Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen

zaterdag 3 februari 2024

stick

 

Het is zaterdagochtend en ik rommel wat in ons schuurtje. Ergens tussen zaagresten van de houten vloer, stukken elektrabuis, oude bezemstelen en bamboestokken moet mijn ijshockeystick staan. Niet dat ik zelf ooit deze sport beoefend heb, maar ik heb er in 1993 eentje gekregen voor bewezen diensten bij de Geleense ijshockeyclub Meetpoint Eaters. Ik kan me niet voorstellen dat ik die stick ooit heb weggedaan, dus hij moet hier ergens zijn.

Begin jaren negentig woonde ik nog in Geleen, waar we in de winter op zondagavond naar de ijshal trokken, om te kijken naar de verrichtingen van de Smoke Eaters. Regelmatig gingen we ook mee naar uitwedstrijden van onze ijshockeyclub in Nijmegen, Tilburg of Rotterdam. Ik meen me zelfs te herinneren dat we een keer helemaal naar Heerenveen zijn gereden om onze club aan te moedigen. Als de Eaters gewonnen hadden, dan vierden we dat na afloop in Café De Kroon. Daar kwamen niet alleen trouwe supporters, maar ook de spelers. 

Ik was in die dagen al druk met het maken van filmpjes en de barman had mij gevraagd of ik een videoclip kon produceren, die ze op ijshockeyavonden in het café wilden vertonen op een groot videoscherm. Dat heb ik gedaan. Op het nummer ‘Tribal Dance’ van 2Unlimited heb ik snelle beelden gemonteerd die ik tijdens een wedstrijd had opgenomen. Dat filmpje werd een regelrechte hit. Een paar keer per avond werd het opgezet en als dat gebeurde, dan dansten de spelers met de mooiste meisjes van Geleen op de tafels. Aan het eind van het seizoen kreeg ik als bedankje een gesigneerde stick. Alle spelers van seizoen ‘92/’93 hadden er hun handtekening op gezet.

In een stoffig hoekje van ons schuurtje vind ik wat ik zoek. Achter de regenpijp en hij zit vol spinnenraggen. De stick zit klem tussen een uitgezette plank van het schap waar mijn gereedschapskist op staat en de vochtige schuurmuur. Dit is niet bepaald een plek om zo’n uniek cadeau te bewaren, maar zo gaat dat blijkbaar. Deze stick is ruim dertig jaar oud. De eerste tien jaar heeft hij nog op een mooi plekje in mijn Amsterdamse flat gehangen, maar inmiddels woon ik alweer bijna 20 jaar in Utrecht. Hier is hij in het schuurtje beland en eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik er nooit meer naar heb omgekeken. Tot vandaag. Na wat duwen en wrikken schiet de stick uiteindelijk los.

In 1993 wonnen de Meetpoint Eaters voor het eerst in de clubgeschiedenis de Nationale Beker. Ik was bij de legendarische finale in Eindhoven, waar de Gunco Panda’s uit Rotterdam werden verslagen met 4-2. Vijftien bussen met uitzinnige Limburgse supporters gingen helemaal uit hun dak. Die wedstrijd was volgens mij op woensdag 6 januari 1993 en de zaterdag daarna werd het team gehuldigd op het bordes van het gemeentehuis van Geleen. Daar heb ik nog een zwartwit fotorolletje volgeschoten met kiekjes van de uit Canada afkomstige sterspeler Chris Brant, die de cup boven zijn hoofd houdt.

De handtekening van Chris Brant staat op de zwarte tape aan de bovenkant van de stick. Zeg maar het handvat. Je moet het even weten. Andere namen zijn beter te lezen. Tommie Hartogs, Jamie van der Horst, Mike Pellegrims, Risto Mollen, Rickey Boh en Jo Charbonneau. Ik zie ze allemaal weer spelen. Het was een geweldig team en het is eeuwig zonde dat zij dat jaar niet ook kampioen zijn geworden. Ze waren er niet ver vanaf, maar de zeer beladen playoffs tegen Nijmegen zorgden voor zoveel ellende en gedoe dat het geen sportieve strijd meer was. Ik herinner me nog een bommelding, waardoor het hele ijsstadion ontruimd moest worden. De bezwete spelers van Geleen stonden buiten in de kou, terwijl het team van Nijmegen lekker in een verwarmde bus wachtte tot het spel weer verder ging. Het leek alsof zij op die bommelding voorbereid waren.

Ik sta zo een tijdje in ons schuurtje naar die stick te kijken en de ene na de nadere jeugdherinnering komt bovendrijven. Ik zet hem weer op zijn plek en ga binnen met een kop koffie een beetje Googlen naar de Meetpoint Eaters. Al snel vind ik op YouTube het filmpje dat ik gemaakt heb. Iemand heeft dat online gezet. Het zijn de eerste drie minuten van een hele berg historische opnamen. Het is grappig om dit oude werkje na al die jaren nog eens te bekijken. Gefilmd in 4:3 en ik had zelfs een heel speciaal video-effect gebruikt om er een echte hippe clip van te maken. 

Je zal wel denken waarom ik uitgerekend vandaag op zoek was naar die stick. Nou, dat is simpel. Morgen is er weer een bekerfinale. De Eaters spelen in Den Haag tegen HIJS. Ze kunnen voor de derde keer in hun historie de beker winnen. Als ze dat voorelkaar krijgen, dan is het voor mij de tweede keer dat ik erbij ben. Ik mag morgen als een van de vijf cameramannen voor de NOS deze ijshockeywedstrijd in beeld brengen. Daar verheug ik me al de hele week op.







woensdag 28 september 2022

tv gekocht!

 

Het afgelopen weekend deed ik hier een oproep om geld in te zamelen voor een school in de Indiase stad Varanasi. De kinderen in de sloppenwijk Nagwa hadden tien jaar geleden een televisie op school gekregen, dankzij de giften van de lezers van dit weblog. Die tv heeft het onlangs begeven en dus leek het mij aardig om te kijken of we met collega's van de televisie in Nederland een nieuw toestel zouden kunnen schenken aan de Stichting Duniya... 

Nou, dat is gelukt! In een paar dagen tijd hebben een groot aantal collega's, vrienden en bekenden met elkaar iets meer dan € 1.600,- geschonken. Dat is drie keer het benodigde bedrag en toevallig ongeveer hetzelfde bedrag dat we tien jaar geleden bijelkaar brachten. 

De mensen van Stichting Duniya zijn super blij met deze bliksemactie. De nieuwe televisie is gelijk aangeschaft en opgehangen. Ik kreeg vanmorgen foto's doorgestuurd van de leerlingen in Nagwa die dolgelukkig naar het eerste educatieve programma op hun nieuwe tv keken. Bij mij was dat goed voor kippenvel. Ik ben er echt even stil van.

Het is een mooi voorbeeld van hoe wij met elkaar iets kunnen betekenen voor anderen. De gekke wereld waarin we leven kunnen we niet zomaar veranderen, maar we kunnen wel de wereld van iemand veranderen. Dat hebben we een klein beetje gedaan. Ik wil iedereen enorm bedanken die iets of iets meer heeft bijgedragen. Ook namens Debby en de andere mensen van Duniya. En natuurlijk namens de leerlingen en docenten van de school in Varanasi. Als je daar in de buurt bent en je wil even tv kijken... voel je vrij.  





zaterdag 24 september 2022

Help! Alsjeblieft...

 

Tien jaar geleden (om precies te zijn op zondag 25 november 2012) schreef ik een blog waarin ik een oproep deed om geld in te zamelen voor de Stichting Duniya. Een van de mensen achter die organisatie, is mijn zeer gewaardeerde collega Debby Ego. In het dagelijks leven is zij werkzaam als tv-producer, maar in haar vrije tijd is ze engel. In die hoedanigheid zet zij zich in voor een school in de Noord-Indiase stad Varanasi en daarmee geeft ze arme kinderen uit de sloppenwijk Nagwa een kans.

