zondag 28 juni 2020

licht en lucht

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

nr. 37 / dag 115


 

Zie ik het nu goed? Heel voorzichtig flakkert aan het einde van de tunnel een lichtpuntje. Het einde is nog niet in zicht, dus voorzichtigheid is geboden. Schijn kan bedriegen. We zijn er nog niet en nieuwe donkere tunnels kunnen volgen. Het landschap is onoverzichtelijk. Niemand heeft een routekaart. Onze navigatie is op 12 maart uitgevallen en sinds die tijd hapert het systeem. Daar vertrouw ik voorlopig nietmeer op. Intuïtie, gezond verstand en goede gesprekken met verstandige mensen bepalen op dit moment de koers.

Maar…

De maatregelen zijn sneller versoepeld dan een paar weken geleden nog gedacht. Ik hoor dat er weer meer bedrijvigheid is. Offertes worden aangevraagd en de eerste voorzichtige opties staan met potlood in mijn agenda. Er zijn zelfs weer een paar ‘aanvragen op naam’ voor de komende weken. Ik durf de vlag nog niet uit te hangen, maar aan het aantal telefoontjes te merken komt de boel heel langzaam in beweging. 

Of er op korte termijn genoeg werk is voor alle freelance cameramensen betwijfel ik. Zo lang de sport niet op volle toeren draait en grote evenementen nog niet doorgaan zal de vraag beperkt blijven. Bovendien komt de zomerperiode er snel aan. 

Toch hoop ik vurig dat we vanaf nu weer vol gas gaan produceren. Mooie dingen maken, samenwerken, lol trappen en geld verdienen. Elkaar in de ogen kijken, aanvoelen wat die ander denkt en daar op inspelen. Vakmanschap, buffelen en passie. Van niets iets maken.

Misschien is het opportunisme, maar ik ben positief gestemd. Al mijn inspanningen van de afgelopen maanden werpen hun vruchten af. Zestien verschillende opdrachtgevers heb ik sinds het begin van de crisis, waaronder negen nieuwe. Ik heb een paar kleine klusjes gedaan, die ik voor het gemak mee tel, maar er zitten ook een aantal bedrijven bij waarvan ik hoop dat ze mij in de toekomst ook weten te vinden. Het zou de winst van deze crisis kunnen zijn als ik straks iets minder afhankelijk ben van de grote Hilversumse partijen. Risicospreiding is immers belangrijk. 

Deze week heb ik voor Videobrix en Miltenburg AV gewerkt. Twee vergelijkbare bedrijven die wel eens wat doen voor de omroepen, maar daar niet afhankelijk van zijn. Het viel me op hoe dankbaar zij zijn en hoe zij hun best doen om het een ervaren freelancer naar de zin te maken. Wij kunnen elkaar enorm versterken. Ik kon mijn kennis delen en tegelijkertijd veel leren van hun werkwijze. Daar werd ik extreem vrolijk van. De programma’s die we maakten worden niet door miljoenen mensen bekeken en de beschikbare budgetten waren beperkt, maar juist door super creatief te zijn, een beetje rekening te houden met beperkingen en optimaal gebruik te maken van nieuwe technieken hoefde er niet bezuinigd te worden op de tarieven van de hardwerkende mensen achter de schermen. Grappig detail is dat mijn geld binnen een paar uur na het versturen van de factuur al op mijn rekening stond. 

Ik vind hele grote tv-operaties zoals met Koningsdag, de Intocht, de Amstel Goldrace, Pinkpop, de Marathon van Amsterdam, het NK Veldrijden of de Military van Boekelo altijd super spectaculair, maar ik houd ook van klein en fijn. 

Maar goed, ik draaf nu door. Zoals gezegd zijn we er nog niet. Het voelt als dansen op een dun koord, want als ik nu te hard roep dat ik af en toe werk heb, dan krijgen opdrachtgevers wellicht ten onrechte de indruk dat ik onder de pannen ben. En wat denken de collega’s bij wie de telefoon nog niet heeft gerinkeld? Ik vind dat super lastig. Natuurlijk moeten we het werk eerlijk verdelen, maar ik heb zelf ook een enorm gat in mijn begroting. Dus kan ik eigenlijk wel schrijven dat ik alweer wat opdrachten heb? Tegelijkertijd denk ik dat het ook niet slim is om te doen alsof ik zielig ben. 

