dinsdag 22 augustus 2017

WMT

Het Vrijthof in Maastricht is een goede plek om plannen te smeden. Een paar maanden geleden zat ik, met twee zeer gewaardeerde collega’s van de Limburgse zender L1, op het terras van De Perroen. Het was een zomerse woensdagmiddag. We hadden een uurtje over en dus tijd om nieuws, trends en ontwikkelingen in ons wereldje te bespreken. Het gesprek ging onder andere over slim produceren en besparingen die lang niet altijd ten koste hoeven te gaan van de kwaliteit of inhoud van programma’s. Zo kwamen we op een project waar de heren mee bezig waren en dat te mooi was om over te slaan, maar te groots om het op een ‘Hilversumse’ wijze aan te pakken. Ze zochten naar een creatieve technische oplossing, hadden er eentje bedacht, maar wilden van mij weten of ik dacht dat het haalbaar was. In een overmoedige bui, vrolijk van een goede lunch en het Limburgse zonnetje, riep ik dat het zeker moest kunnen.
‘Gewoon doen!’ Ik hoor het mezelf nog zeggen.
Natuurlijk had ik kunnen weten dat die twee vrienden mij zouden betrekken bij de uitvoering om mij -op zijn minst- mede verantwoordelijk te maken als het plan faliekant zou mislukken.
Dus was ik afgelopen vrijdag terug in het zuiden. Nu in het altijd pittoreske stadje Heerlen. Daar zou die avond de opening van het festival Cultura Nova plaats vinden, met een spectaculaire show van het Duitse gezelschap Theater Titanick. Met veel vuurwerk gingen deze straattheaterartiesten, in MadMax-achtige karretjes, door het centrum van de stad trekken. L1 wilde deze parade rechtstreeks uitzenden en had bedacht dat dit moest kunnen met vijf camera’s die allemaal waren uitgevoerd met een zogenaamde WMT-zender.
WMT staat voor Wireless Multiplex Technology en zo’n zender kan je het beste zien als een kastje waarin zes simkaarten zitten die allemaal, via het 4G netwerk van verschillende mobiele telefonieproviders, een brokje data verzenden. Aan de andere kant worden die brokjes met een snelle internetverbinding binnen gehaald en op slimme wijze weer samengevoegd tot een hoogwaardig video en audio signaal. Zulke systemen worden de laatste jaren steeds vaker gebruikt in plaats van duurdere satellietverbindingen. Meestal voor het verzenden van nieuwsitems of eenvoudige kruisgesprekken, maar ik geloof niet dat er al veel vaker een live-programma is gemaakt met vijf draadloze camera’s tegelijk via WMT. Er was ook nog een WMT voor het geluid van een rondrijdend orkestje en eentje die de verbinding van de regie in Heerlen naar de uitzendstraat in Maastricht verzorgde. In totaal dus zeven WMT’s voor één programma.
Het werd een interessant, maar ook best wel gewaagd experiment. Een goede back-up voor het geval de verbindingen ons in de steek zouden laten was er niet. Natuurlijk hadden de techneuten uitgebreid getest, maar bij een WMT-verbinding ben je sterk afhankelijk van mobiele netwerken en dus is het de vraag of die ook overeind blijven staan wanneer er veel publiek op een evenement af komt. Wat als die ook allemaal berichten of zelfs video’s gaan versturen?
