vrijdag 8 juni 2018

pearl jam

Waar was jij op maandag 8 juni 1992? Ik weet het heel precies. Ik was die Tweede Pinksterdag in Landgraaf, op de Draf en Renbaan. Het was druilerig weer. Met zestien graden eigenlijk te fris voor een festival. Tot overmaat van ramp kwam de regen af en toe met bakken uit de lucht. Een bliksemschicht werd door de zanger van Soundgarden verwelkomd als onderdeel van de lichtshow. 
Ik was 19, vijfentwintig kilo lichter en bovenop mijn hoofd groeide gewoon haar dat ik in model moest brengen met gel. Ik was gekleed in een wijde spijkerbroek, liep op oude afgetrapte gympen waar een mooi meisje uit de klas met merkstift ‘Kusjes Moreen’ op had geschreven. 
Ik was met Maurice. Hij kon op een of andere manier altijd aan VIP-kaartjes komen, zodat we in geval van noodweer konden schuilen tussen de Limburgse hotemetoten in het hoofdgebouw van Megaland. Thuis snorde de VHS videorecorder, want dat jaar werd Pinkpop voor het eerst rechtstreeks uitgezonden op de nationale televisie.
Veel herinneringen aan deze historische dag zijn verloren gegaan, omdat we in die tijd heel wat hersencellen wegspoelden met Brandbier en we zijn alweer 26 jaar verder. Het optreden van Rowwen Hèze kan ik me echter herinneren als de dag van gisteren. Het was de doorbraak voor de band uit America en wat heb ik hard meegebruld: “Het is een kwestie van geduld. Rustig wachten op de dag. Dat heel Holland Limburgs lult!” Zelf sprak ik helemaal geen dialect, maar ik was wél Limburger in hart en nieren. Zo chauvinistisch als de pest. Dat ik twee Pinkpoppen later al in Amsterdam zou wonen kon ik op dat moment nog niet bevroeden.
En toen kwam aan het eind van de middag of in het begin van de avond Pearl Jam. Ik kan niet zeggen dat ik op 8 augustus 1964 bij het concert van The Rolling Stones in het Kurhaus was, maar ik kan wel met droge ogen verklaren dat ik bij de legendarische doorbraak van Pearl Jam in Nederland was. Niet dat ik vooraan stond hoor. Wij stonden ergens halverwege het veld. Gedurende het concert hebben we ons langzaam iets naar voren geduwd, maar toen Eddie Vedder zijn historische stagedive van de cameracrane maakte stond ik zeker vijftig of misschien wel honderd meter verderop. Ook op die plek voelden we dat de vonken er vanaf spatten. Dit was een historische gebeurtenis, zoals je ze niet vaak mee maakt in je leven. Zo'n concert heb ik daarna ook nooit meer gezien. Pearl Jam maakte ons helemaal gek. Eddie Vedder die op de cameracrane klom en als een zwemmer in het publiek dook is terecht het meest memorabele Pinkpopmoment allertijden, maar hun optreden was meer. Veel meer. Passie en vuur.
Ik kende toen eigenlijk alleen het nummer Alive en dat is nog steeds mijn favoriete Pearl Jam song. Als dit nummer voorbij komt moet de radio hard en wanneer het in de auto gebeurt ga ik zeker te hard rijden. Maar àlles wat ze speelden was geweldig. Ze sloten af met Rockin’ in a Free Worlden. Dat nummer bezorgde mij kippenvel. Ik wist toen helemaal niet dat het eigenlijk een nummer van Neil Young was. Dat ontdekte ik pas later. Voor mij was dit nummer op dat moment, in mijn Limburgse leventje, echt een statement. Keep on Rockin’ in a Free World. Dat wilde ik! En dat ging ik doen…
Ik wist al langer dat ik cameraman wilde worden, maar op die dag, daar midden op het festivalterrein, besloot ik dat ik Pinkpopcameraman zou worden. Tegen mijn vriend Maurice zei ik dat ik ooit met een camera op het grote Pinkpoppodium zou lopen. Maurice vond alles prima en lachte.  

(tekst gaat verder onder de foto)




