Posts tonen met het label apollo11. Alle posts tonen
Posts tonen met het label apollo11. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2020

Sjakie en de Chocoladefabriek

Opeens had ik hét. Mijn gouden ticket voor de coronacrisis. Een plan waarmee ik twee gaten kon dichten. Het gat in mijn persoonlijke begroting en een gat in de markt. 

De schoolmusicalvideo. 

Dit idee ontstond eind april bij ons thuis aan tafel, toen mijn kinderen zich hardop afvroegen hoe het verder moest met de musical van groep 8, in tijden van de anderhalve meter samenleving. Een eurekamoment. Ik zou alle basisscholen van Nederland wel even helpen aan een spiffy livestream.

De volgende morgen belde ik gelijk met eventstream deskundige Jan Miltenburg en met mijn geluidsmaatje Peter Westbroek. Er waren namelijk wel een paar technische problemen die ik even moest tackelen. Op basis van deze gesprekken maakte ik een eerste opzet en met de natte vinger een begroting. Die heb ik voorgelegd aan het schoolhoofd en aan de groep 8 leerkrachten van de school waar mijn dochter zit. Ik moest natuurlijk serieus onderzoeken hoe scholen hier tegenaan keken. Zij waren direct enthousiast.

Nu moest ik vaart maken. Het einde van het schooljaar was al in zicht en door de crisis waren honderden leerkrachten hun plannen voor de eindmusical aan het bijstellen. Ik wilde een simpele website bouwen en een kloppende offerte maken voor een technisch format dat ik op alle scholen zou kunnen uitrollen. Mocht het een succes worden dan kon ik op meerdere scholen tegelijk leveren. Het musicalseizoen is immers kort, maar mijn netwerk groot.

Een dag later lanceerde het facilitair bedrijf United de webpagina ‘Red mijn musical’. Zij hadden blijkbaar precies dezelfde gedachte en waren net iets eerder dan ik. Daar baalde ik even stevig van. Nu leek het alsof ik hun idee ging pikken. Gelukkig had ik een paar getuigen en bovendien zijn er basisscholen genoeg in Nederland.

Na het lanceren van de site en het promoten op social media stond de telefoon roodgloeiend. Er waren inderdaad heel veel schoolleiders, leerkrachten en ouders op zoek naar een oplossing voor hun musical. Ik heb mijn visie wel vijftig keer toegelicht. Alle bellers waren direct enthousiast… Tot ik de prijs noemde. Mijn plan bleek veel kostbaarder dan scholen dachten. Ze hadden bijna allemaal een bedrag van een paar honderd euro in hun hoofd voor een goede registratie en een livestream. Het bleek lastig voor ze om op korte termijn de oorspronkelijke plannen aan te passen, om te schuiven met potjes geld, om aan ouders een extra bijdrage te vragen of een sponsor te regelen. Ik had mijn lat hoog gelegd en wellicht te hoog, maar ik vond het plan zo goed dat ik daar niet vanaf wilde wijken. En iets verkopen is natuurlijk ook een vak apart.

Als ik met slechts één camera, twee microfoons en een simpel livestreamprogramma had willen uitrukken, dan had ik tientallen scholen kunnen helpen, maar er zelf vooral stress van gehad en waarschijnlijk was ik dan de rest van de zomer druk geweest met het afhandelen van klachten.

Uiteindelijk bleef er één school over. De school waar ze mij kennen als bevlogen hulpouder en waar ik niet alleen telefonisch mee had overlegd. Samen hadden we goed nagedacht over de beste oplossing voor de musical en alle opties besproken. Door creatief en flexibel te zijn kon het daar wel. Geen theater, wel een video.

Afgelopen vrijdag hebben we op Apollo 11 in De Meern twee musicals opgenomen. Groep 8a aan het eind van de ochtend en groep 8b in de middag. De voorstellingen staan nu online en beleven de volgende week hun première. Daarna kunnen alle opa’s en oma’s, broertjes en zusjes, ooms en tantes de video ook bekijken en de kinderen kunnen hem downloaden om deze unieke ervaring te bewaren voor de eeuwigheid.

We hebben gewerkt met remote camera’s. Dat vond ik nogal spannend, want mijn expertise zit hem juist in bemande camera’s. Maar nu konden we met slechts drie personen een complete registratie maken met vier camera’s en optimaal geluid. Een goede geluidsman, een livestreamtechnicus/camera-operator en een zelf schakelende regisseur die voor het gemak ook de totaalcamera voor zijn rekening nam.

