Posts tonen met het label nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederland. Alle posts tonen

donderdag 2 juli 2026

Tien jaar Wet DBA: soap zonder einde!

 

 

In maart 2016 schreef ik op mijn weblog voor het eerst over de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. Sindsdien heb ik me vastgebeten in dit dossier met brieven, blogs, Kamerdebatten, ministersgesprekken, webmodules en nieuwe namen voor oude problemen. Het leverde mij uiteindelijk een rol op als bestuurslid in de belangenvereniging voor freelancers in de media (FIM). Dat is mooi vrijwilligerswerk, maar deze functie kost meer energie dan het tot nu toe oplevert. Met dank aan de Wet DBA.

 

Het begon tien jaar geleden met een open brief aan staatssecretaris Wiebes, omdat ik als freelance cameraman zag hoe een slecht doordachte wet mijn bestaan ondermijnde. Die brief werd meer dan honderdduizend keer gelezen en leidde tot gesprekken met Kamerleden en de Belastingdienst. Uiteindelijk werd de wet onder druk van een brede beweging van zzp'ers, opdrachtgevers en politici in de ijskast gezet. Ik had mijn kleine steentje bijgedragen.

De kern van het probleem was simpel: de Wet DBA was gebouwd op een arbeidsrechtelijk fundament uit 1907. Het begrip 'gezagsverhouding' bepaalde of iemand werknemer of zelfstandige was, maar in een projectmatige sector als de mediawereld gaat die vlieger niet op. Als een opdrachtgever bepaalt hoe laat ik op de set moet zijn, zou je kunnen stellen dat er volgens de wet sprake is van gezag en dat ik in theorie een schijnzelfstandige ben. Terwijl ik vijftien verschillende opdrachtgevers per jaar heb, mijn eigen AOV betaal en heel bewust heb gekozen voor het ondernemerschap.

Het handhavingsmoratorium werd jaar na jaar verlengd. Ministers erkenden dat het een 'zorgenkindje' was, maar ontweken de fundamentele vraag: Wat is een echte zzp'er? Een webmodule die moest helpen gaf in de helft van de gevallen geen uitsluitsel. In 2023 presenteerde minister Van Gennip de Wet VBAR. 'Gezagsverhouding' heette nu 'inbedding', maar het kwam op hetzelfde neer. Zeven jaar verder en geen stap opgeschoten.

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Je ziet dat hierdoor contracten complexer worden, omdat opdrachtgevers zich tegen elk risico indekken. Daarnaast worden er nieuwe juridische maatregelen bedacht die veel tijd en energie kosten. De enigen die hier beter van worden zijn juristen en fiscalisten. Ondertussen zitten wij vast in juridisch en politiek drijfzand. We blijven oeverloos discussiëren, omdat de wet niet helder is. Alleen een campagne met de boodschap 'Zo kan zzp wél!' lost de onduidelijkheid natuurlijk niet op.

Minister Aartsen belooft nu dat zijn ‘Zelfstandigenwet’ er komt, maar dat duurt nog minstens anderhalf à twee jaar. Ik vrees dat het zelfs langer zal duren, want ook over de plannen voor die zelfstandigenwet zijn de deskundigen niet eensgezind. Dat komt vooral omdat er geen heldere definitie is van wat een zzp’er is of zou moeten zijn. Laten we beginnen met het definiëren van duidelijke categorieën van zelfstandig ondernemers, met de nadruk op ondernemerschap en professionaliteit. Laten we dan ook gelijk stoppen met de besmette term ‘zzp’, want dat gaat er over wat iemand niet heeft (zelfstandige zonder personeel), terwijl je juist zou moeten benoemen wat iemand wél is: zelfstandig professional (zp).

 

Ondertussen blijf ik herhalen wat ik al tien jaar roep: Kijk niet naar de opdracht of de opdrachtgever, maar naar het ondernemerschap van de opdrachtnemer. Als iemand zelfstandig wil zijn, een redelijk uurtarief kan vragen, werkt voor meerdere opdrachtgevers, iets geregeld heeft voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid, aan pensioenopbouw doet en netjes belasting betaalt, dan is die persoon een zelfstandig ondernemer. Volgens mij kan de Belastingdienst dit eenvoudig controleren met een digitale ondernemerscheck. Laat iemand die zonder problemen door zo’n test komt lekker zijn of haar gang gaan. Na al die jaren discussiëren hoop ik nog steeds vurig dat we uiteindelijk uitkomen bij iets wat verdacht veel lijkt op een VAR 2.0. 


Deze column schreef ik voor het vakblad AV&Entertainment Magazine. Het hele julinummer vind je HIER!




maandag 18 mei 2026

VKG 75 jaar

 

Ik was een heimweewelp. Vlak voor mijn tweede zomerkamp brak ik mijn pols, waardoor ik niet aan alle activiteiten kon meedoen. Het moet ergens rond 1980 zijn geweest. De lieve leidsters van Scouting Verkenners Kluis Geleen deden hun uiterste best om het mij naar de zin te maken, maar ze konden niet voorkomen dat ik het liefst naar huis wilde. Ik was zo verdrietig dat ze uiteindelijk mijn ouders belden met het verzoek om mij op te halen. Een jaar later was er niets aan de hand, maar had ik opnieuw weinig zin om vijf dagen op kamp te zijn. Liever speelde ik thuis met Playmobil en Lego. Dus trok ik me terug, vond mezelf extreem zielig en jammerde ik net zolang tot de leidsters opnieuw besloten om mijn moeder te bellen. Die vond dat ik het nog even moest proberen, maar daar had deze eigenwijze welp geen zin in. Nog dezelfde avond werd ik toch voor de tweede keer opgehaald. Eenmaal thuis was alles koek en ei.

Dit wil helemaal niet zeggen dat ik het niet naar mijn zin had bij de Scouting. Ik ging op zaterdag met veel plezier naar de Welpen en later naar de Verkenners. Bosspellen, pionieren met balken en touw, vlotten maken, leren kaartlezen, vossenjachten of speurtochten; ik vond het allemaal leuk en eerlijk gezegd heb ik er ook veel van geleerd. Nog steeds denk ik ‘links over rechts en rechts over links’ als ik ergens een platte knoop in wil leggen. In mijn werk gebruik ik zelfs af en toe de mastworp of de paalsteek. Ik kan makkelijk een fikkie stoken en toen mijn kinderen op de basisschool zaten was ik de meest populaire vader op het moment dat er, tijdens het schoolkamp, hutten gebouwd werden.

Over het algemeen heb ik dus goede herinneringen aan mijn tijd bij de padvinders. De zogenaamde ‘vaderzoon weekenden’ waren heel bijzonder en hebben ervoor gezorgd dat ik heel anders tegen mijn eigen vader en de vaders van mijn vriendjes aan ben gaan kijken. Bij allemaal volwassen mannen, die normaal gesproken altijd met een stropdas om hun nek liepen, kwam ook opeens weer het boefje bovendrijven. Dat maakte op ons als kinderen veel indruk.

Deze week bestaat Scoutinggroep VKG  75 jaar. Afgelopen zaterdag was er een reünie voor oud leden. Op aandringen van mijn zus, die veel langer lid is geweest dan ik, ben ik daar naartoe gegaan. Voor het eerst sinds mijn laatste gesprek met de hopman, waarin ik aankondigde dat ik ermee wilde stoppen, kwam ik terug bij het HK (hoofdkwartier) aan de Lijsterstraat in Geleen. Daar zat veertig jaar tussen. De hopman, die nog gezegd had dat ik altijd terug mocht komen, was er ook. Erik was er. Ben, Mark, Berrie, Rico, Jules en Ilona. Hanny en Marinja. Het was erg grappig om al die mensen na zoveel jaar weer te zien. 

We waren allemaal ouder geworden. De een wat meer dan de ander, maar eigenlijk leek er niet zoveel te zijn veranderd. Dat gebouw rook nog hetzelfde. In het materiaalhok lagen de palen, stonden de petroleumlampen en ik zag de plastic borden waar we op kamp uit aten. Op een tafel lagen de stickertjes die we tijdens Heitje voor een Karweitje bij mensen naast de deurbel plakten als we een klusje voor ze hadden mogen doen. Op grote stapels lagen álle logboeken, waar we om beurten een verslagje in moesten schrijven van de activiteiten die we gedaan hadden. Helaas had ik niet de tijd en rust om een eigen schrijfsel uit die jaren terug te vinden.

