Posts tonen met het label hoe word ik cameraman?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoe word ik cameraman?. Alle posts tonen

donderdag 7 mei 2026

lekker filmisch

 

 

De presentator van het nieuwsprogramma kondigde aan dat er een verslaggever ter plaatse was. Vervolgens kwam de correspondent in beeld en die vertelde trots dat ze was aangekomen in het rampgebied. De achtergrond van deze stand-up was echter zo wazig dat zij ons alles had kunnen wijsmaken. Ze kon net zo goed voor de Eiffeltoren staan of op het Mediapark. Haar camera-operator was kennelijk zo blij met de betaalbare full-frame camera, autofocus en lichtsterke (foto)lens, dat deze in alle enthousiasme een beetje was doorgeschoten.

Als kijker stoor ik me steeds vaker aan wat ik niet zie. Natuurlijk moet het onderwerp scherper zijn dan de achtergrond, maar je wil wel zien wáár een verslaggever is. Dat is juist het hele punt van een verslaggever op locatie. Zeker bij nieuws-, actualiteiten- of sportprogramma’s. Inhoud gaat voor de vorm. 

Het is in de mode om voor televisie op te nemen met een flinterdunne scherptediepte. De verklaring hiervoor is simpel: Omdat het kan. Camera’s zijn lichtgevoeliger geworden, sensoren groter en lenzen lichtsterker. Wat ooit was voorbehouden aan filmsets is nu beschikbaar voor iedereen. Het is zelfs goedkoper in aanschaf dan ‘echte’ televisiecamera’s met broadcastlenzen. 

De vraag is niet of het kan, maar of het ook echt iets toevoegt. 


Een minimale scherptediepte is geen neutrale esthetische keuze. Het is het weggooien van informatie. In fictie kan dat een krachtig middel zijn. Daar bepaalt de regisseur waar je naar kijkt, wat je voelt en wat je niet hoeft te weten. Bij nieuws, sport, concertregistraties en entertainment, wil je eigenlijk niet isoleren, maar juist laten zien wat er gebeurt. De context is geen bijzaak.

Los van het feit dat je meer van de omgeving wil zien is het voor de camera-operator ook nog eens lastig. Foto- en filmlenzen zijn niet gemaakt voor het snelle televisiewerk. Soms is het echt zwoegen om ervoor te zorgen dat er überhaupt nog iets scherp is in het kader. De compositie net even mooier maken door een fractie verder in of uit te zoomen lukt vaak niet.

Wat op een filmset gecontroleerd en herhaalbaar is, wordt in een studio, op het concertpodium, in een rampgebied of langs een sportveld al snel een risico. Bij een televisieproductie is er vaak geen tweede kans of tijd om het nog eens te doen. Dan is onscherpte geen stijl meer, maar een mislukking.

Laten we stoppen met het argument dat iets pas filmisch is als het met een kleinere scherptediepte is opgenomen. Dat is onzin. Grote filmmakers draaien ook niet áltijd alles met een open diafragma. In de filmgeschiedenis wordt juist veel gebruik gemaakt van diepte scherpte om ruimte, relaties en mise-en-scène zichtbaar te houden. Cinematografie is geen diafragma-instelling, maar het vermogen om per shot de juiste keuze te maken.

Precies daar wringt het in de huidige televisietrend. Ergens is het idee ontstaan dat een televisiemaker pas geslaagd is als zijn of haar programma’s ‘filmisch’ ogen. Alsof televisie zich schaamt voor zichzelf. Keuzes lijken niet langer inhoudelijk gemotiveerd, maar technologisch gedreven. 

Dit betekent helemaal niet dat er iets mis is met cine-lenzen of grotere sensoren. Integendeel. Het zijn prachtige gereedschappen, mits bewust ingezet. Hetzelfde geldt voor de klassieke broadcastlens, die tegenwoordig te makkelijk wordt weggezet als minder mooi, terwijl je daarmee precies kan doen waar televisie voor bedoeld is: flexibel, betrouwbaar en informatief beeld leveren. Overzicht waar nodig, detail waar gewenst. 

De kracht van een goede tv-productie is juist directheid, helderheid en toegankelijkheid. Een studiogesprek met meerdere gasten vraagt om speelruimte, niet om millimeterwerk in de focus. Een sportregistratie vereist overzicht en een live-uitzending zekerheid. Wie kiest voor een minimale scherptediepte, die kiest niet alleen voor een stijl, maar ook voor complexiteit, foutgevoeligheid en het verlies van controle.


De vraag is dan ook niet welke camera’s of lenzen het goed doen op je CV, maar wat er in de praktijk nodig is. Draaien met een piepkleine scherptediepte, moeten we bewaren voor programma’s die echt om een filmische benadering vragen. Wat mij betreft blijft er een duidelijk verschil bestaan tussen de échte wereld en de dramatische variant die we voor film of tv creëren. Scherptediepte is geen trucje, maar een keuze. Laten we die keuze weer wat vaker inhoudelijk maken. Dat is ook professionaliteit en zeker geen gebrek aan ambitie.

Tot zover Uw verslaggever in het rampgebied. Terug naar de studio.





zaterdag 2 mei 2026

de camera als gereedschap

 

De vorige maand ben ik benaderd door Ronny van Geel, director of product marketing bij Grass Valley, met het verzoek of ik een stuk zou willen schrijven voor de site van deze firma, die onder andere de camera’s produceert waarmee ik vaak werk. Enthousiast ben ik gelijk begonnen met een verhaal, maar toen bleek dat zij eigenlijk een iets andere insteek in gedachten hadden. Daarop heb ik mijn verhaal aangepast en dat stuk is inmiddels te lezen op hun site en ook hier op deze weblog. Alleen vind ik het zonde om het oorspronkelijke verhaal zomaar in de prullenbak te gooien. Vandaar dat ik dit stuk hier ook nog even met jullie deel: 

 

Toen ik in 1994 als junior cameraman begon bij het Amsterdamse televisiestation AT5, werkten we met de Philips LDK91. Overdag gebruikten we de camera voor reportages en ’s avonds stond hij in de studio tijdens de nieuwsuitzending. Twee keer per dag moesten we de camera met een schroevendraaier ombouwen: van camcorder naar studiocamera. De camera had namelijk twee verwisselbare achterkanten: een triax-adapter om hem met de studio te verbinden en een Betacam SP click-on videorecorder, waarmee we er een ENG-camera van konden maken.

Met die recorder achterop de camera was het apparaat, inclusief lens, ongeveer zestig centimeter lang en woog de volledige configuratie rond de elf kilo. Daarbij kwam nog een zware en onhandige accubelt om je middel. Met deze set kon je als cameraman niet zomaar even achter iemand aan hollen, maar toch wilden alle cameramensen van AT5 er graag mee werken. Ondanks het gewicht was de camera goed in balans. Voor die tijd kon je er prachtige beelden mee maken en de hoekige vorm van de camera zag er in onze ogen indrukwekkend uit. Ook niet onbelangrijk.

Inmiddels zijn we dik dertig jaar verder. De tijd is voorbij gevolgen. Als cameraman heb ik ontzettend veel mooie avonturen beleefd en over de hele wereld ervaring opgedaan met verschillende generaties camera’s. Ik begon als ENG-cameraman, maar heb me in de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot een allround cameraman. Ik heb reisprogramma’s gefilmd, nieuws, entertainment, muziek, documentaires en heel veel sport. De laatste jaren ligt de nadruk op meercamera producties. 

Ik heb me kunnen ontwikkelen van ENG cameraman bij het lokale nieuws tot 1e cameraman bij grote aansprekende producties. Soms sta ik in een studio, maar meestal kan je mij vinden bij concerten, evenementen, herdenkingen en sport. Ik ben op mijn best als er in korte tijd op locatie iets opgebouwd wordt, we vluchtig repeteren, een productie draaien en daarna weer snel alles weghalen, alsof we van het circus zijn. Telkens opnieuw uitvinden hoe we een show of wedstrijd het best in beeld kunnen brengen. De ene keer met enorme telelenzen, dan met remote camera’s en een volgende productie met een handheld camera op mijn schouder. Die afwisseling spreekt mij zo aan in dit werk. 

De camera’s waarmee ik werkte werden steeds geavanceerder. We kregen de LDK100, de LDK8000 Worldcam en vanaf 2012 de LDX-serie. Inmiddels is er de LDX180, maar jammer genoeg heb ik daar nog niet mee gewerkt. Ik heb wel ervaring met de LDX150, maar bij de meeste producties werk ik nog met de LDX86n. Een camera die vrijwel onverwoestbaar is. Voor mij blijft dit een bijzonder prettig werkpaard: multifunctioneel inzetbaar en perfect in balans voor handheld gebruik. De knoppen zitten op de juiste plek en via het menu kan ik de camera eenvoudig instellen, zoals ik dat wil.

