Posts tonen met het label elfstedentocht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label elfstedentocht. Alle posts tonen

zondag 8 maart 2026

koers director

 

Mijn fascinatie voor televisiemaken begon halverwege de jaren ’80, toen ik met mijn vader ging kijken naar de Amstel Goldrace. De wielersport vond ik al interessant, maar ik raakte volledig in de ban van de helikopter waar een cameraman uit hing en van de motoren met achterop cameramensen, gedraaid als een wokkel, die de renners zo goed mogelijk in beeld brachten. Als ik op vrije woensdagmiddagen met mijn eigen racefiets het Limburgse land onveilig maakte, fantaseerde ik dat er van die motoren naast me reden. Vaak pikte ik de laatste kilometers van de Amstel Goldrace of van het NK in Geulle mee om de droom compleet te maken. 

Na de Elfstedentocht van 1985 las ik een artikel over sportregisseur Martijn Lindenberg. Hij legde uit hoe ze deze schaatswedstrijd met wel 43 camera’s hadden gevolgd, dat ze met zijspanmotoren op het ijs reden en ook hier zat een cameraman in de open deur van een helikopter, die waarschijnlijk nu nog steeds niet helemaal ontdooid is. Ik vond dat schitterend en zo kwam het dat ik bij de televisie wilde. Het was een droom om betrokken te raken bij de registratie van wielerkoersen (en de Elfstedentocht). 

Via Lokale Omroep START in Geleen, de Hogeschool voor Super VHS in Sittard en AT5 in Amsterdam is me dat gelukt. Ik kwam in 1995 terecht bij het NOB in Hilversum, die mij lieten filmen voor Studio Sport. In 1997 stond ik met een camera op de Bonkevaart in Leeuwarden toen Henk Angenent de Elfstedentocht won. Het was mijn opdracht om de nummer twee te volgen en dus holde ik even later naar de regiewagen van Lindenberg, met een bandje waarop de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, huilend op een bankje, te zien was. 

Een jaar later werkte ik voor het eerst echt met Lindenberg samen, tijdens het WK Wielrennen in Valkenburg. Dit ging in eerste instantie niet helemaal van een leien dakje, maar dat verhaal heb ik hier al eens opgeschreven. Het belangrijkste was dat ik met mijn neus vooraan stond bij de koers en dat ik van dichtbij meekreeg hoe een wielerwedstrijd geregistreerd wordt. 

In de jaren daarna heb ik serieus onderzocht of het mogelijk was om cameraman op de motor te worden. Ik heb verschillende marathons gefilmd vanaf de motor, veel triatlons, veldrijden, een verdwaalde wielerkoers en jaarlijks volg ik voor ESPN de spelersbussen op weg naar de bekerfinale in de Kuip, maar echt doorgebroken als ‘Ted de la Course’ ben ik nooit. Ik ben nou eenmaal geen slangenmens. Mijn droom om een keer bij de Amstel Goldrace, in de Giro of zelfs de Tour de France met een camera op de motor te zitten heb ik inmiddels wel laten varen. Misschien in een volgend leven.  

Dat neemt niet weg dat ik deze manier van televisiemaken nog steeds het allermooiste vind. De Tour de France blijft het mooiste sportevenement waar ik als cameraman bij ben geweest en ik hoop ieder jaar op een nieuwe Elfstedentocht. Met een camera bij de finish van een wielerwedstrijd ben ik dolgelukkig. De combinatie van deze sport en de manier waarop die technisch in beeld wordt gebracht, blijft iets magisch.

Dus was ik al heel blij dat ik gevraagd werd als cameraman voor De Ster van Zwolle. Toen in de voorbereiding bleek dat de beoogd regisseur niet kon, een andere regisseur met veel ervaring op dit vlak ook niet en tot slot een derde optie niet beschikbaar bleek, werd aan mij gevraagd of ik misschien op de regiestoel plaats zou willen nemen. Nou, dat hoefde Daan geen twee keer te vragen. Natuurlijk realiseerde ik me direct dat het een uitdaging was, maar ik zag het vooral als een unieke kans. 

