Posts tonen met het label omroepland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label omroepland. Alle posts tonen

donderdag 2 juli 2026

Tien jaar Wet DBA: soap zonder einde!

 

 

In maart 2016 schreef ik op mijn weblog voor het eerst over de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. Sindsdien heb ik me vastgebeten in dit dossier met brieven, blogs, Kamerdebatten, ministersgesprekken, webmodules en nieuwe namen voor oude problemen. Het leverde mij uiteindelijk een rol op als bestuurslid in de belangenvereniging voor freelancers in de media (FIM). Dat is mooi vrijwilligerswerk, maar deze functie kost meer energie dan het tot nu toe oplevert. Met dank aan de Wet DBA.

 

Het begon tien jaar geleden met een open brief aan staatssecretaris Wiebes, omdat ik als freelance cameraman zag hoe een slecht doordachte wet mijn bestaan ondermijnde. Die brief werd meer dan honderdduizend keer gelezen en leidde tot gesprekken met Kamerleden en de Belastingdienst. Uiteindelijk werd de wet onder druk van een brede beweging van zzp'ers, opdrachtgevers en politici in de ijskast gezet. Ik had mijn kleine steentje bijgedragen.

De kern van het probleem was simpel: de Wet DBA was gebouwd op een arbeidsrechtelijk fundament uit 1907. Het begrip 'gezagsverhouding' bepaalde of iemand werknemer of zelfstandige was, maar in een projectmatige sector als de mediawereld gaat die vlieger niet op. Als een opdrachtgever bepaalt hoe laat ik op de set moet zijn, zou je kunnen stellen dat er volgens de wet sprake is van gezag en dat ik in theorie een schijnzelfstandige ben. Terwijl ik vijftien verschillende opdrachtgevers per jaar heb, mijn eigen AOV betaal en heel bewust heb gekozen voor het ondernemerschap.

Het handhavingsmoratorium werd jaar na jaar verlengd. Ministers erkenden dat het een 'zorgenkindje' was, maar ontweken de fundamentele vraag: Wat is een echte zzp'er? Een webmodule die moest helpen gaf in de helft van de gevallen geen uitsluitsel. In 2023 presenteerde minister Van Gennip de Wet VBAR. 'Gezagsverhouding' heette nu 'inbedding', maar het kwam op hetzelfde neer. Zeven jaar verder en geen stap opgeschoten.

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Je ziet dat hierdoor contracten complexer worden, omdat opdrachtgevers zich tegen elk risico indekken. Daarnaast worden er nieuwe juridische maatregelen bedacht die veel tijd en energie kosten. De enigen die hier beter van worden zijn juristen en fiscalisten. Ondertussen zitten wij vast in juridisch en politiek drijfzand. We blijven oeverloos discussiëren, omdat de wet niet helder is. Alleen een campagne met de boodschap 'Zo kan zzp wél!' lost de onduidelijkheid natuurlijk niet op.

Minister Aartsen belooft nu dat zijn ‘Zelfstandigenwet’ er komt, maar dat duurt nog minstens anderhalf à twee jaar. Ik vrees dat het zelfs langer zal duren, want ook over de plannen voor die zelfstandigenwet zijn de deskundigen niet eensgezind. Dat komt vooral omdat er geen heldere definitie is van wat een zzp’er is of zou moeten zijn. Laten we beginnen met het definiëren van duidelijke categorieën van zelfstandig ondernemers, met de nadruk op ondernemerschap en professionaliteit. Laten we dan ook gelijk stoppen met de besmette term ‘zzp’, want dat gaat er over wat iemand niet heeft (zelfstandige zonder personeel), terwijl je juist zou moeten benoemen wat iemand wél is: zelfstandig professional (zp).

 

Ondertussen blijf ik herhalen wat ik al tien jaar roep: Kijk niet naar de opdracht of de opdrachtgever, maar naar het ondernemerschap van de opdrachtnemer. Als iemand zelfstandig wil zijn, een redelijk uurtarief kan vragen, werkt voor meerdere opdrachtgevers, iets geregeld heeft voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid, aan pensioenopbouw doet en netjes belasting betaalt, dan is die persoon een zelfstandig ondernemer. Volgens mij kan de Belastingdienst dit eenvoudig controleren met een digitale ondernemerscheck. Laat iemand die zonder problemen door zo’n test komt lekker zijn of haar gang gaan. Na al die jaren discussiëren hoop ik nog steeds vurig dat we uiteindelijk uitkomen bij iets wat verdacht veel lijkt op een VAR 2.0. 


Deze column schreef ik voor het vakblad AV&Entertainment Magazine. Het hele julinummer vind je HIER!




zaterdag 30 mei 2026

Dag The Crew, hallo DMC Production!

 

Ik had pas een paar keer voor The Crew gewerkt toen we in november 2016 naar Assisi gingen voor een project van de Amerikaanse publieke zender PBS. Daarvoor had ik wel vier dagen Idols voor ze gedraaid en ik kende de eigenaren Job en Ivo van allerlei opdrachten waar zij Steadicam deden, maar die opdracht was met terugwerkende kracht mijn eerste echte kennismaking met dit facilitair bedrijf. Het was nog een kleine club. Ze hadden net hun Flexibele Broadcast Unit gebouwd. Die bestond uit een materiaalwagen en een ruime trailer met de nieuwste meercamera technieken. De vuurdoop van deze fonkelnieuwe productiefaciliteit was dus tijdens een opname voor de Amerikaanse publieke omroep, helemaal in het midden van Italië. Je moet het maar durven.

Inmiddels zijn we tien jaar verder en heb ik, als ik goed gerekend heb, 343 dagen voor The Crew gewerkt. In die tijd heb ik het bedrijf enorm zien groeien. Eind 2019 kwam er een tweede regiewagen. Zo’n serieuze, uitschuifbare Outside Broadcast Truck met daarbij een echte materiaalwagen. Ook toen die in gebruik werd genomen was ik erbij. Dat was bij het NK Veldrijden in 2020. Wederom waren Job en Ivo niet bang om met een groot project in het diepe te springen. Daarmee laten zij zien dat het echte ondernemers zijn. Ze grijpen kansen met beide handen aan. Hun motto daarbij was ‘no guts, no glory!’ 

In 2021 mocht ik mee toen ze voor het eerst The Scrooge deden en een paar maanden later stond zelfs The Passion op ons menu. Dat project was tot dan toe alleen nog maar weggelegd voor de grootste facilitaire bedrijven. We gingen het NK Wielrennen doen en schaatsen in Thialf. Ondertussen groeide The Crew ook met steeds meer eigen personeel. Een aantal van die mensen beschouw ik inmiddels niet alleen als collega, maar het zijn ook vrienden geworden.

Bij The Crew heb ik veel kansen gekregen om mezelf te ontwikkelen, ondanks het feit dat ik freelancer ben. Ze huren mij vaak in als eerste cameraman en dan mag ik meedenken over cameraposities, lenzen en de samenstelling van een team. Tijdens de klus heb ik dan best wel wat verantwoordelijkheid, maar ik krijg daar ook de ruimte om die te pakken. Dat waardeer ik enorm. Ik heb ze geholpen met de begeleiding van een groepje jonge cameramensen toen dat nodig was en onlangs mocht ik zelfs regie doen tijdens een wielerkoers. 