Uit eigen ervaring weet ik dat de ontwikkelaars van Grass Valley in Breda luisteren naar de wensen van gebruikers. Zelf heb ik ook een paar keer feedback mogen geven. Natuurlijk is het onmogelijk om aan de wensen van alle camera operators wereldwijd te voldoen, maar ze hebben oog voor de mensen die met hun camera’s werken. Dat is in onze industrie helaas minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Tegenwoordig lijkt het erop dat veel producenten van camera’s vooral onhandelbare doosjes maken, die voldoen aan allerlei hoogwaardige technische eisen, maar waarbij nauwelijks nog gedacht wordt aan ergonomie. De eindgebruiker is immers niet meer degene die ook beslist welk type camera’s er worden aangeschaft. 

Voor een camera operator zijn juist een goede viewfinder, een logisch menu en slim geplaatste knoppen van essentieel belang. Als je de camera op je schouder hebt, moet hij goed in balans zijn. Niet te licht, maar ook zeker niet te zwaar. Cameramensen willen het apparaat waarmee ze werken op eenvoudige wijze naar hun hand kunnen zetten. 

Prijs, beeldkwaliteit en technische specificaties zijn belangrijk, en er wordt door slimme technici voortdurend gezocht naar nieuwe functionaliteiten, maar een camera blijft in de eerste plaats het gereedschap van de camera operator. Alleen als die er intuïtief mee kan werken, ontstaan uiteindelijk de beste beelden.








 

zondag 8 maart 2026

koers director

 

Mijn fascinatie voor televisiemaken begon halverwege de jaren ’80, toen ik met mijn vader ging kijken naar de Amstel Goldrace. De wielersport vond ik al interessant, maar ik raakte volledig in de ban van de helikopter waar een cameraman uit hing en van de motoren met achterop cameramensen, gedraaid als een wokkel, die de renners zo goed mogelijk in beeld brachten. Als ik op vrije woensdagmiddagen met mijn eigen racefiets het Limburgse land onveilig maakte, fantaseerde ik dat er van die motoren naast me reden. Vaak pikte ik de laatste kilometers van de Amstel Goldrace of van het NK in Geulle mee om de droom compleet te maken. 

Na de Elfstedentocht van 1985 las ik een artikel over sportregisseur Martijn Lindenberg. Hij legde uit hoe ze deze schaatswedstrijd met wel 43 camera’s hadden gevolgd, dat ze met zijspanmotoren op het ijs reden en ook hier zat een cameraman in de open deur van een helikopter, die waarschijnlijk nu nog steeds niet helemaal ontdooid is. Ik vond dat schitterend en zo kwam het dat ik bij de televisie wilde. Het was een droom om betrokken te raken bij de registratie van wielerkoersen (en de Elfstedentocht). 

Via Lokale Omroep START in Geleen, de Hogeschool voor Super VHS in Sittard en AT5 in Amsterdam is me dat gelukt. Ik kwam in 1995 terecht bij het NOB in Hilversum, die mij lieten filmen voor Studio Sport. In 1997 stond ik met een camera op de Bonkevaart in Leeuwarden toen Henk Angenent de Elfstedentocht won. Het was mijn opdracht om de nummer twee te volgen en dus holde ik even later naar de regiewagen van Lindenberg, met een bandje waarop de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, huilend op een bankje, te zien was. 

Een jaar later werkte ik voor het eerst echt met Lindenberg samen, tijdens het WK Wielrennen in Valkenburg. Dit ging in eerste instantie niet helemaal van een leien dakje, maar dat verhaal heb ik hier al eens opgeschreven. Het belangrijkste was dat ik met mijn neus vooraan stond bij de koers en dat ik van dichtbij meekreeg hoe een wielerwedstrijd geregistreerd wordt. 

In de jaren daarna heb ik serieus onderzocht of het mogelijk was om cameraman op de motor te worden. Ik heb verschillende marathons gefilmd vanaf de motor, veel triatlons, veldrijden, een verdwaalde wielerkoers en jaarlijks volg ik voor ESPN de spelersbussen op weg naar de bekerfinale in de Kuip, maar echt doorgebroken als ‘Ted de la Course’ ben ik nooit. Ik ben nou eenmaal geen slangenmens. Mijn droom om een keer bij de Amstel Goldrace, in de Giro of zelfs de Tour de France met een camera op de motor te zitten heb ik inmiddels wel laten varen. Misschien in een volgend leven.  

Dat neemt niet weg dat ik deze manier van televisiemaken nog steeds het allermooiste vind. De Tour de France blijft het mooiste sportevenement waar ik als cameraman bij ben geweest en ik hoop ieder jaar op een nieuwe Elfstedentocht. Met een camera bij de finish van een wielerwedstrijd ben ik dolgelukkig. De combinatie van deze sport en de manier waarop die technisch in beeld wordt gebracht, blijft iets magisch.

Dus was ik al heel blij dat ik gevraagd werd als cameraman voor De Ster van Zwolle. Toen in de voorbereiding bleek dat de beoogd regisseur niet kon, een andere regisseur met veel ervaring op dit vlak ook niet en tot slot een derde optie niet beschikbaar bleek, werd aan mij gevraagd of ik misschien op de regiestoel plaats zou willen nemen. Nou, dat hoefde Daan geen twee keer te vragen. Natuurlijk realiseerde ik me direct dat het een uitdaging was, maar ik zag het vooral als een unieke kans. 

Nadat ik een oog op de namenlijst had geworpen, van professionals die ze bij The Crew al hadden ingehuurd voor dit project, wist ik zeker dat ik dit tot een goed einde kon brengen. Ik mocht samenwerken met een super goede schakeltechnicus, de beste slowmotion operator voor deze sport, de juiste mensen voor de graphics, een goede geluidsman, de slimste technici voor alle verbindingen, de meest lenige cameramensen en drie geweldige motorrijders. Dit kon niet misgaan.

Zo kroop ik zaterdag dus niet achter een camera, maar achter de regiedesk in OBV2 van The Crew, die stond opgesteld naast de finish van de Ster van Zwolle. Ik was niet eens nerveus. Het voelde allemaal heel vertrouwd en ik wist precies wat ik wilde. 

Na een kleine vijftig jaar wielrennen kijken, waarvan ruim dertig met een televisiemakers-oog, heb ik wel een mening over hoe deze sport er op televisie uit moet zien. Ik heb vaak genoeg meegekeken bij echte regisseurs, zelf op de motor gezeten en aan de streep gestaan om te weten wat erbij komt kijken. Dus ging het heel vanzelfsprekend allemaal. Ik had de rust om goed te kijken en maakte dankbaar gebruik van alle hulp, die de heren aan mijn zijde aanboden, als dat nodig was. 

We hadden alles! Verhaaltjes binnen het verhaal werden verteld en waar nodig kwamen we er later nog even op terug. Naarmate de finish naderde en de renners in het peloton nerveuzer werden, namen ook bij mij de zenuwen een beetje toe. Het ergste wat er kan gebeuren bij de regie van een wielerkoers is dat je de ontknoping niet goed in beeld hebt. Zonder helikopter waar je altijd op terug kan vallen en die zorgt voor broodnodig overzicht is dat extra spannend. Maar motor twee bleef perfect voor het jagende peloton tot de laatste bocht. De vaste camera’s hadden goed zicht op de laatste 300 meter.

Het meest hectische moment voor een regisseur bij wielrennen is eigenlijk het deel na de finish. Dan komt alles bij elkaar en moet je snel keuzes maken. Vervolgens duurt het vaak net iets te lang tot de winnaar geïnterviewd en gehuldigd kan worden. Ook hier hebben we ons redelijk goed doorheen geslagen met veel herhalingen en hulp van de motoren die bij de winnaar bleven.

En toen was het klaar. Veel te snel voor mijn gevoel. Aan het eind van de dag restte mij niets anders dan al die fantastische crewleden bedanken. Op weg naar huis moest ik echt even landen en in mijn wang knijpen. Een jongensdroom is uitgekomen. Natuurlijk is er een lijstje met kleine verbeterpuntjes en mag ik niet denken dat ik morgen wel even de Elfstedentocht ga regisseren, maar mijn debuut als ‘koers director’ is zeker geslaagd. Al zeg ik het zelf. En als ik dan toch een keer een beetje onbescheiden mag zijn... het smaakt naar meer.

