Posts tonen met het label AT5. Alle posts tonen
Posts tonen met het label AT5. Alle posts tonen

dinsdag 9 januari 2024

Peter van Straaten zelfportret

 

Met AT5 verslaggever Joost van Krieken maakte ik een korte reportage over de Amsterdamse schrijver en tekenaar Peter van Straaten. Het moet in maart 1995 geweest zijn. Van Straaten werd zestig. Ik kende hem vooral van zijn reeks grappige tekeningen in de krant, onder de noemer ‘Het dagelijks leven’ en het feuilleton ‘Agnes’. Het waren meestal slordig geschetste situaties met een simpel onderschrift, waarmee hij het leven op briljante wijze wist te typeren. Zijn werk toverde altijd een glimlach op mijn gezicht. En nog steeds. Hij heeft er duizenden gemaakt en veel van die cartoons zijn tijdloos. Ze zijn allemaal raak. Mijn moeder vond zijn werk ook geweldig.

Ik vond het bijzonder om Van Straaten te ontmoeten en kan het me nog goed herinneren. Het was een buitengewoon vriendelijke man, die ons gastvrij ontving. We mochten in zijn werkkamer filmen hoe hij met kroontjespen en inkt zijn tekeningen maakte. De verslaggever vroeg of de tekenaar zichzelf wilde schetsen, maar dan zoals hij dacht dat hij er zelf over vijftien jaar uit zou zien. Dat wilde Van Straaten wel even voor ons proberen. Hij maakte in razend tempo een prachtig zelfportret van een oude man met een stok. Op vragen van de verslaggever antwoordde hij dat hij al een buikje had, maar niet kaal zou worden, omdat dit niet in de familie zat. Met een laatste pennestreek signeerde hij de tekening. Over zijn schouder keek ik met mijn camera mee. 

Toen we klaar waren met filmen vroeg ik wat Van Straaten met dit zelfportret ging doen. Hij keek verbaasd naar me en zei iets van ‘weggooien’. Ik vroeg of ik deze tekening misschien aan mijn moeder mocht geven en dat vond hij een goed plan. De tekening werd netjes uitgesneden en in een grote envelop gestopt. Als een kind zo blij bedankte ik de cartoonist toen we inpakten en weer verder gingen. 

Die avond was bij de Amsterdamse zender te zien hoe de tekening, die ik later aan mijn moeder zou geven, werd gemaakt. Een kort fragment kan je online nog steeds terugvinden in de reportage die AT5 gemaakt heeft bij het overlijden van Peter van Straaten, in december 2016 op 81-jarige leeftijd.

Mijn moeder was super blij met de tekening. Ze heeft hem ingelijst met een mooi passepartout en hij heeft al die jaren op een mooi plekje in mijn ouderlijk huis gehangen. Nu is mijn moeder drie jaar geleden overleden en mijn vader probeert heel voorzichtig wat spulletjes op te ruimen. Zo kreeg ik deze week de tekening terug die ik bijna dertig jaar geleden aan mijn moeder gaf. Hij is me dierbaar, maar ik weet ook niet zo goed wat ik er mee moet. Thuis ophangen is geen optie, dus voor je het weet verdwijnt hij in een doos op zolder. Vandaar dat ik me afvraag of er wellicht iemand is die ik er blij mee kan maken?




