Posts tonen met het label hoe word ik cameraman?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoe word ik cameraman?. Alle posts tonen

maandag 12 januari 2026

kansen moet je grijpen!

 

 

Sinds een paar jaar assisteert Levi mij als ik een schoudercamera doe bij de grote projecten van L1. Het is een rustige jongeman, zonder praatjes. Eigenlijk weet ik nog heel weinig van hem, behalve dan dat je hem er heel goed bij kan hebben. Hij is serieus en snapt het spelletje van assisteren met lange camerakabels helemaal. Het is een hele harde werker die altijd op de plek staat waar ik hem het liefst wil hebben. Telkens als ik even omkijk hebben we gelijk oogcontact, want hij is altijd gefocust met zijn taak bezig. Dat is best knap als je bedenkt dat hij geen intercom heeft om de regie of het programma te volgen en er gebeurt altijd genoeg waardoor je afgeleid zou kunnen raken. Maar zelfs op heel lange dagen, zoals bij de 11e van de 11e staat mijn kabel niet één keer per ongeluk strak. Het is een stille kracht, die ervoor zorgt dat een cameraman lekker kan doen wat hij moet doen. Zo’n jongen die met je meedenkt over de ideale kabelroute of die even met een kist een handig opstapje voor je maakt.

Ook deze week mocht ik twee dagen met Levi werken. We waren bij de halve finales van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers in De Bombardon in Heythuysen. Met de camera op mijn schouder stond ik midden tussen het enthousiaste publiek, vlak bij de passerelle voor het podium. De assistent dekte mijn rug, zodat niemand tegen mij aan zou stoten. Als ik wilde verplaatsen, dan kon ik verplaatsen. Het leek heel gezellig, maar het is nog best lastig om stabiele beelden te maken, te variëren in shots en snel te werken tussen de mensen die feest aan het vieren zijn en die helemaal geen idee hebben van camerawerk. Los van wat zweetlucht om ons heen, de hitte en af en toe iemand die niet direct wilde wijken voor de televisiecamera, ging het hartstikke goed. Donderdagavond hadden we een aflevering opgenomen met twintig liedjes en op vrijdagmiddag de tweede aflevering. 

Toen we vrijdagavond net met de derde aflevering waren begonnen, gebeurde er iets wat ik nog niet vaak heb meegemaakt. Mijn collega bij camera 1 werd onwel. Waarschijnlijk een ongelukkige combinatie van de warmte, te weinig frisse lucht, geconcentreerd in een zoeker turen en een opkomende griep. Hij gaf via de intercom aan dat hij echt niet verder kon. Ik hoorde aan zijn stem dat hij het er moeilijk mee had. Zoiets doet een cameraman niet zomaar.

We moesten snel schakelen. Camera 1 was de belangrijkste camera, die close beelden maakte van de artiesten op het podium. Het leek mij logisch dat ik deze camera zou overnemen, maar bij een opname met slechts vier camera’s ga je het enorm missen als er een camera wegvalt. Het programma stilleggen tot er een verse cameraman zou zijn was zeker geen optie. En dus drukte ik Levi mijn camera in handen en zei: ‘Jij moet het overnemen. Succes!’ Tijd om hem even rustig te informeren was er niet. Hij keek me ook zeer verbaasd aan. Toen realiseerde ik me pas dat hij de intercom niet hoorde en dus nog niet wist dat de collega op camera 1 ziek was.

Achteraf gezien was het beter geweest als we de boel even stilgelegd hadden en voor de mensen in de zaal een muziekje hadden gedraaid. Dan hadden we ons rustig kunnen herpakken en even orde op zaken kunnen stellen. Maar in de blinde paniek van het moment liet ik de verbaasde assistent achter en baande ik door het publiek naar achteren waar camera 1 op een podiumpje stond. Daarop zat de collega, die inmiddels bleker was dan de witte sneeuw op het parkeerterrein. Ik vroeg of hij last had van zijn hart, maar dat was niet het geval. Toen ik zag dat hij in goede handen was, ben ik op zijn plek gaan staan. Vrijwel direct werd het programma hervat.

De zieke collega werd door lieve dames van productie meegenomen naar de frisse lucht. Ik had even nodig om de camera en zoeker zo in te stellen dat ik er weer lekker mee kon werken. Dat moest telkens tussen de nummers door. En dus duurde het een paar nummers voor ik in de gaten kreeg dat camera 3 ook alweer volop werd gebruikt. Levi deed ‘gewoon’ wat hij mij al twee avonden had zien doen, maar dan zonder assistent. Voor zover ik het kon beoordelen deed hij het zeker niet onverdienstelijk. Hij werd wellicht iets minder vaak geschakeld door de regisseur dan de andere camera’s, maar als hij aan de beurt was kon ik zien dat hij een prima plaatje maakte. Het was veel beter dan ik had verwacht.

Zelf heb ik als jonge jongen wel eens bij een concert gehoopt dat er omgeroepen zou worden of er toevallig een cameraman in de zaal was. Dan zou ik die kans met beide handen grijpen. Vandaar ook dat ik het superleuk vond dat Levi hier even liet zien dat hij veel meer is dan een geweldige assistent. Het is een talentvolle cameraman in de dop. Iemand die zeker nog eens een kans verdient. Ik hoop dat ze dit bij L1 ook gezien hebben. Niet dat hij gelijk mijn plekje mag innemen, maar het is altijd leuk als goede gasten zich verder kunnen ontwikkelen en mogen doorgroeien. Ik zou hem daarbij graag willen helpen met een klein duwtje in de rug, als dank voor alle keren dat hij mij zo ontzettend goed geholpen heeft.



Deze foto is van een jaar geleden, omdat de foto van deze week niet zo goed gelukt is.



vrijdag 4 oktober 2024

50 jaar lokale omroep

 



 

Deze foto is genomen in augustus 1988, bij het Drumbandtreffen in Geleen. De camera’s van lokale omroep START stonden opgesteld in de Groenstraat, voor de deur van de Hanenhof. Zo konden ze, met camerakabels die slechts 25 meter lang waren, vanuit de vaste regie in de kelder van het cultureel centrum, een live-uitzending van de voorbijtrekkende fanfares verzorgen. De vrijwilligers hadden in die dagen slechts twee van deze Sony DXC-3000 camera’s tot hun beschikking. Eentje liep, voor zover de kabel het toeliet, op straat en de andere stond vast tussen het publiek naast de hoofdtribune. 

De knappe cameraman in kwestie was op dat moment net 16 jaar oud. Zijn eerste vriendinnetje had het net een paar dagen eerder uitgemaakt. Voor de zomer was hij geslaagd voor de MAVO en in september zou hij naar 4 HAVO gaan. Twee jaar eerder had hij zich gemeld als vrijwilliger bij de beginnende lokale omroep. Daar hadden ze niet helemaal in de gaten dat hij nog zó jong was en bovendien waren alle handjes welkom. Aanvankelijk mocht hij alleen berichtjes schrijven voor de kabelkrant, maar niet veel later maakte hij promotie tot nieuwslezer tijdens de zondagse radio-uitzendingen. Het was hem echter te doen om de video-apparatuur ter waarde van 100.000 gulden, die net met subsidie van de gemeente was aangeschaft. De magere jongen in dat rode T-shirt, met dat ‘hippe’ witte sportbroekje en die te hoog opgetrokken witte sokken in Kangaroos-gympies, had slechts één droom: Hij wilde bij de televisie. 

Hoewel de vader van die jongen nog tegen hem zei dat filmen een leuke hobby was, maar dat hij toch beter een echt beroep kon uitzoeken, stond onze hoofdpersoon met zijn neus vooraan toen de dozen met splinternieuwe camera’s, loodzware videorecorders, monitoren, een simpele beeldmenger en wat randapparatuur werden uitgepakt. Hij wilde er alles van weten. Al zijn vrije tijd stak hij in de lokale omroep. Het enige studieboek dat hem wel interesseerde was het Basisboek Televisiemaken.

Een paar wat oudere jongens, die bij de ziekenomroep waren begonnen, sloten de boel aan en gaven op maandagavond videocursus. Op een van die avonden kwam Ivo Palmen langs. Een gewone Geleense jongen, die in die dagen net bij de NOS in Hilversum was begonnen als cameraman. Dàt was het grote voorbeeld. En Ivo bleek ook nog eens een superaardige en zeer behulpzame vent te zijn. Hij gaf de piepjonge vrijwilliger de eerste inzichten mee over kadrering, inzoomen en schepstellen. Hij liet de knul inzoomen op een deurstijl en vervolgens de scherpte verleggen naar de kalender die verderop aan de muur hing. Hoewel het allemaal heel simpel en basaal was ging er een hele wereld open. Vanaf dat moment wist hij zeker dat hij ook cameraman wilde worden. Hij wilde net als Ivo naar Amsterdam, Aalsmeer en Hilversum.

