Posts tonen met het label ZZP'er in crisistijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ZZP'er in crisistijd. Alle posts tonen

woensdag 24 augustus 2022

personeelstekort in Omroepland

 

Er stond vanmorgen een artikel in het AD over personeelstekort in de televisiewereld en ik moet eerlijk bekennen dat het voor mij persoonlijk goed nieuws is. De vraag naar professionals in mijn business is groter dan het aanbod en blijkbaar is het niet eenvoudig om verse aanwas te vinden. 

Tijdens het lezen van dit stuk moest ik gelijk denken aan donderdag 11 juni 2020; een van de donkerste dagen uit mijn hele carrière. Die middag, midden in coronatijd, was er een webinar van de Broadcast Media Society. In Beeld en Geluid zaten de grote bazen van omroepen, productiemaatschappijen en omroepen voor de camera zichzelf en elkaar op de borst te kloppen over hoe goed zij het hadden gedaan tijdens de eerste lockdown. Ondertussen stonden alle freelancers buitenspel, hadden concurrerende bedrijven zelfs samenwerkingsverbanden georganiseerd om eigen personeel uit te ruilen en vingen al hun bedrijven samen miljoenen van de overheid (NOW) om te kunnen overleven. Maar toen ik als ZZP’er (op verzoek van de organisatie) inbelde met de vraag of ze zich niet meer zorgen moesten maken over alle freelancers werd er vol verbazing gereageerd en gek naar mij gekeken. Het leverde zelfs een serieuze fittie op met een van de CEO’s van een grote productiemaatschappij, die beweerde dat we maar even 20% van onze dagprijs af moesten doen. Na afloop van die online bijeenkomst kookte ik van woede. 

Op dat moment heb ik me voorgenomen dat ik me meer moest richten op nieuwe markten en op partijen die zelfs in de coronatijd loyaal waren. Ik heb een lijstje opgesteld met namen van mensen die in die periode wel begrip toonden en met mij meedachten over mogelijke oplossingen. Dat handgeschreven papiertje ligt nog steeds op mijn bureau. Als er iemand belt die daarop staat, dan krijgt hij of zij nog altijd voorrang. Het heeft geleid tot een aantal nieuwe opdrachtgevers met hele interessante opdrachten (voor een deel buiten de televisiewereld) en ik heb mezelf de afgelopen twee jaar op verschillende vlakken verder kunnen ontwikkelen. Achteraf gezien zou je zelfs kunnen zeggen dat corona, en die bijeenkomst in het bijzonder, goed voor mij zijn geweest.

Ik ben echt niet de enige freelance camera operator die naast het werk voor televisie ook meer voor andere opdrachtgevers is gaan werken. De zakelijke markt is (mede dankzij corona) gegroeid. Bedrijven en instellingen maken steeds vaker gebruik van video. Organisaties van allerlei evenementen of creatievelingen kiezen ervoor om hun eigen content te maken en distribueren, zonder de hulp van televisiebedrijven. De markt is aan het schuiven en de televisiewereld hobbelt daar opeens een beetje achteraan. Het is echt niet zo dat veel ervaren professionals zich hebben laten omscholen, maar ik geloof wel dat een serieus percentage van al mijn collega’s na corona minder beschikbaar is voor televisieopdrachten dan daarvoor. Dat is een beetje eigen schuld, dikke bult.

Een bijkomend voordeel van de krapte op de markt is dat onze tarieven eindelijk omhoog kunnen. Ik hoop dat alle omroepen en producenten rekening houden met serieuze prijsstijgingen aan het eind van dit jaar. Overigens zijn onze dagprijzen tussen 2003 en 2021 nauwelijks gestegen, dus het is ook hard nodig. Jarenlang kreeg je bij onderhandelingen te horen dat ze voor jou tien anderen hadden, dat het werk toch leuk was en dat je blij moest zijn als je een bepaald programma mocht draaien. Daarnaast was het een gewoonte om freelancers in onze branche uit te maken voor ‘zakkenvullers’ en waren camera- en geluidsmensen altijd te duur, terwijl de gemiddelde schilder, loodgieter of automonteur een substantieel hoger uurtarief heeft. Nu zie je dat met name jongeren niet meer zo onder de indruk zijn van alle glitter en glamour bij de televisie. Zij komen niet meer zomaar voor een appel en een ei werken in avonduren en weekenden. Zeker niet als ze merken dat hun vrienden in andere branches meer verdienen en niet onregelmatig hoeven te werken. Deze week sprak ik er nog eentje die na een paar jaar Hilversum toch gekozen heeft voor een baan bij een ICT bedrijf.

Ik heb een gloeiende hekel aan mensen die altijd achteraf hun gelijk willen halen en voortdurend zeggen: ‘Ik zei het toch!’ Maar in dit geval kan ik het niet laten om even te benadrukken dat ik dit voorspeld heb. Om precies te zijn op donderdag 11 juni 2020. Lekker pûh…





zondag 4 juli 2021

FNV neemt ZZP'ers niet serieus

 

Facebook wees me op een vlog van de vakbond FNV met als titel: “Minimumtarief voor zzp’ers bij de Publieke Omroep. Check op welk tarief jij minimaal recht hebt.” Volgens mij volgde ik de groep FNV Broadcast nog niet, maar Facebook weet dat ik tot de doelgroep behoor. Een filmpje van 3 minuten en 16 seconden met handige tips is altijd welkom, dus klikte ik er op. Dat was onverstandig en slecht voor mijn gezondheid. Ik ben namelijk nogal allergisch voor slechte filmpjes. Jeuk en grote ergernis waren het gevolg en het enige wat bij mij dan echt helpt om er weer vanaf te komen, is het van me af schrijven. 


Kijk gerust even zelf. Dan heb je een beeld. Het filmpje staat ook op YouTube. Hier is een link

UPDATE: Deze video is door de maker verwijderd van YouTube. 


Ik weet niet of ik met de vorm of de inhoud moet beginnen. Over allebei heb ik een uitgesproken mening. Het is misschien flauw om dit knutselwerk van een welwillende FNV medewerker te beoordelen op camerawerk, geluid, editing én presentatie, maar het filmpje is bedoeld voor professionals in de audiovisuele sector. Dat zijn mensen met een kritische blik op filmpjes. Dat is immers hun vak. Hun brood! Juist deze mensen roepen ze in dit filmpje op om zichzelf serieus te nemen. Opdrachtgevers spreken ze daar óók op aan. Dan moet je als vakbond het goede voorbeeld geven en kan je niet komen aanzetten met krakkemikkige huisvlijt. Ook het maken van content voor de sociale media is inmiddels een vak.

Ik zal niet verder ingaan op compositieleer, microfoongebruik, audio-overgangen, grafische vormgeving of het taalgebruik in dit filmpje. Laten we eens kritisch kijken naar de inhoud. Die is namelijk pas echt schokkend. De vakbond presenteert het als een overwinning dat zij met omroepen een fair practice code hebben afgesproken, waardoor een ZZP’er recht heeft op 150% van het CAO loon. Dit zou gelden voor iedereen die aan programma’s van de publieke omroep meewerkt. Ook als je via een producent of facilitair bedrijf wordt ingehuurd. Daar zit gelijk mijn eerste pijnpunt, want ik maak met mijn opdrachtgevers helemaal geen specifieke tariefafspraken per productie. Mijn tarief is niet anders als ik voor een commerciële of publieke omroep werk. Ik heb een dagprijs. Die stel ik aan het begin van het jaar vast en ik steef er naar om deze voor al mijn opdrachtgevers gelijk te houden. Dat is wel zo eerlijk, professioneel en op die manier ben ik geen factor in hun onderlinge concurrentiestrijd.

Maar goed. Dan begint het pas. De vriendelijke mevrouw in dit filmpje gaat mij uitleggen hoe ik tot een redelijk tarief kan komen en begint gelijk over salarisschalen. Ik moet even aan een collega, die vergelijkbaar werk doet, vragen in welke schaal hij of zij is gedeeld. Dat lijkt mij nogal subjectief. Er zijn cameramensen die al jarenlang in dienst zijn en cameramensen die minder lang in dienst zijn. We weten dat lang niet iedereen hetzelfde verdient. Bovendien krijgt een cameraman in dienst bij het ene facilitaire bedrijf meer dan een cameraman bij een ander bedrijf, omdat die firma’s totaal verschillend omspringen met pensioenregelingen, vrije dagen en arbeidsongeschiktheid. Bij de een hebben ze een CAO en bij het andere bedrijf niet. Was het maar zo simpel dat er een standaard tarief voor camerawerk was. 