Mijn hart en loyaliteit hebben ze vooral voor altijd gewonnen op de momenten waarop ik het persoonlijk even moeilijk had. De eerste keer was toen Facility House werd overgenomen door NEP en ik opeens veel minder werk had. Toen was het The Crew die de grootste klap voor mij opving. Op het moment waarop mijn moeder slecht lag hadden ze alle begrip en ook toen mijn vader net was overleden stonden de mensen van The Crew voor mij klaar. Dat vergeet ik nooit meer. Maar het mooiste voorbeeld blijf ik de coronatijd vinden. Alle grote bedrijven sloten hun deuren voor freelancers. Zij hadden hun handen vol met hun eigen problemen en ook The Crew zat opeens in zwaar weer, maar daar bleven ze meedenken met de freelancers die ze veel inhuurden. Ik weet nog dat ik in die donkere periode een keer een camera nodig had voor een eigen project en dat ik met Job ‘ruzie’ kreeg, omdat hij mij geen factuur wilde sturen en ik juist heel graag netjes wilde betalen. Dat vond ik zo bijzonder dat ik nog steeds bij The Crew mijn cameraset inhuur als ik er eentje nodig heb.

 

Ik heb al mijn opdrachtgevers lief en (eerlijk is eerlijk) ik heb ze ook allemaal even hard nodig, maar The Crew is niet zomaar een opdrachtgever voor mij. Door alles wat wij samen de afgelopen 10 jaar hebben meegemaakt voelt het een klein beetje als thuiskomen als ik voor ze mag werken en dat is heel prettig voor een freelancer. 

Deze week was er een feestje. In Hilversum werd het nieuwe pand officieel geopend en daar werd bekend gemaakt dat The Crew vanaf nu verder gaat onder de naam DMC Production. Dat zat er al een tijdje aan te komen, sinds de overname door dit Scandinavische bedrijf. Het is een logische stap die past bij de groei die het bedrijf doormaakt. Persoonlijk vind ik het wel jammer dat er weer een mooie vertrouwde bedrijfnaam verdwijnt, maar het zal vast snel wennen. Ik hoop vooral dat er in de manier van (samen)werken niet te veel zal veranderen. 

 

 

 

(foto: Sander Mulkens)

donderdag 7 mei 2026

lekker filmisch

 

 

De presentator van het nieuwsprogramma kondigde aan dat er een verslaggever ter plaatse was. Vervolgens kwam de correspondent in beeld en die vertelde trots dat ze was aangekomen in het rampgebied. De achtergrond van deze stand-up was echter zo wazig dat zij ons alles had kunnen wijsmaken. Ze kon net zo goed voor de Eiffeltoren staan of op het Mediapark. Haar camera-operator was kennelijk zo blij met de betaalbare full-frame camera, autofocus en lichtsterke (foto)lens, dat deze in alle enthousiasme een beetje was doorgeschoten.

Als kijker stoor ik me steeds vaker aan wat ik niet zie. Natuurlijk moet het onderwerp scherper zijn dan de achtergrond, maar je wil wel zien wáár een verslaggever is. Dat is juist het hele punt van een verslaggever op locatie. Zeker bij nieuws-, actualiteiten- of sportprogramma’s. Inhoud gaat voor de vorm. 

Het is in de mode om voor televisie op te nemen met een flinterdunne scherptediepte. De verklaring hiervoor is simpel: Omdat het kan. Camera’s zijn lichtgevoeliger geworden, sensoren groter en lenzen lichtsterker. Wat ooit was voorbehouden aan filmsets is nu beschikbaar voor iedereen. Het is zelfs goedkoper in aanschaf dan ‘echte’ televisiecamera’s met broadcastlenzen. 

De vraag is niet of het kan, maar of het ook echt iets toevoegt. 


Een minimale scherptediepte is geen neutrale esthetische keuze. Het is het weggooien van informatie. In fictie kan dat een krachtig middel zijn. Daar bepaalt de regisseur waar je naar kijkt, wat je voelt en wat je niet hoeft te weten. Bij nieuws, sport, concertregistraties en entertainment, wil je eigenlijk niet isoleren, maar juist laten zien wat er gebeurt. De context is geen bijzaak.

Los van het feit dat je meer van de omgeving wil zien is het voor de camera-operator ook nog eens lastig. Foto- en filmlenzen zijn niet gemaakt voor het snelle televisiewerk. Soms is het echt zwoegen om ervoor te zorgen dat er überhaupt nog iets scherp is in het kader. De compositie net even mooier maken door een fractie verder in of uit te zoomen lukt vaak niet.

Wat op een filmset gecontroleerd en herhaalbaar is, wordt in een studio, op het concertpodium, in een rampgebied of langs een sportveld al snel een risico. Bij een televisieproductie is er vaak geen tweede kans of tijd om het nog eens te doen. Dan is onscherpte geen stijl meer, maar een mislukking.

Laten we stoppen met het argument dat iets pas filmisch is als het met een kleinere scherptediepte is opgenomen. Dat is onzin. Grote filmmakers draaien ook niet áltijd alles met een open diafragma. In de filmgeschiedenis wordt juist veel gebruik gemaakt van diepte scherpte om ruimte, relaties en mise-en-scène zichtbaar te houden. Cinematografie is geen diafragma-instelling, maar het vermogen om per shot de juiste keuze te maken.

Precies daar wringt het in de huidige televisietrend. Ergens is het idee ontstaan dat een televisiemaker pas geslaagd is als zijn of haar programma’s ‘filmisch’ ogen. Alsof televisie zich schaamt voor zichzelf. Keuzes lijken niet langer inhoudelijk gemotiveerd, maar technologisch gedreven. 

Dit betekent helemaal niet dat er iets mis is met cine-lenzen of grotere sensoren. Integendeel. Het zijn prachtige gereedschappen, mits bewust ingezet. Hetzelfde geldt voor de klassieke broadcastlens, die tegenwoordig te makkelijk wordt weggezet als minder mooi, terwijl je daarmee precies kan doen waar televisie voor bedoeld is: flexibel, betrouwbaar en informatief beeld leveren. Overzicht waar nodig, detail waar gewenst. 

De kracht van een goede tv-productie is juist directheid, helderheid en toegankelijkheid. Een studiogesprek met meerdere gasten vraagt om speelruimte, niet om millimeterwerk in de focus. Een sportregistratie vereist overzicht en een live-uitzending zekerheid. Wie kiest voor een minimale scherptediepte, die kiest niet alleen voor een stijl, maar ook voor complexiteit, foutgevoeligheid en het verlies van controle.


De vraag is dan ook niet welke camera’s of lenzen het goed doen op je CV, maar wat er in de praktijk nodig is. Draaien met een piepkleine scherptediepte, moeten we bewaren voor programma’s die echt om een filmische benadering vragen. Wat mij betreft blijft er een duidelijk verschil bestaan tussen de échte wereld en de dramatische variant die we voor film of tv creëren. Scherptediepte is geen trucje, maar een keuze. Laten we die keuze weer wat vaker inhoudelijk maken. Dat is ook professionaliteit en zeker geen gebrek aan ambitie.

Tot zover Uw verslaggever in het rampgebied. Terug naar de studio.





zaterdag 2 mei 2026

de camera als gereedschap

 

De vorige maand ben ik benaderd door Ronny van Geel, director of product marketing bij Grass Valley, met het verzoek of ik een stuk zou willen schrijven voor de site van deze firma, die onder andere de camera’s produceert waarmee ik vaak werk. Enthousiast ben ik gelijk begonnen met een verhaal, maar toen bleek dat zij eigenlijk een iets andere insteek in gedachten hadden. Daarop heb ik mijn verhaal aangepast en dat stuk is inmiddels te lezen op hun site en ook hier op deze weblog. Alleen vind ik het zonde om het oorspronkelijke verhaal zomaar in de prullenbak te gooien. Vandaar dat ik dit stuk hier ook nog even met jullie deel: 

 

Toen ik in 1994 als junior cameraman begon bij het Amsterdamse televisiestation AT5, werkten we met de Philips LDK91. Overdag gebruikten we de camera voor reportages en ’s avonds stond hij in de studio tijdens de nieuwsuitzending. Twee keer per dag moesten we de camera met een schroevendraaier ombouwen: van camcorder naar studiocamera. De camera had namelijk twee verwisselbare achterkanten: een triax-adapter om hem met de studio te verbinden en een Betacam SP click-on videorecorder, waarmee we er een ENG-camera van konden maken.

