Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen

donderdag 19 februari 2026

Lucky

 

Sommige mensen hebben áltijd geluk. Je bent natuurlijk al een enorme geluksvogel als je voor de NOS naar de Olympische Spelen mag, maar helemaal als er ook nog tijd over is om (zonder camera) naar sport te gaan kijken. Deze week kon ik zomaar een ochtendje Shorttrack meepikken en de volgende dag kreeg ik de kans om de ijshockeywedstrijd Duitsland – Frankrijk te zien. 

Begin jaren ‘90, toen ik nog in Geleen woonde, ging ik in de winter elke zondagavond naar het ijshockey. De Smoke Eaters speelden dan tegen de Panda’s uit Rotterdam, de Flyers uit Heerenveen, de Tilburg Trappers of de Tigers uit Nijmegen. Het was vaak goed voor een hoop spektakel en een leuk avondje uit. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze sport mijn aandacht heeft en als ik voor mijn werk naar ijshockey mag is dat altijd speciaal. Nu bij de Olympische Spelen wilde ik dan ook heel graag eens een wedstrijd op hoog niveau meemaken. 

De wedstrijd Duitsland – Frankrijk paste mooi in ons schema en dus ging ik samen met twee collega’s op tijd op pad. Het grootste en belangrijkste ijshockeystation hier in Milaan is de Santa Giulia Arena. Deze splinternieuwe venue is net (of eigenlijk nog net niet) af en wordt voor het eerste gebruikt tijdens de Olympische Spelen. Het is een hal die je zou kunnen vergelijken met de ZiggoDome in Nederland. Er is tijdens concerten ruimte voor 16.000 bezoekers, maar nu zijn er een kleine 12.000 zitplaatsen. De ijsvloer is tijdelijk en er speciaal voor de Olympische Spelen ingelegd. 

Vanaf ons hotel aan de noordkant van de stad was het ruim zeventig minuten reizen met het openbaar vervoer. Halverwege, vlak voor we in het centrum van Milaan moesten overstappen van de tram op de metro, ontdekte ik dat mijn telefoon die nacht niet goed was opgeladen. Het snoertje had kennelijk geen contact gemaakt. Ik had minder dan 20% batterijvermogen over. Mijn iPhone zou hoogstwaarschijnlijk het einde van de wedstrijd niet halen. Dat is knap lastig, want betalen doe ik met mijn telefoon, de reisapp (met gratis vervoer voor Olympisch personeel) staat op mijn telefoon en ik zou in geval van nood niet meer bereikbaar zijn voor de redactie van de NOS. 

Normaalgesproken ga ik altijd supergoed voorbereid op pad. Ook hier in Italië heb ik een powerbank en meerdere oplaadsnoeren. Een deel ligt op mijn hotelkamer en een deel bij mijn vaste werkplek in de studio bij het TeamNL huis. Mijn rugzak was uitgerust met fotocamera en allerlei accessoires, maar dus niks om mijn telefoon mee op te laden. Superstom, vond ik zelf. Moest ik nu terug naar het hotel en dus de ijshockeywedstrijd missen?

Toen bedacht ik me dat bij beide ijshockeystadions Nederlandse collega’s van Broadcast Rental aan het werk zijn. Zij verzorgen de verbindingen voor alle draadloze camera’s. In Santa Giulia zit Bram Giskens. Die moest ik hebben. Ik stuurde hem een berichtje en binnen een paar tellen had ik al een antwoord. Hij had zeker een Apple Lightning-kabeltje voor mij en ook wel iets om tijdens de wedstrijd mijn telefoon mee op te laden.

Met mijn Olympische pas kon ik eenvoudig het terrein op waar een grote Nederlandse televisietruck staat, die de Olympische coverage van het ijshockey verzorgt. Daarnaast, in een nog af te bouwen parkeergarage, vond ik de Portacabin van Broadcast Rental en de altijd vriendelijke Bram. Hij had zijn collega Mika al richting de ingang van het stadion gestuurd om mij te vinden, maar dankzij een draadloze intercom was die snel terug.

Ik kreeg een camerabatterij met een USB-C aansluiting en een passend oplaadsnoertje voor mijn telefoon. Nog nooit had ik zo’n dikke powerbank. Met een gerust hart kon ik hoog in het stadion plaatsnemen op de speciale tribune die gereserveerd is voor Broadcasters. Al in de eerste periode was mijn telefoon weer half vol.

De wedstrijd tussen Duitsland en Frankrijk was er niet een van heel hoog niveau en echt spannend is het nooit geworden. Wel was het een unieke ervaring om eens in een stadion met meer dan 10.000 mensen te kijken naar Olympisch ijshockey. Het orgeltje, de snelle bewegingen van de spelers op het ijs en een paar hele mooie acties maakten ook indruk op de collega’s waarmee ik op pad was. Ik vond het verrassend dat je vanaf de bovenste tribune de puck nog steeds kan zien. De sfeer in het stadion was heel vriendelijk en sportief. Uiteraard keek ik mijn ogen uit naar de vele camera’s. Telkens als het spel even stil lag schoten twee cameramensen op schaatsen het ijs op. Dat moesten wel ex-ijshockeyers zijn en ik begreep later van Bram dat het Canadezen zijn, die inderdaad veel ervaring met deze tak van sport hebben. 

Duitsland won uiteindelijk met 5-1. Inmiddels zijn ook zij al uitgeschakeld in het Olympisch toernooi.  De Broadcast Rental powerbank redde het om mijn telefoon weer op 100% te krijgen voor het einde van de wedstrijd. Toch handig als je overal in de wereld mensen kent, die bereid zijn om je even te helpen als dat nodig is.

Ik was een gelukkig mannetje.





maandag 9 februari 2026

Een warm bad


Vrijdagavond zijn in Italië de Olympische Winterspelen 2026 begonnen. Dat is natuurlijk hét televisie-evenement bij uitstek. In twee weken tijd wordt er ongeveer 6.500 uur aan coverage van sportwedstrijden geproduceerd. Dat is 550% ten opzichte van de Winterspelen van Turijn in 2006. 

Er zijn 14 rechtenhouders, die ongeveer 80 sublicentiehouders vertegenwoordigen. Om alles in beeld en geluid te vangen zijn er meer dan 810 camera’s, 24 drones en ruim 1.800 microfoons in gebruik. Het schijnt dat er deze weken ongeveer 5.000 mensen aan het werk zijn voor Olympic Broadcasting Services. OBS is de host-broadcasting organisatie van de Olympische Spelen, die alle worldfeeds verzorgd.

Onze eigen NOS is ook met een flinke ploeg in Italië. Op televisie zal de NOS tijdens de spelen 150 uur live sport uitzenden. Er zijn verslaggevers met cameraploegen in Livogno en Cortina, om verslag te doen van de sporten die plaatsvinden in de bergen. In Milaan zijn er vier locaties waar de NOS vertegenwoordigd is. In de shorttrackhal, uiteraard bij het schaatsen, in het TeamNL-huis en in het International Broadcast Centre. In dat IBC komt alles bij elkaar en daar vandaan gaan alle beelden naar Hilversum. Denk ook aan alle voor- en nabeschouwingen, bijdragen in Het Journaal, livestreams op NOS.nl en vergeet de radio, social media en Teletekst niet. Dit is voor de NOS een gigantische operatie, waar jaren van voorbereiding in zitten. Een team van zeer ervaren producers heeft de afgelopen maanden keihard gewerkt om hier in Milaan alles op orde te krijgen. 


Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat zij hun werk ontzettend goed gedaan hebben. Sinds de vorige week dinsdag ben ik zelf in Milaan, om camerawerk te verzorgen in en rond een kleine studio bij het TeamNL huis. De eerste dagen van de Olympische Spelen zitten er alweer op. We hebben nu al hele mooie sportprestaties gezien met onverwachte vreugde, teleurstelling en zelfs groot verdriet. Voor mij is dit echt een opdracht met een gouden randje. 




dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




maandag 3 november 2025

VARA 100 jaar - Jules Unlimited

  

De VARA bestaat 100 jaar en dat mag wat mij betreft gevierd worden. Deze omroep heeft mij heel wat geweldige avonturen laten beleven. Voor programma’s als De Wereld van Boudewijn Büch, De Ontdekking en Jules Unlimited heb ik de mooiste reizen mogen maken. Ik moest deze week gelijk denken aan de jubileumaflevering van Jules Unlimited, die ik vijfentwintig jaar geleden mocht opnemen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de omroep. 

