dinsdag 14 februari 2017

Jules Unlimited

Eindelijk! Na dik twaalf jaar keert het legendarische Jules Unlimited terug op televisie. Vanaf 13 maart zijn de eerste verse afleveringen te zien op NPO3. De nieuwe presentatoren zijn Eva Koreman, Maurice Lede en Jamie Trenité.
De VARA maakte Jules Unlimited van 1989 tot 2004. Het populair wetenschappelijk programma was in die tijd behoorlijk vernieuwend en met name in de jaren negentig zeer geliefd onder jongeren. De bekendste Jules gezichten waren in die tijd Menno Bentveld, Yvette Forster en Jan Douwe Kroeske. Zij reisden de wereld rond om extreme sporten uit te proberen en zelf proefpersoon te zijn bij allerlei interessante experimenten. Zo lieten ze de kijker kennis maken met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van techniek, sport en avontuur. Elke aflevering bestond uit drie onderwerpen die in elkaar waren gevlochten. Een hoofdonderwerp, dat een paar keer terug kwam, werd afgewisseld met twee andere onderwerpen. De nadruk lag vaak op het extremere werk, maar het programma was inhoudelijk veel meer dan een gillende presentator; het had ook altijd een educatief karakter.
In de tijd dat er nog lang geen sprake was van GoPro’s of andere actioncams werkten de makers van Jules al volop met kleine camera’s. Dat was nog een hele toer. Allerlei soorten kleine camera’s werden gemonteerd op helmen of aan de gekste voertuigen, maar daar kwamen toen relatief grote recorders bij kijken en lompe accu’s. Voor elk gek shot moest van alles aan elkaar geknoopt worden. Point of view shots, die nu iedereen op kinderlijk eenvoudige wijze zelf kan maken, waren in die tijd super innovatief.
Ik kan me goed herinneren dat ik op zaterdagavond naar Jules Unlimited keek. Meestal voor we op stap gingen. Het was een van de redenen waarom ik zo graag cameraman wilde worden. Daarom vond ik het ook super stoer dat ik een paar jaar later gevraagd werd om voor dit programma te werken. De eerste keer mocht ik een tweede camera doen bij het onderwerp Sulky rijden met Jan Douwe Kroeske op de drafbaan in Wolvega. Dat smaakte gelijk naar meer.
Uiteindelijk heb ik precies vijftig onderwerpen mogen draaien voor dit geweldige programma. Het bracht me op de gekste en de mooiste plekken in Nederland, Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Duitsland, Amerika, Schotland en Zuid Afrika. Een draaidag voor Jules was altijd spectaculair. Ik heb aan bergwanden gehangen, ben afgedaald in gletsjerspleten, heb natuurlijk gevlogen in helikopters, stond bovenop de gondel van de kabelbaan in Chamonix, ben met een tokkelbaan van de Euromast gesprongen en zat tussen een stuk of tien wilde leeuwen in Zuid Afrika. Stuk voor stuk avonturen om nooit, nooit, nooit te vergeten.

Een paar blogs die ik de afgelopen jaren schreef over mijn herinneringen aan Jules Unlimited :



Voor de nieuwe serie heb ik nog niets gedaan, maar wie weet. Je moet altijd blijven dromen. Ondertussen geniet ik met volle teugen van de voorlopige website die sinds kort in de lucht is. Daarop staat een linkje naar het rijke archief van Jules Unlimited. Sommige filmpjes zijn wellicht een beetje gedateerd, maar veel onderwerpen zijn na al die jaren nog steeds de moeite van het bekijken waard. Mijn zoon van 10 vindt het geweldig. Voor mij is het een vat vol fantastische herinneringen, waar ik me met veel plezier in onder gedompeld heb. Voor wie de smaak te pakken heeft (en tijd genoeg) hieronder de linkjes naar een aantal van mijn favoriete onderwerpen:


donderdag 9 februari 2017

stickers II

Op 12 maart van het vorig jaar schreef ik een blog over de nieuwe stickers van NEP. De insteek van dit verhaal was dat de apparatuur waar wij mee werken vaak langer mee gaat dan de naam van een facilitair bedrijf. Op de gekste plekken kom je nog oeroude logo’s en stickers tegen. Ik vind dat eigenlijk wel mooi, een stukje NOStalgie.
Daarom schrok ik ook toen ik hoorde dat, mede naar aanleiding van deze grappig bedoelde column, bij verschillende firma’s in de uitgifte de opdracht was gegeven om alle oude logo’s zo snel mogelijk te verwijderen en waar nodig te vervangen voor nieuwe stickers. Dat was niet mijn bedoeling!
Vervolgens ben ik foto’s gaan maken van de oude stickers die ik tegen kwam op statieven, haspels en andere accessoires die blijkbaar lang mee gaan in Omroepland. Het is in een jaar tijd een aardige collectie geworden. De belangrijkste namen heb ik inmiddels wel, al hoop ik nog een keer iets mee te krijgen dat uit de boedel van Kalanos komt. Het mooist vind ik statieven waar nog NOS op staat, omdat die van vóór 1988 moeten zijn, toen het NOB werd opgericht. Die dingen hebben hun geld inmiddels wel opgebracht.


Hier een kleine selectie van de oude bedrijfsnamen die ik het afgelopen jaar tegen kwam:



donderdag 2 februari 2017

een klein half uurtje vooraf

Een uptempo nummer van Aretha Franklin schalt door de speakers. Het publiek heeft zojuist plaatsgenomen in de relatief kleine studio. Op tv lijkt het altijd groter. Waarschijnlijk, omdat het altijd stampvol zit. Zo ook vanavond. Hier en daar wordt wat geschoven. Er komt nog iemand aangesneld met een paar extra stoelen. Een meneer van de brandwacht ziet dat het goed is.
Op de monitoren is een klok te zien die aftelt. Nog drieëntwintig minuten. Ik ben veel te vroeg. Dat komt omdat ik hier niet zo vaak kom. Dit is welgeteld de derde keer. Mijn collega's weten beter. Die zitten nog rustig boven, in de gastenruimte, aan de koffie. Dat ik te weinig in zulke studio’s kom blijkt wel als ik iets te nonchalant, met mijn vijfennegentig kilo (plus drie – ssst, niemand zeggen!), tegen een muurtje wil leunen en het slappe decor met een harde krak bijna de geest geeft. Gelukkig heeft alleen een gastvrouw dit gezien (denk ik) en kan ik het stukje plastic weer eenvoudig terug buigen. Niks aan de wand.
Tommy Byrne is de opnameleider. Die hoort hier bij het meubilair. Hij pakt een microfoon, zwaait naar de man van het zaalgeluid en als Aretha stil is heet hij het publiek welkom. Op uiterst vriendelijke wijze legt hij rustig uit dat iedereen zijn telefoon moet uitzetten: “Echt uit, want als je straks in beeld komt gaat iedereen je gelijk berichtjes sturen.” De mensen begrijpen het allemaal en doen keurig wat er gevraagd wordt. Ook geeft hij even aan dat het heel gek is, als de mensen die achter Matthijs zitten, in beeld, meelezen met de autocue. “Niet dat dit ook zal lukken, want de letters draaien straks razendsnel.”
