Posts tonen met het label wielrennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wielrennen. Alle posts tonen

zondag 8 maart 2026

koers director

 

Mijn fascinatie voor televisiemaken begon halverwege de jaren ’80, toen ik met mijn vader ging kijken naar de Amstel Goldrace. De wielersport vond ik al interessant, maar ik raakte volledig in de ban van de helikopter waar een cameraman uit hing en van de motoren met achterop cameramensen, gedraaid als een wokkel, die de renners zo goed mogelijk in beeld brachten. Als ik op vrije woensdagmiddagen met mijn eigen racefiets het Limburgse land onveilig maakte, fantaseerde ik dat er van die motoren naast me reden. Vaak pikte ik de laatste kilometers van de Amstel Goldrace of van het NK in Geulle mee om de droom compleet te maken. 

Na de Elfstedentocht van 1985 las ik een artikel over sportregisseur Martijn Lindenberg. Hij legde uit hoe ze deze schaatswedstrijd met wel 43 camera’s hadden gevolgd, dat ze met zijspanmotoren op het ijs reden en ook hier zat een cameraman in de open deur van een helikopter, die waarschijnlijk nu nog steeds niet helemaal ontdooid is. Ik vond dat schitterend en zo kwam het dat ik bij de televisie wilde. Het was een droom om betrokken te raken bij de registratie van wielerkoersen (en de Elfstedentocht). 

Via Lokale Omroep START in Geleen, de Hogeschool voor Super VHS in Sittard en AT5 in Amsterdam is me dat gelukt. Ik kwam in 1995 terecht bij het NOB in Hilversum, die mij lieten filmen voor Studio Sport. In 1997 stond ik met een camera op de Bonkevaart in Leeuwarden toen Henk Angenent de Elfstedentocht won. Het was mijn opdracht om de nummer twee te volgen en dus holde ik even later naar de regiewagen van Lindenberg, met een bandje waarop de zwaar teleurgestelde Erik Hulzebos, huilend op een bankje, te zien was. 

Een jaar later werkte ik voor het eerst echt met Lindenberg samen, tijdens het WK Wielrennen in Valkenburg. Dit ging in eerste instantie niet helemaal van een leien dakje, maar dat verhaal heb ik hier al eens opgeschreven. Het belangrijkste was dat ik met mijn neus vooraan stond bij de koers en dat ik van dichtbij meekreeg hoe een wielerwedstrijd geregistreerd wordt. 

In de jaren daarna heb ik serieus onderzocht of het mogelijk was om cameraman op de motor te worden. Ik heb verschillende marathons gefilmd vanaf de motor, veel triatlons, veldrijden, een verdwaalde wielerkoers en jaarlijks volg ik voor ESPN de spelersbussen op weg naar de bekerfinale in de Kuip, maar echt doorgebroken als ‘Ted de la Course’ ben ik nooit. Ik ben nou eenmaal geen slangenmens. Mijn droom om een keer bij de Amstel Goldrace, in de Giro of zelfs de Tour de France met een camera op de motor te zitten heb ik inmiddels wel laten varen. Misschien in een volgend leven.  

Dat neemt niet weg dat ik deze manier van televisiemaken nog steeds het allermooiste vind. De Tour de France blijft het mooiste sportevenement waar ik als cameraman bij ben geweest en ik hoop ieder jaar op een nieuwe Elfstedentocht. Met een camera bij de finish van een wielerwedstrijd ben ik dolgelukkig. De combinatie van deze sport en de manier waarop die technisch in beeld wordt gebracht, blijft iets magisch.

Dus was ik al heel blij dat ik gevraagd werd als cameraman voor De Ster van Zwolle. Toen in de voorbereiding bleek dat de beoogd regisseur niet kon, een andere regisseur met veel ervaring op dit vlak ook niet en tot slot een derde optie niet beschikbaar bleek, werd aan mij gevraagd of ik misschien op de regiestoel plaats zou willen nemen. Nou, dat hoefde Daan geen twee keer te vragen. Natuurlijk realiseerde ik me direct dat het een uitdaging was, maar ik zag het vooral als een unieke kans. 

Nadat ik een oog op de namenlijst had geworpen, van professionals die ze bij The Crew al hadden ingehuurd voor dit project, wist ik zeker dat ik dit tot een goed einde kon brengen. Ik mocht samenwerken met een super goede schakeltechnicus, de beste slowmotion operator voor deze sport, de juiste mensen voor de graphics, een goede geluidsman, de slimste technici voor alle verbindingen, de meest lenige cameramensen en drie geweldige motorrijders. Dit kon niet misgaan.

Zo kroop ik zaterdag dus niet achter een camera, maar achter de regiedesk in OBV2 van The Crew, die stond opgesteld naast de finish van de Ster van Zwolle. Ik was niet eens nerveus. Het voelde allemaal heel vertrouwd en ik wist precies wat ik wilde. 

Na een kleine vijftig jaar wielrennen kijken, waarvan ruim dertig met een televisiemakers-oog, heb ik wel een mening over hoe deze sport er op televisie uit moet zien. Ik heb vaak genoeg meegekeken bij echte regisseurs, zelf op de motor gezeten en aan de streep gestaan om te weten wat erbij komt kijken. Dus ging het heel vanzelfsprekend allemaal. Ik had de rust om goed te kijken en maakte dankbaar gebruik van alle hulp, die de heren aan mijn zijde aanboden, als dat nodig was. 

We hadden alles! Verhaaltjes binnen het verhaal werden verteld en waar nodig kwamen we er later nog even op terug. Naarmate de finish naderde en de renners in het peloton nerveuzer werden, namen ook bij mij de zenuwen een beetje toe. Het ergste wat er kan gebeuren bij de regie van een wielerkoers is dat je de ontknoping niet goed in beeld hebt. Zonder helikopter waar je altijd op terug kan vallen en die zorgt voor broodnodig overzicht is dat extra spannend. Maar motor twee bleef perfect voor het jagende peloton tot de laatste bocht. De vaste camera’s hadden goed zicht op de laatste 300 meter.

Het meest hectische moment voor een regisseur bij wielrennen is eigenlijk het deel na de finish. Dan komt alles bij elkaar en moet je snel keuzes maken. Vervolgens duurt het vaak net iets te lang tot de winnaar geïnterviewd en gehuldigd kan worden. Ook hier hebben we ons redelijk goed doorheen geslagen met veel herhalingen en hulp van de motoren die bij de winnaar bleven.

En toen was het klaar. Veel te snel voor mijn gevoel. Aan het eind van de dag restte mij niets anders dan al die fantastische crewleden bedanken. Op weg naar huis moest ik echt even landen en in mijn wang knijpen. Een jongensdroom is uitgekomen. Natuurlijk is er een lijstje met kleine verbeterpuntjes en mag ik niet denken dat ik morgen wel even de Elfstedentocht ga regisseren, maar mijn debuut als ‘koers director’ is zeker geslaagd. Al zeg ik het zelf. En als ik dan toch een keer een beetje onbescheiden mag zijn... het smaakt naar meer.

 

Daan, bedank voor de kans en het vertrouwen!



foto: Andre van den Esschert

zondag 25 juni 2023

Tulip Crane

  

Het is best confronterend als je collega aan het begin van de klus wil weten hoeveel je weegt, maar in dit geval mag Niels het weten. Het is de man die ervoor zorgt dat mijn werkplek dit weekend helemaal in balans is. Een belangrijke taak, want ik hang met een grote camera recht boven de weg waarop het NK wielrennen verreden wordt. Met camera 5 verzorg ik het shot van de finish en wel vanaf de wereldberoemde Tulip Crane. Aan de ene kant zit ik en aan de andere kant hangt een grote bak met contragewichten. Het is een aardige workout voor de gripper van Egripment om er zoveel klonten lood in te tillen tot ik langzaam opstijg.

Fasten seatbelts.