dinsdag 8 januari 2019

Peter

Het is lang geleden, maar mijn eerste ontmoeting met Peter herinner ik me als de dag van gisteren. Eind november 1993. Ik was voor een soort sollicitatie bij AT5. Dolgraag wilde ik een half jaar stage lopen bij de Amsterdamse stadszender, want op mijn toenmalige stageplek bij TFC Studio’s in Apeldoorn werd ik diepongelukkig. Klasgenoot Frank zat al een paar maanden als stagiair op de afdeling productie en had een goed woordje voor me gedaan bij de eerste cameraman. 
Een bloedmooie receptioniste stuurde me naar de tweede verdieping van het pand aan de Reguliers Dwarsstraat. Zenuwachtig kwam ik terecht bij een grote koffietafel met uitzicht op de nieuwsredactie. Daar zat Peter. Een grote Amsterdammer en een echte cameraman, want hij had zo’n zwart fotografen-survivalvest aan met allemaal vakjes en zakjes. Peter had dienst en wachtte op een volgende klus. Op dat moment wist ik nog niet dat hij ook pas een paar weken stage liep. Zo kwam hij op mij niet over. Met een vrolijke Amsterdamse bravoure begon hij gelijk een prettig gesprek. Hij stelde me op mijn gemak en in een paar minuten voelde ik me helemaal welkom. Dat hielp enorm tijdens de officiële sollicitatie. Toen ik na afloop van het gesprek naar de uitgang werd begeleid riep Peter nog iets als: ‘Tot ziens Limbo!’ 
Op 2 januari 1994 begon ik als camera stagiair bij AT5 en volgens mijn meting is dit hét moment waarop mijn mooie professionele camera carrière officieel van start ging. Peter en ik waren vanaf dat moment collega’s en op een sportieve manier altijd aan elkaar gewaagd. Het was al snel een ongevaarlijke wedstrijd wie het mooiste nieuwsitem van de dag had gedraaid. We trokken ons aan elkaar op, omdat we kritisch naar elkaars werk keken. Aan het eind van de dag bespraken we open en eerlijk wat we er van vonden of wat we die dag hadden ontdekt. Dat deden we meestal aan de bar van Café Schiller. Daar aan het Rembrandtplein werden wij vrienden voor het leven. 
Zijn goudeerlijke grote mond vind ik geweldig. Zeker in combinatie met een verfijnd Amsterdams gevoel voor humor. Altijd de ander een beetje afzeiken. Lachend en nooit zo dat het pijn doet. Tegelijkertijd heeft hij genoeg zelfspot en een redelijk dikke huid, waardoor hij zelf ook tegen een plaagstootje kan. Dat was iets wat ik vanuit mijn Limburgse achtergrond niet zo kende. Daar spraken ze meer over mensen dan direct tegen ze. En als je al een ietwat kritische mening uitsprak, waren ze in het zuiden snel op hun tere zieltje getrapt. Ik ontdekte dat die Amsterdamse nuchterheid meer bij mij past. Dankzij Peter leerde ik snel en kon ik mijn Limburgse minderwaardigheidscomplex overboord gooien.
Na onze stage bleven we allebei bij AT5 hangen. We zetten ons al snel af tegen de gangbare tarieven en na anderhalf jaar vonden we allebei dat we verder moesten kijken. Het waren de gloriejaren waarin Sport7 werd opgericht en SBS6 begon. Er was werk genoeg. Peter had al snel zijn eigen cameraset en draaide een tijd lang alles met Willibrord Frequin. Ik maakte de stap naar het NOB en mocht voor Studio Sport werken, maar we hielden contact. Elke vrijdagavond zagen we elkaar bij Schiller. Dan maakte ik grappen over Willibrord en Peter over Mart Smeets. Na een paar biertjes zaten we vooral te sippen over het gebrek aan vrouwelijk schoon, maar aan het eind van de avond hadden we altijd genoeg lol gehad om weer een week keihard te kunnen werken.
Peter ontwikkelde zich als cameraman voor actualiteitenprogramma’s en vloog naar allerlei brandhaarden in de wereld. Ik draaide meer sport gerelateerde en informatieve kinderprogramma’s, maar maakte minstens evenveel airmiles. 
Ik verhuisde naar Utrecht. We kregen allebei een leuke vrouw en kinderen, waardoor we elkaar minder zagen, maar het contact bleef. En als we elkaar nu tegenkomen is het als vanouds. Een beetje jennen en daar vervolgens hartelijk om kunnen lachen. Dan maakt Peter een grap over mijn Limburgse afkomst en zeg ik dat zijn plat Amsterdams geen accent is. 

Na precies vijfentwintig jaar met niet-gemeende rotopmerkingen, goedbedoelde pesterij en vrolijke plaagstootjes is het misschien eens tijd geworden om tegen Peter te zeggen dat hij van grote waarde is geweest in het begin van mijn loopbaan, maar dat doe ik niet. Ik zou wel gek zijn! Hij vindt het toch niks dat ik van die stukjes schrijf op internet. Aandachttrekkerij, noemt hij dat. En bovendien gelooft hij het nooit als ik tegen hem zeg hoeveel ik om hem geef.


