Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen

vrijdag 9 januari 2026

Aanbestedingen

 

Tegenwoordig worden steeds meer projecten in de AV-sector op officiële wijze aanbesteed. Zo heeft de NPO dit jaar, na een veelomvattende selectieprocedure, een stuk of twaalf facilitaire bedrijven aangewezen die de komende jaren offertes mogen uitbrengen. Het doel van zo’n aanbesteding is om transparant en objectief de beste aanbieder te kiezen voor elk project. Offertes van verschillende partijen worden vergeleken op basis van vooraf vastgestelde criteria, zoals prijs, kwaliteit, planning, maar bijvoorbeeld ook duurzaamheid. Een ‘tender’ moet het maken van illegale prijsafspraken voorkomen. Het achterliggende idee is een garantie voor gelijke kansen en een eerlijke concurrentie.

Dat klinkt goed en er valt zeker iets voor dit systeem te zeggen, maar toch hoor ik mijn opdrachtgevers regelmatig mopperen over het feit dat ze tegenwoordig aan allerlei gekke voorwaarden moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een opdracht. ‘We moeten telkens weer door een hoepeltje springen’, hoorde ik iemand zeggen. 

Het meedoen aan zo’n tender betekent dat bedrijven eerst moeten investeren in omvangrijke presentaties om überhaupt mee te kunnen doen. Vervolgens moeten de partijen die door de ballotage zijn gekomen voor iedere aanvraag opnieuw een uitvoerig werkstuk aanleveren. Uitgebreide beschrijvingen zijn vereist om een relatief overzichtelijke opdracht in de wacht te slepen. Dit kost veel tijd en energie aan de kant van de opdrachtgever, maar vooral ook bij alle opdrachtnemers. Meestal levert dat helemaal niks op. Zo wordt bijvoorbeeld voor elk project in de offertefase een complete planning opgevraagd. Facilitaire bedrijven moeten al in een vroeg stadium het hele team samenstellen, terwijl ze nog niet eens zeker weten of ze de opdracht daadwerkelijk krijgen. 

Zo kan het gebeuren dat een freelance cameraman soms door vier verschillende facilitaire bedrijven wordt benaderd met een optie voor hetzelfde project. Dan zou je denken dat het niet meer uitmaakt aan welk facilitair bedrijf de opdracht wordt gegund, maar ik ben zeker niet de enige cameraman die al meerdere keren een hele periode heeft vrijgehouden en dat er uiteindelijk toch nog een vijfde firma er met het project vandoor ging. Dit kost freelancers dus geld, omdat zij in zo’n geval andere opdrachten afhouden. Het wordt ook een enorme chaos in de agenda als er in een drukke periode om tientallen opties wordt gevraagd. 

De laagste prijs geeft meestal de doorslag. Dat lijkt logisch, maar bij het uitvragen van offertes is meestal nog niet precies bekend wat er daadwerkelijk nodig is om een productie goed in beeld te brengen. Zo kan een facilitair bedrijf soms in de offertefase enorm stunten met prijzen, in de wetenschap dat er later nog van alles bij komt, waar ze vervolgens de hoofdprijs voor vragen. Het is een spel geworden.

Maar wat ik persoonlijk vooral vervelend vindt aan het systeem van aanbesteden is dat het nauwelijks nog telt of je op de werkvloer een goede relatie hebt opgebouwd met de opdrachtgever, als inkopers in kantoorgebouwen vooral kijken naar een papieren werkelijkheid. Resultaten behaald in het verleden bieden nauwelijks nog garanties voor de toekomst. Specifieke kennis met betrekking tot een bepaald project en ervaring zijn steeds vaker van ondergeschikt belang. Dat is zonde. Ik heb het al zo vaak meegemaakt dat een klant na afloop van een project super enthousiast was, omdat wij erg ons best hadden gedaan, maar dat we een volgende keer keihard te horen kregen dat een andere partij op papier een beter verhaal had. Zo krijg je de indruk dat het weinig zin heeft om een stapje harder te lopen of om iets extra’s uit de materiaalwagen te trekken waar het eindresultaat beter van wordt of om een klant te helpen. 

In mijn ogen komen aanbestedingen de creativiteit, het onderling vertrouwen en de continuïteit niet ten goede. Natuurlijk mag een opdrachtgever wisselen van leverancier als ze niet tevreden zijn, maar nu krijg ik vooral de indruk dat het alleen nog draait om het dubbeltje en de eerste rang. Dat is niet gezond voor onze industrie. Aanbestedingen leiden niet tot betere eindresultaten en onder de streep zal het ook niet veel goedkoper zijn. Ik geloof toch echt meer in geven en nemen. Lang leve de loyaliteit en samenwerking!



Deze column schreef ik voor het vakblad AV&Entertainment Magazine en is gepubliceerd in het januarinummer van 2026.




 


 

dinsdag 1 juli 2025

Fried Air...


Hallo allemaal. Ik ben J.D., creative lead strategy media director en head-concepter bij Content2Content Marketing and Communication ProductionsNoem mij gerust chef kok van smaakvolle campagnes en concepten. Merkdenker pur sang en entrepeneur. Brainstorms, ideeën en briefings vertaal ik naar een stukje communicatie. Het goud, waarmee mijn zakelijke partners kunnen ‘shinen’. Innoveren, inspireren en/of motiveren, dan wel implementeren. 

Ik ruik kansen, creëer kansen en maak gebruik van kansen. Daarbij geef ik leiding aan een team van energieke creatives dat werkt aan een divers portfolio van 360-campagnes, social formats en inhakers. Flexibiliteit is key en Content is king. 

Wij van Content2Content adviseren, organiseren en produceren. Het woord ‘nee’ komt niet voor in ons vocabulaire. De enige die aan onze klanten ‘nee’ mag verkopen, dat ben ik. We ontlasten customers op alle fronten en nemen de lead waar nodig. 

Anno 2024 draait het natuurlijk om sustainable product sollutions. En ‘getting it done’. Wij denken zo groen als gras. Natuurlijk! Ik zou het bijna vergeten. 

De manier waarop wij opdrachten vormgeven helpt doorgaans enorm bij zaken als klantonboarding-, risicobeheer- en consumentenbescherming. In elke pitch besteden we uitgebreid aandacht aan de uitvoering van de belangrijkste prioriteiten. 

Vandaag zijn we bij het sales- en strategie event van een van onze grootste opdrachtgevers: ‘Getting it Done’ In deze, tot hightech congrescentrum omgetoverde, verlaten fabriekshal ontvangen we straks en morgen meer dan 1.500 verkopers van over de hele wereld. Die moeten ieder jaar weer de neuzen dezelfde kant op krijgen in het kader van ‘The power of possibility’. Samen een grotere impact ontdekken en werken aan strategisch partnerschap. Daarnaast is er ruimte om met elkaar te netwerken en vooral benchmarken. Dat mag wat kosten.

De big boss uit Amerika komt vandaag een entrepreneural speech geven. Natuurlijk heeft de man goede ideeën, maar daar doe ik dan voor € 250,- per uur nog even mijn plas overheen en dan wordt het een ‘heads-up’ op Champions League niveau. Impact versus impact. Een stukje teambuilding van heb ik jou daar. Deze opdrachtgever gaat het komend jaar zijn volume in de markt terugpakken en vandaag gaan we die nieuwe koers inzetten. Dat ze daarbij moeten ingrijpen in de kosten is uiteraard ‘part of the deal’. De company moet immers wel ‘fit to win’ zijn. 

