vrijdag 30 mei 2014

(I can't get no) Satisfaction



Paint it Black was de titelsong van de Amerikaanse tv-serie Tour of Duty. Deze reeks over de oorlog in Vietnam werd in 1990 uitgezonden door Veronica en dankzij dit populaire televisieprogramma stond het Stones-nummer in mei van dat jaar vijf weken lang op 1 in de Nederlandse Top 40.
In die dagen legden Rob en ik de basis voor een vriendschap die nooit meer stuk kan gaan. Twee of drie keer in de week zaten we bij Café Maximiliaan op de Markt in Geleen. Kroegbaas Max draaide veel van de Stones. Wij, mannetjes van zeventien en achttien, werden die zomer op die plek definitief gegrepen door een onuitroeibaar Rolling Stones-virus.
De eerste CD van de Stones die ik kocht was een verzamelaar met nummers als Miss You, Emotional Rescue, Fool to Cry en Angie. Het kan zijn dat ik uitgerekend deze nummers tegenwoordig niet meer zo spannend vind, omdat ik die cd toen helemaal stuk gedraaid heb.
Op aanraden van Max kocht ik niet veel later het dubbelalbum Love You Live. Van deze live CD word ik wel nog steeds extreem vrolijk. Als ik hem op zet ga ik onmiddellijk terug in de tijd. Terug naar mijn Michael J. Fox bodywarmer, mijn lange haren, een wijde spijkerbroek en mijn Kangaroos gympies. Dan zit ik weer in de kelder van de Hanenhof bij Lokale Omroep Start, op het terras van de Luifel aan de Kriek Lambic of zwaai ik mijn toenmalige vriendinnetje uit op Station Lutterade. Het waren de nadagen van mijn pubertijd. Mixed Emotions. En achteraf gezien was het de meest zorgeloze tijd van mijn leven. Het enige waar ik last van had, dat waren de onverwachte overhoringen van onze engels docent, Juf Hetty Smeets.
Op donderdag 16 augustus 1990 traden de Rolling Stones op in het Parkstadion van Gelsenkirchen. Rob en ik hadden kaartjes. Mijn vriendinnetje en haar moeder gingen mee en zorgden met hun oude Volvo 343 voor het vervoer. Ik had inmiddels wel al andere wereldberoemde artiesten bezocht. Tina Turner, UB40, Toto en de Simple Minds, maar de Rolling Stones dat is toch even andere koek. Dit was bovendien mijn eerste stadionconcert. De Urban Jungle Tour. Ook toen dachten we dat het wel eens de laatste kans zou zijn om de Stones in het echt te zien spelen. Het was in elk geval een van de laatste optredens van de band met Bill Wyman op bas. Hij zou na die avond nog drie keer meespelen.
Ik vond het magisch. Vooral Sympathy for the Devil maakte op mij veel indruk. Opeens stond Mick Jagger bovenop een hoge toren. Even later, na een gitaarsolo, holde hij alweer over het podium. Paint it Black. Die energie was geweldig. Het waren toen, 24 jaar geleden, al oude mannen. En ik was definitief verkocht.
Flashpoint, de live CD die een paar maanden na dit optreden werd uitgebracht, is nog steeds door mij het meest gedraaide album. Natuurlijk weet ik al lang van het bestaan van Sticky Fingers, Exile On Mainstreet, Get Your Ya Ya’s Out en allerlei andere platen, maar uiteindelijk word ik (onder alle omstandigheden) het meest blij van Satisfaction in de Urban Jungle uitvoering. En als ik ooit begraven word hoop ik dat ze na Wild Horses ook nog even nummer 15 van Flashpoint keihard zullen draaien. Inclusief de woorden van Mick Jagger die, vlak voordat Keith inzet, roept: ‘Yeah, let’s go!’



dinsdag 27 mei 2014

NIET VOEDEREN SVP!

Onderstaande column schreef ik voor Broadcast Magazine en is deze maand gepubliceerd in hèt mediavakblad van Nederland:

Er valt nog heel wat te verprutsen aan een bak stamppot. Uit ervaring weet ik ook dat niet elke cateraar een smaakvolle lasagne kan presenteren. Je hebt zelfs nasi én nasi. Wie wil behoren tot de tv-nomaden die van locatie naar locatie trekken moet een alleseter zijn.

