dinsdag 10 november 2009

van onze speciale verslaggever

Utrecht. Het is prettig als in drukke tijden lezers van deze blog een beetje meedenken. Wanneer ik met een lichte vorm van writersblock zit is het fijn als iemand een verzoeknummer aanvraagt. En deze week kreeg ik een mail van collega Ad Testers (ik weet niet zeker of ik hem ken) die een mooi verhaal eerlijk heeft opgeschreven. Het kan zo op de blog. Dus waarom niet?


Beste Jan Rein,

Ik zit op dit moment op een hotelkamer mezelf te vervelen, kwam op je site uit en las een verhaaltje over camera-blunders. Ik heb er nog wel eentje over mijn meest belangrijke opname ever!
Op een dag moest ik voor Hart van Nederland naar Scheveningen. Milosevic was gearresteerd en onderweg naar Nederland. Ik was de cameraman die dat voor SBS6 moest vastleggen. Zo gezegd zo gedaan. Als een speer naar Den Haag, want ik wilde natuurlijk niet te laat komen.
Nou, dat was ik zeker niet.
Urenlang stonden we met z'n allen voor de gevangenispoort. Zeker twintig cameramensen en een zwik fotografen. Komt er een man naar me toe, een omwonende van de gevangenis.
"Wat gebeurt er hier eigenlijk allemaal?", vroeg hij in het algemeen.
Ik zei hem dat we stonden te wachten op Milosevic en dat ik dacht dat hij met een helicopter zou komen, in plaats van met de auto, wat de rest dacht.
"O", zei ie; "Daarom hebben ze vanmiddag die kabels weggehaald op de luchtplaats..."
"Asjemenou" dacht ik.
Ik vraag snel of ik met 'm mee kan om dan maar vanaf zijn dak te gaan kijken.
Vond ie geen probleem.
Dus weer een paar uur op het dak gestaan. Een perfecte plek. Zelfs de dikke bomenrij rond de gevangenis liet een steekje vallen, want bij hem stond er geen boom voor de deur.
Opeens toeketoeketoeke; heli-geluid.
Mijn hart gaat tekeer als een gek! Ik druk het opnameknopje in en check wel 10 keer of de camera loopt, houd mijn duim van het knopje weg en probeer rustig te blijven. Ik wist gewoon dat ik de enige was die er nog met een Beta stond.
Ja hoor; daar was ie dan, recht voor mijn neus stapt Milosevic uit de helikopter. Ik wist niet waar ik het zoeken moest, zo blij met de beelden.
Gelijk terug kijken! Ja het staat erop!!!!
Maar tijdens het terugkijken komt er nog een heli aanvliegen.
Hup, snel weer opnemen…
Na tien seconden zegt de dochter des huizes van een jaartje of 13; "Ben je nu niet over je beelden aan het opnemen?"
Ik viel zowat flauw.
Weer terugkijken... Je ziet de heli van Milosevic aankomen, hem uitstappen en naar een grote poort lopen. Deuren gaan open en even later weer dicht. Ze blijven 2 seconden dicht en... Daar is de tweede heli dan...!
#!@^%$#$& Tering-jantje, wat een mazzel zeg.
Even later stopt die opname en zie je Milosevic, met zijn bewakers door een gang lopen.
Ik had gewoon alles nog! Maar dat was wél de laatste keer dat ik iets terug gekeken heb.

Misschien heb je er iets aan. Ik schaam me er nu niet meer voor... ;-)


Ik zeg: Ad bedankt!!!
Dit soort (h)eerlijke verhalen zijn altijd welkom. Het scheelt mij een hoop tijd en dan hoef ik niet iedere keer mezelf een beetje belachelijk te maken...

maandag 9 november 2009

kameleon

Achel, België. De vorige week heb ik me twee dagen fulltime bezig gehouden met de vraag: ‘Wat is een goede cameraman?’ Een regionale omroep zocht cameralieden en ik mocht plaats nemen in de sollicitatiecommissie. Veertien gesprekken hebben we gevoerd.
Zaterdagavond zat ik in een Belgisch restaurant met Jan en Annie de Rooij. De levende rallylegende en eigenaar van een gigantisch transportbedrijf had ons uitgenodigd aan het eind van een lange draaidag. Zo’n aanbod kan en mag je niet afslaan. Dus heb ik het thuisfront gebeld met de mededeling dat het een paar uur later zou worden.
Halverwege de avond moest ik aan een paar sollicitanten denken. En opnieuw aan de vraag wat er allemaal van een cameraman verwacht wordt.
Iedereen kan leren hoe je een camera bedient. Ook de basisregels van compositie zijn niet heel ingewikkeld. Wie hard zijn best doet komt al gauw tot een aardig filmpje. Om een redelijke cameraman te worden moet je vooral veel vlieguren maken.
Als je cameraman bent of denkt dat het zover is, begint het pas. Dan moet je op pad met wispelturige verslaggevers, onzekere presentatrices en nurkse regisseurs. En of je daar maar even mee wil dealen? Voor je het weet zit je aan tafel met een rockster, een minister, topsporters, leden van het koningshuis of de man die zaterdag officieel afscheid nam van de rallysport en Dakar in het bijzonder.
In de oude racetruck, waarmee hij ooit Parijs-Dakar won, heeft Jan de Rooij zijn laatste rondjes voor het publiek op het Eurocircuit gereden. Wij hebben hem thuis opgehaald, zijn met hem meegereden naar Valkenswaard en volgden met de camera voor RTL GP elke stap die hij zette, tot hij weer thuis was. In de keuken hebben we nog een lang interview met Jan en Annie opgenomen. 
Tussen de bedrijven door vroeg Jan of de heren van de televisie het misschien leuk vonden om een hapje mee te gaan eten.
Eerder op de dag had ik weer eens gezien hoe mateloos populair de man is in het wereldje dat de Dakarrally zo mooi vindt. Hij heeft honderden handtekeningen uitgedeeld en is tientallen keren op de foto gegaan met iemand die dat graag wilde of met de kinderen van een vader die dat nodig vond. Jan de Rooij is absoluut een fenomeen. Zijn oude DAF trucks zijn inmiddels museumstukken.
Het werd reuze gezellig in het restaurant. Vooral dankzij het geweldige gevoel voor humor van de regisseur en de producent. Zelfs Jan en Annie zaten op de praatstoel. Maar ik durf ook met een gerust hart te verklaren dat de cameraploeg er zeker toe heeft bijgedragen dat er flink gelachen werd.
Nou houd ik er niet van om mezelf op de borst te kloppen en ik zal ook gelijk toegeven dat ik aan het eind van de avond door vermoeidheid inkakte. Waar het om gaat is dat het sociale aspect misschien wel het belangrijkste is waar een goede cameraman (en geluidsman) aan moet voldoen. Je moet je als een soort kameleon aanpassen aan de meest uiteenlopende situaties en gezelschappen. 
Zo komen we terug bij de reeks sollicitatiegesprekken en de vraag wat een goede cameraman is. Ik heb zeer ervaren cameramannen voorbij zien komen waarbij ik me af vroeg of ze sociaal sterk genoeg waren, ik heb veel middelmaat gezien en een jonge knul die absoluut heel ver komt, omdat hij gretig was, leergierig en slim. Hij sprak met zoveel passie en liefde over het vak dat hij mij ervan overtuigde dat het met de technische kant van camerawerk wel goed komt. Maar dit talent was in mijn ogen vooral sociaal zeer vaardig. 
Ik zal zijn naam hier niet opschrijven, hoewel ik zeker weet dat dit ventje niet naast zijn schoenen gaat lopen. Wel ga ik die naam onthouden en ik weet zeker dat hij op een dag op de aftiteling van een prachtig programma staat. Over een paar jaar -of misschien zelfs eerder- zit hij aan tafel met burgemeesters, directeuren van grote bedrijven of andere beroemdheden en dan gaat hij zich probleemloos staande houden. Waarschijnlijk kan hij die mensen zelfs een leuke avond bezorgen, wat het vertrouwen en het filmen weer ten goede komt!


Sommige mensen hebben zoveel vertrouwen in me dat ik de lifetime-achievement award even bij me mocht houden. Wat dan wellicht weer minder verstandig is....

vrijdag 6 november 2009

nobody's wife

Den Haag. 04:26. Art is wakker. Doedoe is kwijt; zijn favoriete en onmisbare knuffel ligt ergens bij zijn voeten. Vanaf het moment waarop ik mijn zoon weer heb ingestopt kan ik niet meer slapen. Telkens wanneer ik extreem vroeg uit de veren moet slaap ik onrustig.
04:45. Twee wekkers gaan min of meer tegelijk. Snel druk ik ze uit, in de hoop dat de rest van de familie door slaapt. Ik gooi een plens water in mijn gezicht, poets mijn tanden, kam mijn haren (grapje) en trek een setje kleren aan dat ik gisterenavond klaar heb gelegd. Liefst zou ik even douchen, maar dan denkt Art dat de nieuwe dag al begonnen is. Voor hem nog even niet.
05:05. Als een dief in de nacht sluip ik het huis uit. Boven hoor ik mijn zoon. Hij is toch wakker geworden. Voor zijn moeder is het te hopen dat meneer zich nog even omdraait. Met mijn duffe kop rij ik de krantenjongen bijna van zijn fiets.
05:27. Hoewel ik op dit onmenselijke tijdstip totaal geen trek heb stop ik bij BP tankstation Voordaan, langs de A27, om een broodje, een ontbijtdrankje en een pakje kauwgom te kopen. 
05:41. De Bora staat vandaag op pole position in een parkeergarage op het MediaPark. Het blijft een beetje vreemd dat uitgerekend hier, zo dicht bij de studio en de zenders mijn autoradio altijd stoort.
05:44. Peter van de uitgifte begroet me hartelijk als altijd. Weet hij wel hoe vroeg het is? Het bekertje koffie dat hij voor mij haalt kan ik wel weer waarderen. Als hij ook nog de auto voor rijdt, zodat ik direct kan inpakken, kan deze ochtend niet meer stuk.
06:38. Ik rij min of meer langs mijn huis. Nu met een auto vol spullen en een vriendelijke geluidsman aan mijn zijde. We gaan naar Den Haag. Mooie stad, achter de duinen.
07:19. Keurig op tijd meldt de filmploeg zich in het Crowne Plaza Hotel. Waar ken ik deze omgeving ook alweer van?
Uiteraard zijn we de eersten. Kopje koffie erbij en als Willem arriveert overleg. We bespreken wat ons te doen staat vandaag. Uiteraard niet zonder flauwe afzeikgrapjes, waar we gelukkig zelf ontzettend hard om kunnen lachen.
08:35. Drie prachtige nieuwe HD minicamera’s hangen in een oude Citroen DS. Fluitje van een cent. Lang leve de gaffertape en het kartonnetje van het lichtfiltersetje. Ik heb even zitten pielen met het menu van de harddisk recordertjes, maar deze Sony HXR-MC1P is super gebruikersvriendelijk.
09:03. Presentator Frank Evenblij (onder andere van de Jakhalzen) geeft een ferme hand. Ik ken hem alleen nog maar van televisie en verhalen van collega’s. Hij heeft er zin in. Dit is de misschien wel de meest prestigieuze tv-opdracht die hij tot nu toe heeft gekregen. Ik vind het een hele eer dat ik er bij mag zijn.
We gaan snel de stad in om een paar loopshots te maken. Het is opgeklaard en het zonnetje schijnt.
09:55. Als we wachten op de eigenaar van cafe De Paap loopt een oudere man voorbij die, zodra hij ons ziet, heel hard “Televisie!!!” roept. Frank en Willem vragen zich af of hij ook heel hard “Boekhouding!!!” zal schreeuwen als hij een accountant tegen komt.
10:57. Anouk arriveert. De Paap is subtiel uitgelicht. Ik hoop maar dat het niet te subtiel is. We gaan draaien. De dag is eindelijk begonnen!
13:17. We lopen naar het restaurantje waar de lunch geserveerd wordt. Inmiddels heb ik twee schijven van veertig minuten vol gedraaid. Eentje in De Paap, de andere in De Pater. Twee donkere kroegen en alles van de schouder. Dat voel ik wel. Het zijn lange gesprekken, maar inhoudelijk is het steengoed. Ik neem mijn pet af voor Frank en maak een diepe buiging voor Anouk. Zoals vandaag heb ik haar nog nooit gezien. Ik vrees dat we unieke televisieopnamen hebben gemaakt. Ze is veel sympathieker dan ik altijd heb gedacht. Open, eerlijk, grappig, ontwapenend, lief en ze zit er schitterend uit. De zangeres komt dwars door het beeld heen. 
17:20. Wrap. Anouk is kapot en ik begrijp het. Ze is zwanger en ze heeft alles gegeven. Eigenlijk was het een ontzettend lang interview, maar dan op vier of vijf verschillende plekken. Deze middag hebben we met die DS door de stad gereden. Anouk en Frank hebben een stukje onder de bomen gelopen op het Lange Voorhout. Daarna hebben we nog een interview gedaan in een andere kroeg en tot slot zijn we op de Boulevard in Scheveningen uitgekomen. Omdat het te winderig was hebben we binnen in de speelhal een hilarische scène opgenomen. Nu is het klaar. De auto van Anouk rijdt weg. Wij pakken onze spullen in.
18:16. Bijna thuis. Alleen moet ik nog even heen en weer naar Hilversum om de cameraspullen terug te brengen en de Bora op te halen. Gelukkig rijdt de geluidsman. Kan ik een beetje schrijven.
19:38. Ik verlaat Hilversum. Onderweg ga ik nog even snel iets eten, want ik sterf bijna van de honger. Als het een beetje mee zit ben ik om kwart over acht thuis. Dit zijn pittige dagen. Maar het was zeer de moeite waard. Ik denk dat ik de nieuwe cd van Anouk toch maar ga kopen...


maandag 2 november 2009

veer

Slik. Hier word ik weer vrolijk van!
Meer veren in de bibs dan Pino op zijn pak.

hooliganisme

Heerenveen. Ik had me verheugd op zaterdagavond. We zouden voor Het Klokhuis een reportage maken over de registratie van een voetbalwedstrijd. Wat erbij komt kijken voor je met het bord op schoot de samenvatting van SC Heerenveen – ADO kan aanschouwen. Een interessant ‘achter de schermen’ onderwerp en leuk om te draaien, omdat het zowel tv-technisch als inhoudelijk voor ons een thuiswedstrijd was.
Voor een goede Klokhuisaflevering heb je veel materiaal nodig. Er moest dus een boel gebeuren tussen half twee ’s middags en kwart over negen ’s avonds. In ons script stonden scènes over het opbouwen van de camera’s in het stadion met uitleg over de posities en rolverdeling en waarom er minimaal zeven langs de lijn staan. Een interview met regisseur Pascal Clement van Studio Sport, teksten over het geluid, de commentator, de regiewagen, titels en het fenomeen ‘slow motion’. Dit alles moest in zo’n volgorde worden opgenomen dat de ploeg van Cinevideo zo min mogelijk last van ons zou hebben. We mochten het echte werk natuurlijk niet verstoren. Hierdoor hadden een strak schema met amper tijd om adem te halen.
Gelukkig ging alles zeer voortvarend. Mede dankzij alle steun van de collega’s die de wedstrijd moesten registreren. Die hoef je gelukkig niet veel uit te leggen. Ook de mensen van Heerenveen en het stadion bleken buitengewoon attent en behulpzaam. Tot de wedstrijd begon waren wij van Het Klokhuis uiterst gelukkig en tevreden.
En toen moest ik een shot maken van Camera 4 in actie. De camera die bij de middenlijn staat en onder andere beelden maakt van de trainers. Hier stond een fluorescerende jas in de weg, met op de achterkant in grote zwarte letters het woord ‘Steward’. Ik vroeg de meneer in die jas of hij een stapje opzij wilde doen, maar hij moest eerst weten waarom. Voor ik dat goed en wel had kunnen uitleggen begon hij in een portofoon te praten. Hij vroeg niet of ik toestemming had, waar mijn pasje was en zag kennelijk niet dat ik zo’n opvallend hesje aan had, dat alleen gedragen wordt door cameramensen die toestemming hebben om op en rond het veld te filmen. Hier moest opgetreden worden…
Dat ik alleen maar door het hek wilde filmen kreeg ik niet meer uitgelegd. Ik werd bruut weggestuurd met de mededeling dat het hoofd van de afdeling veiligheidszaken van niets wist. Kennelijk moet je vooraf iedereen in het stadion persoonlijk informeren over je komst. Het is niet voldoende om toestemming te regelen bij de instanties die over uitzendrechten en tv-opnamen gaan. Een akkoord van de ECV, Endemol, de NOS en de perschef van de club is duidelijk niet genoeg.
Ik mocht niet filmen en daarmee basta! Dat ons onderwerp zo in duigen dreigde te vallen en dat dit nogal wat kosten met zich mee bracht deerde deze stugge Fries niet. Regels zijn regels. Orders zijn orders. Even luisteren en zelf een beetje nadenken is verboden. Als er geen rellen zijn, kan je ze zo krijgen. Ik weet dat dit het systeem is, maar het wordt tijd om dat systeem te veranderen. 
De tijd tikte vrolijk verder. Ik voelde de druk van onze strakke planning en kreeg de indruk dat er met deze Seyss-Inquart niet te praten viel. Jammer dat ik uitgerekend hem had aangesproken, want de collega die naast hem stond keek met verontschuldigende blik en haalde, achter de rug van onze plaaggeest, zijn schouders op alsof hij wilde zeggen: ‘Ik kijk vaak naar Het Klokhuis en weet dat dit een onschuldig programma is, waar je nog eens iets van kan leren.’
Boos deed ik een stap naar achteren, om ongelukken te voorkomen. Mijn ECV pasje in de hand. ‘All Access’ staat er op. Het hesje, waarop in grote witte letters TV staat, trok ik recht. Op dat moment ontplofte de meest vredelievende regisseur op aarde. Onze Leo doet nog geen vlieg kwaad en ik wist helemaal niet dat hij boos kon worden, laat staan dat ik kon bevroeden dat hij zoveel agressie in zich had. Hij probeerde het heel even vriendelijk en werd vervolgens witheet. Ik dacht dat dit moment zou leiden tot een levenslang stadionverbod, maar gelukkig greep presentator Bart tijdig in. 
En toen floot de scheidsrechter de eerste helft af. Had hij wellicht de spreekkoren van de Klokhuiscrew verkeerd geinterpreteerd? Nee, het was gewoon tijd. Wij hadden een heel kostbaar kwartier verspeeld.
In de rust kwam alles goed met een beetje hulp van de lieve persdame en de cameramensen op het veld die bereid waren een beetje te acteren. Excuses maakte de steward natuurlijk niet. Sorry zit niet in hun vocabulaire (en het woordje vocabulaire overigens ook niet).
Onze planning lag overhoop. Het schema kon de prullenbak in. Wat we in de rust hadden moeten draaien moesten we nu in de tweede helft doen en dat had concequenties voor de mensen in de regiewagen. Die bleken gelukkig wel heel professioneel.
Aan het eind van de avond hadden we ons boodschappenlijstje afgewerkt. Met hangen en wurgen is in deze een leuke woordspeling. Over mijn eigen bijdrage was ik niet meer zo tevreden. Het incident met die stomme suppoost had me behoorlijk opgefokt en dat is een toestand waarin ik niet optimaal functioneer. Jammer, want ik had me zo op zaterdagavond verheugd...


zondag 1 november 2009

de jongste bediende

Den Haag. De klus zat er op. 
“It’s a wrap!” had de producent hard geroepen, waarna de uitnodiging voor een hapje en een drankje volgde. Van het strand in Scheveningen moesten we naar een gezellig restaurantje aan de andere kant van de stad. Opeens had iedereen haast. De mannen van de televisie hadden honger!
We waren met een grote ploeg. Er hing een uitgelaten sfeer. Met deze lange, vermoeiende draaidag was een eind gekomen aan een slopende serie. Zes man sterk sprongen we in het eerste crewbusje dat we zagen. Achter het stuur zat de jongste bediende. 
“Hup, rijden met die bak!” moedigden wij de chauffeur aan. De grootste mond zat voorin en had de TomTom al in zijn hand om het adres in te voeren.
“Hup hup!”
Het was de bedoeling om zo snel mogelijk aan de Wiener Schnitzel te zitten. Liefst eerder dan de rest. Niet dat er een reden was om nu opeens haast te maken. Het was gewoon een principeding. Een jongensding, zo je wilt. Zet zes uitgelaten kerels bij elkaar in een busje en je hebt chaos op de weg.
Alleen de chauffeur werkte in eerste instantie niet helemaal mee. Die gaf onvoldoende gas.
“Rij eens door man!”
“Heb jij je rijbewijs bij een pakje Bona gekregen?”
“Man, haal die bejaarden gewoon even in!” 
“Of durf je niet?”
“Gas!!!”
Opmerkingen die grappig bedoeld waren, maar waarvan de bestuurder zichtbaar nerveus werd. Hij wilde graag stoer zijn en er een beetje bij horen, maar hij ook heelhuids aankomen op de eindbestemming. Het was een jonge jongen. Nog niet zo lang in het bezit van een rijbewijs. Heel zeker voelde hij zich niet achter het stuur van zo’n Transporter. Op zijn linker schouder zat welliswaar een beschermengeltje, maar als hij over zijn rechter schouder keek zag hij vijf duiveltjes, verkleed als collega.
Hij wilde zich niet laten opfokken, maar dat gebeurde wel.
“Wil je ook een stuurtje?” Met onze eigen woorden probeerde hij gevat iets terug te doen, maar dat was dom. Nu kreeg hij helemaal de wind van voren.
“Kan jij dan helemaal niks???”
Met hoge snelheid vloog het busje uiteindelijk over de klinkers van de Scheveningseweg. Best een beetje onverantwoord. Aangekomen bij het Crowne Plaza Hotel riep iemand dat we naar links moesten. De Professor B.M. Teldersweg op. Onze gedreven bestuurder zag dat dit niet mocht, maar deed het toch. Tot overmaat van ramp draaide hij zo vroeg in dat hij de achterkant van een dure BMW ramde met de linkerkant van ons busje. Krak.
“Whoops!”
“Wat doe je nu?”
“Sukkel!”
Midden op straat lag een bumper. Uit de BMW stapten een kakker en een blonde dame. Die auto was van haar vader. Sorry, sorry, sorry. De schade leek mee te vallen, maar het was duidelijk dat beide auto’s overgespoten moesten worden. 
Onze chauffeur stond te trillen op zijn benen. Hij kon wel wat steun gebruiken. Voor het eerst in zijn carrière kreeg hij te maken met een schadeformulier, verzekeringspapieren en de politie. Binnen twee minuten stonden er twee agenten op de stoep. De schreven direct een bekeuring van zestig euro uit voor het niet verlenen van voorrang en ze maakten aanstalten om een bon te schrijven voor het linksaf slaan op een plek waar dat niet mag. Omdat we zo lief waren bleef het dat laatste bij een waarschuwing.
De boete hebben we gedeeld, dus dat viel mee. Wel kregen we onwijs op onze donder van de directeur van het facilitair bedrijf, omdat zo’n schade sowieso duizend euro eigen risico kost en dat was meer dan de winst van het hele project, waar we met z’n allen zo hard voor gezwoegd hadden.
Hoewel ik niet degene was die het hardst heeft zitten jennen in dat busje voel ik me wel schuldig. Maar of ik het had kunnen voorkomen betwijfel ik. Stoer gedrag zit diep. En die knul kan gewoon niet rijden. 