In 2000 was Pearl Jam voor de tweede keer op Pinkpop. Inmiddels was ik cameraman en werkte ik onder andere voor Studio Sport aan een documentaire over Pieter van den Hoogenband, die later dat jaar tijdens de Olympische Spelen in Sidney de sterren van de hemel zou zwemmen. We wisten dat Pieter een groot fan was van Pearl Jam. Om ook eens beelden buiten het zwembad te kunnen maken hadden we kaartjes voor Pinkpop geregeld. 
Toen we op maandag 12 juni in alle vroegte bij Pieter in Geldrop voor de deur stonden bleek dat hij zich gruwelijk had verslapen. Hij wilde in eerste instantie niet meer mee, maar ik denk dat hij er achteraf geen spijt van heeft dat hij toch is ingestapt. 
Op het festivalterrein mochten wij officieel niet filmen, maar officieus hadden we toestemming om een paar beelden van Pieter te maken die tussen het publiek genoot van zijn favoriete band. Voor die tijd werd de sympathieke zwemmer echter op een of andere manier uitgenodigd in het backstage gedeelte en werd hij opeens meegenomen voor een meet & greetmet Eddie Vedder. Die bleek een groot zwemliefhebber en wist wie Pieter was. De ontmoeting was zo leuk dat de zanger van Pearl Jam hem uitnodigde om tijdens het optreden op het podium te komen kijken. 
Pieter wist dat wij daar nooit mochten filmen, maar voor hem was dit de kans van zijn leven. Dus kwam hij ons met lood in de schoenen uitleggen wat hem was overkomen. Wij konden hem dit natuurlijk niet ontzeggen, maar we wisten wel gelijk dat daarmee onze missie voor die dag mislukt was. Toch deed ik tijdens het optreden van Pearl Jam nog een verwoede poging om met een kleine handycam vanuit het publiek een shot te maken van Pieter die aan de zijkant van het podium stond te kijken. Dat was een kansloze missie. In al het ge-pogo kon ik geen steady shot maken. Niet eens een mooi totaal, laat staan een herkenbaar beeld van onze hoofdpersoon. Daarom ging ik steeds verder naar voren, maar dat bleek niet zo verstandig. Op een gegeven moment werd ik door een heel grote uitsmijter in mijn nekvel gegrepen. Twee of drie beveiligers trokken me over de Mojobarriers en wilden vervolgens mijn camera afpakken. Fotograferen en filmen was natuurlijk ten strengste verboden. Met knikkende knieën werd ik afgevoerd. Ik sputterde nog wat tegen, maar had absoluut geen goed verhaal. Het had me niet verbaasd als de heren mij hardhandig van het Pinkpopterrein hadden geschopt, maar uiteindelijk leverden ze me af bij een PortaCabin waar een grote bruine vlag naast de deur hing met daarop de tekst: ‘De koffie is klaar!’ En die vlag kende ik.
Die vlag herkende ik van de Nederlandse Dansdagen in Maastricht, waar ik al een paar keer had gedraaid voor de NPS. Deze vlag was van misschien wel de allerleukste producers van Hilversum. Die hingen zij altijd op bij de deur van hun tijdelijke productiekantoor. Ik werd door de beveiliging van Pinkpop afgeleverd bij niemand minder dan televisieproducer Iet Hagen, die mij met grote ogen aankeek en vroeg: ‘Wat doe jij hier?’ 
Ik stamelde en probeerde uit te leggen wat er gebeurt was. Vanuit een ooghoek zag ik op een grote monitor het optreden van Pearl Jam en onscherp in de achtergrond stond onze Pieter van den Hoogenband. De geweldige producer sprak mij  streng toe, zei tegen de beveiliger dat ze het verder wel zou afhandelen en toen die vertrokken was begon ze keihard te lachen. Ik weet niet zeker of ze ook nog een opmerking maakte over een zwarte joggingbroek, die ze tijdens de dansdagen nog eens voor mij geregeld had, maar ik vrees het wel. Dat is overigens een heel ander verhaal en te lang om nu uit te leggen. 
Ons avontuur op Pinkpop heeft de montage van de documentaire over Pieter van den Hoogenband in ieder geval nooit gehaald, maar voor onze hoofdpersoon was het een topdag. Na de Olympische Spelen heeft hij zelfs nog een gesigneerde gitaar van Pearl Jam toegestuurd gekregen, omdat ze zo hadden genoten van zijn zwemprestaties in Sidney. Ik werd twee jaar later gevraagd door Iet Hagen of ik op Pinkpop wilde komen filmen voor de NPS. Inmiddels zijn we samen veertien edities verder. Ieder jaar stuur ik mijn vriendje Maurice een berichtje met de mededeling dat ik weer op dat podium sta.

(tekst gaat verder onder de foto)



Begin mei filmde ik een voetbalwedstrijd van PSV. Pieter zat op de tribune. Hij had mij eerder gespot dan ik hem. Uiteindelijk zwaaiden we even, zoals we elkaar altijd enthousiast begroeten. Ik probeerde nog te vragen of hij ook weer naar Pinkpop gaat, maar door de afstand en de herrie in het stadion begreep hij me niet helemaal. Ik zou het tof vinden om de oud zwemkampioen daar te treffen en ik zou het helemaal geweldig vinden als ik de volgende week op het podium mag staan tijdens het concert van Pearl Jam. Wie weet…


