donderdag 31 januari 2008

dutchView lost zaak Holloway op

Hilversum. Natuurlijk is het volkomen terecht dat Peter R. De Vries de credits krijgt voor het oplossen van de zaak Holloway, maar de bijdrage van dutchView ENG verdient op zijn minst een eervolle vermelding. Het waren immers de specialisten van dit facilitaire bedrijf die in het diepste geheim de verborgen camera’s installeerden waarmee de schokkende bekentenissen zijn geregistreerd.
Het komt wel vaker voor dat collega’s van mij met een geheim project bezig zijn. Meestal heeft dat iets te maken met het koningshuis of met een zaak van Peter R. De Vries. Ook deze keer wist ik dat er iets speelde, maar niet precies wat. Niemand wilde wat los laten over deze speciale opdracht.
Dat is knap van die gasten, want reken maar dat het super spannend voor ze is geweest. Het inbouwen van verborgen camera’s is een complexe klus. Technisch zijn die mannen top en de spullen waarover ze beschikken zijn hyper modern, maar de druk is enorm. De persoon in kwestie mag natuurlijk niets in de gaten krijgen en nooit zien dat ergens een camera is verstopt. Daarnaast blijft het steeds weer afwachten of alles heeft gewerkt. Beeld én geluid.
Dan komt iemand terug met de mededeling dat hij unieke bekentenissen heeft ontlokt en gaan de technici van de minicamera’s met samengeknepen billen controleren of alles echt op de band of harde schijf staat. Hoe vaak je dit ook gedaan hebt en hoe goed de apparatuur ook is, in dit soort gevallen maak je je altijd zorgen. Er kan veel mis gaan met die kleine fragiele apparaatjes. De minuten of uren voor je het bewijs in handen hebt, kosten jaren van je leven.
Kortom, als je met zo’n groots project bezig bent, dan wil je daar graag over praten met collega’s. Het is irritant als dat niet kan.
dutchView ENG is al heel lang het facilitaire bedrijf waar Peter R de Vries mee werkt. De programmamakers zijn trouw en loyaal, omdat ze weten dat wij altijd voor ze klaar staan en een kleine afdeling hebben die gespecialiseerd is in verborgen-camera werk. Een paar collega’s doen alle grote ‘candid’ operaties voor de misdaadverslaggever. Zij hebben op dit gebied al heel wat meegemaakt en de gekste oplossingen verzonnen voor het verbergen van camera’s en microfoons.
Het is jammer dat ik hier niet uit de doeken kan doen op welke manier ze die apparatuur in auto’s, kantoren, woon- of hotelkamers, restaurants en buitenlocaties verstoppen. Dat zou een buitengewoon interessant weblogverhaal opleveren, maar alle informatie over geprepareerde huishoudelijke apparaten, kledingstukken, accessoires, gadgets, plantenbakken, auto’s of kinderwagens houden we voor ons. Het is in ieder geval niet de bedoeling om de geheimen van de smid aan de grote klok te hangen, want graag lossen we in de toekomst -samen met Peter R. De Vries of andere programmamakers- nog veel meer zaken op.

woensdag 30 januari 2008

the phone II

Den Bosch. Er komt een nieuwe serie van het televisieprogramma The Phone. De Avro heeft zes nieuwe afleveringen besteld, die in het voorjaar worden uitgezonden. Vandaag zijn in Den Bosch de opnamen begonnen.
De eerste reeks was, ondanks hoge verwachtingen, kijkcijfermatig geen succes. Niet gek als je een programma dat voornamelijk jonge kijkers moet trekken programmeert in de zomer, op vrijdagavond en op een onmogelijk tijdstip. Zo helpt de publieke omroep met haar netmanagers en vergadercultuur wel vaker een briljant idee om zeep. 
Het concept van The Phone is top. (zie de eerdere blogjes over dit onderwerp) Ik geloof er nog steeds heilig in. Er moet alleen flink in geïnvesteerd worden en het programma moet een eerlijke kans krijgen. Wat dat betreft is een reeks van zes of acht afleveringen niks. Geef de producent opdracht om er dertien te maken en neem gelijk een serieuze optie op nog eens dertien episodes. Dat is pas vertrouwen uitspreken.
Dit is namelijk typisch zo’n format dat zich moet ontwikkelen. De makers kunnen alleen in de praktijk uitvinden wat werkt en wat niet. Wat dat betreft heb ik alleen al tijdens het draaien van die eerste acht afleveringen buitengewoon veel geleerd over mijn eigen vak en over het maken van The Phone in het bijzonder. Dat geldt waarschijnlijk voor alle mensen die erbij betrokken waren.
Een paar weken geleden heb ik een viertal groepen jongeren een stukje van de aflevering uit Utrecht laten zien. Geen van allen had eerder iets van dit programma gezien. Dat zegt wel iets over promo’s en het moment van uitzenden. Maar binnen drie minuten zaten ze allemaal op het puntje van hun stoel. Het idee dat iedereen van het ene op het andere moment in zo’n spannend spel terecht kan komen vonden ze geweldig. De vormgeving noemden ze gaaf en de meeste reageerden geïrriteerd toen ik na tien minuten de DVD stopte. 
Voor mij was dit kleine onderzoekje in de doelgroep hét bewijs dat The Phone -in tegenstelling tot wat een aantal omroepdeskundigen, die ik hierover sprak, zeiden- wel degelijk hitpotentie heeft. En het wordt alleen maar beter. 
Er is hard nagedacht over de samenstelling van de afleveringen. De ingrediënten zijn meer afgewogen en dus kunnen we spreken van een verbeterd recept. Tijdens de eerste draaidag bleek gelijk dat het werkt. Het einde van deze aflevering is geweldig. 
Ik ben in ieder geval dolgelukkig met deze nieuwe ronde en geweldige kansen. Het is voor de cameraploeg minstens zo spannend als voor de kandidaten. Elke draaidag is een logistiek avontuur op zich en op iedere locatie valt wel wat te beleven. Bovendien is het voor iemand die gewend is om in kleine teams te werken heerlijk om ook af en toe met een grote ploeg op stap te zijn.

dinsdag 29 januari 2008

bult

De Meern. Onze kleine ontdekkingsreiziger verkent de huiskamer. Een sok aan, de andere uit. Snot en restjes papperige soepstengel rond de mond. Op zijn buik schuift hij naar objecten waarvan ik liever heb dat hij er niet aan komt. Alles vastpakken, overal aan trekken of voelen. De hete verwarming, de televisie en stereo die bij gebrek aan dressoir nog op de grond staan, de overvolle krantenbak, de dimmer van een lamp en alle stopcontacten. Ik hobbel er de hele ochtend achteraan. Speelgoed dat als alternatief of afleiding wordt aangeboden vindt meneer niet interessant. 
Het lijkt alsof hij snapt wat ik bedoel met ‘NEE!’ of een streng ‘MAG NIET!’, maar hij doet er niets mee. Even kijkt hij ondeugend in mijn richting om vervolgens verder te gaan. Steunend en kreunend tijgert Columbus verder. ‘Baba’ brabbelt hij. Ik hoor natuurlijk ‘papa’ en smelt.
Samen lezen we een boekje. ‘Beesten’ heet het. Er staan plaatjes in van een hond, de pinguïn, het konijn, de vis, de geit, de vlinder. Het is een succesnummer. Kirrend staat hij voor de bank, zijn handen steunen op het kussen. De leeuw, het paard, de kikker, de tijger... 
Ik blader in het boekje met dikke bladzijden. Opeens gooit de man die nog zo veel moet ontdekken zichzelf naar achteren. Of glijdt hij met zijn sokje weg op de gladde vloer? Het is een kort moment van onoplettendheid en pats... 
Boem! 
Hij klapt met zijn hoofdje op de houten vloer. Twee tellen blijft het stil. Ik heb heel even de tijd om me rot te schrikken voor het krijsen begint. Grote tranen biggelen over zijn wangen. De landingsspot, net boven zijn rechter oog, wordt gelijk blauw. En er groeit een bult. 
Alleen een zoen helpt niet. Ik pak hem op de arm en loop naar het raam om samen naar buiten te kijken. Hij gilt in mijn oor. Hartverscheurend zielig. Ik moet zelf ook even een paar tranen kwijt. Van de schrik. 
Het is weer een eerste keer. Natuurlijk realiseer ik me dat dit nog veel vaker zal gebeuren, maar dat maakt het niet minder erg. Ik maak me zorgen en bel de huisarts. Voor de assistente de telefoon opneemt lacht mijn zoon me alweer uit.

