Posts tonen met het label olympische spelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label olympische spelen. Alle posts tonen

zondag 22 februari 2026

laatste loodjes


We zijn er bijna. Vanavond worden in Verona de Olympische Spelen afgesloten en dan zit het er ook voor mij op. De afgelopen drie weken zijn voorbijgevlogen. Het interview met Antoinette Rijpma de Jong was vrijdagavond de laatste bijdrage vanuit onze NOS studio bij TeamNL. Daarna zijn we in vliegende vaart begonnen met het ontmantelen van deze ruimte. Dat kon niet anders, want inmiddels zijn in Superstudio Piu de voorbereidingen begonnen voor de Milan Fashion Week. 

Met pijn in het hart heb ik mijn werkplek van de afgelopen weken afgebroken. Ik ben van deze kleine studio gaan houden. Het was een hele fijne setting om onze Olympische medaillewinnaars te ontvangen. Ze zijn er, op een paar na, ook allemaal geweest. Ze vonden het leuk om bij de NOS te gast te zijn. De sfeer was telkens heel ontspannen. We hebben ons best gedaan om er ook iets speciaals van te maken voor de sporters die voor of na het interview in onze studio gehuldigd werden bij onze buren van TeamNL.

Op deze manier hebben wij laten zien dat je met minder mensen en middelen toch mooie televisie kan maken. Het werken met regie op afstand en met remote camera’s was voor sommige collega’s nog een onbekende setup, maar het heeft inmiddels geleid tot nieuwe inzichten. Natuurlijk hebben we ook geleerd voor een volgende keer, want het kan altijd beter. Al denk ik dat de gemiddelde kijker daar niets van gemerkt heeft. 

Gezien alle bezuinigingen waar we de komende jaren mee te maken krijgen, zullen we vaker gebruik moeten maken van nieuwe slimme technieken. Ik denk dat het ook kan, als je de juiste mensen inzet en zolang op redactioneel-, productioneel- en facilitairgebied alle neuzen dezelfde kant op staan. Wat dat betreft hebben we de afgelopen weken op locatie met een heel prettig team samengewerkt. Ik ben er trots op dat ik daar een onderdeel van mocht zijn.

Bij gebrek aan studio zijn we zaterdagmiddag met Jens en Melle van ‘t Wout naar het plein voor de Duomo in Milaan gegaan om met deze twee shorttrackhelden terug te kijken op hun Olympische Spelen. De enorme bos met medailles om hun nek klingelde mooi. Het werd een gezellig uitje met twee super vriendelijke topsporters. Ik denk dat de reportage die we draaiden over 20 jaar nog wel eens uit het archief gehaald zal worden als een of ander programma de hoogtepunten van de Winterspelen in 2026 wil belichten.

Aan het eind van de middag zag ik Jorrit Bergsma en Marijke Groenewoud hun gouden plakken winnen tijdens de massastart. Daarmee werd het schaatstoernooi voor Nederland supermooi afgesloten. Deze twee medaillewinnaars hebben we later op de avond nog voor de camera gehad, toen we een laatste bijdrage verzorgden vanuit het compleet ontmantelde TeamNL huis.

Vanavond mag ik hier in Milaan, namens de NOS, de Olympische vlam gaan uitblazen. Ik verzorg, samen met Jeroen Stomphorst, nog één kruisgesprek met de studio in Hilversum en dan is het echt klaar. 

Morgen weer naar huis.

 






vrijdag 20 februari 2026

kruisgesprek


Bijna elke ochtend, aan het begin van de lange Studio Sport uitzendingen rondom de Olympische Spelen, heeft Jeroen Stekelenburg vanuit Milaan een kort live-gesprek met de presentator van dienst in Hilversum. Hij vertelt dan over het schaatsprogramma van de dag en of er nog nieuws te melden is. Soms heeft hij aan zijn zijde een analist, die nog even kan duiden waar de kijker in het bijzonder op moet letten. 

Deze zogenaamde ‘kruisgesprekken’ faciliteer ik. Heel ingewikkeld is het niet, maar iemand moet het doen. Het is deze weken vaak het begin van mijn dag. De ene keer wat vroeger dan de andere. We gaan hiervoor met drie man op pad. Jeroen, Matthijs van de redactie en ik. Samen kiezen we een locatie. We hebben het al een paar keer in de schaatshal gedaan, een paar keer daar buiten en twee keer bij de Olympische vlam in de stad. Soms is de keuze simpel, omdat we een analist nodig hebben die op dat moment bij de trainingen op de schaatsbaan is. Ook hebben we al eens voor een overdekte locatie gekozen, omdat het hard regende. 

Ik heb een camera bij me, het statief en een rugzak met daarin microfoons, kabels en de LiveU. Dat is een kastje, ongeveer even groot als een broodtrommel, waarin een stuk of zes simkaarten zitten. Dit apparaat maakt van het beeld en geluid uit de camera een digitaal pakketje en verstuurt het razendsnel over het draadloze 5G netwerk. Met een vertraging van ongeveer 1,5 seconde is het in Hilversum. Hiermee kan je dus overal waar je bent een relatief snelle verbinding maken, zonder de hulp van satellietwagens of vaste glasvezelaansluitingen. 

Zo’n LiveU wordt veel gebruikt voor nieuws- en actualiteitenprogramma’s. Je zet het aan, kiest (in overleg met de Mediaroom in Hilversum) een kanaal en drukt op ‘start’. Een kind kan de was doen. Er zit zelfs een mogelijkheid op om de uitzending vanuit Hilversum terug te halen en die te tonen op een kleine monitor. Daarvoor heb ik bovenop mijn camera een klein scherm, zodat Jeroen kan zien of hij in beeld is. Bovendien kan hij zo meepraten met een titelkaart of beelden die vanuit de regie in Hilversum worden ingestart.

Om ervoor te zorgen dat Jeroen ook de regie en de presentator van dienst kan horen gebruiken we een mobiele telefoon. In dit geval een hele oude Nokia 1316. Daar kan je niks aan kapot maken en de batterij gaat lang mee. We prikken er een ‘oortje’ in en bellen naar een telefoonnummer dat correspondeert met het kanaal dat we op de LiveU gekozen hebben. In Hilversum zetten ze op die lijn een zogenaamd N-1 signaal. Dat spreek je uit als ’n min een. Het is een terugluistersignaal, waarop je alle audiobronnen van het programma hoort, behalve jezelf. De N staat voor alle bronnen (zoals presentator, gasten, reportages, muziek of de leaders) en -1 is de persoon die het signaal ontvangt. Dit is van belang, omdat de verslaggever op locatie anders de hele tijd zichzelf met vertraging terug hoort en dat is heel irritant. 

Zo’n ‘crosstalk’ moet de kijker het gevoel geven dat we erbij zijn en bovenop het nieuws zitten. De afgelopen week hadden we een paar keer het geluk dat er vlak voor we live gingen iets bekend werd dat het vermelden zeker waard was. Dan is zo’n gesprek extra relevant. Dat geeft ons het gevoel dat we niet voor niks op tijd zijn opgestaan en naar de andere kant van de stad zijn gereden voor een mooi plaatje.





donderdag 19 februari 2026

Lucky

 

Sommige mensen hebben áltijd geluk. Je bent natuurlijk al een enorme geluksvogel als je voor de NOS naar de Olympische Spelen mag, maar helemaal als er ook nog tijd over is om (zonder camera) naar sport te gaan kijken. Deze week kon ik zomaar een ochtendje Shorttrack meepikken en de volgende dag kreeg ik de kans om de ijshockeywedstrijd Duitsland – Frankrijk te zien. 

