dinsdag 11 december 2018

Look and Feel

“We gaan iets nieuws doen!” Hoewel dit in Omroepland een gewaagde uitspraak is, met een niet al te positieve lading, hoor je hem nog regelmatig. Ook deze keer uitgesproken zonder cynische ondertoon. Waarschijnlijk is de regisseur te jong om dit legendarische statement in historisch perspectief te plaatsen. Hij wil slechts zijn stempel drukken op deze productie. 
Dit is de eerste draaidag voor een nieuw seizoen ‘Van de regen in de drup’, waarin naïeve mensen met een serieus probleem te kakken worden gezet op de nationale televisie. Tegelijkertijd wordt hun kwestie halfslachtig opgelost. Dat het de producenten vooral te doen is om het goedkoop produceren van een kijkcijferhit zullen zij niet snel toegeven. De makers geloven echt dat deze arme stakkers beter af zijn wanneer ze hun lot in handen van de tv-engeltjes leggen. “Anders worden deze gevallen niet geholpen. Bovendien hebben zij zichzelf opgegeven voor deze show.” Dat zulke mensen wanhopig zijn en niet overzien wat de deelname aan zo’n programma met zich meebrengt wordt voor het gemak vaak vergeten. 
“Vanaf vandaag gaan we dus iets doen dat nog niet eerder in Nederland is vertoond,” zegt de regisseur. “We hebben uitgebreid gesproken over een totaal andere look and feel. Meer documentairestijl. Niet zo losjes als bij de gebruikelijke help-tv-programma’s. Dat is ook gelijk de reden waarom we met een ander type camera draaien.” 
De cameraman kijkt naar de semiprofessionele camera die is besteld voor deze klus. Een soort Lego Technic bouwpakket met verstelbare handgrepen, extra gewicht aan de achterkant om de boel in balans te krijgen en een lensje dat op een mooi fototoestel niet zou misstaan. Hij is al een half uur bezig met de menu-instellingen en hoopt vurig dat hij niks cruciaals vergeet: S-log, 2000ISO, 25P, XAVC, 100mbts, LUT709 alleen op monitor uitgang SDI 2. En dan zeggen ze dat de techniek steeds eenvoudiger wordt. De productie heeft zich wellicht in de luren laten leggen door een cameraman die zelf zo’n set heeft, maar die op deze eerste draaidag al niet meer beschikbaar is. 
‘Look and feel’ zijn de toverwoorden anno 2018. En zo min mogelijk scherptediepte. Daar heeft iedereen het over. Dus móét elke producent vroeg of laat meedoen. Zelfs als je een realityprogramma maakt over mensen die teveel tosti’s eten.
Na de eerste confrontatie worden de problemen zo gedetailleerd mogelijk in beeld gebracht. De kandidaten staan letterlijk in hun hemd. Ondertussen pelt de presentator alle gebreken en zwaktes van de hoofdpersoon één voor één af. Uiteraard met oog voor drama en emotie. Zo’n gesprek kan zomaar veertig minuten of langer duren. In de montage zie je hiervan slechts enkele minuten terug. Elke nuance wordt weggeknipt.
“Zie ik daar een traan? Violen svp. En inzoomen!”
Telkens als iedereen denkt dat het gesprek klaar is springt de eindredactrice in beeld met een extra vraag. Nog één dingetje wil ze weten, nog één vraag die eigenlijk even opnieuw moet en nog één probleempje dat in het voorgesprek toch anders uit de verf kwam dan nu. De presentator blijft geduldig en vriendelijk. Bij het tekenen van zijn laatste, zeer lucratieve, contract heeft hij kennelijk alle principes overboord gegooid. 
Ondertussen gaat de geïnterviewde steeds meer aan zichzelf twijfelen. De geluidsman heeft een lamme arm en de cameraman weet van gekkigheid niet meer hoe hij moet staan. Hij had gedacht, of misschien wel gehoopt, dat bij documentairestijl en fotolenzen ook altijd een statief hoorde, maar dat blijkt een misrekening. Zo heel strak en nieuw is deze ‘look and feel’ nou ook weer niet. We draaien immers reality. 

Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks 'Point of View'. Dit verhaal staat in BM 379, de uitgave van december 2018 met daarin ook de Omroepman van het Jaar. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen, maar dit nummer is ook los te koop in de winkel. Doe dat eens! Leuk voor de kerstdagen.





vrijdag 7 december 2018

arme Hannes

Dat het niet veel vaker mis gaat in Omroepland mag een godswonder heten. Al die ingewikkelde kastjes en doosjes die elke dag opnieuw aan elkaar worden geknoopt. Telkens in andere configuraties, met kabels die we voortdurend uit- en oprollen. En het zijn tegenwoordig ook allemaal kleine computertjes met vreemde kuren op de momenten waarop je ze niet kan gebruiken. Niet alleen uit de mensen wordt het maximale gehaald, ook de apparaten moeten steeds flexibeler zijn. 
Toch gebeurt het niet vaak dat een productie in de soep loopt. In geval van nood is er altijd wel een of andere handige Harry die op het juiste moment een briljante ingeving heeft, een creatieve omleiding verzint of net op tijd ontdekt waar het euvel zit. In de televisie-industrie wemelt het namelijk van de mensen met een instelling van: ‘Het zal mij niet gebeuren!’
Of Hannes deze mentaliteit heeft weet ik niet. Ik ken hem niet. Nooit gesproken of zelfs de hand geschud. Wel samengewerkt. Slechts één keer. Die dag was Hannes ingevlogen uit Duitsland. Hij moet dus wel een specialist zijn, anders had de opdrachtgever er nooit voor gekozen om hem deze belangrijke opdracht te geven. 
Wat Hannes doet kunnen wij in Nederland ook wel, maar iemand heeft in al zijn wijsheid besloten dat de graphics bij deze live-uitzending een internationaal karakter moesten krijgen. Laten we zeggen dat elke kleine sportbond tegenwoordig graag Champions Leagje wil spelen. Daar horen reclameborden bij, speciale accreditaties, ingewikkelde cameraplannen, dikke draaiboeken, time scedules, controlleurs die mensen op de vingers komen kijken en in dit geval een Duitse titelaar. Hannes dus. En die zat recht tegenover mijn camerapositie aan een geïmproviseerd tafeltje. 
Producties worden steeds complexer. Het zijn niet alleen een paar camera’s die met een regiewagen verbonden worden, maar ook tientallen personen die met elkaar communiceren over verschillende lijnen. Presentatoren die commentatoren moeten horen en commentatoren die verslaggevers inleiden. Eindredacteuren die iedereen willen souffleren. Producers, opnameleiders en redacteuren; het lult allemaal met elkaar. En dan zijn er nog dikke computers voor graphics, slomotions, highlightclips en content op allerlei schermen. Instarts, geluidjes, lichteffecten, glas- en satellietverbindingen.
Die avond, vanaf het eerste fluitsignaal, wilde de laptop van Hannes opeens niet meer praten met zijn PC. Tenminste, dat was wat ik er van begreep. Ik neem aan dat het de hele middag goed had gefunctioneerd, maar toen de wedstrijd begon was het syntax error. Niet alleen op de harde schijf van zijn computers; ook in het hoofd van Hannes. 
Er is, zoals gezegd, wel vaker stress over haperende systemen die vlak voor een rechtstreekse uitzending dienst weigeren, maar de kijker krijgt daar gelukkig slechts zelden iets van mee. Wat dat betreft is de televisie-industrie te vergelijken met de luchtvaart. Er wordt achter de schermen wel eens een noodlanding gemaakt, alleen crashen we bijna nooit. Dat komt omdat alles tot in den treure wordt getest en gecontroleerd. Wie er vanuit gaat dat het wel goed zal komen, die gaat onherroepelijk op zijn bek. ‘Assumtion is the mother of all fuck ups,’ zeggen wij dan.
Ik neem aan dat Hannes met zijn Duitse Gründlichkeit zijn zaken echt wel gecheckt en gedubbelcheckt had, maar al snel klopte er geen hout meer van de score onder in beeld, de klok gaf een verkeerde tijd aan en alles wat de titelaar probeerde te herstellen ging ook mis. Nooit eerder heb ik zoveel ellende in graphics voorbij zien komen als die avond bij de arme Hannes. De Wet van Murphey zat hem op de hielen. Ook de regisseur in de wagen, die echt wel wat gewend is, wist niet wat hem overkwam. 
En het kwam niet meer goed. Ik kreeg medelijden met de Duitser. Het leek op een computerstoring zoals we hem allemaal wel kennen. Dat hij het net nog prima deed, maar dat er van het ene op het andere moment geen land mee te bezeilen is en dat je geen idee hebt hoe dat nou kan. Is het een virus, een hack, een kabelbreuk, een update of doe je zelf iets stoms? Opnieuw opstarten hielp in ieder geval niet, evenals een technische tik op het betreffende apparaat. 
Het werd een hele gekke, memorabele avond voor ons allemaal. Het was nogal onrustig in de intercom door alle commotie over verkeerde standen, klokjes, periodes en andere titels. Ik vond het lastig om de concentratie vast te houden, maar gelukkig lukte het om niet de hele tijd naar de wanhopige man aan de overkant te kijken. Die zat daar maar moedeloos van ‘nee’ te schudden en met zijn handen in zijn baard te wrijven. Het was ook de avond waarop we opeens grenzeloos veel respect kregen voor onze eigen titelaars, die we heus wel eens vervloeken. 
Na afloop is Hannes met stille trom vertrokken. Ik vrees dat hij tot ver voorbij Oberhausen heeft zitten vloeken in zijn Mercedes Vito. Hoe het nu met hem gaat weet niemand. De computer is teruggevonden in een prullenbak op een Raststätte in de buurt van Keulen.



