zaterdag 24 oktober 2020

livestream

Dit weekend staat mijn 80e column uit de reeks ‘Point of View’ in BM, hét mediavakblad van Nederland. De titel is deze maand: ‘livestream’: 

                 

‘Livestream’ is het toverwoord dat onze branche door de coronacrisis sleept. Gelijk al in maart hebben veel partijen zich gestort op webcasting en andere vormen van online communicatie met behulp van audio en video. We zijn er inmiddels zo druk mee dat ze zich in Hilversum af en toe al achter de oren krabben, omdat er opeens een tekort is aan goede technici en operators. 

Het schijnt dat er zoveel regiesetjes zijn gebouwd, dat firma’s als Black Magic en Panasonic de vraag naar (remote)camera’s en randapparatuur niet meer aankunnen. We streamen ons suf voor bedrijven, scholen, universiteiten, kerken, muzikanten, kunst- en cultuurinstellingen of evenementen die hun publiek nu niet op een normale manier kunnen bereiken. 

Zelf heb ik inmiddels ook ontdekt dat er nog een hele wereld buiten Omroepland is. Wie zich een beetje wil aanpassen kan daar veel plezier beleven. Je moet nieuwe opdrachtgevers soms een beetje helpen, want zij kunnen nog niet altijd inschatten wat er komt kijken bij het produceren van een afwisselende talkshow, een flitsende online productpresentatie, de registratie van een evenement of een boeiend webinar voor het personeel. 

Zolang je out-of-the-box denkt en zoekt naar creatieve oplossingen, kom je tot verbluffende resultaten. Het is grappig om te zien hoe er nu, deels ook onder druk, slimme constructies worden bedacht. Met een kleinere crew en goedkopere middelen draaien we producties, waarvan we een paar maanden geleden nog riepen dat het onmogelijk was. 

Zelf ben ik op het moment druk met zeven livestreams van klassieke concerten die philharmonie zuidnederland ten tonele brengt. Het kwam op mijn pad, nadat iemand gezien had dat ik een schoolmusical aan het streamen was. Nu heb ik naast camerawerk ook opeens de rol van livestreamproducer. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Sinds maart heb ik deze Pippi Langkoushouding noodgedwongen aangenomen, maar het levert een hoop nieuwe inzichten op. Het is een uitdaging om met beperkte middelen en nieuwe werkwijzen toch een professioneel product aan te bieden. Zo was ik bijvoorbeeld altijd wars van remote camera’s, tot ik dit voorjaar ontdekte dat met deze apparaten projecten te realiseren zijn, waar in het verleden geen budget voor was. Het komt dus niet in de plaats van onze meer traditionele manier van werken, maar het biedt juist mogelijkheden en interessante perspectieven. 

Daarbij heb je altijd weer vakmensen nodig om te komen tot resultaten om trots op te zijn. Dus levert het werk op. Niet alleen voor handige jongens en meisjes, maar ook voor ervaren professionals en specialisten die weten hoe je met een klant om moet gaan en hoe je verwachtingen moet managen. 

Een vaccin zal straks niet alleen het coronavirus bestrijden, maar ook voor een deel de pandemie van livestreams waar we momenteel midden in zitten. Toch is dit fenomeen niet voor iedereen in de AV sector een tijdelijke bezigheidstherapie. De betere webinars, livestreams en andere vormen van webcast behouden ook na het coronatijdperk hun bestaansrecht.





zondag 18 oktober 2020

niemand in de zaal...

 

In de spiegel van de lift zie ik mezelf. Daar sta ik met mijn productiekratje vol water, fris en lekkers. Een harde schijf om het materiaal op te slaan, uitrijkaarten en een dikke map vol printjes van belangrijke mailuitwisselingen. Ik lijk op een producer of projectmanager. Oh, wacht even… Dat bén ik ook. Vandaag in ieder geval wel. 

 

Dit verhaal begint eigenlijk bij één WhatsApp-bericht. Verzonden op vrijdag 13 maart om 17:44 uur, door Jan Miltenburg. Het was helemaal aan het begin van de coronacrisis. Mijn agenda was net leeggeveegd, als gevolg van de eerste coronamaatregelen en daarover had ik een blog geschreven met de ondertitel “Dagboek van een werkloze ZZP’er”. 

Jan stuurde heel snel daarna:

 

Hoi Jan Rein, las net je blog. Heb je volgende week tijd voor koffie?

 

Ik reageerde een paar minuten later en schreef dat ik álle tijd had. We maakten een afspraak. Het is  grappig om te zien wat er allemaal is gebeurd, naar aanleiding van dat ene bericht. Oorzaak en gevolg.

We dronken koffie, spraken over de markt die mij als ZZP’er op dat moment even niet nodig had en we concludeerden dat stil zitten geen optie is. In eerste instantie brainstormden we over het streamen van begrafenissen. Dat leek mij geen prettige business, maar wel goede handel op dat moment. 

Jan is gespecialiseerd in het bedenken van slimme technische oplossingen en liet mij kennis maken met de op afstand bestuurbare camera. Dat vond ik eigenlijk niks, maar nu stond ik opeens overal voor open. En Jan maakte mij zelfs enthousiast. Desondanks wist ik een paar dagen later al dat mijn begrafenissenplan heel goed, maar nog te duur was. Niet getreurd. Jan en ik hadden leuk contact en bedachten samen een plan om schoolmusicals te gaan filmen. Ook dat werd geen groot succes. Welgeteld twee schoolmusicals heb ik uiteindelijk geregistreerd en gestreamd, nadat ik van ongeveer vijftig scholen te horen had gekregen dat mijn idee briljant was, maar het prijskaartje te hoog.

Op mijn blog schreef ik over remote camera’s en mijn avonturen met betrekking tot het registreren van schoolmusicals. Dat leidde er weer toe dat Jo Smeets, een goede geluidsman die ik al jaren ken van mijn werk bij de regionale zender L1, mij belde met het verzoek om eens mee te denken over livestreams voor zijn opdrachtgever philharmonie zuidnederland.  

 

En daar sta ik dan. Met dat productiekratje voor mijn buik, in de lift van het Muziekgebouw in Eindhoven. Het is voor mij een nieuwe rol, maar ik denk dat ik het wel kan. Het team, dat hier vandaag aan het werk is voor de livestream van philharmonie zuidnederland, heb ik samengesteld. Ik heb mogen bedenken dat we deze klassieke concerten het beste met negen camera’s kunnen registreren en ik heb uiteraard besloten dat Miltenburg AV uit Maarssen bij deze productie mijn technische partner-in-crime moest zijn. De begroting, een offerte en de balans staan op mijn laptop.

De eerste keer, drie weken geleden, vond ik het super spannend om de spin in het web te zijn bij zo’n groot project. Nu ben ik een stuk rustiger. Het resultaat van onze eerste twee concertregistraties heeft mijzelf positief verrast. Ik heb gezien hoe ongelofelijk goed de mensen zijn die ik om me heen heb en de afgelopen weken ben ik druk geweest met alle verbeterpuntjes die we nog hadden. De tijdsplanning is beter, iedereen weet inmiddels precies wat er van hem of haar verwacht wordt en we hebben op punten nóg betere apparatuur. 

Ik ben trots.

Vandaag staat alweer het derde concert op het programma. Dit wordt een heel bijzondere dag. Door de nieuwe coronamaatregelen kan er vanmiddag helaas geen publiek aanwezig zijn. Dat is natuurlijk heel verdrietig en voor zo’n groot orkest is het behoorlijk rampzalig dat ze nu niet kunnen optreden voor volle zalen, maar ze zijn gelukkig niet te stoppen. We maken met philharmonie zuidnederland een unieke livestream. Er is straks niemand in de zaal, behalve het orkest. Zelfs de belichter, de moderator en de laatste bemande camera halen we weg. Op het podium zitten maximaal dertig orkestleden, allemaal op minimaal anderhalve meter van elkaar. Zij geven om 16.00 uur een concert, volledig coronaproof. Wij registreren het met negen remote camera’s, die vanuit een andere ruimte worden bestuurd. Het geluid wordt in stereo én in binaural kwaliteit opgenomen. Deze livestream is rechtstreeks te bekijken en te beluisteren via Classic.nl.