 

Daan, bedank voor de kans en het vertrouwen!



foto: Andre van den Esschert

maandag 12 januari 2026

kansen moet je grijpen!

 

 

Sinds een paar jaar assisteert Levi mij als ik een schoudercamera doe bij de grote projecten van L1. Het is een rustige jongeman, zonder praatjes. Eigenlijk weet ik nog heel weinig van hem, behalve dan dat je hem er heel goed bij kan hebben. Hij is serieus en snapt het spelletje van assisteren met lange camerakabels helemaal. Het is een hele harde werker die altijd op de plek staat waar ik hem het liefst wil hebben. Telkens als ik even omkijk hebben we gelijk oogcontact, want hij is altijd gefocust met zijn taak bezig. Dat is best knap als je bedenkt dat hij geen intercom heeft om de regie of het programma te volgen en er gebeurt altijd genoeg waardoor je afgeleid zou kunnen raken. Maar zelfs op heel lange dagen, zoals bij de 11e van de 11e staat mijn kabel niet één keer per ongeluk strak. Het is een stille kracht, die ervoor zorgt dat een cameraman lekker kan doen wat hij moet doen. Zo’n jongen die met je meedenkt over de ideale kabelroute of die even met een kist een handig opstapje voor je maakt.

Ook deze week mocht ik twee dagen met Levi werken. We waren bij de halve finales van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers in De Bombardon in Heythuysen. Met de camera op mijn schouder stond ik midden tussen het enthousiaste publiek, vlak bij de passerelle voor het podium. De assistent dekte mijn rug, zodat niemand tegen mij aan zou stoten. Als ik wilde verplaatsen, dan kon ik verplaatsen. Het leek heel gezellig, maar het is nog best lastig om stabiele beelden te maken, te variëren in shots en snel te werken tussen de mensen die feest aan het vieren zijn en die helemaal geen idee hebben van camerawerk. Los van wat zweetlucht om ons heen, de hitte en af en toe iemand die niet direct wilde wijken voor de televisiecamera, ging het hartstikke goed. Donderdagavond hadden we een aflevering opgenomen met twintig liedjes en op vrijdagmiddag de tweede aflevering. 

Toen we vrijdagavond net met de derde aflevering waren begonnen, gebeurde er iets wat ik nog niet vaak heb meegemaakt. Mijn collega bij camera 1 werd onwel. Waarschijnlijk een ongelukkige combinatie van de warmte, te weinig frisse lucht, geconcentreerd in een zoeker turen en een opkomende griep. Hij gaf via de intercom aan dat hij echt niet verder kon. Ik hoorde aan zijn stem dat hij het er moeilijk mee had. Zoiets doet een cameraman niet zomaar.

We moesten snel schakelen. Camera 1 was de belangrijkste camera, die close beelden maakte van de artiesten op het podium. Het leek mij logisch dat ik deze camera zou overnemen, maar bij een opname met slechts vier camera’s ga je het enorm missen als er een camera wegvalt. Het programma stilleggen tot er een verse cameraman zou zijn was zeker geen optie. En dus drukte ik Levi mijn camera in handen en zei: ‘Jij moet het overnemen. Succes!’ Tijd om hem even rustig te informeren was er niet. Hij keek me ook zeer verbaasd aan. Toen realiseerde ik me pas dat hij de intercom niet hoorde en dus nog niet wist dat de collega op camera 1 ziek was.

Achteraf gezien was het beter geweest als we de boel even stilgelegd hadden en voor de mensen in de zaal een muziekje hadden gedraaid. Dan hadden we ons rustig kunnen herpakken en even orde op zaken kunnen stellen. Maar in de blinde paniek van het moment liet ik de verbaasde assistent achter en baande ik door het publiek naar achteren waar camera 1 op een podiumpje stond. Daarop zat de collega, die inmiddels bleker was dan de witte sneeuw op het parkeerterrein. Ik vroeg of hij last had van zijn hart, maar dat was niet het geval. Toen ik zag dat hij in goede handen was, ben ik op zijn plek gaan staan. Vrijwel direct werd het programma hervat.

De zieke collega werd door lieve dames van productie meegenomen naar de frisse lucht. Ik had even nodig om de camera en zoeker zo in te stellen dat ik er weer lekker mee kon werken. Dat moest telkens tussen de nummers door. En dus duurde het een paar nummers voor ik in de gaten kreeg dat camera 3 ook alweer volop werd gebruikt. Levi deed ‘gewoon’ wat hij mij al twee avonden had zien doen, maar dan zonder assistent. Voor zover ik het kon beoordelen deed hij het zeker niet onverdienstelijk. Hij werd wellicht iets minder vaak geschakeld door de regisseur dan de andere camera’s, maar als hij aan de beurt was kon ik zien dat hij een prima plaatje maakte. Het was veel beter dan ik had verwacht.

Zelf heb ik als jonge jongen wel eens bij een concert gehoopt dat er omgeroepen zou worden of er toevallig een cameraman in de zaal was. Dan zou ik die kans met beide handen grijpen. Vandaar ook dat ik het superleuk vond dat Levi hier even liet zien dat hij veel meer is dan een geweldige assistent. Het is een talentvolle cameraman in de dop. Iemand die zeker nog eens een kans verdient. Ik hoop dat ze dit bij L1 ook gezien hebben. Niet dat hij gelijk mijn plekje mag innemen, maar het is altijd leuk als goede gasten zich verder kunnen ontwikkelen en mogen doorgroeien. Ik zou hem daarbij graag willen helpen met een klein duwtje in de rug, als dank voor alle keren dat hij mij zo ontzettend goed geholpen heeft.



Deze foto is van een jaar geleden, omdat de foto van deze week niet zo goed gelukt is.



vrijdag 4 oktober 2024

50 jaar lokale omroep

 



 

Deze foto is genomen in augustus 1988, bij het Drumbandtreffen in Geleen. De camera’s van lokale omroep START stonden opgesteld in de Groenstraat, voor de deur van de Hanenhof. Zo konden ze, met camerakabels die slechts 25 meter lang waren, vanuit de vaste regie in de kelder van het cultureel centrum, een live-uitzending van de voorbijtrekkende fanfares verzorgen. De vrijwilligers hadden in die dagen slechts twee van deze Sony DXC-3000 camera’s tot hun beschikking. Eentje liep, voor zover de kabel het toeliet, op straat en de andere stond vast tussen het publiek naast de hoofdtribune. 

De knappe cameraman in kwestie was op dat moment net 16 jaar oud. Zijn eerste vriendinnetje had het net een paar dagen eerder uitgemaakt. Voor de zomer was hij geslaagd voor de MAVO en in september zou hij naar 4 HAVO gaan. Twee jaar eerder had hij zich gemeld als vrijwilliger bij de beginnende lokale omroep. Daar hadden ze niet helemaal in de gaten dat hij nog zó jong was en bovendien waren alle handjes welkom. Aanvankelijk mocht hij alleen berichtjes schrijven voor de kabelkrant, maar niet veel later maakte hij promotie tot nieuwslezer tijdens de zondagse radio-uitzendingen. Het was hem echter te doen om de video-apparatuur ter waarde van 100.000 gulden, die net met subsidie van de gemeente was aangeschaft. De magere jongen in dat rode T-shirt, met dat ‘hippe’ witte sportbroekje en die te hoog opgetrokken witte sokken in Kangaroos-gympies, had slechts één droom: Hij wilde bij de televisie. 

Hoewel de vader van die jongen nog tegen hem zei dat filmen een leuke hobby was, maar dat hij toch beter een echt beroep kon uitzoeken, stond onze hoofdpersoon met zijn neus vooraan toen de dozen met splinternieuwe camera’s, loodzware videorecorders, monitoren, een simpele beeldmenger en wat randapparatuur werden uitgepakt. Hij wilde er alles van weten. Al zijn vrije tijd stak hij in de lokale omroep. Het enige studieboek dat hem wel interesseerde was het Basisboek Televisiemaken.

Een paar wat oudere jongens, die bij de ziekenomroep waren begonnen, sloten de boel aan en gaven op maandagavond videocursus. Op een van die avonden kwam Ivo Palmen langs. Een gewone Geleense jongen, die in die dagen net bij de NOS in Hilversum was begonnen als cameraman. Dàt was het grote voorbeeld. En Ivo bleek ook nog eens een superaardige en zeer behulpzame vent te zijn. Hij gaf de piepjonge vrijwilliger de eerste inzichten mee over kadrering, inzoomen en schepstellen. Hij liet de knul inzoomen op een deurstijl en vervolgens de scherpte verleggen naar de kalender die verderop aan de muur hing. Hoewel het allemaal heel simpel en basaal was ging er een hele wereld open. Vanaf dat moment wist hij zeker dat hij ook cameraman wilde worden. Hij wilde net als Ivo naar Amsterdam, Aalsmeer en Hilversum.