Het was een bijzondere avond met mooie verhalen. Het is grappig hoe iedereen zijn eigen momenten onthouden heeft of een geheel eigen draai aan een bijzondere gebeurtenis heeft gegeven. Er waren genoeg ‘oh ja’ momenten. Zo wisten de leidsters uit mijn tijd (Jofie en Marlies) direct weer van mijn heimwee toen ik mezelf voorstelde. Zij vertelden later op de avond over een Bokkenrijderskamp waar ik wel van begin tot het eind bij geweest ben. Hoe heftig sommige spellen waren, met een verrader die we in het pikkedonker de hand moesten schudden en die aan het eind van het kamp opgeknoopt werd. Toen ze het vertelden ging er ook bij mij weer een lichtje branden. Ik kreeg zelfs zin om weer ouderwets op zomerkamp te gaan. Die heimwee is inmiddels wel overgewaaid. Tegenwoordig kan ik heel goed langere tijd van huis zijn. 

Op mijn veertiende ontdekte ik de lokale omroep en moest ik kiezen of ik op zaterdagmiddag hutten wilde bouwen of met televisiecamera’s ging experimenteren. Terugkijkend denk ik dat ik toen wel de juiste keuze heb gemaakt, maar ik snap ook heel goed dat veel van mijn leeftijdsgenoten nog lang bij de VKG zijn gebleven.




donderdag 6 november 2025

7 november 1975 - de Ramp bij DSM

  

In de muurkast op de werkkamer van mijn vader lag, naast de postzegelverzameling en oude Super8 filmpjes, een geluidsband in een grijze plastic box. Op deze Agfa Magnetonband had hij met een lettertang de tekst ‘1 RAMP DSM’ geplakt. Ergens wist ik van het bestaan van deze spoel, want als kind neusde ik graag in zijn spullen. Het was dan ook een klein ‘oh ja’-moment toen ik die band aantrof na het overlijden van mijn vader. Het is een van de dingen die ik niet zomaar weg kon doen en uiteindelijk heb meegenomen. 

Een jaar heeft de band op mijn bureau gelegen. Ik wilde er iets mee doen, al wist ik niet goed wat. Afspelen kon ik hem niet, want ik had geen bandrecorder.

Ramp DSM’ sloeg op de explosie van een Naftakraker bij het bedrijf Polychem tussen Geleen en Beek, dat wist ik wel. Na wat zoeken op internet ontdekte ik dat op 7 november 1975, rond tien voor tien in de ochtend, tijdens het opstarten van de NAK2, een leiding scheurde en zeer brandbaar gas ontsnapte onder hoge druk. De wind voerde dit gas langs hete ovens en zo ontstond een gigantische ontploffing. In de hele installatie ontstonden hevige branden. Twee benzinetanks, elk met een inhoud van vijf miljoen liter, vlogen in brand. Bij deze ramp kwamen veertien medewerkers om het leven. De totale schade werd uiteindelijk geschat op meer dan 100 miljoen gulden.

Wij woonden in Geleen, dicht bij de plek van de ramp. Hemelsbreed ongeveer 2,5 kilometer. Ik was zelf in 1975 slechts drie jaar oud, maar toch heb ik vage herinneringen aan deze dag. Ik speelde buiten en onze hulp in huis was de ramen aan het lappen op het moment van de klap. De deun was gigantisch. De poetshulp lazerde van schrik van haar keukentrapje. Ik weet dat we om de hoek, in de Bachstraat, zijn gaan kijken. Daar waren de voorruiten van alle huizen gesprongen door de gigantische luchtdruk die de explosie had veroorzaakt.

 

Een paar maanden geleden zat L1 presentator, cultuurredacteur en archivaris Tom Doesborg in de radiostudio om een mooi verhaal te vertellen over een oude opname die ze hadden gedigitaliseerd en waarop je een bekende Limburgse artiest uit de jaren vijftig kon horen. Het moest kennelijk zo zijn dat ik precies op dat moment zapte langs de regionale zender. Het gesprek triggerde mij direct en nog tijdens die uitzending heb ik Tom een bericht gestuurd over de band die op mijn bureau lag.

 

Mijn vader werkte zijn hele werkzame leven op een school in Geleen. Wat hij die dag in 1975 precies had opgenomen was mij een raadsel. Zouden ze een opname in de school gemaakt hebben? Waren ook daar de ruiten gesprongen? Had mijn vader zelf voor journalistje gespeeld? Ergens las ik dat alle scholen in Geleen en omstreken voor de rest van die dag gesloten waren. Had hij dan misschien toch bij ons thuis audio-opnamen gemaakt? 

 

Ik mocht de band opsturen naar L1, waar Tom Doesborg zich er hoogstpersoonlijk over zou bekommeren. Ik waarschuwde hem nog dat er inmiddels ook muziek van James Last, Abba en The Carpenters op zou kunnen staan. Of iets van het Geleens Mannenkoor Mignon, maar al een paar dagen later stuurde Tom mij via de mail een link naar de gedigitaliseerde opnamen op de geluidsband van mijn vader.

 

“De politie heeft het verkeersplein Kerensheide bij Geleen voor het verkeer afgesloten. Het verkeer in beide richtingen moet rekening houden met omleidingen. De politie verwacht dat het verkeersplein weer vrijgegeven zou kunnen worden en dat wijst er misschien op dat het toch niet zo rampzalig is als tegen tien uur vanmorgen werd verwacht. Gelukkig valt het mee.”

 

Daarmee begint de opname. Gelijk wordt duidelijk dat mijn vader op 7 november 1975 het radionieuws heeft opgenomen. Alle opnamen bij elkaar duren ongeveer veertig minuten. Het zijn telkens nieuwe bulletins die je hoort. Het begint ergens aan het eind van de ochtend, ik gok om twaalf uur, en het laatste fragment is rond middernacht opgenomen. Waarschijnlijk heeft hij afgestemd op Hilversum 3, de FM-zender waar ‘s avonds ook de programma’s van Regionale Omroep Zuid op te horen waren.

 

Om een uur ’s middags meldt de radionieuwsdienst van het ANP:

 

Een woordvoerder van DSM heeft meegedeeld dat er op het ogenblik geen aanwijzingen zijn dat er doden zijn. Wel zijn er veel gewonden, maar in de meeste gevallen zijn het lichte verwondingen als gevolg van rondspringende glasscherven. Er wordt een telling van het personeel gehouden, die nog niet is voltooid. Tot voor kort hadden negen mensen zich nog niet gemeld.”

 

Drie uur na de explosie is niet helder of er doden zijn te betreuren en hoeveel gewonden er zijn. Op de radio wordt wel al besproken dat Limburg niet op de paniek na een explosie zou zijn voorbereid. Er is in deze regio met zware chemische industrie geen rampenplan. Uit de berichten blijkt dat het chaos is in de hele omgeving van de explosie. Een groot winkelcentrum in Beek is ontruimd en bij een paar flatgebouwen in Beek zijn alle ramen gesneuveld. In Geleen, dat het dichtst bij de rampplek ligt is de schade niet te overzien. De communicatie tussen politie, overheid en DSM wordt slecht genoemd. DSM is telefonisch niet te bereiken, omdat het telefoonverkeer in de hele Westelijke Mijnstreek plat ligt. Hierdoor weet zelfs de Rijkspolitie niet goed wat er aan de hand is en hoe te handelen. De BB (Bescherming Bevolking) is paraat, maar wordt niet ingezet.

 

Het volgende nieuwsbericht is van twee uur. Dan meldt de nieuwslezer van het ANP :

 

De directie van DSM houdt er ernstig rekening mee dat bij de explosie van vanmorgen in het DSM-bedrijf Polychem in Beek doden zijn gevallen. Zekerheid daarover bestaat nog steeds niet. In het ziekenhuis in Geleen waren tegen het middaguur negentien gewonden binnengebracht. Enkele van hen verkeerden volgens een zegsman van het ziekenhuis in levensgevaar. 

