Posts tonen met het label ergernis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ergernis. Alle posts tonen

zondag 1 december 2024

de apenrots

 

In één ruk heb ik dit weekend het boek ‘De apenrots’ van Menno de Galan uitgelezen. De ondertitel van het boek is: ‘Hoe het misging op de redactie van Studio Sport’. Niet bepaald een boek waar ik vrolijk van werd. 

Sinds 1995 is NOS Studio Sport een van mijn grootste opdrachtgevers. Via verschillende facilitaire bedrijven werk ik voor dit programma en als sportcameraman heb ik in al die jaren schitterende avonturen mogen beleven. Meerdere keren was ik in de Tour, ik ben bij de Winterspelen geweest, op Roland Garros, bij het EK voetbal, het EK atletiek, het WK wielrennen en bijvoorbeeld bij de laatste Elfstedentocht. Voor reportages vloog ik onder andere naar Sidney, Seoul, Liverpool, Manchester, Barcelona of Madrid. Ik heb meegewerkt aan documentaires over Boris Orlov, Ton Boot en Pieter van den Hoogenband. Honderden, waarschijnlijk meer dan duizend dagen heb ik voor Studio Sport gewerkt. Handbalwedstrijden, ijshockey, wielrennen, basketbal, voetbal, schaatsen, marathons, turnen en talloze interviews filmde ik voor het Sportjournaal. 

De lat lag altijd hoog en telkens weer moest je laten zien dat je terecht deel uitmaakte van de groep professionals die voor dit programma mocht werken. Ik vond dat niet vervelend. Integendeel! Het hield me scherp. Dat ik me daar staande wist te houden en zelfs gevraagd werd voor de meest aansprekende opdrachten maakt me trots tot op de dag van vandaag. 

Bij Studio Sport werken mensen met passie en veel meer plezier dan je uit het boek kan opmaken. Met verslaggevers, producers, regisseurs en enkele presentatoren heb ik een speciale band opgebouwd. Zij staan garant staan voor mooie herinneringen. Op een enkeling na heb ik ze allemaal leren kennen als gedreven televisiemakers en bovenal fijne mensen.

Ik ben dus niet bepaald een objectief lezer van een boek dat als uitgangspunt heeft om te beschrijven wat er misging op de redactie van Studio Sport. Met een knoop in mijn maag heb ik me er doorheen geslagen. Hoewel ik de meeste situaties die zijn beschreven wel kende van verhalen en genoeg in omschrijvingen van karakters herkende, deed het me pijn om het verhaal te lezen van iemand die zelf jarenlang voor de NOS gewerkt heeft en die vervolgens heeft gekozen voor makkelijk scoren met een louter negatieve insteek. Er zijn nauwelijks mensen die er goed vanaf komen in dit boek. Het geeft in mijn ogen een vertekend beeld.

Bovendien wordt in het boek gekeken naar een ver verleden, door de zachte ogen van deze tijd. Ik zeg niet dat het in 1995 normaal was om mensen te kleineren of af te blaffen, maar er werd toen wel anders op gereageerd. In die dagen kon je nog met een gerust hart zeggen: ‘If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen’. Nu moet iedereen bij wijze van spreken een gordel om, een helmpje op en veiligheidsschoenen aan. Dat laatste vooral voor de lange tenen. 

De schrijver doet het voorkomen alsof het al die jaren uitsluitend doffe ellende was, terwijl er natuurlijk heel veel schitterende uren televisie zijn gemaakt. Dat kan niet zonder wrijving, maar ook zeker niet zonder passie en plezier.

Mart Smeets gaat in dit boek helemaal door de gehaktmolen. Dat Smeets jarenlang op eenzame hoogte stond als het gaat om zijn presentatiekwaliteiten en wat hij voor de Nederlandse televisie heeft betekent, wordt hooguit in een bijzin vermeld. Mart Smeets is een man met twee kanten. Zijn ego is groot en kan ik me voorstellen dat het voor directe collega’s of leidinggevenden soms lastig kon zijn om met hem samen te werken, maar persoonlijk zie ik hem toch vooral als een innemende professional. Hij toonde altijd extra veel respect voor de cameramensen waarmee hij op pad ging. Kende iedereen bij naam en kon je echt motiveren om een reportage iets extra’s mee te geven. Sporters vonden het doorgaans speciaal om door Smeets geïnterviewd te worden. Daar kwam meestal een bijzonder gesprek uit voort. Als hij vervolgens een filmpje monteerde en op zijn manier de voice-over insprak, dan werd het iets waar ik graag naar keek. Smeets kan verhalen vertellen als de besten. Ik herinner me dat gasten bij De Avondetappe altijd met open mond aan tafel zaten te kijken wanneer Smeets even live het commentaar bij de samenvatting insprak. Dat was echt ongelofelijk knap en indrukwekkend om te zien. Er zijn genoeg sterretjes met gigantische ego’s in Hilversum die minder kunnen, die al een autocue nodig hebben voor een promo van twee regels, die nooit sympathiek zijn naar cameraploegen en die niet weten hoe ze een statief moeten dragen.

Na het lezen van dit boek krijg je de indruk dat het vanaf de jaren zestig permanent oorlog was op de redactie van Studio Sport. Dat krijg je wanneer je zoveel jaren in elkaar perst en alle lucht eruit laat. Er is volgens mij nogal selectief geshopt bij de mensen die wilden praten met de auteur. Een enkeling haalt met terugwerkende kracht zijn gram en krijgt daarvoor alle gelegenheid. Bovendien weiger ik te geloven dat er bij andere radio- en televisieprogramma’s geen enorme ego’s of autoritaire leiders werkten. Het is best gemakkelijk om zo een vergrootglas op Studio Sport te leggen, maar wat denk je van grote bedrijven, ziekenhuizen, scholen, voetbalclubs, overheidsinstellingen, tijdschriften- of krantenredacties. Je kan over zoveel organisaties zo’n boek schrijven, alleen verkoopt dat minder lekker.




 

donderdag 18 januari 2024

angst en onzekerheid

 

Ashley is de communicatiemedewerkster van dienst. Een dame van rond de dertig, in dienst bij een grote firma, die ons heeft ingehuurd om opnamen te verzorgen voor een relatief eenvoudige video. Ze heeft haar veiligheidsschoenen en de verplichte knalgele bouwvakkersjas al aan. Voor de zekerheid heeft ze ook alvast een helm op. Veiligheid boven alles. Toch kan je gelijk zien dat de bouwkeet, waar we elkaar voor het eerst ontmoeten, niet echt haar habitat is. Die schoenen en de jas zijn te schoon. De helm glimt nog van nieuwigheid. Om maar te zwijgen over het rokje met panty en een veel te chique damestas, die niet bepaald bij de outfit passen.

Ze is al tien minuten te druk met haar telefoon om zichzelf even voor te stellen of om een hand te geven. Ook een vriendelijk ‘goedemorgen’ toen ze binnenkwam kon er blijkbaar niet vanaf. Ze wilde geen koffie uit de pot, maar liever een kopje groene thee. 

Het lijkt er sterk op dat we in Nederland inmiddels meer duurbetaalde communicatiestrategen hebben dan vakmensen. Natuurlijk mag je al die media-adviseurs, pr-specialisten, storytellers, customer journey professionals, woordvoerders, merkenbouwers en contentmanagers niet zomaar op een hoop gooien, maar Ashley voldoet aan alle vooroordelen. Als ik iemand zou mogen casten voor de rol van omhooggevallen public relations-hittepetit, dan komt zij fluitend door de screentest. 

Een communicatiespecialist die mensen niet aankijkt is voor mij zoiets als een blinde camera-operator. Zo iemand die het liefst via Whatsapp en e-mail blijft communiceren, ook als je naast haar staat. Ze is drukker met haar eigen Insta-, Snap- en TikTokwerkjes dan met de ploeg die voor serieus geld is ingehuurd om iets moois te maken. Druk, druk, druk. Hier is sprake van een krakkemikkig harnas dat onkunde, maar vooral onzekerheid moet verhullen.

