Posts tonen met het label kijktips. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kijktips. Alle posts tonen

maandag 27 januari 2025

Terug bij Wende in Carré


Het is vrijdagmiddag rond een uur of drie. We zijn in Koninklijk Theater Carré en hebben net alle tijd gekregen om de techniek op te bouwen die we nodig hebben voor de tv-registratie van een voorstelling. Negen camera’s staan rond de piste van het mooiste theater in Nederland. Drie camera’s met telelenzen zullen vanavond bemand zijn en de zes overige camera’s worden op afstand bestuurd door drie personen. Eentje hoort bij de voorstelling. De beelden van die camera, rijdend rond het podium op een razendsnel karretje, worden geprojecteerd op een supergroot scherm. De overige remote camera’s maken totaalshots vanuit verschillende posities. Alles staat klaar voor de repetitie. 

Nu is de complete crew verzameld voor het podium. Wende Snijders gaat staan om ons toe te spreken. Ze gebruikt een microfoon om haar stem te sparen en vraagt aan de belichter of hij de felle spot, die op haar gericht staat, even wil dimmen, zodat ze ons allemaal goed kan zien. Om te beginnen heet Wende ons welkom en ze stelt haar team voor. Dan spreekt ze alvast haar dankbaarheid uit. Ze vindt het fijn dat wij meewerken aan de opname van haar voorstelling ‘Vrijplaats’. Vervolgens neemt ze ons uitgebreid mee naar het ontstaan van de show. Ze legt uit dat ze hier al twee jaar had aan werkt met haar pianist Nils Davidse en dat ze met minimale middelen elke avond opnieuw een unieke sfeer wil creëren. 

Het motto is: ‘Om groot te zijn moet je kleine dingen durven doen.’ Wende neemt ons mee door de voorstelling en legt uit in welke delen je de show zou kunnen opknippen qua sfeer en intensiteit. Waar het persoonlijk en gevoelig is, wanneer het heftig wordt, op welke momenten de gastartiesten zullen opkomen en hoe het afloopt. Ze geeft ons een kijkje in de keuken en neemt ons bij de hand, omdat zij weet dat wij deze voorstelling alleen goed in beelden kunnen vangen als we er iets van begrijpen. Ik zit op het puntje van mijn stoel en luister aandachtig. Ze wil ons zover krijgen dat ook wij een flinke stap verder durven te gaan, dan louter registreren wat ze zien. Het werkt. Dit is hoe je een groep eenvoudige televisiemakers onderdeel van het geheel maakt. Zo inspireer je een ploeg en betrek je iedereen bij het proces. Ook wij moeten vanavond vrij zijn en durven te spelen met de techniek die we zo goed beheersen. 

 

In coronatijd mocht ik twee keer meewerken aan Wende’s Kaleidoscoop. De eerste keer was op dinsdag 25 augustus 2020 in Koninklijk Theater Carré. Vooraf had ik geen idee van wat ik kon verwachten. Misschien wel daardoor werd ik die dag compleet omvergeblazen door de samenwerking van Wende met andere artiesten. Het was ontroerend en mooi. Ook omdat we de cultuur door de lockdown al bijna een half jaar hadden moeten missen. De uitzending die we in één lange dag opnamen maakte indruk op veel kijkers. 

Wende Snijders is een artiest van de buitencategorie. Wat zij doet is altijd puur. Ze kan je raken tot in je diepste vezels. Telkens kiest ze nieuwe invalshoeken en daarmee weet ze steeds opnieuw te verrassen. Als mens is ze hartelijk, aardig en dankbaar. Dit maakt dat je graag een stapje harder loopt.

De afgelopen weken stond Wende in Carré met haar veelgeprezen voorstelling ‘Vrijplaats’. Woensdagavond ben ik daar gaan kijken en luisteren om me voor te bereiden op de opname die we afgelopen vrijdagavond hebben gemaakt. Diep onder de indruk kwam ik buiten. Vrolijk en geïnspireerd liep ik door de regen naar mijn auto.

 

Vrijdagavond rond een uur of tien. Het werd een avondje prijsschieten. Met een voldaan gevoel zette ik na de voorstelling mijn headset af en trok ik de stekker uit de camera. Wende is nogal camerageniek. Haar expressie en passie is zo mooi dat je moet oppassen om niet de hele tijd extreem close op haar te zijn. Gelukkig vroeg de set en het licht ook vaak om andere kaders. Het was een sterke voorstelling, die op het podium een heel fijne energie had. Sef, Froukje en Merol leverden als gastartiesten prachtige bijdragen. 

Tegelijkertijd is het niet eenvoudig om zo’n productie, die speciaal voor het theater is gemaakt, in beeld te vangen. Het licht was bijvoorbeeld schitterend, maar meer geschikt voor het menselijk oog dan voor de sensor van een televisiecamera. Hoe gevoelig die tegenwoordig ook is. Toch denk ik dat we in de basis heel mooi materiaal hebben verzameld. Nu is het aan regisseur Reinier Bruijne van de VPRO om er een montage van te maken die recht doet aan deze show. Dat komt vast goed. 