Avonden, dagen, weken, maandenlang heeft hij in de studio van Lokale Omroep START gespeeld met camera’s en de montageset. Natuurlijk werden er langzaam maar zeker steeds vaker serieuze programma’s gemaakt, maar tussen de bedrijven door werd er ook van alles uitgeprobeerd en nagedaan. Als bij de Soundmixshow van Henny Huisman een cameraman zijn camera tijdens een loopje 180 graden om zijn as kon laten draaien, dan werd dat de weken daarna in de kelder van de Hanenhof tot in den treure geoefend. Net zolang tot het tijdens een carnavalsoptocht in de praktijk gebracht kon worden. De lokale omroep was een grote speeltuin. Ondertussen maakte de algemene ontwikkeling van de jongen in het rode T-shirt grote sprongen vooruit door de onderwerpen die hij ging filmen en monteren, maar vooral ook dankzij de meer volwassen mensen waarmee hij samen moest werken. In Geleen kenden veel mensen de jongen met de camera. Zelfs de burgemeester reageerde altijd een beetje nerveus als hij in beeld moest en zei dan standaard: ‘Dag meneer Hettinga, zit mijn haar goed?’ 

 

Met veel plezier kijk ik naar die foto van mezelf in dat rode shirt. Een quartz horloge om mijn pols en die zonnebril zo cooltjes mogelijk om mijn nek. Het is mooi om te zien hoe geconcentreerd ik daar ben. Een kist om op te staan en een zelf gefabriceerde zonnekap aan de viewer. Van Gaffa tape had ik nog nooit gehoord. Het was ook in de tijd dat ik nog niet liep te klagen als ik met zo’n statief moest werken. 

Het is inmiddels 37 jaar geleden. Tot op de dag van vandaag vind ik camerawerk net zo stoer en leuk om te doen als die zondagmiddag in 1988. Het gaat nooit, maar dan ook nooit vervelen.





donderdag 15 februari 2024

dansen

 

Het was afgelopen dinsdag mijn veertiende Groeëte Gulpener Vastelaoves Finale. Sinds de regionale zender L1 in 2007 is begonnen met het uitzenden van dit evenement heb ik slechts drie edities moeten missen. Eentje ging niet door vanwege corona, twee keer deed ik een ander project voor L1 en waar ik in 2011 was is mij ook een raadsel. Het afsluiten van de vastelaovend, op carnavalsdinsdag in Gulpen, is voor mij vaste prik. Een van de constante bakens in alle onvoorspelbaarheid van mijn werk als freelance cameraman.

Ik doe bij dit evenement altijd de handheld camera. Lekker gooien en smijten met een groothoeklens op en rond het podium. Veel close shots van geschminkte koppies uit het publiek maken en de artiesten van dichtbij filmen. Het is een uitdaging om zoveel mogelijk te variëren. Drie van de vijf camera's waarmee we werken staan vast, dus met zo'n mobiel apparaat op je schouder kan je voor de jus in de cameravoering zorgen. Dat kan je zo fanatiek doen als je zelf wil, maar ik houd ervan om flink door te werken. Het is de kunst om ervoor te zorgen dat het rode lampje in mijn zoeker zo vaak mogelijk gaat branden.

In tegenstelling tot de grote feesten in de steden, die van carnaval steeds meer een festival maken waar kneiterharde stampnummers worden gedraaid, gaat het in Gulpen nog om kleinschaligheid en de echte Limburgse sjoenkelmuziek, die iedereen kan meezingen. Dit is wat mij betreft hoe carnaval hoort te zijn. Vaan Eijsde tot de Mookerhei. Het is dan ook mijn favoriete carnavalsfeestje om te filmen, al vond ik het nóg leuker toen het podium een aantal jaren geleden midden op het plein stond.

Al die jaren kom ik bij deze L1-projecten ook steeds weer dezelfde artiesten tegen. Sterren die buiten de provincie compleet onbekend zijn, maar wereldberoemd in Limburg. Sommigen hebben honderden optredens verspreid over de hele provincie tussen 11 november en aswoensdag. Die verdienen zo een vet jaarsalaris bij elkaar in een paar maanden. 

Dit jaar waren de Toddezèk er voor het laatst. Zij stoppen er na 22 jaar mee. Het duo Spik en Span sloot de avond af. Die twee heren uit Susteren mag je rekenen tot de meest populaire Limburgse artiesten. Zij hebben al meerdere keren het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers gewonnen en ook dit jaar wonnen zij dat belangrijke songfestival, in een tent met 7.000 bezoekers, met het liedje 'Vastenach'. Als zij ergens optreden, dan gaat het dak er af. Limburgse carnavalsvierders zingen elk nummer woord voor woord mee. 

Terug naar het camerawerk. Het is een aardig beeld als je de camera af en toe over het podium naar de artiesten toe laat vliegen en er een (half) rondje omheen draait. Zeker bij dit soort feestjes. Dit werkt voor mij het best als ik de camera hiervoor bij het handvat pak, de viewer openklap en met de camera op heuphoogte loop. Met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat je armen als een soort Steadicam fungeren. Onderhands, noemen we dat in cameramensentaal. Vervolgens laat je de groothoeklens zijn werk doen.

De timing van deze beweging moet bij de muziek passen. Hiervoor heb je hulp nodig vanuit de regie. Zij moeten aanvoelen dat je zo'n shot wil maken. Het helpt als ze jouw camera op het juiste moment in de uitzending schakelen én dat ze je niet te snel weer wegdrukken, zodat je de beweging kan afmaken. Dan is het ook nog eens van belang dat de artiest op het podium niet wegloopt of zich net even omdraait. Soms kan het leuk zijn als een zanger of zangeres even de lens pakt en de kijkers thuis bij het feest betrekt. Deze 'move' is pas echt geslaagd als je ook op tijd weer weg bent, zonder dwars door de shots van je collega's te lopen.

Het is eigenlijk een klein dansje. Een pas de deux voor een camera operator en een zanger of zangeres. Dus zou ik kunnen zeggen, terwijl ik eigenlijk het danstalent van een spoorbiels heb, dat ik toch in al die jaren honderden keren gedanst heb op een podium en ook nog eens voor een groot publiek. 

Afgelopen dinsdag wist fotograaf Harm Lutke een mooie actiefoto te maken van zo'n moment. Het is met Spik of Span. Die twee kan ik na al die jaren nog steeds niet uit elkaar houden. Ik zie nu pas hoe dichterbij ik kwam. Maar als je goed naar deze foto kijkt, dan zie je volgens mij vooral hoeveel plezier ik aan dit werk beleef.

 


foto: Harm Lutke


vrijdag 9 februari 2024

blijven leren...


Er zijn freelancers die vinden dat je jonge collega’s niet veel wijzer moet maken, omdat je dan je eigen concurrenten opleidt. Ik geloof niet in die filosofie. Enthousiaste mensen die écht de ambitie hebben om cameraman of -vrouw te worden, die zullen hun doel hoe dan ook bereiken. Dan kan je ze daarbij maar beter helpen. Het is goed om af en toe stil te staan bij basale zaken die vanzelfsprekend lijken en om na te denken over de vraag waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Dat houd je scherp. Soms levert het ook weer nieuwe inzichten op.

Het is altijd boeiend om jong talent de weg te wijzen of ze uit te dagen. Vragen beantwoorden, vertrouwen geven en ze begeleiden in hun zoektocht. Ik luister met plezier naar hun verhalen en deel graag mijn kennis en ervaring, als iemand daar tenminste voor open staat. Zelf heb ik zo ook een paar helden die aan de wieg hebben gestaan van mijn carrière en hun steun zal ik nooit, maar dan ook nooit vergeten. 

De vorige week was ik bij een congres en daar was mij gevraagd om een jong talent een duwtje in de rug te geven. Dat doe ik dus met liefde, al vind ik het altijd lastig om een camera uit handen te geven. Deels omdat het werk gewoon te leuk is, maar ook omdat ik het best moeilijk vind om iemand in het diepe te gooien. Ik ben altijd bang dat een leerling op zijn of haar bek gaat. Alleen moet je, net als bij de opvoeding van je kinderen, vroeg of laat iemand loslaten en een keer de kans geven om het zelf te proberen.

