Posts tonen met het label ezeltje prik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ezeltje prik. Alle posts tonen

zaterdag 2 juli 2022

2500

 

Dit is mijn 2.500e blogpost!

Op 1 juni 2005 heb ik op deze website mijn eerste bericht gepubliceerd. De naam Reinonline heb ik die dag verzonnen en ook de layout is in de loop der jaren slechts op kleine punten aangepast. In die tijd begon iedereen zijn of haar eigen weblog. Een blog was de voorloper van social media. De meeste bloggers waren ook alweer vrij snel klaar met deze trend of ze stapten na verloop van tijd over op Facebook, maar ik ben hier blijven schrijven. Vooral omdat ik het leuk vind om te doen. Het is een uit de hand gelopen hobby.

Deze website heeft in al die jaren meer dan 2 miljoen bezoekers getrokken. Er is een fijne harde kern van trouwe volgers. Gemiddeld wordt elk verhaal tussen de 500 en 600 keer gelezen. Los van het feit dat ik heus wel eens flink ben uitgegleden, zijn de reacties die mij bereiken over het algemeen positief. Als ik een tijdje niks plaats, dan krijg ik klachten. Dat zorgt natuurlijk voor extra motivatie, maar ik heb vooral zelf veel plezier tijdens het schrijven. Het is mooi meegenomen dat anderen er ook lol aan beleven.

De leukste stukjes schrijven zichzelf. De beste verhaaltjes staan over het algemeen zo in de steigers, maar soms is het ook echt even ploeteren om tot een samenhangend betoog te komen. Er zijn periodes waarin ik niet zoveel ideeën heb, maar mijn leven als cameraman levert nog steeds voldoende inspiratie op. Lang niet alles kan of wil ik opschrijven. Het mag soms best kritisch zijn of een beetje schuren, maar de algemene teneur van deze site moet positief zijn. Ik wil dat het over de liefde voor mijn mooie vak gaat en het is nooit de bedoeling om iemand persoonlijk aan te vallen. Soms is dat wel eens jammer, maar ik wil niet dat mensen die met mij werken zich druk maken over het feit dat ik wel eens een vervelend stukje over ze zou kunnen schrijven. Dit weblog moet vóór mij werken, niet tegen me.

Het schrijven heeft me best veel gebracht. Zo mocht ik een tijdje stukjes schrijven voor het gratis maandblad ‘Ezeltje Prik’ en zeven jaar lang was ik vaste columnist voor het mediavakblad Broadcast Magazine. Ik heb ook heel wat (web)teksten geschreven in opdracht van bedrijven en collega’s. Interviews gedaan met mensen die ik hoog heb zitten en mijn blogs hebben er zeker keer toe geleid dat ik gevraagd werd voor aansprekende opdrachten. Zo kwam ik op de gekste plekken terecht en kreeg ik kansen waarvan ik nooit had durven dromen. In de coronatijd schreef ik veel waardoor opdrachtgevers aan mij dachten en ik al snel weer opdrachten kreeg. Het loont om met enthousiasme over je vak te schrijven.

Een van de hoogtepunten in al die jaren was toch wel de open brief die ik schreef aan Staatssecretaris Wiebes naar aanleiding van de totaal mislukte Wet DBA. Dat stuk is meer van 96.000 keer aangeklikt. Het leidde er onder andere toe dat ik werd uitgenodigd om te spreken voor vaste kamer commissie die over ZZP-zaken ging. Ik werd gevraagd om met hooggeplaatste mensen van de Belastingdienst te spreken. RTL Nieuws kwam mij interviewen, ik sprak verschillende Kamerleden en uiteindelijk werd de wet in de ijskast gezet. Dat was natuurlijk niet alleen mijn verdienste, maar ik heb op mijn manier wel duidelijk gemaakt dat er een onwerkbare situatie ontstond. Later werd ik uitgenodigd voor verschillende gesprekken met de nieuwe minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees en met de staatssecretaris van Financiën Menno Snel. Mijn avonturen als ‘eenmansvakbond voor ZZP’ers’ werden een terugkerend feuilleton op dit weblog.