Het vallen en opstaan is begonnen.


maandag 28 januari 2008

vlaflip

De Meern. Ondanks een druk programma stond papa laatst te treuzelen bij het zuivelwarenrek, in de plaatselijke supermarkt. Twijfel over toetjes. Zou hij stracciatella yoghurt nemen, milde biologische kwark of de romige boerenyoghurt met aardbei? Hij was er niet helemaal bij die ochtend en had amper in de gaten wat er om hem heen gebeurde.
Tot er plotseling een flinke stapel dozen uit de transportkar van een onhandige vakkenvuller lazerde. Met een harde klap plofte de nieuwe voorraad op de tegelvloer. Verschillende dozen scheurden open en pakken vla explodeerden. Iedereen die wel had opgelet was zeker tijdig weg geweest voor de tsunami van vanille- en chocoladevla in slow motion.
Papa niet. Die stond te dromen met het blauwe boodschappenmandje in zijn handje. Vanuit een ooghoek zag hij nog net hoe de puddinggolf opspatte en zijn broek bereikte. Grote klodders geel en bruin op de spijkerbroek, die net fris uit de was kwam. Het raakte vooral zijn linker pijp. Van boven naar beneden, voor en achter, zat deze onder de vlavlekken. Zijn linker schoen was bijna helemaal bedekt met toetje en leek wel een Pipostapper.
Naast hem stond een mevrouw van een jaartje of zestig. Helemaal in paniek. Op haar jas zaten een paar kleine spatjes, maar ze krijste alsof het bloedspatten waren die een seriemoordenaar had gemaakt.
De hoofdverdachte, een volwassen vakkenvuller, stond er bij en keek er naar. Zijn blik ging van de trolley, via de chaos op de grond, naar de jas van de mevrouw. Als er ooit iemand een Oscar of Nobelprijs voor onnozel kijken zou krijgen, dan was deze medewerker van Albert Heijn een serieuze gegadigde. Hij deed denken aan Adje van Paul de Leeuw.
‘Oh...’, zei hij. En na een minuut stilte sprak de slimmerik de dodelijke woorden: ‘Kan gebeuren...’
Dat laatste was niet de beste tekst om die mevrouw met het Beatrixkapsel gerust te stellen. Papa ergerde zich er ook aan, maar hij wist dat je niet zomaar vakkenvuller wordt. Bovendien viel die heldere analyse niet te ontkrachten; het kon inderdaad gebeuren.
Backstage kwam iemand met een grote rol professioneel keukenpapier. Daarmee werd, tussen de lege flessen, gedept en afgeveegd. Die broek zag er niet meer uit.
Even later stond papa opnieuw bij de zuivel. Nu greep hij zonder nadenken naar de straciatella yoghurt, kwark én de boerenyoghurt met aardbeien. De getroffen mevrouw kwam ook weer voorbij. Ze schuifelde achter haar volle wagentje en wees op een bosje slappe tulpen.
‘Kijk!’, zei ze. ‘Ik heb tenminste nog bloemen gekregen.’ En daarna vroeg ze op een iets te pesterig toontje: ‘Jij niet?’
Het was dat papa zich geen gevangenisstraf kon permitteren en voldoende verantwoordelijkheidsgevoel bezat, anders had hij daar bij de vla extra bonuspunten gescoord.

zaterdag 26 januari 2008

handremtelevisie

Regionale omroepen zijn de afgelopen jaren steeds professioneler geworden en het verschil met Hilversum werd langzaam kleiner. Toch lijkt het er op dat de groei er uit is. De handrem zit er op. 
Technisch hebben die kleine zenders inmiddels dezelfde mogelijkheden als landelijke stations. Het zijn ook niet altijd de budgetten die het verschil maken, maar de mensen. 
In de begintijd hebben personen met beperkte kwaliteiten de cruciale posten ingenomen. Zij die er nog zitten, doen er nu alles aan om hun positie veilig te stellen. Dat komt de creativiteit en de kwaliteit niet altijd ten goede.
Een matige manager of leidinggevende heeft vaak de neiging om zwakke broeders om zich heen te verzamelen. Ja-knikkers krijgen op onbegrijpelijke wijze machtig mooie kansen, ambitieloze doorsnee-denkers worden gehoord en niet kritische middelmaatjes worden aangenomen. Creatieve lastpakken, potentiële bedreigingen met potentie en ambitieuze medewerkers met méér kennis of ervaring worden stelselmatig geweerd. Mensen die de waarheid spreken genegeerd.
Zo boeken verschillende regionale zenders al een tijdje nauwelijks progressie en vraagt de kijker zich af hoe het kan dat de grootste flapdrollen programma’s mogen presenteren.
Als de regionale televisie een keer uitpakt is het is echt niet nodig dat er gelijk een show staat met internationale allure, maar er zijn genoeg voorbeelden bekend van grootse programma’s die in de soep lopen door basale organisatorische fouten of een onmogelijke planning. Dingen die voorkomen hadden moeten worden door de juiste poppetjes op de juiste plaats te zetten in plaats van het inhuren van vriendjes, mongolen en amateurs.
Dan is er opeens geen licht, een onmogelijke locatie of een dronken presentator die zijn zenuwen niet onder controle heeft en kijkt iedereen naar elkaar, maar zal niemand de verantwoordelijke chefjes op hun lazer geven. Zij komen weg met geldverslindende mislukkingen zonder degelijke evaluatie, want medewerkers die wel precies weten waar het aan schort houden wijselijk hun mond. Zij worden toch niet serieus genomen. Niemand vraagt om de boel eens scherp te analyseren. Nooit worden objectieve buitenstaanders ingeschakeld om de vinger op de zere plek te leggen. Zelden wordt deskundigheid ingehuurd om een mening of cursus te geven. Drie keer raden waarom niet.
Uiteindelijk vervangen ze de regisseur, een geluidsman met een grote mond of de schattige productie-assistent wordt geslachtofferd, maar nooit de omroepdirecteur die hele hordes incapabel gepeupel onder zich heeft verzameld. De volgende keer wordt weer een zak met geld over de balk gelazerd en vraagt na afloop iedereen zich af hoe het toch kan dat het weer niet beter is gegaan. 

Voor zij die gelijk boos worden wil ik even duidelijk stellen dat dit verhaal niet over één persoon of één zender in het bijzonder gaat. Het is me alleen opgevallen hoeveel mensen er bij lokale en regionale omroepen werken die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben, maar in werkelijkheid nooit verder keken dan hun neus lang is. 

dinsdag 22 januari 2008

gastdocent

Hilversum. De vergaderkamer is niet groot. Het is er donker en benauwd. Aan de wanden hangen spectaculaire foto’s van televisiemakers in actie. Rond een ellipsvormige tafel zitten veertien leerlingen. Voornamelijk jongens en een paar meisjes. Allemaal rond de achttien jaar. Ze zitten in het eerste jaar op het ROC in Hilversum en volgen een audiovisuele studierichting. 
De gastdocent heeft vandaag al twee groepen toegesproken. Een algemeen verhaal over camerawerk van een uur en een kwartier. Beide keren totaal verschillend en met wisselend succes. Nu verbruikt de derde groep het laatste restje zuurstof in de ruimte. Meer doen ze niet.
Het merendeel van de leerlingen zit een beetje onderuitgezakt. Enkelen hangen. Een meisje achterin moet haar zware hoofd ondersteunen met twee handen. Drie boomlange jongens hebben hun jas aangehouden, ondanks het verzoek om deze uit te trekken. Qua temperatuur is het zeker niet nodig. Waarschijnlijk hebben ze de jas nog aan, omdat ze te lui waren om hem uit te trekken. 
Een andere knul houdt heel hip zijn muts op. Ook zit er eentje met een soort piratendoek om zijn hoofd gebonden. Dat is kennelijk stoer tegenwoordig. Hij kan in ieder geval zo figureren in een videoclip op MTV. Misschien is het wel de beroemde rapper Bling Bling zelf.
De studenten zitten zonder gene te gapen, eentje pulkt zijn neus leeg en tot overmaat van ramp valt de rapper in slaap. Nog even en hij glijdt van zijn stoel op de grond. 
Tegen zoveel desinteresse kan de gastdocent niet op. 
Hij vertelt over kansen en mogelijkheden in Omroepland, iets wat deze groep zou moeten aanspreken. Bovendien is de gastdocent een man uit het werkveld en met behoorlijk wat ervaring. Maar het is alsof de groep heeft afgesproken om deze les te saboteren. Al gaat de verteller op zijn kop staan, dan knippert nog niemand met zijn ogen. Met uitzondering van de rapper, die opeens wakker schrikt en denkt dat zijn time-out niet opgevallen is. 
De gastdocent kijkt nog eens rond om te zien of zijn collega’s soms verborgen camera’s hebben opgehangen. Hij vraagt of er nog vragen zijn, maar niemand heeft zin om daar over na te denken. Het maakt de bevlogen spreker onzeker. Hij besluit een extra filmpje in te zetten om zich even te kunnen herpakken.
Een ding weet de meester heel zeker: Als deze jongens en meisjes niet veranderen, dan zullen ze in de boze AV-wereld niet ver komen. En als die slapende zak hooi ooit besluit dat hij cameraman wil worden, mag hij hopen dat de gastdocent van vandaag niet per ongeluk bij het sollicitatiegesprek aanwezig is. Die heeft namelijk wat dit soort zaken betreft het geheugen van een olifant en hij kan behoorlijk haatdragend zijn...

maandag 21 januari 2008

uitvaartverzorger

Patrick zat bij mij op school en we waren allebei vrijwilliger bij de lokale omroep. Elke zaterdagavond gingen we stappen. Ik moet gelijk denken aan die ene keer waarop wij deden alsof we cognac dronken, maar appelsap in de glazen kregen. Behalve Patrick. Hij wilde ons bijhouden en was binnen het uur stomdronken.
Met mijn emigratie naar het noorden ben ik hem uit het oog verloren. Het contact is verwaterd. Waarschijnlijk hebben we elkaar acht of negen jaar niet of nauwelijks gesproken. Tot hij een paar weken geleden opeens mailde. Hij had mijn weblog ontdekt en vond het tijd om weer eens iets van zich te laten horen.
Natuurlijk reageerde ik gelijk. Ik ben altijd nieuwsgierig genoeg om te willen weten wat er van oude vrienden terecht is gekomen. Ik dacht dat hij nog bij Ikea werkte, maar inmiddels heeft hij ook een carrière bij de MediaMarkt achter de rug. Op het moment van mailen zat hij 'in between jobs' en op mijn vraag wat hij ging doen was zijn antwoord dat hij uitvaartverzorger wilde worden.
Dat vond ik een tikkeltje vreemd. Welke jonge kerel wil dat werk doen en waarom? Ik vroeg het en kreeg van Patrick een open en eerlijk antwoord. Vervolgens hebben we afgesproken dat hij me op de hoogte zou houden.
Deze week ontving ik een uitgebreide mail met het verhaal van zijn eerste ervaringen in de uitvaartbranche. Ik was diep onder de indruk en heb mijn oude schoolvriend gevraagd of ik deze tekst op mijn weblog mocht plaatsen. Dat vond hij prima.
Dus bij deze:

Ik merk dat ongeacht de vaak heftige emoties aan de overkant van de tafel, dit ook gewoon werk is en geleerd kan worden. Je gaat niet mee in de emotie.

