zondag 18 maart 2012

next top model

De strijkbout schrikt zich een hoedje wanneer ik de stekker in het stopcontact steek. Ook mijn lieve Lief kijkt even op nu ik opeens een overhemd strijk. De trui weet niet wat hem overkomt en mijn favoriete spijkerbroek krijgt spontaan de slappe lach.
Uitgestreken scheer ik mijn hoofd. De stoppelbaard wordt zorgvuldig getrimd. Een jeugdpuistje voorzichtig uitgeknepen. Dat had ik overigens beter niet kunnen doen. Die rode plek op mijn linker wang zal zeker niet op tijd weg trekken.
Bij mijn vrienden van Team ENG heb ik een hypermoderne camera geregeld. Deze is voor de gelegenheid opgepoetst en voorzien van extra stickertjes met de naam van het bedrijf. Sluikreclame.
Ruim een kwartier te vroeg sta ik te trappelen voor de deur van de studio. Ik word binnen gelaten door een vriendelijke dame die mij op mijn gemak stelt met een kopje goede koffie; koetjes en kalfjes. Dan gaan we aan het werk.
Op de eerste verdieping staan al lampen en er is een grote witte achterwand. Ik klap het statief uit en klik de camera er op. Voor de vorm zet ik het apparaat alvast aan. Vervolgens doe ik wat de dame van me vraagt. In eerste instantie is dat een beetje vreemd, want meestal vraag ik aan mensen of ze even een stapje naar links willen doen, een tikke naar voren of juist naar achteren. Of ze recht in de camera kunnen kijken of juist helemaal niet.
Uit ervaring weet ik echter dat het prettig is als mensen meewerken. Daarom neem ik me voor om niet moeilijk te doen. Ik stel me zo flexibel mogelijk op en geef me over. Ik vertrouw op de kwaliteit en professionaliteit van de dame die nu voor me staat. Zij weet wat ze doet.
Na drie kwartier zijn we klaar. Ik heb het overhemd, de trui en de broek niet voor niets gestreken. De puistplek zal worden weggewerkt. Verder is de fotografe tevreden en ik ben opgelucht. Blij dat het achter de rug is. Voorlopig kruip ik weer lekker achter de camera.
Mijn eerste shoot als fotomodel zit er op. Alweer een speciale ervaring! Ik ben razend benieuwd naar het resultaat. Als het goed is kunnen we dat bewonderen in het aprilnummer van Broadcast Magazine.






foto: Maud Klap



zaterdag 17 maart 2012

constitutie

Misschien is het gek, maar als ik om vier uur 's ochtends ben opgestaan en vanaf vijf uur non-stop op mijn pootjes sta, dan heb ik rond een uur of twee stevige trek. Ik word letterlijk en figuurlijk een beetje flauw. Dat kan je voor een deel ondervangen met Ligakoeken, een Twix of Marsrepen, maar mijn constitutie heeft een lichte voorkeur voor brood en een glaasje melk. Even plassen, handjes wassen, een half uurtje zitten en ik ben weer helemaal het mannetje.
Er zijn echter producenten die dat ingewikkeld vinden. Die schamen zich er niet voor om camera- en geluidsmensen zestien uur met zware spullen te laten slepen zonder noemenswaardige pauze. Ze maken zich druk om alles, behalve over het wel en wee van de mensen die zich inspannen om er een mooi programma van te maken. Laat staan dat ze zich bekommeren over de vraag wat de ploeg gisteren gedaan heeft en of de jongens morgen ook een opdrachtgever hebben die graag werkt met een fris en gretig team.
Het schema is nou eenmaal krap, de druk van buiten groot, het budget beperkt en er is werkelijk niemand die daar iets aan kan doen.
Zo heb ik onlangs een nieuw wereldrecord pannenkoeketen gevestigd. Een flens met een diameter van 30 centimeter, opgerold en zo -zonder kauwen- naar binnen geschoven. Het was een pitstop in een tijd waar de monteurs van Ferrari jaloers op zijn. Dat deze deegrol vervolgens als een blok beton op de maag lag en in mijn buik nog anderhalf uur lang heeft geschreeuwd om Rennie, mocht de pret niet drukken. In ons wereldje is het namelijk niet chique om direct protest aan te tekenen bij een opdrachtgever. Voor je het weet krijg je een naam, ben je een ongemotiveerde zuurpruim, zeurpiet of -erger- een NOB-er. En dus slikken we alles. Behalve de lunch.
Maar soms vind ik het knap lastig om klantvriendelijk, vrolijk en gemotiveerd te blijven. Zeker als productiemedewerkers tussendoor wel tijd hebben om even een kop koffie en een broodje weg te werken, als je ziet dat de sterren extra gepamperd worden en al helemaal als de chef even komt kijken in een glimmende Range Rover van twee ton.
Het gaat hier letterlijk over mijn rug. Het is een aanslag op mijn constitutie...

