zaterdag 7 januari 2017

ijzel

Om acht uur stond ik in mijn joggingbroek en met mijn gympies aan op straat. Niet om te gaan sporten, ben je mal. Ik wilde even checken hoe glad het was. En het was glad! De Drususlaan in De Meern leek wel een pas gedweild Thialf. Wat was ik blij dat ik vandaag nog niet hoefde te werken. De clubjes van de kinderen kon ik afbellen zonder me bezwaard te voelen. Een afspraak met vrienden in Vught is belangrijk, maar niet dringend genoeg om er de no-claim voor op het spel te zetten. We konden met een gerust hart thuis blijven. Na de koffie, het douchen en aankleden heb ik de slee voor het eerst in vier jaar weer eens tevoorschijn getoverd.
Ondertussen vroeg ik me af wat ik gedaan had als ik wél had moeten werken. Dan was ik waarschijnlijk gewoon gegaan. Want wanneer bel je af? Ik heb het nog niet meegemaakt dat een collega niet kwam opdagen, omdat hij of zij het totaal onverantwoord vond om de weg op te gaan.
Een paar jaar geleden moest ik naar een wedstrijd van AZ op de dag dat het net gesneeuwd had en de wegen behoorlijk onbegaanbaar waren. Ik ben extra vroeg vertrokken en via Hilversum naar Alkmaar gegleden. Gekkenwerk was het, maar we gingen allemaal. Dus waren we met de crewbusjes al bijna bij het stadion op het moment dat er gebeld werd met de mededeling dat de wedstrijd was afgelast. Het was te gevaarlijk op de weg voor al het voetbalpubliek. Wij konden omkeren en terug glibberen. Zo heb ik lang geleden ook eens in Leeuwarden voor het stadion van Cambuur gestaan. Dat was zelfs in de tijd dat de winterband in Omroepland nog uitgevonden moest worden. Ik herinner me ook een reis naar Heerenveen die de eerste dertig kilometers totaal onverantwoord leek.
Ik vind ijzel moeilijk weer. Het kan heel plaatselijk zijn, waardoor mensen verderop je voor gek kunnen verklaren. Je kan er door overvallen worden. En wat doe je als je moet, zoals bijvoorbeeld de vrachtwagenchauffeurs die vanavond in het nieuws ook nog eens de wind van voren kregen? Volgens een of andere belangenorganisatiepief mag je van professionele weggebruikers verwachten dat ze niet zo massaal van de weg raken. Een ‘deskundige’ die ook eens met zijn snuit op Het Journaal wilde. Alsof al die chauffeurs uit vrije wil achter het stuur kruipen en voor de grap scharen op de A-zoveel. Die truckers hebben blijkbaar weinig keuze, zoals ik ook geen echte keuze had gehad als ik vandaag moest werken. Stel je eens voor dat er vandaag geen schaatsen was uitgezonden, omdat mijn collega’s hadden besloten niet te rijden in dit weer. Dan had je ze moeten horen. En dat begrijp ik ook wel weer. Ik hoop in elk geval dat al mijn collega’s vandaag veilig zijn aangekomen op de locaties waar ze moesten werken en dat ze ook weer heel thuis komen. Alleen in het geval van het belachelijke interview met die mijnheer Potgraven van Verkeersdienst VID was het wellicht beter geweest als de dienstdoend cameraman vanmorgen toch maar had besloten om thuis te blijven.
Ikzelf heb een heerlijk dagje gehad met vrouw en kinderen. Wat werk betreft begint mijn 2017 morgen pas. Dan is het weer beter.







zondag 1 januari 2017

elfstedentocht 1997 - 20 jaar later


Op zaterdag 4 januari 1997 werd de vijftiende en voorlopig laatste Friesche Elfstedentocht verreden. Vanavond om 23.05 uur zendt Andere Tijden Sport op NPO1 een special uit over deze wedstrijd, die gewonnen werd door Henk Angenent. Dat de maker van dit programma de legendarische beelden van die bijzondere dag buitengewoon goed heeft bestudeerd blijkt wel uit een screenshot dat hij mij onlangs vanuit de montagekamer stuurde, want als je heel kritisch kijkt naar het finishshot van de laatste Elfstedentocht zie je onder in het beeld, in een fractie van een seconde, een piepjonge cameraman omdraaien. Dat ben ik!