De hele middag had ik een knoop in mijn maag van de spanning. Telkens weer zag ik mezelf zitten op dat terras in Maastricht en hoorde ik mezelf zeggen: ‘Gewoon doen!’ Op andere momenten zag ik het spookbeeld voor me van de directeur van Sport7 die de legendarische woorden ‘We gaan iets nieuws doen…’ uitsprak.
Qua voorbereiding kon ik niet veel meer doen dan de route lopen en met de regisseur bespreken hoe we een en ander in beeld wilden brengen. Al snel begreep ik dat deze voorstelling nogal chaotisch kon zijn. Ook dat nog.
Ondertussen waren de technische mensen van L1 en twee heren van de firma Broadcast Rental druk met zaken waar ik helemaal niets van begreep. Uiteindelijk kreeg ik een camera en een rugzak met daarin die WMT zender. Een kwartier voor aanvang moest ik een accu wisselen en op een blauwe knop drukken. Daarna zou alles vanzelf gaan.
En het wonder geschiedde! De signalen van alle camera’s kwamen keurig binnen in de eenvoudige regieruimte. Ik hoorde de regisseur op mijn oortje en begreep dat alles werkte zoals bedacht. Het werd langzaam donker en toen begon de voorstelling.
Het licht was niet aangepast voor een rechtstreekse televisie-uitzending, ik werd toch nog verrast door de onvoorspelbaarheid van de show en het werd me niet duidelijk of ze de voertuigen die gebruikt werden niet helemaal onder controle hadden of dat ze dit speelden en dat bij de voorstelling hoorde. Ik wilde geen enkel risico nemen, maar stond per ongeluk toch af en toe behoorlijk dichtbij. Het zorgde er voor dat niet elke camerabeweging even strak was en ik het gevoel kreeg dat het programma enigszins rommelig zou kunnen zijn. Desondanks hoorde ik via de intercom voornamelijk enthousiaste reacties. Het feit dat de techniek ons niet in de steek liet was al heel bijzonder. We konden op een goede manier de parade in beelden vangen.
Natuurlijk zou het allemaal veel beter kunnen als we de voorstelling een keer gezien hadden, als we op een aantal plekken extra licht hadden mogen opstellen of als we alles zouden opnemen en ze na afloop eindeloos konden monteren, maar het was wat het was en dat was zeker niet slecht. Zeker als je bedenkt dat we technisch best wel beperkt waren. Geen beeldtechnici die op de kleuren of het diafragma letten, geen rode lampjes die in de viewer branden op het moment dat een camera in de uitzending was en geen ‘extern’ waarmee de cameramensen konden zien wat de andere camera’s deden.
Uiteindelijk was dit een zeer geslaagd experiment. Ik heb de uitzending teruggekeken en ben zeker niet ontevreden. Bovendien zijn we deze avond veel wijzer geworden. Ik ben inmiddels overtuigd van de gouden toekomst die WMT heeft. Over een paar jaar zijn de eerste camera’s standaard uitgerust met zulke apparatuur. Zeker weten dat het niet de laatste keer is geweest dat we op deze manier hebben gewerkt. Zo gaan we nog veel vaker programma’s maken. Binnenkort vast en zeker ook in Hilversum. Gewoon doen! Nog even sleutelen aan een paar kleine dingen en dan is het helemaal top. Ik zeg alvast HULDE tegen de mensen van L1 die dit aangedurfd hebben.