Avonden, dagen, weken, maandenlang heeft hij in de studio van Lokale Omroep START gespeeld met camera’s en de montageset. Natuurlijk werden er langzaam maar zeker steeds vaker serieuze programma’s gemaakt, maar tussen de bedrijven door werd er ook van alles uitgeprobeerd en nagedaan. Als bij de Soundmixshow van Henny Huisman een cameraman zijn camera tijdens een loopje 180 graden om zijn as kon laten draaien, dan werd dat de weken daarna in de kelder van de Hanenhof tot in den treure geoefend. Net zolang tot het tijdens een carnavalsoptocht in de praktijk gebracht kon worden. De lokale omroep was een grote speeltuin. Ondertussen maakte de algemene ontwikkeling van de jongen in het rode T-shirt grote sprongen vooruit door de onderwerpen die hij ging filmen en monteren, maar vooral ook dankzij de meer volwassen mensen waarmee hij samen moest werken. In Geleen kenden veel mensen de jongen met de camera. Zelfs de burgemeester reageerde altijd een beetje nerveus als hij in beeld moest en zei dan standaard: ‘Dag meneer Hettinga, zit mijn haar goed?’ 

 

Met veel plezier kijk ik naar die foto van mezelf in dat rode shirt. Een quartz horloge om mijn pols en die zonnebril zo cooltjes mogelijk om mijn nek. Het is mooi om te zien hoe geconcentreerd ik daar ben. Een kist om op te staan en een zelf gefabriceerde zonnekap aan de viewer. Van Gaffa tape had ik nog nooit gehoord. Het was ook in de tijd dat ik nog niet liep te klagen als ik met zo’n statief moest werken. 

Het is inmiddels 37 jaar geleden. Tot op de dag van vandaag vind ik camerawerk net zo stoer en leuk om te doen als die zondagmiddag in 1988. Het gaat nooit, maar dan ook nooit vervelen.





donderdag 15 februari 2024

dansen

 

Het was afgelopen dinsdag mijn veertiende Groeëte Gulpener Vastelaoves Finale. Sinds de regionale zender L1 in 2007 is begonnen met het uitzenden van dit evenement heb ik slechts drie edities moeten missen. Eentje ging niet door vanwege corona, twee keer deed ik een ander project voor L1 en waar ik in 2011 was is mij ook een raadsel. Het afsluiten van de vastelaovend, op carnavalsdinsdag in Gulpen, is voor mij vaste prik. Een van de constante bakens in alle onvoorspelbaarheid van mijn werk als freelance cameraman.

Ik doe bij dit evenement altijd de handheld camera. Lekker gooien en smijten met een groothoeklens op en rond het podium. Veel close shots van geschminkte koppies uit het publiek maken en de artiesten van dichtbij filmen. Het is een uitdaging om zoveel mogelijk te variëren. Drie van de vijf camera's waarmee we werken staan vast, dus met zo'n mobiel apparaat op je schouder kan je voor de jus in de cameravoering zorgen. Dat kan je zo fanatiek doen als je zelf wil, maar ik houd ervan om flink door te werken. Het is de kunst om ervoor te zorgen dat het rode lampje in mijn zoeker zo vaak mogelijk gaat branden.

In tegenstelling tot de grote feesten in de steden, die van carnaval steeds meer een festival maken waar kneiterharde stampnummers worden gedraaid, gaat het in Gulpen nog om kleinschaligheid en de echte Limburgse sjoenkelmuziek, die iedereen kan meezingen. Dit is wat mij betreft hoe carnaval hoort te zijn. Vaan Eijsde tot de Mookerhei. Het is dan ook mijn favoriete carnavalsfeestje om te filmen, al vond ik het nóg leuker toen het podium een aantal jaren geleden midden op het plein stond.

Al die jaren kom ik bij deze L1-projecten ook steeds weer dezelfde artiesten tegen. Sterren die buiten de provincie compleet onbekend zijn, maar wereldberoemd in Limburg. Sommigen hebben honderden optredens verspreid over de hele provincie tussen 11 november en aswoensdag. Die verdienen zo een vet jaarsalaris bij elkaar in een paar maanden. 

Dit jaar waren de Toddezèk er voor het laatst. Zij stoppen er na 22 jaar mee. Het duo Spik en Span sloot de avond af. Die twee heren uit Susteren mag je rekenen tot de meest populaire Limburgse artiesten. Zij hebben al meerdere keren het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers gewonnen en ook dit jaar wonnen zij dat belangrijke songfestival, in een tent met 7.000 bezoekers, met het liedje 'Vastenach'. Als zij ergens optreden, dan gaat het dak er af. Limburgse carnavalsvierders zingen elk nummer woord voor woord mee. 

Terug naar het camerawerk. Het is een aardig beeld als je de camera af en toe over het podium naar de artiesten toe laat vliegen en er een (half) rondje omheen draait. Zeker bij dit soort feestjes. Dit werkt voor mij het best als ik de camera hiervoor bij het handvat pak, de viewer openklap en met de camera op heuphoogte loop. Met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat je armen als een soort Steadicam fungeren. Onderhands, noemen we dat in cameramensentaal. Vervolgens laat je de groothoeklens zijn werk doen.

De timing van deze beweging moet bij de muziek passen. Hiervoor heb je hulp nodig vanuit de regie. Zij moeten aanvoelen dat je zo'n shot wil maken. Het helpt als ze jouw camera op het juiste moment in de uitzending schakelen én dat ze je niet te snel weer wegdrukken, zodat je de beweging kan afmaken. Dan is het ook nog eens van belang dat de artiest op het podium niet wegloopt of zich net even omdraait. Soms kan het leuk zijn als een zanger of zangeres even de lens pakt en de kijkers thuis bij het feest betrekt. Deze 'move' is pas echt geslaagd als je ook op tijd weer weg bent, zonder dwars door de shots van je collega's te lopen.

Het is eigenlijk een klein dansje. Een pas de deux voor een camera operator en een zanger of zangeres. Dus zou ik kunnen zeggen, terwijl ik eigenlijk het danstalent van een spoorbiels heb, dat ik toch in al die jaren honderden keren gedanst heb op een podium en ook nog eens voor een groot publiek. 

Afgelopen dinsdag wist fotograaf Harm Lutke een mooie actiefoto te maken van zo'n moment. Het is met Spik of Span. Die twee kan ik na al die jaren nog steeds niet uit elkaar houden. Ik zie nu pas hoe dichterbij ik kwam. Maar als je goed naar deze foto kijkt, dan zie je volgens mij vooral hoeveel plezier ik aan dit werk beleef.

 


foto: Harm Lutke


vrijdag 9 februari 2024

blijven leren...


Er zijn freelancers die vinden dat je jonge collega’s niet veel wijzer moet maken, omdat je dan je eigen concurrenten opleidt. Ik geloof niet in die filosofie. Enthousiaste mensen die écht de ambitie hebben om cameraman of -vrouw te worden, die zullen hun doel hoe dan ook bereiken. Dan kan je ze daarbij maar beter helpen. Het is goed om af en toe stil te staan bij basale zaken die vanzelfsprekend lijken en om na te denken over de vraag waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Dat houd je scherp. Soms levert het ook weer nieuwe inzichten op.

Het is altijd boeiend om jong talent de weg te wijzen of ze uit te dagen. Vragen beantwoorden, vertrouwen geven en ze begeleiden in hun zoektocht. Ik luister met plezier naar hun verhalen en deel graag mijn kennis en ervaring, als iemand daar tenminste voor open staat. Zelf heb ik zo ook een paar helden die aan de wieg hebben gestaan van mijn carrière en hun steun zal ik nooit, maar dan ook nooit vergeten. 

De vorige week was ik bij een congres en daar was mij gevraagd om een jong talent een duwtje in de rug te geven. Dat doe ik dus met liefde, al vind ik het altijd lastig om een camera uit handen te geven. Deels omdat het werk gewoon te leuk is, maar ook omdat ik het best moeilijk vind om iemand in het diepe te gooien. Ik ben altijd bang dat een leerling op zijn of haar bek gaat. Alleen moet je, net als bij de opvoeding van je kinderen, vroeg of laat iemand loslaten en een keer de kans geven om het zelf te proberen.

Ik maakte dus ruimte en keek met klotsende oksels over de schouder van mijn nieuwe collega mee. Via een apart intercomlijntje kon ik hem hier en daar een tip geven, maar ik moest al snel vaststellen dat hij het veel minder spannend vond dan ik. Wat er op deze positie van een cameraman verwacht werd was ook te overzien. Hij kon het prima aan. Dit had niet zoveel te maken met iemand in het diepe gooien, maar eerder met een zwemvest om in het pierenbadje zetten. Na een tijdje stond ik min of meer werkloos toe te kijken.