Met die recorder achterop de camera was het apparaat, inclusief lens, ongeveer zestig centimeter lang en woog de volledige configuratie rond de elf kilo. Daarbij kwam nog een zware en onhandige accubelt om je middel. Met deze set kon je als cameraman niet zomaar even achter iemand aan hollen, maar toch wilden alle cameramensen van AT5 er graag mee werken. Ondanks het gewicht was de camera goed in balans. Voor die tijd kon je er prachtige beelden mee maken en de hoekige vorm van de camera zag er in onze ogen indrukwekkend uit. Ook niet onbelangrijk.

Inmiddels zijn we dik dertig jaar verder. De tijd is voorbij gevolgen. Als cameraman heb ik ontzettend veel mooie avonturen beleefd en over de hele wereld ervaring opgedaan met verschillende generaties camera’s. Ik begon als ENG-cameraman, maar heb me in de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot een allround cameraman. Ik heb reisprogramma’s gefilmd, nieuws, entertainment, muziek, documentaires en heel veel sport. De laatste jaren ligt de nadruk op meercamera producties. 

Ik heb me kunnen ontwikkelen van ENG cameraman bij het lokale nieuws tot 1e cameraman bij grote aansprekende producties. Soms sta ik in een studio, maar meestal kan je mij vinden bij concerten, evenementen, herdenkingen en sport. Ik ben op mijn best als er in korte tijd op locatie iets opgebouwd wordt, we vluchtig repeteren, een productie draaien en daarna weer snel alles weghalen, alsof we van het circus zijn. Telkens opnieuw uitvinden hoe we een show of wedstrijd het best in beeld kunnen brengen. De ene keer met enorme telelenzen, dan met remote camera’s en een volgende productie met een handheld camera op mijn schouder. Die afwisseling spreekt mij zo aan in dit werk. 

De camera’s waarmee ik werkte werden steeds geavanceerder. We kregen de LDK100, de LDK8000 Worldcam en vanaf 2012 de LDX-serie. Inmiddels is er de LDX180, maar jammer genoeg heb ik daar nog niet mee gewerkt. Ik heb wel ervaring met de LDX150, maar bij de meeste producties werk ik nog met de LDX86n. Een camera die vrijwel onverwoestbaar is. Voor mij blijft dit een bijzonder prettig werkpaard: multifunctioneel inzetbaar en perfect in balans voor handheld gebruik. De knoppen zitten op de juiste plek en via het menu kan ik de camera eenvoudig instellen, zoals ik dat wil.

Uit eigen ervaring weet ik dat de ontwikkelaars van Grass Valley in Breda luisteren naar de wensen van gebruikers. Zelf heb ik ook een paar keer feedback mogen geven. Natuurlijk is het onmogelijk om aan de wensen van alle camera operators wereldwijd te voldoen, maar ze hebben oog voor de mensen die met hun camera’s werken. Dat is in onze industrie helaas minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Tegenwoordig lijkt het erop dat veel producenten van camera’s vooral onhandelbare doosjes maken, die voldoen aan allerlei hoogwaardige technische eisen, maar waarbij nauwelijks nog gedacht wordt aan ergonomie. De eindgebruiker is immers niet meer degene die ook beslist welk type camera’s er worden aangeschaft. 

Voor een camera operator zijn juist een goede viewfinder, een logisch menu en slim geplaatste knoppen van essentieel belang. Als je de camera op je schouder hebt, moet hij goed in balans zijn. Niet te licht, maar ook zeker niet te zwaar. Cameramensen willen het apparaat waarmee ze werken op eenvoudige wijze naar hun hand kunnen zetten. 

Prijs, beeldkwaliteit en technische specificaties zijn belangrijk, en er wordt door slimme technici voortdurend gezocht naar nieuwe functionaliteiten, maar een camera blijft in de eerste plaats het gereedschap van de camera operator. Alleen als die er intuïtief mee kan werken, ontstaan uiteindelijk de beste beelden.








 

zondag 8 maart 2026

koers director

 

Mijn fascinatie voor televisiemaken begon halverwege de jaren ’80, toen ik met mijn vader ging kijken naar de Amstel Goldrace. De wielersport vond ik al interessant, maar ik raakte volledig in de ban van de helikopter waar een cameraman uit hing en van de motoren met achterop cameramensen, gedraaid als een wokkel, die de renners zo goed mogelijk in beeld brachten. Als ik op vrije woensdagmiddagen met mijn eigen racefiets het Limburgse land onveilig maakte, fantaseerde ik dat er van die motoren naast me reden. Vaak pikte ik de laatste kilometers van de Amstel Goldrace of van het NK in Geulle mee om de droom compleet te maken. 

Na de Elfstedentocht van 1985 las ik een artikel over sportregisseur Martijn Lindenberg. Hij legde uit hoe ze deze schaatswedstrijd met wel 43 camera’s hadden gevolgd, dat ze met zijspanmotoren op het ijs reden en ook hier zat een cameraman in de open deur van een helikopter, die waarschijnlijk nu nog steeds niet helemaal ontdooid is. Ik vond dat schitterend en zo kwam het dat ik bij de televisie wilde. Het was een droom om betrokken te raken bij de registratie van wielerkoersen (en de Elfstedentocht). 

Via Lokale Omroep START in Geleen, de Hogeschool voor Super VHS in Sittard en AT5 in Amsterdam is me dat gelukt. Ik kwam in 1995 terecht bij het NOB in Hilversum, die mij lieten filmen voor Studio Sport. In 1997 stond ik met een camera op de Bonkevaart in Leeuwarden toen Henk Angenent de Elfstedentocht won. Het was mijn opdracht om de nummer twee te volgen en dus holde ik even later naar de regiewagen van Lindenberg, met een bandje waarop de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, huilend op een bankje, te zien was. 

Een jaar later werkte ik voor het eerst echt met Lindenberg samen, tijdens het WK Wielrennen in Valkenburg. Dit ging in eerste instantie niet helemaal van een leien dakje, maar dat verhaal heb ik hier al eens opgeschreven. Het belangrijkste was dat ik met mijn neus vooraan stond bij de koers en dat ik van dichtbij meekreeg hoe een wielerwedstrijd geregistreerd wordt. 

In de jaren daarna heb ik serieus onderzocht of het mogelijk was om cameraman op de motor te worden. Ik heb verschillende marathons gefilmd vanaf de motor, veel triatlons, veldrijden, een verdwaalde wielerkoers en jaarlijks volg ik voor ESPN de spelersbussen op weg naar de bekerfinale in de Kuip, maar echt doorgebroken als ‘Ted de la Course’ ben ik nooit. Ik ben nou eenmaal geen slangenmens. Mijn droom om een keer bij de Amstel Goldrace, in de Giro of zelfs de Tour de France met een camera op de motor te zitten heb ik inmiddels wel laten varen. Misschien in een volgend leven.  

Dat neemt niet weg dat ik deze manier van televisiemaken nog steeds het allermooiste vind. De Tour de France blijft het mooiste sportevenement waar ik als cameraman bij ben geweest en ik hoop ieder jaar op een nieuwe Elfstedentocht. Met een camera bij de finish van een wielerwedstrijd ben ik dolgelukkig. De combinatie van deze sport en de manier waarop die technisch in beeld wordt gebracht, blijft iets magisch.

Dus was ik al heel blij dat ik gevraagd werd als cameraman voor De Ster van Zwolle. Toen in de voorbereiding bleek dat de beoogd regisseur niet kon, een andere regisseur met veel ervaring op dit vlak ook niet en tot slot een derde optie niet beschikbaar bleek, werd aan mij gevraagd of ik misschien op de regiestoel plaats zou willen nemen. Nou, dat hoefde Daan geen twee keer te vragen. Natuurlijk realiseerde ik me direct dat het een uitdaging was, maar ik zag het vooral als een unieke kans. 

