Posts tonen met het label olympische spelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label olympische spelen. Alle posts tonen

dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




maandag 12 januari 2026

kansen moet je grijpen!

 

 

Sinds een paar jaar assisteert Levi mij als ik een schoudercamera doe bij de grote projecten van L1. Het is een rustige jongeman, zonder praatjes. Eigenlijk weet ik nog heel weinig van hem, behalve dan dat je hem er heel goed bij kan hebben. Hij is serieus en snapt het spelletje van assisteren met lange camerakabels helemaal. Het is een hele harde werker die altijd op de plek staat waar ik hem het liefst wil hebben. Telkens als ik even omkijk hebben we gelijk oogcontact, want hij is altijd gefocust met zijn taak bezig. Dat is best knap als je bedenkt dat hij geen intercom heeft om de regie of het programma te volgen en er gebeurt altijd genoeg waardoor je afgeleid zou kunnen raken. Maar zelfs op heel lange dagen, zoals bij de 11e van de 11e staat mijn kabel niet één keer per ongeluk strak. Het is een stille kracht, die ervoor zorgt dat een cameraman lekker kan doen wat hij moet doen. Zo’n jongen die met je meedenkt over de ideale kabelroute of die even met een kist een handig opstapje voor je maakt.

Ook deze week mocht ik twee dagen met Levi werken. We waren bij de halve finales van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers in De Bombardon in Heythuysen. Met de camera op mijn schouder stond ik midden tussen het enthousiaste publiek, vlak bij de passerelle voor het podium. De assistent dekte mijn rug, zodat niemand tegen mij aan zou stoten. Als ik wilde verplaatsen, dan kon ik verplaatsen. Het leek heel gezellig, maar het is nog best lastig om stabiele beelden te maken, te variëren in shots en snel te werken tussen de mensen die feest aan het vieren zijn en die helemaal geen idee hebben van camerawerk. Los van wat zweetlucht om ons heen, de hitte en af en toe iemand die niet direct wilde wijken voor de televisiecamera, ging het hartstikke goed. Donderdagavond hadden we een aflevering opgenomen met twintig liedjes en op vrijdagmiddag de tweede aflevering. 

Toen we vrijdagavond net met de derde aflevering waren begonnen, gebeurde er iets wat ik nog niet vaak heb meegemaakt. Mijn collega bij camera 1 werd onwel. Waarschijnlijk een ongelukkige combinatie van de warmte, te weinig frisse lucht, geconcentreerd in een zoeker turen en een opkomende griep. Hij gaf via de intercom aan dat hij echt niet verder kon. Ik hoorde aan zijn stem dat hij het er moeilijk mee had. Zoiets doet een cameraman niet zomaar.

We moesten snel schakelen. Camera 1 was de belangrijkste camera, die close beelden maakte van de artiesten op het podium. Het leek mij logisch dat ik deze camera zou overnemen, maar bij een opname met slechts vier camera’s ga je het enorm missen als er een camera wegvalt. Het programma stilleggen tot er een verse cameraman zou zijn was zeker geen optie. En dus drukte ik Levi mijn camera in handen en zei: ‘Jij moet het overnemen. Succes!’ Tijd om hem even rustig te informeren was er niet. Hij keek me ook zeer verbaasd aan. Toen realiseerde ik me pas dat hij de intercom niet hoorde en dus nog niet wist dat de collega op camera 1 ziek was.

Achteraf gezien was het beter geweest als we de boel even stilgelegd hadden en voor de mensen in de zaal een muziekje hadden gedraaid. Dan hadden we ons rustig kunnen herpakken en even orde op zaken kunnen stellen. Maar in de blinde paniek van het moment liet ik de verbaasde assistent achter en baande ik door het publiek naar achteren waar camera 1 op een podiumpje stond. Daarop zat de collega, die inmiddels bleker was dan de witte sneeuw op het parkeerterrein. Ik vroeg of hij last had van zijn hart, maar dat was niet het geval. Toen ik zag dat hij in goede handen was, ben ik op zijn plek gaan staan. Vrijwel direct werd het programma hervat.