Dan mag de muziek weer harder. Tommy en ik staan even te kletsen als Matthijs binnen komt. De opnameleider stelt mij nogmaals aan de anchor van het programma voor. Ik krijg een ferme hand en word hartelijk welkom geheten. Zo begroet hij ook op ontspannen wijze de gastvrouw en de brandwacht. Hij heeft alle tijd.
Matthijs spreekt zelf het publiek toe. Hij vertelt uitgebreid hoe dankbaar hij is dat de mensen, nu alweer bijna twaalf jaar, van heinde en verre komen om een uitzending bij te wonen. Een mevrouw uit Maastricht heeft vandaag de langste reis gemaakt. Iemand vraagt iets over The Beatles en krijgt keurig antwoord. Het is gezellig en huiselijk in de studio, waar elke avond een goed bekeken en vaak spraakmakend programma wordt gemaakt.
Je zou het allemaal ‘super professioneel’ kunnen noemen, maar dat is misschien een te zakelijke en kille beschrijving. Hier wordt met liefde en passie gewerkt. Iedereen is goed in wat hij doet, maar de lat ligt ook hoog. Dit is het FC Barcelona van de Nederlandse televisie en dan is Matthijs de Messi. De druk is groot. Er moet telkens weer gescoord worden, maar toch voelt dat op dit moment helemaal niet zo. Het moet een feest zijn voor de mensen in het publiek.
Mijn collega’s komen binnen. Ook ik loop naar mijn plek. Op het moment waarop ik heel onderkoeld achter camera 4 ga staan, de headset opzet en de statiefkop uit zijn locking klik, vind ik mezelf super stoer. Ik zie mensen in het publiek kijken en maak mezelf wijs dat ze allemaal bedenken hoe cool het zou zijn als zij ook cameraman waren.
De gasten betreden een voor een de arena en ze worden door Matthijs geïntroduceerd. Het publiek klapt alsof we al op zender zijn. De klok staat bijna op nul. Ongemerkt zijn we aangekomen bij de promo’s, waarvan er eentje live is en de ander wordt opgenomen. Dan hebben we nog elf minuten tot het begin van de uitzending.
De band en het koor doen een lange versie van het nummer dat ze halverwege het programma ten gehore zullen brengen. Nico Dijkshoorn is er vandaag en hij speelt even tussendoor No woman, no cry op gitaar. Het koor doet spontaan mee. Bart, de zanger van Racoon die ook te gast is, improviseert op verzoek van Matthijs een liedje. Ook Hadewych Minis staat op om een nummer te zingen. Het publiek smult er van. Dit is hartstikke gezellig en zo wordt het ongemerkt zeven uur. Minder dan één minuut te gaan en er wordt nog volop muziek gemaakt. Tommy kapt het af. Matthijs gaat op zijn plek staan. Hadewych gaat snel zitten en de mensen van het koor verdwijnen voor even van het podium.

