zondag 5 juli 2009

freelance (5)

Utrecht. Het eerste half jaar van mijn nieuwe freelance carrière zit er alweer op. Het is juli, de tijd vliegt. Nu is de audiovisuele komkommertijd aangebroken. Op de plaats rust. Het komt bevallingstechnisch goed uit. Tot dat moment is er ruimte voor bezinning.
De zaak loopt als een dolle. Zeventien opdrachtgevers hebben de eerste zes maanden gezorgd voor voldoende werk. Gemiddeld vier tot vijf dagen in de week. Van crisis is tot nu toe -in mijn geval- geen sprake.
Het overgrote deel van de klussen loopt via grote facilitaire bedrijven. DutchView ENG, United Unicam, Hoens, Viditech en een beetje Team Facilities. In de meeste gevallen betreft het aanvragen op naam.
Wat ik zelf erg grappig vind is dat er nu ook meer ruimte is voor kleinere opdrachtgevers, de oude bekenden. Ik denk aan L1, Apex, AT5 en VideoVL. Als zij bellen is dat altijd een prettige verrassing. 
Daarnaast heb ik met een partner een paar eigen producties kunnen ontwikkelen en geleerd hoe je offertes maakt, je eigen productie doet en wat er komt kijken bij de financiële afwikkeling van een opdrachtfilm. Ook dat is interessant. 
Programma’s waarvoor ik regelmatig en met veel plezier heb gedraaid zijn onder andere Team van Toen, NH in 360 graden, Vroege Vogels, Het Klokhuis, Andere Tijden Sport en de documentaire Pieter 70 over Pieter van Vollenhoven. In mijn ogen is dit een aansprekend lijstje en dan vergeet ik voor het gemak nog een aantal andere boeiende projecten.
Nu eerst de zomer. Hopelijk een gezond kindje krijgen en dan volop genieten van de eerste weken. Ergens in augustus begin ik aan de tweede helft van dit eerste jaar als ZZPer. Ik mag zakelijk gezien alleen maar hopen dat het na de zomer net zo lekker blijft lopen als in de eerste twee kwartalen. Er staan al een paar prachtige opdrachten in de agenda; kortom de vooruitzichten zijn gunstig. 

vrijdag 3 juli 2009

de geheime japanner

Amsterdam. Als ik schrijf waar de geheime japanner zit, dan hakt Geraldine mijn kop eraf. Het is namelijk een piepklein restaurantje in Amsterdam, waar je buitengewoon goed sushi en sashimi kan eten. Hoe minder mensen van het bestaan weten, hoe groter de kans is dat je op korte termijn nog een van de zeven tafeltjes kan reserveren.
Wie de geheime japanner heeft gevonden en binnen is, waant zich in Kyoto, Susuka, Osaka, Kobe of Tokio. Aan de inrichting is al jaren niets meer gedaan. Die paar tafeltjes, wankele bankjes, slechte verlichting, karige wandversiering en de kleine balie waarachter een nog kleiner vrouwtje staat; het stelt niet zo veel voor. Maar de gerechtjes die ze er serveren... het is uitmuntend. Om te zwijgen over de betaalbaarheid en de sfeer die je er gratis bij krijgt.
Genoeg reclame. Ga maar zoeken!
Dit verhaal moet gaan over het gezelschap waarmee ik een of twee keer per jaar naar de geheime Japanner ga. Een select clubje collega’s van diverse pluimage. Mensen waarmee ik niet eens heel veel gewerkt heb, maar de klussen die we samen hebben geklaard zijn van dien aard dat ze een band opleveren.
Oorspronkelijk bestond het gezelschap uit een top producer, een creatief eindredacteur/regisseur, een bevlogen geluidsman, het kale sterretje en ik. Met name de geluidsman en de producer namen telkens het initiatief voor onze bijeenkomsten, maar een paar maanden geleden is de geluidsman overleden en dus is nu alles anders. Ook bij de geheime japanner.
Deze week kwamen we voor het eerst sinds het overlijden van onze vriend weer bij elkaar in het sushitentje. De samenstelling van de groep was opeens compleet anders, omdat de regisseur verhinderd was en er twee andere lieve mensen aan het clubje waren toegevoegd. Dat zou de geluidsman zeker zo gewild hebben.
Natuurlijk ging het voortdurend over de man die wij allemaal zo vreselijk missen. Goede verhalen kwamen voorbij, mooie herinneringen en flauwe grappen. We bespraken met elkaar hoe we de afgelopen maanden hebben beleefd. Dat we veel aan hem denken. Ondertussen snoepten we van fijne porties Japanse hapjes.
Aan het eind van de avond, in de auto op weg naar huis, kon ik niets anders dan bedenken dat dit soort avondjes buitengewoon waardevol zijn. Je kan niet vaak genoeg dineren met prettige mensen in een restaurantje als dit. Leve de geheime japanner!

maandag 29 juni 2009

plaknachten

Hilversum. Voor Het Klokhuis hebben we een reportage gemaakt over het werk van Marjon de Hond. Nooit geweten dat deze leuke NOS weervrouw nog zo druk is. Het lijkt misschien simpel, maar het weer presenteren is geen kwestie van een praatje om zes uur en een babbeltje aan het eind van het achtuurjournaal. 
De uitvindster van het briljante weerwoord ‘plaknachten’ moet zelf alle informatie vergaren en verwerken. Ze schrijft haar eigen teksten, maakt weerkaarten, kiest de foto’s van kijkers uit en bewerkt ze voor uitzending. In totaal doet Marjon op een dag negen weerpraatjes voor radio en televisie. Onder andere een wereldwijd weerbericht voor BVN. Dat duurt ruim zeven minuten en het wordt in één take opgenomen. 
Ik er een dag achteraan mogen lopen, terwijl ze van het bureau naar de radiostudio holde. Naar een spreekcel voor een wereldomroep bericht, langs de kap en grime, naar de tv studio en terug naar kantoor voor de laatste updates. Nieuwe kaarten maken, naar de radio en weer naar de tv studio. Rond half tien was ze klaar en ik uitgeput.
Wat ik ook bijzonder vond is dat de weerman/vrouw eigenlijk heel eenzaam is op die grote journaalredactie. Niemand kijkt op zo’n dag om naar het weer. De afdeling ‘weer’ zit ook weggestopt in een uithoekje van het grote kantoor. 
Marjon heeft ons alle ins en outs van het weerbericht verteld. Klokhuispresentatrice Lisa mocht het zelf ook eens proberen voor de blue-screen wand die geen blue-screen meer is. Daar staat tegenwoordig een gigantische monitor.
Kortom, het was weer een ouderwetse Klokhuisdag. Leerzaam en gezellig. Tussen de bedrijven door heeft de vriendelijke Marjon voor mij persoonlijk en voor mijn lieve lief nog een bevallingsweersvoorspelling gedaan. Gezien de plaknachten deze week is het prettig dat de baby wacht tot na het weekend.

zaterdag 27 juni 2009

de prins

Den Haag. Op het Malieveld vraagt een klein vrouwtje met Indisch uiterlijk, waarom de pers zo massaal staat te wachten voor een gesloten witte tent. Voor iemand antwoord kan geven komt ZKH Prins Willem Alexander naar buiten. Mensen beginnen spontaan te klappen en te joelen. Fototoestellen in alle soorten en maten klikken. Camera’s snorren. Onze toekomstige koning moet lachen om de hartelijke ontvangst en beweegt zich ontspannen in de richting van het volk. Zijn beveiligers vinden dit zichtbaar minder relaxed.
De kroonprins gaat een rondje maken tussen de Veteranen en hun families. Wij volgen hem op de voet. Niet dat we veel beeld nodig hebben voor de uitzending vanavond, maar je weet nooit. Hier loopt de prins. Mocht er iets gebeuren, dan is het belangrijk dat we het hebben.
Binnen vijf minuten heb ik een paar ontmoetingen met veteranen gedraaid en heeft de geluidsman twee aardige uitspraken van Willem Alexander opgevangen. We kunnen iets meer afstand nemen.
Het is geweldig om te zien wat er met mensen gebeurt als de kroonprins opeens naast ze staat. De een wordt bloednerveus, anderen beginnen gelijk een praatje. De meeste mensen willen eigenlijk het allerliefst met hem op de foto, als bewijs voor thuis. 
Ik moet lachen om de opmerkingen die gemaakt worden. Veel mensen hebben niet in de gaten dat ze wel heel luid en duidelijk spreken. Ook de prins zal de meeste opmerkingen horen en dat is lang niet altijd de bedoeling.
Qua temperatuur heb ik medelijden met de man. Hij draagt een dik uniformjasje en een pet, terwijl het super benauwd is. Vervolgens is het ook nog dringen en duwen om hem heen. Het is niet gek dat hij halverwege zijn rondje een blikje cola naar binnen giet. De biertjes die hem worden aangeboden slaat hij vriendelijk af. Ik kan me niet voorstellen dat hij er geen trek in heeft, maar imagotechnisch kan hij zich op dit moment geen alcohol permitteren. 
En dan die beveiligers. Een stuk of tien agenten, ik denk vijf persoonsbeveiligers en nog wat oud mariniers vanuit de organisatie doen hun uiterste best om te beschermen wat er te beschermen valt. In principe is het een kansloze missie. Als er een gek rondloopt die zich niet druk maakt om de gevolgen van een zieke daad, dan kan deze hier fluitend toeslaan. Gelukkig gebeurt dat niet. 
Toch zou ik voor geen goud met de prins willen ruilen. Ik vond één carnavalsseizoen (toen ik 11 was) meer dan voldoende. Altijd dat gedoe, het getrek en die drukte om je heen. Alle poeha. De mensen die je mogen rondleiden die zo formeel zijn. De pers, de beveiligers, de handjes, de fotomomentjes en het afbreukrisico. Als er iets gebeurt, haalt dat de voorpagina’s. Alles wat je zegt wordt gewogen. Ben je even een beetje dom, dan hang je.
Maar de prins maakt op mij een verpletterende indruk. Dit doet de man professioneel en goed. Hij is lief voor de mensen, heeft humor en komt geïnteresseerd over. Ik denk dat hij deze middag een paar honderd mensen dolgelukkig maakt en ze voor de komende weken een goed verhaal mee geeft.
Na een uurtje is hij er vanaf. Willem Alexander kan snel naar vrouw en kinderen. Korte broek aan en biertje uit de koelkast. BBQ aansteken en lekker in de tuin hangen. De klus is geklaard. Alleen voor de cameraman is het jammer dat er niks spectaculairs is gebeurt. Vandaag geen shots voor het jaaroverzicht.

vrijdag 26 juni 2009

(t)rein

Amsterdam. Openbaar Vervoer en ik, het is geen gelukkige combinatie. Telkens als ik de trein een nieuwe kans gun gaat het mis. Dat is gelijk de enige zekere factor bij deze manier van reizen.
Vandaag moest ik naar Amsterdam. Om precies te zijn naar AT5, bij het Rembrandtplein. Het leek mij wijs om met de trein en de metro te gaan. Opstappen in Maarssen, uitstappen op het Waterlooplein en dan nog een klein stukje lopen. Voor mijn gevoel had ik voldoende reistijd; het dubbele van wat ik normaal reken wanneer ik met de auto ga.
Heel verdrietig, vanwege het nieuws over Wacko Jacko, arriveerde ik op het perron. De trein die ik moest hebben was in geen velden of wegen te bekennen. Al snel bleek dat de dienstregeling weer eens is veranderd. Op het informatiebord zag ik bovendien dat de stoptrein vanuit Utrecht tegenwoordig maar tot Breukelen rijdt. Daar moet de reiziger overstappen... Vreemd en onlogisch.
Naïef als ik ben ging ik er vanuit dat daar dan wel een goede aansluiting zou zijn. Niets bleek minder waar. Aangekomen in Breukelen ontdekte ik dat de volgende trein pas na twintig minuten zou komen. Het tijdstip waarop ik in Amsterdam werd verwacht.
Natuurlijk was ik het zelf schuld. Ik had mijn reis op internet moeten plannen, maar hoe ingewikkeld kan het zijn? 
Waarom rijdt er tussen Utrecht en Amsterdam niet om de om het kwartier een stoptrein? Waarom verandert de dienstregeling überhaupt? En hoe zou je mensen uit de trein en in de auto kunnen krijgen? Het lijkt er volgens mij iedere keer weer op dat de NS het tegenovergestelde probeert te bereiken.
Op Amsterdam Amstel had ik geluk. De metro stond klaar en vertrok direct toen ik instapte. Op mijn horloge zag ik echter dat ik al 28 minuten te laat was. Ik baalde als een stekker en kreeg tot overmaat van ramp pesterige sms-berichten van mijn opdrachtgever. Terecht natuurlijk, maar ook hoogst irritant. Uitgerekend nu kon ik de –naar knoflook riekende- meneer op het bankje naast me niet luchten. De bloeddruk bleef stijgen. Ik haat mensen die telaat komen! 
Ik was uiteindelijk bijna drie kwartier later op mijn bestemming dan afgesproken.
En ik moest nog terug. Stiekem verheugde ik me op de retourreis. Nu kon ik niet meer telaat komen. Met een portie extra ellende zou de weblogtirade tegen de NS nog sterker worden. 
Je raadt het al: het ging voorspoedig.
Ach, alle ergernis van hedenochtend levert ook een positief punt op en dat is de gedachte dat de file zo erg nog niet is.


woensdag 24 juni 2009

Het Klokhuis

Loosdrecht. Soms zeggen een paar plaatjes meer dan 790 woorden...







dinsdag 23 juni 2009

proefkonijnen

Wageningen. Het weiland is met schrikdraad verdeeld in veldjes van zes bij tien meter. In elk vlak lopen koeien en schapen. Net daarbuiten zitten drie of vier jonge mensen naast elkaar op klapstoelen. Ze zijn stil, hebben een map met papieren op schoot en een pen in de hand. 
Er zijn twee afgebakende stukken weiland waarin konijntjes smullen van het zomergras dat voor de helft is geknipt en aan de andere kant twee kontjes hoog is. Ook hier kijken jeugdige types geconcentreerd naar de beesten. Ze turven hoe vaak Flappie en Noëll kiezen voor lang of kort gras. 
Studenten doen hier onderzoek naar het grazen van koeien, schapen en konijnen. Ze observeren. Het ziet er uit als een scène uit Jiskefet of Monthy Pyton, maar dit is bloedserieus.
De crew van een populair kinderprogramma is erbij om te zien wat er precies gebeurt. Zij werken aan een reportage over het fenomeen ‘grazen’ en maken dankbaar gebruik van deze setting, de onderzoeksresultaten en de proefkonijnen. Alleen willen die laatste niet echt lekker meewerken.
Naast de ren staat een beteuterde student. Hij doet al dagen onderzoek naar de reactie van de konijnen op een neparend. Telkens schrikken die beestjes zich te barsten als de kartonnen vogel aan een lijn over vliegt. Maar uitgerekend nu er een camera bij staat om het proefje te filmen gebeurt er niets. Bugs Bunny en Stampertje knagen vrolijk verder. Ze kijken niet op of om.
Het wordt humoristisch als iedereen zijn best gaat doen om het beoogde effect te bereiken voor de televisieopname en de konijnen totaal niet reageren. Ze hebben lak aan de dikke kale cameraman die zijn lens tegen het gaas drukt, aan de geluidsman die met de dooie poes van zijn hengel zwaait en aan de presentatrice die in een knalrode overall heen en weer dartelt.
In de uitzending zal niemand er iets van zien. Uiteindelijk zijn de bouwstenen voor een goede montage verzameld, maar vraag niet hoe precies. Het onderzoek met de konijnen is inmiddels afgerond.