Nadat ik een oog op de namenlijst had geworpen, van professionals die ze bij The Crew al hadden ingehuurd voor dit project, wist ik zeker dat ik dit tot een goed einde kon brengen. Ik mocht samenwerken met een super goede schakeltechnicus, de beste slowmotion operator voor deze sport, de juiste mensen voor de graphics, een goede geluidsman, de slimste technici voor alle verbindingen, de meest lenige cameramensen en drie geweldige motorrijders. Dit kon niet misgaan.

Zo kroop ik zaterdag dus niet achter een camera, maar achter de regiedesk in OBV2 van The Crew, die stond opgesteld naast de finish van de Ster van Zwolle. Ik was niet eens nerveus. Het voelde allemaal heel vertrouwd en ik wist precies wat ik wilde. 

Na een kleine vijftig jaar wielrennen kijken, waarvan ruim dertig met een televisiemakers-oog, heb ik wel een mening over hoe deze sport er op televisie uit moet zien. Ik heb vaak genoeg meegekeken bij echte regisseurs, zelf op de motor gezeten en aan de streep gestaan om te weten wat erbij komt kijken. Dus ging het heel vanzelfsprekend allemaal. Ik had de rust om goed te kijken en maakte dankbaar gebruik van alle hulp, die de heren aan mijn zijde aanboden, als dat nodig was. 

We hadden alles! Verhaaltjes binnen het verhaal werden verteld en waar nodig kwamen we er later nog even op terug. Naarmate de finish naderde en de renners in het peloton nerveuzer werden, namen ook bij mij de zenuwen een beetje toe. Het ergste wat er kan gebeuren bij de regie van een wielerkoers is dat je de ontknoping niet goed in beeld hebt. Zonder helikopter waar je altijd op terug kan vallen en die zorgt voor broodnodig overzicht is dat extra spannend. Maar motor twee bleef perfect voor het jagende peloton tot de laatste bocht. De vaste camera’s hadden goed zicht op de laatste 300 meter.

Het meest hectische moment voor een regisseur bij wielrennen is eigenlijk het deel na de finish. Dan komt alles bij elkaar en moet je snel keuzes maken. Vervolgens duurt het vaak net iets te lang tot de winnaar geïnterviewd en gehuldigd kan worden. Ook hier hebben we ons redelijk goed doorheen geslagen met veel herhalingen en hulp van de motoren die bij de winnaar bleven.

En toen was het klaar. Veel te snel voor mijn gevoel. Aan het eind van de dag restte mij niets anders dan al die fantastische crewleden bedanken. Op weg naar huis moest ik echt even landen en in mijn wang knijpen. Een jongensdroom is uitgekomen. Natuurlijk is er een lijstje met kleine verbeterpuntjes en mag ik niet denken dat ik morgen wel even de Elfstedentocht ga regisseren, maar mijn debuut als ‘koers director’ is zeker geslaagd. Al zeg ik het zelf. En als ik dan toch een keer een beetje onbescheiden mag zijn... het smaakt naar meer.

 

Daan, bedank voor de kans en het vertrouwen!



foto: Andre van den Esschert

dinsdag 4 januari 2022

4 januari 1997 - Elfstedentocht


Toen Henk Kroes, de voorzitter van de Vereniging de Friesche Elfsteden, op donderdag 2 januari 1997 de legendarische woorden ‘It giet oan!’ uitsprak, stond ik in de studio van AT5. Daar, aan de Reguliers Dwarsstraat in Amsterdam, namen we die dag een interviewprogramma met Pieter Jan Hagens op. Regisseur van dienst was Pim Marks. Ik weet dat nog heel goed, omdat ik tussen de repetitie en opname snel de stad in ben gehold om een paar extra dikke sokken te kopen. Handschoenen, oorwarmers en een lange onderbroek. De volgende morgen, in alle vroegte, reed ik voor Studio Sport richting Friesland. Ik had naast de camera ook de acculader ingeladen, een grote tas met reservekleding en mijn toilettas. Geluidsman Ruud vond dat allemaal overdreven. Hij was echt niet van plan om twee dagen in Friesland te blijven, maar ik was vastberaden. Ik moest en zou bij de Elfstedentocht zijn.