Begin jaren ‘90, toen ik nog in Geleen woonde, ging ik in de winter elke zondagavond naar het ijshockey. De Smoke Eaters speelden dan tegen de Panda’s uit Rotterdam, de Flyers uit Heerenveen, de Tilburg Trappers of de Tigers uit Nijmegen. Het was vaak goed voor een hoop spektakel en een leuk avondje uit. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze sport mijn aandacht heeft en als ik voor mijn werk naar ijshockey mag is dat altijd speciaal. Nu bij de Olympische Spelen wilde ik dan ook heel graag eens een wedstrijd op hoog niveau meemaken. 

De wedstrijd Duitsland – Frankrijk paste mooi in ons schema en dus ging ik samen met twee collega’s op tijd op pad. Het grootste en belangrijkste ijshockeystation hier in Milaan is de Santa Giulia Arena. Deze splinternieuwe venue is net (of eigenlijk nog net niet) af en wordt voor het eerste gebruikt tijdens de Olympische Spelen. Het is een hal die je zou kunnen vergelijken met de ZiggoDome in Nederland. Er is tijdens concerten ruimte voor 16.000 bezoekers, maar nu zijn er een kleine 12.000 zitplaatsen. De ijsvloer is tijdelijk en er speciaal voor de Olympische Spelen ingelegd. 

Vanaf ons hotel aan de noordkant van de stad was het ruim zeventig minuten reizen met het openbaar vervoer. Halverwege, vlak voor we in het centrum van Milaan moesten overstappen van de tram op de metro, ontdekte ik dat mijn telefoon die nacht niet goed was opgeladen. Het snoertje had kennelijk geen contact gemaakt. Ik had minder dan 20% batterijvermogen over. Mijn iPhone zou hoogstwaarschijnlijk het einde van de wedstrijd niet halen. Dat is knap lastig, want betalen doe ik met mijn telefoon, de reisapp (met gratis vervoer voor Olympisch personeel) staat op mijn telefoon en ik zou in geval van nood niet meer bereikbaar zijn voor de redactie van de NOS. 

Normaalgesproken ga ik altijd supergoed voorbereid op pad. Ook hier in Italië heb ik een powerbank en meerdere oplaadsnoeren. Een deel ligt op mijn hotelkamer en een deel bij mijn vaste werkplek in de studio bij het TeamNL huis. Mijn rugzak was uitgerust met fotocamera en allerlei accessoires, maar dus niks om mijn telefoon mee op te laden. Superstom, vond ik zelf. Moest ik nu terug naar het hotel en dus de ijshockeywedstrijd missen?

Toen bedacht ik me dat bij beide ijshockeystadions Nederlandse collega’s van Broadcast Rental aan het werk zijn. Zij verzorgen de verbindingen voor alle draadloze camera’s. In Santa Giulia zit Bram Giskens. Die moest ik hebben. Ik stuurde hem een berichtje en binnen een paar tellen had ik al een antwoord. Hij had zeker een Apple Lightning-kabeltje voor mij en ook wel iets om tijdens de wedstrijd mijn telefoon mee op te laden.

Met mijn Olympische pas kon ik eenvoudig het terrein op waar een grote Nederlandse televisietruck staat, die de Olympische coverage van het ijshockey verzorgt. Daarnaast, in een nog af te bouwen parkeergarage, vond ik de Portacabin van Broadcast Rental en de altijd vriendelijke Bram. Hij had zijn collega Mika al richting de ingang van het stadion gestuurd om mij te vinden, maar dankzij een draadloze intercom was die snel terug.

Ik kreeg een camerabatterij met een USB-C aansluiting en een passend oplaadsnoertje voor mijn telefoon. Nog nooit had ik zo’n dikke powerbank. Met een gerust hart kon ik hoog in het stadion plaatsnemen op de speciale tribune die gereserveerd is voor Broadcasters. Al in de eerste periode was mijn telefoon weer half vol.

De wedstrijd tussen Duitsland en Frankrijk was er niet een van heel hoog niveau en echt spannend is het nooit geworden. Wel was het een unieke ervaring om eens in een stadion met meer dan 10.000 mensen te kijken naar Olympisch ijshockey. Het orgeltje, de snelle bewegingen van de spelers op het ijs en een paar hele mooie acties maakten ook indruk op de collega’s waarmee ik op pad was. Ik vond het verrassend dat je vanaf de bovenste tribune de puck nog steeds kan zien. De sfeer in het stadion was heel vriendelijk en sportief. Uiteraard keek ik mijn ogen uit naar de vele camera’s. Telkens als het spel even stil lag schoten twee cameramensen op schaatsen het ijs op. Dat moesten wel ex-ijshockeyers zijn en ik begreep later van Bram dat het Canadezen zijn, die inderdaad veel ervaring met deze tak van sport hebben. 

Duitsland won uiteindelijk met 5-1. Inmiddels zijn ook zij al uitgeschakeld in het Olympisch toernooi.  De Broadcast Rental powerbank redde het om mijn telefoon weer op 100% te krijgen voor het einde van de wedstrijd. Toch handig als je overal in de wereld mensen kent, die bereid zijn om je even te helpen als dat nodig is.

Ik was een gelukkig mannetje.





donderdag 12 februari 2026

Linking Professionals

 

De voorkant van Hotel Raffaello in Milaan is niet bepaald uitnodigend. De kamers zijn verder prima, maar de gevel is flets groen. Het is gebouwd in de jaren zestig of zeventig, in een stijl die zeker niet past bij de kunstenaar Raffaello. Ik heb niet de indruk dat ze er de afgelopen jaren nog veel aan gedaan hebben. De vlaggen van verschillende landen boven de ingang zijn allemaal verkleurd door de zon. Er staan een paar gammele tafeltjes met overvolle asbakken. Met de nodige fantasie zou je in deze rokersplek ook een klein terras in kunnen zien. 

Het is deze week onze ontmoetingsplek geworden. Hier treffen de technische ploeg uit het IBC (International Broadcast Centre) en de crew van de NOS studio bij het TeamNL huis elkaar aan het eind van de avond. Als wij met een busje vanaf de andere kant van de stad arriveren, zitten de collega’s, die op loopafstand werken, al met koude biertjes op ons te wachten. Overdag hebben we veel contact met elkaar over spreeklijnen, maar het is toch fijn dat je elkaar ’s avonds nog even in de ogen kan kijken.

 

Mijn directe opdrachtgever deze maand is de firma Broadcast Rental. Zij leveren voor de NOS de alle techniek in het IBC, in de studio bij het TeamNL huis en op het analistenplatform bij het Shorttrack. Ook verzorgen zij de verbindingen van en naar alle locaties. Dat is nogal complex en voor mij niet uit te leggen, want het gaat over heel wat audio- en videolijnen die heen en weer lopen. In het IBC staan hele grote schermen. Al deze beeldschermen zijn weer verdeeld in zoveel kleine beelden dat het je gaat duizelen als je ernaar kijkt. Het toverwoord is echter ‘verbinden’ en dát is waar de jongens van Broadcast Rental goed in zijn. Zowel op technisch vlak als op persoonlijk vlak. Dat laatste is wat ik wel weer begrijp en waarvoor ik veel waardering heb.