the making of

Hilversum. Op de site van Andere Tijden Sport staat een bijzonder filmpje. Ga naar Ventoux en klik op ‘the making of’. Hier kan je zien hoe wij de vorige week (of is het alweer twee weken geleden?) met veel plezier aan het werk waren.
Voor een ieder die te lui is om door te klikken heb ik het filmpje (legaal) gepikt en hier onder geplakt.


maandag 22 juni 2009

hoog


Rotterdam. Hoogtevrees is een gezonde eigenschap. Ik benijd verstandige mensen die er openlijk voor uit durven te komen. Zo vertelde bijvoorbeeld een bekende sportcommentator deze week nog dat hij zelfs zijn schoenen niet laat verzolen uit angst voor het hoogteverschil. Voor een cameraman is acrofobie echter even onhandig als claustrofobie voor een liftbediende of pleinvrees voor de kroonprins.
Deze week was ik bij Red Bull Cliff Dive, een evenement waar de producent van het cafeïnedrankje zelf bewezen heeft dat haar slogan ‘Gives you wings’ flauwekul is. Ondanks een overdosis van die mierzoete rommel hadden alle waaghalzen gewoon te maken met het fenomeen zwaartekracht.
Om een paar shots van de springplank te maken ben ik donderdagmiddag in Stoombok Simson geklommen. Via een smalle steunpilaar van de oude hijskraan tot een metertje of zes boven het plateau dat op 26 meter was bevestigd. Specialisten van een professioneel bedrijf, dat voor veiligheid op dit soort posities kan zorgen, hadden me goed gezekerd met een harnas, klemmen en een helmpje. Aangelijnd ging ik naar boven. Er kon mij niets gebeuren. 
Ik heb mezelf wijs gemaakt dat ik niet bang ben op grote hoogte. Meestal klopt dat ook. Je kan mij zonder problemen in een veertig meter hoge hoogwerker zetten of over het dak van een flatgebouw laten lopen. Als het een mooi shot oplevert en ik het met mijn ongetrainde lijf aankan, klim ik overal in.
De klimtocht in Stoombok Simson komt zeker in mijn persoonlijke top tien van E&H (eng en hoog). Het eerste stuk was niet spannend, maar halverwege zat een knik in de mast en daar was geen plaats voor spijltjes. Daarna ging de klim minder stijl omhoog en keek je recht naar beneden, of je wilde of niet.
Dankzij een programma als Jules Unlimited ben ik vaker op grote hoogte geweest. In opdracht van Vera Keur mocht ik filmen in een Noorse hoogspanningsmast, die bovenop een bergtop stond. Dat was hoog! Ook heb ik voor hetzelfde programma aan een Franse Alp gehangen, ben ik afgedaald in een Amerikaanse gletsjerspleet en had ik het genoegen om van de Euromast te springen, als Superman hangend aan een tokkelbaan.
Leuk, maar ook reuze spannend. Het zijn avonturen waar je achteraf met bravoure over spreekt, alleen op het moment zelf zou je willen dat je hoogtevrees had.
Terug naar de stoombok.
Omdat ik de veiligheidshaken niet goed bekeken had toen ik nog op de grond stond, durfde ik er op dertig meter hoogte niet met mijn volle gewicht aan te hangen. Mezelf vasthoudend met één hand en de camera in de juiste positie krijgen met alleen die andere was nog een heel gedoe. Waar is Adriaan als je hem nodig hebt voor een goed advies?
De duikplank waar een stel gekken zich vrijwillig vanaf zou laten storten werd schoongemaakt op het moment dat ik klaar was voor de opname. Of ik even wilde wachten. Heel ontspannen stond ik niet op de smalle traptrede, die bestond uit niet meer dan een dunne ijzeren buis. Aan de verkramptheid van mijn voeten kon ik voelen dat dit spannender was dan ik in eerste instantie had gedacht. 
Een minuut of tien kon ik niets anders doen dan een paar foto’s maken en nadenken over de situatie waarin ik nu weer verzeild was geraakt. Dat thuis een hoogzwangere vrouw en een lieve zoon op mij zaten te wachten en dat Papa weer zo nodig Hammy de Beukelaar moest uithangen.
Uiteindelijk stonden de shots die ik kon maken er snel op. Ik had wel meer gewild, maar dat lukte niet in deze omstandigheden. Laten we zeggen dat ik mijn ideeën bewaar tot bijvoorbeeld The Phone aan een nieuw seizoen begint. Tegen die tijd zal ik deze briljante locatie zeker promoten. 
En toen kon ik beginnen aan de afdaling. Dat was nog veel enger dan de klim naar boven. Minder overzicht, het gevoel dat je geen idee hebt waar je naartoe gaat en het simpele feit dat je voortdurend naar beneden moet kijken. Ik vond het helemaal niks.
En toch ga ik de volgende keer weer. 
Had ik maar hoogtevrees!


zondag 21 juni 2009

vaderdag!


En papa is trots.

vrijdag 19 juni 2009

steadicam

Amsterdam. ‘Here’s Johnny!’ Zeg Steadicam en ik moet aan The Shining denken. Zeker deze week toen we door de lange gangen van een ziekenhuis holden met de camera op zo’n gestabiliseerde arm, bevestigd aan een harnas.
Niet ik was de operator, maar vriendje Patrick van Weeren. Wat hij allemaal met een Steadicam kan is ongekend. Traplopen zonder schokken, de camera voor iemand uit laten glijden of prachtig om een persoon heen draaien. Patrick was ook een van de eerste Steadicammers die met dit apparaat op een zogenaamde handsfree segway stapte. Een elektronisch karretje waarmee hij fantastische bewegingen maakt.
Ik had de eer om twee dagen zijn focus puller te zijn. In gewoon Nederlands is dat het bijhouden van de scherpte. Want een goede Steadicam-operator kan veel, maar voor scherpte en diafragma heeft hij een assistent nodig. Dat alleen al is een vak op zich. 
Voor mij even wennen, omdat ik gewend ben om in een zoeker te kijken. Nu moest ik afstanden schatten, me houden aan afgesproken merktekens en als het even kon meekijken op de monitor van de Steadicam. Het gaf mij wel de gelegenheid om eens te ontdekken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van de Steadicam zijn. 
Wat wij wilden was een ER-achtig of een CSI-achtig sfeertje. Shots die anders zijn dan de standaard dingen die we vanaf statief of de schouder kunnen maken. Dat lukte heel goed, maar gebruik maken van een Steadicam kost ook extra tijd. Het vraagt bovendien meer inspanningen van de belichter, omdat je nergens statieven neer kan zetten. Het belangrijkste is misschien wel dat je nog beter moet bedenken wat je wil voor je begint met draaien.
‘Wil je het nog eens proberen?’ vroeg Patrick, na afloop van de intensieve draaidagen. Daarna klikte hij voor de derde of vierde keer in mijn leven het harnas om mijn lijf. Ik moest buigen om de arm met camera aan te haken. Voorzichtig stapte ik door de gang van het AMC. Een zogenaamd kermisrondje.
Het lijkt kinderlijk eenvoudig, maar natuurlijk is het bedienen van de Steadicam een vak apart. Ik denk dat ik een stabieler shot had kunnen maken zonder dit geavanceerde apparaat. Dat zegt vooral veel over de mate waarin ik verkrampte. Het is loodzwaar.
Neem van mij aan dat niemand de Steadicam in een keer kan bedienen. Ook een simpele workshop is niet voldoende. Het vergt maanden-, misschien wel jarenlange training. Je moet het bijhouden en in een buitengewoon goede conditie zijn. Dit is specialistenwerk, alleen weggelegd voor de ware Steadicamfreaks.
Toevallig stond er zo een naast me en wat was ik blij toen hij me verloste van dit prachtige speeltje.

woensdag 17 juni 2009

het nieuwe testament

Utrecht. Wat is het beste antwoord op de vraag: ‘Alles goed?’ Soms weet ik niet wanneer je eerlijk moet zijn. Of kan je beter altijd een wenselijk antwoord geven? Op dit moment weet ik het helemaal niet meer. Ik maak immers niet zomaar een spoedafspraak met de notaris. Die man zou kunnen weten dat deze standaard openingsvraag niet handig is.
Met mij is niet alles goed. Veel goed, maar niet alles.
Het is snel gegaan, maar meneer heeft het voor elkaar. Binnen twee jaar. Of eigenlijk binnen één jaar als je rekent vanaf zijn eerste gebrabbel.
Inmiddels bakt Art hele zinnen. Hij bouwt zijn woordenschat in rap tempo uit door alles te herhalen wat die kleine oortjes opvangen. Dagelijks doet hij ons versteld staan met nieuwe grappen en grollen. Hij kan perfect aangeven wat hij (niet) wil. Tot overmaat van ramp wijst hij mij genadeloos op mijn eigen taalgebruik. Ook het K-U-T woord zegt hij vrolijk na en hij herhaald het met plezier. Sinds kort heb ik pas in de gaten dat ik het vrouwelijk geslachtsorgaan vaker gebruik dan ik dacht.
Maar goed, daar gaat het niet over. De opvoeding kan op punten mislukken en verbeterpunten kennen, er zijn echter grenzen. Zelfs een kereltje van twee moet weten dat hij te ver kan gaan. Dat hij zijn vader tot op het bot kan krenken. En dat zoiets gevolgen heeft.
Tot nu toe heb ik altijd ontzettend veel van het mannetje gehouden. Hij kon in mijn ogen niets verkeerd doen, maar die tijd is voorbij. Ik laat niet voor niets mijn testament aanpassen. 
Geen vader vind het leuk om zijn zoon te onterven, toch is er soms geen andere uitweg.
Een recente uitspraak van de kleine jongen is onacceptabel. Dit kan ik niet tolereren. Het is hard, maar rechtvaardig. Er gaat een streep door zijn erfenis. Dan had hij maar niet met dat ene zinnetje op de proppen moeten komen. En had hij het één keer gezegd, dan zou ik het kunnen vergeven. Het is de eindeloze herhaling waarmee hij te ver is gegaan. Veel te ver. Om nog maar te zwijgen over het feit dat hij het ook hard in de tuin heeft staan roepen en dat nu ook de buurvrouw op de hoogte is. 
Geen vader kan er mee leven dat zijn zoon tot tien keer toe en met een stralende glimlach zegt: ‘Papa is een meisje!’

dinsdag 16 juni 2009

de zwaantjes

Autoroute du Soleil, Frankrijk. Tim en ik evalueren de klus. Het is allemaal erg goed gegaan, maar natuurlijk zijn er altijd verbeterpuntjes. Zo mag ik geen windjes meer laten als we een kamer moeten delen en Tim belooft plechtig om eerst na te denken voor hij grappen maakt over kale mannen.
Ondertussen razen we over de A7 richting Lyon. Het is half tien. We zijn een klein uur onderweg en moeten nog meer dan duizend kilometer rijden. Als niets tegen zit zijn we rond half acht vanavond in Hilversum. Misschien kunnen we zelfs iets van deze ‘estimated arrival time’ afsnoepen als we doorrijden. Wat dat betreft is Tim goed bezig.
Plotseling zie ik achter een viaduct twee motoragenten staan. Ik waarschuw mijn Belgische collega, die vervolgens stevig op de rem trapt. De wijzer van onze snelheidsmeter schiet naar beneden. Toch zien we de heren in het voorbij rijden hun helmen opzetten.
In de spiegels ziet Tim dat de flikken komen. Het is even de vraag of ze achter ons aan zitten, maar als het zwaailicht aan gaat op het moment dat ze de DutchView Peugeot passeren weten we genoeg. De voorste agent wijst met een duidelijke armbeweging naar de vluchtstrook. We moeten volgen. De andere agent blijft vlak achter ons.
Tim zwijgt.
Even later staan we stil. Een stoere Franse agent, poloshirt zonder motorjas en ook geen beschermende broek, zet zijn motor min of meer tegen onze auto aan, zodat wij onmogelijk kunnen vluchten. Niet dat we het zouden durven, maar als we zouden willen konden we wel door de grond zakken.
Gelukkig spreekt Tim vloeiend Frans. Hij begrijpt de agenten en zij begrijpen hem. Al snel is er een gemoedelijke sfeer. Waarschijnlijk ben ik de enige die niet begrepen heeft hoe serieus de zwaantjes onze overtreding nemen. Als we één kilometer harder gereden hadden, dan was de boete twee maal zo hoog geweest. Wat dat betreft mag mijn collega mij wel bedanken. Als ik niet gewaarschuwd had, zat hij nu in een Frans cachot, want dan hadden we lang niet genoeg geld gehad.
Aan Tim te zien zijn we de auto niet kwijt en ik vermoed dat hij zijn rijbewijs mag houden. Dat zou mooi zijn, want ik vind het wel prettig dat hij graag lange stukken wil rijden.
Zevenenveertig euro en vijftig cent en of we direct willen betalen. Dus moeten Tim en ik ons laatste vakantiegeld bij elkaar schrapen. Samen komen we er net. Maar dan blijkt dat de agent niet kan of wil wisselen. Hij neemt genoegen met vijfenveertig. Van die twee vijftig mogen we een ijsje gaan kopen, zegt hij.
Er wordt gelachen. Eigenlijk zijn deze macho’s best vriendelijk. Ze willen ons ook nog wel even uitleggen wat de regels in Frankrijk zijn en ze zijn al helemaal geïnteresseerd als ze horen dat wij bij de Dauphiné waren.
Tot slot krijgen we ook nog de tip om dadelijk hard op te trekken. Niet direct invoegen, maar eerst plankgas geven op de vluchtstrook. En we moeten er rekening mee houden dat verderop nog een paar collega’s staan. Dat is aardig.
Ach, die mannen doen ook maar hun werk. En wij komen gewoon iets later thuis vanavond.

donderdag 11 juni 2009

ventoux (II)

Bédion, Frankrijk. Het dorp aan de voet van de berg maakt zich op voor de doorkomst van de renners. Het duurt nog uren voor de etappe hier begint aan de laatste beklimming van de dag. Dan zal de koers ontploffen. Het is voor mannen als Contador, Evans, Valverde en ook onze Geesink een ideale voorbereiding op de Tour de France.
Nu is het nog betrekkelijk rustig in de straten van Bédion. Het zijn vooral wielertoeristen die dadelijk zelf gaan proberen de berg te bedwingen. Twee Engelse meisjes laten zich fotograferen voor een bord waarop staat hoe hoog en hoe ver het is. Een oud mannetje ziet het vanaf zijn balkonnetje allemaal gebeuren. Hij zit een beetje verscholen achter zijn viooltjes en geraniums. Aan de straat verkoopt iemand kersen. De fietsverhuurwinkel is druk. Bij de fontein vult een man zijn bidon en hij wast zijn gezicht met het koude water.
Het is 25 graden. Half elf. Op het terras van Le Relais du Mont Ventoux zit onze regisseur met een krant. Hij heeft vast koffie voor ons besteld, maar Tim en ik maken beeld en geluid. We filmen de agent die het verkeer een beetje staat te regelen. Een mevrouw die met stokbrood onder de arm oversteekt. De moeder die naast de kinderwagen op een bankje zit te lezen in een boekje. En we maken een exterieur van Le Relais, waar naar verluid Tom Simpson nog een cognac bestelde voor hij aan de dodelijke beklimming van de Ventoux begon. 
Straks spreken we hier de schrijver Bernard Mondon, een specialist die ons alles kan vertellen over de berg en haar wielerverleden. Over Kübler, Simpson, Merckx, Bernard, Armstrong, Pantani en over de lokale held Caritoux. 
Bij die laatste logeren wij. De 49-jarige Eric Caritoux woont hier niet ver vandaan, in het gehucht Flassan. Naast zijn boerderij, tussen de kersenbomen, heeft hij een gîte en die hebben wij voor de gelegenheid gehuurd. Caritoux, die ooit de Vuelta won, is ook een van de hoofdpersonen in onze film. 
Gisteren heeft hij voor ons ‘zijn’ Mont Ventoux beklommen. Het was misschien wel de 100e keer dat het vriendelijke boertje de klim van ongeveer 21 kilometer naar boven maakte. Voor zijn leeftijd en het feit dat hij al een jaar niet meer gereden had vanwege een rugblessure, fietste hij buitengewoon soepeltjes omhoog. Caritoux kende elke meter. Hij wist precies hoe alle bochten het best aangesneden konden worden en tijdens het fietsen vertelde hij dat rustig tegen de camera.
Filmisch is de Ventoux een geweldige locatie. Met name het kale maanlandschap onder de top ziet er in beeld schitterend uit. Alle shots die ik maakte waren raak. Het was een genot voor de cameraman. Temeer omdat Caritoux bereid was om stukken twee keer te rijden als dat nodig was.
Dat was gisteren. Straks komen de profs. Dan staan wij op de top om te registreren wat de berg met ze heeft gedaan. Als ik alle verhalen over de berg beluister word het een visueel feest. Arme renners!
Nu hebben we in Bédion nog even tijd voor een stevige lunch. Het was een heerlijk ontspannen ochtend. Straks is alles anders. Straks moeten we knallen en scherp zijn.