We waren ruim twee weken in Zuid Afrika om drie onderwerpen te draaien voor een extra lange aflevering van het populairwetenschappelijk programma, waarin presentatoren altijd een actieve rol hadden. Met Yvette Forster maakten we een reportage over spoorzoeken en in het bijzonder de sporen van de neushoorn, Paul Luycx ging op pad met echte wildlife-filmers en Menno Bentveld volgde een olifantenverplaatsing. Het werd uiteindelijk een van de meest spectaculaire reizen die ik ooit gemaakt heb en waar ik nog heel vaak met veel plezier aan terug denk. Niet in de laatste plaats, omdat ik deze reis werkte met Cor Brinkman, mijn favoriete geluidsman die helaas in 2016 is overleden.

In 2000 had ik nog geen weblog, maar hield ik wel een dagboek bij. Dat heb ik speciaal voor deze gelegenheid eens even afgestoft en teruggelezen. Voor wie het leuk vindt heb ik er twee dagen uitgepikt:

  

woensdag 11 oktober 2000      Skukuza, Kruger National Park

Voor het derde onderwerp in de jubileumuitzending van Jules Unlimited volgen we wildlife filmer Jacques. Achter elkaar lopen we door het ruige landschap van Kruger Park. Een gewapende Ranger gaat voorop, dan volgt Jaques met zijn camera in de aanslag, daarachter zijn geluidsman en onze presentator Paul is de vierde in het rijtje. Hij draagt het zware statief van Jaques op zijn nek. Ik film de vier mannen en zit vast aan mijn geluidsman Cor, die weer op de voet wordt gevolgd door Jules-regisseur Richard. Hij moet onze rugzak en mijn statief tillen. Helemaal achteraan loopt er weer een gewapende Ranger. Niemand zegt iets. We zijn op zoek naar leeuwen.

De lucht is grauw, het ziet er naar uit dat het ieder moment kan gaan regenen. De temperatuur is een stuk aangenamer dan gisteren, maar er staat ook een gemeen windje. De struiken en boompjes zijn voor een deel aangetast door een bosbrand. Mijn broek is smerig en krijgt zwarte camouflagestrepen van de verkoolde takken. 

We wandelen al een klein half uur tegen de wind in. Het is heel bijzonder dat we door het wildpark lopen. Toeristen mogen niet zomaar uit hun auto’s komen. De Rangers hebben uitgelegd dat we niet in paniek moeten raken als we plotseling oog in oog komen te staan met een leeuw of ander wild dier. Stil blijven staan en het beest recht aan blijven kijken is de beste manier om niet aangevallen te worden. Als je in paniek raakt en het op een lopen zet word je een prooi. 

Jaques en Paul weten een plek te vinden waar jonge leeuwtjes zitten. Het is alleen de vraag of de welpen thuis zijn en of de ouders in de buurt zijn. We doen uiterst voorzichtig. Opeens stoppen we. Jaques wijst ons op twee neushoorns die verderop tussen de struiken staan. Ze zijn veel dichterbij dan de neushoorn die we een paar dagen geleden filmden in het Karoo National Park. Het is een beetje maf, maar het heeft geen zin om deze te filmen, omdat we juist een heel onderwerp gaan besteden aan de moeilijke zoektocht naar neushoorns. Het is wel heel vreemd als je bij een ander onderwerp, in dezelfde uitzending, zomaar voorbij deze beesten loopt. Dus lopen we stilletjes verder. Opletten dat de neushoorns ons niet in de gaten krijgen.

We komen bij een rots die me doet denken aan Disney’s Lion King of Het Junglebook. Het is jammer voor het beeld dat de zon niet schijnt. We beklimmen de rots en zien bovenop een plek met gras waar leeuwen gelegen moeten hebben. Er is een stapel stenen en als we daaronder kijken zien we vier bange welpjes van nog geen maand oud. Jaques gaat ze gelijk filmen en ik film hem. Het is super spannend, omdat we de volwassen leeuwen nergens kunnen bekennen. De twee Rangers staan met hun jachtgeweer in de aanslag voor het geval dat we opeens worden aangevallen. Ik vraag me af wie banger is; de welpen voor ons of wij voor moeder leeuwin.

We draaien een scene met Paul en hij mag van Jaques door zijn zoeker kijken. Het wordt spannende televisie. Richard is erg blij, omdat ook zijn tweede onderwerp een bijzonder eind zal krijgen. Het gaat ons wat dat betreft erg voor de wind.

Ik maak twee foto’s. Een keer zonder flitsen en een keer met. Dan laten we de arme beestjes met rust. Oplettend lopen we terug naar de auto’s. De volwassen leeuwen komen we gelukkig niet tegen. Wel film ik nog een paar giraffes en we draaien een scene bij de jeeps. 

 

zaterdag 14 oktober 2000                    middle of nowhere, Kurger National Park

We gaan kamperen met de wildlife filmers van Sanhu. Een kilometer of zeventig van Skukuza wordt een kamp opgeslagen met vier caravans en drie tentjes. We hebben de beschikking over vier open terreinwagens en een busje. De caravans worden in een halve cirkel geplaatst zodat we maar een kant in de gaten hoeven te houden. In het midden van ons kamp wordt een groot vuur gestookt. Hier zitten we midden in de wildernis met alleen de bescherming van Ranger Ed, maar die is zo moe dat ik hoop dat de leeuwen en hyena’s vanavond een snipperdag nemen. 

Er wordt ons op het hart gedrukt om bijzonder voorzichtig te zijn. Na zonsondergang mogen we niet gaan plassen zonder begeleiding van Ed met zijn gevaarlijke geweer. Cor en ik slapen samen in een caravan, Richard en Julia moeten een andere caravan delen, maar Paul slaapt met Jaques in een tentje. Ik ben niet jaloers op onze presentator als Jaques hem vertelt dat hij niet met zijn hoofd tegen het tentdoek mag gaan liggen, omdat beesten daar misschien in kunnen bijten.

Ik merk dat ik ook moe ben van alle avonturen de afgelopen dagen. Bovendien heb ik nog steeds last van een oorontsteking die ik in de eerste dagen van deze reis heb opgelopen. Hierdoor kan ik het even niet meer opbrengen om enthousiast te zijn en als het tegenzit met de presentaties van Paul raak ik te snel geirriteerd. Ook de opgewektheid van Richard, zijn engelengeduld, fanatisme en doorzettingsvermogen schieten bij mij -geheel ten onrechte- in het verkeerde keelgat. Gelukkig hebben Richard en ik tijdens het eten bij het kampvuur een goed gesprek. We spreken de kleine ergernissen uit. Ik moet toegeven dat een beetje meer begrip wonderen doet. Ik kan mezelf dan wel ziekig en zielig voelen, hij heeft natuurlijk een belangrijke en ingewikkelde klus te klaren. Ik neem me voor om de komende uren weer vol overgave voor het volgende avontuur te gaan.

Tegen tien uur in de avond rijden we met drie terreinwagens achter elkaar door het bos. Het is stikdonker. Wij rijden in de oudste Jeep, omdat deze toch niet in beeld zal komen. Het is er eentje die al lang geleden vervangen is door een nieuwe Toyota pick-up. Richard bestuurt onze veertig jaar oude Range Rover tot deze afslaat. Cor en ik voelen ons niet op ons gemak en vragen of iemand anders het stuur van de pruttelkar over wil nemen. Iemand die meer gewend is om in dit terrein en deze auto in het bijzonder te rijden.

Opeens stopt de jeep van Jaques voor ons. Ze schijnen met een grote filmlamp over het pad. 

“Sssssst, er lopen leeuwen!” 