Ik weet zeker dat ik dit iedereen die van klassieke muziek houdt nu al warm kan aanbevelen. Aan het einde van deze zondagmiddag, waarop je toch niets veel anders kan doen, wijntje erbij en dan vanuit je eigen luie stoel een uurtje cultuur proeven. 





zondag 13 september 2020

Het Máxima

Het is voor sommige mensen misschien wel eens goed om een middag door de gangen van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie te lopen. Al na de eerste honderd meter zong ik een toontje lager. Op weg van de parkeergarage naar de centrale hal van het ziekenhuis passeerde ik een speelruimte voor broertjes en zusjes, de afdeling haarwensen en een stilteruimte. Er kwam een familie voorbij met een bleek kindje in een rolstoel. Kaal en met een slangetje in de neus. Bezorgde blikken. Het greep mij gelijk bij de strot. 

Ik kan me druk maken over dingen die, bij nader inzien, misschien toch niet zo belangrijk zijn. Natuurlijk mag iedereen zijn particuliere zorgen hebben en je moet niet altijd alles met het ergste vergelijken, maar ik stond daar vrij snel weer met beide beentjes op de grond. Zeker toen we voor ons filmpje een viertal kinderen spraken die lang in dat ziekenhuis hebben gelegen. Het leven is soms ongelofelijk pittig, oneerlijk en hard. Toch kan je uit die verhalen ook veel positiefs halen. Lessen over veerkracht of over het waarderen van kleine geluksmomenten. Er is zoveel te winnen met positiviteit, liefde en aandacht. In het Máxima is niks oppervlakkig, vluchtig of fake.

Ik zag intens verdriet en helaas lukt er een hele hoop niet in het Máxima, maar het is fantastisch om te zien hoe gezinnen daar op een mooie manier worden geholpen en dat kinderen er genezen van de meest vreselijke kankers. Het lijkt me heftig om op zo’n plek te werken, maar aan de andere kant zijn er niet veel banen die er meer toe doen. Over cruciale beroepen gesproken.

Het was alweer een tijdje geleden sinds ik voor het laatst met tranen in mijn ogen achter een camera had gestaan, maar in Het Máxima gebeurde het weer. Volledig coronaproof interviewden we een meisje van twaalf dat ons vertelde hoe bijzonder het was dat haar klas van een geweldige juf een uurtje vrij had gekregen om bij haar voor de deur liedjes te komen zingen, op een moment waarop zij zich slecht voelde. Toen ze zei wat dat met haar gedaan had hield ik het niet droog. Het kan soms zo simpel zijn. 

Aan het eind van de draaidag heb ik in mijn autootje de radio uitgezet. Ik had behoefte om even over het leven na te denken. Hoe gelukkig mag ik me prijzen met twee gezonde kinderen en een fantastische vrouw? Waar maak ik me druk over? 

In het Máxima zag ik weer eens dat het niet zo veel zin heeft om je energie te steken in bozigheid of opwinding over zaken waar je toch niks aan kan veranderen. Laten we liever zijn voor elkaar, ons vaker richten op het positieve om ons heen en niet zo zeer bezig zijn met al het negatieve.

 

Eerlijk gezegd hoop ik dat ik vaker in het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie welkom ben als cameraman. Zelfs als je daar komt om te filmen doet het er toe. Je treft er mooie mensen en je hoort er inspirerende verhalen. Het zet de boel weer even in perspectief. 




zondag 6 september 2020

zolderkamerberekeningen

                  

Onze zolder bestaat uit een fijne werkruimte met een uniek uitzicht en een deel ‘achter het schot’. Door middel van een klein deurtje kom je bij de bergruimte onder het schuine dak, waar in de loop der jaren een enorme hoop spullen terecht is gekomen. Zaken die niet meer nodig zijn voor dagelijks gebruik, maar te goed zijn om weg te gooien. Na de vakantie moest ik daar enige orde op zaken stellen, om onze kampeerspullen weer voor een jaar op te bergen. Tijdens het opruimen stuitte ik op een oude ordner waarop ‘DutchView’ stond. Even overwoog ik om deze goed gevulde map gelijk weg te kieperen, want ik ben al elf jaar uit dienst, maar toen klapte hij open.

Mijn oog viel op een offerte van CamCompany, gedateerd 19 november 2003. Het betrof een aanbieding voor een ENG programma met een cameraman, een geluidsman en een standaard cameraset op basis van Digital Betacam. Voor de cameraman rekenden we € 360,- per dag (10 uur uit- en thuis), voor de geluidsman € 296,- en voor de apparatuur maar liefst € 336,-. Dat was in een periode waarin het met dat bedrijf financieel niet voor de wind ging, dus die aanbieding zal scherp zijn geweest. Toch zullen deze bedragen velen in onze branche nog steeds heel vertrouwd in de oren klinken. 

Zeventien jaar later is dit nog steeds wat veel freelancers die via facilitaire bedrijven werken rekenen voor een dag. In zeventien jaar zijn de prijzen voor apparatuur alleen maar afgenomen en de tarieven voor camera- en geluidsmensen slechts een piepklein beetje gestegen. 

Nou ben ik geen econoom, maar met een beetje Googlen vond ik op internet een handige inflatiecalculator, die rekent op basis van de cijfers van het CBS. Daar voerde ik de prijs voor een cameraset uit 2003 in en kreeg met een simpele druk op de knop te lezen dat er nu € 441,65 op het prijskaartje zou mogen staan. Nu kan je stellen dat de apparatuur waarmee we tegenwoordig werken goedkoper in aanschaf is, maar een cameraman die in 2003 al € 360,- kostte zou nu € 473,- moeten factureren, tenminste als we al die jaren wel keurig rekening hadden gehouden met de inflatiecijfers. Verhoudingsgewijs houden we aan een dag hard werken dus veel minder over dan in 2003. Zelfs wanneer je rekent met tarieven tussen € 380,- en € 400,- per dag.

Ik weet dat we nu terecht zijn gekomen in een complexe crisis en dat we blij moeten zijn met elke dag werk die we kunnen pakken. Toch wil ik er op wijzen dat het dus geen verstandige optie is om de komende tijd te zakken met tarieven voor personeel. Wat je weggeeft krijg je er kennelijk niet zomaar bij als het straks weer beter gaat met onze economie. Om ook na deze crisis een enigszins gezonde branche over te houden moeten we nóg slimmer produceren, gaan voor kwaliteit en onze markt desnoods iets laten krimpen. Laten we er wel voor zorgen dat de vakmensen die overblijven genoeg verdienen, zodat zij ook de komende zomer hun campingspullen weer tevoorschijn kunnen toveren om er een paar weken lekker op uit te trekken. We moeten op een gezonde en fijne manier kunnen leven van dit fantastische werk. Vitale en gelukkige mensen maken namelijk de mooiste programma’s.



Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine, hét mediavakblad van Nederland en hij is gepubliceerd in BM 391 van september 2020. 





 

woensdag 26 augustus 2020

Wende's Kaleidoscoop

Het is nog geen tien voor tien als we het nummer Mute Love van Naaz voor de tweede keer zien en horen. Ze staat op de eerste ring van de tribune in Theater Carré. Zelf sta ik een metertje of acht bij haar vandaan, maar met mijn 86x lens kruip ik in de pupillen van haar ogen. Kippenvel. Nu al. Op dinsdagochtend. En we zijn nog maar net binnen. 

De hele crew heeft een bevlogen mail van Wende gekregen, waarin ze het idee achter deze speciale editie van Kaleidoscoop toelicht. Ze wil kunstenaars en artiesten uit verschillende werelden bij elkaar brengen. Elkaar inspireren, uitdagen, verrassen en ontmoeten. Mede door zo’n lief, mooi en niet alledaags mailtje heb ik het gevoel dat wij hier niet staan als tv-crew die een kunstje komt doen, maar we zijn een onderdeel van het proces.    