Het NOS-ploegje van Broadcast Rental bij de Winterspelen in Milaan bestaat uit twee cameramensen, twee geluidsmensen, een beeldtechnicus en twee technici. Over die laatste drie wil ik het graag even met jullie hebben: Rick, Max en Daniel. Ik ken ze nog niet supergoed, want ik ben nu voor het eerst met ze op reis. Wat ik wel weet is dat het jonge mannen zijn die werkelijk alles kunnen. Wat zij technisch aan elkaar knopen is dus voor mij niet te bevatten. Als ik een vraag stel, waarvan ik zelf denk dat het een ingewikkeld vraagstuk is, dan hebben zij na een paar seconden al een antwoord. Meestal is het dan ook gelijk geregeld of -van afstand- opgelost. ‘Nee’ is een woord dat zij niet vaak gebruiken. Op die manier maken ze hier veel mensen vrolijk en dat zijn ze zelf ook de hele tijd. Zelfs na lange inspannende dagen in een kantoor vol beeldschermen, zonder daglicht en in voornamelijk warme aircolucht. 

Ik vind ons hele cluppie erg prettig, maar Rick, Max en Daniel verdienen al na ruim een week samenwerken een gouden medaille. Zij zijn sociaal, grappig, behulpzaam en supergezellig. Eigenschappen die goed van pas komen als je drie weken met elkaar op pad bent. Zij trekken dus ook de kar wat betreft de gezellige dagafsluiting met een biertje op de stoep voor ons hotel. Even frisse lucht happen. De slogan van Broadcast Rental is ‘Linking Professionals’ en dat zijn zij in alle opzichten. ’s Avonds laat zijn het (op een leuke manier) ‘Drinking Professionals’ en dat wordt hier ook zeer gewaardeerd. 


 



woensdag 11 februari 2026

Pieken op het juiste moment...

 

Een paar dagen geleden had ik de mazzel dat ik, tussen mijn werkzaamheden door, vanaf de tribune naar het schaatsen kon kijken. Het was voor mij de eerste keer dat ik zonder camera bij een schaatswedstrijd was. Los van de mooie sport kan ik het als cameraman dan niet laten om ook af en toe te kijken naar mijn collega’s langs de baan. Bij deze winterspelen is het weer een Nederlands team dat het Olympisch schaatsen in beeld mag brengen voor de hele wereld. 

Niet ver bij mij vandaan stond een zeer gewaardeerde collega achter een camera met een enorme telelens. Ik ken hem goed, want we doen veel projecten samen, maar ik had hem nog nooit zo rustig kunnen observeren tijdens zijn werk. Hij was zichtbaar gespannen. Zijn mimiek sprak boekdelen. De cameraman beet op zijn lip en keek supergeconcentreerd in zijn zoeker. Hij was helemaal in zijn focus en had niet door dat ik vanaf een metertje of tien zat te kijken. De ene grimas was nog mooier dan de andere. Tussen de ritten door betrapte ik hem op nagelbijten, maar naarmate de wedstrijd vorderde zag ik dat hij langzaam steeds meer ontspande. Blijkbaar ging het allemaal goed.

Ondanks het feit dat ik mezelf al 32 jaar cameraman durf te noemen, word ook ik nog steeds met enige regelmaat bevangen door een flinke dosis gezonde spanning. Het kan op de gekste momenten gebeuren, maar meestal vlak voor we live gaan. Ik denk ook dat dit juist goed is en dat je dit nooit moet verliezen. 

Zo realiseerde ik me wel dat niet alleen de Olympische Sporters moeten pieken. Ook televisiemakers werken telkens toe naar een moment waarop het allemaal moet gebeuren. De dagen hier in Milaan bestaan voor ons voor een deel uit wachten. Gelukkig staan er overal schermen en is er genoeg mooie sport om naar te kijken, maar er is voor ons ook een hoop tactiek te bespreken. Over de inhoud van programma’s, de manier waarop we dingen in beeld brengen en hoe we het allemaal geregeld krijgen. Keuzes, keuzes, keuzes. De voorbereiding kan je zien als warming-up en dán moeten we knallen. Dat geldt voor de commentatoren, presentatoren en verslaggevers, maar ook voor technici, geluid- en cameramensen. Het móét goed. Heel veel mensen kijken thuis mee en het is de bedoeling dat zij er plezier aan beleven. 

 

Ook vanavond zal ik weer licht nerveus zijn als de leader loopt en op mijn scherpst zijn om mijn werk zo goed mogelijk te doen, zodat honderdduizenden kijkers thuis kunnen genieten van mooie beelden, in ons schitterende decor. Hopelijk schuift er weer een medaillewinnaar aan. Er is ruimte voor familie, vrienden of leden van het Koninklijk huis. Wij gaan voor goud!










dinsdag 10 februari 2026

remote camera's

 

Achter het TeamNL huis heeft de NOS, in een verlaten fabriekshal, een bescheiden studio ingericht. Daar vandaan verzorgen we met een klein team elke avond bijdragen voor het avondprogramma Studio Olympico. Het is de bedoeling om hier met onze Olympische sporters terug te kijken op de afgelopen dag. 

Het liefst hebben we medaillewinnaars aan tafel, maar dat lukt natuurlijk niet elke dag. Ik vond het dan ook heel dapper van Joy Beune dat zij deze week, na haar teleurstellende 3.000 meter, toch de moeite nam om naar ons toe te komen. De volgende avond zat Chris Huizinga er, naast schaatslegende Sven Kramer. Ireen Wüst was al twee keer te gast en Erben Wennemars komt elke dag even langs om met Jeroen Stekelenburg de Olympische Podcast op te nemen. Gisterenavond hadden we eindelijk wat te vieren met Femke Kok. De sympathieke winnares van de zilveren medaille op de 1.000 meter kwam naar onze studio, voordat ze in het TeamNL huis werd gehuldigd.


In deze studio ben ik de enige camera operator. Ik werk met drie op afstand bestuurbare camera’s. Dat noemen wij PTZ-camera’s, omdat je ermee kan Pannen, Tilten en Zoomen. Deze camera’s worden bediend met een remote paneel dat op een tafel net buiten de set staat. Er is een monitor met het beeld van de camera die ik wil aanpassen. Daarnaast staat een scherm waarop het geschakelde signaal te zien is, de live-uitzending vanuit Hilversum en in het klein de beelden van alle drie de camera’s. Zo kan ik in een oogopslag alles volgen. 

Al het beeld en geluid vanuit onze studio gaat los, via glasvezel, naar het IBC dat hemelsbreed vijf kilometer verderop in Milaan is. Vanwege allerlei technische en praktische redenen loopt die verbinding via Londen. De vertraging die deze enorme omweg oplevert is echter alleen maar uit te drukken in milliseconden. Daar merk je tegenwoordig helemaal niks meer van. In het IBC zit onder andere onze regisseur, die kan schakelen tussen de verschillende camera’s en de beeldtechnicus die over de kleuren en de diafragma’s waakt. Het geschakelde signaal gaat vervolgens met de snelheid van het licht naar Hilversum.

Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat we allemaal naast elkaar zitten. Ook als presentatrice Dione de Graaff vanuit de studio in Hilversum praat met de mensen in onze Olympische studio, dan merken zij niks van enige vertraging. Dit is een interessante ontwikkeling met allerlei nieuwe technische en ook inhoudelijke mogelijkheden.

Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de kijker thuis niet door heeft dat we werken met camera’s die niet allemaal door individuele cameramensen worden bemand. Natuurlijk zijn er kleine beperkingen, maar wie die kent kan daar heel goed omheen werken. Niet om mezelf op de borst te kloppen, maar het is in mijn ogen wel essentieel om bij zo’n productie de camera’s te laten bedienen door een ervaren, volwaardige camerapersoon. Zeker als de regisseur niet in de buurt is om op de vloer mee te denken over cameraposities en shots. Ook ben ik heel blij dat we hier in Milaan de beschikking hebben over een goede belichter en een beeldtechnicus die het plaatje nog mooier maken.