De zieke collega werd door lieve dames van productie meegenomen naar de frisse lucht. Ik had even nodig om de camera en zoeker zo in te stellen dat ik er weer lekker mee kon werken. Dat moest telkens tussen de nummers door. En dus duurde het een paar nummers voor ik in de gaten kreeg dat camera 3 ook alweer volop werd gebruikt. Levi deed ‘gewoon’ wat hij mij al twee avonden had zien doen, maar dan zonder assistent. Voor zover ik het kon beoordelen deed hij het zeker niet onverdienstelijk. Hij werd wellicht iets minder vaak geschakeld door de regisseur dan de andere camera’s, maar als hij aan de beurt was kon ik zien dat hij een prima plaatje maakte. Het was veel beter dan ik had verwacht.

Zelf heb ik als jonge jongen wel eens bij een concert gehoopt dat er omgeroepen zou worden of er toevallig een cameraman in de zaal was. Dan zou ik die kans met beide handen grijpen. Vandaar ook dat ik het superleuk vond dat Levi hier even liet zien dat hij veel meer is dan een geweldige assistent. Het is een talentvolle cameraman in de dop. Iemand die zeker nog eens een kans verdient. Ik hoop dat ze dit bij L1 ook gezien hebben. Niet dat hij gelijk mijn plekje mag innemen, maar het is altijd leuk als goede gasten zich verder kunnen ontwikkelen en mogen doorgroeien. Ik zou hem daarbij graag willen helpen met een klein duwtje in de rug, als dank voor alle keren dat hij mij zo ontzettend goed geholpen heeft.



Deze foto is van een jaar geleden, omdat de foto van deze week niet zo goed gelukt is.



maandag 29 juli 2024

Wetgeving met betrekking tot ZZP'ers, een gebed zonder eind...

 

Het is de verwachting dat er de komende maanden veel onrust zal ontstaan rondom de invoering van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Dit wetsvoorstel is in juni door de vorige minister van Sociale Zaken naar de Raad van State gestuurd. Zij zullen advies uitbrengen over dit concept. Met die feedback kan de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Eddy van Hijum (NSC), deze wet nog aanpassen, voor hij hem naar de Tweede Kamer stuurt, maar in het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof staat dat onze huidige regering van plan is om door te gaan met de Wet VBAR. Als Van Hijum deze wet voor behandeling naar de Tweede Kamer stuurt en de kamerleden akkoord gaan, dan kan deze wet rond 1 januari 2026 van kracht zijn. Gek genoeg gaat de Belastingdienst al per 1 januari 2025 handhaven op schijnzelfstandigheid op basis van de huidige regels. Niet helemaal helder of dat nou nog de Wet DBA is of al de Wet VBAR. Het komt voor een belangrijk deel op hetzelfde neer en kan in het werkveld tot chaos en paniek leiden. Dat is voor niemand goed en daarover maken opdrachtgevers en ZZP’ers zich op dit moment serieus zorgen. 

 

Om het helemaal uit te leggen moeten we even terug naar het begin:

Op dinsdag 27 september 2016 schreef ik op dit weblog een open brief aan staatssecretaris Wiebes, waarin ik op heldere wijze aangaf dat veel ZZP’ers onbedoeld het slachtoffer dreigden te worden van de net ingevoerde Wet DBA. Daarbij nam ik mezelf als voorbeeld. Binnen enkele uren ging dit betoog viraal en al snel hadden meer dan 90.000 mensen het verhaal aangeklikt. Ik haalde de krant en het RTL Nieuws. Het leidde tot een lange reeks discussies over deze totaal onwerkbare wet, die was gebouwd op drijfzand. 

Tweede Kamerleden als Steven van Weyenberg en Mei Li Vos wilden met me spreken. Op verzoek van de staatssecretaris werd ik uitgenodigd door twee hoge heren van de Belastingdienst, om te vertellen over mijn functioneren als ZZP’er. Daar kreeg ik te horen dat ik eigenlijk een voorbeeldig zelfstandig ondernemer ben. Tijdens een door Pieter Omtzigt georganiseerde hoorzitting in de Tweede Kamer mocht ik met een aantal ZZP’ers uit andere branches mijn verhaal doen voor alle Kamerleden die ZZP in hun portefeuille hadden. Een paar dagen later moest Wiebes onder grote druk zijn Wet DBA in de ijskast zetten. Ik zeg zeker niet dat dit mijn verdienste was, maar een kleine steen heb ik wel bijgedragen in mijn eentje.

