Posts tonen met het label ik word papa.... Alle posts tonen
Posts tonen met het label ik word papa.... Alle posts tonen

zaterdag 11 juli 2009

afwachten...

Utrecht. Er is zoiets als ‘de uitgerekende datum’, maar de baby die zich daar aan houdt moet nog geboren worden. Je moet er rekening mee houden dat het eerder of later gebeurt. Een marge van twee weken vooraf en twee weken achteraf schijnt heel normaal te zijn. 
Dat is voor elke werkende papa lastig, maar een kantoorklerk laat zijn crediteuren rustig wachten en gaat direct naar huis, zodra moeder de zwangere vrouw belt met de mededeling dat haar vliezen zijn gebroken. Voor een cameraman ligt dit toch net even iets gecompliceerder. 
Om te beginnen kan een draaidag overal zijn. De ene dag ben je in Kerkrade, de andere in Delfzijl en dan mag je blij zijn als je niet naar Terneuzen hoeft. Wie in zo’n uithoek gebeld wordt met de mededeling dat er een weeënstorm woedt, is bij voorbaat kansloos. Temeer omdat televisiemakers veel belangrijk vinden, maar hun programma is het belangrijkst. Een cameraman mag pas weg als de klus is geklaard en daarover heeft hij zelf niet zo veel te zeggen. 
Ook de regels over afzeggen op het laatste moment zijn in ons wereldje heel flexibel, maar behoorlijk eenzijdig. Last minute annuleren is alleen weggelegd voor opdrachtgevers. Een cameraman die zijn afspraken niet nakomt heeft al snel een slechte naam.
Ik klaag niet. Dan had ik maar in vaste dienst moeten blijven. Of een ander vak kunnen kiezen. Ik stel alleen vast dat je in zo’n situatie geen al te hoge verwachtingen moet hebben. Een cameraman kan dan beter zijn agenda leeg houden. 
Dat is mij deze maand buitengewoon goed gelukt. Onze timing was -geheel per ongeluk- briljant. Omdat de 40e week midden in de komkommertijd valt heb ik maar achttien keer ‘nee’ hoeven verkopen. Nou ja, eerlijk gezegd: zeven keer.
Nu wordt mijn geduld behoorlijk op de proef gesteld. Ik ben al twee weken vrij en de baby blijft zitten waar hij of zij zit. Had ik dan toch moeten gaan werken? 
Straks als de baby er is zal ik toch sneller weer een keer aan de bak moeten. Er moet dan immers nog meer brood op de plank...
Afwachten is niet mijn sterkste kant. 
En als het nog lang duurt, zijn zelfs de muisjes over de datum.

Oh ja, en heren; ga me nou niet bijstaan met praktische tips over hoe ik het hele proces kan versnellen, want ik weet het wel, maar ik doe het niet. Het hart van de ananas houd ik lekker voor mezelf!




woensdag 27 mei 2009

afscheid

Utrecht. Het kantoor is ontruimd. Ik maak plaats voor de tweede kinderkamer. Met pijn in het hart neem ik afscheid van mijn eigen plekkie. De enige ruimte in huis waarover niemand anders iets te vertellen had. 
Het kamertje waar Mick Jagger ongestoord een plek aan de muur had. Daar waar ook het ingelijste drumstokje van Charlie Watts opschepperig hing te pronken. Waar een grote wereldkaart vol kopspelden in een oogopslag liet zien waar ik ben geweest. En waar een rek vol boeken en cd’s iets vertelde over mij. Wie ik ben en wie ik zou willen zijn.
Voor al deze ‘spielerei’ is geen plaats meer. Na bijna 37 jaar moet ik mijn jongenskamer opgeven en eindelijk eens volwassen worden. 
Mick staat in een hoekje en ik probeer er door te drukken dat hij een spijker in de muur krijgt, maar ik vrees het ergste. Over de wereldkaart durf ik niet eens te beginnen. Lieve Lief heeft immers ook een uitgesproken smaak. Een andere...
Op zolder heb ik een mooie werkplek gekregen, waar het uitzicht vele malen beter is. Het enige nadeel van dit kantoor, dat ik voortaan met mijn vrouw deel, is dat ik nooit meer ongestoord windjes kan laten tijdens het typen.
Het is even wennen. 
Alleen mijn allermooiste fotoboeken hebben een plek op het schap gekregen. De cd’s zitten tijdelijk in een doos, tot er een dressoir in de woonkamer is. Van de drie computers die ik door elkaar gebruikte is er nog eentje over. Zelfs de printer deel ik tegenwoordig.
Maar ik heb het er graag voor over. Als mijn voormalig kantoor de volgende week geschilderd is, trekt Art er in. Hij verdient ook een jongenskamer. Nu bepalen wij nog hoe het er uit zal zien, maar over een paar jaar gaat hij daar de posters van zijn idolen ophangen. Misschien kan ik hem nog voorzichtig in de richting van de Rolling Stones pushen...


