendsnelle glasvezelverbindingen en 5G maken het mogelijk om beeld, geluid en data heen en weer te sturen zonder noemenswaardig tijdverlies. De vraag is niet meer óf dit model ook de Nederlandse markt verovert, maar wanneer. Wat we daarbij niet mogen verliezen is de menselijke maat, want na afloop van een productie op afstand kan je elkaar niet meer in de ogen kijken, de hand schudden of samen een biertje drinken op de goede afloop. Die informele momenten zijn niet voor niets. Het is waar vertrouwen wordt opgebouwd, waar je evalueert zonder agenda en waar je leert van elkaar. Technologie kan veel oplossen, maar dat niet. 

 

Bij de Olympische Winterspelen in Milaan bediende ik in mijn eentje drie op afstand bestuurbare camera's. Drie camera's, één operator. Voor de klant een aanzienlijke besparing, voor mij een wake-up call. Want als ik drie camera's kan bedienen, hoeveel mensenwerk verdwijnt er dan in de komende jaren?

Toch wil ik hier geen doemverhaal van maken. Techniek die vroeger een heel team vergde, past nu in een rugzak. Producties die financieel nooit haalbaar waren, worden opeens mogelijk. Goed nieuws voor camera operators die bereid zijn mee te bewegen. De cameraman die straks nog relevant is, is niet degene die het hardst vecht tegen de verandering, maar degene die begrijpt hoe remote production werkt, vertrouwd is met PTZ-systemen en weet hoe hij meerdere camera's tegelijk kan managen — zonder zijn eigenlijke talent te vergeten.

Want dát is wat robots en algoritmes voorlopig niet kunnen kopiëren. Een AI kan prima een totaalshot maken of buitenspel in beeld brengen, maar AI kijkt niet naast de zoeker en ziet niet dat een coach ieder moment kan ontploffen van woede. Cameramensen zijn verhalenvertellers, de ogen en oren van een regisseur die steeds vaker op grote afstand zit. Je moet een alleskunner zijn, met verstand van techniek, maar vooral oog voor detail en gevoel voor het onvoorspelbare. Die manier van beeldverhalen vertellen blijft een ambacht. Het vak zal veranderen, maar niet verdwijnen. Er zijn immers ook nog steeds hele goede kunstschilders, ondanks het feit dat we al lang alles heel mooi kunnen fotograferen.

Ik hoop dan ook dat ontwikkelaars blijven luisteren naar specialisten die met hun poten in de klei staan. Een goede camera is niet alleen een vierkante computer met een alziend oog, maar ook gereedschap dat je op je schouder wil leggen en waarmee je met gevoel prachtige shots kan blijven maken. Ergonomie, goede zoekers en de mogelijkheid om een camera naar je hand te zetten zullen ook in de toekomst van cruciaal belang blijven.

 

Aan het eind van Back to the Future stijgt de DeLorean op en spreekt Doc Emmett Brown de legendarische woorden: 'Roads? Where we're going, we don't need roads.' Het is de cliffhanger die het tweede deel aankondigt. Ik zou met plezier instappen en alvast willen bekijken wat de toekomst ons in de broadcastwereld precies zal brengen. Maar als die tijdmachine niet voorbijkomt, dan zet ik de camera weer op mijn schouder en grijp ik elke kans die ik krijg om me te blijven ontwikkelen. Ik ga graag mee met de tijd.




 

 

zondag 8 maart 2026

koers director

 

Mijn fascinatie voor televisiemaken begon halverwege de jaren ’80, toen ik met mijn vader ging kijken naar de Amstel Goldrace. De wielersport vond ik al interessant, maar ik raakte volledig in de ban van de helikopter waar een cameraman uit hing en van de motoren met achterop cameramensen, gedraaid als een wokkel, die de renners zo goed mogelijk in beeld brachten. Als ik op vrije woensdagmiddagen met mijn eigen racefiets het Limburgse land onveilig maakte, fantaseerde ik dat er van die motoren naast me reden. Vaak pikte ik de laatste kilometers van de Amstel Goldrace of van het NK in Geulle mee om de droom compleet te maken. 

Na de Elfstedentocht van 1985 las ik een artikel over sportregisseur Martijn Lindenberg. Hij legde uit hoe ze deze schaatswedstrijd met wel 43 camera’s hadden gevolgd, dat ze met zijspanmotoren op het ijs reden en ook hier zat een cameraman in de open deur van een helikopter, die waarschijnlijk nu nog steeds niet helemaal ontdooid is. Ik vond dat schitterend en zo kwam het dat ik bij de televisie wilde. Het was een droom om betrokken te raken bij de registratie van wielerkoersen (en de Elfstedentocht). 

Via Lokale Omroep START in Geleen, de Hogeschool voor Super VHS in Sittard en AT5 in Amsterdam is me dat gelukt. Ik kwam in 1995 terecht bij het NOB in Hilversum, die mij lieten filmen voor Studio Sport. In 1997 stond ik met een camera op de Bonkevaart in Leeuwarden toen Henk Angenent de Elfstedentocht won. Het was mijn opdracht om de nummer twee te volgen en dus holde ik even later naar de regiewagen van Lindenberg, met een bandje waarop de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, huilend op een bankje, te zien was. 

Een jaar later werkte ik voor het eerst echt met Lindenberg samen, tijdens het WK Wielrennen in Valkenburg. Dit ging in eerste instantie niet helemaal van een leien dakje, maar dat verhaal heb ik hier al eens opgeschreven. Het belangrijkste was dat ik met mijn neus vooraan stond bij de koers en dat ik van dichtbij meekreeg hoe een wielerwedstrijd geregistreerd wordt. 