De eerste week heb ik meegeholpen in het mortuarium, een ijskast zo groot als in mijn vaders keuken en waar je dan eigenlijk de pakken melk en vla verwacht, staan zes kakelverse lijken. Hompen vlees die niet meegeven. De eerste keer dat ik mee "mocht" helpen was ik huiverig om dat koude lijf vast te pakken, maar als je dan twee frêle dames ziet sjouwen kan ik, als beer van 100+, dat niet aanzien en plots had ik het vast... m'n eerste lijk, een dierbare echtgenote, moeder, schoonmoeder, tante en nicht van iemand die ik niet ken.
Da's niet helemaal waar, het was de vrouw van een man bij wie ik eerder die morgen aan tafel had gezeten om de uitvaart te regelen, wat 13 maanden ziekbed met een lijf kan doen. Op de pasfoto die we meekregen voor op het bidprentje leek ze nog op mijn eigen moeder, nu zo koud in mijn handen
helemaal niet meer. Een levenloze huls, ooit een mens.
Nadat we haar hadden aangekleed en wat trucs, waarvan ik je de details wil besparen, hadden toegepast om mevrouw wat minder lijkerig te laten uitzien, begon het zowaar ergens op te lijken. Het lijk werd weer mens, haar gezicht keek streng, dat wilde ik niet en duwde het in een vredige glimlach.
De familie zei later:"ze ligt er mooi bij, zo rustig en vredig, je ziet dat het lijden van haar af is gevallen." Zij een illusie rijker en ik armer, bijna niemand sterft mooi, de handen van de verzorger maken er iets moois van.
Van de week naar de eerste zelfdoding, samen met een collega die me opleidt. Met lood in de schoenen. Wat kom je tegen? Een tafel vol krijsende familieleden, dof en terneergeslagen? Het viel allemaal mee; ze waren opgelucht, bijna vrolijk. Niet vanwege het verlies, maar vanwege het wegvallen van de onzekerheid: "Dat ie het ging doen was duidelijk, het was alleen de vraag wanneer en hoe..." Het was dus vier dagen geleden en van de brug af, net ietsjes naast het pad, waardoor een hond met hoge nood hem vond en z'n baasje waarschijnlijk de schrik van z'n leven kreeg. Hij schrok zich blijkbaar niet dood want we hadden die ochtend maar één melding. Vier dagen heeft 'ie daar gelegen, toen ik hem na het regelingsgesprek in het mortuarium zag liggen -met z'n kop kapot en blauw aangelopen- hoop je maar dat ie de klap niet heeft gevoeld en dat z'n nek het meteen begaf.
Niet echt fris, maar beter dan het lichaam dat gisteren binnenkwam. Meneer had zich van het leven beroofd vlak voor de kerstdagen en was eergisteren pas gevonden. Toen kwam ik erachter dat er nóg een bewaarfaciliteit was. Namelijk een verbeterde koelinstallatie. Enfin, meneer ging op z'n laatste wintersport. Eigenlijk wilde ik ook dat lichaam wel zien. Niet voor het genot, maar puur om te weten hoe zoiets eruit ziet na bijna vier weken buitenlucht. Mijn collega's raden het af. Dat zouden mijn prille en tere uitvaartverzorgeroogjes niet prettig hebben gevonden...
Laat ook maar.

Het werk bevalt, de sfeer is goed, één ding leer je: relativeren! Heb het leven lief. Uitvaartverzorgers zijn een apart slag, ze functioneren ergens tussen zakelijkheid en empathie, compassie en afgrijzen en het is nooit saai...


Wat mij betreft begint Patrick vandaag nog zijn eigen weblog (zonder foto's). Zijn belevenissen wil ik graag volgen. Hij schrijft meeslepend en de business waar hij in duikt is fascinerend. Als hij niet van webloggen houdt, dan mag hij mij zo vaak mailen als hij wil… Tot de dood ons scheidt.

zondag 20 januari 2008

potje handbal

Almere. Het is in de line-up van Studio Sport nooit het belangrijkste onderwerp, maar mij doen ze altijd een groot plezier met een potje handbal. Liefst op de ouderwetse manier; gewoon met één camera gefilmd. 
Als je uit Geleen komt, dan ben je opgegroeid met handbal en ijshockey. Op de brugklas had ik gymles van Guus Cantelberg, een grote naam in de Nederlandse handbalwereld. Voor mijn gevoel speelden we dan ook elke les een potje handbal. Ik kon er niets van, want ik ben niet voor de bal geboren. Later ben ik de sport meer gaan waarderen. Het is namelijk een aantrekkelijk spelletje om naar te kijken en zeker om te filmen.
Ergens in de jaren negentig heeft Studio Sport een tijd lang, elke maandagavond, uitgebreid aandacht geschonken aan het handbal. In die periode heb ik veel wedstrijden gedraaid. Zo kon ik een bepaalde routine opbouwen en mijn cameravaardigheden trainen. Onder de bezielende leiding van Evert ten Napel en beeldband-redacteur Gerard Nijboer kreeg ik het draaien van een handbalsamenvatting met één camera onder de knie. 
Het is een kunstje. Je moet het spel volgen en je zo min mogelijk laten foppen door schijnbewegingen. Hoe vaker je het doet, hoe meer inzicht je krijgt in logische speelwijzen, patronen en de regels. Zodra er een punt gescoord wordt eindig je in principe close op het doel, om daarna met een snelle zip de schutter close te filmen. Als dat lukt snijden ze die twee beelden los en krijgt de onoplettende kijker misschien de indruk dat de wedstrijd met twee camera’s is opgenomen. En dat is dan weer de sport voor de televisiemakers.
Ik ben geen natuurtalent op dit specifieke vlak van het cameravak. Jongens die hier echt gevoel voor hebben zijn zelf vaak ook sportief ingesteld. Ik mag mezelf op dit terrein wel ervaringsdeskundige noemen. Alleen komt het er, in deze simpele vorm, de laatste jaren niet meer zo vaak van. De laatste handbalwedstrijden die ik gedraaid heb, ergens in mei, registreerden we met twee of drie camera’s. Dan is alles anders. 
Vandaag moest ik er weer even in komen bij de topper Nederland-Griekenland. We waren weg gegaan voor twee minuten, dus dat moest goed komen. 
Bovendien wordt bij handbal zoveel gescoord dat het geen ramp is als je een puntje niet lekker in beeld hebt, mits het geen cruciaal punt is. En dat is dan weer lastig, want tijdens het filmen weet je niet welke fase van de wedstrijd er uiteindelijk toe doet. Dus stond ik toch weer ouderwets met het zweet in mijn handen achter de camera.
Mijn grootste vijand bij dit type werk is de concentratie. In het begin gaat alles vanzelf en kan ik me goed focussen, maar omdat ik niet gewend ben om zo lang achter elkaar heel geconcentreerd te zijn, raak ik aan het eind van de eerste- of halverwege de tweede helft snel afgeleid. Dat is in mijn geval een gebrek aan routine. 
Opeens is een punt te close of te wijd gedraaid. Of ik twijfel te lang. Je moet namelijk na elk doelpunt in een split second besluiten of je de speler uit het beeld laat lopen of dat je doorzoomt voor de close-up. Jongens die een paar wedstrijden per week draaien doen dat automatisch. Ik nu even niet. 
Wel viel me op dat het filmen van handbal in het breedbeeldkader eenvoudiger is. Het ziet beeld word er rustiger van. In het oude vierkante (4:3) kader moest je de opbouw van een aanval te ruim draaien of je moest sneller meezwenken. De nieuwe beeldverhoudingen van Studio Sport zijn net iets prettiger voor de lange ballen van links naar rechts.