Bij Polychem in Beek werken ongeveer drieduizend mensen. Hoeveel van hen in de buurt waren van de ontplofte NAFTA-kraker is niet bekend. Volgens een DSM-woordvoerder kunnen het er niet veel geweest zijn, omdat de kraker volledig is geautomatiseerd. Rond het middaguur werden nog vijftien mensen vermist. DSM probeert deze werknemers, die weggelopen kunnen zijn, op te sporen.

De brand is onder controle en er bestaat geen gevaar meer, aldus de voorlichtingsdienst van DSM.

 

Pas om drie uur, vijf uur na de ramp, is er sprake van één dodelijk slachtoffer.

 

… De voorlichtingsdienst van het bedrijf heeft zojuist bekendgemaakt dat één dode is geborgen. Eerder was de vrees uitgesproken dat verschillende mensen bij de explosie van de NAFTA-kraker om het leven zijn gekomen. De familieleden van de vermisten en de gewonden worden door het bedrijf op de hoogte gehouden. Telefonisch contact met DSM is onmogelijk. Alle lijnen zijn geblokkeerd.

Op een persconferentie van DSM zijn nadere mededelingen gedaan over de toedracht van het ongeluk. Uit de NAFTA-kraker is gas ontsnapt dat daarna ontbrandde en explodeerde. Twee benzinetanks, elk met een inhoud van vijf miljoen liter, vlogen ook in brand. Twee andere even grote tanks werden wel beschadigd, maar kwamen niet tot ontbranding. Het vuur wordt bestreden door de DSM-bedrijfsbrandweer en de korpsen van Kerkrade, Heerlen en Eindhoven. De brand is geïsoleerd, nog onmogelijk te benaderen, maar wel onder controle.

 

Om vijf uur ’s middags is er voor het eerst sprake van dat de explosie aan zeker vier mensen het leven heeft gekost. Op dat moment worden nog steeds elf medewerkers vermist. Ook om zes uur is dit aantal ongewijzigd. In dit nieuwsbulletin wordt vermeld dat het vuur in de brandende Naftatanks zich opnieuw aan het uitbreiden is. 

 

De twee tanks die gevuld waren met een buffervoerraad Nafta branden nog. Zojuist werd bekend dat een van de twee tanks is gescheurd, waarbij zich nieuwe ontploffingen hebben voorgedaan. Dat betekent dat de persconferentie, die om 7 uur gehouden zou worden, vlakbij de plaats waar de brand vanmorgen is uitgebroken na de explosie, dat die persconferentie in de haast verlegd zal moeten worden naar een ander gedeelte van het DSM-complex, namelijk naar het Centraal Laboratorium in Geleen. De kans bestaat ook, maar die berichten heb ik nog niet bevestigd gekregen, dat een gedeelte van de gemeente Beek geëvacueerd zal moeten worden, binnen nu en enkele uren. Er zouden nu vier nafta-tanks branden. Brandweer en ambulances zijn weer opgeroepen.

 

Na het ANP Radionieuws van half zeven ’s avonds begint de dagelijkse uitzending van de ROZ (Radio Omroep Zuid) vanuit Maastricht. Het programma staat in zijn geheel in het teken van de ramp bij DSM. Zij melden direct dat de ramp aan zeker negen personen het leven heeft gekost en dat er nog vijf mensen worden vermist. Van de meer dan zestig gewonden verblijven er op dat moment ongeveer twintig in ziekenhuizen in Geleen, Sittard en Brunssum. Volgens de ROZ is de situatie op het terrein van DSM nog steeds onoverzichtelijk. De brandweer kan niets doen en heeft zich teruggetrokken.

 

Rond middernacht is er sprake van twaalf doden, waarvan de lichamen zijn geborgen en er zijn nog steeds twee personen vermist. Dan hoor je op de opname het Nederlands volkslied. Daarna komt Premier Den Uyl aan het woord die bevraagd wordt over het falende rampenplan, maar volgens zijn informatie (de ministers Lubbers en Boersma hebben die middag een bezoek gebracht aan de rampplek) heeft het rampenplan van de Staatsmijnen wél gefunctioneerd. De presentator zegt dat luisteraars de hele nacht via Hilversum 3 op de hoogte worden gehouden, maar de opname stopt op dat moment.

 

Radio was in die tijd het snelste medium en dus de belangrijkste bron van informatie bij rampen als deze. De opnamen van mijn vader zijn in mijn ogen interessant, omdat je zo terug hoort hoe het nieuws zich in de loop van die dag ontwikkelde. Zeker als je het met onze tijd vergelijkt kwam de informatiestroom in 1975 buitengewoon langzaam op gang en was de communicatie naar met name de burgers in de omgeving van de ramp zeer beperkt. Rampenplannen waren er niet of nauwelijks, ondanks het feit dat die zware petrochemische industrie zo dicht bij woonwijken was gevestigd.

Zelf heb ik de eerste twintig jaar van mijn leven in de buurt van DSM gewoond en dat heb ik altijd wel een beetje spannend gevonden. Hoe klein ik ook was, die ramp heeft zeker indruk op mij gemaakt. Zelfs vijftig jaar later vind ik het nog steeds indrukwekkend als ik over Knooppunt Kerensheide van de A2 naar de A76 in de richting van Geleen langs de fabrieken van Chemelot rijd. Ik kom daar regelmatig en moet dan vaak aan de ramp in 1975 denken. Deze week dus 50 jaar geleden…



Ik hoorde van Tom Doesborg dat L1 Radio op vrijdag 7 november 2025 tussen 09.45 en 13.00 uur fragmenten gaat uitzenden van de opname die mijn vader heeft gemaakt. Dat vind ik echt super. En daar zou mijn vader ook trots op zijn geweest.

 




(ikzelf in 1975, toevallig is deze foto ook genomen, ongeveer op de plek waar ik was toen we de explosie hoorden)


 

 

 

zondag 13 april 2025

belangenvereniging FIM


Op dit weblog heb ik er nog niet eerder over geschreven, maar sinds 26 november 2024 ben ik officieel bestuurslid van de splinternieuwe belangenvereniging ‘Freelancers in de Media’ (FIM). Natuurlijk zijn er heus leukere bezigheden te verzinnen voor in mijn vrije tijd, maar het is ontzettend belangrijk dat we in de mediawereld meer samenwerken om het speelveld eerlijker te maken. Juist nu!

De taart waarvan we eten wordt kleiner door bezuinigingen en het aantal partijen dat er een stukje van wil hebben neemt toe. De concurrentie is groot en tarieven staan onder druk. Dan loop je het risico dat dit probleem voor een deel wordt afgewenteld op de makers en dat zijn over het algemeen al niet de grootste zakkenvullers van Nederland. Daar komt bij dat we te maken hebben met een onvoorspelbare overheid en onduidelijke regels met betrekking tot de inhuur van ZZP’ers. Hoog tijd dus, dat ook de freelancers die werkzaam zijn in de mediawereld en de audiovisuele sector gehoord worden. Dat het eindelijk gelukt is om een serieuze belangenvereniging voor ZZP’ers in de mediawereld op te richten geeft aan hoe nodig het is.

Aangezien ik vaak een uitgesproken mening heb en me al sinds 2016 boos maak over de Wet DBA, was het niet gek dat mensen ook in mijn richting keken toen er werd gesproken over de oprichting van een belangenvereniging voor freelancers. Ik heb even serieus getwijfeld of ik dit wel wilde, maar uiteindelijk mag je niet klagen als je niet ook hebt meegedacht over oplossingen. 


De afgelopen maanden hebben we met het nieuwe en zeer gedreven bestuur keihard gewerkt aan het opzetten van een organisatie. Honderden leden zijn inmiddels ingeschreven en voor die leden maken wij ons hard. De eerste bescheiden succesjes zijn geboekt, maar op dit moment bestaan de belangrijkste werkzaamheden van FIM nog uit zaaien. We voeren vooral constructieve gesprekken. Zo zijn we al bij productiehuizen, omroepen, collega-belangenverenigingen, onderzoekers, juristen en Tweede Kamerleden op de koffie geweest. Bijna overal worden we met open armen ontvangen. Het bevestigd voor ons hoe belangrijk en invloedrijk zo’n belangenvereniging kan zijn. Alleen wordt na elk gesprek onze to-do-lijst wel langer. 