Ik vind het persoonlijk tof om zulke kleinschalige projecten te steunen. Hier blijft er niets van je donatie aan de strijkstok hangen en verdwijnt geen geld in de financiering van kantoorpanden. Wat je aan Duniya geeft gaat rechtstreeks naar de projecten. Het wordt tot op de cent goed besteed. 

Al een aantal keren kreeg ik na een gift foto’s waarop te zien was wat er met mijn bijdrage was gebeurd. Zo ook tien jaar geleden. Toen heb ik een spontane actie opgezet om, samen met zoveel mogelijk collega’s uit het televisievak, geld in te zamelen voor een televisie op de school in Varanasi. Binnen een paar dagen hadden we met de actie ‘tv van de tv’ genoeg geld bij elkaar. Vervolgens kregen we al snel foto’s doorgestuurd van het kopen en ophangen van die televisie. De afgelopen jaren stuurde Debby mij af en toe een kiekje waarop te zien was dat een grote groep leerlingen aandachtig naar educatieve programma’s zaten te kijken. 

Maar nu hoorde ik dat ‘onze’ televisie stuk is. Na precies tien jaar heeft deze het begeven. Er moet een nieuw toestel worden aangeschaft en dat is voor de school een flinke investering. Eigenlijk geven zij het geld van Duniya liever uit aan voedselprojecten, noodhulp bij overstromingen, medicijnen of bijvoorbeeld een keer aan een rolstoel als dat acuut nodig is. 

Dus probeer ik het na tien jaar nog eens. Kunnen wij met z’n allen een nieuwe televisie financieren voor de school in Nagwa? Een nieuwe tv van de tv? 

Het gaat om een bedrag van zo’n € 500,-. Dat moet toch te doen zijn als we allemaal een paar euro overmaken. Of iets meer. Het kan ook geen kwaad als het eindbedrag hoger uitvalt. Daar weten ze bij Duniya wel raad mee. 


Daarom roep ik alle trouwe lezers van dit weblog op om even de bankieren-app te openen en een klein bedrag te storten op: ABN AMRO  NL22 ABNA 0441 6243 83 ten name van Stichting Duniya, Bantega en onder vermelding van ‘tv van de tv’. Help mij, help Debby en help vooral de kinderen op de school in India. Het motto van Duniya is : We kunnen de wereld niet veranderen, maar iemands wereld wel. En zo is het maar net. Mijn dank is groot!







zaterdag 2 juli 2022

2500

 

Dit is mijn 2.500e blogpost!

Op 1 juni 2005 heb ik op deze website mijn eerste bericht gepubliceerd. De naam Reinonline heb ik die dag verzonnen en ook de layout is in de loop der jaren slechts op kleine punten aangepast. In die tijd begon iedereen zijn of haar eigen weblog. Een blog was de voorloper van social media. De meeste bloggers waren ook alweer vrij snel klaar met deze trend of ze stapten na verloop van tijd over op Facebook, maar ik ben hier blijven schrijven. Vooral omdat ik het leuk vind om te doen. Het is een uit de hand gelopen hobby.

Deze website heeft in al die jaren meer dan 2 miljoen bezoekers getrokken. Er is een fijne harde kern van trouwe volgers. Gemiddeld wordt elk verhaal tussen de 500 en 600 keer gelezen. Los van het feit dat ik heus wel eens flink ben uitgegleden, zijn de reacties die mij bereiken over het algemeen positief. Als ik een tijdje niks plaats, dan krijg ik klachten. Dat zorgt natuurlijk voor extra motivatie, maar ik heb vooral zelf veel plezier tijdens het schrijven. Het is mooi meegenomen dat anderen er ook lol aan beleven.

De leukste stukjes schrijven zichzelf. De beste verhaaltjes staan over het algemeen zo in de steigers, maar soms is het ook echt even ploeteren om tot een samenhangend betoog te komen. Er zijn periodes waarin ik niet zoveel ideeën heb, maar mijn leven als cameraman levert nog steeds voldoende inspiratie op. Lang niet alles kan of wil ik opschrijven. Het mag soms best kritisch zijn of een beetje schuren, maar de algemene teneur van deze site moet positief zijn. Ik wil dat het over de liefde voor mijn mooie vak gaat en het is nooit de bedoeling om iemand persoonlijk aan te vallen. Soms is dat wel eens jammer, maar ik wil niet dat mensen die met mij werken zich druk maken over het feit dat ik wel eens een vervelend stukje over ze zou kunnen schrijven. Dit weblog moet vóór mij werken, niet tegen me.

Het schrijven heeft me best veel gebracht. Zo mocht ik een tijdje stukjes schrijven voor het gratis maandblad ‘Ezeltje Prik’ en zeven jaar lang was ik vaste columnist voor het mediavakblad Broadcast Magazine. Ik heb ook heel wat (web)teksten geschreven in opdracht van bedrijven en collega’s. Interviews gedaan met mensen die ik hoog heb zitten en mijn blogs hebben er zeker keer toe geleid dat ik gevraagd werd voor aansprekende opdrachten. Zo kwam ik op de gekste plekken terecht en kreeg ik kansen waarvan ik nooit had durven dromen. In de coronatijd schreef ik veel waardoor opdrachtgevers aan mij dachten en ik al snel weer opdrachten kreeg. Het loont om met enthousiasme over je vak te schrijven.

Een van de hoogtepunten in al die jaren was toch wel de open brief die ik schreef aan Staatssecretaris Wiebes naar aanleiding van de totaal mislukte Wet DBA. Dat stuk is meer van 96.000 keer aangeklikt. Het leidde er onder andere toe dat ik werd uitgenodigd om te spreken voor vaste kamer commissie die over ZZP-zaken ging. Ik werd gevraagd om met hooggeplaatste mensen van de Belastingdienst te spreken. RTL Nieuws kwam mij interviewen, ik sprak verschillende Kamerleden en uiteindelijk werd de wet in de ijskast gezet. Dat was natuurlijk niet alleen mijn verdienste, maar ik heb op mijn manier wel duidelijk gemaakt dat er een onwerkbare situatie ontstond. Later werd ik uitgenodigd voor verschillende gesprekken met de nieuwe minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees en met de staatssecretaris van Financiën Menno Snel. Mijn avonturen als ‘eenmansvakbond voor ZZP’ers’ werden een terugkerend feuilleton op dit weblog.

Er is me vaker gevraagd wanneer er een boekje uitkomt met mijn columns. Op zichzelf zou ik dat best willen, maar het kost veel tijd om die verhalen te selecteren en waar nodig te herschrijven. Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Daarnaast moet je een boek minimaal 1.000 keer kunnen verkopen om het uitgeven rendabel te maken. Zoveel fans heb ik nou ook weer niet. Voor deze gelegenheid had ik me ook voorgenomen om een top 10 samen te stellen met leukste columns, maar zelfs dat is jammerlijk mislukt. Het ‘doorbladeren’ van 2.500 stukjes is best een werkje. 

Voorlopig typ ik vrolijk verder. Ik zou willen dat de stukjes vaker om te lachen zouden zijn en ik ben soms jaloers op de scherpe pen van andere schrijvers. Er is heus nog genoeg om te ontwikkelen en te leren voor ik aan een roman begin of aan een echt boek. Tijd is een issue, maar onderwerpen zijn er genoeg. Op naar de 3.000!





zaterdag 21 mei 2022

fotogebruik

 

Ik vang beelden. Professioneel als freelance cameraman, maar ik heb ook altijd een fotocamera bij me. In deze tijd, waarin iedereen foto’s maakt met zijn telefoon, kies ik toch het liefst voor de iets hogere kwaliteit van een camera met een betere lens. Vind ik leuk. ’s Avonds kan ik me urenlang vermaken met het bewerken van alle geschoten plaatjes. Ook in mijn vrije tijd móét ik momenten vastleggen. 

Als freelance cameraman werk ik in opdracht van organisaties die mij daarvoor vorstelijk betalen. Wanneer daar een soort van contract bij komt kijken staat in de kleine lettertjes bijna altijd dat ik afstand doe van alle rechten. Ik begrijp dat, want het is voor omroepen, producenten en facilitaire bedrijven een onwijs gedoe wanneer ze bij hergebruik van videomateriaal telkens op zoek moeten naar de oorspronkelijke makers. Mijn creativiteit wordt afgekocht, zullen we maar zeggen, al geloof ik niet dat je een deel van mijn tarief zou kunnen aanwijzen dat daarvoor staat. 