Stiekem ben ik wel benieuwd wat jullie van het camerawerk in deze Italiaanse NOS studio vinden en of het al was opgevallen dat ik de shots hier in mijn eentje maak. Zeg eens eerlijk…




 

maandag 9 februari 2026

Een warm bad


Vrijdagavond zijn in Italië de Olympische Winterspelen 2026 begonnen. Dat is natuurlijk hét televisie-evenement bij uitstek. In twee weken tijd wordt er ongeveer 6.500 uur aan coverage van sportwedstrijden geproduceerd. Dat is 550% ten opzichte van de Winterspelen van Turijn in 2006. 

Er zijn 14 rechtenhouders, die ongeveer 80 sublicentiehouders vertegenwoordigen. Om alles in beeld en geluid te vangen zijn er meer dan 810 camera’s, 24 drones en ruim 1.800 microfoons in gebruik. Het schijnt dat er deze weken ongeveer 5.000 mensen aan het werk zijn voor Olympic Broadcasting Services. OBS is de host-broadcasting organisatie van de Olympische Spelen, die alle worldfeeds verzorgd.

Onze eigen NOS is ook met een flinke ploeg in Italië. Op televisie zal de NOS tijdens de spelen 150 uur live sport uitzenden. Er zijn verslaggevers met cameraploegen in Livogno en Cortina, om verslag te doen van de sporten die plaatsvinden in de bergen. In Milaan zijn er vier locaties waar de NOS vertegenwoordigd is. In de shorttrackhal, uiteraard bij het schaatsen, in het TeamNL-huis en in het International Broadcast Centre. In dat IBC komt alles bij elkaar en daar vandaan gaan alle beelden naar Hilversum. Denk ook aan alle voor- en nabeschouwingen, bijdragen in Het Journaal, livestreams op NOS.nl en vergeet de radio, social media en Teletekst niet. Dit is voor de NOS een gigantische operatie, waar jaren van voorbereiding in zitten. Een team van zeer ervaren producers heeft de afgelopen maanden keihard gewerkt om hier in Milaan alles op orde te krijgen. 


Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat zij hun werk ontzettend goed gedaan hebben. Sinds de vorige week dinsdag ben ik zelf in Milaan, om camerawerk te verzorgen in en rond een kleine studio bij het TeamNL huis. De eerste dagen van de Olympische Spelen zitten er alweer op. We hebben nu al hele mooie sportprestaties gezien met onverwachte vreugde, teleurstelling en zelfs groot verdriet. Voor mij is dit echt een opdracht met een gouden randje. 




vrijdag 6 februari 2026

Olympisch spelen

 

Mijn eerste buitenlandse reis zonder ouders maakte ik op mijn zeventiende. Als vrijwilliger bij Lokale Omroep START in Geleen mocht ik, in de zomer van 1989, naar het Italiaanse Alba. Daar deden we verslag van een Jeugdolympiade. Meer dan tweehonderd Limburgse sporters namen het vier dagen lang op tegen jongeren uit negen verschillende zustersteden. Wij maakten een reportage van een uur met onze loodzware semi-professionele video-apparatuur. 

Een camera met een losse U-Matic recorder, waar videobanden in moesten die zo groot waren als een broodtrommel. Daar kon je dan maximaal 20 minuten mee opnemen. Als de koppen van de recorder niet goed schoon waren, of de bandjes meer dan twee keer hergebruikt, kreeg je spetters en strepen in beeld. Drop-outs, noemden we die. De eerste minuut van het bandje mocht je nooit gebruiken wegens aanloopproblemen, dus daarvoor namen we altijd eerst een testbeeld op. De batterijen voor deze set waren verpakt in een soort bomgordel, die je om je middel moest binden of als een Rambo over je schouder kon hangen. Heel ongemakkelijk. Onze uitdaging zat hem meer in het aan de praat houden van de spullen en zuinig zijn met accu’s, dan in het maken van mooie beelden.

De apparatuur was lomp en niet zo betrouwbaar, maar het was wel nog de tijd dat televisiecamera’s statusverhogend werkten. Niet alleen onze publiciteitsgeile burgemeester, die de hele tijd aan me vroeg of zijn haar nog goed zat, reageerde áltijd enthousiast als wij ergens binnenkwamen. Maanden, misschien wel jaren na die trip kreeg ik in het Geleense uitgaanscircuit nog aandacht van de leukste en mooiste handbal- en hockeymeisjes, die mij allemaal kenden uit Alba. Zo ontdekte ik dat cameraman een ontzettend stoer beroep is.

Je begrijpt dat de belevenissen in Alba voor mij dierbare herinneringen zijn. Met veel plezier blader ik nog wel eens in het oude plakboek. Het liefst zou ik de tijd terugdraaien naar juli ‘89, maar bij gebrek aan bodywarmer, skateboard, DeLorean en Dr. Emmett Brown moet ik het op een andere manier oplossen. Daarom ben ik extra blij dat ik nu, 36 jaar later, door Broadcast Rental en de NOS gevraagd ben om mee te gaan naar de echte Olympische Spelen in Italië. Er is in al die jaren op technisch vlak een hele hoop veranderd en ook ikzelf ben al lang niet meer het magere ‘menneke’ met weelderige haardos. Toch zijn er ook nog steeds overeenkomsten. Bijvoorbeeld dat camerawerk het allerleukste blijft wat er is. Zeker als je bij dit soort evenementen overal vooraan mag staan.

De afgelopen dagen hebben we alles opgebouwd en getest. Vanavond beginnen de Olymische Winterspelen van Milaan Cortina 2026 met een spectaculaire openingsceremonie, die live te volgen is bij de NOS. Daarna kan je onze eerste bijdrage zien vanuit de kleine studio naast het TeamNL Huis. Wij zijn er klaar voor! 


 



dinsdag 3 februari 2026

Onderweg!

 

Een nieuw avontuur is begonnen. Ik ben aangekomen in Milaan, waar ik de komende drie weken aan de slag ga voor de NOS bij de Olympische Winterspelen. Mijn directe opdrachtgever is Broadcast Rental en de locatie waar ik voornamelijk gestationeerd zal zijn is het TeamNL huis. We gaan dagelijks bijdragen verzorgen voor het avondprogramma Studio Olympico. Tijdens de spelen presenteert Dione de Graaff dit programma vanuit Hilversum. Met een piepklein team mag ik voor die show een terugblik op de dag verzorgen, die wordt gepresenteerd door Jeroen Stekelenburg. 

Naast het TeamNL huis is een kleine studio ingericht voor de gesprekken die Jeroen gaat voeren met sporters of met andere belangrijke gasten van de dag. Ik heb de beschikking over drie op afstand bestuurbare camera’s en een losse camera, waarmee we ook op andere plekken reportages, interviews of presentatieteksten kunnen opnemen. 

De komende dagen gaan we de studio inrichten, testen en uitvinden wat de beste werkwijze zal zijn. Ik vermoed dat we donderdag- of vrijdagavond onze eerste bijdrage zullen verzorgen. Van de kwartiermakers in Milaan kreeg ik al mooie foto’s doorgestuurd van onze kleine studio en ik hoorde dat ze al vergevorderd zijn met het opbouwen en aansluiten van alle techniek. Morgenvroeg ga ik er zelf naartoe om te kijken hoe mijn werkplek voor de komende drie weken eruitziet.