maandag 3 december 2018

suggestie voor de jury van de Media Diamant

De Media Diamant is een paar jaar geleden in het leven geroepen voor vakmensen die achter de schermen bij radio of televisie een unieke bijdrage leveren. Erkenning en waardering voor omroepmedewerkers die jarenlang het verschil maken. Deze onderscheiding gaat over talent, inzet en vakmanschap. Het laat zien met hoeveel liefde en passie er in de omroepwereld wordt gewerkt. Bij wijze van uitzondering staan niet de presentatoren, omroepbaasjes of producenten in de spotlights, maar hardwerkende mensen die normaal gesproken buiten beeld blijven. 
Tot de gelauwerden behoren momenteel een cameraman, een geluidstechnicus, een steadicam-operator, een opnameleider, een regie-assistente, twee grippers en een colorist. Op het Mediapark in Hilversum is een diamantmuur, waarop al deze toppers een eigen glimmende plaquette hebben. Dit is een schitterend initiatief en een terechte waardering voor alle makers die dagelijks met hun poten in de klei of op de studiovloer staan.
Wat mij betreft is regisseur Job Robbers de volgende die zo’n Media Diamant verdient. Ik breng de deskundige jury graag een klein beetje in verlegenheid, omdat ik niet zeker weet of zij deze bijzondere vakman al in het vizier hebben. Job is een innemende regisseur, die ik voornamelijk tegenkom bij voetbalwedstrijden. Dat gebeurt niet zo heel vaak, maar als ik met hem werk kom ik altijd buitengewoon vrolijk achter mijn camera vandaan. Hij heeft het overzicht, is creatief, inventief en razendsnel. Bovendien kan hij met weinig woorden alle neuzen dezelfde kant op krijgen. En dat onder alle omstandigheden. Deze regisseur blijft ook cool als het onverwachte gebeurt of wanneer het technisch even tegen zit. 
Job Robbers is een vernieuwer. Altijd op zoek naar andere camerastandpunten. Hij blijft, waar mogelijk, de taken van cameramensen uitbouwen mits het iets toevoegt aan de registratie en Job zet graag de nieuwste technieken in om de emotie die bij sport of muziek hoort op indringende wijze bij de kijker te krijgen. Het is de man die het verzon om een cameraman aan een parachute op de middenstip te laten landen, op het moment dat de spelers het veld op kwamen. Om maar een voorbeeldje te noemen. 
Het is iemand die op positieve en sympathieke wijze een hele ploeg net dat ene stapje harder kan laten lopen. Hij heeft zelfs bij een grote productie met heel veel camera’s nog de rust om zich bezig te kunnen houden met details, zonder het overzicht te verliezen. Dat is echt wel bijzonder. De cameramensen die ik spreek zijn het er unaniem over eens dat het heerlijk werken is met deze held. 
Tot zover mijn persoonlijke juryrapport. Job Robbers is zeker Media Diamant-waardig, maar het is natuurlijk aan de mensen achter die prijs om een weloverwogen keuze te maken. 



vrijdag 2 november 2018

de eerste keer

Onderstaand verhaal schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine). Hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik in de reeks ‘Point of view’ een bijdrage leveren aan dit prachtige tijdschrift. Deze column staat in BM 378; de uitgave van november 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.


De eerste keer...
Zet vijf cameramannen van middelbare leeftijd met een grote bak nasi in de foyer van een klein theater en je wordt al snel overladen met sterke verhalen. Zij hebben geen Fanta nodig om te komen tot anekdotes die zo onvoorstelbaar, fantastisch, fenomenaal, verbazingwekkend of wonderlijk zijn dat je ze wel mòèt geloven. De avonturen van een cameraman verzin je niet. 
Het wordt al snel een wedstrijdje verplassen. Baas boven baas. De een heeft het nog gekker meegemaakt dan de andere. Vaak zijn het stoere buitenlandverhalen, maar neem een willekeurig thema en je krijgt fabelachtige herinneringen op maat. Elke cameraman heeft wel een legendarisch poepverhaal, een uitzonderlijke flater, iets met enge dieren, hachelijke nachtelijke belevenissen, levensgevaarlijke capriolen, dure missers, ongeloofwaardige roddels en vreemde vogels op zijn repertoire.
Onlangs, in de Hanzehof te Zutphen, ging het over ‘de eerste keer’. Iedereen kon zich zijn vuurdoop nog levendig voor de geest halen en exact vertellen hoe spannend het was. We spraken over klamme handjes en samengeknepen billen. De allereerste live-uitzending, die eerste keer dat het rode lampje in de zoeker gaat branden terwijl je weet dat er duizenden mensen meekijken… Het is een ervaring om nooit te vergeten.
Mijn debuut is al bijna 25 jaar geleden, maar ook ik weet het nog precies. Soms moet ik harder nadenken over een klus van twee dagen geleden dan over mijn eerste kansen in Omroepland. Die kan ik me tot in detail herinneren. Ik weet nog alles van mijn eerste live-uitzending bij de lokale omroep in Geleen, van de eerste nieuwsdienst in de studio van AT5 en van die eerste keer dat ik voor Cinevideogroep bij Ajax achter het doel stond. 
Het was een Canal+ wedstrijd met wel veertien camera’s. Mij was precies uitgelegd wat me te doen stond met Camera 7. De route van het veld naar de kleine studio in de gymzaal van de Arena had ik wel tien keer gelopen. Ik wist dat ik na afloop van de eerste helft niet meer dan twee minuten nodig had. In de rust, tijdens een korte commercialbreak, holde ik met de camera onder mijn arm door de catacomben. Alleen was ik in blinde paniek vergeten om op het veld de camerakabel in een verlenghaspel te prikken, waardoor mijn camera niets deed toen ik bezweet in de provisorische studio was aangekomen. Ik kende nog geen assistenten en durfde de collega’s die druk met het licht bezig waren niet te storen. Dus ben ik zelf snel terug gegaan. Ik weet zeker dat, zelfs na al die jaren, nog nooit iemand harder heeft gelopen in de Johan Cruijff Arena dan ik die avond. 
Er zijn collega’s, waar ik toen enorm tegenop keek, die mij in het begin enorm hebben geholpen. Deze sympathieke cameramannen gaven gevraagd en ongevraagd praktische tips. Een paar van die weetjes gebruik ik nog wekelijks. Dan denk ik altijd aan de persoon die mij deze wijze les geleerd heeft of de plek waar ik voor het eerst van zo’n simpele truc hoorde. 
Nu geef ik deze kennis weer graag door aan nieuwe jonge honden. Die zie ik nooit als concurrent. Als ze het vak van cameraman echt willen leren, dan komen ze er toch wel en juist wanneer je helpt blijven ze je levenslang dankbaar. Tenminste, dat heb ik met mijn belangrijkste leermeesters.
We kwamen tijdens de nasi in Zutphen ook niet zomaar op een gesprek over ‘onze eerste keer’. Aan tafel zat de getalenteerde Feline, die op deze dag haar debuut mocht maken tijdens een spectaculaire liveshow. Aan mij was gevraagd om een oogje in het zeil te houden, want haar camera stond naast de mijne. Ik heb natuurlijk alles uit de kast getrokken om deze leergierige dame te steunen waar mogelijk. Puur uit eigenbelang, want hoe leuk is het als zij zich over 25 jaar precies kan herinneren wie er, tijdens haar eerste live-uitzending, nog heeft geholpen met de juiste hoogte en balans van het statief.


