Posts tonen met het label 40. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 40. Alle posts tonen

zondag 8 maart 2026

koers director

 

Mijn fascinatie voor televisiemaken begon halverwege de jaren ’80, toen ik met mijn vader ging kijken naar de Amstel Goldrace. De wielersport vond ik al interessant, maar ik raakte volledig in de ban van de helikopter waar een cameraman uit hing en van de motoren met achterop cameramensen, gedraaid als een wokkel, die de renners zo goed mogelijk in beeld brachten. Als ik op vrije woensdagmiddagen met mijn eigen racefiets het Limburgse land onveilig maakte, fantaseerde ik dat er van die motoren naast me reden. Vaak pikte ik de laatste kilometers van de Amstel Goldrace of van het NK in Geulle mee om de droom compleet te maken. 

Na de Elfstedentocht van 1985 las ik een artikel over sportregisseur Martijn Lindenberg. Hij legde uit hoe ze deze schaatswedstrijd met wel 43 camera’s hadden gevolgd, dat ze met zijspanmotoren op het ijs reden en ook hier zat een cameraman in de open deur van een helikopter, die waarschijnlijk nu nog steeds niet helemaal ontdooid is. Ik vond dat schitterend en zo kwam het dat ik bij de televisie wilde. Het was een droom om betrokken te raken bij de registratie van wielerkoersen (en de Elfstedentocht). 

Via Lokale Omroep START in Geleen, de Hogeschool voor Super VHS in Sittard en AT5 in Amsterdam is me dat gelukt. Ik kwam in 1995 terecht bij het NOB in Hilversum, die mij lieten filmen voor Studio Sport. In 1997 stond ik met een camera op de Bonkevaart in Leeuwarden toen Henk Angenent de Elfstedentocht won. Het was mijn opdracht om de nummer twee te volgen en dus holde ik even later naar de regiewagen van Lindenberg, met een bandje waarop de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, huilend op een bankje, te zien was. 

Een jaar later werkte ik voor het eerst echt met Lindenberg samen, tijdens het WK Wielrennen in Valkenburg. Dit ging in eerste instantie niet helemaal van een leien dakje, maar dat verhaal heb ik hier al eens opgeschreven. Het belangrijkste was dat ik met mijn neus vooraan stond bij de koers en dat ik van dichtbij meekreeg hoe een wielerwedstrijd geregistreerd wordt. 

In de jaren daarna heb ik serieus onderzocht of het mogelijk was om cameraman op de motor te worden. Ik heb verschillende marathons gefilmd vanaf de motor, veel triatlons, veldrijden, een verdwaalde wielerkoers en jaarlijks volg ik voor ESPN de spelersbussen op weg naar de bekerfinale in de Kuip, maar echt doorgebroken als ‘Ted de la Course’ ben ik nooit. Ik ben nou eenmaal geen slangenmens. Mijn droom om een keer bij de Amstel Goldrace, in de Giro of zelfs de Tour de France met een camera op de motor te zitten heb ik inmiddels wel laten varen. Misschien in een volgend leven.  

Dat neemt niet weg dat ik deze manier van televisiemaken nog steeds het allermooiste vind. De Tour de France blijft het mooiste sportevenement waar ik als cameraman bij ben geweest en ik hoop ieder jaar op een nieuwe Elfstedentocht. Met een camera bij de finish van een wielerwedstrijd ben ik dolgelukkig. De combinatie van deze sport en de manier waarop die technisch in beeld wordt gebracht, blijft iets magisch.

Dus was ik al heel blij dat ik gevraagd werd als cameraman voor De Ster van Zwolle. Toen in de voorbereiding bleek dat de beoogd regisseur niet kon, een andere regisseur met veel ervaring op dit vlak ook niet en tot slot een derde optie niet beschikbaar bleek, werd aan mij gevraagd of ik misschien op de regiestoel plaats zou willen nemen. Nou, dat hoefde Daan geen twee keer te vragen. Natuurlijk realiseerde ik me direct dat het een uitdaging was, maar ik zag het vooral als een unieke kans. 

Nadat ik een oog op de namenlijst had geworpen, van professionals die ze bij The Crew al hadden ingehuurd voor dit project, wist ik zeker dat ik dit tot een goed einde kon brengen. Ik mocht samenwerken met een super goede schakeltechnicus, de beste slowmotion operator voor deze sport, de juiste mensen voor de graphics, een goede geluidsman, de slimste technici voor alle verbindingen, de meest lenige cameramensen en drie geweldige motorrijders. Dit kon niet misgaan.

Zo kroop ik zaterdag dus niet achter een camera, maar achter de regiedesk in OBV2 van The Crew, die stond opgesteld naast de finish van de Ster van Zwolle. Ik was niet eens nerveus. Het voelde allemaal heel vertrouwd en ik wist precies wat ik wilde. 

Na een kleine vijftig jaar wielrennen kijken, waarvan ruim dertig met een televisiemakers-oog, heb ik wel een mening over hoe deze sport er op televisie uit moet zien. Ik heb vaak genoeg meegekeken bij echte regisseurs, zelf op de motor gezeten en aan de streep gestaan om te weten wat erbij komt kijken. Dus ging het heel vanzelfsprekend allemaal. Ik had de rust om goed te kijken en maakte dankbaar gebruik van alle hulp, die de heren aan mijn zijde aanboden, als dat nodig was. 