Op 22 februari kunnen we bij NPO Extra het eindresultaat bewonderen. Daarnaast wil ik iedereen aanraden om kaartjes te kopen voor de theatertour die Wende aan het eind van het jaar met deze show door Nederland gaat maken, want hoezeer wij ook ons best hebben gedaan; live is in dit geval altijd beter.





dinsdag 4 oktober 2022

Bo en de meningen...

 

Ronald Rovers ken ik niet. Joost van Ginkel wel. Rovers schreef voor Trouw een behoorlijk vernietigende recensie over Bo, de fonkelnieuwe film van mijn vriend Joost. Natuurlijk mogen beschouwingen in de krant kritisch zijn, maar persoonlijk vind ik dat de analist het wel zorgvuldig moet onderbouwen. Hier heeft een stukjespoeper in tien minuten een kunstwerk door de plee getrokken waar mensen zeven jaar lang met hart en ziel aan hebben gewerkt. Rovers had kunnen volstaan met het zinnetje: “Persoonlijk vond ik er geen zak aan.” Dat was eerlijker geweest.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Nederlands Film Festival, ging Bo in première. Ik heb deze roadmovie in de stampvolle schouwburgzaal mogen bekijken. Misschien ben ik minder objectief dan de Trouw recensent. Ik was onder de indruk. Het scenario van de film is op zijn zachtst uitgedrukt verrassend, het camerawerk is prachtig, het geluid en de muziek zijn on-Nederlands goed en er is indrukwekkend knap geacteerd. Met name hoofdrolspeelster Gaite Jansen komt dwars door het bioscoopdoek heen. 

Grappig genoeg stond in de Filmkrant een ijzersterkte recensie van Karin Wolfs over deze film. Zij schrijft: “Deze roadmovie over de zoektocht van de jongvolwassen Bo naar het verleden van haar overleden vader misleidt het publiek vakkundig in een meeslepende meesterproef over de destructieve kracht van leugens.” En ze sluit af met: “Een film als een wolf in schaapskleren. Hoe je die waardeert, hangt af van hoe je Van Ginkels leugens opneemt.”

Ik lees niet vaak recensies, maar nu ben ik betrokken. De maker is mijn vriend en dus lees ik alles. Het roept bij mij de vraag op wat het nut van deze stukjes in de krant is. Een positief oordeel is mooi meegenomen voor de filmmaker en een fijne zin kan meegenomen worden op de filmposter, maar de recensie is eigenlijk slechts een persoonlijke mening. Zeker als die negatief is. Daar heb je niks aan. Met een negatieve recensie is de wereld niet geholpen. In dit geval zeker niet. Het hoeft je smaak niet zijn, maar als je verstand van (arthouse) film hebt, dan zie je dat Bo aan alle kanten met liefde, passie en vakmanschap is gemaakt.

Joost van Ginkel schrijft én regisseert films die ertoe doen. Stiltes kunnen pijnlijk zijn en dialogen mogen schuren. Hij zegt veel met beelden. De filmmaker heeft een unieke en inmiddels herkenbare signatuur. Je hebt iets om over na te denken als je de bioscoop weer verlaat. Bij zijn vorige film (Paradise Suite uit 2015) had ik letterlijk buikpijn toen de benauwende film was afgelopen. Dat was nu gelukkig niet het geval, maar verwarrend was het zeker. Het maakt een bioscoopbezoek voor mij interessanter dan wanneer je een happy end al mijlenver van tevoren ziet aankomen. 

 

Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf bepalen of Bo een geslaagde film is of niet. Je moet naar de bioscoop en dan kan je daarna een recensie uitzoeken die bij je past. Ik ga voor de Filmkrant! 





 

 

zondag 18 oktober 2020

niemand in de zaal...

 

In de spiegel van de lift zie ik mezelf. Daar sta ik met mijn productiekratje vol water, fris en lekkers. Een harde schijf om het materiaal op te slaan, uitrijkaarten en een dikke map vol printjes van belangrijke mailuitwisselingen. Ik lijk op een producer of projectmanager. Oh, wacht even… Dat bén ik ook. Vandaag in ieder geval wel. 

 

Dit verhaal begint eigenlijk bij één WhatsApp-bericht. Verzonden op vrijdag 13 maart om 17:44 uur, door Jan Miltenburg. Het was helemaal aan het begin van de coronacrisis. Mijn agenda was net leeggeveegd, als gevolg van de eerste coronamaatregelen en daarover had ik een blog geschreven met de ondertitel “Dagboek van een werkloze ZZP’er”. 

Jan stuurde heel snel daarna:

 

Hoi Jan Rein, las net je blog. Heb je volgende week tijd voor koffie?

 

Ik reageerde een paar minuten later en schreef dat ik álle tijd had. We maakten een afspraak. Het is  grappig om te zien wat er allemaal is gebeurd, naar aanleiding van dat ene bericht. Oorzaak en gevolg.

We dronken koffie, spraken over de markt die mij als ZZP’er op dat moment even niet nodig had en we concludeerden dat stil zitten geen optie is. In eerste instantie brainstormden we over het streamen van begrafenissen. Dat leek mij geen prettige business, maar wel goede handel op dat moment. 