dinsdag 30 oktober 2018

Boos op PostNL

Hoe het niet moet met je klantenservice:

De rubbers van onze douchedeur zijn aan vervanging toe. Dus na maanden waterballet in de badkamer heb ik eindelijk bij de webshop van onze douchedeurleveranvier twee rubber strips besteld. Eentje voor de onderkant en eentje voor de muurzijde van de glazen deur. Alleen ging er direct na de betaling iets mis met mijn aankoop. De site van de douchedeurrubbers gaf een foutmelding. Het geld was wel afgeschreven, maar de bestelling bleek niet te zijn doorgekomen. Dus ik mailen met Ducholux. Het kon snel worden opgelost, maar toen ik een paar dagen later een pakketje kreeg zag ik gelijk dat het mis was. Dit was geen twee meter lange doos, maar een korte waarin twee onderkanten zaten. Nader onderzoek wees uit dat ik in de mailwisseling weliswaar heel duidelijk was over een zijkant en een onderkant, maar zelf bij het kopieren en plakken van de typenummers tweemaal hetzelfde nummer had gebruikt. Formeel mijn fout. Dus moest een van de twee waterkeerprofielen terug op eigen kosten. En zo kwam ik terecht bij PostNL. 
Bij de plaatselijke boekhandel is een PostNL postkantoor, waar ik mijn pakket inleverde. De zending moest terug naar België én het was een afwijkende maat, dus het bleek een relatief duur grapje. Op de vraag of ik gebruik wilde maken van de duurdere variant mèt Track & Trace antwoordde ik dan ook dat ik alle vertrouwen had in PostNL en dat het alleen maar teruggestuurd hoefde te worden. Dat kostte € 9,80 en ik kreeg een keurig bonnetje.
Twee dagen later stond het pakket echter weer bij ons in de gang. Teruggestuurd door PostNL. Ik had geen idee of het door de ontvangende partij was geweigerd of door de post. Op een klein stickertje las ik dat er geen 3S barcode van PostNLop het pakket had gezeten. Wat dit precies betekende wist ik op dat moment ook niet, maar het was niet goed. Ik terug naar het postkantoor. Daar gaven ze toe dat het hun fout kon zijn, maar ik kreeg een visitekaartje met een telefoonnummer van de klantenservice van PostNL en als ik daarmee zou bellen was het snel opgelost.  
Het nummer bleek niet meer te bestaan. Op de website van PostNL zocht ik me een ongeluk naar een ander nummer, maar alle mogelijkheden om direct met ze in contact te treden zijn daar goed verstopt. Je wordt telkens teruggestuurd naar een soort zelfhulpteksten, maar in alle rubrieken die ik vond kwam mijn probleem niet voor. Uiteindelijk had ik een live chat met de klantenservice, maar die bleek alleen voor zakelijke klanten en al helemaal niet voor mensen die de optie Track & Trace niet genomen hebben. Zij konden mij jammer genoeg niet helpen.
Ik vond een telefoonnummer, hing acht minuten in de wacht en toen werd de verbinding verbroken. Langzaam werd ik moedeloos. Na nog eens tien minuten wachten bleek ik per ongeluk weer de zakelijke afdeling te spreken. Ik werd doorverbonden en eindelijk had ik een vriendelijke mevrouw aan de lijn. Die wilde wel helpen, maar had geen idee. Dit moest ze voorleggen aan haar superieuren. Ze beloofde terug te bellen. Dat deed ze een kwartier later, maar toen zat ik net even te poepen. Op mijn voicemail sprak ze in dat ook zij mij niet kon helpen. Als je geen Track & Trace hebt genomen kan PostNL niets voor je betekenen. Einde bericht. Einde verhaal. Als ik niet tevreden was kon ik nog een klacht indienen.
Dat zal ik doen.
Het is niet erg dat ergens een foutje wordt gemaakt, maar ik houd er niet van als ze er vervolgens alles aan doen om het probleem in mijn schoenen te schuiven. Dat is wat er nu gebeurt. Al moet ik tot de hoogste baas van PostNL, maar die stomme € 9,80 krijg ik terug. Of mijn pakket wordt alsnog netjes verzonden.

Wordt vervolgd…



zondag 28 oktober 2018

Kinderen voor Kinderen

In 1980 was ik acht. Dus wij hadden thuis de allereerste LP van Kinderen voor Kinderen. Drieëndertig toeren, A en B kant. Op de bruine hoes stond een zwart-wit foto met vrolijke, maar arme kinderen van onder de evenaar en een tekening van blonde kinderen die aan het zingen waren. De grootste hit op deze plaat was natuurlijk Waanzinnig gedroomd; een aanstekelijk liedje dat ik nog steeds woord voor woord kan meezingen en waar ik altijd blij van word. 
Een heel groot fan van Kinderen voor Kinderen ben ik nooit geweest. Ik heb die ‘R’ niet, maar al bijna veertig jaar vormen hun liedjes wel een soort rode draad op de achtergrond: Onbewoond eiland, Hij moet dit jaar de ezel zijn, Wakker met een wijsje, Ha Ha Ha je vader...en zo kan ik nog wel even doorgaan.
De afgelopen jaren luisterde mijn dochter graag naar Hallo wereld, Voor altijd jong en Gruwelijk eng. Zij keek tot voor kort alle filmpjes op YouTube, zong mee en oefende de danspasjes, maar net nu ik voor het eerst het jaarlijkse concert mocht filmen is zij Kinderen voor Kinderen ontgroeid. Negen jaar en toen ik vroeg of ik misschien moest proberen om een kaartje te ritselen zei ze: “Dat is stom papa!” Ze wil liever een keertje naar The Voice Kids. Zo gaat dat.
Zelf heb ik het twee dagen lang reuze naar mijn zin gehad in het Rotterdamse Luxor Theater. We hebben hard gewerkt. Met zeven camera’s hebben we vier shows opgenomen en uit al dit materiaal wordt een super strak tv-programma gesneden. Dat kan niet anders. Over een paar weken al te zien op tv. 
Vooral de medley met grootste hits vond ik een feest. Van achter mijn camera ongegeneerd mee staan brullen. “Je drinkt met je billen bloot, melk uit een kokosnoot.” En even later: “Ik was zo mooi mooi mooi, het was echt niet gewoon. Iedereen riep Hieperdepiep. Daarna werd ik gekust en gekroond.” Heerlijk! Het is ook geweldig om zo’n zaal vol dolenthousiaste kinderen (vooral meisjes) te zien, die iedere lettergreep uit het hoofd kennen en elk dansje meedoen. Zoveel vreugde bij elkaar laat zelfs de grootste zuurpruim glimlachen.
Met mijn bescheiden visuele bijdrage aan Kinderen voor Kinderen 2018 kan ik opnieuw een heel fijn vinkje zetten op mijn bucketlist. Wederom een iconisch programma uit de Nederlandse televisiegeschiedenis op mijn cv. Ik vind dat mooi. Wat heb ik toch een heerlijke vak, een berg geluk en wat krijg ik toch telkens weer een super leuke kansen en opdrachten. 
Echt wa-wa-wa-waanzinnig. 