De hele dag repeteren we. Het theater is rondom gevuld met bijzondere artiesten. Wende, natuurlijk. Die is steengoed. En ze heeft twintig artiesten uitgenodigd die zij hoog heeft zitten. Een gospelkoor, Froukje, S10, Pink Oculus, Naaz en Michelle David. Die kende ik nog niet. Eefje de Visser, Steef de Jong, Eric Corton, Douwe Bob, Torre Florim van De Staat, het Nederlands Danstheater, Conny Palmen, Jenny Arean en Typhoon. Ze doen voor deze gelegenheid allemaal iets speciaals. Out of the box. Een ongebruikelijk nummer of een unieke samenwerking. 

Wij filmen voor de NTR met zes camera’s. Twee lange lenzen, een handheld, een dolly, een crane en een Steadicam. Het is niet veel, maar genoeg om dit feest goed in beeld te vangen. Het betekent ook dat we harder moeten werken dan wanneer je er met tien camera’s staat. Dat houdt ons scherp. We hebben bovendien camera’s met een grote sensor, waardoor het beeld nog mooier wordt.

Ik vind dit prachtig. Dit zijn de projecten waarvoor ik cameraman ben geworden. Het is inspirerend om deel uit te mogen maken van zo ongelofelijk veel verzamelde creativiteit. Alle disciplines tillen elkaar naar een hoger plan. Wende en haar regisseur Michiel van Erp kijken op een andere manier naar de show, het licht en onze registratie dan wij gewend zijn. Hun op- en aanmerkingen zetten televisieregisseur David Grifhorst weer aan tot nadenken. Dat is toch al iemand die van een drol een verrukkelijk gebakje kan maken, maar nu moet hij op zijn tenen. Vervolgens spoort hij ons en de mensen van het licht aan om uit de comfortzone te komen en tot het uiterste te gaan. Zo zetten we in de loop van de dag alle zeilen bij. Licht, camera, beeld, geluid, de opnameleider, de assistenten, de grippers, de focuspuller, de schakeltechnicus, de regisseur, de regieassistent, redactie, productie en natuurlijk de artiesten. Maar de sfeer is buitengewoon goed, het enthousiasme en de dankbaarheid zijn groot. Je ziet het groeien. Er ontstaat iets moois. Met liefde en veel plezier gaat iedereen vandaag naar de top van zijn of haar kunnen. 

Om kwart over zeven start de opname. Het gaat in een ruk door. Alsof het live is. Het liefst doen we niks over en maken we geen enkel stopje. Dat zorgt voor gezonde spanning. Pijn in mijn nek en klamme handen.

Als Wende en Typhoon Laat me niet alleen zingen worden mijn ogen een klein beetje vochtig. Hier op deze historische grond staan allemaal geniale artiesten die door het coronavirus niet kunnen doen waar ze voor gemaakt zijn. Hun sector staat op instorten. En toch zie je de veerkracht of liever gezegd de oerkracht van creativiteit. Het spat er af. Dat zit in hun DNA. Met elkaar iets maken, iets creëren is het aller mooiste wat er is. Dat is wat muzikanten doen, maar ook wat wij doen en waar we iedere keer weer zo blij van worden. Zeker wanneer alles lukt, zoals vandaag. 

Er zijn van die dagen die eigenlijk nooit voorbij mogen gaan. Het gaat zo snel. Het gaat zo goed. Zo heerlijk. Zo zo zo... ik heb er geen woorden voor. Ze knallen het dak er af. Met elkaar halen we even alles in wat we de afgelopen maanden zo hebben moeten missen. Cultuur. We ademen weer. De mensen in deze zaal zijn met elkaar in staat om de wereld echt een stukje mooier te maken. 

Ben ik lyrisch? Dat kan kloppen.

Je moet maar even kijken als het zaterdagavond wordt uitgezonden. Het is de alternatieve opening van de jaarlijkse Uitmarkt. Om 20.10 uur op NPO2. Dan snap je vast wat ik bedoel. 

Het is vijf voor elf als ik over de gracht richting auto loop. Moe, maar oh zo voldaan. Wat een waanzinnige dag. In mijn tas het flesje hydraterende handgel dat we gekregen hebben, met een briefje waarop Wende voor ons geschreven heeft:

“Laten we eindeloos het samenkomen van de verschillen vieren.”

Dat vind ik een heel goed plan.

Wende, bedankt!




foto: Monica Hoogendoorn

vrijdag 21 augustus 2020

Dag, mijnheer Hettinga. Zit mijn haar goed?

 

Ik weet het allemaal nog vrij precies. We hadden een informatieavond voor nieuwe vrijwilligers georganiseerd, in de kleine zaal van de Hanenhof in Geleen. Daar meldde zich een man met een harde G. Iemand met lef en bravoure, zoals wij het bij de Geleense lokale omroep nog niet gewend waren. Een leuke vent, dat zeker. Tien jaar ouder dan ik, dus hij zal 26 of 27 zijn geweest. Het was immers 1987. 

Al snel presenteerde hij de maandelijkse talkshow op de lokale tv, die ik met mijn 16 jaar al mocht regisseren. We maakten ook samen reportages en die werden door zijn kijk op de wereld steeds leuker. Bij de omroep hadden sommige mensen wat moeite met iemand die blaakte van het zelfvertrouwen, maar ik vond dat wel leuk en keek stiekem ook een beetje tegen hem op. Zijn humor nam ik over en wat hij vertelde over muziek, goede films of het gebruik van deodorant sloeg ik op in mijn bovenkamertje. Er ontstond een bijzondere band. We liepen samen de Kennedymars van Sittard (80 kilometer op een dag) en ons absolute hoogtepunt was een reis naar Italië, waar we verslag deden van een Jeugdolympiade, met meer dan 200 jonge sporters uit Geleen.

Op Music was my first love van John Miles, I got you van James Brown en de filmmuziek uit Top Gun reden we in een rode Toyota Corolla, afgeladen met loodzware apparatuur naar Alba in de streek Piëmont. Dat zo’n kleine lokale omroep zich deze peperdure wereldreis kon veroorloven kwam puur en alleen omdat mijn vriend op persoonlijke titel allerlei sponsors had geregeld. Bovendien had hij de publiciteitsgeile burgemeester overtuigd van de noodzaak van onze reportages. Die was natuurlijk ook in Italië en telkens als ik met mijn camera in de buurt kwam, vroeg hij met zijn korpsballerig toontje aan mij: “Dag, mijnheer Hettinga, zit mijn haar goed?“ Je moet weten dat de coupe van de burgemeester van Geleen in die dagen voornamelijk bestond uit één lange grijze lok, die hij dan na een vleugje wind opnieuw over zijn kale hoofd moest klappen. Wij vonden het heel grappig dat de belangrijkste man van onze stad voor zijn imago zo afhankelijk van ons was. 

De vraag ‘zit mijn haar goed’, (uitgesproken op een manier alsof je een gloeiendhete aardappel in je mond hebt) is dan ook al meer dan 30 jaar onze standaard openingszin. Ik had dat al heel lang niet meer gehoord, want ik denk dat we elkaar bijna 10 jaar niet echt gesproken hadden, maar midden in de coronalockdown ging bij mij op een ochtend de telefoon en toen ik opnam hoorde ik aan de andere kant van de lijn niets anders dan: “Dag mijnheer Hettinga…” en wist gelijk genoeg. 

Mijn oude vriend had mijn blogs gelezen, waarin ik opriep om in deze crisistijd eens een ZZP’er te adopteren en hij kon wel een cameraman gebruiken. 

Ik had even gemist dat hij inmiddels een hooggeplaatste functie heeft bij een groot logistiek bedrijf en momenteel druk is met de nieuwbouw van een hypermodern distributiecentrum. Ze zitten nu in de testfase, waarin je goed kan zien hoe indrukwekkend alle automatiseringssystemen in het gigantische gebouw zijn. Dat wilde hij graag vastleggen. Het was bovendien een goede truc om onze oude vriendschapsband aan te halen.

Zo stonden mijn oude maatje en ik afgelopen zondag weer samen te filmen. Voor het eerst in 30 jaar! Mooi om hem weer eens met een statief te zien slepen. De beelden die we maakten waren een stuk scherper en we hadden geen losse U-Matic recorder meer of accu’s in de vorm van een bomgordel, maar verder was het als vanouds. 