Tijdens het filmen maakt Ashley zich voornamelijk zorgen over alle details die niet in beeld te zien mogen zijn, dingen die niet gezegd kunnen worden en wat de mensen in beeld niet moeten doen. Wat ze wél wil blijft in nevelen gehuld. De hoofdlijnen zijn even uit het zicht verdwenen. Ze heeft met ons helemaal nog niet over de inhoud gesproken, over een aansprekend filmpje of over het echte verhaal van de mensen die bij dit grote bedrijf werken. Die informatie hebben wij uit een vaag mailtje dat we gisterenavond hebben ontvangen. 

Het is bij ieder plan of voorstel: ‘Ja, maar zus…’ en ‘Ja, maar zo…’. 

Binnen tien minuten is niemand nog zichzelf en let iedereen op de verboden van communiAshley. Van een creatief proces is geen sprake meer. Alles wordt gewikt en gewogen. Over de grootste pietluttigheden ontstaat discussie en bij twijfel doen we het voor de zekerheid niet. Zo blijven er bar weinig opties over. Als je goed oplet blijkt dat onze Ashley zelf nauwelijks beslissingen neemt of keuzes maakt. Ze werpt eerst drempels op en legt het vervolgens allemaal in handen van anderen. Niemand weet uiteindelijk nog wat wijsheid is. Deze communicatiekanjer is vooral druk met voorkomen dat zijzelf ooit ergens op aangesproken kan worden. Verantwoording nemen staat niet op haar to-do-lijstje. Indekken wel. Dat staat bovenaan.

 

Je begrijpt vast al dat ik slecht kan dealen met zulke figuren. Dit verhaal is inderdaad uit pure frustratie geschreven. Ik ben allergisch voor mensen die mij structureel niet aankijken als ze iets tegen me zeggen of die via iemand anders met mij communiceren. Ik krijg jeuk op de gekste plekken van types die elk voorstel torpederen met louter mitsen of maren. Zo valt geen goed shot te maken en áls ik dan, ondanks alle beperkingen, iets voorzet is het niet goed genoeg.

Zoals altijd doe ik écht mijn best en ik geef niet snel op, maar hier schiet ik op slot. Ik kan er niet bij dat je ervaren professionals inhuurt, maar geen gebruik maakt van hun expertise. Alle tips en suggesties worden weggewoven. Ze laat ons gewoon niet doen waar we goed in zijn. Nadat ze zich tot drie keer toe zich bemoeit met de vraag of mijn statief tien centimeter naar links of naar rechts zou moeten geef ik het op. We zijn vandaag met handen en voeten gebonden. En Ashley roept zelf alleen maar dat dit niet is wat ze in gedachten had.

Het maakt niet ook uit wat ik voorstel. Ashley en ik zitten op verschillende golflengtes. Ik moet me enorm inhouden. Het is een belangrijke klant van mijn klant, dus wordt het een dag op eieren lopen en dat is knap lastig voor mij. Als ik ergens enthousiast over ben spat het ervan af, maar als ik iets kut vind, dan kan ik dat ook bijna niet verbergen.

Het lukt niet om op ontspannen wijze te communiceren met de communicatieadviseur. Ik krijg er een knoop van in mijn maag en dat heb ik niet vaak. Sociale vaardigheden zijn voor mij doorgaans niet het probleem, maar hoe langer dit duurt, hoe ingewikkelder het wordt. Zij zal ook voelen dat het schuurt. En alle mensen om ons heen krijgen daar ook iets van mee. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat de bouwmannen voor zichzelf ook al besloten hebben om gewoon te doen wat er gevraagd wordt en niets meer dan dat. De aanpak van Ashley leidt onvermijdelijk tot middelmaat. Of erger. Dit doorbreken lukt niet.

 

Ashley heet natuurlijk niet echt Ashley. Maar ze bestaat wel. In meervoud zelfs. Ik kom wel vaker zulke non-communicatieve communicatie-experts tegen. Mensen die kost wat kost verhullen dat ze eigenlijk niet zoveel verstand van zaken hebben. Als onze strateeg zich kwetsbaar op zou stellen, dan zouden we haar helpen en een prachtig filmpje maken. Het is helemaal geen schande om niet alles te weten. Daarvoor huur je vakmensen in. En als je die een beetje vrijheid geeft, dan kan het zomaar reuze meevallen. 

 

Als we na een lange dag eindelijk klaar zijn en ik wil vriendelijk ‘dag’ zeggen, geef ik ook dat na drie pogingen op. Ashley blijft onbereikbaar. Ze kijkt alleen maar naar het schermpje van haar telefoon. Inmiddels hebben alle overige mensen in de keet, die ik ook al een ferme hand of zelfs een vriendschappelijke schouderklop heb gegeven, meermaals vriendelijk gezwaaid. Nu wordt het gênant. We springen in de auto en gaan er snel vandoor. Onderweg spreek ik nog achtentwintig keer mijn verbazing uit.




Deze foto is gemaakt met behulp van AI. Helemaal gegenereerd in Photoshop.



woensdag 13 april 2022

Geef de cameraman niet de schuld!

 

De NOS schreef gisteren (12 april 2022): ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want cameraman is steevast te laat.’ Je zal begrijpen dat ik zo’n artikel gelijk ga lezen. Hebben ze dan zulke trage cameramensen in België? Zou de catering in Belgische voetbalstadions zo slecht zijn dat alle cameramensen vlak voor de wedstrijd en in de rust nog even moeten poepen? Zijn die gasten totaal niet gedisciplineerd? Wat is daar aan de hand? 

 

Maar als je het artikel leest, dan kom je al snel tot de conclusie dat de kop boven het artikel de lading van het verhaal niet dekt. De cameraman krijgt de schuld van iets waar hij of zij niets aan kan doen. Ze hebben namelijk een dubbelfunctie. Voor aanvang van de wedstrijd filmt een cameraman (of vrouw) nog dat de spelers het veld op lopen en de toss. Daarna moet hij of zij snel door het stadion naar een van de twee posities hoog op de tribune. Daar vandaan waakt hij met een collega aan de andere kant over mogelijke buitenspelsituaties. In kleine stadions kan het snel gaan, maar in grote stadions is de weg naar hun B-positie dat langer. Het is een keuze van de producerende partij. Die moet je de schuld geven, niet de cameraman. 

De kop boven het artikel zou beter kunnen zijn: ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want producent is te beroerd om een extra cameraman in te huren.’ Of: ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want producent maakt gekke praktische keuze en laat cameraman hollen.

 

Het is wel een mooi voorbeeld van hoe belangrijk de nuance in journalistiek kan zijn. Mensen die alleen de kop lezen en niet de rest van het artikel, die denken al gauw dat er iets mis is met de cameramensen in België. Of zelfs met cameramensen in het algemeen. En dat kan onbewust in hun koppie blijven hangen. Cameramensen zijn de hele dag bezig met het recht zetten van beeld, maar er is geen belangenvereniging die het beeld over cameramensen recht zet. 

Nou bij deze: Handen af van de cameraman!




zondag 3 april 2022

ZZP tarieven in Omroepland... (een reactie op persbericht FNV)

 

Deze week deelde vakbond FNV een persbericht met als titel ‘Tarieven freelancers publieke omroep gaan omhoog’. Het bericht werd letterlijk overgenomen op de site van BM en door de populaire Facebookgroep Mediaborrel. Zo verscheen het een paar keer in mijn social media tijdlijnen. Op de een of andere manier krijg ik altijd jeuk zodra FNV zich bemoeit met ZZP’ers. Ook nu kan ik het niet laten om op dit verhaal te reageren.   

 

De bond schrijft dat ZZP’ers, die binnen de publieke omroep werkzaam zijn, hun tarieven mogen verhogen. Dat is lief. Het vastgestelde minimumtarief stijgt dit jaar met 3% en het volgend jaar nog eens met 2%. Wie boven het minimum werkt, kan vanaf 1 april 1,8% meer in rekening brengen.

Zou het een 1 aprilgrap zijn of heeft FNV serieus namens alle ZZP’ers met de omroepen onderhandeld? En waar komt die 1,8% vandaan? De inflatie in Nederland over 2021 was 2,7% en voor 2022 gaan we nu uit van een inflatie van 5,5%. Ik kan FNV dus niet bepaald feliciteren met het behaalde onderhandelingsresultaat. Los van de vreemde timing, zo midden in het boekjaar.