Jan is gespecialiseerd in het bedenken van slimme technische oplossingen en liet mij kennis maken met de op afstand bestuurbare camera. Dat vond ik eigenlijk niks, maar nu stond ik opeens overal voor open. En Jan maakte mij zelfs enthousiast. Desondanks wist ik een paar dagen later al dat mijn begrafenissenplan heel goed, maar nog te duur was. Niet getreurd. Jan en ik hadden leuk contact en bedachten samen een plan om schoolmusicals te gaan filmen. Ook dat werd geen groot succes. Welgeteld twee schoolmusicals heb ik uiteindelijk geregistreerd en gestreamd, nadat ik van ongeveer vijftig scholen te horen had gekregen dat mijn idee briljant was, maar het prijskaartje te hoog.

Op mijn blog schreef ik over remote camera’s en mijn avonturen met betrekking tot het registreren van schoolmusicals. Dat leidde er weer toe dat Jo Smeets, een goede geluidsman die ik al jaren ken van mijn werk bij de regionale zender L1, mij belde met het verzoek om eens mee te denken over livestreams voor zijn opdrachtgever philharmonie zuidnederland.  

 

En daar sta ik dan. Met dat productiekratje voor mijn buik, in de lift van het Muziekgebouw in Eindhoven. Het is voor mij een nieuwe rol, maar ik denk dat ik het wel kan. Het team, dat hier vandaag aan het werk is voor de livestream van philharmonie zuidnederland, heb ik samengesteld. Ik heb mogen bedenken dat we deze klassieke concerten het beste met negen camera’s kunnen registreren en ik heb uiteraard besloten dat Miltenburg AV uit Maarssen bij deze productie mijn technische partner-in-crime moest zijn. De begroting, een offerte en de balans staan op mijn laptop.

De eerste keer, drie weken geleden, vond ik het super spannend om de spin in het web te zijn bij zo’n groot project. Nu ben ik een stuk rustiger. Het resultaat van onze eerste twee concertregistraties heeft mijzelf positief verrast. Ik heb gezien hoe ongelofelijk goed de mensen zijn die ik om me heen heb en de afgelopen weken ben ik druk geweest met alle verbeterpuntjes die we nog hadden. De tijdsplanning is beter, iedereen weet inmiddels precies wat er van hem of haar verwacht wordt en we hebben op punten nóg betere apparatuur. 

Ik ben trots.

Vandaag staat alweer het derde concert op het programma. Dit wordt een heel bijzondere dag. Door de nieuwe coronamaatregelen kan er vanmiddag helaas geen publiek aanwezig zijn. Dat is natuurlijk heel verdrietig en voor zo’n groot orkest is het behoorlijk rampzalig dat ze nu niet kunnen optreden voor volle zalen, maar ze zijn gelukkig niet te stoppen. We maken met philharmonie zuidnederland een unieke livestream. Er is straks niemand in de zaal, behalve het orkest. Zelfs de belichter, de moderator en de laatste bemande camera halen we weg. Op het podium zitten maximaal dertig orkestleden, allemaal op minimaal anderhalve meter van elkaar. Zij geven om 16.00 uur een concert, volledig coronaproof. Wij registreren het met negen remote camera’s, die vanuit een andere ruimte worden bestuurd. Het geluid wordt in stereo én in binaural kwaliteit opgenomen. Deze livestream is rechtstreeks te bekijken en te beluisteren via Classic.nl.

Ik weet zeker dat ik dit iedereen die van klassieke muziek houdt nu al warm kan aanbevelen. Aan het einde van deze zondagmiddag, waarop je toch niets veel anders kan doen, wijntje erbij en dan vanuit je eigen luie stoel een uurtje cultuur proeven. 





woensdag 26 augustus 2020

Wende's Kaleidoscoop

Het is nog geen tien voor tien als we het nummer Mute Love van Naaz voor de tweede keer zien en horen. Ze staat op de eerste ring van de tribune in Theater Carré. Zelf sta ik een metertje of acht bij haar vandaan, maar met mijn 86x lens kruip ik in de pupillen van haar ogen. Kippenvel. Nu al. Op dinsdagochtend. En we zijn nog maar net binnen. 

De hele crew heeft een bevlogen mail van Wende gekregen, waarin ze het idee achter deze speciale editie van Kaleidoscoop toelicht. Ze wil kunstenaars en artiesten uit verschillende werelden bij elkaar brengen. Elkaar inspireren, uitdagen, verrassen en ontmoeten. Mede door zo’n lief, mooi en niet alledaags mailtje heb ik het gevoel dat wij hier niet staan als tv-crew die een kunstje komt doen, maar we zijn een onderdeel van het proces.    

De hele dag repeteren we. Het theater is rondom gevuld met bijzondere artiesten. Wende, natuurlijk. Die is steengoed. En ze heeft twintig artiesten uitgenodigd die zij hoog heeft zitten. Een gospelkoor, Froukje, S10, Pink Oculus, Naaz en Michelle David. Die kende ik nog niet. Eefje de Visser, Steef de Jong, Eric Corton, Douwe Bob, Torre Florim van De Staat, het Nederlands Danstheater, Conny Palmen, Jenny Arean en Typhoon. Ze doen voor deze gelegenheid allemaal iets speciaals. Out of the box. Een ongebruikelijk nummer of een unieke samenwerking. 

