Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen

woensdag 22 april 2026

Back to the Future


Op verzoek schreef ik een blog over de recente ontwikkelingen in de broadcast industrie en hoe ik daar als cameraman tegenaan kijk. Dit verhaal is in het engels vertaald en nu ook te lezen op de site van Grass Valley. Deze firma maakt professionele videoproductieapparatuur zoals beeldmengers, routers en camera’s die wereldwijd veel gebruikt worden.  

 

In de jaren '80 was Back to the Future absoluut mijn favoriete film. Het eerste deel heb ik zeker twintig keer gezien. Zo'n DeLorean met een 2,21 gigawatt fluxcapacitor om mee te reizen in de tijd zou ik ook wel willen hebben. Nog eens terug naar alle grote tv-producties waaraan ik de afgelopen dertig jaar heb meegewerkt. De Tour de France, het EK voetbal, Olympische Spelen, Formule 1, festivals, concerten, herdenkingen, de kroning van de Nederlandse koning en de geweldige reisprogramma's waaraan ik mijn steentje heb kunnen bijdragen als freelance camera operator. Achter elke productie zit een geweldig verhaal en ik zou het met passie en liefde allemaal nog eens over willen doen.

Maar al te graag zou ik ook eens een paar jaar vooruit willen tijdreizen, want volgens mij staan we in de broadcastwereld op dit moment voor een interessant, maar ook spannend kantelpunt. Technische ontwikkelingen gaan razendsnel en hoewel ik daar als cameraman nog niet heel veel van merk, denk ik dat het de komende jaren absoluut gaat gebeuren.

Kunstmatige intelligentie zal ook op het gebied van camerawerk een grote rol gaan spelen. Een collega stuurde mij onlangs een filmpje waarop te zien is hoever ze in Duitsland al zijn met AI-gestuurde camera's bij voetbalwedstrijden. Een Grass Valley-camera op een remote head van Egripment herkent zelfstandig de posities van spelers ten opzichte van de bal en volgt het spel zoals camera 1 dat normaal doet. Het bijzondere is dat dit systeem zichzelf heeft aangeleerd hoe het moet reageren en daardoor steeds beter wordt. Ook in studio's worden cameraposities al vervangen door robots. Als dit net zo betrouwbaar is als een persoon en bovendien goedkoper wordt, dan is het naïef om te denken dat het niet zal leiden tot grote veranderingen in ons mooie vakgebied.

 

Vorig jaar stond ik op een circuit in Nederland met een camera in het stof van rondscheurende rallyauto's, terwijl de regisseur in Stockholm zat en de beeldtechnicus in Oslo. Het was even wennen, maar het werkte en de opdrachtgever kon fors besparen. Bij de Formule 1 werken ze al jaren met een remote regie. Grote regiewagens op locatie hebben misschien wel hun langste tijd gehad. Razendsnelle glasvezelverbindingen en 5G maken het mogelijk om beeld, geluid en data heen en weer te sturen zonder noemenswaardig tijdverlies. De vraag is niet meer óf dit model ook de Nederlandse markt verovert, maar wanneer. Wat we daarbij niet mogen verliezen is de menselijke maat, want na afloop van een productie op afstand kan je elkaar niet meer in de ogen kijken, de hand schudden of samen een biertje drinken op de goede afloop. Die informele momenten zijn niet voor niets. Het is waar vertrouwen wordt opgebouwd, waar je evalueert zonder agenda en waar je leert van elkaar. Technologie kan veel oplossen, maar dat niet. 

 

Bij de Olympische Winterspelen in Milaan bediende ik in mijn eentje drie op afstand bestuurbare camera's. Drie camera's, één operator. Voor de klant een aanzienlijke besparing, voor mij een wake-up call. Want als ik drie camera's kan bedienen, hoeveel mensenwerk verdwijnt er dan in de komende jaren?

Toch wil ik hier geen doemverhaal van maken. Techniek die vroeger een heel team vergde, past nu in een rugzak. Producties die financieel nooit haalbaar waren, worden opeens mogelijk. Goed nieuws voor camera operators die bereid zijn mee te bewegen. De cameraman die straks nog relevant is, is niet degene die het hardst vecht tegen de verandering, maar degene die begrijpt hoe remote production werkt, vertrouwd is met PTZ-systemen en weet hoe hij meerdere camera's tegelijk kan managen — zonder zijn eigenlijke talent te vergeten.

Want dát is wat robots en algoritmes voorlopig niet kunnen kopiëren. Een AI kan prima een totaalshot maken of buitenspel in beeld brengen, maar AI kijkt niet naast de zoeker en ziet niet dat een coach ieder moment kan ontploffen van woede. Cameramensen zijn verhalenvertellers, de ogen en oren van een regisseur die steeds vaker op grote afstand zit. Je moet een alleskunner zijn, met verstand van techniek, maar vooral oog voor detail en gevoel voor het onvoorspelbare. Die manier van beeldverhalen vertellen blijft een ambacht. Het vak zal veranderen, maar niet verdwijnen. Er zijn immers ook nog steeds hele goede kunstschilders, ondanks het feit dat we al lang alles heel mooi kunnen fotograferen.

Ik hoop dan ook dat ontwikkelaars blijven luisteren naar specialisten die met hun poten in de klei staan. Een goede camera is niet alleen een vierkante computer met een alziend oog, maar ook gereedschap dat je op je schouder wil leggen en waarmee je met gevoel prachtige shots kan blijven maken. Ergonomie, goede zoekers en de mogelijkheid om een camera naar je hand te zetten zullen ook in de toekomst van cruciaal belang blijven.

 

Aan het eind van Back to the Future stijgt de DeLorean op en spreekt Doc Emmett Brown de legendarische woorden: 'Roads? Where we're going, we don't need roads.' Het is de cliffhanger die het tweede deel aankondigt. Ik zou met plezier instappen en alvast willen bekijken wat de toekomst ons in de broadcastwereld precies zal brengen. Maar als die tijdmachine niet voorbijkomt, dan zet ik de camera weer op mijn schouder en grijp ik elke kans die ik krijg om me te blijven ontwikkelen. Ik ga graag mee met de tijd.




 

 

donderdag 2 februari 2023

webcast

 

Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is de vierde bijdrage:

Voor corona moest ik van bedrijfsfilms niet veel hebben. De term webinar kende ik niet eens. Ik was een televisiedier in hart en nieren. Mijn focus lag voornamelijk op grote facilitaire bedrijven en op de omroepen. Toen half maart 2020 in twee uur tijd mijn hele agenda werd leeg geveegd en we terecht kwamen in de eerste lockdown was ik even compleet de kluts kwijt. Ik besloot om dagelijks te schrijven over het lot van een ZZP’er in crisistijd. Direct na de eerste publicatie op mijn weblog werd ik uitgenodigd door Jan Miltenburg om eens een kop koffie te komen drinken. Ik kende hem niet heel goed en had slechts een paar keer voor zijn AV-bedrijf gewerkt, maar had toch alle tijd en zat de volgende dag al op gepaste afstand tegenover hem in Maarssen. Samen brainstormden we over producties die wel nog mogelijk waren. Het leverde ons uiteindelijk een reeks geweldige projecten op voor philharmonie zuidnederland. Zo kwam ik in aanraking met webcasting en ik ontdekte de ongekende mogelijkheden van remote camera’s. Een wereld ging voor mij open.

Nu kijk ik met plezier terug op die bizarre tijd. Ik durf inmiddels te stellen dat die ene kop koffie mij zakelijk gezien veel gebracht heeft. Sindsdien werk ik regelmatig aan producties die niets met televisie te maken hebben. Naast mijn gewone camerawerk ben ik af en toe RCO’er (remote camera operator) en dat is voor mij een nieuwe, maar zeer inspirerende vorm van camerawerk. Op die manier kom ik over de vloer bij allerlei organisaties die ontdekt hebben hoe doeltreffend het communicatiemiddel video kan zijn en die blij zijn met de ideeën en creatieve oplossingen van professionals uit de televisiewereld. 