In 1985 had ik, als twaalf jarig mannetje, van begin tot eind voor de buis gezeten. Ik had zelfs een Elfstedentochtplakboek gemaakt en ik heb er een spreekbeurt over gehouden. Een jaar later moest ik van mijn ouders gewoon naar school, ondanks het feit dat ik zei dat ik ziek was. Die middag kwam ik echt met 39 graden koorts thuis, maar had ik wel gemist dat Evert van Benthem voor de tweede keer de Tocht der Tochten won. Ik las toen al alles over de gigantische operatie die nodig was om dit evenement op tv te brengen. In de jaren ’80 had regisseur Martijn Lindenberg 43 camera’s tot zijn beschikking.

Twaalf jaar later waren het er meer dan 70. In de vroege ochtend van 3 januari 1997 passeerden we op de A6 tussen Almere en Lemmer de ene na de andere televisiewagen. Sonotech, Cinevideogroep, het NOB en de groene straalwagens van de PTT, allemaal op weg naar de Friese elf steden. Die dag heb ik met verslaggever Jeroen Grueter verschillende reportages gedraaid voor het Sportjournaal. We waren onder andere in Sneek met een paar kanshebbers. Ook was ik in bij de inschrijving in Leeuwarden. Daar liep ik Henk Kroes tegen het lijf. De voorzitter van de Elfstedenvereniging werd omringd door cameraploegen, maar een jaar eerder had ik met hem een reis naar Senegal gemaakt, voor een programma over het werk van de Novib. Tot grote verbazing van de mensen om hem heen begroette hij mij uiterst hartelijk en nam hij heel even de tijd om met mij te spreken over het warme weer in Dakar.

In de loop van de die dag werd mij vanuit Hilversum gevraagd of ik voor de NOS in Friesland wilde blijven. Geluidsman Arend-Jan Dimmendaal zou Ruud vervangen en wij werden gekoppeld aan verslaggever Rob Labree. Met z’n drieën hebben we die nacht een paar uur geslapen in een huisje op een vakantiepark tussen Leeuwarden en Drachten.


Op 4 januari 1997 stond ik als 24-jarig broekie in alle vroegte bij de start van de Elfstedentocht in Leeuwarden. We maakten daar een item over de enorme berg schoenen die achter bleef in de Zwettehaven. Een paar uur later maakten we een interview met de wedstrijdleider over het feit dat Piet Kleine was vergeten te stempelen in Hindeloopen. Dat bandje brachten we naar de regiewagens op de Bonkevaart en daar kregen we een bijzondere nieuwe opdracht.

Of wij bij de finish, voor de grote rechtstreekse uitzending van Studio Sport, de nummer twee wilden opvangen? Ze zouden de winnaar live volgen en indien mogelijk om een eerste reactie vragen. Ondertussen moesten wij dan met een losse camera, de LDK491 waar nog BetacamSP bandjes in zaten, achter de verliezer aan. Ik was bloednerveus. Niet eerder had ik in mijn korte carrière een shot gemaakt dat door zoveel kijkers zou worden gezien. Heel Nederland zat voor de buis.

Terwijl we op de Bonkevaart stonden te wachten op de beslissende eindsprint, heb ik wel tien keer gecontroleerd of alle instellingen van mijn camera goed stonden. In de verte zagen we een aantal helikopters langzaam dichterbij komen. Om ons heen was het dringen en duwen met andere cameraploegen en fotografen. Ik wilde vooral een goed zicht op de finish hebben om te kunnen weten wie er tweede zou worden. We moesten natuurlijk gelijk de juiste man te pakken hebben.