dinsdag 7 april 2009

circus Rein

Utrecht. Ik heb een grappig kind en een lieve vrouw, een drukke onregelmatige baan, mijn weblogverslaving, wat vrienden, een huis, tuin en rommelschuur. Teveel spullen die kapot gaan of vragen om een nutteloze update. Ik heb een omvangrijk sociaal netwerk, mijn dromen en idealen. Alles bij elkaar heb ik mijn handen behoorlijk vol. En ondertussen steeds meer behoefte aan nachtrust. 
Soms voelt het alsof ik circusartiest ben. Die ene, met de act van draaiende bordjes op smalle wiebelende stokjes. Ik hol heen en weer om telkens een ander bordje aan te slingeren. Ondertussen kijkt iedereen toe om te zien waar het mis zal gaan. 
Voor mijn gevoel kan er geen bordje meer bij. Toch wordt de act deze zomer uitgebreid. 
We verwachten ons tweede kindje. Daar verheug ik me enorm op, maar ik vraag me ook voortdurend af welke bordjes ik moet laten vallen. Het is onmogelijk om alles te doen wat ik wil doen. Ik moet streng keuzes gaan maken. Alleen kan ik nog niet kiezen. 
‘We zien wel.’ Denk ik over het algemeen. Het komt zoals het komt. En als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Wat dat betreft ben ik nu veel rustiger dan toen mijn Lieve Lief zwanger was van de eerste. Maar er zijn momenten... 
Er is nog zoveel te doen. De kinderkamer moet op orde. Het kamertje van de oudste moet ingericht. Gevolg is dat ik mijn kantoor zal opheffen en verhuis naar zolder. 
Er nog niet zo veel gebeurt en ik heb het al zo druk. Krijg ik nou (godverdomme) alweer nesteldrang? 
Paniek!
Hier in huis ben ik degene met de zwangerschapskwalen. Van tijdelijke dementie tot vreetbuien. Ondertussen bekommer ik me om mijn circusact en vrees ik voor het voortbestaan van de weblog als er straks prioriteiten gesteld moeten worden. 


maandag 23 februari 2009

de liefde

Utrecht. ‘Als ik op mijn 32e nog geen man heb, dan neem ik een hond!’ Deze legendarische woorden sprak mijn huidige vrouw ongeveer 12 uur voor onze eerste zoen. Nou moet je niet denken dat ik zo’n enorme ladykiller ben, want als het aan mij gelegden had dan was die Golden Retriever er misschien wel gekomen. Tot u spreekt namelijk een enorme slappeling, die als het er echt op aan komt geen enkel initiatief durft te nemen. Op het gebied van versieren mis ik scherpte. 
Het is alweer een tijdje geleden. Ik hoef tegenwoordig niet meer te jagen en dat scheelt. Telkens werd ik verliefd op meisjes die een paar divisies hoger speelden dan ik. Zodra er iemand uit mijn eigen league interesse toonde gaf ik niet thuis of was ik behoorlijk onaardig. Op een dag, ongeveer twee weken voor ik iets kreeg met mijn huidige Champions Liefde, zei een goede vriend tegen me dat ik mijn houding eens moest veranderen. Hij had groot gelijk, alleen wist ik niet hoe. Na die dag, waarop mijn huidige vrouw het had over een hond, zag ik het licht. 
Inmiddels hebben we samen een kind. Onze zoon Art is iets meer dan 21 maanden geleden geboren. Sinds hij er is weet ik pas echt wat verliefdheid is. Het ventje staat met superstip op 1 en het lijkt wel alsof ik steeds gekker op hem word. Zelfs mijn geweldige werk, dat ik lange tijd boven alles stelde, is gedevalueerd tot een bijzaak. 
Nu begint hij steeds meer te praten. Hij heeft het over ‘assjiene’ en ik weet dat meneer de wasmachine bedoeld. Of als hij ‘sluut’ zegt, dan is dat ‘absoluut’. Zodra we in De Meern komen roept hij vanuit zijn autostoeltje: ‘Bijna thuis!’ En wanneer ik mijn camera pak dan is het ‘Papa, foto maken.’
Na het avondeten klimt hij op de bank en gaan we ‘bouwen’. Hij roept dwingend dat ik moet ‘sitteh!’ en slaat met zijn kleine handje op het kussen. ‘Daaaaaaaarrr moet-ie.’ Dan pak ik zijn Duplo en maak ik een toren. Of een eend of een paard. Als ik mijn bouwwerk bijna klaar heb zegt hij ‘Mooooooooi’, waarna hij het professioneel sloopt. Met een klap slaat hij de blokjes uit elkaar. Het kan me niets schelen. Want als hij naar bed gaat, speel ik nog even zorgeloos verder. 
Samen zijn we dol op rozijntjes en rijstwafels. 
Soms pakt hij me heel stevig vast als ik hem op de arm heb. Dan slaat hij zijn armpjes om me heen en knijpt ze stevig samen. Of ik krijg spontaan een natte zoen. Straks in zijn pubertijd is het misschien allemaal anders, maar nu hebben we het nogal getroffen met elkaar. Mijn aller aller beste vriendje wordt over een paar maanden twee jaar.
Met zijn moeder ben ik inmiddels getrouwd. Ik weet zeker dat ik ook van haar meer ben gaan houden. Wat mij betreft komt er nooit meer een hond. Als ik een rondje wil lopen, dan ga ik wel even met ons kind naar buiten. 
Toch vraag ik me wel eens af hoe het kan dat er zoveel ‘houden van’ in je zit. Er is meer dan ik dacht. Ik hield al heel veel van mezelf, van mijn ouders, mijn zus en mijn vrienden. Mijn lieve lief kwam erbij en er was nog liefde over. Ik kreeg neefjes en nichtjes en toen kwam ons eerste kind. Even dacht ik dat het op zou raken, maar dat is dus niet zo. 
Er is een nieuwe uitdaging in de maak. Ons tweede kindje komt er aan. Over precies 20 weken verwachten we, midden in de zomer, een vers jongentje of meisje. Ook van hem of haar zal ik zielsveel houden. Word ik weer knetter verliefd. Dat weet ik heel zeker, al begrijp ik totaal niet waar zo gigantisch veel liefde vandaan kan komen. 


zondag 13 mei 2007

ze zeggen ...

Beesel. Een testje: Neem het getal 722. Tel daarbij op de maand waarin de eerste dag van je laatste menstruatie was. Trek van dat getal je leeftijd af. Deel het door de lengte van de penis van je vriend. Vermenigvuldig dat cijfer met de uitgerekende datum. Is de uitkomst een even getal, dan krijg je een meisje. Bij een oneven getal wordt het een jongen. Of toch een meisje.