Ik trek er keihard aan en het komt niet bepaald aanwaaien. Dit is het jaar van de waarheid voor elke ZZP’er. Nu moeten we echt ondernemen. En als we aan het einde van 2020 de balans opmaken, dan hoop ik te kunnen stellen dat ik het (naar omstandigheden) goed gedaan heb. 

 


in de lift...



 

 

vrijdag 26 juni 2020

Job Rotation

Tot diep in de nacht had ik zitten prutsen met een videomontage. Het is toch anders als je een film voor een opdrachtgever maakt en er geld voor krijgt, in plaats van editen voor privégebruik of het YouTube kanaal van je zoon. Opeens moet je voldoen aan de wensen van je opdrachtgever en is het geen optie om alleen te doen wat je kent of wat je zelf leuk vindt. Zo moest ik een heel eind buiten mijn comfortzone, omdat ik gezegd had dat ik dit varkentje wel even zou wassen. Een leerzame, maar ook stressvolle exercitie die me meer tijd kostte dan vooraf begroot. 

Dit vertelde ik tegen een bevriend editor. Enigszins bezwaard, omdat ik eigenlijk zijn werk had aangenomen. Deze malle coronatijd zorgt niet alleen voor nieuwe uitdagingen, maar ook kijk ik inmiddels anders tegen kansen en opdrachten aan. Noodgedwongen moet ik pakken wat ik pakken kan. Dat begreep die editor als geen ander. Ook hij is ondernemer. Hij vertelde me dat hij onlangs een dag als geluidsman op pad is geweest. Hij herkende mijn twijfels en ongemak dus helemaal, want hoewel hij precies weet wat een geluidsman moet aanleveren, was het toch andere koek om dat ook even zelf te doen.

Er zat nog een andere editor te luisteren naar ons gesprek en die durfde opeens op te biechten dat hij een dag had gedraaid als cameraman. Gauw vertelde hij erbij dat het niet zijn ambitie is om cameraman te worden en hij wil geen enkele cameraman voor het hoofd stoten. Bovendien heeft hij twee dagen lang rondgelopen met een beurse schouder en pijn in zijn rug. We kwamen tot de conclusie dat het wellicht slimmer was geweest als ik mijn montageopdracht had uitbesteed aan de editor en als hij mij had gebeld voor dat filmklusje, maar een stukje job rotation kan ook geen kwaad. We hebben nog meer respect gekregen voor elkaars vakgebied. 

Wel vraag ik me zo langzamerhand af hoe ver het moet gaan. Een collega cameraman is een kanoverhuurbedrijf begonnen. Een ander werkt tijdelijk als hovenier. Een freelance geluidsman biedt zijn diensten aan als schilder. Een werkloze cameraman is fietskoerier en bezorgt maaltijden. Een beeldtechnicus brengt nu met zijn bus pakketjes rond voor een groot postbedrijf. Ik heb ontzettend veel respect voor deze super flexibele ondernemers. Hulde voor collega’s die niet bij de pakken neer gaan zitten of bij de telefoon wachten tot ze weer gebeld worden. 

Zelf zoek ik vooral naar creatieve mogelijkheden om binnen mijn vakgebied wat geld te verdienen. Dat is ontzettend lastig want ik ben niet de enige cameraman die zich vol enthousiasme stort op live streams, bedrijfsfilms, schoolmusicals of desnoods begrafenissen. Daarom hoop ik ook nog steeds vurig dat deze crisis tijdelijk is, dat omroepen snel meer nieuwe programma’s gaan bestellen en dat een wereld zonder grote (sport)evenementen niet het nieuwe normaal wordt. Ik wil zo graag weer doen waar ik echt goed in ben. 

 

 

Deze column schreef ik voor BM, hèt mediavakblad van Nederland en staat in het juli nummer van 2020 (jaargang 31, nr. 390). Een abonnement op Broadcast Magazine kan ik iedereen van harte aanbevelen.







donderdag 18 juni 2020

high society

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

(nr. 36 / dag 105)


De vorige week donderdag knapte er iets bij mij. Na afloop van de online Broadcast Media Society sessie heb ik een kwartier lang zitten staren naar het scherm van mijn laptop. De knoop in mijn maag was gigantisch. Al de hele crisis ben ik strijdbaar en vind ik mezelf gematigd positief, maar nu zakte de moed me in de schoenen. Het waren de wijze woorden van mevrouw Georgette Schlick (CEO FremantleMedia), die me het zetje gaven waardoor ik achterover kukelde in een diepe donkere put.  