We gaan beginnen! Dìt is DE WERELD DRAAIT DOORRRRRRRRRRR...


woensdag 1 februari 2017

Fikkie TV

Het begint gelijk goed als we in alle vroegte aankomen bij een sportpark en heel in de verte de hal zien waar we moeten zijn. Lopen met al onze zware apparatuur is geen optie. In elk geval niet in onze ogen. Wij van de televisie willen altijd vooraan staan. Dus draaien we voorzichtig de sintelbaan op en rijden we met de auto over een honkbalveld naar de veelbelovende locatie voor deze dag. Op de deur hangt een papiertje met de letters 'Fikkie TV artiesteningang'. Hier moet het zijn. En hoewel ze binnen al druk in de weer zijn met een rookmachine heeft deze klus niets te maken met de brandweer.
Vandaag zijn wij de crew van een gesponsord programma over honden en hun baasjes. Even geen verheffende documentaire, hoogstaande kunst, linkse hobby of elitair gedoe. Nee, we blazen nieuw leven in de Natte Neuzenshow. Aan ons de taak om met vijf camera’s van een drol een gebakje te maken. En snel een beetje, want we nemen de hele reeks van Fikkie TV in één dag op. Het wordt dus een soort van lopende band werk. De kandidaten en hun baasjes staan al te popelen. Langs het honkbalveld komt niemand minder dan Martin Gaus himself aangelopen.
Ik weet niet wat het is, maar ik vind het nu al leuk. Die Martin Gaus was al op tv toen ik nog een klein Reintje was en in mijn pyjama nog even op de bank mocht kijken naar The A-Team. En nu ben ik al honderd jaar cameraman, maar met dit icoon van de Nederlandse televisie heb ik nog niet eerder mogen werken. Vandaar dat mijn dag niet meer stuk kan, al moet ik in elk shot dat ik maak een product van Pedigree verkopen.
Terwijl ze verderop presentatieteksten en interviews opnemen, draaien wij in een provisorisch decortje scenes met een presentatrice en een dierenarts. Alle honden komen even voorbij en ze krijgen natuurlijk iets lekkers of een product dat goed voor hun gebit is. De baasjes mogen kort iets vertellen over de kwaliteiten van hun hond. Deze stukjes nemen we op met twee camera’s en ze worden verdeeld over alle afleveringen. De regisseur staat met een dik pak papier achter me en zorgt dat het inhoudelijk allemaal klopt. Naast hem staan mensen van de sponsor die er voor waken dat hun geld goed besteed is.
Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik normaal gesproken niets heb met zulk soort rondom dicht gesponsorde televisie. Het ligt er vaak te dik bovenop en het risico bestaat dat ze in een programma onwaarheden gaan verkopen of dat het een lange commercial wordt, maar vandaag kan ik daar op de een of andere manier gemakkelijk overheen stappen. Dit komt op mij allemaal vrij onschuldig over. Bovendien hebben we ontzettend veel plezier met elkaar.
Na een goede lunch gaan we wedstrijdjes filmen. De hoofdmoot van Fikkie TV. Alle aanwezige honden moeten zo snel mogelijk over een parkoers met hindernissen. Hun baasjes begeleiden dat en nu pas begrijp ik waarom al die mensen al de hele dag een trainingspak aan hebben. Martin Gaus geeft live commentaar. De dierenarts en presentatrice kijken toe. Aan de kant moedigen de overige hondenbezitters hun concurrenten sportief aan. Fikkie, Betty en Potus laten om beurten zien hoe goed ze kunnen rennen, springen, vliegen, duiken, vallen en weer opstaan. Hier en daar gaat dit helemaal mis, maar dat maakt het nog leuker om naar te kijken. Ik vraag me ondertussen af waarom we op zondagmiddag bij Studio Sport wel een concours hippique te zien krijgen, maar nooit hondensport in een knappe arena.
Het laatste onderdeel is apporteren. Hilarisch. Vooral, omdat deze honden hier niet echt in getraind blijken te zijn. Die arme beesten hebben geen idee wat ze moeten doen. Het is een feest om naar de paniek in de ogen van hun baasjes te kijken. Enkelen willen zo graag winnen dat ze helemaal gek worden. Allemaal praten tegen hun hond alsof het baby’s zijn. Als ik hond was zou ik ook denken: ‘Bekijk het lekker!’
Maar uiteindelijk, na een lange dag en genoeg gelachen, hebben we een winnaar. Inpakken en wegwezen. Er is voldoende materiaal voor een eerste reeks afleveringen van Fikkie TV. Het komt in elk geval op internet, maar ook RTL schijnt geïnteresseerd te zijn.

En ik… Ik ben ondertussen razend benieuwd waar ik morgen weer terecht kom.



