vrijdag 21 september 2018

lekker spontaan en helemaal zichzelf

“Hééééééééy hooooooi halloohoowww! Hoe is het dannnnnn?” 
Met veel kabaal komt er iemand de regieruimte binnen. Ze klinkt nogal... opgewekt. Blijkbaar is het een bekende, want iedereen in de regieruimte ‘hoo-hooit’ overdreven enthousiast terug. Niemand let nog langer op de shots die met bloed zweet en tranen worden aangeboden. En eerlijk gezegd ben ik, hier achter mijn camera, ook een beetje van mijn à propos. Wie is deze dame? Herken ik haar stem?
Ik hoor dat ze de regisseur zoent, de regie-assistente en tot zijn grote schrik ook de schakeltechnicus. Zzzzzzmak, zzzzzzzmak, zzzzzmak. Echte pakkerds. Via de intercom hoor ik bij hun microfoontjes de halve ijzerwinkel rammelen die blijkbaar om haar nek hangt.
Ik weet niet zeker of de dame is gaan zitten of dat ze nog achter de regisseur staat. Aanwezig is ze zeker. Het komt op mij over als zo’n vrouw die zichzelf ‘een beetje gek en lekker impulsief’ noemt. Je kent ze wel.
‘Nou, hoe is het?’ vraagt ze.
‘Ehm… goed, hoor.’ Antwoordt de regisseur, ‘Maar we zitten midden in een opname.’ 
‘Wat éééééénig. Ik vind dit altijd zo’n leuke show dit! Het ziet er zóóóóóóóóów gezellig uit allemaal. En die presentatrice, wat een pláátje! Wie doet haar make-up eigenlijk? Fan-tas-tisch mantelpakje. Echt hoor. En dat decor. Schi-te-rund. Echt waar. Geweldig allemaal! Zo, zo... Héééééééérluk!’
De klemtonen en uitroeptekens vullen de hele regiewagen. Zou deze mevrouw door hebben dat wij hier gewoon serieus aan het werk zijn? Iets met concentratie enzo. Er hangt toch een bordje met ‘On Air’ naast de ingang? Maar niemand reageert geïrriteerd. Kennelijk heeft iemand tegen haar gezegd dat ze altijd welkom is. Misschien is ze wel belangrijk. Iemand van de zender of een hooggeplaatste tante van de productiemaatschappij. 
De schakeltechnicus is de eerste die zich herpakt en door gaat met waar we voor gekomen zijn: ‘Attentie twee. En twee.’ Voor het eerst in een halve minuut wordt er naar een andere camera geschakeld. Mijn collega op camera 3 kan even adem halen. De arme handheldspecialist heeft al die tijd geprobeerd om een steady shot te houden. Ik zie vanuit een ooghoek dat hij zijn rug even moet rechten.
Aan de andere kant van de camerakabels kakelt het gewoon verder. Pok pok pok.
‘Zeg, hoe is het eigenlijk met je vrouw en met de kinderen? Heb je gehoord van Albert en Evert? Wist je dat Anita weg gaat? En Loes, die is helemaal ingestort na dat gedoetje in de Westergas. Ik hoorde dat ze zelfs bij een psychiater is geweest…’  
Je zou denken dat deze mevrouw niet in de gaten heeft dat er twintig man meeluisteren. Iedereen die bij de opname betrokken is heeft een headset op of een ‘oortje’ in en hoort wat er in de regieruimte gezegd wordt. Toch denk ik ook niet dat we hier te maken hebben met iemand die voor het eerst een regiewagen binnen stapt. Zulke mensen zijn meestal onder de indruk en zeker tijdens een opname of live uitzending. Die zijn doorgaans stil. Hooguit hoor je ze fluisteren: ‘Wat een boel televisies!’
Uiteindelijk, laten we zeggen na een paar minuutjes, komt de televisietrein weer op gang. De regisseur gaat verder en al snel horen we weer de gebruikelijke aanwijzingen, het knippen in de vingers en het tikken met een pen op de regiedesk.
Even is mevrouw stil. Overdonderd misschien. Maar als je goed luistert kan je heel langzaam het kwartje horen vallen. Niemand reageert op haar teksten. Hier en nu is er geen tijd om even gezellig met haar te beppen.
Dan zegt ze: ‘Nou ehm... ik ga maar weer eens. Jullie moeten door. Dat snap ik. Ik ga natuurlijk niet storen. Dus ehm... doei! Aju. Was leuk. Dag dag. Kusjes…’
Eindelijk keert de rust en de concentratie terug, maar dan… nog heel even… komt ze terug. 
‘Groetjes aan je vrouw en kinderen nog, hoor. Nou, doei doei. Dag hoor! Daahaaaag.’
Met veel kabaal rammelt ze aan de deur.
‘Duwen!’ Zegt iemand. Dan rinkelt ze naar buiten. Haar hakjes doen van tik tak tik tak en met een harde knal valt de deur dicht.





zaterdag 15 september 2018

dag van de cameraman

Op zondag 16 september aanstaande is het alweer voor de negende keer de Dag van de Cameraman. Je zou zeggen dat dit soort feestjes op doordeweekse dagen gevierd moeten worden, maar 16/9 is nou eenmaal de meest uitgelezen datum voor de Dag van de Cameraman en bovendien werken veel cameramensen in het weekend. Het zou fijn zijn als zij op deze dag in het zonnetje staan.
Dit jaar ligt de focus tijdens de Dag van de Cameraman op een lang gekoesterde wens van alle cameramensen in Nederland. We zoomen in op een belangrijk aandachtspunt en richten ons tot alle producenten, producers, productieleiders, productiemedewerkers en hun stagiaires of assistenten. Want in het kader van deze Dag van de Cameraman vragen we om een bijzonder geschenk. Iets waar cameramensen vrolijk van worden. Een heel mooi cadeau. En het bijzondere is dat het geen cent hoeft te kosten. 
Wij hopen namelijk vurig dat vanaf 16 september niemand meer op informatie blijft zitten die van belang is voor cameramensen. Tot nu toe is het namelijk zo dat callsheets in de meeste gevallen pas op het allerlaatste moment worden verzonden. Op de dag voorafgaand aan de klus, om vijf voor zes. Dat betekent voor cameraploegen dat ze pas heel laat geïnformeerd worden. Hoe vroeg ze de volgende morgen moeten beginnen, hoe laat de klus waarschijnlijk geklaard is, waar ze naartoe gaan en of het een lange, zware dag zal worden. Als dat af en toe gebeurt is het niet erg, maar het is een waardeloze trend om steeds later te komen met deze cruciale gegevens. 
Productiemedewerkers willen graag uitsluitend correcte informatie versturen. Het liefst een callsheet dat niet meer zal wijzigen. Maar omdat 'de planning' en 'het tijdschema' op het laatste moment nog kunnen veranderen, houden ze alle beschikbare kennis over een draaidag zo lang mogelijk achter. Alleen realiseren zij zich niet voldoende dat dit grote gevolgen heeft voor planners bij facilitaire bedrijven, voor camera- en geluidsmensen en vooral voor hun gezinnetjes. Al die vrouwen en kinderen weten namelijk nooit waar ze aan toe zijn.
Wat mij betreft is dit een van de grootste nadelen van ons prachtige beroep. Zeker als freelance cameraman krijg je soms het gevoel dat je een zeurpiet bent, wanneer je weer eens belt met opdrachtgevers om te achterhalen wat een bepaalde klus behelst. 
Natuurlijk sluiten opdrachten niet altijd lekker op elkaar aan; daar kan niemand iets aan doen. Maar je kunt ook nergens rekening mee houden, omdat je simpelweg niks weet. Dus krijg je korte nachten en moet de partner van de gemiddelde cameraman beschikken over een engelengeduld. Die moet super flexibel zijn en dat is wel eens veel gevraagd. Je kan er geen eten op inkopen, geen hobby's op na houden en je kan nooit afspraken maken.
Tenzij we vanaf nu afspreken dat de callsheets eerder verzonden worden. Heel vaak kan dat. Zeker wanneer alle opdrachtgevers in Omroepland hun uiterste best doen om cameraploegen in een vroeg stadium te informeren over de verwachte begin- en eindtijden of op zijn minst een indicatie geven. Dan nemen we af en toe een last-minute wijziging voor lief.
Ik vind het een mooi streven. Een schitterend thema voor de Dag van de Cameraman.