Volgens FNV (in dit filmpje) is het minimumtarief van een ZZP’er gebaseerd op het uurtarief van een werknemer in dienst bij de publieke omroep (of facilitair bedrijf), inclusief vakantiegeld, vakantiedagen en eindejaarsuitkering. Dat bedrag moet ik verhogen met 50%, als compensatie voor de kosten die ik als zelfstandig ondernemer maak voor pensioen, arbeidsongeschiktheids-verzekering, leegloop enzovoort. Die rekensom klopt totaal niet. 

Stel dat ik het salaris van iemand die € 3.500,- verdient (inclusief vakantiegeld, vakantiedagen etc.) omreken tot een uurloon (delen door 174, wist een gerenommeerde HR deskundige mij te vertellen) dan kom je op € 20,11. Doe je dat maal 150% dan moet mijn uurprijs volgens FNV minimaal € 30,17 zijn. Als ik dat doe, dan ga ik er ongeveer 10 euro per uur op achteruit! Ik begrijp dat al mijn opdrachtgevers handenwrijvend akkoord zijn gegaan met deze ‘fair practice code’ van de vakbond. Het gemiddelde tarief van ZZP’ers in Nederland ligt tussen de € 40,- en € 60,- per uur, exclusief BTW. Ik denk dat de meeste freelancers in Omroepland al heel bescheiden aan de onderkant zitten.

Het zijn appels en peren. Je kunt het salaris van een medewerker in vaste dienst op geen enkele manier vergelijken met het tarief van een ZZP’er. Als je freelancers goed wil voorlichten, dan moet je ze wijzen op de kosten van een goed pensioen, op de werkelijke kosten van een serieuze arbeidsongeschiktheidsverzekering, op de kosten van een goede boekhouder en uitleggen dat ze normaal gesproken geen recht op een uitkering hebben als onverhoopt opeens al het werk weg valt. Elke ondernemer (en dus ook een ZZP’er) moet op een rijtje zetten wat de jaarlijkse kosten zijn, bedenken wat hij of zij graag wil overhouden voor levensonderhoud, een bedrag reserveren voor mindere tijden en uitrekenen wat de belastingdienst vervolgens nog wil hebben. Als je dat allemaal bij elkaar optelt kom je tot een bedrag dat je kunt delen door het aantal te werken dagen of uren. Zo kom je tot een dag of uurprijs en een serieus verhaal dat je tijdens onderhandelingen kan meenemen. 

 

Een tip die ik nog gratis wil meegeven is dat je als serieuze ZZP’er vooral niet moet luisteren naar de vakbond. Hun agenda is er vooral op gericht om zoveel mogelijk mensen in de richting van een vast dienstverband te dirigeren. Dat is prima, maar laat ze zich daar dan ook op richten. Dan hoeven ze de ZZP’er niet meer lastig te vallen met halfslachtige tips en tricks.




dinsdag 8 juni 2021

ZZP en Den Haag – the continuing story


Over de stand van zaken op het gebied van ZZP-beleid organiseert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met enige regelmaat een Stakeholdersbijeenkomst voor belanghebbenden. Die ‘stakeholders’ dat zijn voornamelijk vakbonden, werkgeversorganisaties en lobbyclubs die in Den Haag makkelijk een voet tussen deur weten te krijgen. Ik heb niet het gevoel dat de politiek ook echt luistert naar de ZZP’er zelf. Die is namelijk niet of nauwelijks verenigd en heeft geen lobbyisten in dienst. Bovendien zijn er zoveel totaal verschillende ZZP’ers, met ieder hun eigen wensen en belangen, dat daar ook geen beginnen aan is. Zolang er niet enige structuur wordt aangebracht in de enorme variëteit aan ZZP’ers en gewerkt wordt aan een paar goede definities, blijft het aanmodderen.

Afgelopen donderdag was er weer zo’n Stakeholdersbijeenkomst waarin het ‘werkveld’ werd bijgepraat rond het thema ‘Werken als zelfstandige’. Online dit keer. In een tot studio omgebouwde vergaderzaal zaten Wouter Koolmees (demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66), Mona Keijzer (demissionair Staatssecretaris van Economische Zaken, CDA) en Hans Vijlbrief (demissionair Staatssecretaris van Financiën, D66). Ze werden aan een geïmproviseerde talkshowtafel ondervraagd door een lieve presentatrice. Tussendoor waren er een paar korte presentaties van ambtenaren.

Als ZZP’er volg ik dit dossier sinds 2016 met bijzondere aandacht. Dankzij dit weblog en de vele gesprekken dit ik met verschillende partijen over dit onderwerp heb gevoerd, is het mij gelukt om op de gastenlijst voor deze bijeenkomsten te komen. In het begin waren die sessies super interessant, maar ik kreeg al snel het gevoel dat de bewindspersonen op dit terrein steeds verder vast kwamen te zitten in het moeras van partijpolitiek, belangenclubs en Europese wetgeving. Het veranderen van de spelregels lijkt vrijwel onmogelijk. Plannen voor een minimum tarief sneuvelden en ook een opt-out voor zeer goedbetaalde freelancers kwam er niet. Het plan voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kwam op een vreemde manier tot stand en is nog steeds niet uitgewerkt. Het uit 1907 stammende woordje ‘gezagsverhouding’ blijkt als een betonnen bunker verankerd te zitten in de wetgeving. Niemand kan daar nog mee uit de voeten, maar het is met geen mogelijkheid uit de regels te slopen.

Ik was razend benieuwd wat de bewindspersonen dit keer te melden hadden en had speciaal vrij gehouden voor deze online sessie op 3 juni. Jammer genoeg draaide het uit op een grote teleurstelling. We zijn in vier jaar tijd geen stap verder gekomen. Dat wist ik al, maar aan tafel keuvelden de demissionaire bewindspersonen alsof het begin 2018 was. Koolmees en Keijzer zaten niet echt op één lijn en van de nieuwe staatssecretaris Vrijbrief kreeg ik het idee dat dit dossier voor hem nog vrij onbekend was. Bovendien moest hij eerder weg. De door het ministerie ingehuurde presentator legde haar ‘gasten’ niet het vuur aan de schenen en met de input van kijkers werd niets gedaan. De stellingen waarop wij via Mentimeter konden reageren waren van een discutabel niveau. De uitslag van die online enquête zei verder ook niks. Voor constructieve bijdragen of kritische vragen van kijkers was aan het eind geen tijd meer.

 

Het meest opmerkelijke van de middag was dat Mona Keijzer stelde dat er ‘nog heel wat heilige huisjes geslecht moeten worden’. Ze doelde op alle freelancers die hun zaken niet op orde hebben en voor wie de coronacrisis keihard is aangekomen. ‘We hebben de nadelen echt gevoeld van de vele ZZP’ers in de evenementenbranche en horeca,’ zei ze. 

Het was te verwachten dat we het als ZZP’ers om de oren krijgen dat er het vorig jaar in de eerste lockdown gelijk massaal gebruik gemaakt is van de TOZO, terwijl je zou verwachten dat een goede ondernemer een buffertje heeft voor slechte tijden. Maar Keijzer vergeet even dat in vaste dienst misschien wel meer mensen geholpen zijn door de NOW. Het is dus helemaal niet terecht om de coronacrisis te gebruiken als stok om de ZZP’ers nu mee te slaan. 

Ik ben van mening dat de wetgever het zelf schuld is dat er zo’n wildgroei is ontstaan aan zelfstandigen die hun winkel niet op orde hebben. Door de VAR jarenlang niet te handhaven hebben ze dat zelf in de hand gewerkt. Nu kijken ze de hele tijd naar de opdrachtgever kijken, maar je moet de ZZP’er zelf verantwoordelijk maken voor zijn eigen arbeidsongeschiktheidsregeling, een gezonde buffer en het op een of andere manier opbouwen van een pensioen. Eis dat ze niet leunen op een of twee opdrachtgevers, dat ze investeren in hun eigen ontwikkeling en actief aan acquisitie doen. Als je dat doet kan een freelancer namelijk niet langer tegen bodemprijzen werken, voorkom je voor een deel oneerlijke concurrentie en krijg je uiteindelijk voornamelijk ZZP’ers die daar zelf doelbewust voor kiezen. Het kijken naar een gezagsverhouding, wat ze met de huidige webmodule nog steeds voor ogen hebben slaat echt helemaal nergens op.

 

Dolgraag had ik voor het Ministerie deze livestream willen verzorgen. Dan had ik halverwege de sessie de deuren van het provisorische studiootje op slot gedraaid en op alle schermen in het decor de tekst getoond : “Jullie mogen er pas uit als jullie iets nieuws en iets zinnigs gezegd hebben!”




dinsdag 6 april 2021

Als ik je weer zie...

