maandag 23 september 2019

Holy Moly

Johoo, johee! Dit weekend, tijdens de Grandprix van Singapore, gaf Olav Mol voor de 500e keer het commentaar bij de Formule1. Dat is, om met zijn eigen woorden te spreken, fucking bizar. Al vanaf Monaco 1991 reist hij met het Formule1-circus over de wereld. Het is dus niet alleen 1000 keer een kwalificatie of race becommentariëren, maar ook elke keer een kleine week van huis. Hij heeft ontelbaar veel uren in vliegtuigen doorgebracht, kilometers in huurauto’s en nachten in hotelbedden. Hoelang heeft de goede man in een klein hok zitten turen naar een paar monitoren met een microfoon voor zijn neus en alles gezegd wat in hem opkwam? Want dat is het mooie van Olav; hij is recht voor zijn raap en denkt wat hij zegt. 
Ik heb het grote voorrecht gehad om precies 10 procent van die F1-reizen met Olav Mol Travels mee te maken. Dat is wel alweer lang geleden, in de tijd dat ze nog met zwart-wit auto’s reden. Om precies te zijn heb ik tussen 2000 en 2007 vijftig keer de rol van cameraman in zijn team mogen spelen. Het waren de jaren van Michael Schumacher. Ik was erbij toen Jos Verstappen nog reed en mocht filmen hoe Christian Alberts en Robert Doornbos voor het eerst instapten. Tijdens de beroemde bandenrace van Indianapolis, waarbij slechts zes wagens van start gingen, stond ik in de pits. Wat wij maakten werd nog uitgezonden door RTL en later door SBS6.  
Toen ik kinderen kreeg ben ik gestopt met al dat reizen en is het contact tussen Ollie en mij verwaterd, maar ik weet zeker dat we probleemloos verder zullen gaan waar we gebleven zijn als we elkaar weer eens ergens tegenkomen. Ook heb ik zo’n vermoeden dat er niet veel veranderd is in de manier van werken tijdens een grandprix. Dus durf ik te beweren dat ik weet hoe Olav Mol dit werk, na al die jaren, nog steeds met zoveel passie en plezier volhoudt. De truc is simpel; heel veel lachen.
Ik herinner me vooral dat we altijd en overal lol hadden met elkaar. Er werd ontzettend veel gelachen op reis. Iedereen in het paddock en op het tv-compound van de Formule1 wist dat die Nederlanders een beetje gek waren en voortdurend iedereen in de maling namen. Elke dag maakten we ontzettend veel grappen en beleefden we nieuwe debiele avonturen. De meeste grappen waren overigens ontzettend slecht, maar als je er genoeg maakt, zit er ook altijd wel een hele leuke tussen. Ik kan me zo een stuk of tien momenten voor de geest halen waarbij de tranen van het lachen over onze wangen rolden. De meeste grappen of hilarische gebeurtenissen zijn zo simpel dat je er echt bij moet zijn geweest. Sommige verhalen zijn ook een tikkeltje kinderachtig of flauw. Hier en daar ietwat baldadig. Een enkele keer zelfs persoonlijk. Iedereen was wel een keer aan de beurt of ‘het bokkie’ zoals Olav dat dan noemde. Zulke verhalen kan ik hier niet opschrijven, maar ik vond op mijn weblog wel een typische anekdote uit 2006. Een voorbeeldje van wat je zoal meemaakt als je met Olav Mol op reis bent:

We zaten met een groep Formule1-collega's op het terras van een duur restaurant in de haven van Beaulieu, niet ver van Monaco. Ik moest nodig plassen. Op het toilet trof ik Olav Mol die net zijn handen had gewassen. In het voorbij lopen waarschuwde hij me voor een klemmende deur. Terwijl de vriendelijke commentator weer naar buiten liep gaf ik een stevige ruk aan de deurkruk. Deze deur klemde inderdaad behoorlijk.
Mijn hand schoot hard naar achteren. In al mijn enthousiasme had ik het sluitwerk van de deur kapot getrokken en daar stond ik met een losse klink in mijn hand. De andere helft hoorde ik in het toilet op de grond kletteren.
'Hey!' riep iemand in het kleine kamertje.
Ik had er even geen rekening mee gehouden dat er na Olav al iemand anders naar het toilet was gegaan. De klemmende deur had dus ook nog op slot gezeten.
Na de eerste schrik probeerde ik snel de schade te herstellen. Opgelaten bestudeerde ik hoe de handgreep snel teruggeplaatst moest worden, zodat de deur weer open kon.
Precies op het moment dat ik geconcentreerd met mijn oog op klinkhoogte keek, kreeg de man aan de andere kant last van claustrofobie. Hij raakte nogal in paniek. Waarschijnlijk, omdat hij mij even niet meer hoorde en geen idee had waarom de kruk van de deur was getrokken. 
Waarschijnlijk heeft het er niets mee te maken, maar op het terras waren we de bekende drugsdealer Charles Z. tegengekomen. Het was dus geen toilet waar louter frisse mensen kwamen. 
Met een ferme trap werd de deur van binnenuit geforceerd. Krakend braken de scharnieren af. Een deel van het kozijn kwam naar buiten en met grote snelheid vloog de deur open. Heel hard tegen mijn voorhoofd. Een grote, sterke kerel in zwart leren jack kwam uit het toilet, keek boos naar me, mompelde iets in onverstaanbaar Frans en liep vervolgens snel weg.
Natuurlijk was ik geschrokken en het deed behoorlijk pijn, maar het ergste vond ik de schade die ik had aangericht. Ik geloof dat ik zonder plassen weer naar buiten ben gelopen, waar mijn collega’s langdurig en heel hard hebben lachen om mijn verhaal. Niemand die zich bekommerde om de dikke bult die groeide en gloeide.


Olav, gefeliciteerd met je 500e grandprix! Eerlijk gezegd mis ik de reizen met jullie, met al die doldwaze avonturen en matige grappen, af en toe best wel. 





maandag 16 september 2019

het is vandaag alweer voor de 10e keer : DE DAG VAN DE CAMERAMAN



Begin september was het de internationale dag van de kokosnoot. Vorige week hoorde ik nog iemand zeggen dat het de dag van de baard was en vandaag is het schijnbaar ook de dag van het vrouwencondoom. Dan is het toch niet zo gek dat wij deze voor ons zo symbolische datum (16/9) claimen als de dag van de cameraman? Mogen we één dag stil staan bij alle dappere strijders die zich altijd een ongeluk sjouwen met die zware apparaten en dito statieven? Dat is toch niet teveel gevraagd?

In weer en wind, bij nacht en ontij en juist als normale mensen vrij zijn; dan staat de cameraman (of vrouw!) paraat. Altijd op zoek naar het beste plekje om het allermooiste shot te kunnen maken.Vaak is dat nog een heel gedoe. Het kan stressvol zijn, soms is het best gevaarlijk, het zijn lange dagen en het is fysiek altijd pittig.
Natuurlijk is het ook cool om overal met je neus vooraan te staan. De wereld rond met zo’n stoer ding op je schouder. Rommelen met de nieuwste gadgets, je helden persoonlijk ontmoeten, omgaan met knappe presentatrices en een leven lang lekker buiten spelen. Elke dag een vers avontuur. Klopt. Het is ook een machtig mooi vak, maar je moet er wel wat voor over hebben. Je wordt niet zomaar cameraman. Het vak gaat over creativiteit, techniek, sociale vaardigheden én algemene ontwikkeling. Klanten vragen om pure passie en doorzettingsvermogen. Bovendien is de concurrentie groot. 
Anno 2019 heeft niet iedere cameraman een dik belegde boterham. Daarom staan we vandaag, op alweer de tiende (!) Dag van de Cameraman, even stil bij de slachtoffers van jarenlange bezuinigingen in Omroepland. Hard werkende dames en heren die in de loop der jaren langzaam murw 'gekaasschaafd' zijn. Zij die abrupt werden weggesaneerd. De jongens en meisjes die een paar jaar aanstormend talent mochten zijn bij een facilitair bedrijf, om vervolgens geen contractverlenging meer te krijgen. We denken aan alle cameramensen die werken voor een regionale omroep, want daar is het fenomeen ‘ervaren cameraman’ inmiddels met uitsterven bedreigd. Zij worden vervangen door jong grut en bureauredacteuren die zich zonder al te veel kennis van zaken opeens camjo noemen.
De tarieven voor camera- en geluidsmensen staan onder druk. Dagen worden langer en pittiger. Het is steeds meer ad hoc, callsheets komen op het allerlaatste moment waardoor je nooit weet waar je aan toe bent en voor lunch of diner is eigenlijk geen tijd en geen geld. Waar vroeger achter elke cameraman nog een sterke geluidsman stond, staat nu slechts een beginnend verslaggever die te slap of te lui is om het statief te tillen. De cameraman is met name bij nieuwsprogramma’s een manus-van-alles geworden die moet sturen, het geluid erbij doet, die de beelden kan bewerken en verzenden, een stukje productie voor zijn rekening neemt, zoekt naar het beste licht, de dure spullen bewaakt, soms moet rennen voor zijn leven, als pakezel fungeert en tussen de bedrijven door wel eens een plaatje schiet.
Ik ken collega’s die er de lol niet meer van inzien. Zij keren de televisiewereld de rug toe en leggen zich toe op het produceren van bedrijfsfilms. Er zijn ook jongens en meisjes die de afgelopen jaren iets heel anders zijn gaan doen. Al dan niet noodgedwongen.
Zelf mag ik niet klagen. Ik zit doorgaans in de goede hoek. Toch wordt ook regelmatig aan mij gevraagd hoelang ik het nog vol zal houden en wat ik ga doen als ik echt oud ben. Ik weet het niet. Net als zoveel collega’s heb ik geen plan B. Vooral omdat mijn werk nu nog te leuk is en er meer dan genoeg interessante uitdagingen zijn. Niets is mooier dan het leven van een veelgevraagd cameraman, maar het moet fysiek niet tegen zitten en ook niet veel gekker worden.