Eerst zie ik er twee, dan drie… Vier, vijf, zes, zeven. Ze komen recht op ons af. Acht, negen !!! De leeuwen sjokken heel rustig in onze richting en gaan aan de kant van de weg in het gras liggen. Ik sta achter op de open jeep en vraag me af of dit leuk is. Zeven vrouwtjes en twee mannetjes op een metertje of vier van mijn camera. Een keer springen voor zo’n volwassen leeuw en ik heb hem op schoot. Of hij mij.

De filmers zeggen dat deze leeuwen rustig en totaal niet agressief zijn. We hoeven ons geen zorgen te maken. Als we maar met de lampen blijven schijnen, want dan kunnen ze ons niet goed zien. De jeeps worden zo geplaatst dat we met drie camera’s opnamen kunnen maken. Jaques zit met Paul in een jeep. Ze staan het dichtst bij de beesten. Wij rijden een stukje verder om de link te kunnen leggen tussen de wilde dieren en de filmploeg. Als we in het gras naast de weg staan slaat de oude Range Rover opnieuw af. Deze keer vind ik dat helemaal niet leuk. Er is iets mis met de accu. Uitgerekend hier en nu.

Het luide gebrul van de leeuwen gaat door merg en been. Goed geluid, maar wel doodeng. We filmen de leeuwen vanuit alle hoeken. Als een vrouwtje op twee meter langs de wagen van Jaques loopt is het weer even echt spannend, maar na een tijdje merk ik dat ik het normaal begin te vinden. Ed zit achter me en schijnt met een grote lamp op de dieren. Zijn geweer ligt op de grond van de pick-up. Jaques heeft al lang niet meer zoveel leeuwen bij elkaar gezien en nog nooit heeft hij een brullende leeuw van zo dichtbij kunnen filmen. Zijn geluidsman noemt dit belangrijk materiaal voor het Sanhu-archief. Wij realiseren ons dat we alle mazzel van de wereld hebben. 

 

Het duurt ongeveer een uur. Dan lopen de leeuwen eindelijk verder. We verliezen ze uit het oog. Even is dat weer spannend, want ze kunnen nu op ons loeren. Dus wachten we een tijdje voor we naar het kamp terugkeren. Daar reageren we allemaal bijzonder blij en uitgelaten. Het was een fantastische avond. Super spannend, maar zeer de moeite waard. Dit zullen we nooit meer vergeten.












dinsdag 11 februari 2025

helikopter

 

Een verhaal uit de oude doos. Ik neem jullie mee terug naar woensdag 14 november 2001. We waren in de omgeving van het plaatsje Moûtiers in de Franse Alpen, waar het bouwbedrijf Ei Montagne druk in de weer was met een zogenaamde ‘bergwandrenovatie’. Loshangende rotsblokken werden verwijderd en netten van staal over de bergwand gespannen, zodat er geen grote stenen meer op de weg zouden kunnen vallen. Daarover maakten wij een item voor het populairwetenschappelijk VARA-programma Jules Unlimited. 

Presentator Menno Bentveld zou meehelpen, want de presentatoren van Jules Unlimited hadden altijd een actieve rol. Dat was een belangrijk onderdeel van het format. In een klimtuig aan de bergwand moest Menno enorme pinnen in het steen boren, waaraan ze de zware netten konden bevestigen. Die werden op een rol aangevoerd door een helikopter. Het zag er allemaal behoorlijk spectaculair uit.

De meeste werknemers van Ei Montagne waren stoere, stoffige Algerijnen die handig klommen met drilboren en dikke staalkabels. Zij deden precies wat voorman Phillippe ze opdroeg. Dat was daar de enige vriendelijke Fransman en ook nog eentje die Engels sprak. Hij gaf Menno en mij nog ‘even’ klim- en abseilinstructie voor we konden beginnen aan deze draaidag. De voorman wilde immers zeker weten dat wij ons veilig konden verplaatsen langs de rotswanden. Ik vond het wel prettig om mijn klimtechniek even op te frissen, maar toen we langer dan een uur bezig waren werd het zonde van alle tijd en mijn energie. We moesten helemaal naar de top en terug. 

In de ochtend draaiden we geen enkel shot en waren mijn armen en benen al behoorlijk verzuurd. Daarna liepen we met onze zware filmapparatuur langs de minst steile kant van de helling naar boven. Mijn uithoudingsvermogen werd opnieuw op de proef gesteld. Totaal buitenadem kwam ik op het plateau. Mijn hart bonkte in mijn keel, maar tijd om even uit te blazen hadden we niet. Ze stonden op ons te wachten. We moesten gelijk beginnen met de opnamen. De scène ging over een grote boor die met kabels en touwen aan de steile wand hing. Menno daalde abseilend af naar het apparaat en met de camera op mijn schouder deed ik hetzelfde. Ik probeerde zo dicht mogelijk bij Menno in de buurt te blijven om de actie zo close mogelijk in beeld te krijgen. Het abseilen was voor mij geen probleem, maar het werd behoorlijk pittig toen ik weer terug naar boven moest klauteren. Dat koste veel kracht, omdat ik niet de handigheid had van een ervaren klimmer.

Producer Julia had geregeld dat we voor het donker een paar essentiële shots vanuit de helikopter mochten maken. Die had even daarvoor nog een groot net opgepikt, naar boven gebracht en voorzichtig laten afrollen. Menno, die aan de wand hing was het net met een paar Algerijnen aan het bevestigen. Deze actie zou ik ook vanuit de lucht kunnen vastleggen. Zo’n overzichtsshot zou het hele beeldverhaal duidelijker maken en het item een stuk spannender. Het was immers lang voor de introductie van kleine drones in de televisie-industrie.

We moesten hollen. Julia ging met me mee. De vriendelijke piloot had de zijdeur al uit de helikopter gehaald, zodat ik door een grote opening kon filmen. De rotoren draaien al. Eerst klom Julia op de achterbank en daarna ik met mijn camera. Snel zette ik de headset op waarmee ik in principe met de piloot zou kunnen communiceren. Als hij beter Engels sprak of ik beter Frans, dan had dat zeker tot de mogelijkheden behoort. Nu wees ik een beetje met mijn handen en riep ik ‘left’, ‘right’, ‘higher’ en vooral ‘lower’.

Vliegen kon de piloot wel. We draaiden rondjes rond de bergwand en ik kreeg optimaal de gelegenheid om te filmen wat Menno aan het doen was. Een been bungelde uit het gat van de deur. Zo zat ik een beetje gedraaid, om optimaal gebruik te kunnen maken van de ruimte die ik had. Als we voorbij de plek waar het allemaal gebeurde waren, dan draaide de piloot een krap rondje, waardoor de heli kantelde en ik me even goed moest vasthouden. Voor mensen met hoogtevrees zou deze positie absoluut een ‘no-go’ zijn, maar ik voelde geen seconde angst. Sterker nog, ik vond het wel stoer. De manoeuvres konden wat mij betreft niet spectaculair genoeg zijn. Het werkte heel goed om laag en super dicht bij de bergwand te hangen en dan opeens snel weg te vliegen, zodat het beeld van redelijk close naar heel ruim ging, zonder dat ik daar als cameraman veel aan hoefde te doen. 

Na een minuut of twintig hadden we het wel. De helikopter landde bovenop het plateau waar we ook waren ingestapt. Als wij snel konden uitstappen, dan kon hij nog één net verplaatsen voor het te donker zou zijn. En wij moesten met onze equipment nog lopend terug naar het dal. Dus spong ik als een jonge hinde uit de heli. Zo ontdekte ik pas dat ik al de hele vlucht geen riem om had. Ik had los op de achterbank gezeten… in een open gat, zonder deur. Kennelijk was ik in de haast en misschien door vermoeidheid, totaal vergeten om me te zekeren. 




dinsdag 27 augustus 2024

F1

 

Het moet begin september van het jaar 2000 zijn geweest dat mijn goede vriend Frank Verzantvoort belde met het verzoek of ik twee weken later met hem mee wilde naar de eerste USA Grandprix Formule1 op het circuit van Indianapolis. De vaste cameraman waarmee RTL Grandprix op dat moment werkte was plotseling verhinderd en dus zocht de producer iemand die op korte termijn kon invallen. Het leek mij een prima trip en extra grappig om samen met mijn maatje op zakenreis te gaan. Olav Mol had ik wel eens gesproken, maar pitreporter Jack Plooij kende ik op dat moment nog niet. Het probleem was sowieso dat ik niets van autosport wist. Ja, ik kende Jos Verstappen en ik wist natuurlijk wie Michael Schumacher was, maar verder was ik op het gebied van F1 een complete nono. Het maakte blijkbaar op dat moment niet zoveel uit, als ik maar goed kon filmen en zin had in een week plezier maken. 