Als je mij begin maart had gezegd dat ik 120 dagen later deze werkwijze zou omarmen, dan had ik je vierkant uitgelachen, maar nu moet ik bekennen dat ik heel veel mogelijkheden en potentie zie. De opnamen zien er, al zeg ik het zelf, buitengewoon professioneel uit. Zeker voor een schoolmusical. Het is bovendien allemaal goed te verstaan en dat is ook een unicum bij een schoolmusical video. Zeker als je bedenkt dat we op de dag zelf niet veel tijd hadden om iets te repeteren of lang met een soundcheck bezig te zijn.

Ik moet ook zeggen dat ik nergens was geweest zonder mijn partners in crime. Jan Miltenburg heeft me ontzettend geholpen met goed advies en professionele apparatuur. Gijs Takken is een briljante livestream technicus en een razendsnelle remote operator. En Edwin Blom is een geluidstechnicus die uit precies het juiste hout is gesneden voor een klus als deze.

Achteraf ben ik blij dat ik mijn schoolmusicalvideo’s niet goedkoper heb gemaakt, want als je dit goed wil doen is het behoorlijk intensief. Nu heb ik een dag van te voren nog zitten kijken naar de generale repetities, maar als je tien musicals op rij doet, dan kan dat natuurlijk niet. Ook is dit de vorm waar ik zelf het meest vrolijk van word. Het levert echt een registratie op waar mensen naar blijven kijken en die kinderen later nog eens terug willen zien. 

Je zou kunnen stellen dat mijn businesscase niet helemaal succesvol was als ik uiteindelijk slechts twee musicals heb kunnen filmen, maar dat zie ik zelf toch anders. Ik heb er veel energie in gestoken en financieel heeft het (nog) niet zo veel opgeleverd, maar ik heb onwijs veel geleerd op allerlei fronten. Iets over het produceren van video’s, iets over livestreams, iets over het verkopen van een idee, iets over het maken van offertes, iets over efficiency en iets over nieuwe technieken. Het heeft me inzicht gegeven in andere denk- en werkwijzen. Daarnaast ben ik lekker bezig geweest, was ik zichtbaar en heb ik ontdekt dat er in mijn netwerk interessante mensen en bedrijven zitten, waar ik de afgelopen jaren te weinig mee heb samengewerkt. 

Ik hoop dat er het volgend jaar een vaccin is en dat ouders dan weer ouderwets mogen snotteren in buurthuizen en aula’s, terwijl hun kinderen op de planken staan te zweten tijdens de eindmusical. Mocht er dan toch nog iemand een hele mooie registratie van zo’n voorstelling willen laten maken, dan weet ik hoe het moet. En als je een diploma-uitreiking, een klein concert, een theatershow, een opening, een herdenking, een cabaretvoorstelling, een bruiloft, een uitvaart of een bevalling op professionele wijze wil streamen, dan mag je me altijd even bellen voor gratis advies. 