Afgelopen zaterdag heb ik mijn bijdrage mogen leveren aan het programma 'Als ik je weer zie...'  Een live show van BNNVARA, waarin speciale aandacht werd geschonken aan alle mensen die normaal gesproken achter de schermen werken bij theater en cultuur. De belichters, geluidsmensen, grimeurs, garderobemedewerkers, suppoosten in musea, toiletjuffrouwen, horecapersoneel, decorbouwers en alle anderen die inmiddels meer dan een jaar werkloos thuis zitten.

In het grote verlaten Ziggodome realiseerde ik me voor de zoveelste keer hoe gelukkig ik me mag prijzen dat de televisiewereld inmiddels weer op volle toeren draait en dat er zoveel livestreams bij gekomen zijn. Na die gekke eerste maanden van de coronacrisis rijdt mijn zakelijke treintje weer, maar dat is dus helemaal niet vanzelfsprekend en het geldt zeker niet voor iedereen.

Het is een heel groot voorrecht dat wij nog af en toe in theaters en concertzalen komen. Ik was de afgelopen maanden nog in het Muziekgebouw in Eindhoven, Theater aan het Vrijthof, het Circustheater, Paradiso, Carré, Tivoli Vredenburg of in Ziggodome. Wij zien de livemuziek die verder iedereen zo moet missen wél en wij zien elkaar ook weer. Maar we zien ook hoe treurig het is gesteld met de cultuurwereld. Het is een slagveld. Ik heb dansers gesproken die niks kunnen doen, theatertechnici die niet meer kunnen dan het poetsen van lampen en muzikanten die snakken naar publiek en applaus. Het is een ramp.

Natuurlijk kan het nu niet anders. Ik heb ook met eigen ogen een overvolle IC gezien. Geen twijfel, maar wat zal ik blij zijn als we over een paar maanden weer los kunnen in volle theaters en in zalen met publiek. Met liefde plak ik dan weer mijn kabels af of zet ik mijn camera iets lager, zodat de toeschouwers achter mij het ook goed kunnen zien. 

Ondertussen leef ik enorm mee met alle freelancers in de culturele sector die momenteel op een houtje bijten. Denk dan niet alleen aan de artiesten ín de spotlights, maar vooral ook aan de mensen die de spotlights normaal gesproken bedienen. Velen hebben het momenteel echt zwaar.

Ik hoor ook dat er straks een aantal van hen niet meer terugkeren naar de zalen, festivals en podia. Zij hebben inmiddels ander werk gevonden en vinden het wel goed zo. Meer regelmaat, zekerheid of een betere beloning. Niet meer alle avonden en weekenden werken. Ik kan ze geen ongelijk geven. Maar als na de zomer weer een nieuw cultureel seizoen begint, zou dat wel eens tot een tekort aan ervaren krachten kunnen leiden. Hopelijk valt het mee en gaan alle geplande voorstellingen gewoon door, maar helemaal vanzelfsprekend is dat niet. 

Hoewel het met mij nu goed gaat heb ik nog steeds het gevoel dat het ook in mijn eigen werkveld best spannend is. Niks is zeker. Ik ben razend benieuwd hoe de wereld er over een paar maanden uit zal zien. Welke livestreams keren nog terug na corona? Welke evenementen hebben gelijk weer budget om ook cameramensen in te huren en welke (nog) niet? Wat doen de kijkcijfers als we er straks weer massaal op uit trekken? We zullen zien... als ik je weer zie.






zaterdag 19 december 2020

regie

 

Benny belde. De regisseur was ziek. Ze hadden hun hele freelancebestand al gebeld en niemand was op korte termijn beschikbaar. Of ik het niet wilde doen. Een vervangende cameraman was wellicht eenvoudiger te vinden dan een regisseur.

Dat was op donderdagavond, tijdens het koken. Zelf heb ik er nog een paar berichten tegenaan gegooid, maar het bleek niet eenvoudig om een geschikte kandidaat te vinden. Ondertussen leek het mij een geweldige kans, en een passend slot van een jaar waarin ik veelvuldig buiten mijn comfortzone moest opereren. Ik besloot de uitdaging aan te gaan. 

Wat had ik te verliezen?

Het betrof een kerstconcert van de Limburgse zangeres Renée van Wegberg met een bigband, op zaterdag, in het theater van Sittard. Geen tijd meer om ergens over na te denken of om me druk te maken. Ik had zes bemande camera’s tot mijn beschikking. Een heuse regiewagen, een audiowagen, een paar assistenten, een zeer bekwame belichter, een schakeltechnicus, een beeldtechnicus, de beste producer van het zuiden en achter me zat een opdrachtgever die mij het vertrouwen gaf en vol overgave de rol van mental coach op zich nam. 

Wat kon er mis gaan?

Zelf heb ik altijd ideeën over hoe iets in beeld gebracht kan worden. Of ik nou naar een programma kijk of er aan mee mag werken, er zijn altijd zaken waar ik een mening over heb. Normaal gesproken is het goed bedoeld en opbouwend, maar ik kan ook wel eens kritisch zijn. Nu ik zelf op de stoel van de regisseur plaats nam, voelde ik opeens dat de lat wel heel erg hoog lag. Zelf daarboven neergelegd. Ik mocht natuurlijk niet verzaken en had voortdurend in gedachten dat alle regisseurs, die ik altijd gevraagd en vooral ongevraagd voorzie van goedbedoelde adviezen, nu met extra aandacht naar mijn broddelwerkje zouden kijken. 

Wat had ik mezelf aangedaan?

Het uitdragen van mijn visie was geen enkel probleem. Dat kan ik. In de opbouwfase hakte ik voortvarend knopen, motiveerde ik de ploeg en sprak bevlogen met de artiesten. Ik voelde mezelf heel erg de regisseur. Ik schoof met camera’s, verdeelde de taken en legde uit waar ik naartoe wilde. Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Alleen toen begon de doorloop… Noem het maar gelijk een generale repetitie. Voor ons was het nog de fase van ‘plaatjes kijken’, lichtstanden doornemen, soundchecken en een stukje teambuilding, maar de band en artiesten hadden alles al tot in de puntjes gerepeteerd. Die konden gelijk gas geven en het tijdschema vroeg daar ook om. 

We repeteerden zoveel mogelijk, maar de kans om dingen nog eens te doen was er niet echt. Ik wilde graag alle nummers zien en probeerde krampachtig grip te krijgen op de situatie. Het ging me allemaal veel te snel en ondanks het feit dat ik de meeste nummers wel kende, zat ik er met mijn overgangen voortdurend naast. We schakelden van een trompettist die net gestopt was met blazen, naar de drummer vlak ná zijn break en van een niet zingende zangeres naar de totaalcamera die op dat moment een kleine correctie maakte. Dit was toch even andere koek dan het registreren van een carnavalsoptocht met vier camera’s, waarbij in principe altijd alles raak is. Bij zo’n bigband moet je eigenlijk een partituurlezer hebben of een dijk van een regieassistente die precies heeft uitgeschreven wie wanneer speelt. Ervaring en vlieguren in de regiewagen, dat helpt ook. 

Maar je moet ook ergens beginnen.

Als na de repetitie iemand tegen me gezegd had dat ik naar huis mocht gaan, dan had ik dat waarschijnlijk als een enorme opluchting ervaren. Ik was nog net niet suïcidaal en stond weer met beide voetjes op de grond. Ik realiseerde me opeens hoe ongelofelijk irritant het is wanneer iedereen, na afloop van zo’n stroef verlopen repetitie, met goedbedoelde adviezen op je af stormt. Iets wat ik als cameraman ook heel vaak doe, maar ik wist zelf op dat moment precies waar het aan schortte. Het is ook dat ik geen haar heb, anders had ik er met mijn handen in gezeten.

Maar er was geen weg terug. Ik moest met beide billetjes bloot. Na het diner begon het concert en van mij werd verwacht dat ik positief bleef en keuzes maakte in rap tempo. Liefst een beetje in de maat, in logische volgorde en ook nog zo tijdig aangekondigd dat cameramensen en schakeltechnicus wisten waar ze aan toe waren. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo nerveus was.

Maar het treintje ging rijden. Ik werd enorm geholpen door de cameramensen en gered door de schakeltechnicus. De opdrachtgever ontpopte zich als verdienstelijk regieassistent. Het zal geen Emmy opleveren en ook geen Rose d’Or, maar we overleefden de opname van de eerste nummers. Na het gespartel in de middag, had ik nu opeens het gevoel dat we gewoon aan het zwemmen waren. Dat gaf de burger moed. Ik sloeg de schakeltechnicus zo hard op de bovenarm dat hij er een blauwe plek aan overgehouden moet hebben, maar ik was dan ook opgelucht. We waren los.