zaterdag 20 oktober 2018

Het Klokhuis

Mijn allereerste Klokhuis draaide ik in het vroege voorjaar van 1997. Het ging over VIP beveiliging. Jeroen Kramer was de presentator en Richard Vierbergen regisseerde. Ik was trots als een aap met zeven lullen. De aflevering werd een half jaar later, op 10 november 1997, voor het eerst uitgezonden. Voor zover ik me kan herinneren zou hij nog steeds actueel zijn. 
Sindsdien werk ik met enige regelmaat voor Het Klokhuis. Het ene jaar iets meer en een ander jaar lukt het plan technisch minder vaak, maar gemiddeld zijn het dik tien reportages per jaar. Gisteren draaide ik mijn 250Klokhuis.
Het gaat van pindakaasfabriek tot het marine fregat. Van fotosynthese via waterpolo, hondensport en Prinsjesdag naar luchtfotografie, GPS en mosselvisserij. Voor dit programma mocht ik filmen hoe ze vrachtwagens maken, waterijsjes, kaas, winterbanden, boter, beschuit en vlaggen. We waren in een lab waar ze onderzoek doen naar fruitvliegjes, filmden de blushelikopter, een paardentandarts, crashtestdummies en ik stond met mijn neus bovenop een oogoperatie. Zo kan ik nog wel even doorgaan. De avonturen en sterke verhalen die bij al deze draaidagen horen zijn oneindig. Waarschijnlijk vergeet ik nu de mooiste.
Dit werk leverde ook een indrukwekkende lijst op met zeer getalenteerde presentatoren waar ik van ben gaan houden, omdat zij in fabrieken, musea, op boten of andere gekke plekken precies begrepen waar ik met de camera naartoe wilde. Elke Klokhuis-scène is een dansje tussen cameraman, geluidsman en presentator. Hoe langer de take, hoe leuker het wordt. En het is helemaal tof dat het heel vaak ook nog in één keer lukt. Want de ware Klokhuispresentatoren kunnen àlles presenteren. Het is wat dat betreft een ideale leerschool. Presentatoren moeten razendsnel teksten leren, begrijpen wat ze zeggen, improviseren, uitleggen, tegelijk iets laten zien of doen, interviewen, op de juiste plek staan, acteren, licht vangen, hard of zacht genoeg spreken en ook nog eens ontzettend leuk zijn.
Mijn 250eKlokhuis mocht ik werken met presentatrice Janouk Kelderman. Voor mij weer een nieuw presentatietalent aan het firmament. Een topper om mee te draaien. Als zij iets uitlegt begrijp je het meteen. Ze is buitengewoon tekstvast en ze komt dwars door het beeld heen. Ik denk niet dat zij het twintig jaar zal volhouden bij Het Klokhuis, maar ik weet wel zeker dat het iemand is waar we in televisieland nog heel lang veel plezier aan zullen beleven. 
We maakten een aflevering over een tunnelboor, die ze momenteel in Den Haag gebruiken om de Victory Boogiewoogie Tunnelte graven. Een gigantische machine baant zich op dertig meter diepte een baan door de aarde. Een paar meter per uur gaat deze tunnelboor vooruit, exact over het vooraf bepaalde tracé. Gisteren had hij slechts een afwijking van enkele millimeters, terwijl hij een foutmarge mag hebben van tien centimeter. En daar waar hij net heeft gegraven plaatst het apparaat gelijk betonnen ringen die de wand van de tunnelbuis vormen. Hoewel het er benauwd is en die boor een klereherrie maakt, is het super interessant om dit proces eens van dichtbij te mogen aanschouwen. Leuk om later te kunnen zeggen dat ik al in de tunnelbuis was toen hij slechts 524,5 meter lang was. Een plek waar je normaal gesproken niet snel zal komen en al helemaal niet om de bouwers ook nog een beetje in de weg te lopen. De Klokhuiscameraman mag dat wel, want als Het Klokhuis ergens komt wordt alle medewerking verleend. Dan is altijd alles mogelijk.
Het was dus weer een heerlijke Klokhuisdag. Ik kan niet wachten tot de 251e.



vrijdag 12 oktober 2018

bammetjes

Onlangs betrapten we een collega in de crewbus, die stiekem zijn eigen brood had meegenomen. Een boterhamzakje met twee sneetjes jonge kaas en twee sneetjes die roken naar pindakaas. Zo hebben we hem ook betrapt. Die lucht.
Het meenemen van eigen boterhammen is misschien een oud Hollands gebruik op scholen, kantoor of in de fabriek, maar níét in de televisie-industrie. Ik herhaal: NIET IN DE TELEVISIE-INDUSTRIE!!! Een cameraman of geluidsman die zelfgesmeerde bammetjes uit een trommeltje, zakje of alufolietje haalt is af. Dat doe je niet. Zo verziek je de markt. 
Televisiepersoneel op locatie laat zich trakteren door de opdrachtgever en als de klant toevallig een keer te gierig is, dan schieten we het fluitend voor, maar rekenen we wel sejours. € 2,45 per gewerkt uur. Dat is een soort daggeld. En dit doen we niet zomaar. Het is een van de laatst overgebleven instrumenten om er voor te zorgen dat lange dagen een keer onderbroken worden voor een pauze. Dat we heel even die camera of geluidstas aan de kant mogen zetten. Zitten, tijd voor een plas en kort de gelegenheid om het over iets anders te hebben dan de reportage van deze dag. Daarnaast is dit loeizware werk niet vol te houden op slechts een sneetje bruinbrood met kaas. Mensen op kantoor kunnen nog de Soep van de Dag nemen in de kantine of hebben om vier uur Cup a Soup. En 's avonds om zes uur zitten zij weer thuis aan de piepers. Televisienomaden zoals camera- en geluidsmensen zijn vier of vijf lange dagen onderweg. Vaak tijdens normale ontbijt-, lunch- en dinertijden.
Die collega met zijn zelfgesmeerde brood kreeg de wind van voren. “Mannen zoals jij zorgen er voor dat we met z’n allen ten onder gaan!” Riep de chauffeur van het busje. “Nu snap ik waarom jij niet zo nodig hoefde te stoppen bij de pomp.” Boosde een ander. Ik begreep die ergernis wel. Wie zijn eigen brood meeneemt hoeft immers niet meer te protesteren als de catering een keer flut is. Dan kan je met een gevulde maag afwachten tot anderen de hete kolen uit het vuur halen. En als iedereen zijn eigen lunchbox mee gaat nemen, geeft dat klanten de gelegenheid om de dagen nóg voller te proppen. Catering is een belangrijke verworvenheid waaraan camera- en geluidsmensen afmeten of een opdrachtgever wel het beste voor heeft met zijn crew. Die graadmeter mogen we niet zomaar opofferen. 
“Bovendien heb ik helemaal geen zin om voor dag en dauw zelf mijn brood te smeren. Ben je nou gek geworden?,” zei de chauffeur van het busje. De pindakaasman op de achterbank floot al een toontje lager, maar toen hij zich toch ook nog liet ontvallen dat zijn vriendin deze boterhammetjes had gesmeerd werd er hard op de rem getrapt.
Als toevallig binnenkort iemand over de A2 naar het zuiden moet en in de buurt van Leenderheide een man met een The North Face jas ziet staan, dan mag je hem mee terug nemen naar Hilversum. Zeg maar dat we zijn smerige brood verderop uit het raam hebben gegooid. We zeiden nog: “Wie de catering niet eert, vindt zijn boterhammen terug bij Weert.” 



dinsdag 2 oktober 2018

Regionale publieke omroepen horen in HD!

