woensdag 30 november 2016

stapje harder

Het is heerlijk om een ballet zo in een shot te vangen dat het precies past en je als cameraman exact tegelijk uitkomt met de dansers. Geen handje of voetje buiten beeld, maar ook niet te veel ruimte overlaten. Het is geweldig het als dit gelijk lukt, terwijl je de voorstelling voor het eerst ziet. Die briljante actie op het voetbalveld zo uitsnijden dat alles te zien is wat er toe doet en dan ook nog close uitkomen op het doel of op degene die scoort. De ideale presentatietekst voor een programma als Het Klokhuis is als een dansje voor de presentator en de cameraman. Als de timing goed is komen de handelingen in beeld en de tekst op het juiste moment bij elkaar. Of een rijder maken met een dolly die stopt waar de muziek eindigt.
Camerawerk vraagt vaak om nauwkeurigheid. Het kan een secuur werkje zijn, wanneer iets er strak uit moet zien. Een fijngevoelige camerahandeling en opereren op de vierkante millimeter, dat moet je als cameraman kunnen, maar daar staat weer bruut gooi- en smijtwerk tegenover. Groothoek er op en stofzuigen maar. Zo noemen wij dat. Ik kan daar ook enorm van genieten, al is het iets lastiger om je op dat vlak te onderscheiden van de rest. 
Het gaat er niet altijd om hoe je iets in beeld neemt, maar dat je het hebt en dat het scherp is. Snelheid is dan van belang en veel variëren in de shots die je aanlevert. Gekke standpunten, brutale bewegingen, snel zien waar je het volgende shot vandaan kan halen en af en toe verrassen met iets geks. Net even dat stapje extra zetten, door je knieën zakken of ergens op klimmen.
De vorige week had ik in Assisi nog een klus met klassieke muziek, waarbij het aan kwam op de subtiele inzoom en trage camerabewegingen. Een paar dagen later stond ik bij het Zapp Feest van Sinterklaas met een draadloze camera voor het betere beukwerk. Daar kreeg ik de opdracht om zoveel mogelijk blije kinderen in shots te vangen en om Sint op zijn paard te begeleiden. Tijdens een act met twee crossfietsen stond ik in de zaal met het plan om ze hard voorbij te laten razen, maar toen ze voor de eerste keer aan kwamen besloot ik op het allerlaatste moment om even met die twee fietsers mee te hollen. Waar dat onzinnige plan vandaan kwam weet ik ook niet, maar het leverde een gek beeld op. Niet alleen op de monitoren in de regiewagen en op de grote schermen in de zaal, maar vooral voor het zevenduizend koppige publiek in de zaal. Zij zagen een dikke kale cameraman als een wilde malloot achter twee racende fietsers rennen. Super steady was het shot niet, maar in de hectiek werkte het wel.
Voor mijn doen hield ik het sprinten lang vol. Ik kon ook niet meer terug. Opgeven was geen optie. Stoom kwam uit mijn oren, maar de regisseur zag geen enkele aanleiding om het shot weg te schakelen. Tegelijk met de fietsers bereikte camera 6 het podium. Mensen in de zaal moesten lachen. Het luie zweet was inmiddels aan alle kanten uitgebroken, maar ik had de blits gemaakt.
De volgende dag namen we nog twee identieke shows op en beide keren mocht ik tijdens de BMX-act mee hollen door hal 12 van de Jaarbeurs. Nu werd het min of meer van me verwacht. Mensen van de security moedigden me vooraf al aan en iemand van de EHBO zei dat hij klaar stond om me te reanimeren. Inmiddels had ik even met de fietsers gesproken en gevraagd of ze een heel klein beetje konden inhouden. Dat hielp. Desondanks bleek mijn forse lijf niet meer helemaal gewend te zijn aan zo’n plotselinge explosie, zonder enige vorm van warming-up. De beentjes verzuurden behoorlijk en ik wist weer waarom ik nodig aan mijn conditie moet werken, maar ik liet me natuurlijk niet kennen. Je moet nou eenmaal af en toe een stapje harder lopen in het leven.



vrijdag 25 november 2016

ik ben een racist

racisme (o.), 1 (g.mv.) de opvatting dat het ene ras superieur is aan het andere en, daaruit voortvloeiend, dat ten aanzien van het ene ras andere maatstaven kunnen (mogen) worden aangelegd dan ten aanzien van het andere, syn. Rassenwaan; - discriminatie op grond van het ras; 2 (-n)(meton.) uiting van rassenwaan.

racist (m.) raciste (v.), voorstander, aanhanger van het racisme.