Soms schrik ik wakker van de hoeveelheid taken die nu al op ons bordje liggen. Niet alles kan tegelijk. We moeten prioriteiten stellen. Het schrijven van een belangrijke informatiebrief kost veel meer tijd dan ik gewend was, omdat het toch andere koek is dan een blog of column. Alles moet kloppen en in bepaalde gevallen zelfs worden gecheckt door juristen. Waar ik eerder mijn mails zonder nalezen verstuurde, moet ik nu beter nadenken en mijn teksten nog eens goed doorlezen. Ook is het voor mij wennen dat ik opeens rekening moet houden met de inzichten van collega-bestuursleden. In het verleden kon ik op eigen houtje roepen wat ik wilde, nu spreek ik in bepaalde gevallen ook namens de club. Om nog maar te zwijgen over alle gevoeligheden bij al de verschillende partijen om ons heen. Het is soms dansen op een flinterdun koordje.

Als cameraman neem je vaak in een split second een beslissing en dan maakt het meestal niet zoveel uit of je links- of rechtsaf slaat, áls je maar ergens naartoe gaat. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Zo werkt het niet in het bestuur van een belangenvereniging. Alles wat je uitdraagt wordt op weegschaaltjes gelegd. Razendsnel moeten we onze weg vinden in die nieuwe rol. Wat dat betreft heb ik in een paar maanden tijd meer geleerd dan in de afgelopen vier jaar. 

Het is interessant, maar vooral ook super intensief. Ik heb eerlijk gezegd best wel een beetje onderschat wat er op me af zou komen. Voor mij persoonlijk heeft de wet- en regelgeving rondom ZZP’ers de hoogste prioriteit. We kijken naar de nu geldende spelregels en onderzoeken voortdurend hoe we het werkbaar kunnen houden voor zoveel mogelijk freelance collega’s. De bal ligt in mijn ogen toch vooral bij de politiek. De huidige DBA wet- en regelgeving is en blijft totaal onwerkbaar! Hoe ik er ook naar probeer te kijken. Er is niemand die per opdracht zekerheid vooraf kan geven. Wel zijn er een hele hoop juristen die willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan al die complexe vrijwaringsbedingen die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt onze wereld niet eenvoudiger en zeker niet leuker.


Op dit moment wordt er in Den Haag op twee sporen gewerkt aan een oplossing. Aan de ene kant gaat minister van Hijum door met aanpassingen aan de Wet VBAR en aan de andere kant is VVD kamerlid Thierry Aartsen druk met een eigen wetsvoorstel. Dat voorstel wordt gesteund door D66, CDA en SGP. Ikzelf zie het meeste in de voorstellen van Aartsen, hoewel die nog niet helemaal zijn uitgewerkt. Zijn plannen geven meer duidelijkheid vooraf en ze zijn ook best streng voor de ZZP’ers zelf. Zo wordt er gesproken over een verplichte arbeidsongeschiktheidsregeling en dat iedere freelancer iets moet regelen voor zijn of haar pensioen. Persoonlijk vind ik dat een goede ontwikkeling. Er zijn in mijn ogen te veel freelancers die helemaal niks geregeld hebben en dus in de basis goedkoper kunnen zijn dan collega’s die elke maand eerst een aantal dagen moeten werken voor hun AOV en pensioen. Bovendien is het nogal risicovol dat sommige mensen hier helemaal niet over nadenken.


Het einde van deze soap is voorlopig niet in zicht. En mocht het hele DBA/VBAR gedoe straks wel zijn opgelost, dan zijn er nog genoeg andere zaken in Omroepland waar de FIM zich mee kan bemoeien. Als ik mijn steentje kan bijdragen dan zal ik dat doen, ook al is het geen eenvoudig vrijwilligersbaantje.


 



 

woensdag 2 april 2025

Vernieuwde Wet VBAR nog steeds niet helder genoeg

 

Morgen, donderdag 3 april 2025 vanaf 14.30 uur, vergadert de Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag met minister Eddy van Hijum en ook de staatssecretaris van Financien Tjebbe van Oostenbruggen is aanwezig. Het zal gaan over handhaving van de Wet DBA, over het Uber-arrest van de Hoge Raad en over de plannen voor de aangepaste Wet VBAR, die per 1 januari 2026 moet ingaan. Voor veel ZZP’ers in Nederland staat er heel wat op het spel. Zeker voor mij en veel van mijn collega’s in de mediawereld.

 

Film-, radio-, online- of tv-producties zijn bijna altijd kortlopende projecten, waarbij professionals uit alle disciplines -van cameraman tot regisseur en van redacteur tot editor- bij elkaar komen om een project tot een succes te maken. Is alles gedraaid? Dan gaan redactie en crew door naar een volgende opdracht. Het is heel gebruikelijk om van de ene naar de andere opdrachtgever te hoppen. 

Het aanbod van werk is nooit constant. Als een omroep, streamingsdienst of zender besluiten een nieuw programma te kopen wordt daarvoor pas een team geformeerd. Wanneer het een succes is komt er een vervolg, maar vallen de kijkcijfers tegen, dan verdwijnt het programma eerder dan gepland. Organisaties moeten super flexibel zijn en razendsnel kunnen op- of afschalen met personeel. Daarom is de mediawereld een sector waarin van oudsher zeer projectmatig en dus met veel freelance creativelingen wordt gewerkt.

Dit is precies waarom in 1994 specifiek voor deze sector de OVAV-verklaring in het leven werd geroepen. Deze Ondernemers Verklaring AudioVisuele branche bood zekerheid aan opdrachtgevers met betrekking tot de zelfstandigheid van freelancers. In 2002 is de OVAV vervangen door de VAR. Dat werkte prima. Pas toen in 2016 de VAR werd afgeschaft door de Wet DBA ontstond een onwerkbare situatie. De huidige regels zijn niet helder genoeg voor een sector die absoluut niet zonder een dikke flexibele schil kan. 

DBA heeft alleen maar voor chaos gezorgd. Opdrachtgevers willen zeker weten dat ze het juridisch en belastingtechnisch goed doen. Zij zitten niet te wachten op problemen achteraf. Laat staan op boetes of premies die opeens toch nog betaald moeten worden. Ook ZZP’ers moeten vooraf duidelijkheid hebben om hun eigen onderneming op een gezonde wijze te kunnen voortzetten. Bij de huidige wetgeving kan je op geen enkele manier echte duidelijkheid vooraf krijgen. Opdrachtgever en opdrachtnemer worden geacht om bij iedere nieuwe opdracht met elkaar ‘holistisch’ te kijken naar verschillende criteria en maar hopen dat de belastingdienst het er uiteindelijk bij een eventuele controle achteraf mee eens is. Dit voelt alsof je samen voor een stoplicht staat met een hele regenboog aan tinten rood, oranje en groen en zelf maar moet bepalen op welk moment je gaat rijden. Alleen staat aan de overkant van de weg wel een flitspaal, die op een willekeurig moment kan afgaan. 

Vanwege de huidige wet- en regelgeving ontstaan er momenteel veel onwenselijke situaties in de mediawereld.  Zo kan een freelancer de ene opdracht met een gerust hart als ZZP’er uitvoeren, maar moet dezelfde persoon bij een volgend project voor een korte periode in loondienst. Door deze ‘hybride’ situatie komen zelfstandigen juist in de problemen. Het is onmogelijk om een goede arbeidsongeschiktheidsregeling in stand te houden, als je de ene periode op contractbasis werkt en vervolgens weer een paar maanden als freelancer werkt. Dit geldt ook voor het sparen voor een goed pensioen of wanneer iemand een buffer wil opbouwen, om korte perioden zonder werk te overbruggen. Veel dienstverbandjes die in Omroepland te vinden zijn, gelden slechts voor een paar maanden en bieden dus totaal geen zekerheid. Opdrachtgevers kunnen en willen in de meeste gevallen geen vaste dienstverbanden voor onbepaalde tijd aangaan, maar ook de freelancers willen dat helemaal niet. Zij kiezen juist voor de vrijheid om zelf te bepalen welk project creatief gezien bij ze past. 