Het werd, zoals inmiddels wel bekend, een close finish. De meeste collega’s doken op Henk Angenent, onze nieuwe Elfstedenwinnaar. Als je heel goed kijkt dan zie je mij, het shot van de finishcamera, nog omdraaien en juist weglopen. Ik moest achter de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebosch aan. Die gleed een heel eind verder. Het was nog lastig rennen op het ijs van de Bonkevaart. Onderweg verloor ik mijn petje, maar er was natuurlijk geen tijd om dat nog op te rapen. Een stuk verderop ging de publiekslieveling op een bankje zitten. 

Wij waren als eerste ter plaatse, maar al snel was het ook hier dringen en duwen. Ik zakte door mijn knieën, om Hulzebosch zo goed mogelijk in de ogen te kunnen kijken. Hij vroeg aan de dringende journalisten om alsjeblieft even allemaal weg te gaan. Even later kon Rob Labree toch een paar vragen stellen. Met dat bandje ben ik naar de regiewagen gehold en daar is een paar minuten later een flits van dit moment ingestart. 11.000.000 Nederlanders zagen mijn beelden. Het was absoluut een nieuw record in mijn, op dat moment nog prille, cameracarrière.

Tot het weer donker werd zijn we bezig geweest met allerlei kleine opdrachtjes. Toen werden we naar huis gestuurd door een strenge producer. Ik had daar de balen van, want ik wilde graag blijven tot het eind. Ze hadden echter genoeg cameraploegen beschikbaar. Op weg naar Hilversum werd ik behoorlijk rozig in de warme auto. Ik kan me nog goed herinneren dat we bij een benzinepomp gestopt zijn en dat ik toen voor het eerst in mijn leven een blikje Red Bull heb gedronken. 






 

  

zaterdag 6 april 2019

Studio Sport 60 jaar


NOS Studio Sport bestaat 60 jaar en dat mag gevierd worden. Wie is er niet groot mee geworden? Al die jaren laat dit fantastische instituut van de Nederlandse Publieke Omroep ons schitterende sportmomenten van dichtbij meebeleven. En wie wordt niet vrolijk bij het horen van die heerlijke begintune van Tony Eyk? Ik herinner me de zondagavonden eind jaren ’70, begin ‘80 met haartjes nat, de badstof pyjama al aan, frietjes van ’t Hepke, bord op schoot en kijken naar de prestaties van Hennie Stamsnijder, Hilbert van der Duim of Boet van Dulmen. En Joop Zoetemelk natuurlijk! Uiteraard voorzien van het deskundige commentaar van Mart Smeets, Evert ten Napel, Theo Reitsma, Heinze Bakker en Jean Nelissen.

