Posts tonen met het label twitter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label twitter. Alle posts tonen

woensdag 3 november 2021

Beste #ikdoenietmeermee,

 

De hashtag #ikdoenietmeermee, die al de hele dag trending is op Twitter, doet mij vooral denken aan kleine kinderen die boos worden tijdens het spelen van een spelletje, alle ganzen van het bord slaan en stampvoetend weglopen terwijl ze brullend roepen: 'Ik doe niet meer mee!' Het is een buitengewoon infantiele reactie van iemand die niet tegen zijn verlies kan of zijn zin niet krijgt.

 

Ik weet niet waar jij was met kerstavond, maar ik was in het Universitair Medisch Centrum van Maastricht. Om precies te zijn op de IC bij mijn doodzieke moeder. Naast mijn moeder lag een man op zijn buik aan de beademing en ook de mevrouw aan de andere kant was in een diepe slaap met een soort kleine stofzuigerslang in haar mond. Op die zaal lagen nog een stuk of zes coronapatiënten. Het verplegend personeel holde van bliep naar piep. Tegen beter weten in probeerde ik mijn lieve moeder moed in te praten. In haar ogen zag ik alleen maar onrust en angst. Ze had het benauwd en kon amper iets terug zeggen. 

Ook voor mij was corona gedurende het hele jaar 2020 voornamelijk een economisch probleem. Ik zal nooit vergeten dat op 12 maart (de verjaardag van mijn moeder) binnen twee uur tijd mijn hele agenda leeg geveegd werd. Alles geannuleerd door de eerste lockdown. Die eerste maanden heb ik me als ZZP'er grote zorgen gemaakt over mijn inkomsten, mijn buffer en over mijn toekomst als freelance cameraman. Natuurlijk volgde ik het nieuws over het virus en de pandemie. Op tv zag ik reportages over volle ziekenhuizen en met pijn in mijn buik keek ik naar het programma Frontberichten, maar het bleef een ver-van-mijn-bed-show. De eerste keer dat ik een mondkapje moest dragen vond ik dat behoorlijk belachelijk. Wat kon mij nou gebeuren?

En toen kreeg ik begin december het bericht over de positieve test van mijn moeder. Ze had het virus opgelopen ín het ziekenhuis, waar ze lag om te herstellen van een zware buikoperatie. De eerste week leek het mee te vallen met de coronaverschijnselen en maakten wij ons voornamelijk druk over complicaties die betrekking hadden op haar operatie. Dat er maar een half uur per dag iemand bij haar op bezoek mocht was onmenselijk. Ze lag daar moederziel alleen op een klein kamertje, de hele dag een beetje te staren naar de klok, terwijl ze steeds zieker werd. Een week voor kerst ging het opeens hard achteruit. 

Kerstavond, bleek achteraf, was de laatste keer dat ik mijn moeder gesproken heb. Na een half uurtje werd mij vriendelijk verzocht om weer te gaan en gooide ik mijn plastic handschoenen, medisch mondkapje en het blauwe schort in een afvalbak die vol zat met beschermingsmiddelen. De IC verpleegkundige, die ik bij mijn vertrek kort sprak over de toestand van mijn moeder, had op zijn neus een donkerrode plek van de klemmende mondkapjes die hij de hele dag moest dragen. Ik vroeg hem om goed voor mijn moeder te zorgen en liep vervolgens snikkend naar de lift, waar ik even moest wachten op twee verplegers met een bed waarin iemand lag met een laken over het hoofd.

Op Tweede Kerstdag moest mijn moeder aan de beademing. Vanaf dat moment werd ze in een diepe slaap gehouden. Volgens de artsen was het er op of er onder. Het werd... er onder. 

Op 31 december 2020, rond een uur of vijf, is mijn moeder overleden. Mijn zus en ik stonden aan haar bed. Om ons heen allemaal coronapatiënten die vochten voor hun leven. Een beeld dat ik nooit meer van mijn netvlies zal krijgen. 