 

Morgen zal de minister nieuwe plannen voor de Wet VBAR presenteren. Dat is de vorige week aangekondigd in een kamerbrief. Daarin stelt minister Van Hijum voor om ‘ondernemerschap’ als volwaardig criterium mee te nemen bij de beoordeling of een bepaalde opdracht mag worden uitgevoerd door een freelancer. Dat is de uitkomst van het Uber-arrest en een belangrijke stap in de goede richting. Persoonlijk denk ik dat daarmee mijn eigen winkeltje wel veilig is, maar de beoordeling van al die verschillende arbeidsrelaties blijft een ingewikkelde zaak. Misschien wordt het zelfs nog complexer. Nagaan of een ZZP’er een ‘echte’ ondernemer is vereist immers informatie over de freelancer die opdrachtgevers en controlerende instanties nu niet zomaar beschikbaar hebben. Daar moet nog een goede oplossing voor gevonden worden. Er is nog steeds niemand die per opdracht vooraf zekerheid kan geven. Wel zijn er een hele hoop arbeidsjuristen die graag willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Daar komen ook allemaal complexe vrijwaringsbedingen vandaan, die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt de wereld van de ZZP’er niet eenvoudiger. Terwijl die V in VBAR nou juist staat voor Verduidelijking…

 Ik persoonlijk zou de good-old OVAV-verklaring graag weer van stal halen. Of misschien toch terug naar een soort VAR, met heldere eisen waaraan elke ZZP’er moet voldoen. Beoordeel de opdrachtnemer en niet de opdracht of de opdrachtgever! Dat roep ik hier overigens al sinds 2016…


Ik kijk uit naar het debat morgen. Heb goede hoop dat de grootste spanning van dit dossier afgehaald zal worden, maar vrees dat het einde van deze soap voorlopig niet in zicht is. 







woensdag 19 februari 2025

Kinderdijk

 


Jaarlijks cross ik zo’n 40.000 kilometer kriskras door ons fijne kikkerlandje. Dankzij mijn afwisselende werk kom ik op de gekste, de mooiste en meest bijzondere plekken. Waarschijnlijk heb ik bovengemiddeld veel theaters, concertzalen, voetbalstadions of sporthallen, fabrieken, musea, natuurgebieden en gemeenten in Nederland gezien, maar toch zijn er nog hotspots die ik niet eerder heb bezocht. Zo staat het Van Goghmuseum hoog op mijn ‘te-doen-lijstje’ en ook het eiland Terschelling. Tot deze week was ik bijvoorbeeld ook nog nooit in Kinderdijk. Honderden keren ben ik op de snelweg A15 langs het bordje gereden en foto’s van die beroemde molens heb ik wel een miljoen keer voorbij zien komen, maar met eigen ogen had ik ze nooit bekeken. 

In Parijs rijd ik om voor een foto van de Eiffeltoren, in Londen wil ik altijd even de Big Ben zien en als ik in New York ben moet ik op Empire State Building staan. Al deze toeristische attracties heb ik vaker bewonderd dan ons eigen Unesco Werelderfgoed. Dat Kinderdijk nog steeds op de verlanglijst stond, knaagde zo dat ik onlangs besloten heb om er serieus werk van te maken. 

Het is voor mij als zzp’er toevallig even een wat rustigere periode en dus had ik tijd om iets voor mezelf te ondernemen. Daarom heb ik besloten om afgelopen dinsdag extreem vroeg op te staan en naar Kinderdijk te rijden. Al voor zeven uur in de ochtend liep ik, zwaar bewapend met fotocamera en al mijn lenzen, van een parkeerplekje naar een van de bekendste fotosplekken van ons land. Met behulp van Google Earth had ik wat research gedaan en dus wist ik precies hoe ik moest lopen. Het was steenkoud en nog aardedonker, maar toen ik na een kleine kilometer wandelen op mijn bestemming arriveerde en het statief uitklapte, kleurde de lucht aan de horizon heel langzaam rood.

Om 07.49 uur zou de zon opkomen. Het was een heldere ochtend. Als professioneel fotoamateur ging ik optimaal gebruik maken van het ‘golden hour’. Vastberaden om het perfecte plaatje te maken, ook al was mijn missie allesbehalve origineel. Op de ideale positie was het gras compleet verdwenen, omdat daar waarschijnlijk dagelijks fotografen met statieven staan. In het laatste kwartier, voor de zon boven de horizon uit zou piepen, arriveerden nog drie personen met camera’s en telelenzen op hun buik.

Het meest bijzonder was een meneer met rode jas en rode muts die pal voor mij ging staan. Deze artiest had totaal niet in de gaten dat het steigertje, waarop hij al zijn spullen uitpakte, onderdeel was van mijn compositie. De voorgrond, zullen we maar zeggen. Totaal verbouwereerd moest ik toezien hoe hij gewoon zijn gang ging, terwijl je aan zijn prijzige uitrustig kon aflezen dat deze meneer wel zou moeten begrijpen wat de voor en de achterkant van mijn camera waren. Ik liet hem even zijn gang gaan, omdat de zon toch nog niet te zien was. Pas toen het eerste randje van de zon zichtbaar was zei ik zo vriendelijk mogelijk dat hij in mijn kader stond en dat ik al een tijdje op dit moment wachtte. Eigenlijk rekende ik erop dat hij zich gelijk zou verontschuldigen, maar dat gebeurde niet. Hij zei iets van ‘Ja, nou?’ en ging vrolijk door met zijn eigen missie. Ik kon twee dingen doen. Deze ikke-ikke-ikkeman in het water duwen of toch even een iets andere positie kiezen. Hij heeft geluk gehad. Er is al genoeg gedoe in deze bizarre tijd en de brutalen hebben inderdaad de halve (of zelfs bijna de hele) wereld.

Om kwart over acht had ik ongeveer 75 kiekjes van deze fotogenieke plek gemaakt. Allemaal met net een ander standpunt, een andere lens of een iets andere belichting. Tijd voor de nabewerking en vooral om eerst weer op te warmen in mijn auto. Ik kon zo aansluiten in de ochtendspits, maar Kinderdijk kan van de bucketlist. 



vrijdag 4 oktober 2024

50 jaar lokale omroep

 



 

Deze foto is genomen in augustus 1988, bij het Drumbandtreffen in Geleen. De camera’s van lokale omroep START stonden opgesteld in de Groenstraat, voor de deur van de Hanenhof. Zo konden ze, met camerakabels die slechts 25 meter lang waren, vanuit de vaste regie in de kelder van het cultureel centrum, een live-uitzending van de voorbijtrekkende fanfares verzorgen. De vrijwilligers hadden in die dagen slechts twee van deze Sony DXC-3000 camera’s tot hun beschikking. Eentje liep, voor zover de kabel het toeliet, op straat en de andere stond vast tussen het publiek naast de hoofdtribune. 

De knappe cameraman in kwestie was op dat moment net 16 jaar oud. Zijn eerste vriendinnetje had het net een paar dagen eerder uitgemaakt. Voor de zomer was hij geslaagd voor de MAVO en in september zou hij naar 4 HAVO gaan. Twee jaar eerder had hij zich gemeld als vrijwilliger bij de beginnende lokale omroep. Daar hadden ze niet helemaal in de gaten dat hij nog zó jong was en bovendien waren alle handjes welkom. Aanvankelijk mocht hij alleen berichtjes schrijven voor de kabelkrant, maar niet veel later maakte hij promotie tot nieuwslezer tijdens de zondagse radio-uitzendingen. Het was hem echter te doen om de video-apparatuur ter waarde van 100.000 gulden, die net met subsidie van de gemeente was aangeschaft. De magere jongen in dat rode T-shirt, met dat ‘hippe’ witte sportbroekje en die te hoog opgetrokken witte sokken in Kangaroos-gympies, had slechts één droom: Hij wilde bij de televisie. 