Maar de vraag is natuurlijk wie de tarieven van freelancers heeft gekoppeld aan de Omroep CAO, wanneer en waarop is deze koppeling en het daarbij horende ZZP-tarief gebaseerd? Als het goed is zijn er geen vastomlijnde tarieven voor freelancers. Dat zou immers in strijd zijn met het principe van zelfstandigheid.

Het enige goede dat ik lees in dit persbericht is dat de vakbond freelancers aanmoedigt om altijd te onderhandelen over hogere tarieven, maar daarna komt gelijk een heel gek zinnetje. De vakbond schrijft: Wat ons betreft geldt ‘Gelijk loon voor gelijk werk.’ ZZP’ers krijgen helemaal geen ‘loon’! Zo blijkt maar weer eens dat ze bij FNV niet zoveel begrijpen van het fenomeen ZZP’er. Dat zou niet erg zijn als ze zich niet met ZZP’ers zouden bemoeien en als ze met hun communicatie de minder goed geïnformeerde freelancers niet op het verkeerde been zouden zetten.

 

ZZP’er staat voor Zelfstandige zonder Personeel. Dat betekent dat je geen salaris krijgt, maar een vergoeding voor de diensten die je levert. Je betaalt omzetbelasting en inkomstenbelasting. Daarnaast ben je zelf verantwoordelijk voor een arbeidsongeschiktheidsregeling, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een spaarpot voor je pensioen. Je moet een buffer opbouwen voor mindere tijden en voor vakantieperiodes. Als je (even) geen werk hebt, dan heb je géén recht op een uitkering. 

Een zakelijk gezonde ZZP’er streeft naar zelfstandigheid in zijn of haar werk en naar continuïteit door te werken voor meerdere opdrachtgevers. Je moet er bewust voor kiezen om als freelancer door het leven te gaan. Zie het als een way of life. Wie niet tegen alle verantwoordelijkheden en de ondernemersrisico’s van deze zelfstandigheid kan, die kan beter solliciteren naar een vaste baan of kiezen voor een tijdelijk contract.

Bij ondernemen hoort ook dat je administratie op orde is, je moet facturen sturen en onderhandelen met opdrachtgevers over het tarief. De freelancer bepaalt zelf wat zijn prijs is en niet de opdrachtgever. Net zoals een bakker degene is die aangeeft wat een brood moet kosten. Het begint met op een rij zetten wat de zakelijke kosten zijn, hoeveel je nodig hebt voor levensonderhoud en welke ‘winst’ je wil maken om een gezonde buffer op te bouwen. Dat zet je af tegen het aantal dagen of uren waarin je dat bedrag bij elkaar kan werken. Zo kom je tot een tarief. Dat zal altijd een stuk hoger zijn dan het brutosalaris van iemand met een vergelijkbare functie die in dienst is, gedeeld door het aantal uren dat deze persoon werkt. Dus helemaal geen gelijk ‘loon’ voor gelijk werk. 

Verder moet je nadenken over randvoorwaarden die voor jou als ZZP’er belangrijk zijn. Denk aan kilometervergoedingen (van 19 cent kan je geen autorijden) en andere onkostenvergoedingen, maar bijvoorbeeld ook wat te doen met overuren of last minute annuleringen. Natuurlijk moet je ook helder hebben wat jij voor dat bedrag kan leveren. Onderhandelen is niet ingewikkeld als je een goed verhaal hebt: Als je weet wat je kan, staat voor je zaak en als jij je ook kan verplaatsen in de positie van je opdrachtgever. 

Het is belangrijk om te weten wat je collega freelancers doen. Als freelancer mag je onderling weldegelijk informatie over je tarief delen. Ga er over in gesprek en zorg dat je goed geinformeerd bent.

Zeker in onze branche heeft dit allemaal niets te maken met meer geld verdienen. Ik word altijd narrig als mensen de ZZP’ers ‘zakkenvullers’ noemen, want dat zijn ze zeker niet. Dagprijzen zijn stevig, omdat de kosten hoog zijn. Maar kijk eens naar het tarief van een schilder, stukadoor of automonteur. Als freelancer houd ik niet veel meer over dan toen ik nog in vaste dienst was. Het voordeel zit hem erin dat ik gelijk boter bij de vis krijg als ik in een periode harder werk en veel overuren maak. Ik vind het zelf leuk om te freelancen, omdat ik zo bij meer bedrijven in de keuken kan kijken en omdat ik mijn eigen planning iets meer in de hand heb. Het feit dat ik mezelf moet blijven ‘verkopen’ houdt mij scherper.

Terug naar FNV. Wat me tegenstaat is dat ze met dit persbericht de indruk wekken dat deze verhoging een voldongen feit is. Minder goed geïnformeerde freelancers en opdrachtgevers kunnen de indruk krijgen dat dit is waar ze zich aan moeten confirmeren, terwijl veel freelancetarieven de afgelopen jaren door de coronacrisis ook al stil gestaan hebben. Dan ga je er met een verhoging van een paar procenten dus eerder flink op achteruit. Zelf heb ik aan het begin van dit boekjaar mijn tarief met 5% verhoogd. Ik heb geen opdrachtgever horen mopperen, nadat ik helder heb uitgelegd waarom ik dit deed. Het komend jaar vrees ik dat we aan 2% niet genoeg hebben, dus het is vreemd om daar nu al afspraken over te maken. 

Daarnaast hebben we nog steeds te maken met regelgeving en de Wet DBA, waardoor we als freelancers moeten blijven waken voor die verdomde ‘gezagsverhouding’. Als een vakbond en opdrachtgevers onderling afspraken maken over onze tarieven, dan geeft dit niet een beeld van zelfstandige ZZP’ers. Dus wil ik aan FNV vragen of ze ons met rust willen laten. Regel een goede branche CAO voor collega’s die in vaste dienst zijn, maar laat de freelancer zijn eigen boontjes doppen. 





dinsdag 7 december 2021

schermen

 

Er is tegenwoordig bijna geen enkel zichzelf respecterend televisieprogramma meer zonder schermen in het decor. Anno 2021 moet je achter iedere gast en vooral achter de presentatoren van je show logo's en foto's laten wisselen, omdat... 

Ja, waarom eigenlijk? 

Ik vrees omdat we denken dat de kijker het prettig vindt, vanwege de levendigheid, om iets visueels toe te voegen en vooral omdat alle andere programma's het ook doen. Zelfs de simpelste livestream moet en zal schermen met plaatjes in beeld. Er zijn natuurlijk programma's die dat heel goed doen en waar met veel zorg en aandacht de content voor de schermen bijelkaar gezocht wordt. Maar er zijn evenzoveel, zo niet méér, programma's waar het met regelmaat helemaal in de soep loopt. Dit tot grote wanhoop van de beroepsgroep waartoe ik behoor. Cameramensen worden soms helemaal gestoord van de vreemde kaders die ze moeten maken om die schermen in hun kader te passen. Alle wetten van compositieleer moeten overboord, omdat regisseurs en eindredacteuren het oh-zo belangrijk vinden om met die schermen iets toe te voegen. Wat dan net niet lukt. 

Kijk vanavond maar eens met een andere blik naar alle talkshows op televisie en let dan vooral op de schermen in de achtergrond. Je ziet halve foto's, afgesneden hoofden, idiote vlakverdelingen en shots van sprekers aan tafel die niet netjes in het kader zitten, omdat er nog een scherm bij moet. Foto's worden namelijk over het algemeen niet gemaakt om ze half in een ander shot te proppen en degene die de foto's moet aanleveren is blijkbaar lang niet altijd iemand die ook echt verstand van beeld heeft. Vaak doet iemand het er een beetje bij. Dan is het op het ene scherm of in een totaalshot prachtig, maar in een ander shot niet om aan te gluren. Kijk maar eens naar het voorbeeld hieronder, uit de WNL uitzending van dinsdag 7 december, waar iemand een mooie foto van de jarige Amalia heeft uitgezocht voor op het grote scherm achter de presentatrice.

Je zal inmiddels wel begrepen hebben dat ik dit vanuit een stukje frustratie schijf. Veel cameracollega's, met liefde en passie voor hun mooie vak, verspillen dagelijks energie aan kansloze discussies over de positie van schermen. Je wil niet weten hoe vaak wij tijdens een opname of live-uitzending diep ongelukkig zijn met het compromis dat we moeten sluiten. De meeste cameramannen en -vrouwen hebben ook gevoel! Om nog maar te zwijgen over de fotografen wiens beeld op deze manier bruut verkracht wordt.