Er is me vaker gevraagd wanneer er een boekje uitkomt met mijn columns. Op zichzelf zou ik dat best willen, maar het kost veel tijd om die verhalen te selecteren en waar nodig te herschrijven. Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Daarnaast moet je een boek minimaal 1.000 keer kunnen verkopen om het uitgeven rendabel te maken. Zoveel fans heb ik nou ook weer niet. Voor deze gelegenheid had ik me ook voorgenomen om een top 10 samen te stellen met leukste columns, maar zelfs dat is jammerlijk mislukt. Het ‘doorbladeren’ van 2.500 stukjes is best een werkje. 

Voorlopig typ ik vrolijk verder. Ik zou willen dat de stukjes vaker om te lachen zouden zijn en ik ben soms jaloers op de scherpe pen van andere schrijvers. Er is heus nog genoeg om te ontwikkelen en te leren voor ik aan een roman begin of aan een echt boek. Tijd is een issue, maar onderwerpen zijn er genoeg. Op naar de 3.000!





zondag 3 april 2022

ZZP tarieven in Omroepland... (een reactie op persbericht FNV)

 

Deze week deelde vakbond FNV een persbericht met als titel ‘Tarieven freelancers publieke omroep gaan omhoog’. Het bericht werd letterlijk overgenomen op de site van BM en door de populaire Facebookgroep Mediaborrel. Zo verscheen het een paar keer in mijn social media tijdlijnen. Op de een of andere manier krijg ik altijd jeuk zodra FNV zich bemoeit met ZZP’ers. Ook nu kan ik het niet laten om op dit verhaal te reageren.   

 

De bond schrijft dat ZZP’ers, die binnen de publieke omroep werkzaam zijn, hun tarieven mogen verhogen. Dat is lief. Het vastgestelde minimumtarief stijgt dit jaar met 3% en het volgend jaar nog eens met 2%. Wie boven het minimum werkt, kan vanaf 1 april 1,8% meer in rekening brengen.

Zou het een 1 aprilgrap zijn of heeft FNV serieus namens alle ZZP’ers met de omroepen onderhandeld? En waar komt die 1,8% vandaan? De inflatie in Nederland over 2021 was 2,7% en voor 2022 gaan we nu uit van een inflatie van 5,5%. Ik kan FNV dus niet bepaald feliciteren met het behaalde onderhandelingsresultaat. Los van de vreemde timing, zo midden in het boekjaar.

Maar de vraag is natuurlijk wie de tarieven van freelancers heeft gekoppeld aan de Omroep CAO, wanneer en waarop is deze koppeling en het daarbij horende ZZP-tarief gebaseerd? Als het goed is zijn er geen vastomlijnde tarieven voor freelancers. Dat zou immers in strijd zijn met het principe van zelfstandigheid.

Het enige goede dat ik lees in dit persbericht is dat de vakbond freelancers aanmoedigt om altijd te onderhandelen over hogere tarieven, maar daarna komt gelijk een heel gek zinnetje. De vakbond schrijft: Wat ons betreft geldt ‘Gelijk loon voor gelijk werk.’ ZZP’ers krijgen helemaal geen ‘loon’! Zo blijkt maar weer eens dat ze bij FNV niet zoveel begrijpen van het fenomeen ZZP’er. Dat zou niet erg zijn als ze zich niet met ZZP’ers zouden bemoeien en als ze met hun communicatie de minder goed geïnformeerde freelancers niet op het verkeerde been zouden zetten.

 

ZZP’er staat voor Zelfstandige zonder Personeel. Dat betekent dat je geen salaris krijgt, maar een vergoeding voor de diensten die je levert. Je betaalt omzetbelasting en inkomstenbelasting. Daarnaast ben je zelf verantwoordelijk voor een arbeidsongeschiktheidsregeling, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een spaarpot voor je pensioen. Je moet een buffer opbouwen voor mindere tijden en voor vakantieperiodes. Als je (even) geen werk hebt, dan heb je géén recht op een uitkering. 