Als je tussen de ervaringsdeskundigen zit hoor je de gekste verhalen over zwangerschappen. Vooral zwangere vrouwen en moeders wagen zich aan de dolste voorspellingen. Alsof ze na de conceptie opeens massaal gaan geloven in Eucalyptateksten, Jomandabezweringen en Zweinsteingeneuzel.
Bakerpraat.
Aan de omvang van de buik kan je aflezen of het een jongen of een meisje wordt. Anderen zien het aan de streep die wel of niet van de navel naar de schaamstreek loopt. Het licht er natuurlijk wel aan of je met het hoofd naar het noorden of het zuiden slaapt. Of je kont dikker is geworden en hoe vlassig het haar opeens is. Aan de dikte van je bovenarmen kan je het ook zien.
Ga voor de spiegel staan en kijk of je pupillen groter worden als je staart. Dan wordt het een jongen. Of een meisje… Trek daarna het onderste ooglid naar beneden. Zie je een gesprongen adertje in de vorm van een J, dan wordt het een jongen. Als het adertje meer op een M lijkt loop je het risico dat het kind dol is op Mc Donalds.
Onzin natuurlijk. Allemaal.
Alleen de Chinese astrologie kan het antwoord geven op de vraag die je aan de echoscopist niet wilde stellen. Zij hanteren de methode van de zich voortbewegende zaadcellen. Jongensverwekkende spermaatjes zijn sneller dan die van de meisjes. Alleen overleven meisjeszaadjes het langer tussen daad en ovulatie. Snap je?
Alles draait om de timing van de bevruchting. En daarmee kan je leuk rekenen als je niks beters te doen hebt.
Er is zelfs een glazenboltest voor mannen. Want ook uit het gedrag van de aanstaande vader schijn je op te kunnen maken welk geslacht de baby heeft. Belangrijk is de vraag of je eetgewoonten anders zijn dan vóór de zwangerschap. Tsja, lijkt mij logisch. Al haar Filet American heb ik ook opgegeten. Net als haar wijntjes die ik heb gedronken. Alleen aan de Franse kaasjes heb ik me niet gewaagd en dus wordt het een jongen! Of een meisje.

Ik wil het (nog) niet weten. Het antwoord op de vraag komt snel genoeg.

woensdag 9 mei 2007

pff – pff – pff – pff – pfffffffff

De Meern. Wel of niet mee gaan naar de zwangerschapsgym is voor iedere aanstaande vader een ingewikkeld dilemma. Als je gaat vinden vrouwen je een schatje, maar vrienden en collega's noemen je een watje. Blijf je thuis of heb je werk als excuus, dan mis je straks wellicht cruciale informatie tijdens het puffen.
In een vroeg stadium van 'onze' zwangerschap heb ik besloten alle gene overboord te gooien. Als je het doet, moet je het goed doen. Ik ga all the way! En als het echt vreselijk is kan ik het altijd nog zien als inspiratiebron voor mijn weblog.
Regelmatig loop ik voor spek en bonen mee naar de verloskundige en tijdens de partneravond van de pufcursus ben ik van de partij. Zo uniek is dat ook weer niet, ontdek ik als ik het zaaltje van het consultatiebureau betreed.
In een kring zijn twintig stoelen geplaatst en naast iedere zwangere buik zit een volwassen man die onzeker om zich heen kijkt. Ze zijn er allemaal! Sommigen geven een ferme hand, anderen verschuilen zich achter hun dikke vrouw. Het is verdacht stil in de muffe ruimte. Ook de dames zijn kennelijk nerveus. Niemand weet precies wat de pufjuf op haar programma heeft.
Schuin tegenover me zit een man die er duidelijk geen zin in heeft. Iedere porie van deze nukkige kerel straalt uit dat hij dit een belachelijke bijeenkomst vindt. Misschien heeft hij zijn voetbalavondje moeten laten schieten of het wekelijkse darten met vrienden. Het kan ook zijn dat hij hard is uitgelachen door collega's in de bouw.
Deze cursus vind hij zonde van zijn tijd. Om de minuut kijkt hij op zijn horloge en anders staart hij kwaaiig naar het linoleum. Aan zijn aanwezigheid is ruzie vooraf gegaan, dat kan niet anders.
Even lijkt het er op dat Carla (de weeënakela van deze avond) het bij de theorie houdt, maar na twintig minuten moeten we toch nog opstaan.
Alle besproken tips en trucs oefenen we in de praktijk. Mocht mijn vriendin straks vroegtijdig de moed verliezen, dan moet ik de rust zelve blijven, puffen, wrijven en daar waar mogelijk ondersteunen. Meeleven to the max.
Ik weet zeker dat ik daar goed in ben, maar niet in dit gezelschap. Ik kijk om me heen en zie negen andere stellen onwennig uitademen en masseren. Baarmoeder Carla loopt rond om te controleren of we het goed doen, maar zeer gedetailleerd zijn haar aanwijzingen niet. Ik doe maar wat en ben vooral bezig met het onderdrukken van een slappe lach. De ongemotiveerde deelnemer, schuin tegenover me, zit op een stoel en doet niks. Zijn vrouw moppert zachtjes.
We krijgen koffie, maar als de vliezen net zo traag breken als het ijs in deze groep, dan wordt het nog een hele bevalling. Naast me zit een vrouw die meer moppert dan Louis van Gaal na de verloren wedstrijden van de afgelopen week. Harde buiken, bekkeninstabiliteit, schijnweeën en nare dromen. Zij heeft de roze wolk duidelijk niet gevonden of is er inmiddels hard vanaf gevallen. Haar man houdt zich wijs aan basisregel numero uno voor aanstaande vaders. Hij zwijgt.
Over de belangrijkste taken van de man tijdens en na de bevalling wordt niet gesproken. Geen woord over sluitertijden of beavershots. Ook niets over ónze rustmomenten, dat wij goed moeten eten of wanneer we dan eindelijk een biertje mogen nemen.
Het kan mij niets meer schelen. Na een kleine twee uur ben ik er klaar mee… eh, voor.
Ik weet genoeg. Denk ik. Nu eerst even uitpuffen.