Nadat ik een oog op de namenlijst had geworpen, van professionals die ze bij The Crew al hadden ingehuurd voor dit project, wist ik zeker dat ik dit tot een goed einde kon brengen. Ik mocht samenwerken met een super goede schakeltechnicus, de beste slowmotion operator voor deze sport, de juiste mensen voor de graphics, een goede geluidsman, de slimste technici voor alle verbindingen, de meest lenige cameramensen en drie geweldige motorrijders. Dit kon niet misgaan.

Zo kroop ik zaterdag dus niet achter een camera, maar achter de regiedesk in OBV2 van The Crew, die stond opgesteld naast de finish van de Ster van Zwolle. Ik was niet eens nerveus. Het voelde allemaal heel vertrouwd en ik wist precies wat ik wilde. 

Na een kleine vijftig jaar wielrennen kijken, waarvan ruim dertig met een televisiemakers-oog, heb ik wel een mening over hoe deze sport er op televisie uit moet zien. Ik heb vaak genoeg meegekeken bij echte regisseurs, zelf op de motor gezeten en aan de streep gestaan om te weten wat erbij komt kijken. Dus ging het heel vanzelfsprekend allemaal. Ik had de rust om goed te kijken en maakte dankbaar gebruik van alle hulp, die de heren aan mijn zijde aanboden, als dat nodig was. 

We hadden alles! Verhaaltjes binnen het verhaal werden verteld en waar nodig kwamen we er later nog even op terug. Naarmate de finish naderde en de renners in het peloton nerveuzer werden, namen ook bij mij de zenuwen een beetje toe. Het ergste wat er kan gebeuren bij de regie van een wielerkoers is dat je de ontknoping niet goed in beeld hebt. Zonder helikopter waar je altijd op terug kan vallen en die zorgt voor broodnodig overzicht is dat extra spannend. Maar motor twee bleef perfect voor het jagende peloton tot de laatste bocht. De vaste camera’s hadden goed zicht op de laatste 300 meter.

Het meest hectische moment voor een regisseur bij wielrennen is eigenlijk het deel na de finish. Dan komt alles bij elkaar en moet je snel keuzes maken. Vervolgens duurt het vaak net iets te lang tot de winnaar geïnterviewd en gehuldigd kan worden. Ook hier hebben we ons redelijk goed doorheen geslagen met veel herhalingen en hulp van de motoren die bij de winnaar bleven.

En toen was het klaar. Veel te snel voor mijn gevoel. Aan het eind van de dag restte mij niets anders dan al die fantastische crewleden bedanken. Op weg naar huis moest ik echt even landen en in mijn wang knijpen. Een jongensdroom is uitgekomen. Natuurlijk is er een lijstje met kleine verbeterpuntjes en mag ik niet denken dat ik morgen wel even de Elfstedentocht ga regisseren, maar mijn debuut als ‘koers director’ is zeker geslaagd. Al zeg ik het zelf. En als ik dan toch een keer een beetje onbescheiden mag zijn... het smaakt naar meer.

 

Daan, bedank voor de kans en het vertrouwen!



foto: Andre van den Esschert

vrijdag 20 februari 2026

kruisgesprek


Bijna elke ochtend, aan het begin van de lange Studio Sport uitzendingen rondom de Olympische Spelen, heeft Jeroen Stekelenburg vanuit Milaan een kort live-gesprek met de presentator van dienst in Hilversum. Hij vertelt dan over het schaatsprogramma van de dag en of er nog nieuws te melden is. Soms heeft hij aan zijn zijde een analist, die nog even kan duiden waar de kijker in het bijzonder op moet letten. 

Deze zogenaamde ‘kruisgesprekken’ faciliteer ik. Heel ingewikkeld is het niet, maar iemand moet het doen. Het is deze weken vaak het begin van mijn dag. De ene keer wat vroeger dan de andere. We gaan hiervoor met drie man op pad. Jeroen, Matthijs van de redactie en ik. Samen kiezen we een locatie. We hebben het al een paar keer in de schaatshal gedaan, een paar keer daar buiten en twee keer bij de Olympische vlam in de stad. Soms is de keuze simpel, omdat we een analist nodig hebben die op dat moment bij de trainingen op de schaatsbaan is. Ook hebben we al eens voor een overdekte locatie gekozen, omdat het hard regende. 

Ik heb een camera bij me, het statief en een rugzak met daarin microfoons, kabels en de LiveU. Dat is een kastje, ongeveer even groot als een broodtrommel, waarin een stuk of zes simkaarten zitten. Dit apparaat maakt van het beeld en geluid uit de camera een digitaal pakketje en verstuurt het razendsnel over het draadloze 5G netwerk. Met een vertraging van ongeveer 1,5 seconde is het in Hilversum. Hiermee kan je dus overal waar je bent een relatief snelle verbinding maken, zonder de hulp van satellietwagens of vaste glasvezelaansluitingen. 

Zo’n LiveU wordt veel gebruikt voor nieuws- en actualiteitenprogramma’s. Je zet het aan, kiest (in overleg met de Mediaroom in Hilversum) een kanaal en drukt op ‘start’. Een kind kan de was doen. Er zit zelfs een mogelijkheid op om de uitzending vanuit Hilversum terug te halen en die te tonen op een kleine monitor. Daarvoor heb ik bovenop mijn camera een klein scherm, zodat Jeroen kan zien of hij in beeld is. Bovendien kan hij zo meepraten met een titelkaart of beelden die vanuit de regie in Hilversum worden ingestart.

Om ervoor te zorgen dat Jeroen ook de regie en de presentator van dienst kan horen gebruiken we een mobiele telefoon. In dit geval een hele oude Nokia 1316. Daar kan je niks aan kapot maken en de batterij gaat lang mee. We prikken er een ‘oortje’ in en bellen naar een telefoonnummer dat correspondeert met het kanaal dat we op de LiveU gekozen hebben. In Hilversum zetten ze op die lijn een zogenaamd N-1 signaal. Dat spreek je uit als ’n min een. Het is een terugluistersignaal, waarop je alle audiobronnen van het programma hoort, behalve jezelf. De N staat voor alle bronnen (zoals presentator, gasten, reportages, muziek of de leaders) en -1 is de persoon die het signaal ontvangt. Dit is van belang, omdat de verslaggever op locatie anders de hele tijd zichzelf met vertraging terug hoort en dat is heel irritant. 

Zo’n ‘crosstalk’ moet de kijker het gevoel geven dat we erbij zijn en bovenop het nieuws zitten. De afgelopen week hadden we een paar keer het geluk dat er vlak voor we live gingen iets bekend werd dat het vermelden zeker waard was. Dan is zo’n gesprek extra relevant. Dat geeft ons het gevoel dat we niet voor niks op tijd zijn opgestaan en naar de andere kant van de stad zijn gereden voor een mooi plaatje.





donderdag 19 februari 2026

Lucky

 

Sommige mensen hebben áltijd geluk. Je bent natuurlijk al een enorme geluksvogel als je voor de NOS naar de Olympische Spelen mag, maar helemaal als er ook nog tijd over is om (zonder camera) naar sport te gaan kijken. Deze week kon ik zomaar een ochtendje Shorttrack meepikken en de volgende dag kreeg ik de kans om de ijshockeywedstrijd Duitsland – Frankrijk te zien. 

Begin jaren ‘90, toen ik nog in Geleen woonde, ging ik in de winter elke zondagavond naar het ijshockey. De Smoke Eaters speelden dan tegen de Panda’s uit Rotterdam, de Flyers uit Heerenveen, de Tilburg Trappers of de Tigers uit Nijmegen. Het was vaak goed voor een hoop spektakel en een leuk avondje uit. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze sport mijn aandacht heeft en als ik voor mijn werk naar ijshockey mag is dat altijd speciaal. Nu bij de Olympische Spelen wilde ik dan ook heel graag eens een wedstrijd op hoog niveau meemaken. 