Mooi woord,hè? Constitutie. Dat behoorde een paar dagen geleden nog niet tot mijn vocabulaire, moet ik eerlijk bekennen.
Tegen het eind van die pittige pannenkoekdraaidag sjokte ik met een camera van lood door de straten van Den Bosch. Een vriendelijke heer liep toevallig naast me, keek naar het indrukwekkende apparaat in mijn hand en vervolgens naar mij.
'Je moet wel een stevige constitutie hebben als je cameraman wil zijn', zei hij.
Ik moest glimlachen om het taalgebruik van deze meneer en beurde in een keer weer helemaal op. Hij legde voor de zekerheid nog even uit dat hij doelde op mijn fysiek, gestel, gezondheid en lichaamsbouw. Ik keek naar beneden. Naar mijn constitutie. En ik moest toegeven dat ik bezit over een stevige constitutie. Een constitutie die zich in de loop der jaren behoorlijk heeft aangepast aan de omstandigheden.
'Wees er maar zuinig op!' zei de man voor hij de weg overstak en verdween in het Oeteldonkse.
De heer wist niet hoe zeer hij gelijk had en hoe goed zijn timing was. Eigenlijk zou ik vaker naar vreemdelingen moeten luisteren in plaats van dansen naar de pijpen van dubieuze producenten.

donderdag 15 maart 2012

in de knoop


En terwijl het kleine assistentje druk doende is met het uit de knoop halen van een lang stuk triaxkabel, vraagt hij: 'Hoelang doe jij dit werk al?'
Een confronterende wedervraag, want ik heb net geïnformeerd of dit zijn debuut als kabelaar is. Dat blijkt niet het geval. Het is de tweede of derde keer voor het vriendelijke, doch ietwat onzekere mannetje. Ik vermoed dat hij minder vaak seks heeft gehad, maar dat geheel terzijde.
'Achttien jaar!' antwoord ik. 'Sinds januari '94 noem ik mezelf cameraman.'
Met grote ogen kijkt hij even op, om vervolgens verder te worstelen met de slagen die hij maar niet uit de stugge rode kabel gedraaid krijgt.
'1994. Toen was ik min twee...' mompelt hij een beetje binnensmonds.
Het snotjong zegt het niet met zoveel woorden, maar hij denkt nu natuurlijk dat ik een ontzettend oude lul ben. Wat voor mij als de dag van gisteren voelt, is voor deze kabel assistent prehistorie.
De laatste Elfstedentocht heeft hij niet bewust meegemaakt. Begin niet over Paradijsvogels. Boudewijn Büch zal hem weinig zeggen. Zelfs Jules Unlimited is in zijn perspectief opeens kei lang geleden. Wel kan hij een aanzienlijk deel van mijn persoonlijke Klokhuisproductie gezien hebben.
'Ik lees elke dag Uw blog', zegt hij, '...want ik wil ook cameraman worden.'
Hij zegt U tegen mij!
'Waarom wil je cameraman worden?'
Een standaardvraag. Die stel ik niet omdat het zo vreemd is dat iemand graag cameraman wil worden, maar de motivatie van wannabee collega's vind ik altijd interessant.
De assistent begrijpt mijn vraag ook niet helemaal.
'Stel, je mag een wens doen. Wat zou je dan het allerliefst willen filmen?'
Hij laat de kabel maar weer op de grond vallen en draait zich in mijn richting. Even moet hij nadenken. Ik zie dat hij zich afvraagt of er een wenselijk antwoord te geven is op deze strikvraag.
'Noem eens een programma dat je graag zou willen filmen.'
'3 Op Reis!', zegt de knul enthousiast.
Dat is een zeer voorspelbaar antwoord. Dit roepen alle jonge jongens die cameraman willen worden. En uitgerekend dit is het enige verkeerde antwoord op mijn vraag. Hierop stel ik altijd nog een vraag. De door-de-mand-val-vraag: 'Vertel mij eens wat er zo speciaal is aan het camerawerk van 3 Op Reis? Hoe wordt dit programma gefilmd en wat is daar zo bijzonder aan?'
Gestotter en gestamel.
Deze assistent moet lachen. Hij snapt het gelijk.
'Kijk, als je veel wilt reizen moet je bij de KLM gaan werken.'
Ik hoor het mezelf zeggen en denk: 'Wat ben ik toch een oude lul...'
Maar, terwijl we samen de kabel opbossen, leg ik uit dat het niet altijd draait om het maken van de meeste vlieguren. Reizen is een prettige bijkomstigheid. Veel klussen in het buitenland zijn echter minder aantrekkelijk dan het lijkt en vaak ook slechter betaald dan reguliere klussen.
De lol van het vak cameraman zit volgens mij in een unieke combinatie van factoren. Een klein stukje techniek (de werking van een camera kan je in vijf dagen onder de knie hebben) en een groter brokje creativiteit. En zodra je een beetje kan filmen gaat er een hele nieuwe wereld open. Dan wordt het pas echt leuk. De afwisseling en diversiteit van klussen maken dit beroep echt bijzonder. Dat je overal vooraan mag staan. Dat je de ene dag met de Koningin op pad bent en de volgende ochtend door een riool banjert. Op het ene moment sta je te klooien in een klein flatje en luister je naar de ellende van Henk of Ingrid, een paar uur later leg je de CEO van een groot bedrijf uit dat het slimmer is om net even anders te gaan zitten of dat hij zijn boodschap helderder kan formuleren.
Het begint de assistent te duizelen. Papa spreekt:
'Het mooiste is het als alles bij elkaar komt. Die techniek, de inhoud, creativiteit en de kunst van het omgaan met mensen. Snel keuzes maken. Luisteren en ook je eigen ding toevoegen...'
Ondertussen hebben we weer grip op de kabel. Mijn assistent heeft een mooie bos in zijn hand. Alle krullen zijn er uit gedraaid. Ik steek de connector in de achterkant van de camera. En plop; we hebben weer beeld.
'Cameraman is absoluut het mooiste vak op aarde. Dat heb je goed gezien. Niets is zo afwisselend. Op allerlei fronten ligt de lat hoog. Je zal nooit een dag meemaken waarop werkelijk alles goed gaat. Het kan altijd beter. Je kan er eeuwig over blijven filosoferen. En het lijkt mij stiekem ook hartstikke leuk om een paar weken met Floortje Dessing de Lonely Planet achterna te reizen, maar dat is in mijn ogen niet het hoogst haalbare.'
De assistent knikt. Ik zet mijn headset op. De regisseur vraagt vanuit de reportagewagen of ik snel een shot van achter uit de zaal kan maken. Ik ren de trap op tot ik niet verder kan. Achter me staat een assistent met de handen in het haar. De arme schat heeft in paniek de kabel los gelaten.
Aan het eind van de dag kan ik het niet laten. Ik plaag een beetje als ik hem een ferme hand geef en zeg: 'Tot de volgende knoop.'