Mogen we jullie vragen om vanavond, als je op de bank voor de buis hangt, voor een keertje te bedenken dat achter elk shot een cameraman zit? Dat zijn ook mensen. En als je regisseur, verslaggever of producer bent, geef dan je cameraman vandaag spontaan een ferme schouderklop. Doe het wel op links of als zijn camera even op de grond staat!

#de10edagvandecameraman #16/9 #dagvandecameraman




donderdag 12 september 2019

hulde

Het is vrijdagmiddag, bijna vijf uur. We hebben zojuist het optreden van Ilse de Lange gerepeteerd en zitten nu aan een pittig courgettesoepje. Matthijs komt bij onze tafel staan. De presentator vindt dat het tijd is voor een plechtig moment en roept iedereen bij elkaar. De hele technische ploeg, de regisseur en het bedienend personeel. Ook de koks van het Mediacafé in de Westergasfabriek moeten hun pannen even op een laag pitje zetten. 
Nieuwsgierigheid is gewekt. Waar wil Van Nieuwkerk naartoe?
Hij begint een vrolijk betoog over de goed verlopen eerste week van alweer het vijftiende seizoen. Sommige presentatoren willen zich nog wel eens vergissen en spreken dan over ‘mijn programma’, maar Van Nieuwkerk heeft het consequent over ‘ons programma’. Dat siert hem. Deze speech gaat dan ook over de prettige werksfeer en dat zelfs de locatie bijdraagt aan het succes van de show. Hoe De Wereld Draait Door ooit is begonnen in Studio De Plantage en dat sommige mensen er al vanaf de beginjaren bij zijn.
Daar komt de aap uit de mouw. Een van de koks is vandaag exact twaalf en een half jaar in dienst. Het is voor de goede man zelf een totale verrassing. Dat maakt het alleen maar leuker. Matthijs plaatst de jubilaris op een voetstuk van mooie woorden. Daarop volgt een luid en lang instemmend applaus van alle aanwezigen. Petje af voor zijn bijdrage aan alle programma’s die op deze locatie worden gemaakt. Het eten is namelijk altijd voortreffelijk. De technische ploeg kan dat beamen. Zij komen nog eens ergens, maar de catering is zelden beter dan hier in de Westergasfabriek. Matthijs benadrukt op onnavolgbare wijze dat een goede maaltijd altijd een positieve invloed heeft op het humeur van mensen. Het draagt er aan bij dat iedereen hier graag komt werken en alle medewerkers zich met passie en liefde inzetten voor de programma’s die hier vandaan komen. Wij knikken instemmend. Wederom klinkt er applaus. 
Ook het werk van koks is dus van grote invloed op het succes van een televisieprogramma. Lekker eten zorgt voor blije en tevreden mensen. Het goede gemoed, zoals Van Nieuwkerk dat noemt. Het is een simpele wet die op bladzijde 1 van het Basisboek Televisiemaken zou moeten staan. 
Het moment van waardering duurt maximaal vijf minuten. Aan de andere kant van de grote ramen breken de wolken open. De jubilerende medewerker staat nu letterlijk en figuurlijk in het zonnetje. Hij krijgt een klein cadeautje. De kracht van deze gebeurtenis zit hem in de overtuigende wijze waarop alle lof en hulde wordt gebracht. Het is welgemeend. Een mooie bijkomstigheid is dat het hele team nu goedgemutst aan een nieuwe uitzending begint. We gaan er weer iets lekkers van maken. 
Zo simpel kan het zijn.