dinsdag 5 juni 2018

DBA / ZZP update

Op maandag 4 juni was ik in Den Haag bij een informeel gesprek met minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Snel van Financiën. Het ging over de wet DBA en vooral over de opvolging daarvan. In de voormalige Caballerofabriek waren negen ZZP’ers en elf opdrachtgevers uitgenodigd om met de twee bewindslieden van gedachten te wisselen over praktische problemen, punten van zorg en mogelijke oplossingen met betrekking tot dit ingewikkelde dossier.
Ik moet zeggen dat het een buitengewoon aangename bijeenkomst was. Twee uur lang hebben we open en eerlijk met elkaar gesproken. De minister en staatssecretaris stelden kritische vragen, hebben goed geluisterd en openhartig meegedacht. De ZZP’ers waren stuk voor stuk serieuze zelfstandigen, die allemaal bewust hebben gekozen voor deze manier van leven en werken. Zo bleek bij een rondvraag dat deze freelancers niet iets anders gaan doen als bij wijze van spreken de zelfstandigenaftrek sneuvelt. De vrijheid van werken zonder directe baas en waarbij je zelf kan bepalen welke projecten je aanneemt, tegen welke tarieven en onder welke omstandigheden wegen veel zwaarder. Deze mensen willen zelf bepalen hoe ze een oudedagsvoorziening opbouwen en wat ze regelen voor een onverhoopte arbeidsongeschiktheid. Ze nemen bewust het risico dat ze geen WW krijgen als er op een dag even geen werk meer voor ze is.
Ze willen alleen allemaal heel graag duidelijkheid. De overheid moet snel komen met regels en heldere afspraken zodat ZZP’ers en hun opdrachtgevers weten waar zij aan toe zijn. Nu doet iedereen maar wat en hangt er nog steeds een zwaard van Damocles boven de markt. Niemand weet precies wat de belastingdienst accepteert en wat niet. Wat is schijnzelfstandigheid en wat niet? Op basis van de huidige regels (die nu niet gehandhaafd worden) durven veel opdrachtgevers geen beleid te maken. Er moet iets gebeuren, maar wat?
Uit het gesprek met de twee bewindslieden bleek maar weer eens hoe ontzettend lastig het is om goede kaders te scheppen voor de groeiende groep kleine zelfstandigen. Aan de onderkant moet je mensen, die niet geheel vrijwillig voor een bestaan als ZZP’er kiezen, wellicht beschermen en aan de andere kant is een wildgroei niet wenselijk. Er moet eigenlijk een goede balans zijn tussen het vaste dienstverband en het aantal zelfstandigen die kiezen voor minder zekerheid en een bepaalde mate van vrijheid. Maar lang niet alle zelfstandigen hebben hun zaakjes netjes voor elkaar en dat leidt weer tot oneerlijke concurrentie. Sommige opdrachtgevers huren ZZP’ers in tegen tarieven die zo laag zijn dat je gerust kan aannemen dat de betreffende zelfstandigen geen arbeidsongeschiktheids-verzekering, bedrijfsrisicopolis of oudedagvoorziening kunnen betalen. 
Het grootste probleem op dit moment is dat er geen sluitende definitie te maken is van de ZZP’er. Er zijn nogal wat verschillende soorten en maten freelancers ontstaan in de afgelopen jaren. Van post- of maaltijdbezorgers, via cameramensen naar ICT-ers die soms wel een paar jaar aan een bepaald project werken. De tarieven die ZZP’ers rekenen lopen enorm uiteen. 
Aan het eind van het gesprek met de minister en de staatssecretaris was dan ook de conclusie dat de oplossing jammer genoeg niet voor het oprapen ligt. Het zal nog wel even duren voor er een nieuwe wet is en het is nog maar de vraag of er uiteindelijk regels komen waar iedereen mee kan leven. Dit dossier is voorlopig nog een zorgenkindje voor de regering, hoewel volgens mij het basisidee, zoals beschreven in het regeerakkoord, zo gek nog niet is. Maak een onderscheid tussen drie groepen. Iedereen die minder verdient dan 18 of 20 euro per uur kan geen echte zelfstandige zijn. Mensen die meer dan 70 euro per uur verdienen mag je in principe lekker hun gang laten gaan. En dan blijft er een grote middengroep over, waarbij je op een of andere manier moet vaststellen of ze echt zelfstandig ondernemer zijn… of niet. 
Ik kan wel een paar criteria bedenken:

-       heeft een tarief dat hoger is dan 20 euro per uur
-       is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
-       betaalt netjes de verplichte belastingen 
-       is in het bezit van een bedrijfsrisicoverzekering
-       heeft zelf aantoonbaar iets geregeld voor onverhoopte arbeidsongeschiktheid
-       heeft zelf aantoonbaar iets geregeld voor pensioen
-       heeft meer dan drie verschillende opdrachtgevers per jaar  
-       werkt niet meer dan 70 procent voor één opdrachtgever
-       heeft een zakelijke website / doet aan acquisitie
-       doet (kleine) zakelijke investeringen 
-       maakt geen aanspraak op WW

Dit kan je jaarlijks checken doormiddel van een computermodel. Degene die aan alle voorwaarden voldoet krijgt een soort VAR 2.0. Twijfelgevallen worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Wie bijvoorbeeld verhoudingsgewijs teveel belasting moet betalen heeft zijn aftrekposten (pensioen en arbeidsongeschiktheid) niet op orde. 
Het enige waar je dan nog iets op moet verzinnen is het zogenaamd ‘goede opdrachtgeverschap’. Hoe zorg je ervoor dat opdrachtgevers zich bewust zijn en blijven van het feit dat je ZZP’ers op een fatsoenlijke wijze moet betalen. Je kan namelijk niet verwachten dat de kleine zelfstandige aan steeds meer (veiligheids)eisen en regels voldoet, maar deze daar tegelijkertijd niet voor belonen. Wie daar iets op weet mag het zeggen.

Ik ben in ieder geval blij dat ik aan dit positieve kringgesprek met minister Koolmees en staatssecretaris Snel mocht deelnemen en hoop dat hier binnenkort ook nog een vervolg op komt. Ik denk namelijk graag met ze mee.




vrijdag 1 juni 2018

freelancers aller landen, verenigt u!


Net nadat ik deze week had uitgesproken dat ik op mijn weblog niet zo nodig nog een soort van ‘vakbondsvertegenwoordiger’ wil uithangen, die zich druk maakt over tarieven of arbeidsomstandigheden in Omroepland en ik me veel liever wil beperken tot positieve verhalen over ons mooie vak, ontving ik een interessante mail van een collega cameraman uit Denemarken. Leest u even mee:

Beste freelancer in de televisie- en filmindustrie,

Onlangs zijn de freelancers die werken in de televisie business in Denemarken in conflict geraakt met de Deense nationale zender DR (Denmarks Radio). DR wil vaste tarieven opleggen aan hun freelancers, waar ze zwaar op leunen. Sinds 1 januari 2018 hebben deze freelancers ‘nee’ gezegd tegen opdrachten die zijn aangeboden. Daarop werkte DR in februari met een Nederlandse crew tijdens het Deense songfestival en een songfestival voor kinderen. In mei hielp een Zweedse crew DR uit de brand tijdens de 50everjaardag van de Kroonprins.
De Deense freelancers hebben geen problemen met mensen die in Denemarken komen werken, maar ze willen wel graag dat die zich bewust zijn van het lopende conflict. Als DR er in slaagt om de prijzen op te leggen is dit wellicht ook een voorbeeld voor omroepen in andere landen. Het probleem verspreidt zich nu al naar de productiebedrijven in Denemarken. Dialoog in de industrie, tussen collega’s uit verschillende landen, is misschien de sleutel om dit proces te stoppen.
Help ons alsjeblieft in deze strijd en misschien kunnen we op een dag de gunst terug geven. Aarzel niet om dit verhaal te delen.