Foto’s maak ik niet zo vaak tegen een vergoeding, maar dat wil niet zeggen dat iedereen die beelden ongevraagd mag gebruiken. Ook niet bij eigen publicaties op social media. Het zijn immers mijn foto’s. Toch gebeurt het met enige regelmaat. Mensen kopiëren beelden en plakken ze onder hun eigen berichten zonder mij daarover te informeren. Soms vermelden ze er wel bij dat ik de foto heb gemaakt, maar vaak genoeg niet eens.

Zelfs professionele contentmakers gebruiken soms ongevraagd foto’s voor eigen promotiedoeleinden. Ik vind dat gek. Het is natuurlijk een compliment dat ze mijn plaatje mooi vinden, maar het is ook -op zijn zachtst gezegd- niet netjes als je zonder toestemming het materiaal van een ander gebruikt. Ik geloof niet dat er kwade wil in het spel is. Het is onwetendheid, maar in de basis is het een vorm van diefstal. Laten we zeggen jatwerk. Je gebruikt ook niet zonder het netjes te vragen de telefoon of auto van een ander.

Al het werk van een fotograaf, beeldend kunstenaar, architect, illustrator of ontwerper wordt beschermd door het auteursrecht. Ook op social media werkt dat niet anders dan daarbuiten. Wie een foto plaatst op Facebook, Twitter of LinkedIn geeft een uitgebreide licentie aan het betreffende sociale platform. Dat staat in hun voorwaarden die je, waarschijnlijk zonder goed te lezen, ooit geaccepteerd hebt. Zij mogen blijkbaar afbeeldingen kopiëren, wijzigen en eventueel delen. Het schijnt dat zij zelfs sublicenties mogen verlenen, maar als gewone gebruiker van een platform krijg je zo’n licentie niet. Afbeeldingen op social media zijn dus niet vrij! Die mag je niet zonder toestemming gebruiken. Je mag een bericht delen als het profiel openbaar is, maar je mag een foto niet zomaar even downloaden of kopiëren om er zelf iets mee te doen. Dus als je een foto van iemand anders in een eigen bericht wil plakken en publiceren dan moet je dat netjes vragen aan de maker.

In mijn geval gaat dat niet om geld. Ik vind het vooral een kwestie van goed fatsoen. Soms hoort er bij een foto een verhaal. Het kan zijn dat ik met mensen die op een foto staan een afspraak heb gemaakt over het gebruik. En als er geen mensen op de foto staan kan het nog zo zijn dat ik de foto onder bepaalde voorwaarden op mijn eigen socials heb geplaatst. Bijvoorbeeld na overleg met een opdrachtgever of de beheerder van de locatie waar de foto is genomen.

Het is een kleine moeite om het even te vragen. In bijna alle gevallen krijg je vervolgens van mij het grote bestand en eventueel kan ik zelfs even checken of er in mijn bestanden nog een beter beeld zit voor een bepaald doel. Maar vraag het altijd even! Tenzij ik jou zelf een foto heb gestuurd waar je op staat. Dan zeg ik er meestal gelijk bij dat je met het beeld mag doen wat je wil. 

Zelf ik zal ook niet snel foto’s plaatsen waar mensen op staan zonder dit aan ze te vragen. Vind ik ook niet chique. Daarom plaats ik zo vaak foto’s waar niemand op staat of waar ik alleen zelf op sta. Scheelt me veel gedoe.

 

Tip van Flip:

Maak vooral je eigen foto’s. Dat is het leukst. En als je een bepaalde foto graag wil gebruiken, zorg dan dat je toestemming van de maker hebt en van de mensen die op de foto staan. Naamsvermelding is netjes, maar ook dat kan je het beste even met hem of haar bespreken. Als je een foto wil gebruiken voor serieuze promotiedoeleinden en de maker niet kan achterhalen, dan is het sowieso verstandig om te kiezen voor een ander plaatje, want je zal niet de eerste zijn die een serieuze schadevergoeding moet betalen op basis van het auteursrecht.





 

woensdag 13 april 2022

Geef de cameraman niet de schuld!

 

De NOS schreef gisteren (12 april 2022): ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want cameraman is steevast te laat.’ Je zal begrijpen dat ik zo’n artikel gelijk ga lezen. Hebben ze dan zulke trage cameramensen in België? Zou de catering in Belgische voetbalstadions zo slecht zijn dat alle cameramensen vlak voor de wedstrijd en in de rust nog even moeten poepen? Zijn die gasten totaal niet gedisciplineerd? Wat is daar aan de hand? 

 

Maar als je het artikel leest, dan kom je al snel tot de conclusie dat de kop boven het artikel de lading van het verhaal niet dekt. De cameraman krijgt de schuld van iets waar hij of zij niets aan kan doen. Ze hebben namelijk een dubbelfunctie. Voor aanvang van de wedstrijd filmt een cameraman (of vrouw) nog dat de spelers het veld op lopen en de toss. Daarna moet hij of zij snel door het stadion naar een van de twee posities hoog op de tribune. Daar vandaan waakt hij met een collega aan de andere kant over mogelijke buitenspelsituaties. In kleine stadions kan het snel gaan, maar in grote stadions is de weg naar hun B-positie dat langer. Het is een keuze van de producerende partij. Die moet je de schuld geven, niet de cameraman. 

De kop boven het artikel zou beter kunnen zijn: ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want producent is te beroerd om een extra cameraman in te huren.’ Of: ‘Ophef in België: VAR krijgt geen beelden, want producent maakt gekke praktische keuze en laat cameraman hollen.

 

Het is wel een mooi voorbeeld van hoe belangrijk de nuance in journalistiek kan zijn. Mensen die alleen de kop lezen en niet de rest van het artikel, die denken al gauw dat er iets mis is met de cameramensen in België. Of zelfs met cameramensen in het algemeen. En dat kan onbewust in hun koppie blijven hangen. Cameramensen zijn de hele dag bezig met het recht zetten van beeld, maar er is geen belangenvereniging die het beeld over cameramensen recht zet. 

Nou bij deze: Handen af van de cameraman!




donderdag 24 maart 2022

veranderen

 

Ik dacht dat ik de enige was die moeite had met veranderen. Het afgelopen weekend bleek maar weer dat het menselijk is. Wij houden niet van veranderingen. ‘Iets nieuws doen’ is in ons landje ongelofelijk lastig. Kijk maar eens op de ‘socials’ naar alle reacties op de komst van ViaPlay in Nederland. De nieuwe rechtenhouder van Formule1 had andere plannen, wilde zonder Olav Mol en Jack Plooij verder, koos voor een meer journalistieke koers en kreeg vervolgens de hele strontkar over zich heen. Veel raceliefhebbers gaven de streamingdienst geen kans. Nog voor ze goed en wel waren begonnen regende het kritiek, vooroordelen en boosheid, maar zonder argumenten. Het leek veel op de hetze die ooit werd gevoerd tegen Sport7, alleen hadden we in 1996 nog geen Twitter en Facebook om onze ongenuanceerde onvrede te uiten.

 

Ook ik heb de Formule1 leren kennen dankzij Olav Mol. Toen ik in september 2000 voor het eerst met hem en Jack Plooij mee op reis mocht kreeg ik een persoonlijke rondleiding van Ollie door de pits in Indianapolis. Geduldig legde hij in Jip en Janneketaal uit waar je op moest letten als cameraman en hij maakte mij gelijk enthousiast voor deze tak van autosport. Daar draaide het toen nog om namen als Michael Schumacher, Mika Häkkinen, Jacques Villeneuve, Rubens Barrichello, David Coulthard en natuurlijk onze eigen Jos Verstappen. In de jaren daarna ben ik bijna vijftig keer met de mannen op pad geweest en ik moet zeggen dat ik louter goede herinneringen heb aan al die reisjes rond de wereld. Wat heb ik veel lol gehad met deze vakmensen. Ook voor mij is de stem van Olav onlosmakelijk verbonden met deze sport. 