Een zakelijk gezonde ZZP’er streeft naar zelfstandigheid in zijn of haar werk en naar continuïteit door te werken voor meerdere opdrachtgevers. Je moet er bewust voor kiezen om als freelancer door het leven te gaan. Zie het als een way of life. Wie niet tegen alle verantwoordelijkheden en de ondernemersrisico’s van deze zelfstandigheid kan, die kan beter solliciteren naar een vaste baan of kiezen voor een tijdelijk contract.

Bij ondernemen hoort ook dat je administratie op orde is, je moet facturen sturen en onderhandelen met opdrachtgevers over het tarief. De freelancer bepaalt zelf wat zijn prijs is en niet de opdrachtgever. Net zoals een bakker degene is die aangeeft wat een brood moet kosten. Het begint met op een rij zetten wat de zakelijke kosten zijn, hoeveel je nodig hebt voor levensonderhoud en welke ‘winst’ je wil maken om een gezonde buffer op te bouwen. Dat zet je af tegen het aantal dagen of uren waarin je dat bedrag bij elkaar kan werken. Zo kom je tot een tarief. Dat zal altijd een stuk hoger zijn dan het brutosalaris van iemand met een vergelijkbare functie die in dienst is, gedeeld door het aantal uren dat deze persoon werkt. Dus helemaal geen gelijk ‘loon’ voor gelijk werk. 

Verder moet je nadenken over randvoorwaarden die voor jou als ZZP’er belangrijk zijn. Denk aan kilometervergoedingen (van 19 cent kan je geen autorijden) en andere onkostenvergoedingen, maar bijvoorbeeld ook wat te doen met overuren of last minute annuleringen. Natuurlijk moet je ook helder hebben wat jij voor dat bedrag kan leveren. Onderhandelen is niet ingewikkeld als je een goed verhaal hebt: Als je weet wat je kan, staat voor je zaak en als jij je ook kan verplaatsen in de positie van je opdrachtgever. 

Het is belangrijk om te weten wat je collega freelancers doen. Als freelancer mag je onderling weldegelijk informatie over je tarief delen. Ga er over in gesprek en zorg dat je goed geinformeerd bent.

Zeker in onze branche heeft dit allemaal niets te maken met meer geld verdienen. Ik word altijd narrig als mensen de ZZP’ers ‘zakkenvullers’ noemen, want dat zijn ze zeker niet. Dagprijzen zijn stevig, omdat de kosten hoog zijn. Maar kijk eens naar het tarief van een schilder, stukadoor of automonteur. Als freelancer houd ik niet veel meer over dan toen ik nog in vaste dienst was. Het voordeel zit hem erin dat ik gelijk boter bij de vis krijg als ik in een periode harder werk en veel overuren maak. Ik vind het zelf leuk om te freelancen, omdat ik zo bij meer bedrijven in de keuken kan kijken en omdat ik mijn eigen planning iets meer in de hand heb. Het feit dat ik mezelf moet blijven ‘verkopen’ houdt mij scherper.

Terug naar FNV. Wat me tegenstaat is dat ze met dit persbericht de indruk wekken dat deze verhoging een voldongen feit is. Minder goed geïnformeerde freelancers en opdrachtgevers kunnen de indruk krijgen dat dit is waar ze zich aan moeten confirmeren, terwijl veel freelancetarieven de afgelopen jaren door de coronacrisis ook al stil gestaan hebben. Dan ga je er met een verhoging van een paar procenten dus eerder flink op achteruit. Zelf heb ik aan het begin van dit boekjaar mijn tarief met 5% verhoogd. Ik heb geen opdrachtgever horen mopperen, nadat ik helder heb uitgelegd waarom ik dit deed. Het komend jaar vrees ik dat we aan 2% niet genoeg hebben, dus het is vreemd om daar nu al afspraken over te maken. 