De Tulip Crane is met alle respect een oudje in onze business. Een brok televisiegeschiedenis. Deze robuuste arm van 5 meter en 75 centimeter, met aan het eind een platform waarop een cameraman plaats kan nemen, is eind jaren zeventig bedacht en geproduceerd door camera operator Constant Tresfon, de grondlegger van de firma Egripment uit Nederhorst Den Berg. Zijn Tulip Crane maakte shots vanuit een hoog perspectief en ongekende camerabewegingen mogelijk. Een groot voordeel van deze crane was bovendien dat hij, in vergelijk met reeds bestaande producten, relatief eenvoudig was te demonteren en transporteren. Zo bleef het werken met bewegende camera’s op hoogte niet alleen beperkt tot de grote studio’s. Vanaf dat moment zag je de ‘vliegende’ camera's ook bij concerten, grote evenementen en sportwedstrijden. In 1983 won Constant Tresfon een Oscar (Technical Achievement Award) voor zijn uitgebalanceerde uitvinding en het product werd een wereldwijd succes in de televisie- en filmindustrie. 

Egripment groeide en Tresfon ontwikkelde met zijn bedrijf verschillende nieuwe cameracranes. Langer, lichter en met remoteheads, waardoor de camera op afstand bediend kon worden. Er kwamen cranes op de markt die konden uitschuiven, met gestabiliseerde koppen en waarin de camera ook nog eens kon kantelen. Tegenwoordig is de Scanner heel populair, want die kan een operator in zijn eentje bedienen, maar de Tulip Crane is altijd in het assortiment gebleven, omdat je hiermee een hoog platform kan bieden aan een zware camera met een dikke telelens. Zo kan je bijvoorbeeld bij de finish van een wielerwedstrijd recht boven de weg hangen en toch ver inzoomen.


Je zou denken dat een camera-operator, die al bijna dertig jaar in het vak zit, alles wel eens heeft meegemaakt, maar in mijn geval is het nog lang niet zo ver. Ik heb genoeg wensen en dromen om me de komende 20 jaar prima te vermaken. Telkens komen er ook nieuwe uitdagingen op mijn pad. Zo mag ik dit weekend, bij het NK Wielrennen in Sittard-Geleen, voor het eerst in mijn rijke carrière op de enige echte Tulip Crane plaatsnemen. Dat is voor mij een serieus bucketlist-dingetje. 

Muziekliefhebbers kennen de Tulip Crane natuurlijk van de wereldberoemde stagedive, die Pearl Jam zanger Eddie Vedder maakte, tijdens Pinkpop 1992. Hij klom halverwege het concert bovenop het cameraplatform om een paar meter verderop in het publiek te duiken. Voor wie het even kwijt is heb ik in 2018 deze column geschreven en op YouTube kan je deze video bekijken om het geheugen op te frissen. Ik heb me overigens laten vertellen dat de crane waarop ik dit weekend mijn Tulipdebuut maak, precies hetzelfde exemplaar is waar Vedder in ‘92 vanaf sprong. Ze heeft sindsdien hooguit wat onderhoud gehad en een likje verf. Ergens heb ik gelezen dan meer 90% van de Tulip cranes die ooit verkocht zijn nog steeds ergens dienst doen. Er zijn niet veel onverwoestbare apparaten in onze business die je over zo’n lange termijn kan afschrijven.

Vrijdag hebben we alles opgebouwd. Niels de crane en ik de camera. Daarna mocht ik een testvlucht maken. Vijf meter hoog lijkt niet zo veel, maar ik moet zeggen dat ik nog nooit vanuit dit perspectief naar de sprong van Eddie Vedder heb gekeken. Het is echt heel hoog! Zo’n crane is heel stabiel en degelijk, maar in eerste instantie leek het op een ritje in een ouderwetse kermisattractie. Het is even wennen. Na een paar minuten voelde ik me echter volkomen veilig in handen van gripper Niels en op de uiterst stabiele en tevens super soepele constructie van Constant Tresfon. 

De rest van dit weekend zweef ik met de good-old Tulip Crane boven het parkoers, geniet ik op mijn schermpje van de mooie koers en in mijn hoofd gonst de hele tijd ‘Hey, I, oh I’m still alive!’ 




 

 

vrijdag 26 augustus 2022

windtunnelonderzoek en cameramotoren

 

Het is niet eenvoudig om als cameraman, vanaf een rijdende motor, mooie beelden te maken van wielrenners of hardlopers. Je moet je balans houden, mag niet te veel onverwachte bewegingen maken en kijkt in een zoeker om te zien wat je filmt. Ondertussen moet je de camera recht en stilhouden, de focus instellen, soms het diafragma controleren, inzoomen of uitzoomen. Het is mooi als je de sporters zoveel mogelijk in het gezicht kan kijken. De kijker ziet graag af en toe een close-up en niet alleen ruime totaalshots. Terwijl motor en sporter ten opzichte van elkaar blijven bewegen, moet je als cameraman anticiperen. Drempels, slecht wegdek, scherpe bochten, smalle wegen, remmen en optrekken; het helpt allemaal niet mee. Soms is een shot minutenlang in de uitzending en gaat de motor min of meer in een halve cirkel om het onderwerp heen. Dan moet je de camera over de motorrijder heen tillen, want je wil de motor en de bestuurder het liefst niet in beeld zien. Op het ene moment kijk je vooruit en even later zit je als een wokkel gedraaid om achteruit te kijken. Dat vereist een bepaalde lenigheid, kracht, handigheid, kennis van de sport en lef. 

Zelf heb ik enige ervaring op dit gebied, maar ik heb het nooit geschopt tot grote wielerkoersen. Dat is de ‘Champions League’ van het motorcamerawerk en daarvoor ben ik niet goed genoeg. Wellicht niet lenig en/of niet sterk genoeg. Trots ben ik op een aantal belangrijke marathons en triatlons die ik heb mogen filmen vanaf de motor, waaronder de marathon van Berlijn en die van Amsterdam. De triatlon van Almere doe ik al jaren en de afgelopen week was ik voor de tweede keer bij de Collins Cup in Slowakije. Dat is een nieuwe vorm van triatlon, waarin teams uit verschillende werelddelen het tegen elkaar opnemen. Het vorig jaar heb ik na de eerste editie in een blog uitgelegd hoe dit werkt. Ook dit jaar waren we weer met twaalf (!) cameramotoren van NEP The Netherlands van de partij.

Tijdens het onderdeel wielrennen kwam er een motor van de jury naast ons rijden, om aan te geven dat wij met onze cameramotor te dicht op de atleet reden en dat we meer afstand moesten nemen. Ik dacht dat ik gek werd. We reden al minimaal vijftien of twintig meter voor de dame op de fiets en niet eens recht voor haar, maar een beetje schuin ervoor. Als we nog verder naar voren zouden gaan, dan kon ik geen steady beeld meer maken. Je moet weten dat het lastiger wordt als je vanaf de rijdende motor verder moet inzoomen om een wielrenner in je shot te houden. Elke kleine trilling van de camera wordt door het inzoomen uitvergroot. Als televisiekijker word je uiteindelijk gek van het zwabberende beeld.

Om eerlijk te zijn ergerde ik me aan het jurylid met zijn dwingende gebaartjes en hij stoorde zich blijkbaar ook aan de verontwaardiging bij ons. Een hele poos bleef hij in onze buurt rijden om te controleren of we wel voldoende afstand hielden. 

Ik vertelde dit verhaal zondag in het vliegtuig naar huis tegen een collega. Hij wees me op recente Tweets van onderzoeker Bert Blocken (@realBertBlocken), die voor de TU in Eindhoven en KU in Leuven onderzoek doet naar het effect van voertuigen die voor, achter en naast een wielrenner rijden. Ik zag daarbij een soort grafiek waaruit blijkt hoeveel profijt wielrenners hebben van motoren in de koers. 

Zelfs wanneer een cameramotor veertig meter afstand houdt, dan nog heeft de renner (als deze 46,8 kilometer per uur rijdt) een voordeel van 2,6 seconden per kilometer ten opzichte van een tegenstander waar geen motor in de buurt is. Ook als je met een motor tien meter achter een renner rijdt, heeft de renner blijkbaar een minimaal voordeel door de voortstuwende werking. Uit deze onderzoeken in de windtunnel blijkt ook dat renners er baat bij hebben wanneer je naast ze rijdt. 