zaterdag 28 januari 2017

welkom in het theater

Hoewel de optredend artiest blij schijnt te zijn met onze komst en de organisatie heeft ingestemd met tv-opnamen moeten wij ons realiseren dat we vanavond te gast zijn in dit theater. We mogen registreren, maar verder niets of niemand ‘tot last’ zijn. Er zijn enkele plekken vrij gemaakt voor de cruciale cameraposities, maar de zaal is verder stijf uitverkocht. Er kan niet meer geschoven worden. Gesuggereerd wordt om een paar camera’s in gangpaden te zetten, maar die moeten -op last van de brandweer- snel te verplaatsen zijn. Handcamera’s niet zichtbaar op het podium en het lichtplan zal op geen enkele wijze worden aangepast aan de wensen van de televisieploeg! Kabels alleen via de gekste overspanningen en door onmogelijke luiken of goten. Gebruik van gaffertape is verboden.
Je kan er moedeloos van worden wanneer je als cameraman, met de beste bedoelingen en hoge verwachtingen, in een theater- of concertzaal komt om je werk te doen. Zo’n opsomming van beperkingen werkt niet bepaald motiverend. De komst van een televisieploeg wordt gezien als een ongewenste invasie. Zelfs de artiest waarvoor we komen en zijn management komt op de proppen met de gekste voorwaarden. Je zou het kunnen zien als stomweg tegenwerken. Het publiek in de zaal wordt altijd gebruikt als levend schild. Zij hebben een kaartje gekocht en mogen tijdens de voorstelling onder geen enkel beding iets merken van de aanwezige camera’s. Het uitzicht in de zaal is belangrijker dan het beeld dat later wordt voorgeschoteld aan een paar honderdduizend kijkers. De televisieploeg moet zich aanpassen en mag zeker niet denken dat ze het hier voor het zeggen hebben. Natuurlijk komt het ook voor dat we met open armen worden ontvangen, maar lang niet overal zijn we welkom. Ik krijg het gevoel dat het steeds moeilijker wordt om in theaters en concertzalen iets voor elkaar te krijgen. Deels heeft dit te maken met onze eigen houding. Resultaten behaald in het verleden. Blijkbaar wordt de manier waarop ‘de cowboys van de televisie’ de boel komen overnemen regelmatig als bedreigend of respectloos ervaren.
Tegelijkertijd neemt de vraag naar registraties van optredens toe en eenvoudige multicamproducties worden goedkoper. We gaan dus meer voorstellingen opnemen en dat is in principe goed nieuws, maar het kan geen kwaad om ook eens even in de spiegel te kijken. Het is wellicht een softe gedachte, maar we moeten af en toe beter luisteren naar de zorgen van artiesten en juist samen met hen zoeken naar oplossingen.
Je zal maar jaren gestudeerd hebben op een instrument, je vingers tot bloedends toe op snaren hebben gedrukt, en dan sta je eindelijk in die grote concertzaal… Kan je de bladmuziek niet meer lezen, omdat televisiemakers je verblinden met felle spots! Of -juist wanneer het voor jou héél spannend wordt- komt er iemand die je muziekstandaard en daarmee al je zekerheden weg wil halen. Types die toch echt gezegd hebben dat ze speciaal zijn gekomen om jouw kunst op te nemen.
Het helpt niet als wij artiesten, hun management en theatertechnici zuchtend en steunend inwrijven wat ónze voorwaarden zijn om tot een goed eindresultaat te komen. We mogen echt wel wat meer oog hebben voor alle daarbij horende gevoeligheden.
Ook ik.
Ik mag vandaag wel een toontje lager fluiten en moet me vooral niet laten opfokken nu ik, tijdens de repetitie, in een aardedonkere zaal totaalshots sta te maken. Deze ergernis kan alleen worden weggenomen als we meer tijd krijgen (of nemen) om elkaar rustig uit te leggen wat de pijnpunten zijn. Wederzijds begrip is immers een schone zaak.





Deze column schreef ik voor Broadcast Magazine, hét mediavakblad van Nederland, dat vanaf deze maand BM heet. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit tijdschrift in de reeks die we ‘Point of view’ genoemd hebben. Daarnaast schrijf ik voor elke uitgave een interview met een fijne collega uit de mediawereld. Deze maand laat ik in de rubriek ‘Van de vloer’ crewplanner Martin Vredeveld van Team ENG aan het woord. Los van mijn bijdragen zijn er genoeg redenen om een abonnement op BM te nemen. Maar deze maand komt het blad ook los in de winkel, ter gelegenheid van de uitverkiezing van Floortje Dessing als Omroepvrouw van het Jaar. Je kan bij wijze van uitzondering dus ook eens een los exemplaar kopen en kijken of BM iets voor jou is.