Mijn moeder was verzwakt door de operatie en voor die tijd al niet helemaal topfit. Ze was 76, maar mijn lieve moeder was zeker geen 'dor hout'. Wat hadden we graag nog een paar jaren willen genieten van haar liefde en wijsheid. Dat had ook zeker tot de mogelijkheden behoort, als ze niet van de een of ander corona had gekregen. Zij heeft het virus niet opgelopen, omdat ze onvoorzichtig was. Integendeel. Ze heeft het gekregen in het ziekenhuis, waarschijnlijk van een onwetende bezoeker aan een ander bed. Het is een loterij. Domme pech. 

De ene coronapatiënt heeft nauwelijks klachten en is hooguit een verspreider van het virus, de ander wordt doodziek en weer anderen redden het niet. De zorg is er al anderhalf jaar super druk mee. Deze week sprak ik iemand die al maanden vol spanning wacht op een operatie, omdat er niet genoeg IC plekken beschikbaar zijn. Ik denk nog vaak aan de mensen van de IC in Maastricht, die ons op een geweldige manier hebben begeleid in die vreselijke laatste week van 2020. Hoe houden zij het vol? Zouden ze er nog werken?

 

We zijn allemaal klaar met corona. Niemand zit te wachten op mondkapjes. Ook Mark Rutte, Hubert Bruls, Jaap van Dissel, Diederik Gommers en Hugo de Jonge willen liever geen nieuwe beperkende maatregelen, maar we zitten met z'n allen in hetzelfde schuitje. Als je nu roept: #Ikdoenietmeermee, dan lost het probleem zich niet vanzelf op. Als je niet meer mee doet, dan is dat een egoïstische en vooral een onvolwassen keuze. Jouw vrijheid gaat uiteindelijk ten koste van de vrijheid van anderen. Boos zijn heeft weinig zin. Kont tegen de krib al helemaal niet. Zonde van de energie. Ga een rondje fietsen. Haal diep adem. Tel tot tien. 

'Ik doe wel mee' is net zo flauw en sneu. Het zorgt voor een tweedeling en nieuwe irritaties. Laten we lief zijn voor elkaar. Naar elkaar luisteren. We moeten nodig met elkaar op zoek naar de nuance. Respect tonen voor elkaar, maar ons ook realiseren dat vrijheid zijn grenzen kent. En laten we vooral toch snel stoppen met ons te gedragen als een stel kleuters die hun zin niet krijgen. 






dinsdag 9 juli 2019

Tête de La Course


In al mijn enthousiasme raakte ik gisteren verwikkeld in een Twitterdiscussie met wielerjournalist/columnist/ervaringsdeskundige Thijs Zonneveld en zijn volgers. Thijs had een filmpje gepost waarin een armada van motoren te zien was, die in de Touretappe naar Epernay voor koploper Julian Alaphilippe reden. Moraal van zijn verhaal was: ‘Koersvervalsing!’ Voor ik verder reageer en mijn punt toelicht post ik hier eerst even de belangrijkste Tweets. De reacties volgden elkaar in rap tempo op: 

@thijszonneveld
Alaphilippe in een zee van motoren

@JanReinHettinga
Alle mensen die een mening hebben over cameramotoren die te dicht op de renners rijden wil ik vragen om zelf eens met een camera op een motor te gaan zitten, gedraaid als een wokkel en dan een paar uur lang steady shots van een koers te maken.
(twee hartjes)

@thijszonneveld
Gaat natuurlijk vooral om twee vragen: Waarom zoveel motoren en waarom rijdt de cameramotor er niet achter?
(vijf hartjes)

@JanReinHettinga
Cameramotor rijdt er schuin voor, als het even kan zo ver mogelijk en niet in de wind, omdat de tv kijker de renner graag in het gezicht wil kijken. Zo zien we de emoties en die zie je niet als je de hele tijd naar zijn rug kijkt.
(een hartje)

@thijszonneveld 
Dan moet ie er veel verder voor rijden. Dit is onacceptabel. Het vervalst de koers keer op keer.
(zeven hartjes)

@JanReinHettinga
Hoe verder je er voor gaat rijden, hoe meer je moet inzoomen en dus gaat het beeld ook meer schokken en wiebelen. Als je wil genieten van een mooi tv verslag moet je die cameramotoren accepteren.
(twee hartjes)