Onze prioriteiten gaan vanaf nu landen bij het personeel, maar dat doen we met een stukje ‘positief denken’. Succes is all about attitude! Zo ontsluiten we potentieel en maximaliseren we de winsten. Zij moeten gaan geloven in het onmogelijke en vechten om het mogelijk maken. Bruggen bouwen, geen barrières. Alleen zo blijft de company relevant en ontstaat er die felbegeerde win-win situatie. Insight to action, zal ik maar zeggen. Hashtag: Leadership met visie, inspireer excellentie.

Wij rekenen erop dat jullie nu begrijpen hoe belangrijk dit event is. Voor Content2Content, maar natuurlijk vooral voor de company die wij vandaag faciliteren. Laten wij er ook met z’n allen voor gaan en een livestream neerzetten waar de concurrentie stinkend jaloers op is. Succes is een teamsport! Laat zien dat jullie de allerbesten zijn en dat ik jullie niet voor niks heb ingehuurd. Dankzij jullie inzet zal dit event een succes worden. Ik voel het.

Maar mondjes dicht. Wat jullie gaan zien en horen is niet voor de buitenwereld. Niks op de socials en straks geen grote verhalen vertellen als je thuiskomt. Wat gebeurt bij Getting it Done blijft bij Getting it Done.

Dankjewel. 

Let’s go for it NOW! 

Actie! Actie! Actie!


Deze foto is volledig geconstrueerd door ChatGPT, op basis van het hier boven door mij geschreven verhaal.



zaterdag 3 mei 2025

remote production

 

Het afgelopen weekend mocht ik voor DMC Zweden meewerken aan de registratie van RallyX op het Eurocircuit in Valkenswaard. Twee lange dagen stof happen. Rondscheurende auto’s en buggy’s volgen op een relatief klein circuit. Scherpte naar je toe, uitzoomen, meebewegen, inzoomen, scherpte van je af. Soms heel close, vaak net wat ruimer om de andere auto’s ook te zien. Kijken naar gevechten op de baan, naar deelnemers die harder gaan dan de ander en proberen te zien wie de bocht net even te ruim gaat nemen. Stiekem hopend op spectaculaire crashes -zonder erg- in mijn schootsveld. 

Zonnetje erbij en louter vriendelijke mensen op en rond het circuit, die het leuk vinden dat er aandacht is voor hun sport. Heerlijk!

Dit was een echte remote-productie. De regisseur, geluidsman, graphics operator en de EVS-operator (die de herhalingen in slowmotion verzorgde) zaten allemaal in Stockholm. De afdeling beeldtechniek in Oslo. Slechts een klein clubje cameramensen, een assistent, een projectmanager en een IT-technicus waren op locatie in Nederland. 

Werken op afstand is de toekomst bij internationale sportregistraties. Grote regiewagens op locatie worden steeds vaker vervangen door NASA-achtige controlrooms en het maakt eigenlijk niet zoveel meer uit waar die gesitueerd zijn. Het zou me niets verbazen als in de nabije toekomst mensen ook vanuit huis de titels toevoegen aan een programma en misschien schuift een geluidsman straks vanuit zijn zolderkamerstudio. Het is een kwestie van tijd dat zelfs een deel van de camera-operators niet meer naar locatie hoeft te komen. De benodigde technieken worden steeds beter, sneller en goedkoper. Het is, zeker in landen waar de afstanden tussen steden veel groter zijn dan in Nederland, enorm kostenbesparend om beeld, geluid en data heen en weer te pompen via razendsnelle glasvezelverbindingen. Als ze in Zweden naar een ijshockeywedstrijd in het noorden van het land moeten, dan zijn ze met grote vrachtwagens twee of drie dagen van huis. Nu sturen ze een busje met slechts een paar cameramensen. Bij de Formule1 werken ze ook al een paar jaar op deze manier en dat scheelt bijvoorbeeld heel wat tickets en peperdure hotelkamers op jaarbasis. Of we het leuk vinden of niet, deze ontwikkeling is niet te stoppen. Je kan het beter omarmen en je erin verdiepen, dan je ertegen verzetten. 

Het enige probleem dat ik met remote production heb is dat er letterlijk en figuurlijk veel afstand is tussen de mensen die nauw met elkaar moeten samenwerken. Van teamgeest en nuance is minder sprake als je elkaar niet meer in de ogen kijkt. De onderlinge communicatie wordt er niet beter op. Mensen die professioneel gezien van elkaar afhankelijk zijn kennen elkaar op den duur niet meer. Even een paar zaken bespreken tijdens een korte break of na afloop van de klus is er niet meer bij. Dat klinkt misschien onbelangrijk en ik hoor je denken dat je toch even kan bellen of appen, maar ik heb ontdekt dat dit niet of nauwelijks gebeurt. Het afgelopen weekend wist ik vooraf nieteens de naam van de regisseur. Buiten de intercom om hebben we niet met elkaar gecommuniceerd. 

Je merkt dat zo’n regisseur op afstand soms geen idee heeft waarom een camera niet iets verder naar links of rechts kan. Als hij op locatie is, ziet hij wat er gebeurt en kan hij daarop anticiperen. Ook kan hij dan makkelijker een ploeg motiveren om net even een stapje harder te lopen. 

Als we willen dat de kwaliteit van producties op een hoog niveau blijft, dan moeten we niet alleen techneuten en boekhouders laten vernieuwen, maar ook aan de creatieve kant onze werkwijzen aanpassen. We zullen er moeite voor moeten doen om te voorkomen dat ons vak onpersoonlijk en lopendebandwerk wordt. Ik denk aan regiebesprekingen en vaste evaluatiemomenten via Teams. Je zou de rol van een eerste cameraman groter kunnen maken, maar dit zijn slechts eerste gedachtenkronkels. Wellicht zijn er slimmere oplossingen om te voorkomen dat we straks slechts vervangbare nummertjes zijn. Ik sta open voor alle ideeën en suggesties.




zondag 3 november 2024

Tjidde!

 

Ik ben loyaal en merkentrouw. Als ik ergens tevreden over ben, dan ga ik terug. Liever klant voor het leven dan koopjeshopper. Voor mij is het belangrijker dat ik goed geholpen word, dan dat ik ergens de scherpste prijs voor betaal. Service, meedenken en eerlijk advies staan voor mij altijd voorop. Het is ook fijn als je gewoon even terug kan wanneer iets niet helemaal bevalt. Noem mij ouderwets, maar ik heb meer met een fysieke winkel, dan met internetshoppen. Ik rij graag even om voor dat ene zaakje met die aardige verkoper. En wie goed voor mij zorgt, mag ook best iets verdienen.

Er zijn van die bedrijven en zakelijke contacten waarvan ik direct weet dat ze niet meer zomaar uit mijn leven zullen verdwijnen. Mijn garagehouder is zo iemand. Vanaf de eerste keer dat ik bij hem binnenstapte wist ik dat ik nooit meer voor een grote beurt naar een ander zou gaan. Deze week had ik een rioolontstoppingsfirma over de vloer en nog voor het probleem was verholpen heb ik hun nummer met een uitroepteken in mijn telefoon gezet. Gewoon een goede gast, een eerlijk verhaal, het juiste gereedschap en het was een bedrijf dat net even een stapje harder liep dan de loodgieter die de verstopping twee dagen eerder niet kreeg opgelost. Dan heb je mij in je zak.

Waarom ik dit schrijf? Omdat ik de vorige week een pakketje bij de post vond van Tjidde. 

Tjidde is de man die mij sinds een tijdje bijstaat als ik issues heb met mijn in-ears intercom headset. Zo’n Variphone setje gebruik ik in plaats van de stoere pilotenkoptelefoons die meestal bij de camera’s waarmee ik werk geleverd worden. Ik had al heel lang zo’n ‘oortje’ met een klein microfoonarmpje, zoals scheidsrechters ze ook wel dragen, maar ik had wat technische en praktische gedoetjes met dat ding en de leverancier. 