zondag 6 augustus 2017

buiten de kaders denken

Let op het parkeerterrein van een grote electronicazaak eens op het formaat van de dozen waar mensen mee naar buiten komen. De worsteling van echtparen om hun nieuwe aankopen in de auto te krijgen is zeer vermakelijk, want kleine televisies worden blijkbaar niet meer verkocht. De LG’s, Samsungs en Sony’s zijn minimaal 124 centimeter en allemaal Full HD, Ultra HD, OLED, Smart en/of 4K ready. Daar moeten wij in Omroepland toch maar eens rekening mee gaan houden.
Laten we beginnen met de close-up. Die komt behoorlijk binnen als de kijker hem haarscherp op zo’n enorm scherm krijgt voorgeschoteld. Elk haartje, ieder pukkeltje en zelfs het kleinste rimpeltje is tegenwoordig zichtbaar. Met inzoomen doen we niet alleen degene die in beeld komt wat aan, maar de kijker ook. Daarom worden close shots in de filmwereld al lang uiterst spaarzaam gebruikt. Grote regisseurs zijn zich daar bewust van de impact op een groot scherm. Bij de televisie is de close-up vooral verworden tot het ideale tussenshot. Achter een close-up kan je elk ander beeld plakken en het trekt bovendien de aandacht. Een beeldvullend shot van het hoofd van een voetbaltrainer zal tijdens een wedstrijdregistratie sneller de uitzending halen dan een ruim medium. Ook bij muziek is een cameraman eerder aan de beurt wanneer hij met zijn telelens een artiest of instrument vet close in beeld neemt. Het snijdt lekker weg en dat is goed voor het tempo van de beeldwisselingen. De afgelopen twintig jaar hebben we onszelf wijsgemaakt dat er steeds sneller geschakeld moet worden. Als beelden langer dan een paar seconden staan denken we al gauw dat het saai wordt, maar soms is het -bijvoorbeeld tijdens een talkshow- veel prettiger om naar het two-shot van twee gasten te kijken, dan twee snel achter elkaar geschakelde close beelden. In het two-shot kan de kijker zelf ook wel zien hoe de een op de ander reageert.
Word ik een oude lul of zijn we met z’n allen toe aan meer slow-tv? Neem het succes van programma’s als Heel Holland Bakt of Boer Zoekt Vrouw. Ook bij Wie is de Mol? krijgt de kijker vaker dan je denkt de tijd om prachtige totalen even rustig op zich in te laten werken. Bij die programma’s liegen de kijkcijfers niet.
Het ligt niet alleen aan regisseurs en programmamakers die steeds sneller willen. De close-up devalueert ook, omdat we met krachtige lenzen steeds verder kunnen inzoomen en cameramensen juist op heel kleine schermpjes kijken. Ook de monitoren in regiewagens zijn vaak door ruimtegebrek niet al te groot. Dan valt thuis pas goed op hoe heftig alle beelden zijn.
Persoonlijk ben ik er nog niet helemaal uit. Ik ben immers ook een televisiekind van de jaren negentig en stam uit het 4:3 tijdperk, maar de laatste tijd vind ik het steeds vaker prettig om een ‘laf’ medium voor te zetten waar je lekker lang naar kan kijken. Ik kies liever een two-shot waarin iets gebeurt, dan dat ik onrustig heen en weer zwiep tussen vragensteller en geïnterviewde. En dan nog denk ik regelmatig, kijkend naar het eindresultaat, dat het best een tandje minder wild had gemogen. Thuis voor de buis erger ik me als een totaalshot wordt gebruikt als snijshot en zo snel weer wordt weg geschakeld dat zelfs ik, als getrainde kijker, geen tijd krijg om me even te oriënteren en te zien waar de actie plaats vindt.
Wat dat betreft mogen we best wel eens hardop filosoferen over nieuwe televisiewetten en compositieregels. Welke consequenties hebben alle nieuwe technieken voor de manier waarop wij programma’s maken? Inhoudelijk, maar zeker ook wat beeld en geluid betreft. Het is volgens mij interessant en leerzaam om het daar eens wat vaker met elkaar over te hebben.




Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 365, de digitale uitgave van juli 2017. Een abonnement op BM kan ik iedereen die werkzaam is in de audiovisuele mediawereld aanraden.