Daarna zijn verschillende ministers en staatssecretarissen druk geweest met dit dossier, maar nooit is helder geformuleerd welke verschillende typen ZZP’ers er zijn. Ze zijn altijd allemaal op een grote hoop gegooid. Van de armlastige pakketbezorger tot de zwaar overbetaalde interimmanager. Nooit is er gekeken wat een echte ZZP’er is, waarom die er zijn en waaraan deze zouden moeten voldoen.

Door toenmalig staatssecretaris Menno Snel en minister Wouter Koolmees ben ik een paar keer gevraagd om hierover op het ministerie mee te denken, maar uiteindelijk werd ik als eenmanslobbyist niet langer uitgenodigd. Wel bleef ik het nieuws rond de Wet DBA op de voet volgen en plaatste ik hierover regelmatig stukjes op mijn website, wanneer ik dacht dat dit relevant was voor collega ZZP’ers. 

Telkens weer bleek de term ‘gezagsverhouding’ het grote struikelblok in de wet en regelgeving. In Den Haag bedachten ze dat alles opgelost zou zijn als ambtenaren dit woord zouden ‘herformuleren’. 

Om schijnzelfstandigheid nu eindelijk te voorkomen is de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de proppen gekomen met de Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). Gezagsverhouding heet nu ‘inbedding’, maar het verdrietige nieuws is dat het op precies hetzelfde neer komt. We zijn acht jaar (!) verder en helemaal niets opgeschoten. Nog steeds kijkt de wetgever liever naar de aard van de opdracht en controleert ze liever de opdrachtgever, dan dat ze bereid is om te beoordelen of een ZZP’er wel écht een zelfstandig ondernemer is. Met een beetje pech komt de Wet VBAR het komend jaar door de politieke molen en zitten opdrachtgevers en ZZP’ers met exact dezelfde onzekerheid als in 2016, ten tijde van de Wet DBA. Het zal onherroepelijk leiden tot grote chaos in heel veel bedrijfstakken. Verschillende branches zullen in grote problemen komen, omdat die nou eenmaal afhankelijk zijn van grote flexibiliteit op piekmomenten. Niet in de laatste plaats de audiovisuele sector.

Wat de Wet VBAR behelst heb ik het vorig jaar op 11 oktober al uitgelegd in een blog. Daarin werden collega ZZP’ers opgeroepen om in actie te komen. Het was tijdens de internetconsultatie, een periode waarin het volk kon reageren op de ‘nieuwe’ plannen van minister van Gennep. Buitengewoon veel ZZP’ers, opdrachtgevers en belangenverenigingen hebben toen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het wetsvoorstel van de minister, maar het lijkt er sterk op dat ze totaal niet geluisterd heeft naar alle feedback uit het werkveld. 

 

Dit is een ontwikkeling waar de meeste ZZP’ers zich zorgen over moeten maken. Mijn opdrachtgevers zijn inmiddels ook ongerust over deze nieuwe wet, omdat het hierdoor heel lastig zal worden om van ZZP’ers gebruik te blijven maken. De NOS heeft hierover inmiddels een bijeenkomst georganiseerd met al haar freelancers en aangekondigd dat ze serieus nadenken over het stoppen met de inhuur van een grote groep freelance journalisten, producers en regisseurs.

De facilitaire bedrijven in de audiovisuele sector hebben onlangs de AFN opgericht, een branchevereniging die opkomt voor de gezamenlijke belangen van deze bedrijven. Zij hebben met elkaar iemand aangenomen die als woordvoerder op zal treden. Om onze branche goed te kunnen vertegenwoordigen wil de AFN een serieuze gesprekspartner zijn voor de overheid en instanties als het gaat om regelgeving. Ook de AFN maakt zich inmiddels ook grote zorgen over de aankomende wetgeving rond de inhuur van ZZP’ers.

Om een gezamenlijke en eenduidige stem naar buiten toe te hebben, denk ik dat het belangrijk is om eens goed na te denken over het oprichten van een vergelijkbare belangenorganisatie voor ZZP’ers in de audiovisuele sector. Een vereniging of stichting die ervoor moet zorgen dat ZZP’ers, die werkzaam zijn aan de technische kant van de mediawereld, beter geïnformeerd worden en vooral gehoord worden. Alleen als wij ons organiseren zijn wij een serieuzere gesprekspartner voor officiële instanties en de overheid.