De avond ging veel sneller voorbij dan me lief was. We kwamen steeds beter in de flow. Ik kreeg er heel veel plezier in. En ik had het gevoel dat we echt wel een voldoende scoorden, zeker als een goede editor er achteraf nog even zijn plasje overheen zou doen.

 

Dit was dus allemaal een week geleden. Gisterenavond is het programma uitgezonden bij L1. Dit weekend wordt het nog een paar keer herhaald. Vol spanning heb ik het teruggekeken. Het is een mooi debuut voor mij als regisseur van een muziekprogramma en zeker iets om trots op te zijn. Natuurlijk zie ik ook gelijk een miljoen verbeterpuntjes, maar ik heb het gered. De opdrachtgever is tevreden en ik ben dat zeker. Het was een super leerzame ervaring. Het heeft me een uniek inzicht gegeven, waar ik ook weer een betere cameraman van wordt. Maar het was vooral een kans met een gouden randje. Een dag om nooit, maar dan ook nooit meer te vergeten.





zaterdag 24 oktober 2020

livestream

Dit weekend staat mijn 80e column uit de reeks ‘Point of View’ in BM, hét mediavakblad van Nederland. De titel is deze maand: ‘livestream’: 

                 

‘Livestream’ is het toverwoord dat onze branche door de coronacrisis sleept. Gelijk al in maart hebben veel partijen zich gestort op webcasting en andere vormen van online communicatie met behulp van audio en video. We zijn er inmiddels zo druk mee dat ze zich in Hilversum af en toe al achter de oren krabben, omdat er opeens een tekort is aan goede technici en operators. 

Het schijnt dat er zoveel regiesetjes zijn gebouwd, dat firma’s als Black Magic en Panasonic de vraag naar (remote)camera’s en randapparatuur niet meer aankunnen. We streamen ons suf voor bedrijven, scholen, universiteiten, kerken, muzikanten, kunst- en cultuurinstellingen of evenementen die hun publiek nu niet op een normale manier kunnen bereiken. 

Zelf heb ik inmiddels ook ontdekt dat er nog een hele wereld buiten Omroepland is. Wie zich een beetje wil aanpassen kan daar veel plezier beleven. Je moet nieuwe opdrachtgevers soms een beetje helpen, want zij kunnen nog niet altijd inschatten wat er komt kijken bij het produceren van een afwisselende talkshow, een flitsende online productpresentatie, de registratie van een evenement of een boeiend webinar voor het personeel. 

Zolang je out-of-the-box denkt en zoekt naar creatieve oplossingen, kom je tot verbluffende resultaten. Het is grappig om te zien hoe er nu, deels ook onder druk, slimme constructies worden bedacht. Met een kleinere crew en goedkopere middelen draaien we producties, waarvan we een paar maanden geleden nog riepen dat het onmogelijk was. 

Zelf ben ik op het moment druk met zeven livestreams van klassieke concerten die philharmonie zuidnederland ten tonele brengt. Het kwam op mijn pad, nadat iemand gezien had dat ik een schoolmusical aan het streamen was. Nu heb ik naast camerawerk ook opeens de rol van livestreamproducer. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Sinds maart heb ik deze Pippi Langkoushouding noodgedwongen aangenomen, maar het levert een hoop nieuwe inzichten op. Het is een uitdaging om met beperkte middelen en nieuwe werkwijzen toch een professioneel product aan te bieden. Zo was ik bijvoorbeeld altijd wars van remote camera’s, tot ik dit voorjaar ontdekte dat met deze apparaten projecten te realiseren zijn, waar in het verleden geen budget voor was. Het komt dus niet in de plaats van onze meer traditionele manier van werken, maar het biedt juist mogelijkheden en interessante perspectieven. 

Daarbij heb je altijd weer vakmensen nodig om te komen tot resultaten om trots op te zijn. Dus levert het werk op. Niet alleen voor handige jongens en meisjes, maar ook voor ervaren professionals en specialisten die weten hoe je met een klant om moet gaan en hoe je verwachtingen moet managen. 

Een vaccin zal straks niet alleen het coronavirus bestrijden, maar ook voor een deel de pandemie van livestreams waar we momenteel midden in zitten. Toch is dit fenomeen niet voor iedereen in de AV sector een tijdelijke bezigheidstherapie. De betere webinars, livestreams en andere vormen van webcast behouden ook na het coronatijdperk hun bestaansrecht.





zondag 18 oktober 2020

niemand in de zaal...

 

In de spiegel van de lift zie ik mezelf. Daar sta ik met mijn productiekratje vol water, fris en lekkers. Een harde schijf om het materiaal op te slaan, uitrijkaarten en een dikke map vol printjes van belangrijke mailuitwisselingen. Ik lijk op een producer of projectmanager. Oh, wacht even… Dat bén ik ook. Vandaag in ieder geval wel. 

 

Dit verhaal begint eigenlijk bij één WhatsApp-bericht. Verzonden op vrijdag 13 maart om 17:44 uur, door Jan Miltenburg. Het was helemaal aan het begin van de coronacrisis. Mijn agenda was net leeggeveegd, als gevolg van de eerste coronamaatregelen en daarover had ik een blog geschreven met de ondertitel “Dagboek van een werkloze ZZP’er”. 

Jan stuurde heel snel daarna:

 

Hoi Jan Rein, las net je blog. Heb je volgende week tijd voor koffie?

 

Ik reageerde een paar minuten later en schreef dat ik álle tijd had. We maakten een afspraak. Het is  grappig om te zien wat er allemaal is gebeurd, naar aanleiding van dat ene bericht. Oorzaak en gevolg.

We dronken koffie, spraken over de markt die mij als ZZP’er op dat moment even niet nodig had en we concludeerden dat stil zitten geen optie is. In eerste instantie brainstormden we over het streamen van begrafenissen. Dat leek mij geen prettige business, maar wel goede handel op dat moment. 

Jan is gespecialiseerd in het bedenken van slimme technische oplossingen en liet mij kennis maken met de op afstand bestuurbare camera. Dat vond ik eigenlijk niks, maar nu stond ik opeens overal voor open. En Jan maakte mij zelfs enthousiast. Desondanks wist ik een paar dagen later al dat mijn begrafenissenplan heel goed, maar nog te duur was. Niet getreurd. Jan en ik hadden leuk contact en bedachten samen een plan om schoolmusicals te gaan filmen. Ook dat werd geen groot succes. Welgeteld twee schoolmusicals heb ik uiteindelijk geregistreerd en gestreamd, nadat ik van ongeveer vijftig scholen te horen had gekregen dat mijn idee briljant was, maar het prijskaartje te hoog.

Op mijn blog schreef ik over remote camera’s en mijn avonturen met betrekking tot het registreren van schoolmusicals. Dat leidde er weer toe dat Jo Smeets, een goede geluidsman die ik al jaren ken van mijn werk bij de regionale zender L1, mij belde met het verzoek om eens mee te denken over livestreams voor zijn opdrachtgever philharmonie zuidnederland.  

 

En daar sta ik dan. Met dat productiekratje voor mijn buik, in de lift van het Muziekgebouw in Eindhoven. Het is voor mij een nieuwe rol, maar ik denk dat ik het wel kan. Het team, dat hier vandaag aan het werk is voor de livestream van philharmonie zuidnederland, heb ik samengesteld. Ik heb mogen bedenken dat we deze klassieke concerten het beste met negen camera’s kunnen registreren en ik heb uiteraard besloten dat Miltenburg AV uit Maarssen bij deze productie mijn technische partner-in-crime moest zijn. De begroting, een offerte en de balans staan op mijn laptop.

De eerste keer, drie weken geleden, vond ik het super spannend om de spin in het web te zijn bij zo’n groot project. Nu ben ik een stuk rustiger. Het resultaat van onze eerste twee concertregistraties heeft mijzelf positief verrast. Ik heb gezien hoe ongelofelijk goed de mensen zijn die ik om me heen heb en de afgelopen weken ben ik druk geweest met alle verbeterpuntjes die we nog hadden. De tijdsplanning is beter, iedereen weet inmiddels precies wat er van hem of haar verwacht wordt en we hebben op punten nóg betere apparatuur. 

Ik ben trots.