Wat mij betreft becommentarieert Olav Mol de Formule 1 tot in de eeuwigheid, maar de Zweedse rechtenhouder kiest voor een andere benadering. Daar hebben ze vast en zeker goed over nagedacht. En dus denk ik dat we dit best even het voordeel van de twijfel kunnen geven. Niet gelijk de deur dicht smijten, maar eens een paar races aankijken wat er gebeurt. Zelf een gefundeerde mening vormen, in plaats van nablaten wat anderen te mekkeren hebben. Het leven wordt bovendien een stuk leuker als je op zoek gaat naar de positieve punten, in plaats van je ongelofelijk opwinden over alles wat niet deugt. Zeker als je er toch geen directe invloed op kan uitoefenen. Boosheid is verspilde energie.

Het verbaast mij dat ook mensen waarvan ik denk dat ze doorgaans nuchter en redelijk zijn zich direct al aansluiten bij het trollenleger dat ViaPlay zo snel mogelijk de nek wil omdraaien. Zelfs serieuze en ervaren televisiemakers (ver)oordelen heel snel. Collega’s, die juist zouden moeten weten hoe lastig het is om met iets nieuws te beginnen en die vast wel eens ervaren hebben dat dit altijd even tijd nodig heeft. 

Ik denk dat je voorzichtig moet zijn met het uitspreken van de gedachte dat dit nooit iets kan worden. Als ik bij ViaPlay zou werken, dan zou ik hier en daar wat screenshots van deze Twitter, Facebook en LinkedIn-berichtjes bewaren, voor het geval zulke uitgesproken mediamakers zich over een tijdje melden bij een sollicitatie, met een programmavoorstel of een andersoortig verzoek.

 

Nogmaals, ik heb helemaal niks tegen de mensen die nu nog voor Ziggo werken. Integendeel! Daar zitten vrienden voor het leven bij en die gun ik natuurlijk alle geluk van de wereld, maar als kijker vind ik het prima dat er iets te kiezen is. Dat houdt iedereen scherp. Het is niet óf-óf, maar én-én. Een win-win situatie. 

Dus niet gelijk zo boos allemaal… 

Adem in. Adem uit.





zaterdag 24 oktober 2020

livestream

Dit weekend staat mijn 80e column uit de reeks ‘Point of View’ in BM, hét mediavakblad van Nederland. De titel is deze maand: ‘livestream’: 

                 

‘Livestream’ is het toverwoord dat onze branche door de coronacrisis sleept. Gelijk al in maart hebben veel partijen zich gestort op webcasting en andere vormen van online communicatie met behulp van audio en video. We zijn er inmiddels zo druk mee dat ze zich in Hilversum af en toe al achter de oren krabben, omdat er opeens een tekort is aan goede technici en operators. 

Het schijnt dat er zoveel regiesetjes zijn gebouwd, dat firma’s als Black Magic en Panasonic de vraag naar (remote)camera’s en randapparatuur niet meer aankunnen. We streamen ons suf voor bedrijven, scholen, universiteiten, kerken, muzikanten, kunst- en cultuurinstellingen of evenementen die hun publiek nu niet op een normale manier kunnen bereiken. 

Zelf heb ik inmiddels ook ontdekt dat er nog een hele wereld buiten Omroepland is. Wie zich een beetje wil aanpassen kan daar veel plezier beleven. Je moet nieuwe opdrachtgevers soms een beetje helpen, want zij kunnen nog niet altijd inschatten wat er komt kijken bij het produceren van een afwisselende talkshow, een flitsende online productpresentatie, de registratie van een evenement of een boeiend webinar voor het personeel. 

Zolang je out-of-the-box denkt en zoekt naar creatieve oplossingen, kom je tot verbluffende resultaten. Het is grappig om te zien hoe er nu, deels ook onder druk, slimme constructies worden bedacht. Met een kleinere crew en goedkopere middelen draaien we producties, waarvan we een paar maanden geleden nog riepen dat het onmogelijk was. 

Zelf ben ik op het moment druk met zeven livestreams van klassieke concerten die philharmonie zuidnederland ten tonele brengt. Het kwam op mijn pad, nadat iemand gezien had dat ik een schoolmusical aan het streamen was. Nu heb ik naast camerawerk ook opeens de rol van livestreamproducer. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Sinds maart heb ik deze Pippi Langkoushouding noodgedwongen aangenomen, maar het levert een hoop nieuwe inzichten op. Het is een uitdaging om met beperkte middelen en nieuwe werkwijzen toch een professioneel product aan te bieden. Zo was ik bijvoorbeeld altijd wars van remote camera’s, tot ik dit voorjaar ontdekte dat met deze apparaten projecten te realiseren zijn, waar in het verleden geen budget voor was. Het komt dus niet in de plaats van onze meer traditionele manier van werken, maar het biedt juist mogelijkheden en interessante perspectieven. 

Daarbij heb je altijd weer vakmensen nodig om te komen tot resultaten om trots op te zijn. Dus levert het werk op. Niet alleen voor handige jongens en meisjes, maar ook voor ervaren professionals en specialisten die weten hoe je met een klant om moet gaan en hoe je verwachtingen moet managen. 

Een vaccin zal straks niet alleen het coronavirus bestrijden, maar ook voor een deel de pandemie van livestreams waar we momenteel midden in zitten. Toch is dit fenomeen niet voor iedereen in de AV sector een tijdelijke bezigheidstherapie. De betere webinars, livestreams en andere vormen van webcast behouden ook na het coronatijdperk hun bestaansrecht.





zondag 18 oktober 2020

niemand in de zaal...

 

In de spiegel van de lift zie ik mezelf. Daar sta ik met mijn productiekratje vol water, fris en lekkers. Een harde schijf om het materiaal op te slaan, uitrijkaarten en een dikke map vol printjes van belangrijke mailuitwisselingen. Ik lijk op een producer of projectmanager. Oh, wacht even… Dat bén ik ook. Vandaag in ieder geval wel. 

 

Dit verhaal begint eigenlijk bij één WhatsApp-bericht. Verzonden op vrijdag 13 maart om 17:44 uur, door Jan Miltenburg. Het was helemaal aan het begin van de coronacrisis. Mijn agenda was net leeggeveegd, als gevolg van de eerste coronamaatregelen en daarover had ik een blog geschreven met de ondertitel “Dagboek van een werkloze ZZP’er”. 

Jan stuurde heel snel daarna:

 

Hoi Jan Rein, las net je blog. Heb je volgende week tijd voor koffie?

 

Ik reageerde een paar minuten later en schreef dat ik álle tijd had. We maakten een afspraak. Het is  grappig om te zien wat er allemaal is gebeurd, naar aanleiding van dat ene bericht. Oorzaak en gevolg.

We dronken koffie, spraken over de markt die mij als ZZP’er op dat moment even niet nodig had en we concludeerden dat stil zitten geen optie is. In eerste instantie brainstormden we over het streamen van begrafenissen. Dat leek mij geen prettige business, maar wel goede handel op dat moment. 

Jan is gespecialiseerd in het bedenken van slimme technische oplossingen en liet mij kennis maken met de op afstand bestuurbare camera. Dat vond ik eigenlijk niks, maar nu stond ik opeens overal voor open. En Jan maakte mij zelfs enthousiast. Desondanks wist ik een paar dagen later al dat mijn begrafenissenplan heel goed, maar nog te duur was. Niet getreurd. Jan en ik hadden leuk contact en bedachten samen een plan om schoolmusicals te gaan filmen. Ook dat werd geen groot succes. Welgeteld twee schoolmusicals heb ik uiteindelijk geregistreerd en gestreamd, nadat ik van ongeveer vijftig scholen te horen had gekregen dat mijn idee briljant was, maar het prijskaartje te hoog.

Op mijn blog schreef ik over remote camera’s en mijn avonturen met betrekking tot het registreren van schoolmusicals. Dat leidde er weer toe dat Jo Smeets, een goede geluidsman die ik al jaren ken van mijn werk bij de regionale zender L1, mij belde met het verzoek om eens mee te denken over livestreams voor zijn opdrachtgever philharmonie zuidnederland.  