Om even terug te keren naar ons jurylid bij de Collins Cup; ik weet niet of die zich bewust was van het feit dat zijn eigen jurymotor ook effect had op de triatleet in kwestie. Zij reden nogal dicht achter haar en twee motoren in de buurt van een renner doen meer dan één professionele cameramotor. Om de wedstrijd eerlijker te maken had hij beter voor de nummer twee kunnen gaan rijden.

Ik heb deze week het onderzoek van Bert Blocken gelezen. Het betoog is helder. Een cameramotor is altijd van invloed op de prestaties van de deelnemers aan een wedstrijd. In mijn ogen is dit onvermijdelijk en iets waar iedereen zich bij neer moet leggen. Je kan nou eenmaal niet zoveel afstand nemen dat je geen invloed hebt, want dan kan je onmogelijk nog beelden maken waar de televisiekijker rustig naar kan kijken. En televisie is de reden waarom sponsors de sport interessant vinden. Zonder tv, geen geld. Zonder geld geen sport. 

Blocken zelf stelt in zijn conclusies voor dat wielerkoersen wellicht in de toekomst in beeld gebracht kunnen worden met behulp van drones. Dat klinkt leuk, maar die techniek is nog lang niet zo ver dat je daarmee een wielerkoers over grote afstanden kan coveren. Op dit moment is dat veel te gevaarlijk voor renners en publiek. Drones kunnen niet lang genoeg vliegen op hun batterijen, de beeldkwaliteit van kleine drones is niet goed genoeg, je kan er niet mee inzoomen, verbindingen zijn niet stabiel en een drone operator moet zicht hebben op zijn drone wanneer hij in onbekend terrein vliegt. Grote drones doen ook iets doen met luchtcirculatie, maar laten we het daar niet over hebben, want anders gaan ze straks nog onderzoek doen naar de effecten van laaghangende helikopters.

Om de sport eerlijker te maken moet je bij elke ontsnapping een motor moeten laten rijden, maar dat gebeurt in grote koersen al. Bij de Collins Cup zou dat betekenen dat we niet met 12, maar met 36 motoren in de wedstrijd hadden moeten rijden. Dat gaat best ver. 

Neem van mij aan dat er geen pasklare oplossing is voor dit probleem. Dus denk ik dat we voorlopig niets opschieten met de meetresultaten van Blocken. Het zal vooral leiden tot onrust, irritatie en frustratie. Renners en ploegleiders worden boos op cameramotoren als het ze niet uitkomt of ze maken er juist dankbaar gebruik van wanneer het in hun voordeel is. Juryleden hebben er hun handen vol aan en de ‘deskundigen’ zullen in hun analyse telkens weer wijzen naar die verfoeide motoren. De cameramensen en hun motards, die ervoor zorgen dat we kunnen genieten van mooie tv-beelden, zijn de gebeten hond.






zaterdag 25 juni 2022

zweet

 

Onder de noemer ‘The Longest Day’ maakt een vriendengroep jaarlijks op of rond 21 juni een serieus lange fietstocht. Het begon ooit met alle twaalf de provincies op één dag. Een ander jaar fietsten ze van Groningen naar Zeeland, langs de hele Nederlandse kustlijn. De organisatie van dit gekkenwerk is in handen van Herman van der Zandt en Martijn Hendriks, de mannen van de populaire podcast Tweewielers. Dit jaar was het alweer de zesde editie van hun Longest Day. Deze keer fietsten ze door vijf landen in één dag. Een tocht van 364 kilometer met 3994 hoogtemeters, voornamelijk in de Belgische Ardennen. Van Maastricht naar België, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en weer terug naar Maastricht. De start was op zaterdag 18 juni om vier uur ’s ochtends en rond half acht ‘s avonds hadden acht van de negen deelnemers het gehaald. Hiervoor zaten ze 12 uur en 48 minuten op de fiets. Met temperaturen die boven de 36 graden uitkwamen was het ook nog eens een van de warmste dagen van het jaar. 

Ik was erbij! 

Natuurlijk niet op de fiets, maar met een camera achterop de motor van Jos Hayen. Samen met regisseur Bas Koel werkten we aan een film over deze waanzinnige fietstocht. Dus ook wij waren om 03.00 uur opgestaan, nadat we slechts een paar uurtjes hadden geslapen in een warm hotelkamertje, midden in het uitgaanscentrum van Maastricht. Ook wij waren dik 15 uur onderweg, waarvan ik bijna 13 uur op de motor heb gezeten. En ook bij ons was het 36 graden. Alleen moesten wij voor de veiligheid ook nog eens een motorpak aan…

Je hoort mij verder niet klagen, hoor. Ik was het min of meer zelf schuld. Een jaar geleden had ik na The Longest Day tegen een van de deelnemers gezegd dat ze eigenlijk eens een film zouden moeten maken over hun belevenissen. Op de wedervraag wie er in hemelsnaam zo gek zou zijn om dit dan gratis te doen heb ik per ongelijk mijn vinger een beetje opgestoken. De volgende morgen kreeg ik al een Appje van de organisatoren. Ja, wie A zegt…

Ach, je moet ook af en toe iets doen voor een goed doel en we kunnen niet alleen maar de arme kindertjes van Afrika helpen. Soms mag je best eens negen volwassen kerels steunen, die heel graag jongentjes willen blijven.

Speciaal voor de gelegenheid had ik bij The Crew een nagelnieuwe Sony Fx9 camera geregeld met een mooi setje G-Master lenzen. Dit apparaat wilde ik graag beter onder de knie krijgen en dat is gelukt. Er komen werkelijk schitterende plaatjes uit, de autofocus is in veel gevallen briljant, maar in de bediening is deze camera niet ideaal. Zeker niet als je achter op een motor je werk moet doen en soms gedraaid zit als een Wokkel. Er zitten heel veel knopjes op die je per ongeluk kan indrukken of waar je juist bijna niet bij kunt komen als je een helm op hebt en de camera ligt op je schouder. Misschien nog wel het meest onhandig aan dit apparaat is dat hij steeds omkukelt als je hem even op de grond wil zetten. Er zit een handvat bij dat je steeds moet inklappen of losschroeven. Nu zullen er vast collega’s zijn die zweren bij dit apparaat en die ook voor elk probleem al een oplossing hebben bedacht, maar ik durf toch wel te zeggen dat op het gebied van camerahandeling, balans en bediening vroeger alles beter was. Professionele camera’s zijn er nog steeds, maar die zijn in verhouding tot deze Fx9 onbetaalbaar. Dit blijft een industrieel apparaat met een waanzinnige prijs/kwaliteitverhouding, prachtig beeld en hij is prima in situaties waarin je alles naar je hand kan zetten, maar als je moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, dan ben ik niet overtuigd. Neemt niet weg dat ik er mooie dingen mee gemaakt heb. Dat was vooral te danken aan de mannen die voor mijn neus behoorlijk afzagen, aan het waanzinnige decor van de Ardennen, het fijne licht en dankzij de stuurmanskunsten van de motard. Zeker in het ochtendgloren was het een feest om de groep te zien fietsen.

In Frankrijk werd het behoorlijk warm. Het was niet voor niks dat ze daar antiekmarkten hadden afgelast en wielerkoersen ingekort. Door de rijwind leek het mee te vallen, maar als we even stopten om een shot van de voorbijrijdende groep te maken, dan steeg mijn lichaamstemperatuur direct naar een kookpunt. Mijn rug was drijfnat. Bij elke pauze legde ik de zwarte motorjas in de zon en als we na twintig minuutjes verder gingen was hij weer droog. Alleen het opzetten van de natte helm was geen pretje. En ik kon mezelf ruiken. Behoorlijk. Volgens mij is dat een slecht teken. 

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vrees dat ik aan het eind van de dag net zo afgepeigerd was als de mannen die gefietst hebben. Het opstappen op de motor ging steeds minder soepel. In een poging om mijn been over de motor heen te zwaaien knalde ik hard met mijn scheenbeen tegen het bagagerekje. Een gigantische bloeduitstorting zal me nog wel even doen herinneren aan deze dag. Maar het biertje op het terras in Maastricht smaakte ongelofelijk lekker.