In mijn geval is Studio Sport ook al 24 jaar een hele grote en zeer trouwe werkgever. Vanaf september 1995 mag ik mezelf ‘sportcameraman’ noemen en werk ik in opdracht van verschillende facilitaire bedrijven voor Studio Sport. Het komt voor dat ik in een week tijd vier keer voor NOS Sport werk en telkens via een andere facilitaire partij. De ene keer bij een groot live evenement en de andere dag ga ik op pad voor een interview in het Sportjournaal. Ik ben er iedere keer weer trots op dat ik voor dit monument van onze nationale televisie mag werken. De lat ligt hoog, het zijn populaire programma’s, ze zorgen daar goed voor me en het is natuurlijk heerlijk om met je neus bovenop de topsport te zitten. 
Dankzij Studio Sport heb ik vijf keer de Tour de France gedaan, mocht ik naar de Olympische Winterspelen in Turijn, was ik bij het EK Voetbal in 2000 en 2004, stond ik op de finish van de laatste Elfstedentocht, ging ik voor Pieter van den Hoogenband naar Australië, stond ik vaak vooraan bij de Champions League, bij NK’s en WK’s wielrennen, het EK Atletiek, een WK Turnen, meerdere WK’s schaatsen en bij de Amstel Goldrace. Dit is nog maar een piepkleine greep uit de vele klussen die ik voor dit programma mocht doen. De trainingen, persconferenties en voetbalwedstrijden waar ik gefilmd heb zijn ontelbaar. Het gaat van zeilen tot handbal, roeien, schaatsen, basketbal, volley, badminton, paardrijden, biljarten en zelfs cricket.
Maar als je vraagt naar mijn meest memorabele Studio Sport shot, dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Was het toen het Nederlands hockeyteam in 1998 het WK in Utrecht won? Of Erik Hulzebosch die in 1997 de Elfstedentocht net niet gewonnen had? Ronald Koeman die een slokkie teveel op had tijdens een interview, na het onverwacht behalen van het kampioenschap van PSV in 2007? Verona van de Leur die tegen haar coach Boris Orlov zegt dat ze stopt met turnen? Inge de Bruin in training voor de Olympische Spelen van 2000? Ik weet het niet. Wellicht vergeet ik ook nog de meest bijzondere beelden. 
Voor mij persoonlijk was de Tour de France het allermooiste Studio Sport avontuur. Mijn eerste Tour in 2004 zal ik nooit vergeten. Volgens mij heb ik drie weken lang met een glimlacht tot ver achter de oren door Frankrijk gelopen. Het was een jongensdroom die uit kwam. Wielrennen is mijn sport. De Tour volgde ik als klein Limburgs menneke altijd en opeens had ik Mart Smeets in mijn auto. Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk. Je bent bij dat evenement als cameraman onderdeel van een rondreizend circus en kan nog ontzettend dicht bij de renners komen. Die zijn over het algemeen ook spraakzamer dan voetballers. We reden duizenden kilometers van start naar finish naar uitzendlocatie en naar een hotel. Met een helikopter vlogen we naar Alpe d’Huez en in de TGV feliciteerde ik Lance Armstrong persoonlijk met zijn geweldige overwinning. Na die drie weken stond ik te stralen op de Champs Elysees.

60 jaar Studio Sport. Laten we er eentje op drinken. Proost! Ik hoop dat dit programma nog lang mag blijven bestaan en dat ik er nog heel vaak voor mag werken. Om te beginnen aanstaande zondag tijdens de Rotterdam Marathon.








zondag 1 januari 2017

elfstedentocht 1997 - 20 jaar later


Op zaterdag 4 januari 1997 werd de vijftiende en voorlopig laatste Friesche Elfstedentocht verreden. Vanavond om 23.05 uur zendt Andere Tijden Sport op NPO1 een special uit over deze wedstrijd, die gewonnen werd door Henk Angenent. Dat de maker van dit programma de legendarische beelden van die bijzondere dag buitengewoon goed heeft bestudeerd blijkt wel uit een screenshot dat hij mij onlangs vanuit de montagekamer stuurde, want als je heel kritisch kijkt naar het finishshot van de laatste Elfstedentocht zie je onder in het beeld, in een fractie van een seconde, een piepjonge cameraman omdraaien. Dat ben ik!