 

En daar sta ik dan. Met dat productiekratje voor mijn buik, in de lift van het Muziekgebouw in Eindhoven. Het is voor mij een nieuwe rol, maar ik denk dat ik het wel kan. Het team, dat hier vandaag aan het werk is voor de livestream van philharmonie zuidnederland, heb ik samengesteld. Ik heb mogen bedenken dat we deze klassieke concerten het beste met negen camera’s kunnen registreren en ik heb uiteraard besloten dat Miltenburg AV uit Maarssen bij deze productie mijn technische partner-in-crime moest zijn. De begroting, een offerte en de balans staan op mijn laptop.

De eerste keer, drie weken geleden, vond ik het super spannend om de spin in het web te zijn bij zo’n groot project. Nu ben ik een stuk rustiger. Het resultaat van onze eerste twee concertregistraties heeft mijzelf positief verrast. Ik heb gezien hoe ongelofelijk goed de mensen zijn die ik om me heen heb en de afgelopen weken ben ik druk geweest met alle verbeterpuntjes die we nog hadden. De tijdsplanning is beter, iedereen weet inmiddels precies wat er van hem of haar verwacht wordt en we hebben op punten nóg betere apparatuur. 

Ik ben trots.

Vandaag staat alweer het derde concert op het programma. Dit wordt een heel bijzondere dag. Door de nieuwe coronamaatregelen kan er vanmiddag helaas geen publiek aanwezig zijn. Dat is natuurlijk heel verdrietig en voor zo’n groot orkest is het behoorlijk rampzalig dat ze nu niet kunnen optreden voor volle zalen, maar ze zijn gelukkig niet te stoppen. We maken met philharmonie zuidnederland een unieke livestream. Er is straks niemand in de zaal, behalve het orkest. Zelfs de belichter, de moderator en de laatste bemande camera halen we weg. Op het podium zitten maximaal dertig orkestleden, allemaal op minimaal anderhalve meter van elkaar. Zij geven om 16.00 uur een concert, volledig coronaproof. Wij registreren het met negen remote camera’s, die vanuit een andere ruimte worden bestuurd. Het geluid wordt in stereo én in binaural kwaliteit opgenomen. Deze livestream is rechtstreeks te bekijken en te beluisteren via Classic.nl.

Ik weet zeker dat ik dit iedereen die van klassieke muziek houdt nu al warm kan aanbevelen. Aan het einde van deze zondagmiddag, waarop je toch niets veel anders kan doen, wijntje erbij en dan vanuit je eigen luie stoel een uurtje cultuur proeven. 





woensdag 8 juli 2020

Sjakie en de Chocoladefabriek

Opeens had ik hét. Mijn gouden ticket voor de coronacrisis. Een plan waarmee ik twee gaten kon dichten. Het gat in mijn persoonlijke begroting en een gat in de markt. 

De schoolmusicalvideo. 

Dit idee ontstond eind april bij ons thuis aan tafel, toen mijn kinderen zich hardop afvroegen hoe het verder moest met de musical van groep 8, in tijden van de anderhalve meter samenleving. Een eurekamoment. Ik zou alle basisscholen van Nederland wel even helpen aan een spiffy livestream.

De volgende morgen belde ik gelijk met eventstream deskundige Jan Miltenburg en met mijn geluidsmaatje Peter Westbroek. Er waren namelijk wel een paar technische problemen die ik even moest tackelen. Op basis van deze gesprekken maakte ik een eerste opzet en met de natte vinger een begroting. Die heb ik voorgelegd aan het schoolhoofd en aan de groep 8 leerkrachten van de school waar mijn dochter zit. Ik moest natuurlijk serieus onderzoeken hoe scholen hier tegenaan keken. Zij waren direct enthousiast.

Nu moest ik vaart maken. Het einde van het schooljaar was al in zicht en door de crisis waren honderden leerkrachten hun plannen voor de eindmusical aan het bijstellen. Ik wilde een simpele website bouwen en een kloppende offerte maken voor een technisch format dat ik op alle scholen zou kunnen uitrollen. Mocht het een succes worden dan kon ik op meerdere scholen tegelijk leveren. Het musicalseizoen is immers kort, maar mijn netwerk groot.

Een dag later lanceerde het facilitair bedrijf United de webpagina ‘Red mijn musical’. Zij hadden blijkbaar precies dezelfde gedachte en waren net iets eerder dan ik. Daar baalde ik even stevig van. Nu leek het alsof ik hun idee ging pikken. Gelukkig had ik een paar getuigen en bovendien zijn er basisscholen genoeg in Nederland.

Na het lanceren van de site en het promoten op social media stond de telefoon roodgloeiend. Er waren inderdaad heel veel schoolleiders, leerkrachten en ouders op zoek naar een oplossing voor hun musical. Ik heb mijn visie wel vijftig keer toegelicht. Alle bellers waren direct enthousiast… Tot ik de prijs noemde. Mijn plan bleek veel kostbaarder dan scholen dachten. Ze hadden bijna allemaal een bedrag van een paar honderd euro in hun hoofd voor een goede registratie en een livestream. Het bleek lastig voor ze om op korte termijn de oorspronkelijke plannen aan te passen, om te schuiven met potjes geld, om aan ouders een extra bijdrage te vragen of een sponsor te regelen. Ik had mijn lat hoog gelegd en wellicht te hoog, maar ik vond het plan zo goed dat ik daar niet vanaf wilde wijken. En iets verkopen is natuurlijk ook een vak apart.

Als ik met slechts één camera, twee microfoons en een simpel livestreamprogramma had willen uitrukken, dan had ik tientallen scholen kunnen helpen, maar er zelf vooral stress van gehad en waarschijnlijk was ik dan de rest van de zomer druk geweest met het afhandelen van klachten.

Uiteindelijk bleef er één school over. De school waar ze mij kennen als bevlogen hulpouder en waar ik niet alleen telefonisch mee had overlegd. Samen hadden we goed nagedacht over de beste oplossing voor de musical en alle opties besproken. Door creatief en flexibel te zijn kon het daar wel. Geen theater, wel een video.

Afgelopen vrijdag hebben we op Apollo 11 in De Meern twee musicals opgenomen. Groep 8a aan het eind van de ochtend en groep 8b in de middag. De voorstellingen staan nu online en beleven de volgende week hun première. Daarna kunnen alle opa’s en oma’s, broertjes en zusjes, ooms en tantes de video ook bekijken en de kinderen kunnen hem downloaden om deze unieke ervaring te bewaren voor de eeuwigheid.

We hebben gewerkt met remote camera’s. Dat vond ik nogal spannend, want mijn expertise zit hem juist in bemande camera’s. Maar nu konden we met slechts drie personen een complete registratie maken met vier camera’s en optimaal geluid. Een goede geluidsman, een livestreamtechnicus/camera-operator en een zelf schakelende regisseur die voor het gemak ook de totaalcamera voor zijn rekening nam.

Als je mij begin maart had gezegd dat ik 120 dagen later deze werkwijze zou omarmen, dan had ik je vierkant uitgelachen, maar nu moet ik bekennen dat ik heel veel mogelijkheden en potentie zie. De opnamen zien er, al zeg ik het zelf, buitengewoon professioneel uit. Zeker voor een schoolmusical. Het is bovendien allemaal goed te verstaan en dat is ook een unicum bij een schoolmusical video. Zeker als je bedenkt dat we op de dag zelf niet veel tijd hadden om iets te repeteren of lang met een soundcheck bezig te zijn.

Ik moet ook zeggen dat ik nergens was geweest zonder mijn partners in crime. Jan Miltenburg heeft me ontzettend geholpen met goed advies en professionele apparatuur. Gijs Takken is een briljante livestream technicus en een razendsnelle remote operator. En Edwin Blom is een geluidstechnicus die uit precies het juiste hout is gesneden voor een klus als deze.