dinsdag 13 maart 2012

columnist

Anderhalf jaar geleden werd ik met enige bombarie gepresenteerd als nieuwe columnist van Ezeltje Prik. Een keer of acht per jaar mocht ik mijn belevenissen als vader van twee kleine kinderen delen via dit gratis tijdschrift. Mijn verhaaltjes in 300 woorden werden in een oplage van 194.000 stuks verspreid bij alle kinderdagverblijven in Nederland.
Na een stuk of vijf bijdragen en heel veel positieve reacties begreep ik van mijn eindredactrice dat haar contract niet werd verlengd. Al snel had ik contact met haar opvolger, maar voor we elkaar in levende lijve konden spreken werd ook hij ontslagen. Ondertussen veranderde de naam van Ezeltje Prik in Prima Ouders. Nog twee keer werd een column van mijn hand gepubliceerd, maar even zo vaak kwam het blad uit zonder mijn bijdrage. Vergeten. Ondertussen lukte het niet om via de uitgever in contact te komen met iemand die mij iets kon vertellen over deadlines. Zelfs op de vraag of ze mij überhaupt nog wilde hebben als columnist kreeg ik de afgelopen maanden geen antwoord.
Op mijn laatste mail is helemaal niet gereageerd en inmiddels is het te gênant om nog meer berichten die kant op te sturen. Hoe ontzettend jammer ik het ook vind, mijn eerste betaalde columnistenbijbaantje moet ik als verloren beschouwen. Alleen als er een klein wonder gebeurt kunnen de lezers van Prima Ouders in de toekomst weer mijn hilarische papa-avonturen volgen.    
Er is gelukkig ook positief nieuws te melden. Ik kan er nog niet te veel over uitwijden, maar een ander tijdschrift is serieus geïnteresseerd in mijn verhaaltjes. Als alles goed is verschijnt een eerste column van mijn hand in het aprilnummer. Dat eerste stuk heb ik inmiddels ingeleverd en het is goedgekeurd door de eindredacteur. Ik heb echter nog een paar dagen de tijd om met een beter verhaal te komen. Bloednerveus hik ik tegen die deadline aan en daarom is het op deze weblog even iets stiller dan normaal.
Maar maak je geen zorgen. Ondanks mijn aspiraties om op meerdere fronten iets te verdienen met schrijven blijft ook Reinonline gewoon bestaan. Ik blog stug verder. Pas als ik een dagelijkse column in De Volkskrant heb zal ik overwegen om jullie in de steek te laten.

donderdag 8 maart 2012

let op!