dinsdag 21 maart 2017

schiller



Ik ben hier vaker geweest als de zaak nagenoeg leeg was, maar nooit ’s ochtends vroeg. Vaak was het rond middernacht en stond ik als een van de laatst overgeblevenen te debatteren met het personeel over een veel te hoge rekening. Wie het langst bleef hangen moest ook dokken voor vroege afhakers, die ‘vergeten’ waren te betalen. Het bonnetje klopte zelden of nooit. Alleen als de directie weer eens trakteerde, omdat we afscheid namen van een volgende collega die naar Hilversum vertrok, kwamen we goed weg.
Café Schiller op het Rembrandtplein is het mooiste café van Amsterdam. Misschien wel van de wereld. Wat mij betreft zeker. Het was de stamkroeg van AT5. In mijn Amsterdamse jaren, tussen 1994 en 2004 kwam ik er met grote regelmaat. Vaak meerdere keren per week. Waarschijnlijk heb ik aan die bar zoveel uitgegeven dat ik van al dat geld ook een middenklasse auto had kunnen kopen. De heerlijke herinneringen die er voor het oprapen liggen zijn echter onbetaalbaar.
Voor het eerst in lange tijd ben ik terug. De zaak is officieel nog gesloten, maar iemand heeft ons even binnen gelaten.
De eerste keer dat ik in Schiller kwam, was aan het eind van mijn allereerste dag als stagiair bij AT5. Ik werd meegenomen door een paar collega’s. In die dagen werkten er veel ambitieuze jonge mensen bij de Amsterdamse zender. Ik was 21, net ontsnapt uit Limburg en groen als gras, maar voelde me direct welkom bij deze hechte club. Gelukkig had ik in het zuiden wel leren zuipen, want dat bleek ook een van de vereisten om carrière te maken bij AT5.
Vandaag nemen we in dit lege café een aflevering op van het programma De Straten van Amsterdam. Deze keer ben ik niet de cameraman, maar een van de gasten. Ter ere van het 25 jarig bestaan van AT5, op 1 april aanstaande, mag ik met een paar collega’s een half uur lang oude koeien uit de sloot halen. Een beetje incestueus is het zeker, dat ze een uitzending maken met eigen medewerkers en oudgedienden, maar ik vind het grappig. Licht nerveus ben ik ook.
Op 2 januari 1994 ben ik bij het AT5 Nieuws begonnen. Elke dag vier of vijf items draaien. Zo leerde ik razendsnel werken. Soms werd ik gebeld of ik alweer bijna terug was op de redactie als de verslaggever en ik nog niet waren aangekomen op de locatie waar we een onderwerp moesten filmen. Dan hadden ze weer iets anders. Hierdoor leerde ik ook de stad in hoog tempo kennen. Op het ene moment stonden we voor een interview op het hoofdbureau van politie, een half uur later waren we bij Ajax in De Meer of in de Stopera voor een reportage over ballet. Ik moest rijden in de grote stad. Al doende ontdekte ik wat een Wastelandparty was, hoe de methadonbus er van binnen uitzag, wie Eberhard van der Laan was, Manfred Langer, Theodor Holman en Theo van Gogh. Na een dag hollen, vliegen, duiken, vallen en weer opstaan keken we met de cameramensen van dienst gezamenlijk naar de uitzending. Door kritisch op elkaars werk te zijn werden we allemaal beter. Na afloop konden we dan even stoom afblazen bij Schiller, dat op twee keer struikelen van het AT5 hoofdkwartier lag. Aan de bar ging het gesprek verder over ons vak: Televisiemaken. Er werden nieuwe programma’s verzonnen, gekke shots bedacht of gewaagde interviewvragen. We werden verliefd op meisjes van de receptie en droomden over een carrière in Hilversum.  
Wat we precies vertellen tegen de vriendelijke interviewer van De Straten van Amsterdam kan ik niet verklappen. Daarvoor moet je over anderhalve week zelf naar AT5 kijken. Tegen die tijd zal ik waarschijnlijk wel een linkje plaatsen. Of niet, als het toch een beetje tegen valt. Want één ding is me ook vandaag gelijk weer duidelijk: Ik doe het beter achter de camera.
Helaas heb ik na afloop van de opname geen tijd om lang te blijven hangen aan de bar waar ik zo vaak tot sluitingstijd heb gezeten. Ik moet direct terug naar mijn serieuzere leventje. Dat van een vierenveertigjarige papa, met verplichtingen op het schoolplein in zijn woonplaats De Meern. De rest van de dag spookt echter het ene na het andere oude AT5- of Schilleravontuur door mijn hoofd.