De wedstrijd Duitsland – Frankrijk paste mooi in ons schema en dus ging ik samen met twee collega’s op tijd op pad. Het grootste en belangrijkste ijshockeystation hier in Milaan is de Santa Giulia Arena. Deze splinternieuwe venue is net (of eigenlijk nog net niet) af en wordt voor het eerste gebruikt tijdens de Olympische Spelen. Het is een hal die je zou kunnen vergelijken met de ZiggoDome in Nederland. Er is tijdens concerten ruimte voor 16.000 bezoekers, maar nu zijn er een kleine 12.000 zitplaatsen. De ijsvloer is tijdelijk en er speciaal voor de Olympische Spelen ingelegd. 

Vanaf ons hotel aan de noordkant van de stad was het ruim zeventig minuten reizen met het openbaar vervoer. Halverwege, vlak voor we in het centrum van Milaan moesten overstappen van de tram op de metro, ontdekte ik dat mijn telefoon die nacht niet goed was opgeladen. Het snoertje had kennelijk geen contact gemaakt. Ik had minder dan 20% batterijvermogen over. Mijn iPhone zou hoogstwaarschijnlijk het einde van de wedstrijd niet halen. Dat is knap lastig, want betalen doe ik met mijn telefoon, de reisapp (met gratis vervoer voor Olympisch personeel) staat op mijn telefoon en ik zou in geval van nood niet meer bereikbaar zijn voor de redactie van de NOS. 

Normaalgesproken ga ik altijd supergoed voorbereid op pad. Ook hier in Italië heb ik een powerbank en meerdere oplaadsnoeren. Een deel ligt op mijn hotelkamer en een deel bij mijn vaste werkplek in de studio bij het TeamNL huis. Mijn rugzak was uitgerust met fotocamera en allerlei accessoires, maar dus niks om mijn telefoon mee op te laden. Superstom, vond ik zelf. Moest ik nu terug naar het hotel en dus de ijshockeywedstrijd missen?

Toen bedacht ik me dat bij beide ijshockeystadions Nederlandse collega’s van Broadcast Rental aan het werk zijn. Zij verzorgen de verbindingen voor alle draadloze camera’s. In Santa Giulia zit Bram Giskens. Die moest ik hebben. Ik stuurde hem een berichtje en binnen een paar tellen had ik al een antwoord. Hij had zeker een Apple Lightning-kabeltje voor mij en ook wel iets om tijdens de wedstrijd mijn telefoon mee op te laden.

Met mijn Olympische pas kon ik eenvoudig het terrein op waar een grote Nederlandse televisietruck staat, die de Olympische coverage van het ijshockey verzorgt. Daarnaast, in een nog af te bouwen parkeergarage, vond ik de Portacabin van Broadcast Rental en de altijd vriendelijke Bram. Hij had zijn collega Mika al richting de ingang van het stadion gestuurd om mij te vinden, maar dankzij een draadloze intercom was die snel terug.

Ik kreeg een camerabatterij met een USB-C aansluiting en een passend oplaadsnoertje voor mijn telefoon. Nog nooit had ik zo’n dikke powerbank. Met een gerust hart kon ik hoog in het stadion plaatsnemen op de speciale tribune die gereserveerd is voor Broadcasters. Al in de eerste periode was mijn telefoon weer half vol.

De wedstrijd tussen Duitsland en Frankrijk was er niet een van heel hoog niveau en echt spannend is het nooit geworden. Wel was het een unieke ervaring om eens in een stadion met meer dan 10.000 mensen te kijken naar Olympisch ijshockey. Het orgeltje, de snelle bewegingen van de spelers op het ijs en een paar hele mooie acties maakten ook indruk op de collega’s waarmee ik op pad was. Ik vond het verrassend dat je vanaf de bovenste tribune de puck nog steeds kan zien. De sfeer in het stadion was heel vriendelijk en sportief. Uiteraard keek ik mijn ogen uit naar de vele camera’s. Telkens als het spel even stil lag schoten twee cameramensen op schaatsen het ijs op. Dat moesten wel ex-ijshockeyers zijn en ik begreep later van Bram dat het Canadezen zijn, die inderdaad veel ervaring met deze tak van sport hebben. 

Duitsland won uiteindelijk met 5-1. Inmiddels zijn ook zij al uitgeschakeld in het Olympisch toernooi.  De Broadcast Rental powerbank redde het om mijn telefoon weer op 100% te krijgen voor het einde van de wedstrijd. Toch handig als je overal in de wereld mensen kent, die bereid zijn om je even te helpen als dat nodig is.

Ik was een gelukkig mannetje.





vrijdag 13 februari 2026

Niks is leuker dan live

 

We reden woensdagavond met vijf man op elkaar gepropt in een vrij kleine auto van het ijsstadion naar de NOS Studio bij het TeamNL huis aan de andere kant van Milaan. Enige haast was geboden. De duizend meter voor mannen was voor onze programmering al laat begonnen en had door de extra rit van Joep Wennemars ook langer geduurd. Na afloop moesten wij buiten het stadion wachten op voetballer Marten de Roon, voor een kort interview. Al met al waren we aan de late kant voor het begin van de uitzending van Studio Olympico.

Presentator Jeroen Stekelenburg zat de hele weg onafgebroken te bellen. Spoedoverleg met de redactie in Hilversum, met redacteuren op de schaatsbaan, met collega’s van productie en met persmensen. Je kunt immers de inhoud van een programma rondom de Olympische Spelen pas definitief vaststellen als je weet wat er tijdens de wedstrijd is gebeurd. Vervolgens ben je afhankelijk van wie er naar de studio wil komen en of ze het op tijd halen. We hadden minder dan driekwartier voor het begin van de show.

Het is voor mij als televisiedier natuurlijk mooi om bij de Spelen naar alle aanwezige techniek te kijken, maar het draait uiteindelijk om de verhalen en de inhoud van de programma’s die we maken. Door de manier waarop we hier met elkaar samenwerken zit ik ook met mijn neus bovenop de redactionele processen. Het blijft interessant om te zien wat er allemaal bij komt kijken. Ik vind de passie van alle NOS-medewerkers mooi om te zien. Zij zijn echt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig met het bedenken van mogelijke scenario’s. En niemand moppert als op het laatste moment alle plannen moeten worden gewijzigd, omdat de actualiteit daar om vraagt.

Wil Erben Wennemars komen? Komt Jenning de Boo of komt hij niet? Hoe laat kan hij vertrekken bij de schaatsbaan en moeten we ervoor zorgen dat hij dan bij ons iets kan eten? Hebben ze in Hilversum de hoogtepunten van zijn race al klaar staan? En welke beelden laten we zien van de dramatische wissel van Joep Wennemars? 

De straat waar het TeamNL-huis is, was geblokkeerd door bussen met Nederlandse supporters die eerder dan wij waren vertrokken bij de schaatsbaan. Dus besloten we om het laatste stuk maar te lopen. Jeroen nog steeds aan de telefoon. Redacteur Matthijs moest de auto ergens parkeren. Doorlopen! En zo kwamen we tien minuten voor het begin van de uitzending aan in de studio. Jeroen snel naar de visagie en een ‘oortje’ in, zodat hij kon doorpraten met de eindredactie in Hilversum.

Opeens stond Erben Wennemars naast me. Zijn gezicht op onweer. Begrijpelijk. Fijn dat hij toch naar ons was gekomen voor een rustig gesprek aan tafel. Jenning de Boo zou nog bij de dopingcontrole zijn. Zijn beste vrienden waren wel al gearriveerd om plaats te nemen in de achtergrond. Producer Gijs regelde een biertje voor ze.

Het reclameblok voor de uitzending van Studio Olympico liep al toen ik op mijn positie ging zitten en mijn headset opzette. De regie zat al op het puntje van de stoel. In Hilversum repeteerden ze de opening van het programma. Dione gaf door wat haar eerste vraag voor Jeroen zou zijn.