Achteraf ben ik blij dat ik mijn schoolmusicalvideo’s niet goedkoper heb gemaakt, want als je dit goed wil doen is het behoorlijk intensief. Nu heb ik een dag van te voren nog zitten kijken naar de generale repetities, maar als je tien musicals op rij doet, dan kan dat natuurlijk niet. Ook is dit de vorm waar ik zelf het meest vrolijk van word. Het levert echt een registratie op waar mensen naar blijven kijken en die kinderen later nog eens terug willen zien. 

Je zou kunnen stellen dat mijn businesscase niet helemaal succesvol was als ik uiteindelijk slechts twee musicals heb kunnen filmen, maar dat zie ik zelf toch anders. Ik heb er veel energie in gestoken en financieel heeft het (nog) niet zo veel opgeleverd, maar ik heb onwijs veel geleerd op allerlei fronten. Iets over het produceren van video’s, iets over livestreams, iets over het verkopen van een idee, iets over het maken van offertes, iets over efficiency en iets over nieuwe technieken. Het heeft me inzicht gegeven in andere denk- en werkwijzen. Daarnaast ben ik lekker bezig geweest, was ik zichtbaar en heb ik ontdekt dat er in mijn netwerk interessante mensen en bedrijven zitten, waar ik de afgelopen jaren te weinig mee heb samengewerkt. 

Ik hoop dat er het volgend jaar een vaccin is en dat ouders dan weer ouderwets mogen snotteren in buurthuizen en aula’s, terwijl hun kinderen op de planken staan te zweten tijdens de eindmusical. Mocht er dan toch nog iemand een hele mooie registratie van zo’n voorstelling willen laten maken, dan weet ik hoe het moet. En als je een diploma-uitreiking, een klein concert, een theatershow, een opening, een herdenking, een cabaretvoorstelling, een bruiloft, een uitvaart of een bevalling op professionele wijze wil streamen, dan mag je me altijd even bellen voor gratis advies. 



donderdag 26 maart 2020

chagrijnig

dagboek van een werkloze ZZP’er – nr. 11
dag 14 – chagrijnig

We zijn vandaag precies twee weken onderweg, sinds het moment waarop premier Rutte de eerste grote maatregelen aankondigde om verspreiding van coronavirus tegen te gaan. Het gaat nog wel even duren, vrees ik. Met een beetje mazzel wordt het leven in juni weer normaal. Ik denk dat pas aan het eind van de zomer het werk weer een beetje aantrekt voor freelance cameramensen zoals ik. Dan zijn we vijf maanden verder. Van dat idee word ik verdrietig. Ik heb er nu al schoon genoeg van. Ik wil geen huisman zijn, ik heb geen zin om docent te spelen, ik wil geen uitkering aanvragen en ik wil ook geen ander baantje, maar ik ben vooral hélémaal klaar met die constante diarree van deprimerend nieuws over dat stomme virus. Inmiddels weet ik wel dat we 1,5 meter uit elkaar moeten blijven. Dat hoeft je mij geen 388 keer per dag in te peperen. Bovendien verdient de eerste die succesvol boodschappen heeft gedaan zónder ook maar één overtreding op die 1,5 meter regel, een eervolle vermelding in het Guinness Book of Records. 
Ja, het spijt me mensen. Ik heb vandaag geen goede dag. Hoe zeer ik ook positief, opgewekt en strijdbaar wil zijn; het lukt me even niet. Mag dat? Hopelijk morgen weer. 
Ik baal van mijn telefoonverslaving en zit toch de hele dag te scrollen langs al die zinloze berichtjes op Facebook, Twitter en LinkedIn. Tot overmaat van ramp zit ik ook in allerlei Appgroepen die ik niet kan of wil verlaten, maar waar zo nu en dan de oenigheid vanaf druipt… 
Als we nou eens afspreken dat je alleen iets mag plaatsen op social media als je zelf creatief bent geweest. Dus een mooie foto, een gedicht, een tekening, een fotomontage, een goede grap, een mooi verhaal of een scherpe observatie, allemaal prima, maar als je het niet zelf gemaakt hebt, dan mag het niet. Laten we het delen van berichten gewoon verbieden. Dat zou een hoop ergernis schelen! Laten we toch stoppen met het verspreiden van clickbait berichten, afschrikwekkende plaatjes, ongenuanceerde meningen, bangmakerijtjes, kansloze petities, waarschuwingen om te laten zien hoe goed we zelf bezig zijn en (voor)oordelen waar niemand iets mee opschiet. 
Natuurlijk mag je kritisch zijn op de overheid en je medemens, maar geef daar dan zelf een originele draai aan in plaats van het doorsturen van foto’s die op het strand of op een markt zijn gemaakt door iemand die je niet kent, waarvan je niet zeker weet wanneer ze zijn gemaakt en met welke telelens. Stop alsjeblieft met het delen van (nep)berichten uit het buitenland en vergelijkingsstaatjes waarvan wij leken helemaal geen idee hebben hoe we ze moeten interpreteren. 
Laten we het nemen van beslissingen overlaten aan de mensen die beschikken over de juiste informatie en de kennis hebben om deze informatie ook op waarde in te schatten. Onze leiders moeten in deze crisistijd moeilijke keuzes maken. Ze worstelen met duivelse dilemma’s en niet iedere beslissing zal de beste zijn. Er zijn meerdere wegen die je in kan slaan, maar van de meeste wegen weet niemand precies hoe ze lopen of waar ze uitkomen. Dat zelfs de deskundigen het niet altijd met elkaar eens zijn geeft maar aan hoe complex deze situatie is. Wie zijn wij dan om allerlei ongefundeerde meningen te poepen en in deze fase al oordelen te vellen? Laten we voor de verandering maar eens geduldig afwachten. Het enige wat we wel kunnen doen is creatief zijn. Maak een bloemstuk, een schilderij, ga batikken, kantklossen, strijkkralen, loomen, bedenk een verhaal, schrijf een lied of maak eens een foto vanuit een ander perspectief. En laat mij vandaag verder maar even met rust. 







donderdag 30 januari 2020

2400

Sinds juni 2005 schrijf ik stukjes op deze website. Het begon als een soort online dagboek, in een tijd dat we Facebook en Instagram nog niet gebruikten. Zelfs van Hyves had ik nog nooit gehoord. Wel hadden mensen in mijn omgeving een weblog. Ik schreef sinds mijn reizen met Boudewijn Büch in 1998 al dagboeken en dacht bij het zien van al die blogposts: ‘dat kan ik ook.’ 
Nu, een kleine vijftien jaar later, zijn die weblogs al lang weer verdwenen, maar ik ben er nog! Stomweg nooit gestopt. De laatste jaren publiceer ik niet meer dagelijks en soms is het hier een paar weken stil, maar er is altijd weer verse inspiratie om te schrijven. De stukjes gaan meestal over mijn werk als cameraman of het zijn columns over de mediawereld waarin ik me begeef. Het schrijven is een uit de hand gelopen hobby. Ik doe het voor mezelf. Het is een prettige bezigheidstherapie, al moet ik ook eerlijk bekennen dat positieve reacties verslavend werken. Het levert me een hoop grappige mails en gesprekken met interessante mensen op. Ik krijg de gekste vragen of verzoeken. Er zijn opdrachtgevers die mij dankzij deze weblog weten te vinden. 
Vanaf 2012 schrijf ik ook columns voor het mediavakblad Broadcast Magazine. Sindsdien heeft in alle 75 edities een bijdrage gestaan van mijn hand. Telkens ongeveer 600 woorden. De reeks heeft als titel ‘Point of View’. Deze filmterm past als een jas, omdat de stukjes zijn geschreven vanuit het perspectief van een cameraman. 
Deze week ontdekte ik dat mijn vorige blog nummer 2400 was. Een aardige mijlpaal. De teller van mijn website staat inmiddels op 1.279.320 pageviews en dat is toch gemiddeld 500 views per bijdrage.