moe

I just don’t know what to do with myself
don’t know just what to do with myself

Buiten is het nog donkerblauw. Het is te vroeg voor een zondag, maar na een waardeloze nacht zijn we opgestaan, in de hoop dat de dag beter wordt.
Grote druppels slaan tegen het raam en drijven langzaam naar beneden. Het beeld van buiten is daardoor troebel. We kijken naar de koolmeesjes die pikken in het vetbolletje op de tuintafel en voelen ons als het weer. Regenachtig. 
Het mannetje op mijn arm is snotverkouden. Hij roggelt als een biggetje. Waterige oogjes, rode wangen en serieuze verhoging. Met mijn wijsvinger pink ik een dikke traan uit zijn ooghoek. De zoen op zijn wangetje smaakt naar verdrietzout. 
Ik ben doodmoe en daardoor licht ontvlambaar.
Een verstopt neusje zorgde er de afgelopen uren telkens voor dat ons kindje geen lucht meer kreeg. Dan spuugde hij zijn speentje door de tralies van zijn bedje. Twee tellen nadat het tutje op de grond plofte begon meneer te krijsen en kon papa of mama het bed uit om het terug te stoppen. Dat ritueel heeft zich heel wat keren herhaald.
We hebben het hele repertoire van Klazien uit Zalk ingezet. Een soort Vicks op zijn borstje, neusspray, zetpil en een doorgesneden ui naast het bed. Het heeft maar ten dele geholpen. Arme Art.
Ik begreep het geklaag van ouders met kleine kinderen over vermoeidheid nooit zo goed. Hoe erg kon dat nou zijn? Zelfs de afgelopen acht maanden vond ik het wel meevallen. Maar nu hebben we een paar nachten achter de rug, die in duizend stukjes zijn gebroken en gelijk vreet het aan me. Ik loop op mijn tandvlees en moet oppassen dat ik niet ziek ook word. 
Natuurlijk is het te doen, omdat het moet. 
In deze staat ga ik wel sneller ruzie maken en dat beetje geduld waarover ik beschik is nog sneller op. Maar zo’n geirriteerde en overgevoelige papa is op dit moment het laatste waar dit huishouden op zit te wachten. 
Trijntje Oosterhuis en het Metropole orkest troosten ons met de liedjes van Burt Bacharach. Who’ll speak for love heet de cd die zo goed past bij deze ochtend. Wiegend staan we voor het raam. Max de kat van de buren komt even kijken naar ons voorzichtige dansje. Mijn zieke zoontje kijkt me aan, begint te lachen en likt mijn wang. Het is alweer goed. 

when I’m not with you
I just don’t know what to do



zaterdag 19 januari 2008

1001

Dan is het nu tijd om bij wijze van hoge uitzondering, voor één keertje, mijn sponsors te noemen. De bedrijven en omroepen die de afgelopen jaren alle avonturen mogelijk hebben gemaakt en er zelfs nog voor betaalden ook.
In willekeurige volgorde:

dutchView!
NPS, NOS, VARA, AVRO/TROS, L1 Televisie, AT5, EO, NCRV, RTL, SBS, Wereldomroep, Omroep Brabant, Al Jazeera, SF/SRG, Teleac/NOT, MTV, KRO en de RVU.
RTL Productions, Viditech AV-Faciliteiten, Park Lane, Endemol, Media Republic, Simple Media, Rodin, Shell, Heineken, Transavia, Tommy Hilfiger, Blue Circle, Apex, IDTV en Cinevideogroep.

En dan zijn er nog een páár personen die een bijzondere rol gespeeld hebben in al deze verhalen of die het mij mogelijk gemaakt hebben om over de hele wereld inspiratie op te doen. Om te beginnen natuurlijk mijn vader en mijn moeder, Christel (mijn lieve Lief) en zoon Art.
Joost, Frank, Rob, Frank en Frank. Arjan, Cees, Cor, Martin, Chris, Renato, Myion, Frits, Daniel, Johan, John, Jan, Derk, Frank, Jeroen, Lida, Erik, Mark, Corrie, Benny, Renee, Renee, Bert, Peter, Bob Jan, Remi, Joram, Leo, Bart, Ernst, Dolores, Lisa, Lottie, Menno, Paul, Corine, Ciska, Rob, Coes, Hugo, Chantal, Mart, Olav, Allard, Marco, Michael, Dennis, Robin, Ruud, Andre, Chris, Geraldine, Jeroen, Bart-Jan, Albert, Bertus, Ron, Aat, Ed, Eric, Gerard, Gerben, Jorrit, Klaas, Mathijs, Arjan, Patrick, Remco, Marlene, Sabrina, Sonja, Ilon, Emile, Milja, Marjon, Roel, Daphne, Inge, Martin, Martien, Kenneth, Bob, Dirk, Frits, Jan, Martijn, Wolter, Herbert, Anne, Manus, Joyce, Dorita, Marijn, Richard, Toon, Jim, Jose, Kiki, Jan Peter, Geert, Esther, Björn, Ivo, Edlef, Ellis, Jaap, Jelle, Roy, Melinde, Peter, Wouter, Aad, Willem, Nanz, Niels, Rosanne, Sabine, Jan Michiel, Bart, Alex, Rob, Ap, Irena, Jan, Christian, Astrid, Dennis, Erik, Boudewijn, Wilfred, Iris, Henk, Diane, Jos, Renske, Marieke, Meta, Yvette, Sophie, Evert, Henk, Michael, Rudi, Ellen, Linda, Mike, Gabri, Han, Hans, Pascal, Mirko, Roos, Ilon, Maarten, Maaike, Ansje, Marcel, Etienne, Mathias, Monique, Anja, Ben, Iet, Rinus, Jan Pieter, Richard, Sarah, Paul, Stephan, Rilana, Karin, Roland, Fanny, Kees, Han, Vlado, Martin, Ingrid, Carmen, Bert, Jeroen, Marion, Remco, Sandra, Ruud, Jan, Paul, Dick, Jack, Ivo, Rick, Onno, Tim, Barn, Baukje, Martijn, Patrick, Daan, Dorien, Floor, Liesbeth, Marc, Hans, Andrea, Prem, Rene, Nury, Novandi, David, Heleen, Timo, Maarten, Rik, Ronald, Ferry, Marcel, Ilon, Joep, Auke, Tim, Casper, Calixte, Renee, Astrid, Jasper, Willy, Thomas, Saskia, Peter, Barry, Mylene, Dione, Margreet, Freek, Bas, Robert, Youri, Louis en ehm... Mariska!

Ook in deze lijst zit geen enkele volgorde van belangrijkheid. Ik hoop alleen dat ik niemand ben vergeten...

Tot slot wil ik Marieke, Bram, Keiki en Max van Hotel Heijenrath bedanken voor de uitnodiging om, ter ere van de 1000e bijdrage op deze weblog, een nachtje inspiratie op te komen doen in het betoverende Zuid-Limburg. Hotel Heijenrath is het mooiste hotel op aarde!

vrijdag 18 januari 2008

1000

Dit is de 1000e bijdrage op deze weblog. Wat begon als een experiment in de categorie 'kan ik dat ook?' is inmiddels behoorlijk uit de hand gelopen. Noem het rustig een ernstige verslaving. 
Ik ben er mee begonnen op 1 juni 2005. Het uitgangspunt was een eenvoudige weblog met verhaaltjes voor familie, vrienden en bekenden. Nu twee en een half jaar later en duizend stukjes verder, blijkt dat deze site groter is geworden dan ik ooit had durven dromen. Meer werk, meer tekst en vooral veel meer bezoekers.
Per dag komen hier gemiddeld 185 unieke bezoekers (247 pageloads), waarvan 105 zogenaamde ‘first time visitors’ en 81 ‘returning visitors’. Het laatste getal is interessant, want dat zijn volgens mij de geïnteresseerde lezers. Het echte aantal regelmatige bezoekers is waarschijnlijk hoger, omdat lang niet iedereen dagelijks op deze weblog kijkt. De meeste komen eens in de week of hooguit een paar keer per week voorbij.
Ik vind die aantallen hoog. En de cijfers stijgen nog steeds, maar niet meer zo hard. Er ontstaat alleen een piek, als iemand op een andere site een verwijzing naar mijn log plaatst. Wat dat betreft was het hoogtepunt tot nu toe op 29 september 2006, de dag waarop iemand op het Jos Verstappen-forum schreef dat mijn bijdrage interessant was. Die dag had deze simpele weblog opeens 777 unieke bezoekers en 898 pageloads. 
Lezers komen terug als je wat te melden hebt en als je met enige regelmaat nieuwe berichten plaatst. Daarin schuilt voor mij het grote gevaar. Aan inspiratie geen gebrek; aan tijd wel. Het liefst produceer ik elke dag een verhaal, maar dat kost tijd en in een druk leventje moet je soms keuzes maken. 
Ga ik slapen of schrijven? Doe ik de administratie of schrijf ik er iets over? Zal ik mijn zoon verschonen of tik ik eerst een stukje over stront? Kortom, het privé-leven komt soms in het gedrang door mijn logpassie.
Daar staat tegenover dat deze weblog ook een aantal mooie kansen heeft opgeleverd. Ik ben gevraagd om een bijdrage te leveren aan een Boudewijn Büch Magazine, een column is gebruikt ter promotie van de Hersenbank en ik heb verschillende klussen gekregen, dankzij mijn verhalen en Google.
Voorlopig tik ik lekker door. Om te beginnen, omdat ik het leuk vind en om mijn schrijftalent verder te ontwikkelen. Stiekem hoop ik dat anderen er ook plezier aan beleven. Natuurlijk realiseer ik me dat het ene verhaaltje leuker is dan het andere. De beste stukjes komen als vanzelf. Mindere bijdragen zijn vaak het resultaat van een lange worsteling. 
Ik zoek naar een goede balans tussen verhalen met een positieve en verhalen met een negatieve lading. Zo mix ik ook privé en werk. Dat ik zelf vaak in de slachtofferrol zit komt omdat ik niet zomaar namen noem. Daar denk ik altijd goed over na. Prikkelende verhalen zijn soms leuk, maar het is absoluut nooit mijn bedoeling om mensen met opzet te beledigen. Dit moet vooral een vrolijke weblog blijven. Zure zeiksites zijn er al genoeg.