Ik kan het me herinneren als de dag van gisteren. Met verslaggever Rob Labree en geluidsman Arend-Jan Dimmendaal stond ik op de Bonkevaart, om voor de grote rechtstreekse uitzending van Studio Sport de nummer twee op te vangen. Ze zouden live de winnaar volgen en indien mogelijk om een eerste reactie vragen. Wij moesten met een losse camera, de LDK491 waarin nog Betacam SP bandjes zaten, achter de verliezer aan. Ik was bloednerveus. Niet eerder had ik in mijn korte carrière een shot gemaakt dat door zoveel kijkers zou worden gezien. Heel Nederland zat voor de buis.
Voor mij was het vooral speciaal, omdat ik sinds 1985 een lichte elfstedentic heb. Als kind had ik op tv naar de dertiende en veertiende tocht der tochten gekeken, ik had tijdens vakanties in Friesland plakboeken gemaakt met oude krantenknipsels en er zelfs spreekbeurten op school over gehouden. Een artikel uit de Mikrogids van mijn oma, waarin regisseur Martijn Lindenberg vertelde over de registratie van die twee Elfstedentochten, was een van de redenen waarom ik zelf zo graag bij de televisie had gewild. Op die bewuste zaterdag in 1997 had ik het helemaal voorelkaar. Ik was erbij en kreeg ook voor het eerst direct te maken met Lindenberg, de grote meester. Ik moest mijn bandje uiteindelijk bij hem in de regiewagen afgeven.
Voor het zover was heb ik, terwijl we op de Bonkevaart stonden te wachten op de beslissende eindsprint, wel tien keer gecontroleerd of alle instellingen van mijn camera goed stonden. In de verte zagen we een aantal helikopters langzaam dichterbij komen. Om ons heen was het dringen en duwen met andere cameraploegen en fotografen. Ik wilde vooral een goed zicht op de finish hebben om te kunnen weten wie er tweede zou worden. We moesten natuurlijk wel gelijk de juiste man te pakken hebben.
Het werd een close finish. Mijn collega’s doken massaal op Angenent, de nieuwe Elfstedenwinnaar. In het shot van de finishcamera zie je mij omdraaien en juist weglopen, omdat ik achter Erik Hulzebosch aan moest. Die gleed een heel eind verder. Het was nog lastig rennen op het ijs van de Bonkevaart. Onderweg verloor ik mijn petje, maar er was natuurlijk geen tijd om het op te rapen. Een stuk verderop ging de hevig teleurgestelde publiekslieveling op een bankje zitten. De verslaggever probeerde een vraag te stellen, maar het was nog te vroeg voor een eerste antwoord. De schaatser legde het hoofd in zijn handen. Wij waren als eerste ter plaatse, maar al snel was het ook hier dringen en duwen. Ik zakte door mijn knieën, om Hulzebosch zo goed mogelijk in de ogen te kunnen kijken. Hij vroeg aan de dringende journalisten om alsjeblieft even allemaal weg te gaan. Even later kon Rob Labree echter wel een paar vragen stellen, alleen weet ik niet meer zeker of die ooit de uitzending hebben gehaald. Nadat ik minuten later het bandje had afgeleverd in de regiewagen is er een flits ingestart en iets later nog een kort stukje, maar ik geloof niet dat iemand op dat moment rust en tijd had om de hele scene even goed te bekijken.
Het is alweer twintig jaar geleden!




Andere Tijden Sport – Elfstedentocht 1997: Zes Helden, Eén winnaar
Zondag 1 januari, 23.15 – 23.50 uur, NPO 1

De Elfstedentocht van 1997, integrale herhaling:
Woensdag 4 januari, vanaf 05.15 uur, nos.nl