In de jaren daarna heb ik serieus onderzocht of het mogelijk was om cameraman op de motor te worden. Ik heb verschillende marathons gefilmd vanaf de motor, veel triatlons, veldrijden, een verdwaalde wielerkoers en jaarlijks volg ik voor ESPN de spelersbussen op weg naar de bekerfinale in de Kuip, maar echt doorgebroken als ‘Ted de la Course’ ben ik nooit. Ik ben nou eenmaal geen slangenmens. Mijn droom om een keer bij de Amstel Goldrace, in de Giro of zelfs de Tour de France met een camera op de motor te zitten heb ik inmiddels wel laten varen. Misschien in een volgend leven.  

Dat neemt niet weg dat ik deze manier van televisiemaken nog steeds het allermooiste vind. De Tour de France blijft het mooiste sportevenement waar ik als cameraman bij ben geweest en ik hoop ieder jaar op een nieuwe Elfstedentocht. Met een camera bij de finish van een wielerwedstrijd ben ik dolgelukkig. De combinatie van deze sport en de manier waarop die technisch in beeld wordt gebracht, blijft iets magisch.

Dus was ik al heel blij dat ik gevraagd werd als cameraman voor De Ster van Zwolle. Toen in de voorbereiding bleek dat de beoogd regisseur niet kon, een andere regisseur met veel ervaring op dit vlak ook niet en tot slot een derde optie niet beschikbaar bleek, werd aan mij gevraagd of ik misschien op de regiestoel plaats zou willen nemen. Nou, dat hoefde Daan geen twee keer te vragen. Natuurlijk realiseerde ik me direct dat het een uitdaging was, maar ik zag het vooral als een unieke kans. 

Nadat ik een oog op de namenlijst had geworpen, van professionals die ze bij The Crew al hadden ingehuurd voor dit project, wist ik zeker dat ik dit tot een goed einde kon brengen. Ik mocht samenwerken met een super goede schakeltechnicus, de beste slowmotion operator voor deze sport, de juiste mensen voor de graphics, een goede geluidsman, de slimste technici voor alle verbindingen, de meest lenige cameramensen en drie geweldige motorrijders. Dit kon niet misgaan.

Zo kroop ik zaterdag dus niet achter een camera, maar achter de regiedesk in OBV2 van The Crew, die stond opgesteld naast de finish van de Ster van Zwolle. Ik was niet eens nerveus. Het voelde allemaal heel vertrouwd en ik wist precies wat ik wilde. 

Na een kleine vijftig jaar wielrennen kijken, waarvan ruim dertig met een televisiemakers-oog, heb ik wel een mening over hoe deze sport er op televisie uit moet zien. Ik heb vaak genoeg meegekeken bij echte regisseurs, zelf op de motor gezeten en aan de streep gestaan om te weten wat erbij komt kijken. Dus ging het heel vanzelfsprekend allemaal. Ik had de rust om goed te kijken en maakte dankbaar gebruik van alle hulp, die de heren aan mijn zijde aanboden, als dat nodig was. 

We hadden alles! Verhaaltjes binnen het verhaal werden verteld en waar nodig kwamen we er later nog even op terug. Naarmate de finish naderde en de renners in het peloton nerveuzer werden, namen ook bij mij de zenuwen een beetje toe. Het ergste wat er kan gebeuren bij de regie van een wielerkoers is dat je de ontknoping niet goed in beeld hebt. Zonder helikopter waar je altijd op terug kan vallen en die zorgt voor broodnodig overzicht is dat extra spannend. Maar motor twee bleef perfect voor het jagende peloton tot de laatste bocht. De vaste camera’s hadden goed zicht op de laatste 300 meter.

Het meest hectische moment voor een regisseur bij wielrennen is eigenlijk het deel na de finish. Dan komt alles bij elkaar en moet je snel keuzes maken. Vervolgens duurt het vaak net iets te lang tot de winnaar geïnterviewd en gehuldigd kan worden. Ook hier hebben we ons redelijk goed doorheen geslagen met veel herhalingen en hulp van de motoren die bij de winnaar bleven.

En toen was het klaar. Veel te snel voor mijn gevoel. Aan het eind van de dag restte mij niets anders dan al die fantastische crewleden bedanken. Op weg naar huis moest ik echt even landen en in mijn wang knijpen. Een jongensdroom is uitgekomen. Natuurlijk is er een lijstje met kleine verbeterpuntjes en mag ik niet denken dat ik morgen wel even de Elfstedentocht ga regisseren, maar mijn debuut als ‘koers director’ is zeker geslaagd. Al zeg ik het zelf. En als ik dan toch een keer een beetje onbescheiden mag zijn... het smaakt naar meer.

 

Daan, bedank voor de kans en het vertrouwen!



foto: Andre van den Esschert

vrijdag 13 februari 2026

Niks is leuker dan live

 

We reden woensdagavond met vijf man op elkaar gepropt in een vrij kleine auto van het ijsstadion naar de NOS Studio bij het TeamNL huis aan de andere kant van Milaan. Enige haast was geboden. De duizend meter voor mannen was voor onze programmering al laat begonnen en had door de extra rit van Joep Wennemars ook langer geduurd. Na afloop moesten wij buiten het stadion wachten op voetballer Marten de Roon, voor een kort interview. Al met al waren we aan de late kant voor het begin van de uitzending van Studio Olympico.

Presentator Jeroen Stekelenburg zat de hele weg onafgebroken te bellen. Spoedoverleg met de redactie in Hilversum, met redacteuren op de schaatsbaan, met collega’s van productie en met persmensen. Je kunt immers de inhoud van een programma rondom de Olympische Spelen pas definitief vaststellen als je weet wat er tijdens de wedstrijd is gebeurd. Vervolgens ben je afhankelijk van wie er naar de studio wil komen en of ze het op tijd halen. We hadden minder dan driekwartier voor het begin van de show.