Met vriendelijke groet,
Kristian Appel

In Denemarken zijn er officiële vakbonden, maar die hebben net als in onze Nederlandse branche weinig of geen macht. De cameramensen die daar de grote shows doen hebben tot nu toe een redelijk salaris weten te behouden, omdat ze regelmatig samenwerken en elkaar informeren. Ze hebben daar een vereniging voor freelancers opgezet waarvoor deelnemers veertig euro per jaar betalen. Inmiddels zijn er 130 leden en het aantal stijgt nog steeds. In een redelijk beschermde omgeving wisselen zij informatie over tarieven met elkaar uit. 
Het dagtarief voor een cameraman in Denemarken ligt overigens een stuk hoger dan hier in Nederland, maar je kan dat niet helemaal met elkaar vergelijken, want de belastingen in Denemarken zijn hoger. Ik weet niet precies hoe het daar voor freelancers geregeld is op het gebied van (arbeidsongeschiktheids)verzekeringen en pensioen. Wel grappig is dat zij hun tarief baseren op acht uur werken per dag en niet op tien uur zoals wij. Voor het negende en tiende uur rekenen zij 150% en vanaf elf uur is het in Denemarken 200%. Het kan dus aantrekkelijk zijn voor Nederlandse cameramensen om een klus in Denemarken aan te nemen, maar echt chique is het niet om zo de actie van Deense collega’s te ondermijnen. Ik neem aan dat de collega’s die in februari in Denemarken waren dit niet wisten. 

Ik vind het interessant om te lezen hoe het in Denemarken is geregeld en zie wel overeenkomsten met de markt voor camera- en geluidsmensen in Nederland. Mijn Deense collega stelde voor om een Facebookgroep te starten voor de broadcast-industrie in Europa met een paar beheerders van elk land. Dat lijkt mij best interessant, want hoe is het voor freelance cameramensen in Duitsland geregeld, in Engeland of in Zweden en wat kunnen we van elkaar leren? Alleen ga ik het niet organiseren. Vrijwilligers mogen zich melden en ik zal ze graag in contact brengen met mijn nieuwe Deense vriend. Zelf wil ik echt veel liever stukjes schrijven over passie en liefde voor het vak, de doldwaze avonturen van een cameraman of over leuke collega’s die een dikke vette veer in hun bibs verdienen, maar ik vond ook dat ik het bericht van mijn Deense collega niet mocht negeren.



vrijdag 11 mei 2018

sorry hoor

Het spijt me. Mijn nederige excuses. Stom van me. Pardon. Ietwat onhandig. Had ik niet moeten doen. Een grove inschattingsfout. Ik lette namelijk even niet op. Bedoelde het niet kwaad. Het was een beetje, hoe zei Maxima dat ookalweer, een beetje... dom. Slordig, op zijn zachtst gezegd. Ik geef het direct toe, knulligheid ten top. Respectloos mijnerzijds. Waarvoor mijn welgemeende verontschuldigingen. Ik steek de hand geheel in eigen boezem. Neem het me alstublieft niet kwalijk. Vergeef mij.
Nee, ja... echt. Sorry, sorry, sorry. 
Ik ga diep door het stof. Gelijk heeft u. Hier kan ik helemaal niets tegenin brengen. Echt niet. Ook dat spijt me. Geen uitvluchten, smoezen of ge-ja-maar. Ik neem de schuld volledig op me. Hoe kan ik het goed maken? Het moet voor u, uw vriendin en tweede leg vreselijk zijn, op deze vroege ochtend. Ik bezorg u zomaar een nare ervaring en dat had ik nooit, maar dan ook nooit mogen doen. Vanzelfsprekend begrijp ik dat u boos bent. Ga gerust nog even uit uw dak. Oh, ik zie een cabrio. Ga dan maar uit uw plaat. Terecht. Scheld me gewoon even uit, ik heb er zelf om gevraagd. Toe maar. Ja, toe maar. Ik kan het hebben.
De boodschap is overigens duidelijk. En nogmaals, ik beken. Het was niet slim en behoorlijk gemakszuchtig van me om mijn auto hier even voor deze automaat te parkeren, toen ik een broodje bij de pomp ging halen. Het spijt me werkelijk vreselijk dat u een paar minuten moest wachten voor u uw bandenspanning kon controleren.

Het is wel weer bijzonder dat ik door mijn onnadenkendheid op deze hemelvaartsdag, al in alle vroegte, iemand heb mogen ontmoeten die zelf kennelijk nooit een foutje maakt of iets onhandigs doet. Heel speciaal. En een fijne dag nog.