woensdag 28 oktober 2009

50 jaar NDT clip

prutsers

Utrecht. Ik ben in dit leven tweemaal ontslagen. Een keer als barman van Cafe ’t Luifeltje, omdat de eigenaar mij bij nader inzien liever aan de andere kant van de toog had. Daar kon ik me wel in vinden. Ik zat nog in mijn proeftijd en vond het nuchter een stuk minder gezellig in mijn stamkroeg. De tweede keer dat ik ontslagen ben zit me echter nog steeds dwars. Al gaat het hier over een conflict dat stamt uit 1991.
Ik was vrijwilliger bij de Lokale Omroep Start in Geleen. Ruim vijf jaar had ik bloedfanatiek gewerkt als kabelkrant-typist, nieuwslezer, telefonist, sportverslaggever, radiopresentator, kabelassistent, cameraman, editor, eindredacteur en regisseur. Daar heb ik de basis gelegd voor mijn huidige carrière. Het was een schitterende tijd. Dat ik bleef zitten op 4 Havo kon me niets schelen. De lokale omroep ging boven alles. Tot die club op een dag gereorganiseerd werd en een nieuw bestuur ging luisteren naar een meneer waarover ik niks dan goeds mag zeggen. (De lamlul is inmiddels overleden.)
Hij vond het echter niet prettig dat er mensen waren die meer verstand van televisiemaken hadden dan hij. Op een dag kreeg ik een officiële waarschuwing, omdat ik verdacht werd van corrupte handelingen. Nou is dat in Limburg niet zo gek, maar ik was me van geen kwaad bewust. Toen ik protesteerde werd ik door de voorzitter, ene mevrouw Renate Haverhoek, op staande voet ontslagen. De toegang tot de studio werd me ontzegd. Mijn hobby werd bruut afgepikt en wat ik ook probeerde; naar argumenten werd niet meer geluisterd.
Er werd uiteindelijk een hele vriendengroep ontslagen. Het werd een behoorlijke rel in het Geleense. De regionale kranten stonden weken lang vol met verhalen over het gedoe bij de lokale omroep. In die periode schreef iemand het prachtige gedicht: “Renate, was ik maar met je getrouwd! Dan kon ik je verlate.”
Ik was 19. Die omroep was mijn alles. De liefde voor het vak zat dieper dan diep en ik wilde niets liever dan stapje voor stapje richting Hilversum. Voor mijn gevoel werd door al mijn dromen een dikke streep getrokken. Dat deed pijn en het maakte me ontzettend boos. Zo boos dat ik nog steeds haatdragend ben als ik aan dit absurde voorval denk.
Ergens hier op zolder, in een doos, zit een dikke ordner vol papieren uit die tijd. Ik zou ze er nog eens bij moeten pakken om alle details op te rakelen, maar neem van mij aan dat die mevrouw Haverhoek, door mij als vrijwilliger te ontslaan, de grootste fout van haar leven heeft gemaakt. Mocht ik haar ooit nog eens geheel per ongeluk tegen komen, dan zal ik het niet nalaten om uit te leggen hoe dom dit was. Maar excuses worden niet meer geaccepteerd.
Met mij is het toch nog goed gekomen. Dat kan je over de lokale omroep helaas niet zeggen. Ze zijn in een diep dal terecht gekomen en na achttien jaar nog steeds even amateuristisch. Dat zie ik wel eens als ik bij mijn ouders ben en het niet kan nalaten om even naar kanaal 30 te zappen.
De omroep bestaat bijna 25 jaar en ter gelegenheid van dit heugelijke feit had iemand bedacht om een reünie te organiseren voor (oud) medewerkers. Dat bleek minder eenvoudig dan ze dachten, want een hoop belangrijke personen uit het verleden zijn niet uitgenodigd, waaronder een paar medeoprichters. Mij hebben ze uiteindelijk wel weten te bereiken en ik had speciaal vrij genomen om erbij te kunnen zijn. De oude fotoboeken lagen al klaar, maar twee dagen voor de reünie hoorde ik viavia dat het bestuur van de lokale omroep de reünie had afgeblazen. Officieel wegens een gebrek aan aanmeldingen, maar ik begreep dat het vooral te maken had met gekonkel en organisatorische problemen. De arme prutsers.
Het schijnt dat ze het in april nog eens gaan proberen. Waarschijnlijk word ik daarvoor nu niet meer uitgenodigd, maar als ze me vragen dan kom ik. In de hoop dat ze ook mevrouw Haverhoek uitnodigen. Dat kan een interessante avond worden. 


juli 1990

dinsdag 27 oktober 2009

Schindler's Lift

Utrecht. Voor het VARA programma Kassa was ik de vorige week in Hoogezand, waar we een reportage maakten over een bejaardenflat waar de liften voortdurend defect zijn. Een goed onderwerp voor zo’n consumentenrubriek. Herkenbaar bejaardenleed en een grote woningcorporatie die op de knietjes moet, wat wil je nog meer?
Wat me om te beginnen verbaasde is dat ze daar in het noorden alle ruimte hebben, maar het toch veertig jaar geleden al nodig vonden om er een aantal afzichtelijke flatgebouwen met tien verdiepingen te bouwen. Wellicht waren het in die tijd de meest noordelijke liften van Nederland. Schindler’s liften. Ik kan er niks aan doen, maar ik leg altijd een link met de film als ik in zo’n lift van de firma Schindler sta. Als de lift van Otis is voel ik me een stuk veiliger, omdat ik dan gelijk aan ‘Redding’ denk. Ook flauw. 
Afijn. Over liften die een eigen leven gaan leiden kan je een aardig filmpje maken, en dat hebben wij dan ook geprobeerd. Alleen was er, op het moment dat wij daar waren, geen enkel probleem met die liften. Ze deden het de hele ochtend. En voor de opnamen hebben we ze behoorlijk vaak heen en weer gestuurd. 
Ik moet eerlijk bekennen dat ik bijna ging hopen op een ernstige storing. Voor deze ene keer had ik het niet erg gevonden als ik met camera vast was komen te zitten en bevrijd had moeten worden door de vrijwillige brandweer van Sappemeer. Liefst samen met een hoogbejaarde bewoner.
Die arme mensjes moeten regelmatig met hun rollator de trap op of af, omdat de lift het begeven heeft. Sommigen durven amper nog naar buiten, bang voor alle nukken van Schindler’s lift. Binnen een kwartier was ons duidelijk dat deze situatie onmenselijk is. We spraken drie bewoners van de zesde verdieping. Een mevrouw in tranen, een ander hyperventilerend en een meneer stortte bijna van de trap toen hij demonstreerde hoe hij naar beneden moet als de lift niet functioneert.
Goed voor onze reportage, maar in principe super schrijnend. Je zal maar zo oud worden. Die flat is ook met werkende lift al behoorlijk deprimerend. Dus wij met een meneer van de ombudsman naar de verantwoordelijke woningcorporatie. Die bleek helemaal in Amstelveen te zitten. 
Hoe het af liep zie je binnenkort bij Kassa.



maandag 26 oktober 2009

vacature cameraman

Moet je wel in Groningen (gaan) wonen!


Allround Cameraman (ENG/EFP)
fulltime/parttime/freelance 

die zowel draait voor nieuws- en sportprogramma’s als variaprogramma’s 
De organisatie RTV Noord is de regionale multimediale omroep voor de provincie Groningen en zendt dagelijks nieuws-, sport-, service- en muziekprogramma’s uit op radio, televisie en internet. Bij RTV Noord werken bijna 100 medewerkers. RTV Noord wil als multimediaal bedrijf voorop blijven lopen.
 
De cameraman:
• Werkt zowel zelfstandig als onder regie van een verslaggever of regisseur en is verantwoordelijk voor het maken van de gewenste beelden in de studio, op locatie of bij grotere evenementen.
• Is als ENG cameraman tevens verantwoordelijk voor het geluid.
• Haalt het optimale uit de camera en kan de camera als het ware “blind” bedienen.
• Kan een optimaal plaatje maken in de beschikbare tijd.
• Draait voor zowel nieuws- en sportprogramma’s als variaprogramma’s.
• Werkt zowel in studio's van de omroep maar ook op locatie en bedient hierbij de benodigde mobiele faciliteiten.
• Ziet de camera als een verlengstuk voor de programmamaker.
• Verdiept zich vooraf in de onderwerpen en doet suggesties binnen het format over de aanpak en vormgeving.
• Werkt efficiënt en doelmatig.
• Staat open voor innovatieve veranderingen binnen het medialandschap. Functie-eisen
• Een MBO werk- en denkniveau en ruime ervaring als cameraman in zowel ENG als in een meercamerasetting.
• Ruime kennis hebben van compositie, licht en lenzen.
• Beschikken over goede communicatieve vaardigheden en een flinke dosis creativiteit.
• Goed op de hoogte zijn van ontwikkelingen in het vakgebied.
• Creatief, accuraat, enthousiast, stressbestendig en klant- en samenwerkingsgericht.
• Affiniteit hebben met de regionale omroep.
• Openstaan voor de innovatieve veranderingen die gaande zijn in het medialandschap.
• Flexibel zijn wat betreft inzetbaarheid en bereid zijn om in de avonduren en weekenden te werken.
• Beschikken over het rijbewijs B. Aanbod Wij bieden je een dynamische werkomgeving met veel autonomie en afwisseling en een prima arbeidsvoorwaardenpakket volgens de CAO voor het omroeppersoneel. Het dienstverband gaat in op 1 januari 2010. Het salaris wordt bepaald op basis van ervaring en ligt tussen € 2048,55 en € 3013,02 bruto per maand (schaal F).
 
Aanvullende informatie:
Voor deze vacature wordt gelijktijdig in- en extern geworven. Interne kandidaten die voldoen aan de functieomschrijving en functie-eisen hebben voorrang op externe kandidaten. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jeroen Mennema, Hoofd Faciliteiten en ICT, tel. 050-319 99 99. De gesprekken worden gehouden op 3 en 4 november a.s. Een praktijktest kan deel uitmaken van de selectieprocedure.
 
Reactie
Uw CV en brief met motivatie (o.v.v. vacature cameraman) ontvangen wij graag uiterlijk 29 oktober 2009 op het adres: RTV Noord, Afdeling P&O, Postbus 30101, 9700 RP Groningen, of via P&O@rtvnoord.nl. 


zondag 25 oktober 2009

13.613

Utrecht. Ik wilde even snel uitrekenen wanneer Imme precies 100 dagen oud is, want ze zeggen dat ouders bij het tweede kind alle belangrijke mijlpalen vergeten. Dat proberen wij te voorkomen. Op het internet zocht ik naar ‘dagen teller’ en via Google vond ik een handige toepassing bij time and date dot com. Je tikt twee data in en het apparaat vertelt je binnen een paar tellen hoeveel jaren, maanden, weken, dagen, uren, minuten of seconden er tussen zit.
Zo had ik al snel uitgevogeld dat ikzelf vandaag op de kop af 13.613 dagen oud ben. Dat is 1944 weken, 326.712 uur, 19.602.720 minuten en 1.176.163.200 seconden. Ofwel 37 jaar, 3 maanden en 7 dagen.
Het slaat nergens op, maar ik vind het grappig.
Zo kan ik ook melden dat ik mezelf al 5775 dagen ‘cameraman’ noem en dat is 15 jaar, 9 maanden en 23 dagen.
Joost, Frank, Frank, Chantal, Ruud, Marcus, Silje en bijvoorbeeld Dennis ken ik al 6627 dagen. Ofwel 18 jaar, 1 maand en 22 dagen. Zeg maar 572.572.800 seconden.
Mijn vrouw houdt het al 3311 dagen met me vol. Dat is 9 jaar en 24 dagen vaste verkering. Vanavond vieren we de 286.071.000 seconden samen. En ons huwelijk houdt al 49.161.600 seconden stand.
Zijn jullie al afgehaakt? 
Ik heb er nog ééntje opgezocht. Voor de lezers van de FvE webpost, die hier ook in grote getale voorbij wandelen. De heer Frits van Eldik (fotograaf van beroep) ken ik vandaag op de kop af 287.020.800 seconden. Dat zijn 474 weken, wat misschien lang lijkt, maar dat is het voor mijn gevoel totaal niet is. Alleen heb ik mijn grote vriend ook alweer 316 dagen (7584 uur) niet gezien en dat is te lang!
Wat Imme betreft: die is vandaag op de kop af 9.158.400 seconden oud. Wat neer komt op 152.640 minuten of 2544 uur. Zeg maar 106 dagen. De honderd is ze al lang voorbij. Zo zijn we alweer per ongeluk een mijlpaal gepasseerd!

woensdag 21 oktober 2009

Imme en de fles

Utrecht. Imme is drie maanden en tien dagen oud. Hoogste tijd om (deels) over te stappen van borstvoeding op melk uit een flesje. Temeer, omdat mama vanaf maandag weer gaat werken. De papadag keert terug en twee lieve gastouders wachten met smart op ons mooie lieve meisje. Maar Imme heeft heel andere ideeën. Al weken weigert ze categorisch elk flesje dat wij aanbieden. 
Wat we ook doen, Imme drinkt uitsluitend bij haar moeder. Of ik nou op mijn kop ga staan, met een Avent-fles aan kom of met de hypermoderne Tommy Tippee. We hebben zelfs een speciaal Amerikaans model geleend van de deskundige van het consultatiebureau. Iets wat op een borst zou moeten lijken.
Imme slikt het niet.
Al ruim een maand zijn we aan het klooien en experimenteren. Het is om moedeloos van te worden. Wanhopig en radeloos. En voor de kleine Imme is het allemaal verwarrend en buitengewoon frustrerend. Ze snapt er helemaal niks van.
Het is niet dat ze niet wil drinken, maar ze begrijpt het niet. Drinken aan mama’s borst is volgens de deskundigen wezenlijk anders dan zuigen aan een flesje. Ze duwt die speentjes met haar tongetje naar de zijkant van het mondje of ze drukt het gaatje dicht. Melk komt hooguit druppelsgewijs binnen en dan nog verslikt ze zich. Na lange tijd klooien heeft ze 15ml binnen gekregen, terwijl ze per drinkbeurt ongeveer 120ml moet hebben. Ze wordt er ongeduldig van en gaat uiteindelijk keihard huilen. Heel zielig is dat. Dan is ze zo over haar toeren dat ze niks meer wil. Uiteindelijk valt ze in slaap met een leeg maagje, om niet veel later wakker te worden van de honger. Al bij het zien van de fles wordt ze dan extreem verdrietig. 
Ons geduld is al aardig op de proef gesteld. Nu ook ons incasseringsvermogen, want als het over kinderen gaat heeft iedereen een mening. Het is wat dat betreft net voetbal. Van alle kanten krijgen we goedbedoelde tips en ongevraagde adviezen. De meest realistische hebben we inmiddels geprobeerd toe te passen. Zonder resultaat.
Ik kende dit probleem niet voor wij er mee te maken kregen en heb er dan ook geen seconde rekening mee gehouden dat ons dit zou kunnen overkomen. Nu hoor ik dat het veel vaker voor komt dat een baby niet wil overstappen van borstvoeding naar de fles. Bijna iedereen in onze omgeving kent wel iemand die er mee te maken heeft gehad. En dus wordt er massaal met ons meegedacht. Dat is heel lief, maar ook soms irritant. Want zelfs de deskundigen van het consultatiebureau en bijvoorbeeld de huisarts hebben geen voor de hand liggende oplossing. Elk kind is anders. Bij de een is het in een week opgelost en bij andere kinderen duurt het soms een half jaar of zeven maanden. 
Mijn grootste ergernis is dat dit probleem niet door iedereen serieus genomen wordt. Ik heb al meerdere keren gehoord dat je het kind gewoon moet uithongeren en dat ze dan vanzelf gaat drinken. Lijkt mij geen goede theorie. Bovendien zijn wij al zo ver gegaan als we voor ons gevoel konden. Het werkt niet. Al weken niet.
Sinds deze week voeden we Imme twee keer per dag met een lepeltje. Daar is ze eigenlijk nog te jong voor, maar het is me vandaag wel gelukt om twee keer 50ml naar binnen te werken zonder gevecht. Ze bleef lang rustig en vrolijk. Het was een hele overwinning en we hebben samen een vreugdedansje gemaakt door de kamer.
Hoe het verder gaat weet ik niet. Maar een ding is zeker, ik luister alleen nog maar naar drie personen. Naar de vriendelijke en deskundige mevrouw van het consultatiebureau die realistisch is, ons gerust probeert te stellen en met goede ideeën komt zonder ons gek te maken of valse hoop te geven. Ik luister naar mijn Lieve Lief en ik luister vooral heel erg goed naar de prachtigmachtigmooie Imme. 





dinsdag 20 oktober 2009

Nederlands

Amsterdam. Ik maak me niet snel druk over een commercial, maar op Radio1 hoor ik al een tijdje spotjes van de overheid waarover ik me op zijn zachtst gezegd verbaas. Het heeft te maken met het spreken van de Nederlandse taal. 
Om te beginnen wordt er een uiterst flauw woordgrapje gemaakt, waar zelfs iemand die geen woord Nederlands spreekt de humor niet van in ziet: Een mevrouw komt bij de dokter met hoofdpijn en de dokter gaat zoeken naar de oorzaak. Dan denkt die mevrouw dat het met haar oren te maken heeft. Persoonlijk vind ik het ver gezocht en een beetje stupide.
Dan komt de pay-off en wordt iedereen die onze taal niet goed spreekt opgeroepen om naar een bepaalde website te gaan. In het Nederlands!
Hoe vaker ik deze commercials hoor, hoe meer ze me irriteren. Want wie willen ze nou in hemelsnaam bereiken? En waarom? Iemand die onze taal niet goed spreekt zal niet naar Radio1 luisteren en van dit spotje geen snars begrijpen. 
Volgens mij is dit een typisch gevalletje van zonde geld. De commercials zijn hooguit bedoeld om de vrienden van Geert Wilders het idee te geven dat er wel degelijk iets gebeurt. Maar ook die luisteren volgens mij niet naar Radio1.
Ik zou de spotjes vertalen in het Arabisch en ze uitzenden via de speakers van de moskee. Dan zet het wellicht zoden aan de dijk. Hoewel... Surft iemand die onze taal niet spreekt naar "www.hetbegintmettaal.nl" ???