Geen idee hoeveel cameramensen ooit hun tenen zijn kwijtgeraakt tijdens het werk, maar ik vrees het ergste, aangezien het steeds vaker verplicht is om veiligheidsschoenen te dragen. De Politieperskaart die je tijdens rellen om je nek kon hangen, is sinds dit jaar vervangen door een opvallend blauw hesje. Kennelijk vielen cameramensen en fotografen niet genoeg op met hun grote stoere camera's. Misschien zijn er wel ongelukken gebeurd.
Potentiele opdrachtgevers vragen steeds vaker of ik VCA gecertificeerd ben. Voor zo'n Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemersdiploma (!) moet je een duur boek over lassen, slijpen, vloeistoffen en gassen bestuderen én een officieel examen afleggen. De eerste achttien jaar van mijn carrière vroeg niemand er naar, maar anno 2012 heeft het beheersen en verminderen van ongevallen de hoogste prioriteit. Dat doe je door te toetsen en te certificeren. Door het opleggen van regels, regels en nog eens regels.
Ook al kan niemand meer normaal zijn werk doen; safety first.
Geen idee wie het verzint en waar dit opeens allemaal vandaan komt, maar de laatste jaren worden we overladen met geboden en verboden. Bordjes, stickers, instructievideo's, begeleiders, controleurs en voorschriften. Hesjes, helmpjes en veiligheidsschoenen.
Ik begrijp dat best, maar we draven door.
Elke zichzelf respecterende cameraman neemt bijna dagelijks niet alledaagse standpunten in. Je klimt op een laddertje voor een prachtig topshot of kruipt in de kofferbak van een auto voor die spannende rijder. Over de gevaren denk je weldegelijk na en je probeert risico's zo veel mogelijk te beperken, maar de kans dat er eens iets mis gaat is groter dan wanneer je op kantoor de debiteuren en crediteuren verwerkt. Dat weerhoudt een echte cameraman niet om net even een stapje verder te gaan. Daarom is de premie van een arbeidsongeschiktheids-verzekering voor cameramensen ook zo hoog.
Maar die premie gaat dus niet omlaag als je alle mogelijke veiligheidsregels in acht neemt. Of omdat je hebt geïnvesteerd in veiligheidsschoeisel. Wel vermoed ik dat de verzekering extreem moeilijk gaat doen als puntje een keer tegen paaltje knalt. Dan zullen ze roepen dat het niet toegestaan is om met zo'n camera op een vorkheftruck te klimmen, uit een rijdende auto te hangen of over het spekgladde dak van AGOVV te lopen. Natuurlijk mag je die zware kisten niet alleen tillen, moet je een klimtuigje aan als je even in een hoogwerker staat en is het ten strengste verboden om zonder duikuitrusting op het strand te filmen.
Zo moest ik laatst in het voetbalstadion van een kleine club een fluorescerend oranje klaarovershesje aan als ik met camera langs de lijn wilde filmen. Niemand die het nut van deze verkleedpartij kon toelichten. Ik vroeg hoeveel cameramensen er in totaal zouden komen en de beveiliger antwoordde: één. Vervolgens vroeg ik of hij een cameraman niet aan de camera zou kunnen herkennen, maar dat was een vervelende cynische opmerking.  
'Regels zijn regels', zei hij. En toen ik stom bleef kijken nuanceerde hij het met de dooddoener: 'Ik ben ook maar een mannetje...'
In dit soort situaties word ik recalcitrant. Ik krijg jeuk van mensen die uitsluitend doen wat hen wordt opgedragen, die het gezonde verstand overboord zetten zolang ze een fel gele jas aan hebben.
Voor opnamen op stations moet je van ProRail een speciaal examen doen. Een vrij uitgebreide website bestuderen en vervolgens een aantal ingewikkelde vragen beantwoorden. Als je niet teveel foute antwoorden geeft rolt er een certificaat uit de printer. Prima, maar als je vervolgens aan het werk wil loopt er een compleet leger van uiterst bange veiligheidsfunctionarissen met je mee. Zoveel lichtgevende kleding dat Andre Kuipers het kan zien vanuit zijn ISS. Wanneer er drie sporen verder een trein aan komt rijden moet je vier meter uit de kant van het perron blijven, stil staan op de blindenstrook is ten strengste verboden en uiteraard loop je tussen de gewone reizigers voor gek in zo'n kanariegeel hesje.
Wat wel weer prettig is: Je mag je gezonde verstand thuis laten. Nadenken, dat doen anderen voor je.
Bij Shell in Den Haag zijn ze helemaal knettergek geworden. In de parkeergarage controleert een conciërge met lasergun serieus of er iemand is die het waagt om de maximale snelheid van 15 (!) kilometer per uur te overschrijden.
Boven de hoofdingang hangt een lichtkrant waarop staat dat het laatste dodelijke ongeval binnen de firma alweer 32 dagen geleden is en om het goede voorbeeld te geven gelden op het hoofdkantoor dezelfde eisen als op een booreiland. VCA is voor cameraploegen verplicht. Evenals veiligheidsschoenen, terwijl verder iedereen in dit hoofdkantoor natuurlijk op glazen muiltjes loopt. Op de trappen zijn die veiligheidsschoenen overigens verboden, maar dat is logisch. Wel is het verplicht om ALTIJD met een hand de leuning vast te houden. Doe je dat niet, dan moeten andere mensen daar iets van zeggen. Wie niet voor klikspaan wil spelen loopt ook het risico om buiten gezet te worden. Waag het niet om de lichtkist in je eentje de trap op te sjouwen.
Namen ze de mensenrechten in Nigeria maar zo serieus.
Je mag bij de Koninklijke Shell maximaal twee bekertjes koffie tegelijk halen en vergeet de dekseltjes niet! Om het camerastatief moet geelzwarte tape en ook op de vloer waar je werkt moet je altijd met hetzelfde lint een vlak afzetten. Voor het aanleggen van een stukje verlengsnoer dien je contact op te nemen met de dienstdoend elektricien. Wie een karretje wil voortduwen wordt geacht in het bezit te zijn van een speciale pas. Elk half jaar moet iedereen opnieuw naar de veiligheidsvideo kijken en een schriftelijk examen doen.
Ik overdrijf het niet.
Op deze manier worden we overgevoelig voor gevaar. Al die bedrijven en veiligheidsfunctionarissen zijn veel te bang dat er eens iets gebeurt. Het is indekken en vooral afschuiven van verantwoordelijkheden. Daar word ik een beetje moe van. Ik kan zo mijn werk niet meer normaal doen. Laat mij het zelf bepalen en werken met mensen die nadenken, uitkijken en gewoon voorzichtig zijn als het moet.
Qua regels loopt het keihard de spuigaten uit, maar er is niemand meer die daar iets aan doet. Voor het sluiten van de spuigaten is namelijk niemand opgeleid dan wel gecertificeerd.