[Van Dale]

Ik ben een racist. Een beetje maar, maar toch. Daar ben ik zeker niet trots op, alleen het is nòg onverstandiger om te denken dat het helemaal niet zo is. Ook ik zit boordevol met vooroordelen. Het goede nieuws is dat ik het weet. Ik ben me er van bewust dat ik overal en altijd mijn uiterste best moet doen om zo objectief mogelijk naar alle mensen op de wereld te kijken. Toch vind ik Amerikanen vaak een beetje dom, zijn Japanners overdreven correct, Duitsers te grondig, vind ik Italianen druktemakers, zijn Engelsen zuiplappen en onlangs maakte ik nog een erg slechte grap over een Surinamer die te laat kwam. Het spijt me.
Staat er ’s avonds laat op straat nog een groepje jongens met een Turks of Noord-Afrikaans uiterlijk, dan ben ik op mijn hoede, ook al ben ik persoonlijk nog nooit door een Marokkaan lastig gevallen. Ik vind misschien hun gevoel voor humor niet altijd grappig. Laatst hoorde ik mezelf zeggen dat ik ook leuke, vriendelijke Marokkanen ken en toen ik daar weer wat beter over nadacht realiseerde ik me pas hoe dom zo’n opmerking feitelijk is. Hoe goed bedoeld ook, je zet een heel volk in de hoek. Als je dat doet kan je niet volhouden dat je niet een beetje racistisch bent.
Desondanks vind ik mezelf het aller prettigst. Leuker, slimmer en aardiger dan die én die én die. Ik heb mijn zaken wél voorelkaar. Ik kom op tijd, werk hard en heb normale eetgewoonten. Volgens mijn eigen maatstaven doe ik het zelf zo gek nog niet. Veel anderen zijn toch een beetje minder, minder, minder. Vooral de mensen die zich nog steeds zo druk maken over een paar simpele aanpassingen aan Piet, het maatje van Sinterklaas.
In den beginne vond ik de pietendiscussie ook even ietwat overdreven, tot een vriendinnetje van mijn dochter vertelde dat ze het stom vond als ze voor Zwarte Piet werd uitgemaakt. Op dat moment gingen bij mij alle alarmbellen rinkelen. Het feit dat sommige kinderen het feest van Sinterklaas niet leuk vinden kan toch niet de bedoeling zijn?
Toen er twee jaar geleden opeens clownspieten in het Sinterklaasjournaal verschenen was het land te klein, maar mijn kinderen kraaiden nergens naar. Op het schoolplein wilden ze allemaal clownspiet zijn en deden ze juist die pieten uit het tv programma na. Dit jaar zag mijn dochter een witte Piet op tv en ze gaf geen kick. Het kan kinderen echt niks schelen, ze zijn nog flexibel en niet overladen met vooroordelen. Die discussie is vooral een dingetje van boze witte mensen die vinden dat er iets wordt afgepakt. Wat zijn ze zielig! Zij roepen heel hard dat er aan oude tradities wordt gerommeld, maar ondertussen gaan ze heus niet meer naar de kerk op eerste kerstdag. Hun kinderen mogen gewoon Halloween vieren in plaats van Sint Maarten en vraag midden in de discussie eens voor de grap waarom we met Pinksteren vrij zijn. Als je ze helemaal op de kast wil krijgen moet je zeggen dat we best een Christelijke feestdag kunnen ruilen voor bijvoorbeeld het Suikerfeest. Lijkt mij leuk, leren we daar misschien ook nog iets over.
Het ergst zijn boze mensen die beginnen met de mededeling dat ze juist geen racist zijn en vervolgens roepen dat het de schuld van Sylvana en haar vrienden is dat we nu met die pietendiscussie zitten opgescheept. Alsof de boze witte Nederlander daar verder helemaal niks aan kan doen. Tot mijn grote schrik heb ik ze zelfs in mijn (Facebook)vriendenkring. Ik schaam me kapot. ‘Verstandige mensen’ die niet meer zelf kunnen nadenken en de nuance compleet kwijt zijn. Om maar te zwijgen over de massa mensen die schaamteloos deelt dat Sylvana het land uit moet... Of erger. Met dat soort mensen heeft de notoire racist in mij heel veel moeite. Ik had me voorgenomen om ze allemaal in de ban doen, want wie niet aan mijn maatstaven voldoet, die pleurt maar op. Toch doe ik het niet. Ik probeer mijn leven te beteren. Daarom zal ik reageren, de discussie aangaan en kritische vragen blijven stellen in de hoop dat er een klein lampje gaat branden. 