Aan de andere kant van de zaal worstelde een collega met de schoudercamera en een lange kabel. Die kon mijn hulp beter gebruiken dan de leerling. Zo liep ik even later achter camera 3 met een grote bos kabel in mijn hand. Laten vieren en weer opbossen. Ik was gepromoveerd tot kabelsleper. Dat is een rol die mij niet echt op het lijf geschreven is. Veel cameramensen zijn hun carrière begonnen als algemeen assistent en hebben ervaring met het opbossen van camerakabels, maar ik niet. Ik ben helemaal niet handig met zo’n snoer. Slag, tegenslag is de beproefde methode die je moet toepassen, maar bij mij is het vooral tegenslag. 

En daar gingen we. Trap op, trap af. Ik kreeg er klamme handjes van. Cameraman Gert was gelukkig heel dankbaar en geduldig. Het is ook een fijne collega. Voor hem was alles beter dan filmen zonder assistent. Ik vond het vooral confronterend. Opeens realiseerde ik me wat ik alle assistenten aandoe die normaalgesproken achter mij aan hollen. Natuurlijk weet ik al lang dat dit een vak apart is, maar het is toch belangrijk om het af en toe even zelf te ervaren. Dat vergroot het respect voor deze beroepsgroep. 

En zo werd het dus een leerzame middag. Het is alleen niet helemaal duidelijk wie nou het meeste geleerd heeft.




zaterdag 26 november 2022

De Wereld van Boudewijn Büch

 

De afgelopen week was het twintig jaar geleden dat Boudewijn Büch op 54-jarige leeftijd is overleden. De bekende, enthousiaste en niet onomstreden mediapersoonlijkheid stierf in zijn slaap op 23 november 2002, aan een hartstilstand. Als schrijver was hij vooral bekend van het boek De kleine blonde dood uit 1985, waarvan sindsdien meer dan dertig drukken zijn verschenen. Hele volksstammen hebben dit boek gelezen voor hun literatuurlijst. Als televisiepresentator maakte hij het reisprogramma De Wereld van Boudewijn Büch, waarin hij zijn interesses voor eilanden, de dodo, Mick Jagger, Andy Warhol en bovenal Goethe aan bod kon laten komen. Zijn fascinatie voor historie en cultuur was aanstekelijk. 

In 1998 mocht ik met Boudewijn Büch mee op reis als camera operator. Het is nog steeds een van de meest memorabele producties waar ik aan mee heb mogen werken. Met veel plezier kijk ik terug op deze periode, waarin ik in korte tijd ontzettend veel geleerd heb. Over cultuur, verzamelen, reizen en de wereld, maar ook over mijn vak en televisiemaken in het algemeen. 

Maar Boudewijn was geen makkelijke tante. Ook daarover heb ik op dit weblog meerdere verhalen geschreven. Op zijn sterfdag zat ik die stukken een beetje terug te lezen toen ik ook mijn blog van 9 januari 2014 tegenkwam. Het gaat over het einde van onze samenwerking. Ik vond het wel een toepasselijk verhaal nu we het al een week hebben over omgangsvormen in Omroepland. Vandaar dat ik het hier nog eens plaats:

 

 

 

'... en dat is het laatste filmwerk van deze lange zomer, die aangenaam was - zeker door Panda maar ook door Peter en Jan Rein - maar wel iets te vermoeiend en te lang. Ik heb veel aan depressies geleden.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 256, 26 september]

 

Aan het eind van een jaar reizen met Boudewijn Büch kreeg ik totaal onverwacht te horen dat de schrijver/programmamaker niet langer met mij wilde werken. Dat vond ik heel erg. We hadden samen vier lange reizen gemaakt, een bedrijfsfilm voor de VNG en een commercial voor Lassie Toverrijst gedraaid. Alles bij elkaar ongeveer 100 dagen in zes maanden en toen was ik opeens niet meer goed genoeg. Zelf wilde Boudewijn dat niet tegen mij zeggen. Hij liet het over aan de accountmanager van het facilitair bedrijf en aan zijn vaste producer Erica, die mij bovendien verbood om hierover contact met Boudewijn op te nemen. 

Het verhaal was dat ik slecht gedraaid had en daar kwamen ze kennelijk pas achter in de montage. Wat er precies mis was met mijn beelden konden ze me niet uitleggen. Van alles. Ik mocht hierover ook niet spreken met de vaste editor van De Wereld van Boudewijn Büch, want ze dachten dat dit de montage niet ten goede zou komen. 

Ik was hevig teleurgesteld en werd hier heel onzeker van. Temeer omdat andere mensen bij de VARA opeens ook openlijk twijfelden aan mijn kwaliteiten. Na enig aandringen kwam er een bandje met daarop tien voorbeelden van missers. Het werd besproken met de accountmanager, die het vervolgens aan mij mocht uitleggen. Het waren tien fragmenten die ik vrijwel direct kon weerleggen of waarvan ik zeker wist dat er ook nog een andere take was. 

Een van de voorbeelden was een scene voor een gebouw. Boudewijn legde uit dat Goethe achter een raam op de eerste verdieping had gesproken met een goede vriend. De camera ging omhoog, maar met een boogje naar dat raam. Dat was kennelijk niet goed; ik een knoeier. Maar recht boven de verteller had de microfoonhengel gehangen en daar had ik keurig omheen gedraaid. Boudewijn wilde nooit iets over doen, vanwege de spontaniteit. 

Na het zien van deze voorbeelden was ik enigszins gerust gesteld. Ik had immers zelf elke avond op mijn hotelkamer álle opnamen teruggekeken. Nu wist ik dat ik niet gek was. Als dit de ergste voorbeelden waren die ze konden tonen, dan viel het best mee. Wat heel erg stak was het feit dat de accountmanager inmiddels een fikse korting had gegeven. Daarmee had het NOB min of meer toegegeven dat ik een wanprestatie had geleverd, terwijl ik het daar niet mee eens was. 

Er moest iets anders aan de hand zijn. 

En er was natuurlijk ook meer aan de hand. Ik was tijdens onze laatste trip verliefd geworden op het meisje van productie waar Boudewijn ook verliefd op was. Dat had ik verzwegen, maar ik had het misschien niet goed genoeg verborgen gehouden. Ook had ik langzaam in de gaten gekregen dat Boudewijn lang niet altijd het eerlijke verhaal vertelde. Zo wist ik dat hij nooit het kind had gehad, waar hij wel met tranen in zijn ogen over sprak. Maar wat bijvoorbeeld ook op begon te vallen was dat hij erbarmelijk slecht Duits sprak, terwijl hij beweerde in Duitsland Duits gestudeerd te hebben. Een kop koffie bestellen was al een probleem. 

Hij wilde van mij af, dat was duidelijk. Maar ik wist niet precies waarom. Dat vrat aan me. Het irriteerde vooral dat ik me niet kon verweren. 

Waren we misschien uitgeluld? Hij had mij onderweg uitgehoord en kende inmiddels al mijn verhalen. En hij had tijdens het filmen van de Lassie Toverrijst commercial Roel Deen leren kennen. Deze ervaren cameraman had ik erbij gehaald, omdat ik zelf weinig ervaring had met de wilde reclamewereld. De volgende reis ging Boudewijn met Roel op pad.

Als hij even kort met mij had gesproken en eerlijk was geweest dan was het voor mij nooit zo'n groot ding geworden. Nu ik was aangevallen op mijn kwaliteiten als cameraman deed het pijn. Ik was pas een paar jaar bezig, nog niet super ervaren en al helemaal niet zeker van mijn zaak. Van deze vreemde afwijzing heb ik lang last gehad.

Boudewijn heb ik nog twee keer gezien. Een keer rende hij mij voorbij in de kantine van het NOB en de keer daarna waren we op de begrafenis van collega Roel Deen. Dat was niet bepaald een moment om elkaar te spreken. Bovendien keek Boudewijn liever naar de grond dan dat hij mij aan moest kijken.

Een paar jaar later was hij dood.

Op de avond waarop ik hoorde dat Boudewijn was overleden heb ik me voorgenomen dat ik voortaan direct contact opneem met de persoon in kwestie, wanneer ik hoor dat iemand niet tevreden is over mijn werk. Of diegene dat nou prettig vindt of niet. 

Je moet elkaar altijd recht in de ogen blijven kijken, open staan voor kritiek, maar ook iemand waarmee je werkt kunnen uitleggen wat je niet bevalt. Dat is een wezenlijk onderdeel van ons vak. Misschien wel van het leven. Wie daar niet mee kan of wil dealen heeft pech gehad. 