Zodra we op het circuit van Indianapolis aankwamen nam Olav mij bijna letterlijk aan de hand mee door de pitstraat. Hij toonde me de legendarische ‘brickyard’ en de paal waar de term ‘poleposition’ vandaan komt. Vervolgens kreeg ik een uitgebreide rondleiding lang alle teams en wees Olav met een laserpen geduldig allerlei details op de racewagens aan. Ik werd geïntroduceerd bij Jos Verstappen, die het wel leuk vond dat er een cameraman was met een Limburgs accent. Tot slot werd ik voorgesteld aan reporter Rick Winkelman en fotograaf Frits van Eldik van het blad RaceReport. Zij konden een oogje in het zeil houden op de momenten dat Olav commentaar zou geven en ik solo in de pits een boodschappenlijstje met shots moest afdraaien. Ik weet nog dat ik zo snugger was om bij Williams shots te maken van Ralf Schumacher, terwijl ik Jenson Button moest hebben en dat die namen ook heel groot boven de ingang van de garage stonden. En de totale paniek die ik had toen ik miste dat er tijdens een vrije training even vlammen uit de uitlaat van de auto van Jos kwamen. Het was gelukkig niets bijzonders en dus werd het me allemaal vergeven. Zo kreeg ik een unieke introductie in de wereld van Formule1. Van beide kanten beviel het zo goed dat we besloten om in het nieuwe seizoen vaker samen te werken. 

Uiteindelijk heb ik negenenveertig races gedaan als cameraman met Olav, Jack en ook een jaar met Allard Kalff in de rol van pitreporter. We vlogen van Australië naar Maleisië of Brazilië en van Japan naar Canada. Alle circuits die tussen 2000 en 2007 onderdeel vormden van het Formule1 seizoen heb ik eens of meerdere malen bezocht. Het was hard werken en we maakten lange dagen. Natuurlijk klinkt het goed dat je de hele wereld rondreist, maar eerlijk gezegd zie je niet veel meer dan je hotelkamer en een beperkt deel van het circuit, dus je moet er wel wat van maken. Dat is gelukt, want we hadden ongelofelijk veel pret met elkaar. We hebben samen veel mooie avonturen beleefd. Genoeg verhalen voor een boek. Wie weet? Maar na een jaartje of zes werd ik vader en begon het F1 circus op werk te lijken. Toen hebben een paar collega’s hun kans gegrepen en die doen dit werk tot op de dag van vandaag nog steeds met veel plezier voor de Nederlandse rechtenhouder. 

Zelf ben ik de sport van een afstandje blijven volgen en ik vond het dan ook mooi dat Max Verstappen zijn kans greep en -Yohoo Yohee!- als eerste Nederlander een race won. Ik heb hem ooit op het circuit van Magny Cours in beeld gevangen, toen hij slechts drie jaar oud was. Later heb ik hem wel eens thuis zien gamen, omdat wij een filmpje kwamen maken over de fitnessruimte van zijn vader. En toen hij een jaar of negen was vertelde Jos liever hele verhalen over de kart carrière van zijn zoon dan over zijn eigen prestaties bij de A1 Grandprix. Ik heb in die periode met Rick Winkelman gesproken over het maken van een documentaire over de kleine Verstappen, maar dat is er nooit van gekomen. Je zal begrijpen dat ik daar heel, heel, héél veel spijt van heb. 

Als televisiemaker keek ik ondertussen niet alleen naar de sportieve kant, maar ook met grote interesse naar het camerawerk bij de live-uitzendingen. Het is interessant voor een televisiedier als ik om te zien hoe de Formule1 altijd alles uit de kast trekt om de wedstrijden zo spannend mogelijk in beeld te brengen. Formula One Management verzorgt zelf technisch en inhoudelijk de registratie van de races en daarmee zijn zij een groot voorbeeld voor heel veel andere sporten. De mensen achter de schermen bij Formule1 zijn al jarenlang zeer innovatief. Veel ontwikkelingen op televisiegebied zijn daar uitgeprobeerd of verbeterd. Denk aan onboard-camera’s, helmcamera’s, graphics, het weergeven van de teamradio’s en virtuele reclame. De laatste jaren komt daar ‘remote productie’ bij, want meer dan de helft van de crew die de programma’s maakt zit niet meer op het circuit, maar werkt op het vliegveld van het Engelse dorp Biggin Hill, waar in een oude hangaar controleruimten zijn ingericht die het hoofdkantoor van de NASA doen verbleken. 

 

Het is dan ook tof dat ik, sinds de Formule1 terug is op Zandvoort, in opdracht van deze organisatie een camera mag bemannen voor het miljoenenpubliek dat wereldwijd naar F1 kijkt. Zo krijg ik een uniek inkijkje in de werkwijze bij deze megaproductie. De afgelopen week was ik er voor de vierde keer bij op Zandvoort en het was mijn vijfde Grandprix in dit voornamelijk uit Engelsen bestaande team. 

Het is best spannend om op zo’n rijdende trein te springen, want de meeste cameracollega’s in deze crew filmen niks anders dan autosport. Zij doen allemaal bijna alle races in het seizoen en de meeste cameramannen doen dit al jarenlang. Ik sprak een collega die al sinds 1998 betrokken is en die niet veel races heeft gemist. Het is voor hen een ‘way of life’. Zij weten precies welke coureur hard gaat en hoe je een razendsnelle ‘whippan’ met je camera kan maken als de bolides met bijna 300 kilometer per uur voorbij flitsen. 

Ik moet toch iedere keer weer even het wiel voor mezelf uitvogelen. Hoe sta je het lekkerst om zoveel mogelijk auto’s te kunnen volgen? Waar positioneer je de viewer, welke stap moet je maken en op welk moment beweeg je mee? Wat is het moment van uitzoomen, weer inzoomen en hoe snel moet je dat doen? Alle communicatie is in het Engels, dus je moet wel even snappen wat ze bedoelen met allerlei heel specifieke kreten en je moet je goed concentreren op welke rijders ze in de uitzending volgen of gaan volgen. Je hoort twee druk pratende regisseurs door elkaar. Eentje schakelt alleen de camera’s langs de baan en de tweede mixt dat signaal in Engeland met alle onboards, het helikoptershot, de draadloze camera’s in de pitstraat, herhalingen en de graphics. Dat wil ook zeggen dat niet elke keer, als het rode lampje in mijn zoeker gaat branden, mijn shot de uitzending haalt. Het meeste doe je voor niets, in de hoop dat een rijder een foutje maakt en je een mooie ‘replay’ krijgt. Maar de concurrentie is groot. Elke bocht wordt vanuit meerdere hoeken in beeld gebracht, elke auto heeft meerdere camera’s aan boord en in de lucht hangt een helikopter met een cameraman die alles op zeer spectaculaire wijze volgt. Het gaat allemaal razendsnel. De lat ligt hoog. Daar doe ik zelf graag aan mee, want ik wil natuurlijk dat die Engelsen tevreden zijn over mijn werk en mij het volgend jaar weer inhuren. 

Dit jaar is het volgens mij aardig gelukt. Ik stond op een nieuwe positie. Camera 19, waar ze het stadion inreden, bij de S-Bocht. Daar was het filmen iets gecompliceerder dan op de plek waar ze mij de afgelopen drie jaar op hadden ingedeeld. De racewagens kwamen nu op slechts een paar meter voorbij en dus moest ik veel harder meezwiepen met mijn telelens. 