(foto: Tim de Bleser)

woensdag 10 juni 2009

ventoux

Mont Ventoux, Frankrijk. Volgens mij was ik vijf of zes toen ik door mijn vader werd meegenomen naar de top van Mont Ventoux. Onderweg vertelde hij het verhaal van Tom Simpson, de renner die op 13 juli 1967 overleed, amper een kilometer van de top. Natuurlijk stopten we even bij de gedenksteen. Ik heb lang gedacht om daar een foto te maken, maar bij nader onderzoek blijkt dat er van dit moment geen beeld in ons privé-archief zit. 
Ventoux is een magische berg. Het maanlandschap en verhalen over wielerkoersen en dopinggebruik hebben in 1977 zeker indruk op mij gemaakt. Het is echter vooral de actie van een Nederlandse jongen op de top, die ik niet ben vergeten.
Bovenop de Ventoux staat een weerstation. Er is een parkeerplaats en er zijn een paar kraampjes waar je souvenirs, noga en andere zoetigheid kan kopen. Hier maken dagelijks honderden wielertoeristen een foto van zichzelf, nadat ze de top hebben gehaald. Ook wij stapten uit onze groene Fiat 128 om er even te kijken. Het was die dag winderig en koud op 1912 meter hoogte.
Aan de rand van de parkeerplaats was een smal muurtje. Dit om te voorkomen dat auto’s in de afgrond zouden storten. Die Nederlandse jongen liep over dat muurtje. Hij riep zijn moeder en sprong er aan de andere kant vanaf. Wat we hoorden was een oerkreet. Zijn moeder gilde en sloeg daarna een hand voor haar mond, omdat ze haar zoon in het ravijn zag verdwijnen. De arme vrouw kreeg een hartverzakking. Wat zij niet wist is dat er achter dat muurtje een andere, iets lager gelegen weg loopt. Haar zoon was hooguit een paar meter naar beneden gesprongen. 
Als menneke van vijf vond ik dat een goede grap.
Nu, dertig jaar later, loop ik zelf over dat muurtje. We zijn op de Ventoux voor Andere Tijden Sport en maken een programma over de berg die op de voorlaatste dag van de Tour de France het klassement overhoop moet gooien. Tussen de bedrijven door hebben we heel even tijd voor een fotomomentje. 


dinsdag 9 juni 2009

dichter bij ventoux

Flassan, Frankrijk. Het schijnt dat over de Mont Ventoux veel gedichten zijn geschreven. Ter voorbereiding op de klus die we daar gaan draaien hebben we er een paar meegekregen. Tijdens onze lange reis naar Zuid Frankrijk heb ik ze voorgedragen aan Tim, de geluidsman. Samen kwamen we tot de conclusie dat er mooie varianten zijn. Huub van der Lubbe schreef over Mont Ventoux bijvoorbeeld de wereldzin: 

maar bovenop vervallen de verschillen
talent is ook een vorm van heel graag willen 

We hebben echter ook een staaltje broddelwerk meegekregen. Zo vind ik persoonlijk het Ventoux-gedicht van Jan Kal niet meer dan een Sinterklaasrijmpje. Niet zo sterk.

dichten is fietsen op de Mont Ventoux
waar Tommy Simpson toen is overleden
onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe

Dit versje van Kal heeft mij wel uitgedaagd om het zelf ook eens te proberen. Om de tijd te doden heb ik in de auto alvast een gedicht geschreven over de berg waarop we deze week gaan filmen. 

ze zeggen veel over Mont Ventoux
over zwaar, afzien en moe
dat je er zo van je fiets kan donderen
ze zeggen zoveel, maar doping doet toch wonderen? 


maandag 8 juni 2009

kyriad

Quentigny, Frankrijk. En zo kom je uit in het Kyriad Hotel van Quentigny, aan de Avenue de Bourgogne, onder de rook van Dijon. Voor 65 euro heb je een kamer waar zelfs de PVV geen criminele Marokkaan in zou stoppen. 
Als producers het wagen om ons in een hondenhok te laten slapen, dan klagen we steen en been, maar als we het een keer zelf mogen regelen komen we ook niet verder dan de bezemkast.
Geluidsman Tim en ik zijn op weg naar de Mont Ventoux, waar we deze week gaan draaien voor Andere Tijden Sport. Het is 1100 kilometer van Hilversum en dus vinden we het prettig om dit te doen in twee etappes. 
Om 23.00 uur waren we over de helft. Wat we alleen niet in de gaten hadden is dat de Dauphiné Libéré vandaag is aangekomen in Dijon. Dus zitten alle hotels vol. En dat hadden we kunnen weten, want donderdag draaien wij deze wielerkoers als die aankomt op de Mont Ventoux.
Afijn.
De eigenaar of zetbaas van ons fijne Kyriad hotel was niet blij toen ik hem belde. Kennelijk had ik hem gewekt. In eerste instantie zei hij dat het hotel vol zat, maar daar kwam hij op terug toen iemand iets tegen hem zei. 
Nu zit hij met een slaperige kop en vette haartjes achter de receptiedesk. Hij tuurt naar een computerscherm dat staat opgesteld tussen twee grote printers. Achter hem hangen aan een rekje nog drie sleutels. Het is nog een heel gedoe om alle gegevens in te voeren, een factuur uit te draaien en ons de sleutels te overhandigen. En dan willen wij ook nog een biertje bestellen.
De kamer staat vol met bedden. Drie welgeteld, maar daardoor kan je in de beperkte ruimte je kont niet meer keren. De laatste keer dat hier een schilder is geweest was voor Napoleon. Op de badkamer staat het toilet zo in een hoek gedrukt dat ik alleen kan poepen als ik dwars op de pot ga zitten. Het bad is te klein om in te zitten, maar als je wilt douchen kan je de kop nergens ophangen. Om nog in de weer te gaan met gaffertape is me vanavond teveel moeite.
Struikelend over onze tassen en camera-equipement baan ik een weg naar het eerste bed dat ik tegen kom. Onderweg vind ik de afstandbediening van een piepkleine televisie. Misschien ben ik veeleisend en verwend, maar zelfs de pornofilms, die hier verrassend genoeg geen extra kosten met zich meebrengen, zijn van een bedroevend slechte kwaliteit. Treurig. Het enige wat je in een Kyriad Hotel moet doen is slapen. 


morris

Aire de Capellen, Luxemburg. Opeens moet ik aan Maurice denken. Het was op deze parkeerplaats. Zomer 1994, geloof ik. Wij gingen met z’n tweetjes, redelijk onvoorbereid, op vakantie. Twee of drie weken kamperen in Frankrijk. Ik had een tentje, Maurice een dikke Mercedes.
’s Ochtends was ik nog met de trein uit Amsterdam gekomen, waar ik net mijn stage bij AT5 had afgerond. In de haast had ik bij mijn ouders in Geleen wat spullen bij elkaar gegraaid. En toen was Maurice komen voorrijden, met die dikke bruine Mercedes. Rond een uur of drie vertrokken we vanuit Limburg. Op de bonnefooi. Naar de zon, al hadden we geen idee waar die scheen.
Met 200 kilometer per uur langs Luik, door de Ardennen, naar Luxemburg. Daar, vlak na de grens, plande Maurice een eerste pitstop. De tank van de Mercedes werd vol gegooid met goedkope brandstof en we kochten wat te snaaien. Chips, chocolade, cola en Maurice twee sloffen Lucky Strike. Zonder dat we het in de gaten hadden begon hier alle ellende van deze vakantie.
Een paar honderd kilometer verder moesten we tol betalen. Maurice zocht naar zijn portemonnee in een roze korte broek, maar kon deze niet vinden. Ook niet tussen de stoelen. Niet in het opbergvakje van de deur. Niet in het handschoenenkastje. Niet onder zijn kont. Op de grond niet. Zelfs niet onder de stoelen.
Toen realiseerde hij zich dat hij de geldbuidel in Luxemburg, voor het instappen, even op het dak had gelegd om de sleutels te kunnen pakken. Hij had beter het flesje cola op het dak kunnen laten staan. Weg geld, credit card en bankpasjes. 
De rest van de vakantie moesten we het doen met mijn geld. Dat was jammer, want ik verdiende in die tijd een stuk minder dan mijn gulle vriend.
We zijn doorgereden. De hele nacht heeft de bruine Mercedes over de Autoroute du Soleil geblazen. Tot we ergens voorbij Lyon niet verder konden. De tank was bijna leeg en we konden geen peage meer betalen voor ik een van mijn girobetaalkaarten op een postkantoortje had ingewisseld. 
De volgende morgen, om een uur of negen, reden we vrolijk verder. We hadden maar een paar uur in de Mercedes geslapen, maar we waren nog jong en een tikkel onbezonnen. Dat bleek toen Maurice, ergens in de buurt van Avignon, ontdekte dat er iets mis was met het vermogen van de Mercedes. Hij had de hele nacht een waarschuwingslampje zien branden, maar daar geen aandacht aan geschonken. Nu bleek, bij een eerste blik onder de motorkap, dat er nogal wat rook vrij kwam.
Wij op zoek naar een Franse garage. Met handen en voeten kregen we een meneertje zo ver dat hij wel even wilde kijken. De monteur van een kleine Peugeot-garage kneep in wat slangen, trok aan een leiding en vond dat er een proefritje gemaakt moest worden. Hard liep de Mercedes echter niet meer. 
Even later werden we naar een Mercedesdealer in de buurt van Remoulins gesleept. Ze hadden wel verteld wat er mis was, maar wij konden het niet verstaan. Dat probleem werd opgelost door de ANWB. Aan de telefoon kon iemand voor ons tolken. De monteur van Mercedes Duroc vertelde, na een nieuwe check, wat er aan de hand was en de man van de ANWB legde mij vervolgens uit dat de koppakking stuk was. We hadden de auto min of meer opgeblazen. Een duur geintje. Ik geloof dat het ons ongeveer vijftienhonderd gulden zou kosten. Toen nog te voldoen in Franse Francs.
We waren nog geen 24 uur op pad en eigenlijk was ons geld al min of meer op. Alleen moesten we daar blijven, omdat de reparatie van onze auto een dag of drie, vier zou duren. De garagehouder bracht ons met alle plezier naar een camping in de buurt. Dat was toevallig een familiecamping in de buurt van Pont du Gard, waar ik eerder met mijn ouders was geweest. Prima, maar niet bepaald een plek voor twee jonge mannen. Het voordeel was wel dat we daar niet meer veel geld konden verbrassen. 
Ik zie ons nog naar het kampeerplekje lopen met alle bagage in een kruiwagen. Natuurlijk hadden we geen kooktoestel bij ons, maar nu was er opeens ook geen budget meer voor luxe restaurants. Ik geloof dat we alle avonden tonijn uit blik hebben gegeten. Vriendelijke campingburen brachten ons uiteindelijk naar de garage, toen de auto aan het eind van de week was gerepareerd. Uiteraard stond er een ander bedrag op de factuur dan vooraf afgesproken. 
De lol was er wel een beetje vanaf. Bovendien was het budget al lang niet meer toereikend om nog even door te rijden naar Monaco, Cannes of Barcelona. We konden nog precies één avond woest op stap en dan hadden we net genoeg geld over voor de reis naar huis.
Voor het eerst trokken we onze blouses aan. Die avond moest het gebeuren. Wij naar Nimes. Maurice op een paar schoenen van mij, want op deze laatste avond bleek dat hij alleen slippers bij zich had. 
De Mercedes liep weer als een zonnetje. Op een plein bij de beroemde arena van Nimes stonden allemaal tentjes waar je kon eten. Een culinair festival. Daar hebben we verrukkelijk gegeten en van de barman geleerd hoe je grappa moet drinken. Verder zijn we nooit gekomen. Telkens als we wilden vertrekken schonk hij ons glas vol. Uiteindelijk zijn we behoorlijk lampionie en nagenoeg failliet naar de auto gestrompeld. In een slakkengang zijn we gaan rijden. Gevaarlijk langzaam en volkomen onverantwoord. Dat we de camping nog gevonden hebben mag ook een wonder heten. 
De volgende dag werden we -met een kater- wakker van de zon die op de tent stond te branden. Ruim twaalf uur later waren we terug in Geleen. Precies op tijd voor onze wekelijkse stapavond. Met geleend geld en sterke verhalen over onze totaal mislukte vakantie hebben Maurice en ik in Cafe ’t Luifeltje nog geprobeerd indruk te maken op Anoek, Sandra en Diana.

zondag 7 juni 2009

topshot

Bergen NH. Het lukt lang niet altijd om de topshots te maken waar regisseurs om vragen. Legendarisch is mijn uitroep: ‘Dat gaat niet!!!’ Ik was volkomen over de rooie omdat een regisseur bedacht had dat ik aan het eind van een Klokhuispresentatie een rappe inzoom moest maken naar een klein sportvliegtuig dat boven ons cirkelde.
Presentatrice staat te praten in een wijd shot en zodra ze klaar was moest ik in één keer inzoomen, scherpstellen, diafragmeren en vooral dat kleine vliegtuig hoog in de lucht zien te vinden. Kansloos. Of, om opscheppers wind uit de zeilen te nemen; ik kan het niet.
Het gebeurt wel vaker dat een creatief brein iets in zijn of haar hoofd heeft wat niet uitvoerbaar is. Vooral freaks die naar Matrix-achtige speelfilms kijken komen met de gekste ideeën op de televisieset.
Ik ben uiteindelijk maar een heel beperkt ENG cameramannetje. Wij hebben nooit tijd, laat staan de middelen om effecten na te bouwen waar Steven Spielberg jaloers op is.
Een ander interessant fenomeen is dat de cameraploeg pas op locatie mag meedenken over het te lijf gaan van een probleem. Natuurlijk zijn er regisseurs die voorafgaand aan een draaidag een plan maken en contact opnemen met de camera- en geluidsman over de te voeren tactiek, maar die zijn in de minderheid. Meestal moeten wij het doen met de middelen die in de auto zitten, in het tijdschema dat door iemand op kantoor is verzonnen en met de druk van een bataljon ongeduldige gasten of presentatoren die wachten op witte rook. 
Ik klaag niet. Dit is een wezenlijk onderdeel van het ENG-werk en dat spreekt mij wel aan. De ene keer lukt het beter om een goede oplossing te verzinnen dan de andere. Dat heeft ook veel te maken met het vermogen van de regisseur om compromissen te sluiten, want dat is meestal onvermijdelijk.
Persoonlijk vind ik het een uitdaging om plannen ter plaatse beter te maken. Om er net even wat meer uit te slepen dan er in zit. Ook dat lukt niet altijd, maar wie niet waagt... 
Precies.
Waar ik wel moeite mee heb is dat we meestal pas achteraf weten hoe het had gemoeten. Dan zeggen de geluidsman en cameraman, in de auto op weg terug naar Hilversum, hoe het beter had gekund. Als we nou eens zus en mezo hadden gedaan.
Maar ook dat hoort erbij. 
Een overdosis ervaring kan helpen, omdat je al voor hetere vuren hebt gestaan. Het kan echter ook een belemmering zijn. Bijvoorbeeld wanneer je zeker denkt te weten dat iets onmogelijk is en je het niet eens meer probeert. Dan zijn de jonge honden met lef, talent en ballen toch weer in het voordeel.
Afijn. 
Een beetje filosoferen over het vak kan wat mij betreft nooit lang genoeg duren, maar nu terug naar vandaag. 
Ik weet zeker dat ik een topshot heb gemaakt met de 42 meter hoge hoogwerker die we daarvoor hebben ingehuurd. En toch blijft het de vraag, tot de regisseur klaar is met monteren, of het ook echt een top shot is. Ik heb het teruggezien en zag dat de wind meer invloed heeft gehad dan me lief was. Ook vraag ik me nu, uren later, opeens af of ik het beeld aan het eind wel lang genoeg heb laten staan. En zo valt er altijd genoeg te tobben in het leven van de cameraman.