Boudewijn was er in elk geval niet goed in. De lul. Als er toch een hemel is kom ik daar zeker nog een keer op terug.

 

'Met Panda en Ulrike ben ik aan de montage begonnen van veertien Goethe-programma's waarvan ik er overigens nog twee moet opnemen. Over het camerawerk ben ik niet zo tevreden, maar gelukkig is er een overvloed aan materiaal.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 269, 8 december]

 

Columnist Anne Boermans in het Financieel Dagblad van zaterdag 29 mei 1999 over De Wereld van Boudewijn Büch:

 

'De cameraman, Jan Rein Hettinga, levert daarbij een topprestatie. Hij volgt Büch voortreffe­lijk. Hij heeft een camera op zijn schouder die toch al gauw zo'n dertig kilo weegt. Om z'n middel zit een zware riem met accu's voor de stroomvoorziening. Die weegt eveneens vele kilo's. Terwijl hij half naast Büch een trap op moet, ziet hij door zijn camera alleen het hoofd van de presentator, niet de treden. Hij moet dus èn Büch scherp in beeld houden, al dat ge­wicht torsen, èn op gevoel de houten trap oplopen, waarbij hij bovendien geluidloos probeert te zijn, terwijl alles kraakt en steunt onder het geklos van de - forse - presentator.

Cameraman Hettinga slaagt er op deze manier in een compleet interieur op drie verdiepingen te laten beschrijven, in èèn ongemonteerde opname ('one track') van maar liefst vier minuten en vijftien seconden. Dat is vakwerk.

.....

Büch en Hettinga gebruiken een aantal prachtige technieken om het product voor de kijker aantrekkelijk te maken.

.....

Het is èèn van de mooiste series die momenteel op televisie te zien is.'






 

zaterdag 16 juli 2022

Even Apeldoorn bellen...

 

Jules Unlimited was een populair wetenschappelijk programma. Het werd uitgezonden door de VARA tussen 1989 en 2004. Toen ik nog thuis woonde keek ik op zaterdagavond altijd eerst naar Jules voor we op stap gingen. Jan Douwe Kroeske, Pieter Jan Hagens en Mieke van der Weij beleefden de meest bizarre avonturen in verre buitenlanden. Het was het uniek dat er ook met allerlei kleine camera’s werd gefilmd. Je zag point of views van actiescenes zoals je ze nog nooit had gezien. Het programma werd lang voor de uitvinding van de GoPro gemaakt.

Apetrots was ik toen ik voor het eerst zelf voor Jules Unlimited mocht filmen. Ik denk rond 1997. Ik mocht mee met cameraman Wouter Tersteeg naar de draf- en renbaan van Wolvega, waar Jan Douwe Kroeske met een Sulky aan een wedstrijd mee zou doen. Ik zou met een tweede camera extra opnamen maken vanuit de startwagen en kreeg de opdracht mee om veel risico te nemen met mijn shots. Vet close. Hij zag mij liever terugkomen met vier bruikbare shots die stuk voor stuk een negen waard waren dan met tien shots die slechts een mager zesje waren. Ik kreeg van deze leermeester terloops een belangrijke les over scherptediepte en het werken met telelenzen, waar ik tot op de dag van vandaag veel aan heb. Het lukte die avond en ik werd uitgenodigd om vaker voor Jules Unlimited te werken. Voor dat programma maakte ik in de jaren daarna super bijzondere reizen naar Engeland, Frankrijk, Duitsland, Amerika en Zuid-Afrika.

Een van de onderwerpen in Nederland ging over reddingsacties op zee. Ivette Forster werd getraind om een omgeslagen reddingboot weer overeind te krijgen met behulp van een soort airbag. We filmden hiervoor met de KNRM op zee en een dag bij een offshorebedrijf in de Rotterdamse haven. Ze hadden daar een groot overdekt trainingsbassin waar golven, regen en wind werden nagemaakt om oefeningen zo realistisch mogelijk te laten lijken. Voor ons een ideale locatie, want we konden vanaf de kant close opnamen maken en er was zelfs een raam onder water waar we doorheen mochten filmen. Natuurlijk gebruikten we onderwatercamera’s voor het echte ‘Jules-gevoel’.

Van die draaidag kan ik me lang niet meer alles herinneren. Het is meer dan twintig jaar geleden. Ik heb er helaas geen foto’s van. Het was nog in de tijd van de fotorolletjes. 

Wat ik wil vertellen is een verhaal over hoe het mis ging. Nee, er zijn geen gewonden gevallen en er is geen ramp gebeurt, maar een ongeluk zit wel in een klein hoekje. Een simpele actie kan er al voor zorgen dat je voor duizenden euro’s schade aan je broek hebt hangen.

Wat was het geval?

De hal waarin dat bassin was, die was niet super goed verlicht. De camera’s waren rond het jaar 2000 nog een stuk minder lichtgevoelig dan de camera’s die we nu voor zo’n spraakmakend programma zouden gebruiken. Daarom hadden we grote lampen bij ons. Een van die lampen, een grote HMI daglichtlamp, zette ik in de kelder, bij het raam waardoor je onderwater kon kijken. Zo kregen we een mooie baan licht onderwater.

De hele dag hebben we gefilmd en ik meen me te herinneren dat ik in de loop van de dag nog een keer bij die lamp ben geweest om hem iets te verplaatsen. Na afloop van de opnamen kwam ik beneden om de lamp op te ruimen en bleek dat een van de grote zwarte kleppen (barndoors) tegen het glas stond. Iemand had de lamp gedraaid of verplaatst. Dit had niet zomaar kunnen gebeuren door er even tegenaan te lopen. De klep was in de loop van de dag behoorlijk heet geworden en het temperatuurverschil had gezorgd voor een enorme barst in de ruit…

Je kent de reclame van de Gouden Gids vast nog waarin een schoonmaker tijdens een dansje met de steel van zijn mop tegen het raam van een zeeaquarium stoot. Nou, zo voelde ik me op dat moment ook. Het was geen krasje waarvan je zou kunnen denken ‘ik zeg niks…’ 

Foutje bedankt!

Het werd geen gezellig afscheid die dag. Gelukkig was ik op dat moment in vaste dienst bij het NOB en die hebben het met de verzekering opgelost. Ik heb begrepen dat het een bedrag was van rond de 7.000 gulden en dat viel mij eerlijk gezegd nog mee. Om te beginnen moest het halve bassin leeggepompt worden. Duizenden liters water. Verschillende trainingsdagen werden geannuleerd. En vervolgens moest er een nieuwe ruit op maat gemaakt worden. Dat is geen enkel glas…

Het is een van de draaidagen waarop ik het minst trots ben, hoewel ik zelf nog steeds betwijfel of ik degene was die deze lamp daadwerkelijk tegen de ruit heeft gezet. Ik was sowieso verantwoordelijk en het was mijn idee om hem daar neer te zetten. Niet goed genoeg over nagedacht. Zo is een dure fout snel gemaakt.




zaterdag 28 mei 2022

Ahoy

 

Op zaterdag 9 maart 1991 was ik op bezoek bij mijn oude buurmeisje, die inmiddels op kamers woonde in Rotterdam. We bedachten spontaan dat het misschien leuk was om naar het concert van Hessel in Ahoy te gaan. Een uur later hadden we voor de deur van het Sportpaleis kaartjes gekocht. In die tijd ben ik daar ook naar concerten van Van Halen en The Black Crowes geweest, maar het optreden van Hessel van der Kooij was volgens mij de eerste keer Ahoy. Het werd een onvergetelijke avond. De sfeer bij dat concert was uniek met zoveel mensen die van Terschelling kwamen. Ik kon mijn ogen goed de kost geven, omdat er opnamen van het concert werden gemaakt door de TROS. Niet ver van waar wij stonden vloog een camera door de lucht en reed een andere camera op een rails. 

Als achttienjarige kon ik alleen nog maar dromen van een baan als cameraman. Ik was vrijwilliger bij de lokale omroep START in Geleen en had ik wel eens bij een concert van de Janse Bagge Bend gefilmd. Het leek mij het absolute einde om een keer achter zo’n echte televisiecamera te staan bij een groot concert in Ahoy. Stiekem hoopte ik op een ongevaarlijke appelflauwte bij een van de cameramensen van de TROS en dat ze dan niet alleen zouden omroepen of er een dokter, maar ook nog een cameraman in de zaal was. 

Dik dertig jaar later heb ik best wel wat concerten in Ahoy gefilmd. De vorige week mocht ik bijvoorbeeld twee avonden filmen bij ‘Hyper’ van Davina Michelle. Vanzelfsprekend worden zulke grote producties met vijftien camera’s nooit. Cranes, dolly’s en een Steadicam. Nog steeds voel ik me als een jongentje in de snoepwinkel. 