Tot ik Tjidde leerde kennen. 

Vanaf de eerste tel dat ik aanklopte bij zijn kantoortje in Houten wist ik dat ik nooit meer problemen zou hebben. Wij begrijpen elkaar. Natuurlijk heeft Tjidde service hoog in het vaandel, maar er is meer dan dat. Een klik. Of een soort liefde op het eerste gezicht, maar dan zonder seksuele lading. Binnen de kortste keren zaten wij in een diepgravend gesprek over het leven, over vriendschappen en wat écht telt als het even niet alleen maar rozengeur en maneschijn is.

Ondertussen werden mijn spullen grondig nagekeken, kreeg ik een eerlijk advies -dat niet persé in het voordeel van de verkopende partij was- en besloot ik om desondanks toch tot vervanging over te gaan. Gehoorbescherming is belangrijk en ik gebruik dat setje bijna dagelijks. Het is zo fijn werken met zo’n lichtgewicht headsetje dat ik eigenlijk niet meer zonder kan. Ik heb er inmiddels verloopkabeltjes in alle soorten en maten bij en word echt ongelukkig als het een keer niet werkt op de camera van de dag.

Terug naar Tjidde Smilda. Ik hoef hem niet te vragen wat het kost en ik ga al helemaal niet uitzoeken of het ergens anders goedkoper is. Het is iemand de ik blind kan vertrouwen op zijn blauwe ogen. Hij is altijd redelijk, doet er iets extra bij als het kan en de goede man moet er ook van leven. Waarom zou ik iemand uitknijpen als ik er zelf ook een bloedhekel aan heb wanneer ze dat bij mij doen?

En dan het pakketje bij de post…

Er zat een klein clipje aan mijn headsetje, waarmee je het draadje aan je kraag vast kan zetten. Dat ding ging stuk en dit bleek in de praktijk best onhandig. Dus was ik op zoek naar een nieuw clipje. Na een kort mailtje stuurde Tjidde per omgaande post een nieuwe toe. Gratis en voor niets. Alleen bleek dat type niet aan mijn kabeltje te passen. Geen probleem, ik kreeg van Tjidde een nieuwe en daarmee was mijn vraag beantwoord en het euvel verholpen. Alleen niet voor Tjidde. Ook dit onderdeel was in zijn ogen niet ideaal. Bij mijn volgende bezoek vertelde hij me dat iemand een nog beter clipje had, maar dat hij niet precies wist waar dat vandaan kwam. Hij stuurde me later nog een foto. Ik zei dat ik die oplossing ook heel mooi vond, maar dat ik al blij was. En toen kreeg ik deze week dus ongevraagd post. Met een nieuw, beter en mooier clipje. Zomaar!

Het stelt misschien niet zo veel voor, maar ik word hier extreem blij van. Omdat het uit een goed hart komt en omdat hij daar ongevraagd moeite voor heeft gedaan. Het geeft aan dat hij precies begrijpt hoe belangrijk die headset voor mij is en hoe zuinig ik er op ben. Hij geeft mij het gevoel dat ik een speciale klant ben en ik ben daar gevoelig voor.

Ik kan al mijn collega’s zo’n Variphone headset van harte aanbevelen. Het is misschien even wennen en soms wat gerommel met instellingen, maar het is al snel veel fijner dan de headsets die standaard bij de camera’s geleverd worden. Los nog van de hygiëne, want fris is het natuurlijk niet om doppen op je oor te zetten waar gisteren nog een collega vrolijk in stond te zweten en die vervolgens zonder poetsen in een kist zijn gepropt. Maar ik kan vooral iedereen een bezoekje aan Tjidde aanraden. Ook voor in-ears of gehoorbescherming. Hij is wat mij betreft hét adres voor communicatievraagstukken.




dinsdag 27 augustus 2024

F1

 

Het moet begin september van het jaar 2000 zijn geweest dat mijn goede vriend Frank Verzantvoort belde met het verzoek of ik twee weken later met hem mee wilde naar de eerste USA Grandprix Formule1 op het circuit van Indianapolis. De vaste cameraman waarmee RTL Grandprix op dat moment werkte was plotseling verhinderd en dus zocht de producer iemand die op korte termijn kon invallen. Het leek mij een prima trip en extra grappig om samen met mijn maatje op zakenreis te gaan. Olav Mol had ik wel eens gesproken, maar pitreporter Jack Plooij kende ik op dat moment nog niet. Het probleem was sowieso dat ik niets van autosport wist. Ja, ik kende Jos Verstappen en ik wist natuurlijk wie Michael Schumacher was, maar verder was ik op het gebied van F1 een complete nono. Het maakte blijkbaar op dat moment niet zoveel uit, als ik maar goed kon filmen en zin had in een week plezier maken. 

Zodra we op het circuit van Indianapolis aankwamen nam Olav mij bijna letterlijk aan de hand mee door de pitstraat. Hij toonde me de legendarische ‘brickyard’ en de paal waar de term ‘poleposition’ vandaan komt. Vervolgens kreeg ik een uitgebreide rondleiding lang alle teams en wees Olav met een laserpen geduldig allerlei details op de racewagens aan. Ik werd geïntroduceerd bij Jos Verstappen, die het wel leuk vond dat er een cameraman was met een Limburgs accent. Tot slot werd ik voorgesteld aan reporter Rick Winkelman en fotograaf Frits van Eldik van het blad RaceReport. Zij konden een oogje in het zeil houden op de momenten dat Olav commentaar zou geven en ik solo in de pits een boodschappenlijstje met shots moest afdraaien. Ik weet nog dat ik zo snugger was om bij Williams shots te maken van Ralf Schumacher, terwijl ik Jenson Button moest hebben en dat die namen ook heel groot boven de ingang van de garage stonden. En de totale paniek die ik had toen ik miste dat er tijdens een vrije training even vlammen uit de uitlaat van de auto van Jos kwamen. Het was gelukkig niets bijzonders en dus werd het me allemaal vergeven. Zo kreeg ik een unieke introductie in de wereld van Formule1. Van beide kanten beviel het zo goed dat we besloten om in het nieuwe seizoen vaker samen te werken. 

Uiteindelijk heb ik negenenveertig races gedaan als cameraman met Olav, Jack en ook een jaar met Allard Kalff in de rol van pitreporter. We vlogen van Australië naar Maleisië of Brazilië en van Japan naar Canada. Alle circuits die tussen 2000 en 2007 onderdeel vormden van het Formule1 seizoen heb ik eens of meerdere malen bezocht. Het was hard werken en we maakten lange dagen. Natuurlijk klinkt het goed dat je de hele wereld rondreist, maar eerlijk gezegd zie je niet veel meer dan je hotelkamer en een beperkt deel van het circuit, dus je moet er wel wat van maken. Dat is gelukt, want we hadden ongelofelijk veel pret met elkaar. We hebben samen veel mooie avonturen beleefd. Genoeg verhalen voor een boek. Wie weet? Maar na een jaartje of zes werd ik vader en begon het F1 circus op werk te lijken. Toen hebben een paar collega’s hun kans gegrepen en die doen dit werk tot op de dag van vandaag nog steeds met veel plezier voor de Nederlandse rechtenhouder. 