Het is voor mij als televisiedier natuurlijk mooi om bij de Spelen naar alle aanwezige techniek te kijken, maar het draait uiteindelijk om de verhalen en de inhoud van de programma’s die we maken. Door de manier waarop we hier met elkaar samenwerken zit ik ook met mijn neus bovenop de redactionele processen. Het blijft interessant om te zien wat er allemaal bij komt kijken. Ik vind de passie van alle NOS-medewerkers mooi om te zien. Zij zijn echt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig met het bedenken van mogelijke scenario’s. En niemand moppert als op het laatste moment alle plannen moeten worden gewijzigd, omdat de actualiteit daar om vraagt.

Wil Erben Wennemars komen? Komt Jenning de Boo of komt hij niet? Hoe laat kan hij vertrekken bij de schaatsbaan en moeten we ervoor zorgen dat hij dan bij ons iets kan eten? Hebben ze in Hilversum de hoogtepunten van zijn race al klaar staan? En welke beelden laten we zien van de dramatische wissel van Joep Wennemars? 

De straat waar het TeamNL-huis is, was geblokkeerd door bussen met Nederlandse supporters die eerder dan wij waren vertrokken bij de schaatsbaan. Dus besloten we om het laatste stuk maar te lopen. Jeroen nog steeds aan de telefoon. Redacteur Matthijs moest de auto ergens parkeren. Doorlopen! En zo kwamen we tien minuten voor het begin van de uitzending aan in de studio. Jeroen snel naar de visagie en een ‘oortje’ in, zodat hij kon doorpraten met de eindredactie in Hilversum.

Opeens stond Erben Wennemars naast me. Zijn gezicht op onweer. Begrijpelijk. Fijn dat hij toch naar ons was gekomen voor een rustig gesprek aan tafel. Jenning de Boo zou nog bij de dopingcontrole zijn. Zijn beste vrienden waren wel al gearriveerd om plaats te nemen in de achtergrond. Producer Gijs regelde een biertje voor ze.

Het reclameblok voor de uitzending van Studio Olympico liep al toen ik op mijn positie ging zitten en mijn headset opzette. De regie zat al op het puntje van de stoel. In Hilversum repeteerden ze de opening van het programma. Dione gaf door wat haar eerste vraag voor Jeroen zou zijn.

 

Niks is leuker dan live. Als iedereen die erbij betrokken is op scherp staat. Als iedereen bevlogen met zijn vak bezig is. Als de leader loopt en de regie-assistent aftelt. 

In vijf, vier, drie, twee, een… en LIVE!

En het is helemaal geweldig als alle puzzelstukjes precies op hun plek vallen. Als de medaillewinnaar aan het eind van de uitzending aanschuift en voor het eerst zijn race terugziet. Als alle verhalen aan het eind van de dag verteld zijn. 





 

 

donderdag 12 februari 2026

Linking Professionals

 

De voorkant van Hotel Raffaello in Milaan is niet bepaald uitnodigend. De kamers zijn verder prima, maar de gevel is flets groen. Het is gebouwd in de jaren zestig of zeventig, in een stijl die zeker niet past bij de kunstenaar Raffaello. Ik heb niet de indruk dat ze er de afgelopen jaren nog veel aan gedaan hebben. De vlaggen van verschillende landen boven de ingang zijn allemaal verkleurd door de zon. Er staan een paar gammele tafeltjes met overvolle asbakken. Met de nodige fantasie zou je in deze rokersplek ook een klein terras in kunnen zien. 

Het is deze week onze ontmoetingsplek geworden. Hier treffen de technische ploeg uit het IBC (International Broadcast Centre) en de crew van de NOS studio bij het TeamNL huis elkaar aan het eind van de avond. Als wij met een busje vanaf de andere kant van de stad arriveren, zitten de collega’s, die op loopafstand werken, al met koude biertjes op ons te wachten. Overdag hebben we veel contact met elkaar over spreeklijnen, maar het is toch fijn dat je elkaar ’s avonds nog even in de ogen kan kijken.

 

Mijn directe opdrachtgever deze maand is de firma Broadcast Rental. Zij leveren voor de NOS de alle techniek in het IBC, in de studio bij het TeamNL huis en op het analistenplatform bij het Shorttrack. Ook verzorgen zij de verbindingen van en naar alle locaties. Dat is nogal complex en voor mij niet uit te leggen, want het gaat over heel wat audio- en videolijnen die heen en weer lopen. In het IBC staan hele grote schermen. Al deze beeldschermen zijn weer verdeeld in zoveel kleine beelden dat het je gaat duizelen als je ernaar kijkt. Het toverwoord is echter ‘verbinden’ en dát is waar de jongens van Broadcast Rental goed in zijn. Zowel op technisch vlak als op persoonlijk vlak. Dat laatste is wat ik wel weer begrijp en waarvoor ik veel waardering heb.

Het NOS-ploegje van Broadcast Rental bij de Winterspelen in Milaan bestaat uit twee cameramensen, twee geluidsmensen, een beeldtechnicus en twee technici. Over die laatste drie wil ik het graag even met jullie hebben: Rick, Max en Daniel. Ik ken ze nog niet supergoed, want ik ben nu voor het eerst met ze op reis. Wat ik wel weet is dat het jonge mannen zijn die werkelijk alles kunnen. Wat zij technisch aan elkaar knopen is dus voor mij niet te bevatten. Als ik een vraag stel, waarvan ik zelf denk dat het een ingewikkeld vraagstuk is, dan hebben zij na een paar seconden al een antwoord. Meestal is het dan ook gelijk geregeld of -van afstand- opgelost. ‘Nee’ is een woord dat zij niet vaak gebruiken. Op die manier maken ze hier veel mensen vrolijk en dat zijn ze zelf ook de hele tijd. Zelfs na lange inspannende dagen in een kantoor vol beeldschermen, zonder daglicht en in voornamelijk warme aircolucht. 