Hoewel de vader van die jongen nog tegen hem zei dat filmen een leuke hobby was, maar dat hij toch beter een echt beroep kon uitzoeken, stond onze hoofdpersoon met zijn neus vooraan toen de dozen met splinternieuwe camera’s, loodzware videorecorders, monitoren, een simpele beeldmenger en wat randapparatuur werden uitgepakt. Hij wilde er alles van weten. Al zijn vrije tijd stak hij in de lokale omroep. Het enige studieboek dat hem wel interesseerde was het Basisboek Televisiemaken.

Een paar wat oudere jongens, die bij de ziekenomroep waren begonnen, sloten de boel aan en gaven op maandagavond videocursus. Op een van die avonden kwam Ivo Palmen langs. Een gewone Geleense jongen, die in die dagen net bij de NOS in Hilversum was begonnen als cameraman. Dàt was het grote voorbeeld. En Ivo bleek ook nog eens een superaardige en zeer behulpzame vent te zijn. Hij gaf de piepjonge vrijwilliger de eerste inzichten mee over kadrering, inzoomen en schepstellen. Hij liet de knul inzoomen op een deurstijl en vervolgens de scherpte verleggen naar de kalender die verderop aan de muur hing. Hoewel het allemaal heel simpel en basaal was ging er een hele wereld open. Vanaf dat moment wist hij zeker dat hij ook cameraman wilde worden. Hij wilde net als Ivo naar Amsterdam, Aalsmeer en Hilversum.

Avonden, dagen, weken, maandenlang heeft hij in de studio van Lokale Omroep START gespeeld met camera’s en de montageset. Natuurlijk werden er langzaam maar zeker steeds vaker serieuze programma’s gemaakt, maar tussen de bedrijven door werd er ook van alles uitgeprobeerd en nagedaan. Als bij de Soundmixshow van Henny Huisman een cameraman zijn camera tijdens een loopje 180 graden om zijn as kon laten draaien, dan werd dat de weken daarna in de kelder van de Hanenhof tot in den treure geoefend. Net zolang tot het tijdens een carnavalsoptocht in de praktijk gebracht kon worden. De lokale omroep was een grote speeltuin. Ondertussen maakte de algemene ontwikkeling van de jongen in het rode T-shirt grote sprongen vooruit door de onderwerpen die hij ging filmen en monteren, maar vooral ook dankzij de meer volwassen mensen waarmee hij samen moest werken. In Geleen kenden veel mensen de jongen met de camera. Zelfs de burgemeester reageerde altijd een beetje nerveus als hij in beeld moest en zei dan standaard: ‘Dag meneer Hettinga, zit mijn haar goed?’ 

 

Met veel plezier kijk ik naar die foto van mezelf in dat rode shirt. Een quartz horloge om mijn pols en die zonnebril zo cooltjes mogelijk om mijn nek. Het is mooi om te zien hoe geconcentreerd ik daar ben. Een kist om op te staan en een zelf gefabriceerde zonnekap aan de viewer. Van Gaffa tape had ik nog nooit gehoord. Het was ook in de tijd dat ik nog niet liep te klagen als ik met zo’n statief moest werken. 

Het is inmiddels 37 jaar geleden. Tot op de dag van vandaag vind ik camerawerk net zo stoer en leuk om te doen als die zondagmiddag in 1988. Het gaat nooit, maar dan ook nooit vervelen.





dinsdag 17 september 2024

Operatie Mesch

 

Het Zuid-Limburgse grensdorp Mesch was op 12 september 1944 het eerste stukje Nederland dat werd bevrijd door de Amerikaanse troepen. De 30e Old Hickory divisie bereikte de grens in de ochtend. In de heuvelachtige velden rond het dorp hadden de Duitsers zich ingegraven en op de speelplaats van de school stond een mitrailleur. Het café van de familie van Hoven diende als Duits veldhospitaal. 

Er werd enkele uren hevig gevochten. De Amerikaan Leonard Hoffman sneuvelde bij de grenspaal en wordt gezien als de eerste Amerikaan die tijdens de bevrijding van Nederland om het leven is gekomen.

Na een paar uur werd het stiller. Jef Warnier, de schoolmeester van Mesch, kwam uit zijn kelder en zag de eerste Amerikanen door de straten lopen. Hij begroette ze met de woorden: 'Welkom in Nederland' en ruilde later een potje inkt voor een pakje sigaretten.

 

Het was de vorige week precies 80 jaar geleden. De viering van de bevrijding van Mesch was de nationale start van '80 jaar vrijheid'. Het komend jaar zullen er veel evenementen rond de bevrijding van Nederland plaatsvinden. De Koning en Koningin waren speciaal naar Limburg gekomen. Ze reden, samen met de 99-jaar oude veteraan Kenneth C. Thayer, in een oude Amerikaanse legerjeep over de veldweg waarlangs de Amerikanen in 1944 ook naar Mesch waren getrokken.

De NOS heeft dit evenement live-uitgezonden en die avond nog een programma gemaakt over het begin van de bevrijding van ons land. Met een team van ongeveer dertig personen hebben we ons uiterste best gedaan om alles zo goed mogelijk te registreren. Deze productie werd echter een bijzondere operatie, die wij ons nog lang zullen heugen.

Al begin juli hadden we een locatiebezoek gedaan. In het veld bedachten NOS-regisseur Jan de Roode en ik waar we de camera’s moesten positioneren om met name het ritje van ongeveer 600 meter met die oude legerjeep zo mooi mogelijk in beeld te brengen. Dit moment zou het visuele hoogtepunt van de dag worden. Beelden voor de eeuwigheid, die waarschijnlijk nog vaak uit de archieven gehaald zullen worden. We kwamen tot twee draadloze camera’s, waarvan er eentje bij de grenspaal zou staan en eentje kon meerijden met de stoet. Midden in een aardappelveld planden we nog een camera. In het dorp zou een veertig meter hoge hoogwerker zorgen voor de verbindingen en omdat het kon wilden we daarin ook een camera hebben, met een extra lange zoomlens. Tot slot bedachten we dat een drone iets kon toevoegen.

Alles leek in kannen en kruiken tot twee dagen voor de grote dag bekend werd dat onze professionele drone uit veiligheidsoverwegingen toch niet mocht opstijgen. Een grote teleurstelling, maar gelukkig hadden we onze hoogwerker nog. Die moest ons plan redden en dus heb ik op de bouwdag, voorafgaand aan de opnamedag, uitgebreid getest hoe de beelden vanuit het bakje van de hoogwerker er uit zouden zien. Niets werd aan het toeval overgelaten.

Maar op de dag zelf wilde de moderne Chinese hoogwerker opeens zijn wielen niet meer uitschuiven. Die moesten juist voor stabiliteit zorgen. Hierdoor weigerde het apparaat zijn arm omhoog te laten gaan. Wat de ervaren bestuurder ook probeerde, hij kreeg het niet voor elkaar. Ondertussen tikte het klokje vrolijk verder en miste onze cameraman de generale repetitie. Die liep ook een beetje in de soep, omdat de intercom in het verre veld niet werkte zonder antennes in de lucht.

Er werd een monteur opgetrommeld, maar omdat het hele dorp was afgezet voor de veiligheid kon deze niet zomaar met zijn bus bij de hoogwerker komen. Jessica Stam, de televisieproducer van dienst, trok alles uit de kast en regelde samen met de organisatie van het evenement politiebegeleiding. Weer een half uur later scheurden twee politiemotoren met een blauwe service bus door het dorp. Via de laptop van de monteur werd de hoogwerker gekoppeld aan de server van de Chinese fabrikant. Aan de andere kant van de wereld zouden allerlei sensoren worden gereset. Het leverde echter niets op. De monteur deed zijn uiterste best en trok de hele trukendoos open. Hij belde met collega’s, trok kabels los en kwam steeds een piepklein stapje verder, maar de hoogwerker ging niet omhoog.

