Morgen, donderdag 3 april 2025 vanaf 14.30 uur, vergadert de Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag met minister Eddy van Hijum en ook de staatssecretaris van Financien Tjebbe van Oostenbruggen is aanwezig. Het zal gaan over handhaving van de Wet DBA, over het Uber-arrest van de Hoge Raad en over de plannen voor de aangepaste Wet VBAR, die per 1 januari 2026 moet ingaan. Voor veel ZZP’ers in Nederland staat er heel wat op het spel. Zeker voor mij en veel van mijn collega’s in de mediawereld.
Film-, radio-, online- of tv-producties zijn bijna altijd kortlopende projecten, waarbij professionals uit alle disciplines -van cameraman tot regisseur en van redacteur tot editor- bij elkaar komen om een project tot een succes te maken. Is alles gedraaid? Dan gaan redactie en crew door naar een volgende opdracht. Het is heel gebruikelijk om van de ene naar de andere opdrachtgever te hoppen.
Het aanbod van werk is nooit constant. Als een omroep, streamingsdienst of zender besluiten een nieuw programma te kopen wordt daarvoor pas een team geformeerd. Wanneer het een succes is komt er een vervolg, maar vallen de kijkcijfers tegen, dan verdwijnt het programma eerder dan gepland. Organisaties moeten super flexibel zijn en razendsnel kunnen op- of afschalen met personeel. Daarom is de mediawereld een sector waarin van oudsher zeer projectmatig en dus met veel freelance creativelingen wordt gewerkt.
Dit is precies waarom in 1994 specifiek voor deze sector de OVAV-verklaring in het leven werd geroepen. Deze Ondernemers Verklaring AudioVisuele branche bood zekerheid aan opdrachtgevers met betrekking tot de zelfstandigheid van freelancers. In 2002 is de OVAV vervangen door de VAR. Dat werkte prima. Pas toen in 2016 de VAR werd afgeschaft door de Wet DBA ontstond een onwerkbare situatie. De huidige regels zijn niet helder genoeg voor een sector die absoluut niet zonder een dikke flexibele schil kan.
DBA heeft alleen maar voor chaos gezorgd. Opdrachtgevers willen zeker weten dat ze het juridisch en belastingtechnisch goed doen. Zij zitten niet te wachten op problemen achteraf. Laat staan op boetes of premies die opeens toch nog betaald moeten worden. Ook ZZP’ers moeten vooraf duidelijkheid hebben om hun eigen onderneming op een gezonde wijze te kunnen voortzetten. Bij de huidige wetgeving kan je op geen enkele manier echte duidelijkheid vooraf krijgen. Opdrachtgever en opdrachtnemer worden geacht om bij iedere nieuwe opdracht met elkaar ‘holistisch’ te kijken naar verschillende criteria en maar hopen dat de belastingdienst het er uiteindelijk bij een eventuele controle achteraf mee eens is. Dit voelt alsof je samen voor een stoplicht staat met een hele regenboog aan tinten rood, oranje en groen en zelf maar moet bepalen op welk moment je gaat rijden. Alleen staat aan de overkant van de weg wel een flitspaal, die op een willekeurig moment kan afgaan.
Vanwege de huidige wet- en regelgeving ontstaan er momenteel veel onwenselijke situaties in de mediawereld. Zo kan een freelancer de ene opdracht met een gerust hart als ZZP’er uitvoeren, maar moet dezelfde persoon bij een volgend project voor een korte periode in loondienst. Door deze ‘hybride’ situatie komen zelfstandigen juist in de problemen. Het is onmogelijk om een goede arbeidsongeschiktheidsregeling in stand te houden, als je de ene periode op contractbasis werkt en vervolgens weer een paar maanden als freelancer werkt. Dit geldt ook voor het sparen voor een goed pensioen of wanneer iemand een buffer wil opbouwen, om korte perioden zonder werk te overbruggen. Veel dienstverbandjes die in Omroepland te vinden zijn, gelden slechts voor een paar maanden en bieden dus totaal geen zekerheid. Opdrachtgevers kunnen en willen in de meeste gevallen geen vaste dienstverbanden voor onbepaalde tijd aangaan, maar ook de freelancers willen dat helemaal niet. Zij kiezen juist voor de vrijheid om zelf te bepalen welk project creatief gezien bij ze past.
Morgen zal de minister nieuwe plannen voor de Wet VBAR presenteren. Dat is de vorige week aangekondigd in een kamerbrief. Daarin stelt minister Van Hijum voor om ‘ondernemerschap’ als volwaardig criterium mee te nemen bij de beoordeling of een bepaalde opdracht mag worden uitgevoerd door een freelancer. Dat is de uitkomst van het Uber-arrest en een belangrijke stap in de goede richting. Persoonlijk denk ik dat daarmee mijn eigen winkeltje wel veilig is, maar de beoordeling van al die verschillende arbeidsrelaties blijft een ingewikkelde zaak. Misschien wordt het zelfs nog complexer. Nagaan of een ZZP’er een ‘echte’ ondernemer is vereist immers informatie over de freelancer die opdrachtgevers en controlerende instanties nu niet zomaar beschikbaar hebben. Daar moet nog een goede oplossing voor gevonden worden. Er is nog steeds niemand die per opdracht vooraf zekerheid kan geven. Wel zijn er een hele hoop arbeidsjuristen die graag willen meedenken en ondertussen in hun handen wrijven met uurtarieven waar wij een dag van 10 uur voor moeten werken. Daar komen ook allemaal complexe vrijwaringsbedingen vandaan, die tegenwoordig in nagenoeg elk contract worden opgenomen. Het maakt de wereld van de ZZP’er niet eenvoudiger. Terwijl die V in VBAR nou juist staat voor Verduidelijking…
Ik persoonlijk zou de good-old OVAV-verklaring graag weer van stal halen. Of misschien toch terug naar een soort VAR, met heldere eisen waaraan elke ZZP’er moet voldoen. Beoordeel de opdrachtnemer en niet de opdracht of de opdrachtgever! Dat roep ik hier overigens al sinds 2016…
Ik kijk uit naar het debat morgen. Heb goede hoop dat de grootste spanning van dit dossier afgehaald zal worden, maar vrees dat het einde van deze soap voorlopig niet in zicht is.