Met enige regelmaat mag ik als cameraman werken voor regionale omroepen. Zo was ik dit jaar bij de eerste schaatsmarathon op natuurijs voor RTV Oost, RTV Noord en Omrop Fryslân en bij verschillende carnavalsuitzendingen van L1. De Vierdaagse van Nijmegen, het programma Zomer in Gelderland en het concert Bridge to Liberation deed ik voor Omroep Gelderland. Tijdens de Brabantse Dag in Heeze werkte ik voor Omroep Brabant, net als bij de bloemencorso’s van Zundert en Valkenswaard. Allemaal rechtstreekse uitzendingen van evenementen die in de regio groot zijn, maar waar de rest van Nederland niet altijd weet van heeft. Een overeenkomst tussen deze prachtige programma’s is dat ze zo lekker kleurrijk zijn. Het is belangrijk dat zulke folkloristische of culturele evenementen worden uitgezonden voor mensen die er niet bij aanwezig kunnen zijn. In mijn ogen is het verzorgen van zulke uitzendingen een van de kerntaken van de regionale omroep. Ze verbinden hiermee de mensen in de provincie en dragen bij aan het in stand houden van mooie tradities. 
Alleen als ik dan na afloop naar de herhaling wil kijken, om het eindresultaat van een dag hard werken te bewonderen, schrik ik me telkens weer een ongeluk. Om te beginnen heeft mijn televisieprovider de regionale omroepen verstopt in een haast onvindbaar hoekje van kabel. Je moet wel heel erg graag naar een bloemencorso willen kijken of juist helemaal niets te doen hebben, wil je geduldig doorzappen tot kanaal 712. Ik vrees dat hierdoor veel kijkers de regionale omroepen niet weten te vinden. Dat is jammer vanwege alle liefde en energie die wij steken in het maken van de programma’s en eeuwig zonde van ons belastinggeld. Het zijn publieke omroepen! We betalen er met z’n allen voor. Weliswaar te weinig, maar het blijft onbegrijpelijk dat juist deze zenders met zo’n belangrijke journalistieke functie niet eenvoudig te vinden zijn.
En dan moeten we het ook nog even hebben over de bedroevend slechte beeldkwaliteit. In een tijd waarin we praten over 4K en Ultra HD geeft Ziggo de regionale omroepen door in een zwaar gecomprimeerd SD signaal. De beelden van een bonte parade komen tot mij in een soort ‘VHS kwaliteit’. Ik heb me de afgelopen weken verschillende keren serieus afgevraagd waarom ik in hemelsnaam een hele dag zo mijn best heb gedaan om scherp te stellen. Thuis blijft er slechts een wollige brei van kleuren over. Juist alle fantastische details, die wij in moddervette HD hebben opgenomen, komen thuis niet over. Hoe close we de beelden ook maken. 
Bij navraag is gebleken dat Ziggo dit de komende jaren niet zal veranderen. Daar hebben ze allerlei technische argumenten voor, maar ik ben van mening dat het vooral een kwestie is van prioriteiten stellen. Andere kabelmaatschappijen nemen de regionale omroepen echter ook niet serieus. KPN zet de regionale omroepen wel in HD door, maar slechts een paar per provincie. Zij bieden geen landelijke dekking aan en dus kan ik via KPN in Utrecht niet naar Omroep Brabant of L1 kijken. 
De regionale omroepen doen er alles aan om het signaal van al hun programma’s zo goed mogelijk onder de aandacht van de kijker te krijgen. Niet alleen met evenementen, maar ook met hun nieuws en achtergrondprogramma’s willen ze zo veel mogelijk mensen bereiken. Binnen én buiten hun eigen regio. Door vertaalslagen en compressietechnieken, onvindbare frequenties of strikte keuzes bij de kabelaars wordt dat vrijwel onmogelijk gemaakt. En als deze stations vervolgens hun prioriteiten willen verleggen naar internet schreeuwen allerlei commerciële partijen moord en brand vanwege een vermeende oneerlijke concurrentie. Maar als we niet oppassen kunnen onze regionale omroepen hun hoofd niet langer boven water houden. Reclame-inkomsten staan onder druk, de overheid kort de subsidies en kabelmaatschappijen maken het niet bepaald makkelijker. Daarom is het de hoogste tijd om de regionale omroep op te waarderen. 


Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik in de reeks ‘Point of view’ een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift. Dit betoog staat in BM 377, de uitgave van oktober 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.