Ik maakte dus ruimte en keek met klotsende oksels over de schouder van mijn nieuwe collega mee. Via een apart intercomlijntje kon ik hem hier en daar een tip geven, maar ik moest al snel vaststellen dat hij het veel minder spannend vond dan ik. Wat er op deze positie van een cameraman verwacht werd was ook te overzien. Hij kon het prima aan. Dit had niet zoveel te maken met iemand in het diepe gooien, maar eerder met een zwemvest om in het pierenbadje zetten. Na een tijdje stond ik min of meer werkloos toe te kijken.

Aan de andere kant van de zaal worstelde een collega met de schoudercamera en een lange kabel. Die kon mijn hulp beter gebruiken dan de leerling. Zo liep ik even later achter camera 3 met een grote bos kabel in mijn hand. Laten vieren en weer opbossen. Ik was gepromoveerd tot kabelsleper. Dat is een rol die mij niet echt op het lijf geschreven is. Veel cameramensen zijn hun carrière begonnen als algemeen assistent en hebben ervaring met het opbossen van camerakabels, maar ik niet. Ik ben helemaal niet handig met zo’n snoer. Slag, tegenslag is de beproefde methode die je moet toepassen, maar bij mij is het vooral tegenslag. 

En daar gingen we. Trap op, trap af. Ik kreeg er klamme handjes van. Cameraman Gert was gelukkig heel dankbaar en geduldig. Het is ook een fijne collega. Voor hem was alles beter dan filmen zonder assistent. Ik vond het vooral confronterend. Opeens realiseerde ik me wat ik alle assistenten aandoe die normaalgesproken achter mij aan hollen. Natuurlijk weet ik al lang dat dit een vak apart is, maar het is toch belangrijk om het af en toe even zelf te ervaren. Dat vergroot het respect voor deze beroepsgroep. 

En zo werd het dus een leerzame middag. Het is alleen niet helemaal duidelijk wie nou het meeste geleerd heeft.




zaterdag 26 november 2022

De Wereld van Boudewijn Büch

 

De afgelopen week was het twintig jaar geleden dat Boudewijn Büch op 54-jarige leeftijd is overleden. De bekende, enthousiaste en niet onomstreden mediapersoonlijkheid stierf in zijn slaap op 23 november 2002, aan een hartstilstand. Als schrijver was hij vooral bekend van het boek De kleine blonde dood uit 1985, waarvan sindsdien meer dan dertig drukken zijn verschenen. Hele volksstammen hebben dit boek gelezen voor hun literatuurlijst. Als televisiepresentator maakte hij het reisprogramma De Wereld van Boudewijn Büch, waarin hij zijn interesses voor eilanden, de dodo, Mick Jagger, Andy Warhol en bovenal Goethe aan bod kon laten komen. Zijn fascinatie voor historie en cultuur was aanstekelijk. 

In 1998 mocht ik met Boudewijn Büch mee op reis als camera operator. Het is nog steeds een van de meest memorabele producties waar ik aan mee heb mogen werken. Met veel plezier kijk ik terug op deze periode, waarin ik in korte tijd ontzettend veel geleerd heb. Over cultuur, verzamelen, reizen en de wereld, maar ook over mijn vak en televisiemaken in het algemeen. 

Maar Boudewijn was geen makkelijke tante. Ook daarover heb ik op dit weblog meerdere verhalen geschreven. Op zijn sterfdag zat ik die stukken een beetje terug te lezen toen ik ook mijn blog van 9 januari 2014 tegenkwam. Het gaat over het einde van onze samenwerking. Ik vond het wel een toepasselijk verhaal nu we het al een week hebben over omgangsvormen in Omroepland. Vandaar dat ik het hier nog eens plaats:

 

 

 

'... en dat is het laatste filmwerk van deze lange zomer, die aangenaam was - zeker door Panda maar ook door Peter en Jan Rein - maar wel iets te vermoeiend en te lang. Ik heb veel aan depressies geleden.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 256, 26 september]

 

Aan het eind van een jaar reizen met Boudewijn Büch kreeg ik totaal onverwacht te horen dat de schrijver/programmamaker niet langer met mij wilde werken. Dat vond ik heel erg. We hadden samen vier lange reizen gemaakt, een bedrijfsfilm voor de VNG en een commercial voor Lassie Toverrijst gedraaid. Alles bij elkaar ongeveer 100 dagen in zes maanden en toen was ik opeens niet meer goed genoeg. Zelf wilde Boudewijn dat niet tegen mij zeggen. Hij liet het over aan de accountmanager van het facilitair bedrijf en aan zijn vaste producer Erica, die mij bovendien verbood om hierover contact met Boudewijn op te nemen. 

Het verhaal was dat ik slecht gedraaid had en daar kwamen ze kennelijk pas achter in de montage. Wat er precies mis was met mijn beelden konden ze me niet uitleggen. Van alles. Ik mocht hierover ook niet spreken met de vaste editor van De Wereld van Boudewijn Büch, want ze dachten dat dit de montage niet ten goede zou komen. 

Ik was hevig teleurgesteld en werd hier heel onzeker van. Temeer omdat andere mensen bij de VARA opeens ook openlijk twijfelden aan mijn kwaliteiten. Na enig aandringen kwam er een bandje met daarop tien voorbeelden van missers. Het werd besproken met de accountmanager, die het vervolgens aan mij mocht uitleggen. Het waren tien fragmenten die ik vrijwel direct kon weerleggen of waarvan ik zeker wist dat er ook nog een andere take was. 

Een van de voorbeelden was een scene voor een gebouw. Boudewijn legde uit dat Goethe achter een raam op de eerste verdieping had gesproken met een goede vriend. De camera ging omhoog, maar met een boogje naar dat raam. Dat was kennelijk niet goed; ik een knoeier. Maar recht boven de verteller had de microfoonhengel gehangen en daar had ik keurig omheen gedraaid. Boudewijn wilde nooit iets over doen, vanwege de spontaniteit. 

Na het zien van deze voorbeelden was ik enigszins gerust gesteld. Ik had immers zelf elke avond op mijn hotelkamer álle opnamen teruggekeken. Nu wist ik dat ik niet gek was. Als dit de ergste voorbeelden waren die ze konden tonen, dan viel het best mee. Wat heel erg stak was het feit dat de accountmanager inmiddels een fikse korting had gegeven. Daarmee had het NOB min of meer toegegeven dat ik een wanprestatie had geleverd, terwijl ik het daar niet mee eens was. 

Er moest iets anders aan de hand zijn. 

En er was natuurlijk ook meer aan de hand. Ik was tijdens onze laatste trip verliefd geworden op het meisje van productie waar Boudewijn ook verliefd op was. Dat had ik verzwegen, maar ik had het misschien niet goed genoeg verborgen gehouden. Ook had ik langzaam in de gaten gekregen dat Boudewijn lang niet altijd het eerlijke verhaal vertelde. Zo wist ik dat hij nooit het kind had gehad, waar hij wel met tranen in zijn ogen over sprak. Maar wat bijvoorbeeld ook op begon te vallen was dat hij erbarmelijk slecht Duits sprak, terwijl hij beweerde in Duitsland Duits gestudeerd te hebben. Een kop koffie bestellen was al een probleem. 

Hij wilde van mij af, dat was duidelijk. Maar ik wist niet precies waarom. Dat vrat aan me. Het irriteerde vooral dat ik me niet kon verweren. 

Waren we misschien uitgeluld? Hij had mij onderweg uitgehoord en kende inmiddels al mijn verhalen. En hij had tijdens het filmen van de Lassie Toverrijst commercial Roel Deen leren kennen. Deze ervaren cameraman had ik erbij gehaald, omdat ik zelf weinig ervaring had met de wilde reclamewereld. De volgende reis ging Boudewijn met Roel op pad.

Als hij even kort met mij had gesproken en eerlijk was geweest dan was het voor mij nooit zo'n groot ding geworden. Nu ik was aangevallen op mijn kwaliteiten als cameraman deed het pijn. Ik was pas een paar jaar bezig, nog niet super ervaren en al helemaal niet zeker van mijn zaak. Van deze vreemde afwijzing heb ik lang last gehad.

Boudewijn heb ik nog twee keer gezien. Een keer rende hij mij voorbij in de kantine van het NOB en de keer daarna waren we op de begrafenis van collega Roel Deen. Dat was niet bepaald een moment om elkaar te spreken. Bovendien keek Boudewijn liever naar de grond dan dat hij mij aan moest kijken.

Een paar jaar later was hij dood.

Op de avond waarop ik hoorde dat Boudewijn was overleden heb ik me voorgenomen dat ik voortaan direct contact opneem met de persoon in kwestie, wanneer ik hoor dat iemand niet tevreden is over mijn werk. Of diegene dat nou prettig vindt of niet. 