Het vereist een iets andere mindset. Je staat soms bij presentaties waar je inhoudelijk geen bal van begrijpt en de technische middelen waarmee je moet werken zijn anders, maar een mooi shot blijft een mooi shot. In kleinere teams worden de taken slim gecombineerd, maar de druk is anders dan bij een televisieproductie. Het feit dat er geen stress over kijkcijfers is en dat het niets uitmaakt als een programma een paar minuten langer duurt dan gepland, vind ik een hele verademing.

Doordat ik zelf meer opensta voor dit type opdrachten heb ik de afgelopen jaren een hele reeks nieuwe opdrachtgevers leren kennen. Een mooi voorbeeld is het Amsterdamse productiebedrijf We Are Live van Marck Feller en Thomas Mulder. Zij hebben zich gespecialiseerd in webcasting, livestreams, digitale en hybride events. Ze adviseren bedrijven, verzorgen het complete concept en ze doen de productie. De faciliteiten worden vaak geleverd door Miltenburg AV. Daar is hij weer! 

Toevallig werk ik vandaag voor ze. We gaan naar de Kromhouthal in Amsterdam, waar We Are Live een groot sales event registreert en live-streamt voor Adyen. Misschien zegt het je niet gelijk iets, maar dit Nederlandse bedrijf is internationaal heel groot op het gebied van online betalingen. Hun organisatie groeit als een dolle en dus zetten ze regelmatig video in om hun medewerkers in alle werelddelen bij te praten over de laatste ontwikkelingen. Om hun verhalen te visualiseren maken we straks gebruik van remote camera’s in combinatie met een bemande camera, een crane en natuurlijk wordt het programma aangevuld met PowerPointpresentaties, gasten die inbellen via Zoom, instarts en graphics. Dat zijn echt superstrakke producties, die technisch, qua vormgeving en inhoud niet onder doen voor menig televisieprogramma. Alleen is de inhoud minder toegankelijk voor Mien uit Assen. Ik weet zeker dat ik straks ook weer met mijn oren sta te klapperen als ze het hebben over de nieuwste technologie op het gebied van betaal-apps.

 

De online markt, die heel hard gegroeid is sinds de coronatijd, is goed voor de werkgelegenheid in onze branche. In mijn geval zorgen deze opdrachtgevers voor een extra stukje onafhankelijkheid als ZZP’er, maar het is vooral fascinerend om een piepklein onderdeel te zijn van kruisbestuiving tussen broadcast en webcast. Ik leer telkens weer nieuwe technologie kennen, waarmee we nóg efficiënter kunnen werken. Het is een ontwikkeling die niet te stoppen is en waar we ook in Omroepland weer van kunnen leren. 

dinsdag 31 januari 2023

Slangenkuil? Welnee!

 

Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is de tweede bijdrage:


De verhalen over machtsmisbruik bij The Voice kwamen ongeveer een jaar geleden naar buiten. Na BOOS volgde het Volkskrantverhaal over De Wereld Draait Door en er is een onderzoek gestart naar klachten over grensoverschrijdend gedrag bij NOS Studio Sport. Wat een toestanden! Je zou bijna denken dat er niks meer deugt in Omroepland en dat het een straf is om voor de televisie te werken. 

Nou wil ik de schokkende verhalen zeker niet bagatelliseren. We moeten ervan leren en het leidt tot nieuwe inzichten, maar ik wil hier toch ook nog eens even benadrukken dat ik in een fantastische branche werk met voornamelijk aardige mensen. 

Het is heus niet in elke studio of regiewagen kommer en kwel. Persoonlijk kan ik niet anders dan zeggen dat ik met plezier heb gewerkt bij The Voice en wanneer ik mocht aantreden bij DWDD. Nooit iets geks meegemaakt. Studio Sport is al bijna 28 jaar een van mijn grootste opdrachtgevers. Daar heb ik de mooiste evenementen voor in beeld mogen brengen. Dat had ik echt niet volgehouden als daar louter onmensen zouden werken. 

Voor mijn gevoel is er de afgelopen jaren al veel veranderd op het gebied van omgangsvormen. Het zou kunnen dat ik in de goede hoek zit, een beetje naïef ben of geluk heb, maar hele extreme toestanden heb ik in de afgelopen achtentwintig jaar niet vaak van dichtbij meegemaakt. Mensen die nog denken dat schreeuwen en schelden de enige methode is om een crew op scherp te zetten zijn inmiddels over de datum en behoren al lang tot een uitstervend ras. Die enkele keer dat iemand in mijn bijzijn uitglijdt over de grens van het fatsoen is er bijna altijd sprake van pure paniek, in combinatie met aandoenlijke onkunde. Ik heb inmiddels de leeftijd en ervaring dat ik daar na afloop iets over kan zeggen tegen de persoon in kwestie. 

Ik werk vooral samen met gepassioneerde professionals die hartstikke leuk en aardig zijn. Mensen die oog hebben voor elkaar en die erbij gebaat zijn dat er een goede sfeer op de vloer is. Velen beschouw ik meer als vrienden dan als collega’s. Ik kan zo een lange lijst met namen aanleveren van collega’s voor wie ik een enorm zwak heb. Er zijn veel meer lieverds in televisieland dan mafklappers en boze brulapen. De programma’s waar die laatste groep regeert zijn bovendien gemakkelijk te vermijden. Ik werk liever aan producties waar we respect voor elkaar hebben. 

Mijn motto is dat je voor een belangrijk deel zelf invloed hebt op je eigen werkplezier. Dat is het grote voordeel van freelancen en al die wisselende contracten in Omroepland. Je kan altijd een andere afslag nemen als het écht nodig is. Soms moet je een kleine omweg nemen om je doel te bereiken. Twijfel en onzekerheid zijn slechte raadgevers. Luister naar je gevoel. 

Zeker nu zie je dat producenten, eindredacteuren, omroepbazen, presentatoren, regisseurs en managers bij facilitaire bedrijven ook krijgen wat ze verdienen. Types die keihard, kil en afstandelijk zijn, arrogant doen, zichzelf boven de rest plaatsen of voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten, die moeten niet verwachten dat ervaren mensen nog staan te springen om hard voor ze te lopen. Vakbroeders met een groot hart zoeken elkaar op. Dat is een goede ontwikkeling, waar Omroepland liever van wordt.

Het glas is volgens mij eerder halfvol dan halfleeg. Het kan volgens mij geen kwaad om af en toe de roze bril op te zetten en te bedenken wat er allemaal goed gaat. Ik realiseer me dat er niet voor niets heel wat wordt afgeknuffeld en gehugd in het tv-wereldje. Het is vast overbodig om te zeggen, maar ik doe het toch: Ook in Omroepland deugen de meeste mensen!




maandag 30 januari 2023

nieuwe ronde, nieuwe kansen


Deze week mag ik als gastcolumnist de online-rubriek ‘De Week Van…’ vullen op de site van Broadcast Magazine. Dit is mijn eerste bijdrage: 


De week begint voor mij met een vrije dag, maar maak je over deze freelance camera operator geen zorgen. Het hele weekend heb ik gewerkt. Zaterdag in Studio 21 was ik bij de Zapp Awards de man van camera 2 en gisteren mocht ik voor de NOS de close camera doen bij de Holocaust Herdenking in het Amsterdamse Wertheimpark. Van een groot luidruchtig kinderfeest naar een ingetogen herdenking. Dat is mijn leven in een notendop. Elke dag een ander project, op een andere plek en met een ander team. 

Als je mij vraagt wat ik de afgelopen weken allemaal gedaan heb, dan moet ik even nadenken. Het was in ieder geval afwisselend, uitdagend en interessant. Mij hoor je niet klagen. Ik heb het mooiste beroep op aarde en doe mijn camerawerk, zelfs na 28 jaar, nog steeds met passie en plezier. Deze week mag ik jullie, namens BM, mee op pad nemen.