Het draait in het leven uiteindelijk om plezier maken, avonturen beleven en om bijzondere mensen te leren kennen. Er is zoveel boosheid in de wereld op dit moment. Daarom is het juist zo heerlijk om op pad te zijn met zo’n vriendengroep die een feestje van het leven maakt. Een stel vrolijke jongens, die er zelf voor zorgen dat ze steeds weer mooie verhalen kunnen vertellen. 

Inmiddels heb ik wat beelden teruggezien. Het belooft veel goeds voor de montage van de aftermovie die medio september klaar moet zijn. Als die op YouTube komt zal ik jullie even waarschuwen.

 




foto's : Joris Knapen







 

zondag 29 augustus 2021

Collins Cup

 


Het leek wel een droom. Of, als er een motorcameramannenhemel zou bestaan, dan mag die er van mij zo uitzien.

 


 

Op zaterdagochtend stonden, bij het nationale sportcentrum van Slowakije, op een groot parkeerterrein in Šamorín, maar liefst twaalf cameramotoren te glimmen op een rij. Twaalf! Ik vind eentje al mooi. Bij de Amstel Goldrace gebruiken ze er vier. In de Tour de France een stuk of zes. Nu stonden er twaalf naast elkaar. Strak in lijn, zoals dat hoort. En allemaal uitgerust met een complete set. Elke camera had een gestabiliseerde lens, elke motor was uitgerust met een antenne voor een RF verbinding én een 4G verbinding. Intercom, roodsignalering en shading (voor de techneuten onder ons). Het was om je vingers bij af te likken. 

We waren bij de Collins Cup. Dat is een nieuwe vorm van triatlon, waarbij teams uit Europa, Amerika en een samengestelde ploeg uit de rest van de wereld het tegen elkaar opnemen. Iets met groepjes van drie en een ingewikkelde puntentelling. Twee kilometer zwemmen, tachtig kilometer fietsen en achttien kilometer hardlopen. Om de tien minuten starten drie atleten. En zo zijn het twaalf wedstrijdjes in een wedstrijd. Zes keer drie dames en zes keer drie heren. Dit evenement is vernoemd naar John Collins, de bedenker van de Ironman triatlon op Hawaii.

Volg je me nog? Het maakt ook niet zo veel uit. Ik wil jullie vooral iets vertellen over de registratie, die live werd uitgezonden op Eurosport2. 

Het probleem van een ‘gewone’ triatlon is dat het lastig is om zo’n duursport goed in beeld te brengen. Het is eigenlijk een beetje saai, duurt lang en TV-technisch is het een dure sport. Daarom zien we het niet vaak live. Deze organisatie had echter enorm uitgepakt. Bootjes met camera’s bij het zwemmen, een flycam, steadicam, helikopter, draadloze camera’s bij de wisselpunten, een Quad, cranes en dus de twaalf motoren van NEP Nederland. Iets wat nog nooit is vertoond.

Twaalf cameramensen met ervaring op de motor en twaalf professionele motorrijders. Dat was voor de planning nog een hele zoektocht. Misschien de reden dat ik mee mocht, maar dat maakt mij niks uit. Ik was erbij! Op woensdag vlogen we met een grote ploeg naar Slowakije, om op donderdag te testen en het parkoers te verkennen. Drie vrachtwagens met techniek en motoren waren ons vooruit gereisd. Vrijdag had de motorploeg een vrije dag, zodat het technische team in alle rust de puntjes op de i kon zetten. Bij zo’n gigantische operatie is dat geen overbodige luxe. 

Zaterdag was eindelijk de race. In de ochtend nog een laatste test en ’s middags stapte om de tien minuten een nieuw team op de motor. Ik vond dat alleen al geweldig om te zien. De voorbereiding van mijn collega’s, de concentratie van die mannen en dan het wegrijden. Helikopter laag boven het hoofd en hoog in de lucht een vliegtuig dat rondjes draait, als een extreem hoge zendmast voor de verbindingen. Samen met motorrijder Arno Koning zat ik op motor 9. Rond half vier waren wij eindelijk aan de beurt. We volgden de negende race, die ging tussen Sebastian Kienle uit Europa, Andrew Starykowicz uit de USA en Lionel Sanders bij de Internationals. 

Omdat de Collins Cup een nieuw evenement was, moesten ook wij het wiel met elkaar uitvinden. Gelukkig hadden Arno en ik al even kunnen afkijken hoe collega’s die eerder vertrokken waren het er vanaf brachten. Het was duidelijk dat het production team uit Engeland lang en goed had nagedacht over de manier waarop ze deze wedstrijd in beeld wilden brengen. Met veel camera’s, goed commentaar, interviews, analyses en heldere graphics. Onze Engelse regisseur had in ieder geval flink mogen uitpakken. Aan middelen geen gebrek. Nadeel voor ons was wel dat we, in de overvloed aan beelden, allemaal drie uur op de motor zaten om slechts een keer of vijf in de uitzending geschakeld te worden. De rest van de tijd hielden we als een soort veredelde bewakingscamera onze race in de gaten. Maar voor de liefhebber werd het een interessant programma, waarin veel gebeurde. Arno en ik hadden ‘mazzel’ met een valpartij in een van de eerste bochten. Sanders ging op de natte weg onderuit. Ondanks wat schaafwonden wist hij ‘onze’ race uiteindelijk toch te winnen.

Toen wij terug kwamen op het TV compound stonden de eerste motoren al ingepakt in de vrachtwagen. Een half uur later was ook motor twaalf binnen. Mission completed. Het was allemaal goed gegaan. Niks geks gebeurd en, ondanks zoveel complexe techniek bij elkaar, had alles van begin tot eind goed gefunctioneerd. Het waren bovendien vier heerlijke dagen met een groot professioneel team. Ik maak een diepe buiging voor de mensen van NEP die dit project geleid hebben en de mannen die de techniek verzorgd hebben. Het was dik in orde en dus is het niet verwonderlijk dat ook de klant super tevreden is. Het schijnt dat er het volgend jaar weer een Collins Cup is. Of ik daar dan weer bij mag zijn zullen we wel zien, maar deze ervaring pakt niemand mij meer af. 







dinsdag 22 juni 2021

NK Wielrennen - lensproblemen

  

Hoog in de lucht boven Wijster cirkelt de ASR265 van Aero Sotravia. Je ziet hem niet, maar al een paar uur draait het toestel kleine rondjes. Als je op flightradar kijkt ziet het patroon er vreemd uit. Allemaal lussen, terwijl normale vliegtuigen rechte lijnen trekken. Een leek zou zich kunnen afvragen waarom je in vredesnaam urenlang boven een voormalig vuilnisbelt vliegt. Wij van de televisie weten beter. Dit vliegtuig fungeert als extra hoge zendmast tijdens het NK wielrennen. De signalen van twee cameramotoren en van de helikopter worden naar het vliegtuig gestraald, waar vandaan het vervolgens wordt terug gestuurd naar een paar schotelantennes, die niet ver van de regiewagen staan. Zo komen de beelden en geluiden uit de koers bij de regisseur, die vervolgens een keuze maakt. Kijken we naar de kopgroep of naar de achtervolgers? Of willen we het verschil zien en kijken we naar een overzicht vanuit de lucht?

Wielrennen is in mijn ogen de mooiste sport om in beeld te brengen. Je kan het op geen enkele manier beter volgen dan via de televisie en de techniek die er bij komt kijken blijft fascineren. Van jongs af aan vind ik cameramannen, die als een wokkel gedraaid achterop motoren zitten, super stoer. De helikopter, die langzaam op je af komt en al vroeg verraadt waar de renners zijn, blijft indrukwekkend. Alleen al dat geluid. Zeker als hij extreem laag vliegt en in krappe bochten om het peloton heen draait.