maandag 1 juni 2009

pinkpop 40 jaar

Amsterdam. In Landgraaf vieren ze een feestje en ik ben op de woonboulevard. Where did I go wrong? Aan het eind van deze prachtige dag kijk ik met pijn in het hart naar het werk van mijn collega’s die wel naar Limburg mochten en ik zie dat het goed is.
Dit jaar zit een van de lekkerste krentjes niet in mijn pap en daar ben ik ziek van. Nou weet ik ook wel dat je niet altijd alles kan hebben, maar Pinkpop... 
De klant liet een paar weken geleden weten dat ze in al hun wijsheid hadden gekozen voor een andere cameraman. Omdat het werk eerlijk verdeeld moet worden. Het vorig jaar zat hij zich thuis voor de buis te verbijten. 
Kortom; een eerlijke, sociale en trouwe klant. Dat kom je in Hilversum niet meer heel vaak tegen en dus mag ik niet mopperen. Stiekem hoop ik er maar op dat ik het volgend jaar weer aan de beurt ben. En misschien heeft mijn collega het wel verprutst.
Ik kijk naar de televisie en zie dat het laatste zeker niet het geval is. Het ziet er allemaal prachtig uit. Al na een paar minuten moet ik concluderen dat de cameramensen en regisseurs die Pinkpop in beeld brengen knap werk leveren. Met liefde voor de muziek maken zij top televisie met passie. Een lust voor het oog.
Alleen niet voor mij. Ik kan er niet te lang naar kijken. Noem het gerust afgunst, jaloezie of kinnesinne van de ergste soort. Ik geef het eerlijk toe.

zondag 31 mei 2009

ENG (Electronic News Gathering)

Hilversum. Voor we verder gaan moet ik even iets uitleggen. Er zijn namelijk vaktermen die in de televisie-industrie dagelijks worden gebruikt, maar waar de gewone man niets van begrijpt. Neem bijvoorbeeld het fenomeen ENG.
ENG (niet eng, maar ee-en-gee) is de afkorting van Electronic News Gathering en dat is wereldwijd een begrip. Deze term wordt gebruikt om cameraploegen aan te duiden die er met een camcorder op uit trekken om reportages te maken. Dat kan een camjo (camera-journalist) zijn die in zijn eentje te werk gaat, maar ook een ploeg die bestaat uit een cameraman, geluidsman, interviewer, regisseur en producer. In een heel enkel geval is er zelfs een aparte belichter bij.
Oorspronkelijk was er een verschil tussen NG (News Gathering), teams die reportages maakten met traditionele filmcamera’s en de nieuwe ENG ploegen die met elektronische apparatuur als videocamera’s en grote BCN, BVU of U-Matic recorders op pad gingen.
Video was voor nieuwsmakers een veel sneller medium, omdat het materiaal niet ontwikkeld hoefde te worden. De camera’s en recorders werden steeds kleiner en in de jaren ’80 kwamen de eerste professionele camcorders op de markt. Daarmee werd film definitief verdrongen bij het televisienieuws. Alleen de term ENG bleef gehandhaafd.
Tegenwoordig gebruiken we ENG vooral om het verschil aan te geven met ‘meer-camera’. De ENG ploeg gaat met een enkele camera op pad, terwijl voor ‘meer-camera’ over het algemeen reportagewagens nodig zijn. 
ENG ploegen worden ingezet voor nieuws en actualiteitenprogramma’s, maar ook amusement, drama en bijvoorbeeld documentaires worden met behulp van ENG’s opgenomen. De ENG bestaat in Nederland over het algemeen uit een cameraman en een geluidsman. Ze rijden in een MPV-achtige auto en zijn herkenbaar aan een outfit van The North Face.


vrijdag 29 mei 2009

band

Hilversum. ‘Heb jij last van een langzaam leeglopende voorband?’, vroeg Bob-Jan. Ik had geen idee. Last sowieso niet, want een Michael Schumacher, die elke minimale afwijking aan zijn auto onmiddellijk constateert, ben ik zeker niet. De blauwe Bora heeft wellicht verbeterpuntjes qua rijgedrag, maar de bestuurder ook.
Wel heb ik een tijdje geleden, na een beurt, gezien dat in een van de banden minder lucht zat dan in de andere. Daar ben ik direct mee naar de garage gegaan. 
Ik ben nou eenmaal geen doe-het-zelver en zeker niet wat auto’s betreft. Natuurlijk kan ik wel een band oppompen, maar ik ben zo onhandig dat ik dan binnen tien tellen van top tot teen onder de zwarte strepen zit. Rambo. Ook het bijvullen van de ruitenwisservloeistof en het controleren van oliepeil leveren bij mij direct chaos op. Zelfs tanken gaat regelmatig mis. Dan ruikt mijn linker hand weer naar diesel, of erger... een broek.
Terug naar Bob-Jan. Samen liepen we naar buiten. Hij wees me fijntjes op een klein spijkertje waarvan alleen het kopje nog zichtbaar was. De rest stak in mijn rechter voorband.
Ik had de auto toevallig zo geparkeerd , met het stuur een slag naar links, dat Bob-Jan de band en het glimmende spijkertje precies kon zien vanaf zijn werkplek bij het raam. Bovendien heeft hij een getraind oog voor autoschades en hij doet niets anders dan opletten. Soms is dat lastig. En nu eigenlijk ook.
Het gevolg is namelijk dat ik opeens, een klein half uur later, bij de KwikFit zit. Alsof ik niets beters te doen heb. Nu wacht ik op twee (!) nieuwe Michelins en drink uit pure verveling smerige koffie. Volgens mij hebben ze hier de Douwe Egberts verwisseld met motorolie, maar dat terzijde.
Tweehonderd euro gaat dit grapje kosten. Het geld groeit me niet op de rug, zou mijn vader zeggen. Maar wie in een veilige Bora wil rijden moet nou eenmaal een setje knappe voorbandjes hebben. De mijne waren behoorlijk afgesleten door alle ritjes naar Hilversum en terug. 
Eerder deze maand heb ik me voorgenomen om nog zeker anderhalf jaar in deze suffe bak te blijven tuffen. Crisisbeleid. Bovendien vindt mijn zoon de auto van papa zo moooooooi. Hij weet niet beter en is de enige Borafan op aarde. Ik kan het hem niet aandoen om de auto nu in te ruilen. Dan maar nieuwe banden.
Straks, na het doorbladeren van de AutoTrader en een reclameblaadje vol potsierlijke velgen, kan ik weer verder met de dingen die ik eigenlijk moest doen vandaag. Veilig op weg naar een nieuwe kinderkamer enzo.
Bob-Jan, bedankt...

woensdag 27 mei 2009

afscheid

Utrecht. Het kantoor is ontruimd. Ik maak plaats voor de tweede kinderkamer. Met pijn in het hart neem ik afscheid van mijn eigen plekkie. De enige ruimte in huis waarover niemand anders iets te vertellen had. 
Het kamertje waar Mick Jagger ongestoord een plek aan de muur had. Daar waar ook het ingelijste drumstokje van Charlie Watts opschepperig hing te pronken. Waar een grote wereldkaart vol kopspelden in een oogopslag liet zien waar ik ben geweest. En waar een rek vol boeken en cd’s iets vertelde over mij. Wie ik ben en wie ik zou willen zijn.
Voor al deze ‘spielerei’ is geen plaats meer. Na bijna 37 jaar moet ik mijn jongenskamer opgeven en eindelijk eens volwassen worden. 
Mick staat in een hoekje en ik probeer er door te drukken dat hij een spijker in de muur krijgt, maar ik vrees het ergste. Over de wereldkaart durf ik niet eens te beginnen. Lieve Lief heeft immers ook een uitgesproken smaak. Een andere...
Op zolder heb ik een mooie werkplek gekregen, waar het uitzicht vele malen beter is. Het enige nadeel van dit kantoor, dat ik voortaan met mijn vrouw deel, is dat ik nooit meer ongestoord windjes kan laten tijdens het typen.
Het is even wennen. 
Alleen mijn allermooiste fotoboeken hebben een plek op het schap gekregen. De cd’s zitten tijdelijk in een doos, tot er een dressoir in de woonkamer is. Van de drie computers die ik door elkaar gebruikte is er nog eentje over. Zelfs de printer deel ik tegenwoordig.
Maar ik heb het er graag voor over. Als mijn voormalig kantoor de volgende week geschilderd is, trekt Art er in. Hij verdient ook een jongenskamer. Nu bepalen wij nog hoe het er uit zal zien, maar over een paar jaar gaat hij daar de posters van zijn idolen ophangen. Misschien kan ik hem nog voorzichtig in de richting van de Rolling Stones pushen...


dinsdag 26 mei 2009

tip!

Utrecht. Op de site van Olav Mol staat een kijktip. Niet alleen voor freaks van F1, racerij of autoprogramma's, maar een must voor alle televisiemakers in Nederland! Kijk hier naar de eerste twee filmpjes en je hebt weer inspiratie voor een paar weken. 
De moraal van dit verhaal: Het begint met een geschikte lokatie!

Oh ja... Olav en Wil,
Als jullie aan de slag willen, dan bied ik me graag aan als second, third, fourth of fifth unit!

zaterdag 23 mei 2009

(d)ikke

Meeswijk, België. We zitten rustig na te tafelen. Over een uur moeten we echt aan het werk. Kopje koffie, bakje yoghurt en een prettig gesprek. Volgens mij zit ik stil als plotseling de klapstoel onder mijn kont vandaan krakt. Een kwart tel later lig ik languit op de planken vloer van een feesttent. Is het nu tijd voor een streng dieet of mag ik openlijk klagen over de inferieure kwaliteit van deze Belgische stoeltjes?


stand van zaken

Meeswijk, België. Het zijn spannende tijden in Omroepland. Wie goed kan luisteren heeft al lang door dat ook de AV-branche klappen krijgt. Door de kredietcrisis haken sponsors af. Omroepen zitten op hun geld en veel beslissers durven niet te doen waarvoor ze zijn aangenomen. Als gevolg hiervan hebben veel kleine producenten het zwaar. Anderen kijken voor de zoveelste keer of ze de facilitaire bedrijven nog verder kunnen uitknijpen.
Er is op dit moment duidelijk minder werk te verdelen dan het vorig jaar rond deze tijd. Daar hebben met name freelancers last van. Zeker collega’s die afhankelijk waren van een beperkt aantal klanten. Ik heb al een paar schrijnende verhalen gehoord.
Het gevolg is een lichte vorm van paniek in het wereldje. De een vreest dat het angstvallig stil zal blijven, een ander is bang dat collega’s in nood met hun prijzen gaan zakken. 
Spannend is het zeker. 
Omdat ik dit jaar pas ben begonnen als freelancer (ZZP-er) kan ik nog niet terugvallen in een riante financiële buffer. Bovendien weet niemand wanneer de markt weer gaat aantrekken en hoeveel slachtoffers er tot dat moment zullen vallen. Wat dat betreft is mijn timing, door uitgerekend in 2009 de zekerheid van een vast contract op te geven, misschien niet super slim. Maar dat is achteraf makkelijk gezegd.
Tot nu toe mag ik niet klagen. De telefoon rinkelt minder vaak dan in de eerste maanden van het jaar, maar ik heb nog voldoende opdrachten. Wel denk ik dat het wat werk betreft een rustige zomer kan worden. Het zou prettig zijn als ik in juni nog wat extra dagen krijg, zodat ik me daarna met een gerust hart kan storten op de geboorte van ons tweede kindje.


presentatiepropje

Utrecht. Ze is woest aantrekkelijk, jong en heeft een prettige stem. De lens maakt haar nóg mooier. Hier staat iemand die dwars door het beeld heen komt. Een meisje waardoor vieze omroepbaasjes opeens hele gekke beslissingen nemen.
Ze weet dat de eeuwige overkill van mannelijke aandacht een garantie voor succes is. Ze weet dat ze ermee moet spelen wanneer er beslissers in de buurt zijn. En ze weet dondersgoed wie niet belangrijk is.
Een visagiste waakt permanent over elke wimper. De kledingadviseuse heeft voor een klein fortuin mogen shoppen. Er is zelfs nagedacht over de sterkte van de lampen, de hardheid van het licht.
Ze is een buitengewoon interessant fenomeen.
Het is alleen jammer dat niemand serieus heeft nagedacht over haar teksten. Inhoudelijk rammelt het aan alle kanten. Ze weet niet wat ze zegt. Er staan nogal wat struikelzinnen op haar papiertje en die heeft ze als een spreekbeurt uit het hoofd geleerd. Als de camera loopt komt het er ongeloofwaardig en soms zelfs onbegrijpelijk uit.
Iemand moet iets doen. Het blonde woordenschatje heeft zelf weinig alternatieven tot haar beschikking. Ze weet waarschijnlijk niet eens wat ‘synoniem’ betekent.
Je zou enorm op dit programma kunnen besparen als de presentatrice haar teksten in een of twee keer kon opdreunen. Niet alleen gaat er veel kostbare tijd verloren, ook de schijven lopen vol. Het ene na het andere ‘de TV draait door’ moment komt voorbij. Jammer dat we deze disks niet stiekem kunnen doorspelen.
Hóéveel klemtónen kan je in één zin op de verkéérde plek léggen? Hoe moeilijk is het om een paar eenvoudige OPEN vragen aan iemand te stellen en om zijn of haar naam te onthouden?
Als dit katje lief en spontaan was, zou de opnameploeg alles door de vingers zien. Maar hier staat iemand met kapsones. Als camera- en geluidsmensen over het algemeen ergens allergisch voor zijn, dan is het wel divagedrag. Zeker als het sterretje haar vak niet verstaat.
Het is zo jammer dat de man die haar deze kans gegeven heeft nooit op de set is om te zien wat hij heeft aangericht. Niet hij, maar een regisseur moet met kunst en vliegwerk, alles rechtbreien.
De omroepbaas had natuurlijk, op dat intieme moment, niet in haar oor moeten fluisteren dat hij haar beroemd zou maken, maar vijf andere woordjes: ‘presenteren is ook een vak!’

dinsdag 19 mei 2009

ben ik in beeld?