maandag 19 oktober 2009

ABN AMRO

Utrecht. In december heb ik een zakelijke rekening geopend bij de ABN AMRO. Dit had nogal wat voeten in aarde. Naïef als ik was toog ik naar het bankkantoor in De Meern en trots kondigde ik aan dat ik voor mezelf ging beginnen. Of ze even een rekening voor me wilden openen? 
Maar dat ging niet zomaar! Daarvoor moest ik een afspraak maken met een accountmanager. Die wist mij een week later te vertellen dat er nogal wat kosten aan zo’n zakelijke rekening vast zitten (je betaalt per transactie) en rood staan kan niet. Daarvoor is een ingewikkeld bedrijfsplan nodig en een onderzoek dat om te beginnen een paar honderd euro kost. Met een beetje mazzel krijg je dan een krediet. Anders ben je dat onderzoeksgeld gewoon kwijt.
Ik zei dat ik dan wel een extra privé-rekening wilde openen. Dat is goedkoper en het is niet zo ingewikkeld om bijvoorbeeld tot € 1.000,- in de min te staan. Maar dat mocht dus niet. Als de bank zou ontdekken dat ik een privé-rekening zakelijk gebruikte zouden ze direct al mijn tegoeden bevriezen en mij eventueel een forse boete geven. 
Ik ben nog gaan informeren bij een andere bank, maar ook daar werd ik niet bepaald als klant behandeld. Dus heb ik die rekening bij ABN AMRO geopend. Daar waren overigens weer kosten aan verbonden en ze wilden allemaal papieren zien die ik als starter nog niet had. Het verhaal van de kip en het ei. Om een zaak te beginnen moet je onder andere een bankrekening hebben en om zo’n rekening te openen moet je een eigen onderneming starten... 
In de loop van dit jaar heb ik nog eens nagevraagd of het echt niet mogelijk was om een klein beetje rood te staan op mijn zakenrekening. Gewoon omdat je soms even een paar honderd euro meer uit moet geven dan je op dat moment hebt. Het was echter zo belachelijk duur om dat te regelen dat ik er snel vanaf gezien heb.
Nu zat ik vandaag mijn afschriften te checken en zag ik dat er € 4,67 debetrente van mijn rekening is afgeschreven. En toen begreep ik het even niet meer. Ik kan niet rood staan en moet toch debetrente betalen...
Bellen met de bank. Dat is 10 eurocent per minuut, plus de kosten voor gebruik van de mobiele telefoon en dan een ingewikkeld menu afwerken. Ik moest inloggen met mijn e-dentifier, pincode en bankpas. Na het intoetsen van een 1 voor vragen, de 2 voor moeilijke vragen, weer een 1 voor vragen over afschrijvingen en de 4 voor een medewerker (drie minuten menu), kreeg ik een meneer aan de lijn die opnieuw van alles van mij wilde weten voor hij in kon gaan op mijn vraag. Zijn systeem werkte niet optimaal en dus had ik voor niks ingelogd met mijn pas en pincode.
Vervolgens vond die vriendelijke meneer het helemaal niet gek dat ik rente moet betalen bij een rekening waarop je niet rood kunt staan. Dat heeft namelijk te maken met de rentedatum. Ja, de rentedatum. Hij legde mij uit dat er geld van je rekening afgeschreven wordt en dat de rentedatum dan niet automatisch het moment van overboeken is. Hetzelfde geldt voor bijgeschreven bedragen. 
Ik snapte er ook niet veel van, maar ben eens gaan kijken bij mijn internetbankieren. Achter elke transactie staat inderdaad een rentedatum. En zo ontdekte ik dat als er vandaag een bedrag wordt afgeschreven dan is de rentedatum vandaag. Maar als er een bedrag wordt bijgeschreven dan is de rentedatum morgen. Zo kon het op mijn zakenrekening gebeuren dat ik deze maand qua rentedata in de min ben gekomen en daarover een boete van vier euro en nog wat moet betalen. 
Daar kan ikzelf geen enkele invloed op uitoefenen. Het komt op mij over als pure oplichting. De bank pikt mijn geld door te rommelen met de rentedata. Ik ben van mening dat je nooit debetrente hoeft te betalen als je niet rood staat, maar dat is dus niet zo. Ze hebben slimme trucjes verzonnen. En als ze dat maar bij iedereen doen, dan begrijp ik waar ze die enorme bonussen van betalen. Opeens weet ik ook hoe die Rijkman Groenink aan zijn gouden handdruk van zesentwintig miljoen is gekomen! 
Mijn vertrouwen in banken heeft alweer een deuk opgelopen. Alleen kan ik er niets mee. Ik geloof niet meer dat er ook een goede bank bestaat... 

zaterdag 17 oktober 2009

corrupt

Amsterdam. Een avondje Ajax is voor mij geen straf. Sterker nog; als ik niet had hoeven werken was ik waarschijnlijk ingegaan op de uitnodiging van Joost en had ik vrolijk op de tribune gezeten. Maar nu kan ik aan het eind van de avond ook een factuurtje typen. Goed geregeld dus.
Ik ben ingehuurd om te filmen bij de wedstrijd Ajax–WillemII. Alleen had ik bij de uitnodiging niet helemaal begrepen dat het uitsluitend voor de grote schermen in het stadion is. Niet dat dit erg is, it pays the bills, maar persoonlijk vind ik het leuker om ook de druk van een uitzending te voelen.
Mijn lichte teleurstelling is echter verdwenen vanaf het moment waarop ik me realiseerde dat ik deze avond verantwoordelijk ben voor het zogenaamde ‘Aegon spel’. Bij Ajax supporters waarschijnlijk beter bekend als ‘Zoek de Winnaar’. De camera speurt gedurende veertig seconden langs het publiek op de tribune, zoomt wat in en uit, en komt uiteindelijk bij iemand uit die de winnaar van dit simpele spelletje is. In het stadion kan iedereen het volgen via de grootbeeld schermen en dat is de grap. De gelukkige krijgt 100 euro en een Aegon spaarrekening. Niet gek. Het enige wat je ervoor moet doen is een seconde of tien voor paal staan.
En nou mag ik vanavond de camera bedienen die de winnaar gaat zoeken! 
Een paar uur geleden heeft mijn slechte ik een briljante ingeving gehad. Ik kan namelijk mijn vriend Joost laten winnen. Hebben we toch nog samen plezier vanavond. Hij zit immers op de tribune en aan de goede kant van het stadion. Van deze foute gedachte word ik extreem vrolijk. Mijn corrupte Limburgse bloed gaat ouderwets borrelen. Die honderd euro gaan we verdelen. Of we kunnen er lekker van uit eten. 
Wie maakt me wat? Ik moet er alleen niks over op mijn weblog schrijven. Voor je het weet heb ik de F-Side op mijn dak.
Ik stuur een sms naar de beoogd winnaar. Joost mag ’t weten. Hij is per slot van rekening mijn vriend en vrienden zijn te vertrouwen. Hij kan er wel om lachen en is bereid mee te werken. Joost heeft een paar jaar in Limburg gewoond en dat is kennelijk genoeg.
Nu gaat het gebeuren. In beeld verschijnt een logo van de sponsor van Ajax. De stadionspeaker kondigt het spel aan. Ik maak een ruim shot van het publiek en heb het zo uitgekiend dat ik in veertig seconden kan uitkomen in het vak waar mijn vriend zit. Alleen heb ik hem nog niet gezien. Dat maakt me nerveus. Ik weet ongeveer waar hij moet zitten, want ik heb daar zelf ook wel eens gezeten. Hij is er, dat weet ik ook zeker. Maar pik ik hem er straks tussenuit?
De regisseur geeft een cue. Tien seconden voor camera 2. Nog een keer kijk ik naar boven. Opeens zie ik hem staan. Hij zwaait. Dit komt helemaal goed...
En actie!
Langzaam komt de camera in beweging. Ik zoom in op het publiek dat zichzelf op het scherm ziet. Op de een of andere manier is dat het teken om te gaan zwaaien. Mensen die in beeld komen denken dat ze moeten zwaaien. Dat is altijd en overal zo. Zeker hier.
Nog dertig seconden. Het gaat goed. Langzaam pan ik richting Joost. Ik zoom uit. En weer in. Een spannend muziekje klinkt. De mensen op de tribune zijn uitzinnig. Ze moesten eens weten.
Twintig seconden. De regisseuse telt af. Maar nu gaat ze opeens ook aanwijzingen geven: “Zoom maar in. Iets naar beneden! Naar beneden. Zoom uit. En in. Naar beneden...”
Ik kan haar onmogelijk negeren. Dat is onprofessioneel en het valt op. Tenzij ik later roep dat de intercom is uitgevallen, maar dat durf ik niet. Bovendien weet ik van mezelf dat ik een slechte toneelspeler ben.
“Tien seconden!” Roept de regisseuse in mijn oor. “Naar beneden. Dat jongentje. Zoom maar in. Vijf, vier, drie, twee, een. En vast!!!”
Een schattig ventje heeft de hoofdprijs gewonnen. Joost is niet eens in de buurt. Als ik naar boven kijk zie ik dat hij zijn Nokia al in de hand heeft. Over vijftien seconden krijg ik een sms met (terecht) een gevatte, afstraffende opmerking.
Maar bij Ajax zijn ze niet corrupt... 


vrijdag 16 oktober 2009

flits

Dalfsen. Ik zag een lichtflits, hoog door de strakblauwe avondlucht en voor de zekerheid deed ik een wens. Nou zijn mijn eigen verlangens behoorlijk gecompliceerd, dus ik koos in de gauwigheid voor iets triviaals als wereldvrede. Of de mensheid alsjeblieft iets aardiger voor elkaar mag zijn?
We waren in de buurt van Dalfsen. 
Je moet vanuit het dorp de Overijsselse Vecht oversteken, richting Millingen en dan rechtsaf langs Kasteel Rechteren. Dat is de Tolhuisweg. De eerstvolgende mogelijkheid om linksaf te gaan is bij de Markeweg en zo kom je in Hessum. Op het punt waar de smalle steentjesweg een scherpe bocht naar rechts maakt ligt, even rechtslinks, de Driehoeksweg. Die is een beetje verborgen en het is ook niet meer dan een veldweg met aan het eind, tussen de bomen, drie of vier huizen. Nu komen we er, want het middelste perceel heet Het Driehoeksnest. Hier ligt, naast een modern woonhuis, een klein boerderijtje dat tegenwoordig dienst doet als Bed & Breakfast. 
Daar in de tuin stonden we op het moment waarop ik die lichtschicht zag. Tussen de bomen door. Alsof iemand hoog in de lucht een spiegel op de zon richtte. Of als vuurwerk, maar dan zonder knal. Zoiets had ik nog nooit gezien.
De volgende dag waren we in Ommen en het leek er op dat mijn wens was uitgekomen. Alle medewerkers van de supermarkt waren even vriendelijk en aardig. Op straat zei iedereen ‘goedendag’ en de politie bekeurde ons niet, ondanks het feit dat wij geen parkeerschijf hadden. Onze autoradio werd niet gestolen, al zat het frontje er per ongeluk nog op. Wildvreemde vrouwen bogen zich over de kinderwagen en bestookten ons met complimentjes. Welgemeend zeiden ze dat onze prachtige dochter prachtig is.
Weer een dag later deden we boodschappen in Raalte. Ook hier was iedereen gemoedelijk, vriendelijk en gastvrij. Het viel me op hoe rustig het was in de winkelstraat. Hoe geduldig de mensen waren in de rij bij de kassa van Albert Heijn. Totaal anders dan ik gewend ben.
Was dit simpelweg het verschil tussen Overijssel en de randstad of was mijn wens echt uitgekomen? Zou de wereld opeens sympathieker geworden zijn? Ik dacht werkelijk even dat er een wonder was gebeurt. 
Aan het eind van de week waren wij zelf helemaal ontspannen. We hadden gewandeld in prachtig herfstweer door bossen en velden. De geitjes gevoerd, gezocht naar blaadjes voor herfstcollages, geknutseld en getekend met vetkrijtjes. Geitjes gevoerd, foto’s gemaakt en vanuit bed door het dakraam naar een heldere sterrenhemel gekeken. Maar een vallende ster zag ik niet meer. Het bleef bij die ene wens.
En toen gingen we naar huis. Hoe dichter we bij Utrecht kwamen hoe dichter een bumperklever achter ons kwam rijden. Het werd drukker en de mensen leken op slag sacherijniger. Ook het weer werd minder. Op de radio hoorden we nieuwsberichten over moord en doodslag en thuis in een oude krant las ik dat de vallende ster die ik gezien had helemaal geen ster was. Het bleek maar een meteoriet te zijn geweest. 





maandag 12 oktober 2009

alles goed!

Utrecht. De reacties op mijn blog over onzekerheid zijn hartverwarmend. Mijn mailbox is goed gevuld met opbeurende teksten, praktische tips, schouderklopjes en begrip. Zelfs mijn schoonmoeder belde in paniek om te vragen of het wel goed met me gaat. Waarvoor dank!
Het stukje was echter voornamelijk grappig bedoeld. Over mij hoeft niemand zich zorgen te maken. Zeker niet na drie dagen Sinterklaasjournaal. Dat is een van de vetste krenten in mijn jaarlijkse professionele pap en van zoveel prettige humor word ik buitengewoon vrolijk. Ik ben de herfst alweer vergeten nu het pepernotengruis weer in het profiel van mijn schoenen zit. Wellespiet, Pietjeprecies, Zielepiet, Balonnenpiet, Huispiet, de Hoofdpiet en Sinterklaas zelf hebben mij zo hard laten lachen dat ik weer super positief in het leven sta. 
Alleen vrees ik dat het dit jaar heel spannend wordt. Het zou zomaar in de soep kunnen lopen. Uit betrouwbare bron (het script) heb ik vernomen dat er van alles mis kan gaan. Het zou mij niet verbazen als hij dit jaar eens een keer helemaal niet komt.

Maar mij krijgen ze niet gek. Ik ga namelijk even genieten van een stukje herfstvakantiebeleving. Lekker met vrouw en kinderen naar het bos. Uitwaaien en uitrusten. 

Tot de volgende week!


stoer hoor!

Utrecht. De vorige week woensdag is een cameraploeg van het Veronica programma CQC opgepakt in Den Haag, nadat ze probeerden aan te tonen dat de beveiliging van het Binnenhof zo lek als een mandje is. Met valse passen zijn ze het gebouw van de Tweede Kamer binnengedrongen, maar kennelijk is de beveiliging toch net iets beter dan deze televisiemakers dachten. Ik hoop dat die mafkezen voor lange tijd worden opgesloten. Eigen schuld, dikke bult.
Persoonlijk haat ik dit soort sensatiezoekerij. Nepjournalistiek is het. Goedkoop, gemakkelijk scoren en het gevolg is dat welwillende cameraploegen alleen maar meer last krijgen van controles, starre beveiligers, pasjes, detectiepoortjes en andere irritante maatregelen.
De programmamakers zullen hun actie verdedigen met teksten als ‘nationaal belang’ en ‘als wij het kunnen, dan kunnen criminelen het ook’ of ‘liever wij dan Al Qaida!’. Onzin natuurlijk. Deze journalisten proberen binnen te dringen op een plek waar ze de weg kennen of hulp krijgen. En in dit geval is het niet moeilijk om je voor te doen als televisieploeg als je een televisieploeg bent.
Zo stoor ik me ook mateloos aan de serie Undercover van Alberto Stegeman. Met een verborgen camera sluipt hij binnen op Schiphol-Oost, komt tot in de hangaar waar het toestel van onze Koningin staat en daar roept hij stoere teksten als ‘ik zou hier een bom in kunnen leggen’. Maar meneer vergeet erbij te vermelden dat het toestel niet klaar is voor vertrek en nog uitgebreid gecontroleerd zal worden voor Beatrix instapt en opstijgt.
Een week na die uitzending moest ik filmen op vliegveld Eindhoven. Ze hadden nieuwe X-Ray apparaten aangeschaft en alle controles waren verscherpt. Extra alert op mogelijke terroristen, maar vooral ook op schandaalzoekers van de media. We werden niet bepaald met open armen ontvangen.
Na een uitzending over infiltratie bij defensie sprak ik mensen bij de Marine. Zij werden gek van de verscherpte controles en konden die gasten van SBS6 wel wat aandoen. 
Geen enkel gebouw of terrein waar mensen moeten werken is voor de volle honderd procent te beveiligen. Iemand die er serieus werk van maakt komt altijd binnen. Zeker als je de weg kent en weet wat de procedures zijn. Je kan altijd een list verzinnen om de controles te omzeilen. Met wat hulp van binnenuit kom je helemaal ver.
Natuurlijk is dat soms schokkend, maar het is de vraag of je er iets mee op schiet als de media dit aan de kaak stellen. Je brengt hooguit echte gekken op een idee. Wie integer is brengt het bandje met zijn bevindingen naar de betreffende organisatie of naar de politie. Van een uitzending op televisie wordt niemand beter, behalve de ijdele en op sensatie beluste programmamakers.
Ik krijg opeens zin om -behangen met verborgen camera’s- bij zo’n Alberto Stegeman aan te bellen en me voor te doen als meteropnemer. Dan leg ik in zijn meterkast een rotje of een drol met daarnaast een klein briefje. In mijn onleesbare handschrift krabbel ik ‘de beveiliging hier is ook zo lek als een mandje’.
En hoe moeilijk zou het zijn om de opnamen van CQC plat te leggen? 

donderdag 8 oktober 2009

onzeker

Schiedam. In principe ben ik een gelukkig mens. Ik heb twee prachtige kinderen, een geweldige vrouw en mooi werk, maar ik ben tegelijkertijd zo’n typische dertiger die nergens tijd voor heeft en altijd druk, druk, druk is. Ik zit in een van de roerigste fases van mijn leven. De man met de hamer loert achter elke deur.
Aan sociale gebeurtenissen met vrienden kom ik amper toe, mijn familie zie ik amper en met mijn Lieve Lief doe ik te weinig samen. Alles draait om de kinderen en als we daar niet mee bezig zijn is het ‘het werk’ dat om aandacht schreeuwt. We rennen hier in huis een beetje langs elkaar.
Ik wil niet klagen, want er komt een berg liefde terug waar je U tegen zegt. Bovendien is het mijn eigen keuze geweest om kinderen te nemen. Of laat ik zeggen dat ik wist wat er van kwam. En later als ik oud ben zorgen ze voor mij. 
Maar soms ben ik gewoon een tikkeltje jaloers op vrienden die (nog) kinderloos zijn en die niet snappen dat ze zeeën van tijd hebben. Vrienden die wel nog regelmatig naar de bioscoop gaan, die meer dan drie glazen alcohol nodig hebben om dronken te worden, die tijd hebben om lekker te koken en het ook nog eens rustig kunnen opeten.
Ik zeur niet, maar het is herfst. Dit is toch al de periode van het jaar waarin ik het zwaar heb en nu de hele familie op het punt staat om de Mexicaanse griep te krijgen, twijfel ik even aan alles. 
Mag ik?
Ja vrienden, ook ik ben onzeker! Het is nog lang geen depressie of een burn-out, maar ik ben gewoon een beetje moe. Ondanks een verblijf van vier dagen in Huize Thijssen (bij mijn lieve schoonouders), waar we dit weekend waren om even bij te tanken, is binnen anderhalve dag alle verse energie alweer verbrandt en zijn de vitaminen van oma alweer opverbruikt.
Juist op zo’n moment, als het buiten ook nog even keihard regent, de neus gaat lopen en het keeltje een beetje zeer doet, kan ik een behoorlijke tobber worden. Bijvoorbeeld als iemand tijdens het werk een (grappig bedoelde) opmerking maakt over de kwaliteiten van andere, betere cameramensen. Iets in de trand van: “Oh, maar dat kan Rogier wel!” of “Dennis zou dat nog closer draaien en wel scherp...” of “Robbert-Jan was al lang klaar geweest!”
Waar ik ook bloednerveus van kan worden is als een verslaggeefster begint over een nieuw talentje. Zo’n gozer van 21 die nu al heel goed is, geen last heeft van conditionele storingen, nooit moe wordt, zonder morren alles doet wat ze van hem vragen, altijd beschikbaar is, weinig kost en er nog lekker uit ziet ook. Dan heb je mij. Zeker nu. Nu het buiten vroeg donker wordt en ik bij vlagen op mijn tandvlees loop.
Wat ik alleen maar zeggen wil is dat er niet veel voor nodig is om mij in deze oktobermaand volledig uit het lood te slaan. Zo stond ik bijvoorbeeld deze week mijn uiterste best te doen om tijdens het Wii-en met drie nichtjes het familierecord Hoela Hoepen te verbreken, toen ik opeens keihard werd uitgelachen. Nou op zo’n moment word ik getroffen door een mix van twijfel, zelfmedelijden en verdriet. Los van alle geluk in het leven.

maandag 5 oktober 2009

bas

Melick. Dit verhaal gaat over een collega. Voor het gemak noem ik hem even Bas, maar het had ook een andere naam kunnen zijn. Deze blog gaat niet over één iemand in het bijzonder, maar over een langzaam groeiende groep van figuren die verongelijkt zijn. Mannen meestal. Ik noem ze even Bas, want dat is makkelijk... 