Mij was gevraagd om tijdens de online meeting in te bellen met een vraag namens alle freelancers, die inmiddels meer dan 100 dagen werkloos thuis zitten. In een tot studio omgetoverde zaal van Beeld en Geluid zaten omroepkopstukken als Frans Klein (NPO), Paul Römer (Talpa Network), Boudewijn Beusmans (EndemolShine), Karin de Groot (ITV Studio’s), René Delwel (United), Ralf van Vegten (NEP) en dus zoals gezegd mevrouw Schlick. Ze werden over de complexe coronatijd aan de tand gevoeld door de altijd sympathieke Roos Moggré. Aan de andere kant van het internet keken een paar honderd geïnteresseerden uit de mediawereld mee.

Na een inleidend rondje, waarin de managers van al die grote belangrijke partijen uit de omroepwereld konden vertellen hoe ze hun organisatie in razend tempo radicaal hebben omgegooid en waarin ze aangaven dat ze inmiddels weer met iets meer vertrouwen vooruit durven te kijken, werd ik er via Zoom bij gehaald. Als “woordvoerder” van alle werkloze ZZP’ers probeerde ik een oproep te doen aan de grote bazen in Hilversum om de kleintjes niet te vergeten. Mijn idee is dat er snel meer gemaakt moet worden en dat het werk op een of andere manier eerlijk verdeeld moet worden, om de kennis en ervaring van freelancers binnenboord te houden. De beste mensen blijven niet bij de telefoon wachten tot omroepen, producenten of facilitaire bedrijven op een dag weer eens gaan bellen. Velen kunnen zich het helemaal niet veroorloven om nog maandenlang af te wachten.

Het is best lastig om dat goed te formuleren via een verbinding met vertraging. Gelukkig waren de eerste reacties begripvol, maar ik kreeg niet te horen wat ik het liefst wilde horen. Natuurlijk kiezen alle grote bedrijven nu voor ‘eigen mensen eerst’. Daar heb ik al ruim drie maanden alle begrip voor. Ik wilde vooral dat de ZZP’ers niet vergeten worden en dat er gekeken wordt wat we wél kunnen doen om de situatie te verbeteren. Samen een plan maken. Ieder brokje steun voor de ZZP’ers is welkom: Informatie, steun richting de politiek en het allerliefst verse opdrachten. 

Ik kan best tegen een stootje en ben realist genoeg om niet gelijk een oplossing te verwachten tijdens zo’n meeting. Ik werd echter hard in mijn ziel geraakt toen mevrouw Schlick het woord kreeg. Je moet het maar even terugkijken (hieronder, vanaf 31:40), dan begrijp je vast wat ik bedoel. 

Ze zei: “Het volume gaat nooit meer zo groot worden als wat het was en ook financieel gaat het ook nooit meer worden wat het was. Of het nou bij de Publieke Omroep is of bij de commerciëlen. Uiteindelijk zullen we hetzelfde moeten maken voor minder geld. Dat is gewoon de essentie, dus ook een oproep aan de freelancers: jullie kunnen je tarieven niet blijven handhaven. Dat geldt voor de acteurs, voor de cameramensen, alles. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen.”

Waarop ik zei: “Er is geen water meer om bij de wijn te doen.” 

Schlick: “Jawel hoor. Als jij nu een job aangeboden krijgt en je moet het voor 20% minder doen, dan mag ik hopen dat je hem aanneemt, want dan heb je werk.”

Ik: “Dat ga ik niet doen.”

Schlick: “Kijk, en daar ligt een deel van de oplossing.”

Ik: “Dat kan ik niet, want ik heb net mijn buffer net opgegeten. Dan kan ik mijn arbeids-ongeschiktheidsverzekering niet meer betalen.”

Schlick: “Dan verschillen wij van mening.”