donderdag 3 mei 2007

bevalling

Utrecht. Ik had me voor de zwangerschap van mijn vriendin nooit zo verdiept in het fenomeen bevallen. Het interesseerde me niet en waarschijnlijk heb ik telkens slecht geluisterd als ervaringsdeskundigen de ware horrorverhalen vertelden. Oost-Indisch doof, compleet genegeerd of onbewust verdrongen. Alleen nu de toekomstige verjaardag van mijn zoon (of dochter) nadert, ligt het even anders.
Moeder natuur heeft mijn ogen en oren geopend. Opeens hoor ik links en rechts de meest gruwelijke getuigenverslagen. Inclusief het aantal uren dat het kan duren. Mensen sparen je niet meer als je binnenkort bij de club komt. Alles onder het mom van goede bedoelingen en voorbereiding, maar ik zie het als pure bangmakerij.
En dat lukt.

Ik noem even een paar scrabblewoorden:
Ondersteek.
Navelstrengklem.
Kraammatras.
Zoogcompressen.
Kraamverband.
Verlostang.
Placenta.
Stuitligging.
Weeënstorm.
Vacuümpomp.

Al deze woorden hebben voor mij sinds kort een betekenis gekregen. Tegenwoordig denk ik na als ik er iets over hoor en ik baal dat ik zo visueel ben ingesteld. Ik vrees dat ik straks precies op het verkeerde moment naar de onderkant van mijn partner kijk en een trauma voor het leven oploop.
En dan heb ik het niet gehad over de mededeling dat inknippen geluid maakt. Wat er kan gebeuren tijdens het in- of uitscheuren. Over bloed, poep en pijn. Of het feit dat het doorknippen van de navelstreng niet een eenvoudig knipje schijnt te zijn, maar dat dit een taaie worst is.
Opeens begrijp ik beter dat sommige vaders te laat komen voor de bevalling en dat mannen vroeger even naar de kroeg moesten voor ze aangifte gingen doen.
Om eerlijk te zijn denk ik nu dat de baby niet het grootste wonder van de bevalling is, maar het niet flauw vallen van de aanstaande vader.

donderdag 19 april 2007

prenatale depressie

De Meern. Soms schrik ik midden in de nacht wakker, omdat ik gedroomd heb dat het een jongentje wordt. Zo'n kleine druktemaker die dan over een paar jaar iedere zaterdagmorgen naar V.V. De Meern of UVV moet. Een pestkop die soldaatje wil spelen. Man van draken en dino's.
Maar het gebeurt ook zomaar dat ik de volgende nacht slecht slaap van de gedachte dat ik een dochter zou kunnen krijgen. Dan zit ik binnen de kortste keren opgescheept met Barbie en (erger) Ken. Word ik helemaal appelig van de liedjes van K3 en moet ik op mijn vrije dag mee naar balletles.
We weten het niet. Dat maakt het ook wel weer aardig. Mijn vriendin is overtuigd van het ene en ik ga er tegenin met het andere geslacht. Alsof het iets uit maakt. Het hoeft alleen maar gezond te zijn en gelukkig te worden. Meer wens ik niet…
En dan ga ik dáár weer over piekeren.
Het is vrij simpel. De spanning stijgt.
Nog een weekje of zes en dan bereikt mijn vriendin de uitgerekende datum. Al over twee weken begint haar zwangerschapsverlof en vanaf dat moment heb ik nooit meer een doordeweekse vrije dag helemaal voor mezelf. Het idee beangstigd me nog een beetje.
Met mijn vriendin gaat het prima. Ja, ze heeft een dikke buik en stevige enkels, maar verder doet de aanstaande moeder het geweldig. Zij heeft nergens last van, terwijl ik lijd aan alle zwangerschapskwalen uit de boekjes.
Allergieën, harde buiken, winden, snurken, bad hair days, bandenpijn en rugpijn. Ik ben snel moe, heb nesteldrang en last but not least zwangerschapsdementie.
Ik laat de Senseo lopen als er nog geen koffiepads in zitten en met de klep wagenwijd open. Door de chaos op het aanrecht laat ik dingen uit mijn handen vallen. Ik vergeet een deel van de boodschappen, kom thuis met een lege printerdoos, laat sleutels in de deur steken en verslik me in een klein stukje wortel, omdat ik niet kauw.
Waarschijnlijk zijn het de zenuwen. Het kan me allemaal niets schelen, als ik straks maar geen postnatale depressie krijg.