Het is bijzonder dat je met sommige mensen zelfs na tientallen jaren gewoon verder kan gaan waar je gebleven was. De buikjes zijn boller, de koppen kaler en de conditie wellicht wat minder, maar als er een goede klik is, kan echte vriendschap ook een radiostilte van tien, twintig of zelfs dertig jaar doorstaan. Makkelijk.




woensdag 22 juli 2020

Cor

Deze week is het alweer vier jaar geleden dat Cor Brinkman totaal onverwacht overleed aan een hartstilstand op de Chinese Muur. Ik denk vaak aan deze geweldige geluidsman. Hij was voor mij veel meer dan een collega. Een vriend, een vaderfiguur en mijn vaste maatje tijdens doldwaze televisie-avonturen. Als ik door vermoeidheid, stress of onmogelijke vragen van een regisseur het even niet meer zag zitten, dan sleepte hij mij er doorheen en als hij het helemaal had gehad met een te fanatieke redacteur of producer, dan kon ik hem altijd weer aan het lachen krijgen. Wij waren een goed team. We konden ongelofelijk veel lol met elkaar hebben. Hij was altijd in voor een geintje. Maar onderweg voerden we ook goede gesprekken. Wij wisten veel van elkaar. Tijdens het werk hadden we aan een half woord genoeg.

Het feit dat hij zo plotseling en midden in de vakantietijd uit mijn leven verdween maakt dat ik het nog steeds niet helemaal kan bevatten. Zelfs na jaren heb ik het gevoel dat hij ieder moment weer voor mijn neus kan staan. Dat hij me zo kan bellen of een berichtje kan sturen. Zijn nummer staat nog altijd in mijn telefoon en af en toe lees ik de laatste Appjes die hij me stuurde:

“Mooie herinnering aan een fijne klus.” Stuurde hij op 1 juni 2016 met een reeks foto’s van onze draaidag voor Het Klokhuis bij de Deltawerken. Daarop schreef ik: “Morgen weer!” en hij tot slot: “Zekers!”

Dan volgt er niks.

De laatste keer dat we samen draaiden was voor een programma van de VPRO over het Holland Festival. Iets met Toneelgroep Amsterdam in het theater van Hoorn. Een korte klus. Wat ik me kan herinneren is dat het niet allemaal vanzelf ging met de mensen die we wilden interviewen. Na afloop hebben we uitgebreid zitten lunchen op een terras in het mooie havenstadje. We hebben het nog gehad over een grote reistas die hij van mij wilde lenen voor zijn grote reis naar China, maar die ik zelf ook nodig had in die periode. Hoe we aan het eind van die dag afscheid genomen hebben kan ik me niet herinneren. Het moet zoals altijd met een stevige hug zijn geweest en woorden in de trand van ‘tot snel’. Ik weet niet eens of ik hem een goede reis heb gewenst.

De eerste keer dat ik hem ontmoette kan ik me wel levendig herinneren. Het was september 1995 en ik mocht als broekie met hem en Jan Eeckelaert mee naar Almelo voor een wedstrijd van Heracles. Ik zou gaan freelancen voor NOB Fieldproduction en moest een keer meelopen, maar had nog geen auto. De trein was vertraagd en dus kwam ik vijf of tien minuten na de afgesproken tijd aan op het Mediapark. Daar begreep Cor helemaal niks van. Hoe kon je nou tijdens je eerste werkdag telaat komen? Hij stak zijn ergernis niet onder stoelen of banken en had natuurlijk groot gelijk. Ik had minimaal een trein eerder moeten nemen of misschien wel twee. Sindsdien probeerde ik er altijd eerder te zijn dan hij, maar dat was niet eenvoudig. Meestal had hij de spullen al gecheckt en gepakt, hoe vroeg ik ook was.

De mooiste reizen die we hebben gemaakt waren voor het programma Jules Unlimited. Een keer naar Mount Hood in Amerika en vooral de reis van twee weken door Zuid-Afrika zal ik nooit vergeten. Wat een machtig mooi avontuur was dat! Maar ook de draaidagen voor Het Klokhuis en Vroege Vogels in Nederland waren altijd bijzonder. Wat dat betreft is er ook echt iets veranderd. Normaal gesproken hangt een programma vaak aan de cameraman en mag hij zijn voorkeur uitspreken voor een geluidsman, maar Cor en ik waren een vast koppel. Een deel van de klussen die we samen deden kleefden ook aan zijn kont. Nu hij er niet meer is zijn er vaste programma’s uit mijn agenda verdwenen. Sommige regisseurs, producers en presentatoren denken minder snel aan mij zonder Cor. Dat is jammer, maar zo gaan dingen. Daar wil ik niet over klagen. Ook dat is het leven. Het geeft vooral aan hoeveel ik aan Cor te danken heb. In allerlei opzichten is hij ontzettend belangrijk voor mij geweest. Dat zal ik nooit vergeten.




vrijdag 17 juli 2020

crimineel

Het is bijna donker als we de A12 afrijden bij De Meern. Onderaan de afrit stuurt Bas zijn oude witte Caddy naar rechts. Hij moet een lus onder de snelweg door maken om uit te komen op de carpoolplaats bij de Starbucks. Het parkeerterrein ziet er behoorlijk verlaten uit. Er zitten gaten in het wegdek en overal ligt afval.

De dag is klaar, maar we zijn nog lang niet uitgesproken. Al kletsend zet Bas zijn Volkswagen achter de mijne. We stappen uit, ik pak mijn tas en trek de achterklep van mijn bruine Passat open. 

“Wat heb jij allemaal bij je?” Vraagt Bas. 

Hij kijkt een beetje keurend naar de kratjes en kistjes in mijn kofferbak. Er ligt, naast de lichtset en een oude GoPro, een tennisraket (cadeautje voor mijn dochter), een fotostatief, een kabelriem en vooral een ongelofelijke hoeveelheid kleding. Jassen, schoenen, shirts en regenbroeken. 

Ondertussen sta ik bij de achterkant van zijn auto te bedenken welke accu’s er voor morgen nog op de lader moeten en welke spullen kunnen blijven liggen. Ik grijp nog een tas, gooi die in mijn auto en neem dan coronaproof afscheid van Bas. Morgen kletsen we verder. 

We stappen allebei in onze auto’s en rijden achter elkaar van de bekende carpoolplaats af. Bij de volgende stoplichten staan we naast elkaar. Ik wil nog zwaaien, maar Bas kijkt stoicijns naar het rode licht. Als we weer mogen draait hij de A12 op en vervolg ik mijn weg langs de geluidswal in de richting van Veldhuizen.

Tien minuten later gaat mijn telefoon. ‘Bas’ staat in het display. Ik ben toch niks vergeten?

Of ik ook ben aangehouden, vraagt Bas. 

Aangehouden?

Ik?

Hij vertelt dat zijn Caddy op de snelweg is ingehaald door een snelle grijze Golf. Vervolgens knipperde er een bordje met de tekst: ‘Stop Politie. Volgen’. Bij de eerstvolgende benzinepomp moest hij de snelweg af en werd hij gelijk klemgereden voor een andere politieauto.

Bas is een van de meest vredelievende regisseurs die ik ken. Daar zit geen greintje kwaad in. Maar als je hem ziet… Ja, hoe zal ik het zeggen? Hij is groot. Kaal. En in een typisch Nederlandse politieserie als Flikken Maastricht zouden ze iemand als Bas kunnen casten voor de rol van slechterik. Zo eentje die lachend het oor van een gijzelaar afsnijdt. Vrij naar Quentin Tarentino. Start Stealers Wheel met Stuck in the middle with you. 

Blijkbaar stonden de agenten in burger te posten op de carpoolplaats. Ik heb ze niet gezien, maar zij ons wel. En kennelijk waren wij verdacht. Als ik terugkijk op onze overdracht van spullen kan ik het begrijpen. Twee kale mannen. Ik met mijn coronabaardje. Zwarte kleding. Dat gedoe met tassen. Kijken in elkaars kofferbak… En natuurlijk bij gebrek aan echte boeven. Wie weet hoe lang die agenten daar al aan het posten waren. Wat laat je lopen en waar ga je achteraan? Etnisch profileren mag niet. Terecht. Maar als Bas en ik een maatpak hadden gedragen en we niet met die oude Caddy waren komen aanscheuren, dan hadden ze mijn opdrachtgever nooit van de weg gedrukt.