maandag 5 maart 2012

schoonheid




Daar staat ze! In een hoek, op het podium. Een beetje van achteren en van boven aangelicht. De Porsche onder de televisiecamera's. Zorgvuldig opgebouwd, backfocus gecontroleerd en uitgebreid getest. Klaar voor de opnamen van Streektaalfestival Reur in Emmen. De grote zaal van theater Muzeval is nog nagenoeg leeg. Over enkele minuten gaan de deuren open, komt het publiek binnen en gaat camera 4 helemaal los.
Dit is een zogenaamde 'handheld' camera. Zodanig opgebouwd dat de cameraman hem op zijn schouder kan leggen of in de hand kan houden. Hij kan lopend filmen. Op en rond het podium verschillende standpunten innemen. Overal op of achter kruipen. Gekke hoeken zoeken.
Op deze camera ligt de zogenaamde kabelbelt. Een riem van leer waar je de camerakabel aan vast kan maken, zodat de camera niet zomaar van een schouder getrokken wordt als de cameraman verder wil dan zijn rode triaxkabel toelaat. Zo voorkom je ook dat een cameraman al te gemakkelijk over zijn eigen snoer struikelt. De zilveren klemmen waarmee de kabel wordt gezekerd komen uit de paardensport. Op de belt zit ook een klein blokje hout waarop de camera kan steunen als er vanuit de heup geschoten wordt.
Onder de kabelbelt zie je de headset. In dit geval een enkele Clarck. De koptelefoon heeft maar één schelp, omdat aan de andere kant die camera in de weg zit. Elke cameraman wil het apparaat zo stevig mogelijk tegen zich aan drukken. Twee schelpen aan de intercomheadset gaan ten koste van de stabiliteit van het beeld. Dus propt de cameraman meestal aan die kant een dopje in zijn oor, zodat hij de regieaanwijzingen toch goed kan verstaan.
De camerabody weegt 5,5 kilo. Daar komt nog een lens bij, in dit geval de 9x 5.2 groothoeklens van Canon, de microfoonklem, een microfoon en een snoertje. Alles bij elkaar weegt deze camera iets tussen 7 en 9 kilo. Dat lijkt niet veel, maar wanneer je er uren achter elkaar mee rond moet lopen en het apparaat in de meest vreemde standjes stil moet houden, tot een regisseur beslist om het shot te schakelen, dan ga je het toch voelen. Eenmaal 'actual' kan het nog lang duren voor je weer naar adem kunt happen. Dan wil nog wel eens een rugspier verzuren, de nek verstijven of een schoudertje beurs worden. In het ergste geval schiet een gemene kramp in kuiten of tenen. Een serieuze warming-up voor cameramensen zou soms geen gek idee zijn.
De kabel is straks in de vertrouwde handen van Erik. Hij heeft alvast een mooi bosje gemaakt, zodat er straks geen knopen ontstaan wanneer de cameraman als een wervelwindje over het podium raast. De stukjes tape die je aan de kabel ziet zijn er om de kabel niet door de gespen van de belt te laten glijden. Het is een simpele oude truc die altijd werkt. Je moet niet denken dat deze kabel stuk is of even tussen de deur heeft gezeten.
Daar komt Virgil. Op zijn gympies. Zwarte broek, zwart shirt. Hij bukt en grijpt. De LDK8000 is ready for take-off.

vrijdag 2 maart 2012

zoom in naar totaal!