Je moet elkaar altijd recht in de ogen blijven kijken, open staan voor kritiek, maar ook iemand waarmee je werkt kunnen uitleggen wat je niet bevalt. Dat is een wezenlijk onderdeel van ons vak. Misschien wel van het leven. Wie daar niet mee kan of wil dealen heeft pech gehad. 

Boudewijn was er in elk geval niet goed in. De lul. Als er toch een hemel is kom ik daar zeker nog een keer op terug.

 

'Met Panda en Ulrike ben ik aan de montage begonnen van veertien Goethe-programma's waarvan ik er overigens nog twee moet opnemen. Over het camerawerk ben ik niet zo tevreden, maar gelukkig is er een overvloed aan materiaal.'

[Boudewijn Büch - Een boekenkast op reis. Privé-domein. Persoonlijke kroniek 1998. Pagina 269, 8 december]

 

Columnist Anne Boermans in het Financieel Dagblad van zaterdag 29 mei 1999 over De Wereld van Boudewijn Büch:

 

'De cameraman, Jan Rein Hettinga, levert daarbij een topprestatie. Hij volgt Büch voortreffe­lijk. Hij heeft een camera op zijn schouder die toch al gauw zo'n dertig kilo weegt. Om z'n middel zit een zware riem met accu's voor de stroomvoorziening. Die weegt eveneens vele kilo's. Terwijl hij half naast Büch een trap op moet, ziet hij door zijn camera alleen het hoofd van de presentator, niet de treden. Hij moet dus èn Büch scherp in beeld houden, al dat ge­wicht torsen, èn op gevoel de houten trap oplopen, waarbij hij bovendien geluidloos probeert te zijn, terwijl alles kraakt en steunt onder het geklos van de - forse - presentator.

Cameraman Hettinga slaagt er op deze manier in een compleet interieur op drie verdiepingen te laten beschrijven, in èèn ongemonteerde opname ('one track') van maar liefst vier minuten en vijftien seconden. Dat is vakwerk.

.....

Büch en Hettinga gebruiken een aantal prachtige technieken om het product voor de kijker aantrekkelijk te maken.

.....

Het is èèn van de mooiste series die momenteel op televisie te zien is.'






 

zaterdag 16 juli 2022

Even Apeldoorn bellen...

 

Jules Unlimited was een populair wetenschappelijk programma. Het werd uitgezonden door de VARA tussen 1989 en 2004. Toen ik nog thuis woonde keek ik op zaterdagavond altijd eerst naar Jules voor we op stap gingen. Jan Douwe Kroeske, Pieter Jan Hagens en Mieke van der Weij beleefden de meest bizarre avonturen in verre buitenlanden. Het was het uniek dat er ook met allerlei kleine camera’s werd gefilmd. Je zag point of views van actiescenes zoals je ze nog nooit had gezien. Het programma werd lang voor de uitvinding van de GoPro gemaakt.

Apetrots was ik toen ik voor het eerst zelf voor Jules Unlimited mocht filmen. Ik denk rond 1997. Ik mocht mee met cameraman Wouter Tersteeg naar de draf- en renbaan van Wolvega, waar Jan Douwe Kroeske met een Sulky aan een wedstrijd mee zou doen. Ik zou met een tweede camera extra opnamen maken vanuit de startwagen en kreeg de opdracht mee om veel risico te nemen met mijn shots. Vet close. Hij zag mij liever terugkomen met vier bruikbare shots die stuk voor stuk een negen waard waren dan met tien shots die slechts een mager zesje waren. Ik kreeg van deze leermeester terloops een belangrijke les over scherptediepte en het werken met telelenzen, waar ik tot op de dag van vandaag veel aan heb. Het lukte die avond en ik werd uitgenodigd om vaker voor Jules Unlimited te werken. Voor dat programma maakte ik in de jaren daarna super bijzondere reizen naar Engeland, Frankrijk, Duitsland, Amerika en Zuid-Afrika.

Een van de onderwerpen in Nederland ging over reddingsacties op zee. Ivette Forster werd getraind om een omgeslagen reddingboot weer overeind te krijgen met behulp van een soort airbag. We filmden hiervoor met de KNRM op zee en een dag bij een offshorebedrijf in de Rotterdamse haven. Ze hadden daar een groot overdekt trainingsbassin waar golven, regen en wind werden nagemaakt om oefeningen zo realistisch mogelijk te laten lijken. Voor ons een ideale locatie, want we konden vanaf de kant close opnamen maken en er was zelfs een raam onder water waar we doorheen mochten filmen. Natuurlijk gebruikten we onderwatercamera’s voor het echte ‘Jules-gevoel’.

Van die draaidag kan ik me lang niet meer alles herinneren. Het is meer dan twintig jaar geleden. Ik heb er helaas geen foto’s van. Het was nog in de tijd van de fotorolletjes. 

Wat ik wil vertellen is een verhaal over hoe het mis ging. Nee, er zijn geen gewonden gevallen en er is geen ramp gebeurt, maar een ongeluk zit wel in een klein hoekje. Een simpele actie kan er al voor zorgen dat je voor duizenden euro’s schade aan je broek hebt hangen.

Wat was het geval?

De hal waarin dat bassin was, die was niet super goed verlicht. De camera’s waren rond het jaar 2000 nog een stuk minder lichtgevoelig dan de camera’s die we nu voor zo’n spraakmakend programma zouden gebruiken. Daarom hadden we grote lampen bij ons. Een van die lampen, een grote HMI daglichtlamp, zette ik in de kelder, bij het raam waardoor je onderwater kon kijken. Zo kregen we een mooie baan licht onderwater.

De hele dag hebben we gefilmd en ik meen me te herinneren dat ik in de loop van de dag nog een keer bij die lamp ben geweest om hem iets te verplaatsen. Na afloop van de opnamen kwam ik beneden om de lamp op te ruimen en bleek dat een van de grote zwarte kleppen (barndoors) tegen het glas stond. Iemand had de lamp gedraaid of verplaatst. Dit had niet zomaar kunnen gebeuren door er even tegenaan te lopen. De klep was in de loop van de dag behoorlijk heet geworden en het temperatuurverschil had gezorgd voor een enorme barst in de ruit…

Je kent de reclame van de Gouden Gids vast nog waarin een schoonmaker tijdens een dansje met de steel van zijn mop tegen het raam van een zeeaquarium stoot. Nou, zo voelde ik me op dat moment ook. Het was geen krasje waarvan je zou kunnen denken ‘ik zeg niks…’ 

Foutje bedankt!

Het werd geen gezellig afscheid die dag. Gelukkig was ik op dat moment in vaste dienst bij het NOB en die hebben het met de verzekering opgelost. Ik heb begrepen dat het een bedrag was van rond de 7.000 gulden en dat viel mij eerlijk gezegd nog mee. Om te beginnen moest het halve bassin leeggepompt worden. Duizenden liters water. Verschillende trainingsdagen werden geannuleerd. En vervolgens moest er een nieuwe ruit op maat gemaakt worden. Dat is geen enkel glas…

Het is een van de draaidagen waarop ik het minst trots ben, hoewel ik zelf nog steeds betwijfel of ik degene was die deze lamp daadwerkelijk tegen de ruit heeft gezet. Ik was sowieso verantwoordelijk en het was mijn idee om hem daar neer te zetten. Niet goed genoeg over nagedacht. Zo is een dure fout snel gemaakt.




zaterdag 28 mei 2022

Ahoy

 

Op zaterdag 9 maart 1991 was ik op bezoek bij mijn oude buurmeisje, die inmiddels op kamers woonde in Rotterdam. We bedachten spontaan dat het misschien leuk was om naar het concert van Hessel in Ahoy te gaan. Een uur later hadden we voor de deur van het Sportpaleis kaartjes gekocht. In die tijd ben ik daar ook naar concerten van Van Halen en The Black Crowes geweest, maar het optreden van Hessel van der Kooij was volgens mij de eerste keer Ahoy. Het werd een onvergetelijke avond. De sfeer bij dat concert was uniek met zoveel mensen die van Terschelling kwamen. Ik kon mijn ogen goed de kost geven, omdat er opnamen van het concert werden gemaakt door de TROS. Niet ver van waar wij stonden vloog een camera door de lucht en reed een andere camera op een rails. 