Ik vind ons hele cluppie erg prettig, maar Rick, Max en Daniel verdienen al na ruim een week samenwerken een gouden medaille. Zij zijn sociaal, grappig, behulpzaam en supergezellig. Eigenschappen die goed van pas komen als je drie weken met elkaar op pad bent. Zij trekken dus ook de kar wat betreft de gezellige dagafsluiting met een biertje op de stoep voor ons hotel. Even frisse lucht happen. De slogan van Broadcast Rental is ‘Linking Professionals’ en dat zijn zij in alle opzichten. ’s Avonds laat zijn het (op een leuke manier) ‘Drinking Professionals’ en dat wordt hier ook zeer gewaardeerd. 


 



woensdag 11 februari 2026

Pieken op het juiste moment...

 

Een paar dagen geleden had ik de mazzel dat ik, tussen mijn werkzaamheden door, vanaf de tribune naar het schaatsen kon kijken. Het was voor mij de eerste keer dat ik zonder camera bij een schaatswedstrijd was. Los van de mooie sport kan ik het als cameraman dan niet laten om ook af en toe te kijken naar mijn collega’s langs de baan. Bij deze winterspelen is het weer een Nederlands team dat het Olympisch schaatsen in beeld mag brengen voor de hele wereld. 

Niet ver bij mij vandaan stond een zeer gewaardeerde collega achter een camera met een enorme telelens. Ik ken hem goed, want we doen veel projecten samen, maar ik had hem nog nooit zo rustig kunnen observeren tijdens zijn werk. Hij was zichtbaar gespannen. Zijn mimiek sprak boekdelen. De cameraman beet op zijn lip en keek supergeconcentreerd in zijn zoeker. Hij was helemaal in zijn focus en had niet door dat ik vanaf een metertje of tien zat te kijken. De ene grimas was nog mooier dan de andere. Tussen de ritten door betrapte ik hem op nagelbijten, maar naarmate de wedstrijd vorderde zag ik dat hij langzaam steeds meer ontspande. Blijkbaar ging het allemaal goed.

Ondanks het feit dat ik mezelf al 32 jaar cameraman durf te noemen, word ook ik nog steeds met enige regelmaat bevangen door een flinke dosis gezonde spanning. Het kan op de gekste momenten gebeuren, maar meestal vlak voor we live gaan. Ik denk ook dat dit juist goed is en dat je dit nooit moet verliezen. 

Zo realiseerde ik me wel dat niet alleen de Olympische Sporters moeten pieken. Ook televisiemakers werken telkens toe naar een moment waarop het allemaal moet gebeuren. De dagen hier in Milaan bestaan voor ons voor een deel uit wachten. Gelukkig staan er overal schermen en is er genoeg mooie sport om naar te kijken, maar er is voor ons ook een hoop tactiek te bespreken. Over de inhoud van programma’s, de manier waarop we dingen in beeld brengen en hoe we het allemaal geregeld krijgen. Keuzes, keuzes, keuzes. De voorbereiding kan je zien als warming-up en dán moeten we knallen. Dat geldt voor de commentatoren, presentatoren en verslaggevers, maar ook voor technici, geluid- en cameramensen. Het móét goed. Heel veel mensen kijken thuis mee en het is de bedoeling dat zij er plezier aan beleven. 

 

Ook vanavond zal ik weer licht nerveus zijn als de leader loopt en op mijn scherpst zijn om mijn werk zo goed mogelijk te doen, zodat honderdduizenden kijkers thuis kunnen genieten van mooie beelden, in ons schitterende decor. Hopelijk schuift er weer een medaillewinnaar aan. Er is ruimte voor familie, vrienden of leden van het Koninklijk huis. Wij gaan voor goud!










vrijdag 6 februari 2026

Olympisch spelen

 

Mijn eerste buitenlandse reis zonder ouders maakte ik op mijn zeventiende. Als vrijwilliger bij Lokale Omroep START in Geleen mocht ik, in de zomer van 1989, naar het Italiaanse Alba. Daar deden we verslag van een Jeugdolympiade. Meer dan tweehonderd Limburgse sporters namen het vier dagen lang op tegen jongeren uit negen verschillende zustersteden. Wij maakten een reportage van een uur met onze loodzware semi-professionele video-apparatuur. 

Een camera met een losse U-Matic recorder, waar videobanden in moesten die zo groot waren als een broodtrommel. Daar kon je dan maximaal 20 minuten mee opnemen. Als de koppen van de recorder niet goed schoon waren, of de bandjes meer dan twee keer hergebruikt, kreeg je spetters en strepen in beeld. Drop-outs, noemden we die. De eerste minuut van het bandje mocht je nooit gebruiken wegens aanloopproblemen, dus daarvoor namen we altijd eerst een testbeeld op. De batterijen voor deze set waren verpakt in een soort bomgordel, die je om je middel moest binden of als een Rambo over je schouder kon hangen. Heel ongemakkelijk. Onze uitdaging zat hem meer in het aan de praat houden van de spullen en zuinig zijn met accu’s, dan in het maken van mooie beelden.

De apparatuur was lomp en niet zo betrouwbaar, maar het was wel nog de tijd dat televisiecamera’s statusverhogend werkten. Niet alleen onze publiciteitsgeile burgemeester, die de hele tijd aan me vroeg of zijn haar nog goed zat, reageerde áltijd enthousiast als wij ergens binnenkwamen. Maanden, misschien wel jaren na die trip kreeg ik in het Geleense uitgaanscircuit nog aandacht van de leukste en mooiste handbal- en hockeymeisjes, die mij allemaal kenden uit Alba. Zo ontdekte ik dat cameraman een ontzettend stoer beroep is.