Tips en suggesties zijn van harte welkom. Evenals opbouwende kritiek. Graag hoor ik wat jullie van mijn schrijfsels vinden, want die cijfertjes alleen zeggen natuurlijk niks.

donderdag 17 januari 2008

blokkade

De Meern. Mijn zoon Art (8 maanden en 2 dagen) kruipt inmiddels vrolijk door het huis en trekt zich op aan alles wat los en vast staat. Niets is veilig. Ook murmelt hij steeds meer. Vandaag zijn het brabbels waar je met extreem veel fantasie ‘PAPA’ in kan horen. Ik in ieder geval wel.
Vanmorgen dacht ik dat het gezellig zou zijn als ik het mannetje even mee nam naar de badkamer, terwijl ik snel onder de douche sprong. Hij vond het inderdaad geweldig en keek zijn ogen uit. De goddelijke papa sloofde zich nog even uit om indruk te maken.
Ik deed in mijn blote niks een paar bodybuilding poses. Dat moet er belachelijk uitgezien hebben, maar ik kan me ook niets meer herinneren van toen acht maanden was, dus dit is volgens mij nog niet schadelijk. Alleen kroop meneer zo dicht naar de glazen douchedeur dat ik opeens was ingesloten in mijn eigen douchecabine. Ik kon die deur niet meer openen, omdat mijn zoon er voor lag.
Na een paar minuten kwam ik op het geniale idee om hem af te leiden met mijn tandenborstel. Ja, ik poets mijn tanden tijdens het douchen. Dat is efficiënt en ik toon daarmee aan dat mannen wel degelijk twee dingen tegelijk kunnen. Drie zelfs, als je het stukje babyentertainment mee telt.
Nu smeet ik de tandenborstel over de douchedeur op de grond. Achter mijn zoon, in de hoop dat hij er nieuwsgierig naartoe zou tijgeren. Hij keek om en direct daarna weer naar mij. Truc mislukt. Tandenborstel natuurlijk precies met de borstelkant op de grond.
Uiteindelijk heb ik mezelf kunnen bevrijden door de deur heel zachtjes open te drukken en het mannetje voorzichtig naar achteren te schuiven. Vond hij niet leuk. Maar anders had ik daar gestaan tot mijn vriendin thuis was gekomen. Dan had ik het koud gekregen of het had veel water gekost. 

woensdag 16 januari 2008

branche CAO

Hilversum. De concurrentie tussen facilitaire bedrijven in Omroepland is moordend. Omroepen en producenten maken daar dankbaar gebruik van. Zij spelen de verschillende partijen schaamteloos tegen elkaar uit. Loyaliteit is een rekbaar begrip. 
Zelfs als partijen al jaren op een goede manier samenwerken moeten de prijzen elke keer weer omlaag. Als dat niet goedschiks gebeurt, dan worden wat offertes bij concurrenten opgevraagd om het kwaadschiks voor elkaar te krijgen. En die facilitaire bedrijven werken daar graag aan mee. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet en willen elkaars marktaandeel inpikken. Of ze dat ook goed in kunnen vullen is niet aan de orde. Er wordt alles aan gedaan om met ‘scherpe’ prijzen te komen. Dat gaat in deze branche vaak over de rug van het personeel.
Personeelskosten vormen een belangrijk deel van de offertes die worden uitgebracht. Een bedrijf met de goedkope medewerkers kan de tarieven dus laag houden. Zakelijk gezien klinkt het logisch, maar de kaasschaafmethode, die telkens wordt gehanteerd om iets van de mensen op de vloer af te pakken, doet inmiddels pijn. 
Een branche CAO lijkt een effectieve oplossing voor het grootste probleem van de facilitaire bedrijven. Als allemaal dezelfde arbeidsvoorwaarden krijgen, is het gedaan met concurrentie op salarissen van medewerkers. Bij een gelijke behandeling van arbeidstijden en onregelmatigheidstoeslagen kunnen klanten de verschillende bedrijven of medewerkers niet langer tegen elkaar uitspelen.
Concurrentie op kwaliteit, cultuur, slagkracht, innovatie en efficiency is prima, maar de mensen, die op de gekste tijden uitrukken om de techniek te verzorgen van televisieprogramma’s, verdienen een betere waardering. Zeker gezien de huidige werkdruk.
In een brief van de gezamenlijke ondernemingsraden lees ik dat de directies van verschillende facilitaire bedrijven ruim een half jaar geleden om de tafel zijn gaan zitten om de mogelijkheden voor zo’n CAO te onderzoeken. Het doel was het professionaliseren van de facilitaire branche. Maar dat is inmiddels hopeloos mislukt.
Managers en aandeelhouders van al die bedrijven hebben kennelijk geen behoefte aan betere afspraken over arbeidsvoorwaarden. Als eerste haakte Team Facilities af. Daarna zagen ook United Broadcast Facilities, Cinevideogroep en dutchView het al snel niet meer zitten. En zo zijn we terug bij ‘af’. Lang leve de cowboycultuur! 
Aan de medewerkers wordt niets gevraagd. Baasjes doen wel voortdurend alsof, maar elk jaar opnieuw komen er nieuwe regeltjes en bezuinigingen. Altijd in het voordeel van het bedrijf of de aandeelhouder. Al dat afpakken gaat onder de noemer van concurrentie en de strijd om te overleven. Als medewerker van een facilitair bedrijf moet je blij zijn dat je in Hilversum mág werken.
Dat het niet gelukt is om een branche CAO voor elkaar te boksen zegt veel over de ambities van deze bedrijven, over de macht van de aandeelhouder en de daadkracht van managers. De meeste directeuren van facilitaire bedrijven in Hilversum zijn kennelijk kneuzen, die vooral druk zijn met korte termijn politiek, hun eigen beloning en vooral NIET met het personeel. 
Behalve mijn eigen directeur natuurlijk!



maandag 14 januari 2008

lambik

Amsterdam. De leuke blonde presentatrice, die niet alleen de harten van boeren sneller laat kloppen, presenteerde een jaar of tien geleden een kinderprogramma. Ze was iets minder beroemd, maar minstens even begeerlijk. Een reden voor veel vaders en jonge mannen om na Sesamstraat met de kinderen mee te kijken.
Het was dan ook niet vreemd dat de alleenstaande cameraman verrukt reageerde toen hij eindelijk met haar mocht draaien. Zij belde persoonlijk met het verzoek of ze mee mocht rijden naar Hilversum en hij was de gelukkigste jongeman op aarde.
Voor ze in Hilversum waren was de cameraman tot over mijn oren verliefd. In het echt bleek ze nog leuker te zijn dan verwacht. Zo normaal, naturel, spontaan en heel gewoon bloedmooi. Aan het eind van een dag draaien in de chocoladefabriek wist hij zeker dat zij het beste was wat hem kon overkomen.
Daarna werkten ze wel vaker samen. Natuurlijk maakte die cameraman geen schijn van kans, maar wie zo denkt komt nergens. Dus rekende hij zichzelf rijk. Hij ging zich die dagen anders kleden en misschien ook wel iets anders gedragen.
Tot zij hem op een dag, in haar schattige Brabantse accent, uitmaakte voor Lambik. Ze draaiden een reportage over hoortoestellen, dus de cameraman met een wijkende haargrens had wel kunnen doen alsof hij haar niet hoorde, maar dan hadden ze twee van die apparaatjes achter zijn oren geplakt.
In een klap spatte zijn droom in duizend stukjes. Vlinders verdwenen uit zijn buik, de roze bril viel op de grond en werd bruut vertrapt. Op het wolkje boven hem en haar veranderden de engeltjes met harpjes in duiveltjes met de slappe lach.
Qua kaal worden zat hij nog een beetje in de ontkenningsfase, maar normaal gesproken was het geen probleem als iemand daar een grap over maakte. Het feit dat uitgerekend zij zo'n gemene opmerking maakte, dat raakte de jonge verliefde cameraman diep.
Toeval of niet, het was de laatste keer dat ze samen draaiden. Zij vertrok niet veel later naar de KRO en de programma's die ze daar ging maken werden niet door hem gefilmd. Hij zag nog wel eens iets wat zij presenteerde en had telkens moeite met wegzappen, maar ook dacht hij telkens weer aan de bijnaam die ze hem in een onaardige bui had gegeven.
Lambik.
Inmiddels is het prinsesje van de jaren negentig uitgegroeid tot kijkcijferkoningin van de Nederlandse televisie. En uitgerekend op de dag waarop zij, met haar 3,7 miljoen kijkers, het NOS Journaal haalde, kwamen ze elkaar weer tegen. Samen moesten ze een kort statement opnemen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van dat populaire kinderprogramma.
In een druk restaurant bleek dat zij nog steeds even betoverend is en tegelijkertijd 'down to earth' in hoofdletters. Leuk en lief. Maar hij wist wel beter. Uitkijken met deze dame! Voor je het weet noemt ze je Lambik…