Het is grappig dat wanneer je de uitzending later terugkijkt, je pas goed ziet hoe snel er geschakeld wordt, hoe kort je shot staat en hoe vaak jouw camera ook wordt overgeslagen. Ik denk als ik in het hele weekend effectief een paar minuten gebruikt ben, dat ik in mijn handen mag wrijven. Misschien is het daarom extra zuur dat uitgerekend dat ene shot in de laatste ronde net niet 100% was, omdat ik een milliseconde te laat reageerde met inzoomen en net iets wijder eindigde dan me (achteraf) lief is. Al weet ik ook vrij zeker dat ik de enige ben die het gezien heeft en dat het de andere 80 miljoen kijkers niet is opgevallen.

Het waren vier intensieve en lange dagen in Zandvoort. Het was een nat, winderig, zwaar en cameratechnisch best een spannend weekend, maar ik kijk er weer met heel veel plezier op terug. 




zaterdag 8 juni 2024

D-Day 80


Donderdag 6 juni 2024, 06:35 uur. De zon kwam op in Colleville-sur Mer. De zee was rustig en azuurblauw. Ik kon Omaha Beach zien vanaf het Amerikaanse Oorlogskerkhof in Normandië. Bovenop de heuvel zaten dit keer geen Duitse scherpschutters, maar een bataljon Amerikaanse soldaten maakte hun kanonnen klaar voor de saluutschoten die zij later op de dag zouden afvuren tijdens de officiële herdenking van D-Day. 

Dit was hét moment waarop de eerste soldaten van het Amerikaanse leger hun platbodemschepen bij Omaha Beach verlieten, maar dan precies 80 jaar later. Eigenlijk had ik best een uurtje later mogen beginnen, maar voor het idee was ik al om zes uur meegelopen met de collega’s die wel vroeg moesten beginnen. 

 

Dinsdag 6 juni 1944, 06:35 uur. Het was grauw weer in Normandië en er stond een sterke stroming. De kleppen van 36 landingsvaartuigen klapten open. Zonder dekking moesten de eerste 1.450 Amerikaanse soldaten nog 300 meter door de zee en over het strand van Omaha Beach voor ze zich ergens konden verschuilen. De Duitsers, die klaar zaten op de heuvels om hun posities te verdedigen, wachtten tot het allerlaatste moment met vuren om hun posities niet te verraden. Zodra de mannen voet zetten op Franse bodem vlogen de granaten en mitrailleurkogels om hun oren. Die eerste aanvalsgolf werd in één klap uitgeschakeld. In de eerste vijf minuten van de aanval werd bijna 90% van de manschappen gedood. De strijders die waren overgebleven zaten vast in deze hel en wisten uiteindelijk pas na uren, en met heel veel moeite, een doorgang te creëren op het strand.

 

Het is slechts 80 jaar geleden. Er zit eigenlijk maar één mensenleven tussen. Dat voel je wanner je in Normandië op de plekken komt, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog zo hard is gevochten. De afgelopen week was het extra bijzonder, omdat er overal herdenkingen plaatsvonden. Oude legervoertuigen reden af en aan. De hele dag vlogen er allerlei militaire toestellen laag over, om te oefenen voor de officiële flyby’s, die ze op donderdag zouden maken. 

Zo vroeg in de ochtend, in de ochtendstilte op dat indrukwekkende oorlogskerkhof, voelde ik me piepklein, maar ook beetje verbonden met de wereldgeschiedenis. Ik keek over de zee en zag in de verte een paar echte oorlogsschepen voor de kust liggen. Voor mijn neus stonden kanonnen en Amerikaanse militairen. Toch kon ik me niet écht voorstellen hoe het hier tachtig jaar geleden moet zijn geweest, ondanks dat ik er veel over heb gelezen, aandachtig naar de foto’s van Robbert Capa heb gekeken, documentaires heb gezien en natuurlijk de legendarische speelfilms The Longest Day en Saving Private Ryan. 

 

Ik was al een hele week in Normandië met een complete Nederlandse ploeg van We Are Live en Miltenburg AV, om ons voor te bereiden op de live-registratie van de Amerikaanse herdenking. Die mochten wij technisch en productioneel verzorgen in opdracht van de American Batlle Monuments Commission. Een klus die we mede te danken hadden aan goed werk het vorig jaar, tijdens de herbegrafenis van een Amerikaans slachtoffer uit de Eerste Wereldoorlog. 

Nu was het allemaal veel groter en de voorbereidingen hadden al maanden in beslag genomen. Het was een complexe opdracht, omdat alle beslissingen moesten worden goedgekeurd door de plaatselijke organisatie, mensen van het Amerikaanse leger én uiteindelijk ook door de autoriteiten van het Witte Huis. Het maakte de opdracht alleen maar interessanter. Zo’n megaproductie maak je niet vaak mee en gelukkig hadden we ruim de tijd om alles wat we moesten of wilden doen ook zo goed mogelijk te doen.

Terwijl wij onze camera’s plaatsten werd het monument op het oorlogskerkhof nog omgebouwd tot een tijdelijk podium. Door alle bureaucratie duurde dat veel langer dan gepland. Er was al wekenlang keihard aan gewerkt, maar op het laatste moment moest alles toch weer anders, zodat President Joe Biden en de Franse president Macron de overgebleven D-Day veteranen konden ontvangen, eren en bedanken. Naamkaartjes op de stoelen verraden dat naast allerlei ambassadeurs of de Amerikaanse minister van defensie ook Steven Spielberg en Tom Hanks op de eerste rij plaats zouden nemen.

De beelden die wij hiervan met 16 camera’s maakten werden overgenomen door alle grote Amerikaanse stations, zoals CNN, CBS, ABC en NBC. Mijn camera stond rechts voor het podium, op nog geen 15 meter van de hoogwaardigheidsbekleders en de 150 veteranen, die allemaal een plek kregen op het podium. De laatst overgebleven mannen en een paar vrouwen, die erbij waren op 6 juni 1944. Zij waren nu minimaal 95 jaar of ouder. De meesten in rolstoel. Ze zwaaiden en salueerden. Een enkeling kwam, onder luid applaus, lopend het podium op. Hun opkomst, die werd begeleid door prachtige filmmuziek, bezorgde me kippenvel. Het waren fragiele oude opaatjes, die trilden en emotioneel werden van deze ceremonie. Ik las ergens dat eentje vlak voor vertrek in Canada is overleden en een ander tijdens een tussenlanding in Duitsland. Het is dus aannemelijk dat dit de laatste keer was dat we konden herdenken in het bijzijn van de veteranen die het allemaal nog met eigen ogen hebben gezien. Mensen die hun leven op het spel hebben gezet voor onze vrijheid en welvaart en die zoveel van hun makkers zagen sneuvelen. Ik vroeg me af wat er allemaal in hun hoofden om ging terwijl ze zaten te wachten op de komst van Biden en Macron.

 

Wij hadden een goede tijd in Normandië. Een week om nooit meer te vergeten. De ploeg was hecht en naast al het harde werken was het erg gezellig. De lat werd telkens ongemerkt iets hoger gelegd, maar de omstandigheden waren zo optimaal dat iedereen zijn of haar uiterste best deed om er alles uit te halen wat er in zat. Ongeacht of het over het eigen vakgebied ging of niet. We verbleven in tijdelijke huisjes die geplaatst waren in een weiland, niet ver van de locatie. Daar stond ook een grote tent waarin de mensen van de Cateringfabriek er alles aan deden om ons zo goed mogelijk te verzorgen. Wat resulteerde in een unieke sfeer en zo konden we met veel plezier toewerken naar een heel spannende live-uitzending, waarin niets meer mis mocht gaan. Dat lukte!

Uiteindelijk was het oorlogskerkhof met zijn 9.387 witte kruisen door de Amerikaanse geheime diensten omgetoverd tot een onneembare vesting. Het was uniek om daar met een pas, waarop stond dat ik behoorde tot de ‘staff’, redelijk vrij rond te lopen. In afwachting van de ceremony sprak ik met mannen die de Amerikaanse president beveiligen, maar ook met commando’s die nu deel uitmaken van de 75th Ranger Regiment en die deze week uit eerbetoon aan hun beroemde voorgangers de beklimming van Pont du Hoc hebben nagedaan.