Wij filmen voor de NTR met zes camera’s. Twee lange lenzen, een handheld, een dolly, een crane en een Steadicam. Het is niet veel, maar genoeg om dit feest goed in beeld te vangen. Het betekent ook dat we harder moeten werken dan wanneer je er met tien camera’s staat. Dat houdt ons scherp. We hebben bovendien camera’s met een grote sensor, waardoor het beeld nog mooier wordt.

Ik vind dit prachtig. Dit zijn de projecten waarvoor ik cameraman ben geworden. Het is inspirerend om deel uit te mogen maken van zo ongelofelijk veel verzamelde creativiteit. Alle disciplines tillen elkaar naar een hoger plan. Wende en haar regisseur Michiel van Erp kijken op een andere manier naar de show, het licht en onze registratie dan wij gewend zijn. Hun op- en aanmerkingen zetten televisieregisseur David Grifhorst weer aan tot nadenken. Dat is toch al iemand die van een drol een verrukkelijk gebakje kan maken, maar nu moet hij op zijn tenen. Vervolgens spoort hij ons en de mensen van het licht aan om uit de comfortzone te komen en tot het uiterste te gaan. Zo zetten we in de loop van de dag alle zeilen bij. Licht, camera, beeld, geluid, de opnameleider, de assistenten, de grippers, de focuspuller, de schakeltechnicus, de regisseur, de regieassistent, redactie, productie en natuurlijk de artiesten. Maar de sfeer is buitengewoon goed, het enthousiasme en de dankbaarheid zijn groot. Je ziet het groeien. Er ontstaat iets moois. Met liefde en veel plezier gaat iedereen vandaag naar de top van zijn of haar kunnen. 

Om kwart over zeven start de opname. Het gaat in een ruk door. Alsof het live is. Het liefst doen we niks over en maken we geen enkel stopje. Dat zorgt voor gezonde spanning. Pijn in mijn nek en klamme handen.

Als Wende en Typhoon Laat me niet alleen zingen worden mijn ogen een klein beetje vochtig. Hier op deze historische grond staan allemaal geniale artiesten die door het coronavirus niet kunnen doen waar ze voor gemaakt zijn. Hun sector staat op instorten. En toch zie je de veerkracht of liever gezegd de oerkracht van creativiteit. Het spat er af. Dat zit in hun DNA. Met elkaar iets maken, iets creëren is het aller mooiste wat er is. Dat is wat muzikanten doen, maar ook wat wij doen en waar we iedere keer weer zo blij van worden. Zeker wanneer alles lukt, zoals vandaag. 

Er zijn van die dagen die eigenlijk nooit voorbij mogen gaan. Het gaat zo snel. Het gaat zo goed. Zo heerlijk. Zo zo zo... ik heb er geen woorden voor. Ze knallen het dak er af. Met elkaar halen we even alles in wat we de afgelopen maanden zo hebben moeten missen. Cultuur. We ademen weer. De mensen in deze zaal zijn met elkaar in staat om de wereld echt een stukje mooier te maken. 

Ben ik lyrisch? Dat kan kloppen.

Je moet maar even kijken als het zaterdagavond wordt uitgezonden. Het is de alternatieve opening van de jaarlijkse Uitmarkt. Om 20.10 uur op NPO2. Dan snap je vast wat ik bedoel. 

Het is vijf voor elf als ik over de gracht richting auto loop. Moe, maar oh zo voldaan. Wat een waanzinnige dag. In mijn tas het flesje hydraterende handgel dat we gekregen hebben, met een briefje waarop Wende voor ons geschreven heeft:

“Laten we eindeloos het samenkomen van de verschillen vieren.”

Dat vind ik een heel goed plan.

Wende, bedankt!




foto: Monica Hoogendoorn

woensdag 3 juni 2020

Come Together

dagboek - ZZP’er in crisistijd 

(nr. 33 / dag 90)

 

Jochen stuurde op woensdagavond een berichtje met de vraag: ‘Wat doe je maandag?’ 

Nou, ik had nog wel een gaatje.

De sympathieke Manager Evenementen van L1 had een geheim project in de aanbieding. Nieuwsgierig als altijd kon ik nog net ontfutselen dat het ging om een verrassingsconcert, ter gelegenheid van het weer open gaan van de terrassen. Iets op het dak van een gebouw. Ik moest gelijk denken aan The Beatles en U2. Een prima plan dus.

Het mooie aan de regionale omroepen is dat zij nog snel kunnen schakelen. Een concert dat op woensdag wordt verzonnen voor de maandag erna, staat dezelfde avond al in de steigers en op donderdagmorgen heb je de bevestiging dat het door gaat. 

Zo stond ik op Tweede Pinksterdag in Zuid Limburg voor een fijn stukje popmuziek. Bijna was ik doorgereden naar het Sportpark in Geleen of MegaLand in Landgraaf, maar de locatie waar het dit keer moest gebeuren was het dak van Schunck, in het hart van Heerlen. Een iconisch en stijlvol gebouw dat stamt uit de tijd van de kolenmijnen in Limburg, toen het geld in Heerlen nog tegen de plinten op klotste. Het wordt ook wel het Glaspaleis genoemd, is in de jaren ’30 gebouwd als warenhuis en in 2002 omgetoverd tot een culturele instelling. 

