dinsdag 20 februari 2018

de groepsapp

De groeps-app. Mag ik het even met jullie hebben over het fenomeen groeps-app? Nee, niet die app-groep waar wij samen in zitten, maar al die andere groepen. Die van het kinderfeestje van Bikkel, de groep van het Pingpongen, de buurtapp, de voorleesmoeders, enzovoort.
Of ligt het aan mij dat ik tegenwoordig in allerlei groepen word toegevoegd waar ik met goed fatsoen niet uit kan, omdat ik de cruciale informatie wél graag wil ontvangen? Ik word helemaal dol van al dat nutteloze gezwam. En dan kom ik dadelijk ook nog even terug op die verschrikkelijke emoji’s.

Bikkel is volgende week jarig. Hij viert zijn feestje op 24 maart. Een officiele uitnodiging volgt nog, maar kunnen jullie het vast noteren?

Dat is in de basis een prima uitnodiging. Informatie die ik niet wil missen. Zo’n feestje is in principe een goede reden om een app-groep te beginnen. Maar dan...
Zes ouders laten even weten dat ze het in de agenda hebben gezet. Twee anderen moeten tot hun grote spijt melden dat hun kind verhinderd is. Joep moet naar hockey. Madelief heeft vioolles en daarna een paardrijdwedstrijd. So what! Oh ja, bij nader inzien kan Sophietje ook niet, want opa en oma zijn die dag 45 jaar getrouwd. De groepsapp ‘feestje van Bikkel’ gaat op zoek naar een nieuwe datum. Dat kan zomaar een dag of langer in beslag nemen. Dertig berichten later hebben we acht duimpjes omhoog.
Als die datum is geprikt laat iedereen nog even weten hoe fijn het is dat het toch lukt. Joep verheugt zich al enorm op het feestje van Bikkel. Sophie ook. Madelief ook. Bikkel is blij.

Wat wil Bikkel graag hebben voor zijn verjaardag?

En daar gaan we weer! Sophietje heeft al een idee. Madelief heeft zelfs al iets gekocht. Lol, lol, hartje, hartje. Ze hoopt dat Bikkel van Lego houdt. Ik krijg tijdens het poepen berichtjes over kneedgum, bij de tandarts appjes over Squishy’s en als ik net wil gaan slapen over Fidget Spinners, maar die wil Bikkel absoluut niet meer. Drol, drol.
De ouders van Bikkel willen een paar dagen voor het grote feest ook nog even weten of alle kinderen van frietjes houden. Ties is gelukkig dol op frietjes. Otis ook. Rembrandt houdt niet zo van frietjes. Is er misschien ook een hamburgertje? Sophietje houdt helemaal niet van friet én hamburgertjes. Hebben ze ook pannenkoeken? Joep heeft een glutenalergie, maar dat weten de ouders van Bikkel toch?
‘Feestje van Bikkel’ houdt de gemoederen dagen bezig. Als je de groep verlaat ben je onaardig. En bovendien mis je dan op de dag zelf zomaar een hele reeks iPhone foto’s uit het donkere KidzCity, waar jou kind telkens nét niet op staat. 
Maar goed. Dit is niet de enige groep waarin ik lijdzaam zit te wachten tot het feest voorbij is. Op dit moment zit ik in een stuk of vijf actieve groepen. De trainster van het Pingpongen vraagt elke vrijdag rond de middag welke meisjes op zaterdag zullen komen. Niet wie er niet komt, maar dus wie er wél komt. Gevolg is dat iedereen, elke week weer antwoord gaat zitten geven en waar nodig op elkaar gaat reageren. Leuk dat Lisanne komt. Sanne, Anne en Jojanneke hebben er alweer zin in. Lucy komt niet. Of misschien toch. Tientallen emoji’s vliegen door de Pingpong-app. En als je in de app-groep vraagt of het iets zakelijker mag ben je natuurlijk de narrige papa. Het maakt de juf een beetje verdrietig, want voor haar is het op deze manier lekker overzichtelijk. Een paar lollige moeders sturen gelijk extra berichtjes om die serieuze vader eens een beetje te plagen. Volwassen mensen die meer dan vijf emoji’s in een enkel berichtje weten te proppen. Hartjes, drolletjes, aapjes, sterke armpjes en gezichtjes die volgens mij moeten uitdrukken dat zij heel hard om zichzelf lachen.
Tot slot de cameramannen-appgroep. Reuze nuttig en inmiddels op punten zeer succesvol. Er zitten meer dan vijftig collega’s in die groep dus dat is vragen om ellende. Ondanks herhaalde oproepen kunnen ook hier sommige mensen zich niet of nauwelijks beheersen.