 

Ik beloof dat ik door middel van korte blogs zal proberen om jullie op de hoogte te houden van mijn belevenissen tijdens de Olympische Spelen van Milaan-Cortina d’Ampezzo 2026.

Here we go!




maandag 12 januari 2026

kansen moet je grijpen!

 

 

Sinds een paar jaar assisteert Levi mij als ik een schoudercamera doe bij de grote projecten van L1. Het is een rustige jongeman, zonder praatjes. Eigenlijk weet ik nog heel weinig van hem, behalve dan dat je hem er heel goed bij kan hebben. Hij is serieus en snapt het spelletje van assisteren met lange camerakabels helemaal. Het is een hele harde werker die altijd op de plek staat waar ik hem het liefst wil hebben. Telkens als ik even omkijk hebben we gelijk oogcontact, want hij is altijd gefocust met zijn taak bezig. Dat is best knap als je bedenkt dat hij geen intercom heeft om de regie of het programma te volgen en er gebeurt altijd genoeg waardoor je afgeleid zou kunnen raken. Maar zelfs op heel lange dagen, zoals bij de 11e van de 11e staat mijn kabel niet één keer per ongeluk strak. Het is een stille kracht, die ervoor zorgt dat een cameraman lekker kan doen wat hij moet doen. Zo’n jongen die met je meedenkt over de ideale kabelroute of die even met een kist een handig opstapje voor je maakt.

Ook deze week mocht ik twee dagen met Levi werken. We waren bij de halve finales van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers in De Bombardon in Heythuysen. Met de camera op mijn schouder stond ik midden tussen het enthousiaste publiek, vlak bij de passerelle voor het podium. De assistent dekte mijn rug, zodat niemand tegen mij aan zou stoten. Als ik wilde verplaatsen, dan kon ik verplaatsen. Het leek heel gezellig, maar het is nog best lastig om stabiele beelden te maken, te variëren in shots en snel te werken tussen de mensen die feest aan het vieren zijn en die helemaal geen idee hebben van camerawerk. Los van wat zweetlucht om ons heen, de hitte en af en toe iemand die niet direct wilde wijken voor de televisiecamera, ging het hartstikke goed. Donderdagavond hadden we een aflevering opgenomen met twintig liedjes en op vrijdagmiddag de tweede aflevering. 

Toen we vrijdagavond net met de derde aflevering waren begonnen, gebeurde er iets wat ik nog niet vaak heb meegemaakt. Mijn collega bij camera 1 werd onwel. Waarschijnlijk een ongelukkige combinatie van de warmte, te weinig frisse lucht, geconcentreerd in een zoeker turen en een opkomende griep. Hij gaf via de intercom aan dat hij echt niet verder kon. Ik hoorde aan zijn stem dat hij het er moeilijk mee had. Zoiets doet een cameraman niet zomaar.

We moesten snel schakelen. Camera 1 was de belangrijkste camera, die close beelden maakte van de artiesten op het podium. Het leek mij logisch dat ik deze camera zou overnemen, maar bij een opname met slechts vier camera’s ga je het enorm missen als er een camera wegvalt. Het programma stilleggen tot er een verse cameraman zou zijn was zeker geen optie. En dus drukte ik Levi mijn camera in handen en zei: ‘Jij moet het overnemen. Succes!’ Tijd om hem even rustig te informeren was er niet. Hij keek me ook zeer verbaasd aan. Toen realiseerde ik me pas dat hij de intercom niet hoorde en dus nog niet wist dat de collega op camera 1 ziek was.

Achteraf gezien was het beter geweest als we de boel even stilgelegd hadden en voor de mensen in de zaal een muziekje hadden gedraaid. Dan hadden we ons rustig kunnen herpakken en even orde op zaken kunnen stellen. Maar in de blinde paniek van het moment liet ik de verbaasde assistent achter en baande ik door het publiek naar achteren waar camera 1 op een podiumpje stond. Daarop zat de collega, die inmiddels bleker was dan de witte sneeuw op het parkeerterrein. Ik vroeg of hij last had van zijn hart, maar dat was niet het geval. Toen ik zag dat hij in goede handen was, ben ik op zijn plek gaan staan. Vrijwel direct werd het programma hervat.

De zieke collega werd door lieve dames van productie meegenomen naar de frisse lucht. Ik had even nodig om de camera en zoeker zo in te stellen dat ik er weer lekker mee kon werken. Dat moest telkens tussen de nummers door. En dus duurde het een paar nummers voor ik in de gaten kreeg dat camera 3 ook alweer volop werd gebruikt. Levi deed ‘gewoon’ wat hij mij al twee avonden had zien doen, maar dan zonder assistent. Voor zover ik het kon beoordelen deed hij het zeker niet onverdienstelijk. Hij werd wellicht iets minder vaak geschakeld door de regisseur dan de andere camera’s, maar als hij aan de beurt was kon ik zien dat hij een prima plaatje maakte. Het was veel beter dan ik had verwacht.

Zelf heb ik als jonge jongen wel eens bij een concert gehoopt dat er omgeroepen zou worden of er toevallig een cameraman in de zaal was. Dan zou ik die kans met beide handen grijpen. Vandaar ook dat ik het superleuk vond dat Levi hier even liet zien dat hij veel meer is dan een geweldige assistent. Het is een talentvolle cameraman in de dop. Iemand die zeker nog eens een kans verdient. Ik hoop dat ze dit bij L1 ook gezien hebben. Niet dat hij gelijk mijn plekje mag innemen, maar het is altijd leuk als goede gasten zich verder kunnen ontwikkelen en mogen doorgroeien. Ik zou hem daarbij graag willen helpen met een klein duwtje in de rug, als dank voor alle keren dat hij mij zo ontzettend goed geholpen heeft.



Deze foto is van een jaar geleden, omdat de foto van deze week niet zo goed gelukt is.



maandag 29 juli 2024

Wetgeving met betrekking tot ZZP'ers, een gebed zonder eind...

 

Het is de verwachting dat er de komende maanden veel onrust zal ontstaan rondom de invoering van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Dit wetsvoorstel is in juni door de vorige minister van Sociale Zaken naar de Raad van State gestuurd. Zij zullen advies uitbrengen over dit concept. Met die feedback kan de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Eddy van Hijum (NSC), deze wet nog aanpassen, voor hij hem naar de Tweede Kamer stuurt, maar in het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof staat dat onze huidige regering van plan is om door te gaan met de Wet VBAR. Als Van Hijum deze wet voor behandeling naar de Tweede Kamer stuurt en de kamerleden akkoord gaan, dan kan deze wet rond 1 januari 2026 van kracht zijn. Gek genoeg gaat de Belastingdienst al per 1 januari 2025 handhaven op schijnzelfstandigheid op basis van de huidige regels. Niet helemaal helder of dat nou nog de Wet DBA is of al de Wet VBAR. Het komt voor een belangrijk deel op hetzelfde neer en kan in het werkveld tot chaos en paniek leiden. Dat is voor niemand goed en daarover maken opdrachtgevers en ZZP’ers zich op dit moment serieus zorgen. 

 

Om het helemaal uit te leggen moeten we even terug naar het begin:

Op dinsdag 27 september 2016 schreef ik op dit weblog een open brief aan staatssecretaris Wiebes, waarin ik op heldere wijze aangaf dat veel ZZP’ers onbedoeld het slachtoffer dreigden te worden van de net ingevoerde Wet DBA. Daarbij nam ik mezelf als voorbeeld. Binnen enkele uren ging dit betoog viraal en al snel hadden meer dan 90.000 mensen het verhaal aangeklikt. Ik haalde de krant en het RTL Nieuws. Het leidde tot een lange reeks discussies over deze totaal onwerkbare wet, die was gebouwd op drijfzand. 