Bas vindt dat ik eens een stukje over hem moet schrijven. Hij is telkens weer teleurgesteld als we samen op pad zijn geweest en ik na afloop van zo’n dag niets schrijf op de weblog. Hij doet daar luchtig over, maar diep in zijn hart vindt Bas dat heel erg. 
Hoe vaak heeft hij nu al tot diep in de nacht zitten wachten op een nieuw blogverhaal? Hoeveel hints kan je geven? En hoe grappig moet je zijn? Inmiddels is Bas zover dat hij bereid is om van draaidagen met hem een waar avontuur te maken. Hij heeft al de bijnaam Murphey, maar dat dondert niet. Als hij deze blog maar eens haalt. De tijd dat het hem ‘wel leuk’ leek is voorbij. Het is voor Bas een principekwestie geworden.
In den beginne deed Bas extra aardig tegen mij. Hij maakte complimentjes over de weblog en refereerde aan mijn schrijfsels waar mogelijk. Maar in de loop van de tijd werd hij langzaam onaardiger en lichtelijk cynisch. Eerst was dat humor, maar het werd ernst en voor ons allebei steeds pijnlijker. Tegenwoordig is Bas boos, vindt hij zo’n weblog waardeloos en leest hij mijn blogjes in principe ‘nooit’. 
Laatst liep Bas tegen de mand toen hij op redelijk verongelijkte toon zei dat ik toch nooit iets over hem schreef. Aan alles merkte ik dat hij stiekem niets liever wil dan een eervolle vermelding op ReinOnline. Waarom begrijp ik ook niet. Zo bijzonder is deze blog nou ook weer niet, maar voor Bas kennelijk wel. Hij kent weer mensen die dit lezen.
Ik heb er lang en diep over nagedacht en besloten dat ik het niet ga doen. Hoe eenvoudig het ook is; ik ga geen stukje wijden aan Bas. Voorlopig in ieder geval niet. Want als ik over Bas schrijf hoe leuk, sympathiek, briljant en aardig hij is, heeft meneer zijn doel bereikt. Dan voelt hij misschien de behoefte niet meer om mij nog langer aan te vragen. En dat is niet de bedoeling.
Dus Bas, neem van mij aan dat ik ooit op een dag iets over je zal schrijven. Blijf me boeken en blijf het proberen! Maak je geen zorgen, op een dag schrijf ik lovende woorden over je. 
Later als we groot zijn.

zondag 4 oktober 2009

stoer!

donderdag 1 oktober 2009

anatomische les

Amsterdam. Het is herfst. Patrick en ik draaien in een grijs busje vanaf de Boelelaan de Van der Boechorststraat in. Na tien meter moeten we rechts naar beneden. Uiteraard rijden we er in eerste instantie langs. Verderop keren we, om even later te parkeren voor de ingang van het mortuarium.
Al de hele week maak ik me zorgen over de scène die we deze ochtend gaan filmen. Het is de vraag of we dingen zullen zien waar ik niet tegen kan of die voor altijd op het netvlies blijven kleven. Aan de andere kant is het een spannende onderneming. Bijzonder ook, want wanneer kom je nou in de ruimten waar ze pathologisch onderzoek doen? 
Michiel van de Nederlandse Hersenbank zet zijn fiets bij de ingang. Hij zal ons begeleiden en de neuropatholoog assisteren bij het in plakjes snijden van hersenweefsel. Dit is nodig voor onderzoek naar hersenziektes als dementie, MS, Parkinson of bijvoorbeeld Huntington. Wij filmen deze handeling in opdracht van de Hersenbank. Het materiaal zal verwerkt worden in een nieuwe voorlichtingsfilm.
Voor Michiel ons een korte rondleiding geeft door deze CSI-achtige ruimten onder het VU, checkt hij even of ze niet toevallig ergens bezig zijn. Ik durf amper te kijken als de deuren open gaan, uit angst dat ik per ongeluk teveel zie.
We bouwen de camera en steadicam op in een klein halletje. Dadelijk gaan we opnamen maken in de obductiekamer waar normaal gesproken ook de politie van Amsterdam en omstreken haar forensisch onderzoek doet. Deze ruimte is groot genoeg om met een steadicam in rond te lopen. Aan het licht hoeven we niets meer te doen dan het uitschakelen van een paar tl-balken.
Op de snijtafel staan al emmertjes met uitgesneden hersenen. Deze hebben een maand in de formaline gestaan, zodat ze stevig genoeg zijn voor de volgende stappen. Het ziet er minder akelig uit dan ik had gedacht. Het enige wat ik echt vervelend vind is dat ze in de aangrenzende ruimte zijn begonnen met een zaagapparaat. Niet alleen het geluid gaat door merg en been.
We filmen hoe professor Rozemuller, misschien wel Nederlands meest deskundige neuropathologe, op uiterst secure wijze verschillende gebieden uit de hersenen snijdt. Eerst maakt ze plakjes, die worden gefotografeerd door een fotograaf van deze afdeling, en dan snijdt ze allerlei specifieke deeltjes uit. Deze worden zorgvuldig in potjes en kleine bakjes gestopt. 
Een deel van de hersenen wordt door de neuropatholoog onderzocht. Zij zal op basis van dit onderzoek een rapport schrijven met de definitieve diagnose van de donor. Dit kan de (huis)arts met de nabestaanden bespreken. Alle overige delen worden door de hersenbank uitgegeven voor specifieke onderzoeksprojecten over de hele wereld. Er gaat niets verloren, want er wordt ook veel bewaard voor toekomstige aanvragen.
Tussen de opnamen door krijgen Patrick en ik een superinteressante anatomische les over het menselijk brein. Dit voert te ver en het is te ingewikkeld om hier en nu te beschrijven. Bovendien moeten we ons inhouden met het stellen van vragen, want anders komen we niet meer toe aan het maken van de noodzakelijke shots. Last van mijn angst voor de dood heb ik al lang niet meer. Daarvoor is alles te clean, zijn de mensen te serieus en professioneel. Bovendien zien we niks engs.
Tot plotseling de deur open zwaait. De fotograaf komt weer binnen, met zijn camera op statief en in de andere hand een flitslicht. Ik kijk, in de wetenschap dat ik dat niet moet doen, en zie dat in de andere ruimte een overleden vrouw wordt onderzocht. Direct kijk ik weer weg. Mijn hoofd draait richting Patrick. Ook hij maakt met zijn ogen in een splitsecond dezelfde beweging. 
We kijken elkaar aan en denken hetzelfde: Dat was dom!
Eigenlijk heb ik niet veel gezien, daar in de verte. Toch zal dit beeld voorlopig in mijn hoofd rondspoken. Het zorgt er ook voor dat ik me nog harder af vraag wie hier wil werken. Natuurlijk heb ik respect en bewondering voor de mensen die autopsie verrichten; ze doen immers goed en belangrijk werk, maar het is wat mij betreft toch het meest bizarre baantje dat ik tot nu toe gezien heb. 
Uiteindelijk zijn we sneller klaar dan gedacht. Binnen drie uur zitten we weer in ons grijze busje. Buiten klaart het op. Ik zie voor het eerst dat de bomen langzaam bruinrood kleuren. Wij gaan naar het Vondelpark. De rest van de dag mogen we lekker buiten spelen.


(vandaag geen foto!)

maandag 28 september 2009

held...

Amsterdam. De hoofdsponsor stuurde mij, parttime natuurfilmer, twee paar sokken die ideaal zouden zijn voor Vroege Vogels. Hij zei het er niet met zoveel woorden bij, maar ik weet dat mijn enige adverteerder het zeer op prijs stelt als ik zijn producten even test. Dat neem ik altijd uiterst serieus en daarom ben ik vanmorgen een kwartiertje eerder opgestaan. Op de rand van het bed heb ik met gevoel een paar sokken uitgepakt en over mijn voeten geschoven. Uiterst nauwkeurig heb ik de pasvorm gecontroleerd en daarna mijn bergschoenen aangetrokken.
De eerste indruk was goed. 
Ik op pad. Eerst naar Loosdrecht om bij de firma Hoens Broadcast Facilities spullen en mijn collega, de geluidsman, op te halen. Onderweg deden de sokken het prima.
Eigenlijk zijn het serieuze outdoorsokken, speciaal gemaakt voor bergbeklimmers, maar wie zegt dat ze niet ook uiterst geschikt zijn voor cameramannen? Die staan immers ook lang op hun poten, dragen geregeld Scarpa’s of Meindls en lopen massaal in kleding van The North Face. Daar horen volgens mijn sponsor dan ook dit soort sokken bij. Zeker als je voor een natuurprogramma als VARA’s Vroege Vogels op pad moet.
De sokken die ik vandaag heb getest zijn van het merk Falke. Het zijn grijze sokken met zwarte tenen en hak. Op de linker sok staat een grijze L en op de rechter sok een grijze R. Waar dat voor is weet ik niet precies. Wellicht om nog meer uit te moeten zoeken als je de was opvouwt. Op het label staat dat de sok voor 70% uit Merinowool bestaat. Whatever that may be.
Maar ze zaten als gegoten. Aangekomen op onze bestemming voelde het nog alsof ik mijn sokken net aan had. Ik liep niet, ik hupste als een gewichtloze Neil Armstrong in mijn schoenen. Dat klinkt misschien een beetje overdreven en zweverig, maar ik ben de afgelopen jaren niets anders gewend dan goedkope Hemasokken. Daar is overigens niets mis mee, maar de testexemplaren die ik vandaag aan had waren duidelijk van een geheel andere orde. 
Ik keek om me heen en zag dat we bepaald niet op een echte Vroege Vogels locatie stonden. Niks modder, zand of klei. We stonden voor de Universiteit van Utrecht, waar we een interview zouden opnemen met een emeritus hoogleraar. Alle regenkleding lag voor niks in de kofferbak, de bergschoenen had ik in principe niet nodig en mijn sokken kon ik alleen testen op een ondergrond van linoleum. 
Het liep en stond heerlijk!
Vervolgens waren we niet super lang bezig. Voor ik er erg in had zaten we alweer in de auto, op weg naar huis. Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat de test mislukt is, maar ik durf wel al te concluderen dat een goed paar sokken goud waard is. Gelukkig heb ik nog een setje. Die trek ik morgen aan bij de Champions League wedstrijd van AZ tegen Standard Luik. Volgens het callsheet een klus van 16 uur en op gras. 
Laten we soktechnisch afspreken: Geen nieuws is goed nieuws.

de meedraaiende regisseur

Amsterdam. Het kan aardig werken als een reportage of programma wordt doorsneden met beelden die vanuit de tweede linie zijn gemaakt. Amateurbeelden, gedraaid met een kleine, goedkope en kwalitatief mindere camera. Van originaliteit is echter al lang geen sprake meer en functioneel is het zelden. In den beginne leek het nog een vormgevingsdingetje of een stijlkeuze, maar het vernieuwende is er al een paar jaar vanaf. Dit soort noodgrepen worden meestal bedacht uit financieel oogpunt, omdat in korte tijd meer lengte gemaakt kan worden. Het moet tijd besparen.
De ploeg draait de basis, maar als er niet voldoende materiaal is om in de montage een goed lopend en logisch filmpje aan elkaar te snijden, bieden de wiebelshots van het DVcammetje een uitweg. Een cameraman die deze shots draait kan er niet vanaf. Het is iets wat de regisseur erbij doet en daar heb ik tegenwoordig steeds vaker moeite mee.
Het leidt af en kost meer tijd dan je denkt. Bovendien raakt de hele ploeg sneller het overzicht kwijt. Het ergste is dat de doe-het-zelf-regisseur niet meer toe komt aan zijn kerntaak; het regisseren.
Ik heb het meerdere malen meegemaakt dat iedereen stond te wachten op orders, terwijl de regisseur nog druk was met het maken van een shot dat al lang op mijn bandje stond. Of erger, dat hij zijn eigen ding stond terug te kijken terwijl de hele ploeg iets moois stond te missen.
Er zijn voorbeelden genoeg van filmende Fellini’s die voortdurend in de shots van hun eigen duurbetaalde ploegen staan. Scènes die over moeten, omdat de tweede camera het heeft gemist terwijl de echte ploeg het allemaal keurig in beeld heeft. Een presentator, acteur, gast of hoofdpersoon die vragend naar de rest van de crew kijkt, omdat hij geen idee heeft wat er moet gebeuren. De regisseur is even te druk voor instructies.
Ik heb vaker gezegd dat ik niets tegen camjo’s heb of tegen het draaien met kleine camera’s. Een beetje regisseur weet echt wel wat een mooi shot is en hoe je dat moet maken. Ik snap ook dat je sommige dingen niet over kan doen en dat in die gevallen iedereen een camera vast houdt die een camera kan vasthouden. Soms is zo’n extra shot volstrekt logisch.
Wat ik ergerlijk vind is het draaien van zinloos materiaal. Zeker wanneer het ten koste gaat van de regie. En het is helemaal irritant als zo’n regisseur een grote bek heeft over de kwaliteiten van cameraploegen, het onmogelijke vraagt en in de montagekamer opeens totaal niet kritisch blijkt te zijn waar het zijn eigen materiaal betreft. Dat je zo’n reportage terug kijkt en ziet dat hij zijn eigen beeld als uitgangspunt heeft gebruikt. 
Als je toch wilt bezuinigen en van plan bent om het werk van een professionele cameraploeg voor het overgrote deel in een prullenbak te laten verdwijnen, dan is het wellicht raadzaam om lekker in je eentje op pad te gaan. Lang leve de camjo!

zaterdag 26 september 2009

arme papa

Utrecht. Het zijn de ‘Mama mazzeldagen’ bij Prénatal. En papa dan? Nou, ze zijn er wel -die papa’s- maar ze tellen hier niet echt mee. Praktische vaders sluiten direct na binnenkomst achteraan in de lange rijen voor de kassa’s. Kind op de arm en wachten maar. Hopen dat mama niet meer tijd nodig heeft dan dat het duurt om vooraan te komen.
Het is mij al eerder opgevallen dat de firma die moeders lokt met de slogan ‘Als jij wij wordt’ weinig op heeft met vaders. Terwijl je, juist in de periode rond het krijgen van een kindje, mannen heel goed zou kunnen pamperen met een Blije Doos. Of is die te flauw?
Boven mijn hoofd hangt een bord met de tekst: ‘20% korting op bijna alles’. Ik moet het drie keer lezen. Bijna alles! Het staat er echt. Waarschijnlijk niet op de stapel kinderkleding in mijn mandje.
Moeder de vrouw is gelokt door spam die voort komt uit de Blije Doos. Wie zich daar voor opgeeft (in de fase waarin de zwangerschapsdementie het heftigst is) krijgt een paar flutcadeau’s in een vrolijk kartonnetje en vervolgens jarenlang de meest geslepen reclameboodschappen toegestuurd. 
Of mama met het hele gezin voor een ‘aangepast’ tarief naar Centre Parks wil? Of ze een fotoalbum wil laten printen bij de firma Onscherp? Of ze voor de komende zomer al een Eurocamptent heeft geboekt in de Dordogne? Of ze kan collecteren voor de nierstichting? Of ze thuis een mevrouw wil ontvangen die haar nog veel meer kortingen door de strot drukt nu ze nog een beetje labiel is van de bevalling? En of ze wel weet dat dit weekend de ‘Mama mazzeldagen’ zijn?
Wat worden al die moedertjes toch hebberig in het walhalla van de kinderkleding. ‘Joh, wat maakt het uit?’ hoor ik er eentje kirren. ‘Het is gratis!’ en ze gooit twee truitjes en een guitig spijkerbroekje in de armen van haar arme man, die geduldig in de rij staat te wachten tot het weer gedaan is met de mama mazzeldagen.
Ze zouden tegelijkertijd de Papa Mazzeldagen bij de MediaMarkt moeten invoeren.
Natuurlijk is het niet gratis. Bij Prénatal zijn ze wel goed, maar niet gek. Hoe dichter je bij de kassa komt, hoe beter je hoort om welke bedragen het gaat. Maar dan loop je niet meer naar de stelling om een paar artikelen terug te leggen. Voor je het weet moet je achteraan aansluiten. Liever een paar tientjes meer uitgeven.
Buiten voor de deur posten papa’s die het binnen niet uithouden. Of oma’s die even mee zijn gelopen met kinderen die ongeduldig werden. In de hele straat is geen parkeerplekje meer te vinden. Ja eentje, want wij gaan snel naar huis. De buit is binnen.



woensdag 23 september 2009

HAESG

Loosdrecht. Het vorig jaar schreef ik over het door mij opgerichte en uiterst succesvolle productiebedrijf Stagiaire MediaProductions bv. Die toko run ik naast mijn werkzaamheden freelance cameraman en de tent draait nog steeds als een dolle. In tijden van crisis is het aanbod van bruikbare habbekratskrachten gigantisch. Maar sinds een tijdje heb ik daarnaast een Public Relations, Consultancy en Communicatie Adviesbureau. HAESG heet het en ook hiermee overtreffen wij de stoutste verwachtingen. 
Wat wij doen is een stukje advies geven aan grote bedrijven. Denk aan het inzetten van verschillende (nieuwe) media. Corporate branding en pr. De interne en externe communicatie. Wij bemoeien ons in zekere zin met de ‘look en feel’ van zo’n bedrijf. Sponsorbelangen behartigen we, het reclamegebeuren en ook verzorgen wij mediatrainingen voor hotshots van overheden en bonusknallers uit het bedrijfsleven. We doen aan coaching, begeleiding en we voeren indien gewenst het woord.
Maar we doen meer. The sky is the limit. Eigenlijk is communicatie in de breedste zin des woords helemaal ons ding.
Wat opvalt is dat duurbetaalde directeuren en managers het liefst geen beslissingen nemen. Verantwoordelijkheden afschuiven is hun core business en als puntje bij paaltje komt blijkt dat ze geen kennis van zaken hebben. Daar spelen wij handig op in met een simpele formule die we op zo’n ingewikkelde wijze uitleggen dat potentiële opdrachtgevers in verwarring voor ons kiezen. Vervolgens brengen we veel uren in rekening en doen we zo min mogelijk. Zo creëren we een win-win situatie. 
We hebben bewust gekozen voor een frisse down to earth uitstraling. Zelf zijn we heel erg van ‘met beide benen op de grond’. Dat is een keuze. Onze strategie is er echter ook een van hoogvliegen. Gaan ervoor! Niet ‘Ja-maren’, maar de tsjakka-koers, alleen dan totally different. Denken vanuit het ‘Ja!’
HAESG blijft wellicht ietwat oppervlakkig qua inhoud, maar we gaan diep wat betreft passie en enthousiasme. Wat helemaal Tha Bomb is, is onze filosofie van ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Het klinkt wellicht een beetje oubollig, maar juist anno nu is zo’n policy hipmodern. Hiermee maken wij het subtiele verschil met onze concullega’s die over het algemeen toch nog heel erg 2008 zijn. Jo!
Op deze manier hebben we al veel accomplished. We zijn goed in flexibiliseren, het boeken van een stukje progressie op de werkvloer, het creëren van draagvlak en commitment krijgen. Pro-actief, vrij- of omgekeerd denken. Wij halen uit de pijplijn wat er in zit, zonder er al te veel effort in te steken.
Het klinkt wellicht een beetje blabla, maar juist vanwege mijn achtergrond als cameraman ben ik gewend om de dingen vanuit een ander perspectief te zien. Ik ben natuurlijk op ontzettend veel verschillende terreinen actief geweest en weet wat het is om tot aan je enkels in de modder te staan. Van nature blijf ik niet op ooghoogte. Ik ken het kikvorsperspectief, het topshot en de helikopterview als geen ander. Klanten als ING, TNT, OCW, UWV, KPN, BAM, NAM, DSM, UPC, KLM, DSB, OCE, RET, ETC weten dit enorm te waarderen. Ik ben een inspirator!
Zo rekenen we tarieven waar mijn cameracollega’s alleen van kunnen dromen. Als HAESG minder dan € 185,- per uur factureert worden wij niet serieus genomen. En dan hoef ik niet te sjouwen, heb ik geen last van mensen die over peanuts zeuren en draai ik uitsluitend kantoortijden. Na vijf uur gaat de iPhone uit. Niks onregelmatigheid. 
‘s Avonds gaan we hooguit nog wat netwerken bij de Ronde Tafel, de Communicatie Kring of de Kiwani’s. Hier en daar een gala, chairity of première, maar dat is ook voor de fun.
Ik doe het overigens helemaal in mijn eentje, maar heb het over ‘wij’. Dat hoort namelijk in deze tak van sport. 
Had ik al verteld waar HAESG voor staat?
Hettinga Advies en Slap Gelul. Nu ook voor al Uw bedrijfsfilms.

zondag 20 september 2009

Joepie!

Berlijn. Haile Gebrselassie ligt op koers voor een nieuw wereldrecord op de marathon. In de straten van Berlijn wordt hij aangemoedigd door een paar honderduizend toeschouwers. Het is zondagmorgen, de hemel is strak blauw en het zonnetje schijnt. Vlak achter deze legende van de lange afstanden rijden twee motoren met Nederlands kenteken. Achterop een van deze motorfietsen sta ik.
Ik kijk over de rechter schouder van motard Joepie en zie tussen de prachtige gebouwen een uitzinnige menigte. Onder elke brug maakt een drumbandje lawaai. Alle mensen langs de kant klappen en moedigen de Ethiopiër aan. Het is om kippenvel van te krijgen. Haile wordt nog vergezeld door vier hazen. Tegenstander Duncan Kibet kan alleen volgen. Voor de mannen rijdt een Smart met daarop de klok. We zijn een uur en zes minuten onderweg.
Als ik omhoog kijk zie ik drie helikopters die ons permanent volgen. Eentje is uitgerust met een gestabiliseerde camerabol, de andere twee zijn voor de televisieverbindingen uitgerust met antennes.
Ik moet me inhouden, anders past mijn smile niet in de helm. Dit is een wereldklus!
Voor de Duitse televisie en de internationale uitzending verzorgen wij met een grote ploeg van DutchView MBS de mobiele registratie van de Berlin Marathon. We zijn met vier motoren in koers en er hangen vier helikopters in de lucht. Ergens op een vliegveld in de buurt staat nog een vliegtuig klaar dat kan opstijgen als er iets mis zou zijn met de helikopters. Bij de studio van de RBB (Rundfunk Berlin-Brandenburg) staat ons zogenaamde grondstation waar alle beelden worden ontvangen. Antennerichters volgen de helikopters en in een busje komt alles bij elkaar. Daar vandaan gaat beeld en geluid naar twee regiekamers. Eentje is voor de internationale coverage en de andere voor een speciaal Duits programma. Aan alles is gedacht; wij horen op de motoren de regisseurs, we kunnen praten met de mannen van de verbindingen en er gaat een rood lampje branden als we live in de uitzending zijn.
Ik heb wel vaker een motorklus gedaan, maar niet eerder tijdens een live-uitzending. De Berlin Marathon is mijn debuut. Vooraf was ik bloednerveus. Heb zelfs onrustig geslapen en was veel eerder wakker dan stikt noodzakelijk. Midden in de nacht. Mijn lijf voelde gespannen als de snaren van een banjo. 
Het is lang geleden dat ik voor het laatst dit soort kriebels in mijn buik voelde. Het deed me denken aan de eerste dag bij AT5 en of de EK wedstrijd Engeland-Frankrijk in 2004, met 150.000 kijkers. Zo herinner ik me ook het sollicitatiegesprek bij Boudewijn Büch en de finish van de Elfstedentocht in 1997. Een nerveusiteit die niet meer leuk is en ik betwijfel of dit nog gezond is. 
Al bij het opstappen kreeg ik kramp in mijn bilspieren. Mijn kuiten verzuurden en ik zat natuurlijk veel te geforceerd op de buddyzit. Het duurde tot tien minuten na de start. Daarna voelde ik de stress uit mijn lijf stromen. Na een paar schakelingen kreeg ik in de gaten dat het lekker liep.
Om te filmen vanaf de motor moet de cameraman zich als een wokkel gedragen. Enige lenigheid is gewenst. Wat dat betreft valt er bij mij nog wel wat te winnen, maar met de hulp van een top motorrijder komt het goed. Wat deze gasten kunnen is ongekend. Ze houden de motor onder alle omstandigheden in balans, brengen de cameraman in een ideale positie en rijden van een wijd getrokken shot naar close of andersom. Ze weten exact wat er nodig is om zo’n wedstrijd goed in beeld te brengen, beïnvloeden de koers niet en letten voortdurend op de veiligheid. Het is een prachtig spel om te zien. Nog mooier om er een onderdeel van te zijn. 
Even hebben we ons laten terugzakken naar de eerste Duitser. Die had al een behoorlijke achterstand. Een reporter van de RBB deed vanaf de motor verslag. Op verzoek van de Duitse regie bracht ik hem in beeld en daarna weer de snelste Duitser. Tijdens het maken van een laag shot heb ik per ongeluk mijn camera uitgeschakeld. Er zat nog een verborgen schakelaar op de achterkant van deze speciaal voor dit werk gepimpte camera die ik nog niet kende. Even was er paniek, maar al snel tipte een van de technici mij over de intercom.
We zijn weer in business. Terug bij de kop van de wedstrijd. Wat mij betreft is dit een jongensdroom die is uitgekomen. Het is loodzwaar, maar prachtig. Het zou helemaal mooi zijn als in mijn eerste live marathon een wereldrecord gelopen wordt. Of dat er in zit weten we over een klein uur. 
Heel even heb ik tijd om een fotootje te maken. Ik vis uit een zakje van de motorjas mijn kleine fotocamera en schiet snel een plaatje. Voor later. Dan kijk ik weer door de zoeker van mijn camera en vraag de motorrijder of we voor de lopers uit kunnen rijden. In de regie wordt motor 4 gecued: “Achtung, moto vier. Du bist dran!” 