Wil iemand Bert toevoegen?

Hallo collega’s! Lol.

Bertje!

Hai Bert.

Toen Bert en ik nog samenwerkten…

Dat is wel heel lang geleden.

Dat je het nog allemaal weet.

Ik zie het al, deze app gaat mijn leven verrijken. Lol met zonnebril.

Bertje!!!!

Zeker Bert.

Bertjuuuh.

Joost heeft de groep verlaten.

Jasper heeft de groep verlaten.

Natuurlijk heb ik deze groepen allemaal op stil staan, maar ik word er alsnog gek van. In de rust van een voetbalwedstrijd heb ik zo 30 (!) gemiste berichten. Het merendeel is totaal nutteloos. Ik geef Jasper en Joost groot gelijk dat ze de groep verlaten, maar betreur het tegelijkertijd dat zij de informatie die er wél toe doet niet langer zullen ontvangen.
Als ik me op Facebook begeef weet ik dat ik in een moeras van onzinberichten beland. Daar waar mensen hun gebrek aan creativiteit proberen te verbergen door het delen van haatzaai-hoaxberichten, die ze zelf niet gecontroleerd hebben en die hopeloos achterhaald blijken te zijn, maar dat is misschien weer een heel ander verhaal. Op de WhatsApp wil ik in elk geval graag berichten lezen die er voor mij toe doen. Mensen die op elkaar willen reageren, die sturen elkaar maar lekker persoonlijke berichtjes met lol, duimpjes, sterke armpjes, gierende smiley’s en drollen.

Zo, dat moest ik even kwijt!







zondag 11 februari 2018

#ikheb

Pitspoezen, walk-on-girls en rondemissen verdwijnen, maar over achtergrond danseresjes in korte glitterrokjes wordt gelukkig (nog) niet gediscussieerd. Zaterdagmorgen, bij de opening van Vastelaovend in de Zoepkoel te Venlo, betraden de meisjes van TamDance onbedreigd het podium. Deze vrolijke dames mochten de optredens opleuken van artiesten die wereldberoemd zijn in Limburg. Op mij kwam het over alsof ze niet werden gedwongen. Het zag er allemaal behoorlijk enthousiast, gezond en gelukkig uit.
In principe is zo’n dansgroep een genot voor elke cameraman. Het is dankbaar om te focussen op huppelende meisjes met wapperende haren. Dat levert doorgaans sfeervolle beelden op die door regisseurs (mannen én vrouwen) altijd direct worden gebruikt. Een televisie-uitzending wordt er leuker van. Mensen kijken kennelijk graag naar meisjes die goed kunnen dansen.
Alleen. Ja. Ehm… Hoe zal ik het zeggen? Anno 2018 sta je daar als blanke, dikke, kale cameraMAN van 45 toch met een iets ander gevoel. Ergens in je achterhoofd spookt het idee dat je ieder moment de pineut kan zijn. Wanneer staat er iemand op die er iets van vindt dat jij met je groothoeklens dicht op al dat vrouwelijk schoon kruipt? Mag je nog wel close op de gymschoenen beginnen en langzaam je camera optillen, om een beweging te maken langs strakke springende benen? Om over billen en borsten in dat glitterpakje nog maar te zwijgen. Wat is nog gewoon je werk doen en wanneer wordt het seksistisch? Die grens is tegenwoordig flinterdun. Één lullige foto -vanuit een ongelukkige hoek genomen- op social media en je bent trending topic met je geile videocamera.
Een paar jaar geleden was je nog een bofkont als je op de grid bij de Formule1 de modellen mocht filmen, die daar mooi stonden te wezen met een bordje in hun handen. Nu loop je het risico te worden uitgemaakt voor smeerpijp. Maar als je té voorzichtig bent met het aanschieten van knappe dames en niet genoeg ‘lekkere shots’ aanbiedt word je in mijn wereldje weer uitgemaakt voor cameraman zonder ballen. Het is een wankel evenwicht.
Een van die danseresjes draaide zich om in de richting van de camera, zocht met haar blik de lens en keek heel even zo spannend mogelijk om zich daarna weer snel te voegen in de afgesproken choreografie. Verleidelijk? Ik durf het bijna niet te zeggen. Het was iets tussen haar en mij. Verder heeft niemand er iets van meegekregen, want de regisseur was net een fractie van een seconde te laat met schakelen.
Het is een spel. Die dansmeisjes hebben de camera nodig en de camera heeft zulke dartelende schoonheden nodig. Zolang we keurig om elkaar heen draaien is er niets aan de hand. Ik hoop dat dit gewoon kan blijven bestaan. Dat ik tijdens zo’n optreden wel eens een fractie te dichtbij kom en zo’n dansmeisje met mijn camera heel even aantik heeft niets te maken met gretigheid. Na al die jaren kan ik nog steeds niet goed inschatten hoe wijd een groothoeklens is, maar het heeft vooral te maken met het feit dat ik behoorlijk a-ritmisch ben en nooit precies weet wanneer zij naar voren of naar achteren zullen springen. In het geval van afgelopen zaterdag kan ik ook de schuld geven aan de podiumbouwer die ons heel weinig speelruimte had gegeven.