De ochtend ging voorbij en om 13.40 uur zou de live-uitzending beginnen. We maakten ons serieus zorgen over de intercom en het hoge shot. Zonder drone én zonder hoogwerker zou de uitzending zeker niet worden wat we ervan verwacht hadden. De regisseur had de hoop al min of meer opgegeven, maar de producer niet. Dan moest er maar een nieuwe hoogwerker komen. Ze belde, en belde, en belde en uiteindelijk had ze beet. Er was er net eentje klaar bij Chemelot in Geleen en rond 13.15 uur zou die er kunnen zijn. De vraag was of dat echt zou lukken, of hij door de drukte nog het dorp in kon komen en of wij zo snel alle apparatuur konden ombouwen van het ene bakje in het andere bakje. Maar wat moest, dat moest…

Ondertussen bleef de monteur proberen. Ik had het idee dat het hem nog zou lukken om de defecte hoogwerker aan de praat te krijgen. Waarschijnlijk precies op het moment dat de nieuwe hoogwerker de straat in zou rijden. Het bleek ijdele hoop.

Exact om 13:15 uur zag ik in de verte opnieuw de politiemotoren de straat in rijden, met daarachter een grote vrachtwagen. Dát is wat je noemt: ‘een stukje productie van de bovenste plank.’ De defecte hoogwerker moest snel plaats maken in de smalle straat. Wij stonden met een team van acht man klaar om de camera, een paar zenderrekken, kabels en antennes om te bouwen. Het leek wel een perfecte pitstop van Max Verstappen. Spanbanden los, lens van de camera, kabels aan de kant, klemmen met antennes er af… Het ging allemaal razendsnel. Alsof het afgesproken werk was. Ondertussen werden de stempels van de vrachtwagen uitgeschoven en landde het nieuwe bakje op de straat. Daar kon de camerabeugel weer worden ingehangen, vastgesjord en de camera opnieuw opgebouwd. Dat was het moment waarop ik naar mijn eigen camerapositie moest hollen. De uitzending stond op het punt van beginnen. Het was maar de vraag of de hoogwerker op het juiste moment op zijn positie was en of met name alle verbindingen dan ook zouden werken. 

Hoorden de cameracollega’s aan de andere kant van de heuvel onze regisseur? Kwamen de beelden vlekkeloos binnen en was mijn uitgebreide briefing van de cameraman in de hoogwerker voldoende om in een keer te snappen waar hij moest kijken?

Ja! 

Een zucht van verlichting ging door het hele team.

Ondanks de gebrekkige repetitie en alle gedoe in de ochtend maakten we een uitzending volgens plan. De techniek werkte uitstekend. Zonder ‘fladders’ in beeld kwam de Koning aan in Mesch. De tegenslag maakte deze productie alleen maar mooier en zorgde ervoor dat iedereen die erbij was deze dag in Limburg nooit meer zal vergeten.

Met een goede crew kom je uiteindelijk het verst. Hulde voor de vastberaden producer die niet wilde opgeven. Zij verdient een lintje, maar ik ben vergeten om dat tegen de Koning te zeggen toen die schuin voor mijn camera zat. Complimenten voor al mijn collega’s, die deden wat ze konden doen en ongevraagd een paar stappen harder gingen lopen toen dat nodig was. Of, zoals Generaal George S. Patton het in de Tweede Wereldoorlog zei: ‘Je bent nooit verslagen, totdat je het toegeeft.’





 

 

maandag 29 juli 2024

Wetgeving met betrekking tot ZZP'ers, een gebed zonder eind...

 

Het is de verwachting dat er de komende maanden veel onrust zal ontstaan rondom de invoering van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Dit wetsvoorstel is in juni door de vorige minister van Sociale Zaken naar de Raad van State gestuurd. Zij zullen advies uitbrengen over dit concept. Met die feedback kan de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Eddy van Hijum (NSC), deze wet nog aanpassen, voor hij hem naar de Tweede Kamer stuurt, maar in het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof staat dat onze huidige regering van plan is om door te gaan met de Wet VBAR. Als Van Hijum deze wet voor behandeling naar de Tweede Kamer stuurt en de kamerleden akkoord gaan, dan kan deze wet rond 1 januari 2026 van kracht zijn. Gek genoeg gaat de Belastingdienst al per 1 januari 2025 handhaven op schijnzelfstandigheid op basis van de huidige regels. Niet helemaal helder of dat nou nog de Wet DBA is of al de Wet VBAR. Het komt voor een belangrijk deel op hetzelfde neer en kan in het werkveld tot chaos en paniek leiden. Dat is voor niemand goed en daarover maken opdrachtgevers en ZZP’ers zich op dit moment serieus zorgen. 

 

Om het helemaal uit te leggen moeten we even terug naar het begin:

Op dinsdag 27 september 2016 schreef ik op dit weblog een open brief aan staatssecretaris Wiebes, waarin ik op heldere wijze aangaf dat veel ZZP’ers onbedoeld het slachtoffer dreigden te worden van de net ingevoerde Wet DBA. Daarbij nam ik mezelf als voorbeeld. Binnen enkele uren ging dit betoog viraal en al snel hadden meer dan 90.000 mensen het verhaal aangeklikt. Ik haalde de krant en het RTL Nieuws. Het leidde tot een lange reeks discussies over deze totaal onwerkbare wet, die was gebouwd op drijfzand. 

Tweede Kamerleden als Steven van Weyenberg en Mei Li Vos wilden met me spreken. Op verzoek van de staatssecretaris werd ik uitgenodigd door twee hoge heren van de Belastingdienst, om te vertellen over mijn functioneren als ZZP’er. Daar kreeg ik te horen dat ik eigenlijk een voorbeeldig zelfstandig ondernemer ben. Tijdens een door Pieter Omtzigt georganiseerde hoorzitting in de Tweede Kamer mocht ik met een aantal ZZP’ers uit andere branches mijn verhaal doen voor alle Kamerleden die ZZP in hun portefeuille hadden. Een paar dagen later moest Wiebes onder grote druk zijn Wet DBA in de ijskast zetten. Ik zeg zeker niet dat dit mijn verdienste was, maar een kleine steen heb ik wel bijgedragen in mijn eentje.

Daarna zijn verschillende ministers en staatssecretarissen druk geweest met dit dossier, maar nooit is helder geformuleerd welke verschillende typen ZZP’ers er zijn. Ze zijn altijd allemaal op een grote hoop gegooid. Van de armlastige pakketbezorger tot de zwaar overbetaalde interimmanager. Nooit is er gekeken wat een echte ZZP’er is, waarom die er zijn en waaraan deze zouden moeten voldoen.

Door toenmalig staatssecretaris Menno Snel en minister Wouter Koolmees ben ik een paar keer gevraagd om hierover op het ministerie mee te denken, maar uiteindelijk werd ik als eenmanslobbyist niet langer uitgenodigd. Wel bleef ik het nieuws rond de Wet DBA op de voet volgen en plaatste ik hierover regelmatig stukjes op mijn website, wanneer ik dacht dat dit relevant was voor collega ZZP’ers. 

Telkens weer bleek de term ‘gezagsverhouding’ het grote struikelblok in de wet en regelgeving. In Den Haag bedachten ze dat alles opgelost zou zijn als ambtenaren dit woord zouden ‘herformuleren’. 

Om schijnzelfstandigheid nu eindelijk te voorkomen is de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de proppen gekomen met de Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). Gezagsverhouding heet nu ‘inbedding’, maar het verdrietige nieuws is dat het op precies hetzelfde neer komt. We zijn acht jaar (!) verder en helemaal niets opgeschoten. Nog steeds kijkt de wetgever liever naar de aard van de opdracht en controleert ze liever de opdrachtgever, dan dat ze bereid is om te beoordelen of een ZZP’er wel écht een zelfstandig ondernemer is. Met een beetje pech komt de Wet VBAR het komend jaar door de politieke molen en zitten opdrachtgevers en ZZP’ers met exact dezelfde onzekerheid als in 2016, ten tijde van de Wet DBA. Het zal onherroepelijk leiden tot grote chaos in heel veel bedrijfstakken. Verschillende branches zullen in grote problemen komen, omdat die nou eenmaal afhankelijk zijn van grote flexibiliteit op piekmomenten. Niet in de laatste plaats de audiovisuele sector.

Wat de Wet VBAR behelst heb ik het vorig jaar op 11 oktober al uitgelegd in een blog. Daarin werden collega ZZP’ers opgeroepen om in actie te komen. Het was tijdens de internetconsultatie, een periode waarin het volk kon reageren op de ‘nieuwe’ plannen van minister van Gennep. Buitengewoon veel ZZP’ers, opdrachtgevers en belangenverenigingen hebben toen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het wetsvoorstel van de minister, maar het lijkt er sterk op dat ze totaal niet geluisterd heeft naar alle feedback uit het werkveld. 