Denk niet aan een vakbond die de barricaden op gaat en strijdt voor hogere vergoedingen. Het doel moet vooral zijn om te werken aan een eerlijk speelveld en namens de ZZP’ers aanschuiven bij de AFN, omroepen, producenten en de politiek als het gaat over zaken die ons aangaan. Het moet ook een instantie zijn die ZZP’ers bewust maakt van hun eigen verantwoordelijkheden als ondernemer. Het kan namelijk een wereld van verschil maken als we elkaar beter informeren over belangrijke zaken die er spelen.

 

Op initiatief van een goede collega heb ik onlangs om tafel gezeten met een kleine club ZZP’ers die zich allemaal zorgen maken. Het doel was om te brainstormen over zo’n AV ZZP belangenvereniging. In het verleden is al een paar keer gebleken dat het niet eenvoudig is om zoiets op te richten en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Toch willen wij onderzoeken of er onder freelancers in de audiovisuele sector voldoende draagvlak is voor een belangenvereniging, omdat het de komende tijd behoorlijk kan gaan stormen. Als er voldoende interesse is, kunnen we misschien een vereniging oprichten en een bestuur samenstellen, dat vervolgens op zoek gaat naar een persoon die (net als George Freriks bij de AFN) het gezicht en de woordvoerder van deze federatie wil worden. Deze persoon moet iemand zijn met kennis van zaken, diplomatieke vaardigheden, een groot netwerk en enige statuur. Waarschijnlijk moeten we zo iemand een aantal dagen in het jaar inhuren. Daarmee kom je gelijk bij het punt dat het geld zal kosten als we dit serieus willen aanpakken. De vraag is of ZZP’ers hiervoor willen betalen en hoeveel? 

Om te ontdekken of dit plan een kans van slagen heeft hebben wij een online enquête opgesteld en we vragen aan collega ZZP’ers of ze deze willen invullen. Begin september zullen we bekijken of en hoe we hiermee verder gaan, maar er is een voorzichtig beginnetje gemaakt.




 

 

 

zaterdag 6 april 2019

Studio Sport 60 jaar


NOS Studio Sport bestaat 60 jaar en dat mag gevierd worden. Wie is er niet groot mee geworden? Al die jaren laat dit fantastische instituut van de Nederlandse Publieke Omroep ons schitterende sportmomenten van dichtbij meebeleven. En wie wordt niet vrolijk bij het horen van die heerlijke begintune van Tony Eyk? Ik herinner me de zondagavonden eind jaren ’70, begin ‘80 met haartjes nat, de badstof pyjama al aan, frietjes van ’t Hepke, bord op schoot en kijken naar de prestaties van Hennie Stamsnijder, Hilbert van der Duim of Boet van Dulmen. En Joop Zoetemelk natuurlijk! Uiteraard voorzien van het deskundige commentaar van Mart Smeets, Evert ten Napel, Theo Reitsma, Heinze Bakker en Jean Nelissen.