Ik kan het me herinneren als de dag van gisteren. Met verslaggever Rob Labree en geluidsman Arend-Jan Dimmendaal stond ik op de Bonkevaart, om voor de grote rechtstreekse uitzending van Studio Sport de nummer twee op te vangen. Ze zouden live de winnaar volgen en indien mogelijk om een eerste reactie vragen. Wij moesten met een losse camera, de LDK491 waarin nog Betacam SP bandjes zaten, achter de verliezer aan. Ik was bloednerveus. Niet eerder had ik in mijn korte carrière een shot gemaakt dat door zoveel kijkers zou worden gezien. Heel Nederland zat voor de buis.
Voor mij was het vooral speciaal, omdat ik sinds 1985 een lichte elfstedentic heb. Als kind had ik op tv naar de dertiende en veertiende tocht der tochten gekeken, ik had tijdens vakanties in Friesland plakboeken gemaakt met oude krantenknipsels en er zelfs spreekbeurten op school over gehouden. Een artikel uit de Mikrogids van mijn oma, waarin regisseur Martijn Lindenberg vertelde over de registratie van die twee Elfstedentochten, was een van de redenen waarom ik zelf zo graag bij de televisie had gewild. Op die bewuste zaterdag in 1997 had ik het helemaal voorelkaar. Ik was erbij en kreeg ook voor het eerst direct te maken met Lindenberg, de grote meester. Ik moest mijn bandje uiteindelijk bij hem in de regiewagen afgeven.
Voor het zover was heb ik, terwijl we op de Bonkevaart stonden te wachten op de beslissende eindsprint, wel tien keer gecontroleerd of alle instellingen van mijn camera goed stonden. In de verte zagen we een aantal helikopters langzaam dichterbij komen. Om ons heen was het dringen en duwen met andere cameraploegen en fotografen. Ik wilde vooral een goed zicht op de finish hebben om te kunnen weten wie er tweede zou worden. We moesten natuurlijk wel gelijk de juiste man te pakken hebben.
Het werd een close finish. Mijn collega’s doken massaal op Angenent, de nieuwe Elfstedenwinnaar. In het shot van de finishcamera zie je mij omdraaien en juist weglopen, omdat ik achter Erik Hulzebosch aan moest. Die gleed een heel eind verder. Het was nog lastig rennen op het ijs van de Bonkevaart. Onderweg verloor ik mijn petje, maar er was natuurlijk geen tijd om het op te rapen. Een stuk verderop ging de hevig teleurgestelde publiekslieveling op een bankje zitten. De verslaggever probeerde een vraag te stellen, maar het was nog te vroeg voor een eerste antwoord. De schaatser legde het hoofd in zijn handen. Wij waren als eerste ter plaatse, maar al snel was het ook hier dringen en duwen. Ik zakte door mijn knieën, om Hulzebosch zo goed mogelijk in de ogen te kunnen kijken. Hij vroeg aan de dringende journalisten om alsjeblieft even allemaal weg te gaan. Even later kon Rob Labree echter wel een paar vragen stellen, alleen weet ik niet meer zeker of die ooit de uitzending hebben gehaald. Nadat ik minuten later het bandje had afgeleverd in de regiewagen is er een flits ingestart en iets later nog een kort stukje, maar ik geloof niet dat iemand op dat moment rust en tijd had om de hele scene even goed te bekijken.
Het is alweer twintig jaar geleden!