woensdag 25 oktober 2017

mongool

Ook ik was zondagavond perplex toen Max Verstappen een tijdstraf van 5 seconden aan zijn raceoverall kreeg voor het, op spectaculaire wijze, inhalen van Kimi Räikkönen in de allerlaatste ronde van de grandprix van Amerika. Ik vond nog dat Verstappen verdacht rustig bleef op het moment dat ze hem vertelden dat hij geen derde, maar vierde was geworden. Heel netjes was het overigens niet van de organisatoren, dat ze wèl in de gelegenheid waren om de Fin van Ferrari helemaal naar het podium te halen, maar dat niemand onze Max even apart kon nemen om hem te informeren over die belachelijke wijziging in de uitslag. Heel de wereld wist wat er aan de hand was, behalve Max. Die vergat pardoes zijn helm en liep beteuterd de trap af richting paddock.
Hoeveel tijd er zat tussen dat wegloopshot en het opgenomen interview bij Ziggo-verslaggever Jack Plooij weet ik niet, maar heel lang kan het niet geweest zijn. De teleurstelling bleek inmiddels omgezet in boosheid en de Limburgse coureur was er kennelijk van overtuigd dat er een mongool schuld had aan deze idiote beslissing. Een eikel, probeerde de interviewer nog. Mongool, herhaalde Max.
Thuis op de bank is het makkelijk om iets te vinden van zulke uitspraken. Het leek mij niet heel diplomatiek en ik wist gelijk dat dit een relletje zou opleveren, maar ik had ook alle begrip voor de woede van Verstappen. Als we allemaal heel afgewogen gaan reageren wordt de wereld wel liever, maar misschien ook saaier. In eerste instantie leek het mij vooral een onhandige uitspraak in de richting van de FIA stewards en ik dacht dat zij heel boos zouden worden. Aan teleurgestelde mongooltjes dacht ik helemaal niet.
De volgende avond las ik dat met name het AD, De Limburger en L1 zich die dag hadden opgewonden over de krachtterm ‘mongool’. De media hadden een woordvoerder van de Stichting Downsyndroom gevonden, die heel keurig verwoordde dat de uitspraak van Max vervelend kon zijn voor mensen met het syndroom van down. Op Twitter en Facebook vond ik een paar reacties van mensen die het jammer vonden dat Max ‘mongool’ gezegd had.
Nu hoor ik je denken, waarom schrijft Rein hier over? Normaal gesproken schrijft hij alleen over de dingen waar hij zelf rechtstreeks bij betrokken is of over zijn belevenissen in de televisiewereld. Nou, dat klopt. Maar ik heb natuurlijk, in een grijs verleden, vaak genoeg samen met Jack Plooij staan ellebogen bij het interviewvierkantje van de Formule1, om vervolgens een mompelende Kimi Räikkönnen op te vangen. Ik kan je zeggen dat je dan heel blij bent als er een keer iemand staat die duidelijk is en niet blijft hangen in politieke onzin. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen moraalridder ben en stiekem wel kon lachen om de ‘mongool’ die bij Max vanuit zijn tenen kwam. Ik heb ook vaak interviews met Jos Verstappen gedraaid, dus ik weet hoe dicht het appeltje bij de boom is gevallen. Je moet de familie Verstappen nou eenmaal niet boos maken, dat kan iedereen weten.
Daarnaast vind ik dat we tegenwoordig wel heel fijngevoelig reageren met z’n allen. Ik weet niet of we er iets mee opschieten als we ons gelijk aangesproken voelen en boos reageren wanneer kanker, homo of mongool een keer in een opwelling buiten de context gebruikt wordt als scheldwoord. Soms moet je ook iets van je af kunnen laten glijden en het zou zeker helpen als de media niet elk potentieel vuurtje overgieten met de hoeveelheid brandstof waarop Max een halve race kan rijden. In een paar Facebookreacties heb ik het dan ook opgenomen voor Max.
Tot…
Tot ik gisterenmiddag mijn wekelijkse rondje als pauzeouder op het schoolplein maakte. Jongens uit groep 7 en 8, die afgelopen zondagavond heus niet om 23.30 uur nog naar Ziggo Sport zaten te kijken, waren elkaar welgemeend en vrij massaal aan het uitmaken voor mongool. Het woord had in anderhalve dag een complete revival meegemaakt. En als het op het schoolplein van de Apollo11 in De Meern zo was, dan vrees ik dat het op bijna alle andere basisscholen in Nederland ook het geval geweest is. Max heeft een voorbeeldfunctie, of hij nou wil of niet. Honderden, zo niet duizenden, leerkrachten en pleinouders zijn deze week druk met het uitbannen van dit nare scheldwoord. Als Max het zegt is het misschien nog net grappig, maar als kinderen massaal elkaar of zelfs hun leerkrachten, trainers, scheidsrechters en ouders welgemeend gaan lopen uitmaken voor mongool, dan is de humor natuurlijk ver te zoeken. Ik geloof daarom toch dat ik aan mijn vriend Jack Plooij ga vragen of hij het komend weekend samen met Max een filmpje kan opnemen met de betere scheldwoorden voor beginners. Een kleine lieve cursus schelden mét gevoel voor humor. Dan denk ik aan woorden als: Oelewapper, flapdrol, pannenkoek, bosbes, watervlo, halve zool of FIA steward. Ik hoor het Max graag zeggen.





woensdag 28 juni 2017

hup juf!