vrijdag 21 september 2018

lekker spontaan en helemaal zichzelf

“Hééééééééy hooooooi halloohoowww! Hoe is het dannnnnn?” 
Met veel kabaal komt er iemand de regieruimte binnen. Ze klinkt nogal... opgewekt. Blijkbaar is het een bekende, want iedereen in de regieruimte ‘hoo-hooit’ overdreven enthousiast terug. Niemand let nog langer op de shots die met bloed zweet en tranen worden aangeboden. En eerlijk gezegd ben ik, hier achter mijn camera, ook een beetje van mijn à propos. Wie is deze dame? Herken ik haar stem?
Ik hoor dat ze de regisseur zoent, de regie-assistente en tot zijn grote schrik ook de schakeltechnicus. Zzzzzzmak, zzzzzzzmak, zzzzzmak. Echte pakkerds. Via de intercom hoor ik bij hun microfoontjes de halve ijzerwinkel rammelen die blijkbaar om haar nek hangt.
Ik weet niet zeker of de dame is gaan zitten of dat ze nog achter de regisseur staat. Aanwezig is ze zeker. Het komt op mij over als zo’n vrouw die zichzelf ‘een beetje gek en lekker impulsief’ noemt. Je kent ze wel.
‘Nou, hoe is het?’ vraagt ze.
‘Ehm… goed, hoor.’ Antwoordt de regisseur, ‘Maar we zitten midden in een opname.’ 
‘Wat éééééénig. Ik vind dit altijd zo’n leuke show dit! Het ziet er zóóóóóóóóów gezellig uit allemaal. En die presentatrice, wat een pláátje! Wie doet haar make-up eigenlijk? Fan-tas-tisch mantelpakje. Echt hoor. En dat decor. Schi-te-rund. Echt waar. Geweldig allemaal! Zo, zo... Héééééééérluk!’
De klemtonen en uitroeptekens vullen de hele regiewagen. Zou deze mevrouw door hebben dat wij hier gewoon serieus aan het werk zijn? Iets met concentratie enzo. Er hangt toch een bordje met ‘On Air’ naast de ingang? Maar niemand reageert geïrriteerd. Kennelijk heeft iemand tegen haar gezegd dat ze altijd welkom is. Misschien is ze wel belangrijk. Iemand van de zender of een hooggeplaatste tante van de productiemaatschappij. 
De schakeltechnicus is de eerste die zich herpakt en door gaat met waar we voor gekomen zijn: ‘Attentie twee. En twee.’ Voor het eerst in een halve minuut wordt er naar een andere camera geschakeld. Mijn collega op camera 3 kan even adem halen. De arme handheldspecialist heeft al die tijd geprobeerd om een steady shot te houden. Ik zie vanuit een ooghoek dat hij zijn rug even moet rechten.
Aan de andere kant van de camerakabels kakelt het gewoon verder. Pok pok pok.
‘Zeg, hoe is het eigenlijk met je vrouw en met de kinderen? Heb je gehoord van Albert en Evert? Wist je dat Anita weg gaat? En Loes, die is helemaal ingestort na dat gedoetje in de Westergas. Ik hoorde dat ze zelfs bij een psychiater is geweest…’  
Je zou denken dat deze mevrouw niet in de gaten heeft dat er twintig man meeluisteren. Iedereen die bij de opname betrokken is heeft een headset op of een ‘oortje’ in en hoort wat er in de regieruimte gezegd wordt. Toch denk ik ook niet dat we hier te maken hebben met iemand die voor het eerst een regiewagen binnen stapt. Zulke mensen zijn meestal onder de indruk en zeker tijdens een opname of live uitzending. Die zijn doorgaans stil. Hooguit hoor je ze fluisteren: ‘Wat een boel televisies!’
Uiteindelijk, laten we zeggen na een paar minuutjes, komt de televisietrein weer op gang. De regisseur gaat verder en al snel horen we weer de gebruikelijke aanwijzingen, het knippen in de vingers en het tikken met een pen op de regiedesk.
Even is mevrouw stil. Overdonderd misschien. Maar als je goed luistert kan je heel langzaam het kwartje horen vallen. Niemand reageert op haar teksten. Hier en nu is er geen tijd om even gezellig met haar te beppen.
Dan zegt ze: ‘Nou ehm... ik ga maar weer eens. Jullie moeten door. Dat snap ik. Ik ga natuurlijk niet storen. Dus ehm... doei! Aju. Was leuk. Dag dag. Kusjes…’
Eindelijk keert de rust en de concentratie terug, maar dan… nog heel even… komt ze terug. 
‘Groetjes aan je vrouw en kinderen nog, hoor. Nou, doei doei. Dag hoor! Daahaaaag.’
Met veel kabaal rammelt ze aan de deur.
‘Duwen!’ Zegt iemand. Dan rinkelt ze naar buiten. Haar hakjes doen van tik tak tik tak en met een harde knal valt de deur dicht.





zaterdag 15 september 2018

dag van de cameraman

Op zondag 16 september aanstaande is het alweer voor de negende keer de Dag van de Cameraman. Je zou zeggen dat dit soort feestjes op doordeweekse dagen gevierd moeten worden, maar 16/9 is nou eenmaal de meest uitgelezen datum voor de Dag van de Cameraman en bovendien werken veel cameramensen in het weekend. Het zou fijn zijn als zij op deze dag in het zonnetje staan.
Dit jaar ligt de focus tijdens de Dag van de Cameraman op een lang gekoesterde wens van alle cameramensen in Nederland. We zoomen in op een belangrijk aandachtspunt en richten ons tot alle producenten, producers, productieleiders, productiemedewerkers en hun stagiaires of assistenten. Want in het kader van deze Dag van de Cameraman vragen we om een bijzonder geschenk. Iets waar cameramensen vrolijk van worden. Een heel mooi cadeau. En het bijzondere is dat het geen cent hoeft te kosten. 
Wij hopen namelijk vurig dat vanaf 16 september niemand meer op informatie blijft zitten die van belang is voor cameramensen. Tot nu toe is het namelijk zo dat callsheets in de meeste gevallen pas op het allerlaatste moment worden verzonden. Op de dag voorafgaand aan de klus, om vijf voor zes. Dat betekent voor cameraploegen dat ze pas heel laat geïnformeerd worden. Hoe vroeg ze de volgende morgen moeten beginnen, hoe laat de klus waarschijnlijk geklaard is, waar ze naartoe gaan en of het een lange, zware dag zal worden. Als dat af en toe gebeurt is het niet erg, maar het is een waardeloze trend om steeds later te komen met deze cruciale gegevens. 
Productiemedewerkers willen graag uitsluitend correcte informatie versturen. Het liefst een callsheet dat niet meer zal wijzigen. Maar omdat 'de planning' en 'het tijdschema' op het laatste moment nog kunnen veranderen, houden ze alle beschikbare kennis over een draaidag zo lang mogelijk achter. Alleen realiseren zij zich niet voldoende dat dit grote gevolgen heeft voor planners bij facilitaire bedrijven, voor camera- en geluidsmensen en vooral voor hun gezinnetjes. Al die vrouwen en kinderen weten namelijk nooit waar ze aan toe zijn.
Wat mij betreft is dit een van de grootste nadelen van ons prachtige beroep. Zeker als freelance cameraman krijg je soms het gevoel dat je een zeurpiet bent, wanneer je weer eens belt met opdrachtgevers om te achterhalen wat een bepaalde klus behelst. 
Natuurlijk sluiten opdrachten niet altijd lekker op elkaar aan; daar kan niemand iets aan doen. Maar je kunt ook nergens rekening mee houden, omdat je simpelweg niks weet. Dus krijg je korte nachten en moet de partner van de gemiddelde cameraman beschikken over een engelengeduld. Die moet super flexibel zijn en dat is wel eens veel gevraagd. Je kan er geen eten op inkopen, geen hobby's op na houden en je kan nooit afspraken maken.
Tenzij we vanaf nu afspreken dat de callsheets eerder verzonden worden. Heel vaak kan dat. Zeker wanneer alle opdrachtgevers in Omroepland hun uiterste best doen om cameraploegen in een vroeg stadium te informeren over de verwachte begin- en eindtijden of op zijn minst een indicatie geven. Dan nemen we af en toe een last-minute wijziging voor lief.
Ik vind het een mooi streven. Een schitterend thema voor de Dag van de Cameraman.

Zondag 16 september: De #dagvandecameraman. Zegt het voort, zegt het voort.







dinsdag 4 september 2018

die verdomde gezagsverhouding

DBA/ZZP update #6

Afgelopen maandag (3 september 2018) vond op het ministerie van Financiën in Den Haag een overleg plaats tussen ZZP-belangenorganisaties en de verantwoordelijke bewindslieden over de vervanging van de Wet DBA. Hierbij waren freelance cameravrouw Carrien Dijkstra en ik uitgenodigd als bezorgde ervaringsdeskundigen met een uitgesproken mening. Dit was voor ons het vervolg op een informeel gesprek dat we begin juni voerden met minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Staatssecretaris Snel (Financiën). Toen was ik positief en hoopvol gestemd over de mogelijke nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van zelfstandig ondernemerschap. Deze week heb ik vooral het gevoel gekregen dat we toch weer op verkeerde spoor zijn beland. Een doodlopend spoor.