Hoe cool is het om tussen het publiek door te lopen naar je positie? Dat je vervolgens tussen de mensen staat, een headset opzet en het publiek vol verwachting ziet kijken. Zij weten dat wanneer de cameramensen klaar gaan staan, het concert bijna zal beginnen. Je bent als het ware een piepklein beetje onderdeel van de rock ‘n roll. De spanning stijgt, het zaallicht gaat uit en dan gaat het los.

Bij Hyper deed ik een camera op een track, die achter het publiek reed. Met name voor ruime shots, waarin je het podium, de lichtshow en alle speciale effecten goed kon zien. Vuur en confetti, maar ook als de handjes van het publiek de lucht in gingen. Dat lijkt een eenvoudige missie, maar ik had er mijn handen vol aan. Het was een kwestie van timing. Je moest niet aan het einde van je rails zijn op het moment dat er een break in de muziek zat. Dan veranderde het licht of kwam er vuurwerk. Twee uur in opperste concentratie. En de hele tijd die zware dolly op gang trekken en tien meter verder weer afremmen, om hem vervolgens de andere kant op te trekken. Maar het is zo tof om te doen. Het is al bijzonder om erbij te zijn. Zo leuk om op deze manier je geld te verdienen. 

Zaterdagavond had ik het gevoel dat er de hele tijd een knul naar me stond te kijken. Ik schatte hem een jaar of zeventien. Hij leunde nonchalant tegen de hekken, die ze om mijn cameratrack heen hadden geplaatst. Zijn vriendinnetje was duidelijk meer geïnteresseerd in Davina Michelle dan hij. Zijn focus leek te liggen bij de camera waarmee ik mijn werk deed. Toen ik aan kwam lopen viel het gelijk op, maar ook wanneer ik tijdens het concert even naast me keek zag ik hem staren. Ik nam me voor om hem na afloop even aan te spreken, zodat ik hem kon aanraden om zijn dromen na te jagen. Ze komen uit als je het maar hard genoeg wil. Helaas was hij na het laatste applaus al weg. 



foto: Monica Hoogendoorn


maandag 11 april 2022

veel over je gehoord...

 

Het is koud in de grote bedrijfshal. Een roldeur, maatje vrachtwagen, staat open. Buiten regent het pijpenstelen. Camera- en geluidsmensen trekken zo snel mogelijk een busje leeg. Kisten, statieven, microfoonhengels, lampen; het wordt allemaal in een hoek gezet. Zo’n hoek waarvan je nu denkt dat hij buiten beeld blijft, maar het is een wet in onze business dat welke hoek je ook neemt, het staat altijd in de weg. Waar je de spullen ook neerzet, je zal ze altijd nog een paar keer moeten verplaatsen of een visueel compromis moeten sluiten.

Dit is een enorme loods op een industrieterrein bij de haven. Gescout als locatie voor een tv-opname, waarbij een de kandidaten een boodschap krijgen van een strenge presentator. Daarna moeten ze een opdracht uitvoeren. De regisseur heeft vooraf zijn producers de volgende kenmerken meegegeven: Industrieel, groot en licht. Dat laatste is niet helemaal gelukt. Er zijn een aantal standaard plekken in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en bijvoorbeeld Zaandam waar je dan al snel terecht komt. Vandaag gaan we iets nieuws proberen, maar de verwende cameramannen kijken al een beetje moeilijk. Gevalletje net-niet. Belichters zijn met grote lampen in de weer, die straks ook de hele tijd in de weg zullen staan.

Ik stel me voor aan een groepje mensen van de productiemaatschappij, die met bekertjes koffie in de hand in een halve kring staan. Ondanks het feit dat ik al bijna dertig jaar in Omroepland werk, zijn er nog steeds hele volksstammen die ik niet ken. Vaak ben ik bang dat ik ze wel ken, maar niet meer herken. Nu gaat er geen belletje rinkelen als ze hun namen noemen. Ik heb dan ook geen idee wat hun functie hier is. Wie doet wat? Wat dat betreft hebben zij het makkelijk. Aan de The North Face jas herken je gelijk een cameraman of geluidsman. Alle geluidsmannen hebben nog een soort tuigje om, waar ze hun mixertas aan haken.

Als ik me heb voorgesteld, weet ik soms na twee tellen al niet meer hoe iemand heet. Het is alsof de partitie voor namen op mijn harde schijf na al die jaren langzaam vol raakt. Dat is ook de reden waarom ik op zulke dagen vaak het callsheet uitprint en in mijn kontzak steek. Dan kan ik snel een naam opzoeken en doen alsof ik wel attent ben.

Zij kennen mij wel. Zeggen ze. Of ze kunnen goed acteren. Google, LinkedIn en Facebook zijn handige middelen om even iemand uit te peilen. ‘Veel over je gehoord,’ zegt een van hen. Ik weet niet gelijk wat ik daarvan moet vinden. Dan vult hij snel aan: ‘Maar niets dan goeds!’ Ze lachen. Ik lach met ze mee. Of het allemaal klopt weet je nooit. Ik stel me voor aan een dame die zegt dat wij vandaag een team vormen. Zij is redacteur/verslaggever. Ik zeg voor de grap: ‘Veel over je gehoord…’ en zij vult mij aan met: ‘Niets dan goeds, zeker…’

Later begrijp ik van de geluidsman, die vaker voor deze productie heeft gedraaid, dat de verslaggeefster enigszins onzeker is geworden door mijn manier van voorstellen. Het is de toon die de muziek maakt, hoe je kijkt en of je meent wat je zegt. Grapje kwam blijkbaar cynisch over. Misschien was het dat ook wel een beetje. Blijkbaar heb ik niet direct het enthousiasme uitgestraald waar zij op hoopte. Goed dat de geluidsman dat ziet en het even eerlijk zegt. 

Ik moet bekennen dat ik niet met de juiste instelling aan deze dag ben begonnen. Vooroordelen over het type programma dat we draaien, niet louter mensen in de crew waar mijn hart sneller van gaat kloppen en vooral veel poeha en gedoe rond de ‘sterren’ van deze show. Ik ben nogal gevoelig voor influencers en D-artiesten met kapsones. Zeg maar allergisch. Als een voor mij onbekende mevrouw, met een overdosis botox in haar lippen, al aan het begin van de dag net iets te luid loopt te zeuren over het verkeerde merk neusspray, dat ze ook nog eens te laat van de productiestagiaire heeft gekregen, dan haak ik af. Regel lekker zelf je neusspray! Of op een locatie als deze vragen om Latte Macchiato. Het is gewoon zwart of met melk en suiker. En ‘Heeft mijn manager niet doorgegeven dat ik uiterlijk om vijf uur een taxi naar Amsterdam moet hebben?’ Alsof je na een normale draaidag niet meer in staat bent om even naar huis te rijden. Hoezo moeten op een productie, waar budget altijd een issue is, taxi’s met de BN’ers af en aanrijden? 

Nu realiseer ik me, dankzij de opmerking van de geluidsman, dat ik zelf met 1-0 achter sta. Niemand heeft er hier een boodschap aan dat ik een mening heb over de hoofdpersonen waarmee we werken. Het telt ook niet dat ik kort heb geslapen en dat het gisteren een lange dag was. Ik moet gewoon ‘leveren’. Ze hebben mij ingehuurd voor het camerawerk, krijg er voor betaald en had anders zelf vooraf ‘nee’ kunnen zeggen. Niet zeuren dus. De rest van de dag waakzaam zijn dat ik niet negatief over kom.

Gelukkig ben ik 99 van de 100 dagen betrokken bij producties waar ik wel vrolijk van word. Ik mag zeker niet klagen. Maar soms lijkt het op werken en zijn er genoeg redenen om narrig te worden. Ik ben een cameraman met een mening die ik slecht voor me kan houden. Als het feest is, dan laat ik het zeker weten, maar als het allemaal kut is, dan… ook. Het lukt vaak niet goed om op mijn lip te bijten en mijn ergernis of irritaties voor iedereen verborgen te houden. Je ziet het zo aan mij. Dat hoort niet.

Vandaag moet ik vooral blij zijn dat ik mag werken met een goede geluidsman. Zo eentje die aan twee woorden of alleen een simpele knipoog genoeg heeft. Wij begrijpen elkaar en slepen elkaar er wel doorheen. Het wordt vanzelf donker. 

Tandje erbij en gaan!

We verplaatsen de camerakisten van de ene hoek naar een andere. Fluitend. Hier komen we ze straks ook vast weer tegen, maar dat maakt niet uit.