Ik weet heus wel dat dit een wedstrijd is die niet te winnen is. Ik moet het alleen even van mij afschrijven. Morgen hoor je me er niet meer over, maar mocht je willen weten wat ik er van vind, dan kan ik alleen maar zeggen dat er niks mis is met een decor zónder schermen. Als je het toch écht wil, dan moet je het ook serieus nemen en professionals inhuren die kijk hebben op deze vorm van content. Misschien moet je zelfs goede fotografen inhuren, die je met hele specifieke opdrachten op pad stuurt. En houdt u alstublieft een beetje rekening met onze sensitieve cameramannenhartjes.




maandag 23 augustus 2021

vernietigend


Na twaalf jaar freelancen lag de halve zolder vol ordners. Ook van voor die tijd had ik nog mappen vol papierwerk waar ik geen afscheid van durfde te nemen, maar langzamerhand werd het een kwestie van opruimen óf verhuizen. Om orde op zaken te stellen kocht ik een papierversnipperaar. De Rexel Momentum X312-SL, om precies te zijn. Die is, ondanks de lage rentestand, goedkoper dan een woning met meer bergruimte. De boekhouder had me uitgelegd dat alles van voor 2014 weg mocht. Dat zou sowieso drie dozen vol papierwerk schelen. Het verpulveren van duizenden afschriften, bonnen, facturen en belastingpapieren leek me een flinke klus, maar nog altijd minder werk dan verhuizen. 

Het viel tegen. 

Mijn X312-SL kan, volgens het opschrift op de doos, maximaal 12 vellen tegelijk verwerken, maar in de praktijk trekt hij dat slecht. Het reservoir onder de messen zit bovendien snel vol. Mijn zoon stelde voor een brandstapel te creëren, maar dat leek me geen goed idee in de Vinex wijk waar wij wonen.

Vol goede moed ben ik begonnen met het vernietigen van de administratie van 2009. Met hulp van de kinderen werd het een waar feestje op zolder. Tot de Rexel het warm kreeg. We namen even gas terug en lieten het apparaat een beetje afkoelen. Ondertussen leegde ik de bak in een grote vuilniszak. Alleen toen we weer verder wilden liet de papierversnipperaar ons in de steek. Niks, nada, noppes. Geen lampje wilde nog branden. Alsof alle stoppen waren doorgeslagen. Hadden we deze nieuwe aankoop werkelijk binnen een half uur gesloopt? Daar leek het wel op.

Ik de volgende morgen terug naar de Makro. Een beetje lullig was het zeker, want uitgerekend de bon had ik gebruikt om de versnipperaar te demonstreren. Het eerste velletje dat ik vernietigd had. Een beetje dom, ja. 

Bij de Makro konden ze gelukkig in het systeem zien wat ik de dag ervoor had aangeschaft en de vriendelijke servicemedewerker ruilde de Momentum X312-SL zonder morren of moeilijke vragen om. 

Dolgelukkig ging ik weer aan het werk. Zeg maar ‘dag’ tegen 2009. Wel iets voorzichtiger dan bij de eerste papierversnipperaar duwde ik stapeltjes van zes, zeven of acht vellen in het gretige mondje van mijn Holle Bolle Gijs. Ik draaide er vlotjes een halve ordner doorheen. Voor de laatste debiteuren van dat jaar moest ik de opvangbak opnieuw leeg maken. Ik zette het apparaat uit, vulde de vuilniszak, plaatste de bovenkant terug op het reservoir, schakelde mijn nieuwe Rexel in en toen… WÉÉR STUK!

Ik werd gek. En boos. Natuurlijk twijfelde ik hevig aan mezelf. Hoe had ik het voor elkaar gespeeld om twee apparaten in een mum van tijd kapot te maken? Wat ik ook probeerde en hoe ik ook keek, het leverde niks op. Dood. 

Op zondagmorgen reed ik wederom naar Nieuwegein. Deze keer werd ik geholpen door een begripvolle meneer die het apparaat ook even uit de doos haalde en zelf constateerde dat er niks meer gebeurde wanneer je het inschakelde. Hij begreep dat ik geen Rexel meer wilde. Toch vroeg hij door en ik legde piekfijn uit dat ik niks geks gedaan had. Louter het reservoir geleegd. De man keek nog eens naar het apparaat. Hij haalde de bovenkant van de onderkant, draaide de bak om, zette de machine aan en verdomd…

Er zit een plastic uitsteeksel in het papierreservoir en een sleuf in de bovenkant. Daar zit een sensor, waardoor het apparaat niet werkt als je de versnipperaar open maakt. Zo kan je niet met je vingers tussen draaiende messen komen. Logisch. Alleen kan je hem blijkbaar op twee manieren terug plaatsen. Op de juiste wijze, maar ook gedraaid. Dan doet het apparaat helemaal niets.

Met het schaamrood op de kaken en mijn tweede papiervernietiger onder de arm verliet ik even later de Makro. De eerste is vast ook niet stuk, maar inmiddels wel op weg terug naar de leverancier. Ik hoop dat ze zich bij Rexel snel zullen realiseren dat ze een list moeten verzinnen, waardoor je de bovenkant maar op één manier op de onderkant kan zetten. Een pijl of een sticker kunnen al helpen. Een kort tekstje in de gebruiksaanwijzing of een kleine aanpassing aan het apparaat, zodat het maar op één manier past. 

Of zou ik dan toch de enige zijn die zo onhandig is? Dat kan natuurlijk ook.






zondag 4 juli 2021

FNV neemt ZZP'ers niet serieus

 

Facebook wees me op een vlog van de vakbond FNV met als titel: “Minimumtarief voor zzp’ers bij de Publieke Omroep. Check op welk tarief jij minimaal recht hebt.” Volgens mij volgde ik de groep FNV Broadcast nog niet, maar Facebook weet dat ik tot de doelgroep behoor. Een filmpje van 3 minuten en 16 seconden met handige tips is altijd welkom, dus klikte ik er op. Dat was onverstandig en slecht voor mijn gezondheid. Ik ben namelijk nogal allergisch voor slechte filmpjes. Jeuk en grote ergernis waren het gevolg en het enige wat bij mij dan echt helpt om er weer vanaf te komen, is het van me af schrijven. 


Kijk gerust even zelf. Dan heb je een beeld. Het filmpje staat ook op YouTube. Hier is een link

UPDATE: Deze video is door de maker verwijderd van YouTube. 


Ik weet niet of ik met de vorm of de inhoud moet beginnen. Over allebei heb ik een uitgesproken mening. Het is misschien flauw om dit knutselwerk van een welwillende FNV medewerker te beoordelen op camerawerk, geluid, editing én presentatie, maar het filmpje is bedoeld voor professionals in de audiovisuele sector. Dat zijn mensen met een kritische blik op filmpjes. Dat is immers hun vak. Hun brood! Juist deze mensen roepen ze in dit filmpje op om zichzelf serieus te nemen. Opdrachtgevers spreken ze daar óók op aan. Dan moet je als vakbond het goede voorbeeld geven en kan je niet komen aanzetten met krakkemikkige huisvlijt. Ook het maken van content voor de sociale media is inmiddels een vak.

Ik zal niet verder ingaan op compositieleer, microfoongebruik, audio-overgangen, grafische vormgeving of het taalgebruik in dit filmpje. Laten we eens kritisch kijken naar de inhoud. Die is namelijk pas echt schokkend. De vakbond presenteert het als een overwinning dat zij met omroepen een fair practice code hebben afgesproken, waardoor een ZZP’er recht heeft op 150% van het CAO loon. Dit zou gelden voor iedereen die aan programma’s van de publieke omroep meewerkt. Ook als je via een producent of facilitair bedrijf wordt ingehuurd. Daar zit gelijk mijn eerste pijnpunt, want ik maak met mijn opdrachtgevers helemaal geen specifieke tariefafspraken per productie. Mijn tarief is niet anders als ik voor een commerciële of publieke omroep werk. Ik heb een dagprijs. Die stel ik aan het begin van het jaar vast en ik steef er naar om deze voor al mijn opdrachtgevers gelijk te houden. Dat is wel zo eerlijk, professioneel en op die manier ben ik geen factor in hun onderlinge concurrentiestrijd.