Den Bosch. ‘Hey! Da moedde filme.’
Loop vijf minuten over straat met een camera en statief en je weet welke clichés een filmploeg dagelijks te horen krijgt.
‘Zijn jullie van de tillevisie?’
‘Welke zender?’
‘Wanneer wordt het uitgezonden?’
‘En ben ik in beeld.’
Of: ‘Nee, mij moet je niet filmen. Ik blijf toch niet plakken.’
‘Wat kost da nou?’
‘Kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.’
‘De mijne is veel kleiner!’
‘Hoeveel Lux is die?’
‘Goh, dr komt nog heel wat bij kijken.’
‘En wat doen jullie nou zoal als jullie niet filmen?’
‘Is dat nou allemaal nodig voor da ene minuutje op de televisie?’
‘Hem moet je even in beeld nemen! Hij is er geknipt voor.’
‘Waar is Mart Smeets?’
‘SBS6?’
‘Nee, loop maar door... wat zeidde gij arrogant zeg.’
‘Heeeeeeeeeey!’
‘TE LE VISIEEEEEEEEEEEEEE.’
‘Van wie zijn jullie?’
‘Welk programma?’
‘Zo, jullie maken nog eens wat mee.’
‘Verdient dat nou goed?’
‘Is da nou zwaar?’
‘Ken je dan ook bekende Nederlanders?’
‘Hoe zijn die nou in het echt?’
‘Hart van Nederland zeker.’
‘En actie!’
‘Cut!’

maandag 18 mei 2009

Art is 2!

Maar nog net niet groot genoeg...



zondag 17 mei 2009

veranderingen

Geleen. Het is zondagmorgen, kwart over negen. Ik loop van de Dr. Nolenslaan naar de Sint Augustinuskerk in de Prins de Lignestraat, waar mijn neef dadelijk zijn Heilige Communie doet. Een wandeling van nog geen tien minuten, dwars door het centrum van mijn geboorteplaats. Dit is bekend terrein; hier ben ik opgegroeid. 
Ik kom langs de voormalige Don Bosco school. Daar was mijn vader jarenlang directeur. Als klein jongentje mocht ik mee als er met Pinkpop de ME was ondergebracht. Nu staat om de school een hek, het gebouw wordt gesloopt en de meeste ramen zijn al gesneuveld. 
Het politiebureau waar ik -later- bijna dagelijks de studiosleutel van Lokale Omroep Start moest ophalen is verdwenen. Die studio, de plek waar ik heb leren filmen ook. De hele voorkant van De Hanenhof is compleet veranderd.
V&D is weg. Er is een nieuw winkelcentrum voor in de plaats gekomen. Volgens mij is deze nieuwbouw niet bepaald een verbetering. Voor mijn gevoel staat alles te dicht op elkaar en mist het sfeer of uitstraling. Maar het is een druilerige zondagochtend. De winkels zijn gesloten. Misschien is dit niet het ideale moment om een goed beeld te vormen van alle veranderingen.
Ik loop voor het oude stadhuis, langs de kroegen die ooit namen als BizzieBie en CornerHouse droegen. Waar ooit het kantoor van Het Limburgs Dagblad zat zit nu de New York Pizza.
Ik steek de Mauritslaan over en loop recht op de kerk af, langs het pand waar de bibliotheek was. Ook dit gebouw heeft haar functie verloren en staat er troosteloos bij. 
Daar is gelukkig mijn neef. In zijn communiekleren, tussen zijn klasgenootjes, met een gele ballon in zijn handen. Volgens mijnheer Pastoor komt Jezus vandaag in hem. Persoonlijk vindt Oom Rein dat een niet al te frisse gedachte, maar de communiekant straalt. Ondanks de regen toont hij een glimlach van oor tot oor. De fanfare speelt vrolijke muziek tot in de kerk.
Heeft de tijd dan toch stil gestaan?
Ik maak een paar foto’s en denk terug aan mijn eigen Heilige Communie, ongeveer dertig jaar geleden. Een dag om nooit te vergeten. Vooral de nieuwe fiets, mijn eerste horloge en het gat dat ik viel in de dure communiebroek. Van het feit dat Jezus in mij gekomen is heb ik nooit veel last gehad. Waarschijnlijk heeft hij mij al lang weer verlaten...
Zo gaan die dingen. Het leven is vol veranderingen.

vrijdag 15 mei 2009

slimme ik

Utrecht. Het nu volgende verhaal is in twee regels te vertellen. Wie geen tijd heeft of geen zin om te lezen kan direct naar het eind scrollen. Maar aangezien ik bekend sta om mijn lappen tekst probeer ik ook dit beschamende avontuur te rekken tot het uiterste. 
Het gaat over cameramensen die niets te doen hebben. Vakbroeders aan de koffie. Dan gaat het al snel over de verschillende klussen; waar iedereen zoal mee bezig is. Als de eigen prestaties besproken zijn komen de opdrachten van collega’s aan bod. 
Noem het rustig roddelen, maar ik zie het meer als informatie vergaren. Wie doet wat en op welke manier? Wat valt bij collega’s in de smaak en wat niet? Het zijn vaak interessante gesprekken. Zo nu en dan leidt het tot een stevige discussie. Meestal zitten de cameramensen die ik spreek redelijk op een lijn en is het alleen maar gezellig.
Zo ook laatst. Of liever gezegd... vanmiddag.
Hoe we er op kwamen weet ik niet precies. Ik ving iets op over een grootse live-uitzending en daar had ik een stuk van gezien. Te opdringerig trok ik het gesprek vervolgens naar me toe met de vraag of mijn collega’s dat ene mislukte shot ook gezien hadden?
Voor zij antwoord konden geven ging ik helemaal los. Het onmogelijke loopje met een handheld camera. Totaal mislukt. Kan gebeuren, maar de gelauwerde regisseur schakelde het nog eens en nog eens. Telkens weer zag het er -in mijn ogen- niet uit. Niet steady, troep in beeld en invallend zonlicht. De cameraman deed precies wat hij niet moest doen. Lopen. Lang leve het statief!
Het was ook een onmogelijke opgave. Dit kon geen enkele cameraman goed uitvoeren. Het ging mij dus vooral om de kneus die dit had verzonnen. Als het de beroemde regisseur was, waarom had die cameraman in kwestie dan niet gezegd dat het een kansloze missie was?
Ik was op dreef. Zo erg dat ik het gezicht van een collega in het gezelschap niet zag betrekken. Ik had pas als laatste in de gaten dat die zeer gewaardeerde vakbroeder niet mee ging in deze afzeikronde. Iedereen begreep dat ik geen grap maakte, dat ik vierkant meende wat ik zei en dat ik totaal niet door had dat degene waar tegen ik zo fel over tekeer ging recht tegenover me zat. 
Onhandig, pijnlijk en gênant.

woensdag 13 mei 2009

laag

Hilversum. Eigenlijk zou ik eens een stukje moeten schrijven over OBV14 van Cinevideogroup, maar dat doe ik niet. Zo lang ik niet zelf heb mogen spelen met de nieuwste, grootste en allermooiste reportagewagen van Nederland verdom ik het. Mij hoor je voorlopig niet zeggen dat dit de hemel is voor mensen die van televisietechniek houden. Zelfs niet nadat ik vandaag een vrij exclusieve rondleiding in deze High Defenition OBV heb gekregen. 
Dan moeten ze me eerst maar eens inhuren, dacht de hongerige freelancer...
Ik ga het hebben over het lage shot. Ook wel bekend als kikvorsperspectief. Het is mijn afwijking anno 2009. De opvolger van een ‘blauwe periode’ de afgelopen jaren.
Natuurlijk maak ik al zo lang als ik cameraman ben shots laag bij de grond. Het is immers prettig als er in een filmpje wordt gevarieerd met het perspectief. Maar de laatste tijd heb ik het lage shot min of meer herontdekt. 
Top shots wil elke regisseur.
Het babystatief of de zogenaamde ‘low bowl’ zijn echter onderschatte hulpstukken. Ze zouden toegevoegd moeten worden aan de standaard uitrusting van elke cameraman. Natuurlijk kan je ook lage shots maken door de camera simpelweg op de grond te zetten, maar voor je het weet blijft je portemonnee op locatie liggen, omdat je die even nodig had als steuntje. Om de camera aan de voorkant iets te liften. Bovendien kan je zo geen strakke bewegingen maken.
Ik ben dol op het lage perspectief en wellicht heeft het vaderschap hier alles mee te maken. Sinds ik bijna dagelijks mijn kind fotografeer of op mijn buik lig om met de Duplo te spelen ben ik helemaal verkikkerd aan laag.
Het is gek, vervreemdend en alles lijkt zoveel groter. 
Zelfs OBV14. Die is van zichzelf al gigantisch, maar als je er plat op je buik voor gaat liggen is de trailer die aan twee kanten kan uitschuiven nog veel mooier.

dinsdag 12 mei 2009

brometten

Hilversum. Interviewen is een veel te groot woord. Vragen stellen vind ik nog overdreven. 
Tijdens de opnamen van Het Beste Idee van Nederland kreeg ik de kans om op het parkeerterrein, met draaiende camera, de zojuist gearriveerde uitvinders uitspraken te ontlokken. Misschien moet ik zeggen dat niemand me tegen hield.
Door het stellen van simpele open vragen en het laten vallen van (pijnlijke) stiltes begonnen de meeste kandidaten spontaan te praten. 
‘En?’
‘Wat komt U doen?’
‘Wat is dit?’
‘Hoezo?’
‘Is dat zo?’
Het kan zijn dat de eindredacteur en editor tijdens de montage knettergek worden van mijn interviewseltjes, maar ik vond het grappig. Ik realiseerde me dat er meer is dan alleen de camera. Wellicht kan ik in de toekomst nog eens werk maken van het fenomeen camjo (cameraman/journalist) of als een echte Frans Bromet reportages produceren voor een programma als Man Bijt Hond.
Ik ben doorgedraafd. Zeker weten. Uiteindelijk kon niemand ontsnappen aan mijn domme verhoortjes.
‘Dus U hebt het beste idee van Nederland?’
‘Ja?’
‘Wat?’
‘Ik heb het beste idee van Nederland.’
Het was vooral aardig, omdat het nergens over ging. We werden er zelfs een beetje melig van en de humor werd steeds droger. Jammer genoeg kan ik de complete conversaties niet integraal uitschrijven. De meeste gesprekjes ben ik alweer vergeten. Je moet het beeld er ook bij zien. En misschien was het uitsluitend amusant als je erbij was.
Wat dat betreft hebben geluidsman Renato en ik vooral plezier gehad. En een aantal kandidaten. Dat weet ik zeker.
‘Dus...’
‘Hoe werkt dat?’
‘Wat zegt U?’
Nu ben ik razend benieuwd of mijn gebromet de uitzendingen gaat halen. We zullen er tot in augustus of september op moeten wachten.
‘Bent U nerveus?’
‘Alles goed?’

maandag 11 mei 2009

The Phone USA

De eerste drie afleveringen van The Phone in Amerika staan nu op internet. Kijk maar eens op www.mtv.com. Alleen voor de freaks.

zondag 10 mei 2009

moederdag

Hilversum. Normale mensen vieren moederdag met het hele gezin. Cameramensen lopen het risico dat ze moeten werken op dit soort dagen. Ik kan me niet heugen wanneer ik voor het laatst op moederdag bij mijn lieve moeder op bezoek ben geweest. 
Meestal bel ik even. Zo heb ik mijn moeder de afgelopen jaren meerdere keren gefeliciteerd vanuit een buitenland. Vandaag stond ik op het MediaPark in Hilversum toen ik belde. Een hele ploeg televisiemakers gebruikte de korte ochtendpauze om naar huis te bellen.
Mijn moeder is een grote schat en die klaagt hierover nooit. Toch voelde ik me vandaag wel een beetje schuldig. Vooral, omdat ik mijn zoon een beetje in zijn hemd of rompertje had laten staan. 
In alle hectiek van de afgelopen week was het fenomeen moederdag bij mij een beetje aan de aandacht ontschoten. Ik dacht dat het pas de volgende week zover was en dus hadden wij geen cadeau op de tweede moederdag van mijn Lieve Lief.
Gisteren en vandaag had ik twee lange draaidagen waarop niets te regelen meer viel. Mijn improvisatietalent is behoorlijk op de proef gesteld. Over het eindresultaat ben ik niet tevreden. Zeker niet als ik hoor dat vrienden en bekenden hun partners en moeders uitgebreid hebben verwend met verrassingslunches en andere gezelligheid. 
Waar was ik? Aan het werk. Zoals zo vaak op belangrijke momenten. Vrijdag wordt zoonlief twee en heb ik toch maar een klusje aangenomen, omdat ik al zoveel vrij ben geweest de afgelopen tijd...
Het leven van een cameraman gaat niet altijd over rozen. Anders had ik ze vandaag wel aan mijn vrouw en aan mijn moeder gegeven!

donderdag 7 mei 2009

castillo del romeral

Gran Canaria. Mijn Lieve Lief en ik zijn reizigers van het soort dat graag ontdekkingen doet. Wat uitstapjes op vakantie betreft nemen we regelmatig risico’s, hoewel het meestal tegen valt. De mooiste plekjes op aarde zijn al lang in kaart zijn gebracht, dat weten wij ook wel. Toch weigeren we ons er bij neer te leggen dat alleen de stadjes die door massa’s toeristen in bezit zijn genomen de moeite van het bezoeken waard zijn.
Hoopvol bestuderen we landkaarten. We blijven tips vragen aan locals die absoluut niet als deskundig beschouwd mogen worden. Persoonlijk prik ik graag met de ogen dicht een volgende bestemming.
Zelfs op toeristenpuist Gran Canaria hebben we een dappere poging gedaan.
Afgelopen zondag.
Wellicht is het ietwat naïef om op dit eiland op zoek te gaan naar een onbedorven pareltje, maar wie niet waagt zit de hele week tussen dikke Duitsers en hondsbrutale, luidruchtige Hollanders. Dus gingen we af op de tip van een niet al te snuggere taxichauffeur. Hij wist ons te melden dat het laatste ongerepte stukje Canarisch eiland een vissersdorp was. Daar, in Castillo del Romeral, zouden we in ieder geval geen toeristen treffen.
Wij op pad. Vijftien kilometer ten noodoosten van ons reservaat in Maspalomas. Het betrof in ieder geval een stadje met een veelbelovende naam. De taxirit kostte ongeveer 25 euro -enkele reis-, maar dat hadden wij graag over voor een ochtendje cultuur.
Volgens de ANWB reisgids is Castillo del Romeral een ‘slaperig vlekje zonder enige uitstraling’. Maar je moet die boekjes niet altijd geloven. Bovendien las ik het pas toen we het dorp met zijn ‘sobere uitstraling’ naderden en point of no return al ver achter ons lag.
Deze keer hadden de schrijvers van de Wielrijdersbond echter niets teveel gezegd...
In Castillo del Romeral is niets, maar dan ook helemaal niets te beleven. Zeker niet op zondagochtend. Er is zelfs geen stoplicht dat op rood en groen kan springen. Niet één gebouw is de moeite van het bekijken waard.
We werden gedropt op een plek aan de kust. Daar waar een boulevardachtig pad van niks naar niets liep. Of dit ooit een bruisende straat moet worden of dat het lang geleden iets is geweest, werd niet geheel duidelijk. We kwamen langs een van de twee restaurants die het dorp rijk is. Gesloten. Vervolgens passeerden we een braakliggend terrein. Groot genoeg voor een te bouwen hotel of resort. En verderop lag een leegstaand winkelcentrum dat nooit is afgemaakt. Verderop stond een groot bord met de tekst ‘Información y venta’ en een telefoonnummer.
In het hart van het dorp lag een kerkje. De mis was net uit. Onder een boom zaten nog twee oude mannetjes. Binnen speelden kinderen op het altaar. Een moeder maakte ruzie met haar zoon. De jongen van negen of tien zou een draai om zijn oren hebben gekregen als wij niet op dezelfde stoep hadden gelopen. Een oud vrouwtje met karakteristiek hoofd, die in de deuropening stond te wachten op haar man, wilde niet op de foto.
Terug bij de pier dronken we cola op het terras van Cofradia de Pescadores, het tweede restaurant van Castillo del Romeral. De barman legde aan mijn Spaans sprekende Lief uit dat hier ergens een kasteel had gestaan, maar dat was jaren geleden vergaan in een storm.
Rond het middaguur namen we enigszins teleurgesteld de enige taxi in het dorp, terug naar ons hotel.
Ooit zal de Costa Canaria ook dit dorp opslokken. Nu is daar nog niets van te merken, maar projectontwikkelaars arriveren vroeg of laat in Castillo del Romeral en daarna komen de toeristen. Op een dag is van het slaperige en het sobere niets meer over. Het kasteel zal wellicht herrijzen in de vorm van een afschuwelijk hotel. De arme inwoners van het vlekje gaan gouden bergen verdienen met het opmaken van bedden en het rondserveren van pinacolada’s. Niemand zal zeggen dat het zonde is van dit authentieke stukje eiland.
Behalve ik.
Ik zal dan roepen dat ik Castillo del Romeral nog gezien heb zoals het was. Onbedorven, volkomen oninteressant en daardoor een must voor een ieder die op zoek is naar ‘iets anders’ op Gran Canaria.