Je begrijpt dat de belevenissen in Alba voor mij dierbare herinneringen zijn. Met veel plezier blader ik nog wel eens in het oude plakboek. Het liefst zou ik de tijd terugdraaien naar juli ‘89, maar bij gebrek aan bodywarmer, skateboard, DeLorean en Dr. Emmett Brown moet ik het op een andere manier oplossen. Daarom ben ik extra blij dat ik nu, 36 jaar later, door Broadcast Rental en de NOS gevraagd ben om mee te gaan naar de echte Olympische Spelen in Italië. Er is in al die jaren op technisch vlak een hele hoop veranderd en ook ikzelf ben al lang niet meer het magere ‘menneke’ met weelderige haardos. Toch zijn er ook nog steeds overeenkomsten. Bijvoorbeeld dat camerawerk het allerleukste blijft wat er is. Zeker als je bij dit soort evenementen overal vooraan mag staan.

De afgelopen dagen hebben we alles opgebouwd en getest. Vanavond beginnen de Olymische Winterspelen van Milaan Cortina 2026 met een spectaculaire openingsceremonie, die live te volgen is bij de NOS. Daarna kan je onze eerste bijdrage zien vanuit de kleine studio naast het TeamNL Huis. Wij zijn er klaar voor! 


 



dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




woensdag 31 december 2025

2025

 

‘Ja, tot zover. We zijn van de zender af. Dankjewel allemaal! Het was geweldig. Wat een team! Super allemaal... Echt top! Ik zie jullie zo misschien nog even, maar bij deze vast heel veel dank.’ 

Net als bij de Formule1 is de ‘boordradio’ van de regie bij televisie altijd leuk om te horen als een productie net klaar is. Soms is het kort en soms wat meer uitbundig, maar nagenoeg altijd is het vrolijk, hartelijk en welgemeend. Iedereen blij. Er valt een last van alle schouders. Simply lovely, zal ik maar zeggen.

Na het bedankje van de regie roepen de cameramensen door elkaar iets terug en ze bedanken kort de collega’s van techniek, voor ze de kabel uit de camera trekken. 

De laatste opdracht van het jaar zit erop. Alleen nog even opruimen en dan kunnen we de balans over 2025 echt opmaken. Nu toch iedereen aan het terugblikken is, of druk is met lijstjes en overzichten, kijk ook ik nog even over mijn schouder. Als freelance cameraman heb ik het afgelopen jaar weer mooie avonturen beleefd, met veel afwisseling en interessante opdrachten. In totaal heb ik 176 dagen gewerkt voor 25 verschillende opdrachtgevers. Dat is behoorlijk gemiddeld als ik het vergelijk met de afgelopen jaren. Zo’n 134 keer heb ik ‘de techniek’ mogen bedanken en de kabel uit het achterwerk van de camera getrokken. 

The Crew was dit jaar met stip mijn grootste opdrachtgever. Goed voor 51 dagen. Daarna volgen Videobrix (19 dagen), Walk in the Park (15 dagen), NEP (15 dagen), L1 (13 dagen) en Miltenburg AV (12 dagen). Ik heb maar liefst 41 weekenden gewerkt, waarvan 13 keer de zaterdag én de zondag.

We sluiten 2025 muzikaal af met een concert in Ahoy en daarmee is het cirkeltje rond. Het jaar begon ook met veel muziek. Voor mijn gevoel is het nog niet zo lang geleden dat ik een week lang aanwezig mocht zijn bij een unieke live-albumopname van Snarky Puppy en het Metropole Orkest. Met twaalf camera’s maakten we een registratie van zes heel bijzondere concerten in Utrecht. Je moet maar eens zoeken naar de clips van Somni op YouTube. Het was alsof we een speelfilm maakten. Zoveel muzikanten bij elkaar en het publiek er gewoon tussen met koptelefoons om optimaal van deze muziek te genieten. Het is bijna niet te beschrijven. Je moet het zien en horen, maar neem van mij aan dat het een feest was om erbij te zijn. Voor mij zeker een van de hoogtepunten van het jaar. De klant was super dankbaar en het eindresultaat is om van te smullen.

Het blijft fantastisch om muziek in beeld te vangen. Met het Nieuwjaarsconcert van Philzuid, Wende Snijders in Carré, Son Mieux in Ziggodome, The Passion, verschillende 3voor12 Sessies, het Concertgebouworkest, Ani DiFranco, Bridge to Liberation, 40 jaar Rowwen Hèze, Doe Maar de Musical, Big Time Rush, de 11e van de 11e, Emma Kok in het Concertgebouw, de ADE opening in de Zuiderkerk, Andre Rieu in het Mecc, Scrooge Live, een ouderenconcert in het Concertgebouw en tot slot een avond met Sela in Ahoy heb ik niks te klagen. Hopelijk mag ik het volgend jaar weer met grote regelmaat naar de concertzalen van Nederland afreizen.

De camera is bijna ingepakt in de flightcases die onder het kleine podium lagen waar ik de hele avond op gestaan heb. Ik haal de kop van het statief en klap de poten in. Een spanband moet de boel bij elkaar houden als ik de kisten richting de backstage rol. 

Het blijft ook na 32 jaar bijzonder dat ik dankzij dit werk op plekken mag komen waar niet zomaar iedereen komt. De dikke bos met speciale toegangspassen, die ik op zolder heb hangen, is dit jaar weer met een paar mooie exemplaren aangevuld. Ik denk gelijk aan de NAVO TOP in Den Haag waar ik voor NEP bij was. Het was interessant om daar een kijkje achter de schermen te mogen nemen en die hele (veiligheids)operatie van dichtbij mee te maken. Maar ook het jaarlijkse uitje bij de Formule1 op Zandvoort levert telkens weer een mooie accreditatiepas op. Ik hoop dat ik er ook in 2026 weer bij mag zijn, zodat ik later in het bejaardenhuis kan roepen dat ik alle zes de Nederlandse races in het Max Verstappentijdperk heb meegemaakt als trackcameraman.