Maar goed. Dan begint het pas. De vriendelijke mevrouw in dit filmpje gaat mij uitleggen hoe ik tot een redelijk tarief kan komen en begint gelijk over salarisschalen. Ik moet even aan een collega, die vergelijkbaar werk doet, vragen in welke schaal hij of zij is gedeeld. Dat lijkt mij nogal subjectief. Er zijn cameramensen die al jarenlang in dienst zijn en cameramensen die minder lang in dienst zijn. We weten dat lang niet iedereen hetzelfde verdient. Bovendien krijgt een cameraman in dienst bij het ene facilitaire bedrijf meer dan een cameraman bij een ander bedrijf, omdat die firma’s totaal verschillend omspringen met pensioenregelingen, vrije dagen en arbeidsongeschiktheid. Bij de een hebben ze een CAO en bij het andere bedrijf niet. Was het maar zo simpel dat er een standaard tarief voor camerawerk was. 

Volgens FNV (in dit filmpje) is het minimumtarief van een ZZP’er gebaseerd op het uurtarief van een werknemer in dienst bij de publieke omroep (of facilitair bedrijf), inclusief vakantiegeld, vakantiedagen en eindejaarsuitkering. Dat bedrag moet ik verhogen met 50%, als compensatie voor de kosten die ik als zelfstandig ondernemer maak voor pensioen, arbeidsongeschiktheids-verzekering, leegloop enzovoort. Die rekensom klopt totaal niet. 

Stel dat ik het salaris van iemand die € 3.500,- verdient (inclusief vakantiegeld, vakantiedagen etc.) omreken tot een uurloon (delen door 174, wist een gerenommeerde HR deskundige mij te vertellen) dan kom je op € 20,11. Doe je dat maal 150% dan moet mijn uurprijs volgens FNV minimaal € 30,17 zijn. Als ik dat doe, dan ga ik er ongeveer 10 euro per uur op achteruit! Ik begrijp dat al mijn opdrachtgevers handenwrijvend akkoord zijn gegaan met deze ‘fair practice code’ van de vakbond. Het gemiddelde tarief van ZZP’ers in Nederland ligt tussen de € 40,- en € 60,- per uur, exclusief BTW. Ik denk dat de meeste freelancers in Omroepland al heel bescheiden aan de onderkant zitten.

Het zijn appels en peren. Je kunt het salaris van een medewerker in vaste dienst op geen enkele manier vergelijken met het tarief van een ZZP’er. Als je freelancers goed wil voorlichten, dan moet je ze wijzen op de kosten van een goed pensioen, op de werkelijke kosten van een serieuze arbeidsongeschiktheidsverzekering, op de kosten van een goede boekhouder en uitleggen dat ze normaal gesproken geen recht op een uitkering hebben als onverhoopt opeens al het werk weg valt. Elke ondernemer (en dus ook een ZZP’er) moet op een rijtje zetten wat de jaarlijkse kosten zijn, bedenken wat hij of zij graag wil overhouden voor levensonderhoud, een bedrag reserveren voor mindere tijden en uitrekenen wat de belastingdienst vervolgens nog wil hebben. Als je dat allemaal bij elkaar optelt kom je tot een bedrag dat je kunt delen door het aantal te werken dagen of uren. Zo kom je tot een dag of uurprijs en een serieus verhaal dat je tijdens onderhandelingen kan meenemen. 

 

Een tip die ik nog gratis wil meegeven is dat je als serieuze ZZP’er vooral niet moet luisteren naar de vakbond. Hun agenda is er vooral op gericht om zoveel mogelijk mensen in de richting van een vast dienstverband te dirigeren. Dat is prima, maar laat ze zich daar dan ook op richten. Dan hoeven ze de ZZP’er niet meer lastig te vallen met halfslachtige tips en tricks.




dinsdag 8 juni 2021

ZZP en Den Haag – the continuing story


Over de stand van zaken op het gebied van ZZP-beleid organiseert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met enige regelmaat een Stakeholdersbijeenkomst voor belanghebbenden. Die ‘stakeholders’ dat zijn voornamelijk vakbonden, werkgeversorganisaties en lobbyclubs die in Den Haag makkelijk een voet tussen deur weten te krijgen. Ik heb niet het gevoel dat de politiek ook echt luistert naar de ZZP’er zelf. Die is namelijk niet of nauwelijks verenigd en heeft geen lobbyisten in dienst. Bovendien zijn er zoveel totaal verschillende ZZP’ers, met ieder hun eigen wensen en belangen, dat daar ook geen beginnen aan is. Zolang er niet enige structuur wordt aangebracht in de enorme variëteit aan ZZP’ers en gewerkt wordt aan een paar goede definities, blijft het aanmodderen.

Afgelopen donderdag was er weer zo’n Stakeholdersbijeenkomst waarin het ‘werkveld’ werd bijgepraat rond het thema ‘Werken als zelfstandige’. Online dit keer. In een tot studio omgebouwde vergaderzaal zaten Wouter Koolmees (demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66), Mona Keijzer (demissionair Staatssecretaris van Economische Zaken, CDA) en Hans Vijlbrief (demissionair Staatssecretaris van Financiën, D66). Ze werden aan een geïmproviseerde talkshowtafel ondervraagd door een lieve presentatrice. Tussendoor waren er een paar korte presentaties van ambtenaren.

Als ZZP’er volg ik dit dossier sinds 2016 met bijzondere aandacht. Dankzij dit weblog en de vele gesprekken dit ik met verschillende partijen over dit onderwerp heb gevoerd, is het mij gelukt om op de gastenlijst voor deze bijeenkomsten te komen. In het begin waren die sessies super interessant, maar ik kreeg al snel het gevoel dat de bewindspersonen op dit terrein steeds verder vast kwamen te zitten in het moeras van partijpolitiek, belangenclubs en Europese wetgeving. Het veranderen van de spelregels lijkt vrijwel onmogelijk. Plannen voor een minimum tarief sneuvelden en ook een opt-out voor zeer goedbetaalde freelancers kwam er niet. Het plan voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kwam op een vreemde manier tot stand en is nog steeds niet uitgewerkt. Het uit 1907 stammende woordje ‘gezagsverhouding’ blijkt als een betonnen bunker verankerd te zitten in de wetgeving. Niemand kan daar nog mee uit de voeten, maar het is met geen mogelijkheid uit de regels te slopen.

Ik was razend benieuwd wat de bewindspersonen dit keer te melden hadden en had speciaal vrij gehouden voor deze online sessie op 3 juni. Jammer genoeg draaide het uit op een grote teleurstelling. We zijn in vier jaar tijd geen stap verder gekomen. Dat wist ik al, maar aan tafel keuvelden de demissionaire bewindspersonen alsof het begin 2018 was. Koolmees en Keijzer zaten niet echt op één lijn en van de nieuwe staatssecretaris Vrijbrief kreeg ik het idee dat dit dossier voor hem nog vrij onbekend was. Bovendien moest hij eerder weg. De door het ministerie ingehuurde presentator legde haar ‘gasten’ niet het vuur aan de schenen en met de input van kijkers werd niets gedaan. De stellingen waarop wij via Mentimeter konden reageren waren van een discutabel niveau. De uitslag van die online enquête zei verder ook niks. Voor constructieve bijdragen of kritische vragen van kijkers was aan het eind geen tijd meer.

 

Het meest opmerkelijke van de middag was dat Mona Keijzer stelde dat er ‘nog heel wat heilige huisjes geslecht moeten worden’. Ze doelde op alle freelancers die hun zaken niet op orde hebben en voor wie de coronacrisis keihard is aangekomen. ‘We hebben de nadelen echt gevoeld van de vele ZZP’ers in de evenementenbranche en horeca,’ zei ze. 

Het was te verwachten dat we het als ZZP’ers om de oren krijgen dat er het vorig jaar in de eerste lockdown gelijk massaal gebruik gemaakt is van de TOZO, terwijl je zou verwachten dat een goede ondernemer een buffertje heeft voor slechte tijden. Maar Keijzer vergeet even dat in vaste dienst misschien wel meer mensen geholpen zijn door de NOW. Het is dus helemaal niet terecht om de coronacrisis te gebruiken als stok om de ZZP’ers nu mee te slaan. 