Vandaag staat alweer het derde concert op het programma. Dit wordt een heel bijzondere dag. Door de nieuwe coronamaatregelen kan er vanmiddag helaas geen publiek aanwezig zijn. Dat is natuurlijk heel verdrietig en voor zo’n groot orkest is het behoorlijk rampzalig dat ze nu niet kunnen optreden voor volle zalen, maar ze zijn gelukkig niet te stoppen. We maken met philharmonie zuidnederland een unieke livestream. Er is straks niemand in de zaal, behalve het orkest. Zelfs de belichter, de moderator en de laatste bemande camera halen we weg. Op het podium zitten maximaal dertig orkestleden, allemaal op minimaal anderhalve meter van elkaar. Zij geven om 16.00 uur een concert, volledig coronaproof. Wij registreren het met negen remote camera’s, die vanuit een andere ruimte worden bestuurd. Het geluid wordt in stereo én in binaural kwaliteit opgenomen. Deze livestream is rechtstreeks te bekijken en te beluisteren via Classic.nl.

Ik weet zeker dat ik dit iedereen die van klassieke muziek houdt nu al warm kan aanbevelen. Aan het einde van deze zondagmiddag, waarop je toch niets veel anders kan doen, wijntje erbij en dan vanuit je eigen luie stoel een uurtje cultuur proeven. 





zondag 6 september 2020

zolderkamerberekeningen

                  

Onze zolder bestaat uit een fijne werkruimte met een uniek uitzicht en een deel ‘achter het schot’. Door middel van een klein deurtje kom je bij de bergruimte onder het schuine dak, waar in de loop der jaren een enorme hoop spullen terecht is gekomen. Zaken die niet meer nodig zijn voor dagelijks gebruik, maar te goed zijn om weg te gooien. Na de vakantie moest ik daar enige orde op zaken stellen, om onze kampeerspullen weer voor een jaar op te bergen. Tijdens het opruimen stuitte ik op een oude ordner waarop ‘DutchView’ stond. Even overwoog ik om deze goed gevulde map gelijk weg te kieperen, want ik ben al elf jaar uit dienst, maar toen klapte hij open.

Mijn oog viel op een offerte van CamCompany, gedateerd 19 november 2003. Het betrof een aanbieding voor een ENG programma met een cameraman, een geluidsman en een standaard cameraset op basis van Digital Betacam. Voor de cameraman rekenden we € 360,- per dag (10 uur uit- en thuis), voor de geluidsman € 296,- en voor de apparatuur maar liefst € 336,-. Dat was in een periode waarin het met dat bedrijf financieel niet voor de wind ging, dus die aanbieding zal scherp zijn geweest. Toch zullen deze bedragen velen in onze branche nog steeds heel vertrouwd in de oren klinken. 

Zeventien jaar later is dit nog steeds wat veel freelancers die via facilitaire bedrijven werken rekenen voor een dag. In zeventien jaar zijn de prijzen voor apparatuur alleen maar afgenomen en de tarieven voor camera- en geluidsmensen slechts een piepklein beetje gestegen. 

Nou ben ik geen econoom, maar met een beetje Googlen vond ik op internet een handige inflatiecalculator, die rekent op basis van de cijfers van het CBS. Daar voerde ik de prijs voor een cameraset uit 2003 in en kreeg met een simpele druk op de knop te lezen dat er nu € 441,65 op het prijskaartje zou mogen staan. Nu kan je stellen dat de apparatuur waarmee we tegenwoordig werken goedkoper in aanschaf is, maar een cameraman die in 2003 al € 360,- kostte zou nu € 473,- moeten factureren, tenminste als we al die jaren wel keurig rekening hadden gehouden met de inflatiecijfers. Verhoudingsgewijs houden we aan een dag hard werken dus veel minder over dan in 2003. Zelfs wanneer je rekent met tarieven tussen € 380,- en € 400,- per dag.

Ik weet dat we nu terecht zijn gekomen in een complexe crisis en dat we blij moeten zijn met elke dag werk die we kunnen pakken. Toch wil ik er op wijzen dat het dus geen verstandige optie is om de komende tijd te zakken met tarieven voor personeel. Wat je weggeeft krijg je er kennelijk niet zomaar bij als het straks weer beter gaat met onze economie. Om ook na deze crisis een enigszins gezonde branche over te houden moeten we nóg slimmer produceren, gaan voor kwaliteit en onze markt desnoods iets laten krimpen. Laten we er wel voor zorgen dat de vakmensen die overblijven genoeg verdienen, zodat zij ook de komende zomer hun campingspullen weer tevoorschijn kunnen toveren om er een paar weken lekker op uit te trekken. We moeten op een gezonde en fijne manier kunnen leven van dit fantastische werk. Vitale en gelukkige mensen maken namelijk de mooiste programma’s.



Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine, hét mediavakblad van Nederland en hij is gepubliceerd in BM 391 van september 2020. 





 

woensdag 26 augustus 2020

Wende's Kaleidoscoop

Het is nog geen tien voor tien als we het nummer Mute Love van Naaz voor de tweede keer zien en horen. Ze staat op de eerste ring van de tribune in Theater Carré. Zelf sta ik een metertje of acht bij haar vandaan, maar met mijn 86x lens kruip ik in de pupillen van haar ogen. Kippenvel. Nu al. Op dinsdagochtend. En we zijn nog maar net binnen. 

De hele crew heeft een bevlogen mail van Wende gekregen, waarin ze het idee achter deze speciale editie van Kaleidoscoop toelicht. Ze wil kunstenaars en artiesten uit verschillende werelden bij elkaar brengen. Elkaar inspireren, uitdagen, verrassen en ontmoeten. Mede door zo’n lief, mooi en niet alledaags mailtje heb ik het gevoel dat wij hier niet staan als tv-crew die een kunstje komt doen, maar we zijn een onderdeel van het proces.    

De hele dag repeteren we. Het theater is rondom gevuld met bijzondere artiesten. Wende, natuurlijk. Die is steengoed. En ze heeft twintig artiesten uitgenodigd die zij hoog heeft zitten. Een gospelkoor, Froukje, S10, Pink Oculus, Naaz en Michelle David. Die kende ik nog niet. Eefje de Visser, Steef de Jong, Eric Corton, Douwe Bob, Torre Florim van De Staat, het Nederlands Danstheater, Conny Palmen, Jenny Arean en Typhoon. Ze doen voor deze gelegenheid allemaal iets speciaals. Out of the box. Een ongebruikelijk nummer of een unieke samenwerking. 

Wij filmen voor de NTR met zes camera’s. Twee lange lenzen, een handheld, een dolly, een crane en een Steadicam. Het is niet veel, maar genoeg om dit feest goed in beeld te vangen. Het betekent ook dat we harder moeten werken dan wanneer je er met tien camera’s staat. Dat houdt ons scherp. We hebben bovendien camera’s met een grote sensor, waardoor het beeld nog mooier wordt.

Ik vind dit prachtig. Dit zijn de projecten waarvoor ik cameraman ben geworden. Het is inspirerend om deel uit te mogen maken van zo ongelofelijk veel verzamelde creativiteit. Alle disciplines tillen elkaar naar een hoger plan. Wende en haar regisseur Michiel van Erp kijken op een andere manier naar de show, het licht en onze registratie dan wij gewend zijn. Hun op- en aanmerkingen zetten televisieregisseur David Grifhorst weer aan tot nadenken. Dat is toch al iemand die van een drol een verrukkelijk gebakje kan maken, maar nu moet hij op zijn tenen. Vervolgens spoort hij ons en de mensen van het licht aan om uit de comfortzone te komen en tot het uiterste te gaan. Zo zetten we in de loop van de dag alle zeilen bij. Licht, camera, beeld, geluid, de opnameleider, de assistenten, de grippers, de focuspuller, de schakeltechnicus, de regisseur, de regieassistent, redactie, productie en natuurlijk de artiesten. Maar de sfeer is buitengewoon goed, het enthousiasme en de dankbaarheid zijn groot. Je ziet het groeien. Er ontstaat iets moois. Met liefde en veel plezier gaat iedereen vandaag naar de top van zijn of haar kunnen. 

Om kwart over zeven start de opname. Het gaat in een ruk door. Alsof het live is. Het liefst doen we niks over en maken we geen enkel stopje. Dat zorgt voor gezonde spanning. Pijn in mijn nek en klamme handen.

Als Wende en Typhoon Laat me niet alleen zingen worden mijn ogen een klein beetje vochtig. Hier op deze historische grond staan allemaal geniale artiesten die door het coronavirus niet kunnen doen waar ze voor gemaakt zijn. Hun sector staat op instorten. En toch zie je de veerkracht of liever gezegd de oerkracht van creativiteit. Het spat er af. Dat zit in hun DNA. Met elkaar iets maken, iets creëren is het aller mooiste wat er is. Dat is wat muzikanten doen, maar ook wat wij doen en waar we iedere keer weer zo blij van worden. Zeker wanneer alles lukt, zoals vandaag. 