vrijdag 1 juli 2016

awick

Toen mijn camera carrière in 1994 bij AT5 begon noemden ze dit Amsterdamse station ook wel de kweekvijver van Hilversum. En terecht! Het wemelde er van jong, ambitieus talent en bijna wekelijks hadden we wel een afscheidsfeest in Schiller, omdat er weer iemand naar een landelijke zender vertrok. Verslaggevers, editors, producers, presentatoren, directeuren en cameramensen; de omroepwereld kent vele grote namen die ooit hun eerste kansen kregen bij AT5.
De enige die 25 jaar bleef is verslaggever en presentator Frank Awick. Hij werd bekend als de schijnbaar verlegen en ietwat klunzige showbizz-reporter van AT5 die op de gekste plekken werkelijk álles aan de sterren kon vragen. Soms zelfs op het gênante af, maar Awick deed het en hij kreeg ook altijd een verrassend antwoord.
Al een kwart eeuw gaat hij met en cameraman en zijn microfoon van rode loper naar rode loper. Zelf draaide ik, volgens een oud dagboekje, op vrijdag 21 januari 1994 voor het eerst met Awick. Iets in Paradiso, maar ik weet echt niet meer met wie of wat. Niet veel later nam hij mij als groentje, net ontsnapt uit het veilige Limburg, mee naar de IT en stelde me voor aan Manfred Langer. We draaiden op de première van Flodder 3 en ik herinner me een dag met Gordon. Zo ontmoette ik steeds meer ‘sterren’. Vanessa, Herman Brood, Rene Froger en natuurlijk Gerard Joling.
Mijn meest memorabele Awick-moment was tijdens een zogenaamde Wasteland-party in discotheek Richter. Daar vertelde een dame over haar nieuwe piercing. Die zat dwars door haar clitoris. Volgens mij had ik geen idee wat een piercing was. Of ik wel al wist waar ik de clitoris precies kon vinden betwijfel ik nu ook, maar Awick vroeg natuurlijk of hij het even mocht zien en even later filmde ik een extreme close-up van die piercing. Dit beeld is vaak herhaald. Zelfs een keer in VPRO’s Zomergasten.
Dat Frank Awick de Amsterdamse zender nooit heeft verlaten is een klein wonder op zich. Ik kan me niet voorstellen dat hij nooit een aanbieding uit Hilversum heeft ontvangen. Wellicht was hij te bescheiden om de sprong te wagen. Te onzeker of toch te netjes voor het harde roddelwerk? Het zegt zeker ook iets over zijn loyaliteit naar AT5. Helaas blijkt nu dat het niet helemaal van twee kanten komt. Een nieuwe, mij onbekende, chef heeft in al zijn wijsheid besloten dat Awick na 25 jaar weg moet. De zender gaat zich volledig richten op nieuws en er is geen plaats meer voor de unieke showbizz-reporter. Gisterenavond was het afscheidsfeest. Ik was jammer genoeg te laat om er veel van mee te krijgen. De meeste prominente gasten waren alweer vertrokken toen ik arriveerde. Helaas heb ik alle toespraken en filmpjes gemist, maar naar het schijnt is het grootste kutshot dat ik ooit gemaakt heb ook nog voorbij gekomen.
Gelukkig was Frank er nog even. Ik heb hem een knuffel gegeven en beloofd belangeloos mee te zullen werken als hij binnenkort een pilot wil maken. Het kan namelijk niet waar zijn dat deze man van de buis verdwijnt door een oenige beslissing van de huidige leiding bij AT5. Hij verdient een nieuwe kans. De zenderbaas die hem een programma geeft is spekkoper, want veel hoeft een half uurtje Sterrenkijken met Awick in de week niet te kosten. Hij is gewend om goedkoop te produceren. Dus geef hem een contract, een redacteur, een cameraploeg en een paar dagen montage. Meer is niet nodig. De sterren doen de rest. Gegarandeerd top televisie!


maandag 14 maart 2016

achteraf... (is het mooi wonen)