Heel lang duurde het overigens niet. Hij moest zijn rijbewijs tonen en uitleggen wat wij daar deden. Kennelijk was zijn verklaring overtuigend genoeg. Mij hebben ze nooit aangehouden. Voor het verhaal hebben ze wel de verkeerde uitgekozen.

Helaas kan ik het dan ook niet spannender maken.






woensdag 8 juli 2020

Sjakie en de Chocoladefabriek

Opeens had ik hét. Mijn gouden ticket voor de coronacrisis. Een plan waarmee ik twee gaten kon dichten. Het gat in mijn persoonlijke begroting en een gat in de markt. 

De schoolmusicalvideo. 

Dit idee ontstond eind april bij ons thuis aan tafel, toen mijn kinderen zich hardop afvroegen hoe het verder moest met de musical van groep 8, in tijden van de anderhalve meter samenleving. Een eurekamoment. Ik zou alle basisscholen van Nederland wel even helpen aan een spiffy livestream.

De volgende morgen belde ik gelijk met eventstream deskundige Jan Miltenburg en met mijn geluidsmaatje Peter Westbroek. Er waren namelijk wel een paar technische problemen die ik even moest tackelen. Op basis van deze gesprekken maakte ik een eerste opzet en met de natte vinger een begroting. Die heb ik voorgelegd aan het schoolhoofd en aan de groep 8 leerkrachten van de school waar mijn dochter zit. Ik moest natuurlijk serieus onderzoeken hoe scholen hier tegenaan keken. Zij waren direct enthousiast.

Nu moest ik vaart maken. Het einde van het schooljaar was al in zicht en door de crisis waren honderden leerkrachten hun plannen voor de eindmusical aan het bijstellen. Ik wilde een simpele website bouwen en een kloppende offerte maken voor een technisch format dat ik op alle scholen zou kunnen uitrollen. Mocht het een succes worden dan kon ik op meerdere scholen tegelijk leveren. Het musicalseizoen is immers kort, maar mijn netwerk groot.

Een dag later lanceerde het facilitair bedrijf United de webpagina ‘Red mijn musical’. Zij hadden blijkbaar precies dezelfde gedachte en waren net iets eerder dan ik. Daar baalde ik even stevig van. Nu leek het alsof ik hun idee ging pikken. Gelukkig had ik een paar getuigen en bovendien zijn er basisscholen genoeg in Nederland.

Na het lanceren van de site en het promoten op social media stond de telefoon roodgloeiend. Er waren inderdaad heel veel schoolleiders, leerkrachten en ouders op zoek naar een oplossing voor hun musical. Ik heb mijn visie wel vijftig keer toegelicht. Alle bellers waren direct enthousiast… Tot ik de prijs noemde. Mijn plan bleek veel kostbaarder dan scholen dachten. Ze hadden bijna allemaal een bedrag van een paar honderd euro in hun hoofd voor een goede registratie en een livestream. Het bleek lastig voor ze om op korte termijn de oorspronkelijke plannen aan te passen, om te schuiven met potjes geld, om aan ouders een extra bijdrage te vragen of een sponsor te regelen. Ik had mijn lat hoog gelegd en wellicht te hoog, maar ik vond het plan zo goed dat ik daar niet vanaf wilde wijken. En iets verkopen is natuurlijk ook een vak apart.

Als ik met slechts één camera, twee microfoons en een simpel livestreamprogramma had willen uitrukken, dan had ik tientallen scholen kunnen helpen, maar er zelf vooral stress van gehad en waarschijnlijk was ik dan de rest van de zomer druk geweest met het afhandelen van klachten.

Uiteindelijk bleef er één school over. De school waar ze mij kennen als bevlogen hulpouder en waar ik niet alleen telefonisch mee had overlegd. Samen hadden we goed nagedacht over de beste oplossing voor de musical en alle opties besproken. Door creatief en flexibel te zijn kon het daar wel. Geen theater, wel een video.

Afgelopen vrijdag hebben we op Apollo 11 in De Meern twee musicals opgenomen. Groep 8a aan het eind van de ochtend en groep 8b in de middag. De voorstellingen staan nu online en beleven de volgende week hun première. Daarna kunnen alle opa’s en oma’s, broertjes en zusjes, ooms en tantes de video ook bekijken en de kinderen kunnen hem downloaden om deze unieke ervaring te bewaren voor de eeuwigheid.

We hebben gewerkt met remote camera’s. Dat vond ik nogal spannend, want mijn expertise zit hem juist in bemande camera’s. Maar nu konden we met slechts drie personen een complete registratie maken met vier camera’s en optimaal geluid. Een goede geluidsman, een livestreamtechnicus/camera-operator en een zelf schakelende regisseur die voor het gemak ook de totaalcamera voor zijn rekening nam.

Als je mij begin maart had gezegd dat ik 120 dagen later deze werkwijze zou omarmen, dan had ik je vierkant uitgelachen, maar nu moet ik bekennen dat ik heel veel mogelijkheden en potentie zie. De opnamen zien er, al zeg ik het zelf, buitengewoon professioneel uit. Zeker voor een schoolmusical. Het is bovendien allemaal goed te verstaan en dat is ook een unicum bij een schoolmusical video. Zeker als je bedenkt dat we op de dag zelf niet veel tijd hadden om iets te repeteren of lang met een soundcheck bezig te zijn.

Ik moet ook zeggen dat ik nergens was geweest zonder mijn partners in crime. Jan Miltenburg heeft me ontzettend geholpen met goed advies en professionele apparatuur. Gijs Takken is een briljante livestream technicus en een razendsnelle remote operator. En Edwin Blom is een geluidstechnicus die uit precies het juiste hout is gesneden voor een klus als deze.

Achteraf ben ik blij dat ik mijn schoolmusicalvideo’s niet goedkoper heb gemaakt, want als je dit goed wil doen is het behoorlijk intensief. Nu heb ik een dag van te voren nog zitten kijken naar de generale repetities, maar als je tien musicals op rij doet, dan kan dat natuurlijk niet. Ook is dit de vorm waar ik zelf het meest vrolijk van word. Het levert echt een registratie op waar mensen naar blijven kijken en die kinderen later nog eens terug willen zien. 

Je zou kunnen stellen dat mijn businesscase niet helemaal succesvol was als ik uiteindelijk slechts twee musicals heb kunnen filmen, maar dat zie ik zelf toch anders. Ik heb er veel energie in gestoken en financieel heeft het (nog) niet zo veel opgeleverd, maar ik heb onwijs veel geleerd op allerlei fronten. Iets over het produceren van video’s, iets over livestreams, iets over het verkopen van een idee, iets over het maken van offertes, iets over efficiency en iets over nieuwe technieken. Het heeft me inzicht gegeven in andere denk- en werkwijzen. Daarnaast ben ik lekker bezig geweest, was ik zichtbaar en heb ik ontdekt dat er in mijn netwerk interessante mensen en bedrijven zitten, waar ik de afgelopen jaren te weinig mee heb samengewerkt. 

Ik hoop dat er het volgend jaar een vaccin is en dat ouders dan weer ouderwets mogen snotteren in buurthuizen en aula’s, terwijl hun kinderen op de planken staan te zweten tijdens de eindmusical. Mocht er dan toch nog iemand een hele mooie registratie van zo’n voorstelling willen laten maken, dan weet ik hoe het moet. En als je een diploma-uitreiking, een klein concert, een theatershow, een opening, een herdenking, een cabaretvoorstelling, een bruiloft, een uitvaart of een bevalling op professionele wijze wil streamen, dan mag je me altijd even bellen voor gratis advies. 



maandag 6 juli 2020

prettig gesprek

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

nr. 38 / dag 123



Twee weken geleden schreef ik over de online sessie van Broadcast Media Society, waar ik het als ‘inbeller’ aan de stok kreeg met Georgette Schlick, de CEO van Fremantle Nederland. We hadden op zijn zachtst gezegd een meningsverschilletje over de tarieven van ZZP’ers in de mediawereld. Schlick zei dat door de crisis budgetten zwaar onder druk staan, er de komende jaren veel minder programma’s geproduceerd worden, dat daarom iedereen water bij de wijn zou moeten doen en er alleen nog werk voor freelancers zou zijn als die bereid waren om flink met hun tarieven te zakken. Ze noemde daarbij een percentage van twintig procent. Ik viel van mijn stoel en schreef uiteindelijk, na een week piekeren, een verhaal waarin ik mijn teleurstelling en ongenoegen niet onder stoelen of banken stak. 