Een twee weken geleden deed ik op Facebook een oproep aan collega's. Ik schreef dat ik voor een column op zoek was naar de meest absurde regieaanwijzing ooit en werd vervolgens overladen met reacties. Het leverde een aardig lijstje op met bijna zestig legendarische uitspraken van regisseurs en aanverwante figuren. De een nog leuker dan de andere. En allemaal even simpel. Je gaat je bijna afvragen hoe het kan dat er zoveel dommigheid op die benijdenswaardige positie terecht kan komen.
Voor insiders is het in elk geval leuk om te lezen, maar hoe maak je daar nou een column van? Ik heb geen idee. Voor lezers die niet in Omroepland werken wordt het een volkomen onbegrijpelijk verhaal of je moet zoveel uitleggen dat zelfs van de meest hilarische quote de grap al lang af is. Liefhebbers moeten (hier) nog maar even kijken naar de originele reacties.
Wat mij opviel is dat er eigenlijk niet veel nieuws tussen stond. De meeste uitspraken circuleren al heel lang in het wereldje. Zoals bijvoorbeeld het verhaal van een regisseur die jaren geleden ging filmen in een ver buitenland en die aan zijn cameraman opdroeg om alleen weidse totalen te draaien. Pas in de montageset begon hij te brullen: 'En hier inzoomen!'
De goede man had kennelijk begrepen dat je met de nieuwste montageapparatuur kon zoomen en die techniek leek hem ideaal. Ik heb deze anekdote al zo vaak gehoord dat ik er steeds meer aan twijfel of het nou een broodje-aapverhaal is of niet. Interessanter is het echter dat het niet meer lang zal duren voor deze grap achterhaald is. Met de nieuwste HD technieken kunnen we pixel technisch al straffeloos een klein beetje inzoomen in de montage en ik weet zeker dat we het over een paar jaar de normaalste zaak van de wereld vinden. Die man was zijn tijd gewoon enorm vooruit.
Een andere constatering, naar aanleiding van het lijstje met bijzondere regie aanwijzingen, is dat er een paar regisseurs in Omroepland rondlopen die grossieren in uitspraken waar de hele camerawereld van smult. Met hun meest legendarische quotes kunnen we een boekje vullen. Zij zijn wat dat betreft de Johan Cruijffjes van de meercameraregie. We noemen geen namen, maar zij verdienen wèl een lintje! Gewoon, omdat ze ons zo verschrikkelijk veel plezier bezorgen met hun volstrekt schaamteloze manier van regisseren. Ze roepen sneller dan ze kunnen denken en dat levert juweeltjes van uitspraken op. Al die prachtige quotes worden vervolgens nog jarenlang hergebruikt om de tijd te doden of wanneer wij machocameramannen tijdens een lunch of diner weer eens stoere verhalen gaan vertellen.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik me wel eens kan ergeren aan het feit dat iemand met weinig kennis van zaken op die positie zit, maar dat is deels jaloezie. In sommige gevallen heb ik er ook weer respect voor. Je moet het maar durven. En als je je jaren weet te handhaven, de grootste projecten krijgt toegeschoven en die ook nog eens tot een redelijk goed einde weet te brengen; laat dan de rest van de wereld maar lachen.
Bovendien zijn de meeste uitspraken al lang verjaard en zegt het vooral veel over de beroepsgroep 'cameraman' dat wij die teksten blijven herkauwen. Ik vrees bovendien dat als regisseurs en verslaggevers een lijst gaan samenstellen met domme acties van camera- en geluidsmensen er heel wat reputatieschade wordt aangericht. En dat kunnen wij helaas niet oplossen in de montage.

woensdag 29 februari 2012

kers

Op het callsheet lees ik dat we zullen dineren bij Van der Valk. Het staat er echt. We gaan uit eten! Zolang ik dit weet verheug ik al me enorm op de kers. Appelmoes mét kers. Dat hoort erbij. Jeugdsentiment. Zo weet ik ook al wat ik ga eten. Wienerschnitzel! Daar heb ik geen menukaart voor nodig.
Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst bij de Toekan heb gegeten. Slapen wel. Dat komt met enige regelmaat voor. Altijd een goede prijs/kwaliteit verhouding voor de zakelijke overnachting.
Maar vroeger gingen we naar de Van der Valk als er iets te vieren was. In Heerlen. En wij hadden het inderdaad over DE Van der Valk. Dat zegt eigenlijk genoeg.
Zo kan ik me ook herinneren dat we een keer met Oma Hettinga hebben gedineerd bij de Van der Valk in Eindhoven. Dat was na een bezoek aan het Evoluon, in 1982. Die middag heb ik voor het eerst kennis gemaakt met het fenomeen video. Zeker met de wetenschap van nu (ik ben immers professioneel videoot geworden) een goede reden voor een feestmaal. In het tijdperk van Doe Maar, de Lolobal, schoudervullingen en bodywarmers, de Commodore64, grote gele walkmans, Joop Zoetemelk, The A-Team en Rubiks Kubus, genoten wij pas echt als op ons bord een grote wienerschnitzel lag met frietjes en een bakje appelmoes met kers.
Mijn culinaire leven is ondertussen iets exotischer geworden. Een beetje. Bovendien is het aanbod enorm gegroeid. Toen had je alleen Pom Lai op de Rijksweg in Geleen, de Brommler Mühle bij Schinveld en de DE Van der Valk. Tegenwoordig eet ik met grote regelmaat buitenshuis, maar ik kom zelden bij de Chinees. De laatste keer dat ik net over de Duitse grens konijn met spruitjes heb gegeten is zeker twintig jaar geleden en het zou me niet verbazen als ik minstens even lang niet meer heb gedineerd bij...
Precies!
Het hotel in Eindhoven staat in de steigers en het restaurant is tijdelijk ondergebracht in een grote VIP-tent die is ingericht als een moderne loungebar. Je kan er sushi krijgen. Dit heeft niet veel meer met het ouderwetse familiegebeuren te maken. Hier zijn ze gericht op de snelle zakenman en op jongens zoals wij, die altijd onderweg zijn. Gelukkig staat de schnitzel wel nog op het program en dat pas keurig binnen het door onze opdrachtgever vastgestelde budget voor de avondmaaltijd. 
Ik blijf nog even herinneringen ophalen aan die Evoluondag, dertig jaar geleden. Je kunt je afvragen of we er op vooruit gegaan zijn.
Het Evoluon is al lang niet meer wat het geweest is. Ik zelf ben niet bepaald in mijn voordeel veranderd en dat komt natuurlijk door die voorliefde voor grote wienerschnitzels. Bij de Van der Valk worden de schaaltjes met appelmoes alleen nog op verzoek geserveerd. De kers behoort al tijden niet meer tot de ingrediënten, weet een serveerster mij te melden, en dat is natuurlijk eeuwig zonde. 