Slecht eten is absoluut een van de grootste ergernissen in Omroepland. We leven al in een permanente staat van jetlag door gekke begin- en eindtijden en we werken doorgaans keihard om alles binnen het budget voor elkaar te krijgen. Dan is een gezonde maaltijd toch niet teveel gevraagd?
Helaas is drie keer zompige boerenkool met worst in vier dagen voor veel collega’s geen uitzondering. Of je nu in Rotterdam, Kerkrade of Helmond bent, er staan twee chafing dishes op een tafel met daarnaast een stapel borden en een mandje vol bestek. Wat er in die warmhoudbakken zit is zelden een aangename verrassing. Kleffe aardappelgratin, een nauwelijks gevulde lasagne of  plakkerige penne.
Natuurlijk zijn er opdrachtgevers die wel begrepen hebben dat elke crew bereid is om twee keer zo hard te lopen als er goed voor ze gezorgd wordt (Basisboek Televisiemaken, bladzijde 1!), maar helaas is de kwaliteit te vaak ver onder de maat. Op internet circuleren foto’s van voer dat je nog niet aan je hond zou voorschotelen. Een made in de koffie, dat is géén sterk verhaal. Ik heb recent nog plaatjes gezien, waarvan je niet met zekerheid kan zeggen of ze voor of na het verteren zijn gemaakt.
Wie dagen achter elkaar genoegen moet nemen met een smakeloze ziekenhuisprak, die gaat morren. Temeer, omdat we onze dagvergoeding (ongeveer zeventien euro per dag) inleveren voor dit voedsel. Dus in feite betalen we er zelf voor.
Wanneer we met een grote ploeg op pad zijn is het geen doen als iedereen zijn eigen maaltijd gaat regelen. Dat duurt te lang en opdrachtgevers houden de ploeg graag bij elkaar om ze snel op te kunnen roepen als er iets extra’s gedaan moet worden. Vandaar dat de ‘sejours’ onvrijwillig wordt ingehouden en de producent zorgt voor catering.
De irritatie is dan ook groot wanneer de indruk ontstaat dat er op het eten is bezuinigd. Het gebeurt. Serieus! Ik ken verhalen van producties waar beknibbeld is op yoghurtjes van dertig cent. Geen toetjes meer.
De mensen die elke dag tot hun enkels in de modder staan, die nooit op normale tijden thuis zijn en altijd in het weekend werken mogen niet zeuren. Eten wat de pot schaft. Begin niet over de schijf van vijf, want je wordt uitgelachen. Als je iemand wilt aanspreken over het eten, blijkt het zo georganiseerd te zijn dat elke betrokkene weer naar iemand anders kan wijzen. De cameraman is ingehuurd door een facilitair bedrijf dat op haar beurt een spannend contract heeft met een producent, die werkt in opdracht van een omroep en er zijn meestal ondoorzichtige afspraken met de locatie waar gefilmd wordt. In geval van nood krijgen hogere machten op kantoor de schuld. Klagen heeft echt geen enkele zin.
Het is wachten op de dag waarop een hele ploeg naar het toilet holt op het moment dat de uitzending begint. Ik overdrijf niet; dit is een reëel scenario. Zelf heb ik al meerdere malen met buikkramp achter mijn camera gestaan en na afloop excuses moeten maken aan de kabelassistent achter mij.
Wie openlijk commentaar levert riskeert een officiële berisping of loopt als freelancer het gevaar niet langer ingehuurd te worden. Na mijn laatste kritische voedseltweet had ik binnen vijf minuten een narrige producent aan de lijn. In Stamppotland is namelijk iedereen bang voor iedereen. Voor je het weet maken ze gehakt van je.
Meestal blijf ik vrolijk onder alle omstandigheden, maar soms krijg ik hier zo de schijt van dat het er echt even uit moet.










maandag 26 mei 2014

in the picture

Roel leest de krant van wakker Nederland. Blijkbaar. En hij was er vroeg bij. Al om 07.45 uur stuurde hij mij een berichtje met daarin een snapshot van een foto uit De Telegraaf van vandaag. Roel vroeg zich af of ik het was op de foto. En verdomd; ik sta in de krant!!!
Ik naar de winkel. Gelijk De Telegraaf uit het schap getrokken en al bladerend richting kassa, maar nog voor ik kon betalen had ik door dat ik er niet in stond. Niet in deze. Krant terug in het rekje en naar een andere winkel. Ook daar vond ik het artikel over de carnavalsoptocht van gisteren in Sittard niet terug. Gek! Wel kreeg ik via Facebook meer meldingen binnen van vrienden in den lande die mij gespot hadden. Kennelijk staat het stuk in allerlei edities, maar niet in de editie van Utrecht en omgeving. Jammer.
Gelukkig was Roel later op de dag zo vriendelijk om in Enschede een foto te maken van het artikel. Daar dus wel. Dit plaatje vond ik aan het eind van de middag in mijn mail. 