In mijn geval is Studio Sport ook al 24 jaar een hele grote en zeer trouwe werkgever. Vanaf september 1995 mag ik mezelf ‘sportcameraman’ noemen en werk ik in opdracht van verschillende facilitaire bedrijven voor Studio Sport. Het komt voor dat ik in een week tijd vier keer voor NOS Sport werk en telkens via een andere facilitaire partij. De ene keer bij een groot live evenement en de andere dag ga ik op pad voor een interview in het Sportjournaal. Ik ben er iedere keer weer trots op dat ik voor dit monument van onze nationale televisie mag werken. De lat ligt hoog, het zijn populaire programma’s, ze zorgen daar goed voor me en het is natuurlijk heerlijk om met je neus bovenop de topsport te zitten. 
Dankzij Studio Sport heb ik vijf keer de Tour de France gedaan, mocht ik naar de Olympische Winterspelen in Turijn, was ik bij het EK Voetbal in 2000 en 2004, stond ik op de finish van de laatste Elfstedentocht, ging ik voor Pieter van den Hoogenband naar Australië, stond ik vaak vooraan bij de Champions League, bij NK’s en WK’s wielrennen, het EK Atletiek, een WK Turnen, meerdere WK’s schaatsen en bij de Amstel Goldrace. Dit is nog maar een piepkleine greep uit de vele klussen die ik voor dit programma mocht doen. De trainingen, persconferenties en voetbalwedstrijden waar ik gefilmd heb zijn ontelbaar. Het gaat van zeilen tot handbal, roeien, schaatsen, basketbal, volley, badminton, paardrijden, biljarten en zelfs cricket.
Maar als je vraagt naar mijn meest memorabele Studio Sport shot, dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Was het toen het Nederlands hockeyteam in 1998 het WK in Utrecht won? Of Erik Hulzebosch die in 1997 de Elfstedentocht net niet gewonnen had? Ronald Koeman die een slokkie teveel op had tijdens een interview, na het onverwacht behalen van het kampioenschap van PSV in 2007? Verona van de Leur die tegen haar coach Boris Orlov zegt dat ze stopt met turnen? Inge de Bruin in training voor de Olympische Spelen van 2000? Ik weet het niet. Wellicht vergeet ik ook nog de meest bijzondere beelden. 
Voor mij persoonlijk was de Tour de France het allermooiste Studio Sport avontuur. Mijn eerste Tour in 2004 zal ik nooit vergeten. Volgens mij heb ik drie weken lang met een glimlacht tot ver achter de oren door Frankrijk gelopen. Het was een jongensdroom die uit kwam. Wielrennen is mijn sport. De Tour volgde ik als klein Limburgs menneke altijd en opeens had ik Mart Smeets in mijn auto. Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk. Je bent bij dat evenement als cameraman onderdeel van een rondreizend circus en kan nog ontzettend dicht bij de renners komen. Die zijn over het algemeen ook spraakzamer dan voetballers. We reden duizenden kilometers van start naar finish naar uitzendlocatie en naar een hotel. Met een helikopter vlogen we naar Alpe d’Huez en in de TGV feliciteerde ik Lance Armstrong persoonlijk met zijn geweldige overwinning. Na die drie weken stond ik te stralen op de Champs Elysees.

60 jaar Studio Sport. Laten we er eentje op drinken. Proost! Ik hoop dat dit programma nog lang mag blijven bestaan en dat ik er nog heel vaak voor mag werken. Om te beginnen aanstaande zondag tijdens de Rotterdam Marathon.








vrijdag 20 maart 2009

pieter

Eindhoven. Ruim een jaar voor de Olympische Spelen in Sidney was ik voor Studio Sport in Parijs. Het Nederlands Elftal speelde daar een oefenwedstrijd tegen Portugal en wij deden verslag. Op de dag van de wedstrijd hadden we niet veel te doen en kwamen we uit in een koffiebar, niet ver van de Eiffeltoren. Onze geluidsman besloot in zijn eentje de toerist uit te hangen en dus hadden verslaggever Michel Anthoniesse en ik tijd om te brainstormen over mogelijk interessante televisieprojecten.
Daar ontstond het idee om een documentaire of lange reportage te maken, over de voorbereiding van Pieter van den Hoogenband op de Olympische Spelen. We wilden hem een jaar lang volgen, omdat we zo’n vermoeden hadden dat hij wel eens voor een stunt zou kunnen zorgen. Achteraf gezien een goede inschatting, hoewel ik eerlijk moet bekennen dat Pieter op dat moment al lang geen onbekende sporter meer was.
Een paar maanden later zaten we op het kantoor van toenmalig Studio Sportbaas Martijn Lindenberg. Hij hoefde niet veel te horen en gaf vrijwel direct toestemming voor dit grootse project. Er kwam een verslaggever bij (Rob Labree), een cameraman (Dennis Westenberg) en samen gingen we aan de slag.
Met Pieter ben ik dat jaar bij wedstrijden in Parijs geweest. Bij zijn verkiezing tot Sportman van het Jaar 1999. In Engeland bij het aanmeten van een nieuw zwempak, natuurlijk waren we heel vaak in de Tongelreep, bij hem thuis in Geldrop en we gingen samen naar Pinkpop, omdat Pieter een groot Pearl Jam fan is. Die laatste draaidag heeft de uitzending nooit gehaald, omdat de zwemmer op moment suprème in een hoekje op het podium mocht staan en de filmploeg die het geregeld had niet.
Tot slot zijn we in het Australische Newcastle geweest. Bij het laatste trainingskamp van de zwemploeg, twee weken voor de Olympische Spelen. Samen met Inge de Bruin en coach Jacco Verhaeren hebben we Sidney nog verkend in een halve dag.
Zoveel gezamenlijke activiteiten, dat schept een band. Alleen zou ik het niet gek hebben gevonden als Pieter, na alles wat hij daarna heeft meegemaakt, verdrongen zou hebben wie een van de twee cameramannen van zijn documentaire was. Maar zo is Pieter niet.
Een paar maanden na die bewuste Spelen ging hij voor het eerst weer naar een belangrijke wedstrijd en Studio Sport ging mee. Dat was in Glasgow, geloof ik. In dat zwemstadion werd de Olympisch kampioen streng afgeschermd voor opdringerige fans en pers. Tot het moment waarop Pieter mij zag. Hij klom uit het bad, waar hij bezig was met de warming-up, en ik kreeg een ferme hand. Of ik de nieuwste CD van Pearl Jam al had?
Jaren later zat ik op de dolly bij een Nederlands kampioenschap in Amsterdam. Pieter won de 50 meter vrij, met twee vingers in de neus, en ik had dat gefilmd vanaf een karretje naast het bad. Bij het trapje zag hij mij zitten en live in de uitzending schoot hij langs de lens om mij weer een hand te geven. “Hey joh, hoe is’t?”
Afgelopen vrijdag kwam ik hem voor de derde keer in tien jaar tegen. Nu bij de opnamen van een nieuw RTL4 programma in Eindhoven. Hij zag me zitten, gaf een vette knipoog en toen de opnamen even onderbroken werden kwam hij gelijk naar me toe. Niet dat we elkaar veel te vertellen hadden, maar het is typerend voor deze sympathieke sportheld.
Het bracht mij op het idee om eens uit te Googlen wanneer Michel en ik het idee voor een document over Pieter van den Hoogenband kregen. Dat was dus op 10 februari 1999, in Parijs. Opeens krijg ik zin om op zolder de VHS band met een kopie van die film op te zoeken.