dinsdag 28 februari 2012

170Hz

Vanaf donderdag 1 maart is 170Hz, de eerste speelfilm van mijn vriend Joost van Ginkel, in de bioscoop te zien. Langs deze weg wil ik even ongegeneerd reclame maken voor deze prachtige en heel unieke film. 
170Hz is een film zoals je er nog nooit een gezien hebt, al is het maar omdat niet in wordt gesproken. De film vertelt het verhaal van de onvoorwaardelijke liefde tussen twee dove tieners en is geheel in gebarentaal (Nederlands ondertiteld). Gaite Jansen (o.a. In Therapie) en Michael Muller spelen de hoofdrollen. De bijrollen worden vertolkt door Robert de Hoog, Ariane Schluter, Porgy Franssen, Hugo Haenen en Eva van Heijningen.
Deze zeer inspirerende film is op onwaarschijnlijk mooie wijze gedraaid door cameraman Rogier den Boer. Een lust voor het oog. Maar ook het sounddesign is heel bijzonder. Ik kan het niet uitleggen, dit moet je zien en horen!

Dus als je de komende weken in de gelegenheid bent om naar de bioscoop te gaan, ga dan naar 170Hz. Je zal er geen spijt van krijgen!

170Hz won het gouden kalf (publieksprijs) en kreeg 2 gouden kalf nominaties: 
Beste actrice (Gaite Jansen) en beste geluid: Marco Vermaas.
Ook de jongerenjury koos 170Hz tot beste film van het Nederlands Film Festival (Moviesquad award).

Bekijk in elk geval even de trailer.






Ik ben benieuwd of jullie het met mij eens zijn dat 170Hz meer dan de moeite van het bezoeken waard is. Veel plezier in de bioscoop!





LIJST VAN BIOSCOPEN WAAR 170HZ IS TE ZIEN

- A'dam Ketelhuis                           www.ketelhuis.nl
- A'dam Studio K)                           www.studio-k.nu
- Utrecht (Louis Hartlooper)           www.louishartloopercomplex.nl
- R'dam (Lantaren-Venster)            www.lantarenvenster.nl
- Den Haag (Filmhuis)                    www.filmhuisdenhaag.nl
- Breda (Chassé)                             www.chasse.nl
- Nijmegen (Lux)                            www.lux-nijmegen.nl
- Maastricht (Lumière)                    www.lumiere.nl
- Groningen (Forum Images)          www.forumimages.nl
- Den Bosch (De Verkadefabriek)  www.verkadefabriek.nl

zondag 26 februari 2012

zaterdag 25 februari 2012

dingetje

Lekker gewerkt gisteren. Met dingetje. Ehm... jeweetwel. Goh. Ik kan het zo zeggen. Het ligt op het puntje van mijn tong. Hoe heet hij ookalweer? Dinges.
Ik zeg meestal Hij of Heey. Anderen noemen hem Mannetje, Jongen... of Oehoe.
Tsja, ik realiseer me dat het niet zo persoonlijk is, maar je kan jezelf niet blijven voorstellen. Dat is ook gek. Ik kan die naam gewoon niet onthouden. Het is echt een hartstikke aardige vent. Altijd behulpzaam, vriendelijk en soms nog grappig ook, maar zijn naam. Zijn naam blijft stomweg niet hangen.
En ik weet hoe vervelend dat is.
Zo heeft de bekende Studio Sport presentator Dingetje Jeweetwel zich de afgelopen jaren al meer dan tien keer aan mij voorgesteld. Inmiddels is het een gênante vertoning als ik hem tegen kom. Hij is duidelijk niet in mij geïnteresseerd. Verschillende keren heeft hij mij uit de montageruimte verwijderd alsof ik een halve gare ben die daar binnendringt en telkens weer moet de verslaggever van dienst uitleggen dat ik de cameraman ben die de reportage heeft gedraaid. Het gaat er niet in bij de altijd vriendelijke, maar verstrooide BNer.
Ik kan het hem niet kwalijk nemen. Zelf heb ik het gevoel dat ik ook steeds slechter word in het onthouden van namen en gezichten. Daar schaam ik me voor. Het is natuurlijk niet sjiek als je dinges moet aanspreken met 'Hey!'. Dat heeft iets arrogants.
Het is ook een vorm van ongeïnteresseerdheid. Namen van belangrijke personen kan ik namelijk wel onthouden. Knappe meisjes, ook geen probleem. En ik ken honderden namen waar ik niks aan heb. Boet van Dulmen, Hennie Stamsnijder, Raymond Ceulemans, Stephan van den Berg, Rob Druppers en vele anderen, maar al die nieuwe kabelassistenten, wannabee cameramensen, stagiaires, redactietypjes en ander klapvee; het is soms best vermoeiend.
Wat dat betreft dacht ik, toen ik dik drie jaar geleden ging freelancen, dat ik de meeste mensen in Omroepland wel kende, maar dat viel vies tegen. Het wereldje is veel groter dan je denkt. En als je voor alle facilitaire bedrijven wilt werken, dan kom je verdomd vaak nieuwe namen tegen. Maar het kan er eigenlijk niet meer bij. Vol is vol. De harde schijf moet nodig eens gedefragmenteerd worden.
Het ergste is dat ze mij steeds vaker wèl kennen. Mede dankzij de weblog weten sommige dinges alles van mij. Er zijn jeweetwelletjes die details onthouden waarvan ik zelf nieteens meer weet dat ik het ooit heb opgeschreven. En dat is niet grappig. Dat komt extreem dom over. Alsof ik dementerend ben.
Misschien is dat ook wel het geval.
Korsakov, zou ook kunnen. En toch is het gek dat ik de naam Sergej Korsakov dan weer wel kan onthouden, terwijl ik de goede man nooit ontmoet heb.