Zondag 16 september: De #dagvandecameraman. Zegt het voort, zegt het voort.







dinsdag 4 september 2018

die verdomde gezagsverhouding

DBA/ZZP update #6

Afgelopen maandag (3 september 2018) vond op het ministerie van Financiën in Den Haag een overleg plaats tussen ZZP-belangenorganisaties en de verantwoordelijke bewindslieden over de vervanging van de Wet DBA. Hierbij waren freelance cameravrouw Carrien Dijkstra en ik uitgenodigd als bezorgde ervaringsdeskundigen met een uitgesproken mening. Dit was voor ons het vervolg op een informeel gesprek dat we begin juni voerden met minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Staatssecretaris Snel (Financiën). Toen was ik positief en hoopvol gestemd over de mogelijke nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van zelfstandig ondernemerschap. Deze week heb ik vooral het gevoel gekregen dat we toch weer op verkeerde spoor zijn beland. Een doodlopend spoor.

Minister Koolmees zei het in juni treffend: ‘De vervanging van de Wet DBA is een zorgenkindje voor het kabinet.’ Maandag bleek dat de plannen uit het regeerakkoord nog veel moeilijker te realiseren zijn dan je zou denken. De bijeenkomst waarvoor alle ‘veldpartijen’ waren uitgenodigd om mee te denken, leverde mijns inziens niet veel meer op dan een grote groep bezorgde belangenbehartigers en een paar gefrustreerde ZZP’ers.
Het kabinet is voornemens om de komende jaren verschillende maatregelen door te voeren. Een minimumtarief en meer bescherming voor laagbetaalde ‘zelfstandigen’, een soort vrijbrief voor de zelfstandigen met een tarief van meer dan zeventig euro per uur en een webmodule voor de middengroep, om te bepalen wie wel en wie geen zelfstandige is. Alleen heeft elk onderdeel zijn eigen haken en ogen. Er zijn veel praktische en principiële bezwaren. Verschillende voorstellen blijken niet te stroken met Europese wetgeving. Eigenlijk moet er eerst een fundamenteel debat gevoerd worden over het hele sociale stelsel. Hoe ziet werken in de toekomst er uit en hoe houden we onze sociale verzekeringen en pensioenen overeind? Alleen als je daar aan begint ben je gelijk jaren verder. Daar wil het kabinet niet op wachten. Ze willen nu eerst duidelijkheid verschaffen voor de komende jaren. Dat klinkt opeens weer een beetje als pleisters plakken.
Het zo logische alternatief van een opdrachtnemersverklaring voor de grote middengroep (zeg een soort VAR 2.0) is blijkbaar geen optie, omdat dit volgens de bewindslieden vraagt om een fundamentele aanpassing van het arbeidsrecht. Daar kleven allerlei juridische bezwaren aan en dus is dit op korte termijn geen haalbare kaart. Liever zoeken ze naar lapmiddelen. Eentje daarvan is het verduidelijken van het begrip gezagsverhouding. Dat staat sinds 1907 in onze Arbeidswet om het verschil aan te geven tussen een ZZP’er en een werknemer in vaste dienst. Anno 2018 is de term gezag juist een van de grootste struikelblokken als het gaat om zekerheid voor welwillende zelfstandige ondernemers. Zeker in de dienstverlening zit het verschil niet in het krijgen van instructies of het wel of niet bijwonen van een vergadering. Er is in zekere zin altijd sprake van gezag. Hoe laat moet je ergens zijn, met welke apparatuur ga je aan het werk of welke noten moet je spelen? 
Die verschrikkelijke gezagsverhouding, waar blijkbaar het hele arbeidsrecht op rust en waar we kennelijk geen afscheid van kunnen of mogen nemen, maakte ten tijde van de Wet DBA veel opdrachtgevers huiverig. Dus heeft de minister nu aan de Tweede Kamer toegezegd dat er, voor 1 januari 2019 en binnen de wettelijke kaders, meer helderheid wordt gegeven omtrent dit begrip. Dat moet dan meer zekerheid geven aan ZZP’ers en vooral aan hun potentiele opdrachtgevers. Ik vraag me af of dat zal lukken.
Tijdens een aantal rondetafelgesprekken werd afgelopen maandag ook om onze input gevraagd omtrent het verduidelijken van het woordje gezag. Dit meedenken leidde direct tot discussie tussen mensen van de traditionele vakbonden (die er toch vooral zijn voor de bescherming van werknemers met een contract) en ZZP’ers die graag in vrijheid willen ondernemen. Er werd gelukkig al snel geopperd dat je niet moet kijken of de werkzaamheden van een zelfstandige niet per ongeluk lijken op die van iemand in vaste dienst, maar of de ZZP’er wel een echte ondernemer is. Heeft hij verschillende opdrachtgevers, de benodigde verzekeringen, betaalt hij of zij netjes zijn eigen belastingen en investeert hij of zij in zijn onderneming? Kan een ZZP’er onafhankelijk opdrachten aannemen of weigeren en een eigen tarief bepalen? Dáár zit het fundamentele verschil. Dan heb je die hele gezagsverhouding ook niet nodig. Alleen was dat niet waar de politiek nu mee bezig is. We moesten dat ene verdomde woordje verhelderen. Gezagsverhouding. Recht breien wat hartstikke krom is.
Aan het eind van de middag namen minister Koolmees, staatssecretaris Snel en staatssecretaris Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) plaats op drie krukken voor in de zaal om de resultaten van een middag ‘meedenken’ te bespreken. Het leverde volgens mij geen structurele winstpunten op. Staatssecretaris Snel concludeerde: ‘Hoe meer denkkracht we er op zetten, hoe ingewikkelder het wordt.’ En daar zit wat in. 
Het hele gedoe rond de wet DBA werd in de zaal vergeleken met een Mikadospel. Als je één stokje weg trekt, dan loop je het risico dat alles instort. Daarom vrees ik dat ze er uiteindelijk niet aan ontkomen om helemaal opnieuw te beginnen. Rigoureus. En voor lief nemen dat het lang gaat duren. Maar daarnaast begrijp ik nog steeds niet waarom niemand dat ene Mikadostokje van de gezagsverhouding er even uit kan trekken. Zoals ik er naar kijk, met mijn simpele en wellicht ietwat praktisch ingestelde cameramannenverstand, ligt het gewoon voor het grijpen. 







dinsdag 28 augustus 2018

28 augustus

Voor het programma met Margriet van der Linden mocht Art Rooijakkers vandaag een Top 5 samenstellen van zijn favoriete reisprogramma’s. Zodoende kwam ik op Twitter oude opnamen tegen van Boudewijn Büch die dolenthousiast werd toen hij in Weimar de grafkist van zijn held Goethe kon aanraken. Beelden die ik precies 20 jaar geleden heb gemaakt voor het VARA reisprogramma De Wereld van Boudewijn Büch. Voor mij heel bijzonder om terug te zien. 
Het feit dat ik in 1998 vier lange reizen met Büch mocht maken heeft mij namelijk in allerlei opzichten gevormd. Ik was 26, net een paar jaar cameraman en van professioneel reizen had ik nog niet zo veel kaas gegeten. Boudewijn spoorde mij aan om te gaan schrijven, leerde me van alles over kunst, literatuur, muziek en geschiedenis. Hij had een uitgesproken kijk op televisie maken, was obsessief verzamelaar en net als ik groot liefhebber van The Rolling Stones. Het was een super interessante man die geweldig verhalen kon vertellen. Maar het was niet eenvoudig om lange perioden met hem onderweg te zijn. Boudewijn was nogal wispelturig. Niet alles wat hij zei was waar. Uiteindelijk heeft hij mij op buitengewoon vervelende manier aan de kant geschoven en ingeruild voor een andere cameraman. Dat heeft een behoorlijke deuk in mijn ego opgeleverd, maar toch kijk ik nu met veel plezier terug op de reizen naar Amerika, Duitsland & Tsjechië, Frankrijk & Zwitserland en op onze Italiaanse reis van bijna vijf weken, waarin we Goethe letterlijk achterna zijn gereisd.
Büch is inmiddels al bijna 16 jaar dood. Regelmatig werk ik met collega’s die niet eens weten wie hij was en die zijn fantastische reisprogramma, waarvoor ik in de nadagen heb mogen filmen, helemaal niet kennen. Dat is best gek. Volgens mij zou je De Wereld van Boudewijn Büch zo uit het archief kunnen halen en straffeloos opnieuw kunnen uitzenden. Het is alleen jammer dat het nog in het oude 4:3 formaat is gedraaid.
De afgelopen zomer was ik in Italië en moest ik ook vaak denken aan dat jaar met Boudewijn Büch. In Florence stond ik voor het eerst weer op pleinen waar we indertijd gefilmd hebben. Ik wilde daar nog over schrijven en dus dook ik vanavond even in mijn oude dagboek. Zo ontdekte ik dat Goethe vandaag jarig is. Daarom trakteer ik jullie maar even op een aardig stukje dat ik exact 20 jaar geleden schreef: 