Dat werd door velen in ons wereldje gelezen en leidde met name onder ZZP’ers tot grote ergernis. Al een dag later stond Georgette Schlick op mijn voicemail. Zo had ze het nooit bedoeld. Ze nodigde mij uit voor een kop koffie, zodat ik kon uitleggen waarom het volgens mij niet mogelijk is om met de tarieven van freelance cameramensen te zakken en dan zou zij uitleggen waar de grote producenten op dit moment mee worstelen. Die uitnodiging heb ik uiteraard met twee handen aangegrepen.  

De vorige week maandag spraken we elkaar in Amsterdam. Ik had me super goed voorbereid. Niet vaak heb ik mijn eigen boekhouding zo gedetailleerd bestudeerd. Ook heb ik uitgebreid overlegd met een grote groep collega freelancers en ik heb gesproken met zeer ervaren cameramensen die in vaste dienst zijn. Ik had boekhouders gesproken, uitgezocht wat de winst van RTL in 2019 was en ik wist wat een freelance tegelzetter, stukadoor en automonteur verdienen.

Een groot deel van die bagage bleek overbodig. Om te beginnen bood Georgette Schlick uitgebreid haar verontschuldigingen aan voor de uitspraken die ze had gedaan bij de Broadcast Media Society en dan met name de door haar genoemde 20% tariefdaling. Ze begreep zelf ook wel dat dit niet realistisch is en legde uit dat haar opmerking voortkwam uit frustratie, die zij zelf ervaart door de enorme druk die door de zenders momenteel op de programma budgetten wordt gelegd. Deze budgetten zakken dus wel degelijk met 20%.

Omroepen zeggen dat ze door tegenvallende reclame-inkomsten genoodzaakt zijn om fors te bezuinigen op alle budgetten van producties. Daarnaast zijn er allerlei coronamaatregelen die extra geld kosten, wat niet of slechts gedeeltelijk wordt vergoed. Ook lopen de producenten grote financiële risico’s, omdat door deze pandemie veroorzaakte schade door geen enkele verzekering wordt gedekt. Dat alles nam niet weg dat ze oprecht spijt had van haar veel te koele reactie op mijn hulpvraag namens alle gedupeerde freelancers. 

Alleen was ik niet gekomen voor excuses. Ik wilde heel graag uitleggen hoeveel (of juist weinig) een freelance cameraman aan het eind van alle afrekeningen overhoudt aan een dag filmen. Dat de tarieven voor freelancers aan de facilitaire kant van onze branche al tien jaar lang hetzelfde zijn. Iedere keer als we er net een beetje bij hebben gesnoept moet het er vervolgens weer om een of andere reden vanaf. Soms direct, vaak indirect. Aan de andere kant blijven de kosten stijgen. Onder de streep verdienen we dus ieder jaar iets minder. Ik in ieder geval wel. En dan ben ik nog iemand die vaak te horen krijgt dat ik ten opzichte van veel collega’s een dure jongen ben.

Ik had een heel mooi overzicht bij me met daarop het aantal dagen dat ik vorig jaar heb gewerkt, het aantal weekenden (35!), het aantal verschillende opdrachtgevers, de facturabele uren, mijn omzet, de bedrijfskosten, de kosten voor pensioen en mijn AOV, de belastingen en wat er dan onder de streep overblijft voor mij en de drie aandeelhouders bij mij thuis. Het is een beetje appels en peren vergelijken, maar dat komt aardig in de buurt bij het netto salaris van een ervaren cameraman die in vaste dienst is bij NEP. Of in ieder geval wat ik daar zelf elf jaar geleden nog verdiende. 

Ik heb in zekere zin mijn vrijheden en in ieder geval geen baas waar ik naar moet luisteren, maar het leven van een freelance cameraman is zeker geen vetpot. Voor het bedrijfsrisico dat ik loop krijg ik niks. Het is niet eenvoudig om een buffer (die ik na deze crisis opnieuw moet aanvullen) op te bouwen. Dus in mijn ogen is het onmogelijk om nog te snijden in de tarieven van freelance cameramensen en al helemaal niet in de tarieven van geluidsmensen die sowieso al substantieel minder krijgen. Als je daar in snijdt is het voor die jongens veel lucratiever om een brommertje aan te schaffen en pizza’s te gaan bezorgen. De problemen van RTL, de NPO en alle producenten kunnen wij niet oplossen door weer een beetje water bij de wijn te doen.

Georgette Schlick was het met mij eens. Vervolgens hebben we samen zitten brainstormen hoe we dan de aankomende financiële crisis in Omroepland te lijf moeten gaan. We deelden samen de visie dat er waarschijnlijk minder geproduceerd zal gaan worden, omdat er minder geld in de markt is. En dat wat geproduceerd wordt zal voor een substantieel lager budget gemaakt moeten worden. Als we niet willen dat de makers (daaronder verstaan we dan ook de facilitaire spelers) daarvan de dupe worden, dan zullen we moeten kijken hoe we nog efficiënter kunnen produceren. Wellicht moeten we met andere technieken gaan werken en waarschijnlijk ook met minder mensen.  

Ik vrees dat onze sector gaat afslanken, dat bedrijven kleiner worden en dan blijven er uiteindelijk ook minder freelancers over, maar we moeten er wel voor zorgen dat de mensen die overblijven er ook van kunnen leven. Ervaren, creatieve en innovatieve krachten wil je binnenboord houden, maar dat zijn ook de mensen die als eerste iets anders gaan doen als je blijft rommelen aan hun dagprijzen. Dus moeten we in onze hele sector stoppen met het telkens weer uitknijpen van mensen. Dat geldt overigens niet alleen voor de freelancers, maar ook voor het personeel dat bij facilitaire bedrijven in vaste dienst werkt.

We kwamen samen tot de conclusie dat dit wel makkelijker gezegd is dan gedaan. Ik heb als freelancer last van collega’s die niet verzekerd zijn, geen pensioentje opbouwen en dus eerder kunnen zakken met hun dagprijs dan ik. Hetzelfde geldt voor grote producenten als Fremantle. Zij kunnen ook niet oneindig zakken met hun tarieven. De kleinere producenten feitelijk ook niet, maar uit noodzaak doen ze dat wel, met alle gevolgen voor de facilitaire partijen van dien. En door alle concurrentie is het natuurlijk voor opdrachtgevers op alle niveaus interessant om mensen en bedrijven tegen elkaar uit te blijven spelen.

Juist daarom is het zo ontzettend belangrijk dat we met elkaar spreken. Het gesprek met Georgette Schlick was buitengewoon prettig, verhelderend en in mijn ogen super nuttig. We moeten elkaar blijven vertellen hoe ons speelveld in elkaar steekt. Niet alleen op managementniveau, maar ook af en toe van beneden naar boven. 

Ik was heel blij met de uitnodiging. Natuurlijk zal onze wereld nu niet op slag veranderen en zal het ook niet zo zijn dat Fremantle of een van de andere grote producenten alle cameramensen gaat bellen met de mededeling dat ze vrolijk wat meer mogen factureren, maar ik weet zeker dat Georgette Schlick door dit gesprek anders naar de situatie van de freelancers kijkt. Dat zie ik als grote winst. Onze fittie is zeker niet voor niks geweest.







zondag 28 juni 2020

licht en lucht

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

nr. 37 / dag 115


 

Zie ik het nu goed? Heel voorzichtig flakkert aan het einde van de tunnel een lichtpuntje. Het einde is nog niet in zicht, dus voorzichtigheid is geboden. Schijn kan bedriegen. We zijn er nog niet en nieuwe donkere tunnels kunnen volgen. Het landschap is onoverzichtelijk. Niemand heeft een routekaart. Onze navigatie is op 12 maart uitgevallen en sinds die tijd hapert het systeem. Daar vertrouw ik voorlopig nietmeer op. Intuïtie, gezond verstand en goede gesprekken met verstandige mensen bepalen op dit moment de koers.