 

Niks is leuker dan live. Als iedereen die erbij betrokken is op scherp staat. Als iedereen bevlogen met zijn vak bezig is. Als de leader loopt en de regie-assistent aftelt. 

In vijf, vier, drie, twee, een… en LIVE!

En het is helemaal geweldig als alle puzzelstukjes precies op hun plek vallen. Als de medaillewinnaar aan het eind van de uitzending aanschuift en voor het eerst zijn race terugziet. Als alle verhalen aan het eind van de dag verteld zijn. 





 

 

donderdag 12 februari 2026

Linking Professionals

 

De voorkant van Hotel Raffaello in Milaan is niet bepaald uitnodigend. De kamers zijn verder prima, maar de gevel is flets groen. Het is gebouwd in de jaren zestig of zeventig, in een stijl die zeker niet past bij de kunstenaar Raffaello. Ik heb niet de indruk dat ze er de afgelopen jaren nog veel aan gedaan hebben. De vlaggen van verschillende landen boven de ingang zijn allemaal verkleurd door de zon. Er staan een paar gammele tafeltjes met overvolle asbakken. Met de nodige fantasie zou je in deze rokersplek ook een klein terras in kunnen zien. 

Het is deze week onze ontmoetingsplek geworden. Hier treffen de technische ploeg uit het IBC (International Broadcast Centre) en de crew van de NOS studio bij het TeamNL huis elkaar aan het eind van de avond. Als wij met een busje vanaf de andere kant van de stad arriveren, zitten de collega’s, die op loopafstand werken, al met koude biertjes op ons te wachten. Overdag hebben we veel contact met elkaar over spreeklijnen, maar het is toch fijn dat je elkaar ’s avonds nog even in de ogen kan kijken.

 

Mijn directe opdrachtgever deze maand is de firma Broadcast Rental. Zij leveren voor de NOS de alle techniek in het IBC, in de studio bij het TeamNL huis en op het analistenplatform bij het Shorttrack. Ook verzorgen zij de verbindingen van en naar alle locaties. Dat is nogal complex en voor mij niet uit te leggen, want het gaat over heel wat audio- en videolijnen die heen en weer lopen. In het IBC staan hele grote schermen. Al deze beeldschermen zijn weer verdeeld in zoveel kleine beelden dat het je gaat duizelen als je ernaar kijkt. Het toverwoord is echter ‘verbinden’ en dát is waar de jongens van Broadcast Rental goed in zijn. Zowel op technisch vlak als op persoonlijk vlak. Dat laatste is wat ik wel weer begrijp en waarvoor ik veel waardering heb.

Het NOS-ploegje van Broadcast Rental bij de Winterspelen in Milaan bestaat uit twee cameramensen, twee geluidsmensen, een beeldtechnicus en twee technici. Over die laatste drie wil ik het graag even met jullie hebben: Rick, Max en Daniel. Ik ken ze nog niet supergoed, want ik ben nu voor het eerst met ze op reis. Wat ik wel weet is dat het jonge mannen zijn die werkelijk alles kunnen. Wat zij technisch aan elkaar knopen is dus voor mij niet te bevatten. Als ik een vraag stel, waarvan ik zelf denk dat het een ingewikkeld vraagstuk is, dan hebben zij na een paar seconden al een antwoord. Meestal is het dan ook gelijk geregeld of -van afstand- opgelost. ‘Nee’ is een woord dat zij niet vaak gebruiken. Op die manier maken ze hier veel mensen vrolijk en dat zijn ze zelf ook de hele tijd. Zelfs na lange inspannende dagen in een kantoor vol beeldschermen, zonder daglicht en in voornamelijk warme aircolucht. 

Ik vind ons hele cluppie erg prettig, maar Rick, Max en Daniel verdienen al na ruim een week samenwerken een gouden medaille. Zij zijn sociaal, grappig, behulpzaam en supergezellig. Eigenschappen die goed van pas komen als je drie weken met elkaar op pad bent. Zij trekken dus ook de kar wat betreft de gezellige dagafsluiting met een biertje op de stoep voor ons hotel. Even frisse lucht happen. De slogan van Broadcast Rental is ‘Linking Professionals’ en dat zijn zij in alle opzichten. ’s Avonds laat zijn het (op een leuke manier) ‘Drinking Professionals’ en dat wordt hier ook zeer gewaardeerd. 


 



woensdag 11 februari 2026

Pieken op het juiste moment...

 

Een paar dagen geleden had ik de mazzel dat ik, tussen mijn werkzaamheden door, vanaf de tribune naar het schaatsen kon kijken. Het was voor mij de eerste keer dat ik zonder camera bij een schaatswedstrijd was. Los van de mooie sport kan ik het als cameraman dan niet laten om ook af en toe te kijken naar mijn collega’s langs de baan. Bij deze winterspelen is het weer een Nederlands team dat het Olympisch schaatsen in beeld mag brengen voor de hele wereld. 

Niet ver bij mij vandaan stond een zeer gewaardeerde collega achter een camera met een enorme telelens. Ik ken hem goed, want we doen veel projecten samen, maar ik had hem nog nooit zo rustig kunnen observeren tijdens zijn werk. Hij was zichtbaar gespannen. Zijn mimiek sprak boekdelen. De cameraman beet op zijn lip en keek supergeconcentreerd in zijn zoeker. Hij was helemaal in zijn focus en had niet door dat ik vanaf een metertje of tien zat te kijken. De ene grimas was nog mooier dan de andere. Tussen de ritten door betrapte ik hem op nagelbijten, maar naarmate de wedstrijd vorderde zag ik dat hij langzaam steeds meer ontspande. Blijkbaar ging het allemaal goed.

Ondanks het feit dat ik mezelf al 32 jaar cameraman durf te noemen, word ook ik nog steeds met enige regelmaat bevangen door een flinke dosis gezonde spanning. Het kan op de gekste momenten gebeuren, maar meestal vlak voor we live gaan. Ik denk ook dat dit juist goed is en dat je dit nooit moet verliezen. 

Zo realiseerde ik me wel dat niet alleen de Olympische Sporters moeten pieken. Ook televisiemakers werken telkens toe naar een moment waarop het allemaal moet gebeuren. De dagen hier in Milaan bestaan voor ons voor een deel uit wachten. Gelukkig staan er overal schermen en is er genoeg mooie sport om naar te kijken, maar er is voor ons ook een hoop tactiek te bespreken. Over de inhoud van programma’s, de manier waarop we dingen in beeld brengen en hoe we het allemaal geregeld krijgen. Keuzes, keuzes, keuzes. De voorbereiding kan je zien als warming-up en dán moeten we knallen. Dat geldt voor de commentatoren, presentatoren en verslaggevers, maar ook voor technici, geluid- en cameramensen. Het móét goed. Heel veel mensen kijken thuis mee en het is de bedoeling dat zij er plezier aan beleven. 

 

Ook vanavond zal ik weer licht nerveus zijn als de leader loopt en op mijn scherpst zijn om mijn werk zo goed mogelijk te doen, zodat honderdduizenden kijkers thuis kunnen genieten van mooie beelden, in ons schitterende decor. Hopelijk schuift er weer een medaillewinnaar aan. Er is ruimte voor familie, vrienden of leden van het Koninklijk huis. Wij gaan voor goud!










dinsdag 10 februari 2026

remote camera's

 

Achter het TeamNL huis heeft de NOS, in een verlaten fabriekshal, een bescheiden studio ingericht. Daar vandaan verzorgen we met een klein team elke avond bijdragen voor het avondprogramma Studio Olympico. Het is de bedoeling om hier met onze Olympische sporters terug te kijken op de afgelopen dag. 