Tweede Kamerleden als Steven van Weyenberg en Mei Li Vos wilden met me spreken. Op verzoek van de staatssecretaris werd ik uitgenodigd door twee hoge heren van de Belastingdienst, om te vertellen over mijn functioneren als ZZP’er. Daar kreeg ik te horen dat ik eigenlijk een voorbeeldig zelfstandig ondernemer ben. Tijdens een door Pieter Omtzigt georganiseerde hoorzitting in de Tweede Kamer mocht ik met een aantal ZZP’ers uit andere branches mijn verhaal doen voor alle Kamerleden die ZZP in hun portefeuille hadden. Een paar dagen later moest Wiebes onder grote druk zijn Wet DBA in de ijskast zetten. Ik zeg zeker niet dat dit mijn verdienste was, maar een kleine steen heb ik wel bijgedragen in mijn eentje.

Daarna zijn verschillende ministers en staatssecretarissen druk geweest met dit dossier, maar nooit is helder geformuleerd welke verschillende typen ZZP’ers er zijn. Ze zijn altijd allemaal op een grote hoop gegooid. Van de armlastige pakketbezorger tot de zwaar overbetaalde interimmanager. Nooit is er gekeken wat een echte ZZP’er is, waarom die er zijn en waaraan deze zouden moeten voldoen.

Door toenmalig staatssecretaris Menno Snel en minister Wouter Koolmees ben ik een paar keer gevraagd om hierover op het ministerie mee te denken, maar uiteindelijk werd ik als eenmanslobbyist niet langer uitgenodigd. Wel bleef ik het nieuws rond de Wet DBA op de voet volgen en plaatste ik hierover regelmatig stukjes op mijn website, wanneer ik dacht dat dit relevant was voor collega ZZP’ers. 

Telkens weer bleek de term ‘gezagsverhouding’ het grote struikelblok in de wet en regelgeving. In Den Haag bedachten ze dat alles opgelost zou zijn als ambtenaren dit woord zouden ‘herformuleren’. 

Om schijnzelfstandigheid nu eindelijk te voorkomen is de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de proppen gekomen met de Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). Gezagsverhouding heet nu ‘inbedding’, maar het verdrietige nieuws is dat het op precies hetzelfde neer komt. We zijn acht jaar (!) verder en helemaal niets opgeschoten. Nog steeds kijkt de wetgever liever naar de aard van de opdracht en controleert ze liever de opdrachtgever, dan dat ze bereid is om te beoordelen of een ZZP’er wel écht een zelfstandig ondernemer is. Met een beetje pech komt de Wet VBAR het komend jaar door de politieke molen en zitten opdrachtgevers en ZZP’ers met exact dezelfde onzekerheid als in 2016, ten tijde van de Wet DBA. Het zal onherroepelijk leiden tot grote chaos in heel veel bedrijfstakken. Verschillende branches zullen in grote problemen komen, omdat die nou eenmaal afhankelijk zijn van grote flexibiliteit op piekmomenten. Niet in de laatste plaats de audiovisuele sector.

Wat de Wet VBAR behelst heb ik het vorig jaar op 11 oktober al uitgelegd in een blog. Daarin werden collega ZZP’ers opgeroepen om in actie te komen. Het was tijdens de internetconsultatie, een periode waarin het volk kon reageren op de ‘nieuwe’ plannen van minister van Gennep. Buitengewoon veel ZZP’ers, opdrachtgevers en belangenverenigingen hebben toen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het wetsvoorstel van de minister, maar het lijkt er sterk op dat ze totaal niet geluisterd heeft naar alle feedback uit het werkveld. 

 

Dit is een ontwikkeling waar de meeste ZZP’ers zich zorgen over moeten maken. Mijn opdrachtgevers zijn inmiddels ook ongerust over deze nieuwe wet, omdat het hierdoor heel lastig zal worden om van ZZP’ers gebruik te blijven maken. De NOS heeft hierover inmiddels een bijeenkomst georganiseerd met al haar freelancers en aangekondigd dat ze serieus nadenken over het stoppen met de inhuur van een grote groep freelance journalisten, producers en regisseurs.

De facilitaire bedrijven in de audiovisuele sector hebben onlangs de AFN opgericht, een branchevereniging die opkomt voor de gezamenlijke belangen van deze bedrijven. Zij hebben met elkaar iemand aangenomen die als woordvoerder op zal treden. Om onze branche goed te kunnen vertegenwoordigen wil de AFN een serieuze gesprekspartner zijn voor de overheid en instanties als het gaat om regelgeving. Ook de AFN maakt zich inmiddels ook grote zorgen over de aankomende wetgeving rond de inhuur van ZZP’ers.

Om een gezamenlijke en eenduidige stem naar buiten toe te hebben, denk ik dat het belangrijk is om eens goed na te denken over het oprichten van een vergelijkbare belangenorganisatie voor ZZP’ers in de audiovisuele sector. Een vereniging of stichting die ervoor moet zorgen dat ZZP’ers, die werkzaam zijn aan de technische kant van de mediawereld, beter geïnformeerd worden en vooral gehoord worden. Alleen als wij ons organiseren zijn wij een serieuzere gesprekspartner voor officiële instanties en de overheid.

Denk niet aan een vakbond die de barricaden op gaat en strijdt voor hogere vergoedingen. Het doel moet vooral zijn om te werken aan een eerlijk speelveld en namens de ZZP’ers aanschuiven bij de AFN, omroepen, producenten en de politiek als het gaat over zaken die ons aangaan. Het moet ook een instantie zijn die ZZP’ers bewust maakt van hun eigen verantwoordelijkheden als ondernemer. Het kan namelijk een wereld van verschil maken als we elkaar beter informeren over belangrijke zaken die er spelen.

 

Op initiatief van een goede collega heb ik onlangs om tafel gezeten met een kleine club ZZP’ers die zich allemaal zorgen maken. Het doel was om te brainstormen over zo’n AV ZZP belangenvereniging. In het verleden is al een paar keer gebleken dat het niet eenvoudig is om zoiets op te richten en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Toch willen wij onderzoeken of er onder freelancers in de audiovisuele sector voldoende draagvlak is voor een belangenvereniging, omdat het de komende tijd behoorlijk kan gaan stormen. Als er voldoende interesse is, kunnen we misschien een vereniging oprichten en een bestuur samenstellen, dat vervolgens op zoek gaat naar een persoon die (net als George Freriks bij de AFN) het gezicht en de woordvoerder van deze federatie wil worden. Deze persoon moet iemand zijn met kennis van zaken, diplomatieke vaardigheden, een groot netwerk en enige statuur. Waarschijnlijk moeten we zo iemand een aantal dagen in het jaar inhuren. Daarmee kom je gelijk bij het punt dat het geld zal kosten als we dit serieus willen aanpakken. De vraag is of ZZP’ers hiervoor willen betalen en hoeveel? 

Om te ontdekken of dit plan een kans van slagen heeft hebben wij een online enquête opgesteld en we vragen aan collega ZZP’ers of ze deze willen invullen. Begin september zullen we bekijken of en hoe we hiermee verder gaan, maar er is een voorzichtig beginnetje gemaakt.