Daarnaast hebben we nog steeds te maken met regelgeving en de Wet DBA, waardoor we als freelancers moeten blijven waken voor die verdomde ‘gezagsverhouding’. Als een vakbond en opdrachtgevers onderling afspraken maken over onze tarieven, dan geeft dit niet een beeld van zelfstandige ZZP’ers. Dus wil ik aan FNV vragen of ze ons met rust willen laten. Regel een goede branche CAO voor collega’s die in vaste dienst zijn, maar laat de freelancer zijn eigen boontjes doppen. 





woensdag 14 december 2011

hofnarretje

Het is een stormachtige dag in december. We zijn in Amsterdam voor het actualiteitenprogramma 1Vandaag. Om precies te zijn op het Smaragdplein. Bij een van de vestigingen van kinderdagverblijf Het Hofnarretje, dat tegenwoordig Vlinderheuvel heet. Dit is (als ik het goed begrepen heb) een van de plekken waar Robert M. werkte, de man die precies een jaar geleden ontmaskerd werd als grootmisbruiker. Wij zijn hier, omdat de zaken nog steeds niet op orde zijn. Dat is nieuws.
We gaan naar binnen. Ik in mijn rol als cameraman, maar hier kijk ik toch vooral rond als vader van twee kleine kinderen. En misschien een heel klein beetje als tekstschrijver voor PrimaOuders.nl. Op tafel ligt een dik pak gratis tijdschriften met mijn vrolijke column. Nog niet uitgepakt, maar daarover durf ik hier en nu niet te beginnen.
De locatie aan het Smaragdplein doet momenteel dienst als kantoor. Het zijn drie ruimtes. Een grote centrale ruimte en twee kleine ruimtes achterin, die waarschijnlijk ooit dienst deden als slaapkamer en waarvan er eentje tegenwoordig is ingenomen door de interim directeur. In de grote centrale ruimte staan een paar bureaus, er is een klein keukenblokje, een soort wastafel en in een hoek zijn drie schattige kindertoiletjes. De wanden zijn beschilderd met kabouters, elfjes en hier en daar een kikker. Op een schap ligt nog een stapeltje briefpapier van Het Hofnarretje.
Hier is veel gebeurt. Ook het afgelopen jaar. Maar het verbaasd mij dat niet alle sporen, die nog verwijzen naar het tijdperk van Robert M., zijn gewist. Waarom is er geen pot verf op de wanden gesmeerd? Waarom zit de directeur in een roze kamertje? Hoe kan je van leidsters, die zoveel hebben meegemaakt, verwachten dat ze in deze ruimte gewoon komen werken? Hoe kan je hier ouders ontvangen?
Armoede.
Ik kan er niks aan doen, maar probeer me de hele tijd voor te stellen waar en hoe die gek heeft toegeslagen. Hoeveel kinderen zijn misbruikt op deze plek? Ik voel me een beetje ramptoerist, maar ik kan de knop met geen mogelijkheid omzetten. Tussen de verwarrende gedachten door licht ik twee setjes uit en nemen we een interview op met de interim directeur en een gesprek met een van de leidsters.
Op weg hier naartoe heb ik me hardop afgevraagd hoe het in hemelsnaam kan dat een deel van de ouders met hun kind bij dit kinderdagverblijf is gebleven en hoe het kan dat niet alle leidsters zijn vertrokken. Door het gesprek met die lieve en betrokken medewerkster begrijp ik het inmiddels een beetje. Wat zij een jaar geleden hebben meegemaakt, in de dagen nadat het schokkende nieuws bekend werd, moet de hel op aarde zijn geweest. Waarschijnlijk hebben ze zich er samen met die ouders doorheen geslagen. Dat schept ook een band.
Nog steeds is er gedoe (met de eigenaar), waardoor de pers dit kinderdagverblijf niet met rust laat. Dan is er nog de rechtzaak tegen Robert M.
We filmen op een andere locatie, aan de van Woustraat. Ook hier krijgen we geen kinderen te zien en dat is prima. Wel maak ik beelden van de centrale ruimte. Ik word er niet bepaald vrolijk van. Dit kinderdagverblijf heeft al lang geen groot onderhoud meer gehad. Natuurlijk hebben leidsters en kinderen hard gewerkt aan tekeningen die het enigszins gezellig moeten maken, maar juist de leidsters die hier werken, de ouders en kinderen die bij dit kinderdagverblijf komen verdienen mijns inziens een betere plek. Nieuwe meubeltjes, verse verf, frisse vloeren en desnoods een compleet vernieuwde indeling van de ruimten. Rust en reinheid.
Daarom moet deze organisatie zo snel mogelijk van de huidige eigenaar af. Die houdt alles tegen. En er moet geld ingepompt worden. Ze moeten letterlijk met een schone lei kunnen beginnen. Als ik burgemeester van Amsterdam was had ik al lang een klusteam op alle vestigingen van het voormalig Hofnarretje afgestuurd. En een lintje voor alle leidsters. Alleen ben ik geen burgemeester en ik ken niet alle details. Ik ben maar gewoon cameraman... (en papa). 