donderdag 23 februari 2012

kwooten omdat het moet


Het is de televisieziekte van deze tijd. In elk realityprogramma wordt hetzelfde vormpje gebruikt. Niemand die het aandurft om iets aan de kijker over te laten. Het moet zo expliciet mogelijk en dus krijg je bij alles wat je ziet ook te horen wat je ziet en hoe dit alles te ervaren.
Quotes!
'Toen kwamen we bij een hoge berg. Die moesten we opklimmen. Een moeilijke opdracht. Ik vond het heel zwaar. Pietje was buiten adem. Die ging helemaal stuk.'
En wat zien we? Een hoge berg. Kandidaten die naar boven klauteren. Hijgende mensen. Pietje die stil staat, gebukt, met zijn handen op de knieën, een rode kop, zweet en heel erg hijgen. Zo te zien kan hij geen boe of bah meer zeggen.
En we zien Piet in beeld. Een close up. Interviewshot voor een (chromakey) achtergrondwandje of zwart doek. Ook hij is aan het eind van de dag tot in den treure 'gekwoot' door de redactie. Dit soort algemene beschouwingen of testimonials zijn het gemakzuchtige cement van real-life programma's. Hiermee krijg je in de montage alles aanelkaar.
'Phoehey. Ik had het even zwaar. Ik kon niet meer', zegt Piet. 'Het werd me zwart voor de ogen.'
We zien Piet op de grond liggen.
'Ik raakte in paniek', zegt de andere kandidaat in de camera. 'Ik dacht, die gaat dood!' Dezelfde kandidaat rent op de berg gillend heen en weer. Ze is duidelijk in paniek en roept 'Piet gaat dood! Piet gaat dood!'
Het is allemaal twee keer dubbelop. Je ziet de scène en dan komen die quotes er nog eens overheen.
Aan het eind van een draaidag gaat de presentator naar huis en neemt een redacteur het over. Alles wat er eerder op deze dag is gedaan wordt uitgebreid doorgenomen. Hier en daar worden wat woorden in de mond gelegd, crisismomentjes gesuggereerd en er wordt vooral geprobeerd om de hoofdpersoon over anderen te laten oordelen. En of ze de vraag in het antwoord kunnen herhalen.
'Kan je vertellen waarom je zo'n moeite hebt met je schoonmoeder?'
'Ik heb moeite met mijn schoonmoeder, omdat...'
Het is niet moeilijk om kandidaten zo ver te krijgen dat ze dingen zeggen die ze normaal niet hardop zouden uitspreken. Of het nou bij Oh Oh Cherso is, The Bachelor, Hollands Next Topmodel of Boer Zoekt Vrouw. Zelfs bij mijn favoriete programma Wie is de Mol? kunnen ze het niet laten. 
In combinatie met een spannend muziekje wordt het al snel dramatisch. Hier en daar ondersteund met een beeld in slow motion of flash backs in zwart-wit.
Het zou aardig zijn om op deze manier eens een programma te maken over Omroepland. Een kritische kijk achter het scherm om de kijker te tonen hoe dit soort televisie gemaakt wordt. Wat er allemaal bij komt kijken en hoe bijvoorbeeld realityshows tot stand komen. Hoe 'kwoot' je iemand en hoe maak je van langdradige interviews hapklare brokken die zorgen voor het dramatische element of de juiste spanningsboog?
Je moet van goede huize komen om ervaren televisiemakers in de val te lokken, maar het kan best. Ik weet zeker dat het een aardige rel zou opleveren. Maar op deze spiegel zitten ze in Hilversum helemaal niet te wachten en de mensen die zo'n kritisch programma maken krijgen het daarna moeilijk om ergens anders in Hilversum aan de bak te komen.



Ik had het hierover met collega's en toen wees iemand mij op het boek 'Niet te Filmen' van Barbara Kuipers. Zij werkte zeven jaar als verslaggeefster voor programma's als Temptation Island, Dames in de Dop en Peking Express. In haar debuutroman geeft ze een onthullend kijkje achter de schermen van reality-tv. Van het boek is 70 procent op haar eigen ervaringen gebaseerd, de rest is fictie.
Dat boek heb ik natuurlijk direct gekocht en gisteren heb ik het eerste hoofdstuk gelezen. Volgens mij is 'Niet te Filmen' een prettig geschreven aanrader en een absolute must voor iedereen die in de televisie-industrie werkt.