woensdag 6 mei 2009

over vliegen

Maastricht Airport. Ergens in 2006 vloog ik van Curaçao naar Amsterdam en tijdens die KLM-vlucht irriteerde ik me wezenloos aan jammerende kinderen om mij heen. Eenmaal met beide benen op de grond heb ik, in al mijn woede, een blog aan deze rampvlucht gewijd. Het verhaal heeft een aantal ouders behoorlijk geschokt. Er zijn (ex) vrienden die zich aangesproken voelden en waar ik sindsdien niets meer van vernomen heb. Zelf had ik op dat moment nog geen nageslacht. Wel was mijn vrouw al zwanger, dus nam ik me voor om mijn kids niet te laten vliegen voor ze 18 zouden zijn.
Tot mijn ouders ons aanboden om een weekje met de hele familie naar Gran Canaria te gaan. Toen vlogen de principes gelijk overboord. Twee weken voor zijn tweede verjaardag zat mijn zoon Art in een vakantiecharter van Transavia. Van Maastricht Airport via Rotterdam naar Las Palmas. En terug.
Met samengeknepen billen zat ik er bij. Hoogst persoonlijk had ik de goden verzocht met mijn stoere taal. De kans was levensgroot dat uitgerekend mijn kind de grootste brulboei in de HV165 zou zijn. Al weken lang maakte ik me druk over het mogelijk gedonder, gemekker, gelazer, gekloot, gewauwel, gezanik, gezever, jengelen, mauwen, piepen, gillen en janken van het liefste kereltje op aarde.
Bij de trap van het vliegtuig begon het al. Meneer was angstig. Met zijn kleine grijpgrage handjes trok hij hard aan mijn borsthaar. Hij had ze alledrie tegelijk vast. Het andere handje trilde en zijn mondje pruilde. Ik hield niet alleen hem, maar ook mijn hart vast.
Tot mijn grote verbazing ging het echter buitengewoon goed. Niets aan de hand. Hij liet zich rustig vastgespen op schoot, keek in eerste instantie ietwat nerveus, maar later rustig naar buiten en speelde een beetje met het tafeltje. Dat was geen enkel probleem, want in de stoel voor ons stond een MaxiCosi met daarin een luid schreeuwende baby. Die was toch al wakker.
Tijdens de week op Gran Canaria heb ik ontdekt dat we geen medelijden hoeven hebben met de toeristen die voor deze bestemming hebben gekozen. Gegil aan boord is zo’n beetje het enige wat er tijdens zo’n vakantie te beleven valt.
Van mijn kind heeft echter niemand last gehad. De hele week moest ik me inhouden, want voor ik echt trots kon zijn moesten we eerst nog terug. Ook dat was geen enkel probleem. Misschien denkt de meneer die voor ons zat er iets genuanceerder over, maar ik ben zeer tevreden. Mijn zoon heeft zich in de lucht keurig gedragen. Hij heeft niet gehuild, niet geschreeuwd en zelfs anderhalf uur rustig liggen slapen.
Dat geeft de burger moed. Laat ik nou nog een berg KLM-punten hebben...


vrijdag 1 mei 2009

schuldig

Hilversum. Bloednerveus. Niet ik, maar de man voor me. Hij ijsbeert op en neer in de wachtkamer van de rechtbank. Wrijft aan zijn neus, gaat zitten en weer staan. Ik word er onrustig van.
De parketwacht komt ons halen. Ik mag de zaak van mijn voorganger volgen. Zo kan ik zien wat me te wachten staat.
We komen in een lichte zaal, op de eerste verdieping, aan de voorkant van het gebouw. Ik zie de ’s Gravenlandseweg met De Jonge Haan aan de overkant. Er is genoeg ruimte voor publiek, maar alle bankjes zijn leeg. Links, achter een tafel, zit de officier van justitie. In het midden de rechter en rechts van hem de griffier. Allemaal gekleed in toga. Dit is echt. Alleen heb ik geen advocaat. Dat hoeft ook niet bij de kantonrechter.
Van het achterste bankje in de ruimte zie ik hoe de nerveuze man een snelheidsovertreding op het water probeert recht te praten. Hij is gepakt met zijn speedboot op basis van een schatting. Bovendien is het niet helemaal duidelijk hoe hard je op die plek mag varen. De rechter gaat zijn vingers niet branden aan de zaak. Er komt geen uitspraak vandaag.
Nu ben ik aan de beurt. Zonder publiek, dat scheelt.
Twee jaar geleden heb ik een fietser aangereden. Niet met opzet natuurlijk. Ik had toen het gevoel dat ik er niet veel aan kon doen. Toen ik, maanden later, een boete van € 181,- kreeg voor het niet verlenen van voorrang vond ik dat ik het eens voor moest laten komen. Een beetje voor het principe en een beetje voor het verhaal.
Ik kreeg een dagvaarding voor 04 april 2008. Onze trouwdag! Met twee aangetekende brieven en een paar telefoontjes kreeg ik het uiteindelijk voor elkaar om de zaak uit te stellen. Daarna hoorde ik niets meer. En toen ik dacht dat het niet meer zou gebeuren kreeg ik een nieuwe uitnodiging om voor de rechtbank te verschijnen.
Het is inmiddels dik twee jaar geleden. Inmiddels ben ik niet meer zo overtuigd van mijn gelijk. Bovendien ben ik nu freelancer en als ik vandaag gewoon was gaan werken had ik meer kunnen verdienen dan die € 181,-. Er vanuit gaande dat ik dadelijk de klos ben zit ik in het beklaagdenbankje. Wel ga ik er helemaal voor.
Met foto’s en een doordacht betoog pleit ik mezelf vrij. Ik weet ook wel dat de automobilist in deze altijd schuldig is, maar ik leg uit dat dit iedereen kan overkomen. En dat ik al genoeg bestraft ben door de schrik.
De rechter begrijpt me. Het is een vriendelijke meneer. De officier van justitie oogt iets strenger. Maar alle aanwezigen in de zaal zijn het in principe met elkaar eens: ‘Schuldig!’
Toch heeft mijn betoog geholpen. De officier maakt van de straf een voorwaardelijke geldboete. Als de rechter vraagt of ik me daarin kan vinden zeg ik snel dat ik het redelijk vind, maar... En ik benadruk nogmaals dat ik naar mijn mening dit ongeluk niet had kunnen voorkomen.
Dan velt de rechter zijn vonnis. Schuldig. En hij neemt de eis van de officier over. Ik heb een voorwaardelijke boete aan mijn broek. Nu hoef ik niets te betalen, maar als ik binnen nu en een jaar weer een dergelijk ongeluk veroorzaak ben ik het haasje.
Voor ik de ’s Gravelandseweg op rij kijk ik naar links, naar rechts, naar links, naar links, naar rechts en nogmaals naar links.

woensdag 29 april 2009

30 rond

Utrecht. Aan het begin van elk nieuw bandje of disk, die we in een professionele camcorder stoppen, nemen we een stukje ‘colourbars’ op. Een testsignaal, door de camera gegenereerd. In combinatie met het pieptoontje uit de audiomixer is dit een hulpmiddel voor het afregelen van de montageset. Soms heb ik de indruk dat er nooit iemand naar kijkt, maar het is nou eenmaal de norm.
Wit, geel, cyaan, groen, magenta, rood, blauw en zwart.
In het tijdperk van videobandjes namen we standaard 1 minuut kleurenbalk op. Niet alleen voor de editor, maar ook omdat de eerste minuut van een bandje soms slecht was of de ‘tracking’ nog niet op orde. Bovendien kon je het eerste shot niet gebruiken als het helemaal aan het begin van de tape stond.
Tegenwoordig draaien we bijna uitsluitend op zogenaamde XDCAM disks die worden ingeladen in een computersysteem. Dertig seconden kleurenbalk is nu meer dan voldoende.
Het is de kunst om de teller van de camera precies op een rond getal te laten stoppen. Een soort spelletje voor cameramensen. Voorheen dus op 1 minuut rond en nu exact op 30 seconden. Geen frame (1/25 seconde) meer of minder. Als dat op een ochtend lukt, is het een goed begin van de dag.
Wit, geel, cyaan, groen, magenta, rood, blauw en zwart.
Ik doe dit werk inmiddels ruim vijftien jaar. De eerste jaren werkte ik tegen de tweehonderd dagen, maar dat is zeker de laatste jaren minder geworden. Ik denk dat 150 dagen per jaar een voorzichtig gemiddelde is. Als je dan uit gaat van drie tapes per dag, dan is dat (15x150x3) 6750 minuten kleurenbalk. Ruim 112 uur!!! Laat ik het naar beneden afronden. Dan zit ik inmiddels bijna 100 uur te wachten op een pieptoon en een testsignaal. Twee en een halve werkweek...
Wit, geel, cyaan, groen, magenta, rood, blauw en zwart.


dinsdag 28 april 2009

pieter 70

Utrecht. Pieter van Vollenhoven wordt donderdag 70. Over de jarige job maakte Arjan Nieuwenhuizen een documentaire, die woensdag 29 april door de NOS op Nederland 1 wordt uitgezonden.
Het camerawerk is van Frits Schrijvers en Richard de Jong. Een paar scènes mocht ik voor mijn rekening nemen. Zo was ik bij het lange interview verantwoordelijk voor het ruime mediumshot. Ik draaide een vergadering van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, was ‘second unit’ tijdens een familie-uitje in het bos en ik mocht opnamen maken van een spannende middag bij de Luchtmacht.
Alle opnamen zijn met vaste lenzen in High Defenition gemaakt. Voor mij waren dit leerzame draaidagen en ik denk dat het unieke beelden heeft opgeleverd. Het project krijgt zeker een plekje op mijn CV.
Ik heb inmiddels een voorproefje gezien en ben onder de indruk. Het is mooi geworden. Daarom durf ik iedereen op te roepen om woensdagavond te kijken naar dit programma. Ik ben benieuwd naar jullie reacties, zowel technisch als inhoudelijk.

Woensdagavond, 29 april, van 20.30 tot 21.30 uur op Nederland 1, bij de NOS. Pieter 70. 
Daarna volgt nog een programma van Ivo Niehe over Pieter, maar dat mag je wat mij betreft overslaan.


foto: Hans Duran

zondag 26 april 2009

huldiging AZ

Alkmaar. ‘Wij weten van niks!’, zegt een vriendelijke ambtenaar in het kantoor waar wij ons melden. Volgens de informatie moeten we zijn bij een bushalte, maar een cameraploeg houdt niet van afwachten. 
Er is een lijst en er zijn witte polsbandjes. Als je op de lijst staat krijg je zo’n bandje. Alleen is niet geheel duidelijk waar en van wie. Ons onderzoek leidt langs personen die van niets weten en dat niet prettig vinden. Maar we zijn ruim op tijd. Geen paniek.
Uiteindelijk staat er een indrukwekkend ploegje cameramensen en fotografen bij die bushalte. Als dat allemaal op een bootje moet, dan mag het een flinke schuit zijn. Zeker als je bedenkt dat iedereen waarschijnlijk aan een kant wil zitten. 
Er komen dames van de Gemeente. Met lijst en polsbandjes. Ze zijn vrolijk en uitgelaten. De pers is vooral ongeduldig en nerveus. De strijd om de betere plekken is begonnen.
We gaan lopen. In een lange sliert richting het feestterrein. Ik dacht dat we zouden gaan varen. Nu blijkt dat we worden afgezet bij een boot die voor het podium ligt. Daar vandaan kunnen we beelden maken van de huldiging, want die is op een ponton in het water.
Al snel heb ik het gevoel dat ik te ver achteraan loop. Ik denk aan de wielrenners die de juiste ontsnapping missen, omdat ze achteraan in het peloton zitten. Ook hier een valpartij. Een fotografe glijdt uit op een smalle vlonder. De groep breekt in tweeën. We zijn geklopt.
Het is kruip door, sluip door. Uiteindelijk bereiken we een smalle open rondvaartboot. Die ligt vast aan andere boten. Het is geen gekke positie ten opzichte van het podium. Wel wankel. De betere plekken in de boot zijn al vergeven. Het uitklappen van mijn statief is kansloos. Omdat iedereen aan een kant van de boot gaat zitten schiet hij opeens los. Bijna verlies ik mijn evenwicht. Het scheelt niet veel. Ik had zo twee collega’s kunnen meeslepen in mijn val. Dan hadden we met onze apparatuur in het water gelegen.
Achter ons de mensenmassa die uitbundig feest komt vieren. Ik maak me een beetje zorgen. Als het uit de hand loopt, dan zitten we als ratten in de val. Ik heb het er niet op.
Drie mannen die zichzelf heel belangrijk vinden stappen tegelijk van de vipboot op de persboot, waardoor deze weer gaat wiebelen. Alle shots van dat moment zijn onbruikbaar. 
Even later struikelt een mevrouw van de gemeente. Ze valt van de vipboot in de persboot en komt bovenop het statief en mijn geluidsman terecht. Dat doet pijn.
Eindelijk arriveert de boot met de spelers van AZ. Het publiek gaat uit zijn dak. Nu blijkt dat de boot achter ons langs vaart en dus gaat iedereen in de persboot in een keer aan de andere kant staan. Gelukkig ben ik gewaarschuwd door een collega die de mazzel heeft dat hij op het podium mag staan. Ook dat is niet zonder gevaar, want het podium is smal en er is geen hek aan de voorkant.
Uiteindelijk gaat het allemaal goed. Alleen een paar bossen bloemen vallen in het water.