De juf van mijn zoon raakte de kern van veel problemen in het basisonderwijs, toen ze vertelde hoe schuldig zij zich voelde over de geplande werkonderbreking, afgelopen dinsdagochtend. Ze vond het heel erg dat de leerlingen de dupe waren en ouders een ‘opvangprobleem’ hadden. Dit zegt volgens mij veel over de betrokkenheid van al die leerkrachten in het (basis)onderwijs. Altijd eerst aan anderen denken. Het feit dat ze nooit ‘nee’ kunnen of durven zeggen. Er zit geen rem op. Elke vernieuwing moet gelijk worden opgepakt. Als er geen vervanging voor een zieke collega is, stroomt de klas voller dan vol. Iedere leerling heeft tegenwoordig recht op een geheel eigen aanpak en ze moeten alles kunnen verantwoorden. Dagen zonder pauze zijn geen uitzondering. Voorbereiden en nakijken in de avonduren of weekenden ook niet. Ze gaan maar door. Altijd en eeuwig spookt door hun hoofd dat het maar niet ten koste mag gaan van het onderwijs. Als de leerlingen maar niet de dupe worden. Als de leerlingen maar niet de dupe worden…
Dus zijn alle meesters en juffen inmiddels volleerd circusartiesten, die dag en nacht bordjes hoog houden. En stiekem komen er steeds weer nieuwe bordjes bij. Vaak ongemerkt. Dan hebben ze weer iets verzonnen in Den Haag, in de media, bij de MR, de OR, in de lerarenkamer, de bestuurskamer, de directiekamer of in de huiskamer. Telkens komen er kleine of grotere taken bij, maar nooit is er extra tijd. Of geld.
Dus vind ik het heel goed dat de meesters en juffen nu eindelijk eens aan de bel trekken. Zij verdienen een eerlijker salaris en er moet hoognodig gekeken worden naar de werkdruk. Begin nu niet over die lange zomervakanties, want laat ze maar eens uren bijhouden. Dat gebeurt in het onderwijs helemaal niet, maar als alle leerkrachten opschrijven hoeveel ze in werkelijkheid werken en dat afzetten tegen de uren waarvoor ze betaald krijgen, dan schrikken we ons na een jaar kapot. Wat de meesters en juffen voor dit land doen is onbetaalbaar. De politiek moet eindelijk eens kiezen voor de leraar en ophouden met goed zorgen voor die arme bankdirecteur. Kort door de bocht is dat mijn mening. Niet bij de ABN AMRO, maar op school wordt de basis gelegd voor de toekomst van ons land.
Daarom hebben we gisteren met een groot aantal ouders en kinderen van de Daltonschool Apollo11 in De Meern een ‘warm welkom’ georganiseerd voor het team van die school. In het uurtje dat de werkonderbreking slechts duurde is er met stoepkrijt een rode loper op het schoolplein getekend. Kinderen hebben protestborden en spandoeken gemaakt met daarop ludieke opstekers voor hun meester of juf. Een moeder had taarten gebakken, een ander had bloemen geregeld en een handige vader had gezorgd voor een ereboog waar de leerkrachten onderdoor moesten lopen. Daarop stond de tekst: ‘Trots op jullie tot de maan en terug!’
Toen om half tien de leerkrachten naar school kwamen stond er een erehaag van leerlingen en ouders. Met veel gejoel, luid applaus en vijftig confettikanonnen werden ze als echte helden ontvangen. Het was schitterend om te zien dat er gelukkig ook nog veel waardering is voor de passie en liefde waarmee deze lieve mensen in het ouderwijs hun werk doen. Ik kreeg er in elk geval kippevel van. Of is het kippenvel? Even aan de juf vragen…



woensdag 23 september 2015

de binnenkomer...


Ik zat (vals bescheiden) op de achterste rij, toen Juf Marloes begon over de coöperatieve werkvorm. Een ‘binnenkomer’, zoals die ook vaak in de klas van onze kinderen wordt gebruikt, opdat ze elkaar beter leren kennen. Nu was het de beurt aan alle ouders die in de aula zaten. We kregen een formulier met een paar simpele opdrachten. Voor de informatieavond echt van start ging moest iedereen, gedurende drie minuutjes, op zoek naar het antwoord op vragen als:

‘Zoek iemand die een zoon en een dochter heeft. Hoe heet hij/zij, hoe heten de kinderen en in welke groep zitten ze?’
 ‘Zoek iemand die vanavond niet zelf gekookt heeft. Hoe heet hij/zij en wat heeft hij/zij gegeten?’