Rügen & Berlijn, vrijdag 28 augustus 1998

We vieren de verjaardag van Goethe (28 augustus 1749) uitbundig. Hij zou vandaag 239 jaar worden. Bou zit met een papieren kroon die Saskia gemaakt heeft aan het ontbijt en we feliciteren elkaar uitbundig, dit tot grote verbazing van anderen in de ontbijtzaal. Het is half acht. Vroeger dan normaal, omdat we op tijd in Berlijn willen zijn. 

Van Rügen naar Berlijn is ongeveer drie en een half uur rijden. Rond de middag staan we voor het Savoy Hotel in Berlijn. Snel inchecken, de spullen op de beschikbare kamers zetten en in een taxi naar het voormalige Oost-Berlijn. Langs de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche, die Sieges Säule en de Brandenburger Tor naar Unter den Linden. Daar zijn in de buurt van Alexander­platz de musea die Boudewijn ons wil tonen. Eerst het Deutsch Historisches Museum om de geschiedenis van Duitsland te bekijken. Vooral de periode van 1933 tot 1988 vind ik interessant. Weer ontdek ik hoe weinig ik weet over onze recente geschiedenis. Gelukkig is vriend Boudewijn ook op een vrije middag onze gids. Alles wat we moeten weten legt hij geduldig uit. 

Na de lunch in een visrestaurant lopen we door het Alten Museum. Vooral het gebouw waarin de kunst staat is indrukwekkend. Het is ontworpen door K.F. Schinkel. De kunstwerken zijn uniek en bijzonder, maar het is niet mijn smaak. Binnen drie kwartier staan we weer buiten. Het laatste museum van de dag was het Pergamonmuseum, niet ver van de andere twee musea. Dit is volgens Boudewijn een verzameling van ordinaire kunstroof; door Duitsland gejatte kunst en cultuur uit Egypte. 

Berlijn in vogelvlucht. 
In een gigantische multimediashop zoeken we muziek uit. Ik krijg The Basement Tapes van Bob Dylan & The Band van Boudewijn. Het wordt langzaam normaal dat hij cd's cadeau doet. Zelf koop ik BB King en Hot Tuna. 
Met de taxi terug naar het hotel. 
Aan tafel in een Thai-Restaurant gaat het gesprek opeens over de moeder van het zoontje van Boudewijn. Vaak gingen ze samen met de jongen naar Italië. Hij vertelt ook hoe die vrouw achter hem aan zat. Het leek een vorm van stalking, die heel ingrijpend moet zijn geweest. Veel brieven van haar heeft Boudewijn weggegooid. Het verklaart misschien waarom hij nooit zijn post leest. 
Vervolgens spreekt hij openhartig over zijn tijd met Boudewijntje (niet Mickey) en over de dood van de jongen. Hoe hij gehoopt had het trauma te verwerken door het schrijven van De Kleine Blonde Dood. Het tegendeel gebeurde, omdat het boek een gigantisch succes werd. 
Ons gesprek ontstaat spontaan. Daar hebben wij niets aan gedaan. Stil en aandachtig hangen we aan zijn lippen. Zo'n gesprek is weer een tripje van de enorme sluier die rond Boudewijn hangt. Beetje bij beetje vertelt hij over zijn verleden. 
De lerares heeft zelf­moord gepleegd, nadat de film van het boek is verschenen. Voor Boudewijn was haar dood een soort verlossing. Ik kan me voorstellen dat zo'n 'relatie' en de dood van je kind invloed heeft op alle contacten die je daarna hebt.
Boudewijn is emotioneel, hij heeft het zichtbaar moeilijk met zijn eigen verhaal. Zijn ogen worden vochtig en hij houdt op met vertellen. Even is het stil aan tafel. Ik hoop alleen maar dat hij niet gaat snikken.
Theodor Holman heeft mij een tijdje geleden uitgelegd dat die zoon van Boudewijn nooit heeft bestaan. Ik weet het nu niet meer. Als ik Boudewijn vanavond zo zie, dan twijfel ik hevig. Als het een verzinsel is, dan gelooft Boudewijn er in ieder geval zelf in. 





vrijdag 17 augustus 2018

Thank you Rob!

Een iconisch moment uit de Nederlandse televisiegeschiedenis is Eddie Vedder’s snoekduik van een vijf meter hoge Tulip Crane in het publiek, tijdens Pinkpop ‘92. Deze legendarische stagedive van de zanger van Pearl Jam werd gefilmd, omdat de NOS dat jaar voor het eerst een live-uitzending maakte tijdens het bekendste en oudste popfestival van Nederland. Op YouTube is dit programma nog steeds eenvoudig terug te vinden en de geweldige sprong staat daar te boek als ‘biggest stagedive ever’. Inmiddels is die miljoenen keren bekeken. Nog dagelijks wordt dat filmpje in alle uithoeken van de wereld geliked en voorzien van lyrische commentaren. 
In Nederland heeft iedere muziekliefhebber deze beelden op het netvlies staan. We zijn er in ons kikkerlandje trots op en schrijven de doorbraak van Pearl Jam ook altijd een beetje toe aan dit hoogtepunt uit de Pinkpopgeschiedenis. De vraag was alleen of Vedder het zelf ook zo ervaren heeft. Het antwoord kregen we toen de Amerikaanse grungeband dit jaar terug kwam naar Pinkpop. Een paar dagen van te voren liet Vedder doorschemeren dat hij de cameraman, die zesentwintig jaar geleden op die Tulip Crane zat, graag wilde ontmoeten. Dat is Rob van Rijn, een cameraman die jarenlang in dienst was bij United en die onlangs met pensioen ging. Hij werd uitgenodigd voor een ontmoeting met de zanger van Pearl Jam.
Het werd een bijzonder weerzien tussen de cameraman en de wereldberoemde zanger. Vedder dacht namelijk al die jaren dat de cameraman boos op hem was. Hij vertelde dat in de hal van zijn huis een foto hangt, die hij kreeg toegestuurd na dat fantastische optreden in Landgraaf, en elke dag als hij uit de badkamer komt kijkt hij heel even in de vuurspuwende ogen van de cameraman. Daarom wilde de zanger, nu hij terug kwam op Pinkpop, met een gedicht zijn excuses aanbieden voor die ‘totaal onverantwoorde’ daad. Van Rijn was zich echter van geen kwaad bewust. Die is nooit boos geweest. Hij maakte zich op dat moment alleen druk over de wet van de zwaartekracht. Zo’n crane is precies in balans. Als daar opeens zeventig kilo aan de ene kant bij komt, dan moet je aan de andere kant een veelvoud aan gewicht plaatsen om niet gelijk keihard naar beneden te klappen. En toen ze bijna boven het publiek hingen moest de cameraman alle mensen beneden waarschuwen, zodat hij niet gelanceerd zou worden op het moment dat Vedder van de crane af sprong. 
Deze uitleg stelde Eddie Vedder gerust en alsof het al jaren elkaars beste vrienden zijn ging hij met Rob van Rijn op de foto. Hierbij waren verder geen camera’s aanwezig en Pearl Jam wilde deze ontmoeting absoluut niet gebruiken als pr-stunt. Alleen ’s avonds, tijdens het optreden van de band, kwam de zanger er tussen twee nummers uitgebreid op terug. Tot grote vreugde van het Pinkpoppubliek vertelde Vedder op smakelijke wijze het hele verhaal over de foto uit 1992 die bij hem in de hal hangt, over de serieuze blik van de cameraman en over de unieke ontmoeting die eerder op de dag had plaats gevonden. Hij legde de 70.000 bezoekers even haarfijn uit hoe een cameracrane werkt. Met humor vertelde hij over de fantastische samenwerking van alle mensen die in 1992 rond de Tulip Crane hadden gestaan en waar hij nooit enig benul van had gehad. Het gesprek met de cameraman had de sympathieke zanger enorm opgelucht. Aan het eind van dit heerlijke betoog bedankte hij de cameraman nogmaals: ‘Thank you Rob!’ Om vervolgens het volgende nummer in te zetten.
Mooier wordt het niet.

Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik in de reeks ‘Point of view’ een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift. Dit betoog staat in BM 376, de uitgave van augustus 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.






dinsdag 14 augustus 2018

via Alba

Ik was even weg. Drie weken vakantie in het heerlijke Italië. Eerst een kleine week in de streek Piemonte, onder Turijn en daarna tien dagen aan de noordzijde van Toscane om de plaatsen Lucca, Pisa en Florence te bezoeken. Tot slot nog een paar dagen terug naar Piemonte om het af te leren. Genoeg pizza en pasta gegeten voor de rest van het jaar en natuurlijk alle Gelatteria’s die we tegen kwamen moeten beoordelen. Drie weken zon, vroeg naar (lucht)bed en alle tijd voor mijn fantastische vrouw en dito kinderen. Mijn accu is weer helemaal opgeladen. 
Negenentwintig jaar geleden was ik ook in Piemonte. Om precies te zijn in Alba. Ik was net zeventien, het was mijn eerste grote buitenlandse reis zonder ouders. In dit geval geen busreis naar de Costa Brava, dat heb ik later wel gedaan, maar mijn eerste serieuze buitenlandklus als (vrijwillig) cameraman van de lokale omroep in Geleen. Samen met Jaap Heukers en Danny van Golde deed ik verslag van een Jeugd-Olympiade. Meer dan tweehonderd Limburgse sporters namen het vier dagen lang op tegen jongeren uit negen verschillende zustersteden. Wij maakten een reportage van een uur met onze loodzware semi-professionele video-apparatuur. Een camera met een losse U-Matic recorder waar videobanden in moesten die zo groot waren als een broodtrommel en waar je dan 20 minuten mee kon opnemen. Als de koppen van de recorder niet goed schoon waren, of de bandjes meer dan twee keer hergebruikt, kreeg je spetters en strepen in beeld. Drop-outs, noemden we die. De eerste minuut van het bandje moest je nooit gebruiken wegens aanloopproblemen, dus daarvoor namen we altijd eerst een testbeeld op. De batterijen voor deze set waren verpakt in een soort bomgordel die je om je middel moest binden of als een Rambo over je schouder kon hangen. Heel ongemakkelijk. Ons avontuur zat hem meer in het aan de praat houden van de spullen en zuinig zijn met accu’s, dan in het maken van mooie beelden.
Maar hoewel de apparatuur lomp en onbetrouwbaar was, het was wel de tijd dat zulke spullen statusverhogend werkten. Niet alleen onze publiciteitsgeile burgemeester, die de hele tijd aan me vroeg of zijn haar nog goed zat, reageerde gelijk enthousiast als wij ergens binnen kwamen. Maanden, misschien wel jaren na die trip kreeg ik in het Geleense uitgaanscircuit nog aandacht van de leukste handbal- en hockeymeisjes die mij allemaal kenden uit Alba. Zo ontdekte ik dat cameraman een ontzettend stoer beroep is.
Je begrijpt dat de belevenissen in Alba voor mij dierbare herinneringen zijn. Een goede reden om best nog wel eens terug te willen. Het liefst zou ik de tijd even terugdraaien naar juli 1989, maar bij gebrek aan bodywarmer, DeLorean en Dr. Emmett Brown wilde ik er best een uurtje voor omrijden toen wij de afgelopen weken een paar keer ‘in de buurt’ waren. Mijn lieve lief en de twee aandeelhouders op de achterbank hadden echter steeds weer andere plannen. Zij doken liever in het zwembad of hadden hun zinnen gezet op een stadje dat beduidend dichter bij de camping lag. Zo werd Alba een dingetje. Telkens als ik bedacht dat we terug konden naar mijn jeugdherinnering, ging het feest mooi niet door. Tot we op de laatste avond door het stadje Cuneo liepen en zochten naar een pizzeria. Toen zei mijn altijd grappige vrouw opeens: ‘Oke, jij je zin!’ en ze wees op een straatnaambordje. Daarop stond in sierlijke letters: ‘Via Alba’.










donderdag 12 juli 2018

cameraman op pik getrapt


Ja, joh. Wat maakt het uit. Geef ons maar de schuld. Nu heeft de cameraman het weer gedaan. Natuurlijk. Het kon niet uitblijven. Na het afschaffen van de gridgirls, die hele #metoo-affaire en de discussie over de badpakkenronde bij de Miss Verkiezingen moest het moment komen waarop de cameraman aan de beurt was. Aan de schandpaal met die viespeuken! Want ja, zij filmen de hele tijd ongevraagd mooie meisjes en dat kan uiteraard niet meer. Gatverdamme. Bah. Mooie vrouwen in beeld. Nee, foei!
We gaan het voortaan klokken. Vanaf nu evenveel dikke mannen, oude opa’s en foeilijke puistenkoppen in beeld. Genderneutrale tussenshots. Bij elke talkshow zwaargewichten op de eerste rij. Tijdens het voetbal laten we alleen nog de lelijkerds zien die in hun blote bast en met mislukte tattoo’s staan te schelden en schreeuwen, want dat is wat het is. Stel je voor dat we anno 2018 nog laten zien hoe mooi vrouwen kunnen zijn, dan wekken we de indruk dat zij niets meer zijn dan alleen maar mooi en dat mag niet langer van de FIFA. 
Mensen we slaan door! De wereld is knettergek geworden.

Tussen 2000 en 2009 mocht ik voor RTL en SBS6 naar de Formule1. Tijdens de vijftig grandprix die ik heb gedaan maakten we altijd een clipje op muziek. Die filmpjes werden een stuk leuker als we tussen de banden, uitlaten, vleugels, helmen en roodharige Engelse monteurs in korte broeken ook mooie vrouwen in beeld namen. Slechts één keer heb ik het gewaagd om uitsluitend karakteristieke koppen van racefans te filmen en dat heeft bijna geleid tot mijn ontslag. Nog steeds als ik collega’s uit die tijd tegen kom werpen ze mij voor de voeten dat ik het liefst bejaarden film. Dat heb ik slechts één keertje gedaan. En daar heb ik daar spijt van als haren op mijn hoofd. Naar die programma’s keken nou eenmaal voornamelijk mannen en mannen kijken graag naar mooie vrouwen. Dat is de natuur. Of gaan we nu ook alle mannetjes eenden verwijten dat ze in de vijver niet langer naar de mooie bruine veertjes van vrouwtjes eenden mogen kijken? Vragen we straks aan vrouwelijke gnoes of ze hun wulpse lange benen voortaan beter willen bedekken, omdat anders die mannetjes gnoes te hitsig worden?
Als ik publiek moet filmen, dan film ik het liefst mooie mensen. Kleine kinderen doen het altijd goed, blije en lachende mensen. Meezingers. En… ik durf het bijna niet te zeggen… mooie vrouwen. Daar is wat mij betreft niks seksistisch aan. Tenzij die dames zelf hun kleren uittrekken zodra er een lens op ze gericht wordt. Dat komt ook voor. Maar meestal gaat het om blije gezichten van jongere dames. Die doen het goed. Als je bijvoorbeeld tijdens Pinkpop een publiekscamera doet, dan word je nou eenmaal sneller geschakeld als je een lachend, klappend of zingend meisje in beeld neemt. Echt niet omdat de regisseur zo'n geile beer is, maar omdat iedereen daar juist vrolijk van wordt. Net zo goed als dat een extreme close-up meer indruk maakt dan een laf mediumshot. En ik heb nieuws voor je, ook vrouwelijke regisseurs schakelen sneller naar een knappe dame dan naar een willekeurig mannelijk stuk saggerijn in het publiek.
Dus geef nou niet gelijk de cameramensen de schuld en doe niet zo moeilijk. Natuurlijk speuren wij naar knappe koppies en de cameraman (of vrouw!) die het mooiste meisje in beeld neemt is na afloop de kampioen van de avond, maar diezelfde cameramensen maken ook de tussenshots van een oerlelijke Poetin op de tribune, van de FIFA bobo’s en van de trainer die in zijn neus pulkt. Van die dikzak met zijn trommel en van de broer van de keeper. Als er mensen echt serieus problemen mee hebben dat er teveel mooie mensen of vrouwen in beeld komen, dan zijn dat in mijn ogen ongelofelijke sneuneuzen. Ik vrees dat dit ‘stuk’ voor ‘stuk’ types zijn die eens iets anders aan moeten trekken, wat vrolijker moeten kijken en die eventueel een paar pondjes mogen afvallen. Dan komen zij ook heus wel eens in beeld. Nee, het zijn gewoon humorloze en jaloerse figuren. Rot toch op met je seksisme en emancipatie. 
Waarom ik zo fel ben? Omdat cameramensen altijd achtergesteld worden en overal de schuld van krijgen. Ze worden zwaar onderbetaald ten opzichte van andere beroepsgroepen en niemand lijkt rekening te houden met het feit dat cameramensen ook gevoel hebben. Dus blijf met je corrupte FIFA-tengels af van de cameraman, anders zullen wij niet alleen de mooie meisjes negeren, maar ook eens een paar doelpuntjes of sponsornamen buiten beeld houden. 