Eigenlijk kan ik nog uren over de afgelopen week schrijven. Het zijn teveel indrukken om te beschrijven. Hoe trots ik was op mijn collega die met een handcamera voor de presidenten uit moest lopen, over mijn tijgertochtje met een audiokabel onder het podium, over een bliksembezoek aan een museum, de strandwandeling bij ondergaande zon, enzovoort, enzovoort. Het is voer voor hele lappen tekst, maar om dit verhaal rond te maken moeten we terug naar de vroege ochtend van 6 juni 2024. Noem mij gerust een idioot of een freak, maar ik vind het mooi om, als ik er dan toch ben, precies 80 jaar later en exact om 06:35 uur een foto te maken van Omaha Beach. Ik hoop dat hij goed gelukt is en dat jullie het een mooi plaatje vinden. Voor mij is en blijft dit voor altijd een herinnering aan een heel, heel, heel bijzonder project.







zaterdag 26 november 2022

De Wereld van Boudewijn Büch

 

De afgelopen week was het twintig jaar geleden dat Boudewijn Büch op 54-jarige leeftijd is overleden. De bekende, enthousiaste en niet onomstreden mediapersoonlijkheid stierf in zijn slaap op 23 november 2002, aan een hartstilstand. Als schrijver was hij vooral bekend van het boek De kleine blonde dood uit 1985, waarvan sindsdien meer dan dertig drukken zijn verschenen. Hele volksstammen hebben dit boek gelezen voor hun literatuurlijst. Als televisiepresentator maakte hij het reisprogramma De Wereld van Boudewijn Büch, waarin hij zijn interesses voor eilanden, de dodo, Mick Jagger, Andy Warhol en bovenal Goethe aan bod kon laten komen. Zijn fascinatie voor historie en cultuur was aanstekelijk. 

In 1998 mocht ik met Boudewijn Büch mee op reis als camera operator. Het is nog steeds een van de meest memorabele producties waar ik aan mee heb mogen werken. Met veel plezier kijk ik terug op deze periode, waarin ik in korte tijd ontzettend veel geleerd heb. Over cultuur, verzamelen, reizen en de wereld, maar ook over mijn vak en televisiemaken in het algemeen. 

Maar Boudewijn was geen makkelijke tante. Ook daarover heb ik op dit weblog meerdere verhalen geschreven. Op zijn sterfdag zat ik die stukken een beetje terug te lezen toen ik ook mijn blog van 9 januari 2014 tegenkwam. Het gaat over het einde van onze samenwerking. Ik vond het wel een toepasselijk verhaal nu we het al een week hebben over omgangsvormen in Omroepland. Vandaar dat ik het hier nog eens plaats:

 

 

 

'... en dat is het laatste filmwerk van deze lange zomer, die aangenaam was - zeker door Panda maar ook door Peter en Jan Rein - maar wel iets te vermoeiend en te lang. Ik heb veel aan depressies geleden.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 256, 26 september]

 

Aan het eind van een jaar reizen met Boudewijn Büch kreeg ik totaal onverwacht te horen dat de schrijver/programmamaker niet langer met mij wilde werken. Dat vond ik heel erg. We hadden samen vier lange reizen gemaakt, een bedrijfsfilm voor de VNG en een commercial voor Lassie Toverrijst gedraaid. Alles bij elkaar ongeveer 100 dagen in zes maanden en toen was ik opeens niet meer goed genoeg. Zelf wilde Boudewijn dat niet tegen mij zeggen. Hij liet het over aan de accountmanager van het facilitair bedrijf en aan zijn vaste producer Erica, die mij bovendien verbood om hierover contact met Boudewijn op te nemen. 

Het verhaal was dat ik slecht gedraaid had en daar kwamen ze kennelijk pas achter in de montage. Wat er precies mis was met mijn beelden konden ze me niet uitleggen. Van alles. Ik mocht hierover ook niet spreken met de vaste editor van De Wereld van Boudewijn Büch, want ze dachten dat dit de montage niet ten goede zou komen. 

Ik was hevig teleurgesteld en werd hier heel onzeker van. Temeer omdat andere mensen bij de VARA opeens ook openlijk twijfelden aan mijn kwaliteiten. Na enig aandringen kwam er een bandje met daarop tien voorbeelden van missers. Het werd besproken met de accountmanager, die het vervolgens aan mij mocht uitleggen. Het waren tien fragmenten die ik vrijwel direct kon weerleggen of waarvan ik zeker wist dat er ook nog een andere take was. 

Een van de voorbeelden was een scene voor een gebouw. Boudewijn legde uit dat Goethe achter een raam op de eerste verdieping had gesproken met een goede vriend. De camera ging omhoog, maar met een boogje naar dat raam. Dat was kennelijk niet goed; ik een knoeier. Maar recht boven de verteller had de microfoonhengel gehangen en daar had ik keurig omheen gedraaid. Boudewijn wilde nooit iets over doen, vanwege de spontaniteit. 

Na het zien van deze voorbeelden was ik enigszins gerust gesteld. Ik had immers zelf elke avond op mijn hotelkamer álle opnamen teruggekeken. Nu wist ik dat ik niet gek was. Als dit de ergste voorbeelden waren die ze konden tonen, dan viel het best mee. Wat heel erg stak was het feit dat de accountmanager inmiddels een fikse korting had gegeven. Daarmee had het NOB min of meer toegegeven dat ik een wanprestatie had geleverd, terwijl ik het daar niet mee eens was. 

Er moest iets anders aan de hand zijn. 

En er was natuurlijk ook meer aan de hand. Ik was tijdens onze laatste trip verliefd geworden op het meisje van productie waar Boudewijn ook verliefd op was. Dat had ik verzwegen, maar ik had het misschien niet goed genoeg verborgen gehouden. Ook had ik langzaam in de gaten gekregen dat Boudewijn lang niet altijd het eerlijke verhaal vertelde. Zo wist ik dat hij nooit het kind had gehad, waar hij wel met tranen in zijn ogen over sprak. Maar wat bijvoorbeeld ook op begon te vallen was dat hij erbarmelijk slecht Duits sprak, terwijl hij beweerde in Duitsland Duits gestudeerd te hebben. Een kop koffie bestellen was al een probleem. 

Hij wilde van mij af, dat was duidelijk. Maar ik wist niet precies waarom. Dat vrat aan me. Het irriteerde vooral dat ik me niet kon verweren. 

Waren we misschien uitgeluld? Hij had mij onderweg uitgehoord en kende inmiddels al mijn verhalen. En hij had tijdens het filmen van de Lassie Toverrijst commercial Roel Deen leren kennen. Deze ervaren cameraman had ik erbij gehaald, omdat ik zelf weinig ervaring had met de wilde reclamewereld. De volgende reis ging Boudewijn met Roel op pad.

Als hij even kort met mij had gesproken en eerlijk was geweest dan was het voor mij nooit zo'n groot ding geworden. Nu ik was aangevallen op mijn kwaliteiten als cameraman deed het pijn. Ik was pas een paar jaar bezig, nog niet super ervaren en al helemaal niet zeker van mijn zaak. Van deze vreemde afwijzing heb ik lang last gehad.

Boudewijn heb ik nog twee keer gezien. Een keer rende hij mij voorbij in de kantine van het NOB en de keer daarna waren we op de begrafenis van collega Roel Deen. Dat was niet bepaald een moment om elkaar te spreken. Bovendien keek Boudewijn liever naar de grond dan dat hij mij aan moest kijken.

Een paar jaar later was hij dood.

Op de avond waarop ik hoorde dat Boudewijn was overleden heb ik me voorgenomen dat ik voortaan direct contact opneem met de persoon in kwestie, wanneer ik hoor dat iemand niet tevreden is over mijn werk. Of diegene dat nou prettig vindt of niet. 

Je moet elkaar altijd recht in de ogen blijven kijken, open staan voor kritiek, maar ook iemand waarmee je werkt kunnen uitleggen wat je niet bevalt. Dat is een wezenlijk onderdeel van ons vak. Misschien wel van het leven. Wie daar niet mee kan of wil dealen heeft pech gehad. 