En de laatste vraag luidde:

‘Zoek iemand die een ontzettend leuke baan heeft. Hoe heet hij/zij en wat voor baan heeft hij/zij?’

De meeste ouders van kinderen uit de klas van mijn dochter kennen mij inmiddels een beetje. Ze keken bij het lezen van die laatste vraag massaal in mijn richting. Blijkbaar is cameraman nog steeds een beroep dat tot de verbeelding spreekt.
Natuurlijk zat ik daar een beetje trots te wezen. En ze hadden gelijk. Meer dan twintig jaar vraag ik me af of er wellicht een beroep bestaat dat nòg leuker is, maar ik heb het nog niet gevonden.
Camerawerk is creatief en technisch. Je werkt met mensen, mag altijd vooraan staan en je komt nog eens ergens. Als je voor de televisie werkt worden je beelden door velen bekeken, geen dag is hetzelfde en elke klus klaar je met een ander team. Als het af is, dan ben je er ook klaar mee. Door naar de volgende uitdaging. Iedere dag is een avontuur op zichzelf.
Kom maar op met je tegenargumenten!
Zelf was ik door het enthousiasme tijdens die ouderavond op slag vergeten dat ik dezelfde ochtend, na een extreem korte nacht, al om vijf uur naast mijn bed stond. De hele dag had ik lopen zeulen met een zware camera en dito statief. In de pauze, die niet langer dan vijf minuten duurde, had ik slechts één klein broodje kaas gegeten. Laffe bekertjes automatenkoffie waren tot drie keer toe koud geworden. In de stromende regen had ik buitenopnamen gemaakt, die niet uitgesteld konden worden. Aan het eind van de dag stond ik op een carpoolplek bij De Meern (en die worden ook steeds gevaarlijker) te vloeken toen niet alle opgenomen bestanden zich soepel van de ene naar de andere harde schijf lieten kopiëren. We hadden uiteraard in een lange file gestaan, terwijl ik haast had om op tijd bij de informatieavond op school te zijn. Tijd om iets te eten had ik niet meer, dacht ik. Ik had een opkomende hoofdpijn, omdat ik te weinig gedronken had en ik moest ongelofelijk plassen. Ook daar was ik de hele dag nog niet aan toe gekomen.
Om drie minuten over zeven sprintte ik het schoolgebouw binnen. Moe, maar ook best tevreden over de beelden die we deze dag geschoten hadden. Op de school kon ik wellicht even onthaasten.
In de aula was niemand. Alleen de juf en die keek me behoorlijk verbaasd aan.
Blijkbaar was ik een half uur te vroeg! De ouderavond van groep 3 begon niet om zeven uur, zoals in mijn agenda stond, maar pas om half acht. Ik had alle tijd om te plassen en om snel iets te eten. Ik kon nog met deodorant spuiten en achteraf gezien had ik niet zo hoeven stressen tijdens het overschrijven van het opgenomen materiaal.
Zo’n dag was het dus.
Totdat iedereen mij aankeek. Ik realiseerde me weer dat ik  toch echt het aller leukste beroep van de wereld heb. Leuk! Dat is in veel gevallen een onzinwoord, maar het is zeker van toepassing op mijn werk.
Op de puntjes bij vraag vijf schreef ik dus ‘ikzelf’ op en ik hoopte dat tijdens de nabespreking van de opdracht alle ouders die het nog niet wisten ook te horen zouden krijgen hoe interessant mijn beroep is. In mijn hoofd bereidde ik stiekem al een korte spreekbeurt voor. Ik zou de regen, de haast, het broodje kaas, de harde schijf en het gewicht van de camera achterwege laten…
Maar uiteindelijk bleek dat zulke coöperatieve werkvormen niet nabesproken worden. Het gaat helemaal niet om de antwoorden, maar juist om de zoektocht en gesprekjes die je al doende moet aanknopen.
Weer wat geleerd.