Vandaag hoeven er niet veel kabels opgerold te worden. Dat is bij sommige evenementen wel anders. Al heb ik vaak het voorrecht dat ik in de materiaalwagen alle camera-equipment weer mag inpakken en dan hoef ik niet zo veel aan kabels te trekken. Toch blijft het oprollen van kilometers kabel een deel van het werk. Zeker wanneer je, zoals ik, veel kortlopende producties op locatie doet. Denk dan aan de Holocaust Herdenking, de Dodenherdenking op de Dam, het Limburgs Vastelaoves Leedjeskonkoers, het Kampvuurconcert, Corso Zundert, de Airborne Herdenking, de Rijtoer tijdens Prinsjesdag, de Intocht van de 4Daagse of het RTL Verkiezingsdebat. Allemaal projecten die slechts een of twee dagen duren en waarbij we een berg materiaal uitpakken, om het na afloop weer snel allemaal op te ruimen. Soms heb ik wel eens het gevoel dat we meer bezig zijn met het verhuizen van zware kisten en het trekken aan kabels dan met het maken van televisieprogramma’s. 

Wat dat betreft is het soms wel eens prettig om een paar dagen aan dezelfde productie te werken. Dit jaar mocht ik als cameraman meewerken aan de ITV/RTL productie ‘Oh wat een jaar!’ Daarvoor was ik een aantal (lange) dagen achter elkaar in de Studio in Baarn. Ook ‘Te Land Ter Zee en in De Lucht’ is een lekker luchtig amusementsprogramma waaraan ik met veel plezier mocht werken. En ik heb dit jaar een aantal dagen gewerkt voor de talkshows ‘Pauw & De Wit’, ‘VPRO Boeken’ en ‘Bureau Buitenland’. Bij dat soort programma’s hoef je bijna helemaal niks op te ruimen.

Toch gaat mijn hart sneller kloppen als het meer op het circus lijkt. ’s Ochtends erin, ’s middags repeteren, ’s avonds live en weer weg. Dat heb je ook bij sportproducties, zoals onlangs nog bij de bekerfinale ijshockey. In 2025 ben ik vooral bij sporten geweest waar je als cameraman nog het gevoel krijgt dat je welkom bent. Denk aan handbal, wielrennen, hockey, beachvolleybal, korfbal, tafeltennis, paardensport, polsstokverspringen, de triatlon van Almere of BMX Freestyle. 

Nu is het vooral sport om zo snel mogelijk alles in de materiaalwagen te laden. Met een beetje mazzel zijn we binnen drie kwartier na het einde van het concert al weg. Daarvoor spelen twee assistenten Tetris met flightcases en haspels. Ze benutten de beperkte laadruimte optimaal. Ik help ondertussen met de laatste kabel van 2025. Dan kan de klep van de materiaalwagen dicht en is de klus geklaard. Daarmee zit 2025 er in professionele zin op. Ik ben alweer heel benieuwd hoe vaak en waar ik de laadkleppen van materiaalwagens het komend jaar zie sluiten. 

Kom maar op met 2026!




woensdag 5 november 2025

Omroepland verliest haar aantrekkingskracht


Onderstaande column schreef ik voor het novembernummer van AV&Entertainment Magazine:


Decennialang stonden jongens en meisjes in de rij voor een baantje bij de televisie, maar anno 2025 is het voor veel bedrijven in onze industrie niet meer zo eenvoudig om gemotiveerde jonge medewerkers te vinden en voor langere tijd aan zich te binden. Natuurlijk zijn er nog enthousiaste jongeren die dromen van carrière als camerapersoon, geluidtechnicus, belichter, editor of beeldtechnicus maar die melden zich lang niet meer allemaal bij facilitaire bedrijven. Van verschillende opdrachtgevers hoor ik dat het aantal reacties op vacatures nog nooit zo laag is geweest. In sommige gevallen reageert er zelfs helemaal niemand.

De huidige generatie voelt er steeds minder voor om onderaan de ladder te beginnen. Na een mbo of hbo-opleiding willen jongeren liever niet starten als operationeel assistent, uitgifte medewerker of junior. Zeker niet als werkgevers verwachten dat ze eerst een paar jaar ‘ervaring’ moeten opdoen, tegen een laag loon, voordat ze langzaam mogen doorstromen naar de functie die ze ambiëren. Geduld is niet altijd de beste kwaliteit van jonge mensen.

Ook in mijn vakgebied kom ik beginners tegen die wel cameraman willen zijn, maar die het niet willen wórden. Moeite doen om het vak onder de knie te krijgen vinden zij lastig. Het liefst gaan zij gelijk aan de slag met een Steadicam, gimball of een crane, in plaats van eerst eindeloos oefenen met het maken van een simpel mediumshot, een zoompje, of focus. Belichting of compositie kan je toch in de montage oplossen!

De onregelmatigheid van een leven in de televisiewereld vinden twintigers over het algemeen ook ingewikkeld. Ik hoor verhalen over sollicitanten die niet in het weekend willen werken of in de avonduren. Zij vinden de werkdruk hoog en de beloning die daar tegenover staat veel te laag. Het schijnt dat je soms als vakkenvuller bij Albert Heijn meer kan verdienen.

Daarnaast is onze business niet meer zo sexy is als in het verleden. Jongeren kijken zelf nog maar weinig naar lineaire televisie. De magie is er af. Creatief gezien is het in hun ogen een logge en trage wereld. Zeker als je het vergelijkt met TikTok of YouTube. Daar heb je geen redacties, zenderbazen of strakke formats waaraan vastgehouden moet worden. Creatieve makers kunnen zelf binnen een dag via de social media een groot publiek bereiken. Daar hebben ze omroepen of facilitaire bedrijven helemaal niet meer voor nodig. 