 

Dit is een ontwikkeling waar de meeste ZZP’ers zich zorgen over moeten maken. Mijn opdrachtgevers zijn inmiddels ook ongerust over deze nieuwe wet, omdat het hierdoor heel lastig zal worden om van ZZP’ers gebruik te blijven maken. De NOS heeft hierover inmiddels een bijeenkomst georganiseerd met al haar freelancers en aangekondigd dat ze serieus nadenken over het stoppen met de inhuur van een grote groep freelance journalisten, producers en regisseurs.

De facilitaire bedrijven in de audiovisuele sector hebben onlangs de AFN opgericht, een branchevereniging die opkomt voor de gezamenlijke belangen van deze bedrijven. Zij hebben met elkaar iemand aangenomen die als woordvoerder op zal treden. Om onze branche goed te kunnen vertegenwoordigen wil de AFN een serieuze gesprekspartner zijn voor de overheid en instanties als het gaat om regelgeving. Ook de AFN maakt zich inmiddels ook grote zorgen over de aankomende wetgeving rond de inhuur van ZZP’ers.

Om een gezamenlijke en eenduidige stem naar buiten toe te hebben, denk ik dat het belangrijk is om eens goed na te denken over het oprichten van een vergelijkbare belangenorganisatie voor ZZP’ers in de audiovisuele sector. Een vereniging of stichting die ervoor moet zorgen dat ZZP’ers, die werkzaam zijn aan de technische kant van de mediawereld, beter geïnformeerd worden en vooral gehoord worden. Alleen als wij ons organiseren zijn wij een serieuzere gesprekspartner voor officiële instanties en de overheid.

Denk niet aan een vakbond die de barricaden op gaat en strijdt voor hogere vergoedingen. Het doel moet vooral zijn om te werken aan een eerlijk speelveld en namens de ZZP’ers aanschuiven bij de AFN, omroepen, producenten en de politiek als het gaat over zaken die ons aangaan. Het moet ook een instantie zijn die ZZP’ers bewust maakt van hun eigen verantwoordelijkheden als ondernemer. Het kan namelijk een wereld van verschil maken als we elkaar beter informeren over belangrijke zaken die er spelen.

 

Op initiatief van een goede collega heb ik onlangs om tafel gezeten met een kleine club ZZP’ers die zich allemaal zorgen maken. Het doel was om te brainstormen over zo’n AV ZZP belangenvereniging. In het verleden is al een paar keer gebleken dat het niet eenvoudig is om zoiets op te richten en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Toch willen wij onderzoeken of er onder freelancers in de audiovisuele sector voldoende draagvlak is voor een belangenvereniging, omdat het de komende tijd behoorlijk kan gaan stormen. Als er voldoende interesse is, kunnen we misschien een vereniging oprichten en een bestuur samenstellen, dat vervolgens op zoek gaat naar een persoon die (net als George Freriks bij de AFN) het gezicht en de woordvoerder van deze federatie wil worden. Deze persoon moet iemand zijn met kennis van zaken, diplomatieke vaardigheden, een groot netwerk en enige statuur. Waarschijnlijk moeten we zo iemand een aantal dagen in het jaar inhuren. Daarmee kom je gelijk bij het punt dat het geld zal kosten als we dit serieus willen aanpakken. De vraag is of ZZP’ers hiervoor willen betalen en hoeveel? 

Om te ontdekken of dit plan een kans van slagen heeft hebben wij een online enquête opgesteld en we vragen aan collega ZZP’ers of ze deze willen invullen. Begin september zullen we bekijken of en hoe we hiermee verder gaan, maar er is een voorzichtig beginnetje gemaakt.




 

 

 

zondag 28 juli 2024

Vitamine O

 

 

 

‘Vandaag is vitamine voor je ogen!’ Dat zei zaterdagmorgen een Antilliaanse mevrouw in Rotterdam tegen mij. Ze zat op een campingstoel te wachten op het Zomercarnaval. Koelbox erbij, gevuld met ijsblokjes en mierzoete drankjes. De lippen knalrood gestift en ze droeg haar zondagse hoed. Met haar familie zat ze al uren voor de bonte stoet zou arriveren in de Witte de Witstraat, waar wij onze camera’s aan het opbouwen waren. Vitamine voor de ogen. Ik vond het een mooie uitspraak. ‘En…’ voegde ze er nog aan toe, ‘Jij bent wel getrouwd, maar je ogen niet!’ Ik moest weer lachen, maar besefte mij op dat moment nog niet half waar ik terecht gekomen was. 

Ik durf te stellen dat er niemand in Nederland is die meer optochten heeft gefilmd dan ik. In 1987 was ik nog kabel assistent, maar al in 1988 maakte ik bij de registratie van de Geleense carnavalsoptocht mijn debuut als cameraman met de handcamera voor Lokale Omroep Start. We zijn 36 jaar verder en ik tientallen defilés van veteranen en schutterijen, Brabantse Dagen, bloemencorso’s en natuurlijk carnavalsoptochten. Als je allround bent kan je maar beter zelf een specialisme verzinnen. Alleen het Zomercarnaval stond nog niet op mijn lijstje. Tot deze week. Ik mocht invallen voor een onfortuinlijke collega die geblesseerd is.

Het Zomercarnaval is een jaarlijks evenement in Rotterdam en het is oorspronkelijk een feest van de Antilliaanse gemeenschap. Het is in de zomer, omdat de manier waarop onze Caribische immigranten carnaval kennen niet bepaald past bij de tijd van het jaar waarin wij in Nederland carnaval vieren. Maar wie in Brabant of Limburg nog durft te beweren dat ze boven de rivieren geen carnaval kunnen vieren, die moet toch echt een keer gaan kijken in Rotterdam. Ik was binnen vijf minuten overtuigd. En die mevrouw langs de kant van de weg moest ik groot gelijk geven met haar ‘vitamine voor de ogen’. Wat een feest, wat een kleuren en wat een vrolijk makend spektakel! Niet alleen de cameraman in mij werd blij van dit visueel spektakel.

Terecht dat de NOS hier elk jaar uitgebreid aandacht aan besteed en eerlijk gezegd vond ik al snel dat een programma van een klein uur eigenlijk niet voldoende is. Deze optocht verdient het best om door de publieke omroep live uitgezonden te worden, al is het op een livestream. In deze tijd van polarisatie zou het zelfs goed zijn als heel Nederland verplicht een paar uurtjes naar deze uitbundige bende moet kijken. Vitamine voor de vrije geest. Hoe fijn is het om te zien dat mensen zo lekker uit hun dak gaan en dat ze schijt kunnen hebben aan alles. Lachende mensen zijn altijd op hun mooist. Mensen die soepel bewegen ook. En dan al die kleurrijke kleding. In veel gevallen was het behoorlijk schaars. Ik begreep opeens waarom alleen mijn ogen op deze dag even niet getrouwd konden zijn. Maar ook mannen en vrouwen met een niet zo strak lichaam durfden zich in deze outfits ongegeneerd te tonen aan het publiek. Ook dat gaf een mooi gevoel van vrijheid. Het plezier spatte er aan alle kanten vanaf. Als cameraman hoefde ik nauwelijks mijn best te doen om mooie shots te draaien. Waar mensen nog wel eens grappen dat ze niet blijven plakken op film, kropen ze hier massaal dwars door het beeld heen. Jong en oud.

Vitamine voor de ogen. Ik dacht, ik noem deze blog Vitamine O, maar zocht wel eerst even op of ik dan niks geks zou schrijven. Bij Vitamine O staat dat ze deze gebruiken voor het verbeteren van de concentratie, het geheugen en alertheid, maar ook bij het verlichten van depressie. Nou, daar is Zomercarnaval allemaal goed voor, dus het zal wel kloppen.

Ben ik enthousiast genoeg? Ik hoop natuurlijk dat mijn geblesseerde collega het volgend jaar gewoon weer deze klus kan doen, maar ben blij dat ik voor haar mocht invallen.