Het is te hopen dat AZ het volgend jaar weer kampioen wordt. Dan kan de organisatie van het kampioensfeest de lessen van deze huldiging in praktijk brengen. Een iets steviger ponton voor de pers is geen overbodige luxe.




vrijdag 24 april 2009

broeikaseffect

Castricum. Vrijdagmiddag, half vijf. Nog één shot en het is weekend. De zon schijnt, we zijn op het strand. Mij hoor je niet.
Tot een hese stem roept.
Verderop, aan de waterkant, staat een vrouw. Naar eigen zeggen is ze vijftig en zo stoned als een garnaal. Dat is prima, maar deze dame is poedelnaakt. We zien veel en vooral rood vlees. Oud overtollig vel. Ze zwaait waardoor lichaamsdelen bewegen waarvan ik niet wist dat ze kunnen bewegen.
Het komt op ons af. Wij kijken verschrikt om ons heen. Waar zijn de helden van Greenpeace als je ze nodig hebt? De aangespoelde zeemeermin (met de nadruk op meer min) staat al voor onze neus. Ze wil opgenomen worden. Opnemen is inderdaad een goed plan, maar ik zou de dwangbuis prefereren boven mijn televisiecamera.
Zonder verder iets te vragen stapt deze vrije Willy in beeld.
‘Ik wil op de camera!’, gilt de kortgeknipte krullenbol. 
‘Dan gaat ie kapot’
Mijn reactie klinkt als een ingestudeerde grap en feitelijk is het dat ook. Ik zeg het altijd waneer iemand op de camera wil. Nu hoop ik alleen dat ons zweverige zeepaardje mijn grapje kan waarderen. Het laatste wat ik wil is dat Jaws mij in het water gooit.
Ze duwt met beide ellebogen de presentatoren aan de kant en begint met haar levensverhaal. Even laat ik de camera lopen, omdat anders niemand dit verhaal zal geloven. De opname kan ook als een prettige verrassing voor de editor fungeren.
Er moet nodig ingegrepen worden. Anders staan we hier vanavond nog. De regisseur twijfelt. Zeker nadat de losgeslagen Nessie zich bijna heeft vergrepen aan de presentator. Nog nooit zoveel paniek in de ogen van een man gezien! Nu is ze op weg naar de woest aantrekkelijke geluidsman.
Ik lach, maar realiseer me tegelijkertijd dat het triest is als zelfs dit soort vrouwen mij niet meer ziet staan. Toch doe ik geen moeite. Alleen maak ik snel een foto voor de weblog. Mevrouw vindt alles goed en poseert alsof ik Hugh Hefner zelf ben.
De lol is er af. We vragen streng of het mogelijk is dat wij even serieus ons werk doen. Blote Bep gaat achter de camera staan met een wijsvinger voor de lippen. ‘Ssssst’, hijgt ze in mijn nek. Ik word er bloednerveus van en ga twee keer onnodig door de scherpte.
Het is klaar. Vlug verlaten we het strand. Ondertussen worden we uitgezwaaid. Nog voor Lenie ’t Hart arriveert zitten wij veilig in de auto.


donderdag 23 april 2009

big broeder

De Meern. Eerder deze week was ik voor Vroege Vogels in De Mortel. Dat ligt bij Gemert. Aan de voet van een voormalige KPN toren zat een groepje vogelaars. Of zij daar waren vanwege een oproep op internet of omdat ze er, in deze tijd van het jaar, altijd rondhangen werd niet geheel duidelijk. Ze waren er. Mannen en vrouwen. Met koffie, appelflappen, fotocamera’s, verrekijkers, videocamera’s en een hele hoop Brabantse praatjes.
Zij hielden het nest van twee Slechtvalken, bovenop die toren, in de gaten. Zodra het mannetje of het vrouwtje verscheen keek de hele groep gespannen omhoog. Fototoestellen klikten, camera’s draaiden en alle kijkers waren gericht op de fascinerende vogels.
Toch zouden al die mensen meer kunnen zien als ze thuis achter de computer bleven zitten. In het nest van deze Slechtvalken zitten namelijk twee webcams. Je kan ze permanent volgen via de site van de Vogelbescherming.
Wij mochten voor onze reportage ook in de toren filmen, maar we kwamen niet verder dan de PC’s die de beelden versturen naar het internet. Op het dak en in de buurt van het nest mag niemand komen. We zouden de beesten alleen maar verstoren.
Het principe van camera’s in nestkastjes spreekt mij wel aan. En ik ben niet de enige. Miljoenen kijken op het internet naar 'Beleef de lente'. Je kan een torenvalk volgen, de Steenuil, IJsvogel Lepelaar, Grote Stern, Ooievaar, Koolmees en zoals gezegd de Slechtvalk. Vooralsnog gebeurt er niet zo veel, maar binnenkort komen alle eitjes uit...
Nou zit er ook een vogel in het nestkastje van onze buren. Gewoon in de Leidsche Rijn. De buurman (gelukkig ook een prettig gestoorde videoot) heeft er een minicamera in gemonteerd. Vandaag gaf hij mij een snoer, zodat ook wij onze Mees op de tv kunnen bespieden. Big Broeder in het klein. 
Het is spannend. Leuk, grappig en leerzaam. Want wanneer komen onze eitjes uit? 
Ik heb een tijdje zitten kijken naar niets. Tot de vogel opeens overeind kroop. Hij ging bij de uitgang van het nest zitten. En toen ik naar buiten keek zag ik haar weg vliegen. Tijdens de voedseljacht heb ik op de zeven (!) eitjes gelet. Nog geen beweging...


zondag 19 april 2009

het beste idee

Den Haag. Hoewel ik over de klussen die ik draai niet mag klagen, sluipt er ook in mijn agenda wel eens een opdracht waar je vraagtekens bij kan plaatsen. Wat dat betreft is er niet veel veranderd sinds ik zelfstandig ondernemer ben. Freelancers die opscheppen over hun vrijheid moet je lang niet allemaal geloven.
Soms valt het mee en soms valt het tegen.
Deze week had ik van een opdracht bepaald geen hoge verwachtingen. En dan druk ik me voorzichtig uit. Met een gezonde portie tegenzin reed ik naar Hilversum. Ik hield rekening met het ergste, zodat deze dag alleen nog kon meevallen. 
Ik nam me voor er het beste van te maken. Deze positivo was niet gek te krijgen. Ik zou mijn stinkende best doen, proberen te genieten en zoveel mogelijk ideeën spuien. Het uitgangspunt was ‘aangevraagd worden’ voor een volgende keer.
Op locatie bleek al snel dat ik terecht was gekomen in een warm bad. Een geweldig enthousiaste en professionele ploeg werkte hard, maar ontspannen aan een grappig programma. De regisseur wist wat ze wilde. De productieploeg had alles onder controle, het tijdschema klopte en de catering was top. Geen van mijn vooroordelen bleef overeind. 
Ik had me weer eens druk gemaakt om niets.
We hebben gelachen, mooie dingen gemaakt, grappige scènes bedacht én gedraaid. Practical jokes uitgehaald en weer keihard gelachen. Voor ik het wist was de dag voorbij.
Tijdens het avondeten -ja, waar maak je het nog mee dat je eten krijgt als de klus al klaar is?- bedankte het hoofd van deze productie de hele ploeg. Iedereen kreeg een klein cadeau. Het was de bedoeling dat we het tegelijk zouden uitpakken. 
Daarna was het feest compleet.
Het kan dus toch nog. Er zijn wel degelijk producers die het helemaal begrijpen. Dit simpele geintje is wat mij betreft voorlopig ‘het beste idee van Omroepland’.
Hulde!


vrijdag 17 april 2009

cees blankestijn

Kesteren. Ergens op een plank in Hilversum ligt een werkeloos snoer. De geluidskabel die Cees en mij zo vaak met elkaar verbonden heeft. Een multikabel van de audiomixer, in de tas op zijn buik, naar de camera op mijn schouder. Zodra we gingen opnemen stak Cees de stekker in de korte ‘snake’ die aan de camera bungelde. Soms gebeurde dat tientallen keren op een dag.
Niets bijzonders. Tot nu. 
Ik realiseer me opeens dat dit niet meer zal gebeuren. Wij gaan nooit meer samen draaien. Nooit meer houd ik de plug aan de camerazijde op, zodat hij zijn connector er gemakkelijk in kan steken. Ja, met liefde...
Als we klaar waren met draaien was de verbinding meestal al verbroken voor ik er erg in had. Cees trok de kabel snel los, zonder de camera te bewegen. Zo stond het snoer ook nooit strak, terwijl dat met andere geluidsmannen nog wel eens wil gebeuren als ik weer eens een onverwachte beweging of verplaatsing inzet. 
En nu ik toch aan het opscheppen ben, durf ik ook te stellen dat Cees kon hengelen als de beste. Als het moest kon hij met een hand hengelen en met de andere mij begeleiden tijdens het filmend achteruit lopen. En dan hoefde ik niet te vrezen dat ik over het snoer zou kunnen struikelen. De hengel in beeld kwam voor mijn gevoel bij Cees ook minder vaak voor.
Cees kon fietsend het geluid controleren, tijdens het autorijden of zelfs op een scooter. Het maakte hem niet uit. Hoe gekker de situatie, hoe leuker hij het vond. Vandaar dat je hem er goed bij kon hebben. Met het geluid kwam het altijd goed. Daarnaast zag hij altijd nog de kans om licht te bouwen, auto te rijden, dolly’s te duwen, foto’s te maken, minicamera’s te installeren of zich te bemoeien met shots, lensgebruik, accuverbruik, teksten, montage, regie, productie en de leukste meisjes op de set.
Afijn. 
Niet ver van die oude vertrouwde kabel ligt een splinternieuw snoer. Dat komt uit de geluidset van Cees, die hij van zijn ouders kreeg toen hij ging freelancen. Deze ‘multi’ is -godverdomme- amper gebruikt. Hij zal nog naar nieuw ruiken. 
Het was ons plan om als freelancers zo veel mogelijk samen te werken. Dan zou die set van Cees goed van pas komen. Maar helaas is het er niet van gekomen dat wij samen met de nieuwe spullen, waar hij zo trots op was, konden werken. De vakman werd ziek. Het vriendje bleef over.
Nu liggen zijn kabels op de plank en heb ik hem vandaag mogen begeleiden naar zijn laatste rustplaats. Een emotioneel zware taak. Tegennatuurlijk ook. Hij moest mij juist altijd leiden tijdens ingewikkelde ‘loopjes’.
Het beeld van vandaag zal ik nooit meer kwijtraken. Maar Cees Blankestijn met die geluidstas om zijn nek en de ver uitgeschoven microfoonhengel boven het hoofd, dat beeld wil ik het liefst onthouden.


donderdag 16 april 2009

roma

Utrecht. Art wordt de volgende maand twee. Hij zit in een heerlijke fase. Kijken is nadoen, horen is nazeggen. Je kan hem de leukste trucs leren. Zo vindt hij het prachtig om kleine huiselijke klusjes te doen. Post uit de brievenbus halen, iets in de prullenbak gooien of een deur dicht maken. Hij zegt ook wat je wilt, alleen niet op commando, want eigenwijs is hij ook.
‘Auto papa’ vindt meneer geweldig! Hij is volgens mij de enige op aarde die echt gecharmeerd is van een Volkswagen Bora. Deze week heb ik hem geleerd dat de auto van papa blauw is. ‘Bauw’, zegt Art. 
Om de kleurenleer van mijn zoon niet te verstoren moest de auto wel eens door de wasstraat en dat hebben we vanmorgen gedaan. Ik dacht dat het een leuk uitje zou zijn. 
Maar al snel bleek dat het ventje er geen bal aan vond. Een beetje angstig zat hij vastgesnoerd in het kinderzitje. Hoe meer borstels en waterstralen er aan de buitenkant tegen de ramen kwamen, hoe meer paniek ik in de ogen van mijn kind zag. Zijn handjes begonnen te trillen van angst.
Alleen kan je een wasstraat niet vroegtijdig verlaten. We moesten ‘all the way’ . Ik probeerde hem nog gerust te stellen door een liedje te zingen. 
Ik zag twee dassen, auto wassen...
‘Doendoen!’ Riep hij, wat in zijn brabbeliaans zoveel wil zeggen als NIET DOEN! Ik moest stoppen met zingen. Kennelijk heeft hij ook al verstand van toonhoogtes.
Uiteindelijk heb ik hem uit het stoeltje gehaald en op schoot genomen. Hij drukte zich stevig tegen me aan en kneep mijn nek bijna fijn. In een innige omhelzing rolden we aan de andere kant van de wasstraat weer naar buiten.
Thuisgekomen was alles weer koek en koek. Al snel zat Art te spelen op de badkamer en kon ik even rustig de was sorteren. (lees: e-mail checken). Tot ik verdachte geluiden hoorde. Meneer had mijn after shave gevonden en was daarmee vrolijk zijn angstzweetlucht aan het verdrijven...
Een kereltje van zijn leeftijd hoort te ruiken naar Zwitsal of een smerige poepbroek, maar natuurlijk niet naar een overdosis Roma van Laura Biagiotti. 
Getver.

woensdag 15 april 2009

voor het raam

Apeldoorn. Een cameraman kijkt in elke ruimte die hij betreedt naar de ideale interviewpositie. Wat is de mooiste plek qua licht en achtergrond? Waar krijg je de meeste diepte in het shot? Ook als er geen interview opgenomen wordt, speelt de cameraman dit spelletje met zichzelf. Het is een training, een manier van kijken. Noem het beroepsdeformatie.
Verslaggevers doen het ook, maar niet zo vaak en met minder kijk op licht. Ieder zijn vak. Geïnterviewden hebben soms ideeën over de ruimte waarin ze gefilmd worden, maar zelden verstand van zaken. Tot slot zijn daar steeds vaker de voorlichters, imagobepalers of mannetjesmakers met een idioot plan. Hoe belangrijker de geïnterviewde, hoe meer uitgesproken meningen. 
De cameraman moet overtuigen en kunnen dealen met compromissen. Het zal hem niet vaak gebeuren dat hij een medium maakt waarvan hij diep ongelukkig wordt. Boeiend en interessant is dit spel wel.
Persoonlijk ben ik er geen voorstander van om de geïnterviewde voor een raam te zetten. Je hebt vooral veel licht nodig om tegen ‘buiten’ op te boksen en zelfs op een bewolkte dag loopt je het risico dat tijdens het gesprek de zon gaat schijnen. Je hebt het nooit helemaal in de hand. Voor je het weet zit iemand onherkenbaar in beeld.
Soms kan het echter niet anders. Zo ook deze week. 
Best een belangrijk interview. We draaiden met twee camera’s. Een voor de close-up en de ander maakte een ruim mediumshot. In dit geval geen overbodige luxe. De beste positie in de kamer was aan een tafel, voor de openstaande deuren. Daar was iedereen het over eens. Buiten was het (nog) bewolkt.
Tijdens het lange interview brak een week zonnetje door de wolken. Langzaam werd het buiten lichter. Met samengeknepen billen zag ik het tegenlicht sterker worden. De bomen en planten in de onscherpe achtergrond overstraalden steeds meer.
Mijn collega en ik keken op hetzelfde moment op, om vervolgens weer snel in de zoeker te staren. Ietsje knijpen met het diafragma of toch niet? 
En weg was de zon. Pfw.
Twee minuten ofzo. Daarna kwam hij terug. Feller dan zojuist. Deze lichtsituatie maakte ons op zijn zachtst gezegd nerveus en een tikkeltje onzeker. Het gesprek konden we niet zomaar onderbreken. De geïnterviewde had ons vooraf gewaarschuwd met de mededeling dat het in één keer goed moest. Bovendien was er geen goed alternatief.
Het zat op het randje, maar elke cameraman moet kunnen dealen met compromissen. Er gaat wel vaker een sloot water bij de wijn. 
Achter ons stond een kleine monitor, maar mijn zicht daarop was niet goed genoeg om het beeld in kleur te kunnen beoordelen. Dus daarom rende ik direct na afloop naar het scherm om vast te stellen dat het er mee door kon. Zeker met een tikkel kleurcorrectie zou het goed komen.
En zo kwam er een eind aan deze spannende ochtend. De moraal van dit verhaal is wel dat ik een volgende keer nóg terughoudender ben met het kiezen van een interviewpositie voor glas.


marathonman

Utrecht. Daar staat hij, William Kipchumba. De Keniaanse winnaar van de marathon in Utrecht. Hij heeft een nieuw parkoersrecord gelopen en zes minuten van zijn persoonlijk record afgehaald. Hij liep de wedstrijd in twee uur, negen minuten en veertig seconden.
Inmiddels tikt het klokje verder. Kipchumba is al tien minuten binnen. Direct nadat hij over de streep kwam hebben wij hem aangeschoten voor een kort interview. Dat werd niet veel. De held van vandaag kan hard lopen, maar aan zijn talen moet hij nog werken.
Ook andere journalisten aan de streep waren snel klaar met deze winnaar. 
Van een vriendelijke Rode Kruis-meneer heeft hij een dekentje van zilverpapier gekregen. Het duurde even voor hij duidelijk gemaakt had dat hij liever water drinkt dan een Aa-tje van de sponsor. Er zijn een paar foto’s van hem gemaakt. 
Goede kop met zweetdruppeltjes erop. 
Nu zijn we bijna een kwartier verder. Ik heb geen verstand van Kenianen, maar mij dunkt dat de man misschien wel even wil zitten na zo’n inspanning. Of moet hij niet uitlopen?
William Kipchumba is moederziel alleen. In geen velden of wegen is iemand te bekennen die zich bekommert om de hardloper. Ook de nummers twee en drie staan verderop te wachten. Wie wijst ze de weg?
Later hoor ik een beroemd deskundige zeggen dat Kenianen niet veel luxe gewend zijn. Ze vinden het niet erg als ze even moeten wachten. In Kenia hebben ze immers helemaal niks. 
Zo kan je het ook bekijken.
Persoonlijk vind ik het triest dat de winnaar van de marathon niet wordt opgevangen. Dat hij na twintig minuten eenzaam en alleen richting Jaarbeurs loopt. Niemand kijkt op of om. De mensen weten niet eens dat dit William Kipchumba is. 
En dan denk ik aan voetballers. 