Nou ja, vandaag dan even niet. Dit is mijn welverdiende 'weekend', al zeg ik het zelf. Het gezin is de deur uit, dus ik kan, na de koffie en het ochtendkrantje, rustig twee factuurtjes versturen, mijn zwarte kleding wassen en de uitzendingen waaraan ik de afgelopen dagen mocht meewerken terugkijken. Dat doe ik zo vaak mogelijk. Het blijft leerzaam. Je ziet het grote geheel en je kan heel kritisch letten op je eigen bijdrage. Was dat openingszoompje niet te langzaam? Valt het op dat ik daar even tegen het randje van de schepte aan zat? Of stond ik op dat ene moment wel op de beste positie? 

Direct na afloop van een productie ben ik altijd streng voor mezelf. Daar is niks mis mee, maar het is ook goed om het grote geheel later nog eens en met iets meer afstand te bekijken. Kleine missertjes, waarover wij ons soms heel druk kunnen maken, vallen niet altijd op en zeker niet als je het door de bril van de gemiddelde kijker ziet. Toch is het belangrijk om steeds weer te zoeken naar verbeterpuntjes. Het houd me scherp en zo ontwikkel ik mezelf nog steeds. 

Het werk blijft uitdagend als je met kleine, simpele aanpassingen een volgende productie weer net iets beter kan maken. Dat hoeft lang niet altijd geld te kosten. Vaak zit het hem in creatieve oplossingen of het nog slimmer combineren van de bestaande technische middelen. Zie het als een puzzel die je op verschillende manieren kan leggen. Het is een beetje mijn hobby om daar, op een dag als vandaag, over na te denken. Een tijdje geleden heb ik een map in mijn computer aangemaakt met submappen per project of locatie, waarin ik callsheets, plattegronden en foto’s verzamel. Daarnaast maak ik soms wat aantekeningen, zodat ik een volgende keer (vaak pas weer over een jaar of nog later) kan nalezen wat me de vorige keer is opgevallen. Zo houd ik mezelf lekker bezig en het wellicht kan dit archief-in-ontwikkeling op termijn niet alleen voor mezelf nuttig zijn, maar ook voor mijn opdrachtgevers.




dinsdag 4 oktober 2022

Bo en de meningen...

 

Ronald Rovers ken ik niet. Joost van Ginkel wel. Rovers schreef voor Trouw een behoorlijk vernietigende recensie over Bo, de fonkelnieuwe film van mijn vriend Joost. Natuurlijk mogen beschouwingen in de krant kritisch zijn, maar persoonlijk vind ik dat de analist het wel zorgvuldig moet onderbouwen. Hier heeft een stukjespoeper in tien minuten een kunstwerk door de plee getrokken waar mensen zeven jaar lang met hart en ziel aan hebben gewerkt. Rovers had kunnen volstaan met het zinnetje: “Persoonlijk vond ik er geen zak aan.” Dat was eerlijker geweest.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Nederlands Film Festival, ging Bo in première. Ik heb deze roadmovie in de stampvolle schouwburgzaal mogen bekijken. Misschien ben ik minder objectief dan de Trouw recensent. Ik was onder de indruk. Het scenario van de film is op zijn zachtst uitgedrukt verrassend, het camerawerk is prachtig, het geluid en de muziek zijn on-Nederlands goed en er is indrukwekkend knap geacteerd. Met name hoofdrolspeelster Gaite Jansen komt dwars door het bioscoopdoek heen. 

Grappig genoeg stond in de Filmkrant een ijzersterkte recensie van Karin Wolfs over deze film. Zij schrijft: “Deze roadmovie over de zoektocht van de jongvolwassen Bo naar het verleden van haar overleden vader misleidt het publiek vakkundig in een meeslepende meesterproef over de destructieve kracht van leugens.” En ze sluit af met: “Een film als een wolf in schaapskleren. Hoe je die waardeert, hangt af van hoe je Van Ginkels leugens opneemt.”

Ik lees niet vaak recensies, maar nu ben ik betrokken. De maker is mijn vriend en dus lees ik alles. Het roept bij mij de vraag op wat het nut van deze stukjes in de krant is. Een positief oordeel is mooi meegenomen voor de filmmaker en een fijne zin kan meegenomen worden op de filmposter, maar de recensie is eigenlijk slechts een persoonlijke mening. Zeker als die negatief is. Daar heb je niks aan. Met een negatieve recensie is de wereld niet geholpen. In dit geval zeker niet. Het hoeft je smaak niet zijn, maar als je verstand van (arthouse) film hebt, dan zie je dat Bo aan alle kanten met liefde, passie en vakmanschap is gemaakt.

Joost van Ginkel schrijft én regisseert films die ertoe doen. Stiltes kunnen pijnlijk zijn en dialogen mogen schuren. Hij zegt veel met beelden. De filmmaker heeft een unieke en inmiddels herkenbare signatuur. Je hebt iets om over na te denken als je de bioscoop weer verlaat. Bij zijn vorige film (Paradise Suite uit 2015) had ik letterlijk buikpijn toen de benauwende film was afgelopen. Dat was nu gelukkig niet het geval, maar verwarrend was het zeker. Het maakt een bioscoopbezoek voor mij interessanter dan wanneer je een happy end al mijlenver van tevoren ziet aankomen. 

 

Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf bepalen of Bo een geslaagde film is of niet. Je moet naar de bioscoop en dan kan je daarna een recensie uitzoeken die bij je past. Ik ga voor de Filmkrant! 





 

 

zaterdag 13 augustus 2022

cameraman (m/v), camerapersoon, cameramens of camera operator?

 

Er zullen vast mensen zijn die vinden dat ik nu doorsla of té woke ben als ik een discussie wil starten over de term ‘cameraman’, maar is die nog van deze tijd? Best veel zeer gewaardeerde collega’s zijn immers vrouw. Wanneer je in algemene zin spreekt over een cameraman, dan doe je deze professionals eigenlijk tekort. Als ik stukjes schrijf over mijn werk, dan stoort mij dat in steeds grotere mate, maar je kan ook niet in elke zin voor de volledigheid ‘cameraman en/of cameravrouw’ schrijven. Dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede. 

Ik heb het om te beginnen voorgelegd aan een paar ‘ervaringsdeskundigen’. Een piepklein onderzoekje, waaruit al snel bleek dat de term ‘cameraman’ inderdaad soms wat ongemakkelijk is. Als we spreken over cameramannen, terwijl het ook over vrouwen gaat, dan vinden de meeste dames dat toch stom. Het is geen ‘big deal’ of halszaak, maar het geeft volgens een van mijn vrouwelijke steekproefcollega’s wel aan dat er nog een weg te gaan is wanneer het gaat over échte gelijkheid tussen mannen en vrouwen. 

Ik heb vijf minuten gezocht op het internet en kwam er al snel achter dat genderneutraal taalgebruik niet alleen een kwestie is van politieke correctheid. Taal heeft invloed op onze houding, ons gedrag en op de opvattingen van mensen in het algemeen. Vrouwelijke en mannelijke woorden ‘beleven’ we (vaak onbewust) op een heel andere manier. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen sneller solliciteren als je bijvoorbeeld in vacatures niet alleen schrijft dat er ‘een cameraman’ wordt gezocht, maar een ‘cameraman/vrouw’. Het schijnt ook dat vrouwen eerder geschikt worden bevonden als je een functietitel genderneutraal maakt en meisjes zien zo’n functie eerder voor zich op hun carrièrepad. Als je nadenkt over dat grotere plaatje zou het een kleine, maar mooie stap in de goede richting zijn als we er op zijn minst eens over nadenken of met elkaar van gedachten wisselen. 