 

Ik was compleet uit het veld geslagen. Het enige wat ik gevraagd had was begrip voor alle ZZP’ers en nu kreeg ik ijskoud de deksel op mijn neus. Twintig procent! Kennelijk leeft mevrouw Schlick in de veronderstelling dat het geld aan de facilitaire kant van onze branche tegen de plinten op klotst. Ze zou beter moeten weten, want ze heeft zelf een tijdje aan het roer gestaan van dutchView. Blijkbaar is ze inmiddels vergeten dat het inkomen van een freelance cameraman geen vetpot is. Wij verdienen minder dan een schilder, automonteur of loodgieter. Om over geluidsmensen maar helemaal te zwijgen. 

Dit raakt ook niet alleen de freelancers, maar ook de facilitaire bedrijven en de mensen die daar in vaste dienst werken. De marges die deze bedrijven maken zijn piepklein en staan in geen enkele verhouding tot de investeringen die ze doen. 

In betere tijden maken we lange zware dagen, werken we op de gekste tijden en bijna altijd in het weekend. Door keihard te werken onder grote druk, terwijl we soms gekke risico’s nemen ten behoeve van allerlei programma’s en door onze ruggen en schouders langzaam maar zeker te slopen met zo’n zware camera, hebben we een buffertje kunnen opbouwen. Dat eten we nu noodgedwongen op. Op die manier betalen wij de heel hoge rekening van deze crisis. 

Een vriend van mij zei dat ik de opmerking van Schlick niet zo persoonlijk moet nemen… Maar het ìs heel persoonlijk! Dit raakt mij in iedere vezel van mijn bestaan. Het raakt mijn gezin rechtstreeks. De afgelopen maanden doe ik mijn uiterste best om er nog iets van te maken en ondertussen loopt het banksaldo gestaag achteruit. Tot nu toe kan ik geen gebruik maken van overheidssteun en betaal ik mijn belastingen keurig. Ik hoop vurig dat ik de komende maanden de hypotheek, mijn AOV en pensioentje kan blijven betalen. Nieuwe gympen kopen voor de kinderen of die grotere fiets.

Min twintig procent. Ze zei het echt. Nu. Nu we al drie maanden aan het infuus hangen…

 

In een vervolgsessie van de Broadcast Media Society zei NPO baas Frans Klein: “Er werd een beetje gesuggereerd alsof iedereen heel blij en vrijwillig een freelancer of ZZP’er is, nou dat is natuurlijk niet zo in heel veel gevallen. Het is ook de markt die dat soort situaties dicteert. En wij zitten enorm te worstelen met het vraagstuk hoe zet je nou prijzen in de markt? Dan kan je natuurlijk ook de gedachte hebben: Je kan beter een gezonde prijs voor een freelancer hoog houden en dan genoegen nemen met minder productie, dan dat je alleen maar gaat zakken. En dat je mensen bij wijze van spreken tot een bepaalde grens, ik wil niet gelijk zeggen de armoedegrens…. Ik vond het een pittige discussie.”

 

Nou, ik ook! Ik loop er al een week mee rond en heb lang getwijfeld of ik hier een stuk over moest schrijven. Natuurlijk wil ik geen fittie met mevrouw Schlick, maar ik vind wel dat alle ZZP’ers zich moeten realiseren hoe er in de top van zo’n belangrijke productiemaatschappij wordt gedacht. Twintig procent.

Zij wil koste wat kost evenveel blijven maken. Nu noodgedwongen voor veel minder geld. Ik denk dat we mensen normaal moeten belonen en dan maar minder moeten maken. Dat gaat natuurlijk ten koste van werkgelegenheid, maar liever met een kleinere club blijven leven, dan dat we er allemaal kapot aan gaan. 

Blijkbaar zit het bedingen van kortingen zo in haar DNA dat ze het zelfs op zo’n ongelukkig moment nog vol overtuiging probeert. Maar timing en empathie zijn ook managementkwaliteiten. 





















                                                                                                                                                 




.

zondag 14 juni 2020

dag 100

dagboek - ZZP'er in crisistijd

(nr. 35 / dag 100)

 

Zaterdagmiddag heb ik oliebollen gebakken. Het was 26 graden, maar ik heb mezelf wijs gemaakt dat het rond het vriespunt moest zijn. In de schuur vond ik een oude vuurpijl en onder de trap stond nog een fles champagne uit betere tijden. Na het gourmetten keken we naar de oudejaarsconference van Claudia de Breij, die ik toch nog niet gezien had. Om twaalf uur ’s nachts heb ik de kinderen uit bed gehaald, Abba opgezet en met mijn lieve lief het nieuwe jaar feestelijk ingeluid. 