Ik ben van mening dat de wetgever het zelf schuld is dat er zo’n wildgroei is ontstaan aan zelfstandigen die hun winkel niet op orde hebben. Door de VAR jarenlang niet te handhaven hebben ze dat zelf in de hand gewerkt. Nu kijken ze de hele tijd naar de opdrachtgever kijken, maar je moet de ZZP’er zelf verantwoordelijk maken voor zijn eigen arbeidsongeschiktheidsregeling, een gezonde buffer en het op een of andere manier opbouwen van een pensioen. Eis dat ze niet leunen op een of twee opdrachtgevers, dat ze investeren in hun eigen ontwikkeling en actief aan acquisitie doen. Als je dat doet kan een freelancer namelijk niet langer tegen bodemprijzen werken, voorkom je voor een deel oneerlijke concurrentie en krijg je uiteindelijk voornamelijk ZZP’ers die daar zelf doelbewust voor kiezen. Het kijken naar een gezagsverhouding, wat ze met de huidige webmodule nog steeds voor ogen hebben slaat echt helemaal nergens op.

 

Dolgraag had ik voor het Ministerie deze livestream willen verzorgen. Dan had ik halverwege de sessie de deuren van het provisorische studiootje op slot gedraaid en op alle schermen in het decor de tekst getoond : “Jullie mogen er pas uit als jullie iets nieuws en iets zinnigs gezegd hebben!”




donderdag 18 juni 2020

high society

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

(nr. 36 / dag 105)


De vorige week donderdag knapte er iets bij mij. Na afloop van de online Broadcast Media Society sessie heb ik een kwartier lang zitten staren naar het scherm van mijn laptop. De knoop in mijn maag was gigantisch. Al de hele crisis ben ik strijdbaar en vind ik mezelf gematigd positief, maar nu zakte de moed me in de schoenen. Het waren de wijze woorden van mevrouw Georgette Schlick (CEO FremantleMedia), die me het zetje gaven waardoor ik achterover kukelde in een diepe donkere put.  

Mij was gevraagd om tijdens de online meeting in te bellen met een vraag namens alle freelancers, die inmiddels meer dan 100 dagen werkloos thuis zitten. In een tot studio omgetoverde zaal van Beeld en Geluid zaten omroepkopstukken als Frans Klein (NPO), Paul Römer (Talpa Network), Boudewijn Beusmans (EndemolShine), Karin de Groot (ITV Studio’s), René Delwel (United), Ralf van Vegten (NEP) en dus zoals gezegd mevrouw Schlick. Ze werden over de complexe coronatijd aan de tand gevoeld door de altijd sympathieke Roos Moggré. Aan de andere kant van het internet keken een paar honderd geïnteresseerden uit de mediawereld mee.

Na een inleidend rondje, waarin de managers van al die grote belangrijke partijen uit de omroepwereld konden vertellen hoe ze hun organisatie in razend tempo radicaal hebben omgegooid en waarin ze aangaven dat ze inmiddels weer met iets meer vertrouwen vooruit durven te kijken, werd ik er via Zoom bij gehaald. Als “woordvoerder” van alle werkloze ZZP’ers probeerde ik een oproep te doen aan de grote bazen in Hilversum om de kleintjes niet te vergeten. Mijn idee is dat er snel meer gemaakt moet worden en dat het werk op een of andere manier eerlijk verdeeld moet worden, om de kennis en ervaring van freelancers binnenboord te houden. De beste mensen blijven niet bij de telefoon wachten tot omroepen, producenten of facilitaire bedrijven op een dag weer eens gaan bellen. Velen kunnen zich het helemaal niet veroorloven om nog maandenlang af te wachten.

Het is best lastig om dat goed te formuleren via een verbinding met vertraging. Gelukkig waren de eerste reacties begripvol, maar ik kreeg niet te horen wat ik het liefst wilde horen. Natuurlijk kiezen alle grote bedrijven nu voor ‘eigen mensen eerst’. Daar heb ik al ruim drie maanden alle begrip voor. Ik wilde vooral dat de ZZP’ers niet vergeten worden en dat er gekeken wordt wat we wél kunnen doen om de situatie te verbeteren. Samen een plan maken. Ieder brokje steun voor de ZZP’ers is welkom: Informatie, steun richting de politiek en het allerliefst verse opdrachten. 

Ik kan best tegen een stootje en ben realist genoeg om niet gelijk een oplossing te verwachten tijdens zo’n meeting. Ik werd echter hard in mijn ziel geraakt toen mevrouw Schlick het woord kreeg. Je moet het maar even terugkijken (hieronder, vanaf 31:40), dan begrijp je vast wat ik bedoel. 

Ze zei: “Het volume gaat nooit meer zo groot worden als wat het was en ook financieel gaat het ook nooit meer worden wat het was. Of het nou bij de Publieke Omroep is of bij de commerciëlen. Uiteindelijk zullen we hetzelfde moeten maken voor minder geld. Dat is gewoon de essentie, dus ook een oproep aan de freelancers: jullie kunnen je tarieven niet blijven handhaven. Dat geldt voor de acteurs, voor de cameramensen, alles. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen.”

Waarop ik zei: “Er is geen water meer om bij de wijn te doen.” 

Schlick: “Jawel hoor. Als jij nu een job aangeboden krijgt en je moet het voor 20% minder doen, dan mag ik hopen dat je hem aanneemt, want dan heb je werk.”

Ik: “Dat ga ik niet doen.”

Schlick: “Kijk, en daar ligt een deel van de oplossing.”

Ik: “Dat kan ik niet, want ik heb net mijn buffer net opgegeten. Dan kan ik mijn arbeids-ongeschiktheidsverzekering niet meer betalen.”

Schlick: “Dan verschillen wij van mening.”

 

Ik was compleet uit het veld geslagen. Het enige wat ik gevraagd had was begrip voor alle ZZP’ers en nu kreeg ik ijskoud de deksel op mijn neus. Twintig procent! Kennelijk leeft mevrouw Schlick in de veronderstelling dat het geld aan de facilitaire kant van onze branche tegen de plinten op klotst. Ze zou beter moeten weten, want ze heeft zelf een tijdje aan het roer gestaan van dutchView. Blijkbaar is ze inmiddels vergeten dat het inkomen van een freelance cameraman geen vetpot is. Wij verdienen minder dan een schilder, automonteur of loodgieter. Om over geluidsmensen maar helemaal te zwijgen. 

Dit raakt ook niet alleen de freelancers, maar ook de facilitaire bedrijven en de mensen die daar in vaste dienst werken. De marges die deze bedrijven maken zijn piepklein en staan in geen enkele verhouding tot de investeringen die ze doen. 

In betere tijden maken we lange zware dagen, werken we op de gekste tijden en bijna altijd in het weekend. Door keihard te werken onder grote druk, terwijl we soms gekke risico’s nemen ten behoeve van allerlei programma’s en door onze ruggen en schouders langzaam maar zeker te slopen met zo’n zware camera, hebben we een buffertje kunnen opbouwen. Dat eten we nu noodgedwongen op. Op die manier betalen wij de heel hoge rekening van deze crisis. 

Een vriend van mij zei dat ik de opmerking van Schlick niet zo persoonlijk moet nemen… Maar het ìs heel persoonlijk! Dit raakt mij in iedere vezel van mijn bestaan. Het raakt mijn gezin rechtstreeks. De afgelopen maanden doe ik mijn uiterste best om er nog iets van te maken en ondertussen loopt het banksaldo gestaag achteruit. Tot nu toe kan ik geen gebruik maken van overheidssteun en betaal ik mijn belastingen keurig. Ik hoop vurig dat ik de komende maanden de hypotheek, mijn AOV en pensioentje kan blijven betalen. Nieuwe gympen kopen voor de kinderen of die grotere fiets.

Min twintig procent. Ze zei het echt. Nu. Nu we al drie maanden aan het infuus hangen…

 

In een vervolgsessie van de Broadcast Media Society zei NPO baas Frans Klein: “Er werd een beetje gesuggereerd alsof iedereen heel blij en vrijwillig een freelancer of ZZP’er is, nou dat is natuurlijk niet zo in heel veel gevallen. Het is ook de markt die dat soort situaties dicteert. En wij zitten enorm te worstelen met het vraagstuk hoe zet je nou prijzen in de markt? Dan kan je natuurlijk ook de gedachte hebben: Je kan beter een gezonde prijs voor een freelancer hoog houden en dan genoegen nemen met minder productie, dan dat je alleen maar gaat zakken. En dat je mensen bij wijze van spreken tot een bepaalde grens, ik wil niet gelijk zeggen de armoedegrens…. Ik vond het een pittige discussie.”