Een vrouwelijke collega mailde: “Het is een onderwerp waarbij ik vaker ongemak bij anderen bemerkt heb dan bij mezelf. Ik heb er geen moeite mee als op een callsheet de term ‘cameraman’ gebruikt wordt en mijn naam daarachter staat, hoewel je net zo makkelijk alleen ‘camera’ kan gebruiken, of ‘audio’. Waarom moet er eigenlijk man/vrouw achter? Als we dat weglaten, zal toch niemand een hond, paard of mier verwachten?” En... “Mezelf cameraman noemen, dat klinkt me dan weer vreemd in de oren. In het meervoud is het makkelijk. Dan kunnen we gewoon over de cameraploeg of de cameramensen spreken. Weten we zeker dat er geen olifanten tussen zitten.”

Een ander schreef dat het iets is waar ze zich in het verleden weldegelijk aan gestoord heeft. Binnen het bedrijf waar zij werkt heeft ze hier ook wel eens opmerkingen over gemaakt, maar haar ervaring is dat het de afgelopen tijd juist heel goed gaat. Mensen zijn zich blijkbaar al steeds meer bewust van de genderaanduiding bij verschillende functies. Gelukkig.

Een derde collega schreef: “Ik ben zelf fan van het woord cameramens (als je het niet over een specifiek iemand hebt) voor wat betreft spreektaal en operator of alleen het woord camera voor het callsheet. Als ik een stuk lees dat mij ook aangaat en er wordt alleen over cameraman gesproken, is dat wel jammer. Sowieso in meervoudsvorm is cameramensen helemaal niet raar, toch?”

 

Mijn conclusie: In officiële zakelijke communicatie, zoals callsheets of vacatures, zouden we wellicht het beste de term ‘camera operator’ kunnen gebruiken. Dat is misschien niet heel Nederlands, maar projectmanager en producer zijn dat ook niet. Een klein probleempje is het dat bij sommige firma’s de functie ‘camera operator’ inmiddels wordt geplakt op een minder ervaren variant van de cameraman en/of -vrouw. Maar is die benaming daarmee definitief vergeven aan de beginnelingen of kunnen we dat nog herstellen?

‘Camerapersoon’ vind ik persoonlijk nogal onpersoonlijk. Het is lelijk bovendien.

Ik ga voorlopig voor ‘camera operator’ in enkelvoud en ‘cameramensen’ in meervoud, als het gaat over personen die dit mooie beroep in algemene zin uitoefenen. Tenzij iemand een beter idee heeft. Zelf ben ik dan vanaf nu ‘camera operator’. En het zal heus hier en daar nog wel eens misgaan. Het kost immers tijd om nieuwe vormen ingeburgerd te krijgen. 




zaterdag 2 juli 2022

2500

 

Dit is mijn 2.500e blogpost!

Op 1 juni 2005 heb ik op deze website mijn eerste bericht gepubliceerd. De naam Reinonline heb ik die dag verzonnen en ook de layout is in de loop der jaren slechts op kleine punten aangepast. In die tijd begon iedereen zijn of haar eigen weblog. Een blog was de voorloper van social media. De meeste bloggers waren ook alweer vrij snel klaar met deze trend of ze stapten na verloop van tijd over op Facebook, maar ik ben hier blijven schrijven. Vooral omdat ik het leuk vind om te doen. Het is een uit de hand gelopen hobby.

Deze website heeft in al die jaren meer dan 2 miljoen bezoekers getrokken. Er is een fijne harde kern van trouwe volgers. Gemiddeld wordt elk verhaal tussen de 500 en 600 keer gelezen. Los van het feit dat ik heus wel eens flink ben uitgegleden, zijn de reacties die mij bereiken over het algemeen positief. Als ik een tijdje niks plaats, dan krijg ik klachten. Dat zorgt natuurlijk voor extra motivatie, maar ik heb vooral zelf veel plezier tijdens het schrijven. Het is mooi meegenomen dat anderen er ook lol aan beleven.

De leukste stukjes schrijven zichzelf. De beste verhaaltjes staan over het algemeen zo in de steigers, maar soms is het ook echt even ploeteren om tot een samenhangend betoog te komen. Er zijn periodes waarin ik niet zoveel ideeën heb, maar mijn leven als cameraman levert nog steeds voldoende inspiratie op. Lang niet alles kan of wil ik opschrijven. Het mag soms best kritisch zijn of een beetje schuren, maar de algemene teneur van deze site moet positief zijn. Ik wil dat het over de liefde voor mijn mooie vak gaat en het is nooit de bedoeling om iemand persoonlijk aan te vallen. Soms is dat wel eens jammer, maar ik wil niet dat mensen die met mij werken zich druk maken over het feit dat ik wel eens een vervelend stukje over ze zou kunnen schrijven. Dit weblog moet vóór mij werken, niet tegen me.

Het schrijven heeft me best veel gebracht. Zo mocht ik een tijdje stukjes schrijven voor het gratis maandblad ‘Ezeltje Prik’ en zeven jaar lang was ik vaste columnist voor het mediavakblad Broadcast Magazine. Ik heb ook heel wat (web)teksten geschreven in opdracht van bedrijven en collega’s. Interviews gedaan met mensen die ik hoog heb zitten en mijn blogs hebben er zeker keer toe geleid dat ik gevraagd werd voor aansprekende opdrachten. Zo kwam ik op de gekste plekken terecht en kreeg ik kansen waarvan ik nooit had durven dromen. In de coronatijd schreef ik veel waardoor opdrachtgevers aan mij dachten en ik al snel weer opdrachten kreeg. Het loont om met enthousiasme over je vak te schrijven.

Een van de hoogtepunten in al die jaren was toch wel de open brief die ik schreef aan Staatssecretaris Wiebes naar aanleiding van de totaal mislukte Wet DBA. Dat stuk is meer van 96.000 keer aangeklikt. Het leidde er onder andere toe dat ik werd uitgenodigd om te spreken voor vaste kamer commissie die over ZZP-zaken ging. Ik werd gevraagd om met hooggeplaatste mensen van de Belastingdienst te spreken. RTL Nieuws kwam mij interviewen, ik sprak verschillende Kamerleden en uiteindelijk werd de wet in de ijskast gezet. Dat was natuurlijk niet alleen mijn verdienste, maar ik heb op mijn manier wel duidelijk gemaakt dat er een onwerkbare situatie ontstond. Later werd ik uitgenodigd voor verschillende gesprekken met de nieuwe minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees en met de staatssecretaris van Financiën Menno Snel. Mijn avonturen als ‘eenmansvakbond voor ZZP’ers’ werden een terugkerend feuilleton op dit weblog.

Er is me vaker gevraagd wanneer er een boekje uitkomt met mijn columns. Op zichzelf zou ik dat best willen, maar het kost veel tijd om die verhalen te selecteren en waar nodig te herschrijven. Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Daarnaast moet je een boek minimaal 1.000 keer kunnen verkopen om het uitgeven rendabel te maken. Zoveel fans heb ik nou ook weer niet. Voor deze gelegenheid had ik me ook voorgenomen om een top 10 samen te stellen met leukste columns, maar zelfs dat is jammerlijk mislukt. Het ‘doorbladeren’ van 2.500 stukjes is best een werkje. 

Voorlopig typ ik vrolijk verder. Ik zou willen dat de stukjes vaker om te lachen zouden zijn en ik ben soms jaloers op de scherpe pen van andere schrijvers. Er is heus nog genoeg om te ontwikkelen en te leren voor ik aan een roman begin of aan een echt boek. Tijd is een issue, maar onderwerpen zijn er genoeg. Op naar de 3.000!





woensdag 1 september 2021

Sorry, sorry, sorry

 


Soms moet je ergens op terug komen en je ongelijk toegeven. Dus ook ik, vandaag. Hierbij wil ik mijn excuses aanbieden aan Zandvoort en alle mensen die daar wonen. Dat doe ik vanwege een stukje dat ik vijftien jaar geleden op dit weblog plaatste, vlak voor de eerste A1 grandprix op het circuit van Zandvoort. Ik schreef letterlijk dat het Formule1 circus daar nooit van zijn lang-zal-ze-leven-in-de-gloria zou terugkeren. Inmiddels kunnen we wel zeggen dat dit een grove misrekening was. Maar ja, op het moment dat ik dit schreef was Max Verstappen acht jaar oud… Wist ik veel.