vrijdag 6 april 2007

moederkoek

Haarlem. Omroeplanders zijn rock 'n roll. Alle mensen die in Hilversum werken zijn dynamisch, swingend, tegendraads, onweerstaanbaar mooi en vooral verre van burgerlijk. De gewonemensenwereld is bekrompen en saai.
Dacht ik...
Nu werk ik al wat langer bij de televisie en weet ik beter. De drang naar spanning en sensatie is tijdelijk. Alleen jong Hilversum is snel en wild. In de meeste gevallen slaat de treurigheid toe als de dames en heren ongeveer 35 jaar zijn. Een enkele uitzondering daargelaten.
Neem bijvoorbeeld het grijze busje waarin vanmorgen drie hippe televisiemakers van Hilversum naar Haarlem reden. Twee jonge vaders en één aanstormend talent op dat gebied. De laatste hoorde de ervaringsdeskundigen uit.
Vanaf Weesp ging het gesprek uitsluitend over bevallen. Niks auto's, voetbal, politiek, reizen, nieuwe camera's of fotomodelmeisjes, maar babypraat alsof de vriendinnen van mijn liefje bij elkaar zaten.
Bedklossen, indalen, kompressen, weeën, kraammatrassen en bloederige placenta's.
Nooit geweten dat je het zo lang over de nageboorte kan hebben. Met mannen! En ik wist al helemaal niet dat ik dit een interessant thema zou kunnen vinden.
Wat doe je met de placenta? Nog nooit over nagedacht.
Weggooien zou ik zeggen, tot ik hoorde dat een stel het in de vriezer bewaart. Geen idee waarvoor. Anderen hebben de moederkoek in de tuin begraven en er een boompje op geplant. Symbolisch. Een radiopresentator heeft het opgegeten. Of moet je het aan de hond (van de buren) voeren, zodat deze een speciale band krijgt met het kindje. Wat is de norm?
Gelukkig is de vriendin van Cees verloskundige en dus überdeskundige op het gebied van kraampraat. Ze werd gebeld, op de speaker, en stelde me gerust. De placenta gooi je normaalgesproken in een vuilniszak. Liefst een dubbele tegen het lekken. En met hetzelfde gemak gooi je het in de afvalbak.
Ik moest lachen om mezelf terwijl ik even in de binnenspiegel keek. Nu al bloednerveus. En nog zoveel te doen. Een matje in de auto leggen bijvoorbeeld, zodat de bekleding niet nog viezer wordt als daar per ongeluk de vliezen breken…
De mannen van de wereld waren al in Haarlem, lang voor we uitgesproken waren. Gelukkig moesten we ook nog terug naar Hilversum.

maandag 2 april 2007

buiten spel

De Meern. Israel en de Palestijnen, maar dan in het klein. Pal achter ons huis. Het conflict speelt zich af in de zogenaamde Romeinenzoom waar 2000 jaar geleden het Drususkanaal werd gegraven. Het park wordt momenteel ingericht door de gemeente, maar een klein stuk van de groenstrook is in beslag genomen door jongens uit de buurt. Ze hebben er een hut gebouwd van pallets, Vinexhout en andere bouwmaterialen.
Iedereen die er in wil moet voldoen aan de eisen van de leider, Koning Buurjongen. Het is zijn hut. Van democratie is geen sprake. Hij heeft het initiatief genomen voor de bouw en nu is hij de baas. Simpel.
Wat hij van zijn mannen verlangt is loyaliteit en strijdbaarheid.
Gisteren wilde een 'Marokkaantje' uit de buurt dolgraag meespelen in het houten fort. De selectiecriteria waren duidelijk hoorbaar, zo vertelde een vredelievende buurvrouw. Of de jongen wel eens gevochten had, werd hem gevraagd. Dat niet. Of hij dan met stenen kon gooien? Een beetje. Of hij ooit zijn doel getroffen had? Niet echt. En of hij bereid was te vechten tegen andere Marokkanen?
Mannetjes van acht, negen jaar…
De knul met een tintje verklaarde de ballotagecommisie voor gek. De consequentie was dat hij er niet in kwam. Een nieuw conflict was geboren.
Het wij en zij denken vindt al dagen plaats. Er is een groep jongetjes die in de hut mogen klimmen en er is een groep die niet eens in de buurt wordt geduld. De verdediging van de hut is een serieus onderwerp. Op gezette tijden oefenen de dappere strijders onder leiding van Koning Buurjongen. Dan hebben ze het over 'de oorlog' en over 'aanvallen!' Op die momenten maken ze in ieder geval veel geluid.
Ik zie een pijl en boog. Het schijnt dat in de hut meer 'echte wapens' liggen. Dat is natuurlijk allemaal spel, maar vanmiddag liep het een beetje uit de hand. Vanaf ons dakterras konden we rustig observeren hoe de twee groepen jongens elkaar uit de tent lokten.
Pesten, treiteren, opfokken…
Uiteindelijk werd er eentje zo boos dat hij met stenen begon te gooien. De Palestijn. Hij kwamen zo dicht bij de zwaar beveiligde hut (Israel) dat Koning Buurjongen in paniek raakte en uiteindelijk zijn moeder riep. Amerika!
Er werd ingegrepen.

Het is interessant om die mannetjes van een afstandje in de gaten te houden. De vorige week was ik nog jaloers, toen ze de hut aan het bouwen waren. Wat had ik graag geholpen. Al het oude hout uit ons schuurtje heb ik beschikbaar gesteld.
Nu zijn ze klaar met bouwen en is er tijd over. Gaan ze ruzie zoeken…
De overeenkomsten met de grotemensenwereld zijn beangstigend. Ik vraag me af waarom jongetjes altijd zo agressief moeten zijn. Doe mij de buurmeisjes maar. Die spelen gezellig in hun tuintje met een namaak grasmaaiertje.