sitestat

zondag 20 november 2011

columnist

De  nieuwe PrimaOuders.nl is uit en deze keer zijn ze gelukkig niet vergeten om mijn column te plaatsen. Op pagina 49, van het gratis tijdschrift dat zes maal per jaar verschijnt en wordt verspreid via kinderdagverblijven, staat een verhaaltje dat ik al enige tijd geleden schreef. Ondanks het feit dat dit blad 345.000 lezers heeft, vrees ik dat niet al mijn vrienden en bekenden de PrimaOuders.nl (voorheen Ezeltje Prik) in handen krijgen. Vandaar dat ik de column ook hier maar even publiceer.

verliefd
‘Kan een mannetje van drie al echt verliefd zijn?’, vroeg Natascha zich oprecht af. Art was nog niet zo lang bij het kinderdagverblijf en in eerste instantie erg stil en verlegen. Maar leidster Natascha was zijn alles.
Na binnenkomst bij Okido rende hij direct naar de deur van Kikker om te kijken of ‘Tascha’ er was. Als hij haar gezien had was het goed. Was zij er (even) niet dan werd meneer onrustig. Eenmaal binnen was hij eigenlijk weer te bescheten om direct op zijn grote vriendin af te stuiven.
Dat Art het goed kon vinden met Natascha werd thuis natuurlijk ook benadrukt. Al was het alleen maar om hem over de drempel heen te helpen als hij liet blijken dat hij geen zin had om naar het kinderdagverblijf te gaan. ‘Maar we gaan naar Natascha!’ zeiden wij dan. En vaak hielp het nog ook.
Uiteindelijk ontstond een aandoenlijke situatie. We hoorden dat hij haar steeds stralend stond aan te kijken en als zij dan keek dook hij snel weg. Hij werd stil van haar. Vond het fijn om bij haar in de buurt te zijn, maar was te verlegen om enige actie te ondernemen. In ieder geval voor zover wij, zijn ouders, het konden zien. Als we hem ophaalden bij Okido durfde hij nauwelijks afscheid van zijn favoriete leidster te nemen. ‘Dag’ zeggen was al teveel gevraagd. Dan kroop hij snel in papa’s of mama’s armen en verstopte zich achter zijn of haar hoofd.
Het was een fase, maar ik denk dat je het echt een soort van verliefdheid mag noemen.
Inmiddels heeft Art het kinderdagverblijf ingeruild voor de grote school. Aan het eind voelde hij  zich helemaal op zijn gemak bij Okido. Ook met de andere leidsters had hij reuze veel plezier. Alleen heeft Natascha nog steeds een bijzonder plekje in zijn hart. Zelfs nu nog, als we zijn zusje komen brengen of halen, kijkt hij elke keer weer of ze er is.
Oude liefde roest niet.