zondag 13 januari 2008

monkey man

'Daar kan je echt niet staan!', zei een meneer in zwart leren jack. 'Dan zien wij niets meer…' Hij klonk nog enigszins vriendelijk, maar was ook helder en duidelijk. Een mevrouw stond al op haar achterste poten. Iemand anders keek vooral nors naar me en vroeg wanneer ik weg ging.
'We gaan iets nieuws doen.' Had de regisseur een uurtje eerder gezegd. Toen was de zaal nog leeg. Ik vond de positie die hij voor mijn camera in gedachten had verrassend, maar na een toelichting en even proberen kon ik me er helemaal in vinden. We hadden alleen niet zo goed nagedacht over de gevolgen voor het publiek.
Uiteindelijk waren er zeven of acht personen de dupe. Daar stond tegenover dat het beeld voor 1,2 miljoen televisiekijkers beter werd. Helaas hadden de seizoenkaarthouders hier geen boodschap aan.
'Ik betaal 200 euro per jaar voor deze plek. Hoepel jij maar lekker op met die camera!'
Vanwege de beledigingen verderop in dit verhaal kan ik helaas niet gedetailleerd vertellen bij welke sport het speelde, maar neem van mij aan dat in de hal volop plaats was. Er waren meer dan voldoende lege tribuneplekken met een even goed of zelfs beter zicht. Mijn vriendelijke suggestie viel echter niet in goede aarde.
Een man met een vreemd voorhoofd en zeer diep liggende ogen stond op. Hij was behoorlijk groot en breed. 'Neanderthaler' is eigenlijk de enige passende typering. Wat hij mompelde kon ik niet verstaan, maar ik begreep dat hij op stoel nummer 11 wilde zitten. Daar stond ik precies voor, wat hij vervelend vond. En dat is een understatement. De oermens was boos.
Opeens wist ik hoe die mensen in Blijdorp zich gevoeld moesten hebben.
Er kwam een vriendelijke Obama van de ordedienst, die er voor zorgde dat ik mijn werk kon doen. Maar met Bokito in mijn rug stond ik niet lekker te draaien. Telkens als ik achter me keek, keek hij kwaad terug. Alsof hij elk moment op kon staan om mij een beuk te geven. Het leek me niet iemand die over al zijn daden nadenkt.
Hoog op de tribune zaten de hockeymeisjes van het Nederlands team. Dáár had ik liever voor gestaan. Of naast, of achter.
Nu stond ik verwoed te proberen om me te concentreren op mijn werk. Zweet op de rug en samengeknepen billen. Van rust was geen sprake meer. Niets leek nog vanzelfsprekend. Zelfs over in- en uitzoomen moest ik nadenken. Mijn scherpte was zoek. Ondanks het feit dat intercom-headsets redelijk goed afsluiten, kon ik hem toch horen. De gorilla bleef maar vloeken.
Ik ben snel bang, maar nu leek mijn angst een keer zeer terecht.
Een plan om de time-outs van de schouder te draaien gooide ik snel overboord toen ik zag dat meneer Sneeuwvlokje met zijn maatje 46 opzettelijk mijn camerakabel blokkeerde. In de pauzes wist ik niet waar ik moest kijken. Nerveus smste ik maar wat of ik deed alsof. Ik fantaseerde over het filmen van onschuldige potjes dammen of midgetgolf. Zouden er zwem- of badmintonhooligans zijn?

Tot overmaat van ramp verloor de thuisploeg.


zaterdag 12 januari 2008

de technische klap

De Meern. Stofzuigen is nooit een liefhebberij geweest. Maar iemand moet het doen. In zijn flat-met-vloerbedekking periode kon het gebeuren dat de stofzuiger weken lang niet uit de meterkast kwam. Stofjes waren daar slecht zichtbaar, hij woonde nog alleen en was weinig thuis. Niemand had er last van.
Inmiddels wonen ze in een huis met lichte houten vloeren waarop alles zichtbaar is. Nu weet papa hoe smerig die flat was. Als niet minimaal een keer per week gepoetst wordt, dan is onverwacht bezoek niet meer welkom.
Vanmiddag kroop zoonlief in een wit shirtje door de keuken. Na een paar minuten was het moppie bijna zwart. Hoogste tijd dus om de bordeauxrode Philips uit de trapkast te halen. Het apparaat waarvoor eerder deze week nog nieuwe stofzuigerzakken zijn aangeschaft.
Een keurige verkoper van de plaatselijke Expert had het type 'oud' genoemd, maar de huisvader vertelde dat zijn TCX400 nog zuigt als de beste en maakte brutaal een flauwe grap over vrouwen…
Na de zolder, de trappen en de overloop is de slaapkamer aan de beurt. Daarvoor moet het snoer worden omgeprikt. En dan doet de oude vertrouwde stofzuiger opeens niets meer.
Dood.
Hoe hij ook op de powerknop drukt. Een ander stopcontact; het maakt niets uit. Zelfs het verversen van de zak en de filtertjes helpt niet.
Moedeloos wordt hij er van. Droevig ook. Beteuterd zit meneer op de grond met het comateuze apparaat op schoot. De slang levenloos om zijn nek. Hij vraagt zich al af wanneer er gelegenheid is om een nieuwe aan te schaffen en of die verkoper soms een glazen bol heeft.
Ten einde raad is de technische klap een laatste redmiddel. Eerst aan de zijkant, daarna er bovenop. Hard met de vlakke hand. En prompt begint de stofzuiger weer keihard te ronken…

vrijdag 11 januari 2008

الجزيرة

Rotterdam. De afgelopen veertien jaar heb ik voor heel wat verschillende opdrachtgevers mogen werken. De lijst die ooit begon bij Lokale Omroep Start en AT5, bevat inmiddels bijna alle landelijke omroepen, een aantal regionale zenders en zelfs flink wat buitenlandse stations. Maar niet eerder waren mijn beelden te bewonderen op het Arabische netwerk Al Jazeera. Sinds vandaag is daar verandering in gekomen. 
Nou moet je niet gelijk denken dat ik zo’n grotopname van Osama Bin Laden heb gemaakt. Naast de nieuwszender is er ook Al Jazeera Sports en die hebben de uitzendrechten van de Nederlandse voetbalcompetitie. Wij hebben een voorbeschouwing gedraaid op de topper Feijenoord-PSV die zaterdagavond rechtstreeks wordt uitgezonden in het Midden-Oosten.
Al Jazeera is een klant van dutchView en tot nu toe deed ik er ook altijd een beetje lacherig en flauw over. Dat was niet geheel terecht als je bedenkt hoe groot het afzetgebied van deze zender is. Onlangs bekeken naar schatting 40.000.000 miljoen mensen via dit station de wedstrijd VVV-Ajax. 
De reportage die wij vandaag hebben gedraaid met de buitengewoon sympathieke verslaggever Abdel zal voor de wedstrijd worden uitgezonden. De interviews met Tim de Cler en Nuri Sahin worden naar alle waarschijnlijkheid gezien door miljoenen in Marokkaanse cafeetjes, Tunesische huiskamers en Algerijnse theehuizen. In Jordanië, Djibouti, Saoedi-Arabië, Jemen, Koeweit, Egypte of Irak. Een voorzichtige schatting komt al gauw ver boven die paar miljoen die bijvoorbeeld naar Boer Zoekt Vrouw kijken. Een reden om deze klus zeer serieus te nemen.
Maar ik ben niet de enige die Al Jazeera niet helemaal op waarde wist te schatten. De eredivisieclubs doen ook weinig met de mogelijkheden die dit kijkerspubliek met zich meebrengt. Ik zou om te beginnen de verslaggever (de cameraploeg) van zo’n groot station meer in de watten leggen. 
En wat dacht je van de sponsormogelijkheden? Als ik bijvoorbeeld Philips was, dan zette ik op de relatief goedkope boarding langs de Nederlandse velden boodschappen voor de Arabische kijkers. Misschien zijn ze in Marokko of Algerije niet zo koopkrachtig (hoewel zij ook een televisietoestel hebben), maar in de oliestaten zit wel veel kapitaal. Het is in ieder geval een gigantische markt. Reken maar dat het opvalt als je in Arabische koeienletters langs het veld in de Kuip zet: ‘Wij doen de hartelijke groeten aan alle lieve kijkbuiskinderen van Al Jazeera.’ 




woensdag 9 januari 2008

onmisbaar

Hilversum. 'Niemand is onmisbaar!', zei mijn baas een paar weken geleden. Ik waardeer de man enorm, hij bedoelde het vast niet onaardig en hij heeft in zekere zin gelijk, maar het is en blijft een rotopmerking. Van zo'n uitspraak gaan mijn schaarse haartjes overeind staan.
Bovendien zijn er altijd uitzonderingen. In ons bedrijf werkt één persoon die hartstikke onmisbaar is. Zonder hem stort de wereld wel degelijk in elkaar.
Je hebt nou eenmaal van die mensen die iets extra's met zich meebrengen. Die een groot hart voor de zaak hebben, veel talent en kennis bezitten, hun klanten koesteren en lief voor alle collega's zijn. Noem ze voor mijn part de bedrijfsheiligen. Het zijn prinsjes die misschien iets meer liefde en aandacht opeisen, maar daar krijgt de firma veel voor terug. Ze zijn uniek en komen nooit in grote getale voor.
Wij hebben er ééntje. Iedereen weet het. Zelfs de baas heeft het in de gaten, al zal die dat niet snel toegeven. Zie het als een zakelijke overweging. Op bladzijde 2 van het handboek voor iedere manager staat namelijk dat je nooit mag zeggen dat iemand onmisbaar is, want dan is elke onderhandelingspositie naar de haaien.
Toch moeten we die ene supercollega in de watten leggen. Overlaadt hem met schouderklopjes, pluimen en steek desnoods een heel Pinopak in zijn bibs. Geef de man opslag, hij verdient hoge bonussen. Schreeuw van de daken dat ons bedrijf zonder hem het bedrijf niet meer is.
Nu maak ik me zorgen. Al weken slaap ik slecht. Die ene opmerking spookt steeds door mijn hoofd en ik vraag me af hoe schadelijk zo'n uitspraak is. Je moet de ware topper namelijk niet boos maken of teleurstellen.
De directeur kan dan wel heel stoer doen alsof iedereen gelijk is en zelfs de beste paarden van stal de indruk geven dat ze vervangbaar zijn, hij moet zich realiseren dat juist hoogvliegers altijd gevoelig en onzeker zijn. Die kwets je met zo'n opmerking. In het ergste geval daag je ze uit en lopen ze regelrecht door de voordeur naar buiten.
Dat kunnen we naar mijn mening op dit moment niet gebruiken. Dus als de manager niemand onmisbaar vindt, dan kan hij bij wijze van uitzondering maar beter even zwijgen. Of doen alsof…
Het is te hopen dat die ene collega, onze Bonfire, het niet heeft gehoord. Misschien tilt hij er toch minder zwaar aan en is hij het al lang weer vergeten.
Laat het zo zijn dat ik me druk maak om niks!