Laten we gewoon opnieuw beginnen. Of zullen we doorspoelen naar 2021? Misschien is dat nog beter. Als ik een knalrode bodywarmer had en een grijze Delorian, met een flux capacitor, dan zou ik het liefst vijfentwintig kilo terugvliegen, naar 1994… Toen ik ook nog haar had, woest aantrekkelijk was en met een hele carrière als succesvol cameraman voor de boeg.

 

Het is vandaag dag 100, sinds ik op 13 maart begon met mijn ‘Dagboek van een ZZP’er in crisistijd’. Dit is de 35e bijdrage. Er is niet veel feestelijks aan. Als ik door mijn eigen verhalen van de afgelopen veertien weken blader, dan lees ik dat mijn humeur alle kanten opgevlogen is. Er is veel gebeurd, maar tegelijkertijd ook niet. Wat ik half maart schreef is vandaag nog steeds relevant. Ik vond het vreselijk dat er van de ene op de andere dag geen werk meer was voor zoveel freelancers en dat vind ik nog steeds. Tot op de dag van vandaag kan ik niet accepteren dat zoveel creativiteit thuis zit en dat we niet in staat zijn om dat vliegwiel snel een nieuwe zet te geven. De tijd staat stil en ik probeer al drie maanden krampachtig om de grote wijzer vooruit te duwen.

Natuurlijk zitten er positieve kanten aan het hele coronaverhaal. Ik heb nog nooit zoveel tijd en aandacht gehad voor het thuisfront. Ik heb nieuwe dingen geprobeerd en van alles geleerd op het gebied van editing, websites bouwen, offertes maken, zakelijke teksten schrijven enzovoort. Ik zit niet stil. Heb contact met allerlei mensen in het wereldje. Probeer zichtbaar te blijven en elke dag of op zijn minst iedere week iets te doen aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar zie ik heus wel de voordelen van in, maar ik loop ook tegen muren op en leer mezelf van mijn mindere kanten kennen. 

In tijden van crisis ontdek je wie je ware vrienden zijn. Inmiddels is heel helder wie er voor mij is en van wie ik niet zoveel hoef te verwachten. Dan heb ik het niet alleen over directe opdrachten, maar ook over goede gesprekken en empathie. Het is niet erg dat niet iedereen mij hier een aai over de bol komt geven. Dit is geen oproep, maar de simpele constatering dat oprechte interesse, nieuwe kansen en aangeboden hulp soms uit onverwachte hoek komen of van mensen die zelf tot over hun oren in de shit zitten.

 

100 dagen lang heb ik alle begrip getoond voor de maatregelen die zijn genomen. Heb ik mijn best gedaan om me neer te leggen bij dingen waar ik geen invloed op kon uitoefenen en ondertussen keihard geprobeerd om te ondernemen waar mogelijk. Ik ben er klaar mee om dat te doen met mijn handen op de rug gebonden. Ik wil door! Het liefst zou ik willen dat het net zo abrupt stopt als het begonnen is. Liefst nu direct. Vandaar een jaarwisseling van 13 op 14 juni. Je moet immers alles proberen wat je proberen kan, ook al is het op voorhand een vrij kansloze missie. 

Start ‘Happy New Year’ van Abba. En jullie ook nog de allerbeste wensen. 

Gelukkig nieuwjaar!





zaterdag 6 juni 2020

Cultuur in Actie (2)

dagboek - ZZP’er in crisistijd 

(nr. 34 / dag 93)

 

 

Terwijl ik de vorige week zaterdag op vrijwillige basis stond te filmen voor www.cultuurinactie.nl kwam producent Marc Pos, het grote brein achter dit fantastische initiatief, naar mij toe met de vraag of ik namens alle werkloze camera- en geluidsmensen wilde spreken. Daar moest ik even over nadenken, want ik sta liever achter de camera dan er voor. Bovendien hoeft het niet altijd om mij te draaien. Ik ben al zichtbaar genoeg met de stukjes die ik schrijf. Ze hadden echter ook een gaatje in de programmering en als Marc zoiets vraagt kan je eigenlijk niet meer weigeren. Hij was bovendien getipt door iemand die ik ook te vriend moet houden, dus spraken we af dat ik aan het eind van de avond plaats zou nemen aan de interviewtafel en dat Marc mijn camera dan zou overnemen. Vooral dat laatste had ik wel even willen zien, maar helaas liep het allemaal anders en was er die avond niet genoeg ruimte voor mijn verhaal. Of ik op zondagmiddag terug kon komen?  