Zelf ben ik de sport van een afstandje blijven volgen en ik vond het dan ook mooi dat Max Verstappen zijn kans greep en -Yohoo Yohee!- als eerste Nederlander een race won. Ik heb hem ooit op het circuit van Magny Cours in beeld gevangen, toen hij slechts drie jaar oud was. Later heb ik hem wel eens thuis zien gamen, omdat wij een filmpje kwamen maken over de fitnessruimte van zijn vader. En toen hij een jaar of negen was vertelde Jos liever hele verhalen over de kart carrière van zijn zoon dan over zijn eigen prestaties bij de A1 Grandprix. Ik heb in die periode met Rick Winkelman gesproken over het maken van een documentaire over de kleine Verstappen, maar dat is er nooit van gekomen. Je zal begrijpen dat ik daar heel, heel, héél veel spijt van heb. 

Als televisiemaker keek ik ondertussen niet alleen naar de sportieve kant, maar ook met grote interesse naar het camerawerk bij de live-uitzendingen. Het is interessant voor een televisiedier als ik om te zien hoe de Formule1 altijd alles uit de kast trekt om de wedstrijden zo spannend mogelijk in beeld te brengen. Formula One Management verzorgt zelf technisch en inhoudelijk de registratie van de races en daarmee zijn zij een groot voorbeeld voor heel veel andere sporten. De mensen achter de schermen bij Formule1 zijn al jarenlang zeer innovatief. Veel ontwikkelingen op televisiegebied zijn daar uitgeprobeerd of verbeterd. Denk aan onboard-camera’s, helmcamera’s, graphics, het weergeven van de teamradio’s en virtuele reclame. De laatste jaren komt daar ‘remote productie’ bij, want meer dan de helft van de crew die de programma’s maakt zit niet meer op het circuit, maar werkt op het vliegveld van het Engelse dorp Biggin Hill, waar in een oude hangaar controleruimten zijn ingericht die het hoofdkantoor van de NASA doen verbleken. 

 

Het is dan ook tof dat ik, sinds de Formule1 terug is op Zandvoort, in opdracht van deze organisatie een camera mag bemannen voor het miljoenenpubliek dat wereldwijd naar F1 kijkt. Zo krijg ik een uniek inkijkje in de werkwijze bij deze megaproductie. De afgelopen week was ik er voor de vierde keer bij op Zandvoort en het was mijn vijfde Grandprix in dit voornamelijk uit Engelsen bestaande team. 

Het is best spannend om op zo’n rijdende trein te springen, want de meeste cameracollega’s in deze crew filmen niks anders dan autosport. Zij doen allemaal bijna alle races in het seizoen en de meeste cameramannen doen dit al jarenlang. Ik sprak een collega die al sinds 1998 betrokken is en die niet veel races heeft gemist. Het is voor hen een ‘way of life’. Zij weten precies welke coureur hard gaat en hoe je een razendsnelle ‘whippan’ met je camera kan maken als de bolides met bijna 300 kilometer per uur voorbij flitsen. 

Ik moet toch iedere keer weer even het wiel voor mezelf uitvogelen. Hoe sta je het lekkerst om zoveel mogelijk auto’s te kunnen volgen? Waar positioneer je de viewer, welke stap moet je maken en op welk moment beweeg je mee? Wat is het moment van uitzoomen, weer inzoomen en hoe snel moet je dat doen? Alle communicatie is in het Engels, dus je moet wel even snappen wat ze bedoelen met allerlei heel specifieke kreten en je moet je goed concentreren op welke rijders ze in de uitzending volgen of gaan volgen. Je hoort twee druk pratende regisseurs door elkaar. Eentje schakelt alleen de camera’s langs de baan en de tweede mixt dat signaal in Engeland met alle onboards, het helikoptershot, de draadloze camera’s in de pitstraat, herhalingen en de graphics. Dat wil ook zeggen dat niet elke keer, als het rode lampje in mijn zoeker gaat branden, mijn shot de uitzending haalt. Het meeste doe je voor niets, in de hoop dat een rijder een foutje maakt en je een mooie ‘replay’ krijgt. Maar de concurrentie is groot. Elke bocht wordt vanuit meerdere hoeken in beeld gebracht, elke auto heeft meerdere camera’s aan boord en in de lucht hangt een helikopter met een cameraman die alles op zeer spectaculaire wijze volgt. Het gaat allemaal razendsnel. De lat ligt hoog. Daar doe ik zelf graag aan mee, want ik wil natuurlijk dat die Engelsen tevreden zijn over mijn werk en mij het volgend jaar weer inhuren. 

Dit jaar is het volgens mij aardig gelukt. Ik stond op een nieuwe positie. Camera 19, waar ze het stadion inreden, bij de S-Bocht. Daar was het filmen iets gecompliceerder dan op de plek waar ze mij de afgelopen drie jaar op hadden ingedeeld. De racewagens kwamen nu op slechts een paar meter voorbij en dus moest ik veel harder meezwiepen met mijn telelens. 

Het is grappig dat wanneer je de uitzending later terugkijkt, je pas goed ziet hoe snel er geschakeld wordt, hoe kort je shot staat en hoe vaak jouw camera ook wordt overgeslagen. Ik denk als ik in het hele weekend effectief een paar minuten gebruikt ben, dat ik in mijn handen mag wrijven. Misschien is het daarom extra zuur dat uitgerekend dat ene shot in de laatste ronde net niet 100% was, omdat ik een milliseconde te laat reageerde met inzoomen en net iets wijder eindigde dan me (achteraf) lief is. Al weet ik ook vrij zeker dat ik de enige ben die het gezien heeft en dat het de andere 80 miljoen kijkers niet is opgevallen.

Het waren vier intensieve en lange dagen in Zandvoort. Het was een nat, winderig, zwaar en cameratechnisch best een spannend weekend, maar ik kijk er weer met heel veel plezier op terug. 




dinsdag 14 mei 2024

Ook van een camera moet je gewoon afblijven...


Die arme Joost Klein. Laten we hopen dat het statement, dat de baas van AVROTROS afgelopen zaterdag naar buiten bracht, klopt en dat de diskwalificatie van Klein bij het Eurovisie Songfestival inderdaad disproportioneel is. Voor alle Nederlandse analisten en deskundigen, die ik de voorbije dagen met veel interesse heb aangehoord, is het te hopen dat uit het politie-onderzoek blijkt dat de organisatie van de EBU inderdaad volkomen is doorgeslagen. 

Zelf weet ik nog niet helemaal zeker of Joost Klein hier het allergrootste slachtoffer is. Zolang we niet precies weten wat er backstage gebeurd is, moeten we voorzichtig zijn met een uitgesproken mening over deze zaak.

Toch kan ik het niet langer laten om ook een kleine duit in het zakje te doen. Uiteraard kijk ik naar deze zaak vanuit het oogpunt van de Zweedse cameravrouw die hier in Nederland de schuld van alles lijkt te krijgen. In een statement beweert AVROTROS dat die cameravrouw bleef filmen, zelfs nadat Klein herhaaldelijk had aangegeven dat hij dit niet wilde. Vervolgens zou de artiest slechts een ‘dreigende beweging’ hebben gemaakt en hij zou de cameravrouw niet hebben aangeraakt. Maar welke dreigende beweging is ernstig genoeg om aangifte te doen of voor een diskwalificatie bij zoiets belangrijks als het Songfestival? 

Als cameramensen van alle keren dat iemand een afwijzende of dreigende beweging naar hun lens maakt aangifte gaan doen, dan kan de politie wel wat extra manschappen in dienst nemen. Stel dat het ook nog zal leiden tot een schorsing, dan hebben we amper nog voetbaltrainers op de velden, een goede reden om wel heel veel demonstranten te arresteren of gasten met hoodies in achterstandswijken. Om maar een paar stomme voorbeelden te noemen. Cameramensen zijn gelukkig niet van suiker. Die kunnen wel tegen een stootje. Ik vrees dan ook dat er in Malmö toch iets meer aan de hand was. Zweedse media melden al dat het statement van AVROTROS niet helemaal overeenkomt met het verhaal van de betreffende camera operator.