Bij dit Nederlands Kampioenschap heeft de NOS-regisseur ook nog de keuze uit een paar vaste camera’s. Op de VAMberg hebben ze twee hoge steigers geplaatst, waarop camera’s staan met enorme telelenzen. Die hebben een prachtig overzicht en kunnen de renners perfect volgen tijdens de korte beklimmingen. Net voorbij de finish hangt de arm van een cameracrane over de weg die alle doorkomsten in beeld brengt en de uiteindelijke winnaar in een ruim shot over de streep laat komen. Daarnaast staat een camera die weinig gebruikt wordt, maar essentieel is. Deze maakt voor de slowmotion het medium shot van de gelukkige winnaar die zijn armen in de lucht steekt.  Omdat dit juichende beeld telkens weer uit het archief gehaald zal worden als het in de toekomst over deze renner of over deze koers gaat, noemen we dit het ‘shot voor de eeuwigheid’. Direct nadat de winnaar voorbij is gaat de cameraman met deze camera snel naar een tentje waar de winnaar wordt geïnterviewd. 

Tot slot ben ik er nog: Camera 7. Ik loop met een draadloze camera rond en heb tijdens de koers een vrije rol. Hier en daar probeer ik een shotje mee te sprokkelen bij de bevoorrading, tijdens de klim of als ik een bekende persoon zie lopen in het VIP dorp. Ook heb ik iets geprobeerd met verbaasde schapen langs het parkoers, maar dat heeft de live-uitzending niet gehaald, omdat er in de wedstrijd teveel belangrijke ontwikkelingen achter elkaar waren. Het is vooral mijn taak om na de finish de winnaar op te vangen. Ik sta daar voor de tranen van geluk en de zoen van zijn liefje. Hoe kleiner de taak van een cameraman bij een bepaalde productie is, hoe spannender het wordt. Als je slechts één moment echt hoeft te hebben, wordt dat súper belangrijk. Je wilt het niet missen, want dan is alle moeite voor niets geweest en gelijk je hele dag verpest. Je krijgt geen tweede of derde kans.

Met nog iets minder dan tien kilometer te rijden begeef ik me langzaam naar de zone achter de meet. Hier verzamelen zich inmiddels alle verzorgers en fotografen. Mensen van de organisatie proberen het gedrang op een paar vierkante meter in goede banen te leiden, maar zorgen vaak ook voor wat extra onrust. Ik heb inmiddels zoveel ervaring met deze camera dat ik me niet snel meer gek laat maken. Het is een kwestie van rustig blijven en positie kiezen. Niet twijfelen en als het zover is, gericht op je doel af gaan. Gewoon even scherp blijven. Focus.

Alleen moet ik ook eerlijk bekennen dat mijn ogen de laatste jaren niet beter zijn geworden. Over focus gesproken. Stiekem heb ik in mijn rechter oog een daglens om van dichtbij nog beter in de zoeker te kunnen kijken. Een ideetje van mijn goede optometrist. Het werkt al twee jaar perfect en niemand heeft in de gaten dat ik eigenlijk een leesbrilletje nodig heb. Alleen vandaag, bovenop de VAMberg, waait er iets in mijn oog. Een vuiltje. Dat krijg je op een vuilnisbelt. Het prikt als een dolle. Ik wrijf en maak het daarmee alleen maar erger. Al snel weet ik zeker dat die lens er uit moet. Het oog begint al te tranen. Gelukkig ben ik niet voor één gat te vangen. In mijn broekzak heb ik een reservelens. Dus haal ik de ene lens voorzichtig uit het geïrriteerde oog, pak ik de nieuwe lens erbij, leg die ik professioneel op mijn wijsvinger en breng de hand in de richting van mijn rechter oog. De renners zitten inmiddels in de laatste vijf kilometer als een kleine windvlaag het lensje van mijn vingertop blaast. Dag lens.

Gelukkig is het nog niet zo erg dat ik de finish van deze wedstrijd op de tast moet doen, maar comfortabel is het niet. Het minst onscherp moet scherp zijn. Gelukkig heb ik een groothoeklens en schijnt het zonnetje. De scherptediepte is mijn vriend vandaag. Op routine en ervaring draai ik de focusring van de lens in de juiste richting als de kersverse winnaar bij mij voor de deur in zijn remmen knijpt. Een dolenthousiaste vriendin vliegt hem om de nek. Op dat moment is de kijker bij de sprint om de tweede en derde plek. Mijn shots komen straks in de herhaling. Alleen het mooiste moment wordt gebruikt. Zo kan er eigenlijk niks meer mis gaan…

Sommige mensen hebben altijd geluk. 





zondag 19 april 2020

post

dagboek - ZZP’er in crisistijd 
(nr. 21 / dag 39)  

Dit weekend hadden Pim en ik in Zuid Limburg moeten zitten, bij de 55e Amstel Goldrace. Daar treffen we elkaar jaarlijks. Hij als hoofd beeldtechnicus en ik als cameraman bij de finish. Het is een vast ijkpunt in het verder zo afwisselende jaar. Behalve in 2020. Nu is alles anders. 
Vanmorgen stond Pim opeens bij mij thuis op de stoep. Totaal onverwacht. De grote regiewagen, waarmee ze hem op pad hadden gestuurd, stond aan het begin van onze straat. Hij kwam namens alle medewerkers van United Broadcast Facilities een kaart brengen, om mij en mijn gezin een hart onder de riem te steken in deze gekke crisistijd.

“Fijne collega,
Via deze weg willen we je kenbaar maken dat we je niet vergeten en je een warm hart toedragen. Al is de gezondheid nu het belangrijkste, hopen we dat we met jouw inzet snel weer veel mooie producties mogen maken.
Stay Strong!”

Ik vind het een prachtig gebaar. Collega’s van United zijn in teams naar alle freelancers gegaan, die voor United werken om ze een kaart te brengen. Dat zijn er nogal wat en ze wonen verspreid door het hele land. 
Mijn zoon had zondagmorgen al een filmpje gespot op Instagram, waarin te zien was dat alle regiewagens in colonne vanaf het Mediapark vertrokken. Hij vroeg zich hardop af wat ze bij United aan het doen waren, maar ik had geen idee. Later zag ik op Facebook berichtjes voorbij komen van collega ZZP’ers die een kaart hadden gekregen, maar zelfs toen ging er bij mij geen lampje branden. Tot er opeens een auto met United-logo door onze straat reed.
Het is een mooie actie, die door mij en alle freelance collega’s wordt gewaardeerd. Dat bleek wel uit de vele reacties die in de loop van de middag op social media voorbij kwamen. Ik kon dit lieve steuntje in de rug, juist dit weekend, goed gebruiken. Geen Amstel Goldrace, dat doet wat met mij. 
Het is ook bijzonder dat uitgerekend Pim mijn wijk mocht doen. Hij heeft eerder de rol van reddende engel gespeeld in mijn carrière en die dag zal ik nooit vergeten. 