dinsdag 9 februari 2016

regie ambitie

Toen ik een jaar of zesentwintig was en mijn cameracarrière een vlucht nam wist ik één ding heel zeker. Ik zou niet tot mijn pensioen met dat zware apparaat op mijn schouder blijven lopen. Daar was ik te goed voor. En ik wist ook precies hoe het wel verder zou gaan: Ik zou regisseur worden. Om nog preciezer te zijn, ik zou dé regisseur worden van een volgende Elfstedentocht! Het moest alleen nog even gaan vriezen.
Waarom zou je de lat lager leggen?
Het is best fijn als je dingen zeker weet en dat deed ik… toen ik zesentwintig was. Ik zou hooguit vijftien jaar fulltime cameraman zijn. Voor mijn vijfendertigste moest deze jongen toch écht wel een andere weg hebben ingeslagen. De snelweg. Het was een beetje als Mick Jagger die ooit gezegd schijnt te hebben dat hij liever dood zou zijn, dan dat hij op zijn vijfenveertigste nog ‘Satisfaction’ zou zingen.
Ik ben nu drieënveertig en nog altijd een extreem gelukkige cameraman. Fluitend ga ik door het leven. Inmiddels heb ik me er wel bij neergelegd dat mijn Elfstedentocht er niet meer komt. Ook niet als het keihard gaat vriezen. In dat geval sta ik gewoon met een camera op het ijs, zoals het hoort. De ambitie om even honderd camera’s aan te sturen heb ik overboord gegooid. Zulke dromen heb ik alleen nog als ik met mijn Staatslot naar de sigarenboer loop. Op de terugweg ben ik alweer een gewone huisvader, blogger en cameraman.
De sprong van cameraman naar regisseur is anno 2016 een hele grote. Om te beginnen ambiëren veel collega’s het om aan de andere kant van de triax of glasvezel plaats te mogen nemen. Er zijn al teveel regisseurs of mensen die zich zo noemen. En hoeveel kennis een cameraman ook heeft van het televisiemaken, hij zal het in eerste instantie altijd afleggen tegen schakeltechnici en slowmotion-operators die het gewend zijn om in een regiewagen te kijken naar zo’n grote monitorenwand. Je moet de bijbehorende intercomdiscipline al kennen en op een of andere manier vlieguren maken.
Ik heb ook nog eens de ‘pech’ dat ik als cameraman van de ene leuke klus naar de andere hol. Stel dat ik al de kans zou krijgen om op regelmatige basis te regisseren, dan zou dat waarschijnlijk zijn bij een of ander klein studioprogramma. Dat is best een stap. Ik ben ook van mening dat je dan eigenlijk helemaal moet stoppen als cameraman, omdat het conservatieve wereldje een combinatie van die twee functies erg ingewikkeld vindt. Bestaande regisseurs zitten over het algemeen niet te wachten op nieuwe vissen in hun vijver. Maar ik zou de camera enorm gaan missen.
Mijn ambitie heb ik dus bijgesteld. De droom is er alleen nog in mijn dromen. Wel vind ik het heel tof dat ik afgelopen maandag voor de tweede keer op rij de kans heb gekregen om de grote carnavalsoptocht van Kerkrade te regisseren. Live op de Limburgse zender L1, goed voor een paar honderdduizend kijkers. Daar hebben mensen die het mij gunnen echt hun best voor gedaan en hun nek voor uitgestoken. Dat waardeer ik enorm!
Het was super spannend. Ik was bloednerveus. Alles stond aan! Zo lang, zo geconcentreerd werken, dat is een hele opgave, maar wat is het fijn als je een keer de knopen mag doorhakken. Ik geloof dat ik dat ook echt wel kan. Het is machtig om eens vier camera’s tegelijk te besturen. Bovendien heb ik een uitgesproken mening over het registreren van optochten en dan is het geweldig dat je het een keer zelf mag neerzetten zoals jij het wilt. Fijn als dat plan ook blijkt te werken.  
Maar het is tegelijk ook een zachte landing. Ik sta weer met twee voeten terug op aarde. Regisseren is een moeilijk vak. Het is voor elke cameraman (zeker voor een cameraman met een grote mond en een uitgesproken mening) goed om een keer aan de andere kant te zitten. Daar leer je veel van. Simpele dingen, zoals welke beelden je wel en welke je beter niet kan aanbieden, hoe shots het beste achter elkaar passen, maar ook dat je als cameraman soms best meer begrip mag hebben voor de mensen in de regiewagen die tien dingen tegelijk doen en vijf stappen vooruit zitten te denken. Dat weet je allemaal wel, maar het is toch anders als je het eens zelf mag ervaren.

Niemand hoeft zich zorgen te maken. De meeste regisseurs hoeven zich voorlopig niet bedreigd te voelen, maar wel zet ik heel stiekem op carnavalsmaandag 2017, met potlood, een klein streepje in mijn agenda. Die reserveer ik alvast, want van mij mogen ze nog eens bellen. Graag zelfs, maar als L1 het volgend jaar belt met het verzoek om bij dit project het camerawerk te doen, dan doe ik het ook. Met evenveel passie en liefde!



woensdag 8 februari 2012

gok (elfstedendagboek 3)