@thijszonneveld
Sorry, dat is echt te zwart-wit. Cameramotoren kunnen verder weg rijden dan in dit filmpje. En ja, ik accepteer een paar wiebelingen als dat betekent dat de koers eerlijker wordt.
(elf hartjes)

@JanReinHettinga
Ik zou je graag een keer uitnodigen om zelf te proberen om een koers mooi in beeld te brengen.
(een hartje)

@BasEbels
Daar gaat het toch iet om?! Niemand betwist dat jouw beroep moeilijk is. Het gaat er om dat deze manier koersvervalsend kan werken. Verkeerde keuze dus in belangenafweging tussen eerlijkheid en esthetiek.

@JanReinHettinga
Voor het peloton rijdt ook een motor.

@BasEbels
Sorry, laat maar. Je begrijpt het niet.

@JanReinHettinga
Geheel wederzijds.

@Larsos89
Daarom moeten types zoals jij niet op de motor zitten bij een wielerwedstrijd. Begrijpen het niet.

@Dj_vanMaill
Techniek verbeter? Het vervalst de koers

@JanReinHettinga
Neem van mij aan dat die mannen van de tv (motorrijder en cameraman) er alles aan doen om de koers zo min mogelijk te beinvloeden. Ze zijn voortdurend bezig met veiligheid, mooie beelden maken en eventuele koersvervalsing. En dat is niet eenvoudig.

@Dj_vanMaill
Snap ik, maar dat is de niet de oplossing en antwoord op de vraag. Wordt er door tv/cameramensen over nagedacht om andere camera’s in te zetten. Er voorstander van gopro op de fietsen waar je de beelden ook tijdens de koers kan zien en niet na de finish. Moet te doen zijn.

@JanReinHettinga
Daar wordt momenteel hard aan gewerkt. Toevallig is het Nederlandse bedrijf NEP daar heel ver mee. Maar met een camera op de fiets van een koploper zie je niks. Dat is mooi in het peloton.

@PeterSlwk
Het lijkt mij een mooi onderzoek – naast bestaande naar voordeel motoren – wat een motor voor het peloton doet. Want ik vind dat jullie (Jan Rein en Thijs) beiden gelijk hebben: We willen geen voordeel, maar wel mooie beelden. Iedereen hetzelfde voordeel kan de oplossing zijn?