Er bestaat geen echte definitie van het begrip ‘column’, los van het feit dat het een terugkerende rubriek op een website, in een krant of tijdschrift is. Belangrijk is dat de schrijver volledig vrij is in zijn of haar onderwerpkeuze. Vaak is de aanleiding een actuele gebeurtenis. De vorm en inhoud zijn over het algemeen luchtig, niet al te serieus, speels en persoonlijk. Het is volgens mij de bedoeling om de lezer te raken met een mening, een anekdote of een speciale kijk op een onderwerp. Persoonlijk vind ik dat een column de lezer even aan het denken moet zetten of een glimlach moet opleveren. Een geslaagde column doet het allebei. 
Aan de columns die ik schrijf voor BM besteed ik over het algemeen veel tijd en zorg, maar ook over de stukjes op dit weblog denk ik goed na. Als het klaar is laat ik het meestal nog een paar dagen liggen om het zelf nog eens kritisch te herlezen en eventueel opnieuw te bewerken. Soms laat ik iemand even mee lezen voor ik het publiceer. Ik wil heel graag dat het klopt wat ik schrijf. Dat laatste is hartstikke moeilijk, want wat ik vind, zie of bedenk hoeft natuurlijk niet de mening van ieder ander te zijn. Een tekst kan op allerlei manieren geïnterpreteerd worden. Iedereen leest het vanuit zijn eigen belevingswereld. Dat maakt het wel eens lastig. Sommige zinnen worden niet door iedereen even goed begrepen of gewaardeerd. Soms glijd ik stomweg uit. Dan kukel ik net over de grens van wat leuk of verstandig is. Ik kan me dat als freelancer eigenlijk niet permitteren, maar het is ook te makkelijk om alleen zouteloze stukjes te schrijven. Dus balanceer ik soms een beetje en begeef ik me een enkele keer op glad ijs. 
Toch is de norm dat ik het nooit op de man wil spelen. Kritiek is nooit persoonlijk. Ik noem alleen namen wanneer ik lovend ben. Ik zoek altijd naar een prettige mix van positieve verhaaltjes en stukjes met meer scherpe kantjes. Ik doe mijn best om het iedereen naar de zin te maken. Na een positief verhaal over de ene klant, volgt er vroeg of laat ook een over die andere klant. Daar denk ik echt wel over na. 
Toch hoor ik soms nog dat mensen het minder onschuldig vinden dan ik bedoel. Er is altijd wel iemand die zich toch aangevallen voelt als ik schrijf over de catering, het tijdstip waarop callsheets worden verzonden, de kwaliteit van regenhoezen of over het verdwijnen van de sportreportage. Als ik voorzichtig probeer een spiegel voor te houden kan het toch iemand raken of zelfs kwetsen. Dat vind ik lastig, maar geen reden om te stoppen met schrijven. Wel wil ik iedereen oproepen om je bij mij te melden wanneer je het hartgrondig oneens bent met een schrijfsel. Ik ben nooit te beroerd om iets recht te zetten of om mijn ongelijk toe te geven. Ik weet heus niet alles beter. Soms verdient een tekst alsnog een nadere toelichting en in het ergste geval haal ik een bijdrage offline of schrijf ik een rectificatie.  
Het is pas echt leuk als zoveel mogelijk mensen zich herkennen in de situaties die ik beschrijf en er de lol van inzien. 





maandag 4 februari 2019

LiveU

Sommige zaken veranderen nooit. Zo had ik deze week een statief in mijn handen waar ooit de letters N.O.B.ingegraveerd zijn. Het Nederlands Omroepproductie Bedrijfbestaat sinds 2002 niet meer, maar dat statief werkt nog altijd prima. Andere zaken veranderen ongemerkt snel in Omroepland. Met name op het gebied van verbindingen zijn er de laatste jaren vele nieuwe mogelijkheden. Zo schreef ik op 3 april 2016 een blog over een live presentatie vanaf het veld bij Ajax, met Studio Sport verslaggever Joep Schreuder. Dat verhaal ging met name over het opruimen na afloop. Ik had het nog geen drie jaar geleden over het oprollen van lange kabels en het inklappen van de satellietschotel… Inmiddels is dat bij klussen als deze prehistorie. 
Afgelopen zondag deed ik een vergelijkbare klus. Weer met Joep langs de lijn. Nu bij PSV, maar zonder satellietwagen en lange kabels. In plaats daarvan had ik een rugzak met daarin de zogenaamde LiveU; een klein apparaat dat met behulp van een stuk of zes SIM-kaarten beeld en geluid in hoogwaardige kwaliteit kan verzenden via het draadloze 4G netwerk. Wat we een paar jaar geleden nog deden met een SNG-operator, een kabelassistent, een geluidsman en een cameraman deden we nu nog slechts met z’n tweeën. Bij veel klussen doet een cameraman het al helemaal in zijn eentje, alleen noemen we hem dan niet langer cameraman, maar ‘pakezel’. 
In ieder geval gaat de verbinding bij zo’n live stand-upper bijna nooit meer via schotels. Het signaal hoeft geen tienduizenden kilometers meer af te leggen door de ruimte. We versturen de beelden simpelweg via het draadloze telefoonnetwerk. Dat is een enorme verandering in de televisiewereld. Deze techniek bestaat alweer een tijdje en met name bij nieuwsachtige programma’s wordt de LiveUof een vergelijkbaar apparaat al langer intensief gebruikt, maar inmiddels is het zo ingeburgerd dat we niet meer zonder kunnen. Het is zo simpel dat iedereen er mee kan werken, zelfs ik.
Het levert ook weer een hoop nieuwe mogelijkheden op, want je hoeft niet langer vooraf te bedenken waar je kabels naartoe moeten. In principe kan je vrij rondlopen met zo’n ding op je rug en het is wachten op de dag dat zo’n apparaatje standaard is ingebouwd in elke camera. Als  je werkt met een verslaggever als Joep is deze techniek zeker een hele verbetering. Die ging altijd al het liefst alle kanten op, maar nu kan dat ook probleemloos. 
De eerste 25 jaar van mijn carrière is er genoeg aangepast, maar dat ging altijd geleidelijk en de nieuwe apparaten leken in zekere zin altijd nog een beetje op de oude. Je ziet pas wat er allemaal veranderd is als je ver terug kijkt en opeens een oude Betacam SP videorecorder ziet met daarop de logo’s van bedrijven die al lang niet meer bestaan. Momenteel gaat het echter keihard met alle technische ontwikkelingen in de audiovisuele wereld. Die LiveU is slechts een simpel voorbeeld. Het is dan ook een interessante vraag waar het met ons naartoe gaat. Hoe snel blijven de vernieuwingen elkaar opvolgen? Ik heb soms het gevoel dat we in een rollercoaster zitten die eerst jarenlang traag omhoog ging en nu het punt van de vrije val heeft bereikt. Er staan ons een paar spannende loopings te wachten. Waarschijnlijk is de televisiewereld over een paar jaar al compleet veranderd. Alleen dat degelijke statief uit de jaren ‘90… Het zou zomaar kunnen dat zo’n ding over tien jaar nog steeds keurig zijn werk doet. 


foto: Kees Rutten

donderdag 17 januari 2019

Royalistic Live 2.0 en de generatie-grandcanyon

Waar ik nu toch weer terechtgekomen ben… En het was niet eens voor werk. Het is wel alweer een paar weken geleden, maar deze blog is een beetje blijven liggen op de desktop van mijn laptop.