We hadden alles! Verhaaltjes binnen het verhaal werden verteld en waar nodig kwamen we er later nog even op terug. Naarmate de finish naderde en de renners in het peloton nerveuzer werden, namen ook bij mij de zenuwen een beetje toe. Het ergste wat er kan gebeuren bij de regie van een wielerkoers is dat je de ontknoping niet goed in beeld hebt. Zonder helikopter waar je altijd op terug kan vallen en die zorgt voor broodnodig overzicht is dat extra spannend. Maar motor twee bleef perfect voor het jagende peloton tot de laatste bocht. De vaste camera’s hadden goed zicht op de laatste 300 meter.

Het meest hectische moment voor een regisseur bij wielrennen is eigenlijk het deel na de finish. Dan komt alles bij elkaar en moet je snel keuzes maken. Vervolgens duurt het vaak net iets te lang tot de winnaar geïnterviewd en gehuldigd kan worden. Ook hier hebben we ons redelijk goed doorheen geslagen met veel herhalingen en hulp van de motoren die bij de winnaar bleven.

En toen was het klaar. Veel te snel voor mijn gevoel. Aan het eind van de dag restte mij niets anders dan al die fantastische crewleden bedanken. Op weg naar huis moest ik echt even landen en in mijn wang knijpen. Een jongensdroom is uitgekomen. Natuurlijk is er een lijstje met kleine verbeterpuntjes en mag ik niet denken dat ik morgen wel even de Elfstedentocht ga regisseren, maar mijn debuut als ‘koers director’ is zeker geslaagd. Al zeg ik het zelf. En als ik dan toch een keer een beetje onbescheiden mag zijn... het smaakt naar meer.

 

Daan, bedank voor de kans en het vertrouwen!



foto: Andre van den Esschert

dinsdag 6 september 2011

ander woord voor luxaflex

Ze zijn jong en in alle opzichten flexibel. Het lichaam is nog soepel, geen verdere verplichtingen, vaste lasten of bijkomende zorgen. Onverschrokken staan ze in het leven. Bloed fanatiek, onvermoeibaar en zonder veel remmende kennis gaan ze te werk.
Ik heb het over de jeugd van tegenwoordig. Niet over het zeurende deel dat afwacht tot kansen komen aanwaaien, maar over de gretige jonge honden. Die bestaan ook nog, al moet je soms net even wat langer zoeken. Uiteindelijk staat er een gast voor je neus die alles wil aanpakken. Die kansen ruikt en grijpt. Die een hand geeft, je aankijkt en zich keurig netjes voorstelt, om vervolgens oprecht geïnteresseerd te zijn en als een spons alle nuttige informatie op te slurpen. Een adolescent die precies weet wat hij (of zij) wil en kaarsrecht op het doel af gaat.
De jongste zijn het ergst. Die wonen nog bij hun moeder en kosten daarom geen drol. Zij zijn blij met een tientje fooi, hoeven zich niet te bekommeren om vuile kleren of het avondeten en kunnen zich zodoende op één ding focussen: beter worden. Dat soort types denken niet na over ‘leren’, maar louter over ‘doen, doen, doen’.
Deze jonge helden zijn onder te verdelen in de harde werkers en aanstormende talentjes. Bij die eerste groep gaat niets vanzelf, maar zij bereiken hun doel op basis van wilskracht en een tomeloze energie. De talentjes hebben meer aanleg en vaker geluk, maar vallen ook op omdat ze overlopen van enthousiasme.
Vroeger vond ik het begrip ‘talentje’ fantastisch. Ik deed alsof ik niks hoorde, maar van binnen jubelde ik telkens weer als iemand mij zo betitelde. Dat is jammer genoeg inmiddels bijna twintig jaar geleden. Voor mijn gevoel heb ik het lang vol gehouden. Zeker tien jaar heb ik mezelf wijs gemaakt dat ik net kwam kijken en dat ik het goed deed voor zo’n jong menneke uit Limburg.
Vanaf mijn dertigste heeft het label ‘aanstormend talent’ los gelaten. Meer en meer werd ik ‘ervaren’ en ‘allround’. Ik kon me niet langer verschuilen achter ‘beginnend’ of aankomen met smoezen als ‘dat wist ik nog niet’. Het is een heel proces geweest. Een mindset. Ondertussen was ik ook druk met het kopen van een eigen huis, trouwen en kinderen krijgen. De dingen van de dertiger.
Ach, en stiekem hield ik mezelf soms nog voor dat ik gewoon de jongste was. Dat ik enig talent had en dat mijn wilskracht, enthousiasme en de liefde voor het vak niet veranderd waren. Gelukkig had ik fysiek nergens last van. Los van het feit dat ik de conditie van een stacaravan heb.
Het ging allemaal goed, gemakkelijk en voor de wind met mijn carrière tot iemand mij onlangs een ‘oude rot in het vak’ noemde. Toen brak er iets. Het brak af. En sindsdien is het goed stuk.
Over tien maanden word ik veertig. Sleep met camera’s sinds 1986 en dat is lang. Ik werkte al bij AT5 toen de zeventienjarige actrice, die laatst een vrij heftige zoenscène voor mijn camera speelde, nog geboren moest worden. Dàt was confronterend.
Een dag later werd ik afgebeld voor een klus, omdat ze een jong talentje hadden die het ook kon en stukken goedkoper was. Weer twee dagen later stond ik als begeleider naast een andere jonge God om hem een beetje op weg te helpen. Zo iemand help ik met liefde, maar ik krijg met terugwerkende kracht wel meer begrip voor de collega’s die veertig of ouder waren toen ik kwam aangestormd.





Twee talentjes anno 1993