@ThijsKoolmees
Drones


Kortom: Zonneveld vindt dat tv motoren te dicht voor de renners rijden. Ik beweer dat die cameramannen en vooral hun zeer ervaren en super professionele motards er alles aan doen om de koers zo min mogelijk te beinvloeden, maar dat zij ook noodzakelijk zijn voor een goede registratie van de wedstrijd. Dat is dan weer in het belang van de wielerliefhebbers die deze sport nergens beter kunnen volgen dan voor de televisie. Het is belangrijk voor de sponsoren, de sport en dus ook voor de renners. 
Die jongens op de motor hebben er geen enkel belang bij om een koers te vervalsen of te beinvloeden. Sterker nog, ze hebben vooral last van de eeuwige discussie dat ze te dicht op de renners rijden. Die discussie is niet alleen slecht voor het imago van alle cameramotoren in de koers, maar het is vooral heel slecht voor hun rug. Door deze discussie moeten ze van overijverige juryleden, commentatoren en regisseurs steeds meer afstand nemen dan ze lief is. Dat maakt het fysiek vrijwel onmogelijk om urenlang achter elkaar steady beelden te maken in de koers. En dan gaan mensen weer klagen dat zo’n wedstrijd niet goed in beeld gebracht wordt. De kijker kan niet meer zien wat er gebeurt, shots zijn onrustig en de renners zijn zo klein. Daarom neem ik het op voor mijn collega’s die op de motor zitten.  
Ik heb het zelf wel eens gedaan en weet hoe pittig het is. Het is heel makkelijk om vanuit de luie stoel te roepen dat ze meer afstand moeten nemen, er beter naast kunnen gaan rijden of er achter. Neem van mij aan dat zij voortdurend bedenken wat de beste positie is en dat ze zo begaan zijn met de sport dat ze het aller aller beste willen voor alle partijen. Soms heeft een renner inderdaad heel even voordeel van zo’n motor en soms heeft een renner er heel even last van. De motards doen er echt alles aan om dit te voorkomen, maar dat lukt niet altijd. 
Onlangs is een onderzoek gepresenteerd van de TU in Eindhoven, die een motor in de windtunnel pal voor een renner hebben gezet. Uit die test bleek dat het voordeel enorm zou zijn. Zelfs een motor die 50 meter voor een renner rijdt zou nog van grote invloed zijn. In een artikel over dit onderzoek las ik dat motoren eigenlijk 100 tot 150 meter voor de renners moeten rijden. Als we dat concequent gaan doen, zullen niet veel mensen blijven kijken naar wielrennen op tv. Bovendien komt de wind natuurlijk niet altijd recht van voren. Renners draaien en keren tijdens zo’n etappe en zo’n cameramotor rijdt nooit lang op dezelfde positie. Soms komt het even zo uit, ja. Maar een solist op kop heeft ook voordeel van smalle straatjes of van veel bochten in het parkoers. Bovendien heeft hij minder kans op valpartijen, maar hij kan dan weer niet uit de wind rijden bij een ploegmaat. En voor het peloton rijdt ook een motor. Hoe zeer de motorrijders van de televisie ook hun best doen, het is onmogelijk om helemaal nooit een rol te spelen in de koers. Kan niet. 
Stop met jammeren. De wielersport is juist mooi, omdat er zoveel factoren zijn die een rol kunnen spelen. En het is een televisiesport bij uitstek. We genieten allemaal enorm van de beelden uit de Tour de France. Laat die cameramensen en motards dan ook hun werk doen. 





zaterdag 27 september 2014

facebook fotochallenge

Het is wat met die nominaties op Facebook. Eerst een bak water over mijn hoofd, nu weer het verzoek om vijf dagen lang een (zwart-wit) foto te plaatsen en ik zag al dat er ook zo’n ‘kettingbrief’ rond gaat over geluksmomenten. Nou was ik zeker niet van plan om aan die flauwekul mee te blijven doen, maar als collega Johan van Elk mij uitdaagt kan ik niet weigeren.
Nu heb ik dus wel een probleem. Namelijk dat de lat hoog ligt. Johan zelf is een begenadigd fotograaf en hij schrijft ook nog eens op Facebook dat ik ‘een mooi oog’ heb. Of ik dat even waar wil maken terwijl al mijn collega’s, verschillende fotografen, een hele berg regisseurs en tientallen verslaggevers handenwrijvend meekijken. Ik voel opeens een last op mijn schouders die niet te vergelijken is met de druk van een gewone televisiecamera.
Op de harde schijf waarop ik mijn foto’s bewaar staan meer dan 300 mapjes met bijna 500 gigabyte aan foto’s. Alles is keurig geordend en als ik iets nodig heb weet ik het zo te vinden. Ook mijn oude ‘analoge’ foto’s zitten netjes in doosjes, op jaar en reis gesorteerd. Maar vraag me niet om de vijf mooiste foto’s tevoorschijn te toveren.
Het voelt als het jaarlijkse stemmen voor de Top2000 a Gogo. Niet alleen het kiezen is heel lastig, maar het blijft ook gek om te zeggen: Dit zijn de allerbeste vijf!
Zo heb ik de afgelopen week ook kritisch naar de foto’s van anderen gekeken. Met zo’n blik van ‘is dit voor jou het hoogst haalbare?’ Nu krabbel ik opeens terug en vind ik dat anderen veel beter kunnen fotograferen dan ik.
Zullen we gewoon nog een emmer koud water over mijn hoofd flikkeren?
Nee, ik ga met de billen bloot. Ik heb in elk geval 1 foto gevonden waarmee ik durf te beginnen. Deze is al een paar jaar oud en is nog gemaakt met mijn oude Canon 400D. Om precies te zijn op 26 april 2010 in Amsterdam, tijdens een locatiebezoek voor het programma The Phone. Het is eigenlijk een kiekje. Hij is scheef, maar dat is in dit geval niet bezwaarlijk.
Ik beloof bij deze plechtig dat ik niet verder terug zal grijpen. De volgende vier foto’s zijn van na 2010. Denk ik. Hoop ik. Het wordt nog een hele zoektocht…