maandag 7 januari 2008

fotogeniek

Amsterdam. Op het eerste gezicht is het een gewoon meisje. Mooi, maar niet bijzonder bijzonder. Ze zit, gekleed in een maagdelijk witte badjas, op de bank. Haar lange benen opgetrokken, met de voeten tegen de billen. Voor haar neus ligt de Elle Girl. Ze leest niet. Het is meer een beetje bladeren. Misschien doet ze zo wel inspiratie op.
Even later plukt een luidruchtige dame aan het haar van het meisje in badstof. Er wordt zoveel haarlak gespoten dat de zwaartekracht geen enkele invloed meer heeft. Onder de ogen wordt nog wat make-up gesmeerd. Zelfs haar ranke vingers worden opgemaakt.
Er staan nogal wat mensen te kijken als de badjas uit gaat. Gelijk duikt een styliste op het onderbroekje. Het wordt voorzichtig uit de plooi getrokken. De fotograaf geeft aanwijzingen. Iemand schuift een grote daglichtlamp dichterbij. De visagiste doet nog iets met mascara ofzo. Belangrijke types kijken vol verwachting naar de computerschermen, die rechtstreeks zijn verbonden met de digitale fotocamera. Een Mamiya.
Hier wordt de nieuwe underwear collectie 'geschoten'. Het is geen straf om eens bij zo'n ondergoedfotoshoot aanwezig te zijn. Hoewel de dag voornamelijk bestaat uit wachten. Speciaal voor de schaars geklede modellen staat de verwarming hoog. Daar word iedereen een beetje duf van. Ook het blonde meisje staat al te geeuwen in haar boy short.
De muziek staat hard genoeg om elkaar slecht te kunnen verstaan. Op de iPod is gezocht naar een trendy nummer waar de fotograaf lekker op kan werken. Nu gaat het beginnen. Hij knipt in zijn vingers en krijgt van zijn assistent het fototoestel aangereikt. Als je goed kijkt zie je dat de kunstenaar zichzelf voor deze gelegenheid ook een beetje heeft gepoederd.
Het meisje leunt tegen een witte muur zoals geen normaal mens kan leunen. Laat staan dat dit een natuurlijke pose is, maar in beeld ziet het er lekker uit.
Ik kijk door de lens van mijn camera. Ben blij met de zoomfunctie en met de opdracht die mij verplicht om professioneel te gluren. Het meisje lijkt plotseling betoverd. Er is niets over van het wicht dat hier een paar minuten geleden nog verveeld en chagrijnig stond te gapen. Hier staat een fotomodel! Ze komt dwars door het beeld heen.
Dit is wat ze noemen fotogeniek.
Het heeft in dit geval niets te maken met belichting. Meer met de knop die ze kennelijk kan omschakelen zodra er een lens op haar is gericht. De blikken die ze de ruimte in slingert laten zich het best omschrijven als zwoel of dromerig. Knap acteerwerk, al is het maar voor een paar seconden. Na de fotoklikjes kan ze weer ontspannen.
Als het model recht in de camera kijkt is het alsof ze alle radertjes van het apparaat kan zien. Ze is ook gespecialiseerd in het door iemand heen kijken.
Het is voor een belangrijk deel ook de magie van fotografie of film. Ik zie wel vaker dat iemand niet echt opvalt tot je hem of haar door een zoeker bekijkt. Ik ken een paar presentatoren en presentatrices die het hebben, maar het is nog leuker als je iemand voor de camera hebt en pas tijdens de opname opeens ontdekt hoe mooi de persoon in beeld eigenlijk is.
Het is de kunst van fotografen en modellenbureaus om deze gave te ontdekken, want het is niet altijd op het eerste gezicht te zien. Een getalenteerd model kan wat extra's geven. Zo ook de dame die hier aan het werk is. Zij mag met haar overdosis visuele uitstraling een topmodel genoemd worden.
'Dat meisje kost 20.000 euro per dag...', fluistert iemand in mijn oor. Twintigduizend! En het zou zomaar waar kunnen zijn.



zondag 6 januari 2008

vrijdag 4 januari 2008

bedrijfsfilm

Amsterdam. Wie als cameraman meer wil verdienen kan zich beter niet storten op televisiewerk. In omroepland staan de prijzen al jaren onder druk. Als gevolg van genadeloze concurrentie, het ontbreken van een branche-CAO en het feit dat omroepen de neiging hebben om op te leggen wat iets mag kosten, zijn de winstmarges nihil. En als ergens winst gemaakt wordt, dan gaat dat geld uiteraard niet naar de medewerkers die elke dag met hun poten in de modder staan.
Met enige regelmaat word ik aangesproken door producenten, programmamakers en omroepbaasjes over de (te) hoge uurtarieven die mijn baas durft te vragen. Het zijn altijd types die meer verdienen dan ik, maar niet snugger genoeg zijn om te begrijpen dat ze het rechtstreeks over mijn salaris hebben. Er bestaat namelijk een verband tussen het bedrag dat voor mijn werk betaald moet worden en het geld dat mijn baas iedere maand op mijn privérekening stort.
Ja, we hebben het hier over een kleine frustratie en het is inderdaad niet de eerste keer dat ik dit thema aanhaal. Maar het gaat om iets anders.
Filmers die zich storten op hoogwaardige bedrijfsfilms, presentaties of commercials krijgen over het algemeen beter betaald. Ondernemingen die niets met de televisie-industrie te maken hebben zijn vaak wel gewend de portemonnee te trekken voor specialisten. Cameramensen die fluitend € 800,- euro voor een dag van 10 uur durven te vragen bestaan ook, maar voor zover ik weet komen zij nooit binnen de Gemeentegrenzen van Hilversum.
Je zou zeggen 1+1=2; ga lekker bedrijfsfilms maken! Maar zo eenvoudig is die keuze niet. Ik vind dat meestal stomvervelend werk.
Je komt terecht in situaties waar niet duidelijk is wie het voor het zeggen heeft. Er spelen altijd meer belangen dan je in eerste instantie zou denken. Het is de vage wereld van communicatieadviseurs zonder kennis van zaken. Bureautjes die voor veel geld zijn ingehuurd en vooral bezig zijn met het veilig stellen van een volgende opdracht. En baasjes die belangrijk zijn tot de directeur om de hoek komt kijken.
Het wemelt er van de irritante angsthazen. Mensen die niet tegen een hoge pief zeggen dat zijn das scheef zit of dat hij een vlek op zijn pak heeft. Zij betalen liever een extra draaidag om alles over te doen en verzinnen dan een smoes. Het zijn mannetjes en vrouwtjes nooit helemaal eerlijk hun eigen mening geven.
Als je opnamen maakt op een afdeling van een bedrijf, zijn alle mensen bang dat de andere afdelingen er wat van vinden. Bovendien poept iedereen in zijn broek voor de mening van managers of aandeelhouders en dus wordt er op de set meer gediscussieerd dan in het Lagerhuis. Het eindresultaat is vaak een opeenstapeling van compromissen en daar worden filmpjes over het algemeen niet beter van.
Het gaat dus niet om de ideeën van een regisseur en zijn filmploeg, maar om slijmballerij. Veerkracht, de bereidheid om mee te werken aan geldverslinding en het vermogen om naar de mond te praten van de persoon met het geld op zak. Het probleem is dat dit nooit één persoon is. De een is ingehuurd door de ander. Die moet verantwoording afleggen aan een meerdere, wiens budget weer wordt gecontroleerd door een nog hoger baasje. En zo gaat het verder.
Je moet dan als filmploeg wel heel erg de U-vraagt-wij-draaien-mentaliteit hebben…
Tot op zekere hoogte gaat het in Hilversum natuurlijk ook zo, maar in de bedrijfsfilmbranche -voor zover ik deze ken- is het vele malen erger. En ik kan daar heel slecht tegen.
Één keer heb ik een echte commercial gedraaid met alle toeters en bellen. Daar werd ik knettergek van het oeverloos gelul en alles ingewikkelder maken dan het feitelijk is, om maar te rechtvaardigen dat er veel te veel betaald wordt. Zo heb ik aan de andere kant ook weinig met zwaar gesponsorde televisieprogramma's waarbij de betalende partij een dikke vinger in de pap heeft. Het wordt er namelijk niet gezelliger van.
Stuur mij dan toch maar met een geluidsman en een verslaggever het land in voor een filmpje dat vanavond wordt uitgezonden en waar dus niet over gediscussieerd kan worden, omdat daar simpelweg geen tijd meer voor is.

donderdag 3 januari 2008

Het Klokhuis is jarig!