Mijn nieuwsdienst bij AT5 liep op zijn eind. Ik zat te wachten tot ik eindelijk naar onze stamkroeg mocht en hoefde alleen nog het statief uit de auto te halen, maar toen kwam Kika binnen. We moesten als de sodemieter naar Amsterdam-Noord. Onderweg zou ze me uitleggen wat we gingen doen.
In de kleine witte Mazda121 kreeg ik te horen dat de redactie was gebeld door de politie. Een boze, verwarde man eiste een interview op de Amsterdamse zender. Het ging over echtscheiding en schulden. Nu hij zijn huis werd uitgezet, dreigde hij de boel op te blazen. Maar eerst wilde hij zijn verhaal doen.
De hele buurt was afgezet. Er was veel politie op de been. Ik zag brandweerwagens en een ambulance. Het dreigement werd serieus genomen. Toch durfde de politie het aan om een cameraman en verslaggeefster naar binnen te sturen, nadat we duidelijke instructies hadden gekregen. Zo moest ik de man aan de eetkamertafel positioneren, met zijn rug naar het raam. Camera-technisch een buitengewoon onhandige keuze, maar alleen zo kon de politie ongezien het huis doorzoeken. Wij waren een afleidingsmanoeuvre.
Ik geloof dat er niet veel tijd was om me af te vragen of ik dit wel wilde. Wat kon er gebeuren als de man om een of andere reden opeens door het lint zou gaan? Of als die bom per ongeluk te vroeg ontplofte?
Het was haast en vliegwerk. Meneer wachtte op ons. Dus liepen we door het kleine voortuintje naar het eenvoudige rijtjeshuis en drukte Kika op de bel. Een nerveuze man deed open. Of hij koffie voor ons inschonk weet ik niet meer. Het is zeker twintig jaar geleden. Ik zette de man op de afgesproken plek en Kika deed een kort voorgesprek, terwijl ik mijn camera installeerde. Door het raam zag ik agenten rond het huis lopen.
Het was een triest verhaal. Alles wat mis kon gaan was mis gegaan, in het leven van deze man. Hij had niets te verliezen. Vrouw kwijt, kinderen mocht hij niet meer zien, geen geld meer om het huis te betalen en volgens mij was hij ook zijn baan kwijt. Het was veel te veel voor een kort item in het AT5 Nieuws, maar we namen het allemaal op. Ook om de politie meer tijd te geven. Inmiddels waren een paar agenten naar binnen geslopen. Zij doorzochten het halletje en de bovenverdieping.
Na een klein half uur stonden we weer buiten. De politie bedankte ons vriendelijk. Niemand die iets zei over het mogelijke risico dat we hadden gelopen. Tijdens een interview met de woordvoerder van de politie bleek dat ze nog geen bom hadden gevonden.
Even later verzamelde zich een arrestatieteam in de straat. Wij stonden net buiten het zicht opgesteld, maar konden prima volgen hoe zwaar bewapende agenten met een stormram de deur forceerden, naar binnen renden en de man in een paar tellen overmeesterden. Waarschijnlijk was het makkelijker geweest als ze gewoon hadden aangebeld, maar de gebruikte methode was minsten even effectief en beter voor ons filmpje. Geboeid en met een zak over het hoofd werd de man afgevoerd. Hoe het met hem is afgelopen heb ik nooit meer gehoord. Een bom is in ieder geval niet gevonden.


Hier moest ik aan denken toen ik een onlangs sprak met een ervaringsdeskundige op het gebied van psychische aandoeningen. Deze jongen was ook ooit in verwarde toestand gefilmd door een camera van de Amsterdamse zender en vertelde hoe erg hij het vond dat die beelden waren uitgezonden. Zo kon het gebeuren dat ik twinig jaar later alsnog een hele berg vragen kreeg bij een onderwerp waaraan ik had meegewerkt. Hadden wij die man tegen zichzelf kunnen of zelfs moeten beschermen? Hadden we wel moeten meewerken aan het plan van de politie? Was dit nieuws en journalistiek verantwoord? Hadden we dit onderwerp uberhaupt moeten uitzenden? Hadden we… ?

maandag 11 januari 2016

catch of the day

Elke dag maakt Onno Krijnen een wandeling en tijdens die wandeling fotografeert hij met zijn iPhone eenvoudige tafereeltjes die hij tegenkomt. Na afloop plaatst hij een foto op zijn Facebookpagina en daarbij zet hij een getal: Het aantal stappen dat hij heeft gelopen om die foto te kunnen maken. Dit doet hij nu al meer dan twee jaar en inmiddels is het zo ver dat ik elke dag zit te wachten op zijn ‘catch of the day’.
De iPhone-foto’s van Krijnen, allemaal vierkant en in een soort Polaroid kader geplakt, zijn wonderschone observaties van het dagelijks leven.
Een man die een vergrootglas nodig heeft om het schermpje van zijn telefoon te kunnen lezen. Een door vuurwerk opgeblazen Dixi met daar achter een jogger. Een man in korte broek die langs een café loopt waar voor het raam een bord staat met de uitnodiging voor een nieuwjaarsreceptie. Een vrouw op de fiets met een plastic zeil over het hoofd. Een jongentje dat de wasserette binnen loopt met een enorme tas.
Je moet die foto’s zien! Ik kan het natuurlijk niet beschrijven, maar neem van mij aan dat het stuk voor stuk juweeltjes zijn. Die plaatjes zetten de kijker vaak even aan het denken en soms op het verkeerde been. Het inspireert me om ook weer meer op details te letten en ik word er altijd vrolijk van.
Het zit ‘m in de eenvoud en het feit dat dit inmiddels een hele reeks is, maar het belangrijkste is toch het oog van de maker. Je moet het wél zien. Dan moet je ook nog eens razendsnel handelen om het in een goed kader te vangen. Dat kan Onno Krijnen als geen ander!