Andere Tijden Sport – Elfstedentocht 1997: Zes Helden, Eén winnaar
Zondag 1 januari, 23.15 – 23.50 uur, NPO 1

De Elfstedentocht van 1997, integrale herhaling:
Woensdag 4 januari, vanaf 05.15 uur, nos.nl


vrijdag 9 december 2016

even voorstellen


Het is niet te doen. Met al die wisselende contacten in Omroepland lukt het mij niet meer om alle namen te onthouden van personen waarmee ik werk. Regelmatig scheur ik de pagina met een crewlijst uit het callsheet en stop deze als spiekbriefje in mijn kontzak. Ik vind het zo onaardig als je de naam van die ene assistent, producer, lichtman of autocue operator niet meer weet. Of dat je iemand een hele dag, consequent met de verkeerde naam aanspreekt, zoals ik laatst nog deed. En ik maar denken dat hij slecht luisterde.
Toen ik nog in vaste dienst zat was de wereld wat dat betreft een stuk overzichtelijker. Ik dacht dat ik een redelijk beeld had van alle mensen die werkzaam zijn in de televisieland, maar nu weet ik beter. Wekelijks kom ik collega’s tegen die net als ik al een eeuwigheid voor dezelfde facilitaire bedrijven, omroepen of zelfs programma’s werken, maar die ik nooit eerder ontmoet heb. Het wordt ongemakkelijk als blijkt dat zij wel weten wie ik ben, maar ik geen idee heb wie zij zijn. Soms ken je wel een naam van verhalen, maar had je er een compleet ander beeld bij. Andersom komt het gelukkig ook geregeld voor. Er zijn genoeg mensen die een verpletterende indruk op mij gemaakt hebben, maar die niet meer weten wie die dikke kale cameraman met halfzachte G is.
Dus stel ik me netjes voor als iemand mij een hand geeft. Geen probleem, maar wat is het moment om jezelf voor te gaan stellen aan collega’s waarvan je niet zeker weet of je dat al eens gedaan hebt? Of waarvan je zeker weet dat je wel eens gewerkt hebt, maar waarbij je aanneemt dat zij zich dat inmiddels niet meer kunnen herinneren. Het is gênant als je een hele trits mensen een hand gaat geven die dan allemaal moeten bekennen dat zij nog exact weten wie jij bent, wanneer je voor het laatst samengewerkt hebt en dat je de vorige keer nog zo suf je koffiebekertje had omgekieperd.
Voorstellen in Omroepland is een stuk minder eenvoudig dan het lijkt. Ik heb wel eens gehad dat een presentator zich netjes voorstelde terwijl we een half jaar eerder samen door droevig Roemenië hadden gereisd. Ik dacht toen nog dat hij arrogant was, maar inmiddels raakt ook mijn harde schijf vol. Zoveel namen en gezichten. Sommige collega’s zie je slechts een paar keer per jaar heel even. Of nog minder. Ik heb professionele Facebookvrienden en LinkedIn connecties waarvan ik echt niet meer weet hoe ik er aan kom, terwijl ik nooit iemand accepteer die ik op dat moment niet ken. Onlangs stelde ik mezelf nog voor aan een niet onaantrekkelijke stagiaire, die me fijntjes wees op het feit dat ze een week eerder ook al een hele dag met ons op pad was geweest. Zij moet mij ontzettend verstrooid of ongeïnteresseerd hebben gevonden. Ik vond mezelf zo dom.
Maar ik krijg ook steeds vaker de indruk dat velen, om zulke ongemakkelijke situaties te vermijden, hebben besloten zich simpelweg nooit meer voor te stellen. Zeker bij bedrijven of omroepen waar elke week iemand anders op de planning of productieafdeling zit is het niet langer vanzelfsprekend dat nieuwe medewerkers zich even netjes presenteren. Als freelance buitenstaander word je al helemaal niet geïnformeerd over de komst van verse krachten. Je moet zelf maar ontdekken dat het contract van Jan Klaassen niet verlengd is, dat ene Katrijn zonder enige introductie alle taken heeft overgenomen en je mag hopen dat zij snel ontdekt welke rol jij normaal gesproken speelt in de poppenkast.