Deze foto is gisterenmiddag gemaakt bij de jubileumoptocht van een vereniging van praalwagenbouwers uit Sittard. Die club bestaat 11x11 jaar en dat is in Limburg een belangrijk lustrum. Ze hadden ruim vijftig grote carnavalswagens uit het hele land naar Sittard laten komen voor een bijzondere stoet. Carnaval in mei. Het was een beetje vreemd, maar wel lekker. Vooral het weer dan.
Arnoud Nilwik, de fotograaf, heb ik zien lopen. Dit is volgens de fotoredactie van zijn krant kennelijk de beste foto die hij tijdens dit evenement heeft gemaakt. Eerlijk gezegd valt het mij een beetje tegen. Het draaide namelijk allemaal op joekels van praalwagens, allemaal even kleurrijk en imposant, maar wat we te zien krijgen zijn twee verklede meisjes, een cameraman en zijn assistent.
Nou is het niet netjes om hard te oordelen over gemaakte keuzes als je de beweegredenen niet kent. Ik probeer me dan ook in te houden. Misschien is de camera van de fotograaf na afloop gestolen en is alles wat hij nog had een kiekje, gemaakt met zijn mobiele telefoon. Wellicht heeft de fotoredacteur op zondagmiddag een beroerte gekregen. Of er stond nog veel meer op deze plaat en is er een belangrijk stuk van de compositie afgesneden door een vormgever die zijn dag niet had. Zou allemaal kunnen.
Het leuke aan deze foto -en tevens het enige positieve wat ik kan bedenken- is mijn hoofd. Die kop spreekt boekdelen. Op het moment van afdrukken gooi ik de camera op mijn schouder. Het voorgaande shot heb ik onderhands gemaakt. Het is kennelijk weer tijd om op ooghoogte te filmen. Met een veelbetekenende blik kijk ik nog even over mijn schouder. De vorm van mijn mond doet vermoeden dat ik niet blij ben, maar ik moet hierbij aantekenen dat dit een actiefoto is. Een momentopname. Zelf wil ik het liever betitelen als een geconcentreerd hoofd met een gespannen mondje.





Het voorbij trekken van die hele optocht heeft anderhalf uur geduurd. Misschien nog wel langer. Natuurlijk heb ik gedurende die hele registratie een paar keer gebaald. Dat hoort erbij. In de hitte van de strijd zijn er vele momenten die net niet gaan zoals je zou willen. Dan lukt een shot niet, word je net te laat geschakeld om nog een mooie beweging in te zetten, kom je een keer net niet helemaal scherp uit, zie je te laat dat je door het beeld van een collega banjert of de regisseur drukt je weg, precies wanneer jij hèt shot van de dag wil maken. Kan zomaar gebeuren. Op zulke momenten kijk ik kennelijk zo.

Mensen die met een vergrootglas naar deze foto gaan kijken wil ik voor zijn. Ik keek zo twijfelachtig naar achteren, omdat ik me zorgen maakte. Mijn vriendelijke kabelassistent had namelijk al halverwege de opname meer knoop dan kabel in zijn handen. Ik had een sprintje getrokken om snel te laten zien dat een van die grote wagens vast zat tussen Hotel de Limbourg en de St Michielskerk, bij het oprijden van de Sittardse Markt. In paniek had mijn steun en toeverlaat de bos triax losgelaten en nu zaten we met de gebakken peren. Precies op het moment waarop ik even de schade achter mij opnam, heeft de fotograaf van De Telegraaf zijn sluiterknop ingedrukt.
Eigenlijk moet je als cameraman dus te allen tijde alert zijn. Je kan op elk moment van de dag vereeuwigd worden en voor je het weet sta je met je witte gympen in de krant. Ja, die gympen, die zijn eigenlijk nog het allerergste. Dat ligt hier in huize Hettinga uiterst gevoelig. Mijn vrouw vindt het namelijk absoluut niet meer kunnen dat ik nog zulke schoenen draag. Sportschoenen die trek je volgens mijn lieve Lief uitsluitend aan als je gaat sporten. Kinderen en pubers met witte sokken in witte gymschoenen, dat kan nog net, maar een volwassen kerel, 41 jaar oud en een slordige 95 kilo zwaar, die loopt niet meer op dit soort gympies.
Alleen had ik die schoenen gisteren stiekem aangetrokken, omdat ze zo lekker zitten. En ik had een korte broek aan, daar staan volgens mij ook niet zomaar alle schoenen bij. Dus ik dacht nog, toen ik in alle vroegte het huis uit sloop en richting Limburg vertrok, ‘Wat niet weet, dat niet deert.’
En nu sta ik verdomme met die gympen in de krant…