Het idee van een concert op dat dak was inderdaad geïnspireerd op het legendarische rooftop optreden van The Beatles. De lokale coverband die ze hiervoor hadden gestrikt heet The Rolling Beatles. Ik hoef niet uit te leggen welk repertoire zij spelen. Wel kan ik verklappen dat een deel van de nummers mij zeer aanspreekt en dat ik het andere deel wel aardig vind. Het beloofde dus op voorhand een feestje te worden. Zeker ook gezien het feit dat het stralend weer was.

Klokslag vier uur gingen we live. Met slechts drie en een halve cameraman, een paar vaste shots en een eenvoudige, maar doeltreffende regieset. Dat improviseren en het aan elkaar knopen van spullen vind ik minstens zo leuk als mega grote producties met meer dan tien camera’s, grote regiewagens, grip en de hele rataplan. Het gaat mij uiteindelijk vooral om de sfeer en de inzet van de mensen waarmee je het moet doen. Altijd gaan voor het hoogst haalbare, onder de gegeven omstandigheden. Het is leuk om met elkaar te bedenken hoe je beperkte middelen zo efficiënt mogelijk kan inzetten. Ik vind het zelf de sport om als cameraman zo veel mogelijk verschillende shots te halen en zo de indruk te wekken dat we met twee keer zoveel camera’s werken. Een uurtje buffelen was nu helemaal welkom. Door al dat stilzitten van de afgelopen maanden ben ik wel een beetje roestig geworden.

Ze speelden Get Back, Come Together, Don’t Let Me Down, The Last Time, Sympathy For The Devil en zelfs mijn persoonlijke favoriet Wild Horses. Deze dag kon niet meer stuk. Achter de camera ging ik… uit mijn dak.

Eindelijk konden we weer eens lekker buitenspelen. Het voelde als keerpunt in de malle coronatijd. In ieder geval werd er één kaal, dikkig cameramannetje heel gelukkig van dit optreden. Deze middag heeft zich bij mij gelijk genesteld in de afdeling blijvende herinneringen. Ik vrees dat er heel wat moet gebeuren voor ik weer een klus heb die hier overheen toept. In een waterig papje smaken de krenten nóg zoeter.  





zondag 31 mei 2020

Cultuur in Actie

dagboek - ZZP’er in crisistijd 

(nr. 32 / dag 87)


Ik steun Cultuur in Actie. 

Van zaterdag 30 mei tot en met vrijdag 5 juni verheft de cultuursector haar stem. Zeven dagen lang, van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds, vanuit De Fabrique in Utrecht en live te volgen op www.cultuurinactie.nl. Met een teller wordt bijgehouden hoeveel mensen er uiteindelijk met hun achterban op het digitale Malieveld staan. 

Tijdens de eerste actiedag heb ik me onbezoldigd ingezet als cameraman om de livestream mede mogelijk te maken. Het is namelijk ontzettend belangrijk dat we aandacht vragen voor onze culturele sector, waar ze nu zoveel inkomsten mislopen door die gekke Coronatijd. Kunstenaars, artiesten, bedrijven en organisaties, maar ook ontzettend veel ZZP’ers, die direct of indirect voor onze culturele sector werken, zitten op dit moment massaal thuis. Zij hebben al drie maanden geen inkomsten meer en velen zien ook nog geen licht aan het eind van de tunnel.

Cultuur is geen vrije tijd en zeker geen (linkse) hobby. De cultuursector is bovendien absoluut géén zwaar gesubsidieerde sector, zoals velen denken. De vakmensen die in deze sector voor én achter de schermen werken verdienen meer respect. Zakenvrouw Ilona Haaijer legde het zaterdagavond op een heel heldere wijze uit aan presentator Dolf Janssen: “Van de totale begroting van ons land gaat slechts 0,3 procent naar cultuur. Veel minder is niet mogelijk. Aan de andere kant levert deze sector 3,2% van ons Brute Binnenlands Product op. Dat is dus tien keer zoveel als wat er aan wordt uitgegeven. Er zijn niet heel veel bedrijven die zo’n goed rendement hebben. Het is dus een sector die heel goed op eigen benen kan staan, maar die nu door de Coronacrisis keihard getroffen wordt.”

Belangrijker nog is dat cultuur in de breedste zin van het woord voor ons allemaal een essentiële levensbehoefte is. We kunnen allemaal enorm genieten van boeken, films, muziek, series, mooie foto’s, cabaret, dans, een museum of een goede voorstelling. Het verrijkt ons leven, zet ons aan het denken of zorgt voor noodzakelijke ontspanning. Cultuur is heel breed en voor ieder wat wils. Cultuur is overal. Claudia de Breij zei zaterdag terecht: “Het is niet eens wat het leven verrijkt, maar het is uiteindelijk wat het leven maakt. Als je op je sterfbed ligt, dan denk je echt niet aan een banksaldo, maar dan wil je de muziek horen die je heeft geraakt, die de soundtrack van je leven is. Je wil denken aan een beeld dat je hebt gezien… Het ís ons leven, het is geen bijzaak!”