Het voordeel was dat ik nu kon nadenken over het verhaal dat ik wilde vertellen. Het moest wat mij betreft gaan over de passie en liefde voor het vak. Over de relatie tussen camerawerk en cultuur. Dat wij dit werk niet doen om er rijk van te worden, maar dat we er wel van moeten leven. Het is een misverstand dat er in de tv wereld veel te verdienen valt. Onze sector bestaat voor een groot deel uit ZZP’ers, vanwege alle kortlopende projecten. Ik wilde mijn zorg uitspreken dat deze groep, samen met de kleinere bedrijven in stand gehouden moet worden, omdat zij na de crisis waarschijnlijk weer keihard nodig zijn. Als de goede krachten zich nu noodgedwongen omscholen en iets anders gaan doen, hebben we over een jaar een groot probleem. 

Licht nerveus ging ik zondag terug naar De Fabrique in Utrecht, waar ik deze keer niet binnenliep als cameraman die een klus kwam klaren, maar officieel werd ontvangen als gast. Dat is gek. Ik werd naar een wachtruimte gedirigeerd en even later door iemand van de productie opgehaald. Ik moest aangeven namens hoeveel mensen ik sprak. Dat vond ik een lastige vraag. Ik zat daar natuurlijk niet met een mandaat vanuit een georganiseerde groep, maar ik hoopte toch te spreken namens alle ZZP’ers in de audiovisuele sector of uit de televisiewereld, die momenteel veel te weinig werk hebben als gevolg van alle coronamaatregelen.

Jörgen Raymann was op dat moment de gespreksleider van dienst. Wij kenden elkaar niet persoonlijk, maar we begrepen elkaar gelijk. Het werd een prettig gesprek en ik voelde me best op mijn gemak aan die tafel. Het ging razendsnel. Toen ik merkte dat Raymann al ging afronden, wilde ik nog één belangrijk punt maken. Ik zat daar het niet alleen om over de problemen te spreken, maar wilde ook mogelijke oplossingen in de groep gooien. Bijvoorbeeld dat er binnen de televisiewereld op korte termijn gesproken moet worden over een betere verdeling van het beschikbare werk. Ook moeten omroepen meer nieuwe producties bestellen en liefst vaart maken, omdat de hele facilitaire sector momenteel aan het infuus hangt. We moeten niet meer nadenken, maar gaan doen! Daarnaast kunnen we het ons niet veroorloven om onze tarieven verder onder druk te laten zetten en dus moeten we ervoor waken dat we elkaar niet kapot concurreren. Werk ‘kopen’ voor bodemprijzen is het domste wat we nu kunnen doen. Maar het belangrijkste is dat alle partijen (omroepen, facilitaire bedrijven, producenten en ook de ZZP’ers) snel met elkaar om tafel moeten gaan zitten om een groot en heel serieus plan te maken, waarin staat hoe onze branche deze crisis kan overleven. Samenwerking is cruciaal. Nu is het nog veel te veel ieder voor zich.

Een paar minuten nadat ik iets in die richting gezegd had, stond ik weer op straat. Door de coronamaatregelen mocht ik niet nog even blijven hangen. Nog voor ik het goed en wel besefte zat ik alweer thuis aan de piepers.

 

De actieweek van Cultuur in Actie zit er inmiddels op. De organisatoren hebben op unieke wijze inzichtelijk gemaakt hoe breed en belangrijk de culturele sector voor Nederland is. Dankzij deze kettingdemonstratie hebben ze ook een mooi overzicht gecreëerd van woordvoerders en belangenbehartigers. Ik hoop dat ze daar nog iets mee gaan doen, want een constructief vervolg is noodzakelijk. Minister van Engelshoven zei het zelf: “De sector moet een plan maken.” Alleen dan kan de overheid misschien iets voor ons betekenen. Onze lobby moet beter. Dat geldt zeker ook voor de ZZP’ers die ik probeerde te vertegenwoordigen.