vrijdag 30 maart 2007

alledaagse ergernissen

De Meern. Ik noem geen namen, maar iemand hier in huis ergert zich wezenloos aan nagelbijten en neuspulken. Knetterende winden zijn ten dele verboden; háár scheetjes zijn namelijk om te lachen. Ze beweert ijskoud dat vrouwelijke rufjes niet stinken. En nu gebruikt ze de zwangerschap ook nog als excuus. Het is de baby die het doet.
Dit is natuurlijk geen reden om een echtscheiding aan te vragen, maar wel goed voor regelmatige opwinding. Het hoort thuis in de categorie alledaagse ergernissen, waarin ook de frustraties zitten over lege melkpakken die telkens op het aanrecht blijven staan en niet opgevouwen in de afvalbak worden gegooid.
Of erger, de manier waarop hier in huis een zak brood opengetrokken wordt. Niet de dichtgeplakte opening voorzichtig los maken, maar een scheur te trekken in de achterkant van het plastik. Hierdoor kan de zak niet meer dicht en droogt het brood sneller uit. Toch eet ze het nog als het al tegen de schimmel aan zit, want het blijft zonde om oud brood weg te gooien. Liever iets laten rotten in de koelkast dan voortijdig opruimen. Wat zal ik over een tijdje blij zijn met het 'eendjes voeren'.
Oké, oké, ik geef toe dat ik het bad vaker moet uitspoelen als ik heb zitten weken. Het zijn de intieme viespeukerijtjes van het kaliber streep in de pot of een klodder tandpasta in de wasbak. Douchedeur schoonmaken en de kleerkast achter je kont dicht schuiven.

Voorlopig voeden we elkaar op. Ik ben benieuwd volgens welke richtlijnen onze kleine ukkepuk straks zal opgroeien. Wordt onze kleine koter een neuroter of toch iets chaoter?

maandag 19 maart 2007

KL

Kuala Lumpur, Maleisië. Op de terugweg weer een tussenstop in Maleisië. Kuala Lumpur International Airport. Er is geen vliegveld, op Schiphol na, waar ik zo vaak ben geweest. Ik was hier in 2000, 2001, 2003, 2005, 2006 en nu weer in 2007. Soms zelfs een paar keer per jaar.
Er zijn minder aangename bestemmingen.
We hebben een dag. Vandaag is het is erg vochtig en de zon breekt niet door de wolken heen. Ideaal voor een bliksembezoek aan de stad.
Ik ben dol op Maleisië. De mensen zijn vriendelijk en gastvrij. Het is een groen land, het klimaat is over het algemeen ideaal voor ontspannen zonvakanties. Er zijn genoeg goede hotels en fantastische resorts voor een betaalbare prijs. Vrienden van mij duiken vanaf woensdag een weekje onder op zo'n belachelijk luxe vakantiebestemming en ik moet toegeven dat ik stikjaloers ben.
Mijn prioriteiten liggen op een ander vlak. Dit is voorlopig mijn laatste verre reis. Ik word papa en ben tijdelijk veroordeeld tot de kinderkamer, Pampers en in het wildste geval tot Centre Parks of familiecampings in Frankrijk.
Maar eerst met de sneltrein van het vliegveld naar het centrum van Kuala Lumpur. Nog even de lucht opsnuiven van een Aziatische markt. De mix van wierook, uitlaatgassen, gepofte kastanjes, vers fruit, levende kippen, zweet en namaak horloges. Iced Caffee Latte bij Starbucks, een foto maken van de Twin Towers en snuffelen in een grote shoppingmall.
Veel verder dan de highlights komen we niet. Het uitzichtpunt vanaf de Skybridge tussen de twee torens is uitgerekend op maandagen gesloten. Bij Borders koop ik een prachtig fotoboek van Annie Leibovitz. Het boek is zwaar, maar relatief goedkoop. Ik kan het niet laten liggen. Mijn collega koopt een paar cd's.
Om een uur of twee nemen we de KLIA Ekspres terug naar het hotel. Als we langer in de stad blijven is er geen tijd meer voor ontspanning en daar heb ik op dit moment behoefte aan. Een week hard werken en het vliegen in combinatie met tijdverschil heeft er inmiddels aardig ingehakt. Deze jongen is moe.


zondag 4 maart 2007

Ajax - Heerenveen

Amsterdam. Vader en zoon zijn uit. De kleine draagt een Ajax shirt met nummer 9 op zijn rug. Daar boven staat 'Huntelaar'. Blijft een mooie naam voor een voetballer.
Het mannetje is een jaar of vijf. Hij neemt de eerste hap uit het broodje worst waar zijn vader net een klodder mosterd op heeft gesmeerd. De jongen is nog niet zo ervaren in het eten van hotdogs; hij begint in het midden van zijn broodje.
De mevrouw die de worsten verkoopt heeft een heerlijk plat Amsterdams accent en de humor die hoort bij dit soort mensen. 'Het zal me een worst wezen!', zegt ze, als ik vraag welke uitslag zij voorspelt.
Hoog in het stadion zit een andere vader met twee zoons. De jongens kunnen zo aan de slag bij Langs de Lijn. Ze voorzien ons van kritisch commentaar tijdens de wedstrijd. Er valt genoeg te mopperen, want Ajax speelt niet best. Als een van de jongens de woordgrap Klaas Jan Stuntelaar maakt moet ik toch even lachen. Dit is Amsterdam. Zelfs de jeugd is gevat.
De ontwikkelingen op het veld zijn lang niet zo interessant als die op de tribune. Ik kijk mijn ogen uit. Voor ons zit bijvoorbeeld een echte fan. De man, ik denk loodgieter of lasser van beroep, heeft het zwaar deze middag. Hij zit zich op te vreten en een uitbarsting van woede is uiteindelijk onvermijdelijk.
Hij pakt de cap van het hoofd en wrijft over zijn kale kop. Volgens mijn vriend, die vaker op deze tribune zit, is de man laag afgezekerd. Even later vliegen de stoppen er inderdaad uit. Kortsluiting als Klaas Jan weer mist. Hij vliegt overeind en scheldt in niet mis te verstane woorden. Het woord 'pannenkoek' vind ik het mooist.
Ajax verliest met 0-1 van Heerenveen. Die arme Huntelaar heeft er vandaag niets van gebakken. Volgens de jongens achter me om zijn oude vrienden te plezieren. Buiten het stadion hoop ik de vader met zijn zoontje nog even te zien. Dat is goed voor het verhaal, maar natuurlijk een illusie…
Nog een paar jaar en dan neem ik mijn eigen kind ook mee naar de Arena.

vrijdag 2 maart 2007

en papa dan?