Ik heb ook geen idee, maar stel nou eens dat Joost Klein de camera heeft weggeduwd. Of omgeduwd. Wat vinden we daar dan van? Daarvoor hoefde hij de cameravrouw niet aan te raken en je zou het met een beetje fantasie een ‘dreigende beweging’ kunnen noemen. Maar mag dat? Stel dat Joost de cameravrouw zo heeft laten schrikken dat ze pardoes haar peperdure apparaat heeft laten vallen.

Het is niet ondenkbaar dat de politie erbij gehaald is, omdat er schade is. 

Dan komen we op het punt dat de betreffende cameravrouw bleef filmen en dat hierdoor voor de emotionele Klein een onveilige situatie zou zijn ontstaan. Allerlei ‘deskundigen’ beweren nu wel heel makkelijk dat de cameravrouw fout was, zonder zich precies te verdiepen in die kant van het verhaal. Natuurlijk is het bloedirritant als er achter elke deur een draaiende camera staat, maar dat is wel een vaak voorkomende bijkomstigheid bij zo’n programma. Het is zeker niet ongebruikelijk bij een evenement als dit. Ook bij talentenjachten als The Voice of bij Op Zoek Naar… van de AVROTROS stonden vaak camera’s backstage om de kandidaten op te vangen voor een eerste reactie na hun optreden. Dat levert doorgaans mooie beelden op. Het zou me dus niks verbazen als de organisatie dit geregeld heeft en dat het hier dus niet zomaar een irritante en stronteigenwijze camera-journalist betrof. Laten we ervan uitgaan dat de betreffende cameravrouw een medewerker van de show was, die stomweg de opdracht heeft gekregen om alle deelnemers te filmen en keurig netjes deed wat er van haar gevraagd werd. Zou zomaar kunnen. Het verklaart ook dat haar beelden niet gedeeld worden met nieuwsgierige journalisten, maar wel met de Zweedse politie.

Mocht deze theorie kloppen, dan is het gek dat de AVROTROS nu zo’n grote broek aantrekt over ‘de onveilige sfeer achter de schermen’, terwijl ze zelf deze cameravrouw genadeloos voor de bus smijten. Dat is ook een mens. Iemand met een creatief beroep en die ook door de artiesteningang binnen is gekomen. Een persoon die net zo goed een veilige werkplek verdient. Als je niet wil dat iets gefilmd wordt, dan moet je dat bij zo’n evenement regelen met productie of met de regie en niet met een cameraman of vrouw. Dat weten de mensen van AVROTROS ook, want zij hebben zelf drie jaar geleden nog het ESF georganiseerd in Rotterdam.

Nogmaals, ik ken ook niet alle details, maar ik kijk toch met steeds meer verbazing naar alle stellige reacties rondom dit ontzettend trieste incident en ik vind dat de schuld te snel en te stellig wordt neergelegd bij iemand die zich niet kan of mag verweren en die waarschijnlijk gewoon haar werk deed. Wie zegt dat zij zelf aangifte heeft gedaan en niet haar opdrachtgever? Misschien wilde zij best de excuses van Klein aanvaarden, maar wilde de EBU daar niets van weten. Wellicht is het een verzekeringszaak.

AVROTROS zorgt zelf niet bepaald voor een veilige werkplek voor camera operators, terwijl die bij het maken van een tv programma minstens even onmisbaar zijn als de artiesten voor de camera. En zo zag ik deze week opperdeskundige Angela de Jong bij RTL piepen over de droom van de emotionele creatieveling Joost Klein die bruut aan diggelen is gegooid, terwijl zij wel al maanden vindt dat Matthijs van Nieuwkerk niet terug op tv kan, omdat die zich heeft misdragen tegenover ‘gewone’ medewerkers van zijn programma. In mijn hoofd is dit tegenstrijdig of op zijn minst voorbarig.

Misschien moeten we de Zweedse politie dit netjes laten afhandelen en dan pas verder praten. Neemt niet weg dat het eeuwig zonde is dat Klein niet meer mee kon doen, want Europapa had zomaar voor veel werkgelegenheid in onze branche kunnen zorgen, in het voorjaar van 2025. Had hij maar even tot tien geteld.





zaterdag 27 april 2024

Even Geduld AUB

 

Als je dagelijks apparaten aan elkaar knoopt, om bijvoorbeeld een televisie-uitzending te maken, dan weet je dat de techniek je altijd een keer in de steek kan laten. Dat gebeurt gelukkig niet heel erg vaak, maar áls het gebeurt, dan komt dat nooit goed uit. Murphey was een optimist. 

Het nu volgende verhaal is niet geschreven om iemand zwart te maken. Laten we voor het gemak zeggen dat het nooit precies zo is gegaan. Het is vooral de bedoeling om een beeld te schetsen van de verschillende belangen tijdens een opname. Niet iedereen blijft onder alle omstandigheden even rustig en blijkbaar heeft niet elke medewerker bij een tv productie altijd evenveel kennis van (technische) zaken. Daar moeten we mee dealen, maar in een tijd waarin we toch druk zijn met reflecteren, kan dit voorbeeld er misschien nog bij.

Weet dat mensen aan de facilitaire kant, die dus met techniek werken, áltijd bezig zijn om storingen te voorkomen. Daar zitten ze zelf ook niet op te wachten. Helaas overkomt het ze soms toch. 

 

Regie : ‘Wat hoor ik?’

Audio : ‘Sorry, we moeten echt even stoppen. Er is een probleem met het geluid.’

Regie : ‘Moet dat nu?’

Audio : ‘Ja! Het geluid is niet goed. Een van de microfoons kraakt.’

Regie : ‘Ja, dat hoor ik ook. Maar we zitten midden in de opname!’

Audio : ‘Het is niet te gebruiken zo. We moeten echt stoppen.’

Regie : ‘Hoe kan dat nou toch weer?’

Iemand : ‘Het blijft techniek.’ 

Regie : ‘Dit is zo dodelijk. Hier kan onze presentator zó slecht tegen…’

 

Opnameleider staat op en loopt naar de set waar de geimproviseerde talkshowtafel staat : ‘Sorry mensen. Ik moet helaas even inbreken. We moeten stoppen voor een probleem met het geluid. Een van de microfoons stoort. Excuus!’

Presentator : ‘Ohw. Dat is vervelend.’ 

Opnameleider : ‘Ja, heel vervelend. Het spijt ons.’

Presentator : ‘Moet dat echt nu?’

Opnameleider : ‘Ja, helaas wel...’

 

Regie : ‘Waarom is er áltijd iets met het geluid?’

Korte stilte. 

Regie : ‘Altijd! Er is áltijd iets met het geluid.’

Niemand reageert.

Regie : ‘Kunnen we weer?’

Projectmanager : ‘Nee, er wordt naar gekeken. Momentje nog.’

Regie : ‘Dit is echt heel erg slecht. Killing voor het gesprek. We gingen net zo lekker.’ 

Audio : ‘We doen ons best. We doen ons best.’ 

Regie : ‘Maar hoelang moet zoiets duren?’

Schakeltechnicus (droog) : ‘Tot het is opgelost…’

Regie : ‘Dit kan toch niet. Dit kán toch niet… Dit kán toch echt niet.’ 

Audio (niet eens geirriteerd) : ‘Er wordt aan gewerkt.’