Oh ja, en ik heb besloten dat ik niemand zal nomineren. Iedereen die zich geroepen voelt mag het ook proberen om eens vijf goede foto’s uit te zoeken. Als ik toch namen moet noemen, dan wil ik wel eens weten wat de keuze is van Rob Keeris, Raymond Rutting, Peter Schols, Klaas-Jan van der Weij en Frits van Eldik.



zaterdag 28 juni 2014

even ongenuanceerd boos zijn

Deze week vond het Mediapark Jaarcongres plaats. Ik neem aan op het Mediapark in Hilversum. Zelf was ik er niet bij. Voor congressen of andere geldverslindende netwerkfeestjes heb ik geen tijd. Ik moet werken voor mijn geld. Een andere reden is dat ik niet zo geloof in congrespraat.
Doorgaans zijn het louter managers of andere wannabee deskundigen, die door dure communicatie-experts bij elkaar gezocht zijn om in moeilijke woorden wollige dingen te zeggen. Daarover moet dan flink worden getwitterd, zodat iedereen die er niet bij is de indruk krijgt dat hij of zij iets belangrijks mist. Op deze manier hoopt de organisatie dan de mensen die er wel bij zijn een goed gevoel te bezorgen en reclame te maken voor een volgende bijeenkomst, waar de deelnemers teveel betalen voor gebakken lucht.
Dit is niet genuanceerd. Mijn mening.
Nu vind ik het echter best jammer dat ik niet in de zaal zat. Ik had jullie graag meer verteld over een kort nieuwsbericht dat na afloop van het Mediapark Jaarcongres op Nu.nl verscheen. In de categorie Entertainment / Media las ik namelijk een korte aankondiging onder het kopje ‘Media willen meer vakmensen’. In dat bericht staan een paar schokkende zinnen:

“Mediabedrijven hebben een toenemend tekort aan goed opgeleide vakmensen. Daarom slaan media, overheden en onderwijsinstellingen de handen ineen om te zorgen voor adequate opleiding en bijscholing.
Donderdag ondertekenden verschillende organisaties tijdens het Mediapark Jaarcongres een ‘pact’ om de groei van de sector te stimuleren.
De initiatiefnemers willen meer jongeren stimuleren te kiezen voor een opleiding waar de mediabedrijven behoefte aan hebben en de studenten vervolgens na hun studie voor langere tijd binden aan de branche.
Ook is het belangrijk dat mediaprofessionals tijdens hun loopbaan voortdurend blijven werken aan hun ontwikkeling.”

Na het lezen van deze tekst ben ik een rondje gaan lopen. Buiten. In het donker. Ik moest het even op me in laten werken. Pas na anderhalf uur durfde ik weer thuis te komen. Nog steeds vreesde ik dat ik iets geks zou gaan doen, zo boos was ik.
Maar uiteindelijk heb ik energie geput uit dit nieuwsbericht. Ik heb vandaag in mijn eentje een congres georganiseerd. De volgende week woensdag komen op het Mediapark een stuk of duizend mediaprofessionals bij elkaar. We hebben afgesproken om half drie ’s middags bij Bar Boon. Toegang is gratis. Er is slechts één spreker en dat ben ik.
Nu al kan ik verklappen wat er zal gebeuren en wat het grote nieuws na afloop van de bijeenkomst is. We zullen namelijk met z’n allen een ‘pact’ ondertekenen om de idiotie van mediadeskundigen, managers, bestuurders en vooral van geldverkwisters in onze branche aan banden te leggen. De initiatiefnemers willen dat omroepbonzen, gemeente bobo’s, commerciele onderwijs figuren en ander dik betaald congrestuig hun excuses aanbiedt aan iedereen die voor te weinig geld veel te hard werkt in een markt die krimpt en de komende jaren alleen maar verder zal krimpen. Alle Mediapark Jaarcongres-bezoekers die instemmend hebben geknikt tijdens het bekend maken van het heugelijke Media-willen-meer-vakmensen-momentje zullen volgens ons ‘pact’ heel hard moeten werken aan hun eigen ontwikkeling en zorgen voor een adequate omscholing. Wij slaan de handen ineen om te zorgen dat zij zich zo spoedig mogelijk verbinden aan een andere branche. Ver van de onze.