dinsdag 10 september 2019

Goed plan, doen we niet…


Bedankt voor het meedenken, maar hier komen we wel mee weg. Nog één presentatietekst en dan zijn we klaar. Heel misschien toch wat voxpopjes, een paar publiekshots en wat sfeer. Oh ja, en nog de promo’s, de teaser en de cold open. 
Had je dat? Schijn eens de andere kant op. Dáár! Achter je. 
Zoek even een glimmertje. Nee, dat gaat hem niet worden. Focus! Of is dat een extra optie? Maak het mooi. Moddervet. Liefst een beetje filmisch draaien. Visuele shots. Dus niet zoomen als ik het niet zeg. Doe dat gesprek maar lekker handheld. Wie lult is in beeld. Draai het zo dat ik overal kan knippen. Close, medium en totaal. Open diafragma en het liefst alles bruikbaar. Dat doet de cameraman waar ik normaal mee werk ook altijd. Lekker ‘spiffy’. Dat is een wandelend statief. Die man is zo goed. Echt een toppertje. Hij is wel wat duurder dan ze hier gewend zijn. Daarom noem ik hem altijd ‘de zakkenvuller’.
Wie wacht nu op wie en waarom? Jullie staan toch niet op mij te wachten? Wachten we op elkaar? Daar hebben we echt geen tijd voor. Kom op, even opschieten, want we zijn hier al een uur. We moeten door, omwille van de tijd. Helaas hebben we maar één draaidag en dat heb ik ook niet bedacht. Moeten jullie nog eten? Hebben jullie dan geen broodje bij de pomp genomen? Overuren zijn toch afgekocht bij de firma Geinig voor Weinig? Oh nou, lekker geregeld dan. 
Kan die? Nog een toefje naar links. Een streepje. Een tikkeltje. Een fractie. En nu een heel klein beetje terug. Ja, nog iets. Joe. Pas op, niet te ver uitzoomen, want dan kan de presentator de autocue niet meer lezen.
Oké. Mensen, doe gewoon je ding, wij zijn er niet. Attentie voor opname. Stilte in de supermarkt! Oh, mag die man even uit beeld? En kan daar nog een lichtje op? Houdt de presentator deze kleren aan? Hebben we nog een plakkertje? Zie ik daar een statief?
Fuck de continuïteit. En Assen is een plaats in Drenthe.
Ja zo is hij goed, maar dan anders. Er zaten bruikbare stukken bij, maar we doen hem nog een keer. Hey, ben je voor jezelf begonnen? Geen eigen initiatief, hoor. Begin pas met pannen als ik ‘ja’ zeg! Ja? 
Zo, die ging lekker. Fantastisch, pik. Dat heb je mooi gedaan, jochie. Die kan zo naar Montreux, maar doe er nog ééntje ‘voor de heb’. We zijn er nu toch. Kan ik kiezen. 
Nog een paar publiekshots, maar geen etende mensen, geen rokende mensen, geen lege stoelen, geen dronken mannen, geen ontbloot bovenlijf en ook geen bejaarden. Niet twee keer dezelfde graag. Gewoon leuk publiek, dus alleen jonge mensen. Mooie koppies. Doe maar meisjes. Liefst lachend ofzo. Maar wel zuinig draaien, want ik haat spotten. En scherp. Ja, dat zei mijn vrouw ook vannacht.
Ach, wat zijn we uit, hé!? 

Ik heb het wel. De rest lossen we op in de montage. 
It’s a wrap! We maken nog één lange rijder... en dat is naar huis. Met gierende banden.
Bedankt, voor vandaag. Sorry voor alles. Afschminken, consumptiebon en reiskosten. Ik vond jou de beste. We hebben erg om je gelachen, ouwe knoepert. Laat ze maar lullen, ik vind je wél goed. Ik ga je aanvragen.



Deze column schreef ik in de reeks 'Point of View' voor Broadcast Magazine en is geplaatst in BM384, het septembernummer van 2019. Hét mediavakblad van Nederland bestaat deze maand precies 30 jaar en daarom is dit nummer extra dik. Een goede reden op je te abonneren op deze mooie glossy vol wetenswaardigheden over Omroepland.