Minister Koolmees zei het in juni treffend: ‘De vervanging van de Wet DBA is een zorgenkindje voor het kabinet.’ Maandag bleek dat de plannen uit het regeerakkoord nog veel moeilijker te realiseren zijn dan je zou denken. De bijeenkomst waarvoor alle ‘veldpartijen’ waren uitgenodigd om mee te denken, leverde mijns inziens niet veel meer op dan een grote groep bezorgde belangenbehartigers en een paar gefrustreerde ZZP’ers.
Het kabinet is voornemens om de komende jaren verschillende maatregelen door te voeren. Een minimumtarief en meer bescherming voor laagbetaalde ‘zelfstandigen’, een soort vrijbrief voor de zelfstandigen met een tarief van meer dan zeventig euro per uur en een webmodule voor de middengroep, om te bepalen wie wel en wie geen zelfstandige is. Alleen heeft elk onderdeel zijn eigen haken en ogen. Er zijn veel praktische en principiële bezwaren. Verschillende voorstellen blijken niet te stroken met Europese wetgeving. Eigenlijk moet er eerst een fundamenteel debat gevoerd worden over het hele sociale stelsel. Hoe ziet werken in de toekomst er uit en hoe houden we onze sociale verzekeringen en pensioenen overeind? Alleen als je daar aan begint ben je gelijk jaren verder. Daar wil het kabinet niet op wachten. Ze willen nu eerst duidelijkheid verschaffen voor de komende jaren. Dat klinkt opeens weer een beetje als pleisters plakken.
Het zo logische alternatief van een opdrachtnemersverklaring voor de grote middengroep (zeg een soort VAR 2.0) is blijkbaar geen optie, omdat dit volgens de bewindslieden vraagt om een fundamentele aanpassing van het arbeidsrecht. Daar kleven allerlei juridische bezwaren aan en dus is dit op korte termijn geen haalbare kaart. Liever zoeken ze naar lapmiddelen. Eentje daarvan is het verduidelijken van het begrip gezagsverhouding. Dat staat sinds 1907 in onze Arbeidswet om het verschil aan te geven tussen een ZZP’er en een werknemer in vaste dienst. Anno 2018 is de term gezag juist een van de grootste struikelblokken als het gaat om zekerheid voor welwillende zelfstandige ondernemers. Zeker in de dienstverlening zit het verschil niet in het krijgen van instructies of het wel of niet bijwonen van een vergadering. Er is in zekere zin altijd sprake van gezag. Hoe laat moet je ergens zijn, met welke apparatuur ga je aan het werk of welke noten moet je spelen? 
Die verschrikkelijke gezagsverhouding, waar blijkbaar het hele arbeidsrecht op rust en waar we kennelijk geen afscheid van kunnen of mogen nemen, maakte ten tijde van de Wet DBA veel opdrachtgevers huiverig. Dus heeft de minister nu aan de Tweede Kamer toegezegd dat er, voor 1 januari 2019 en binnen de wettelijke kaders, meer helderheid wordt gegeven omtrent dit begrip. Dat moet dan meer zekerheid geven aan ZZP’ers en vooral aan hun potentiele opdrachtgevers. Ik vraag me af of dat zal lukken.
Tijdens een aantal rondetafelgesprekken werd afgelopen maandag ook om onze input gevraagd omtrent het verduidelijken van het woordje gezag. Dit meedenken leidde direct tot discussie tussen mensen van de traditionele vakbonden (die er toch vooral zijn voor de bescherming van werknemers met een contract) en ZZP’ers die graag in vrijheid willen ondernemen. Er werd gelukkig al snel geopperd dat je niet moet kijken of de werkzaamheden van een zelfstandige niet per ongeluk lijken op die van iemand in vaste dienst, maar of de ZZP’er wel een echte ondernemer is. Heeft hij verschillende opdrachtgevers, de benodigde verzekeringen, betaalt hij of zij netjes zijn eigen belastingen en investeert hij of zij in zijn onderneming? Kan een ZZP’er onafhankelijk opdrachten aannemen of weigeren en een eigen tarief bepalen? Dáár zit het fundamentele verschil. Dan heb je die hele gezagsverhouding ook niet nodig. Alleen was dat niet waar de politiek nu mee bezig is. We moesten dat ene verdomde woordje verhelderen. Gezagsverhouding. Recht breien wat hartstikke krom is.
Aan het eind van de middag namen minister Koolmees, staatssecretaris Snel en staatssecretaris Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) plaats op drie krukken voor in de zaal om de resultaten van een middag ‘meedenken’ te bespreken. Het leverde volgens mij geen structurele winstpunten op. Staatssecretaris Snel concludeerde: ‘Hoe meer denkkracht we er op zetten, hoe ingewikkelder het wordt.’ En daar zit wat in. 
Het hele gedoe rond de wet DBA werd in de zaal vergeleken met een Mikadospel. Als je één stokje weg trekt, dan loop je het risico dat alles instort. Daarom vrees ik dat ze er uiteindelijk niet aan ontkomen om helemaal opnieuw te beginnen. Rigoureus. En voor lief nemen dat het lang gaat duren. Maar daarnaast begrijp ik nog steeds niet waarom niemand dat ene Mikadostokje van de gezagsverhouding er even uit kan trekken. Zoals ik er naar kijk, met mijn simpele en wellicht ietwat praktisch ingestelde cameramannenverstand, ligt het gewoon voor het grijpen. 







dinsdag 28 augustus 2018

28 augustus

Voor het programma met Margriet van der Linden mocht Art Rooijakkers vandaag een Top 5 samenstellen van zijn favoriete reisprogramma’s. Zodoende kwam ik op Twitter oude opnamen tegen van Boudewijn Büch die dolenthousiast werd toen hij in Weimar de grafkist van zijn held Goethe kon aanraken. Beelden die ik precies 20 jaar geleden heb gemaakt voor het VARA reisprogramma De Wereld van Boudewijn Büch. Voor mij heel bijzonder om terug te zien. 
Het feit dat ik in 1998 vier lange reizen met Büch mocht maken heeft mij namelijk in allerlei opzichten gevormd. Ik was 26, net een paar jaar cameraman en van professioneel reizen had ik nog niet zo veel kaas gegeten. Boudewijn spoorde mij aan om te gaan schrijven, leerde me van alles over kunst, literatuur, muziek en geschiedenis. Hij had een uitgesproken kijk op televisie maken, was obsessief verzamelaar en net als ik groot liefhebber van The Rolling Stones. Het was een super interessante man die geweldig verhalen kon vertellen. Maar het was niet eenvoudig om lange perioden met hem onderweg te zijn. Boudewijn was nogal wispelturig. Niet alles wat hij zei was waar. Uiteindelijk heeft hij mij op buitengewoon vervelende manier aan de kant geschoven en ingeruild voor een andere cameraman. Dat heeft een behoorlijke deuk in mijn ego opgeleverd, maar toch kijk ik nu met veel plezier terug op de reizen naar Amerika, Duitsland & Tsjechië, Frankrijk & Zwitserland en op onze Italiaanse reis van bijna vijf weken, waarin we Goethe letterlijk achterna zijn gereisd.
Büch is inmiddels al bijna 16 jaar dood. Regelmatig werk ik met collega’s die niet eens weten wie hij was en die zijn fantastische reisprogramma, waarvoor ik in de nadagen heb mogen filmen, helemaal niet kennen. Dat is best gek. Volgens mij zou je De Wereld van Boudewijn Büch zo uit het archief kunnen halen en straffeloos opnieuw kunnen uitzenden. Het is alleen jammer dat het nog in het oude 4:3 formaat is gedraaid.
De afgelopen zomer was ik in Italië en moest ik ook vaak denken aan dat jaar met Boudewijn Büch. In Florence stond ik voor het eerst weer op pleinen waar we indertijd gefilmd hebben. Ik wilde daar nog over schrijven en dus dook ik vanavond even in mijn oude dagboek. Zo ontdekte ik dat Goethe vandaag jarig is. Daarom trakteer ik jullie maar even op een aardig stukje dat ik exact 20 jaar geleden schreef: 

Rügen & Berlijn, vrijdag 28 augustus 1998

We vieren de verjaardag van Goethe (28 augustus 1749) uitbundig. Hij zou vandaag 239 jaar worden. Bou zit met een papieren kroon die Saskia gemaakt heeft aan het ontbijt en we feliciteren elkaar uitbundig, dit tot grote verbazing van anderen in de ontbijtzaal. Het is half acht. Vroeger dan normaal, omdat we op tijd in Berlijn willen zijn. 