zaterdag 20 juni 2015

fotomodelletje

Of ik wilde meewerken aan een artikel in Ouders van Nu. De tekstschrijfster was op zoek naar ouders die iets konden vertellen over hun activiteiten op de school van hun kinderen. Op mijn blog had ze verhalen gevonden over mijn hulp bij het maken van de lipdub, over mijn jaar als klassenmoeder en over mijn pogingen om een goede pleinwacht te zijn. Daarover wilde ze mij dolgraag interviewen.
Nu ben ik zelf vaak heel blij als mensen willen meewerken aan een televisieopname, dus vond ik het een beetje flauw om gelijk ‘nee’ te zeggen. Bovendien streelde deze vraag mijn enorme ego. Het is en blijft grappig dat door mijn weblog dit soort gekke avonturen op mijn pad komen. Als het kan doe ik mee. Het levert ook altijd weer een verhaal op.
We maakten een afspraak voor het telefonische interview. Een paar dagen later kreeg ik een mail met uitnodiging voor de fotoshoot. Naïef als ik was dacht ik nog dat er een fotograaf naar mij toe zou komen. Een kiekje op het schoolplein met mijn kinderen. Wist ik veel.
Nee, ik moest me melden in Amsterdam, op een speciaal geselecteerde locatie met industriële ramen, muren en een goede vloer. Een stylist wilde mijn kledingmaten weten. Ik moest me aanpassen aan hun schema, want zij zouden op een dag nog vijf andere modellen fotograferen. Er zou een fotografe, een visagiste en de stylist bij aanwezig zijn. Zij zouden de kleding voor mij regelen. En dat alles op 1 april!
Ik twijfelde.
Het interview stelde niet zo veel voor. De journaliste was al na zeven minuten klaar met haar vragenlijstje. Ze wist genoeg voor een verhaal van honderdvijftig woorden.
Honderdvijftig woorden? Dat is helemaal niks. In mijn eigen stukjes ben ik dan net klaar met de eerste alinea.
(Hier zitten we al op 310.)
Maar ik was vrij op woensdag 1 april en wilde weten wie mij in de maling nam. Een goede grap moet je nooit verpesten. Dus klopte ik rond het middaguur op de deur van een verlaten garage op het Amsterdamse Frederiksplein. In mijn hand een tas met eigen kleding, voor het geval dat.
De vriendelijke styliste ontving me met open armen. Ze waren nog even bezig met een ander model, dus kreeg ik een bakje goede koffie en een plak suikerbrood. Even later kwam de visagiste die een paar oorhaartjes verwijderde, twee lange Lambik-haren op mijn hoofd bijknipte en mijn wenkbrauwen in model kamde. Ik kreeg een licht poedertje op mijn bolletje tegen het glimmen en iets op mijn lippen om ze juist te laten stralen.
Dit was geen grap. Het was bloedserieus.
Ik mocht meelopen naar een groot kledingrek met allemaal hippe shirts en truitjes. Mijn spijkerbroek en afgetrapte All Stars werden goedgekeurd. De rest moest uit. Ik mocht een paar setjes passen. De lieve mevrouw van de styling wist wel wat mij goed zou staan. Ondertussen begon ze een praatje over het feit dat luizenpluizen op school voor mij een brug te ver was. Dat klopt, maar in het interview had ik dit nooit besproken. Haalde ze mijn verhaal nu door elkaar met dat van een ander model?
De fotografe, een soort Annie Leibovitz, maar dan anders, keek lang naar me en voor mijn gevoel een beetje moeilijk. Er werd een oude stoel gepakt. Ik mocht zitten, dat was beter. Nee, toch anders zitten. Of nee, zo. Draai eens een beetje zo. Hoofd iets naar voren. Een beetje omhoog. De fotografe ging hoog staan.
Alles werd in de strijd gegooid om mijn enorme onderkin kwijt te raken. Dat werd natuurlijk niet uitgesproken, maar ik ben ook niet gek. Buik inhouden. Misschien inderdaad mijn hand even bij de kin houden…

Het was behoorlijk oncomfortabel. Hoe aardig en professioneel de drie dames ook waren. Ik realiseerde me dat ik voor mijn werk als cameraman, met grote regelmaat op dezelfde manier met mensen bezig ben, om ze goed op de film te krijgen. Dan ben ik ook altijd super aardig, vleiend en complimenteus. Toch blijft het een ongemakkelijke situatie. Het is goed om dit zelf ook af en toe eens te voelen, maar maak je geen zorgen; voorlopig blijf ik weer lekker achter de camera.