donderdag 5 juli 2018

dronepiloot

Mijn drone, de DJI Mavic Pro,weegt ongeveer 750 gram en valt daarmee in de categorie microdrones. Formeel hoef je in Nederland voor het besturen van zo’n microdrone geen bewijs van bevoegdheid te hebben. Ik vind het echter belangrijk om te weten waar ik mee bezig ben. Opdrachtgevers moeten er op kunnen vertrouwen dat ik mijn zaken op orde heb en ik wil gediplomeerde drone-operators niet als ‘valse concurrent’ in de wielen rijden. Daarom heb ik me opgegeven voor het ROC-Light examen, dat je moet afleggen voor je een officiële ontheffing kan aanvragen. Alleen maken de betrokken instanties het niet bepaald aantrekkelijk voor de dronevlieger die commercieel én legaal wil opereren.

ROC-Light (RPAS Operator Certicifate) is een vergunning die je van de Inspectie Leefomgeving en Transport kan krijgen als je voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet je onder andere een theorie-examen afleggen. Om me hier op voor te bereiden heb ik het Handboek Minidrones (uitgave 1.5 - februari 2018) van EUROUSC Benelux toegestuurd gekregen. Dit is een ongelofelijk slecht boek, geschreven door iemand die lijdt aan een ernstige vorm van gemakzucht. Of door een Luxemburger die het door Google Translateheeft laten vertalen in het Chinees en vervolgens heeft terugvertaald naar het Nederlands. Geen zin is logisch. Het zijn voornamelijk teksten uit de luchtvaart waar een droneliefhebber over het algemeen niet zo veel mee kan. Die blijft als het goed is ver van echte vliegtuigen en vliegvelden vandaan, maar het is toch vooral de manier waarop alles is opgeschreven, waardoor ik tijdens de studie tot wanhoop werd gedreven. Wat moet ik met een zin als: “Microdronepiloten moeten geen enkele bewijs van bevoegdheid kunnen overleggen.” Dat staat er letterlijk. Een paar zinnen verderop staat: “Niet de piloot zelf is bepalend voor de ontheffing of ROC-Light, maar behoort wel tot één van de voorwaarden.” En leg mij de volgende zin eens even uit: “Om het kleinste obstakel veilig over te komen geldt dat de hoogte van het hoogste obstakel met een extra veiligheidsmarge (15-25m).” Ik heb me heel wat keren afgevraagd of ik de eerste was die dit boek heeft opengeslagen. “Gps levert de positie levert, alle overige informatie wordt berekend.” Als je al weinig begrijpt van de materie, dan helpen zulke slordigheden niet. “Deze twee termen verwijzen staan voor noorderbreedte of breedtecirkel of parallel evenwijdig met de evenaar.” En zo kan ik nog wel even doorgaan. Om over woorden als primordiaal (cruciaal) of geïnitialiseerd (opgestegen?) nog maar te zwijgen. Alleen al het lezen van de tekst was een hele opgave. 
Je moet weten dat ik maar liefst € 350,- heb betaald voor het examen (60 meerkeuze vragen) en dit boek. Misschien is het de bedoeling om zelfstudie te ontmoedigen en iedereen naar een kostbare cursus te lokken. Zo’n cursus kost bijna € 1000,- en duurt twee dagen. Die twee dagen kan ik als ZZP’er niet werken en dat kost mij dan nog eens € 800,-. Dat vond ik te gortig, dus heb ik het met zelfstudie geprobeerd. Dit heb ik serieus aangepakt, want het examen kost al genoeg. Dan wil je niet zakken.
Uiteindelijk heb ik het theorie-examen gehaald. Ik had 83% van de vragen goed, terwijl 75% voldoende was. Nu ken ik allerlei begrippen en afkortingen uit de luchtvaart, kan ik het weer voorspellen, weet ik hoe GPS werkt en kan ik een ingewikkelde luchtvaartkaart lezen. Dat er ook heel handige appjes zijn die dronevliegers vertellen waar je wel en waar je niet mag opstijgen stond niet in de boeken. Bovendien weet mijn drone dat zelf ook en vertelt hij mij als ik wil opstijgen wanneer ik me in een gevarenzone begeef. In Nederland is dat overigens bijna overal. De meeste droneshots die je kan bedenken mag je eigenlijk helemaal niet maken als je de regels strikt volgt. Desondanks ben ik met mijn diploma op zak aan de slag gegaan om alle benodigde papieren te krijgen. Dat valt ook niet mee. Wie professioneel met een drone wil vliegen moet meer (kostbare) hindernissen nemen.

In de officiële regelgeving wordt een merkwaardig verschil gemaakt tussen vliegen op commerciële basis en niet-commerciële -ofwel hobbymatige- vluchten. Wanneer je zoals ik af en toe een drone wil gebruiken om er beroepsmatig mee te filmen, dan moet je aan veel strengere regels voldoen dan wanneer je er voor de lol mee vliegt. Zo moet je bij professioneel gebruik een extra verzekering afsluiten van ongeveer 300 euro per jaar, terwijl voor hobbyisten een gewone WA-verzekering voldoende is. Die verzekeraar eist vervolgens een praktijktest die je hoort te doen onder begeleiding van een gecertificeerde instructeur. De kosten hiervoor bedragen minimaal € 100,- en wederom kost dit tijd. Ik ontdekte gelukkig op tijd dat je hier onderuit kan komen als je aantoont dat je minimaal 10 uur hebt gevlogen met je drone, maar dat zeiden ze er in eerste instantie niet bij.
Tijdens commerciële vluchten mag de professional niet hoger vliegen dan 50 meter boven de grond en de maximale horizontale afstand tussen piloot en drone mag niet groter zijn dan 100 meter. Dat is niet onoverkomelijk, maar het is wel heel vreemd dat een amateur 120 meter hoog mag en de drone zelfs 500 meter bij hem of haar vandaan mag zijn. Volgens mij zouden de regels juist strenger moeten zijn voor hobbyisten die dat moeilijke boek niet gelezen hebben en dus niet precies weten wat wel en wat niet mag. 
De drone van een professional moet niet alleen verzekerd zijn, je moet hem ook inschrijven in het luchtvaartregister van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Je krijgt dan een officieel PH-nummer, dat ook alle echte vliegtuigen hebben. Dit nummer moet middels een brandbestendig plaatje op de drone worden bevestigd. De dronewinkel verkoopt die plaatjes voor 50 euro en als je alle informatie over ROC-Light van hun site haalt, dan zou je haast denken dat dit de enige optie is. Bij navraag bleek dat een gegraveerd plaatje van de plaatselijke sportprijzenwinkel of een zogenaamde ‘dogtag’ van een paar euro ook volstaat.
Ik werd er moe van. De lol was er uiteindelijk wel een beetje vanaf. Ik heb me serieus afgevraagd of het niet slimmer is om dat hele ROC-Light gedoe te laten zitten en bij een onverhoopte controle te doen alsof ik puur voor de lol vlieg. Er zijn genoeg collega’s in Omroepland die zo redeneren, ook al kan dat nooit de bedoeling zijn van de mensen die zich hard maken voor strengere droneregels. Het komt op mij allemaal over als pure pesterij en vooral weinig effectief. Er is niet bepaald met een helikopterview naar de Nederlandse drone-regelgeving gekeken. Zo word in de theorie met geen woord gesproken over luchtfotografie of video-opnamen. Denk bijvoorbeeld aan afspraken met betrekking tot privacy of het regelen van toestemming bij eigenaren van gebouwen of terreinen over het maken van opnamen.
Drones komen de laatste tijd regelmatig negatief in het nieuws en dat komt door die ongelukkige regelgeving en het feit dat gadgetfreaks het zien als speelgoed en mensen die niet goed weten wat een drone is het zien als een levensgevaarlijk apparaat. Allebei die vliegers gaan niet helemaal op. Vergelijk de drone met een brommer. Ook daarbij moet de bestuurder weten wat hij of zij doet en veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Als je je netjes en verantwoord gedraagt is het gevaar te overzien.
Mij lijkt het vliegen met een drone namelijk geen enkel probleem zolang je maar weet wat je doet en vooral niemand lastig valt of in gevaar brengt. Dat luchtvaartautoriteiten moeilijk doen over de toename van drones is begrijpelijk, maar wanneer je met je drone op 50 of 100 meter hoogte een serieus luchtvaartuig tegenkomt en niet in de buurt van een vliegveld bent, dan mag je gevoeglijk aannemen dat het andere luchtvaartuig een groter probleem heeft dan jij.