zaterdag 3 februari 2018

herdenking watersnoodramp 1953

Twee en een halve dag ‘rust’ na het trekken van beide verstandskiezen op links leek mij meer dan voldoende. De herdenking van de watersnoodramp van 1953 stond bovendien al een tijdje in mijn agenda en de eerste cameraman had me een rustige camerapositie beloofd. ‘Jij en Guido doen het studiootje,’ hoor ik hem nog zeggen, toen we ’s ochtends om half zeven verzamelden in een tent bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Daar was het nog zo donker dat ik de Zeeuwse Bolussen  niet heb zien liggen. Buiten was het winderig en op dat moment regende het even heel hard.
Binnen een paar minuten bleek dat ‘het studiootje’ niets meer was een klein podium, boven op de dijk. Niks binnen, niet eens een tentje. Nee, vol in de wind. Het idee daarachter was ‘eenvoud’ en bovendien hadden ze het in 1953 ook niet gemakkelijk gehad.
Tijdens het opbouwen liet de zon zich even zien. Dat was toen ik, rond acht uur, mijn camera naar zijn positie bracht. De lucht kleurde oranje. Een mooi moment om een foto te maken van de vlag die halfstok hing, maar vrijwel direct daarna realiseerden de weergoden zich dat een stralend zonnetje niet past bij de herdenking van een watersnoodramp. De lucht betrok. Voor we de posities in ‘het studiootje’ getest hadden regende het pijpenstelen en niet veel later kwamen er hagelsteentjes met bakken uit de lucht.
Ik vond dat ik niet mocht klagen. In 1953 was het immers erger. Toen hadden de mensen in Zeeland geen Gore-Tex jassen van The North Face en stevige Meindl’s met Falke sokken van de firma Thermowear.
De regisseur had al besloten om de centrale presentatie van onze live-uitzending en de interviews niet op de dijk te doen, maar -voor zover mogelijk- in de luwte van de dijk. Wel leek het ons aardig om de teaser en de promo op de oorspronkelijke plek te doen. De altijd goedgemutste NOS presentator Herman van der Zandt was er wel voor te porren. Mijn handschoenen waren inmiddels doorweekt en ik had ijskoude handen. Bibberend maakte ik een trage inzoom, waardoor het leek alsof de wind tegen de camera beukte. De regendruppels die vol op de lens spatten maakten het nog echter. Poetsen was kansloos. Als de beeldtechnicus alles in zwart-wit had getrokken, dan zou de kijker kunnen denken dat we deze opname ook uit het archief hadden gehaald.
Onder zulke omstandigheden is het altijd de kunst om alle apparatuur heel te houden. Lang leve vuilniszakken en rollen gaffertape. Toch protesteerde mijn camera vlak voor we ‘op zender’ zouden gaan. In eerste instantie dachten we dat het aan de kabel lag, maar een nieuwe triax bracht niet de oplossing voor het probleem. Met nog vijf minuten te gaan besloot ik de camera om te wisselen.
De materiaalwagen stond een paar honderd meter verderop en dus moest ik hollen. Op dat moment speelde mijn kaak op. Tegen zulke draaidagen is geen Ibuprofen opgewassen. Opgeven is echter geen optie in de televisiewereld. We gaan door tot het gaatje en in de wetenschap dat het altijd weer goed komt. Zo ook deze ochtend. Precies op het juiste moment schoof een verse ‘Camera 2’ aan in het studiootje, op een veldje in Ouwerkerk waar het behoorlijk stormde en waar een paar mannen stonden te praten over de watersnood in 1953.
Mijn outdoor outfit had de strijd tegen regen en hagel inmiddels opgegeven, maar toen Prinses Margriet arriveerde brak de zon weer even door en kon een mooie herdenking beginnen. We hadden inmiddels wel allemaal een idee van het drama dat zich 65 jaar geleden op deze plek moet hebben voltrokken. Veel erger natuurlijk dan wat wij een paar uurtjes hadden moeten trotseren, maar dit vond ik al vervelend genoeg. Ik was dolblij dat het tweede deel van deze dag zich binnen in het Watersnoodmuseum afspeelde en dat we een geweldige producer bij ons hadden die goed weet hoe belangrijk een overheerlijke maaltijd op zulke dagen is.