donderdag 24 november 2016

ik was even in Assisi


Alessandro Brustenghi is een wereldberoemde zanger, ontdekt door een producer die eerder samenwerkte met U2, The Cure en Manic Street Preachers. Tijdens de zoektocht naar een nieuwe tenor voor het platenlabel Decca, werd zijn stem geselecteerd uit vele inzendingen. Pas tijdens de eerste ontmoeting kwamen ze er achter dat deze zanger een Franciscaner monnik is. Zijn debuut CD ‘The voice of Assisi’ met zowel traditionele als moderne liederen is een paar jaar geleden opgenomen in de beroemde Abby Road Studio’s in Londen. Het was de eerste keer dat Pater Alessandro moest vliegen. Over het algemeen leeft hij sober. Hij gaat altijd gekleed in een bruine habijt, loopt op sandalen en wil zich niet persoonlijk verrijken met het zangtalent dat hij van God heeft gekregen. Daarom doet hij ook weinig aan promotie van zijn muziek. Liever maakt hij als timmerman eenvoudige meubels in het klooster van Assisi, waar hij woont. Alle inkomsten van zijn zangcarrière zijn bestemd voor liefdadigheidsprojecten van de kloosterorde, waar ook Paus Franciscus mee verbonden is.
Eerlijk gezegd had ik ook nog nooit van de goede man gehoord tot ik gevraagd werd voor de registratie van een optreden van pater Alessandro in de prachtige Sint Franciscusbasiliek van Assisi. Met negen camera’s hebben we deze week, voor de Amerikaanse publieke omroep PBS, een concert opgenomen dat in maart Coast to Coast zal worden uitgezonden. De techniek, productie en regie was in handen van Nederlanders. De regiewagen waarmee we mochten werken was de splinternieuwe unit van het facilitair bedrijf The Crew uit Nederhorst den Berg. Die combinatie van een trailer met regiefaciliteit en een materiaalwagen beleefde zijn vuurdoop. ‘Ingewijd’ is in dit geval misschien een betere term.
Het waren een paar verrukkelijke dagen. We hadden op dinsdagochtend ook even tijd voor onszelf. In alle vroegte heb ik een stadswandeling gemaakt door de nagenoeg verlaten straatjes van Assisi. De meeste toeristen waren verdwenen; ik kwam alleen hier en daar een non of een pater tegen. Het herfstzonnetje deed haar best om de boel een beetje op te warmen. Elke hoek van elke straat was fotogeniek. In een klein koffietentje, waar louter druk kwebbelende Italianen kwamen, dronk ik een geweldige espresso. Later zat ik met mijn collega’s op een terras zonder jas. November in Italië is zo gek nog niet.
’s Avonds mochten we in het adembenemende decor van de Sint Franciscusbasiliek, tussen de oude fresco’s, een concert filmen. De voorbereidingen en repetities gingen een beetje op z’n Italiaans, maar technisch hadden de heren van The Crew alles perfect voor elkaar en het licht was erg mooi. Vanaf het moment dat het er toe deed liep het als een trein. De kerk zat stampvol en Pater Alessandro kan echt fantastisch zingen. Zijn muziek is niet helemaal mijn genre, maar bij de bekendste nummers, zoals Ave Maria en Panis Angelicus, kreeg ik toch kippenvel. Ik heb ontzettend lekker gewerkt en volgens mij hebben we een heel mooi programma gemaakt. Het smaakt uiteraard alweer naar meer. De heren van PBS mogen wat mij betreft nog wel een paar van zulke unieke projecten bedenken. Ik kan niets anders zeggen dan: Thank you very much!