Dus: Sorry, sorry, sorry!

 

 

dinsdag 26 september 2006

grauw, grauwer, Zandvoort

Zandvoort. Op het circuit wordt hard gewerkt om alle faciliteiten tijdig klaar te hebben voor het A1GP spektakel van het komend weekend. Buiten de poort is de verlaten badplaats even treurig als altijd op dinsdagmorgen.

Enkele horecagelegenheden maken bescheiden reclame met een speciaal A1-menu. Ze hebben grote beeldschermen voor onfortuinlijke bezoekers die geen kaartje meer kunnen bemachtigen. Een café heeft boven de deur een bord gehangen met de originele tekst: 'ingang voor pitpoezen'. Verder heb ik in de wijde omtrek van de kustplaats geen enkele verwijzing gezien naar het grootste autosportevenement in Nederland sinds de laatste Grote Prijs Formule1 in 1985. Geen reclamebord, geen wegwijzer, geen promodoek of vlag. Helemaal niets.

Je hoeft niet goed te kijken om te zien dat deze plaats een grondige opknapbeurt kan gebruiken. Zeker als donkere wolken boven het strand tegen elkaar schuiven. Dan verdwijnt ook het laatste restje kleur.

Mensen met enig gevoel voor smaak mijden deze plek. De oude flats in het centrum, de lelijke naoorlogse huizen en appartementen. Om maar niet te spreken over verouderde hotels, het afgebladderde vakantiepark, historische souvenirwinkeltjes en strandtenten die fungeren als hangplek voor boeven, schorem en ander gepeupel. Het is niet gek dat in Zandvoort voornamelijk racefans en Duitsers komen.

Na een tosti-lunch in het centrum hebben we het circuit geïnspecteerd. Ik was al lang niet meer in de Tarzanbocht geweest en het viel mij niet mee. Als je kijkt met in het achterhoofd de nieuwe racebanen van Istanbul, Sepang, Manama of Shanghai, dan heeft Zandvoort een Mini Mouse circuit. Iedereen die realistisch is weet dat het Formule1 circus hier nooit van zijn lang-zal-ze-leven-in-de-gloria terug zal keren. Alles is te klein. Verbouwen lijkt mij geen optie.

Met een beetje hulp van Balkenende IV kunnen Nederlandse racefans beter een prachtige baan aanleggen rond Walibi World in Biddinghuizen. Het test circuit voor Spyker F1, dicht bij de fabriek in Zeewolde. Legio mogelijkheden om de bereikbaarheid te verbeteren, geen parkeerproblemen meer, kansen voor een helikopter luchtbrug en desnoods krijgt de nieuwe baan exact dezelfde lay-out als het rondje in Zandvoort. Nooit meer gedoe met geluidsdagen.
Ik stel voor om na dit weekend gelijk te beginnen. Het Circuit Park gooien we zondagmiddag plat, de duinen geven we terug aan de milieubeweging en Zandvoort aan de Duitsers. 




 

zaterdag 8 mei 2021

de wonderlijke wereld van de televisie

 

Freelance cameraman Martin Mulder heeft een boek geschreven over de avonturen die hij beleefde gedurende zijn lange en rijke carrière in de wonderlijke televisiewereld. Het staat vol smeuïg opgediende verhalen over programma’s uit vervlogen tijden en over zijn samenwerking met bijzondere bekende Nederlanders. Een absolute must-read voor iedereen die in Omroepland werkt, maar zeker ook een aanrader voor mensen buiten het tv-wereldje. 

Persoonlijk ken ik vakbroeder Mulder niet. Voor zover ik kon nagaan hebben we slechts één ochtendje samengewerkt, tijdens de Uitmarkt in 2016. Het zegt misschien dat het wereldje, waarin we allebei opereren, minder klein is dan je zou denken, maar volgens mij is het vooral stom toeval. Natuurlijk ken ik zijn naam en een hoop klanten waarmee hij werkt behoren ook tot mijn klantenkring. Dus toen ik hoorde dat hij een boek heeft geschreven heb ik dat uiteraard gelijk besteld bij mijn lokale boekhandelaar. 

De wonderlijke wereld van de televisie’ is totaal niet technisch en met een vlotte pen geschreven. Ik heb het in één ruk uitgelezen. Dit heerlijk eerlijke boek is een prachtige spiegel voor iedereen die in de omroepwereld werkt. Sterke verhalen uit de oude doos worden zonder opsmuk verteld. Man en paard worden genoemd, maar nergens voelt het als een kille afrekening of valse roddel. De schrijver is hier en daar terecht kritisch, soms licht vilein, maar het is vooral een boek vol zelfspot en humor, zonder dikdoenerij of opschepperij. Het geeft een fijn inkijkje in de kleurrijke geschiedenis van onze malle televisiewereld.  

Mijn enige kritiek is dat het naar meer smaakt. Sommige verhalen konden wat mij betreft niet ver genoeg worden uitgediept. Met name over historische programma’s als De SterrenshowWedden Dat? of Breekijzer had ik graag meer gelezen. Maar het is vooral een mooi boek dat bestaat uit fantastische  herinneringen. Ideaal om deze zomer mee te nemen op vakantie. Ondertussen wacht ik geduldig op deel 2…

 

Het boek van Martin Mulder heet ‘De wonderlijke wereld van de televisie’ en is uitgegeven door Pepperbooks.nl.




vrijdag 25 december 2020

Point of View - afscheid van een column


Tussen maart 2012 en december 2020 schreef ik in totaal 81 columns voor Broadcast Magazine. Een blik op Omroepland door de ogen van een cameraman. Daarom heeft die reeks de toepasselijke naam ‘Point of View’gekregen. Naast alle schrijfsels op dit weblog deed ik elke maand extra hard mijn best op de 600 woorden die ik mocht aanleveren voor dit mooie mediavakblad. Heel wat onderwerpen zijn in 9 jaar de revue gepasseerd. 

Nu houdt het op. Een maand of twee geleden ben ik gebeld door Jeroen, de altijd vriendelijke eindredacteur van het blad, met de mededeling dat ze hadden besloten om iets nieuws op die plek te gaan doen. Ik vind dat ongelofelijk jammer, want ik was apetrots op mijn vaste plekje in dit prachtige en zeer gewaardeerde blad. Aan de andere kant begrijp het ook. Niet alles kan blijven zoals het is. Ik vond het zelf ook wel lastig om wat onderwerpkeuze betreft niet in herhaling te vallen.

Deze maand is mijn laatste column in Broadcast Magazine verschenen. Het betreft een duidelijke, persoonlijke en heel principiële mening over ‘enhanced audio’ bij voetbalwedstijden. Ik heb er bewust voor gekozen om geen afscheidsspeech te schrijven of een emotionele terugblik, omdat de lezer van het blad daar volgens mij geen boodschap aan heeft. Maar deze weblog gaat over mij en over mijn avonturen. Hier mag ik natuurlijk wel terugblikken en afscheid nemen van mijn dierbare column.

Ik heb me voorgenomen om de komende weken een aantal oude columns af te stoffen en deze opnieuw op mijn blog te plaatsen. Voor de liefhebber en vooral voor mezelf. Het is leuk om al die schrijfsels nog eens terug te lezen. Sommige columns zijn inmiddels gedateerd, maar andere zeker niet. De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar altijd gerelateerd aan de omroepwereld. Hoewel sommige mensen de begrippen ‘kritisch’ en ‘zuur’ wel eens door elkaar halen of vinden dat ik teveel zeur, ben ik zelf van mening dat de meeste stukken die ik geschreven heb buitengewoon positief zijn en vooral de liefde voor het vak ademen. De columns waarin ik een uitgesproken mening geef, over zaken die beter kunnen, blijven misschien langer hangen dan blijmoedige anekdotes, schouderklopjes en succesverhalen. Toch ben ik over het algemeen vooral een blije en trotse cameraman, gezegend met fijne professionals waarmee ik mag samenwerken, in een wereld vol avontuur, spanning en sensatie. 