Boudewijn was er in elk geval niet goed in. De lul. Als er toch een hemel is kom ik daar zeker nog een keer op terug.

 

'Met Panda en Ulrike ben ik aan de montage begonnen van veertien Goethe-programma's waarvan ik er overigens nog twee moet opnemen. Over het camerawerk ben ik niet zo tevreden, maar gelukkig is er een overvloed aan materiaal.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 269, 8 december]

 

Columnist Anne Boermans in het Financieel Dagblad van zaterdag 29 mei 1999 over De Wereld van Boudewijn Büch:

 

'De cameraman, Jan Rein Hettinga, levert daarbij een topprestatie. Hij volgt Büch voortreffe­lijk. Hij heeft een camera op zijn schouder die toch al gauw zo'n dertig kilo weegt. Om z'n middel zit een zware riem met accu's voor de stroomvoorziening. Die weegt eveneens vele kilo's. Terwijl hij half naast Büch een trap op moet, ziet hij door zijn camera alleen het hoofd van de presentator, niet de treden. Hij moet dus èn Büch scherp in beeld houden, al dat ge­wicht torsen, èn op gevoel de houten trap oplopen, waarbij hij bovendien geluidloos probeert te zijn, terwijl alles kraakt en steunt onder het geklos van de - forse - presentator.

Cameraman Hettinga slaagt er op deze manier in een compleet interieur op drie verdiepingen te laten beschrijven, in èèn ongemonteerde opname ('one track') van maar liefst vier minuten en vijftien seconden. Dat is vakwerk.

.....

Büch en Hettinga gebruiken een aantal prachtige technieken om het product voor de kijker aantrekkelijk te maken.

.....

Het is èèn van de mooiste series die momenteel op televisie te zien is.'






 

zaterdag 18 juni 2022

Darts in Kopenhagen

 

Darts is een Engels spelletje en dus zou je verwachten dat de televisieregistratie van deze sport in handen is van bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk. Dit was misschien ook zo, maar de laatste jaren verzorgen Nederlandse collega’s steeds vaker de live-uitzendingen van grote internationale dartstoernooien. Zo ook de vorige week in Kopenhagen en ik mocht een keer met ze mee. Bij de Nordic Darts Masters van PDC heb ik gelijk mijn debuut gemaakt voor ViaPlay. Weer allemaal nieuwe partijen die voor extra werkgelegenheid in onze branche zorgen en als freelance cameraman juich ik dat natuurlijk toe.

Ik had wel eens bij een dartstoernooi gefilmd, maar ik had niet eerder meegewerkt aan de registratie van de wedstrijden. Dat is een vak apart. Het is interessant om dit eens van dichtbij mee te maken. 

In het Forum van Kopenhagen was een grote regieruimte ingericht achter het podium. Het was er bloedheet, omdat in de matig geventileerde ruimte allerlei apparaten stonden te loeien en best veel mensen met elkaar de beperkte zuurstof deelden. Dat kon mij niet deren. Ik zat, met de joystick van de remotecamera die ik moest bedienen, midden in een voor mij nieuwe ‘sterrenkeuken’. Van dichtbij zag ik de samenwerking tussen de darts-spotter en onze regisseur. Een Engelsman en een Nederlander, die samen het ritme van deze internationale tv-uitzendingen bepaalden. Het is fascinerend om te zien hoe zij inspelen op zoveel variaties, gebruik maken van werkelijk alle keuzemogelijkheden, in een waanzinnig hoog tempo en dat vele uren achter elkaar.

Naar verluid is Richard Ashdown een van de beste darts-spotters van de wereld. Een soort helderziende regie-assistent, die in een razend tempo aan de ogen van darters kan aflezen wat ze zullen gooien. Deze vriendelijke Engelsman weet van elke speler hoe hij of zij op iedere spelsituatie reageert. We hebben in twee dagen tijd vijftien lange wedstrijden in beeld gebracht en voor zover ik het heb meegekregen zat Ashdown er niet een keer naast. Dat is even wonderlijk als briljant. Voor zijn neus had hij een gigantisch touchscreen waarop een digitale variant van het dartbord te zien was. Door op een vak te klikken kon hij razendsnel het juiste shot voorzetten: Een close uitsnede van dat deel van het dartbord waar de pijl terecht zou komen. Hoe het technisch precies werkt is natuurlijk geheim en bovendien snap ik het zelf nog steeds niet helemaal. Een uniek computersysteem is gekoppeld aan een aantal 4K camera’s die op het bord zijn gericht. Dit is uitgedokterd en ontwikkeld door de Nederlandse producent Robbert van Loon van Keytown Productions. Dankzij deze slimme techniek wordt de registratie van deze sport sneller en accurater. Het gaat alleen mis als je er niet ook de juiste mensen bij hebt om zo’n systeem optimaal te laten functioneren. Spotter Ashdown is hierin superbelangrijk, maar daarnaast zit de Nederlandse regisseur Dion Laan. Hij vormt samen met Ashdown het kloppend hart van deze productie. 

Ik heb vaak naar darts gekeken, maar thuis op de bank heb ik me nooit gerealiseerd hoe hoog het tempo ligt. Pok, pok, pok… volgende speler. Pok, pok, pok. De beeldwisselingen volgen elkaar vliegensvlug op. Shots staan gemiddeld twee seconden. Klaar staan, split screen met dartbord, pijl close in bord, nog closer ter bevestiging, applaus, volgende worp, bord close, andere speler, klaar staan, split screen, close bord… De regisseur is sneller dan de vliegende pijlen. Hij schakelt zelf en dat maakt het in mijn ogen alleen maar knapper. De keuze is reuze. Je moet het wel allemaal overzien. Zoveel beeldbronnen en al die verschillende situaties en spelmomenten. Menig concertpianist zou jaloers zijn op zijn vingervlugheid. Hij moet voortdurend de juiste vakjes van het dartbord tonen, want anders is het voor de kijker niet te volgen. 

Ik ben wel wat gewend in de televisie-industrie, maar hier was ik toch echt even onder de indruk. Ondertussen worstelde ik met mijn eigen camera. Ook dat ging allemaal snel. Na een paar legs had ik mijn taken op een rij en kreeg ik langzaam de boel onder controle. Naarmate het toernooi vorderde lukte het steeds meer om zelf iets toe te voegen of keuzes te maken zonder dat de regisseur mij nog moest aansturen. Daarmee kreeg ik niet alleen de smaak te pakken, maar ook lol in het spelletje. 

Na de eerste avond heb ik een diepe buiging gemaakt voor de regisseur en de spotter. Voor de producent heb ik mijn pet afgenomen. Dankzij dit weekend in Denemarken zal ik nooit meer ‘gewoon’ naar darts kijken. 





zondag 29 augustus 2021

Collins Cup

 


Het leek wel een droom. Of, als er een motorcameramannenhemel zou bestaan, dan mag die er van mij zo uitzien.

 


 

Op zaterdagochtend stonden, bij het nationale sportcentrum van Slowakije, op een groot parkeerterrein in Šamorín, maar liefst twaalf cameramotoren te glimmen op een rij. Twaalf! Ik vind eentje al mooi. Bij de Amstel Goldrace gebruiken ze er vier. In de Tour de France een stuk of zes. Nu stonden er twaalf naast elkaar. Strak in lijn, zoals dat hoort. En allemaal uitgerust met een complete set. Elke camera had een gestabiliseerde lens, elke motor was uitgerust met een antenne voor een RF verbinding én een 4G verbinding. Intercom, roodsignalering en shading (voor de techneuten onder ons). Het was om je vingers bij af te likken. 

We waren bij de Collins Cup. Dat is een nieuwe vorm van triatlon, waarbij teams uit Europa, Amerika en een samengestelde ploeg uit de rest van de wereld het tegen elkaar opnemen. Iets met groepjes van drie en een ingewikkelde puntentelling. Twee kilometer zwemmen, tachtig kilometer fietsen en achttien kilometer hardlopen. Om de tien minuten starten drie atleten. En zo zijn het twaalf wedstrijdjes in een wedstrijd. Zes keer drie dames en zes keer drie heren. Dit evenement is vernoemd naar John Collins, de bedenker van de Ironman triatlon op Hawaii.