Regie : ‘Geef hem gewoon een nieuwe microfoon!’

Projectmanager : ‘Dat zijn ze ook aan het doen.’ 

Regie : ‘Kan dat niet sneller?’

Kort moment van stilte.

Regie : ‘We liggen al minimaal drie minuten stil.’

Regie-assistent : ‘Dertig seconden.’

 

Presentator : ‘Ik wil nu echt door!’ (Gooit ballpoint op tafel)

Regie-assistent (praat in de intercom) : ‘Ze zijn met man en macht bezig.’

Regie : ‘Kan iemand mij een update geven?’

Opnameleider : ‘Ze zijn druk.’

Schakeltechnicus (droog) : ‘Als ze zich ook nog bezig moeten houden met ons voorzien van updates, dan duurt het alleen maar langer.’

Regie : ‘Ja, maar de inhoud…’

Korte stilte

Schakeltechnicus (droogjes) : ‘Zonder geluid, geen inhoud.’

Regie : ‘Dit is toch niet normaal!?’

 

Audio : ‘De storing is er nog steeds. We hebben de microfoon én de zender vervangen.”

Regie : ‘Hoe kan dat nou?’

Audio : ‘We zijn er mee bezig.’

Regie : ‘Er is altijd wat…’

Regie-assistent : ‘Ze zijn er mee bezig.’

Regie : ‘Ik wil dat we nu een tafelmicrofoon neerzetten. Nu!’

Opnameleider : ‘De antennes worden verplaatst. Ze zijn kei druk met het trekken van kabels.’

Regie : ‘Waarom zet niemand een tafelmicrofoon op tafel?’

Iemand (mompelt zachtjes op de achtergrond) : ‘Omdat jullie ábsólúúúúút geen tafelmicrofoons en kabels in beeld wilden...’

Drie tellen stil.

Regie : ‘Kunnen we?’

Opnameleider : ‘Momentje nog.’

Audio : ‘Ik geloof dat we het hebben…’

Regie : ‘Oke. Actie. Pak hem maar op in vijf, vier…’ 

Opnameleider : ‘Ho ho. Een tel nog.’

Schakeltechnicus (droogjes): ‘drie…’

Regie assistent : ‘Ze zijn nog bezig.’ 

Regie : ‘Kom. Op. Nou! Komopnou. Komopnoutoch…’

Audio : ‘We moeten heel even iets testen, voor we dadelijk weer stil liggen.’

Regie : ‘Ja, dat is goed, maar kan dat niet als we alweer opnemen? Start de opname!’

Opnameleider : ‘Er ligt nog iemand onder de tafel.’

Regie-assistent : ‘Ze doen echt ontzettend hard hun best.’ 

Regie : ‘Schiet nou toch op, jongens. Dit duurt veel te lang. Veel. Te. Lang. De hele sfeer aan tafel is weg.’ 

Eindredactie : ‘Als het live was, dan waren we toch ook door gegaan.’

Schakeltechnicus (op zijn manier) : ‘Maar het is niet live…’

Regie : ‘Nee, gelukkig niet.’

Audio : ‘Het lijkt erop dat iemand anders op dezelfde frequentie zit.’ 

Regie-assistent : ‘Zijn ze verderop misschien ook aan het filmen?’

Regie : ‘Hoe kán dát nou toch weer?’ 

Regie-assistent : ‘Ik weet het niet, maar het zou kunnen.’

Regie : ‘Waarom weten wij dat niet? Productie! Dat moeten wij toch weten.’

Schakeltechnicus : ‘Het lijkt alsof er iemand op die frequentie zit. Lijkt…’ 

Regie : ‘Ik word hier zo kwaad van. Er moet direct iemand daar naartoe. Zij moeten op een andere frequentie!’

Schakeltechnicus : ‘Maar we weten niet eens of…’

Regie : ‘Productie! Productie móét daar nu gelijk heen.’

Opnameleider : ‘Het lijkt er op dat we door kunnen.’

Regie : ‘Iemand moet zeggen dat die andere ploeg op een andere frequentie moet.’

Audio : ‘We zijn er weer!’

Regie : ‘Is productie al onderweg?’

Opnameleider : ‘We kunnen weer.’

Regie-assistentie : ‘Ja, we kunnen weer.’

Schakeltechnicus : ‘Start alles!’

Regie : ‘Het mag nu echt niet nog eens gebeuren. Ik wil dat alle microfoons het vanaf nu blijven doen. Hebben jullie dat begrepen?’

Opnameleider : ‘Attentie! In vijf, vier, drie …’





 

donderdag 18 januari 2024

angst en onzekerheid

 

Ashley is de communicatiemedewerkster van dienst. Een dame van rond de dertig, in dienst bij een grote firma, die ons heeft ingehuurd om opnamen te verzorgen voor een relatief eenvoudige video. Ze heeft haar veiligheidsschoenen en de verplichte knalgele bouwvakkersjas al aan. Voor de zekerheid heeft ze ook alvast een helm op. Veiligheid boven alles. Toch kan je gelijk zien dat de bouwkeet, waar we elkaar voor het eerst ontmoeten, niet echt haar habitat is. Die schoenen en de jas zijn te schoon. De helm glimt nog van nieuwigheid. Om maar te zwijgen over het rokje met panty en een veel te chique damestas, die niet bepaald bij de outfit passen.

Ze is al tien minuten te druk met haar telefoon om zichzelf even voor te stellen of om een hand te geven. Ook een vriendelijk ‘goedemorgen’ toen ze binnenkwam kon er blijkbaar niet vanaf. Ze wilde geen koffie uit de pot, maar liever een kopje groene thee. 

Het lijkt er sterk op dat we in Nederland inmiddels meer duurbetaalde communicatiestrategen hebben dan vakmensen. Natuurlijk mag je al die media-adviseurs, pr-specialisten, storytellers, customer journey professionals, woordvoerders, merkenbouwers en contentmanagers niet zomaar op een hoop gooien, maar Ashley voldoet aan alle vooroordelen. Als ik iemand zou mogen casten voor de rol van omhooggevallen public relations-hittepetit, dan komt zij fluitend door de screentest. 

Een communicatiespecialist die mensen niet aankijkt is voor mij zoiets als een blinde camera-operator. Zo iemand die het liefst via Whatsapp en e-mail blijft communiceren, ook als je naast haar staat. Ze is drukker met haar eigen Insta-, Snap- en TikTokwerkjes dan met de ploeg die voor serieus geld is ingehuurd om iets moois te maken. Druk, druk, druk. Hier is sprake van een krakkemikkig harnas dat onkunde, maar vooral onzekerheid moet verhullen.

Tijdens het filmen maakt Ashley zich voornamelijk zorgen over alle details die niet in beeld te zien mogen zijn, dingen die niet gezegd kunnen worden en wat de mensen in beeld niet moeten doen. Wat ze wél wil blijft in nevelen gehuld. De hoofdlijnen zijn even uit het zicht verdwenen. Ze heeft met ons helemaal nog niet over de inhoud gesproken, over een aansprekend filmpje of over het echte verhaal van de mensen die bij dit grote bedrijf werken. Die informatie hebben wij uit een vaag mailtje dat we gisterenavond hebben ontvangen. 

Het is bij ieder plan of voorstel: ‘Ja, maar zus…’ en ‘Ja, maar zo…’. 