 

 

 

zaterdag 6 april 2019

Studio Sport 60 jaar


NOS Studio Sport bestaat 60 jaar en dat mag gevierd worden. Wie is er niet groot mee geworden? Al die jaren laat dit fantastische instituut van de Nederlandse Publieke Omroep ons schitterende sportmomenten van dichtbij meebeleven. En wie wordt niet vrolijk bij het horen van die heerlijke begintune van Tony Eyk? Ik herinner me de zondagavonden eind jaren ’70, begin ‘80 met haartjes nat, de badstof pyjama al aan, frietjes van ’t Hepke, bord op schoot en kijken naar de prestaties van Hennie Stamsnijder, Hilbert van der Duim of Boet van Dulmen. En Joop Zoetemelk natuurlijk! Uiteraard voorzien van het deskundige commentaar van Mart Smeets, Evert ten Napel, Theo Reitsma, Heinze Bakker en Jean Nelissen.

In mijn geval is Studio Sport ook al 24 jaar een hele grote en zeer trouwe werkgever. Vanaf september 1995 mag ik mezelf ‘sportcameraman’ noemen en werk ik in opdracht van verschillende facilitaire bedrijven voor Studio Sport. Het komt voor dat ik in een week tijd vier keer voor NOS Sport werk en telkens via een andere facilitaire partij. De ene keer bij een groot live evenement en de andere dag ga ik op pad voor een interview in het Sportjournaal. Ik ben er iedere keer weer trots op dat ik voor dit monument van onze nationale televisie mag werken. De lat ligt hoog, het zijn populaire programma’s, ze zorgen daar goed voor me en het is natuurlijk heerlijk om met je neus bovenop de topsport te zitten. 
Dankzij Studio Sport heb ik vijf keer de Tour de France gedaan, mocht ik naar de Olympische Winterspelen in Turijn, was ik bij het EK Voetbal in 2000 en 2004, stond ik op de finish van de laatste Elfstedentocht, ging ik voor Pieter van den Hoogenband naar Australië, stond ik vaak vooraan bij de Champions League, bij NK’s en WK’s wielrennen, het EK Atletiek, een WK Turnen, meerdere WK’s schaatsen en bij de Amstel Goldrace. Dit is nog maar een piepkleine greep uit de vele klussen die ik voor dit programma mocht doen. De trainingen, persconferenties en voetbalwedstrijden waar ik gefilmd heb zijn ontelbaar. Het gaat van zeilen tot handbal, roeien, schaatsen, basketbal, volley, badminton, paardrijden, biljarten en zelfs cricket.
Maar als je vraagt naar mijn meest memorabele Studio Sport shot, dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Was het toen het Nederlands hockeyteam in 1998 het WK in Utrecht won? Of Erik Hulzebosch die in 1997 de Elfstedentocht net niet gewonnen had? Ronald Koeman die een slokkie teveel op had tijdens een interview, na het onverwacht behalen van het kampioenschap van PSV in 2007? Verona van de Leur die tegen haar coach Boris Orlov zegt dat ze stopt met turnen? Inge de Bruin in training voor de Olympische Spelen van 2000? Ik weet het niet. Wellicht vergeet ik ook nog de meest bijzondere beelden. 
Voor mij persoonlijk was de Tour de France het allermooiste Studio Sport avontuur. Mijn eerste Tour in 2004 zal ik nooit vergeten. Volgens mij heb ik drie weken lang met een glimlacht tot ver achter de oren door Frankrijk gelopen. Het was een jongensdroom die uit kwam. Wielrennen is mijn sport. De Tour volgde ik als klein Limburgs menneke altijd en opeens had ik Mart Smeets in mijn auto. Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk. Je bent bij dat evenement als cameraman onderdeel van een rondreizend circus en kan nog ontzettend dicht bij de renners komen. Die zijn over het algemeen ook spraakzamer dan voetballers. We reden duizenden kilometers van start naar finish naar uitzendlocatie en naar een hotel. Met een helikopter vlogen we naar Alpe d’Huez en in de TGV feliciteerde ik Lance Armstrong persoonlijk met zijn geweldige overwinning. Na die drie weken stond ik te stralen op de Champs Elysees.

60 jaar Studio Sport. Laten we er eentje op drinken. Proost! Ik hoop dat dit programma nog lang mag blijven bestaan en dat ik er nog heel vaak voor mag werken. Om te beginnen aanstaande zondag tijdens de Rotterdam Marathon.








vrijdag 20 maart 2009

pieter

Eindhoven. Ruim een jaar voor de Olympische Spelen in Sidney was ik voor Studio Sport in Parijs. Het Nederlands Elftal speelde daar een oefenwedstrijd tegen Portugal en wij deden verslag. Op de dag van de wedstrijd hadden we niet veel te doen en kwamen we uit in een koffiebar, niet ver van de Eiffeltoren. Onze geluidsman besloot in zijn eentje de toerist uit te hangen en dus hadden verslaggever Michel Anthoniesse en ik tijd om te brainstormen over mogelijk interessante televisieprojecten.
Daar ontstond het idee om een documentaire of lange reportage te maken, over de voorbereiding van Pieter van den Hoogenband op de Olympische Spelen. We wilden hem een jaar lang volgen, omdat we zo’n vermoeden hadden dat hij wel eens voor een stunt zou kunnen zorgen. Achteraf gezien een goede inschatting, hoewel ik eerlijk moet bekennen dat Pieter op dat moment al lang geen onbekende sporter meer was.
Een paar maanden later zaten we op het kantoor van toenmalig Studio Sportbaas Martijn Lindenberg. Hij hoefde niet veel te horen en gaf vrijwel direct toestemming voor dit grootse project. Er kwam een verslaggever bij (Rob Labree), een cameraman (Dennis Westenberg) en samen gingen we aan de slag.
Met Pieter ben ik dat jaar bij wedstrijden in Parijs geweest. Bij zijn verkiezing tot Sportman van het Jaar 1999. In Engeland bij het aanmeten van een nieuw zwempak, natuurlijk waren we heel vaak in de Tongelreep, bij hem thuis in Geldrop en we gingen samen naar Pinkpop, omdat Pieter een groot Pearl Jam fan is. Die laatste draaidag heeft de uitzending nooit gehaald, omdat de zwemmer op moment suprème in een hoekje op het podium mocht staan en de filmploeg die het geregeld had niet.
Tot slot zijn we in het Australische Newcastle geweest. Bij het laatste trainingskamp van de zwemploeg, twee weken voor de Olympische Spelen. Samen met Inge de Bruin en coach Jacco Verhaeren hebben we Sidney nog verkend in een halve dag.
Zoveel gezamenlijke activiteiten, dat schept een band. Alleen zou ik het niet gek hebben gevonden als Pieter, na alles wat hij daarna heeft meegemaakt, verdrongen zou hebben wie een van de twee cameramannen van zijn documentaire was. Maar zo is Pieter niet.
Een paar maanden na die bewuste Spelen ging hij voor het eerst weer naar een belangrijke wedstrijd en Studio Sport ging mee. Dat was in Glasgow, geloof ik. In dat zwemstadion werd de Olympisch kampioen streng afgeschermd voor opdringerige fans en pers. Tot het moment waarop Pieter mij zag. Hij klom uit het bad, waar hij bezig was met de warming-up, en ik kreeg een ferme hand. Of ik de nieuwste CD van Pearl Jam al had?
Jaren later zat ik op de dolly bij een Nederlands kampioenschap in Amsterdam. Pieter won de 50 meter vrij, met twee vingers in de neus, en ik had dat gefilmd vanaf een karretje naast het bad. Bij het trapje zag hij mij zitten en live in de uitzending schoot hij langs de lens om mij weer een hand te geven. “Hey joh, hoe is’t?”
Afgelopen vrijdag kwam ik hem voor de derde keer in tien jaar tegen. Nu bij de opnamen van een nieuw RTL4 programma in Eindhoven. Hij zag me zitten, gaf een vette knipoog en toen de opnamen even onderbroken werden kwam hij gelijk naar me toe. Niet dat we elkaar veel te vertellen hadden, maar het is typerend voor deze sympathieke sportheld.
Het bracht mij op het idee om eens uit te Googlen wanneer Michel en ik het idee voor een document over Pieter van den Hoogenband kregen. Dat was dus op 10 februari 1999, in Parijs. Opeens krijg ik zin om op zolder de VHS band met een kopie van die film op te zoeken.