donderdag 17 september 2009

regels zijn regels

Amsterdam. Ajax speelt tegen FC Timisoara. Het stadion zit half vol. Kennelijk is de belangstelling voor deze eerste Europa League wedstrijd minimaal. Jammer voor RTL, want zij hebben de rechten en zenden het potje rechtstreeks uit. De NOS heeft een sublicentie en maakt er een korte samenvatting van, voor het Sportjournaal. Wij zijn in het stadion voor een paar interviews na afloop.
Ik vind dat prima. Zo kunnen wij de wedstrijd rustig vanaf de perstribune aanschouwen en tien minuten voor tijd moeten we naar de mixed zone bij het veld waar we spelers en coaches kunnen spreken. Ik zit op een zachte stoel, heb een tafeltje tot mijn beschikking en kijk over de schouder van de televisiecommentator mee naar herhalingen of het werk van collega’s die langs het veld staan. Kopje koffie erbij.
Je kan je geld op een minder aangename wijze verdienen!
Maar als we net zitten komt de perschef van Ajax met de vraag of het klopt dat onze apparatuur nog in de perskamer staat. Dat klopt. Wij wisten niet beter dan dat we de camera en geluidsset daar achter moesten laten. Een misverstand.
De organisator van de Europa League eist dat niet rechtenhebbende hun filmequipement inleveren bij de hoofdingang van het stadion, opdat ze zeker weten dat niemand stiekem opnamen maakt. Deze regel hebben ze alleen niet duidelijk gecommuniceerd. Nu moet de persmeneer van Ajax ons opzoeken en vertellen dat we dit alsnog moeten doen. Anders komt er gelazer van.
Op dat moment begin de wedstrijd. ‘Pwrrrrriet!’ zegt het fluitje van de scheidsrechter.
De perstribune van de Amsterdam Arena is hoog op de tweede ring gesitueerd. Je moet een stukje lopen om bij een geheime wenteltrap te komen die naar de perskamer leidt. Dat is twee verdiepingen lager en daar waakt een schattig meisje van Ajax over onze spullen. Ze is duidelijk opgelucht nu wij ons melden. Kennelijk zijn de mannen van de UEFA behoorlijk streng.
Het schijnt dat bij de hoofdingang een kar staat waar alle camera’s, die tijdens de wedstrijd niet mogen draaien, in worden opgeborgen. Terwijl we al onze spullen die kant op zeulen hoor ik het publiek in het stadion een paar keer ‘Oefffff’ brullen. De eerste kansen van Ajax. Het zal toch niet dat we dadelijk het eerste doelpunt missen, omdat een of andere malloot een zinloos logistiek regeltje verzonnen heeft en dat niet eens helder kon communiceren.
Er staat inderdaad een blauwe gaaskar naast de receptie bij de hoofdingang. Er liggen al drie peperdure camera’s in. Niemand let er op. Tenminste die indruk krijg ik. Als ik er een camera uit haal en doe alsof deze van mij is gaan nergens alarmbellen rinkelen. Toch stop ik ook de NOS camera in deze kar. Ik heb weinig keuze.
Tot mijn grote verbazing krijg ik van de baliemedewerker geen bonnetje of ander bewijsje. Wie zegt dat ik straks de juiste camera grijp of dat niet iemand anders er met die mooie van ons vandoor gaat. Een Roemeen ofzo. Wij laten hier een slordige € 50.000 euro achter op basis van goed vertrouwen...

Het blijft 0-0. Tijdens de wedstrijd heb ik alle tijd om het eerste deel van dit verhaal op mijn mobiele telefoon te schrijven. Dat hoef ik straks alleen maar even over te tikken. Helaas ben ik nog niet zo handig dat ik de tekst vanuit mijn Nokia E71 rechtstreeks op de blog kan publiceren.

Tien minuten voor tijd melden we ons bij een andere balie in het stadion. De kar met camera’s is inmiddels verplaatst. Er staat een beveiliger bij die het sleuteltje heeft. Hij weigert echter het slot te openen, omdat hij instructies heeft gekregen om dit pas over vijf minuten te doen. Dat de spullen in die kar van mij zijn en dat hij er feitelijk niets over te zeggen heeft is geen overtuigend argument. Ook niet als ik aangeef dat ik even een en ander wil controleren voor we dadelijk aan het werk gaan. Orders zijn orders.
Ik kan daar op de een of andere manier heel slecht tegen. Ik ben allergisch voor mensen die niet nadenken. En ik haat organisatoren die allerlei regels verzinnen, maar niet nadenken over de praktische uitvoering.
Uiteindelijk gaat de kar open en kan ik zonder problemen pakken wat ik pakken wil. Niemand die vraagt wie ik ben en of deze spullen van mij zijn. Als ik weg loop met twee camera’s en doe alsof dat normaal is zal niemand reageren. Helaas heb ik geen tijd voor spelletjes. We moeten aan de slag. In Hilversum wachten ze op de eerste reacties.
‘Wat is jouw verhaal van de wedstrijd?’



woensdag 16 september 2009

spullen

Utrecht. Eerder deze week was ik op de IBC. Dat is een internationale beurs voor televisietypes en aanverwant volk die elk jaar in september wordt gehouden. De hele RAI staat dan vol met interessante hardware; technische spulletjes voor facilitaire jongens. Het is zo groot dat je er gemakkelijk kan verdwalen en als je niet gericht naar dingen gaat kijken ben je zo een paar dagen verder. 
Ik had een half dagje en heb me beperkt tot hal 11. De ruimte waar hoofdzakelijk cameramannenspeeltjes stonden. Licht, lenzen, statieven, monitoren, grip, reiskoffers, accu’s, minicamera’s, superslomo camera’s, autocue’s, zenders en andere gadgets waar gasten zoals ik schuim van in de mondhoeken krijgen. Het kan heel ongezond zijn om hier rond te lopen, maar wie een beetje bij wil blijven die moet wel. 
Wat me dit jaar vooral opviel was het grote aantal Chinese bedrijven, die allerlei bekende producten bijna 1 op 1 hebben gekopieerd. Zo stond er bijvoorbeeld een spot waarvan je in eerste instantie zou denken dat het een originele Arri was, maar er stonden geen logo’s op. De firma DSTTL verkocht deze replica Arri voor weinig. En verderop stond zo’n zelfde lamp, maar nu met de Chinese merknaam Dyna op de zijkant. En wat me nog het meest opviel was dat ik bij deze twee stands wel geholpen werd terwijl ik bij de firma Arri na een kwartier wachten op een vertegenwoordiger maar ben doorgelopen.
Van die beurs kom ik altijd thuis met een indrukwekkende stapel folders. Zo kan ik nog eens rustig bekijken wat ik allemaal heb gezien. In de weken na de IBC blader ik voor het slapen gaan nog even in de catalogus van B&H, poep ik met een boekje van Lowel of de brochure van Sachtler en dagdroom ik boven de Product Guide van Canon. 
Toen ik nog tijd had heb ik wel eens een lijst gemaakt met alle onderdelen van een ideale set. De mooiste camera, de beste lenzen, het vetste statief en elke accessoire die ik graag zou willen hebben. Een exacte berekening heb ik er nooit op los gelaten, maar het zou een totaal onverantwoorde investering zijn. Teveel speeltjes die je niet terug kan verdienen, maar wel mooi en buitengewoon praktisch.
Nu ben ik freelance en zou het fiscaal gezien geen kwaad kunnen als ik een paar handigheidjes aanschaf die mijn werk eenvoudiger maken. Een complete camera-uitrusting zal ik niet snel aanschaffen, omdat je zo’n investering moeilijk terug kan verdienen en de meeste opdrachtgevers die mij inhuren hebben zelf faciliteiten. Als ik iets koop doe ik dat vooral voor mezelf. Ik denk aan een goede (led) cameralamp, een softbox of en complete lichtset. Daar heb ik me deze week dan ook op gericht. 
Maar er zijn een paar punten waarover ik deze week met mijn psychiater moet praten. Om te beginnen dat ik zo hebberig word van al die foldertjes en op de tweede plaats dat alle dingen die ik graag wil hebben zo verschrikkelijk duur zijn. Ik laat altijd mijn oog vallen op de duurste oplossingen. Die Chinese namaak, hoe goed en degelijk ook, vind ik eerlijk gezegd helemaal niks.


dinsdag 15 september 2009

de perfecte combinatie

Papa smelt...
(terwijl mama snel de foto maakt!)



maandag 14 september 2009

de kabelsleper

Utrecht. Je zal maar Wortel heten. Voornaam Willy, denk ik dan. Of zou het een nickname zijn? En hoe kom je er op? Anyway. Wortel stelde deze week een vraag waar ik graag antwoord op geef, want soms is het best prettig als jullie me aan onderwerpen helpen.
“Wat ik over kabelslepers denk?”, vroeg Wortel zich af.

Goede kabelassistenten zijn helden. Onmisbaar! Geen enkele grote televisieproductie slaagt zonder bedreven kabelaars. Op de aftiteling heten ze ‘algemeen assistent’. Het zijn jongens of meisjes die achter of naast een cameraman lopen en er voor waken dat hij niet over zijn kabel valt. Ze begeleiden die kabel, zodat deze nergens blijft haken, laten extra meters vieren als het nodig is en bossen de kabel weer op als het moet. Dat klinkt eenvoudiger dan het is.
Camera’s zijn verbonden met de regiewagen (OBV= Outside Broadcast Van) doormiddel van een rode kabel. ‘Triax’ heet dat in onze kringen. Die kabel kan behoorlijk stug zijn en heeft de eigenschap om in de knoop te raken. Met name omdat een cameraman niet stil blijft staan en vaak de neiging heeft om rondjes om zijn eigen as te draaien. Dan gaat zo’n kabel krullen en zit de assistent met de gebakken peren.
Bovendien waakt zo’n kabelsleper vaak over een flink stuk. De bos in zijn handen kan al gauw een behoorlijke lengte hebben. 
Veel toppers zijn begonnen als assistent. Het is een geijkte weg in Omroepland. Talent komt op deze manier vanzelf boven drijven. Je ziet al snel of iemand de wil heeft om verder te komen, bereid is om te investeren in zijn of haar eigen carrière. En jonge mensen kunnen zo ontdekken welke discipline ze het meest aanspreekt. Een ambitieuze assistent leert veel.
Zelf ben ik niet begonnen als algemeen assistent. Toen ik de kans kreeg om bij Cinevideo als assistent te beginnen had ik ook een aanbieding van het NOB op zak en daar kon ik als ENG cameraman aan de slag. Die keuze was snel gemaakt. Temeer, omdat ik te onhandig voor het assistentschap ben. Geef mij een stuk triax en het zit binnen twee minuten in de knoop. Om maar te zwijgen over een lang eind. Meerdere malen heb ik bewezen dat ik daar in recordtempo spaghetti van maak. 
Het is een vak apart, waar je talent voor moet hebben.
De betere assistenten zie je later terug op prachtige posities in Hilversum. Het zijn namelijk de types die tien stappen vooruit denken; handig en sociaal zijn. Figuren die bereid zijn om hard te werken en die hun kwaliteiten hebben getoond terwijl ze hun plek kenden. Het ego van een kabelassistent kan natuurlijk niet groter zijn dan dat van de cameraman. Zoals het ego van de cameraman in principe weer niet groter mag zijn dan dat van de regisseur of de presentator.
Helaas wordt er ook wel eens voor gekozen om de zoon of dochter van de omroepbaas wat bij te laten verdienen als kabelsleper. Zo heb ik het meegemaakt dat een verveeld puistenkoppie naar de kabel stond te kijken alsof het poep was. Hij had er duidelijk geen zin in, maar mij werd van alle kanten geadviseerd om de knakker een kans te geven. Uit commercieel en diplomatiek oogpunt wilde ik dat proberen, alleen was de verwende etter op moment suprème naar het toilet. Moest volgens hem ook gebeuren en daar ben ik het mee eens, maar niet op het moment dat een live uitzending begint.
Het ging natuurlijk niet goed. Volgens het chefje omdat ik de tijd niet had genomen om zijn gnoompje rustig uit te leggen wat de bedoeling was. Alsof Mr. Manager zelf al eens tijd had vrijgemaakt voor het fenomeen opvoeding. Het eerste wat hij met zijn ontspoorde kind deed was hem meenemen naar de meest prestigieuze klus van de omroep en die mocht het snotjong hoogst persoonlijk om zeep helpen. In ieder geval een paar belangrijke shots. Het werd pas leuk toen het ongemotiveerde ‘kind-van’ zichzelf bijna verwurgde in de kabelbos en ik vijf minuten rust kreeg, omdat echte assistenten van de ingewikkelde knoop weer een bos moesten maken.

zondag 13 september 2009

motorcamera

Rotterdam. Altijd leuk, een ritje op de motor. Natuurlijk kan het op puntjes beter, maar routine bouw je alleen op als je veel vlieguren maakt. Wat dat betreft was het vandaag een geweldige dag!!!

woensdag 9 september 2009

boeien

Utrecht. Het was een stralende dag. Zelfs het industrieterrein lag er vrolijk bij. De sfeer in onze ploeg leek goed. We draaiden in HD, waar ik vrolijk van werd. Het schema bood ruimte voor een babbel en een gebbetje. En ik werkte voor het eerst in jaren weer eens samen met een prettig gestoorde BN-er, waarmee ik in het verleden volstrekt onverantwoorde avonturen heb beleefd. Het voelde als een reünie.
De dag kon eigenlijk niet meer stuk, terwijl hij amper begonnen was. 
Tot ik opeens met mijn handen tegen een politiebusje stond. Benen uit elkaar. Achter me sprak een agent luid en duidelijk. Teksten die ik kende uit de film. Ik moest meewerken, had het recht om te zwijgen, enzovoort. 
Op het busje las ik de slogan: ‘waakzaam en dienstbaar’. Alsof de politie ook reclame moet maken.
De agent bracht mijn rechter arm rustig en gecontroleerd naar beneden. Hij sloeg zijn boeien om mijn pols. Het klikken van de klem vond ik geen aangenaam geluid. Toch ging de politieman door tot het behoorlijk strak zat. Precies tussen mijn hand en de uiteinden van spaakbeen en ellepijp. Daarna pakte hij de linker arm en bracht die ook op mijn rug.
Toen ik vast zat demonstreerde de agent hoe het zou voelen als ik niet meewerkte en hem forceerde om mij (nog) steviger aan te pakken. Hij greep tussen de handboeien en draaide ze een beetje. Het voelde direct buitengewoon onaangenaam aan. Een fractie verder werd het serieus pijnlijk. Ik had de neiging om door de knieën te zakken, maar hield me nog even groot. Dit was wel het moment waarop ik besloot om niet meer tegen te stribbelen. 
Verderop stonden een paar mensen te kijken. Iemand maakte foto’s. Het werd een genante vertoning. Ik zei nog dat ik niks gedaan had, maar iedereen wist wel dat dit niet waar was. Deze arrestatie en het in de boeien slaan had ik helemaal aan mezelf te danken.
Inmiddels had ik spijt van mijn domme en impulsieve actie. Waarom moest ik zo nodig alles een keertje hebben meegemaakt?
Ik nam me voor dat dit de laatste keer zou zijn. Mijn lesje had ik nu wel geleerd. Zo’n arrestatie is geen pretje. Niet grappig!
Vooraf had ik de consequenties niet overzien en nooit bedacht dat ik zo stevig aangepakt zou worden. Wat mij betreft mocht oom agent me nu wel weer los maken, maar ik wist dat het nog even zou duren.
Eigen schuld, dikke bult. Ik had er zelf om gevraagd. Dan had ik tussen de opnamen van de instructievideo met arrestatiescène maar niet moeten zeggen dat ik wel eens wilde weten hoe het voelt om in de boeien geslagen te worden... 

dinsdag 8 september 2009

slecht verhaal


LATER MEER...





maandag 7 september 2009

regenhoes

Rotterdam. Nu ik het toch over de basisuitrusting van de cameraman heb zal ik gelijk even het fenomeen ‘regenhoes’ behandelen. Hebben we dat ook gehad.

In principe hoort bij elk type camera een aparte regenhoes en die zal de komende maanden weer vaker tevoorschijn getoverd worden. Tegen regen, spatwater of sneeuw, maar zo’n beschermjas is ook noodzakelijk op plekken waar mafkezen meer bier kopen dan ze op kunnen en daar waar het gebruikelijk is om champagne niet te drinken, maar ermee te douchen.
Zo’n regenhoes is over het algemeen exact op maat gemaakt, met openingen voor essentiële knopjes, lens, microfoon, viewer, accu en handvat. Het komt er op neer dat een cameracover vooral bestaat uit stroken klittenband, ritsjes en gaten. Ze zijn zo multifunctioneel dat je goed moet kijken om voor, achter, boven en onder uit elkaar te houden. Wie niet op tijd begint met zijn regenhoes bij een gemiddelde herfstbui, kan de camera weggooien. Eigenlijk zijn die hoezen ook helemaal niet tegen de regen. Het zijn stiekem intelligentietests voor beginnende cameramensen.
Of laat dat ‘beginnend’ maar weg. Na vijftien jaar worstel ik nog steeds met alles wat regenhoes heet. De vorige week was ik op pad voor Vroege Vogels en leek het bij vlagen al oktober. Opeens was de regenhoes nodig en stond ik in een bushokje te klungelen en te prutsen alsof het mijn eerste keer was. En gisteren werkte ik voor de firma Viditech. Zij hebben prachtige hoezen, met extra ritsen om deze nog cameraman-vriendelijker te maken, maar ik ben een half uur bezig geweest met het aankleden van drie grote camera’s. Dat zegt overigens niks over Viditech, maar alles over mij en mijn aversie tegen de regenhoes.
De beste bescherming voor apparatuur wordt nog altijd geproduceerd door de firma Komo. Als het echt slecht weer wordt kan je beter aan de slag met een vuilniszak en een rolletje gaffertape. Maar uiteindelijk helpt niks. Ja, een onderwaterhuis, maar dat is een ander verhaal. Als het keihard blijft hozen sluipt het vocht uiteindelijk in de lens en de body en houdt het een keer op. Toch zijn er nog altijd regisseurs en verslaggevers die een beetje verrast kunnen reageren als na een hele dag werken in de stromende regen de camera het begeeft en zij hun filmpje niet kunnen afmaken. 
‘Er zat toch een regenhoes omheen?’ Riep het vorig jaar een verbaasde cineast, terwijl hij even daarvoor nog had lopen klagen over een doorweekte onderbroek.
Bij verschillende facilitaire bedrijven proberen ze de camera’s mooi te houden met een hoes die beschermt tegen krassen of stof en waar een regenhoes in zit voor het geval dat het plotseling gaat druppelen. De firma Portabrace is nogal populair op dit gebied. Maar het werkt toch niet lekker. Als het even kan verdwijnt de hoes in de camerakist. Cameramensen worden nou eenmaal niet vrolijk van beschermjasjes. Die zitten nooit helemaal passend, gaan lubberen of stinken en je kan toch niet overal even gemakkelijk bij. Hoe goed er ook over is nagedacht, ze moeten de boel afschermen.
Eigenlijk hoor je niet te filmen in de regen of op plekken waar ze met bier smijten. Het zou verboden moeten worden.


zaterdag 5 september 2009

vlieg

De Meern. We hebben een boekje waarin wij (papa en mama) en Mariska (onze lieve oppasmama) schrijven wat Art op een dag allemaal mee maakt. Leuk voor later en handig, omdat je wel eens iets vergeet te vertellen. Ik moet er eerlijk bij zeggen dat dit boekje een beetje in het gedrang is gekomen sinds de geboorte van Imme, maar we doen ons best. 
Vanavond las ik een stukje dat mijn lieve vrouw deze week heeft geschreven. Het hoort absoluut in de categorie ‘verhaaltjes om nooit te vergeten’:


Art loopt aan de hand van mama de trap af. Halverwege blijft meneer staan. Verbaast wijst hij naar een dooie vlieg die op zijn rug op de volgende trede ligt. Het is ook Art duidelijk dat het kleine beestje morsdood is.
“Kapot, hé?!” zegt Art.
“Ja.” antwoord mama.
“Moet je maken.” zegt Art.
Mama twijfelt. Moet ze de kleine kerel nu al vertellen over leven en dood? Bestaat er eigenlijk zoiets als een eendagsvliegenhemel? Waar zal die wezen?
Maar terwijl mama nadenkt over een geschikt antwoord heeft Art de oplossing al gevonden:
“Nieuwe batterijen in, mama!”



vrijdag 4 september 2009

gaffer

Amsterdam. Zonder gaffertape geen televisie. Dit klinkt voor een leek misschien een beetje overdreven, maar neem van mij aan dat deze bijzondere plakband Hilversum bij elkaar houdt. 
Er gaat geen cameraploeg op pad zonder een rol van deze eenvoudig af te scheuren duct tape. In elke serieuze materiaalwagen staat een kratje vol. De studio waar ze geen gaffertape voorradig hebben, is geen studio. Een beetje programmamaker kan niet zonder en de facilitaire tak van Omroepland al helemaal niet. 
Gaffer is sterke tape. Meestal 5 centimeter breed en op een rol zit ongeveer 50 meter. Het is verkrijgbaar in verschillende kleuren, maar zwart en grijs zijn veruit het meest populair. De tape plakt op alles, mits de ondergrond droog is en laat geen resten achter als je het weer weg trekt. Het handige van dit product is dat je het gemakkelijk kan scheuren in de gewenste lengte of breedte.
De gaffertape is bedoeld om kabels bij elkaar te binden of ze zo vast te plakken dat er niemand over struikelt. Wij vidioten gebruiken gaffer echter voor alles. Vraag maar eens aan de crew van een willekeurig tv programma wat ze met gaffer hebben gefikst en je ligt dubbel van het lachen. Van kleine reparaties aan kleding of schoenen tot het dichten van roestgaten in de uitlaat van een oude auto. Het dient als pleister op een wondje, om twee apparaten bij elkaar te houden, als regenhoes, om ongewenste reclame af te plakken, als zonnekap op een lens... enzovoort. Ik sprak ooit iemand die zijn televisie had opgehangen met gaffertape. Zelf heb ik altijd een rolletje op zak als ik in Franse hotelletjes kom, om de losse douchekop aan het plafond te tapen.
Het schijnt zelfs dat er een boekje bestaat met de briljante titel: ‘Things you can do with gaffertape’. Je begrijpt dat ik al jaren op zoek ben naar een exemplaar.
Op een filmlocatie is alles van gaffertape. Het merkje op de vloer waarop de presentator moet staan, de zwarte strepen in de achtergrond. Het glimmende puntje dat gecamoufleerd moest worden is weggewerkt met gaffer. De microfoontjes van de presentator en zijn gasten zitten vast met gaffertape, evenals hun jasjes die eigenlijk iets te ruim zaten. Wie goed kijkt ziet dat het decor aan elkaar hangt met gaffertape.
In de filmindustrie is er zelfs een officiele functie vernoemd naar de plakband. Neem van mij aan dat dit de belangrijkste man op de set is.
Er kleeft eigenlijk maar één nadeel aan gaffertape: de rol is altijd kwijt. Als je hem even niet in de gaten houdt heeft iemand anders de gaffer alweer geconfisqueerd, om hem vervolgens op een onvoorspelbare plek te verstoppen. Al dan niet met opzet. Er zijn namelijk mensen in Hilversum die ik ervan verdenk dat ze de gaffertape het liefst voor zichzelf houden. Waarmee ik niet wil suggereren dat een enkeling zo’n rolletje pikt voor huis- tuin- en keukengebruik. Dat doet namelijk iedereen. Op tv formats en goede ideeën na is gaffertape het meest gestolen goed in Omroepland. 
Trek de kofferbak van een cameraman, regisseur of producer open en er ligt een halve rol. Vraag vervolgens waar je deze kan kopen en iedereen blijft het antwoord schuldig. Ik heb wel eens gehoord dat grote facilitaire bedrijven jaarlijks tienduizenden euro’s in gaffertape investeren (ca. € 12,50 per rol) en volgens mij verdwijnt bijna de helft weer in de (rug)zak van televisiemakers die het strikt professioneel zouden moeten gebruiken. Ik begrijp dat wel, want wie eenmaal weet wat je met gaffertape kan, raakt onmiddellijk verslaafd aan dit product. Zelf durf ik dan ook rustig toe te geven dat ik wel eens een rolletje heb gestolen van mijn voormalig werkgever. Ze kunnen me toch niet meer ontslaan en als ze dit probleem serieus willen aanpakken, moeten ze alle medewerkers op straat zetten. 


dinsdag 1 september 2009

Vera bedankt!

De Meern. ‘Vera betaalt!’ zei Boudewijn Büch telkens als we een nieuw luxe hotel betraden, ergens in hartje centrum van een interessante stad. Of we lunchten bij Mc Donalds in New York, Pittsburgh, Dresden, Berlijn, Karlovy Vary, Zürich, Florence of Rome, Vera Keur betaalde. Ook de Thaise avondmaaltijden, loempia’s van de Vietnamees, de Bistecca alla Milanese, het werd gefinancierd door Vera. Evenals alle drankjes op terrassen en de hoogst noodzakelijke ijsjes. Overal bedankten wij de voorzitter van de VARA, die de reizen mogelijk had gemaakt. Het werd een ding, zoals elk reisgezelschap haar eigen (flauwe) grapjes en uitdrukkingen krijgt.
‘Vera betaalt.’
‘Vera bedankt!’
Ik heb het er in gehouden. Ook na De Wereld van Boudewijn Büch bleef ik de voorzitter prijzen wanneer de VARA betaalde. Bijvoorbeeld toen ik voor Jules Unlimited in Amerika was. Of tijdens een ongelimiteerde ‘vakantie’ met Jules in Zuid-Afrika, ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van de omroep. In Engeland, Frankrijk, Noorwegen, Duitsland, Schotland en vooral heel vaak tijdens draaidagen in Nederland. 
Als ik terug kijk op de afgelopen veertien jaar dan heb ik veel aan Vera te danken. In mijn persoonlijke top 10 van ‘mooiste klussen ooit’ staan een aantal bijzondere VARA producties. Meestal werden we goed verzorgd, kregen de hotels een voldoende en was het schema haalbaar.
Onder andere dankzij Boudewijn Büch, Jules Unlimited, De Dubbelganger, Nieuwslicht, De Ontdekking en 2Meter Sessies heb ik me kunnen ontwikkelen als cameraman. Nog steeds amuseer ik me kostelijk met mooie VARA klussen. Neem bijvoorbeeld Vroege Vogels. Wie wil daar niet voor werken?
Vera bedankt!
Deze week neemt Vera afscheid met een groots feest in Amsterdam, maar ik ben niet uitgenodigd. Ook al heb ik met grote regelmaat voor de VARA gedraaid en voel ik me nog zo verbonden met Vera Keur; ik ben niet welkom. Persoonlijk vind ik dat jammer. Het voelt toch een beetje alsof ik er niet helemaal bij hoor. Ik, degene die dus altijd aan Vera dacht, die Vera bij de lunch of het diner altijd bedankte. Deze week nog, toen we van haar een Raketje bij de pomp kregen.
Het kan zijn dat de uitnodiging niet is aangekomen, maar het lijkt mij waarschijnlijker dat Vera mij stomweg is vergeten. Dat valt natuurlijk niet goed te praten, maar enig begrip kan ik er wel voor opbrengen. Vera is natuurlijk hartstikke druk en bovendien hebben wij elkaar nog nooit ontmoet. Ze heeft geen idee wie ik ben. 
Anyway; Vera bedankt!


Lochness, 2002
Een willekeurige VARA vakantiefoto. 
(gemaakt tijdens een trip voor Jules Unlimited) 
Met dank aan Vera. Lekker gegeten.




zondag 30 augustus 2009

progressive scan

Rotterdam. Dit wordt een technisch verhaal. Wellicht alleen begrijpelijk voor vakbroeders, maar ik zal mijn best doen om het zo eenvoudig mogelijk uit te leggen. Haak niet binnen twee regels af.
Op de professionele televisiecamera’s die we tegenwoordig gebruiken zit een functie waarmee je kan kiezen tussen ‘progressive scan’ of ‘interlaced’. Het gaat om de techniek voor het opslaan, doorgeven en weergeven van bewegende beelden. Vroeger hadden we geen keuze en was alles interlaced, maar met de komst van de XDCAM camera’s moet er aan het begin van elke draaidag een belangrijke beslissing genomen worden. Psf of i? Progressive scan of Interlaced?
Bij progressive scan worden de beeldlijnen van elk frame tegelijk ververst. Vierentwintig keer per seconde. Bij het oude vertrouwde interlaced scanning worden die beeldjes in twee keer opgebouwd. De ene helft (een field) wordt opgebouwd uit alle even beeldlijnen en de andere helft bestaat uit de oneven lijnen. Het voordeel van progressive is dat het beeld iets rustiger is en dat vinden mensen kennelijk prettiger kijken. Wij veel cameramensen en regisseurs vinden het nieuwe standje vooral mooi, omdat het beeld voor het gevoel iets filmischer wordt. Film bestaat immers ook uit 24 beelden per seconde.
Als je weet wat het effect doet met het televisiebeeld zie je gelijk of een programma progressive is gedraaid of interlaced. Vooral programma’s die het ook moeten hebben van mooifilmerij kiezen voor de nieuwe truc, maar het is ook een modegril. Laten we zeggen dat het heel erg 2008 is. Inmiddels zijn er steeds meer regisseurs die alweer terug komen op het besluit om voortaan alleen nog in progressive scan te draaien. Het effect kan ook in de montage worden toegevoegd en daar wordt anno 2009 al steeds vaker voor gekozen.
Persoonlijk vind ik dat progressive scan wel iets kan toevoegen aan een filmpje. Het is als foto’s afdrukken op glanzend papier of metallic lak op je auto. Er gebeurt iets. Een cameraman die progressive beelden in zijn zoeker ziet krijgt een ander gevoel tijdens het filmen. Daarom hebben we het bijvoorbeeld toegepast tijdens het draaien van The Phone. Zeker omdat de eerste keer was dat wij het gebruikten deed het iets met de cameramensen en daar werden de shots naar mijn idee beter van.
Als ik progressive draai heb ik nog steeds het gevoel dat het anders is. Strakker, rustiger, mooier of (laat ik de jeukterm maar weer gebruiken) filmischer. Dat alleen al is een reden om er zo nu en dan voor te kiezen. Het helpt. Alleen is de vraag hoelang nog?



zaterdag 29 augustus 2009

wk judo

Rotterdam. Een sportcameraman die niet benaderd is om dit weekend te werken mag oprecht twijfelen aan zijn netwerk of aan de staat van zijn mobiele telefoon. Het is zo druk met het WK judo, EK hockey, de Vuelta in Drenthe en voetbal dat Hilversum aardig uitverkocht is. Zelf ben ik al de hele week in Rotterdam, bij het WK judo. Ik doe het ENG-tje met NOS Studio Sport verslaggever Martin Vriesema.
Wij zijn verantwoordelijk voor het dröm en dran. De wedstrijden op vier matten worden met 11 camera’s en twee regiewagens optimaal in beeld gebracht. Voor de interviews, beelden van de Nederlanders in hun voorbereidingen en eventuele calamiteiten zijn wij vanaf woensdag in en rond Ahoy te vinden.
Door de drukte heeft Studio Sport een strak uitzendschema waar niet of nauwelijks van afgeweken kan worden. Dat betekent dat wij minder hoeven te produceren dan we zouden kunnen. Op zich vind ik dat jammer, want het is niet erg om hard te werken, maar het stelt me wel in de gelegenheid om mijn kennis van de judosport een beetje op te vijzelen.
Vraag me niet wat een Yuko is, of een Ippon. Wat waza-ari betekent of wat een Koka was. De enige Tatami die ik ken woont in Hoensbroek.
Ik zou eigenlijk een bijscholingslesje moeten hebben van Andre van Meerkerk, maar nu probeer ik het spel te begrijpen door veel potjes te kijken en goed te luisteren naar de mensen die bij me in de buurt staan. Zo stond ik gisteren opeens naast Mark Huizinga. Ik denk dat die er wel kijk op heeft.
Vandaag volgden we Elisabeth Willeboordse. Zij won de halve finale van de Europese kampioen Urska Zolnir met een vinger die telkens uit de kom schoot. Dat zag er heel pijnlijk uit, maar opgeven deed ze niet. Het was een super spannend potje dat uiteindelijk door de scheidsrechters beslist moest worden. Het was voor mij het moment waarop ik besloot dat judo een geweldige sport is om naar te kijken.
En dat is het leuke van mijn vak. Ik raakte in de ban van Formule1 tijdens de allereerste GP van Indianapolis, tennis ben ik pas echt gaan waarderen op Roland Garros, turnen vind ik leuk sinds ik een documentaire heb mogen filmen over Boris Orlov, skiën heeft mijn interesse vanaf de Olympische winterspelen in Turijn en zo kan ik nog even door gaan. Judo hoort definitief in dit rijtje thuis sinds het WK van 2009.


donderdag 27 augustus 2009

vakbond

De Meern. Ik ben begin dit jaar gaan freelancen in de veronderstelling dat ik dan als zelfstandig ondernemer meer eigen beslissingen zou kunnen nemen. Freelance camera- en geluidscollega’s schepten altijd zo op over hun vrijheid. Die vrije vogels vonden het gek dat ik deze stap niet eerder genomen had.
Koud was ik zelfstandig ondernemer of ik kreeg een uitnodiging van een paar collega ZZP-ers om me aan te sluiten bij de vakbond. En of ik naar een bijeenkomst op het MediaPark wilde komen waar gesproken zou worden over betere (collectieve) arbeidsvoorwaarden voor freelance camera- en geluidsmensen.
Nu was mij tijdens het onderhandelen met potentiële opdrachtgevers al opgevallen dat er weinig speelruimte is. Voor kwaliteit en ervaring wordt niet extra betaald. In onze markt worden de tarieven van freelancers opgelegd door facilitaire bedrijven, omroepen en productiehuizen. 
Een freelance cameraman met ervaring krijgt rond de 350 euro voor tien uur. Het is bijna overal ‘take it or leave it’. Alsof je bij de bakker ook kan bepalen hoeveel je voor een brood wilt betalen. Ook proberen opdrachtgevers uurtarieven af te spreken in plaats van dagprijzen, alsof je bij diezelfde bakker kan aangeven uit hoeveel sneetjes een heel brood moet bestaan.
Nog even en ik word boos. Terwijl dat nou juist niet mijn bedoeling was. Ik wil het helemaal niet over geld hebben, maar dat is een freelancerskwaal. Ik vrees dat het geldvirus mij al meer te pakken heeft dan me lief is. Terwijl ik het wil hebben over prachtige televisieprogramma’s die met passie zijn gemaakt!
Maar toch. Nog even.
Pas aan het eind van dit jaar zal blijken of ik meer verdien dan toen ik nog in vaste dienst was. Ik denk dat het verschil niet groot kan zijn, omdat ik een degelijke arbeidsongeschiktheids-verzekering heb afgesloten en ik probeer mijn pensioen op NOB-niveau te houden. Dat is duur. Bovendien ga ik niet langer werken, want dat is wel een manier om meer te verdienen.
Ik denk dat een cameraman over het algemeen te weinig betaald krijgt voor wat hij doet. Een uurtarief van 35 euro lijkt redelijk, maar je moet het eens vergelijken met de tarieven van mensen die werk doen dat net zo verantwoordelijk is, evenveel stress en onregelmatigheid kent. Die komen al gauw op het dubbele. 
Maar moet ik me nou aansluiten bij het CNV, de vakbond die opkomt voor de freelance camera- en geluidsmensen? 
Ik twijfel. 
Om te beginnen levert het een extra kostenpost op, want je moet voor het lidmaatschap betalen. Maar de belangrijkste reden is dat ik net dacht verlost te zijn van alle regeltjes en collectieve afspraken. Bovendien denk ik dat een bond weinig kan bereiken in deze markt, die verziekt is door een te groot aanbod en partijen die denken hun marktaandeel te kunnen kopen.
Jongens die cameraman willen worden zijn er genoeg. Freelancers zat. De concurrentie is moordend. Voor jou tien anderen. Hoe goed of aardig je ook bent. En onder die druk bezwijken veel freelancers. En hoepla, daar daalt de prijs alweer. Hij stijgt in ieder geval niet...
Kortom: Ik ben voorstander van afspraken en richtlijnen, maar ik vrees dat niemand zich er aan zal houden. De opdrachtgevers niet, maar ook mijn collega’s niet. Over interessant werk valt altijd te onderhandelen en dat is gelijk ons grootste probleem. Dit werk is te leuk en het spreekt teveel tot de verbeelding. Er is geen vakbondsman die daar iets aan kan doen.


Plasterk erkent problematiek omroepfreelancers

Minister Plasterk (media) heeft in een gesprek met CNV Dienstenbond toegezegd de maatregelen van zijn voorganger (Medy van der Laan) om de arbeidssituatie van de freelance camera- en geluidmensen te verbeteren opnieuw op te pakken. Aanleiding voor de uitspraak van de minister waren de uitkomsten van een rapport dat CNV Dienstenbond de minister had aangeboden. De bond had een enquête onder de beroepsgroep gehouden waaruit gebleken was dat de arbeidssituatie van de freelancers onaanvaardbaar slecht is.
Uit de enquête blijkt dat de loonontwikkeling sterk is achtergebleven bij de inflatie. De freelance cameramensen leverden procentpunten in op het gemiddelde loon in de marktsector, dat in de afgelopen jaren sterker steeg dan de inflatie. Dit geldt nog sterker voor de geluidmensen, die gemiddeld zo’n 5% in loonstijging achterbleven in vergelijk met de marktsector. Een groot gedeelte van de respondenten was tien jaar geleden ook al actief als freelancer in de sector. Voor hen zijn de gevolgen nog ingrijpender. Over een periode van tien jaar lopen zij zo’n 12% aan inflatiecorrectie achter. Met andere woorden, audiovisuele freelancers in de TV-wereld zijn er de afgelopen tien jaar in besteedbaar inkomen sterk op achteruit gegaan!
71% van de respondenten geeft aan geen hoger tarief in rekening te kunnen brengen voor meer werkervaring. De inspanningen die staatssecretaris van der Laan deed om te komen tot meer differentiatie in tariefstelling, waardoor ervaring beter wordt beloond, hebben dus geen effect gehad. Daarnaast geeft maar liefst 73% van de geënquêteerden aan te kampen met betalingsachterstanden van de opdrachtgevers. 66% van de freelancers betichten de facilitaire bedrijven van kartelvorming en prijsafspraken bij het inhuren van freelancers. Ook wordt er bitter weinig ruimte gevoeld om individuele concurrerende tariefstellingen te hanteren.
Plasterk merkte in het gesprek met CNV Dienstenbond verder op dat er naast de aandacht voor de topsalarissen bij de omroep ook wel wat meer aandacht besteed mocht worden aan de slechtst betaalden in de sector. De minister vond het een positieve ontwikkeling dat de bonden steeds meer leden gaan organiseren in de branche. Hij sprak zich tenslotte uit voor een gedeelde verantwoordelijkheid van minister en bonden in deze arbeidsproblematiek.