 

De televisie spreekt misschien minder tot de verbeelding, maar niet voor mij. Zelfs na dertig jaar ben ik nog steeds verliefd op camerawerk en de omgeving waarin ik dit vak mag uitoefenen. Het is afwisselend, technisch, creatief en sociaal tegelijk. Je komt overal en mag altijd vooraan staan. Iedere dag is een avontuur met nog steeds nieuwe uitdagingen. Daar wil ik de komende jaren graag van genieten, maar ik was een tijd lang bang voor het moment waarop mijn opdrachtgevers een vers blik met nieuwe, goedkope cameramensen zou opentrekken. Ik vreesde dat ik op een dag links en rechts zou worden ingehaald door jonge honden, die fysiek sterker, sneller en veel moderner zouden zijn dan ik, maar ze zijn er niet of nauwelijks. Dat zorgt ervoor dat er op dit moment nog genoeg vraag is naar ervaren freelancers zoals ik. Alleen is dit voor onze sector wel iets om over na te denken.

De jeugd kiest niet tégen omroepen, producenten en facilitaire bedrijven, maar steeds vaker vóór zichzelf. In tijden van krapte op de arbeidsmarkt kunnen zij die keuze maken. Opdrachtgevers in Hilversum zullen zich moeten realiseren dat de oude mentaliteit van ‘voor jou tien anderen’ voorbij is. Wie denkt dat veel goedkope jonge krachten nog steeds de oplossing zijn voor krimpende budgetten, die vergist zich. 




maandag 3 november 2025

VARA 100 jaar - Jules Unlimited

  

De VARA bestaat 100 jaar en dat mag wat mij betreft gevierd worden. Deze omroep heeft mij heel wat geweldige avonturen laten beleven. Voor programma’s als De Wereld van Boudewijn Büch, De Ontdekking en Jules Unlimited heb ik de mooiste reizen mogen maken. Ik moest deze week gelijk denken aan de jubileumaflevering van Jules Unlimited, die ik vijfentwintig jaar geleden mocht opnemen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de omroep. 

We waren ruim twee weken in Zuid Afrika om drie onderwerpen te draaien voor een extra lange aflevering van het populairwetenschappelijk programma, waarin presentatoren altijd een actieve rol hadden. Met Yvette Forster maakten we een reportage over spoorzoeken en in het bijzonder de sporen van de neushoorn, Paul Luycx ging op pad met echte wildlife-filmers en Menno Bentveld volgde een olifantenverplaatsing. Het werd uiteindelijk een van de meest spectaculaire reizen die ik ooit gemaakt heb en waar ik nog heel vaak met veel plezier aan terug denk. Niet in de laatste plaats, omdat ik deze reis werkte met Cor Brinkman, mijn favoriete geluidsman die helaas in 2016 is overleden.

In 2000 had ik nog geen weblog, maar hield ik wel een dagboek bij. Dat heb ik speciaal voor deze gelegenheid eens even afgestoft en teruggelezen. Voor wie het leuk vindt heb ik er twee dagen uitgepikt:

  

woensdag 11 oktober 2000      Skukuza, Kruger National Park

Voor het derde onderwerp in de jubileumuitzending van Jules Unlimited volgen we wildlife filmer Jacques. Achter elkaar lopen we door het ruige landschap van Kruger Park. Een gewapende Ranger gaat voorop, dan volgt Jaques met zijn camera in de aanslag, daarachter zijn geluidsman en onze presentator Paul is de vierde in het rijtje. Hij draagt het zware statief van Jaques op zijn nek. Ik film de vier mannen en zit vast aan mijn geluidsman Cor, die weer op de voet wordt gevolgd door Jules-regisseur Richard. Hij moet onze rugzak en mijn statief tillen. Helemaal achteraan loopt er weer een gewapende Ranger. Niemand zegt iets. We zijn op zoek naar leeuwen.

De lucht is grauw, het ziet er naar uit dat het ieder moment kan gaan regenen. De temperatuur is een stuk aangenamer dan gisteren, maar er staat ook een gemeen windje. De struiken en boompjes zijn voor een deel aangetast door een bosbrand. Mijn broek is smerig en krijgt zwarte camouflagestrepen van de verkoolde takken. 

We wandelen al een klein half uur tegen de wind in. Het is heel bijzonder dat we door het wildpark lopen. Toeristen mogen niet zomaar uit hun auto’s komen. De Rangers hebben uitgelegd dat we niet in paniek moeten raken als we plotseling oog in oog komen te staan met een leeuw of ander wild dier. Stil blijven staan en het beest recht aan blijven kijken is de beste manier om niet aangevallen te worden. Als je in paniek raakt en het op een lopen zet word je een prooi. 

Jaques en Paul weten een plek te vinden waar jonge leeuwtjes zitten. Het is alleen de vraag of de welpen thuis zijn en of de ouders in de buurt zijn. We doen uiterst voorzichtig. Opeens stoppen we. Jaques wijst ons op twee neushoorns die verderop tussen de struiken staan. Ze zijn veel dichterbij dan de neushoorn die we een paar dagen geleden filmden in het Karoo National Park. Het is een beetje maf, maar het heeft geen zin om deze te filmen, omdat we juist een heel onderwerp gaan besteden aan de moeilijke zoektocht naar neushoorns. Het is wel heel vreemd als je bij een ander onderwerp, in dezelfde uitzending, zomaar voorbij deze beesten loopt. Dus lopen we stilletjes verder. Opletten dat de neushoorns ons niet in de gaten krijgen.

We komen bij een rots die me doet denken aan Disney’s Lion King of Het Junglebook. Het is jammer voor het beeld dat de zon niet schijnt. We beklimmen de rots en zien bovenop een plek met gras waar leeuwen gelegen moeten hebben. Er is een stapel stenen en als we daaronder kijken zien we vier bange welpjes van nog geen maand oud. Jaques gaat ze gelijk filmen en ik film hem. Het is super spannend, omdat we de volwassen leeuwen nergens kunnen bekennen. De twee Rangers staan met hun jachtgeweer in de aanslag voor het geval dat we opeens worden aangevallen. Ik vraag me af wie banger is; de welpen voor ons of wij voor moeder leeuwin.