Binnen tien minuten is niemand nog zichzelf en let iedereen op de verboden van communiAshley. Van een creatief proces is geen sprake meer. Alles wordt gewikt en gewogen. Over de grootste pietluttigheden ontstaat discussie en bij twijfel doen we het voor de zekerheid niet. Zo blijven er bar weinig opties over. Als je goed oplet blijkt dat onze Ashley zelf nauwelijks beslissingen neemt of keuzes maakt. Ze werpt eerst drempels op en legt het vervolgens allemaal in handen van anderen. Niemand weet uiteindelijk nog wat wijsheid is. Deze communicatiekanjer is vooral druk met voorkomen dat zijzelf ooit ergens op aangesproken kan worden. Verantwoording nemen staat niet op haar to-do-lijstje. Indekken wel. Dat staat bovenaan.

 

Je begrijpt vast al dat ik slecht kan dealen met zulke figuren. Dit verhaal is inderdaad uit pure frustratie geschreven. Ik ben allergisch voor mensen die mij structureel niet aankijken als ze iets tegen me zeggen of die via iemand anders met mij communiceren. Ik krijg jeuk op de gekste plekken van types die elk voorstel torpederen met louter mitsen of maren. Zo valt geen goed shot te maken en áls ik dan, ondanks alle beperkingen, iets voorzet is het niet goed genoeg.

Zoals altijd doe ik écht mijn best en ik geef niet snel op, maar hier schiet ik op slot. Ik kan er niet bij dat je ervaren professionals inhuurt, maar geen gebruik maakt van hun expertise. Alle tips en suggesties worden weggewoven. Ze laat ons gewoon niet doen waar we goed in zijn. Nadat ze zich tot drie keer toe zich bemoeit met de vraag of mijn statief tien centimeter naar links of naar rechts zou moeten geef ik het op. We zijn vandaag met handen en voeten gebonden. En Ashley roept zelf alleen maar dat dit niet is wat ze in gedachten had.

Het maakt niet ook uit wat ik voorstel. Ashley en ik zitten op verschillende golflengtes. Ik moet me enorm inhouden. Het is een belangrijke klant van mijn klant, dus wordt het een dag op eieren lopen en dat is knap lastig voor mij. Als ik ergens enthousiast over ben spat het ervan af, maar als ik iets kut vind, dan kan ik dat ook bijna niet verbergen.

Het lukt niet om op ontspannen wijze te communiceren met de communicatieadviseur. Ik krijg er een knoop van in mijn maag en dat heb ik niet vaak. Sociale vaardigheden zijn voor mij doorgaans niet het probleem, maar hoe langer dit duurt, hoe ingewikkelder het wordt. Zij zal ook voelen dat het schuurt. En alle mensen om ons heen krijgen daar ook iets van mee. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat de bouwmannen voor zichzelf ook al besloten hebben om gewoon te doen wat er gevraagd wordt en niets meer dan dat. De aanpak van Ashley leidt onvermijdelijk tot middelmaat. Of erger. Dit doorbreken lukt niet.

 

Ashley heet natuurlijk niet echt Ashley. Maar ze bestaat wel. In meervoud zelfs. Ik kom wel vaker zulke non-communicatieve communicatie-experts tegen. Mensen die kost wat kost verhullen dat ze eigenlijk niet zoveel verstand van zaken hebben. Als onze strateeg zich kwetsbaar op zou stellen, dan zouden we haar helpen en een prachtig filmpje maken. Het is helemaal geen schande om niet alles te weten. Daarvoor huur je vakmensen in. En als je die een beetje vrijheid geeft, dan kan het zomaar reuze meevallen. 

 

Als we na een lange dag eindelijk klaar zijn en ik wil vriendelijk ‘dag’ zeggen, geef ik ook dat na drie pogingen op. Ashley blijft onbereikbaar. Ze kijkt alleen maar naar het schermpje van haar telefoon. Inmiddels hebben alle overige mensen in de keet, die ik ook al een ferme hand of zelfs een vriendschappelijke schouderklop heb gegeven, meermaals vriendelijk gezwaaid. Nu wordt het gênant. We springen in de auto en gaan er snel vandoor. Onderweg spreek ik nog achtentwintig keer mijn verbazing uit.




Deze foto is gemaakt met behulp van AI. Helemaal gegenereerd in Photoshop.



woensdag 12 juli 2023

geluidsman, het ondergeschoven kind van de rekening

  

Ik kreeg van boze collega’s een videofragmentje doorgestuurd uit een podcast van twee volwassen jongentjes die zelf helemaal niets kunnen, behalve het ventileren van meninkjes. Een van de twee volg ik al langer op Twitter. Soms lees ik zijn columns in De Volkskrant en een tijdje geleden was hij te gast in een aflevering van College Tour die ik toevallig mocht filmen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik doorgaans een soort van waardering heb voor Sander Schimmelpenninck, die schathemeltje rijk wordt van het zeggen wat hij denkt, maar ook veel stront over zich uitgestort krijgt. Verrassend vaak ben ik het eens met zijn opvattingen, waar meestal wel een idee achter zit. 

Nu even niet. 

Op studentikoze wijze deden de heren een beetje denigrerend over geluidsmensen bij tv-opnamen. Ik heb de tekst uit hun Zelfspodcast hier even uitgeschreven, omdat ik niet precies weet hoe het zit met de rechten en ik geen zin heb in gezeur na het delen van zo’n video. Het filmpje is vast ergens te vinden en anders kan je de heren natuurlijk ook een extra steuntje in de rug geven door een abonnement te nemen bij Podimo.

 

SCHIMMELPENNINCK : ‘Ehmmmm… ik wilde nog een dingetje aanstippen en dat is het fenomeen van de geluidsman. Ik ben natuurlijk nu aan het draaien, heel veel draaidagen en dan… Je hebt natuurlijk een cameraman, maar wat veel mensen niet weten is dat je ook een geluidsman mee hebt.’

REESEMA : ‘Maar jij bedoelt dus echt, want je hebt een geluidsman bij mij bij de muziek, maar jij bedoelt diegene met een hengel.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Ja!’

REESEMA : ‘Met zo’n bever aan het eind, bijvoorbeeld. Die bedoel jij.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Het zijn allemaal hele aardige gasten en het zal echt wel nodig zijn, maar je ziet zo’n man staan. Het zijn altijd een beetje van die surfs, shabby gasten -weet jewel- een soort van… woont in Noord…

REESEMA : ‘Je kan ze nu uittekenen.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Ja, jij kent ze en ik ken ze en elke keer heb ik weer een andere. Ze zijn allemaal aardige gasten. Lachen gasten. Heel aardig, hele mooie levenskunstenaars, maar dan zie je die man staan met zo’n tas om zijn nek en daar zit dan zo’n groot blok in, zoals een DJ heeft met allemaal knopjes, waar hij dan een beetje aan zit te draaien en met zo’n enorme hengel met zo’n bal er aan.

REESEMA : ‘En zo’n koptelefoontje op…’

SCHIMMELPENNINCK : ‘En dan zie je zo’n man staan en dan denk je: Wat ís dit??? Dan ben je een volwassen man en dan sta je de hele dag met dat spul…’

REESEMA : ‘Het rare is ook, als je geluidsman bent bij muziek, daar moet je echt wel serieus wat voor kunnen. Dan heb je front of house en dan heb je hele grote tafels en geloof me, dat krijgen wij echt van ons leven niet aan en dit pak je waarschijnlijk ook niet, maar ik snap helemaal wat je bedoelt.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Het is echt wel heel belangrijk.’

REESEMA : ‘Het is heel belangrijk, maar het is inderdaad vrij suf werk.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Het ziet er zo grappig uit. Zo lulig. Dat bedoel ik.’

REESEMA : ‘Cameraman is nog… dat zal waarschijnlijk op een gegeven moment ook een kunstje zijn.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Maar dat is nog stoer. Dat is echt heel zwaar hé?!’