maandag 3 juli 2017

30

I want your sex van George Michael stond op 1 in de Top40. Whitney Houston zong I wanna dance with somebody, Crowded House Don’t dream it’s over en U2 Still haven’t found what I’m looking for. We keken series als Miami Vice en Knight Rider op tv, droegen extreem wijde spijkerbroeken, schoenen van het merk Kangaroos en mintgroene truien van O’Neill. Ik had een klein vies ‘matje’ van haar dat niet echt lang wilde worden in mijn nek.
Mag ik jullie even meenemen naar 1987? Om precies te zijn wil ik het hebben over donderdag 16 juli 1987. Een belangrijke, alles bepalende dag in mijn leven. Het was zwaar bewolkt. Aan het eind van de middag ging het regenen. In delen van het land stonden de straten blank. Gelukkig bleef het in Limburg bij een flinke bui. Desondanks kwamen die avond honderden jonge sporters en misschien wel duizend man publiek naar de Markt in Geleen voor de officiële openingsceremonie van de Jeugdolympiade. De beste sporters, tussen 14 en 18 jaar uit zeven zustersteden, kwamen bij elkaar voor een soort mini Olympische Spelen. Het evenement vond voor de derde keer plaats, was voor het eerst in Geleen en zou vier dagen duren.  
Ik was nog net veertien, maar zou twee dagen later vijftien worden. De mensen van de Lokale Omroep Start dachten gelukkig dat ik ouder was. Een paar maanden lang hadden we op dinsdagavonden geoefend met onze splinternieuwe camera’s, U-Matic videorecorders en een beeldmixer. Elke keer hadden we deze peperdure apparatuur zorgvuldig opgebouwd en na afloop weer keurig terug in de originele dozen gestopt. De opening van de Jeugdolympiade was de tweede gelegenheid waarbij we deze, door de gemeente gesubsidieerde, regieset zouden gebruiken. Ik mocht die avond voor de allereerste keer een camera bedienen en je wilt niet weten hoe nerveus ik was.
Het was een live-uitzending met twee camera’s. De regie zat in een busje, vlak achter de tribune. De kabellengte was 25 meter, dus veel speelruimte hadden we niet. Ik stond bij een klein podium, voor de shots van alle sprekers en een optreden van onze Geleense ster Lori Spee. De andere camera stond op het plein en filmde de entree van alle sporters, het publiek en het ontsteken van het olympisch vuur.
Ik heb nog een plakboek uit die tijd en daarin zit één foto van deze voor mij zo bijzondere avond. Je ziet me zitten op een hek. Een jochie nog. Ik kijk om me heen en lijk op die foto totaal niet bezig te zijn met de camera. De poken houd ik nieteens vast. Waarschijnlijk trilde ik zo van de zenuwen dat het ook beter was om de boel vast te zetten. Wel weet ik me goed te herinneren dat het loodzware statief niet al te best was. De camera is ingepakt in een vuilniszak, maar uiteraard voorzien van kanarigele Start-stickers.
Op een bepaald moment kwam Fanny Blankers-Koen voor de officiële opening. Tijdens haar toespraak besloot ik uit mezelf om langzaam in te zoomen. Van een medium shot naar een close-up. Dat ging hartstikke goed, alleen kwam ik er halverwege de zoom achter dat de scherpte niet op het gezicht van de oud Olympisch kampioene lag, maar op de geraniums achter haar. In paniek draaide ik aan de mechanische focusbediening op mijn linker pook. Je begrijpt dat ik keihard de verkeerde kant op draaide. Ik kon wel door de grond zakken. De dame in beeld werd vager en vager, terwijl de geraniums steeds scherper werden. De regisseur moest ingrijpen en eerst naar de andere camera schakelen voor ik mijn blunder kon herstellen. Inzoomen, scherp stellen en weer uitzoomen. Ik had er nog zoveel op geoefend. Mij werd door de intercom aangeraden om de rest van de avond zo veel mogelijk van die zoomknop af te blijven. Even geen eigen initiatief meer nemen.
Verder ging het goed. Lori Spee zong de sterren van de hemel, het werd droog en het olympisch vuur brandde alsof het een fakkel van de DSM was. Na afloop had ik de smaak helemaal te pakken. Vanaf dat moment wist ik heel zeker dat ik cameraman wilde worden. Dit leek mij het stoerste beroep op aarde. Altijd vooraan staan, de kick van zo’n live-uitzending en lekker spelen met zulke mooie apparaten. 
Dat is nu dertig jaar geleden. De rest is geschiedenis.


woensdag 28 juni 2017

hup juf!