donderdag 21 juni 2018

fout op fout

Ik wil mezelf niet vergelijken met Loris Karius, de onfortuinlijke keeper van Liverpool die tijdens de Champions League Finale twee kapitale blunders maakte, maar ik herken het fenomeen van‘fout op fout’ wel. Zo stond ik onlangs bij de opname van een mooi programma achter camera 1 en mijn opdracht was het in beeld nemen van de presentator. Vaak is dit niet de spannendste camera, maar het moet wel altijd goed zijn. Bij elke knik, blik of vraag moet de regisseur blind naar dat beeld kunnen schakelen. In zekere zin en met een beetje fantasie zou je mijn rol op dat moment kunnen vergelijken met die van een keeper in het voetbal. 
Ik had een keurig ruim mediumshot. Mij kon niets gebeuren. Tot de presentator opeens begon over voorwerpen die naast hem lagen. Om ze in beeld te nemen moest ik mijn shot wijder maken, maar ik deed het precies op het moment waarop de regisseur mijn camera schakelde. Dat had ik kunnen weten. Toch zoomde ik veel te wild, in plaats van rustig en netjes. Een voorspelbare kans en een hele slechte redding. In ons geval noemen we dat een ‘zip’. Het gebeurt bij mij altijd als alle collega’s toevallig net tegelijk even hun extern-knopje indrukken en dus direct zien dat ik sta te knoeien. Ik zag een paar blikken van: ‘Wat doe jij nou?’
Daar hoeft een regisseur verder helemaal niets meer over te zeggen. Net als in het voetbal wist ik heus wel dat het prutswerk was. Van mij mag je beter verwachten. Ik baalde van mezelf, maar ook dat moet je nooit doen. Het programma gaat door. Iedereen moet zich zo snel mogelijk herpakken, maar ik ben een slechte topsporter. Als ik Max Verstappen was zou ik zeker een tweede keer op exact hetzelfde punt tegen de vangrails klappen. Vaak denk ik niet goed na, maar áls ik ga nadenken is dat niet altijd beter.
De attributen die de presentator had getoond hoorden namelijk bij een gast die zou binnenkomen, alleen duurde de aankondiging net twee zinnen langer dan ik verwachtte. Bovendien stond ik nog te balen van mijn eerste dwaling. Hierdoor maakte ik veel te vroeg ruimte aan de rechterkant van het shot. Het leverde een compositie op die je zelfs op slechte vakantiekiekjes niet vaak ziet. Een totaal verkeerde kijkrichting voor de presentator en een half leeg kader. Amateurbeelden! Toen ik vervolgens besloot om deze misser weer snel te herstellen, zodat het in de montage misschien nog opgelapt kon worden met een wijd totaal van camera 3, stapte de gast uiteraard vrolijk het kader binnen. Het is dat we in een kasteel draaiden en ik niet door de metersdikke vloer kon zakken, anders had ik het met camera en al gedaan.
Zulke uitglijders negeren of ontkennen heeft geen enkele zin, want alleen al in de regiewagen hebben tien personen het gezien. Als het gebeurt tijdens een ENG-opname komen ze het altijd tegen bij het spotten of in de montage. Het is zeker niet chique om het bij iemand anders in de schoenen te schuiven, zoals in dit geval bij de regisseur of de schakeltechnicus. Dit zijn ook geen flaters waarvan je nog iets kan leren of waar je later sterker van wordt. Gelukkig heeft iedereen zo zijn momentjes van zwakte. Ik geef het daarom graag toe en zeg gelijk: ‘Sorry’. Fouten maken is menselijk. Heb medelijden met die arme keeper van Liverpool zie zijn blunders maakte voor het oog van de hele wereld en met de cameraman van camera 1 die -volkomen terecht- keihard werd uitgelachen door zijn collega’s. 

Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 375, de uitgave van juni 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.







woensdag 20 juni 2018

Pinkpop 2018




Ik vind dit een geweldige foto. Hij is afgelopen zondag gemaakt op mainstage bij Pinkpop. Het was achttien minuten over zes, tijdens het optreden van Di-Rect. Denilson heeft deze plaat voor mij gemaakt. Op basis van deze foto verdient deze vriendelijke assistent, wat mij betreft, direct een plek in de volgende cameraopleiding van United. Maar wie ben ik?  
De heerlijke kiek is genomen met mijn Canon G7X Mark II. Ik heb die kleine compact camera altijd op zak, omdat je er mooiere foto’s mee kan maken dan met een telefoon. Kijk maar! De lens is van een hoger niveau en je kan meer functies zelf instellen. Bovendien fotografeert dit apparaat in RAW en dus kan je de foto’s achteraf beter bewerken. Dat heb ik in dit geval ook gedaan. Ik heb de lucht zwaarder aangezet, gitarist Spike meer in het licht gezet, wat gerommeld met de kleuren en het contrast. Maar de timing en compositie zijn de belangrijkste factoren waardoor dit voor mij een bijzondere foto is. Hulde voor Denilson, die ik het cameraatje halverwege het fantastische optreden van Di-Rect heb toegeworpen. Tof dat hij even door de knieën is gezakt voor dit lage perspectief.
Ik vraag wel vaker aan een assistent om tussendoor een actiefoto te maken, maar het levert lang niet altijd iets op. Dat is ook helemaal niet erg. Niet iedere assistent vindt fotografie even leuk en meestal zijn ze druk genoeg met het werk waarvoor ze wel betaald krijgen. Gelukkig had Denilson zondag zin en tijd om een kunstzinnige actiefoto te schieten. Het leverde een aardige reeks op, maar dit vind ik met stip het beste beeld. Het is een prachtige herinnering aan een onvergetelijk weekend.
Pinkpop is al jarenlang mijn favoriete project. In drie dagen tijd registreren we met zeven camera’s een stuk of twaalf bands op het hoofdpodium. Daar zitten mindere goden tussen, maar ook wereldsterren. De afgelopen jaren stonden onder andere Bruce Springsteen, Coldplay, Green Day, The Red Hot Chilli Peppers, Rammstein, Lionel Richie, Live, Kings of Leon, Muse, Robbie Williams en Metallica voor onze lenzen. Dit jaar waren de Foo Fighters en Di-Rect mijn persoonlijke hoogtepunten. Pearl Jam was buitencategorie, maar die band mochten we niet langer dan twee keer zestig seconden filmen. Ik heb een minuut voor mijn rekening genomen en kan dus zeggen dat ik ze voor mijn camera heb gehad, maar eigenlijk telt dat niet. Het was ontzettend jammer en onbegrijpelijk dat we dit steengoede optreden niet mochten vastleggen.
Je ziet camera 2. Dit noemen wij een grote camera. Er zit een super telelens op waarmee je op grote afstand nog alle vullingen van een zanger kan tellen. Met deze lens kan je nagenoeg elke gebeurtenis in beeld vangen. Soms in een wat ruimer kader en vaak in een close shot. De camera staat op een dolly waarmee je niet alleen kan rijden, maar ook in hoogte kan variëren. Ik zal jullie verder alle technische details besparen, maar dit is voor de cameraman in kwestie een fijn apparaat en een goede positie. Je staat òp het podium, wat het gevoel geeft dat je een heel klein beetje een onderdeel van de show bent. Het publiek reageert gelijk als de cameraman zijn positie inneemt, omdat ze weten dat de volgende band dan elk moment kan beginnen. 
Di-Rect was een dankbaar bandje. Dat zie je gelijk op deze foto. Marcel, Spike en de andere mannen van deze Haagse formatie bouwden een stevig feestje. Ze zorgden ervoor dat op het podium genoeg gebeurde. Ze hadden een goede interactie met elkaar, met het publiek en met onze camera’s. Die zochten ze voortdurend op. Vandaar dat het voor mij hard werken was, maar vooral ook ultiem genieten tegelijk. Dat gevoel komt gelijk weer boven drijven als ik naar deze foto kijk. 
Dankjewel Denilson!