Mijn zoon Art (11 jaar) nam me in de kerstvakantie mee naar Royalistiq Live 2.0 in het Beatrix Theater, naast Utrecht CS. Ik had geen idee. En eerlijk gezegd weet ik achteraf nog steeds niet precies waar ik getuige van was, maar toch zal ik proberen om het uit te leggen. 
Royalistiq is de nickname van de 21-jarige Roy Beszelsen, die dagelijks filmpjes op YouTube plaatst en bijna 627.000 abonnees heeft. In zijn video’s speelt hij Fortnite en tijdens het spelen geeft hij commentaar bij de beelden van het razend populaire spel. Zo’n video duurt een ongeveer twintig minuten en wordt volgens de statistieken van YouTube gemiddeld 200.000 keer bekeken. Ik ken televisiemakers die een moord plegen voor zulke kijkcijfers, maar dat terzijde. 
Fortnite is op dit moment onder jongeren en met name bij jongens dé game van dit moment. Ze spelen het spel op hun computer, tablet of Playstation. Tijdens zo’n spel worden honderd online spelers vanuit een vliegende ‘Battlebus’ op een eiland gedropt, waar ze wapens en materialen verzamelen. Met hout, steen en metaal bouwen ze constructies om zich te verdedigen. Vervolgens moeten ze de aanval op een andere speler inzetten. Een storm die over het eiland trekt maakt het speelveld langzaam kleiner. Het is de bedoeling om alle tegenstanders te verslaan. Wie uiteindelijk overblijft, is de winnaar.
Hoewel ik een klein jaar geleden nog de illusie had dat ik vechtspelletjes buitenshuis kon houden, is ook mijn zoon op dit moment lichtelijk verslaafd aan Fortnite. Als hij niet zelf of met zijn vrienden samen speelt, kijkt hij op YouTube naar video’s waarin anderen Fortnite spelen. Zouden wij zijn tablettijd niet begrenzen en als hij niet af en toe naar school moest, eet of slaapt, dan zou hij er waarschijnlijk dag en nacht mee bezig zijn. Gelukkig zijn er nog grenzen, maar toen Royalistiq, in samenwerking met het Rode Kruis, een live event in het Beatrix Theater aankondigde wilde hij daar direct naartoe. Sinterklaas leverde twee kaartjes en ik moest mee als begeleider, popcornkoper en zijn persoonlijke vlogcameraman, ook al had ik geen flauw benul waar het over ging.
Op 28 december in het Beatrix Theater wist ik niet wat ik zag. We waren er om elf uur, terwijl het evenement pas een uur later zou beginnen. Twee merchandise stands, zoals je ze kent van grote popconcerten met T-shirts, hoodies, boeken en zelfs mokken met het logo van Royalistiq, werden min of meer bestormd door mannetjes tussen de 9 en 15 jaar oud. Ondanks pittige prijzen ging de koopwaar als zoete broodjes over de toonbank. Er waren filmploegen van RTV Utrecht, SBS6, het NOS Jeugdjournaal en vooral van Royalistiq zelf, voor de aftermovie. Mijn zoon werd direct aangesproken door een verslaggever van Hart van Nederland, maar tot het grote verdriet van mijn mannetje werd zijn quote die avond niet gebruikt in de reportage.
Om kwart voor twaalf gingen de deuren van de grote zaal open. Al die joelende jongens en enkele meisjes namen plaats. Het bleek stijf uitverkocht. Op het podium stond een tafel met vier computers en er was een mega groot scherm waarop het beeld van deze computers te zien was. 
De hoofdpersoon kwam op, ik noem hem voor het gemak maar Royalistiq, en hij nodigde een ‘bekende’ YouTuber uit om met hem mee te komen spelen. Ook mochten twee kids uit de zaal mee doen in zijn squad en toen gingen ze een spelletje spelen. Telkens als ze een tegenstander uitschakelden klonk er luid gejuich vanuit de zaal. Zo heb ik met twee korte onderbrekingen, voor cola en popcorn, ruim drie uur zitten te kijken naar mensen die een game speelden waar ik niets van begreep. 
Die Royalistiq is echt razend populair, ondanks het feit dat ik nog nooit van hem had gehoord. Zoonlief wilde niets liever dan een handtekening of een selfie met deze beroemdheid, maar dat mislukte deze dag tot drie maal toe jammerlijk. Na afloop was nog wel een signeersessie, maar daar stond een enorme rij. Waar wij stonden holde hij onder begeleiding van een aantal officiële beveiligers voorbij. 
Dat ik oud word was nog nooit zo duidelijk. De generatiekloof was gigantisch. Ik moest denken aan mijn eigen jeugd in de jaren ’80. Toen begrepen mijn ouders niet helemaal wat ik zo leuk vond aan Doe Maar en waarom ik toch al die buttons wilde hebben of van die groen/roze zweetbandjes en waarom ik heel hard “Heroïne godverdomme” of “Je loopt je lul achterna” zong, terwijl ik nog helemaal niet wist waarover ik zong.
Zoiets.





dinsdag 30 oktober 2018

Boos op PostNL

Hoe het niet moet met je klantenservice:

De rubbers van onze douchedeur zijn aan vervanging toe. Dus na maanden waterballet in de badkamer heb ik eindelijk bij de webshop van onze douchedeurleveranvier twee rubber strips besteld. Eentje voor de onderkant en eentje voor de muurzijde van de glazen deur. Alleen ging er direct na de betaling iets mis met mijn aankoop. De site van de douchedeurrubbers gaf een foutmelding. Het geld was wel afgeschreven, maar de bestelling bleek niet te zijn doorgekomen. Dus ik mailen met Ducholux. Het kon snel worden opgelost, maar toen ik een paar dagen later een pakketje kreeg zag ik gelijk dat het mis was. Dit was geen twee meter lange doos, maar een korte waarin twee onderkanten zaten. Nader onderzoek wees uit dat ik in de mailwisseling weliswaar heel duidelijk was over een zijkant en een onderkant, maar zelf bij het kopieren en plakken van de typenummers tweemaal hetzelfde nummer had gebruikt. Formeel mijn fout. Dus moest een van de twee waterkeerprofielen terug op eigen kosten. En zo kwam ik terecht bij PostNL. 
Bij de plaatselijke boekhandel is een PostNL postkantoor, waar ik mijn pakket inleverde. De zending moest terug naar België én het was een afwijkende maat, dus het bleek een relatief duur grapje. Op de vraag of ik gebruik wilde maken van de duurdere variant mèt Track & Trace antwoordde ik dan ook dat ik alle vertrouwen had in PostNL en dat het alleen maar teruggestuurd hoefde te worden. Dat kostte € 9,80 en ik kreeg een keurig bonnetje.
Twee dagen later stond het pakket echter weer bij ons in de gang. Teruggestuurd door PostNL. Ik had geen idee of het door de ontvangende partij was geweigerd of door de post. Op een klein stickertje las ik dat er geen 3S barcode van PostNLop het pakket had gezeten. Wat dit precies betekende wist ik op dat moment ook niet, maar het was niet goed. Ik terug naar het postkantoor. Daar gaven ze toe dat het hun fout kon zijn, maar ik kreeg een visitekaartje met een telefoonnummer van de klantenservice van PostNL en als ik daarmee zou bellen was het snel opgelost.  
Het nummer bleek niet meer te bestaan. Op de website van PostNL zocht ik me een ongeluk naar een ander nummer, maar alle mogelijkheden om direct met ze in contact te treden zijn daar goed verstopt. Je wordt telkens teruggestuurd naar een soort zelfhulpteksten, maar in alle rubrieken die ik vond kwam mijn probleem niet voor. Uiteindelijk had ik een live chat met de klantenservice, maar die bleek alleen voor zakelijke klanten en al helemaal niet voor mensen die de optie Track & Trace niet genomen hebben. Zij konden mij jammer genoeg niet helpen.
Ik vond een telefoonnummer, hing acht minuten in de wacht en toen werd de verbinding verbroken. Langzaam werd ik moedeloos. Na nog eens tien minuten wachten bleek ik per ongeluk weer de zakelijke afdeling te spreken. Ik werd doorverbonden en eindelijk had ik een vriendelijke mevrouw aan de lijn. Die wilde wel helpen, maar had geen idee. Dit moest ze voorleggen aan haar superieuren. Ze beloofde terug te bellen. Dat deed ze een kwartier later, maar toen zat ik net even te poepen. Op mijn voicemail sprak ze in dat ook zij mij niet kon helpen. Als je geen Track & Trace hebt genomen kan PostNL niets voor je betekenen. Einde bericht. Einde verhaal. Als ik niet tevreden was kon ik nog een klacht indienen.
Dat zal ik doen.
Het is niet erg dat ergens een foutje wordt gemaakt, maar ik houd er niet van als ze er vervolgens alles aan doen om het probleem in mijn schoenen te schuiven. Dat is wat er nu gebeurt. Al moet ik tot de hoogste baas van PostNL, maar die stomme € 9,80 krijg ik terug. Of mijn pakket wordt alsnog netjes verzonden.

Wordt vervolgd…