De juf van mijn zoon raakte de kern van veel problemen in het basisonderwijs, toen ze vertelde hoe schuldig zij zich voelde over de geplande werkonderbreking, afgelopen dinsdagochtend. Ze vond het heel erg dat de leerlingen de dupe waren en ouders een ‘opvangprobleem’ hadden. Dit zegt volgens mij veel over de betrokkenheid van al die leerkrachten in het (basis)onderwijs. Altijd eerst aan anderen denken. Het feit dat ze nooit ‘nee’ kunnen of durven zeggen. Er zit geen rem op. Elke vernieuwing moet gelijk worden opgepakt. Als er geen vervanging voor een zieke collega is, stroomt de klas voller dan vol. Iedere leerling heeft tegenwoordig recht op een geheel eigen aanpak en ze moeten alles kunnen verantwoorden. Dagen zonder pauze zijn geen uitzondering. Voorbereiden en nakijken in de avonduren of weekenden ook niet. Ze gaan maar door. Altijd en eeuwig spookt door hun hoofd dat het maar niet ten koste mag gaan van het onderwijs. Als de leerlingen maar niet de dupe worden. Als de leerlingen maar niet de dupe worden…
Dus zijn alle meesters en juffen inmiddels volleerd circusartiesten, die dag en nacht bordjes hoog houden. En stiekem komen er steeds weer nieuwe bordjes bij. Vaak ongemerkt. Dan hebben ze weer iets verzonnen in Den Haag, in de media, bij de MR, de OR, in de lerarenkamer, de bestuurskamer, de directiekamer of in de huiskamer. Telkens komen er kleine of grotere taken bij, maar nooit is er extra tijd. Of geld.
Dus vind ik het heel goed dat de meesters en juffen nu eindelijk eens aan de bel trekken. Zij verdienen een eerlijker salaris en er moet hoognodig gekeken worden naar de werkdruk. Begin nu niet over die lange zomervakanties, want laat ze maar eens uren bijhouden. Dat gebeurt in het onderwijs helemaal niet, maar als alle leerkrachten opschrijven hoeveel ze in werkelijkheid werken en dat afzetten tegen de uren waarvoor ze betaald krijgen, dan schrikken we ons na een jaar kapot. Wat de meesters en juffen voor dit land doen is onbetaalbaar. De politiek moet eindelijk eens kiezen voor de leraar en ophouden met goed zorgen voor die arme bankdirecteur. Kort door de bocht is dat mijn mening. Niet bij de ABN AMRO, maar op school wordt de basis gelegd voor de toekomst van ons land.
Daarom hebben we gisteren met een groot aantal ouders en kinderen van de Daltonschool Apollo11 in De Meern een ‘warm welkom’ georganiseerd voor het team van die school. In het uurtje dat de werkonderbreking slechts duurde is er met stoepkrijt een rode loper op het schoolplein getekend. Kinderen hebben protestborden en spandoeken gemaakt met daarop ludieke opstekers voor hun meester of juf. Een moeder had taarten gebakken, een ander had bloemen geregeld en een handige vader had gezorgd voor een ereboog waar de leerkrachten onderdoor moesten lopen. Daarop stond de tekst: ‘Trots op jullie tot de maan en terug!’
Toen om half tien de leerkrachten naar school kwamen stond er een erehaag van leerlingen en ouders. Met veel gejoel, luid applaus en vijftig confettikanonnen werden ze als echte helden ontvangen. Het was schitterend om te zien dat er gelukkig ook nog veel waardering is voor de passie en liefde waarmee deze lieve mensen in het ouderwijs hun werk doen. Ik kreeg er in elk geval kippevel van. Of is het kippenvel? Even aan de juf vragen…



vrijdag 23 juni 2017

ZZP'ers HELP!