Stelletje mafkezen!






dinsdag 13 mei 2014

op de foto met de Dalai Lama



De hamvraag zat al 64 uur in mijn systeem. Om precies te zijn: Vanaf het moment waarop Bernice mij vroeg voor deze klus. Na twee dagen, 16 uur en 35 minuten, werd die vraag nijpend. Het interview naderde zijn einde. Over een paar minuten zou de Dalai Lama opstaan en weer vertrekken. Zou het mij dan nog lukken om een goede foto te maken?
Ik stond achter de geestelijk leider. De lens van mijn camera keek over zijn schouder en was gericht op onze interviewer. Zodoende kon ik ook niet stiekem tussendoor een kiekje maken. Bij de binnenkomst van de Dalai Lama had ik het ongepast gevonden. Hij gaf iedereen netjes een hand en dan ga je niet gelijk fotograferen.
Nu concentreerde ik me op mijn werk, maar de kwestie van de te nemen foto spookte door mijn hoofd. Als een cowboy voor een duel greep ik af en toe naar mijn fotocamera. Om te controleren of hij er nog was. Bij dit soort grootheden krijg je immers maar één kans. Dat weet ik uit ervaring. Als je even niet oplet zijn ze gevlogen.
Kijk zo’n foto is niet van levensbelang, maar wel bijzonder leuk voor de heb. Zeker een wereldberoemdheid laat je anno 2014 niet lopen. Ik hoef er niet perse zelf op te staan. Dat maakt me niet uit. Echt niet. Alleen bij figuren van de buitencategorie is het grappig als dat ook nog lukt. Eerlijkheid gebied me te bekennen dat Facebook en Twitter hierbij een grote rol spelen. Ik ben trots op een foto met Pino. Een plaatje met de Dalai Lama is vrij speciaal en zal het zeker goed doen op mijn tijdlijn.
Noem het ijdelheid, opschepperij, egocentrisme of hoe je maar wilt. Ik show graag dat ik trots ben op mijn geweldige baan en de avonturen waarin ik dankzij dit gevarieerde werk terecht kom.
Na afloop van het gesprek voor NCRV’s Schepper&Co bleef de Tibetaanse Monnik zitten en werden wij de ruimte uitgebonjourd. Een andere filmploeg zou nog een gesprek opnemen in dezelfde setting. Of iedereen die niet bij dat interview aanwezig hoefde te zijn op de gang wilde wachten?
Geluidsman Jack en ik wachtten bij de deur en slopen snel weer naar binnen zodra het kon. Nu met het fototoestel in de aanslag. De Dalai Lama kon niet zomaar ontsnappen. Daar kwam hij al. Recht op ons af. Toen hij vlak voor ons stond leek het alsof we allebei niet goed wisten hoe te vragen of we met hem op de foto mochten. Jack en ik. We stonden een beetje met onze mond vol tanden. Nog even en de goede man zou ons passeren. Twee volwassen mannen met een missie. Een missie die je wellicht een klein beetje kinderachtig kan noemen, maar de Dalai Lama is er aan gewend. Hij ging al geduldig op de foto met alle interviewers.
Tegelijk vroegen Jack en ik of we met hem op de foto mochten. Natuurlijk mocht dat. Eerst ik, daarna volgde Jack. Het gevolg van de Dalai Lama had er meer moeite mee. Zij hadden haast. Hij niet. We kregen een hand en er werd rustig geposeerd. Vrolijk lachend.
In the pocket!
Ik kan niet ontkennen dat ik vrolijk word van 150 ‘likes’ op Facebook of van een paar Retweets. Het streelt mijn ego. Toch is het vooral belangrijk om een goede foto te hebben voor het fotodagboek dat ik al sinds 2005 bijhoud. Dat is pas echt een verslaving, obsessie of dwangneurose. Net als deze weblog, die vooral ook dienst doet als mijn persoonlijke dagboek. Het is prima wanneer anderen er naar kijken of als jullie meelezen, maar in principe houd ik het voor mezelf bij. Omdat ik alles wil vastleggen voor het weer weg is. Wat dat betreft ben ik een verzamelaar. Ik verzamel het leven.