Op 3 januari 1988 werd de eerste aflevering van Het Klokhuis uitgezonden. Dat is dus precies 20 jaar geleden. Een wereldprestatie in grillig Hilversum. Het is zeer terecht dat dit briljante kinderprogramma verschillende woeste omroepstormen heeft overleefd en nog steeds bestaat.
Hulde voor de makers! Met name voor alle deskundige regisseurs, de creatieve redactie, productie, de kapsonesloze presentatoren, de drama-afdeling en ik zou het bijna vergeten; ook voor alle editors en cameraploegen. Wat dat betreft dus ook een klein applaus voor mezelf!

Mijn allereerste Klokhuisreportage ging over persoonsbeveiliging. Lang voor dit zo'n hot issue was. Jeroen Kramer presenteerde, Richard Vierbergen deed de regie en Leo Onderwater was er bij voor de redactie. Wie de geluidsman was weet ik jammer genoeg niet meer. Bloednerveus was ik; dat weet ik dan weer wel. Niet eerder had ik een programma van dit kaliber gedraaid, zo goed voorbereid en mét een compleet script.
Kennelijk kwam het goed.
Later draaide ik reportages voor het 10-jarig jubileum, wat wil zeggen dat ik dus al langer dan de helft van haar bestaan bij Het Klokhuis betrokken ben. Het ene jaar wat meer dan het andere, maar waarschijnlijk zit ik inmiddels ruim over de 100 afleveringen. Had ik het maar bijgehouden.
Terugkijkend denk ik meteen aan twee lange dagen op een marinefregat inclusief spectaculaire helikoptervluchten, het afschieten van oefentorpedo's en slapen aan boord. Ook hebben we een keer op de Veluwe gekampeerd met twee boswachters. Zij zouden ons wel even damherten laten zien. Twee dagen hebben we ons best gedaan en uiteindelijk had ik één bruikbaar shot van zo'n beest.
Qua fabrieken en productieprocessen kom ik tot een indrukwekkende lijst. Van een pizzafabriek langs de chocoladefabriek, de DAF fabrieken, de autobandenfabriek, melkfabriek en een kunstgrasfabriek naar daar waar ze ijsjes maken. En nog veel meer lopendebandhallen.
Minder smakelijk was de oogoperatie. Dat vond ik niks. Toch vroeg de regisseur me niet veel later ook aan voor een kijkoperatie bij een heel dikke man. We zagen vetlagen en de gevolgen daarvan. Nog dezelfde dag ben ik op een streng dieet gegaan, waardoor ik uiteindelijk meer dan vijftien kilo ben afgevallen. Allemaal dankzij het Klokhuis. Helaas zitten die kilo's er weer bijna allemaal aan door het vele lunchen in verschillende bedrijfskantines waar ze altijd kroketten hebben.
Opeens komt het allemaal terug. De visafslag, vliegen met een Chesna boven zeeschepen voor een reportage over scheepsfotografie, slip- en crashtests, hulphonden, striptekenaars en maskermakers. De botanische tuin, draaien achter de schermen van een soapserie, op pad zijn met voetbalcommentator Evert ten Napel en rondneuzen bij de musical.
Ik vergeet nooit de stank van de compostfabriek.
Hoe werkt de post, gps, waterreiniging of een weerstation? Wat is Wushi? Waarom groeit er haar uit maïs, heten de mannen die schepen in de haven binnen brengen roeiers en wat is fotosynthese? En het houdt niet op.
Deze week werd nog een aflevering over hondensport uitgezonden waar ik de vorige zomer met veel plezier aan heb gewerkt. Want Het Klokhuis levert altijd draaidagen op waar je als cameraman vrolijk van wordt. Op speelse wijze worden interessante zaken helder uitgelegd. Je leert er zelf ook iedere keer weer wat van. Het moet bovendien op een aardige manier in beeld worden gebracht. Altijd op zoek naar visuele grapjes. Je komt bovendien op de gekste plekken en de medewerkers van Het Klokhuis zijn altijd en overal welkom.
En terecht.
Lang leve Het Klokhuis!

Het Klokhuis wordt altijd met veel liefde en vooral plezier gemaakt!

woensdag 2 januari 2008

appeltje

De Meern. Mijn oma schilde na het ontbijt altijd een appeltje. Rood met geel. Nooit zuur, maar zoet. Eerst deelde ze de vrucht in vier partjes, dan sneed ze het klokhuis er uit en tot slot schilde ze de delen. Alleen in december had ze mandarijntjes.
Op het dikke handgeknoopte kleed lag dan een wit tafelkleedje en de krant. De Limburger natuurlijk. Die werd eerst opengeslagen bij de familieberichten, om te kijken of er nog bekenden waren overleden. "Ach, is dae doad?" zei oma dan. Voor mijn gevoel kende ze er iedere dag wel eentje.
Na een nachtje logeren kreeg ik 's ochtends een boterham met appelstroop, kaas en daarop roggebrood. Gesneden in kleine stukjes. Thee met melk en een grote schep suiker. En een van de vier appelpartjes. Dat ze handig met haar schilmesje in twee stukjes hakte, zodat ik het gemakkelijk kon eten.
Mijn oma was de liefste. Haar motto was 'krieg dich nog get!' wat vrij vertaald betekende dat je mocht pakken waar je zin in had. Snoep, chocolade of gebak. Er was altijd wel wat lekkers in huis. Niemand mocht iets te kort komen. Als het aan haar lag gaf ze alles wat ze had om anderen gelukkig te maken.
Het was dus niet gek dat wij graag bij oma kwamen.
Een paar jaar geleden is ze overleden. Het laatste wat ze tegen me zei was dat ik goed uit moest kijken. 'Kiek good oet!' Op z'n Limburgs, want oma sprak altijd in dialect tegen me. Ook al heb ik heel mijn leven stug in het Nederlands teruggesproken.
Vanmorgen moest ik aan haar denken tijdens het schillen van een appeltje voor het fruithapje van mijn zoon. Opeens realiseerde ik me dat ik dit geheel volgens oma's methode doe. Eerst doorsnijden, in vieren delen, klokhuis er uit en dan de buitenkantjes schillen.

dinsdag 1 januari 2008

nachtwacht

Eerbeek. Op de overloop is het donker. Ik zit op de trap en luister. In de verschillende kamertjes om mij heen zijn de kinderen van onze vriendenclub ondergebracht. Ons kind is de enige die nog een beetje piept en ik wil niet dat hij dadelijk de rest wakker brult. Meestal gedraagt hij zich voorbeeldig, maar het is een lichte slaper. Bovendien heeft hij oorontsteking, wat hem ietwat onrustig maakt.
Op zolder hoest en proest Sanne. Het arme meisje is snotverkouden. Haar neus zit potdicht. Die gaat zich straks zeker nog melden.
Beneden is het feest begonnen. Je zou haast denken dat ze geen rekening houden met het slapend nageslacht, maar niets is minder waar. Naast de iPod, die de Bee Gees door de kamer doet schallen, staan de babyfoons in een rijtje opgesteld. Ha, ha, ha, ha, stayin' alive. Alleen ik ben zo stom geweest om onze afluisterapparatuur te vergeten. Vandaar dat ik nog even stand-by blijf voor het moment waarop mijn zoon zijn speentje kwijt raakt.
Kan ik mooi mijn zonden van 2007 overdenken.
Al klaar!

Buiten knalt wat voorbarig vuurwerk. Ik kijk op het schermpje van mijn gsm en zie dat ik, tijdens het oppompen van het luchtbed en het verschonen van de laatste luier, drie berichten heb gemist. Allemaal goede bedoelingen. Een oude bekende wenst zijn hele bellijst een gelukkig Nieuwjaar in het Spaans. Ik stuur een berichtje terug en vraag me af hoeveel smsjes hij zal ontvangen voor het twaalf uur is.
Negen uur. Even leek het stil op het kamertje waar ook wij vannacht zullen slapen, maar nu knort het mannetje weer als een ongeduldig zwijntje. Het gebruikelijke gemopper voor hij zich overgeeft aan de slaap die al lang in zijn ogen zit.
Monique komt voorbij. Haar zoon heeft zich gemeld over de draadloze kinderradio. Hij moet niks hebben van al die bommen op straat.

De rest van de avond sluip ik regelmatig de trap op, om te checken of de baby slaapt, maar vanaf het moment dat hij eindelijk in dromenland is kan niets zijn nachtrust meer verstoren. Zelfs het oorlogsgeweld na twaalf uur niet. Tijdens het knallen van vuurpijlen en megaklappers ga ik nog een paar keer kijken, maar dat is eigenlijk nergens voor nodig.
Ik doe het toch.
In dat stille donkere kamertje bedenk ik me hoe ik tot en met het vorig jaar oud en nieuw vierde. Vaak wild en onstuimig. Meestal dronken of daar dichtbij en in ieder geval zonder zorgen. Nu houd ik me in, omdat morgenvroeg om zes uur de eerste fles van het nieuwe jaar bereid moet worden.

Uiteindelijk wordt het toch een korte nacht. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst op 1 januari al voor negen uur weer beneden in de huiskamer zat. En ik ben niet de enige. Alle jonge ouders zijn weer present. Enkelen hebben wegens kinderverkoudheid helemaal niet geslapen. Zelfs de laatste kinderloze vrienden zijn inmiddels wakker door het leven in huis.

Leuk man; Kinderen!
En een zorgeloos 2008…