Ik neem jullie even mee naar het WK Wielrennen in 1998. Toevallig precies op de locatie waar zondagmiddag ook de Amstel Goldrace had moeten finishen. Ik was ingehuurd door Cinevideogroep en het was mijn debuut met de beroemde sportregisseur Martijn Lindenberg. We stonden daar met meer dan dertig camera’s en onze beelden werden wereldwijd uitgezonden. Ik mocht camera 7 doen bij de bevoorrading, ongeveer een kilometer na de finish. Na afloop van de race moest ik shots maken van de huldiging. Omdat ik snel moest kunnen verplaatsen hadden ze bedacht dat ik met een kleine camera zou werken. 
Vlak langs de weg stond een steiger van vier meter hoog. Zonder heel duidelijke briefing was ik daar op zaterdagochtend, de dag van de junioren race op geklommen. Ik had zelf bedacht dat ik alleen in beeld moest brengen hoe de renners hun etenszakjes in ontvangst zouden nemen van de verzorgers, maar toen het peloton vlak na de start voor het eerst voorbij kwam zei Lindenberg via de intercom tegen mij: ‘Pan maar mee 7’. Meedraaien met het peloton, dat vlak langs mijn steiger fietste, dáár had ik geen seconde over nagedacht. Het was een onmogelijke beweging. Ik moest enorm duiken met mijn lens, over het statief heen stappen, scherp stellen en snel draaien. Mijn eerste poging ging in elk geval helemaal de mist in. Bijna lazerde ik met camera en al van die steiger. Hoe het shot eindigde weet ik niet, want ik kon helemaal niet meer in de kleine zoeker kijken.
Vervolgens reden de renners een rondje. Het duurde ongeveer twintig minuten voor ze weer bij mij kwamen. Ik geloof dat ik twintig minuten heb staan proberen en nadenken. Het was kansloos. Maar Lindenberg was niet bepaald de man die je ging tegenspreken. Ik was al nerveus, omdat ik voor het eerst met de man mocht werken die Formule 1 had geregisseerd, Olympische Spelen en alle grote voetbalwedstrijden. Nu was ik helemaal op van de zenuwen.
Ook de tweede doorkomt ging op camera 7 de mist in. Ik eindigde veel te close en compleet onscherp op de kerktoren van Vilt, niet op het peloton. Daarop sprak Lindenberg de voor mij legendarische woorden: ‘Vroeger oefenden ze maanden lang met een modeltreintje, maar tegenwoordig doen ze dat gewoon in een live-uitzending die de hele wereld over gaat…’
Ik kon wel met steiger en al door de grond zakken. Het liefst wilde ik dood zijn. En we moesten nog een heel weekend.
Toen bedacht ik dat ik Pim moest bellen. Pim was in die tijd nog een assistent met talent. Hij had me de dagen daarvoor geholpen bij de finish van de tijdritten, waarbij ik renners moest opvangen met een camera op mijn schouder. Dat was overigens met een andere regisseur. Dus met mijn vierkante Sony Pop-up telefoon belde ik Pim en ik vroeg hem of hij nog een grote viewer had, zodat ik makkelijker kon meedraaien met de renners. Hij dacht van niet, maar ging even kijken in de materiaalwagen… 
Nog voor de renners voor de derde keer bij camera 7 waren stond Pim met een scooter onder mijn steiger. In zijn handen had hij een grote kist. Hij had in een razend tempo alles bij elkaar gescharreld wat ik nodig had. Samen hebben we het opgebouwd en toen was ik helemaal het mannetje. Ik kon maken wat Lindenberg wilde. 
Na die eerste race was er een lunch voor de enorme televisiecrew in een klein schuurtje. Daar waren dertig collega’s, die allemaal over de intercom hadden gehoord dat het bij mij mis was gegaan en dat de regisseur niet bepaald begripvol reageerde. Met lood in de schoenen trok ik dus het poortje van die schuur open. En tegen wie liep ik gelijk op? Precies. Martijn Lindenberg. Even had ik nog de stille hoop dat hij niet precies wist wie ik was en welke camera ik deed, maar dat was natuurlijk niet het geval. Hij zei alleen: ‘Het komt wel goed.’ Blijkbaar had hij toch gezien dat ik actie had ondernomen om mijn zaakjes op orde te krijgen.

Ik was Pim dus al eeuwig dankbaar, maar nu heeft hij nog meer bonuspunten gescoord. Het ging zondagmorgen alleen zo snel dat ik compleet vergeten ben om hem een kop koffie aan te bieden. Daar had ik later op de dag natuurlijk spijt van. Dus Pim, als je nog eens in de buurt bent. Voel je vrij. De komende maanden ben ik altijd thuis.

Verder wil ik Johan, Foppe, Jacqueline, Carlo, Dominique, Auke, Peter, Tjalling, René, Paul, Guilliano, Tamara, Floor, Johan, Michel, Hans, Steven, Stephan, Ruud, Joost, Robert, Jan, Kevin, Jasper, Scott, Astrid, Bryan, Jeroen, Sjaak, Johan, Max, Martijn, Kevin, Marjolein, Dimitri, Niels, Maikel, John, Eelco, Remy, Corné, Gijs, Peter, Johan, Daan, Jan-Willem, Tijmen, Fen, Rick, Dennis, Vincent, David, Johan Gerard, Frank, Myrthe, Walter, Bert, Rob, Yves, Johan, Arien, Tom, Andre, Dennis, Léon, Hilbert, Thijs, Thijs, Eddy, Jan, Peter D, Peter, Bart, Tamara, John, Joost, Joeri, Niels, Niels, Burt, Jan Arie, Anniek, Robbin, Johan, Tobias, Lennart, Michiel, Sascha, Lars, Inge, Johan, Martijn, Rick, Cath, Verena, Dick, Bob, René, Rolf, Paul, Patricia, Tijmen, Tim, Tim, Justus, Nick, Marvin, Johan, Jacques, Lars, Willem, Mishka, Jasper, Mo, Joris, Marco, Jason, Kevin, Nino, Alex, Nathalie, Gerrie, Mischa, Jesper, Martijn, Jos, Mike, Jan, Bram, Johan, Robert, Dimitrie, Johan, Dennis, Joost, Huub, Johan, Dorine, Arnold, Sander, Erwin, Robbert, Dennis, Olav, Lars, Julian, Mick, Stephen, Kees, Sander, Thijs, John, Mark, Martin, Hans, Robin, Eric, Carmen, Said, Johan, Frans, Bas, Roel, Mike, Stanley, Thijs, Stijn, Eric, Jefta, Jordy, Bart, Johan, Bart, Daan, Mark, Jorn, Yuri, Jasper, Grace, Saed, Robin, Stephanie, Bart, Mattanias, Damian, Dick, Tijmen, Ruben, Bart, Frank, Peter, Luc, Rob, Jeroen, Rick, Hans, Martijn, Marc, Johan, Maurice, Irmo, Wim, Klaasjan, Anand, Arjan, James, Raffy, Matthijs, Thomas, Remco, Pascal, Mark, Jaap, Peter, Anniek, Luc, Michel, Luis, Renate, John, Rick, Judith, Remco, Gijs, Roel, Erwin, Sebas, Gerard, Sytse, Ricolt, Pascal, Bemy, Daan, Mike, Marleen, Pieter, Luuk, Mark, Lars, Rob, Aron, Dominic, Sanne, Roelof, Robin, Johan en dus Pim van United echt heel hartelijk bedanken voor dit lieve gebaar. Hopelijk tot snel!




dinsdag 14 januari 2020

zo tof!

Ik had afgelopen zondag een hele tijd de tune van de legendarische Amerikaanse TV-serie The A Team in mijn kop. Het wilde er maar niet uit. Iedereen die is opgegroeid in de jaren ‘80 kent hem wel en waarschijnlijk heb jij dit nu ook de rest van de dag in je hoofd: ‘Ta-ta-ta ta-ta-ta… ta-da-da-da-da-daaaaa tadadada da’. Ik zal even uitleggen hoe ik er aan kwam.