donderdag 21 juni 2007

nicht als een paard

Rotterdam. Ik heb helemaal niks tegen homo's. Dat je het maar even weet! Persoonlijk heb ik meer moeite met verkeersregelaars. Als mijn zoon later met zo'n oranje hesje bij de toegang van een evenement gaat staan schop ik hem het huis uit! Valt hij op mannen, dan moet hij dat lekker zelf weten. Als hij maar gelukkig is.
Zelf val ik hard op vrouwen. Mijn eigen vrouw in het bijzonder. De enige mannen waar ik opgewonden van raak, dat zijn die vreselijk rechtlijnige verkeersregelaars. En dan heb ik het over opgewonden in de niet-seksuele zin.
Misschien moet ik even toelichten hoe ik tot het begin van dit verhaaltje kom. Het is ook voor mij een verrassende combinatie van onderwerpen. Homofilie en verkeersregelaars. En ik ga er nog iets bij slepen; paarden.
Ik was namelijk bij een dressuurwedstrijd in het Kralingsebos, waaraan ook 'onze' Anky van Grunsven mee deed. Ik had me voorgenomen om een stukje te schrijven over Salinero, het paard van Anky, want ik verbaas me al jaren over het feit dat stoere hengsten bereid zijn om aan ballet te doen.
Het had echter niet veel gescheeld of we waren nooit aangekomen bij het CHIO. Een bataljon volslagen doorgedraaide verkeersregelaars wilde de Studio Sport auto nergens toelaten. Ze stuurden ons van het kastje naar de muur. Met alle zware spullen werden we geacht een paar kilometer te lopen, omdat iemand had bedacht dat pers moest parkeren op P3. Geen discussie mogelijk.
Er liepen vanmorgen meer ordetroepen met portofoon op en om het terrein dan bezoekers. Ik telde uiteindelijk drie man en een paardenkop op de tribune.
Maar regels zijn regels. Vriendelijk vragen, discussiëren met sterke argumenten, minder vriendelijk vragen, boos worden en dreigen te vertrekken; het mocht allemaal niet baten. We moesten sjouwen.
Ik was dus behoorlijk over mijn toeren toen ik Salinero voor het eerst in levende lijve zag. Een groot sterk paard. Mooi om te zien. Stoer, sterk en temperamentvol, maar in mijn ogen ook een beetje zielig.
Want het is volgens mij onmogelijk dat een volwassen hengst, uit vrije wil, kiest voor huppelpasjes in een zandbak. Er zijn twee mogelijkheden: Of het beest wordt mishandeld (maar daar ziet het niet naar uit), of het is een homofiel. Om zo te kunnen hupsen (dat schuine pootje over lopen) moet het wel een nicht als een paard zijn.
Dat dacht ik indertijd al van Bonfire en nu ik zijn vervanger in actie heb gezien twijfel ik niet meer. Hij moet alleen nog uit de stal komen.
Dressuur is een soort YMCA voor knollen.
Daar mag je geen grapjes over maken, want het is best sneu voor het dier. Thuis in de wei moet Anky's lieveling telkens aan de andere paarden uitleggen dat hij de kost verdient met lullige danspasjes. De merries en pony's hebben nog enig respect voor de Olympisch kampioen, maar alle hengsten lachen zich kapot. Politiepaarden zijn zelfs zo flauw dat ze hem regelmatig na doen. Dat zijn dan ook de verkeersregelaars van de wei.
Verderop graast de gepensioneerde Bonfire. Ook hij lacht als zijn troonopvolger trots verteld over de wedstrijden waaraan hij deelneemt. Niet dat het oude paard van Anky opeens een homohater is, maar hij weet wat het is om bij ruitersportevenementen in een trailer van hot naar her gestuurd te worden door mannen met portofoons en oranje hesjes. Daar is geen flikker aan.


vrijdag 21 juli 2006

Antoine

Morillon is niet meer dan een klein dorp in de bergen, ongeveer 25 minuten rijden van Morzine. Een hoofdstraat met een kerk, de Marie en een hotel. De typische berghuizen staan ver uit elkaar, want er is ruimte genoeg aan de voet van de berg. Het leek mij een plaatsje waar niet veel gebeurt tot ik vanmorgen in alle vroegte wakker werd van herrie op straat. Vanaf zeven uur werd een gezellige markt opgebouwd voor de deur van ons hotel. Honing, stoffen, manden, kunst, fruit, verrekijkers, sierraden en rommel werd uitgestald. Uitslapen is er op vrijdag niet bij in Hotel Morillon.
Gisteren ontdekten we dat Antoine Dénériaz in dit dorp woont. Hij is de man die op zondag 12 februari in het Italiaanse Borgata – Sestrière de Olympische Downhill won. Het Koningsnummer van het Alpine Skiën. Daar mocht ik bij zijn en we hebben de kampioen die middag geïnterviewd. Ik kon toen niet weten dat we deze zomer in zijn woonplaats zouden logeren. Zijn naam was ik alweer vergeten, maar het gezicht herkende ik op een poster in de lobby van het hotel en later op een placemat in het restaurant waar we aten.
De barman van een café, waar we na het eten nog een afzakkertje dronken, vertelde graag over de local hero. Hij was in de wintermaanden skileraar en kende Antoine goed. Dat Dénériaz een groot talent was wisten ze in dit dorp al lang, maar dat het een absolute topper zou worden, dat wisten ze in Morillon ook pas een jaar of vijf. Ondanks de successen was de kampioen een normale jongen gebleven. De barman zei ons dat hij gisteren nog had gegeten in het restaurantje waar wij nu zaten.
Tegenwoordig woont de skiër om fiscale redenen in Zwitserland, maar hij is vaak bij zijn ouders. Onlangs is hij geopereerd aan een enkel en hij hersteld hier, thuis in de Franse Alpen. De barman wees naar achteren, een straatje iets hoger op de berg. Ik hoopte dat we de held nog zouden ontmoeten, maar het was al laat en echte sporters liggen dan al in bed.
In het dorp zijn ze trots op Antione. Samen hadden ze naar de wedstrijd op televisie gekeken en ze wisten dat hij zou winnen. Voor de mensen hier was zijn prestatie geen verrassing. Ze wisten hoe goed hij hersteld was van de zware blessure die hij had opgelopen bij een ongeluk in Chamonix. Na de Olympische Spelen was Dénériaz gehuldigd op een podium bij de skilift. Er waren duizenden mensen in de hoofdstraat toen de kampioen van de kerk, langs het gemeentehuis naar de parkeerplaats van de skilift trok. Volgens onze barman was dat een mooi feest, waar ze nog vaak aan terug denken in Morillon.
Ik hoopte dat we de Olympisch Kampioen nog tegen zouden komen, maar het was al laat en het terras waarop we zaten werd afgebroken. Echte sporters liggen op dat tijdstip al in bed en in Morillon gaan alle mensen op donderdagavond vroeg slapen. Dat had ik ook moeten doen, want op vrijdag beginnen ze hier vroeg.