Het liefst hebben we medaillewinnaars aan tafel, maar dat lukt natuurlijk niet elke dag. Ik vond het dan ook heel dapper van Joy Beune dat zij deze week, na haar teleurstellende 3.000 meter, toch de moeite nam om naar ons toe te komen. De volgende avond zat Chris Huizinga er, naast schaatslegende Sven Kramer. Ireen Wüst was al twee keer te gast en Erben Wennemars komt elke dag even langs om met Jeroen Stekelenburg de Olympische Podcast op te nemen. Gisterenavond hadden we eindelijk wat te vieren met Femke Kok. De sympathieke winnares van de zilveren medaille op de 1.000 meter kwam naar onze studio, voordat ze in het TeamNL huis werd gehuldigd.


In deze studio ben ik de enige camera operator. Ik werk met drie op afstand bestuurbare camera’s. Dat noemen wij PTZ-camera’s, omdat je ermee kan Pannen, Tilten en Zoomen. Deze camera’s worden bediend met een remote paneel dat op een tafel net buiten de set staat. Er is een monitor met het beeld van de camera die ik wil aanpassen. Daarnaast staat een scherm waarop het geschakelde signaal te zien is, de live-uitzending vanuit Hilversum en in het klein de beelden van alle drie de camera’s. Zo kan ik in een oogopslag alles volgen. 

Al het beeld en geluid vanuit onze studio gaat los, via glasvezel, naar het IBC dat hemelsbreed vijf kilometer verderop in Milaan is. Vanwege allerlei technische en praktische redenen loopt die verbinding via Londen. De vertraging die deze enorme omweg oplevert is echter alleen maar uit te drukken in milliseconden. Daar merk je tegenwoordig helemaal niks meer van. In het IBC zit onder andere onze regisseur, die kan schakelen tussen de verschillende camera’s en de beeldtechnicus die over de kleuren en de diafragma’s waakt. Het geschakelde signaal gaat vervolgens met de snelheid van het licht naar Hilversum.

Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat we allemaal naast elkaar zitten. Ook als presentatrice Dione de Graaff vanuit de studio in Hilversum praat met de mensen in onze Olympische studio, dan merken zij niks van enige vertraging. Dit is een interessante ontwikkeling met allerlei nieuwe technische en ook inhoudelijke mogelijkheden.

Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de kijker thuis niet door heeft dat we werken met camera’s die niet allemaal door individuele cameramensen worden bemand. Natuurlijk zijn er kleine beperkingen, maar wie die kent kan daar heel goed omheen werken. Niet om mezelf op de borst te kloppen, maar het is in mijn ogen wel essentieel om bij zo’n productie de camera’s te laten bedienen door een ervaren, volwaardige camerapersoon. Zeker als de regisseur niet in de buurt is om op de vloer mee te denken over cameraposities en shots. Ook ben ik heel blij dat we hier in Milaan de beschikking hebben over een goede belichter en een beeldtechnicus die het plaatje nog mooier maken.

Stiekem ben ik wel benieuwd wat jullie van het camerawerk in deze Italiaanse NOS studio vinden en of het al was opgevallen dat ik de shots hier in mijn eentje maak. Zeg eens eerlijk…




 

maandag 9 februari 2026

Een warm bad


Vrijdagavond zijn in Italië de Olympische Winterspelen 2026 begonnen. Dat is natuurlijk hét televisie-evenement bij uitstek. In twee weken tijd wordt er ongeveer 6.500 uur aan coverage van sportwedstrijden geproduceerd. Dat is 550% ten opzichte van de Winterspelen van Turijn in 2006. 

Er zijn 14 rechtenhouders, die ongeveer 80 sublicentiehouders vertegenwoordigen. Om alles in beeld en geluid te vangen zijn er meer dan 810 camera’s, 24 drones en ruim 1.800 microfoons in gebruik. Het schijnt dat er deze weken ongeveer 5.000 mensen aan het werk zijn voor Olympic Broadcasting Services. OBS is de host-broadcasting organisatie van de Olympische Spelen, die alle worldfeeds verzorgd.

Onze eigen NOS is ook met een flinke ploeg in Italië. Op televisie zal de NOS tijdens de spelen 150 uur live sport uitzenden. Er zijn verslaggevers met cameraploegen in Livogno en Cortina, om verslag te doen van de sporten die plaatsvinden in de bergen. In Milaan zijn er vier locaties waar de NOS vertegenwoordigd is. In de shorttrackhal, uiteraard bij het schaatsen, in het TeamNL-huis en in het International Broadcast Centre. In dat IBC komt alles bij elkaar en daar vandaan gaan alle beelden naar Hilversum. Denk ook aan alle voor- en nabeschouwingen, bijdragen in Het Journaal, livestreams op NOS.nl en vergeet de radio, social media en Teletekst niet. Dit is voor de NOS een gigantische operatie, waar jaren van voorbereiding in zitten. Een team van zeer ervaren producers heeft de afgelopen maanden keihard gewerkt om hier in Milaan alles op orde te krijgen. 


Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat zij hun werk ontzettend goed gedaan hebben. Sinds de vorige week dinsdag ben ik zelf in Milaan, om camerawerk te verzorgen in en rond een kleine studio bij het TeamNL huis. De eerste dagen van de Olympische Spelen zitten er alweer op. We hebben nu al hele mooie sportprestaties gezien met onverwachte vreugde, teleurstelling en zelfs groot verdriet. Voor mij is dit echt een opdracht met een gouden randje. 




dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




maandag 12 januari 2026

kansen moet je grijpen!

 

 

Sinds een paar jaar assisteert Levi mij als ik een schoudercamera doe bij de grote projecten van L1. Het is een rustige jongeman, zonder praatjes. Eigenlijk weet ik nog heel weinig van hem, behalve dan dat je hem er heel goed bij kan hebben. Hij is serieus en snapt het spelletje van assisteren met lange camerakabels helemaal. Het is een hele harde werker die altijd op de plek staat waar ik hem het liefst wil hebben. Telkens als ik even omkijk hebben we gelijk oogcontact, want hij is altijd gefocust met zijn taak bezig. Dat is best knap als je bedenkt dat hij geen intercom heeft om de regie of het programma te volgen en er gebeurt altijd genoeg waardoor je afgeleid zou kunnen raken. Maar zelfs op heel lange dagen, zoals bij de 11e van de 11e staat mijn kabel niet één keer per ongeluk strak. Het is een stille kracht, die ervoor zorgt dat een cameraman lekker kan doen wat hij moet doen. Zo’n jongen die met je meedenkt over de ideale kabelroute of die even met een kist een handig opstapje voor je maakt.

Ook deze week mocht ik twee dagen met Levi werken. We waren bij de halve finales van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers in De Bombardon in Heythuysen. Met de camera op mijn schouder stond ik midden tussen het enthousiaste publiek, vlak bij de passerelle voor het podium. De assistent dekte mijn rug, zodat niemand tegen mij aan zou stoten. Als ik wilde verplaatsen, dan kon ik verplaatsen. Het leek heel gezellig, maar het is nog best lastig om stabiele beelden te maken, te variëren in shots en snel te werken tussen de mensen die feest aan het vieren zijn en die helemaal geen idee hebben van camerawerk. Los van wat zweetlucht om ons heen, de hitte en af en toe iemand die niet direct wilde wijken voor de televisiecamera, ging het hartstikke goed. Donderdagavond hadden we een aflevering opgenomen met twintig liedjes en op vrijdagmiddag de tweede aflevering. 

Toen we vrijdagavond net met de derde aflevering waren begonnen, gebeurde er iets wat ik nog niet vaak heb meegemaakt. Mijn collega bij camera 1 werd onwel. Waarschijnlijk een ongelukkige combinatie van de warmte, te weinig frisse lucht, geconcentreerd in een zoeker turen en een opkomende griep. Hij gaf via de intercom aan dat hij echt niet verder kon. Ik hoorde aan zijn stem dat hij het er moeilijk mee had. Zoiets doet een cameraman niet zomaar.