donderdag 21 juni 2007

nicht als een paard

Rotterdam. Ik heb helemaal niks tegen homo's. Dat je het maar even weet! Persoonlijk heb ik meer moeite met verkeersregelaars. Als mijn zoon later met zo'n oranje hesje bij de toegang van een evenement gaat staan schop ik hem het huis uit! Valt hij op mannen, dan moet hij dat lekker zelf weten. Als hij maar gelukkig is.
Zelf val ik hard op vrouwen. Mijn eigen vrouw in het bijzonder. De enige mannen waar ik opgewonden van raak, dat zijn die vreselijk rechtlijnige verkeersregelaars. En dan heb ik het over opgewonden in de niet-seksuele zin.
Misschien moet ik even toelichten hoe ik tot het begin van dit verhaaltje kom. Het is ook voor mij een verrassende combinatie van onderwerpen. Homofilie en verkeersregelaars. En ik ga er nog iets bij slepen; paarden.
Ik was namelijk bij een dressuurwedstrijd in het Kralingsebos, waaraan ook 'onze' Anky van Grunsven mee deed. Ik had me voorgenomen om een stukje te schrijven over Salinero, het paard van Anky, want ik verbaas me al jaren over het feit dat stoere hengsten bereid zijn om aan ballet te doen.
Het had echter niet veel gescheeld of we waren nooit aangekomen bij het CHIO. Een bataljon volslagen doorgedraaide verkeersregelaars wilde de Studio Sport auto nergens toelaten. Ze stuurden ons van het kastje naar de muur. Met alle zware spullen werden we geacht een paar kilometer te lopen, omdat iemand had bedacht dat pers moest parkeren op P3. Geen discussie mogelijk.
Er liepen vanmorgen meer ordetroepen met portofoon op en om het terrein dan bezoekers. Ik telde uiteindelijk drie man en een paardenkop op de tribune.
Maar regels zijn regels. Vriendelijk vragen, discussiëren met sterke argumenten, minder vriendelijk vragen, boos worden en dreigen te vertrekken; het mocht allemaal niet baten. We moesten sjouwen.
Ik was dus behoorlijk over mijn toeren toen ik Salinero voor het eerst in levende lijve zag. Een groot sterk paard. Mooi om te zien. Stoer, sterk en temperamentvol, maar in mijn ogen ook een beetje zielig.
Want het is volgens mij onmogelijk dat een volwassen hengst, uit vrije wil, kiest voor huppelpasjes in een zandbak. Er zijn twee mogelijkheden: Of het beest wordt mishandeld (maar daar ziet het niet naar uit), of het is een homofiel. Om zo te kunnen hupsen (dat schuine pootje over lopen) moet het wel een nicht als een paard zijn.
Dat dacht ik indertijd al van Bonfire en nu ik zijn vervanger in actie heb gezien twijfel ik niet meer. Hij moet alleen nog uit de stal komen.
Dressuur is een soort YMCA voor knollen.
Daar mag je geen grapjes over maken, want het is best sneu voor het dier. Thuis in de wei moet Anky's lieveling telkens aan de andere paarden uitleggen dat hij de kost verdient met lullige danspasjes. De merries en pony's hebben nog enig respect voor de Olympisch kampioen, maar alle hengsten lachen zich kapot. Politiepaarden zijn zelfs zo flauw dat ze hem regelmatig na doen. Dat zijn dan ook de verkeersregelaars van de wei.
Verderop graast de gepensioneerde Bonfire. Ook hij lacht als zijn troonopvolger trots verteld over de wedstrijden waaraan hij deelneemt. Niet dat het oude paard van Anky opeens een homohater is, maar hij weet wat het is om bij ruitersportevenementen in een trailer van hot naar her gestuurd te worden door mannen met portofoons en oranje hesjes. Daar is geen flikker aan.