maandag 25 april 2011

tweede paasdag

Het is een super drukke maandag. Om knettergek van te worden. Maar moeder heeft ons gerust gesteld. Dit doen we eens in het jaar. Ze zegt dat het hier na vandaag weer lekker stil en rustig zal zijn. Dan zijn we weer gewoon onder elkaar.
Het is een gekkenhuis. Daar moeten we gewoon even doorheen, ook al is het behoorlijk zenuwslopend. Om mij heen zie ik al mijn vriendjes, neven en nichten, broers en zussen nerveus reageren. We krijgen een overkill aan aandacht. ‘Laat het over je heen komen’ mekkerde iemand, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Iedereen wil even aan ons zitten. Alsof we godverdomme beroemdheden zijn.
De een is nog best lief en voorzichtig, maar de ander behoorlijk ruw of zelfs lomp. En je kan het ze niet kwalijk nemen. Ze weten niet beter. Wij zijn jong en komen net kijken, maar zij in feite ook. Kinderen noemen ze dat. Niet bepaald mak als een lammetje.
Hier komen stad en platteland bij elkaar. Daarom alleen al moet het even, een dag in het jaar. Niet alleen voor de omzet, maar ook voor het wederzijds begrip. Er is nog heel wat uit te leggen aan die stadse types. Bijvoorbeeld dat ze niet zo’n onverwachte bewegingen moeten maken. Daar schrikken wij namelijk van.
Want ik sta hier wel te doen alsof ik rustig en cool ben maar ondertussen raak ik behoorlijk opgefokt van alle gegil en de drukte. Wat mij betreft mag deze tweede paasdag snel voorbij zijn. Eerlijk gezegd vind ik er niet veel aan. Geen ene reet.
Bêh!
‘Lammetjes aaien’, noemen zij het. Wij hebben het over ‘mensen kijken’.


maandag 14 maart 2011

op mijn sloffen

Ezeltje Prik is een tijdschrift voor Prima Ouders, verschijnt acht keer per jaar en wordt in een oplage van 198.000 exemplaren gratis verspreid via alle kinderdagverblijven. Sinds een tijdje schrijf ik columns voor dit blad over mijn dagelijkse beslommeringen als papa van Art en Imme. Voor de lezers van deze weblog die geen kinderen op een kinderdagverblijf hebben en voor zij die vergeten zijn om de laatste Ezeltje Prik mee te nemen, hier mijn column uit nummer 1 van 2011:

Is het zo’n ochtend?
Het regent, we zijn al laat en voor de deur van Okido staan de auto’s dubbel geparkeerd. Er is geen doorkomen aan. Persoonlijk heb ik een hekel aan ouders die hun kroost niet lopend of fietsend naar het kinderdagverblijf brengen, maar met zulk weer zijn principes er om overboord te gooien. Bovendien heb ik haast en ik moet dadelijk met de auto verder.
Imme heeft geen zin vandaag en Art weigert uit te stappen zolang ik geen paraplu heb uitgeklapt. Waarom weet hij überhaupt van het bestaan van het fenomeen paraplu? Hij is drie!
Eenmaal binnen gaat het nog steeds niet vanzelf. Beide kinderen moeten de jas en schoenen uit. Slofjes aan. Ook papa moet een soort stoffen sloffen over zijn schoenen trekken, zodat de vloer binnen lekker schoon blijft voor de rondkruipende kinderen. Terecht, maar nu liggen er voornamelijk kleine maten in het mandje. Na wat gehannes kan ik gelukkig een setje overnemen van een andere vader, die al afscheid van zijn kind heeft genomen.
De appel en banaan horen in de fruitmand, de schriftjes op een plank en de knuffels in de kledingmandjes van Art en Imme. Dit rondje maak ik bijna wekelijks, maar niet altijd met aan ieder been een kind. Vandaag natuurlijk wel.
Natascha en Elise, de lieve leidsters, verlossen me. Art krijgt een puzzel en Imme een paar blokken. Opeens heb je geen kind meer aan ze. Zelfs een afscheidskus is in eerste instantie teveel gevraagd.
Ik verexcuseer me voor mijn haast en maak deze ochtend geen praatje met de leidsters. Nog twee keer zwaaien, een keer terug hollen voor een kletsnatte snotzoen en dan trek ik de deur van het kinderdagverblijf achter me dicht.
Het is gestopt met zachtjes regenen. Mijn telefoon gaat, de klok tikt en de ochtendspits van brengende ouders blokkeert het smalle straatje nu helemaal. Ik spring in mijn auto en val midden in de file-informatie. Ook dat belooft niet veel goeds.
Zodra het kan rijd ik weg, om aan het eind van de straat te ontdekken dat de bonte stofslofjes van Okido nog om mijn schoenen zitten.
Het is dus zo’n dag!




Overigens verschijnt deze week nummer 2 alweer, dus opletten bij de uitgang van het kinderdagverblijf!