Er zijn van die dagen die eigenlijk nooit voorbij mogen gaan. Het gaat zo snel. Het gaat zo goed. Zo heerlijk. Zo zo zo... ik heb er geen woorden voor. Ze knallen het dak er af. Met elkaar halen we even alles in wat we de afgelopen maanden zo hebben moeten missen. Cultuur. We ademen weer. De mensen in deze zaal zijn met elkaar in staat om de wereld echt een stukje mooier te maken. 

Ben ik lyrisch? Dat kan kloppen.

Je moet maar even kijken als het zaterdagavond wordt uitgezonden. Het is de alternatieve opening van de jaarlijkse Uitmarkt. Om 20.10 uur op NPO2. Dan snap je vast wat ik bedoel. 

Het is vijf voor elf als ik over de gracht richting auto loop. Moe, maar oh zo voldaan. Wat een waanzinnige dag. In mijn tas het flesje hydraterende handgel dat we gekregen hebben, met een briefje waarop Wende voor ons geschreven heeft:

“Laten we eindeloos het samenkomen van de verschillen vieren.”

Dat vind ik een heel goed plan.

Wende, bedankt!




foto: Monica Hoogendoorn

vrijdag 21 augustus 2020

Dag, mijnheer Hettinga. Zit mijn haar goed?

 

Ik weet het allemaal nog vrij precies. We hadden een informatieavond voor nieuwe vrijwilligers georganiseerd, in de kleine zaal van de Hanenhof in Geleen. Daar meldde zich een man met een harde G. Iemand met lef en bravoure, zoals wij het bij de Geleense lokale omroep nog niet gewend waren. Een leuke vent, dat zeker. Tien jaar ouder dan ik, dus hij zal 26 of 27 zijn geweest. Het was immers 1987. 

Al snel presenteerde hij de maandelijkse talkshow op de lokale tv, die ik met mijn 16 jaar al mocht regisseren. We maakten ook samen reportages en die werden door zijn kijk op de wereld steeds leuker. Bij de omroep hadden sommige mensen wat moeite met iemand die blaakte van het zelfvertrouwen, maar ik vond dat wel leuk en keek stiekem ook een beetje tegen hem op. Zijn humor nam ik over en wat hij vertelde over muziek, goede films of het gebruik van deodorant sloeg ik op in mijn bovenkamertje. Er ontstond een bijzondere band. We liepen samen de Kennedymars van Sittard (80 kilometer op een dag) en ons absolute hoogtepunt was een reis naar Italië, waar we verslag deden van een Jeugdolympiade, met meer dan 200 jonge sporters uit Geleen.

Op Music was my first love van John Miles, I got you van James Brown en de filmmuziek uit Top Gun reden we in een rode Toyota Corolla, afgeladen met loodzware apparatuur naar Alba in de streek Piëmont. Dat zo’n kleine lokale omroep zich deze peperdure wereldreis kon veroorloven kwam puur en alleen omdat mijn vriend op persoonlijke titel allerlei sponsors had geregeld. Bovendien had hij de publiciteitsgeile burgemeester overtuigd van de noodzaak van onze reportages. Die was natuurlijk ook in Italië en telkens als ik met mijn camera in de buurt kwam, vroeg hij met zijn korpsballerig toontje aan mij: “Dag, mijnheer Hettinga, zit mijn haar goed?“ Je moet weten dat de coupe van de burgemeester van Geleen in die dagen voornamelijk bestond uit één lange grijze lok, die hij dan na een vleugje wind opnieuw over zijn kale hoofd moest klappen. Wij vonden het heel grappig dat de belangrijkste man van onze stad voor zijn imago zo afhankelijk van ons was. 

De vraag ‘zit mijn haar goed’, (uitgesproken op een manier alsof je een gloeiendhete aardappel in je mond hebt) is dan ook al meer dan 30 jaar onze standaard openingszin. Ik had dat al heel lang niet meer gehoord, want ik denk dat we elkaar bijna 10 jaar niet echt gesproken hadden, maar midden in de coronalockdown ging bij mij op een ochtend de telefoon en toen ik opnam hoorde ik aan de andere kant van de lijn niets anders dan: “Dag mijnheer Hettinga…” en wist gelijk genoeg. 

Mijn oude vriend had mijn blogs gelezen, waarin ik opriep om in deze crisistijd eens een ZZP’er te adopteren en hij kon wel een cameraman gebruiken. 

Ik had even gemist dat hij inmiddels een hooggeplaatste functie heeft bij een groot logistiek bedrijf en momenteel druk is met de nieuwbouw van een hypermodern distributiecentrum. Ze zitten nu in de testfase, waarin je goed kan zien hoe indrukwekkend alle automatiseringssystemen in het gigantische gebouw zijn. Dat wilde hij graag vastleggen. Het was bovendien een goede truc om onze oude vriendschapsband aan te halen.

Zo stonden mijn oude maatje en ik afgelopen zondag weer samen te filmen. Voor het eerst in 30 jaar! Mooi om hem weer eens met een statief te zien slepen. De beelden die we maakten waren een stuk scherper en we hadden geen losse U-Matic recorder meer of accu’s in de vorm van een bomgordel, maar verder was het als vanouds. 

Het is bijzonder dat je met sommige mensen zelfs na tientallen jaren gewoon verder kan gaan waar je gebleven was. De buikjes zijn boller, de koppen kaler en de conditie wellicht wat minder, maar als er een goede klik is, kan echte vriendschap ook een radiostilte van tien, twintig of zelfs dertig jaar doorstaan. Makkelijk.




woensdag 8 juli 2020

Sjakie en de Chocoladefabriek

Opeens had ik hét. Mijn gouden ticket voor de coronacrisis. Een plan waarmee ik twee gaten kon dichten. Het gat in mijn persoonlijke begroting en een gat in de markt. 

De schoolmusicalvideo. 

Dit idee ontstond eind april bij ons thuis aan tafel, toen mijn kinderen zich hardop afvroegen hoe het verder moest met de musical van groep 8, in tijden van de anderhalve meter samenleving. Een eurekamoment. Ik zou alle basisscholen van Nederland wel even helpen aan een spiffy livestream.

De volgende morgen belde ik gelijk met eventstream deskundige Jan Miltenburg en met mijn geluidsmaatje Peter Westbroek. Er waren namelijk wel een paar technische problemen die ik even moest tackelen. Op basis van deze gesprekken maakte ik een eerste opzet en met de natte vinger een begroting. Die heb ik voorgelegd aan het schoolhoofd en aan de groep 8 leerkrachten van de school waar mijn dochter zit. Ik moest natuurlijk serieus onderzoeken hoe scholen hier tegenaan keken. Zij waren direct enthousiast.

Nu moest ik vaart maken. Het einde van het schooljaar was al in zicht en door de crisis waren honderden leerkrachten hun plannen voor de eindmusical aan het bijstellen. Ik wilde een simpele website bouwen en een kloppende offerte maken voor een technisch format dat ik op alle scholen zou kunnen uitrollen. Mocht het een succes worden dan kon ik op meerdere scholen tegelijk leveren. Het musicalseizoen is immers kort, maar mijn netwerk groot.

Een dag later lanceerde het facilitair bedrijf United de webpagina ‘Red mijn musical’. Zij hadden blijkbaar precies dezelfde gedachte en waren net iets eerder dan ik. Daar baalde ik even stevig van. Nu leek het alsof ik hun idee ging pikken. Gelukkig had ik een paar getuigen en bovendien zijn er basisscholen genoeg in Nederland.

Na het lanceren van de site en het promoten op social media stond de telefoon roodgloeiend. Er waren inderdaad heel veel schoolleiders, leerkrachten en ouders op zoek naar een oplossing voor hun musical. Ik heb mijn visie wel vijftig keer toegelicht. Alle bellers waren direct enthousiast… Tot ik de prijs noemde. Mijn plan bleek veel kostbaarder dan scholen dachten. Ze hadden bijna allemaal een bedrag van een paar honderd euro in hun hoofd voor een goede registratie en een livestream. Het bleek lastig voor ze om op korte termijn de oorspronkelijke plannen aan te passen, om te schuiven met potjes geld, om aan ouders een extra bijdrage te vragen of een sponsor te regelen. Ik had mijn lat hoog gelegd en wellicht te hoog, maar ik vond het plan zo goed dat ik daar niet vanaf wilde wijken. En iets verkopen is natuurlijk ook een vak apart.