zondag 6 mei 2018

klep dicht

Met een doffe ‘boinke-boink’ slaat de laadklep zachtjes tegen de achterkant van de materiaalwagen. Die is dicht! Alle apparatuur zit er weer in. Op het tot tv-compound omgedoopte stukje parkeerterrein naast het stadion staan nog een stuk of vijftien jongens en meisjes, mannen en vrouwen die behoren tot de voetbaltroepen van ons nationaal televisieleger. Eentje veegt het zweet van zijn voorhoofd, de ander trekt een blikje cola open. 
De laatste competitiewedstrijden van de Eredivisie, Seizoen 2017/2018, zijn een uurtje geleden afgefloten. Als ik goed heb gerekend zijn er dit seizoen weer zeshonderdtwaalf wedstrijden geregistreerd voor FOX Sport en de NOS. Vandaag negen potjes tegelijk. Allemaal met minimaal zes camera’s. 
Bij elke wedstrijd wordt aan het begin van de dag een grote materiaalwagen naast het stadion uitgepakt. Dat is een aardige logistieke operatie, zeker als je het per voetbalseizoen bekijkt. Al die dure spullen op de goede plek krijgen en de juiste poppetjes erbij die het kunnen opbouwen, aansluiten, bedienen, afbreken, opruimen en inpakken. Zo worden jaarlijks honderden kilometers kabel in en om voetbalstadions uit- en weer opgerold. Karren vol met kisten rijden de stadions in. Monitoren, lampen, statieven, microfoons, lenzen en natuurlijk de camera’s. Het heeft wat te lijden tijdens veelvuldig gebruik onder alle omstandigheden. Soms gaan dingen stuk. Dan wordt het provisorisch gefikst, snel gerepareerd of helemaal vervangen, maar het is vooral een klein wonder dat er zoveel goed gaat met alle technische apparaten die met elkaar verbonden zijn.
Ik zou wel eens willen weten hoeveel materiaalwagen-laadklepbewegingen er per voetbalseizoen worden gemaakt. Hoelang houden wij met z’n allen per seizoen een vinger op de knop om die klep te laten zakken of weer te laten stijgen. Hoe vaak roept iemand de waarschuwende woorden: “Klep zakt!”
In ieder stadion waar wordt afgetrapt spelen de cameramensen, beeldtechnici, geluidsmannen, slow motion operators, schakeltechnici, titelaars, regisseurs, (eind)redacteuren, assistenten, commentatoren, verslaggevers en fieldproducers vol passie en overgave hun eigen wedstrijd. Soms in een overheerlijk zonnetje, zoals vandaag, maar ook in de stromende regen, hagel of natte sneeuw. Iedere wedstrijd biedt nieuwe kansen, unieke verhalen en heeft zijn eigen uitdagingen. Iets missen is geen optie. Je kan een onvergetelijk doelpunt of die absurde bal op de paal niet over doen, wel mooier maken door het perfect in beeld en geluid te vangen. Daarvoor zijn alle disciplines uit het televisieteam even belangrijk. De regisseur is nergens zonder zijn camera- en geluidsmensen. Die zijn vervolgens weer afhankelijk van hardwerkende assistenten en van de LSM operators. Dat zijn jongens en meisjes die hun de mooiste beelden verkopen in  herhalingen. 
Er zijn in Nederland een stuk of drie facilitaire bedrijven die de televisietechniek rond voetbalwedstrijden verzorgen. Zij leveren nagenoeg dezelfde configuratie en werken deels met dezelfde freelance huurlingen, maar toch doen ze het ieder op hun eigen manier. De logistiek is bij elke partij net even anders. Zo verschilt de inrichting van hun materiaalwagens. Kisten en haspels zijn niet overal hetzelfde, maar uiteindelijk komt het op hetzelfde neer: Een laadklep die heen en weer gaat tot hij uiteindelijk gesloten mag worden.
Boinke-boink.
Nu staat de ploeg bij elkaar. Het is klaar. Nog even de handen schudden en dan stappen ze in busjes of auto’s en gaan ze met ‘gierende banden’ via carpoolplaatsen, Hilversum of rechtstreeks naar huis. De Eredivisie is voorlopig klaar. Natuurlijk rest nog de nacompetitie en dan begint het zomerseizoen met festivals en andere mooie evenementen. 



dinsdag 1 mei 2018

YouTuber

De jeugd heeft de toekomst. Mits ze nog een keer van de bank af komen, want vooralsnog hangen ze daar het liefst de hele dag, met hun iPad op schoot. Het goede nieuws is dat ze ontzettend veel filmpjes bekijken. Het slechte nieuws is dat ze nauwelijks nog kijkcijfers genereren. Mijn dochter (8) zoekt zelfs naar Het Klokhuisop YouTube, terwijl de ZappApp van de NPO slechts één icoontje verder is. Mijn zoon (10) is nòg erger. Die kijkt hoofdzakelijk naar vloggers. De stomste filmpjes vindt meneer leuk en sinds hij weet hoeveel Enzo Knol, Ties en StukTV verdienen met hun visuele strapatsen droomt hij ook van een carrière als gevierd vlogger. Dat je daarvoor in actie moet komen is soms nog lastig te verteren, maar met een beetje dwang is hij wel te motiveren. Abonnees en ‘duimpjes omhoog’ krijg je immers niet vanzelf.
Mijn zoon zit dus niet op hockey, maar op YouTube. Ik ben geen hockeyvader, die op zaterdagmorgen langs de lijn staat te schreeuwen, maar zijn vlogcoach, cameratrainer en editoefenmeester. Samen gaan we als de brandweer. Op zijn kanaal staan al een stuk of acht video’s en hij heeft inmiddels meer dan dertig volgers. Elke avond checkt hij het aantal weergaven en de likes. Er zit een stijgende lijn in.
Ondertussen analyseer ik wat de concurrentie doet en ontdek wie-wie is op YouTube. Tegelijkertijd verbaas ik me over het beroerde camerawerk. Als ouderwetse cameraman zie ik met pijn in het hart dat het tegenwoordig niet zo veel meer uitmaakt of een shot recht, scherp of goed belicht is. Filmpjes met een bedroevende technische kwaliteit halen hoeveelheden views waar ze bij de Publieke Omroep of RTL een moord voor doen. Bibberende beelden en onverstaanbaar geluid zijn geen belemmering. Ook de inhoud van veel vlogs is niet bepaald om over naar huis te schrijven. Kwantiteit lijkt belangrijker dan creativiteit. Zolang de Wifi het blijft doen zullen de mensenkinderen kijken, klikken en liken
Uiteraard is het niet alleen maar rommel op de populaire videosite. Als je even zoekt kom je wonderschone filmpjes tegen. Visuele kunstwerkjes, dappere acties en emotionele verhalen. Ik probeer mijn zoon uit te leggen dat je er moeite voor moet doen om iets origineels te maken. Wil je de (Nederlandse) Messi van YouTube worden of de nieuwe Dylan Haegens, dan zal je keihard hard moeten werken. Elke dag opnieuw trainen, net als de jeugd bij Ajax. Je moet alle trucjes kennen, creatief zijn en anders dan anderen. Dat is nog knap lastig op de plek waar dagelijks 300.000 probeersels worden geupload.
Gelukkig ligt de lat bij ons niet zo hoog. Ik hoop eerlijk gezegd dat hij niet echt doorbreekt en op zijn twaalfde al een manager nodig heeft. Dat er straks geen massa meisjes voor hem in de tuin liggen of dat we nooit meer op een normale manier met het hele gezin naar de Beekse Bergen kunnen. Hoewel… Laatst liet hij me een video zien van ene Gio, ook een populaire Nederlandse vlogger, die voor zijn vader een Ferrari heeft gekocht. Ik zou zelf al tevreden zijn met een nagelnieuwe Passat.
We moeten dus wèl aan de bak. Waar ik de afgelopen jaren het oefenen met Final Cut X of Adobe Première voor me uit kon schuiven is er nu geen ontkomen meer aan. Ik ontdek eindelijk de filmmodus van mijn fotocamera en heb onlangs zelfs een kleine drone gekocht. Samen met mijn zoon experimenteer ik er lustig op los. Met eenvoudige middelen maken we al aardige filmpjes. Zo maakt die 10-jarige vlogger van zijn vader een cameraman 2.0 die helemaal klaar is voor de toekomst, want eerlijk gezegd leer ik voorlopig nog het meest van onze gezamenlijke YouTube-ontdekkingsreis.