Als achttienjarige kon ik alleen nog maar dromen van een baan als cameraman. Ik was vrijwilliger bij de lokale omroep START in Geleen en had ik wel eens bij een concert van de Janse Bagge Bend gefilmd. Het leek mij het absolute einde om een keer achter zo’n echte televisiecamera te staan bij een groot concert in Ahoy. Stiekem hoopte ik op een ongevaarlijke appelflauwte bij een van de cameramensen van de TROS en dat ze dan niet alleen zouden omroepen of er een dokter, maar ook nog een cameraman in de zaal was. 

Dik dertig jaar later heb ik best wel wat concerten in Ahoy gefilmd. De vorige week mocht ik bijvoorbeeld twee avonden filmen bij ‘Hyper’ van Davina Michelle. Vanzelfsprekend worden zulke grote producties met vijftien camera’s nooit. Cranes, dolly’s en een Steadicam. Nog steeds voel ik me als een jongentje in de snoepwinkel. 

Hoe cool is het om tussen het publiek door te lopen naar je positie? Dat je vervolgens tussen de mensen staat, een headset opzet en het publiek vol verwachting ziet kijken. Zij weten dat wanneer de cameramensen klaar gaan staan, het concert bijna zal beginnen. Je bent als het ware een piepklein beetje onderdeel van de rock ‘n roll. De spanning stijgt, het zaallicht gaat uit en dan gaat het los.

Bij Hyper deed ik een camera op een track, die achter het publiek reed. Met name voor ruime shots, waarin je het podium, de lichtshow en alle speciale effecten goed kon zien. Vuur en confetti, maar ook als de handjes van het publiek de lucht in gingen. Dat lijkt een eenvoudige missie, maar ik had er mijn handen vol aan. Het was een kwestie van timing. Je moest niet aan het einde van je rails zijn op het moment dat er een break in de muziek zat. Dan veranderde het licht of kwam er vuurwerk. Twee uur in opperste concentratie. En de hele tijd die zware dolly op gang trekken en tien meter verder weer afremmen, om hem vervolgens de andere kant op te trekken. Maar het is zo tof om te doen. Het is al bijzonder om erbij te zijn. Zo leuk om op deze manier je geld te verdienen. 

Zaterdagavond had ik het gevoel dat er de hele tijd een knul naar me stond te kijken. Ik schatte hem een jaar of zeventien. Hij leunde nonchalant tegen de hekken, die ze om mijn cameratrack heen hadden geplaatst. Zijn vriendinnetje was duidelijk meer geïnteresseerd in Davina Michelle dan hij. Zijn focus leek te liggen bij de camera waarmee ik mijn werk deed. Toen ik aan kwam lopen viel het gelijk op, maar ook wanneer ik tijdens het concert even naast me keek zag ik hem staren. Ik nam me voor om hem na afloop even aan te spreken, zodat ik hem kon aanraden om zijn dromen na te jagen. Ze komen uit als je het maar hard genoeg wil. Helaas was hij na het laatste applaus al weg. 



foto: Monica Hoogendoorn


maandag 11 april 2022

veel over je gehoord...

 

Het is koud in de grote bedrijfshal. Een roldeur, maatje vrachtwagen, staat open. Buiten regent het pijpenstelen. Camera- en geluidsmensen trekken zo snel mogelijk een busje leeg. Kisten, statieven, microfoonhengels, lampen; het wordt allemaal in een hoek gezet. Zo’n hoek waarvan je nu denkt dat hij buiten beeld blijft, maar het is een wet in onze business dat welke hoek je ook neemt, het staat altijd in de weg. Waar je de spullen ook neerzet, je zal ze altijd nog een paar keer moeten verplaatsen of een visueel compromis moeten sluiten.

Dit is een enorme loods op een industrieterrein bij de haven. Gescout als locatie voor een tv-opname, waarbij een de kandidaten een boodschap krijgen van een strenge presentator. Daarna moeten ze een opdracht uitvoeren. De regisseur heeft vooraf zijn producers de volgende kenmerken meegegeven: Industrieel, groot en licht. Dat laatste is niet helemaal gelukt. Er zijn een aantal standaard plekken in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en bijvoorbeeld Zaandam waar je dan al snel terecht komt. Vandaag gaan we iets nieuws proberen, maar de verwende cameramannen kijken al een beetje moeilijk. Gevalletje net-niet. Belichters zijn met grote lampen in de weer, die straks ook de hele tijd in de weg zullen staan.

Ik stel me voor aan een groepje mensen van de productiemaatschappij, die met bekertjes koffie in de hand in een halve kring staan. Ondanks het feit dat ik al bijna dertig jaar in Omroepland werk, zijn er nog steeds hele volksstammen die ik niet ken. Vaak ben ik bang dat ik ze wel ken, maar niet meer herken. Nu gaat er geen belletje rinkelen als ze hun namen noemen. Ik heb dan ook geen idee wat hun functie hier is. Wie doet wat? Wat dat betreft hebben zij het makkelijk. Aan de The North Face jas herken je gelijk een cameraman of geluidsman. Alle geluidsmannen hebben nog een soort tuigje om, waar ze hun mixertas aan haken.

Als ik me heb voorgesteld, weet ik soms na twee tellen al niet meer hoe iemand heet. Het is alsof de partitie voor namen op mijn harde schijf na al die jaren langzaam vol raakt. Dat is ook de reden waarom ik op zulke dagen vaak het callsheet uitprint en in mijn kontzak steek. Dan kan ik snel een naam opzoeken en doen alsof ik wel attent ben.

Zij kennen mij wel. Zeggen ze. Of ze kunnen goed acteren. Google, LinkedIn en Facebook zijn handige middelen om even iemand uit te peilen. ‘Veel over je gehoord,’ zegt een van hen. Ik weet niet gelijk wat ik daarvan moet vinden. Dan vult hij snel aan: ‘Maar niets dan goeds!’ Ze lachen. Ik lach met ze mee. Of het allemaal klopt weet je nooit. Ik stel me voor aan een dame die zegt dat wij vandaag een team vormen. Zij is redacteur/verslaggever. Ik zeg voor de grap: ‘Veel over je gehoord…’ en zij vult mij aan met: ‘Niets dan goeds, zeker…’

Later begrijp ik van de geluidsman, die vaker voor deze productie heeft gedraaid, dat de verslaggeefster enigszins onzeker is geworden door mijn manier van voorstellen. Het is de toon die de muziek maakt, hoe je kijkt en of je meent wat je zegt. Grapje kwam blijkbaar cynisch over. Misschien was het dat ook wel een beetje. Blijkbaar heb ik niet direct het enthousiasme uitgestraald waar zij op hoopte. Goed dat de geluidsman dat ziet en het even eerlijk zegt. 

Ik moet bekennen dat ik niet met de juiste instelling aan deze dag ben begonnen. Vooroordelen over het type programma dat we draaien, niet louter mensen in de crew waar mijn hart sneller van gaat kloppen en vooral veel poeha en gedoe rond de ‘sterren’ van deze show. Ik ben nogal gevoelig voor influencers en D-artiesten met kapsones. Zeg maar allergisch. Als een voor mij onbekende mevrouw, met een overdosis botox in haar lippen, al aan het begin van de dag net iets te luid loopt te zeuren over het verkeerde merk neusspray, dat ze ook nog eens te laat van de productiestagiaire heeft gekregen, dan haak ik af. Regel lekker zelf je neusspray! Of op een locatie als deze vragen om Latte Macchiato. Het is gewoon zwart of met melk en suiker. En ‘Heeft mijn manager niet doorgegeven dat ik uiterlijk om vijf uur een taxi naar Amsterdam moet hebben?’ Alsof je na een normale draaidag niet meer in staat bent om even naar huis te rijden. Hoezo moeten op een productie, waar budget altijd een issue is, taxi’s met de BN’ers af en aanrijden? 

Nu realiseer ik me, dankzij de opmerking van de geluidsman, dat ik zelf met 1-0 achter sta. Niemand heeft er hier een boodschap aan dat ik een mening heb over de hoofdpersonen waarmee we werken. Het telt ook niet dat ik kort heb geslapen en dat het gisteren een lange dag was. Ik moet gewoon ‘leveren’. Ze hebben mij ingehuurd voor het camerawerk, krijg er voor betaald en had anders zelf vooraf ‘nee’ kunnen zeggen. Niet zeuren dus. De rest van de dag waakzaam zijn dat ik niet negatief over kom.

Gelukkig ben ik 99 van de 100 dagen betrokken bij producties waar ik wel vrolijk van word. Ik mag zeker niet klagen. Maar soms lijkt het op werken en zijn er genoeg redenen om narrig te worden. Ik ben een cameraman met een mening die ik slecht voor me kan houden. Als het feest is, dan laat ik het zeker weten, maar als het allemaal kut is, dan… ook. Het lukt vaak niet goed om op mijn lip te bijten en mijn ergernis of irritaties voor iedereen verborgen te houden. Je ziet het zo aan mij. Dat hoort niet.