We draaien een scene met Paul en hij mag van Jaques door zijn zoeker kijken. Het wordt spannende televisie. Richard is erg blij, omdat ook zijn tweede onderwerp een bijzonder eind zal krijgen. Het gaat ons wat dat betreft erg voor de wind.

Ik maak twee foto’s. Een keer zonder flitsen en een keer met. Dan laten we de arme beestjes met rust. Oplettend lopen we terug naar de auto’s. De volwassen leeuwen komen we gelukkig niet tegen. Wel film ik nog een paar giraffes en we draaien een scene bij de jeeps. 

 

zaterdag 14 oktober 2000                    middle of nowhere, Kurger National Park

We gaan kamperen met de wildlife filmers van Sanhu. Een kilometer of zeventig van Skukuza wordt een kamp opgeslagen met vier caravans en drie tentjes. We hebben de beschikking over vier open terreinwagens en een busje. De caravans worden in een halve cirkel geplaatst zodat we maar een kant in de gaten hoeven te houden. In het midden van ons kamp wordt een groot vuur gestookt. Hier zitten we midden in de wildernis met alleen de bescherming van Ranger Ed, maar die is zo moe dat ik hoop dat de leeuwen en hyena’s vanavond een snipperdag nemen. 

Er wordt ons op het hart gedrukt om bijzonder voorzichtig te zijn. Na zonsondergang mogen we niet gaan plassen zonder begeleiding van Ed met zijn gevaarlijke geweer. Cor en ik slapen samen in een caravan, Richard en Julia moeten een andere caravan delen, maar Paul slaapt met Jaques in een tentje. Ik ben niet jaloers op onze presentator als Jaques hem vertelt dat hij niet met zijn hoofd tegen het tentdoek mag gaan liggen, omdat beesten daar misschien in kunnen bijten.

Ik merk dat ik ook moe ben van alle avonturen de afgelopen dagen. Bovendien heb ik nog steeds last van een oorontsteking die ik in de eerste dagen van deze reis heb opgelopen. Hierdoor kan ik het even niet meer opbrengen om enthousiast te zijn en als het tegenzit met de presentaties van Paul raak ik te snel geirriteerd. Ook de opgewektheid van Richard, zijn engelengeduld, fanatisme en doorzettingsvermogen schieten bij mij -geheel ten onrechte- in het verkeerde keelgat. Gelukkig hebben Richard en ik tijdens het eten bij het kampvuur een goed gesprek. We spreken de kleine ergernissen uit. Ik moet toegeven dat een beetje meer begrip wonderen doet. Ik kan mezelf dan wel ziekig en zielig voelen, hij heeft natuurlijk een belangrijke en ingewikkelde klus te klaren. Ik neem me voor om de komende uren weer vol overgave voor het volgende avontuur te gaan.

Tegen tien uur in de avond rijden we met drie terreinwagens achter elkaar door het bos. Het is stikdonker. Wij rijden in de oudste Jeep, omdat deze toch niet in beeld zal komen. Het is er eentje die al lang geleden vervangen is door een nieuwe Toyota pick-up. Richard bestuurt onze veertig jaar oude Range Rover tot deze afslaat. Cor en ik voelen ons niet op ons gemak en vragen of iemand anders het stuur van de pruttelkar over wil nemen. Iemand die meer gewend is om in dit terrein en deze auto in het bijzonder te rijden.

Opeens stopt de jeep van Jaques voor ons. Ze schijnen met een grote filmlamp over het pad. 

“Sssssst, er lopen leeuwen!” 

Eerst zie ik er twee, dan drie… Vier, vijf, zes, zeven. Ze komen recht op ons af. Acht, negen !!! De leeuwen sjokken heel rustig in onze richting en gaan aan de kant van de weg in het gras liggen. Ik sta achter op de open jeep en vraag me af of dit leuk is. Zeven vrouwtjes en twee mannetjes op een metertje of vier van mijn camera. Een keer springen voor zo’n volwassen leeuw en ik heb hem op schoot. Of hij mij.

De filmers zeggen dat deze leeuwen rustig en totaal niet agressief zijn. We hoeven ons geen zorgen te maken. Als we maar met de lampen blijven schijnen, want dan kunnen ze ons niet goed zien. De jeeps worden zo geplaatst dat we met drie camera’s opnamen kunnen maken. Jaques zit met Paul in een jeep. Ze staan het dichtst bij de beesten. Wij rijden een stukje verder om de link te kunnen leggen tussen de wilde dieren en de filmploeg. Als we in het gras naast de weg staan slaat de oude Range Rover opnieuw af. Deze keer vind ik dat helemaal niet leuk. Er is iets mis met de accu. Uitgerekend hier en nu.

Het luide gebrul van de leeuwen gaat door merg en been. Goed geluid, maar wel doodeng. We filmen de leeuwen vanuit alle hoeken. Als een vrouwtje op twee meter langs de wagen van Jaques loopt is het weer even echt spannend, maar na een tijdje merk ik dat ik het normaal begin te vinden. Ed zit achter me en schijnt met een grote lamp op de dieren. Zijn geweer ligt op de grond van de pick-up. Jaques heeft al lang niet meer zoveel leeuwen bij elkaar gezien en nog nooit heeft hij een brullende leeuw van zo dichtbij kunnen filmen. Zijn geluidsman noemt dit belangrijk materiaal voor het Sanhu-archief. Wij realiseren ons dat we alle mazzel van de wereld hebben. 

 

Het duurt ongeveer een uur. Dan lopen de leeuwen eindelijk verder. We verliezen ze uit het oog. Even is dat weer spannend, want ze kunnen nu op ons loeren. Dus wachten we een tijdje voor we naar het kamp terugkeren. Daar reageren we allemaal bijzonder blij en uitgelaten. Het was een fantastische avond. Super spannend, maar zeer de moeite waard. Dit zullen we nooit meer vergeten.