Toen ik in 1994 begon als camerastagiaire bij AT5, bestond het personeelsbestand van de Amsterdamse zender vooral uit zeer ambitieus aanstormend talent. Ik mocht werken met een bijzondere lichting verslaggevers en een gemotiveerde groep cameracollega’s. Alles kon, alles mocht. Wij experimenteerden ons kapot. Als we geen dolle afscheidsfilmpjes maakten voor collega’s die naar Hilversum vertrokken, zelf verzonnen producties draaiden of in Café Schiller zaten te brainstormen, dan waren we aan het werk voor programma’s als Special Report of het spraakmakende AT5 Nieuws.
Aan het eind van elke dag bekeken we met z’n allen de uitzending en bespraken we onze ‘catch of the day’. Dat was bijzonder leerzaam, inspirerend en het zorgde ervoor dat we de volgende dag extra gemotiveerd waren om de anderen een poepie te laten ruiken. Je eigen statief in beeld was ‘not done’, een interview van de schouder voor een bakstenen muurtje, waardoor het beeld extra instabiel leek, dat kon absoluut niet, evenals een interview voor een kale witte muur. Het was ons te doen om een mooie achtergrond, diepte in elk kader, strakke bewegingen, de actie volgen, luisteren naar de inhoud en vooral om goed kijken. Wie ‘Ja, maar…’ durfde te zeggen kon rekenen op een uitbrander van de hele groep. Geen excuses!
Een van de cameramensen waar ik in die tijd het meest van geleerd heb is Onno Krijnen. Hij was iets ouder dan ik en had meer kennis en ervaring dan de meesten van ons. Bovendien was Onno zeer bevlogen, kon hij goed uitleggen hoe hij te werk ging en had hij een zeer goed getraind oog voor details. Hij was altijd positief, opbouwend en nooit cynisch. Ik -broekie van 21- kon hem alles vragen en hing aan zijn lippen. De informatie die hij deelde absorbeerde ik als een spons.
Onno draaide in die dagen het legendarische AT5 programma ‘De Woestijn Leeft’ met Max Pam, Jeroen Henneman en Theo van Gogh, waarin ze op kritische wijze kleine misstanden in de openbare ruimte bespraken en toonden. Dat programma was geniaal. Vooral door de manier waarop de heren tegen de dingen aankeken en dingen konden omdraaien. De cameraman speelde daarin een belangrijke rol. Toen al zag Onno dat ene verkeersbord waar iemand met een spuitbus een rode stip op het hoofd van een poppetje had gespoten. Een onnodige hoeveelheid paaltjes op een vluchtheuvel of een gevaarlijk betonblok op de stoep en hoe creatief de mensen in een stad als Amsterdam daar weer mee omspringen.
Ik ben mijn collega uit het oog verloren toen ik meer en meer in Hilversum ging werken en uiteindelijk ook uit Amsterdam vertrok. Maar gelukkig was daar Facebook! Zo ontdekte ik alweer een tijdje geleden dat Onno Krijnen tegenwoordig niet alleen buitengewoon prettige cameraman en regisseur is, maar ook een zeer verdienstelijk fotograaf. Noem hem kunstenaar. Fly on the wall in de grote stad.

Nu weet ik eerlijk gezegd niet helemaal zeker of Onno zomaar met jullie allemaal Facebookvrienden wil worden, maar probeer het vooral. Zijn dagelijkse bijdrage is een telkens een klein lichtpuntje tussen alle rommel op je tijdlijn. Op de website van Onno Krijnen kan je in ieder geval een aantal foto’s bekijken. Tot half maart is er een expositie bij Bar Wolkers in Haarlem. Daar kan je de foto’s van Onno Krijnen in alle rust eens goed bekijken onder het genot van een heerlijk kopje koffie en dat is echt een aanrader!




De kunstenaar zelf bij de opening van zijn expositie. 
Vrij naar het werk van Onno Krijnen.