 

Nou, ik ook! Ik loop er al een week mee rond en heb lang getwijfeld of ik hier een stuk over moest schrijven. Natuurlijk wil ik geen fittie met mevrouw Schlick, maar ik vind wel dat alle ZZP’ers zich moeten realiseren hoe er in de top van zo’n belangrijke productiemaatschappij wordt gedacht. Twintig procent.

Zij wil koste wat kost evenveel blijven maken. Nu noodgedwongen voor veel minder geld. Ik denk dat we mensen normaal moeten belonen en dan maar minder moeten maken. Dat gaat natuurlijk ten koste van werkgelegenheid, maar liever met een kleinere club blijven leven, dan dat we er allemaal kapot aan gaan. 

Blijkbaar zit het bedingen van kortingen zo in haar DNA dat ze het zelfs op zo’n ongelukkig moment nog vol overtuiging probeert. Maar timing en empathie zijn ook managementkwaliteiten. 





















                                                                                                                                                 




.

donderdag 26 maart 2020

chagrijnig

dagboek van een werkloze ZZP’er – nr. 11
dag 14 – chagrijnig

We zijn vandaag precies twee weken onderweg, sinds het moment waarop premier Rutte de eerste grote maatregelen aankondigde om verspreiding van coronavirus tegen te gaan. Het gaat nog wel even duren, vrees ik. Met een beetje mazzel wordt het leven in juni weer normaal. Ik denk dat pas aan het eind van de zomer het werk weer een beetje aantrekt voor freelance cameramensen zoals ik. Dan zijn we vijf maanden verder. Van dat idee word ik verdrietig. Ik heb er nu al schoon genoeg van. Ik wil geen huisman zijn, ik heb geen zin om docent te spelen, ik wil geen uitkering aanvragen en ik wil ook geen ander baantje, maar ik ben vooral hélémaal klaar met die constante diarree van deprimerend nieuws over dat stomme virus. Inmiddels weet ik wel dat we 1,5 meter uit elkaar moeten blijven. Dat hoeft je mij geen 388 keer per dag in te peperen. Bovendien verdient de eerste die succesvol boodschappen heeft gedaan zónder ook maar één overtreding op die 1,5 meter regel, een eervolle vermelding in het Guinness Book of Records. 
Ja, het spijt me mensen. Ik heb vandaag geen goede dag. Hoe zeer ik ook positief, opgewekt en strijdbaar wil zijn; het lukt me even niet. Mag dat? Hopelijk morgen weer. 
Ik baal van mijn telefoonverslaving en zit toch de hele dag te scrollen langs al die zinloze berichtjes op Facebook, Twitter en LinkedIn. Tot overmaat van ramp zit ik ook in allerlei Appgroepen die ik niet kan of wil verlaten, maar waar zo nu en dan de oenigheid vanaf druipt… 
Als we nou eens afspreken dat je alleen iets mag plaatsen op social media als je zelf creatief bent geweest. Dus een mooie foto, een gedicht, een tekening, een fotomontage, een goede grap, een mooi verhaal of een scherpe observatie, allemaal prima, maar als je het niet zelf gemaakt hebt, dan mag het niet. Laten we het delen van berichten gewoon verbieden. Dat zou een hoop ergernis schelen! Laten we toch stoppen met het verspreiden van clickbait berichten, afschrikwekkende plaatjes, ongenuanceerde meningen, bangmakerijtjes, kansloze petities, waarschuwingen om te laten zien hoe goed we zelf bezig zijn en (voor)oordelen waar niemand iets mee opschiet. 
Natuurlijk mag je kritisch zijn op de overheid en je medemens, maar geef daar dan zelf een originele draai aan in plaats van het doorsturen van foto’s die op het strand of op een markt zijn gemaakt door iemand die je niet kent, waarvan je niet zeker weet wanneer ze zijn gemaakt en met welke telelens. Stop alsjeblieft met het delen van (nep)berichten uit het buitenland en vergelijkingsstaatjes waarvan wij leken helemaal geen idee hebben hoe we ze moeten interpreteren. 
Laten we het nemen van beslissingen overlaten aan de mensen die beschikken over de juiste informatie en de kennis hebben om deze informatie ook op waarde in te schatten. Onze leiders moeten in deze crisistijd moeilijke keuzes maken. Ze worstelen met duivelse dilemma’s en niet iedere beslissing zal de beste zijn. Er zijn meerdere wegen die je in kan slaan, maar van de meeste wegen weet niemand precies hoe ze lopen of waar ze uitkomen. Dat zelfs de deskundigen het niet altijd met elkaar eens zijn geeft maar aan hoe complex deze situatie is. Wie zijn wij dan om allerlei ongefundeerde meningen te poepen en in deze fase al oordelen te vellen? Laten we voor de verandering maar eens geduldig afwachten. Het enige wat we wel kunnen doen is creatief zijn. Maak een bloemstuk, een schilderij, ga batikken, kantklossen, strijkkralen, loomen, bedenk een verhaal, schrijf een lied of maak eens een foto vanuit een ander perspectief. En laat mij vandaag verder maar even met rust. 







donderdag 28 november 2019

Het gedoe over ZZP regels is nog lang niet voorbij



In Den Haag werken ze aan nieuwe wet- en regelgeving rond de ZZP’er en langzaam maar zeker wordt duidelijk wat dit behelst: Er komen regels voor zelfstandigen die minder dan 16 euro per uur verdienen en ZZP’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen kunnen straks een zelfstandigenverklaring krijgen, waarmee ze min of meer ongestoord hun gang kunnen gaan. Ook is er sprake van een collectieve verzekering voor alle zelfstandigen, die waarschijnlijk gaat uitkeren zodra iemand langer dan een jaar arbeidsongeschikt is. Dat is allemaal nieuw, maar voor de overgrote middengroep (freelancers die tussen 16 en 75 euro per uur verdienen) ziet het er naar uit dat het vooral oude wijn in nieuwe zakken wordt. Nog even en we hebben weer dezelfde onrust en problemen als ten tijde van die verfoeide wet DBA.

Sinds staatssecretaris Wiebes op 18 november 2016 aankondigde dat de Belastingdienst niet langer zou controleren op de omstreden Wet DBA, freelancen de meeste ZZP’ers er weer vrolijk en ongestoord op los. Inmiddels zijn we drie jaar verder en je zou bijna denken dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken, maar niets is minder waar. 
Voor de middengroep, waartoe ook de meeste freelancers in Omroepland behoren, is op dit moment een webmodule in ontwikkeling die in de toekomst duidelijkheid én zekerheid moet verschaffen. Het is de bedoeling dat deze vragenlijst op internet, die moet worden ingevuld door de opdrachtgever, louter bestaat uit vragen die noodzakelijk zijn om te ontdekken of iemand als zelfstandige mag werken. Zo ‘lean and mean’ mogelijk noemen ze dit in Den Haag, maar ik heb vandaag de tweede testversie ingevuld en daar ben ik behoorlijk van geschrokken. Het gaat om 44 vragen die een opdrachtgever moet invullen. Om te beginnen heb je voor de eerste vragen enige kennis van het arbeidsrecht nodig. Het gaat over aanneming van werk, fictieve dienstbetrekkingen, de gelijkgesteldenregeling, rechtspersonen en het verschil tussen resultaatverplichting en inspanningsverplichting. In de toelichting bij de vragen wordt wel een en ander uitgelegd, maar als ze dit ‘lean and mean’ durven te noemen, dan hebben ze wel een hoge pet op van de meeste burgers. 
De tweede testversie (die een maand lang openbaar is) geeft nu nog geen eindoordeel en we weten niet hoe zwaar de verschillende criteria straks zullen wegen. Uit een eerste testronde bleek wel al dat hij meer gevallen afkeurt dan goed en dat hij soms geen uitsluitsel kan geven. Dat is ook helemaal niet gek, want deze hele vragenlijst is gebaseerd op de bestaande (ongewijzigde) wetgeving en dus kan je dezelfde uitkomsten, twijfels en onzekerheden verwachten als bij de zo omstreden wet DBA. We zijn mijns inziens geen stap verder dan drie jaar geleden.