zondag 12 april 2009

stilte



Utrecht. Mijn vriendje Cees is overleden. Hij was niet lang ziek en bleek volkomen kansloos. 34 jaar oud, vader van twee prachtige dochters (waarvan de jongste zes weken) en nog geen twee dagen getrouwd. 
Hoe oneerlijk kan het zijn?
Cees Blankestijn was geluidsman. Ik kende hem bijna tien jaar en in die tijd is onze werkrelatie uitgegroeid tot een hechte vriendschap. Hij noemde mij zelfs ‘broertje’ en verzon de bijnaam ‘labrador’. 
We draaiden liefst zo vaak mogelijk met elkaar. Werden zelfs uitgemaakt voor ‘getrouwd stel’. Als Cees en ik niet samen werkten, dan belden we met regelmaat, om te roddelen als een stel oude wijven. Wij hadden geen geheimen voor elkaar.
Al een paar jaar geleden bespraken we het idee om samen te gaan freelancen, dus toen Cees kwam vertellen dat hij ontslag had genomen, was ook voor mij de kogel snel door de kerk. Veel plezier van onze nieuwe zakelijkheid hebben we niet gehad.
Ik mis Cees nu al. Vergeten zal ik hem nooit.
Het is stil zonder zijn geluid.

vrijdag 10 april 2009

god verdomme

Utrecht. God bestaat niet. Dat is nu wel duidelijk. En als deze analyse niet blijkt te kloppen, dan is het een enorme eikel. 
Kom maar op met die bliksemschicht.
Baardmans heeft de wereld in zes dagen geschapen, zodat hij op de zevende dag op zijn luie krent kon zitten. Dat er een paar wezenlijke constructiefouten in de creatie zijn geslopen nemen volgelingen kennelijk voor lief, maar ik niet. Wat mij betreft had hij, op zijn minst, die zevende dag kunnen gebruiken voor de finishing touch. 
Ja, ik ben boos. Verdrietig en teleurgesteld. 
Over de details of oorzaak zal ik hier niet uitwijden. Het gaat niet om mij. Neem van mij aan dat ik alle reden heb om boos te zijn op Onze Vader die niet bestaat.
Het leven kan zò oneerlijk zijn.
Stiekem hoop ik wel dat er een hemel is. Zo’n wolk waar onze dierbare overledenen bij elkaar zitten op gouden krukjes, waar ze met gouden bestek eten van gouden bordjes. En waar ze geluid opnemen met gouden microfoons. 
Het is soms een zeer welkome fantasie. Zeker wanneer de dood zo dichtbij is.
Maar mijn God bestaat niet. Helaas. En als hij er wel is, wordt het hoog tijd dat hij eens een teken komt geven. Het is immers Goede Vrijdag. Persoonlijk heb ik momenteel wel een voorkeur voor een bepaald wonder. Als hij dàt weet te regelen ben ik levenslang zijn mannetje. Maar ik weet ook zo goed als zeker dat het er godverdomme niet meer in zit...


donderdag 9 april 2009

zo kan het ook ...

woensdag 8 april 2009

belangrijk

Hilversum. Pino en Tommie in de stress. Hun straat is onderdeel geworden van een probleemwijk. Ik denk dat het goed is om de actie van Meneer Aart te ondersteunen. Sesamstraat naar half zeven!

dinsdag 7 april 2009

circus Rein

Utrecht. Ik heb een grappig kind en een lieve vrouw, een drukke onregelmatige baan, mijn weblogverslaving, wat vrienden, een huis, tuin en rommelschuur. Teveel spullen die kapot gaan of vragen om een nutteloze update. Ik heb een omvangrijk sociaal netwerk, mijn dromen en idealen. Alles bij elkaar heb ik mijn handen behoorlijk vol. En ondertussen steeds meer behoefte aan nachtrust. 
Soms voelt het alsof ik circusartiest ben. Die ene, met de act van draaiende bordjes op smalle wiebelende stokjes. Ik hol heen en weer om telkens een ander bordje aan te slingeren. Ondertussen kijkt iedereen toe om te zien waar het mis zal gaan. 
Voor mijn gevoel kan er geen bordje meer bij. Toch wordt de act deze zomer uitgebreid. 
We verwachten ons tweede kindje. Daar verheug ik me enorm op, maar ik vraag me ook voortdurend af welke bordjes ik moet laten vallen. Het is onmogelijk om alles te doen wat ik wil doen. Ik moet streng keuzes gaan maken. Alleen kan ik nog niet kiezen. 
‘We zien wel.’ Denk ik over het algemeen. Het komt zoals het komt. En als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Wat dat betreft ben ik nu veel rustiger dan toen mijn Lieve Lief zwanger was van de eerste. Maar er zijn momenten... 
Er is nog zoveel te doen. De kinderkamer moet op orde. Het kamertje van de oudste moet ingericht. Gevolg is dat ik mijn kantoor zal opheffen en verhuis naar zolder. 
Er nog niet zo veel gebeurt en ik heb het al zo druk. Krijg ik nou (godverdomme) alweer nesteldrang? 
Paniek!
Hier in huis ben ik degene met de zwangerschapskwalen. Van tijdelijke dementie tot vreetbuien. Ondertussen bekommer ik me om mijn circusact en vrees ik voor het voortbestaan van de weblog als er straks prioriteiten gesteld moeten worden. 


zondag 5 april 2009

50 jaar Studio Sport

Delft. Dione en ik staan in de buitengewoon smerige keuken van een studentenhuis. Het is wachten op de verbinding met Hilversum. Binnen nu en een paar minuten gaan we live.
Studio Sport bestaat 50 jaar en dat wordt vandaag uitbundig gevierd. Ter gelegenheid van het jubileum reizen wij door het land. Dione gaat checken of én hoe de mensen naar het sportprogramma kijken. Een paar keer in de lange feestuitzending wordt geschakeld naar een huiskamer. Achter de camera sta ik.
Nu zijn we in Delft. In een jongenshuis waar het schoonmaken nog moet worden uitgevonden. Diederick, Maurits, Peter-Paul, Ferdinand, Harald, Arnout en Frederik kijken nou eenmaal liever naar Studio Sport. Als ze niet studeren, bij de vereniging zijn of op de hockeyclub. Zij hebben voor afwassen geen tijd. Dat zie je zo. En het is te ruiken.
Nog even en we komen in de uitzending. Dan zal ik inzoomen op een naaktfoto van Anna Kournikova die op een van de keukenkastjes hangt. Dione gaat dan zeggen dat ze hier wel verstand van sport moeten hebben.
Over de lijnen hoor ik iemand vertellen over zijn favoriete Studio Sport moment. Ik denk na. Inmiddels werk ik ook alweer bijna vijftien jaar voor dit programma. Ik was bij de Winterspelen, de Tour de France. Ik draaide documentaires over Boris Orlov, Ton Boot en Pieter van den Hoogenband. Maar ik filmde vooral Sportjournaalitems, wedstrijdverslagen en interviews in Nederland.
Ik ben er trots op dat ik voor dit programma mag werken. Maar wat is nou het mooiste moment?
Op het moment waarop ik wil kiezen tussen de finish van de Elfstedentocht in ’97 of het feliciteren van Lance Armstrong in een treincoupe hoor ik in mijn oor iemand aftellen. ‘Drie, twee, een... en live!’



zaterdag 4 april 2009

week 14

Het was me het weekje wel. Druk, druk, druk. Amper tijd om de weblog bij te werken. Snipverkouden bovendien. Maar ook een reeks dagen met meer dan voldoende variatie voor de verwende cameraman. 
Het liefst zou ik alsnog een verhaal per dag schrijven, maar dat gaat er niet meer van komen. Voor je het weet val ik met mijn neus op het toetsenbord in slaap. Daarom de afgelopen dagen in dagboekvorm.

maandag 30 maart, Hilversum. Vanavond neem ik feestelijk afscheid van mijn vaste dienstverband bij DutchView ENG. Onder het motto ‘liever laat dan nooit’ is een select clubje (oud) collega’s uitgenodigd voor een etentje bij De Jonge Haan.
Tussen de gangen door houdt Renee de Gruijter, de directeur van het bedrijf waar ik bijna tien jaar in dienst ben geweest, een mooie toespraak. Meestal voel ik me ongemakkelijk wanneer ik in het zonnetje word gezet, maar deze speech doet me wel wat. Het ‘dankjewel’ zorgt voor een klein kippenvelletje op de armen. 
In de auto, op weg naar huis, vraag ik me af of het wel zo verstandig is om in tijden van crisis het warme bad te verlaten. De weg terug is echter al afgesneden. Ik heb de bloemen en boekenbon in ontvangst genomen.

dinsdag 31 maart, Nieuwe Tongen. In alle vroegte ben ik alweer bij DutchView ENG. Nu als klant. Een paar personen kijken me met de nek aan, omdat ze niet waren uitgenodigd voor het afscheid. Het ‘ons’ en ‘wij’ is verleden tijd. Evenals ‘de zaak’, ‘mijn baas’ en ‘mijn vaste setje’. Het voelt een beetje vreemd, terwijl ik feitelijk al drie maanden freelance ben.
In Nieuwe Tongen (Zeeland) maak ik als zelfregisserend cameraman opnamen voor een bedrijfsfilm. Op XD in High Defenition, met een splinternieuwe camera. Niet alleen daarom een leerzaam project, ook omdat ik ook de productie voor een deel op mijn schouders heb genomen. Ik ben verantwoordelijk voor de financiële afwikkeling en verdien pas wat als alles zonder tegenslagen verloopt. 
Ik wilde zelfstandig ondernemen, nu onderneem ik zelfstandig...
Precies in 10 uur zijn we uit en thuis. Dat is zoals het hoort en vooral zoals ik het heb begroot. Mede dankzij de kredietcrisis is het gelukt, want het aantal files op de weg is de laatste tijd aanmerkelijk minder.

woensdag 1 april, Nijmegen & Bergen NH. De documentaire over Pieter van Vollenhoven, die de NOS op 29 april uit zal zenden, wordt gedraaid met faciliteiten en mensen van United Unicam. Ik mag invallen, omdat de vaste cameraman van dit project niet beschikbaar is. 
United is concurrent van DutchView. 
In een blauwe Chrysler Voyager, die in Hilversum direct herkend wordt als een auto van United rij ik op het Mediapark langs het Reportagecentrum waar ook DutchView ENG zit. Mijn vrienden van de planning kijken op dat moment (toevallig) naar buiten en laten gelijk merken dat ze me gezien hebben. Ik ben nu een ‘overloper’.
Vervolgens rijden mijn collega en ik nog een keer of vijf tergend langzaan voorbij. Flauwe humor, maar effectief. Iedereen heeft me gezien in een auto van de vijand. 
Je moet erbij zijn geweest.
We draaien interviews met een rechtsgeleerde en een oud kamerlid over Van Vollenhoven. Daarvoor rijden we met die blauwe auto naar Nijmegen en Schoorl. Tussendoor hebben we tijd voor die grap op het MediaPark. Ook brengen we een bliksembezoek aan Chris Veraart in Bergen. Hem volgen Arjan Nieuwenhuizen en ik al bijna vijf jaar voor een documentaire. Een zeer bruikbare scène voor die film staat er binnen tien minuten op.
Al met al een effectieve lentedag. 

donderdag 2 april, Scharendijke. Kwallen filmen voor Vroege Vogels. Alweer in Zeeland. Zo kom je er nooit en zo twee keer in een week.
Bij Zuid-Grevelingen, op de parkeerplaats van wat ooit restaurant Het Dolfijntje was, wacht de kwallendeskundige op ons. 
Het blijft grappig om telkens weer natuurliefhebbers met een ander specialisme te ontmoeten. Vandaag is het marien bioloog Arjan Gittenberger. Hij kan ons alles vertellen over de Amerikaanse Langlobribkwal. Een soort die hier niet thuis hoort en die op termijn een serieuze bedreiging kan vormen voor de biodiversiteit in de Nederlandse wateren.
Erik, een geluidsman van de firma Hoens, blijkt een goed oog te hebben voor de Langlobribkwal. Hij vindt ze sneller dan onze deskundige die met een duikpak moet snorkelen voor ons filmpje. Het ziet er visueel goed uit, maar het is steenkoud. Ik klaag al als ik twee minuten mijn armen in het water moest steken om de onderwatercamera te bedienen. Onze deskundige dobbert met gemak een paar uur in de Grevelingen.
Uiteindelijk hebben we een emmer vol kwallen. Vooral veel Nederlandse ribkwallen zoals het Zeedruifje en de Meloenkwal. Maar er zitten ook een paar flinke Amerikaanse Langlobribkwallen in de bak.
Menno Bentveld praat met Arjan over de gevaren van deze nieuwe soort. 
Het filmen van de kwallen is nog knap lastig, want ze zijn min of meer doorschijnend. Pas als we ze in een smal aquariumpje doen en er zwart doek achter spannen kan ik prachtige detailopnamen maken.
Weer een dag en een opdracht om vrolijk van te worden. Heerlijk weer bovendien. Ik ben zelfs een beetje verbrand op mijn kale kop. 
(check ook de blog van Menno)

vrijdag 3 april, Gilze-Rijen. De 69 jarige Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven is 40 jaar reserveofficier bij de luchtmacht. Ter gelegenheid daarvan ontvangt hij op luchtmachtbasis Gilze-Rijen het ‘cijfer 40’, dat hoort bij zijn Officierskruis. 
Als hij om 13.00 uur landt met een Alouette helikopter van het 300 Squadron staan wij op het platform om alles te filmen. Het is voor de documentaire. Ik met de HD camera en het inmiddels beruchte vaste lenzensetje. Het blijft, ook na een paar dagen op deze wijze werken, spannend om de juiste lens voor elk moment te kiezen.
Direct na aankomst mag Pieter een vlucht maken met een oude Piper Cup, het type vliegtuig waarmee hij zijn brevet heeft gehaald. Voor de NOS is een Cessna geregeld waarmee ik zogenaamde air to air opnamen kan maken. Zodra Van Vollenhoven achter zijn stuurknuppel zit moet ik snel instappen om ook op te stijgen.
Het hobbelt en schokt in de lucht, maar de super ervaren piloot stuurt me tot vlak naast het toestel van Pieter. We vliegen laag over de baan van Gilze-Rijen en maken een paar mooie bochtjes. Als Pieter de camera naast zich ziet zwaait hij even. Dan blijkt dat hij lang niet gevlogen heeft. Door zijn hand los te laten gaat het toestel ietwat naar rechts.
Het officiële gedeelte van deze dag is in de ‘crewroom’. Na afloop drinken de heren een biertje. Van Vollenhoven slaat iedereen amicaal op de schouder, knijpt in armen en noemt iedereen ‘vrind’. Zelfs ik krijg een arm om me heen alsof we al jaren bevriend zijn. We hebben immers samen gevlogen...

voor intimi

Ons 040408 boompje groeit en bloeit! We hebben het vanmorgen uiteraard even met z'n drietjes geïnspecteerd.