 

De afgelopen dagen heb ik ontzettend veel positieve reacties gekregen op mijn verhaal. De video heeft op YouTube inmiddels meer dan duizend weergaven. Het heeft collega’s aan het denken gezet. Er is sinds deze week zelfs een groep freelance cameramensen die proberen om zich op een of andere manier te verenigen. Dat vind ik geweldig. De tijd van stilzitten en afwachten is nu wel voorbij.




woensdag 3 juni 2020

Come Together

dagboek - ZZP’er in crisistijd 

(nr. 33 / dag 90)

 

Jochen stuurde op woensdagavond een berichtje met de vraag: ‘Wat doe je maandag?’ 

Nou, ik had nog wel een gaatje.

De sympathieke Manager Evenementen van L1 had een geheim project in de aanbieding. Nieuwsgierig als altijd kon ik nog net ontfutselen dat het ging om een verrassingsconcert, ter gelegenheid van het weer open gaan van de terrassen. Iets op het dak van een gebouw. Ik moest gelijk denken aan The Beatles en U2. Een prima plan dus.

Het mooie aan de regionale omroepen is dat zij nog snel kunnen schakelen. Een concert dat op woensdag wordt verzonnen voor de maandag erna, staat dezelfde avond al in de steigers en op donderdagmorgen heb je de bevestiging dat het door gaat. 

Zo stond ik op Tweede Pinksterdag in Zuid Limburg voor een fijn stukje popmuziek. Bijna was ik doorgereden naar het Sportpark in Geleen of MegaLand in Landgraaf, maar de locatie waar het dit keer moest gebeuren was het dak van Schunck, in het hart van Heerlen. Een iconisch en stijlvol gebouw dat stamt uit de tijd van de kolenmijnen in Limburg, toen het geld in Heerlen nog tegen de plinten op klotste. Het wordt ook wel het Glaspaleis genoemd, is in de jaren ’30 gebouwd als warenhuis en in 2002 omgetoverd tot een culturele instelling. 

Het idee van een concert op dat dak was inderdaad geïnspireerd op het legendarische rooftop optreden van The Beatles. De lokale coverband die ze hiervoor hadden gestrikt heet The Rolling Beatles. Ik hoef niet uit te leggen welk repertoire zij spelen. Wel kan ik verklappen dat een deel van de nummers mij zeer aanspreekt en dat ik het andere deel wel aardig vind. Het beloofde dus op voorhand een feestje te worden. Zeker ook gezien het feit dat het stralend weer was.

Klokslag vier uur gingen we live. Met slechts drie en een halve cameraman, een paar vaste shots en een eenvoudige, maar doeltreffende regieset. Dat improviseren en het aan elkaar knopen van spullen vind ik minstens zo leuk als mega grote producties met meer dan tien camera’s, grote regiewagens, grip en de hele rataplan. Het gaat mij uiteindelijk vooral om de sfeer en de inzet van de mensen waarmee je het moet doen. Altijd gaan voor het hoogst haalbare, onder de gegeven omstandigheden. Het is leuk om met elkaar te bedenken hoe je beperkte middelen zo efficiënt mogelijk kan inzetten. Ik vind het zelf de sport om als cameraman zo veel mogelijk verschillende shots te halen en zo de indruk te wekken dat we met twee keer zoveel camera’s werken. Een uurtje buffelen was nu helemaal welkom. Door al dat stilzitten van de afgelopen maanden ben ik wel een beetje roestig geworden.

Ze speelden Get Back, Come Together, Don’t Let Me Down, The Last Time, Sympathy For The Devil en zelfs mijn persoonlijke favoriet Wild Horses. Deze dag kon niet meer stuk. Achter de camera ging ik… uit mijn dak.

Eindelijk konden we weer eens lekker buitenspelen. Het voelde als keerpunt in de malle coronatijd. In ieder geval werd er één kaal, dikkig cameramannetje heel gelukkig van dit optreden. Deze middag heeft zich bij mij gelijk genesteld in de afdeling blijvende herinneringen. Ik vrees dat er heel wat moet gebeuren voor ik weer een klus heb die hier overheen toept. In een waterig papje smaken de krenten nóg zoeter.