Ongeveer een maand geleden werd ik gebeld door regisseur Bas Meuleman met de vraag of ik eerste cameraman wilde zijn tijdens het NK Veldrijden. Of ik met hem een locatiebezoek kon doen en wilde helpen met het maken van een cameraplan. Dat zijn verzoeken waarvoor je mij midden in de nacht wakker mag bellen. Wielrennen, veel camera’s én meedenken. Ik hoefde dan ook niet lang na te denken.
Bas en ik gingen nog voor de kerst kijken in Rucphen, waar een geweldige ploeg vrijwilligers het parkoers voor het NK Veldrijden al helemaal had uitgezet. We konden precies zien hoe de renners zouden rijden en dat maakte het puzzelen met tien camera’s (het werden er uiteindelijk elf) ontzettend leuk. Vooral ook, omdat de mannen van de organisatie op buitengewoon sympathieke en zeer bereidwillige wijze met ons meedachten. Alle verzoeken voor camerasteigers of andere benodigdheden werden onmiddellijk ingewilligd. Het geeft maar weer eens aan dat professionalisering van evenementen niet altijd een verbetering hoeft te zijn. Soms ben je als programmamaker beter af met bevlogen vrijwilligers.   
De opdrachtgever was dit keer geen omroep of televisieproducent en ook geen sportbond of handelaar in uitzendrechten, maar het AD die het NK Veldrijden groots wilde brengen op al haar online platforms. De NOS zou alleen een samenvatting van onze beelden maken. Voor het AD was het coveren van zo’n evenement een nieuwe stap. Ze wilden heel graag een super gelikte registratie, maar ook content aanleveren voor live-blogs en korte highlight clips. 
Bas gaf mij alle ruimte en al snel reikte mijn bemoeizucht verder dan het cameraplan. We kwamen tot de conclusie dat dit project wel eens een hele mooie vuurdoop kon zijn voor de nieuwe regiewagen van The Crew. Zij waren ook enthousiast en dus was het snel beklonken. Alleen was die hele OBV2 met zijn prachtige materiaalwagen op dat moment nog niet in Nederland. We hadden iets verkocht zonder het gezien te hebben. Ondanks goede verhalen en een tomeloos vertrouwen in de mensen van The Crew, kreeg ik toch het gevoel dat ik hiermee mijn hoofd een beetje op een hakblok had gelegd.
Maar die wagen kwam al snel, ik ging kijken en zag dat er ongelofelijk hard gewerkt werd om alles op tijd op de weg te krijgen. Ik mocht me uitspreken over de samenstelling van de ploeg en ben op eigen houtje gaan meedenken over allerlei productionele zaken. De hele kerstvakantie spookte het NK Veldrijden door mijn hoofd. Als een soort projectbegeleider maakte ik schema’s, plattegrondjes en boodschappenlijstjes. Samen met Bas en de mensen van The Crew hebben we in korte tijd een serieuze logistieke operatie uit de grond gestampt. 
Zo zag ik afgelopen zaterdag, vanaf een door mij bedachte cameratoren die ik nog even aan het inspecteren was, de nieuwe regiewagen komen aanrijden in Rucphen. Hij werd precies op de afgesproken plek geparkeerd. Vervolgens werden er in rap tempo elf camerakabels uitgerold, evenals verschillende kabels voor audio en videoverbindingen. In totaal meer dan drie kilometer kabel. We hebben de sets voor al die verschillende cameraposities compleet gemaakt en alle verbindingen getest. Dat ging in alle rust, maar wat was het spannend. 
Op zondagmorgen was ik als eerste in Rucphen. De zon kwam op achter de, nog onbestickerde, regiewagen. Dit was de dag waarop het moest gebeuren en waar ik met al mijn plannenmakerij een maand naartoe had geleefd. Ik had precies bedacht waar alle camera’s moesten staan en wie ze zou bedienen. Welk type lens de heren moesten gebruiken en of ze vanaf statief of uit de schouder moesten werken. Nu moest blijken of dit hele plan ook klopte. Zou alles werken en kon iedereen zich vinden in mijn ideeën. Hadden we ergens een foutje gemaakt? Iets over het hoofd gezien? Wat als een belangrijk apparaat toch niet zou werken?
Maar alles klopte. Niets vergeten! Hélémaal niks. Ondanks een stevige bui tijdens het opbouwen waren we op tijd klaar. De complexe techniek werkte, zoals het bij zo’n productie behoort te functioneren. Elf camera’s (waaronder vier lange lenzen, een draadloze camera en eentje op een Scanner Crane) liepen binnen op de EVS voor slow motions en montage, we hadden titels en live timing, geluid van alle camera’s, een presentatieplek, een verslaggeefster in het veld en commentatoren in de cabine van de regiewagen. 
Na de lunch begon de drie uur lange live-uitzending met een voorbeschouwing, het rechtstreekse verslag van de wedstrijd van de heren, de nabeschouwing met interviews en de huldiging, vervolgens een voorbeschouwing op de dameswedstrijd, hun koers en weer een nabeschouwing met interviews en huldiging. In de regiewagen waren op dat moment zeventien man aan het werk. Ik stond zelf op een hoge toren achter camera 11, die was uitgerust met een enorme telelens. Een flink deel van het parkoers kon ik overzien, maar ook een heel stuk niet. Als de renners aan de andere kant van een grote VIP-tent reden kon ik even rustig meekijken en luisteren naar het programma dat we maakten. Opeens viel me op hoe stil het was in de intercom. Bas zat super ontspannen te regisseren. Ik ken hem niet anders, maar er viel toch een enorme last van mijn schouders. Het liep. Als een trein. Ik realiseerde me dat we alles hadden wat we moesten hebben en dat de ploeg die we hadden samengesteld geruisloos een nieuw tijdperk aanboorde. Dit was een historische productie in twee opzichten. Voor onze nieuwe opdrachtgever én voor het facilitair bedrijf. En op dát moment moest ik denken aan die beroemde uitspraak van kolonel Hannibal Smith: “I love it when a plan comes together.”


Zelfs het opruimen ging voorspoedig. Een kwartier voordat de terugreis moest aanvangen ging de klep van de materiaalwagen dicht. Om dit moment te bezegelen werden in het donker, op een verlaten parkeerterrein in Rucphen, vier flessen champagne open getrokken en proostten we met plastic bekertjes op een nieuw begin. Ik ga er vanuit dat ik over tien jaar met trots kan zeggen dat ik erbij was.

Ta-ta-ta ta-ta-ta… ta-da-da-da-da-daaaaa tadadada da…






vrijdag 18 oktober 2019

nieuwe cameramotoren

Voor de rechtstreekse uitzending van grote wielerwedstrijden en belangrijke marathons worden helikopters of een vliegtuig ingezet om beeld en geluid vanaf de cameramotoren naar de regiewagen bij de finish te stralen. Dat is nog steeds de meest betrouwbare techniek, maar het is ook peperduur. Daarom wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor een verbinding op basis van 4G. Dan zit er op de motoren een slim apparaat dat met behulp van verschillende simkaarten de beelden verzendt via het draadloze internet. Op die manier is het mogelijk om koersen, hardloopwedstrijden of triatlons ook met een kleiner budget te registreren en rechtstreeks uit te zenden. De afgelopen jaren heb ik verschillende keren op die manier mogen werken, maar tot nu toe was het vaak nog een beetje ‘experimenteel’. Laten we zeggen dat er vooral tijd, energie en geld gestoken werd in de techniek van de verbinding. De rest was soms nog houtje-touwtje. Met aan elkaar geknoopte kastjes, ultra kwetsbare snoertjes en veel gaffertape zat je dan achterop een motor. 
Dat is nu definitief verleden tijd. Afgelopen zondag ben ik ingehuurd door Broadcast Rental. Zij hebben onlangs serieus geïnvesteerd in de juiste materialen om twee motoren op te tuigen voor live sportregistraties. Daarbij hebben ze goed geluisterd naar alle adviezen van de mensen die er uiteindelijk mee werken. Bij de 4Mijlsloop in Groningen werd het resultaat gepresenteerd en ik was onder de indruk. 
Al sinds ik als klein mannetje met mijn vader naar de Amstel Goldrace ging kijken, ben ik gefascineerd door cameramotoren. Ik vind dat mooi. Filmen vanaf een motor is cool en super spectaculair. Het is een van de redenen waarom ik graag cameraman wilde worden. Uiteindelijk heb ik nog steeds niet bij echte wielerklassiekers achterop gezeten, maar ik heb wel vanaf de motor een aantal hele grote marathons mogen filmen. Een paar keer per jaar mag ik opstappen bij tot de verbeelding sprekende motorklussen. Dat is te gek, maar wat ik vooral wil zeggen is dat ik in al die jaren al heel wat cameramotoren van dichtbij heb staan bewonderen. Alleen zo compleet als het afgelopen weekend heb ik ze niet eerder gezien.
Overal was aan gedacht, met oog en oor voor het comfort van de cameraman en motorrijder. De stepjes waar je als cameraman op kan staan waren fantastisch, alle kabels waren precies op maat of keurig weggewerkt, er was een truc bedacht waardoor je de camera even los kon laten als dat nodig mocht zijn en er zat zelfs een kleine monitor voor de motorrijder op het stuur. Zo kan hij in één oogopslag zien of de cameraman achter hem een ruim shot of een close-up maakt. Super handig. Dat dit nog niet eerder is bedacht. We hadden de beschikking over gestabiliseerde lenzen, de intercom was geweldig, de cameraman en motorrijder hadden roodsignalering (tally) tijdens de live-uitzending, technici konden het diafragma en de kleurinstellingen van de camera op afstand bedienen en zo kan ik nog even doorgaan. Niks geknutseld of met gaffertape aan elkaar geknoopt.
Ik hou van mooie spullen. Zeker als je kan zien dat het met liefde is gemaakt en wanneer er goed over is nagedacht. Het is een goede ontwikkeling dat er een nieuwe ‘linking professionals’ aan dit front komen.  Een club die flexibel is en snel kan inspelen op specifieke wensen van opdrachtgevers met een iets kleiner budget. Wie weet levert dit in de toekomst nieuwe kansen en mogelijkheden op. Dat is misschien ook leuk voor mij, maar ik denk vooral aan alle regionale omroepen of evenementen die graag zelf een live-stream willen produceren. RTV Noord heeft afgelopen zondag de primeur gehad en volgens mij is het super goed gegaan. 