Ik blijf schrijven. Dit weblog blijft bestaan. Of ik in het nieuwe jaar ook iets heel anders ga schrijven, dat weet ik niet. Daar denk ik nog even over na. Ooit moet er toch nog eens een roman komen of een boek over de tv wereld. Misschien ga ik meer interviews maken of reportages schrijven, want ook de deur naar BM blijft gewoon open. Tips en suggesties zijn welkom. En als jij nog een columnist zoekt, dan wil ik altijd met je meedenken.






 


zaterdag 24 oktober 2020

livestream

Dit weekend staat mijn 80e column uit de reeks ‘Point of View’ in BM, hét mediavakblad van Nederland. De titel is deze maand: ‘livestream’: 

                 

‘Livestream’ is het toverwoord dat onze branche door de coronacrisis sleept. Gelijk al in maart hebben veel partijen zich gestort op webcasting en andere vormen van online communicatie met behulp van audio en video. We zijn er inmiddels zo druk mee dat ze zich in Hilversum af en toe al achter de oren krabben, omdat er opeens een tekort is aan goede technici en operators. 

Het schijnt dat er zoveel regiesetjes zijn gebouwd, dat firma’s als Black Magic en Panasonic de vraag naar (remote)camera’s en randapparatuur niet meer aankunnen. We streamen ons suf voor bedrijven, scholen, universiteiten, kerken, muzikanten, kunst- en cultuurinstellingen of evenementen die hun publiek nu niet op een normale manier kunnen bereiken. 

Zelf heb ik inmiddels ook ontdekt dat er nog een hele wereld buiten Omroepland is. Wie zich een beetje wil aanpassen kan daar veel plezier beleven. Je moet nieuwe opdrachtgevers soms een beetje helpen, want zij kunnen nog niet altijd inschatten wat er komt kijken bij het produceren van een afwisselende talkshow, een flitsende online productpresentatie, de registratie van een evenement of een boeiend webinar voor het personeel. 

Zolang je out-of-the-box denkt en zoekt naar creatieve oplossingen, kom je tot verbluffende resultaten. Het is grappig om te zien hoe er nu, deels ook onder druk, slimme constructies worden bedacht. Met een kleinere crew en goedkopere middelen draaien we producties, waarvan we een paar maanden geleden nog riepen dat het onmogelijk was. 

Zelf ben ik op het moment druk met zeven livestreams van klassieke concerten die philharmonie zuidnederland ten tonele brengt. Het kwam op mijn pad, nadat iemand gezien had dat ik een schoolmusical aan het streamen was. Nu heb ik naast camerawerk ook opeens de rol van livestreamproducer. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Sinds maart heb ik deze Pippi Langkoushouding noodgedwongen aangenomen, maar het levert een hoop nieuwe inzichten op. Het is een uitdaging om met beperkte middelen en nieuwe werkwijzen toch een professioneel product aan te bieden. Zo was ik bijvoorbeeld altijd wars van remote camera’s, tot ik dit voorjaar ontdekte dat met deze apparaten projecten te realiseren zijn, waar in het verleden geen budget voor was. Het komt dus niet in de plaats van onze meer traditionele manier van werken, maar het biedt juist mogelijkheden en interessante perspectieven. 

Daarbij heb je altijd weer vakmensen nodig om te komen tot resultaten om trots op te zijn. Dus levert het werk op. Niet alleen voor handige jongens en meisjes, maar ook voor ervaren professionals en specialisten die weten hoe je met een klant om moet gaan en hoe je verwachtingen moet managen. 

Een vaccin zal straks niet alleen het coronavirus bestrijden, maar ook voor een deel de pandemie van livestreams waar we momenteel midden in zitten. Toch is dit fenomeen niet voor iedereen in de AV sector een tijdelijke bezigheidstherapie. De betere webinars, livestreams en andere vormen van webcast behouden ook na het coronatijdperk hun bestaansrecht.





zaterdag 2 mei 2020

risiconemers versus risicomijders

dagboek - ZZP’er in crisistijd 
(nr. 24 / dag 51)

Ergens op internet las ik een interessante column van Annemarie van Gaal, die schreef over twee soorten mensen: de risicomijders en de risiconemers. Ze rekende mensen met een vast salaris tot de groep die van nature is geneigd om risico’s te vermijden. Daartoe behoren volgens haar ook de politici, virologen, wetenschappers en bankiers die op dit moment de koers in ons land bepalen. De risiconemers zijn alle ondernemers die geld en energie hebben gestoken in het opbouwen van hun bedrijven. Mensen die weten dat ze met lege handen staan als het mis gaat. Zij zorgen voor veel werkgelegenheid en zijn zo de motor van onze economie.
De rest van het verhaal ging over looncompensatie, maar bij mij bleef vooral het idee hangen van de risicomijders en risiconemers. Dat kan je zo doortrekken naar de omroepwereld. Die wordt volgens mij ook voor een belangrijk deel geregeerd door mensen die aan het eind van de maand keurig hun salaris gestort krijgen. Mocht het onverhoopt mis gaan, dan kunnen zij gewoon aanspraak maken op een werkeloosheidsuitkering. Voor deze mensen is de huidige crisis vervelend, maar niet perse een aanleiding om zo snel mogelijk op zoek te gaan naar nieuwe wegen. Ik kan me zelfs voorstellen dat er mensen tussen zitten die het niet zo erg vinden als alles even in een lagere versnelling draait.
Ondertussen zitten de ondernemers, die afhankelijk zijn van opdrachten bij de publieke en commerciële omroepen, met de handen in het haar. Menig producent of eigenaar van een facilitair bedrijf heeft slapeloze nachten over de omzet die ze mislopen en de facturen, huren, aflossingen of salarissen die gewoon betaald moeten worden. Daarnaast heb je nog een heel leger aan ZZP’ers die afhankelijk zijn van omroepen, producenten en facilitaire bedrijven en waarvan ook het merendeel thuis duimen zit te draaien in afwachting van nieuwe projecten.
Ik wil zeker niet zeggen dat de risiconemers goed zijn en risicomijders minder. Zelf zit ik er namelijk een beetje tussenin. Voor de risico’s die bij het bestaan als ZZP’er horen heb ik bewust gekozen, maar ik heb nooit geïnvesteerd in apparatuur, panden of personeel. Heel braaf heb ik een buffertje opgebouwd en dus voor de veilige weg gekozen. Ik maak dan ook een diepe buiging voor alle eigenaren van bedrijven die écht ondernemen door hun eigen geld te investeren en die nu genoodzaakt zijn om creatieve oplossingen te bedenken. Zo zag ik dat de firma Egripment, waar ze beroemde cameracranes maken die normaal gesproken wereldwijd verkocht worden, zich nu toelegt op het maken van prachtige plexiglas Coronaschermen voor kappers, horeca en ook voor regiewagens. Ze moeten iets. Ik noem dat ondernemerschap. Snel schakelen als het moet.
We kunnen niet veel langer stil staan. We moeten vooruit. Ook in een 1,5 meter samenleving kunnen we veel meer dan er nu gebeurt. Als de bouw door kan, dan kunnen wij het ook. We vormen een cruciale sector. De kijker is het inmiddels zat om uitsluitend te kijken en luisteren naar coronaverhalen. Wij kunnen ze vermaken en er voor zorgen dat ze af en toe even aan iets anders denken. Het kan aan mij liggen, want ik sta tegenwoordig wat verder van Hilversum af dan in betere tijden, maar volgens mij worden er nu bij lange na niet genoeg initiatieven op dat gebied genomen. 
Voor onze branche zou het juist heel goed zijn als met name de publieke en de commerciële omroepen er weer snel een tandje bij zetten en zo gauw mogelijk extra programma’s gaan bestellen. Het helpt de sector enorm als zij stoppen met alle herhalingen en juist investeren in nieuwe grootse projecten. Laten we Dominoday in versneld tempo van stal halen. Het WK paalzitten kan ook. Eerder stelde ik voor om onze kunstenaars elke dag een podium te bieden en we moeten niet te lang nadenken over compleet nieuwe formats. Gaan met die banaan. Laat het geld rollen en red onze sector. Voorkom dat bedrijven omvallen die we na de crisis keihard nodig hebben en zorg ervoor dat ervaren freelancers zich niet genoodzaakt voelen om het schip te verlaten nu het water maakt. Waak ervoor dat alle onmisbare kennis behouden blijft. Daarom moet er heel snel gas gegeven worden. Laten we creatief zijn. Niet denken in beperkingen, maar op zoek naar mogelijkheden. Liever vandaag dan morgen. We moeten nu de risico’s niet mijden, maar ze juist nemen.