Deels is het genetisch bepaald dat ik vatbaar ben voor het Elfstedenvirus; mijn voorvaderen komen immers uit Bolsward en omgeving. Het heeft ook te maken met de jaarlijkse paasvakanties in Hindeloopen, gedurende mijn jeugd. Maar misschien wel de belangrijkste aanstichter van mijn recidief is Martijn Lindenberg.
Ik was twaalf toen ik op donderdag 21 februari 1985 definitief werd geïnfecteerd met het Elfstedenvirus. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat heb ik op het puntje van de bank gezeten om maar niets te missen van de marathonuitzending rond de 13e Elfstedentocht. Ergens had ik gelezen dat de NOS wel 41 camera’s had ingezet om het spektakel in beeld te brengen. Het idee dat ze met zijspanmotoren over het ijs reden vond ik fascinerend en dat de heren alles in een paar dagen hadden moeten organiseren kon ik niet bevatten.
Die dag in de carnavalsvakantie heb ik besloten dat ik ook bij de televisie wilde werken. Ik heb voor school een werkstuk gemaakt over de Elfstedentocht en een speciaal hoofdstuk ging over de operatie om alles live op televisie te krijgen. Een jaar later, in 1986, was er weer een Elfstedentocht en wilde ik niets liever dan voor de buis hangen, maar deze keer hadden wij in Limburg geen ijsvrij. Ik stelde voor om te spijbelen, maar dat kreeg ik er thuis niet doorheen. Aan het eind van de middag kwam ik ziek uit school. 38,6°C.
Elfstedenkoorts.
In 1997 was ik erbij. Als jonge cameraman stond ik op de Bonkevaart. Mijn missie was het opvangen van de verliezer en dus maakte ik de historische beelden van een zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, zittend op een bankje, met de handen voor zijn ogen. 11.000.000 televisiekijkers hebben die middag dat shot gezien.
Vervolgens heb ik altijd gekscherend geroepen dat het hoogst haalbare in mijn carrière het regisseren van de Elfstedentocht is, maar dat het waarschijnlijk door global warming niet meer gaat vriezen tegen de tijd dat ik op deze hoge post ben gearriveerd. Het lijkt mij echt geweldig om te mogen bepalen hoe je dit evenement in beeld wil brengen, met misschien wel 100 camera’s.
Het is met stip de grootste en allermooiste televisieoperatie die wij in Nederland kennen. Lindenberg heeft in ’85, ’86 en ’97 de toon gezet en ik ben razend benieuwd hoe we daar anno 2012 op voortborduren.
De ontberingen tijdens de Elfstedentocht zijn voor sommige cameramensen bijna even zwaar als voor de deelnemers. Ga maar eens een hele dag stil staan, op een steigertje, zonder enige bescherming tegen de gure wind. Of urenlang op een quad zitten, in de kou, gedraaid als een wokkel met een camera in je handen die je zo steady mogelijk moet houden.
Ik wil daar bij zijn. Dat moet! Het is zelfs zo ernstig dat ik in 2006 serieus moest nadenken toen me gevraagd werd of ik een maand naar de Olympische Winterspelen in Turijn wilde. Ik heb gegokt en geluk gehad.
Deze week heb ik weer gegokt en mij van alle andere klussen laten halen, zodat ik beschikbaar was voor de Elfstedentocht. Vanmiddag om twaalf uur was eindelijk alles in kannen en kruiken. Als de rayonhoofden vanavond zouden besluiten om er dit weekend voor te gaan, dan was ik erbij geweest. Met mijn vrienden van FacilityHouse had ik dan ergens in zo’n pittoresk stadje klaargestaan voor een prachtige doorkomst. Ze hadden mij een dag lang met een bakje erwtensoep en een camera in een hoogwerker mogen ophijsen boven Stavoren, Workum of Dokkum.
Het gaat voorlopig niet gebeuren. Helaas. Dat vind ik ontzettend jammer. Spijt van mijn beslissing om me vrij te laten plannen heb ik allerminst. Andersom was veel erger geweest. Maar als iemand de komende dagen nog een cameraman zoekt…