woensdag 16 november 2016

Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch



Hoewel hij inmiddels al 14 jaar dood is, was afgelopen zondag de dag waar Boudewijn Büch zijn hele leven naartoe geleefd heeft. In de Oude Lutherse Kerk op het Amsterdamse Spui werd eindelijk de officiële biografie gepresenteerd van de schrijver annex tv persoonlijkheid. Vijf jaar lang heeft Eva Rovers gewerkt aan dit prachtige boek. Hiervoor kreeg zij exclusief inzage in Büch’s persoonlijke archief met dozen vol brieven, foto’s en dagboeken. Meer dan 150 personen, die ooit met Büch te maken hebben gehad, heeft ze gesproken.
Precies een jaar geleden, op 12 november 2015, ontving ik een mail van de biografe. Mijn naam was opgedoken in Büch’s dagboek en ze had op deze weblog verhalen gevonden over mijn ervaringen met Boudewijn Büch. Graag wilde ze een paar vragen stellen over de reizen die ik als cameraman in 1998 voor het VARA programma De Wereld van Boudewijn Büch mocht maken. Ik was vereerd en de datum voor een afspraak was snel geprikt.
Een paar weken later stond Eva Rovers bij mij op de stoep. Nog voor ik haar een kop thee had kunnen inschenken waren we al verwikkeld in een prettig gesprek over het fenomeen Boudewijn Büch. Het was gelijk duidelijk dat zij inmiddels bijzonder veel van haar onderwerp wist. Haar boek was in een vergevorderd stadium en ik merkte dat ze antwoorden had op vragen waar ik al zeventien jaar mee rond liep. Ik werd ontzettend nieuwsgierig naar de biografie die ze aan het schrijven was. Ondertussen vertelde ik honderduit over mijn persoonlijke ervaringen. Voor de details, exacte data en bewijsvoering haalde ik mijn dagboek uit 1998 erbij.
Tijdens de eerste reis die ik met Büch maakte (Amerika, april 1998), zei ik dat ik ook schrijver wilde worden. Daarop adviseerde Boudewijn mij om een dagboek te beginnen, zodat ik dagelijks vlieguren zou maken. Die tip heb ik opgevolgd. Ik kon een oude laptop van hem overnemen en ben direct gaan schrijven. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een paar interessante dagboeken, deze goed gelezen weblog en inmiddels ook professionele schrijfopdrachten, maar dat eerste dagboek uit 1998 is natuurlijk nog lang niet zo goed geschreven. Het is wel heel uitgebreid en zeer gedetailleerd. Eva Rovers vond het interessant, omdat ze daarmee een beetje kon controleren wat er wel en niet klopte van het door Boudewijn uitgegeven dagboek Een boekenkast op reis. Na enig wikken en wegen heb ik besloten om haar mijn dagboek te laten lezen. Ik vertrouwde haar volledig en bovendien is dat dagboek alweer zo oud dat de meest persoonlijke gedachten en gevoelens inmiddels wel verjaard zijn.
Heftig en dagboekwaardig waren die vier reizen en een commercial voor Lassie Toverrijst wat mij betreft zeker. Ik was zesentwintig en pas vier jaar cameraman. Büch bleek geen gemakkelijke jongen. Hij was onvoorspelbaar, licht ontvlambaar en onbetrouwbaar, maar tegelijkertijd aanstekelijk enthousiast over de meest uiteenlopende onderwerpen, buitengewoon grappig en uiterst charmant. Hij kon een geweldige gangmaker zijn en een half uur later totaal depressief. Voor mij was het een geweldige inspirator en gedurende de honderd dagen die we uiteindelijk samen op reis zijn geweest heeft hij mij meer geleerd over reizen, boeken, muziek, geschiedenis, politiek en kunst dan alle docenten uit mijn hele schooltijd bij elkaar. Ik heb veel positieve herinneringen aan deze fascinerende man en bijna dagelijks is er nog wel een link naar de tijd die we samen doorbrachten. Het blikje Campbell’s Soup dat hij op een regenachtig parkeerterrein in Pittsburgh toonde, om de kunst van Andy Warholl te bespreken, staat als pennenbakje op mijn bureau. Iets verderop staan beeldjes van Goethe en Napoleon die ik van Boudewijn heb gekregen. Zoals gezegd heeft mijn passie voor schrijven zich dankzij Boudewijn kunnen ontwikkelen en daarnaast is er nog steeds onze gezamenlijke liefde voor The Rolling Stones en mijn licht neurotische neiging om het leven te documenteren.
Aan het eind van 1998 heb ik ook met dank aan Boudewijn geleerd hoe snoeihard het leven in de televisiewereld kan zijn. Hij gaf onverwacht en in mijn ogen totaal onterecht zijn manager Erica Reijmerink de opdracht om mij te ontslaan als cameraman van zijn programma. Daar heb ik een flinke deuk opgelopen en als ik ooit nog een roman ga schrijven, dan zal het onder andere over die ervaring gaan.
Een ander interessant gegeven is het feit dat Boudewijn en ik allebei tegelijkertijd verliefd werden op de bijzondere productie-assistente die mee ging op reis. Nadat ik er bruut uit gekieperd was (van Erica en de managers bij het NOB moest ik beloven geen contact meer op te nemen met Büch en zijn gevolg) heb ik me vaak afgevraagd hoe het tussen haar en Boudewijn is afgelopen. Dankzij het uitstekende werk van Eva Rovers weet ik dat inmiddels en heb ik na zeventien jaar weer contact met haar. Afgelopen zondag zaten we naast elkaar bij de boekpresentatie en na afloop zijn we samen wat gaan eten.
In de biografie Boud is onze periode met Boudewijn Büch in zes pagina’s beschreven. Dat is beknopt, maar de schrijfster heeft het zeer treffend samengevat in een prachtig boek. Ik moet het meeste nog lezen, maar durf wel al te zeggen dat Eva Rovers er in is geslaagd om een objectief beeld te schetsen van de man die altijd bezig was met hoe we hem moesten herinneren na zijn leven. Vaak sprak hij tegen ons over zijn toekomstig biograaf en ik denk dat hij vooral van alles verzonnen heeft om maar net zo onsterfelijk te worden als zijn grote helden. Of hij zelf blij zou zijn met de uiteindelijke inhoud van Het verzameld leven van Boudewijn Büch weet ik niet, maar zijn ultieme doel is bereikt: Er is nu een schitterend uitgegeven, evenwichtige en zeer omvangrijke biografie over Boudewijn Büch die het lezen meer dan waard is.