woensdag 10 april 2013

2000


Ik heb me laten vertellen dat iedereen, die op 30 april aan het werk is bij de troonswisseling in Amsterdam, grondig wordt gescreend door de veiligheidsdiensten. We hebben ons inmiddels allemaal moeten aanmelden op een site van de politie en nu worden we geanalyseerd. Ergens in een mailtje las ik dat ze zelfs naar websites, Facebook en Twitteraccounts zullen kijken.
Ik wens ze succes!
Het is natuurlijk volstrekt logisch en onvermijdelijk in deze tijd, maar ik vraag me wel af hoeveel mensen hier de komende dagen druk mee zijn. Alleen al de lijst met medewerkers van de NOS is ontzettend lang. Nou zijn dat allemaal heel aardige en vredelievende mensen, maar ze zullen toch doorgelicht moeten worden. En dat is een hele kluif kan ik je melden.
Ik volg namelijk zelf een groot deel van deze mensen op Facebook en/of Twitter, omdat het nou eenmaal aardige collega's zijn en ik graag wil weten wie, waar, wat uitspookt. Omdat in Omroepland iedereen regelmatig van project wisselt is het leuk om bij te houden wie met wie werkt. Dankzij de social media kan je tegenwoordig prima bijhouden hoe de hazen lopen. Je ontdekt wie het eerst met nieuwe speeltjes speelt en het is altijd prettig om te lezen dat het eten ergens anders nog slechter geregeld is.
Maar dat kost heel veel tijd!
Ik vrees dat mijn Twitter en Facebookverslaving meer dan een uur per dag in beslag neemt en dan kan ik echt niet op alle aanbevolen linkjes of filmpjes klikken. Ik volg 'slechts' een stuk of 100 Twitteraars en heb ik een kleine 500 Facebookvrienden, waarvan misschien de helft ook actief is. Toch verschijnen er ieder uur tientallen nieuwe berichten en actiefoto's. Als je dat goed wilt bijhouden heb je er een dagtaak aan. Laat staan dat je ook nog in de geschiedenis van al die figuren moet duiken...
Om nog maar te zwijgen over blije eikels met een weblog. Opscheppers die hele verhalen publiceren. Twee of drie keer per week, minimaal 700 woorden. Wie gaat dat allemaal nalezen?
Neem nou deze weblog: Reinonline. Het is begonnen op 1 juni 2005 en nu ben ik exact 2.000 blogposts verder.
Ja, feliciteer me maar!
2000 verhalen. Voornamelijk hele lappen tekst. En vraag mij niet waarover ik zoal geschreven heb. Het is teveel om op te noemen. Vaak weet ik het zelf niet meer. Dan heeft iemand het over een stukje dat is blijven hangen en moet ik het thuis even opzoeken om te weten wat ik ook alweer precies getypt had.
Alle kritische woorden die je een screenings-zoekmachine zou kunnen meegeven zullen in de loop der jaren allemaal wel een keer aan bod zijn gekomen. Waarschijnlijk in een positieve context, maar dat ziet die computer natuurlijk niet.
Toch heb ik goede hoop dat ik er op 30 april bij kan zijn. Mijn registratie is inmiddels in goede orde ontvangen en tot nu toe ben ik nog nooit geweigerd als het om het Koningshuis ging. Maar als ze mij voor 30 april nog een keer helemaal willen doorlichten, dan zullen ze overuren moeten maken. Desnoods hulptroepen van de KGB inhuren. Of heb ik nu net dat ene woord gebruikt dat niet genoemd mag worden?