donderdag 1 februari 2018

sterke verhalen

Voor een mogelijk nieuwe rubriek in het vakblad BM (voorheen Broadcast Magazine) ben ik op zoek naar collega’s die hun leukste tv-anekdote willen delen. Een kort, sterk verhaal over je werk in de televisiewereld. Zo’n verhaal hoef je niet zelf op te schrijven; daar kan ik je bij helpen. Wel moeten het verhalen zijn die met naam en toenaam gepubliceerd mogen worden, zonder mensen te kwetsen. En er komt ook nog een mooie foto bij van degene die het verhaal vertelt.
Om je een beetje te inspireren heb ik een verhaal van mezelf opgedoken. Dit heeft al eerder op mijn blog gestaan, maar dit is een voorbeeld. Volgens mij heeft bijna iedereen in Omroepland zo’n anekdote paraat. Wie zijn of haar sterke verhaal met mij wil delen mag mailen met jrhettinga@casema.nl


Voorbeeld:

De hoofdprijs
Het uitreiken van de hoofdprijs leek op voorhand een betrekkelijk eenvoudig klusje. Kort en krachtig. Even mensen blij maken met een nieuwe auto. Robert ten Brink had het vaker gedaan, voor mij was het de eerste keer. In Veldhoven, op woensdag 2 maart 2005. We draaiden nog 4 bij 3.
Aan de rand van het dorp werd bij een benzinepomp het aanvalsplan doorgenomen. De cameraploeg zou eerst gaan. Als wij onze positie hadden ingenomen, net even voorbij de woning van de winnaar, dan zou Robert de straat in rijden met de splinternieuwe VW Beatle die was versierd met bloemen, ballonnen en logo’s van de loterij. Voor de deur zou de presentator uitstappen, kort iets op camera vertellen, aanbellen, de onvermijdelijke reactie halen en klaar.
Zoals gezegd: Simpel. 
Even later waren we er klaar voor. De geluidsman zwaaide. Robert  knipperde met de lichten en gaf gas. Uitzoom. Hij stopte precies voor de deur. Ik liep met draaiende camera richting portier en Robert stapte uit. Hij vertelde de kijkers een standaard verhaal over de loterij en haar mooie prijzen, wandelde naar de voordeur van een treurig rijtjeshuis en drukte op de bel. Binnen blafte een hond.
Het rode ‘rec’ lampje in mijn viewer ging opeens knipperen, precies op het moment dat de presentator aanbelde. Zo'n knipperend rood lampje betekent meestal niet veel goeds. Ik probeerde de band opnieuw te starten, maar het apparaat weigerde. Dit was officieel een storing.
Elk moment kon iemand de deur open doen.
Ik schakelde de camera uit en snel weer aan, maar het lampje knipperde weer. Warning, warning, warning! In beeld verscheen de code van een storing die ik nooit eerder had gezien. Robert ten Brink vroeg narrig wat toch er aan de hand was. 
Wist ik het maar.
Seconden tikten voorbij. Die hond bleef blaffen. Ik prutste en klungelde, maar de tape ging niet meer draaien. Hoe langer het duurde, hoe groter de kans was dat er iemand open zou doen. Die zou Robert ten Brink zien, bloemen, een cameraman (overstuur) en een splinternieuwe auto vol loterijlogo’s. De eerste reactie die dan volgt kan je nooit meer over doen. Die moet je hebben. Zo’n moment zet je niet even in scene. Dat wist ik, dat wist Robert en dat wist de geluidsman achter mij. Maar de camera liet ons in de steek.
En het duurde en het duurde en het duurde… Ondertussen werd er niet open gedaan. Sommige (camera)mensen hebben namelijk altijd geluk, ook als ze pech hebben. Er was namelijk niemand thuis!