zondag 13 november 2016

Jan

Op zaterdag 14 november 1981 was Jan van Ooijen voor het eerst bij de nationale intocht van Sinterklaas. In die tijd werkte hij voor de NOS, als chauffeur van de materiaalwagen. Het was nog gebruikelijk dat de chauffeurs van televisiewagens gekleed waren in een kostuum en de hiërarchie was zo strikt dat de techniekwagen altijd voorop reed, als tweede kwam de regiewagen en daarachter pas de materiaalwagen. Zo gingen ze weg in Hilversum en zo kwamen ze aan op locatie. In dit geval in Hindeloopen.
Sindsdien heeft Jan van Ooijen de intocht zesendertig keer gedaan. Hij was er veel vaker bij dan Sinterklaas zelf. In het begin gooiden ze hun wagens vol met kabels en vervolgens hadden ze dagen de tijd om op locatie uit te vogelen hoe de klus het beste aangepakt kon worden. Er werd vooral gewerkt met vaste camera’s. Toen de eerste handcamera’s hun intrede deden stonden er gerust vijftig mensen langs de route om één kabel van vijfhonderd meter te begeleiden. Om de tien meter een. Al die beginnend assistenten leerden van Jan de kneepjes van het vak.
Het werd technisch en logistiek steeds ingewikkelder. Begin jaren negentig is Jan begonnen met het maken van kabelplannen. Hij tekende de kabelloop naar verschillende posities op een plattegrond en berekende vooraf hoeveel kilometer kabel ze nodig hadden. Op locatie zorgde hij dat alle kabels er netjes bij lagen, dat op de juiste punten een overspanning werd gemaakt, dat koppelpunten op logische plekken kwamen en dat alles na afloop weer snel en soepel opgeruimd kon worden. Zo waakte hij er ook voor dat ze niet meer veel te veel materiaal meenamen. 
Het maken van die puzzel vond Jan het mooiste wat er is. Ieder jaar weer deed hij dit met hart en ziel. Dit tot grote tevredenheid van zijn collega’s én van de zeer loyale opdrachtgever. Eerst de NOS, toen de NPS en nu de NTR. Zesendertig keer had hij kippenvel als de stoomboot eindelijk in het zicht van de camera's kwam.
Maar in mei 2017 bereikt hij de pensioengerechtigde leeftijd en dat betekent dat de intocht in Maassluis, afgelopen zaterdag, zijn allerlaatste was. Aan het eind van de vlekkeloos verlopen televisie-uitzending werd Jan van Ooijen op de aftiteling bedankt voor zesendertig jaar trouwe dienst. De man die altijd op de achtergrond opereerde, maar zo’n belangrijke bijdrage leverde, werd -volkomen terecht- in het zonnetje gezet. Het emotioneerde de gepassioneerde hoofdassistent even en dat zegt alles over zijn liefde voor het vak. Het is toch geweldig dat iemand na zoveel jaren nog steeds zo betrokken zijn werk doet.
Ik maak alvast een diepe buiging voor deze fijne collega en neem mijn petje af. Misschien kunnen we met Sinterklaas een standbeeld vragen voor deze schitterende oer-assistent, dat we dan bij de ingang van het Mediapark plaatsen als ode aan alle keihard werkende mensen die altijd op de achtergrond blijven, maar die absoluut onmisbaar zijn .