Als ik met slechts één camera, twee microfoons en een simpel livestreamprogramma had willen uitrukken, dan had ik tientallen scholen kunnen helpen, maar er zelf vooral stress van gehad en waarschijnlijk was ik dan de rest van de zomer druk geweest met het afhandelen van klachten.

Uiteindelijk bleef er één school over. De school waar ze mij kennen als bevlogen hulpouder en waar ik niet alleen telefonisch mee had overlegd. Samen hadden we goed nagedacht over de beste oplossing voor de musical en alle opties besproken. Door creatief en flexibel te zijn kon het daar wel. Geen theater, wel een video.

Afgelopen vrijdag hebben we op Apollo 11 in De Meern twee musicals opgenomen. Groep 8a aan het eind van de ochtend en groep 8b in de middag. De voorstellingen staan nu online en beleven de volgende week hun première. Daarna kunnen alle opa’s en oma’s, broertjes en zusjes, ooms en tantes de video ook bekijken en de kinderen kunnen hem downloaden om deze unieke ervaring te bewaren voor de eeuwigheid.

We hebben gewerkt met remote camera’s. Dat vond ik nogal spannend, want mijn expertise zit hem juist in bemande camera’s. Maar nu konden we met slechts drie personen een complete registratie maken met vier camera’s en optimaal geluid. Een goede geluidsman, een livestreamtechnicus/camera-operator en een zelf schakelende regisseur die voor het gemak ook de totaalcamera voor zijn rekening nam.

Als je mij begin maart had gezegd dat ik 120 dagen later deze werkwijze zou omarmen, dan had ik je vierkant uitgelachen, maar nu moet ik bekennen dat ik heel veel mogelijkheden en potentie zie. De opnamen zien er, al zeg ik het zelf, buitengewoon professioneel uit. Zeker voor een schoolmusical. Het is bovendien allemaal goed te verstaan en dat is ook een unicum bij een schoolmusical video. Zeker als je bedenkt dat we op de dag zelf niet veel tijd hadden om iets te repeteren of lang met een soundcheck bezig te zijn.

Ik moet ook zeggen dat ik nergens was geweest zonder mijn partners in crime. Jan Miltenburg heeft me ontzettend geholpen met goed advies en professionele apparatuur. Gijs Takken is een briljante livestream technicus en een razendsnelle remote operator. En Edwin Blom is een geluidstechnicus die uit precies het juiste hout is gesneden voor een klus als deze.

Achteraf ben ik blij dat ik mijn schoolmusicalvideo’s niet goedkoper heb gemaakt, want als je dit goed wil doen is het behoorlijk intensief. Nu heb ik een dag van te voren nog zitten kijken naar de generale repetities, maar als je tien musicals op rij doet, dan kan dat natuurlijk niet. Ook is dit de vorm waar ik zelf het meest vrolijk van word. Het levert echt een registratie op waar mensen naar blijven kijken en die kinderen later nog eens terug willen zien. 

Je zou kunnen stellen dat mijn businesscase niet helemaal succesvol was als ik uiteindelijk slechts twee musicals heb kunnen filmen, maar dat zie ik zelf toch anders. Ik heb er veel energie in gestoken en financieel heeft het (nog) niet zo veel opgeleverd, maar ik heb onwijs veel geleerd op allerlei fronten. Iets over het produceren van video’s, iets over livestreams, iets over het verkopen van een idee, iets over het maken van offertes, iets over efficiency en iets over nieuwe technieken. Het heeft me inzicht gegeven in andere denk- en werkwijzen. Daarnaast ben ik lekker bezig geweest, was ik zichtbaar en heb ik ontdekt dat er in mijn netwerk interessante mensen en bedrijven zitten, waar ik de afgelopen jaren te weinig mee heb samengewerkt. 

Ik hoop dat er het volgend jaar een vaccin is en dat ouders dan weer ouderwets mogen snotteren in buurthuizen en aula’s, terwijl hun kinderen op de planken staan te zweten tijdens de eindmusical. Mocht er dan toch nog iemand een hele mooie registratie van zo’n voorstelling willen laten maken, dan weet ik hoe het moet. En als je een diploma-uitreiking, een klein concert, een theatershow, een opening, een herdenking, een cabaretvoorstelling, een bruiloft, een uitvaart of een bevalling op professionele wijze wil streamen, dan mag je me altijd even bellen voor gratis advies. 



maandag 6 juli 2020

prettig gesprek

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

nr. 38 / dag 123



Twee weken geleden schreef ik over de online sessie van Broadcast Media Society, waar ik het als ‘inbeller’ aan de stok kreeg met Georgette Schlick, de CEO van Fremantle Nederland. We hadden op zijn zachtst gezegd een meningsverschilletje over de tarieven van ZZP’ers in de mediawereld. Schlick zei dat door de crisis budgetten zwaar onder druk staan, er de komende jaren veel minder programma’s geproduceerd worden, dat daarom iedereen water bij de wijn zou moeten doen en er alleen nog werk voor freelancers zou zijn als die bereid waren om flink met hun tarieven te zakken. Ze noemde daarbij een percentage van twintig procent. Ik viel van mijn stoel en schreef uiteindelijk, na een week piekeren, een verhaal waarin ik mijn teleurstelling en ongenoegen niet onder stoelen of banken stak. 

Dat werd door velen in ons wereldje gelezen en leidde met name onder ZZP’ers tot grote ergernis. Al een dag later stond Georgette Schlick op mijn voicemail. Zo had ze het nooit bedoeld. Ze nodigde mij uit voor een kop koffie, zodat ik kon uitleggen waarom het volgens mij niet mogelijk is om met de tarieven van freelance cameramensen te zakken en dan zou zij uitleggen waar de grote producenten op dit moment mee worstelen. Die uitnodiging heb ik uiteraard met twee handen aangegrepen.  

De vorige week maandag spraken we elkaar in Amsterdam. Ik had me super goed voorbereid. Niet vaak heb ik mijn eigen boekhouding zo gedetailleerd bestudeerd. Ook heb ik uitgebreid overlegd met een grote groep collega freelancers en ik heb gesproken met zeer ervaren cameramensen die in vaste dienst zijn. Ik had boekhouders gesproken, uitgezocht wat de winst van RTL in 2019 was en ik wist wat een freelance tegelzetter, stukadoor en automonteur verdienen.

Een groot deel van die bagage bleek overbodig. Om te beginnen bood Georgette Schlick uitgebreid haar verontschuldigingen aan voor de uitspraken die ze had gedaan bij de Broadcast Media Society en dan met name de door haar genoemde 20% tariefdaling. Ze begreep zelf ook wel dat dit niet realistisch is en legde uit dat haar opmerking voortkwam uit frustratie, die zij zelf ervaart door de enorme druk die door de zenders momenteel op de programma budgetten wordt gelegd. Deze budgetten zakken dus wel degelijk met 20%.

Omroepen zeggen dat ze door tegenvallende reclame-inkomsten genoodzaakt zijn om fors te bezuinigen op alle budgetten van producties. Daarnaast zijn er allerlei coronamaatregelen die extra geld kosten, wat niet of slechts gedeeltelijk wordt vergoed. Ook lopen de producenten grote financiële risico’s, omdat door deze pandemie veroorzaakte schade door geen enkele verzekering wordt gedekt. Dat alles nam niet weg dat ze oprecht spijt had van haar veel te koele reactie op mijn hulpvraag namens alle gedupeerde freelancers. 

Alleen was ik niet gekomen voor excuses. Ik wilde heel graag uitleggen hoeveel (of juist weinig) een freelance cameraman aan het eind van alle afrekeningen overhoudt aan een dag filmen. Dat de tarieven voor freelancers aan de facilitaire kant van onze branche al tien jaar lang hetzelfde zijn. Iedere keer als we er net een beetje bij hebben gesnoept moet het er vervolgens weer om een of andere reden vanaf. Soms direct, vaak indirect. Aan de andere kant blijven de kosten stijgen. Onder de streep verdienen we dus ieder jaar iets minder. Ik in ieder geval wel. En dan ben ik nog iemand die vaak te horen krijgt dat ik ten opzichte van veel collega’s een dure jongen ben.

Ik had een heel mooi overzicht bij me met daarop het aantal dagen dat ik vorig jaar heb gewerkt, het aantal weekenden (35!), het aantal verschillende opdrachtgevers, de facturabele uren, mijn omzet, de bedrijfskosten, de kosten voor pensioen en mijn AOV, de belastingen en wat er dan onder de streep overblijft voor mij en de drie aandeelhouders bij mij thuis. Het is een beetje appels en peren vergelijken, maar dat komt aardig in de buurt bij het netto salaris van een ervaren cameraman die in vaste dienst is bij NEP. Of in ieder geval wat ik daar zelf elf jaar geleden nog verdiende. 