Vandaag moet ik vooral blij zijn dat ik mag werken met een goede geluidsman. Zo eentje die aan twee woorden of alleen een simpele knipoog genoeg heeft. Wij begrijpen elkaar en slepen elkaar er wel doorheen. Het wordt vanzelf donker. 

Tandje erbij en gaan!

We verplaatsen de camerakisten van de ene hoek naar een andere. Fluitend. Hier komen we ze straks ook vast weer tegen, maar dat maakt niet uit.

Het voordeel van veel ervaring hebben is ook dat je weet hoe je extra gas kunt geven. Onze reporter is al snel weer ‘helemaal happy’. Wij doen alles wat ze vraagt en telkens net iets je meer. Je zou onze inzet bijna kunnen verwarren met enthousiasme. Voor ze iets kan vragen hebben wij het al gedaan. We denken mee en vooruit. De geluidsman en ik, we worden er zelfs vrolijk van. Wat er precies allemaal voor de lens gebeurt, dat maakt niet zoveel meer uit. De mevrouw met volle lippen en verstopte neus draait inmiddels met een andere ploeg. Wij hebben de vrolijkste kandidaat. Dat is ook weer mazzel.

Televisiemaken is geen raketwetenschap. Het is de kunst om op het juiste moment in de spiegel te kijken of even een spiegel voorgehouden te krijgen. 

Na een lange dag hollen, vliegen, duiken, vallen opstaan en weer doorgaan moeten we nog een paar exterieurshots maken. Waarschijnlijk voor de prullenbak. In de zeikende regen, maar ik zeg niks. Ik kijk even naar Bob. Hij geeft mij een knipoog.





 

zaterdag 8 mei 2021

de wonderlijke wereld van de televisie

 

Freelance cameraman Martin Mulder heeft een boek geschreven over de avonturen die hij beleefde gedurende zijn lange en rijke carrière in de wonderlijke televisiewereld. Het staat vol smeuïg opgediende verhalen over programma’s uit vervlogen tijden en over zijn samenwerking met bijzondere bekende Nederlanders. Een absolute must-read voor iedereen die in Omroepland werkt, maar zeker ook een aanrader voor mensen buiten het tv-wereldje. 

Persoonlijk ken ik vakbroeder Mulder niet. Voor zover ik kon nagaan hebben we slechts één ochtendje samengewerkt, tijdens de Uitmarkt in 2016. Het zegt misschien dat het wereldje, waarin we allebei opereren, minder klein is dan je zou denken, maar volgens mij is het vooral stom toeval. Natuurlijk ken ik zijn naam en een hoop klanten waarmee hij werkt behoren ook tot mijn klantenkring. Dus toen ik hoorde dat hij een boek heeft geschreven heb ik dat uiteraard gelijk besteld bij mijn lokale boekhandelaar. 

De wonderlijke wereld van de televisie’ is totaal niet technisch en met een vlotte pen geschreven. Ik heb het in één ruk uitgelezen. Dit heerlijk eerlijke boek is een prachtige spiegel voor iedereen die in de omroepwereld werkt. Sterke verhalen uit de oude doos worden zonder opsmuk verteld. Man en paard worden genoemd, maar nergens voelt het als een kille afrekening of valse roddel. De schrijver is hier en daar terecht kritisch, soms licht vilein, maar het is vooral een boek vol zelfspot en humor, zonder dikdoenerij of opschepperij. Het geeft een fijn inkijkje in de kleurrijke geschiedenis van onze malle televisiewereld.  

Mijn enige kritiek is dat het naar meer smaakt. Sommige verhalen konden wat mij betreft niet ver genoeg worden uitgediept. Met name over historische programma’s als De SterrenshowWedden Dat? of Breekijzer had ik graag meer gelezen. Maar het is vooral een mooi boek dat bestaat uit fantastische  herinneringen. Ideaal om deze zomer mee te nemen op vakantie. Ondertussen wacht ik geduldig op deel 2…

 

Het boek van Martin Mulder heet ‘De wonderlijke wereld van de televisie’ en is uitgegeven door Pepperbooks.nl.




vrijdag 19 maart 2021

Club Veronica Kids

Het was zondag 2 september 1990. In een rood Peugeotje, naast de oom van mijn toenmalige vriendinnetje, reed ik langs het Mediapark in Hilversum. Ik was 18. Twijfelde in die tijd over van alles, maar één ding wist ik zeker: Hier moest en zou ik ooit werken! 

Vastberaden om cameraman te worden was ik die ochtend in alle vroegte op weg naar Club Veronica. Ik had gelogeerd in Naarden en nog een lichte kater van de kermis waar we te lang waren geweest, maar deze dag móést en zou het gebeuren. 

Ik werd afgezet op Laapersveld 75. Het iconische gebouw van Veronica, dat ik kende dankzij de uitzendingen op zaterdagmiddag van ‘1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9… Tineke’. Nu was ik er zelf. Eindelijk! Het was een soort auditie dag voor nieuwe ‘Kids’. Ze zochten talenten op het gebied van televisiemaken. Als ik het goed deed zou ik toetreden tot deze gedenkwaardige club, waar sterren als Menno Bentveld, Anita Witzier en vele anderen al uit voortgekomen waren. Hier kon ik mijn toekomst in Omroepland min of meer veilig stellen.

Al vier jaar werkte ik als vrijwilliger bij de lokale omroep in Geleen. Niemand hoefde mij uit te leggen hoe een videocamera werkte of hoe je met twee videorecorders kon monteren. Ik wist het allemaal wel. En daar ging het die zondag in Hilversum natuurlijk gelijk mis. Met mijn zachte G kon ik niet op tegen het verbale geweld van mijn concurrenten uit de Randstad en toen ook nog bleek dat ik het allemaal beter dacht te weten werd ik genadeloos afgestraft. 

Tot overmaat van ramp liep ik met een bekertje hete chocolademelk tegen de glazen schuifdeur bij de hoofdingang. Een grotere afgang was niet mogelijk en de gigantische chocomelvlek op mijn blitse O’Neill trui verklapte de rest van die dag dat ik de oelewapper was die tegen de voordeur liep. 

Ik had overduidelijk mijn dag niet op zondag 2 september 1990.

Bij een simpel editing-opdrachtje kreeg ik een knallend meningsverschil met het meisje dat mij technisch moest bijstaan. Het ging over een vast shot van een stoplicht. Ik wilde dat inkorten, zodat het licht sneller op groen sprong, maar volgens mijn ‘begeleidster’ kon je niet midden in een shot knippen. Ik wist 100% zeker dat ik gelijk had en wilde liefst zelf achter de knoppen kruipen, maar het lukte me niet om haar te overtuigen. Zij vond mij stronteigenwijs en koppig. Achteraf bezien denk ik dat ik dat ook was, ook al had ik gelijk. De kans op een carrière bij Club Veronica Kids glipte daar uit mijn handen en ik had het niet eens in de gaten. Je kan iets ook té graag willen. 

Tijdens de lunch sprak ik met de beroemde en immer vriendelijke Veronica-regisseur Eduard Huis In’t Veld, die toevallig schuin tegenover me zat. Ik vroeg hem het hemd van het lijf en wilde ‘en passant’ nog even mijn gelijk halen over die montageopdracht. De jongedame waarmee ik had zitten monteren zat erbij en als blikken konden doden, dan had ik die dag helemaal niet overleefd. Eduard begreep mijn uitleg niet of hield zich wijselijk een beetje op de vlakte, dus ook hier schoot ik alleen maar in mijn eigen voet.

Van de rest van die dag kan ik me niet veel meer herinneren. Ik geloof niet dat ik met iemand een klik had. Het ging als een nachtkaars uit. ’s Avonds in de trein van Hilversum naar Geleen kroop ik in de armen van mijn vriendinnetje. Even heb ik overwogen om mijn droom te laten varen. Dan maar geen cameraman worden. Als ze zo onaardig waren in het noorden, dan hoefde het voor mij niet.

Toch denk ik dat die compleet mislukte dag bij Club Veronica voor mij een goede ervaring was. Even met beide beentjes op de grond. Je wordt niet zomaar cameraman en de techniek is misschien niet eens het belangrijkst. Het gaat er veel meer om wie je bent en hoe je met mensen omgaat. Bovendien moet je nooit een glazen schuifdeur over het hoofd zien, want die spiegelt een heel klein beetje en alleen door goed naar jezelf te kijken kom je uiteindelijk verder.