(Hier een linkje naar : YouTube Art Hettinga)

Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 374, de uitgave van april 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen van harte aanbevelen.





donderdag 19 april 2018

boeven vangen

Mijn lieve lief is trouw kijker van Opsporing Verzocht. Als dat op tv is mag ik haar niet storen. “Ik ga even boeven vangen,” zegt ze dan. Kennelijk hoopt zij stiekem dat ze iemand op de altijd vage beelden van bewakingscamera’s herkent. Ik vind dat stom en ga meestal iets anders doen. Van Opsporing Verzocht word ik doorgaans een beetje verdrietig. Allemaal kansarme gasten, die toch al zo’n beroerde jeugd hebben gehad en die dan ook nog eens te kakken worden gezet op de nationale televisie met hun slecht georganiseerde misdaad. Sneue figuren die niet begrepen hebben dat juist zij naar dit programma moeten kijken, omdat het dé perfecte trainingsvideo is. Wie een paar weken Anniko van Santen voor lief neemt weet precies wat je wel en wat je zeker niet moet doen wanneer je kwaad wil in de buurt van beveiligingscamera’s. 
Noem mij naïef, maar ik geloof in het goede van de mens en wil het verder allemaal liever niet weten. Val mij niet lastig met overvallen, plofkraken, brute berovingen op oude mensen. Zo lang ik niet weet wat er allemaal gebeurt kan ik gewoon als blije eikel over straat. Bovendien weet ik toch niet meer of ik op vrijdag 16 maart ergens een bordeauxrode Fiat Doblo heb zien rijden. Maar gisteren dacht ik voor het eerst dat het toch beter was geweest als ik eens wat vaker naast mijn vrouw op de bank had gezeten tijdens het uurtje van Ellie Lust. 
Ik had even tijd over en stond in mijn favoriete fotowinkel met een stomme vraag over mijn compact camera. Bij de grote balie waren drie medewerkers en die waren alle drie druk. Ik scande de klanten om te zien welke het eerst klaar zou zijn. Een meneer die vooral zelf aan het woord was, een jonge man die geïnteresseerd was in de Canon EOS 1DX mark II en een meneer die iets met garantie aan het regelen was. Er was ook nog een mevrouw voor me. Ik keek op mijn klok en zag dat de tijd die ik over had steeds minder werd. Zou het nog lukken vandaag? 
De jongen met de 1DX mark II was teleurgesteld dat de camera niet goed gedemonstreerd kon worden, omdat de batterijen in de verpakking niet opgeladen waren. De verkoper bood hiervoor nog netjes zijn verontschuldigingen aan. Hij mocht wel even voelen hoe zwaar het toestel was. En toen holde hij plotseling naar de uitgang van de winkel. Slechts één tel was ik verbaasd. Ik hoorde mezelf heel hard “HEY!” roepen, zoals ik dat in mijn rol als pleinwacht soms ook op het schoolplein kan doen, wanneer kinderen proberen om bijvoorbeeld een frisbee op het dak te gooien. Dan is die “hey!” best effectief, maar deze klootzak zou zich natuurlijk niet bedenken als iemand zoiets roept. Alsof hij dan opeens zou stoppen, zich om ging draaien en in het terug lopen een welgemeend ‘Sorry’ zou zeggen… 
Zonder nadenken sprintte ik achter de winkeldief aan. Nou moet je daar niet teveel bij voorstellen, want eenmaal buiten was de boef alweer een volgende hoek om. Ik ben dik, al 45 jaar oud en mijn conditie is zeker niet optimaal voor sprintwerk. Na honderd meter werd ik ingehaald door twee medewerkers van de fotowinkel. 
Waarom was ik niet alerter geweest? In de rij had ik me al afgevraagd wat zo’n jonge vent in hemelsnaam van plan was met een fotocamera van € 6.500,-. Er was geen enkel belletje gaan rinkelen. Ook niet toen ik opving dat hij geen fotolenzen had. Wel had ik bedacht dat de Canon 1DX niet bepaald een instapmodelletje is. De mevrouw voor me had nog vriendelijk advies gegeven om zo’n camera eerst eens te huren bij Budgetcam, toen bleek dat de demonstratie in de winkel beperkt was. Als ik nou minder de lente in mijn bol had gehad en meer in een rechtse PVV-bubbel leefde, dan was ik vast en zeker niet keurig netjes achteraan in de rij gaan staan. Ik had de weg naar de uitgang meer moeten blokkeren. Dus als ik meer Opsporing Verzocht had gekeken, dan had ik niet de longen uit mijn lijf hoeven lopen, maar deze eikel al lang en breed kunnen tackelen voor hij de winkel kon verlaten.
We liepen richting het water. Ik hijgend, puffend en met een spontane zweetuitbarsting waar zelfs vrouwen in de overgang van opkijken. De dief was al over de brug en bijna op de grote weg. Maar op die brug stond een politieauto. Je moet ook een beetje mazzel hebben in het leven. De verkoper schreeuwde iets in de richting van de agenten, die onmiddellijk gas gaven en door het rood reden. Ik kon niet meer en moest mijn burgerinitiatief al na 187 meter opgeven om een hartaanval te voorkomen. Gelukkig weet ik dat Daphne Schippers ook altijd bekaf is na zo’n kort stukje lopen. Ondertussen had ik, met dank aan de winkeldief, wel drie dingen geleerd in een minuut:

1. Ik moet weer aan mijn conditie werken.
2. Ik mag best iets minder goed van vertrouwen zijn.
3. Vaker met mijn vrouw naar Opsporing Verzocht kijken voor een completer wereldbeeld.

Terug in de winkel was de enig overgebleven verkoper inmiddels druk met het helpen van alle mensen die niet waren gaan hollen. Inmiddels stonden er ook nieuwe klanten in de rij. Toen even later de andere twee medewerkers terug kwamen moest ik echt weg. Ik hoorde nog net dat de cameraboef was overmeesterd door de politie en heb mijn telefoonnummer achtergelaten, omdat ik dolgraag zou willen getuigen als dat nodig is.
’s Middags werd ik gebeld door de filiaalmanager die mij even vriendelijk wilde bedanken voor heldhaftig optreden. Als ik met mijn vraag terug in de winkel kom heeft hij een kleine attentie voor me. Mijn zoon dacht, toen hij het hoorde, gelijk aan die Canon 1DX. Ikzelf vrees dat het eerder een bon voor de sportschool zal zijn. Een goede massage is ook geen gek idee.

maandag 16 april 2018

Amstel Goldrace

Begin jaren ‘80 ging ik elk jaar met mijn vader en de overbuurman naar de Amstel Goldrace. We begonnen bij de start, die nog in Heerlen was, en doorkruisten vervolgens half Zuid-Limburg om de renners een keer of acht te zien fietsen. Daar was altijd een goede studie van het parkoers aan vooraf gegaan. We hadden gesmeerde broodjes mee en pakjes Caprisonne. Met een routekaart en het tijdschema uit de krant zat ik, klein menneke uit Geleen, dan op de achterbank van onze gele Volvo 343. Op de gekste plekken werd die auto in de berm geparkeerd en holden we een heuvel op of via een veldweg naar een mooi plekje om de renners te kunnen zien. In de ochtend was dat goed te doen en stonden we onder andere op de Adsteeg. ’s Middags werd het drukker en kregen we meer haast. Als we op de Fromberg waren, was de rechtstreekse televisie-uitzending al begonnen en zag ik in de verte de helikopter naderen. Dan lette ik niet meer op de renners, maar keek ik vooral naar de motoren van de televisie. Ons plan was zo uitgekiend dat we weer op tijd thuis waren om het laatste half uur van de koers op televisie te kunnen zien.

Op zaterdag 23 april 1988 - ik was inmiddels 15 - ben ik in mijn eentje van Geleen naar Meerssen gefietst om in mijn uppie, met de Pentax fotocamera van mijn vader, te kijken naar de finish van de Amstel Goldrace. Ik was al twee jaar actief als vrijwilliger bij de lokale omroep en wilde dolgraag eens rustig kijken naar het televisiecircus bij de finish van zo’n internationale wielerklassieker.
Ik was er uren voor de renners zouden arriveren. Publiek was er niet of nauwelijks. Professionele beveiligers bestonden nog niet, dus kon ik rustig langs de reportagewagens van de NOS wandelen. Ook bekeek ik waar de camera’s stonden opgesteld. Bij de eerste camera, die op een verhoging twee of driehonderd meter voor de streep stond, zat een cameraman op een flightcase in het zonnetje. Hij had zijn headset op en keek in de zoeker van zijn grote camera. Kennelijk kon hij zo de uitzending volgen. 
Ik wilde wel een foto maken, maar vond dat ook een beetje gênant. Dus stond ik daar net iets langer te dralen en uiteindelijk viel het de cameraman op. Hij haalde de koptelefoon van zijn hoofd en vroeg of ik iets wilde weten. Dat had hij niet tegen dovemans oren gezegd, want ik had wel duizend vragen. Ik vertelde trots dat ik bij de lokale omroep zat en ook wel eens camerawerk deed. Vervolgens mocht ik op de zogenaamde ‘prak’ klimmen en liet hij me zien hoe zo’n grote camera werkte. Ook mocht ik even luisteren naar de communicatie over de intercom en ik zag dat hij inderdaad de uitzending kon bekijken door het knopje ‘extern’ in te drukken.
Zo hoorde ik voor het eerst Martijn Lindenberg in actie. En ik hoorde Jean Nelissen commentaar geven bij de beelden. Mart Smeets zat op een motor in de koers. Ik meen me te herinneren dat ik het behoorlijk verwarrend vond om al die stemmen door elkaar heen te horen. De cameraman zei dat het een kwestie van gewenning was.
Uiteindelijk won Jelle Nijdam die middag. Hij had een kleine voorsprong op een groep van drie met daarin onder andere Steven Rooks. In het dia-archief van mijn vader moet nog een mooie actiefoto zitten van de winnaar in zijn groene Super Confex trui. 
Geen (ex) cameraman in Omroepland die zich nog de jongen met zachte G, matje in de nek, in wijde spijkerbroek en mintgroene O’Neill trui kan herinneren, maar deze middag staat bij mij in het geheugen gegrift. Op die zonnige dag in Meerssen kwamen mijn liefde voor het wielrennen en de passie voor televisie maken bij elkaar en heb ik definitief besloten dat ik later als ik groot was ook cameraman zou worden.