zaterdag 28 maart 2020

aan tafel

Vandaag geen nieuwe episode van het Dagboek van een werkloze ZZP'er, maar mijn column uit Broadcast Magazine. In de reeks Point of View schrijf ik maandelijks over mijn avonturen als cameraman. Deze column heb ik geschreven en ingeleverd vóór de coronacrisis losbarstte. Hij is gepubliceerd in het aprilnummer van BM, die dit weekend bij de abonnees op de mat ligt:


Aan Tafel!
Beau van Erven Dorens probeerde het in september nog even. Hij begon zijn late night talkshow dapper in een Amerikaans decor met een desk en een bankje, maar al na een paar weken liep hij met een meetlint door de studio van Pauw. Dezelfde avond klom hij live in de uitzending van De Wereld Draait Door op de tafel om deze op te meten, nadat Marc-Marie Huijbregts adviseerde om dat bureautje op Marktplaats te zetten. Twee dagen later stond ook in de studio van Beau een grote ovale tafel. Het zou de dynamiek van de gesprekken ten goede komen. 
In het buitenland zitten talkshowgasten vaak op een bank of op een stoel, maar in Nederland kiezen praatprogramma’s voor de veiligheid van een tafel. Decorontwerpers hebben de afgelopen jaren heel wat verschillende talkshowtafels afgeleverd. Voetbal Inside, Nieuwsuur, Formule1 Café, Jinek, Buitenhof… Het is me niet gelukt om alle tv-tafels te tellen, maar ergens tussen de vijftien en twintig kom je al gauw. Soms moesten tafels in rap tempo worden gemaakt of aangepast. Andere tafels kennen we al jaren. Het vertrouwde tafelblad van Pauw staat inmiddels in de opslag, maar van het onderstel wordt nog dankbaar gebruik gemaakt bij Op1. Ik hoorde dat deze nieuwe tafel vanwege zijn formaat ‘de landingsbaan’ wordt genoemd. Voor cameramensen is het echter prettig werken, omdat je de ruimte hebt. Bepaalde ‘kenners’ missen weer de intimitiet. Arjan Lubach nam zelfs een verrekijker mee naar de studio om de presentatoren van dichtbij te kunnen zien. 
Bij andere programma’s zitten de gasten dichter op elkaar en is het voor cameramensen soms een gevecht op de vierkante millimeter om goede mediumshots te maken. De vorm en het formaat van de talkshowtafels is bepalend. De ene is te klein, de ander te rond. Het helpt niet als er veel personen aan tafel zitten. De lengte en omvang van deze mensen speelt een rol en de vraag of ze precies op hun ‘merkje’ zitten. De presentator mag niet te ver naar voren leunen en hoe verder de camera’s van de tafel af staan, hoe lastiger het wordt. Het maken van een prettig talkshowmedium is een hele wetenschap. Er moet vaak een monitor op de achtergrond te zien zijn en de content daarop is ook nog eens bepalend. Shots die je de ene avond makkelijk kan maken lukken de volgende avond niet. Voor cameramensen en regisseurs is het soms gekmakend als een presentator op het puntje van zijn stoel zit of als een gast opeens gaat hangen.
Helaas moeten we van de meest iconische talkshowtafel uit de Nederlandse omroepgeschiedenis afscheid nemen. Of de tafel van De Wereld Draait Door mooi was, daarover kan je twisten, maar camera technisch was hij uiterst praktisch. Ook het feit dat de gasten per onderwerp aanschoven maakte het visueel lekker behapbaar. Jammer genoeg zal Matthijs van Nieuwkerk de legendarische woorden ‘Aan tafel!’ niet meer dagelijks uitspreken. Ik ga het missen. Niet alleen als kijker, maar ook als cameraman. Hopelijk blijft de tafel bewaard als museumstuk.




donderdag 30 januari 2020

2400

Sinds juni 2005 schrijf ik stukjes op deze website. Het begon als een soort online dagboek, in een tijd dat we Facebook en Instagram nog niet gebruikten. Zelfs van Hyves had ik nog nooit gehoord. Wel hadden mensen in mijn omgeving een weblog. Ik schreef sinds mijn reizen met Boudewijn Büch in 1998 al dagboeken en dacht bij het zien van al die blogposts: ‘dat kan ik ook.’ 
Nu, een kleine vijftien jaar later, zijn die weblogs al lang weer verdwenen, maar ik ben er nog! Stomweg nooit gestopt. De laatste jaren publiceer ik niet meer dagelijks en soms is het hier een paar weken stil, maar er is altijd weer verse inspiratie om te schrijven. De stukjes gaan meestal over mijn werk als cameraman of het zijn columns over de mediawereld waarin ik me begeef. Het schrijven is een uit de hand gelopen hobby. Ik doe het voor mezelf. Het is een prettige bezigheidstherapie, al moet ik ook eerlijk bekennen dat positieve reacties verslavend werken. Het levert me een hoop grappige mails en gesprekken met interessante mensen op. Ik krijg de gekste vragen of verzoeken. Er zijn opdrachtgevers die mij dankzij deze weblog weten te vinden. 
Vanaf 2012 schrijf ik ook columns voor het mediavakblad Broadcast Magazine. Sindsdien heeft in alle 75 edities een bijdrage gestaan van mijn hand. Telkens ongeveer 600 woorden. De reeks heeft als titel ‘Point of View’. Deze filmterm past als een jas, omdat de stukjes zijn geschreven vanuit het perspectief van een cameraman. 
Deze week ontdekte ik dat mijn vorige blog nummer 2400 was. Een aardige mijlpaal. De teller van mijn website staat inmiddels op 1.279.320 pageviews en dat is toch gemiddeld 500 views per bijdrage.