Het voordeel van veel ervaring hebben is ook dat je weet hoe je extra gas kunt geven. Onze reporter is al snel weer ‘helemaal happy’. Wij doen alles wat ze vraagt en telkens net iets je meer. Je zou onze inzet bijna kunnen verwarren met enthousiasme. Voor ze iets kan vragen hebben wij het al gedaan. We denken mee en vooruit. De geluidsman en ik, we worden er zelfs vrolijk van. Wat er precies allemaal voor de lens gebeurt, dat maakt niet zoveel meer uit. De mevrouw met volle lippen en verstopte neus draait inmiddels met een andere ploeg. Wij hebben de vrolijkste kandidaat. Dat is ook weer mazzel.

Televisiemaken is geen raketwetenschap. Het is de kunst om op het juiste moment in de spiegel te kijken of even een spiegel voorgehouden te krijgen. 

Na een lange dag hollen, vliegen, duiken, vallen opstaan en weer doorgaan moeten we nog een paar exterieurshots maken. Waarschijnlijk voor de prullenbak. In de zeikende regen, maar ik zeg niks. Ik kijk even naar Bob. Hij geeft mij een knipoog.





 

zaterdag 8 mei 2021

de wonderlijke wereld van de televisie

 

Freelance cameraman Martin Mulder heeft een boek geschreven over de avonturen die hij beleefde gedurende zijn lange en rijke carrière in de wonderlijke televisiewereld. Het staat vol smeuïg opgediende verhalen over programma’s uit vervlogen tijden en over zijn samenwerking met bijzondere bekende Nederlanders. Een absolute must-read voor iedereen die in Omroepland werkt, maar zeker ook een aanrader voor mensen buiten het tv-wereldje. 

Persoonlijk ken ik vakbroeder Mulder niet. Voor zover ik kon nagaan hebben we slechts één ochtendje samengewerkt, tijdens de Uitmarkt in 2016. Het zegt misschien dat het wereldje, waarin we allebei opereren, minder klein is dan je zou denken, maar volgens mij is het vooral stom toeval. Natuurlijk ken ik zijn naam en een hoop klanten waarmee hij werkt behoren ook tot mijn klantenkring. Dus toen ik hoorde dat hij een boek heeft geschreven heb ik dat uiteraard gelijk besteld bij mijn lokale boekhandelaar. 

De wonderlijke wereld van de televisie’ is totaal niet technisch en met een vlotte pen geschreven. Ik heb het in één ruk uitgelezen. Dit heerlijk eerlijke boek is een prachtige spiegel voor iedereen die in de omroepwereld werkt. Sterke verhalen uit de oude doos worden zonder opsmuk verteld. Man en paard worden genoemd, maar nergens voelt het als een kille afrekening of valse roddel. De schrijver is hier en daar terecht kritisch, soms licht vilein, maar het is vooral een boek vol zelfspot en humor, zonder dikdoenerij of opschepperij. Het geeft een fijn inkijkje in de kleurrijke geschiedenis van onze malle televisiewereld.  

Mijn enige kritiek is dat het naar meer smaakt. Sommige verhalen konden wat mij betreft niet ver genoeg worden uitgediept. Met name over historische programma’s als De SterrenshowWedden Dat? of Breekijzer had ik graag meer gelezen. Maar het is vooral een mooi boek dat bestaat uit fantastische  herinneringen. Ideaal om deze zomer mee te nemen op vakantie. Ondertussen wacht ik geduldig op deel 2…

 

Het boek van Martin Mulder heet ‘De wonderlijke wereld van de televisie’ en is uitgegeven door Pepperbooks.nl.




vrijdag 19 maart 2021

Club Veronica Kids

Het was zondag 2 september 1990. In een rood Peugeotje, naast de oom van mijn toenmalige vriendinnetje, reed ik langs het Mediapark in Hilversum. Ik was 18. Twijfelde in die tijd over van alles, maar één ding wist ik zeker: Hier moest en zou ik ooit werken! 

Vastberaden om cameraman te worden was ik die ochtend in alle vroegte op weg naar Club Veronica. Ik had gelogeerd in Naarden en nog een lichte kater van de kermis waar we te lang waren geweest, maar deze dag móést en zou het gebeuren. 

Ik werd afgezet op Laapersveld 75. Het iconische gebouw van Veronica, dat ik kende dankzij de uitzendingen op zaterdagmiddag van ‘1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9… Tineke’. Nu was ik er zelf. Eindelijk! Het was een soort auditie dag voor nieuwe ‘Kids’. Ze zochten talenten op het gebied van televisiemaken. Als ik het goed deed zou ik toetreden tot deze gedenkwaardige club, waar sterren als Menno Bentveld, Anita Witzier en vele anderen al uit voortgekomen waren. Hier kon ik mijn toekomst in Omroepland min of meer veilig stellen.

Al vier jaar werkte ik als vrijwilliger bij de lokale omroep in Geleen. Niemand hoefde mij uit te leggen hoe een videocamera werkte of hoe je met twee videorecorders kon monteren. Ik wist het allemaal wel. En daar ging het die zondag in Hilversum natuurlijk gelijk mis. Met mijn zachte G kon ik niet op tegen het verbale geweld van mijn concurrenten uit de Randstad en toen ook nog bleek dat ik het allemaal beter dacht te weten werd ik genadeloos afgestraft. 

Tot overmaat van ramp liep ik met een bekertje hete chocolademelk tegen de glazen schuifdeur bij de hoofdingang. Een grotere afgang was niet mogelijk en de gigantische chocomelvlek op mijn blitse O’Neill trui verklapte de rest van die dag dat ik de oelewapper was die tegen de voordeur liep. 

Ik had overduidelijk mijn dag niet op zondag 2 september 1990.

Bij een simpel editing-opdrachtje kreeg ik een knallend meningsverschil met het meisje dat mij technisch moest bijstaan. Het ging over een vast shot van een stoplicht. Ik wilde dat inkorten, zodat het licht sneller op groen sprong, maar volgens mijn ‘begeleidster’ kon je niet midden in een shot knippen. Ik wist 100% zeker dat ik gelijk had en wilde liefst zelf achter de knoppen kruipen, maar het lukte me niet om haar te overtuigen. Zij vond mij stronteigenwijs en koppig. Achteraf bezien denk ik dat ik dat ook was, ook al had ik gelijk. De kans op een carrière bij Club Veronica Kids glipte daar uit mijn handen en ik had het niet eens in de gaten. Je kan iets ook té graag willen. 

Tijdens de lunch sprak ik met de beroemde en immer vriendelijke Veronica-regisseur Eduard Huis In’t Veld, die toevallig schuin tegenover me zat. Ik vroeg hem het hemd van het lijf en wilde ‘en passant’ nog even mijn gelijk halen over die montageopdracht. De jongedame waarmee ik had zitten monteren zat erbij en als blikken konden doden, dan had ik die dag helemaal niet overleefd. Eduard begreep mijn uitleg niet of hield zich wijselijk een beetje op de vlakte, dus ook hier schoot ik alleen maar in mijn eigen voet.

Van de rest van die dag kan ik me niet veel meer herinneren. Ik geloof niet dat ik met iemand een klik had. Het ging als een nachtkaars uit. ’s Avonds in de trein van Hilversum naar Geleen kroop ik in de armen van mijn vriendinnetje. Even heb ik overwogen om mijn droom te laten varen. Dan maar geen cameraman worden. Als ze zo onaardig waren in het noorden, dan hoefde het voor mij niet.

Toch denk ik dat die compleet mislukte dag bij Club Veronica voor mij een goede ervaring was. Even met beide beentjes op de grond. Je wordt niet zomaar cameraman en de techniek is misschien niet eens het belangrijkst. Het gaat er veel meer om wie je bent en hoe je met mensen omgaat. Bovendien moet je nooit een glazen schuifdeur over het hoofd zien, want die spiegelt een heel klein beetje en alleen door goed naar jezelf te kijken kom je uiteindelijk verder. 

 

 


woensdag 2 december 2020

evoluon

Een korte broek, maar heus niet van spijkerstof. Misschien was het wel badstof. Leren schoenen van de Bata, sokken hoog opgetrokken en de pony een tikkeltje scheef geknipt. Daar sta je dan. Tien jaar en voor het eerst in het Evoluon. 

Ik kan me flarden van die dag nog zo voor de geest halen. Oma Hettinga was mee. Dit uitstapje had ik, als ik het me goed herinner, van haar voor mijn tiende verjaardag gekregen. En in haar tas zaten altijd van die lekkere Chocotoff’s, waar je je tanden op stuk kon bijten. Of Wycam’s Borstbollen uit een blikje. Of op zijn minst een rolletje King pepermunt.