Het vorig jaar heb ik me als ZZP’er ingezet om een eind te maken aan de wet DBA. Een open brief aan Staatssecretaris Wiebes trok op mijn weblog nogal wat aandacht en zo raakte ik in gesprek met hoge heren van de belastingdienst. Uiteindelijk zat ik zelfs in het gebouw van de Tweede Kamer, tegenover alle Kamerleden met ZZP in hun portefeuille. Tot mijn grote schrik was ik opeens een van de sprekers bij een officiële hoorzitting. De volgende dag stond ik het RTL Nieuws te woord, nadat bekend was geworden dat Wiebes zijn wet DBA in de koelkast moest leggen.
Tot grote vreugde van vele freelancers wordt er in 2017 niet gecontroleerd op deze onmogelijke regels en inmiddels is dat zelfs uitgesteld tot halverwege 2018. Het wachten is nu op een nieuw kabinet en die komen hopelijk met een voorstel waar wel mee te werken is. Dat houden we natuurlijk nauwlettend in de gaten.
Veel collega’s spraken hun waardering uit voor mijn inspanningen. Natuurlijk heb ik die draai van Wiebes niet in mijn eentje voorelkaar gekregen, maar als simpel cameramannetje durf ik wel te stellen dat ik er een serieus zetje tegen heb gegeven. Dat heeft veel meer tijd en energie gekost dan ik vooraf had kunnen bevroeden, maar het resultaat mocht er zijn. Ik heb geleerd dat je als eenmansactivist, met een beetje hulp van de social media, verdomd ver kan komen. Er waren zelfs mensen die opperden dat ik van elke freelancer in de omroepwereld een kleine bijdrage zou moeten ontvangen voor de vele uren die ik hier in gestoken had. Dat vond ik flauwekul, maar nu wil ik toch een oproep doen. Ik kan het geld namelijk goed gebruiken. Per direct heb ik € 36.000,- nodig. Niet voor mezelf, maar voor een nieuwe actie. Om precies te zijn voor de Stichting Duniya.
Duniya is een sympathieke organisatie die zich onder andere inzet voor de bewoners van een sloppenwijk in India. Een van de initiatiefnemers is de freelance tv-producer Debby Ego. Haar enthousiasme voor dit buitengewoon goede doel werkt aanstekelijk. Eerder heb ik op deze weblog al eens actie gevoerd en met succes. Nu roep ik iedereen op om weer te helpen, want de spaarpot van Duniya raakt langzaam leeg en dat mag niet gebeuren!
De afgelopen jaren is een kleine school in de sloppenwijk Varanasi (Nagwa, India) dankzij de steun van Duniya uitgegroeid tot een kleine, stabiele organisatie. De dagelijkse leiding is in handen van capabele en toegewijde Indiase medewerkers. Dagelijks krijgen ruim honderd leergierige kinderen tijdens de middagpauze een voedzame maaltijd voorgeschoteld door de kok van Duniya. Niet zelden de enige warme maaltijd die ze op een dag eten. Inmiddels is de eerste generatie leerlingen in 2009 doorgestroomd naar het voortgezet onderwijs. De kosten voor dit externe onderwijs worden vanzelfsprekend door Duniya gedragen. Ook wordt sinds 2007 in het naaiatelier van Duniya Decoration hard gewerkt aan handgemaakte artikelen die op maat aan onze klanten geleverd worden. Het atelier maakt nog geen winst, maar de vrouwen van Nagwa die er werken zijn verzekerd van een bescheiden maar regelmatig inkomen.
De organisatie van Stichting Duniya is transparant en overzichtelijk. Het project in India wordt ter plaatse geleid door lokale medewerkers, die voor hun werk betaald worden. Het Nederlandse bestuur van Stichting Duniya werkt geheel op basis van vrijwilligheid. Zij ontvangen geen subsidies en zijn voor hun werk volledig afhankelijk van particuliere giften.
Als elke ZZP’er 1 euro per maand (of € 12,- in een keer!) overmaakt op de rekening van Duniya dan hebben we slechts 3.000 freelancers nodig om het hele budget voor één jaar bij elkaar te doneren. Ik weet heus wel dat ik die niet ga bereiken met deze ene blog, maar we kunnen met elkaar wel een begin maken. Collega’s in vaste dienst zijn vrij om mee te helpen. Meer geven is toegestaan en ook bedrijven die graag met ZZP’ers werken mogen een duit in dit zakje doen. Volgens mij kan je het zelfs aftrekken van de belasting.
En dan beloof ik dat ik me weer ga bemoeien met die hele DBA wetgeving als binnenkort blijkt dat het toch weer nodig is. Afgesproken?


ABN-AMRO  NL22ABNA0441624383
t.n.v. Stichting Duniya, Bantega