Maar…

De maatregelen zijn sneller versoepeld dan een paar weken geleden nog gedacht. Ik hoor dat er weer meer bedrijvigheid is. Offertes worden aangevraagd en de eerste voorzichtige opties staan met potlood in mijn agenda. Er zijn zelfs weer een paar ‘aanvragen op naam’ voor de komende weken. Ik durf de vlag nog niet uit te hangen, maar aan het aantal telefoontjes te merken komt de boel heel langzaam in beweging. 

Of er op korte termijn genoeg werk is voor alle freelance cameramensen betwijfel ik. Zo lang de sport niet op volle toeren draait en grote evenementen nog niet doorgaan zal de vraag beperkt blijven. Bovendien komt de zomerperiode er snel aan. 

Toch hoop ik vurig dat we vanaf nu weer vol gas gaan produceren. Mooie dingen maken, samenwerken, lol trappen en geld verdienen. Elkaar in de ogen kijken, aanvoelen wat die ander denkt en daar op inspelen. Vakmanschap, buffelen en passie. Van niets iets maken.

Misschien is het opportunisme, maar ik ben positief gestemd. Al mijn inspanningen van de afgelopen maanden werpen hun vruchten af. Zestien verschillende opdrachtgevers heb ik sinds het begin van de crisis, waaronder negen nieuwe. Ik heb een paar kleine klusjes gedaan, die ik voor het gemak mee tel, maar er zitten ook een aantal bedrijven bij waarvan ik hoop dat ze mij in de toekomst ook weten te vinden. Het zou de winst van deze crisis kunnen zijn als ik straks iets minder afhankelijk ben van de grote Hilversumse partijen. Risicospreiding is immers belangrijk. 

Deze week heb ik voor Videobrix en Miltenburg AV gewerkt. Twee vergelijkbare bedrijven die wel eens wat doen voor de omroepen, maar daar niet afhankelijk van zijn. Het viel me op hoe dankbaar zij zijn en hoe zij hun best doen om het een ervaren freelancer naar de zin te maken. Wij kunnen elkaar enorm versterken. Ik kon mijn kennis delen en tegelijkertijd veel leren van hun werkwijze. Daar werd ik extreem vrolijk van. De programma’s die we maakten worden niet door miljoenen mensen bekeken en de beschikbare budgetten waren beperkt, maar juist door super creatief te zijn, een beetje rekening te houden met beperkingen en optimaal gebruik te maken van nieuwe technieken hoefde er niet bezuinigd te worden op de tarieven van de hardwerkende mensen achter de schermen. Grappig detail is dat mijn geld binnen een paar uur na het versturen van de factuur al op mijn rekening stond. 

Ik vind hele grote tv-operaties zoals met Koningsdag, de Intocht, de Amstel Goldrace, Pinkpop, de Marathon van Amsterdam, het NK Veldrijden of de Military van Boekelo altijd super spectaculair, maar ik houd ook van klein en fijn. 

Maar goed, ik draaf nu door. Zoals gezegd zijn we er nog niet. Het voelt als dansen op een dun koord, want als ik nu te hard roep dat ik af en toe werk heb, dan krijgen opdrachtgevers wellicht ten onrechte de indruk dat ik onder de pannen ben. En wat denken de collega’s bij wie de telefoon nog niet heeft gerinkeld? Ik vind dat super lastig. Natuurlijk moeten we het werk eerlijk verdelen, maar ik heb zelf ook een enorm gat in mijn begroting. Dus kan ik eigenlijk wel schrijven dat ik alweer wat opdrachten heb? Tegelijkertijd denk ik dat het ook niet slim is om te doen alsof ik zielig ben. 

Ik trek er keihard aan en het komt niet bepaald aanwaaien. Dit is het jaar van de waarheid voor elke ZZP’er. Nu moeten we echt ondernemen. En als we aan het einde van 2020 de balans opmaken, dan hoop ik te kunnen stellen dat ik het (naar omstandigheden) goed gedaan heb. 

 


in de lift...



 

 

vrijdag 26 juni 2020

Job Rotation

Tot diep in de nacht had ik zitten prutsen met een videomontage. Het is toch anders als je een film voor een opdrachtgever maakt en er geld voor krijgt, in plaats van editen voor privégebruik of het YouTube kanaal van je zoon. Opeens moet je voldoen aan de wensen van je opdrachtgever en is het geen optie om alleen te doen wat je kent of wat je zelf leuk vindt. Zo moest ik een heel eind buiten mijn comfortzone, omdat ik gezegd had dat ik dit varkentje wel even zou wassen. Een leerzame, maar ook stressvolle exercitie die me meer tijd kostte dan vooraf begroot. 

Dit vertelde ik tegen een bevriend editor. Enigszins bezwaard, omdat ik eigenlijk zijn werk had aangenomen. Deze malle coronatijd zorgt niet alleen voor nieuwe uitdagingen, maar ook kijk ik inmiddels anders tegen kansen en opdrachten aan. Noodgedwongen moet ik pakken wat ik pakken kan. Dat begreep die editor als geen ander. Ook hij is ondernemer. Hij vertelde me dat hij onlangs een dag als geluidsman op pad is geweest. Hij herkende mijn twijfels en ongemak dus helemaal, want hoewel hij precies weet wat een geluidsman moet aanleveren, was het toch andere koek om dat ook even zelf te doen.

Er zat nog een andere editor te luisteren naar ons gesprek en die durfde opeens op te biechten dat hij een dag had gedraaid als cameraman. Gauw vertelde hij erbij dat het niet zijn ambitie is om cameraman te worden en hij wil geen enkele cameraman voor het hoofd stoten. Bovendien heeft hij twee dagen lang rondgelopen met een beurse schouder en pijn in zijn rug. We kwamen tot de conclusie dat het wellicht slimmer was geweest als ik mijn montageopdracht had uitbesteed aan de editor en als hij mij had gebeld voor dat filmklusje, maar een stukje job rotation kan ook geen kwaad. We hebben nog meer respect gekregen voor elkaars vakgebied. 

Wel vraag ik me zo langzamerhand af hoe ver het moet gaan. Een collega cameraman is een kanoverhuurbedrijf begonnen. Een ander werkt tijdelijk als hovenier. Een freelance geluidsman biedt zijn diensten aan als schilder. Een werkloze cameraman is fietskoerier en bezorgt maaltijden. Een beeldtechnicus brengt nu met zijn bus pakketjes rond voor een groot postbedrijf. Ik heb ontzettend veel respect voor deze super flexibele ondernemers. Hulde voor collega’s die niet bij de pakken neer gaan zitten of bij de telefoon wachten tot ze weer gebeld worden. 

Zelf zoek ik vooral naar creatieve mogelijkheden om binnen mijn vakgebied wat geld te verdienen. Dat is ontzettend lastig want ik ben niet de enige cameraman die zich vol enthousiasme stort op live streams, bedrijfsfilms, schoolmusicals of desnoods begrafenissen. Daarom hoop ik ook nog steeds vurig dat deze crisis tijdelijk is, dat omroepen snel meer nieuwe programma’s gaan bestellen en dat een wereld zonder grote (sport)evenementen niet het nieuwe normaal wordt. Ik wil zo graag weer doen waar ik echt goed in ben. 