Van Rügen naar Berlijn is ongeveer drie en een half uur rijden. Rond de middag staan we voor het Savoy Hotel in Berlijn. Snel inchecken, de spullen op de beschikbare kamers zetten en in een taxi naar het voormalige Oost-Berlijn. Langs de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche, die Sieges Säule en de Brandenburger Tor naar Unter den Linden. Daar zijn in de buurt van Alexander­platz de musea die Boudewijn ons wil tonen. Eerst het Deutsch Historisches Museum om de geschiedenis van Duitsland te bekijken. Vooral de periode van 1933 tot 1988 vind ik interessant. Weer ontdek ik hoe weinig ik weet over onze recente geschiedenis. Gelukkig is vriend Boudewijn ook op een vrije middag onze gids. Alles wat we moeten weten legt hij geduldig uit. 

Na de lunch in een visrestaurant lopen we door het Alten Museum. Vooral het gebouw waarin de kunst staat is indrukwekkend. Het is ontworpen door K.F. Schinkel. De kunstwerken zijn uniek en bijzonder, maar het is niet mijn smaak. Binnen drie kwartier staan we weer buiten. Het laatste museum van de dag was het Pergamonmuseum, niet ver van de andere twee musea. Dit is volgens Boudewijn een verzameling van ordinaire kunstroof; door Duitsland gejatte kunst en cultuur uit Egypte. 

Berlijn in vogelvlucht. 
In een gigantische multimediashop zoeken we muziek uit. Ik krijg The Basement Tapes van Bob Dylan & The Band van Boudewijn. Het wordt langzaam normaal dat hij cd's cadeau doet. Zelf koop ik BB King en Hot Tuna. 
Met de taxi terug naar het hotel. 
Aan tafel in een Thai-Restaurant gaat het gesprek opeens over de moeder van het zoontje van Boudewijn. Vaak gingen ze samen met de jongen naar Italië. Hij vertelt ook hoe die vrouw achter hem aan zat. Het leek een vorm van stalking, die heel ingrijpend moet zijn geweest. Veel brieven van haar heeft Boudewijn weggegooid. Het verklaart misschien waarom hij nooit zijn post leest. 
Vervolgens spreekt hij openhartig over zijn tijd met Boudewijntje (niet Mickey) en over de dood van de jongen. Hoe hij gehoopt had het trauma te verwerken door het schrijven van De Kleine Blonde Dood. Het tegendeel gebeurde, omdat het boek een gigantisch succes werd. 
Ons gesprek ontstaat spontaan. Daar hebben wij niets aan gedaan. Stil en aandachtig hangen we aan zijn lippen. Zo'n gesprek is weer een tripje van de enorme sluier die rond Boudewijn hangt. Beetje bij beetje vertelt hij over zijn verleden. 
De lerares heeft zelf­moord gepleegd, nadat de film van het boek is verschenen. Voor Boudewijn was haar dood een soort verlossing. Ik kan me voorstellen dat zo'n 'relatie' en de dood van je kind invloed heeft op alle contacten die je daarna hebt.
Boudewijn is emotioneel, hij heeft het zichtbaar moeilijk met zijn eigen verhaal. Zijn ogen worden vochtig en hij houdt op met vertellen. Even is het stil aan tafel. Ik hoop alleen maar dat hij niet gaat snikken.
Theodor Holman heeft mij een tijdje geleden uitgelegd dat die zoon van Boudewijn nooit heeft bestaan. Ik weet het nu niet meer. Als ik Boudewijn vanavond zo zie, dan twijfel ik hevig. Als het een verzinsel is, dan gelooft Boudewijn er in ieder geval zelf in. 





vrijdag 17 augustus 2018

Thank you Rob!

Een iconisch moment uit de Nederlandse televisiegeschiedenis is Eddie Vedder’s snoekduik van een vijf meter hoge Tulip Crane in het publiek, tijdens Pinkpop ‘92. Deze legendarische stagedive van de zanger van Pearl Jam werd gefilmd, omdat de NOS dat jaar voor het eerst een live-uitzending maakte tijdens het bekendste en oudste popfestival van Nederland. Op YouTube is dit programma nog steeds eenvoudig terug te vinden en de geweldige sprong staat daar te boek als ‘biggest stagedive ever’. Inmiddels is die miljoenen keren bekeken. Nog dagelijks wordt dat filmpje in alle uithoeken van de wereld geliked en voorzien van lyrische commentaren. 
In Nederland heeft iedere muziekliefhebber deze beelden op het netvlies staan. We zijn er in ons kikkerlandje trots op en schrijven de doorbraak van Pearl Jam ook altijd een beetje toe aan dit hoogtepunt uit de Pinkpopgeschiedenis. De vraag was alleen of Vedder het zelf ook zo ervaren heeft. Het antwoord kregen we toen de Amerikaanse grungeband dit jaar terug kwam naar Pinkpop. Een paar dagen van te voren liet Vedder doorschemeren dat hij de cameraman, die zesentwintig jaar geleden op die Tulip Crane zat, graag wilde ontmoeten. Dat is Rob van Rijn, een cameraman die jarenlang in dienst was bij United en die onlangs met pensioen ging. Hij werd uitgenodigd voor een ontmoeting met de zanger van Pearl Jam.
Het werd een bijzonder weerzien tussen de cameraman en de wereldberoemde zanger. Vedder dacht namelijk al die jaren dat de cameraman boos op hem was. Hij vertelde dat in de hal van zijn huis een foto hangt, die hij kreeg toegestuurd na dat fantastische optreden in Landgraaf, en elke dag als hij uit de badkamer komt kijkt hij heel even in de vuurspuwende ogen van de cameraman. Daarom wilde de zanger, nu hij terug kwam op Pinkpop, met een gedicht zijn excuses aanbieden voor die ‘totaal onverantwoorde’ daad. Van Rijn was zich echter van geen kwaad bewust. Die is nooit boos geweest. Hij maakte zich op dat moment alleen druk over de wet van de zwaartekracht. Zo’n crane is precies in balans. Als daar opeens zeventig kilo aan de ene kant bij komt, dan moet je aan de andere kant een veelvoud aan gewicht plaatsen om niet gelijk keihard naar beneden te klappen. En toen ze bijna boven het publiek hingen moest de cameraman alle mensen beneden waarschuwen, zodat hij niet gelanceerd zou worden op het moment dat Vedder van de crane af sprong. 
Deze uitleg stelde Eddie Vedder gerust en alsof het al jaren elkaars beste vrienden zijn ging hij met Rob van Rijn op de foto. Hierbij waren verder geen camera’s aanwezig en Pearl Jam wilde deze ontmoeting absoluut niet gebruiken als pr-stunt. Alleen ’s avonds, tijdens het optreden van de band, kwam de zanger er tussen twee nummers uitgebreid op terug. Tot grote vreugde van het Pinkpoppubliek vertelde Vedder op smakelijke wijze het hele verhaal over de foto uit 1992 die bij hem in de hal hangt, over de serieuze blik van de cameraman en over de unieke ontmoeting die eerder op de dag had plaats gevonden. Hij legde de 70.000 bezoekers even haarfijn uit hoe een cameracrane werkt. Met humor vertelde hij over de fantastische samenwerking van alle mensen die in 1992 rond de Tulip Crane hadden gestaan en waar hij nooit enig benul van had gehad. Het gesprek met de cameraman had de sympathieke zanger enorm opgelucht. Aan het eind van dit heerlijke betoog bedankte hij de cameraman nogmaals: ‘Thank you Rob!’ Om vervolgens het volgende nummer in te zetten.
Mooier wordt het niet.

Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik in de reeks ‘Point of view’ een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift. Dit betoog staat in BM 376, de uitgave van augustus 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.