De Meern. Daar ga ik. Met een Blije Doos (van de babyzaak) onder de ene en de Zwanger Kadoos (van een drogist) onder mijn andere arm sjok ik door het centrum van de stad. Ik heb het gevoel dat ik een beetje voor joker loop. Echte mannen kijken me meewarig aan. Alleen een moeder met kind achterop de fiets lacht begripvol. Van sjans is echter geen sprake.
De slogan van de Prenatal spookt nog door mijn hoofd.
"Als jij wij wordt…"
Deze aanstaande papa denkt: En ik dan? Eén ding is zeker, de campagne is niet gericht op jonge vaders. Die worden namelijk negen maanden aan hun lot overgelaten.
Daarna wordt het waarschijnlijk niet beter. Ik vrees dat papa zijn finest moment heeft gehad. Neem de folder van de kraamzorg er maar even bij: "Persoonlijke zorg voor moeder en kind." Over de huisvader en zijn emoties wordt met geen woord gerept. Hij doet vanaf nu voor spek en bonen mee.
Het is me opgevallen dat er na de conceptie verdomd weinig amusante taken over blijven voor de man. Hij mag de Blije Dozen ophalen en de kinderkamer opknappen, maar die werkjes vallen bij mij niet onder de noemer 'leuk'.
Voor moeder zijn er tijdschriften, crèmepjes, speciale vitaminetabletten en Blije Dozen. Ze krijgt een nieuwe garderobe en is, overal waar ze komt, het stralende middelpunt.
Papa mag één keertje mee naar de pufcursus en dat is het dan. De verloskundige vraagt hem niks. Hooguit een keer hoe hij denkt na de bevalling zijn werk te combineren met het vaderschap.
Ga eens kijken in de babyzaken. Het paradijs voor moeders en oma's, maar voor een gezonde man is er helemaal niks te beleven. Alle hebbedingetjes zijn mamagerelateerd. Terwijl zij net al drie nieuwe broeken heeft gekregen.
De meeste babyspulletjes zijn natuurlijk gewoon voor de baby, maar toch heb ik de indruk dat de ontwerpsters geen rekening houden met de gemiddelde interesse van een man. Zo'n Buggaboo kost een fortuin, maar gadgets ho-maar. Peperdure stofjes en een modieus design. Mama mag natuurlijk de kleur bepalen, net als bij de Volkswagen garage, maar daar kan papa nog beslissen over een spoiler, het navigatiesysteem of de autoradio. Bij Quinny en Buggaboo niet. Daar kan hij een luiertas uitzoeken. Te gek.
Vol overgave stortte ik me op de techniek in de kinderkamer; de babyfoon. Al snel concludeerde ik dat zelfs op dit vlak weinig te kiezen valt. Een videosysteem, waarmee je beneden op televisie de kleine kan controleren, gaat mijn vriendin een brug te ver en dus komen we uit op het gele setje dat al onze vrienden ook al hebben. Verder is er niets te koop voor papa en de baby.
Volgens mij is een Blije Doos voor vaders een gat in de markt. Stop er een eerste doosje Technisch Lego in, een tijdschrift over radiografisch bestuurbare kinderwagens, een naaktposter van K3 en bijvoorbeeld een setje oordoppen, zodat hij beter kan doorslapen nu zijn vrouw gaat snurken.

Maak je over mij verder geen zorgen. Ik kom niets te kort, maar er zijn meer aanstaande papa's zijn die schreeuwen om aandacht. Dat is een serieus probleem waarover geen regel geschreven is in het nieuwe regeerakkoord.
Ik vraag me af hoe het gaat met de minder assertieve vaders? Hoeveel getraumatiseerde mannen zijn er in Nederland? Is het gek dat wij ons massaal op ons werk storten nu alleen daar nog begrip is voor onze situatie?

dinsdag 27 februari 2007

gastouder gezocht

De Meern. Mijn vriendin werkt in Leiden. Ik zelf in Hilversum en bovendien zeer onregelmatig. Onze ouders wonen in het zuiden van het land. Dat betekent dat we een oppas nodig hebben als ons kindje er straks is.
Mijn vriendin gaat dan waarschijnlijk drie dagen werken en ik neem door de week een vaste dag vrij. Blijven er in principe twee dagen over waarop de kleine zichzelf moet vermaken. Liefst onder liefdevolle begeleiding.
We hebben ons opgegeven bij een kinderdagverblijf, maar de opening- en sluitingstijden van deze instanties zijn niet ideaal. Soms moeten wij eerder beginnen of zijn we later thuis. Daarom zijn we eigenlijk op zoek naar een vriendelijke en betrouwbare oppasmoeder in de Leidsche Rijn. Iemand die flexibel is.
Dat is nog niet zo eenvoudig. Het aanbod is beperkt en je moet maar net iemand vinden met wie het klikt. We hebben gesproken met de eigenares van een gastouderbureau. Zij pakken het professioneel aan, maar ze garanderen nu (nog) niet dat ze tijdig de juiste en vooral de liefste oppas voor ons kindje kunnen vinden.
Gelukkig hebben we nog even. De uitgerekende datum is ergens eind mei en mijn vriendin heeft tot in september verlof. Daarna kan ik nog een paar weken vrij nemen. Dus zoeken we een gastouder die na de zomer ruimte heeft. Een betrokken oppas waarmee we iets kunnen opbouwen voor enkele jaren en die woont in de omgeving van De Meern.