vrijdag 8 juni 2018

pearl jam

Waar was jij op maandag 8 juni 1992? Ik weet het heel precies. Ik was die Tweede Pinksterdag in Landgraaf, op de Draf en Renbaan. Het was druilerig weer. Met zestien graden eigenlijk te fris voor een festival. Tot overmaat van ramp kwam de regen af en toe met bakken uit de lucht. Een bliksemschicht werd door de zanger van Soundgarden verwelkomd als onderdeel van de lichtshow. 
Ik was 19, vijfentwintig kilo lichter en bovenop mijn hoofd groeide gewoon haar dat ik in model moest brengen met gel. Ik was gekleed in een wijde spijkerbroek, liep op oude afgetrapte gympen waar een mooi meisje uit de klas met merkstift ‘Kusjes Moreen’ op had geschreven. 
Ik was met Maurice. Hij kon op een of andere manier altijd aan VIP-kaartjes komen, zodat we in geval van noodweer konden schuilen tussen de Limburgse hotemetoten in het hoofdgebouw van Megaland. Thuis snorde de VHS videorecorder, want dat jaar werd Pinkpop voor het eerst rechtstreeks uitgezonden op de nationale televisie.
Veel herinneringen aan deze historische dag zijn verloren gegaan, omdat we in die tijd heel wat hersencellen wegspoelden met Brandbier en we zijn alweer 26 jaar verder. Het optreden van Rowwen Hèze kan ik me echter herinneren als de dag van gisteren. Het was de doorbraak voor de band uit America en wat heb ik hard meegebruld: “Het is een kwestie van geduld. Rustig wachten op de dag. Dat heel Holland Limburgs lult!” Zelf sprak ik helemaal geen dialect, maar ik was wél Limburger in hart en nieren. Zo chauvinistisch als de pest. Dat ik twee Pinkpoppen later al in Amsterdam zou wonen kon ik op dat moment nog niet bevroeden.
En toen kwam aan het eind van de middag of in het begin van de avond Pearl Jam. Ik kan niet zeggen dat ik op 8 augustus 1964 bij het concert van The Rolling Stones in het Kurhaus was, maar ik kan wel met droge ogen verklaren dat ik bij de legendarische doorbraak van Pearl Jam in Nederland was. Niet dat ik vooraan stond hoor. Wij stonden ergens halverwege het veld. Gedurende het concert hebben we ons langzaam iets naar voren geduwd, maar toen Eddie Vedder zijn historische stagedive van de cameracrane maakte stond ik zeker vijftig of misschien wel honderd meter verderop. Ook op die plek voelden we dat de vonken er vanaf spatten. Dit was een historische gebeurtenis, zoals je ze niet vaak mee maakt in je leven. Zo'n concert heb ik daarna ook nooit meer gezien. Pearl Jam maakte ons helemaal gek. Eddie Vedder die op de cameracrane klom en als een zwemmer in het publiek dook is terecht het meest memorabele Pinkpopmoment allertijden, maar hun optreden was meer. Veel meer. Passie en vuur.
Ik kende toen eigenlijk alleen het nummer Alive en dat is nog steeds mijn favoriete Pearl Jam song. Als dit nummer voorbij komt moet de radio hard en wanneer het in de auto gebeurt ga ik zeker te hard rijden. Maar àlles wat ze speelden was geweldig. Ze sloten af met Rockin’ in a Free Worlden. Dat nummer bezorgde mij kippenvel. Ik wist toen helemaal niet dat het eigenlijk een nummer van Neil Young was. Dat ontdekte ik pas later. Voor mij was dit nummer op dat moment, in mijn Limburgse leventje, echt een statement. Keep on Rockin’ in a Free World. Dat wilde ik! En dat ging ik doen…
Ik wist al langer dat ik cameraman wilde worden, maar op die dag, daar midden op het festivalterrein, besloot ik dat ik Pinkpopcameraman zou worden. Tegen mijn vriend Maurice zei ik dat ik ooit met een camera op het grote Pinkpoppodium zou lopen. Maurice vond alles prima en lachte.  

(tekst gaat verder onder de foto)




In 2000 was Pearl Jam voor de tweede keer op Pinkpop. Inmiddels was ik cameraman en werkte ik onder andere voor Studio Sport aan een documentaire over Pieter van den Hoogenband, die later dat jaar tijdens de Olympische Spelen in Sidney de sterren van de hemel zou zwemmen. We wisten dat Pieter een groot fan was van Pearl Jam. Om ook eens beelden buiten het zwembad te kunnen maken hadden we kaartjes voor Pinkpop geregeld. 
Toen we op maandag 12 juni in alle vroegte bij Pieter in Geldrop voor de deur stonden bleek dat hij zich gruwelijk had verslapen. Hij wilde in eerste instantie niet meer mee, maar ik denk dat hij er achteraf geen spijt van heeft dat hij toch is ingestapt. 
Op het festivalterrein mochten wij officieel niet filmen, maar officieus hadden we toestemming om een paar beelden van Pieter te maken die tussen het publiek genoot van zijn favoriete band. Voor die tijd werd de sympathieke zwemmer echter op een of andere manier uitgenodigd in het backstage gedeelte en werd hij opeens meegenomen voor een meet & greetmet Eddie Vedder. Die bleek een groot zwemliefhebber en wist wie Pieter was. De ontmoeting was zo leuk dat de zanger van Pearl Jam hem uitnodigde om tijdens het optreden op het podium te komen kijken. 
Pieter wist dat wij daar nooit mochten filmen, maar voor hem was dit de kans van zijn leven. Dus kwam hij ons met lood in de schoenen uitleggen wat hem was overkomen. Wij konden hem dit natuurlijk niet ontzeggen, maar we wisten wel gelijk dat daarmee onze missie voor die dag mislukt was. Toch deed ik tijdens het optreden van Pearl Jam nog een verwoede poging om met een kleine handycam vanuit het publiek een shot te maken van Pieter die aan de zijkant van het podium stond te kijken. Dat was een kansloze missie. In al het ge-pogo kon ik geen steady shot maken. Niet eens een mooi totaal, laat staan een herkenbaar beeld van onze hoofdpersoon. Daarom ging ik steeds verder naar voren, maar dat bleek niet zo verstandig. Op een gegeven moment werd ik door een heel grote uitsmijter in mijn nekvel gegrepen. Twee of drie beveiligers trokken me over de Mojobarriers en wilden vervolgens mijn camera afpakken. Fotograferen en filmen was natuurlijk ten strengste verboden. Met knikkende knieën werd ik afgevoerd. Ik sputterde nog wat tegen, maar had absoluut geen goed verhaal. Het had me niet verbaasd als de heren mij hardhandig van het Pinkpopterrein hadden geschopt, maar uiteindelijk leverden ze me af bij een PortaCabin waar een grote bruine vlag naast de deur hing met daarop de tekst: ‘De koffie is klaar!’ En die vlag kende ik.
Die vlag herkende ik van de Nederlandse Dansdagen in Maastricht, waar ik al een paar keer had gedraaid voor de NPS. Deze vlag was van misschien wel de allerleukste producers van Hilversum. Die hingen zij altijd op bij de deur van hun tijdelijke productiekantoor. Ik werd door de beveiliging van Pinkpop afgeleverd bij niemand minder dan televisieproducer Iet Hagen, die mij met grote ogen aankeek en vroeg: ‘Wat doe jij hier?’ 
Ik stamelde en probeerde uit te leggen wat er gebeurt was. Vanuit een ooghoek zag ik op een grote monitor het optreden van Pearl Jam en onscherp in de achtergrond stond onze Pieter van den Hoogenband. De geweldige producer sprak mij  streng toe, zei tegen de beveiliger dat ze het verder wel zou afhandelen en toen die vertrokken was begon ze keihard te lachen. Ik weet niet zeker of ze ook nog een opmerking maakte over een zwarte joggingbroek, die ze tijdens de dansdagen nog eens voor mij geregeld had, maar ik vrees het wel. Dat is overigens een heel ander verhaal en te lang om nu uit te leggen. 
Ons avontuur op Pinkpop heeft de montage van de documentaire over Pieter van den Hoogenband in ieder geval nooit gehaald, maar voor onze hoofdpersoon was het een topdag. Na de Olympische Spelen heeft hij zelfs nog een gesigneerde gitaar van Pearl Jam toegestuurd gekregen, omdat ze zo hadden genoten van zijn zwemprestaties in Sidney. Ik werd twee jaar later gevraagd door Iet Hagen of ik op Pinkpop wilde komen filmen voor de NPS. Inmiddels zijn we samen veertien edities verder. Ieder jaar stuur ik mijn vriendje Maurice een berichtje met de mededeling dat ik weer op dat podium sta.