Nu staat uitgerekend die sector op de rand van de afgrond. Het draait om heel veel banen. Een paar honderdduizend op zijn minst. Natuurlijk gaat deze actie niet om de salarissen van de grootste artiesten. We hoeven ons geen zorgen te maken over Youp van ’t Hek, Andre Rieu of Armin van Buuren, maar wel om hun belichters, geluidsmensen, om de musici in orkesten, om toneelspelers, regisseurs, decorbouwers, vrachtwagenchauffeurs, producenten en bijvoorbeeld cameramensen die culturele evenementen in beeld brengen. Als die door de omstandigheden gedwongen worden om iets anders te gaan doen, dan valt het fundament weg onder een sector die ook van belang is voor het toerisme in ons land. Dan hebben we straks geen nieuwe films, festivals, tv-programma’s, concerten, geen indrukwekkende musea meer of gezellige theaters in de buurt. Die kaalslag moeten we net zo hard voorkomen als dat we onze KLM moeten redden. Daarom moet onze cultuur bloedserieus genomen worden. Daarom is de steun die tot nu toe is toegezegd niet voldoende en daarom moet er heel snel door deskundigen gekeken worden hoe we al die kleine zelfstandigen in deze sector overeind kunnen houden, want uitgerekend voor deze mensen gaat de crisis nog even duren.

Het is super belangrijk om juist nu te laten zien hoe breed de culturele sector is en daarom vind ik Cultuur in Actie zo belangrijk. Ik doe mee!





dinsdag 1 mei 2018

YouTuber

De jeugd heeft de toekomst. Mits ze nog een keer van de bank af komen, want vooralsnog hangen ze daar het liefst de hele dag, met hun iPad op schoot. Het goede nieuws is dat ze ontzettend veel filmpjes bekijken. Het slechte nieuws is dat ze nauwelijks nog kijkcijfers genereren. Mijn dochter (8) zoekt zelfs naar Het Klokhuisop YouTube, terwijl de ZappApp van de NPO slechts één icoontje verder is. Mijn zoon (10) is nòg erger. Die kijkt hoofdzakelijk naar vloggers. De stomste filmpjes vindt meneer leuk en sinds hij weet hoeveel Enzo Knol, Ties en StukTV verdienen met hun visuele strapatsen droomt hij ook van een carrière als gevierd vlogger. Dat je daarvoor in actie moet komen is soms nog lastig te verteren, maar met een beetje dwang is hij wel te motiveren. Abonnees en ‘duimpjes omhoog’ krijg je immers niet vanzelf.
Mijn zoon zit dus niet op hockey, maar op YouTube. Ik ben geen hockeyvader, die op zaterdagmorgen langs de lijn staat te schreeuwen, maar zijn vlogcoach, cameratrainer en editoefenmeester. Samen gaan we als de brandweer. Op zijn kanaal staan al een stuk of acht video’s en hij heeft inmiddels meer dan dertig volgers. Elke avond checkt hij het aantal weergaven en de likes. Er zit een stijgende lijn in.
Ondertussen analyseer ik wat de concurrentie doet en ontdek wie-wie is op YouTube. Tegelijkertijd verbaas ik me over het beroerde camerawerk. Als ouderwetse cameraman zie ik met pijn in het hart dat het tegenwoordig niet zo veel meer uitmaakt of een shot recht, scherp of goed belicht is. Filmpjes met een bedroevende technische kwaliteit halen hoeveelheden views waar ze bij de Publieke Omroep of RTL een moord voor doen. Bibberende beelden en onverstaanbaar geluid zijn geen belemmering. Ook de inhoud van veel vlogs is niet bepaald om over naar huis te schrijven. Kwantiteit lijkt belangrijker dan creativiteit. Zolang de Wifi het blijft doen zullen de mensenkinderen kijken, klikken en liken
Uiteraard is het niet alleen maar rommel op de populaire videosite. Als je even zoekt kom je wonderschone filmpjes tegen. Visuele kunstwerkjes, dappere acties en emotionele verhalen. Ik probeer mijn zoon uit te leggen dat je er moeite voor moet doen om iets origineels te maken. Wil je de (Nederlandse) Messi van YouTube worden of de nieuwe Dylan Haegens, dan zal je keihard hard moeten werken. Elke dag opnieuw trainen, net als de jeugd bij Ajax. Je moet alle trucjes kennen, creatief zijn en anders dan anderen. Dat is nog knap lastig op de plek waar dagelijks 300.000 probeersels worden geupload.
Gelukkig ligt de lat bij ons niet zo hoog. Ik hoop eerlijk gezegd dat hij niet echt doorbreekt en op zijn twaalfde al een manager nodig heeft. Dat er straks geen massa meisjes voor hem in de tuin liggen of dat we nooit meer op een normale manier met het hele gezin naar de Beekse Bergen kunnen. Hoewel… Laatst liet hij me een video zien van ene Gio, ook een populaire Nederlandse vlogger, die voor zijn vader een Ferrari heeft gekocht. Ik zou zelf al tevreden zijn met een nagelnieuwe Passat.
We moeten dus wèl aan de bak. Waar ik de afgelopen jaren het oefenen met Final Cut X of Adobe Première voor me uit kon schuiven is er nu geen ontkomen meer aan. Ik ontdek eindelijk de filmmodus van mijn fotocamera en heb onlangs zelfs een kleine drone gekocht. Samen met mijn zoon experimenteer ik er lustig op los. Met eenvoudige middelen maken we al aardige filmpjes. Zo maakt die 10-jarige vlogger van zijn vader een cameraman 2.0 die helemaal klaar is voor de toekomst, want eerlijk gezegd leer ik voorlopig nog het meest van onze gezamenlijke YouTube-ontdekkingsreis.