REESEMA : ‘Maar die hengel is ook zwaar alleen, het is… 

SCHIMMELPENNINCK : ‘Anders zwaar.’

REESEMA : ‘Ik heb wel het idee dat wij het ook zouden kunnen, behalve dan dat die hengel zo zwaar is.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Nee, wij kunnen het niet. Het is echt een vak, maar ik weet het niet…’

REESEMA : ‘Is het een vak???’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Ja!’

REESEMA : ‘Ja, maar dat? Ik weet het niet hoor.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Ja, die mensen zijn voltijd geluidsman. Wat dacht je dan?’

REESEMA : ‘Ja, maar je gaat toch niet naar de school voor de ? Ik bedoel…’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Jazeker wel. 

REESEMA : ‘Gewoon een hengel en klaar.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Tuurlijk niet. Geluidsman is gewoon een erkend beroep.’

REESEMA : ‘Ja, maar je hebt geluidsman, wat ik zeg, bij muziek. Dat is echt een ander vak.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Nee, ik heb het over film en tv nu.’

REESEMA : ‘Ja, dat is geen vak.’

SCHIMMELPENNINCK lacht : ‘Tuurlijk is dat...’

REESEMA : ‘Nee, sorry. Ja, maar dat is ehm…’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Je beledigd nu heel veel mensen. Ik probeerde dit onderwerp heel gevoelig aan te snijden, want ik moet nog door met die mensen.

REESEMA : ‘Nee, ik vind het ook… Het zijn altijd aardige mensen en ik vind het nodig, want je hebt anders geen geluid, dus het is heel belangrijk, maar het is meer inwisselbaar. Want als je mij neerzet met die hengel doe ik waarschijnlijk hetzelfde.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Waarom heb je geen cameramannen die ook geluid doen? Die dat geluid gewoon erbij doen. Dat kan toch.’

REESEMA : ‘Je moet je camera, ook nog zo’n hengel, dat gaat niet.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Heel veel gesprekken zijn gewoon zo’n microfoontje aan mijn borsthaar plakken…’

REESEMA : ‘Ja, maar dáár ga jij dus ehm…. Neehee… zo werkt het niet.’

SCHIMMELPENNINCK : ‘Het fenomeen de geluidsman, Jaap.’

 

Na het beluisteren van dit fragment was ik in eerste instantie toch even licht geïrriteerd. Kom je aan geluidsmannen; dan kom je aan mijn vrienden. Als je daarover zegt dat ze eigenlijk niks kunnen, dan trap je ook een beetje op mijn overgevoelige zieltje. 

Maar we moeten ook relativeren en niet te snel piepen als iemand eens wat roept. We zijn toch niet van suiker? Er zijn al genoeg boze, gekwetste, beledigde en/of verongelijkte mensen op deze aarde. Het is bovendien niet erg om eens een spiegel voorgehouden te krijgen. Dit gekeuvel is niet echt reden om boos te worden.

Dat deden een paar collega’s wel. Bij een paar geluidsmannen kwam er stoom uit de oren. Dat is overigens behoorlijk ongezond als je een koptelefoon draagt.

Het was wel heel makkelijk scoren voor Schimmelpenninck en Reesema. Ondanks het brallerige toontje en het feit dat ik heus wel begrijp dat dit een vorm van humor is toont dit fragment vooral aan hoe slecht de mannetjes geïnformeerd zijn. Ze hadden hier niet over nagedacht en zich blijkbaar geen seconde verdiept in het fenomeen geluidsman of -vrouw. Dat is jammer en ook best wel slecht, want als je veel draaidagen hebt (zoals er beweerd wordt) dan zou je toch op zijn minst verwachten dat zij eens praten met de mensen waarmee ze werken. 

 

Natuurlijk mag je vinden dat het er lullig uitziet als een volwassen man met een zak om zijn nek en een stok in de lucht loopt, maar achter dit plaatje zit wel wat meer. Het is een specialistisch vak, waar zeker niet iedereen voor in de wieg gelegd is. Een geluidsman of -vrouw moet technisch zijn, superhandig, sterk, maar ook sociaal en creatief. 

Dit podcastfragment toont ook aan dat deze beroepsgroep enorm ondergewaardeerd wordt. Ik had liever gehoord dat Schimmelpenninck en Reesema het hadden opgenomen voor de geluidsman, omdat die bij tv over het algemeen schandalig slecht betaald wordt. Zeker als je het in verhouding zet tot wat sommige mannetjes tegenwoordig verdienen met ‘meninkjes-poepen in podcasts’. Een geluidsman krijgt per dag € 100,- euro minder dan een cameraman. Dat is 25%! Aan het eind van de dag zijn ze net zo lang van huis en even moe. Vroeger kon je nog twisten over het verschil in verantwoordelijkheden tussen een cameraman en een geluidsman, maar die vlieger gaat volgens mij niet meer op. Bij programma’s waar slechts iemand een zender omgeknoopt hoeft te krijgen zijn ze al lang wegbezuinigd. Als er nu nog een geluidsman wordt ingehuurd, dan zijn de cameraman en geluidsman in mijn ogen even belangrijk.

Voor de gemiddelde dagprijs van een geluidsman kan je anno 2023 geen huis kopen, een degelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering betalen én serieus sparen voor je pensioen. Die volwassen mannen en vrouwen moeten zich kapot werken om rond te komen. Niet zo gek dat sommige er een beetje ‘shabby’ bij lopen. 

Geluidsmensen worden vooral ingehuurd bij producties waar ze verantwoordelijk zijn voor een aantal zenders, de GoPro’s moeten installeren en ervoor moeten zorgen dat alles technisch blijft werken. Tijdcodes locken, alle sporen los opnemen, helpen met licht plaatsen en de cameraman bijstaan als die het menu van zijn camera niet meer begrijpt. 

Het afbraakrisico is gigantisch. Zodra er ergens iets niet helemaal klopt, krijgt de geluidsman op zijn duvel. Ook al was de dag te krap gepland, de voorbereiding minimaal of er zoveel techniek nodig dat het onmogelijk is om alles te controleren.

In veel gevallen redden de geluidsmensen de productie. Zij kunnen namelijk alles. Soms metselen of schilderen ze zelfs een muurtje bij dat ene klusprogramma waar altijd tijdnood heerst. Of ze vangen als ware psychologen mensen op die net zijn gekwest door presentatoren zonder gevoel. Natuurlijk rijden ze de auto, hebben ze een reserve accu voor de camera, pakken ze snel een flesje water voor de emotionele productiestagiair die het niet meer kan handelen, lenen ze hun handschoenen uit aan de vergeetachtige regisseur en vliegen ze snel nog even met een drone voor de exterieurshots, terwijl de cameraman een vies vegetarisch lunchbroodje naar binnen werkt.

Je kan makkelijk flauw doen over de geluidsman, maar zet voor de grap eens bij je favoriete tv-programma het geluid uit. Als het beeld onverhoopt wegvalt kan je in negen van de tien gevallen gewoon volgen waar het over gaat. Zonder geluid is dat kansloos.

 

Gelukkig verschenen er in de appgroep van camera- en geluidsmensen binnen een week na de podcast van Reesema en Schimmelpenninck al foto’s en video’s waaruit bleek dat die twee heren op hun nummer waren gezet door slimme geluidsmannen die hun tas en hengel even hadden uitgeleend aan de podcastmakers. Ik hoop dat ze er echt iets van geleerd hebben en dat ze voortaan een kleine buiging maken als de geluidsman binnenkomt, in plaats van hun neus ophalen.