Inmiddels is de Amstel Goldrace een jaarlijks terugkerende klus in mijn agenda. Nu mag ik daar zelf met zo’n stoere camera voor de internationale uitzending rondlopen. Ik ben er waarschijnlijk al meer dan tien keer bij geweest en nog steeds blijft dit voor mij een heel bijzondere klus. Zo ook gisteren bij de 53e Amstel Goldrace, die gewonnen werd door Michael Valgren Andersen. De hele dag was een grijns niet van mijn gezicht te krijgen. Na afloop vroeg een lieve producer van de NOS of ik een leuke dag had en ik moest denken aan de kleine Jan Rein uit de jaren ‘80. Die zou het super gevonden hebben om -later als hij groot was- met een camera op zijn nek bij de finish van de Amstel Goldrace te mogen lopen…
De grote, kale, dikke Jan Rein van 45 vindt dat nog steeds.



zaterdag 31 maart 2018

uurtarief of dagprijs?

Omroepen en producenten kijken kritisch naar de kosten van alle makers die ze inhuren. Het produceren van televisieprogramma’s is immers behoorlijk arbeidsintensief en personeelskosten drukken flink op de begroting. Vandaar dat inkopers het liefst per gewerkt kwartier afrekenen. Sommige facilitaire bedrijven vinden dat ze daar in mee moeten gaan, met als gevolg dat freelancers onder druk staan om hun dagprijzen in te ruilen voor uurtarieven. Het is een neerwaartse spiraal waar we op de lange duur allemaal slechter van worden.

Van beroep ben ik freelance cameraman. Mijn gezin heeft begrip voor alle onregelmatigheid, het feit dat ik veel weekenden op pad ben en vaak ’s avonds pas thuis kom als de kinderen al lang op bed liggen, maar zij willen wel graag hagelslag op hun brood en in de zomer een paar weken op vakantie. Ook de hypotheek moet worden betaald. Daarom ben ik genoodzaakt om geld te vragen voor mijn diensten. Ik hoef er niet rijk van te worden, maar de kachel moet branden.
Praten over geld is niet bepaald mijn favoriete bezigheid. Liever ben ik op bevlogen wijze bezig met het uitoefenen van mijn vak, maar ik ben zelfstandig ondernemer en dat brengt met zich mee dat ik zakelijk moet zijn. Als ZZP’er moet ik immers mijn eigen belastingen afdragen en zelf een pensioen bij elkaar sparen. Mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering valt in de duurste categorie, omdat het risico op bedrijfsongevallen of lichamelijk ongemak voor cameramensen kennelijk net zo groot is als bij bouwvakkers. Op dagen waarop ik niet werk verdien ik ook niks. Je zou dus kunnen zeggen dat ik als inhuurkracht in de rustige perioden het risico voor een deel uit handen van mijn opdrachtgevers neem.
Net als de meeste freelance cameramensen werk ik op basis van een dagprijs. Die is gebaseerd op 10 uur uit en thuis. Als een opdracht korter duurt dan 6 uur berekenen wij 75% van de dagprijs. Na 10 uur zijn we genoodzaakt een overurentarief te hanteren van 150%, zodat draaidagen niet oneindig lang duren. Dit is al jarenlang een geaccepteerde standaard in de omroepwereld.
Freelance cameramensen kunnen niet werken op basis van uurtje-factuurtje, omdat zij geen zeggenschap hebben over de indeling van hun werkdagen, zoals schilders of loodgieters. Die vullen hun dagen lekker op met verschillende klussen, maar bij ons sluiten projecten bijna nooit op elkaar aan en meestal hoor je pas op het allerlaatste moment wat de begin- en eindtijden zijn. Dus kan een cameraman zichzelf slechts één keer per dag verhuren.

Er zijn grote partijen die freelancers nu onder druk zetten om toch per uur te factureren en liefst tegen tarieven die onder de prijzen van stukadoors, klusjesmannen of wasmachinereparateurs liggen. Ook ik ben gevraagd om dat te doen. Als ik hier niet mee werk is de kans groot dat ze mij minder zullen inhuren. Dat vind ik jammer, maar dit is een principezaak. Ik kan geen korting geven aan het ene bedrijf en bij de andere firma het volle pond berekenen. Dan werk ik onherroepelijk mee aan een oneerlijke concurrentiestrijd. Als freelancers zich massaal laten overhalen zal het niet bij een paar bedrijven of omroepen blijven. Uiteindelijk moet dan iedereen mee en krijg je een prijzenoorlog over onze rug. Het gevolg zal zijn dat we allemaal zeven dagen in de week moeten werken en nog niet genoeg verdienen om een arbeidsongeschiktheidsverzekering te kunnen betalen. Dat komt de markt, die zo gebaat is bij de flexibiliteit van inhuurkrachten, zeker niet ten goede. Daarom zijn ZZP’ers die hun winkeltje serieus nemen genoodzaakt om te strijden voor dagprijzen, ook al maken we ons veel liever druk over mooi camerawerk.


Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 373, de uitgave van maart 2018. Een abonnement op BM kan ik iedereen uiteraard van harte aanbevelen.