(tekst gaat verder onder de foto)



Begin mei filmde ik een voetbalwedstrijd van PSV. Pieter zat op de tribune. Hij had mij eerder gespot dan ik hem. Uiteindelijk zwaaiden we even, zoals we elkaar altijd enthousiast begroeten. Ik probeerde nog te vragen of hij ook weer naar Pinkpop gaat, maar door de afstand en de herrie in het stadion begreep hij me niet helemaal. Ik zou het tof vinden om de oud zwemkampioen daar te treffen en ik zou het helemaal geweldig vinden als ik de volgende week op het podium mag staan tijdens het concert van Pearl Jam. Wie weet…


dinsdag 5 juni 2018

DBA / ZZP update

Op maandag 4 juni was ik in Den Haag bij een informeel gesprek met minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Snel van Financiën. Het ging over de wet DBA en vooral over de opvolging daarvan. In de voormalige Caballerofabriek waren negen ZZP’ers en elf opdrachtgevers uitgenodigd om met de twee bewindslieden van gedachten te wisselen over praktische problemen, punten van zorg en mogelijke oplossingen met betrekking tot dit ingewikkelde dossier.
Ik moet zeggen dat het een buitengewoon aangename bijeenkomst was. Twee uur lang hebben we open en eerlijk met elkaar gesproken. De minister en staatssecretaris stelden kritische vragen, hebben goed geluisterd en openhartig meegedacht. De ZZP’ers waren stuk voor stuk serieuze zelfstandigen, die allemaal bewust hebben gekozen voor deze manier van leven en werken. Zo bleek bij een rondvraag dat deze freelancers niet iets anders gaan doen als bij wijze van spreken de zelfstandigenaftrek sneuvelt. De vrijheid van werken zonder directe baas en waarbij je zelf kan bepalen welke projecten je aanneemt, tegen welke tarieven en onder welke omstandigheden wegen veel zwaarder. Deze mensen willen zelf bepalen hoe ze een oudedagsvoorziening opbouwen en wat ze regelen voor een onverhoopte arbeidsongeschiktheid. Ze nemen bewust het risico dat ze geen WW krijgen als er op een dag even geen werk meer voor ze is.
Ze willen alleen allemaal heel graag duidelijkheid. De overheid moet snel komen met regels en heldere afspraken zodat ZZP’ers en hun opdrachtgevers weten waar zij aan toe zijn. Nu doet iedereen maar wat en hangt er nog steeds een zwaard van Damocles boven de markt. Niemand weet precies wat de belastingdienst accepteert en wat niet. Wat is schijnzelfstandigheid en wat niet? Op basis van de huidige regels (die nu niet gehandhaafd worden) durven veel opdrachtgevers geen beleid te maken. Er moet iets gebeuren, maar wat?
Uit het gesprek met de twee bewindslieden bleek maar weer eens hoe ontzettend lastig het is om goede kaders te scheppen voor de groeiende groep kleine zelfstandigen. Aan de onderkant moet je mensen, die niet geheel vrijwillig voor een bestaan als ZZP’er kiezen, wellicht beschermen en aan de andere kant is een wildgroei niet wenselijk. Er moet eigenlijk een goede balans zijn tussen het vaste dienstverband en het aantal zelfstandigen die kiezen voor minder zekerheid en een bepaalde mate van vrijheid. Maar lang niet alle zelfstandigen hebben hun zaakjes netjes voor elkaar en dat leidt weer tot oneerlijke concurrentie. Sommige opdrachtgevers huren ZZP’ers in tegen tarieven die zo laag zijn dat je gerust kan aannemen dat de betreffende zelfstandigen geen arbeidsongeschiktheids-verzekering, bedrijfsrisicopolis of oudedagvoorziening kunnen betalen. 
Het grootste probleem op dit moment is dat er geen sluitende definitie te maken is van de ZZP’er. Er zijn nogal wat verschillende soorten en maten freelancers ontstaan in de afgelopen jaren. Van post- of maaltijdbezorgers, via cameramensen naar ICT-ers die soms wel een paar jaar aan een bepaald project werken. De tarieven die ZZP’ers rekenen lopen enorm uiteen. 
Aan het eind van het gesprek met de minister en de staatssecretaris was dan ook de conclusie dat de oplossing jammer genoeg niet voor het oprapen ligt. Het zal nog wel even duren voor er een nieuwe wet is en het is nog maar de vraag of er uiteindelijk regels komen waar iedereen mee kan leven. Dit dossier is voorlopig nog een zorgenkindje voor de regering, hoewel volgens mij het basisidee, zoals beschreven in het regeerakkoord, zo gek nog niet is. Maak een onderscheid tussen drie groepen. Iedereen die minder verdient dan 18 of 20 euro per uur kan geen echte zelfstandige zijn. Mensen die meer dan 70 euro per uur verdienen mag je in principe lekker hun gang laten gaan. En dan blijft er een grote middengroep over, waarbij je op een of andere manier moet vaststellen of ze echt zelfstandig ondernemer zijn… of niet. 
Ik kan wel een paar criteria bedenken:

-       heeft een tarief dat hoger is dan 20 euro per uur
-       is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
-       betaalt netjes de verplichte belastingen 
-       is in het bezit van een bedrijfsrisicoverzekering
-       heeft zelf aantoonbaar iets geregeld voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid
-       heeft zelf aantoonbaar iets geregeld voor pensioen
-       heeft meer dan drie verschillende opdrachtgevers per jaar  
-       werkt niet meer dan 70 procent voor één opdrachtgever
-       heeft een zakelijke website / doet aan acquisitie
-       doet (kleine) zakelijke investeringen 
-       maakt geen aanspraak op WW

Dit kan je jaarlijks checken doormiddel van een computermodel. Degene die aan alle voorwaarden voldoet krijgt een soort VAR 2.0. Twijfelgevallen worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Wie bijvoorbeeld verhoudingsgewijs teveel belasting moet betalen heeft zijn aftrekposten (pensioen en arbeidsongeschiktheid) niet op orde. 
Het enige waar je dan nog iets op moet verzinnen is het zogenaamd ‘goede opdrachtgeverschap’. Hoe zorg je ervoor dat opdrachtgevers zich bewust zijn en blijven van het feit dat je ZZP’ers op een fatsoenlijke wijze moet betalen. Je kan namelijk niet verwachten dat de kleine zelfstandige aan steeds meer (veiligheids)eisen en regels voldoet, maar deze daar tegelijkertijd niet voor belonen. Wie daar iets op weet mag het zeggen.

Ik ben in ieder geval blij dat ik aan dit positieve kringgesprek met minister Koolmees en staatssecretaris Snel mocht deelnemen en hoop dat hier binnenkort ook nog een vervolg op komt. Ik denk namelijk graag met ze mee.