Bron: CNV Media




maandag 24 augustus 2009

festivalseks

Biddinghuizen. Een echt festivaldier was hij al jaren niet meer, maar hij kwam buitengewoon graag voor werk op plekken als Pinkpop en LowLands. Toch nog even snuiven aan die goede oude tijd. En dan ’s nachts veilig naar een hotelletje of lekker op en neer naar het eigen bed. Wel de lusten, niet de lasten. Aan gehannes op zo’n overvolle festivalcamping moest hij niet meer denken. Die tijd lag ver achter hem. 
Hij keek naar de ongewassen figuren die in hun oudste kloffie over het terrein slenterden. Schrijver Herman Brusselmans had hem zojuist nog gewezen op de enorme potentie van deze festivalgangers. De mooie Nederlandse meisjes, zo slecht en minimalistisch gekleed en al die hitsige jongens. Het warme weer, de drank en de opwindende muziek; het kon niet anders of dit moest leiden tot een gigantisch seksueel geweld op de overvolle festivalcampings. 
Een gedachte die hij niet meer los kon laten. Overal zag hij stelletjes die het met elkaar gedaan hadden of zouden gaan doen. Zo moest hij opeens denken aan de jaren negentig, toen hij zelf nog vol overgave mee deed:

Diep in de nacht stond hij met een behoorlijke slok op in een van de biertenten. Bij de bar raakte hij aan de praat met twee woest aantrekkelijke meisjes. Natuurlijk had alle drank de normen een beetje vervaagd, maar een van beide meisjes was echt niet verkeerd. De ander had al een vriendje en droop na een tijdje af.
Hij -nog mét haar en twintig kilo lichter- maakte indruk door te vertellen dat hij bij de televisie werkte. Dat hij niet meer was dan beginnend stagiaire verzweeg hij. Tussen de leugentjes door bestelde hij pils. Ook nam hij een paar trekjes van haar joint, wat onverstandig was, want hij was op dit punt absoluut niets gewend en de drank had al meer kapot gemaakt dan hem lief was.
Maar waar hij op gehoopt had, dat gebeurde. Het mooie meisje wilde zoenen en even later nog veel meer. Ze zwalkten diep in de nacht in de richting van haar tentje. Zo nu en dan struikelden ze gierend van het lachen over een scheerlijn, om uiteindelijk het doel te bereiken. De tent, het luchtbed en een pakje Durex.
Pinkpop 1994 moest nog beginnen, maar wat hem betreft kon het festival al niet meer stuk. Tot het hem tijdens de daad begon te duizelen. Het werd bloedheet in de kleine puptent. Hij werd misselijk. Niet langzaam, maar van het ene op het andere moment. Tijd om iets uit te leggen was er niet meer. Hij liet het festivalprinsesje achter zich en zocht naarstig naar de uitgang. Alleen wilde die verdomde ritssluiting niet meewerken...
Het was natuurlijk niet de bedoeling geweest om over haar slaapzak en tas te kotsen. Zo had hij ook niet nagedacht over de manier waarop hij haar daar achter had gelaten. Ze had hem nog geroepen en kennelijk niet direct begrepen wat er aan de hand was. Waarom hij haar verliet, zou ze echter snel genoeg ontdekken...
Hoe hij zijn eigen tent bereikt had was een raadsel. Het eerste wat hij zich weer kon herinneren was het moment waarop hij wakker werd. Het was al licht, een uur of zes in de ochtend; de Pinkpopcaming sliep nog. Alleen hij moest ongelofelijk nodig pissen. Dus kroop meneer de Braak steunend en kreunend uit zijn ruftende tentje. Hij had koppijn voor drie, was doodmoe en behoorlijk misselijk. Uiteraard wist hij precies wat er was gebeurt en hij schaamde zich diep.
Tegen een Herashek probeerde hij te plassen. Of eigenlijk wilde hij het laten lopen. Met een hand hield hij zich vast aan het hek, de andere wipte pielemans uit de broek. Maar het plassen wilde niet lukken, ondanks een gigantisch hoge nood.
Pas du moment dat hij naar beneden keek zag hij wat het euvel was. Het condoom zat nog stevig op zijn plek...
Gedurende het hele festival heeft hij angstvallig om zich heen gekeken, uit angst het mooie meisje per ongeluk te treffen. 
Jaren later, toen hij dit uiterst genante verhaal probeerde op te schrijven, ontdekte hij dat ook het mooie meisje niet helemaal eerlijk was geweest. Bij het Googelen bleek dat ze de naam van een onbekende Zweedse schrijfster had opgegeven.



zaterdag 22 augustus 2009

shading

Biddinghuizen. Een vertaling van ‘shading’ is: op kleur brengen. De shader bij een grote televisieproductie zorgt er dan ook voor dat alle camera’s gelijk liggen. Opdat de kijker geen verschil in kleur en diafragma ziet tussen camera 1, 2, 3... enzovoort. In het Nederlands noemen we hem of haar ook wel de beeldtechnicus. Het is meestal een technische persoon die de regiewagen of de studio van binnen en van buiten kent.
Het is LowLands en ik ben even in de gelegenheid om achter de schermen mee te kijken. Stilletjes ben ik in de DutchView regiewagen geslopen, waar het optreden van Kyteman wordt geregistreerd. En om niemand te storen blijf ik in het techniekhok hangen, achter de shader of beeldtechnicus.
De belichter in de tent waar Kyteman optreedt maakt er een blauwe soep van. Veel zij- en tegenlicht, weinig frontlicht en voor televisie lang niet genoeg witlicht. Bovendien knettert hij met zijn niveaus. Van nul tot honderd en terug in twee tellen. Knal de lampen lichten fel op en pats alles is weer zwart. 
Het hoort kennelijk bij de act. Het publiek zal niet klagen, al kan het beter, maar voor televisie is het dramatisch. Met de camera’s van vijftien jaar geleden had je niets meer gezien. Nu is het vooral keihard werken voor de shader. Die levert een top prestatie.
Hij moet zes camera’s bijhouden en er voor zorgen dat ze het juiste diafragma hebben voor de regisseur de beelden kan gebruiken. Dat gaat razendsnel, op afstand, met behulp van een soort joysticks. Het vergt een overdosis concentratie, handigheid, inzicht en techniek.
Hoewel ik al honderd jaar bij de televisie werk heb ik nog nooit zo nadrukkelijk op dit vakgebied gelet. Natuurlijk kom ik er regelmatig mee in aanraking, maar het is totaal anders als je er rustig achter kan staan en ziet wat zo’n beeldtechnicus echt doet. Zeker onder deze complexe omstandigheden.
Als een concertpianist bedient hij zijn control panels. Vingervlug. Zijn ogen scannen de zes monitoren af. Tussendoor kijkt hij op meetinstrumenten voor zijn neus of het technisch ook een beetje klopt. Hij kan geen seconde zijn aandacht verliezen, want dan doet de belichter in de zaal alweer iets onverwachts. 
Ik kan niets anders dan, tussen twee nummers door, voorover buigen en tegen de shader van dienst te zeggen dat ik respect voor hem heb. Want het is super knap wat hij doet. Normaal gesproken kan hij met de afdeling licht communiceren, maar hier gebeurt dat niet. Televisie is bijzaak en degene die daar het meerste last van heeft is de beeldtechnicus. Hij lost het keurig op en de kijker zal straks hooguit spreken van sfeervolle beelden.
Deze onmisbare discipline wordt in videoland vaak een beetje vergeten. Beeldtechnici doen over het algemeen behoorlijk anoniem hun werk, in het donkerste deel van de regieruimte en de gemiddelde televisiekijker weet niet eens dat ze bestaan. 
Dat is jammer.


vrijdag 21 augustus 2009

porno

Amsterdam. We moesten even wachten op de kruising Middenweg, Linnaeuskade, Linnaeusstraat, Ringdijk. Niet ver van de bloemenstal, net voor de brug. Achter ons de Hema. We keken uit op de broodjeszaak waar we een snelle lunch hadden genoten. Vanmiddag, om een uur of half drie.
Onze presentator en regisseur discussieerden verderop over een tekst. Ik leunde tegen de camera die op statief stond en geluidsman Joris rookte een peuk. Hij stond met zijn koptelefoon op het gesprek af te luisteren, via de zender van de presentator. Opdat wij direct in de aanslag zouden staan als de heren er uit waren.
Tot plotseling twee mannen op ons afkwamen. Ze deden me allebei direct denken aan Cor van Hout. De een in een jonge versie met bril en snorretje, de ander in een iets oudere variant. Het zouden broers kunnen zijn. Wat me direct opviel was dat de heren samen op vakantie waren geweest. De een droeg een polo met daarop de tekst ‘Puerto Vallarta Mexico’ en zijn broer had een pet op die daar was gekocht. Of zou hij de souvenir hebben gekregen?
‘Gaan jullie zo filmen?’ vroeg de slimste.
Ik moest lachen en keek verbaasd naar de camera waar ik naast stond.
‘Waar zijn jullie van?’ vroeg de ander.
Ook dat vind ik altijd een beetje een stomme vraag. Ik begrijp wel wat mensen bedoelen, maar ik ben natuurlijk vooral van mezelf, van mijn vrouw en kinderen en van mijn vader en mijn moeder. Maar vandaag was ik ook een beetje van de VARA. Dat vonden Jut en Jul wel interessant. Er viel een korte stilte. Ik keek van hun grote poenerige horloges naar de goedkope sandalen. Geld, maar geen smaak; was mijn ietwat voorbarige conclusie.
‘Zijn jullie te huur?’
‘Hebben jullie een kaartje?’
Ik voelde er niets voor om mijn gegevens direct te overhandigen.
‘We hebben misschien wel een klus voor jullie.’
‘We zoeken nog een filmploeg voor een klusje, morgen.’
Ik wist al dat ik morgen helemaal niet kan, maar werd wel nieuwsgierig. Het eerste waaraan ik dacht was toch... 
Vooral omdat deze schimmige types behoorlijk vaag over de mogelijke opdracht deden. Het waren echt van die gasten die je ervan verdenkt dat ze een dik pak met briefjes van honderd op zak hebben. Waar je geen ruzie mee moet maken. En die heel goed in een bepaalde business zouden kunnen zitten.
Ook Joris was benieuwd, maar gaf niet gelijk zijn telefoonnummer. Hij wilde wel een hotmailadres opgeven.
‘Hoe lang zijn jullie hier nog?’
Wij keken naar de presentator en regisseur en schatten zo’n tien tot twintig minuten. Dan zouden ze zo terug komen. De heren gingen even overleggen.
Joris en ik keken elkaar op hetzelfde moment weer aan en moesten allebei grinniken. Waren die twee vreemde types hier op straat nou echt op zoek naar een crew voor het opnemen van...?
Over het hoe en wat konden we uren filosoferen. 
Cor van Hout met snor en bril kwam terug. Hij had op een klein papiertje een telefoonnummer geschreven. Of we over een uurtje of twee zouden willen bellen. Dan hadden ze het rond.
De presentator en regisseur kwamen terug. Toen we het verhaal vertelden konden ook zij geen andere conclusies trekken over deze mistige opdracht. De hele weg van Amsterdam naar Hilversum ging het gesprek in de auto er over. 
Voor de weblog zou het absoluut een top verhaal opleveren, maar thuis zou ik er niet mee aan hoeven komen. Vrees ik. En hoeveel zou je kunnen vragen voor zo’n smerig klusje?
Voor de twee uren waren verstreken belde Joris het nummer dat hij had meegekregen. De vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn kwam met een lang verhaal over kraakpanden en vernielingen. De hele opdracht had niets, maar dan ook niets te maken met waar wij -viespeuken- de hele middag aan gedacht hadden. Daarom heeft Joris vriendelijk bedankt. Ook omdat we sowieso morgen iets beters te doen hebben... 


dinsdag 18 augustus 2009

ginkgo biloba

Amsterdam. Als ik in een hortus ben kijk ik altijd of ik ergens de Ginkgo Biloba zie. Ook al is het verhaal van de bloeiende Victoria Amazonica nog zo uniek en interessant, ik sta graag even -al is het maar een halve minuut- onder de Chinese tempelboom. Het is een van de tikjes die ik heb overgehouden aan het reizen met Boudewijn Büch. En hij had het weer van zijn held Goethe, die over de Ginkgo Biloba een beroemd sonnet schreef.
Om het uit te leggen moet ik jullie mee terug nemen naar maandag 31 augustus 1998. We waren met de filmploeg van het programma ‘De wereld van Boudewijn Büch’ neergestreken in de Italiaanse stad Padua. Onze missie was een serie programma’s over Goethe en de Italiaanse Reis van deze belangrijke Duitse schrijver in het bijzonder. 
Goethe heeft in 1786 allerlei plekken in Padua bezocht, waaronder de hortus. Die hebben wij stuk voor stuk nagereisd. In de hotrus vertelde Boudewijn ons een verhaal over de Goethe-palm. Leuker vond ik de zoektocht naar de oerboom Ginkgo Biloba, waar Goethe en dus ook Boudewijn zo dol op waren.
Met draaiende camera liep ik achter Boudewijn aan. Die had het statief met een riem aan zijn schouder hangen en hield in zijn hand een plattegrondje van de hortus. Hij kon de Ginkgo Biloba niet snel genoeg vinden. Gelukkig zag zijn participerende cameraman de boom wel.
De Ginkgo is geen naaldboom en het is geen loofboom. Hij behoort tot een aparte orde van naaktzadige die tot op één soort na is uitgestorven. De boom is (volgens Wikipedia) een levend fossiel, niet of nauwelijks veranderd sinds de tijd van de dinosauriërs. Hij groeit onregelmatig en kegelvormig; wordt ongeveer veertig meter hoog. Met name de vorm van het blad is uitzonderlijk.
Boudewijn werd enthousiast. Hij vertelde dat Goethe er was op 27 september 1786, in de stromende regen. Hij zong het Ginkgolied, dat hij volgens mij ter plekke verzon. Vervolgens raapte hij blaadjes van de boom, om ze vervolgens aan de hele crew uit te delen. ‘Voor in jullie dagboeken. Die mogen jullie nooit meer weg doen!’ 
Vermoedelijk heb ik het Ginkgoblaadje dat ik (in beeld) van Boudewijn kreeg wel ergens bewaard, maar ik heb geen idee waar. Het dagboek dat ik vanaf die tijd ben gaan bijhouden is digitaal. Daar zit het dus niet in. 
Op die bewuste 31e augustus 1998 schreef ik onder andere: 

‘Boudewijn kon planten en bomen aanraken die Goethe ook aangeraakt heeft en dat is precies wat hij wil. Dichter kan hij haast niet bij zijn held komen. Tijdens onze zoektocht door de tuin zag ik de Ginkgo Biloba het eerst.’ 

De scéne die we draaiden in de hortus van Padua staat op de DVD collectie ‘De fascinaties van Boudewijn Büch, serie 2. Vanmiddag heb ik er nog maar eens naar gekeken en ik werd er een beetje sentimenteel van. Het is toch jammer dat deze pure vorm van televisie van de buis verdwenen is. Hoe anderen ook hebben geprobeerd om onze Boudewijn na te apen.

Gisteren was ik in de hortus van Amsterdam voor Vroege Vogels, een ander geweldig VARA programma. Tussen de bedrijven door ben ik even naar de Ginkgo Biloba gelopen en ik heb een blaadje van de grond geraapt. Dat ligt nu naast mijn laptop te drogen onder een stapel boeken. Ik zal het bewaren in ‘Een boekenkast op reis’, het dagboek dat Boudewijn in 1998 schreef en dat is uitgegeven door Arbeiderspers in de serie privé-domein. Hierin schrijft hij over onze Ginkgo-scène:

‘Ik raap Ginkgo-blaadjes op, schenk ze aan de jongens en steek ze als een oprechte romanticus in Panda’s haar.’

Nu ik de video net nog terug heb gezien kan ik melden dat hij de verlegen producer, waar hij en ik zo verliefd op waren, gewoon een blaadje aanreikte...



zaterdag 15 augustus 2009

wachten op Dirk

Waalwijk. DSB topman Dirk Scheringa gaat per helikopter naar de wedstrijd RKC-AZ. Dat is kennelijk nieuws. Het heeft in de krant gestaan en nu wil mijn opdrachtgever dat ik een shot maak van de landing in Waalwijk.
Al ruim een uur ben ik in het recreatiegebied waar het zal gebeuren. Bij het Hoefsven, niet ver van de Vijverlaan. Hier zijn twee plassen en een paar veldjes waar Waalwijkers kunnen ontspannen. Er zijn nog mensen die zwemmen of zonnen. 
Ik heb het terrein verkend als een getraind spion. Er zijn verschillende plekken waar je met een helikopter zou kunnen landen. Wat mij betreft zijn er drie opties. Het lastige is dat ze een eindje uit elkaar liggen en dat in dit park veel bomen staan. Als je voor de ene plek kiest en hij landt op een andere, dan heb je het gemist. Ik verwacht namelijk dat het snel zal gaan.
Deze klus moet ik in mijn eentje klaren. Mijn opdrachtgever weet niet meer dan dat het in dit recreatiegebied moet zijn. Dat vind ik al heel wat. Ik vraag me sowieso af hoe het nieuws dat Scheringa hier zal landen kan uitlekken naar de pers. Je zou zeggen dat de man zelf er geen enkel belang bij heeft dat hier cameraploegen staan. Zeker niet nu hij en zijn bank toch al onder vuur liggen.
Al doende stuit ik op een zwarte Mercedes die ook rondjes rijdt. Eentje van het duurdere soort. Nader onderzoek wijst uit dat het de persoonsbeveiliger van de bankdirecteur betreft. Een uiterst correcte jongeman, die bovendien begripvol lijkt.
We maken een praatje. Het blijft een beetje oppervlakkig, want de vriendelijke bodyguard mag natuurlijk niet teveel details los laten. Toch wil hij mij wel helpen als ik beloof op gepaste afstand te blijven. 
Ik vraag me af of ik hem kan vertrouwen. Hij zou me natuurlijk op het verkeerde been kunnen zetten. Het enige wat ik nu kan doen is aardig zijn, vertrouwen winnen en hopen dat hij mij dit shot gunt.
Op de afgesproken plek, bij een klein parkeerterrein, staan een aantal jongens in trainingspak die je het stempel ‘fout’ zou kunnen geven. Ze hangen tegen BMW’s en gepimpte Golfjes. Dat is onhandig voor de persoonsbeveiliger. Ik zie hem druk bellen. Wellicht wordt op het laatste moment gekozen voor een alternatieve landingsplek. 
Ik check mijn spullen. Controleer of alles werkt en leg het zo klaar dat ik snel kan handelen. Achter het stuur wacht ik op nader orders. Dit is een klus van niks, maar het wordt toch best spannend. Het is mijn eer te na om dit te missen.
Er komt politie bij en een cameraploeg van RTV Noord Holland duikt op. Ook zie ik opeens een fotograaf. De beveiliger is professioneel genoeg om te begrijpen dat hij ons niet moet dollen. Hij geeft ons de juiste informatie in ruil voor discretie en afstand van onze kant. 
We gaan rijden. De dealertjes van Waalwijk schrikken zich een hoedje als opeens die Mercedes, een politiebusje, mijn zwarte geblindeerde VW Transporter en de knalrode wagen van RTV NH hun parkeerterrein opdraaien. Een leuk moment dat eigenlijk te kort duurt. Ze hebben al snel in de smiezen dat we niet voor hen komen.
Ik stel mijn camera tactisch op. Op een heuveltje waar vandaan ik zicht heb op het parkeerterrein en het naast gelegen grasveld. In de verte hoor ik een helikopter. Zodra deze tussen de bomen verschijnt heb ik hem in beeld. De piloot zet het toestel pal voor mijn neus in het gras.
Mission accomplished.

vrijdag 14 augustus 2009

S.U.V.

Hilversum. Ik was wat te vroeg en besloot even te wachten op het parkeerterrein, om stipt op tijd binnen te kunnen stappen bij Barlinda. Dus zat ik nog wat te smsen naar een vriendje toen ik de producente zag arriveren. Mevrouw reed in een SUV van het kaliber ‘duur’. Funkelnagelneu. 
Het was amusant om haar in die tank te zien worstelen met de kleine parkeervakken, maar eerlijk gezegd vroeg ik me ook direct af hoe zij zo’n slagschip kon betalen. Misschien heeft ze een rijke (blinde) vent, de Staatsloterij gewonnen of een erfenisje gehad. Zou allemaal kunnen, maar de eerste gedachte die bij mij op kwam was: ‘door cameramensen zoals ik permanent af te knijpen.’
Met een van de leukste personen die ik ken, eigenaar van een installatiebedrijf, had ik het een tijdje geleden over autokeuze. Voor een aannemer is dat niet eenvoudig. Komt hij in een te dikke bak voorrijden, dan vrezen zijn klanten dat de marges te riant zijn, maar met een te goedkoop karretje kan hij weer geen enkele indruk maken bij potentiële klanten in een villawijk. Daar zien ze je komen met een roestig busje. Voor je het weet sta je te boek als rommelaar.
Mensen hebben nou eenmaal snel een (voor)oordeel. De auto is belangrijker voor het imago dan velen denken. Hij kan ook een visitekaartje zijn. Je zou eigenlijk voor elke klant een aparte auto moeten hebben. 
Ik blijf nog even in mijn oude afgetrapte Bora rijden. Dat zorgt er misschien voor dat opdrachtgevers medelijden met me hebben. Bovendien kan ik de bij cameramensen zo geliefde Volvo XC70 nog niet betalen... 
Omdat de SUV van Barlinda prioriteit had. 