We moesten snel schakelen. Camera 1 was de belangrijkste camera, die close beelden maakte van de artiesten op het podium. Het leek mij logisch dat ik deze camera zou overnemen, maar bij een opname met slechts vier camera’s ga je het enorm missen als er een camera wegvalt. Het programma stilleggen tot er een verse cameraman zou zijn was zeker geen optie. En dus drukte ik Levi mijn camera in handen en zei: ‘Jij moet het overnemen. Succes!’ Tijd om hem even rustig te informeren was er niet. Hij keek me ook zeer verbaasd aan. Toen realiseerde ik me pas dat hij de intercom niet hoorde en dus nog niet wist dat de collega op camera 1 ziek was.

Achteraf gezien was het beter geweest als we de boel even stilgelegd hadden en voor de mensen in de zaal een muziekje hadden gedraaid. Dan hadden we ons rustig kunnen herpakken en even orde op zaken kunnen stellen. Maar in de blinde paniek van het moment liet ik de verbaasde assistent achter en baande ik door het publiek naar achteren waar camera 1 op een podiumpje stond. Daarop zat de collega, die inmiddels bleker was dan de witte sneeuw op het parkeerterrein. Ik vroeg of hij last had van zijn hart, maar dat was niet het geval. Toen ik zag dat hij in goede handen was, ben ik op zijn plek gaan staan. Vrijwel direct werd het programma hervat.

De zieke collega werd door lieve dames van productie meegenomen naar de frisse lucht. Ik had even nodig om de camera en zoeker zo in te stellen dat ik er weer lekker mee kon werken. Dat moest telkens tussen de nummers door. En dus duurde het een paar nummers voor ik in de gaten kreeg dat camera 3 ook alweer volop werd gebruikt. Levi deed ‘gewoon’ wat hij mij al twee avonden had zien doen, maar dan zonder assistent. Voor zover ik het kon beoordelen deed hij het zeker niet onverdienstelijk. Hij werd wellicht iets minder vaak geschakeld door de regisseur dan de andere camera’s, maar als hij aan de beurt was kon ik zien dat hij een prima plaatje maakte. Het was veel beter dan ik had verwacht.

Zelf heb ik als jonge jongen wel eens bij een concert gehoopt dat er omgeroepen zou worden of er toevallig een cameraman in de zaal was. Dan zou ik die kans met beide handen grijpen. Vandaar ook dat ik het superleuk vond dat Levi hier even liet zien dat hij veel meer is dan een geweldige assistent. Het is een talentvolle cameraman in de dop. Iemand die zeker nog eens een kans verdient. Ik hoop dat ze dit bij L1 ook gezien hebben. Niet dat hij gelijk mijn plekje mag innemen, maar het is altijd leuk als goede gasten zich verder kunnen ontwikkelen en mogen doorgroeien. Ik zou hem daarbij graag willen helpen met een klein duwtje in de rug, als dank voor alle keren dat hij mij zo ontzettend goed geholpen heeft.



Deze foto is van een jaar geleden, omdat de foto van deze week niet zo goed gelukt is.



vrijdag 9 januari 2026

Aanbestedingen

 

Tegenwoordig worden steeds meer projecten in de AV-sector op officiële wijze aanbesteed. Zo heeft de NPO dit jaar, na een veelomvattende selectieprocedure, een stuk of twaalf facilitaire bedrijven aangewezen die de komende jaren offertes mogen uitbrengen. Het doel van zo’n aanbesteding is om transparant en objectief de beste aanbieder te kiezen voor elk project. Offertes van verschillende partijen worden vergeleken op basis van vooraf vastgestelde criteria, zoals prijs, kwaliteit, planning, maar bijvoorbeeld ook duurzaamheid. Een ‘tender’ moet het maken van illegale prijsafspraken voorkomen. Het achterliggende idee is een garantie voor gelijke kansen en een eerlijke concurrentie.

Dat klinkt goed en er valt zeker iets voor dit systeem te zeggen, maar toch hoor ik mijn opdrachtgevers regelmatig mopperen over het feit dat ze tegenwoordig aan allerlei gekke voorwaarden moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een opdracht. ‘We moeten telkens weer door een hoepeltje springen’, hoorde ik iemand zeggen. 

Het meedoen aan zo’n tender betekent dat bedrijven eerst moeten investeren in omvangrijke presentaties om überhaupt mee te kunnen doen. Vervolgens moeten de partijen die door de ballotage zijn gekomen voor iedere aanvraag opnieuw een uitvoerig werkstuk aanleveren. Uitgebreide beschrijvingen zijn vereist om een relatief overzichtelijke opdracht in de wacht te slepen. Dit kost veel tijd en energie aan de kant van de opdrachtgever, maar vooral ook bij alle opdrachtnemers. Meestal levert dat helemaal niks op. Zo wordt bijvoorbeeld voor elk project in de offertefase een complete planning opgevraagd. Facilitaire bedrijven moeten al in een vroeg stadium het hele team samenstellen, terwijl ze nog niet eens zeker weten of ze de opdracht daadwerkelijk krijgen. 

Zo kan het gebeuren dat een freelance cameraman soms door vier verschillende facilitaire bedrijven wordt benaderd met een optie voor hetzelfde project. Dan zou je denken dat het niet meer uitmaakt aan welk facilitair bedrijf de opdracht wordt gegund, maar ik ben zeker niet de enige cameraman die al meerdere keren een hele periode heeft vrijgehouden en dat er uiteindelijk toch nog een vijfde firma er met het project vandoor ging. Dit kost freelancers dus geld, omdat zij in zo’n geval andere opdrachten afhouden. Het wordt ook een enorme chaos in de agenda als er in een drukke periode om tientallen opties wordt gevraagd. 

De laagste prijs geeft meestal de doorslag. Dat lijkt logisch, maar bij het uitvragen van offertes is meestal nog niet precies bekend wat er daadwerkelijk nodig is om een productie goed in beeld te brengen. Zo kan een facilitair bedrijf soms in de offertefase enorm stunten met prijzen, in de wetenschap dat er later nog van alles bij komt, waar ze vervolgens de hoofdprijs voor vragen. Het is een spel geworden.

Maar wat ik persoonlijk vooral vervelend vindt aan het systeem van aanbesteden is dat het nauwelijks nog telt of je op de werkvloer een goede relatie hebt opgebouwd met de opdrachtgever, als inkopers in kantoorgebouwen vooral kijken naar een papieren werkelijkheid. Resultaten behaald in het verleden bieden nauwelijks nog garanties voor de toekomst. Specifieke kennis met betrekking tot een bepaald project en ervaring zijn steeds vaker van ondergeschikt belang. Dat is zonde. Ik heb het al zo vaak meegemaakt dat een klant na afloop van een project super enthousiast was, omdat wij erg ons best hadden gedaan, maar dat we een volgende keer keihard te horen kregen dat een andere partij op papier een beter verhaal had. Zo krijg je de indruk dat het weinig zin heeft om een stapje harder te lopen of om iets extra’s uit de materiaalwagen te trekken waar het eindresultaat beter van wordt of om een klant te helpen. 

In mijn ogen komen aanbestedingen de creativiteit, het onderling vertrouwen en de continuïteit niet ten goede. Natuurlijk mag een opdrachtgever wisselen van leverancier als ze niet tevreden zijn, maar nu krijg ik vooral de indruk dat het alleen nog draait om het dubbeltje en de eerste rang. Dat is niet gezond voor onze industrie. Aanbestedingen leiden niet tot betere eindresultaten en onder de streep zal het ook niet veel goedkoper zijn. Ik geloof toch echt meer in geven en nemen. Lang leve de loyaliteit en samenwerking!



Deze column schreef ik voor het vakblad AV&Entertainment Magazine en is gepubliceerd in het januarinummer van 2026.