vrijdag 21 juli 2006

Antoine

Morillon is niet meer dan een klein dorp in de bergen, ongeveer 25 minuten rijden van Morzine. Een hoofdstraat met een kerk, de Marie en een hotel. De typische berghuizen staan ver uit elkaar, want er is ruimte genoeg aan de voet van de berg. Het leek mij een plaatsje waar niet veel gebeurt tot ik vanmorgen in alle vroegte wakker werd van herrie op straat. Vanaf zeven uur werd een gezellige markt opgebouwd voor de deur van ons hotel. Honing, stoffen, manden, kunst, fruit, verrekijkers, sierraden en rommel werd uitgestald. Uitslapen is er op vrijdag niet bij in Hotel Morillon.
Gisteren ontdekten we dat Antoine Dénériaz in dit dorp woont. Hij is de man die op zondag 12 februari in het Italiaanse Borgata – Sestrière de Olympische Downhill won. Het Koningsnummer van het Alpine Skiën. Daar mocht ik bij zijn en we hebben de kampioen die middag geïnterviewd. Ik kon toen niet weten dat we deze zomer in zijn woonplaats zouden logeren. Zijn naam was ik alweer vergeten, maar het gezicht herkende ik op een poster in de lobby van het hotel en later op een placemat in het restaurant waar we aten.
De barman van een café, waar we na het eten nog een afzakkertje dronken, vertelde graag over de local hero. Hij was in de wintermaanden skileraar en kende Antoine goed. Dat Dénériaz een groot talent was wisten ze in dit dorp al lang, maar dat het een absolute topper zou worden, dat wisten ze in Morillon ook pas een jaar of vijf. Ondanks de successen was de kampioen een normale jongen gebleven. De barman zei ons dat hij gisteren nog had gegeten in het restaurantje waar wij nu zaten.
Tegenwoordig woont de skiër om fiscale redenen in Zwitserland, maar hij is vaak bij zijn ouders. Onlangs is hij geopereerd aan een enkel en hij hersteld hier, thuis in de Franse Alpen. De barman wees naar achteren, een straatje iets hoger op de berg. Ik hoopte dat we de held nog zouden ontmoeten, maar het was al laat en echte sporters liggen dan al in bed.
In het dorp zijn ze trots op Antione. Samen hadden ze naar de wedstrijd op televisie gekeken en ze wisten dat hij zou winnen. Voor de mensen hier was zijn prestatie geen verrassing. Ze wisten hoe goed hij hersteld was van de zware blessure die hij had opgelopen bij een ongeluk in Chamonix. Na de Olympische Spelen was Dénériaz gehuldigd op een podium bij de skilift. Er waren duizenden mensen in de hoofdstraat toen de kampioen van de kerk, langs het gemeentehuis naar de parkeerplaats van de skilift trok. Volgens onze barman was dat een mooi feest, waar ze nog vaak aan terug denken in Morillon.
Ik hoopte dat we de Olympisch Kampioen nog tegen zouden komen, maar het was al laat en het terras waarop we zaten werd afgebroken. Echte sporters liggen op dat tijdstip al in bed en in Morillon gaan alle mensen op donderdagavond vroeg slapen. Dat had ik ook moeten doen, want op vrijdag beginnen ze hier vroeg.