(Hier een linkje naar : YouTube Art Hettinga)

Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 374, de uitgave van april 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.





donderdag 11 januari 2018

had je dat?

Waarschijnlijk heeft bijna iedereen het filmpje gezien van de Amerikaanse videojournalist James Crugnale, die zijn camera had opgesteld bij het Georgia Dome Stadium in Atlanta, dat zou worden opgeblazen. De medewerker van The Weather Channel stond al veertig minuten live te streamen toen er een bus midden in zijn beeld stopte, precies op het moment waarop een gigantische explosie haar vernietigende werk deed. Toen de stadsbus vijftien seconden later weer optrok was er niet veel meer te zien dan een grote stofwolk. In het setnoise hoor je de onfortuinlijke cameraman langzaam gek worden. Mocht je het toevallig gemist hebben, dan moet je voor de lol even Googlen op ‘bus’ en ‘cameraman’.
Voor de meeste cameramensen is dit zeer herkenbaar voorbeeld van hun grootste nachtmerrie: Afdekking! Ons werk bestaat voor een belangrijk deel uit het voorkomen van zulke hachelijke momenten. Helemaal onvermijdelijk is het niet, want vroeg of laat bevindt elke cameraman zich in een vergelijkbare situatie. Bij nieuws en sport zijn het vaak fotografen en collega’s die op moment suprême in het kader duiken. Dan sta je op gepaste afstand te wachten op een opening, ondertekening of overhandiging en terwijl jij er netjes voor zorgt dat iedereen de ruimte heeft om zijn ding te doen, springen er op het allerlaatst toch een paar groothoekfetisjisten naar voren. Het is om je groen en geel aan te ergeren. Vooral, omdat op tijd komen of het maken van afspraken geen garantie voor succes is. Vaak moet je hondsbrutaal zijn of juist de slimste van het stel.
Daarom zijn de shots die je niet opnieuw kan doen altijd spannend. Zeker als je er veel moeite voor hebt gedaan of lang moest wachten op dat ene moment. Soms kijkt de hele wereld mee of zijn het beelden die tot in lengte van dagen uit het archief gehaald worden. Denk aan de finish van een wielerwedstrijd of een marathon. De aankomst van een staatshoofd, de entree van een popidool. Die eerste reactie van de winnaar tijdens een prijsuitreiking, een huldiging, persconferentie, het huwelijksaanzoek of de aankondiging van een afscheid.
Ik moet nu denken aan het shot dat ik mocht maken tijdens Prinsjesdag van Prinses Beatrix die van achter een raam zou zwaaien naar de voorbij rijdende Glazen Koets. De hele ochtend ben ik in de weer geweest met het veilig stellen van mijn positie tussen gillende schoolkinderen. Vervolgens moest ik uitvogelen achter welk raam ze precies zou plaatsnemen en ik maakte me zorgen over de reflectie van het glas. Tot drie keer toe ben ik verplaatst, wat een hoop gedoe met hekken en publiek opleverde. Op het laatste moment kwam er nog een erehaag voor me staan, waar ik even niet op had gerekend. Dat shot was eigenlijk de enige serieuze opdracht die ik deze dag had. Het was alles of niets met bijna een miljoen kijkers en herhalingen in allerlei programma’s. Het ging gelukkig goed. Je kon zelfs de prinses door de koets heen zien. Daar moet je ook mazzel mee hebben. Het zijn immers shots die je niet kan oefenen. Het enige wat je kan doen is jezelf zo goed mogelijk voorbereiden. Alle mogelijke rampscenario’s bedenken en problemen op tijd tackelen. Dat is waar elke goede cameraman een groot deel van de tijd mee bezig is.
Nog even terug naar het opblazen van dat stadion in Atlanta. Op YouTube zijn verschillende video’s te vinden van cameramensen die een beter standpunt hebben ingenomen dan die James Crugnale. Het instorten van het gigantische gebouw is vanuit verschillende hoeken te zien. Ik denk eerlijk gezegd dat de goede man blij mag zijn met die stadsbus, want zijn filmpje was zeker niet viraal gegaan en lang niet zo vaak bekeken als hij ongestoord had kunnen filmen. Zo goed was zijn camerapositie namelijk niet.




Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 371, de uitgave van januari 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen aanraden, maar dit nummer met daarin ook de ‘Omroepvrouw van het Jaar’ is bij wijze van uitzondering te koop in de winkel.



maandag 11 januari 2016

catch of the day

Elke dag maakt Onno Krijnen een wandeling en tijdens die wandeling fotografeert hij met zijn iPhone eenvoudige tafereeltjes die hij tegenkomt. Na afloop plaatst hij een foto op zijn Facebookpagina en daarbij zet hij een getal: Het aantal stappen dat hij heeft gelopen om die foto te kunnen maken. Dit doet hij nu al meer dan twee jaar en inmiddels is het zo ver dat ik elke dag zit te wachten op zijn ‘catch of the day’.
De iPhone-foto’s van Krijnen, allemaal vierkant en in een soort Polaroid kader geplakt, zijn wonderschone observaties van het dagelijks leven.
Een man die een vergrootglas nodig heeft om het schermpje van zijn telefoon te kunnen lezen. Een door vuurwerk opgeblazen Dixi met daar achter een jogger. Een man in korte broek die langs een café loopt waar voor het raam een bord staat met de uitnodiging voor een nieuwjaarsreceptie. Een vrouw op de fiets met een plastic zeil over het hoofd. Een jongentje dat de wasserette binnen loopt met een enorme tas.
Je moet die foto’s zien! Ik kan het natuurlijk niet beschrijven, maar neem van mij aan dat het stuk voor stuk juweeltjes zijn. Die plaatjes zetten de kijker vaak even aan het denken en soms op het verkeerde been. Het inspireert me om ook weer meer op details te letten en ik word er altijd vrolijk van.
Het zit ‘m in de eenvoud en het feit dat dit inmiddels een hele reeks is, maar het belangrijkste is toch het oog van de maker. Je moet het wél zien. Dan moet je ook nog eens razendsnel handelen om het in een goed kader te vangen. Dat kan Onno Krijnen als geen ander!

Toen ik in 1994 begon als camerastagiaire bij AT5, bestond het personeelsbestand van de Amsterdamse zender vooral uit zeer ambitieus aanstormend talent. Ik mocht werken met een bijzondere lichting verslaggevers en een gemotiveerde groep cameracollega’s. Alles kon, alles mocht. Wij experimenteerden ons kapot. Als we geen dolle afscheidsfilmpjes maakten voor collega’s die naar Hilversum vertrokken, zelf verzonnen producties draaiden of in Café Schiller zaten te brainstormen, dan waren we aan het werk voor programma’s als Special Report of het spraakmakende AT5 Nieuws.
Aan het eind van elke dag bekeken we met z’n allen de uitzending en bespraken we onze ‘catch of the day’. Dat was bijzonder leerzaam, inspirerend en het zorgde ervoor dat we de volgende dag extra gemotiveerd waren om de anderen een poepie te laten ruiken. Je eigen statief in beeld was ‘not done’, een interview van de schouder voor een bakstenen muurtje, waardoor het beeld extra instabiel leek, dat kon absoluut niet, evenals een interview voor een kale witte muur. Het was ons te doen om een mooie achtergrond, diepte in elk kader, strakke bewegingen, de actie volgen, luisteren naar de inhoud en vooral om goed kijken. Wie ‘Ja, maar…’ durfde te zeggen kon rekenen op een uitbrander van de hele groep. Geen excuses!
Een van de cameramensen waar ik in die tijd het meest van geleerd heb is Onno Krijnen. Hij was iets ouder dan ik en had meer kennis en ervaring dan de meesten van ons. Bovendien was Onno zeer bevlogen, kon hij goed uitleggen hoe hij te werk ging en had hij een zeer goed getraind oog voor details. Hij was altijd positief, opbouwend en nooit cynisch. Ik -broekie van 21- kon hem alles vragen en hing aan zijn lippen. De informatie die hij deelde absorbeerde ik als een spons.
Onno draaide in die dagen het legendarische AT5 programma ‘De Woestijn Leeft’ met Max Pam, Jeroen Henneman en Theo van Gogh, waarin ze op kritische wijze kleine misstanden in de openbare ruimte bespraken en toonden. Dat programma was geniaal. Vooral door de manier waarop de heren tegen de dingen aankeken en dingen konden omdraaien. De cameraman speelde daarin een belangrijke rol. Toen al zag Onno dat ene verkeersbord waar iemand met een spuitbus een rode stip op het hoofd van een poppetje had gespoten. Een onnodige hoeveelheid paaltjes op een vluchtheuvel of een gevaarlijk betonblok op de stoep en hoe creatief de mensen in een stad als Amsterdam daar weer mee omspringen.
Ik ben mijn collega uit het oog verloren toen ik meer en meer in Hilversum ging werken en uiteindelijk ook uit Amsterdam vertrok. Maar gelukkig was daar Facebook! Zo ontdekte ik alweer een tijdje geleden dat Onno Krijnen tegenwoordig niet alleen buitengewoon prettige cameraman en regisseur is, maar ook een zeer verdienstelijk fotograaf. Noem hem kunstenaar. Fly on the wall in de grote stad.

Nu weet ik eerlijk gezegd niet helemaal zeker of Onno zomaar met jullie allemaal Facebookvrienden wil worden, maar probeer het vooral. Zijn dagelijkse bijdrage is een telkens een klein lichtpuntje tussen alle rommel op je tijdlijn. Op de website van Onno Krijnen kan je in ieder geval een aantal foto’s bekijken. Tot half maart is er een expositie bij Bar Wolkers in Haarlem. Daar kan je de foto’s van Onno Krijnen in alle rust eens goed bekijken onder het genot van een heerlijk kopje koffie en dat is echt een aanrader!




De kunstenaar zelf bij de opening van zijn expositie. 
Vrij naar het werk van Onno Krijnen.