Minister Koolmees wil geen afstand nemen van de Arbeidswet uit 1907. De vermaledijde ‘gezagsverhouding’ blijft overeind. Ze hebben weliswaar geprobeerd om opnieuw te verwoorden wat deze term inhoudt, maar hoe je het ook draait of keert, het komt uiteindelijk ongeveer op hetzelfde neer. De zelfstandig ondernemer wordt getoetst aan dit sterk verouderde arbeidsrecht en de opdrachtgever moet keer op keer kunnen aantonen dat hij niet per ongeluk iemand inhuurt die door de belastingdienst gezien kan worden als werknemer. Dit zal ook in de toekomst, met of zonder webmodule, in heel veel gevallen leiden tot discussie. 
Op maandag 7 oktober jl. was er op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag een bijeenkomst rond het thema ‘Werken als zelfstandige’. Daar hebben minister Koolmees en staatssecretaris Snel de betrokken partijen geïnformeerd over de huidige stand van zaken. Het ging voornamelijk over het minimum inhuurtarief en de zelfstandigenverklaring, maar na afloop heb ik de minister persoonlijk kort gesproken. Een gesprek dat mij niet optimistisch heeft gestemd. Koolmees is namelijk van mening dat een ZZP’er niet hetzelfde werk mag doen als iemand die bij dezelfde opdrachtgever in vaste dienst is. Als hij daarop gaat handhaven wordt dat in Omroepland een groot probleem. Onze branche is er juist helemaal op ingericht om met freelancers de pieken op te vullen. Het is een systeem dat prima werkt in een sector met veelal kortlopende projecten.
Mijn probleem is dat mijn werkzaamheden bestaan uit verschillende soorten opdrachten. De ene keer ben ik de specialist die op naam wordt aangevraagd of die met eigen apparatuur wordt ingehuurd (geen probleem) en de volgende dag help ik een bedrijf met het opvangen van drukte en doe ik in principe niks anders dan de cameramensen die in vaste dienst zijn (wel een probleem). 
Als mijn opdrachtgevers straks een vragenlijst gaan invullen, die totaal niet gaat over de manier waarop ik onderneem, kan de uitslag per opdracht verschillend zijn en kan het dus zo zijn dat ik de ene keer probleemloos word ingehuurd en dat een andere opdrachtgever tot de conclusie komt dat hij mij alleen kan inhuren via een uitzendconstructie. Volgens mij kan het nooit de bedoeling zijn dat er straks allemaal tussenbedrijven geld aan mij gaan verdienen, want de uurprijs zal hierdoor echt niet omhoog gaan. 
Ik begrijp dan ook echt niet waarom er niet meer gekeken wordt naar de ZZP’er zelf en de manier waarop hij of zij onderneemt. Hoeveel opdrachtgevers heb je? Hoeveel uur per jaar werk je en hoe zijn deze uren verdeeld over de verschillende opdrachtgevers? Heb je een zakelijke verzekering? Heb je een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Doe je iets aan pensioen? Maak je reclame? Investeer je in je onderneming? Volg je cursussen? Heb je een website? Ben je ingeschreven bij de KvK? Betaal je keurig netjes je belastingen? Dat telt kennelijk niet, terwijl het volgens mij juist daar om zou moeten gaan. Straks kan een ICT’er die een jaar lang bij slechts één opdrachtgever werkt en meer dan € 75,- per uur verdient ongestoord zijn gang gaan, terwijl ik met meer dan 20 verschillende opdrachtgevers in de knoei kom als een paar belangrijke opdrachtgevers afhaken. Ik begrijp daar helemaal niks van. 
Ik las vandaag dat Koolmees een beetje verbolgen is over het feit dat verschillende belangenorganisaties zijn plannen hebben weggehoond. Hij vindt dat de critici alleen opsommen wat ze niet willen, maar dat ze niet komen met een oplossing. Nou, een goede oplossing is volgens mij heel eenvoudig: De VAR! Die Verklaring Arbeids Relatie was zo gek nog niet. Als ze die niet zomaar aan iedereen hadden afgegeven en dáár een goede webmodule voor hadden ontwikkeld, dan hadden we nu een eerlijker speelveld, minder schijnzelfstandigen en allemaal een beter idee over wat het is om een echte ZZP’er te zijn. Laten we stoppen met het kijken naar de opdrachtgever, maar terug keren naar de opdrachtnemer. Die moet zijn zaakjes op orde hebben.







dinsdag 2 juli 2019

regenhoes

Professionele camera’s zijn schitterende apparaten. Bij het zien van een mooie Arri, Sony of GrassValley gaat mijn hart sneller kloppen en jeuken mijn handen. Ik heb altijd de neiging om een camera op te pakken of aan te raken en te vertroetelen als een baby. Zulke machtige apparaten zijn letterlijk en figuurlijk een lust voor het oog. Het is dan ook volstrekt logisch dat we er super zuinig op zijn. Een camera behandel je met liefde en respect. 
Helaas zijn er collega’s die zich niet lijken te beseffen wat zo’n speeltje kost. Ik kom toch regelmatig verwaarloosde camera’s tegen. Vette vingerafdrukken op de lens, opgedroogde zweetdruppels in de zoeker, smerige zwarte randen langs knopjes en soms zelfs met stof, zand of as op de gekste plekken. Daar kan ik slecht tegen. Ik ben ook allergisch voor nutteloze stickers en stukjes gaffertape. Als je die eraf haalt blijven er altijd nare plakresten achter. In het ergste geval trek je de lak los en soms gaan zelfs klepjes naar de knoppen. Gebruikssporen zoals een buts of een krasje, dat kan gebeuren, maar soms zie je redelijk nieuwe apparaten voorbij komen die nog het meest lijken op verwaarloosd straatmeubilair uit een Bulgaarse achterstandswijk. Alleen de gemiddelde regenhoes maakt het nòg erger. Het zijn vreselijk onhandige krengen, die nooit lekker passen, vaak gescheurd zijn of zo onpraktisch dat er nauwelijks nog met de camera gewerkt kan worden. Veel regenhoezen zijn lelijk, vies en ouder dan de camera die ze beschermen. Wie een camera koopt, schaft blijkbaar niet automatisch een bijpassende regenjas aan.
Zulke hoezen laten zich nog het beste vergelijken met een ingewikkelde bungalowtent zonder stokken. Overal zitten flapjes, ritsjes, elastieken en klittenbandjes die overal aan vastklitten, behalve op de plekken waar het moet. Hoezen die horen bij grote camera’s zijn daarom ook een intelligentietest voor de beginnende cameraman. Daar is geen touw aan vast te knopen en als het onverwacht gaat druppelen, heb je al kortsluiting voor je weet wat de voor- of de achterkant moet zijn. Het is telkens weer een hele worsteling om alle klittenbanden die niet op elkaar horen los te krijgen. Soms zie je niet wat binnenstebuiten is en als je dan, met veel stress en ergernis, die hoes over de lens geprutst hebt, blijkt dat je aan de andere kant had moeten beginnen. Sommige regenhoezen zijn bovendien zo lek als een speelgoedwigwam. 
Voor elk type camera moet eigenlijk een hoes op maat worden gemaakt en zodra je een camera uitbreidt met accessoires vraagt dat ook om een andere type regenhoes. Denk aan kleine antennes die anders geplet worden of in het ergste geval zelfs afbreken. Je moet als cameraman bij alle bedieningsknoppen kunnen, het apparaat in verschillende standjes vast kunnen houden en eventueel snel een lens verwisselen of de accu vervangen. Tegelijkertijd mag er nergens water in lopen, ook niet tijdens de ergste hoosbui. Dat is best ingewikkeld en dus prijzig. Klanten betalen niks extra voor werken onder barre omstandigheden, maar we werken wel met die prachtige apparaten in weer en wind. Waterschade is ook duur, dus is het toch te gek voor woorden dat we nu zo vaak nog staan te klooien met Komo vuilniszakken en rollen gaffertape om onze kindjes te beschermen.


Deze column is geschreven voor BM, hét mediavakblad van Nederland. Het staat in het nummer 383, dat deze maand is verschenen. Een abonnement op dit fijne tijdschrift kan ik iedereen aanraden.