Er bestaat geen echte definitie van het begrip ‘column’, los van het feit dat het een terugkerende rubriek op een website, in een krant of tijdschrift is. Belangrijk is dat de schrijver volledig vrij is in zijn of haar onderwerpkeuze. Vaak is de aanleiding een actuele gebeurtenis. De vorm en inhoud zijn over het algemeen luchtig, niet al te serieus, speels en persoonlijk. Het is volgens mij de bedoeling om de lezer te raken met een mening, een anekdote of een speciale kijk op een onderwerp. Persoonlijk vind ik dat een column de lezer even aan het denken moet zetten of een glimlach moet opleveren. Een geslaagde column doet het allebei. 
Aan de columns die ik schrijf voor BM besteed ik over het algemeen veel tijd en zorg, maar ook over de stukjes op dit weblog denk ik goed na. Als het klaar is laat ik het meestal nog een paar dagen liggen om het zelf nog eens kritisch te herlezen en eventueel opnieuw te bewerken. Soms laat ik iemand even mee lezen voor ik het publiceer. Ik wil heel graag dat het klopt wat ik schrijf. Dat laatste is hartstikke moeilijk, want wat ik vind, zie of bedenk hoeft natuurlijk niet de mening van ieder ander te zijn. Een tekst kan op allerlei manieren geïnterpreteerd worden. Iedereen leest het vanuit zijn eigen belevingswereld. Dat maakt het wel eens lastig. Sommige zinnen worden niet door iedereen even goed begrepen of gewaardeerd. Soms glijd ik stomweg uit. Dan kukel ik net over de grens van wat leuk of verstandig is. Ik kan me dat als freelancer eigenlijk niet permitteren, maar het is ook te makkelijk om alleen zouteloze stukjes te schrijven. Dus balanceer ik soms een beetje en begeef ik me een enkele keer op glad ijs. 
Toch is de norm dat ik het nooit op de man wil spelen. Kritiek is nooit persoonlijk. Ik noem alleen namen wanneer ik lovend ben. Ik zoek altijd naar een prettige mix van positieve verhaaltjes en stukjes met meer scherpe kantjes. Ik doe mijn best om het iedereen naar de zin te maken. Na een positief verhaal over de ene klant, volgt er vroeg of laat ook een over die andere klant. Daar denk ik echt wel over na. 
Toch hoor ik soms nog dat mensen het minder onschuldig vinden dan ik bedoel. Er is altijd wel iemand die zich toch aangevallen voelt als ik schrijf over de catering, het tijdstip waarop callsheets worden verzonden, de kwaliteit van regenhoezen of over het verdwijnen van de sportreportage. Als ik voorzichtig probeer een spiegel voor te houden kan het toch iemand raken of zelfs kwetsen. Dat vind ik lastig, maar geen reden om te stoppen met schrijven. Wel wil ik iedereen oproepen om je bij mij te melden wanneer je het hartgrondig oneens bent met een schrijfsel. Ik ben nooit te beroerd om iets recht te zetten of om mijn ongelijk toe te geven. Ik weet heus niet alles beter. Soms verdient een tekst alsnog een nadere toelichting en in het ergste geval haal ik een bijdrage offline of schrijf ik een rectificatie.  
Het is pas echt leuk als zoveel mogelijk mensen zich herkennen in de situaties die ik beschrijf en er de lol van inzien. 





vrijdag 11 oktober 2019

Voor de 10e keer op rij naar de Military in Boekelo

Zaterdag is de Military in Boekelo en mag ik voor de 10e keer op rij in opdracht van RTV Oost een dag lang galopperende paardjes volgen. Voor mij is dit een speciale klus. Een vast anker in de agenda; het officiele inluiden van de herfst. Ik doe het ieder jaar weer met veel plezier, ook al werkt het weer niet ieder jaar mee en is het altijd een lange pittige dag. Voor wie precies weten wil hoe deze dag er uitziet heb ik even de blogjes opgezocht die ik de afgelopen 10 jaar over deze heerlijke klus geschreven heb. Dan hoef ik dat niet weer te doen en kan ik nu snel naar bed. Morgen heel vroeg op!

2011 - gekkenwerk
2012 - aanmodderen
2013 - herfst in Boekelo
2016 - woolpower
2017 - hengst





vrijdag 21 september 2018

lekker spontaan en helemaal zichzelf

“Hééééééééy hooooooi halloohoowww! Hoe is het dannnnnn?” 
Met veel kabaal komt er iemand de regieruimte binnen. Ze klinkt nogal... opgewekt. Blijkbaar is het een bekende, want iedereen in de regieruimte ‘hoo-hooit’ overdreven enthousiast terug. Niemand let nog langer op de shots die met bloed zweet en tranen worden aangeboden. En eerlijk gezegd ben ik, hier achter mijn camera, ook een beetje van mijn à propos. Wie is deze dame? Herken ik haar stem?
Ik hoor dat ze de regisseur zoent, de regie-assistente en tot zijn grote schrik ook de schakeltechnicus. Zzzzzzmak, zzzzzzzmak, zzzzzmak. Echte pakkerds. Via de intercom hoor ik bij hun microfoontjes de halve ijzerwinkel rammelen die blijkbaar om haar nek hangt.
Ik weet niet zeker of de dame is gaan zitten of dat ze nog achter de regisseur staat. Aanwezig is ze zeker. Het komt op mij over als zo’n vrouw die zichzelf ‘een beetje gek en lekker impulsief’ noemt. Je kent ze wel.
‘Nou, hoe is het?’ vraagt ze.
‘Ehm… goed, hoor.’ Antwoordt de regisseur, ‘Maar we zitten midden in een opname.’ 
‘Wat éééééénig. Ik vind dit altijd zo’n leuke show dit! Het ziet er zóóóóóóóóów gezellig uit allemaal. En die presentatrice, wat een pláátje! Wie doet haar make-up eigenlijk? Fan-tas-tisch mantelpakje. Echt hoor. En dat decor. Schi-te-rund. Echt waar. Geweldig allemaal! Zo, zo... Héééééééérluk!’
De klemtonen en uitroeptekens vullen de hele regiewagen. Zou deze mevrouw door hebben dat wij hier gewoon serieus aan het werk zijn? Iets met concentratie enzo. Er hangt toch een bordje met ‘On Air’ naast de ingang? Maar niemand reageert geïrriteerd. Kennelijk heeft iemand tegen haar gezegd dat ze altijd welkom is. Misschien is ze wel belangrijk. Iemand van de zender of een hooggeplaatste tante van de productiemaatschappij. 
De schakeltechnicus is de eerste die zich herpakt en door gaat met waar we voor gekomen zijn: ‘Attentie twee. En twee.’ Voor het eerst in een halve minuut wordt er naar een andere camera geschakeld. Mijn collega op camera 3 kan even adem halen. De arme handheldspecialist heeft al die tijd geprobeerd om een steady shot te houden. Ik zie vanuit een ooghoek dat hij zijn rug even moet rechten.
Aan de andere kant van de camerakabels kakelt het gewoon verder. Pok pok pok.
‘Zeg, hoe is het eigenlijk met je vrouw en met de kinderen? Heb je gehoord van Albert en Evert? Wist je dat Anita weg gaat? En Loes, die is helemaal ingestort na dat gedoetje in de Westergas. Ik hoorde dat ze zelfs bij een psychiater is geweest…’  
Je zou denken dat deze mevrouw niet in de gaten heeft dat er twintig man meeluisteren. Iedereen die bij de opname betrokken is heeft een headset op of een ‘oortje’ in en hoort wat er in de regieruimte gezegd wordt. Toch denk ik ook niet dat we hier te maken hebben met iemand die voor het eerst een regiewagen binnen stapt. Zulke mensen zijn meestal onder de indruk en zeker tijdens een opname of live uitzending. Die zijn doorgaans stil. Hooguit hoor je ze fluisteren: ‘Wat een boel televisies!’
Uiteindelijk, laten we zeggen na een paar minuutjes, komt de televisietrein weer op gang. De regisseur gaat verder en al snel horen we weer de gebruikelijke aanwijzingen, het knippen in de vingers en het tikken met een pen op de regiedesk.
Even is mevrouw stil. Overdonderd misschien. Maar als je goed luistert kan je heel langzaam het kwartje horen vallen. Niemand reageert op haar teksten. Hier en nu is er geen tijd om even gezellig met haar te beppen.
Dan zegt ze: ‘Nou ehm... ik ga maar weer eens. Jullie moeten door. Dat snap ik. Ik ga natuurlijk niet storen. Dus ehm... doei! Aju. Was leuk. Dag dag. Kusjes…’
Eindelijk keert de rust en de concentratie terug, maar dan… nog heel even… komt ze terug. 
‘Groetjes aan je vrouw en kinderen nog, hoor. Nou, doei doei. Dag hoor! Daahaaaag.’
Met veel kabaal rammelt ze aan de deur.
‘Duwen!’ Zegt iemand. Dan rinkelt ze naar buiten. Haar hakjes doen van tik tak tik tak en met een harde knal valt de deur dicht.