In die tijd was de Ufo in Eindhoven nog een educatief technologiemuseum, zwaar gesponsord door Electronicaconcern Philips. Hier kon je de vooruitgang bewonderen en een voorproefje krijgen van de wondere wereld in de toekomst. Je mocht er zelf demonstratiemodellen bedienen en kon experimentjes doen. Dat was in die tijd nog uniek en hyper modern voor een museum. 

Bij de tentoonstelling van 1982 stonden de nieuwste P2000 homecomputers. Ik geloof dat ik er voor het eerst Viditel heb gezien en iets van de compact disk. Maar het was mij vooral te doen om de televisiecamera. Toen al. Voor zover ik me kan herinneren stond er eentje opgesteld in de hoek van de telecommunicatie. Zo’n hele grote. De LDK6, denk ik. Die was toen state-of-art en daar mocht je niet aan komen.

Ik weet niet waar de fascinatie precies vandaan komt, maar ik vind camera’s nog steeds geweldig. Ondanks het feit dat ik er bijna elke dag wel eentje in mijn handen heb, blijven het magische apparaten. Inmiddels dus meer dan 38 jaar. Een tante vertelde onlangs nog dat ik zelfs ooit tegen mijn opa gezegd heb dat ik cameraman wilde worden en dan in de Tour de France achterop zo’n televisiemotor zou zitten. Dat is bijzonder, omdat mijn opa is overleden toen ik vijf was. 

De vorige week moest ik voor werk in het Evoluon zijn. Iets met een livestream voor DSM. Er kwam die middag een hoop bij elkaar en ik moest denken aan de foto uit het album van 1982. Mijn vader heeft hem opgezocht en onder de scanner gelegd. Anja heeft me geholpen om deze foto even na te maken.

Ik vind dat mooi. Zo zie je dat er in 38 jaar bijna niets is veranderd... aan buitenkant van het Evoluon. 







vrijdag 21 augustus 2020

Dag, mijnheer Hettinga. Zit mijn haar goed?

 

Ik weet het allemaal nog vrij precies. We hadden een informatieavond voor nieuwe vrijwilligers georganiseerd, in de kleine zaal van de Hanenhof in Geleen. Daar meldde zich een man met een harde G. Iemand met lef en bravoure, zoals wij het bij de Geleense lokale omroep nog niet gewend waren. Een leuke vent, dat zeker. Tien jaar ouder dan ik, dus hij zal 26 of 27 zijn geweest. Het was immers 1987. 

Al snel presenteerde hij de maandelijkse talkshow op de lokale tv, die ik met mijn 16 jaar al mocht regisseren. We maakten ook samen reportages en die werden door zijn kijk op de wereld steeds leuker. Bij de omroep hadden sommige mensen wat moeite met iemand die blaakte van het zelfvertrouwen, maar ik vond dat wel leuk en keek stiekem ook een beetje tegen hem op. Zijn humor nam ik over en wat hij vertelde over muziek, goede films of het gebruik van deodorant sloeg ik op in mijn bovenkamertje. Er ontstond een bijzondere band. We liepen samen de Kennedymars van Sittard (80 kilometer op een dag) en ons absolute hoogtepunt was een reis naar Italië, waar we verslag deden van een Jeugdolympiade, met meer dan 200 jonge sporters uit Geleen.

Op Music was my first love van John Miles, I got you van James Brown en de filmmuziek uit Top Gun reden we in een rode Toyota Corolla, afgeladen met loodzware apparatuur naar Alba in de streek Piëmont. Dat zo’n kleine lokale omroep zich deze peperdure wereldreis kon veroorloven kwam puur en alleen omdat mijn vriend op persoonlijke titel allerlei sponsors had geregeld. Bovendien had hij de publiciteitsgeile burgemeester overtuigd van de noodzaak van onze reportages. Die was natuurlijk ook in Italië en telkens als ik met mijn camera in de buurt kwam, vroeg hij met zijn korpsballerig toontje aan mij: “Dag, mijnheer Hettinga, zit mijn haar goed?“ Je moet weten dat de coupe van de burgemeester van Geleen in die dagen voornamelijk bestond uit één lange grijze lok, die hij dan na een vleugje wind opnieuw over zijn kale hoofd moest klappen. Wij vonden het heel grappig dat de belangrijkste man van onze stad voor zijn imago zo afhankelijk van ons was. 

De vraag ‘zit mijn haar goed’, (uitgesproken op een manier alsof je een gloeiendhete aardappel in je mond hebt) is dan ook al meer dan 30 jaar onze standaard openingszin. Ik had dat al heel lang niet meer gehoord, want ik denk dat we elkaar bijna 10 jaar niet echt gesproken hadden, maar midden in de coronalockdown ging bij mij op een ochtend de telefoon en toen ik opnam hoorde ik aan de andere kant van de lijn niets anders dan: “Dag mijnheer Hettinga…” en wist gelijk genoeg. 

Mijn oude vriend had mijn blogs gelezen, waarin ik opriep om in deze crisistijd eens een ZZP’er te adopteren en hij kon wel een cameraman gebruiken. 

Ik had even gemist dat hij inmiddels een hooggeplaatste functie heeft bij een groot logistiek bedrijf en momenteel druk is met de nieuwbouw van een hypermodern distributiecentrum. Ze zitten nu in de testfase, waarin je goed kan zien hoe indrukwekkend alle automatiseringssystemen in het gigantische gebouw zijn. Dat wilde hij graag vastleggen. Het was bovendien een goede truc om onze oude vriendschapsband aan te halen.

Zo stonden mijn oude maatje en ik afgelopen zondag weer samen te filmen. Voor het eerst in 30 jaar! Mooi om hem weer eens met een statief te zien slepen. De beelden die we maakten waren een stuk scherper en we hadden geen losse U-Matic recorder meer of accu’s in de vorm van een bomgordel, maar verder was het als vanouds. 

Het is bijzonder dat je met sommige mensen zelfs na tientallen jaren gewoon verder kan gaan waar je gebleven was. De buikjes zijn boller, de koppen kaler en de conditie wellicht wat minder, maar als er een goede klik is, kan echte vriendschap ook een radiostilte van tien, twintig of zelfs dertig jaar doorstaan. Makkelijk.




maandag 11 mei 2020

voor niks gaat de zon op!

dagboek - ZZP’er in crisistijd 
(nr. 26 / dag 60)  

Mijn zus werkt met verstandelijk gehandicapten, mijn vrouw werkt in het onderwijs en ik ben freelance cameraman. Opeens is glashelder wie hier een cruciaal beroep heeft en wie niet. 
De afgelopen vijfentwintig jaar heb ik ook gedacht dat ik iets deed wat hartstikke belangrijk was. Overal waar ik kwam mocht ik vooraan staan en alle deuren gingen open. Als ik al eens de tijd had om me in een weekend te melden op een verjaardag, hing iedereen aan mijn lippen. Mensen horen graag hoe het is om te werken met bekende Nederlanders. Sterke verhalen over verre reizen naar het buitenland, ontmoetingen met mensen van ons Koningshuis of mijn aanwezigheid bij belangrijke gebeurtenissen, zoals de intocht van Sinterklaas doen het altijd goed. Een cameraman heeft op elk feestje genoeg te vertellen en kan iedereen overtoepen met een nóg veel groter, erger of gekker avontuur. Door al die aandacht ben ik een beetje op het verkeerde been gezet. Aan mijn vrouw of aan mijn zus werden nooit zoveel vragen over hun werk gesteld. 
De coronacrisis maakt het glashelder. Opeens realiseren we ons hoe weinig waardering we altijd hadden voor mensen in de vitale beroepen en dat zij verhoudingsgewijs zo weinig verdienen in vergelijking met allerlei bullshitberoepen die veel minder cruciaal zijn. 
Maar sinds kort zijn de rollen omgedraaid. Mensen durven zelfs aan mij te vragen of ik ook een dag gratis of voor de halve prijs wil werken. Dit is een interessante graadmeter die veel zegt over de importantie van mijn werk en hoe er tegenaan gekeken wordt. Het is toch leuk! Dan ben je erbij, heb je ook even iets te doen, maak je ons heel blij en anders doen we het gewoon zelf. Dat zeg je niet tegen een docent, verpleegkundige, arts of een politieagent. 
Ik vrees dat de tarieven voor (freelance) cameramensen door deze crisis verder onder druk komen te staan. Er zijn zoveel collega’s die dolgraag weer een dag willen werken dat er vast jongens en meisjes tussen zitten die -desnoods- bereid zijn om met hun prijzen te zakken. En er zijn helaas genoeg onfatsoenlijke ‘opdrachtgevers’ die schaamteloos om pijnlijke kortingen durven te vragen. Ik had laatst zelfs contact met iemand die zijn hele businesscase had gebaseerd op gratis cameramensen, omdat die toch niks te doen hebben. 
Ik kan daar heel boos over worden en roep iedereen in onze branche op om onze handel toch vooral serieus te nemen. Opdrachtgevers mogen natuurlijk geen misbruik maken van de situatie, maar wij ZZP’ers moeten ook ergens voor staan en kunnen absoluut niet met onze prijzen zakken. Nu niet, straks niet, nooit niet. 
Blijf ondernemen, zorg dat je in beeld blijft, maar straal vooral uit dat jouw kennis, ervaring en inzet een bepaalde waarde heeft. Als je nu gratis of voor minder dan normaal gaat werken, dan zeg je eigenlijk dat jouw dienst niks voorstelt, dat je een onzinberoep hebt of dat je altijd teveel gevraagd hebt. Zo’n beeld poets je niet snel weg. Als we nu onze tarieven naar beneden bijstellen, krijgen we dat er na de crisis er echt niet meer bij. Opdrachtgevers zullen heel snel wennen aan die lagere prijzen en gaan daar dan mee rekenen. En als jij zakt met je prijs, dan zullen anderen zich weer genoodzaakt voelen om nog verder te zakken. Die neerwaartse spiraal buigen we niet zomaar om.
Vraag daarom juist nu het normale tarief voor iedere opdracht die je aangeboden krijgt. Laat je niet verleiden of onder druk zetten om te zakken. Doe er eerder een schepje bovenop. Vertrouw op je eigen kracht en neem jezelf serieus, dan doen opdrachtgevers dat ook.