 

 

Deze column schreef ik voor BM, hèt mediavakblad van Nederland en staat in het juli nummer van 2020 (jaargang 31, nr. 390). Een abonnement op Broadcast Magazine kan ik iedereen van harte aanbevelen.







donderdag 18 juni 2020

high society

Dagboek van een ZZP'er in crisistijd

(nr. 36 / dag 105)


De vorige week donderdag knapte er iets bij mij. Na afloop van de online Broadcast Media Society sessie heb ik een kwartier lang zitten staren naar het scherm van mijn laptop. De knoop in mijn maag was gigantisch. Al de hele crisis ben ik strijdbaar en vind ik mezelf gematigd positief, maar nu zakte de moed me in de schoenen. Het waren de wijze woorden van mevrouw Georgette Schlick (CEO FremantleMedia), die me het zetje gaven waardoor ik achterover kukelde in een diepe donkere put.  

Mij was gevraagd om tijdens de online meeting in te bellen met een vraag namens alle freelancers, die inmiddels meer dan 100 dagen werkloos thuis zitten. In een tot studio omgetoverde zaal van Beeld en Geluid zaten omroepkopstukken als Frans Klein (NPO), Paul Römer (Talpa Network), Boudewijn Beusmans (EndemolShine), Karin de Groot (ITV Studio’s), René Delwel (United), Ralf van Vegten (NEP) en dus zoals gezegd mevrouw Schlick. Ze werden over de complexe coronatijd aan de tand gevoeld door de altijd sympathieke Roos Moggré. Aan de andere kant van het internet keken een paar honderd geïnteresseerden uit de mediawereld mee.

Na een inleidend rondje, waarin de managers van al die grote belangrijke partijen uit de omroepwereld konden vertellen hoe ze hun organisatie in razend tempo radicaal hebben omgegooid en waarin ze aangaven dat ze inmiddels weer met iets meer vertrouwen vooruit durven te kijken, werd ik er via Zoom bij gehaald. Als “woordvoerder” van alle werkloze ZZP’ers probeerde ik een oproep te doen aan de grote bazen in Hilversum om de kleintjes niet te vergeten. Mijn idee is dat er snel meer gemaakt moet worden en dat het werk op een of andere manier eerlijk verdeeld moet worden, om de kennis en ervaring van freelancers binnenboord te houden. De beste mensen blijven niet bij de telefoon wachten tot omroepen, producenten of facilitaire bedrijven op een dag weer eens gaan bellen. Velen kunnen zich het helemaal niet veroorloven om nog maandenlang af te wachten.

Het is best lastig om dat goed te formuleren via een verbinding met vertraging. Gelukkig waren de eerste reacties begripvol, maar ik kreeg niet te horen wat ik het liefst wilde horen. Natuurlijk kiezen alle grote bedrijven nu voor ‘eigen mensen eerst’. Daar heb ik al ruim drie maanden alle begrip voor. Ik wilde vooral dat de ZZP’ers niet vergeten worden en dat er gekeken wordt wat we wél kunnen doen om de situatie te verbeteren. Samen een plan maken. Ieder brokje steun voor de ZZP’ers is welkom: Informatie, steun richting de politiek en het allerliefst verse opdrachten. 

Ik kan best tegen een stootje en ben realist genoeg om niet gelijk een oplossing te verwachten tijdens zo’n meeting. Ik werd echter hard in mijn ziel geraakt toen mevrouw Schlick het woord kreeg. Je moet het maar even terugkijken (hieronder, vanaf 31:40), dan begrijp je vast wat ik bedoel. 

Ze zei: “Het volume gaat nooit meer zo groot worden als wat het was en ook financieel gaat het ook nooit meer worden wat het was. Of het nou bij de Publieke Omroep is of bij de commerciëlen. Uiteindelijk zullen we hetzelfde moeten maken voor minder geld. Dat is gewoon de essentie, dus ook een oproep aan de freelancers: jullie kunnen je tarieven niet blijven handhaven. Dat geldt voor de acteurs, voor de cameramensen, alles. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen.”

Waarop ik zei: “Er is geen water meer om bij de wijn te doen.” 

Schlick: “Jawel hoor. Als jij nu een job aangeboden krijgt en je moet het voor 20% minder doen, dan mag ik hopen dat je hem aanneemt, want dan heb je werk.”

Ik: “Dat ga ik niet doen.”

Schlick: “Kijk, en daar ligt een deel van de oplossing.”

Ik: “Dat kan ik niet, want ik heb net mijn buffer net opgegeten. Dan kan ik mijn arbeids-ongeschiktheidsverzekering niet meer betalen.”

Schlick: “Dan verschillen wij van mening.”

 

Ik was compleet uit het veld geslagen. Het enige wat ik gevraagd had was begrip voor alle ZZP’ers en nu kreeg ik ijskoud de deksel op mijn neus. Twintig procent! Kennelijk leeft mevrouw Schlick in de veronderstelling dat het geld aan de facilitaire kant van onze branche tegen de plinten op klotst. Ze zou beter moeten weten, want ze heeft zelf een tijdje aan het roer gestaan van dutchView. Blijkbaar is ze inmiddels vergeten dat het inkomen van een freelance cameraman geen vetpot is. Wij verdienen minder dan een schilder, automonteur of loodgieter. Om over geluidsmensen maar helemaal te zwijgen. 

Dit raakt ook niet alleen de freelancers, maar ook de facilitaire bedrijven en de mensen die daar in vaste dienst werken. De marges die deze bedrijven maken zijn piepklein en staan in geen enkele verhouding tot de investeringen die ze doen. 

In betere tijden maken we lange zware dagen, werken we op de gekste tijden en bijna altijd in het weekend. Door keihard te werken onder grote druk, terwijl we soms gekke risico’s nemen ten behoeve van allerlei programma’s en door onze ruggen en schouders langzaam maar zeker te slopen met zo’n zware camera, hebben we een buffertje kunnen opbouwen. Dat eten we nu noodgedwongen op. Op die manier betalen wij de heel hoge rekening van deze crisis. 

Een vriend van mij zei dat ik de opmerking van Schlick niet zo persoonlijk moet nemen… Maar het ìs heel persoonlijk! Dit raakt mij in iedere vezel van mijn bestaan. Het raakt mijn gezin rechtstreeks. De afgelopen maanden doe ik mijn uiterste best om er nog iets van te maken en ondertussen loopt het banksaldo gestaag achteruit. Tot nu toe kan ik geen gebruik maken van overheidssteun en betaal ik mijn belastingen keurig. Ik hoop vurig dat ik de komende maanden de hypotheek, mijn AOV en pensioentje kan blijven betalen. Nieuwe gympen kopen voor de kinderen of die grotere fiets.

Min twintig procent. Ze zei het echt. Nu. Nu we al drie maanden aan het infuus hangen…

 

In een vervolgsessie van de Broadcast Media Society zei NPO baas Frans Klein: “Er werd een beetje gesuggereerd alsof iedereen heel blij en vrijwillig een freelancer of ZZP’er is, nou dat is natuurlijk niet zo in heel veel gevallen. Het is ook de markt die dat soort situaties dicteert. En wij zitten enorm te worstelen met het vraagstuk hoe zet je nou prijzen in de markt? Dan kan je natuurlijk ook de gedachte hebben: Je kan beter een gezonde prijs voor een freelancer hoog houden en dan genoegen nemen met minder productie, dan dat je alleen maar gaat zakken. En dat je mensen bij wijze van spreken tot een bepaalde grens, ik wil niet gelijk zeggen de armoedegrens…. Ik vond het een pittige discussie.”

 

Nou, ik ook! Ik loop er al een week mee rond en heb lang getwijfeld of ik hier een stuk over moest schrijven. Natuurlijk wil ik geen fittie met mevrouw Schlick, maar ik vind wel dat alle ZZP’ers zich moeten realiseren hoe er in de top van zo’n belangrijke productiemaatschappij wordt gedacht. Twintig procent.

Zij wil koste wat kost evenveel blijven maken. Nu noodgedwongen voor veel minder geld. Ik denk dat we mensen normaal moeten belonen en dan maar minder moeten maken. Dat gaat natuurlijk ten koste van werkgelegenheid, maar liever met een kleinere club blijven leven, dan dat we er allemaal kapot aan gaan. 

Blijkbaar zit het bedingen van kortingen zo in haar DNA dat ze het zelfs op zo’n ongelukkig moment nog vol overtuiging probeert. Maar timing en empathie zijn ook managementkwaliteiten. 





















                                                                                                                                                 




.