donderdag 13 augustus 2009

tijdverschil

Hilversum. ‘We gaan naar LA! Is dat niet te gek? En nou hebben we bedacht dat jij mee gaat.’
Barlinda Nors van No Clou Productions praat altijd heel snel. Ze klinkt aardig en vriendelijk, maar is het niet. De truc is dat ze mensen overvalt. 
‘In mijn agenda staat al weken dat we naar Amerika gaan.’ Stamel ik. Het verbaasd me dat er nu opeens gedaan wordt alsof ik opnieuw blij moet zijn.
‘Budgettair is deze aflevering wel een behoorlijke aanslag op het budget, dus vandaar dat we even geen geluidsman mee nemen en we moeten even een afspraak maken over de uren. Met name met de reisdagen heb ik een probleem. En is tien uur per draaidag voor jou akkoord?’
Barlinda doet alsof het twee kleine formaliteitjes zijn die nog even geregeld moeten worden, maar voor mij heeft dit gevolgen. De klus wordt opeens een stuk minder interessant. Werken zonder geluidsman maakt het gecompliceerder, de verantwoording is groter en het is simpelweg nog harder werken.
‘Ik weet niet beter dan dat er een geluidsman is aangevraagd. Weet Ruud al dat hij niet mee mag?’
Barlinda kijkt me aan alsof ik gek ben.
‘Ja, ja, ja, ja, ja. Nee. Ik zal hem bellen. Of het even doorgeven aan zijn planning. We hadden nog niets vastgelegd. Opties. Ja, maar opties zijn er om te annuleren. Nu is alles definitief. Dit zijn de feiten. Jij mag mee. Het wordt hartstikke gezellig. Vier dagen draaien in Los Angeles; wat wil je nou nog meer?’
Even ben ik uit het veld geslagen. Natuurlijk is zo’n reisje leuk. Maar dit klinkt ook als extreem hard werken.
‘Een schema lijkt me handig.’ 
Voor ik dealtjes sluit over uren wil ik weten wat het plan is. Dit vindt Barlinda niet leuk, maar ze laat er niets van merken.
‘Simpel. We vliegen naar LA Lax. Daar aangekomen gaan we slapen in een luxe hotel net even buiten de stad. De volgende morgen om een uurtje of vijf -zijn we toch wakker- gaan we vast sfeershots in de stad maken. Leuk en mooi. Zien we nog wat van Hollywood en Beverly Hills. Om een uurtje of acht ontbijten met presentator, regiebespreking tegelijkertijd en dan aansluitend draaien. Tot een uur of zes, zeven. Denk ik.’
Dat zijn al twee dagen, langer dan tien uur. Ik zeg niks. 
Barlinda ratelt verder:
‘De volgende morgen gaan we op tijd aan de slag. Drie of vier afspraken. Die avond is er ook nog iets, maar wat weet ik niet precies. Wel kunnen we misschien een wat ruimere pauze inlassen. Dag 3 lijkt vooralsnog overzichtelijk, maar er kan nog iets bij komen en op dag 4 draaien we tot een uurtje of twee, waarna we snel naar het vliegveld moeten. Heen en terug hebben we een tussenstop op Heatrow en een in Atlanta. Dat kan niet anders.’
Dat kan wel anders, maar rechtstreekse tickets zijn duurder. De reis lijkt goedkoper als je de uren niet mee rekent. Ik denk het, maar spreek dit niet uit. Het wordt wel tijd dat ik iets ga zeggen over de urendeal.
‘Kijk Barlinda, jullie willen graag dat ik mee ga. Dat is al maanden geleden geregeld. Nu kom je opeens met een heftig schema, de mededeling dat ik het moet doen zonder geluidsman en het verzoek of ik persoonlijk het gat in je begroting wil dichten... Dat motiveert niet.’
Ze schrikt en wil boos reageren, maar slikt haar eerste woorden in. Even valt er een korte stilte. We vinden dit allebei een vervelend gesprek, maar om verschillende redenen. Heel hard en bot wil ik niet zijn, maar het is niet voor het eerst dat ik op het laatste moment onder druk wordt gezet, door iemand die voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten.
‘Ik snap dat tien uur niet bespreekbaar is. Wat wil je dan?’ vraagt ze.
‘Ehm. Gewoon. De werkelijke uren afrekenen. Zoals we dat bij binnenlandse klussen ook doen. Wat dat betreft is er geen verschil tussen Los Angeles of Maastricht.’
Daar is de producer het natuurlijk niet mee eens. Ze weet alleen dat ook haar onderhandelingspositie niet heel sterk is. De regisseur en presentator hebben duidelijk aangegeven dat ze met mij willen werken.
‘Reisdagen dan. Wat de heenreis betreft zie ik geen probleem. Dan kan je gewoon de uren schrijven, maar op de terugreis wil ik niet dat je gaat rekenen met het tijdverschil. Anders wordt het een onredelijk lange dag.’
Dus op de heenreis -als het tijdsverschil in haar voordeel werkt- schrijf ik de start en stoptijd, wat een uurtje of acht scheelt. En op de terugreis schrijf ik alleen de werkelijke uren. Dan laten we het tijdverschil zitten, zodat er opeens acht uur weg zijn...
‘Ik ben niet gek Barlinda. Ik schrijf gewoon de reistijd. Anders ga je me straks ook een poot uitdraaien als we naar Maastricht moeten. Ik kan er toch niks aan doen dat La niet om de hoek ligt? Alleen ben ik best bereid om uren te middelen. Dat lange dagen met korte dagen gecompenseerd worden. Dan schrijf ik pas overuren als we op alle dagen over de tien uur zijn gegaan. Ook zal ik naar beneden afronden.’
Dit voorstel lijkt mij redelijk. Barlinda denkt er anders over. Ik ben knettergek. Ze kan het niet langer voor zich houden. Wie ik wel niet denk dat ik ben?! En of ik me realiseer dat ze bij verschillende facilitaire bedrijven deals kan sluiten die vele malen gunstiger zijn. ‘Reisdagen gratis wordt langzaam de norm.’ Ze zegt het met een stalen gezicht.

Een paar dagen later kom ik de presentator tegen. ‘Wat jammer dat jij niet kan!’ zegt hij in het voorbij lopen... 

zondag 9 augustus 2009

schaatsen!

Heerenveen. De rayonhoofden zaten alle elf met een gerust hart op de camping, misschien zelfs in Spanje, maar ik was dit weekend in Friesland voor een reportage over schaatsen. En wij van Studio Sport zagen ijs!
Ik was zaterdagmiddag in Thialf, bij de zomerijswedstrijden. Op 8 augustus dus. Buiten vond ik het best benauwd, maar binnen bleek het fris genoeg voor een fleece van de firma Thermowear. Gelukkig had ik iets bij me wat er op leek.
De deelnemerslijst was lang en indrukwekkend. Mark Tuitert, Jan Bos, Simon Kuijpers, Stefan Groothuis, Kjeld Nuis, Annette Gerritsen, Margot Boer en Marianne Timmer, om er maar een paar te noemen. Daarnaast mochten ook fanatieke amateurs deelnemen. Onderaan de lijst stond zelfs een rit met Olaf Mol, maar al snel bleek dat dit niet mijn vriend van RTL was.
Verslaggever van dienst was niemand minder dan Mart Smeets. Wat de achterliggende gedachte was bij het er op uit sturen van de grote anchorman van Studio Sport bleef een raadsel, maar het is telkens feest als je achter hem aan bij een evenement binnen stapt. Er gebeurt altijd wat. Zijn interviews zijn anders dan bij anderen, mensen reageren afwijkend en Smeets maakt bijzondere filmpjes.
Cameramensen staan door zijn aanwezigheid altijd op scherp en als dat niet zo is, dan zorgt Mart er op vriendelijke doch dwingende wijze voor dat het gebeurt. Zo werd mijn kennis van de schaatssport behoorlijk op de proef gesteld. Ook op technisch vlak (scherpstellen, diafragmeren en volgen) moest ik even alles uit de kast halen.
Ik heb niet veel met schaatsen. Het is niet zo mijn sport. Er gaan winters voorbij dat ik geen wedstrijd zie. Vandaar dat het voor mij soms lastig is om schaatsers te herkennen. Natuurlijk ken ik enkele toppers, maar in Thialf bleek dat ik behoorlijk tekort schoot. Wat dat betreft was het ook voor mij een mooie oefenwedstrijd.
Ik vond het vooral een bizarre ervaring. Na afloop reden we terug richting Hilversum en was het nog licht buiten. De bomen waren groen, de Ketelbrug stond open voor een prachtige driemaster, schaapjes op de dijk en de zon ging onder zoals hij dat alleen in augustus kan doen. En wij hadden het in de auto over schaatsen en rayonhoofden.


donderdag 6 augustus 2009

influenza sombrero

Gouda. Een van de voordelen van leven als cameraman is dat je gratis antwoord krijgt op al je vragen. Soms is het even wachten, maar vroeg of laat ontmoet je een deskundige, de verantwoordelijk politicus, die ene sporter, een astronaut of de CEO die je graag eens zou spreken. Of een ander die dicht bij het vuur zit. De brandweerman bijvoorbeeld.
Voor een actualiteitenrubriek waren we vandaag op bezoek bij verschillende artsen die ons meer konden vertellen over de Mexicaanse griep. Een onderwerp waarover in de media zoveel te zien en te lezen is dat ik door de bomen het bos al lang niet meer zag. Ik had behoefte aan een samenvatting en die heb ik gekregen. Drie geleerden hebben tussen de opnamen door en los van elkaar al mijn vragen beantwoord.
Cameramensen, geluidsmannen, regisseurs en de meeste verslaggevers lopen een verhoogd risico op de Mexicaanse griep. De kans is levensgroot dat wij, dertigers met veel wisselende contacten die veel reizen en man zijn, de Mexicaanse griep krijgen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld mijn kinderen. Zij zijn zo jong dat ze nog niet zo bevattelijk schijnen te zijn voor virussen als deze.
Er zijn wel dingen die je kan doen om de kans op besmetting te verkleinen (handen wassen en in je elleboog hoesten), maar het krijgen van deze griep is eigenlijk zo gek nog niet. Vroeg of laat moet je er toch aan geloven. Deze griep blijft nog jaren in de lucht hangen. Je bent er pas vanaf als je lichaam antistoffen heeft kunnen aanmaken. Dat gebeurt na vaccinatie of nadat je de griep hebt gekregen.
Als er over een tijdje een vaccin voor handen is, dan is het wijs en sociaal om de prik te halen. Tot die tijd moeten we het doen met een geneesmiddel dat pas helpt als je de ziekte hebt. Maar àls je griep krijgt moet je volgens de deskundigen die ik gesproken heb binnen 48 uur het middel Tamiflu nemen. De kans is extreem klein dat de gemiddelde cameraman dan nog zal overlijden aan de Mexicaanse griep.
De symptomen zijn: Snel oplopende koorts, hoesten, keelpijn, pijn achter het borstbeen en algehele malaise.
Hoe erg de epidemie zal worden weet niemand exact. De kans is groot dat er in korte tijd veel collega’s ziek zullen worden. Die zijn dan een weekje uitgeschakeld. Het is interessant om te brainstormen over wat er zal gebeuren als -in het ergste geval- 30% van alle cameramensen plotseling wegvallen. Toch vrees ik dat deze beroepsgroep niet hoog op de prioriteitenlijst zal komen als er in beperkte mate vaccins beschikbaar zijn.
Dus houd ik alvast rekening met een weekje uitslapen. Ergens in de herfst...



sitestat

woensdag 5 augustus 2009

de harp en de volvo

Hilversum. De Volvo, zo’n oude 740 Estate, rijdt door de straten van Hilversum. De harpiste achter het stuur en een cameraman achterin. Voor het vervoer van de harp is de bank plat geklapt. Er liggen kussens van een oude tuinset op de bodem, niet dat dit prettiger zit. 
De cameraman moet zich goed in evenwicht houden, want het is niet de bedoeling dat hij met zijn dikke lijf bovenop de harp kiept. In de bochten en op rotondes (wat heeft Hilversum veel rotondes!) is het best spannend. Vooral omdat de harpiste even gepassioneerd rijdt als dat ze harp kan spelen. Of zou deze Volvo geen remmen hebben?
Hij probeert een close-up van haar ogen te maken, gefilmd door de binnenspiegel van de auto. Telkens als het beeld net scherp is vliegen ze door de bocht, mindert zij abrupt vaart of trekt ze plotseling op. Hij kan er wel om lachen. 
Het is 47 graden in de kofferbak. Zweet loopt in straaltjes over zijn rug. De druppels staan op het voorhoofd. Zij heeft een raampje open, maar voor de frisse lucht de achterkant van deze grote bak heeft bereikt is het een warme föhn.
Zijn linker been slaapt inmiddels. Nog even en ook het rechter been is verdoofd. Met de rechter arm probeert hij de camera op zijn schouder te houden en met de linker hand heeft hij krampachtig een beugeltje vast waar normaal gesproken de achterbank in vast klemt.
Hoe duur zou die harp zijn? Biedt de hoes voldoende bescherming als het in de volgende bocht echt mis gaat? En waarom valt de camera toch telkens uit als de accu ergens tegenaan stoot?
Nog even en dan zijn ze weer bij de harpiste thuis. Daar krijgt hij vast een glaasje water. Zij zal voor hem spelen, als de harp niet beschadigd blijkt te zijn. En hij neemt het voor haar op, mits de camera het nog doet. 


vrijdag 31 juli 2009

de lul

Utrecht. Aan een ieder die, dankzij een overkill aan zoetsappigheid op dit weblog, deze maand de indruk heeft gekregen dat ik een leuke, lieve en wellicht zelfs dé ideale papa ben, moet ik mijn nederige excuses aanbieden. Niets is minder waar. Ik heb het allemaal verzonnen, opgeleukt, aangedikt en bij elkaar gejokt. Hier spreekt een verschrikkelijk egoïstische ik-doe-alsof-vader. En nog een gemene ook.
Als Art en ik ’s ochtends om zeven uur naar beneden gaan, zodat mama en Imme nog een uurtje kunnen slapen, hoop ik dat de kleine man zo snel mogelijk alleen gaat spelen. Dan kan ik in alle rust, languit op de bank, mijn krantje lezen. Pas als ik elke letter van de sportbijlage heb kunnen spellen en de mediapagina bestudeerd heb gaan we een boterhammetje smeren.
Daarna wil die jongen met papa ‘bouwen’. Samen spelen met de Dulpo. Maar het woordje ‘samen’ heb ik hem nog niet geleerd. Veel liever bouw ik iets wat ergens op lijkt. Als het aan mijn zoon ligt, dan lijkt het nergens op. Dus bouw ik een garage, een vliegtuig of een toren en mijn zoon iets voor zichzelf tot ik zijn steentjes nodig heb... 
Soms is het nodig dat ik hem even afleid. Dan zeg ik bijvoorbeeld dat er een poes in de tuin zit en als hij bij het raam gaat kijken pik ik de blokken die ik nodig heb.
Wij gaan niet naar de speeltuin omdat het zo leuk is voor het kind, maar omdat het een prima locatie is voor een fotoshoot. Art mag net zo lang van de glijbaan tot ik een goede foto heb. Daarna is mijn geduld snel op en wordt het tijd om weer eens naar mama te gaan. 
Samen gaan we naar de winkel. Eerst naar Albert Heijn en dan naar de Krentenbol. Vandaag hadden we geen vers brood nodig, wilde ik de bakker overslaan en maakte ik mijn zoon wijs dat de Krentenbol gesloten was. Net op het moment dat daar een ander kindje naar buiten kwam met zo’n heerlijke halve bol van de vriendelijke bakkersvrouw in zijn knuistje. En ik maar volhouden. ‘Krentenbol dicht!’
Het is dus niet gek dat hij op mijn schouders luid en duidelijk ‘Lullo’ begon te roepen. Waar hij het vandaan haalde weet ik niet en ik betwijfel of hij wist wat hij zei. Misschien verzon hij dit woord ter plekke, maar feitelijk had hij gelijk. Daarom deed ik niets toen hij in het winkelcentrum keihard bleef herhalen: ‘Lullo, lullo, lullo, lullo, lullo... !’ 


dinsdag 28 juli 2009

ranking the opdrachtgevers

Utrecht. Aan de rechterkant van deze weblog staat het rubriekje ‘ranking the opdrachtgevers’. Persoonlijk heb ik al veel plezier beleefd aan dit lijstje. Gebleken is namelijk dat verschillende klanten het interessant vinden om te zien hoe hoog of laag ze staan. Er zijn zelfs opdrachtgevers die verbolgen reageerden nadat ze ontdekten dat ze in mijn ‘ranking’ waren gedaald.
Het wordt onderhand tijd om uit de doeken te doen hoe de volgorde van dit lijstje tot stand komt.
Om te beginnen leek het mij, aan het begin van dit jaar, aardig om een link naar de sites van mijn opdrachtgevers op deze blog te plaatsen. Niet de programma’s waarvoor ik werk, maar zij die mijn factuur in ontvangst nemen... en betalen. 
Het beloofde al snel een indrukwekkend staatje te worden. Mooi, want een beetje opscheppen is mij niet vreemd. Maar in welke volgorde plaats je die opdrachtgevers dan? Het kan immers gevoelig liggen.
Ik heb er lang over nagedacht.
Het is in me opgekomen om het te doen in volgorde van ‘snel betalen’. Probleem is dat dan een paar zeer interessante potentiële klanten altijd onderaan zouden bungelen. 
De ‘best betalende’ bleek ook ingewikkeld, want dan zouden ze bijna allemaal op een lijn geplaatst moeten worden. Een kleintje met stip helemaal bovenaan, een tijd niks en dan pas de rest. En ik kan je melden dat AT5 met hun speciale vriendenprijstarief dan niet al een maand bovenaan had gestaan.
Ook heb ik bedacht om er een statistiek van veel en weinig inhuur op los te laten. Dan zou mijn grootste opdrachtgever bovenaan komen en degene waarvoor ik maar een dag gewerkt heb helemaal onderaan. Dat vond ik bij nader inzien ook niet helemaal fair.
In volgorde van ‘leukste’ opdrachtgever zou het teveel discussie opleveren. De jury zou het zichzelf bovendien erg lastig maken met zoveel leuk werk.
Er is zelfs overwogen om de volgorde te bepalen op basis van ‘beste catering’.
Over een mogelijke mix van al deze facetten heb ik nachten liggen piekeren. Een ingewikkeld puntensysteem op basis van een aantal categorieën, waarbij veel inhuren, snel betalen en leuke opdrachten het zwaarst zouden wegen. 
Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat er één systeem is waar opdrachtgevers zelf de meeste invloed op kunnen uitoefenen en waar ik als freelancer het meeste baat bij heb. Namelijk degene waarvoor ik het laatst gewerkt heb, die staat bovenaan. Bedrijven die hoog in deze ‘ranking’ willen scoren moeten mij dus vaak inhuren. Poepsimpel en inmiddels best een beetje effectief.
De komende weken ga ik weer aan het werk. Dan wordt AT5 waarschijnlijk verdrongen van die prachtige koppositie en kan Frank van Brandwijk eventueel zijn rode lantaarn inleveren. Het is een kwestie van snel boeken. (Hint, hint hint!) 
En vanaf nu kan iedereen in de gaten houden hoe het verder gaat met ‘ranking the opdrachtgevers’.

maandag 27 juli 2009

bloggen voor beginners...

Utrecht. Athy leest sinds kort deze weblog. Ze is een blog voor zichzelf begonnen en wil zien hoe anderen het doen. Op mijn vorige ‘post’ reageerde ze enthousiast en nieuwsgierig als ik ben heb ik gelijk haar site bekeken. Zodoende kwam ik op het idee om ongevraagd een paar tips voor beginnende bloggers op een rij te zetten. 
Niet dat Athy het niet goed doet en al helemaal niet omdat ik het zo goed weet, maar om ervaringen uit te wisselen. Een kijkje in de keuken van mijn weblog. 
En om weer eens een bericht te plaatsen dat niet over baby’s gaat.

Het bijhouden van een weblog kost tijd. Bovendien kan bloggen verslavend werken. 
Wie het graag goed doet en zijn of haar trouwe lezers niet teleur wil stellen moet regelmatig met iets nieuws komen. Liefst dagelijks. In het begin is dat niet zo moeilijk, maar naar mate je langer blogt en al veel onderwerpen hebt besproken wordt het lastiger. Stoppen met een goedlopende weblog is geen optie.

Schrijven is een kwestie van doen. Vlieguren maken. Het gaat echt niet vanzelf. Soms staat een verhaal zo op papier, maar vaker is het een hele worsteling. Het schrijven van een simpel stukje kan soms uren duren.
Mij schieten de beste teksten te binnen als ik in bed lig, in de auto zit of net in bad stap. Eenmaal achter het toetsenbord heb ik geen idee meer wat ik nou verzonnen had. Of ik kan die ene briljante zin nog wel reproduceren, maar heb geen idee hoe het verder moet.

Veel lezers vinden lange lappen tekst op internet vervelend. Korte en bondige verhaaltjes doen het beter. Persoonlijk vind ik het lastig om me in te houden, maar ik probeer er wel op te letten.
Door regelmatig op een nieuwe alinea te beginnen zijn teksten beter leesbaar. Probeer zinnen niet te lang te maken. Wissel langere en korte zinnen met elkaar af. 
Stopwoordjes kunnen heel vervelend zijn. Telkens in herhaling vallen is ook irritant. Een uitgebreid synoniemenboek doet wonderen. 
Toch zie ik ook op mijn eigen weblog regelmatig dat ik woorden als ‘vaak’, ‘even’, ‘veel’. ‘snel’ en ‘ik’ veel te vaak gebruikt heb. Of dat hetzelfde woord vier keer terug komt in twee zinnen. 
Nalezen, nalezen en nalezen. Iemand die kritisch meeleest kan ook helpen. Ik sta altijd open voor adviezen, tips of verbeterpuntjes. Die krijg ik zelfs vanuit Australië aangereikt en dat is dan weer grappig.

Ik schrijf verhaaltjes eerst in een Wordbestand. Zo heb ik direct een dagboek voor later en een back-up als de internetverbinding wegvalt tijdens het ‘posten’. 
Ook kan ik in Word beter sleutelen aan mijn tekst. Lang leve spellingcontrole. Je kan het freubelwerkje even opslaan en later verder schrijven of een printje maken om rustig na te lezen wat je hebt gecomponeerd voor je overgaat tot plaatsing op het web.

Ik kijk de hele dag om me heen. De weblog heeft er zeker voor gezorgd dat ik beter oplet. Juist de kleine dagelijkse dingen zijn het leukst om te beschrijven. Het herkenbare. En mijn eigen stommiteiten zijn vaak dankbare onderwerpen. Vooral omdat het minder aardig is om over de domheidjes van anderen te schrijven. 
Er zijn schrijvers en webloggers die ik gebruik als inspiratiebron. Wanneer ik het even niet meer weet spiek ik bij mijn voorbeelden of ga ik met een boekje van mijn grote helden in bad zitten. Meestal is het writersblock dan snel verdwenen. 
Mijn favoriete webloggers zijn Frits van Eldik en Johan van Elk. Boeken die ik altijd binnen handbereik heb zijn onder andere van Martin Bril, Rob Kamphues, Michael Palin, Kluun, Giphart en een reisdagboek van Boudewijn Büch.

Tot slot...
Elke blogger moet zich voortdurend bewust zijn van het feit dat anderen meelezen. Veel mensen Googelen tegenwoordig op hun naam, dus je moet voorzichtig zijn en netjes blijven. Lang niet iedereen is gecharmeerd van free publicity. Soms is dat jammer. 
Het is aardig om een beetje te spelen met de waarheid. Een gebeurtenis net even mooier of erger te maken dan het was. Ik moet ook toegeven dat ik de weblog af en toe gebruik / misbruik om een mening te ventileren of om iets naar mijn hand te zetten. 
Het is de bedoeling dat de weblog in mijn voordeel werkt en niet dat ik er last mee krijg. Daarom moet de sfeer over het algemeen positief en luchtig blijven. Echt kritisch, heel open en super eerlijk wordt deze blog pas over 30 jaar.