Ik heb in zekere zin mijn vrijheden en in ieder geval geen baas waar ik naar moet luisteren, maar het leven van een freelance cameraman is zeker geen vetpot. Voor het bedrijfsrisico dat ik loop krijg ik niks. Het is niet eenvoudig om een buffer (die ik na deze crisis opnieuw moet aanvullen) op te bouwen. Dus in mijn ogen is het onmogelijk om nog te snijden in de tarieven van freelance cameramensen en al helemaal niet in de tarieven van geluidsmensen die sowieso al substantieel minder krijgen. Als je daar in snijdt is het voor die jongens veel lucratiever om een brommertje aan te schaffen en pizza’s te gaan bezorgen. De problemen van RTL, de NPO en alle producenten kunnen wij niet oplossen door weer een beetje water bij de wijn te doen.

Georgette Schlick was het met mij eens. Vervolgens hebben we samen zitten brainstormen hoe we dan de aankomende financiële crisis in Omroepland te lijf moeten gaan. We deelden samen de visie dat er waarschijnlijk minder geproduceerd zal gaan worden, omdat er minder geld in de markt is. En dat wat geproduceerd wordt zal voor een substantieel lager budget gemaakt moeten worden. Als we niet willen dat de makers (daaronder verstaan we dan ook de facilitaire spelers) daarvan de dupe worden, dan zullen we moeten kijken hoe we nog efficiënter kunnen produceren. Wellicht moeten we met andere technieken gaan werken en waarschijnlijk ook met minder mensen.  

Ik vrees dat onze sector gaat afslanken, dat bedrijven kleiner worden en dan blijven er uiteindelijk ook minder freelancers over, maar we moeten er wel voor zorgen dat de mensen die overblijven er ook van kunnen leven. Ervaren, creatieve en innovatieve krachten wil je binnenboord houden, maar dat zijn ook de mensen die als eerste iets anders gaan doen als je blijft rommelen aan hun dagprijzen. Dus moeten we in onze hele sector stoppen met het telkens weer uitknijpen van mensen. Dat geldt overigens niet alleen voor de freelancers, maar ook voor het personeel dat bij facilitaire bedrijven in vaste dienst werkt.

We kwamen samen tot de conclusie dat dit wel makkelijker gezegd is dan gedaan. Ik heb als freelancer last van collega’s die niet verzekerd zijn, geen pensioentje opbouwen en dus eerder kunnen zakken met hun dagprijs dan ik. Hetzelfde geldt voor grote producenten als Fremantle. Zij kunnen ook niet oneindig zakken met hun tarieven. De kleinere producenten feitelijk ook niet, maar uit noodzaak doen ze dat wel, met alle gevolgen voor de facilitaire partijen van dien. En door alle concurrentie is het natuurlijk voor opdrachtgevers op alle niveaus interessant om mensen en bedrijven tegen elkaar uit te blijven spelen.

Juist daarom is het zo ontzettend belangrijk dat we met elkaar spreken. Het gesprek met Georgette Schlick was buitengewoon prettig, verhelderend en in mijn ogen super nuttig. We moeten elkaar blijven vertellen hoe ons speelveld in elkaar steekt. Niet alleen op managementniveau, maar ook af en toe van beneden naar boven. 

Ik was heel blij met de uitnodiging. Natuurlijk zal onze wereld nu niet op slag veranderen en zal het ook niet zo zijn dat Fremantle of een van de andere grote producenten alle cameramensen gaat bellen met de mededeling dat ze vrolijk wat meer mogen factureren, maar ik weet zeker dat Georgette Schlick door dit gesprek anders naar de situatie van de freelancers kijkt. Dat zie ik als grote winst. Onze fittie is zeker niet voor niks geweest.







zondag 28 juni 2020

licht en lucht

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

nr. 37 / dag 115


 

Zie ik het nu goed? Heel voorzichtig flakkert aan het einde van de tunnel een lichtpuntje. Het einde is nog niet in zicht, dus voorzichtigheid is geboden. Schijn kan bedriegen. We zijn er nog niet en nieuwe donkere tunnels kunnen volgen. Het landschap is onoverzichtelijk. Niemand heeft een routekaart. Onze navigatie is op 12 maart uitgevallen en sinds die tijd hapert het systeem. Daar vertrouw ik voorlopig nietmeer op. Intuïtie, gezond verstand en goede gesprekken met verstandige mensen bepalen op dit moment de koers.

Maar…

De maatregelen zijn sneller versoepeld dan een paar weken geleden nog gedacht. Ik hoor dat er weer meer bedrijvigheid is. Offertes worden aangevraagd en de eerste voorzichtige opties staan met potlood in mijn agenda. Er zijn zelfs weer een paar ‘aanvragen op naam’ voor de komende weken. Ik durf de vlag nog niet uit te hangen, maar aan het aantal telefoontjes te merken komt de boel heel langzaam in beweging. 

Of er op korte termijn genoeg werk is voor alle freelance cameramensen betwijfel ik. Zo lang de sport niet op volle toeren draait en grote evenementen nog niet doorgaan zal de vraag beperkt blijven. Bovendien komt de zomerperiode er snel aan. 

Toch hoop ik vurig dat we vanaf nu weer vol gas gaan produceren. Mooie dingen maken, samenwerken, lol trappen en geld verdienen. Elkaar in de ogen kijken, aanvoelen wat die ander denkt en daar op inspelen. Vakmanschap, buffelen en passie. Van niets iets maken.

Misschien is het opportunisme, maar ik ben positief gestemd. Al mijn inspanningen van de afgelopen maanden werpen hun vruchten af. Zestien verschillende opdrachtgevers heb ik sinds het begin van de crisis, waaronder negen nieuwe. Ik heb een paar kleine klusjes gedaan, die ik voor het gemak mee tel, maar er zitten ook een aantal bedrijven bij waarvan ik hoop dat ze mij in de toekomst ook weten te vinden. Het zou de winst van deze crisis kunnen zijn als ik straks iets minder afhankelijk ben van de grote Hilversumse partijen. Risicospreiding is immers belangrijk. 

Deze week heb ik voor Videobrix en Miltenburg AV gewerkt. Twee vergelijkbare bedrijven die wel eens wat doen voor de omroepen, maar daar niet afhankelijk van zijn. Het viel me op hoe dankbaar zij zijn en hoe zij hun best doen om het een ervaren freelancer naar de zin te maken. Wij kunnen elkaar enorm versterken. Ik kon mijn kennis delen en tegelijkertijd veel leren van hun werkwijze. Daar werd ik extreem vrolijk van. De programma’s die we maakten worden niet door miljoenen mensen bekeken en de beschikbare budgetten waren beperkt, maar juist door super creatief te zijn, een beetje rekening te houden met beperkingen en optimaal gebruik te maken van nieuwe technieken hoefde er niet bezuinigd te worden op de tarieven van de hardwerkende mensen achter de schermen. Grappig detail is dat mijn geld binnen een paar uur na het versturen van de factuur al op mijn rekening stond. 

Ik vind hele grote tv-operaties zoals met Koningsdag, de Intocht, de Amstel Goldrace, Pinkpop, de Marathon van Amsterdam, het NK Veldrijden of de Military van Boekelo altijd super spectaculair, maar ik houd ook van klein en fijn. 

Maar goed, ik draaf nu door. Zoals gezegd zijn we er nog niet. Het voelt als dansen op een dun koord, want als ik nu te hard roep dat ik af en toe werk heb, dan krijgen opdrachtgevers wellicht ten onrechte de indruk dat ik onder de pannen ben. En wat denken de collega’s bij wie de telefoon nog niet heeft gerinkeld? Ik vind dat super lastig. Natuurlijk moeten we het werk eerlijk verdelen, maar ik heb zelf ook een enorm gat in mijn begroting. Dus kan ik eigenlijk wel schrijven dat ik alweer wat opdrachten heb? Tegelijkertijd denk ik dat het ook niet slim is om te doen alsof ik zielig ben. 

Ik trek er keihard aan en het komt niet bepaald aanwaaien. Dit is het jaar van de waarheid voor elke ZZP’er. Nu moeten we echt ondernemen. En als we aan het einde van 2020 de balans opmaken, dan hoop ik te kunnen stellen dat ik het (naar omstandigheden) goed gedaan heb. 

 


in de lift...