dinsdag 9 juli 2019

Tête de La Course


In al mijn enthousiasme raakte ik gisteren verwikkeld in een Twitterdiscussie met wielerjournalist/columnist/ervaringsdeskundige Thijs Zonneveld en zijn volgers. Thijs had een filmpje gepost waarin een armada van motoren te zien was, die in de Touretappe naar Epernay voor koploper Julian Alaphilippe reden. Moraal van zijn verhaal was: ‘Koersvervalsing!’ Voor ik verder reageer en mijn punt toelicht post ik hier eerst even de belangrijkste Tweets. De reacties volgden elkaar in rap tempo op: 

@thijszonneveld
Alaphilippe in een zee van motoren

@JanReinHettinga
Alle mensen die een mening hebben over cameramotoren die te dicht op de renners rijden wil ik vragen om zelf eens met een camera op een motor te gaan zitten, gedraaid als een wokkel en dan een paar uur lang steady shots van een koers te maken.
(twee hartjes)

@thijszonneveld
Gaat natuurlijk vooral om twee vragen: Waarom zoveel motoren en waarom rijdt de cameramotor er niet achter?
(vijf hartjes)

@JanReinHettinga
Cameramotor rijdt er schuin voor, als het even kan zo ver mogelijk en niet in de wind, omdat de tv kijker de renner graag in het gezicht wil kijken. Zo zien we de emoties en die zie je niet als je de hele tijd naar zijn rug kijkt.
(een hartje)

@thijszonneveld 
Dan moet ie er veel verder voor rijden. Dit is onacceptabel. Het vervalst de koers keer op keer.
(zeven hartjes)

@JanReinHettinga
Hoe verder je er voor gaat rijden, hoe meer je moet inzoomen en dus gaat het beeld ook meer schokken en wiebelen. Als je wil genieten van een mooi tv verslag moet je die cameramotoren accepteren.
(twee hartjes)

@thijszonneveld
Sorry, dat is echt te zwart-wit. Cameramotoren kunnen verder weg rijden dan in dit filmpje. En ja, ik accepteer een paar wiebelingen als dat betekent dat de koers eerlijker wordt.
(elf hartjes)

@JanReinHettinga
Ik zou je graag een keer uitnodigen om zelf te proberen om een koers mooi in beeld te brengen.
(een hartje)

@BasEbels
Daar gaat het toch iet om?! Niemand betwist dat jouw beroep moeilijk is. Het gaat er om dat deze manier koersvervalsend kan werken. Verkeerde keuze dus in belangenafweging tussen eerlijkheid en esthetiek.

@JanReinHettinga
Voor het peloton rijdt ook een motor.

@BasEbels
Sorry, laat maar. Je begrijpt het niet.

@JanReinHettinga
Geheel wederzijds.

@Larsos89
Daarom moeten types zoals jij niet op de motor zitten bij een wielerwedstrijd. Begrijpen het niet.

@Dj_vanMaill
Techniek verbeter? Het vervalst de koers

@JanReinHettinga
Neem van mij aan dat die mannen van de tv (motorrijder en cameraman) er alles aan doen om de koers zo min mogelijk te beinvloeden. Ze zijn voortdurend bezig met veiligheid, mooie beelden maken en eventuele koersvervalsing. En dat is niet eenvoudig.

@Dj_vanMaill
Snap ik, maar dat is de niet de oplossing en antwoord op de vraag. Wordt er door tv/cameramensen over nagedacht om andere camera’s in te zetten. Er voorstander van gopro op de fietsen waar je de beelden ook tijdens de koers kan zien en niet na de finish. Moet te doen zijn.

@JanReinHettinga
Daar wordt momenteel hard aan gewerkt. Toevallig is het Nederlandse bedrijf NEP daar heel ver mee. Maar met een camera op de fiets van een koploper zie je niks. Dat is mooi in het peloton.

@PeterSlwk
Het lijkt mij een mooi onderzoek – naast bestaande naar voordeel motoren – wat een motor voor het peloton doet. Want ik vind dat jullie (Jan Rein en Thijs) beiden gelijk hebben: We willen geen voordeel, maar wel mooie beelden. Iedereen hetzelfde voordeel kan de oplossing zijn?

@ThijsKoolmees
Drones


Kortom: Zonneveld vindt dat tv motoren te dicht voor de renners rijden. Ik beweer dat die cameramannen en vooral hun zeer ervaren en super professionele motards er alles aan doen om de koers zo min mogelijk te beinvloeden, maar dat zij ook noodzakelijk zijn voor een goede registratie van de wedstrijd. Dat is dan weer in het belang van de wielerliefhebbers die deze sport nergens beter kunnen volgen dan voor de televisie. Het is belangrijk voor de sponsoren, de sport en dus ook voor de renners. 
Die jongens op de motor hebben er geen enkel belang bij om een koers te vervalsen of te beinvloeden. Sterker nog, ze hebben vooral last van de eeuwige discussie dat ze te dicht op de renners rijden. Die discussie is niet alleen slecht voor het imago van alle cameramotoren in de koers, maar het is vooral heel slecht voor hun rug. Door deze discussie moeten ze van overijverige juryleden, commentatoren en regisseurs steeds meer afstand nemen dan ze lief is. Dat maakt het fysiek vrijwel onmogelijk om urenlang achter elkaar steady beelden te maken in de koers. En dan gaan mensen weer klagen dat zo’n wedstrijd niet goed in beeld gebracht wordt. De kijker kan niet meer zien wat er gebeurt, shots zijn onrustig en de renners zijn zo klein. Daarom neem ik het op voor mijn collega’s die op de motor zitten.  
Ik heb het zelf wel eens gedaan en weet hoe pittig het is. Het is heel makkelijk om vanuit de luie stoel te roepen dat ze meer afstand moeten nemen, er beter naast kunnen gaan rijden of er achter. Neem van mij aan dat zij voortdurend bedenken wat de beste positie is en dat ze zo begaan zijn met de sport dat ze het aller aller beste willen voor alle partijen. Soms heeft een renner inderdaad heel even voordeel van zo’n motor en soms heeft een renner er heel even last van. De motards doen er echt alles aan om dit te voorkomen, maar dat lukt niet altijd. 
Onlangs is een onderzoek gepresenteerd van de TU in Eindhoven, die een motor in de windtunnel pal voor een renner hebben gezet. Uit die test bleek dat het voordeel enorm zou zijn. Zelfs een motor die 50 meter voor een renner rijdt zou nog van grote invloed zijn. In een artikel over dit onderzoek las ik dat motoren eigenlijk 100 tot 150 meter voor de renners moeten rijden. Als we dat concequent gaan doen, zullen niet veel mensen blijven kijken naar wielrennen op tv. Bovendien komt de wind natuurlijk niet altijd recht van voren. Renners draaien en keren tijdens zo’n etappe en zo’n cameramotor rijdt nooit lang op dezelfde positie. Soms komt het even zo uit, ja. Maar een solist op kop heeft ook voordeel van smalle straatjes of van veel bochten in het parkoers. Bovendien heeft hij minder kans op valpartijen, maar hij kan dan weer niet uit de wind rijden bij een ploegmaat. En voor het peloton rijdt ook een motor. Hoe zeer de motorrijders van de televisie ook hun best doen, het is onmogelijk om helemaal nooit een rol te spelen in de koers. Kan niet. 
Stop met jammeren. De wielersport is juist mooi, omdat er zoveel factoren zijn die een rol kunnen spelen. En het is een televisiesport bij uitstek. We genieten allemaal enorm van de beelden uit de Tour de France. Laat die cameramensen en motards dan ook hun werk doen.