Deze column schreef ik voor het december nummer van Broadcast Magazine, hét mediavakblad. Daarin staat deze maand ook een lang interview dat ik maakte met LSM operator Nikki Broersma-Beers. Een abonnement op deze mooie glossy vol wetenswaardigheden kan ik iedereen aanraden.



woensdag 30 november 2016

stapje harder

Het is heerlijk om een ballet zo in een shot te vangen dat het precies past en je als cameraman exact tegelijk uitkomt met de dansers. Geen handje of voetje buiten beeld, maar ook niet te veel ruimte overlaten. Het is geweldig het als dit gelijk lukt, terwijl je de voorstelling voor het eerst ziet. Die briljante actie op het voetbalveld zo uitsnijden dat alles te zien is wat er toe doet en dan ook nog close uitkomen op het doel of op degene die scoort. De ideale presentatietekst voor een programma als Het Klokhuis is als een dansje voor de presentator en de cameraman. Als de timing goed is komen de handelingen in beeld en de tekst op het juiste moment bij elkaar. Of een rijder maken met een dolly die stopt waar de muziek eindigt.
Camerawerk vraagt vaak om nauwkeurigheid. Het kan een secuur werkje zijn, wanneer iets er strak uit moet zien. Een fijngevoelige camerahandeling en opereren op de vierkante millimeter, dat moet je als cameraman kunnen, maar daar staat weer bruut gooi- en smijtwerk tegenover. Groothoek er op en stofzuigen maar. Zo noemen wij dat. Ik kan daar ook enorm van genieten, al is het iets lastiger om je op dat vlak te onderscheiden van de rest. 
Het gaat er niet altijd om hoe je iets in beeld neemt, maar dat je het hebt en dat het scherp is. Snelheid is dan van belang en veel variëren in de shots die je aanlevert. Gekke standpunten, brutale bewegingen, snel zien waar je het volgende shot vandaan kan halen en af en toe verrassen met iets geks. Net even dat stapje extra zetten, door je knieën zakken of ergens op klimmen.
De vorige week had ik in Assisi nog een klus met klassieke muziek, waarbij het aan kwam op de subtiele inzoom en trage camerabewegingen. Een paar dagen later stond ik bij het Zapp Feest van Sinterklaas met een draadloze camera voor het betere beukwerk. Daar kreeg ik de opdracht om zoveel mogelijk blije kinderen in shots te vangen en om Sint op zijn paard te begeleiden. Tijdens een act met twee crossfietsen stond ik in de zaal met het plan om ze hard voorbij te laten razen, maar toen ze voor de eerste keer aan kwamen besloot ik op het allerlaatste moment om even met die twee fietsers mee te hollen. Waar dat onzinnige plan vandaan kwam weet ik ook niet, maar het leverde een gek beeld op. Niet alleen op de monitoren in de regiewagen en op de grote schermen in de zaal, maar vooral voor het zevenduizend koppige publiek in de zaal. Zij zagen een dikke kale cameraman als een wilde malloot achter twee racende fietsers rennen. Super steady was het shot niet, maar in de hectiek werkte het wel.
Voor mijn doen hield ik het sprinten lang vol. Ik kon ook niet meer terug. Opgeven was geen optie. Stoom kwam uit mijn oren, maar de regisseur zag geen enkele aanleiding om het shot weg te schakelen. Tegelijk met de fietsers bereikte camera 6 het podium. Mensen in de zaal moesten lachen. Het luie zweet was inmiddels aan alle kanten uitgebroken, maar ik had de blits gemaakt.
De volgende dag namen we nog twee identieke shows op en beide keren mocht ik tijdens de BMX-act mee hollen door hal 12 van de Jaarbeurs. Nu werd het min of meer van me verwacht. Mensen van de security moedigden me vooraf al aan en iemand van de EHBO zei dat hij klaar stond om me te reanimeren. Inmiddels had ik even met de fietsers gesproken en gevraagd of ze een heel klein beetje konden inhouden. Dat hielp. Desondanks bleek mijn forse lijf niet meer helemaal gewend te zijn aan zo’n plotselinge explosie, zonder enige vorm van warming-up. De beentjes verzuurden behoorlijk en ik wist weer waarom ik nodig aan mijn conditie moet werken, maar ik liet me natuurlijk niet kennen. Je moet nou eenmaal af en toe een stapje harder lopen in het leven.