zondag 26 april 2020

omscholen

dagboek - ZZP’er in crisistijd 
(nr. 22 / dag 45)

Deze week hebben we opnieuw te horen gekregen dat we voorlopig vast zitten aan de maatregelen rond corona. Evenementen zijn tot 1 september verboden en of ze daarna weer georganiseerd mogen worden is nog lang niet zeker. Dat betekent ook dat er voorlopig teveel cameramensen zijn en logischerwijs krijgen freelancers de eerste klappen. Volgens Klaas Knot, de directeur van de Nederlandse Bank, moet iedere ondernemer kritisch blijven kijken naar de levensvatbaarheid van zijn of haar onderneming en desnoods omscholen. In de basis heeft hij gelijk en ik wil me ook heel graag nuttig maken, maar wat ik in 32 jaar heb opgebouwd kan ik niet zomaar even overboord gooien. 

Ik was vijftien toen ik al zeker wist dat ik cameraman wilde worden. Dit mooie vak heb ik ontdekt als vrijwilliger bij de lokale omroep in Geleen. Zes jaar later mocht ik stagelopen bij AT5 in Amsterdam en daar kwamen de eerste dromen uit. Op mijn drieëntwintigste werkte ik al als freelancer voor NOB Fieldproduction, Cinevideogroep, Camco en AT5. Het waren gouden tijden met de opkomst van zenders als SBS6 en Sport7.
Na een paar jaar heb ik gekozen voor een vaste baan bij de ENG afdeling van het NOB. Daar waren ze gespecialiseerd in het maken van filmpjes met één camera en kon ik beschikken over de nieuwste gadgets. Vakmatig kon ik er veel leren en ik kreeg de kans om mijn netwerk uit te breiden. Ik wilde andersoortige reportages draaien dan alleen maar nieuws en sport. Bovendien mocht ik mij ontwikkelen op het gebied van eerste cameraman en teamleider. 
Na 10 jaar vond ik het opnieuw tijd om mezelf te verbreden als cameraman en heb ik ontslag genomen. De combinatie van ENG (alles met één camera) en multicam (grote producties met meerdere camera’s tegelijk) was in vastedienst moeilijk te realiseren. Het leek me leerzaam om vaker bij andere bedrijven in de keuken te kijken en met nóg meer verschillende collega’s samen te werken. Als een project of regisseur verhuisde naar een ander facilitair bedrijf, wilde ik de mogelijkheid hebben om mee te gaan. Daarnaast vond ik het soms lastig om me te confirmeren aan het beleid van managers en ik dacht dat je als freelancer meer grip had op de invulling van je eigen agenda.
Op 1 januari 2009 ben ik vol goede moed begonnen als ZZP’er. Ik ontdekte al snel dat de zaken, waaraan ik me in vaste dienst ergerde en waarover ik discussieerde met mijn bazen, ook bij andere bedrijven niet altijd even goed geregeld waren. Het gras is niet groener bij de buren. Ook is de vrijheid van een freelancer betrekkelijk. Je kan gemakkelijker ‘nee’ zeggen tegen een aanvraag, maar daar staat een constante druk tegenover om de agenda gevuld te houden. In vaste dienst viel er vaak wel iets te schuiven, maar voor een freelancer is het lastig om aangenomen opdrachten weer terug te geven. Bovendien komt altijd alles tegelijk. In een rustige week word je drie keer voor dezelfde dag gevraagd. Als je net een klus hebt aangenomen, belt tien minuten later iemand met een nog mooiere aanbieding voor dezelfde dag. 
In financieel opzicht is het voor de freelance cameraman ook geen vetpot. Ik kan er prima van leven, maar ik betwijfel of ik echt meer te besteden heb dan toen ik nog in loondienst was. Dat heeft te maken met de hoge kosten voor verzekeringen en pensioen. Bovendien moet je een buffer opbouwen voor mindere tijden. Als dat  op orde is en je werkt niet meer dan vier of vijf dagen in een week, dan houd je onder de streep ongeveer evenveel over als een ervaren cameraman in vaste dienst. Het verschil zit hem er in dat overuren direct worden uitbetaald en dat je soms een belastingvoordeeltje hebt op het moment dat je een computer of een fotocamera koopt. Maar een ZZP’er die niet werkt, bijvoorbeeld tijdens de vakantie, krijgt ook geen geld. Daar moet je tegen kunnen. Het gevaar bestaat dat je als een dwaas blijft werken, uit angst dat het de volgende week minder wordt.
Toch ben ik blij dat ik de stap gezet heb. Leven als ZZP’er is wat mij betreft een heel bewuste keuze. Freelance zijn is niet beter of slechter dan een baan in vaste dienst. Het is een way of life en die past bij mij. Overal waar ik kom leer ik weer iets nieuws en word ik geconfronteerd met inzichten die net even anders zijn. Ik ben mijn eigen baas en moet mijn eigen koers bepalen. Het ondernemerschap dwingt me om flexibel te zijn. Dat is niet altijd eenvoudig en het wordt voor mijn gevoel ook iets moeilijker naarmate ik ouder word, maar stilstaan is geen optie. Een freelancer moet zichtbaar blijven, aardig gevonden worden en zichzelf verkopen. In principe geldt dit voor elke cameraman, maar een ZZP’er die verslapt of verzuurt merkt dat al snel in zijn portemonnee. 

Alle vormen van camerawerk zijn interessant, maar mijn corebusiness was de afgelopen jaren vooral het filmen van sport en evenementen. Concerten, herdenkingen, theaterregistraties, feesten, eenmalige tv programma’s en heel veel sportwedstrijden. Dat is super afwisselend, je komt nog eens ergens en je mag altijd vooraan staan. 
Ik dacht dat ik als freelance cameraman voor de juiste markt had gekozen. Twintig jaar lang heb ik geroepen dat ik sport deed, omdat het altijd uitdagend is om sport te filmen, maar ook omdat er op dat gebied áltijd werk voor cameramensen is. Of was… 
‘Voetbal stopt nooit,’ zei ik dan.

De persconferentie van Premier Rutte, afgelopen dinsdag, was confronterend. Er is voor de freelance cameraman voorlopig weinig licht aan het eind van de tunnel. We moeten echt voor de langere termijn gaan nadenken over aanpassingen. Deze coronacrisis is kennelijk geen kwestie van twee maanden pauze nemen. Voor we van die intelligente lockdown af zijn moeten we nog heel wat sloten openen en sleuteltjes zoeken.
Toch is het wat mij betreft nog veel te vroeg om na te denken over omscholen. Niets is mooier dan mijn huidige vak en ik kan echt niet bedenken in welke sector ik mezelf net zo goed zal vermaken. Wel ben ik druk met het resetten van mezelf. Noodgedwongen kruip ik uit mijn comfortzone en kijk ik om me heen. Ik zeg geen ‘nee’ meer tegen opdrachten die wat verder van het vertrouwde televisiewerk af staan. Op dit moment help ik iemand met het bouwen van een website, ik ga een serieuze fotografieopdracht doen en ben ik in de slag voor het produceren van een bedrijfsfilm. Dat is allemaal spannend en ik hoop dat ik het red. Hopelijk win ik zo wat tijd tot mijn zo geliefde en vertrouwde omroepwereld weer op stoom komt.