Volg je me nog? Het maakt ook niet zo veel uit. Ik wil jullie vooral iets vertellen over de registratie, die live werd uitgezonden op Eurosport2. 

Het probleem van een ‘gewone’ triatlon is dat het lastig is om zo’n duursport goed in beeld te brengen. Het is eigenlijk een beetje saai, duurt lang en TV-technisch is het een dure sport. Daarom zien we het niet vaak live. Deze organisatie had echter enorm uitgepakt. Bootjes met camera’s bij het zwemmen, een flycam, steadicam, helikopter, draadloze camera’s bij de wisselpunten, een Quad, cranes en dus de twaalf motoren van NEP Nederland. Iets wat nog nooit is vertoond.

Twaalf cameramensen met ervaring op de motor en twaalf professionele motorrijders. Dat was voor de planning nog een hele zoektocht. Misschien de reden dat ik mee mocht, maar dat maakt mij niks uit. Ik was erbij! Op woensdag vlogen we met een grote ploeg naar Slowakije, om op donderdag te testen en het parkoers te verkennen. Drie vrachtwagens met techniek en motoren waren ons vooruit gereisd. Vrijdag had de motorploeg een vrije dag, zodat het technische team in alle rust de puntjes op de i kon zetten. Bij zo’n gigantische operatie is dat geen overbodige luxe. 

Zaterdag was eindelijk de race. In de ochtend nog een laatste test en ’s middags stapte om de tien minuten een nieuw team op de motor. Ik vond dat alleen al geweldig om te zien. De voorbereiding van mijn collega’s, de concentratie van die mannen en dan het wegrijden. Helikopter laag boven het hoofd en hoog in de lucht een vliegtuig dat rondjes draait, als een extreem hoge zendmast voor de verbindingen. Samen met motorrijder Arno Koning zat ik op motor 9. Rond half vier waren wij eindelijk aan de beurt. We volgden de negende race, die ging tussen Sebastian Kienle uit Europa, Andrew Starykowicz uit de USA en Lionel Sanders bij de Internationals. 

Omdat de Collins Cup een nieuw evenement was, moesten ook wij het wiel met elkaar uitvinden. Gelukkig hadden Arno en ik al even kunnen afkijken hoe collega’s die eerder vertrokken waren het er vanaf brachten. Het was duidelijk dat het production team uit Engeland lang en goed had nagedacht over de manier waarop ze deze wedstrijd in beeld wilden brengen. Met veel camera’s, goed commentaar, interviews, analyses en heldere graphics. Onze Engelse regisseur had in ieder geval flink mogen uitpakken. Aan middelen geen gebrek. Nadeel voor ons was wel dat we, in de overvloed aan beelden, allemaal drie uur op de motor zaten om slechts een keer of vijf in de uitzending geschakeld te worden. De rest van de tijd hielden we als een soort veredelde bewakingscamera onze race in de gaten. Maar voor de liefhebber werd het een interessant programma, waarin veel gebeurde. Arno en ik hadden ‘mazzel’ met een valpartij in een van de eerste bochten. Sanders ging op de natte weg onderuit. Ondanks wat schaafwonden wist hij ‘onze’ race uiteindelijk toch te winnen.

Toen wij terug kwamen op het TV compound stonden de eerste motoren al ingepakt in de vrachtwagen. Een half uur later was ook motor twaalf binnen. Mission completed. Het was allemaal goed gegaan. Niks geks gebeurd en, ondanks zoveel complexe techniek bij elkaar, had alles van begin tot eind goed gefunctioneerd. Het waren bovendien vier heerlijke dagen met een groot professioneel team. Ik maak een diepe buiging voor de mensen van NEP die dit project geleid hebben en de mannen die de techniek verzorgd hebben. Het was dik in orde en dus is het niet verwonderlijk dat ook de klant super tevreden is. Het schijnt dat er het volgend jaar weer een Collins Cup is. Of ik daar dan weer bij mag zijn zullen we wel zien, maar deze ervaring pakt niemand mij meer af. 







vrijdag 17 juli 2020

crimineel

Het is bijna donker als we de A12 afrijden bij De Meern. Onderaan de afrit stuurt Bas zijn oude witte Caddy naar rechts. Hij moet een lus onder de snelweg door maken om uit te komen op de carpoolplaats bij de Starbucks. Het parkeerterrein ziet er behoorlijk verlaten uit. Er zitten gaten in het wegdek en overal ligt afval.

De dag is klaar, maar we zijn nog lang niet uitgesproken. Al kletsend zet Bas zijn Volkswagen achter de mijne. We stappen uit, ik pak mijn tas en trek de achterklep van mijn bruine Passat open. 

“Wat heb jij allemaal bij je?” Vraagt Bas. 

Hij kijkt een beetje keurend naar de kratjes en kistjes in mijn kofferbak. Er ligt, naast de lichtset en een oude GoPro, een tennisraket (cadeautje voor mijn dochter), een fotostatief, een kabelriem en vooral een ongelofelijke hoeveelheid kleding. Jassen, schoenen, shirts en regenbroeken. 

Ondertussen sta ik bij de achterkant van zijn auto te bedenken welke accu’s er voor morgen nog op de lader moeten en welke spullen kunnen blijven liggen. Ik grijp nog een tas, gooi die in mijn auto en neem dan coronaproof afscheid van Bas. Morgen kletsen we verder. 

We stappen allebei in onze auto’s en rijden achter elkaar van de bekende carpoolplaats af. Bij de volgende stoplichten staan we naast elkaar. Ik wil nog zwaaien, maar Bas kijkt stoicijns naar het rode licht. Als we weer mogen draait hij de A12 op en vervolg ik mijn weg langs de geluidswal in de richting van Veldhuizen.

Tien minuten later gaat mijn telefoon. ‘Bas’ staat in het display. Ik ben toch niks vergeten?

Of ik ook ben aangehouden, vraagt Bas. 

Aangehouden?

Ik?

Hij vertelt dat zijn Caddy op de snelweg is ingehaald door een snelle grijze Golf. Vervolgens knipperde er een bordje met de tekst: ‘Stop Politie. Volgen’. Bij de eerstvolgende benzinepomp moest hij de snelweg af en werd hij gelijk klemgereden voor een andere politieauto.

Bas is een van de meest vredelievende regisseurs die ik ken. Daar zit geen greintje kwaad in. Maar als je hem ziet… Ja, hoe zal ik het zeggen? Hij is groot. Kaal. En in een typisch Nederlandse politieserie als Flikken Maastricht zouden ze iemand als Bas kunnen casten voor de rol van slechterik. Zo eentje die lachend het oor van een gijzelaar afsnijdt. Vrij naar Quentin Tarentino. Start Stealers Wheel met Stuck in the middle with you. 

Blijkbaar stonden de agenten in burger te posten op de carpoolplaats. Ik heb ze niet gezien, maar zij ons wel. En kennelijk waren wij verdacht. Als ik terugkijk op onze overdracht van spullen kan ik het begrijpen. Twee kale mannen. Ik met mijn coronabaardje. Zwarte kleding. Dat gedoe met tassen. Kijken in elkaars kofferbak… En natuurlijk bij gebrek aan echte boeven. Wie weet hoe lang die agenten daar al aan het posten waren. Wat laat je lopen en waar ga je achteraan? Etnisch profileren mag niet. Terecht. Maar als Bas en ik een maatpak hadden gedragen en we niet met die oude Caddy waren komen aanscheuren, dan hadden ze mijn opdrachtgever nooit van de weg gedrukt.

Heel lang duurde het overigens niet. Hij moest zijn rijbewijs tonen en uitleggen wat wij daar deden. Kennelijk was zijn verklaring overtuigend genoeg. Mij hebben ze nooit aangehouden. Voor het verhaal hebben ze wel de verkeerde uitgekozen.

Helaas kan ik het dan ook niet spannender maken.