Alle tips zijn welkom!

vrijdag 23 februari 2007

joehoe!

Utrecht. Het leek ons een leuk idee om de aanstaande oma's uit te nodigen voor een gezellige pretecho, maar ik weet niet of dat nou zo verstandig was.
Keurig op tijd meldden we ons bij het echoburo. Aan de muur hingen wel duizend geboortekaartjes en onze moedertjes gingen gelijk op zoek naar een geschikte naam voor de kleine ukkepuk. Ik zag natuurlijk direct een kaartje waarop de naam stond die wij al jaren in gedachten hebben en vroeg me af waarom mensen in hemelsnaam een kaartje sturen naar het echoburo.
We mochten verder komen. Ik moest wel zelf een stoel meenemen uit de wachtkamer, want op zo'n grote delegatie had de commerciële echoscopiste niet gerekend. Mijn vriendin kroop op de behandeltafel, ontblootte haar bolle buik en ze kreeg er een soort glijmiddel op gespoten. Het publiek moest plaats nemen aan de zijkant van het kamertje. We keken naar een scherm waarop de beamer prachtig voetbal zou kunnen projecteren.
Als Snip en Snap zaten oma en oma op het puntje van hun stoel. Gespannen keken ze naar het beeld van de echo. Ze hadden min of meer verwacht een duidelijk plaatje van het kleinkind in spe te zien, maar dat viel in eerste instantie tegen.
Ondertussen gedroeg ik me als een Japanse toerist. In tegenstelling tot de bevruchting en de bevalling leek mij de pretecho een uitgelezen moment om vast te leggen voor het nageslacht. Behangen met fototoestel en videocamera drukte ik mijn dikke reet in een hoek van het kleine kamertje om nog enigszins een totaalshot te kunnen maken.
Pas toen ik weer tijd had om even rustig te gaan zitten zag ik op het grote scherm mijn toekomstig kind. Of iets wat er op moest lijken.
Het schattigste kind op aarde, de mooiste foetus van het universum, die fantastische co-productie van liefje en mij had een gigantisch gezwel op de neus. Dat was even schrikken. Gelukkig legde de dame achter de knoppen ons vlug uit dat de navelstreng hinderlijk in beeld hing.
Dit was een 3D echo en die schijnen over het algemeen behoorlijk duidelijk te zijn. In ons geval viel het een beetje tegen, want uitgerekend ik krijg een kind dat niet op de foto wil. Wat we zagen was een gelig plaatje van een mislukt beeldhouwwerk. Met veel pijn en moeite konden we er de contouren van een deel van het gezichtje in herkennen.
Allemaal leuk en aardig tot een van de oma's zich liet ontvallen dat het niet bepaald moeders mooiste was. Alsof dat nog niet erg genoeg was flapte de andere oma er even later uit dat het wel een beetje op een varkentje leek. Ze bedoelen het goed, het komt er alleen een beetje rottig uit. Uiteraard schrokken beide oma's zich kapot op het moment dat ze zichzelf zo'n negatieve onzin hoorden uitkramen.
Wij konden er wel om lachen en gelukkig heb ik het allemaal opgenomen, zodat ik deze misstapjes tot in lengte van dagen tegen ze kan gebruiken. Ooit komt de kleine op visite en zal hij oma confronteren met deze gruwelijke uitspraken.

Ik zal niet zeggen dat het tegen viel, maar we hebben meer pret om de oma's gehad dan om de echo.

joehoe....

goud

De Meern. Tijdens het klussen aan de kinderkamer overdacht ik mijn zonden. Wat moet je anders tijdens het schilderen van twee keer 16 klotespijltjes aan een babybedje? Belevenissen van de afgelopen jaren kwamen voorbij en ik realiseerde me dat het leven anders zal zijn als ik straks papa ben.
De meest bizarre klus van de afgelopen jaren was een reis naar Venezuela met Rob Kamphues. We maakten een reportage over goudzoekers in de binnenlanden van Zuid Amerika en beleefden in een paar dagen meer avonturen dan James Bond in drie episoden.
Na een dag filmen op en rond de Orinoco-rivier lagen de regisseur, de producer en de geluidsman ziek op bed. Buikloop. We waren allemaal lek geprikt door muggen en behoorlijk vermoeid door een paar slechte nachten in krappe hangmatjes en stinkende huisjes. Door de diarree ging een draaidag verloren. De volgende middag viel de regisseur hard op een gladde rots en kneusde zijn arm. Geen arts in de buurt die er even naar kon kijken. De enige remedie was een fles whisky.
Later vlogen we in alle vroegte van The Middle of Nowhere naar Niemandsland. Het toestel waarin we zaten kreeg problemen op het moment dat we boven het oerwoud vlogen en uiteindelijk kon de piloot een noodlanding maken op een verlaten landingsbaantje. Omdat een van de motoren het niet deed had het vliegtuigje een afwijking naar links en raasden we een stukje door het gras. Ik dacht even dat dit het einde zou zijn, maar we waren nog lang niet klaar.
De Jeeps die ons kwamen ophalen reden onverantwoord hard over rijkswegen die hier veldweg heten. Bergop een vrachtwagen inhalen en niet kunnen zien of er tegenliggers komen. Ik werd gek.
Om de engeltjes op onze schouders nog meer te tarten daalden we een paar uur later af in een illegale goudmijn. Eerst zakten we een metertje of tien met een lier door een gat van een bij een meter. Beneden kwamen we uit in een mijngang die werd gestut door palen met duizenden houtwormgaatjes. We gingen verder met een karretje, dat niet meer was dan een platte plank op vier wielen. Als Indiana Jones schoten we door een donkere gang naar tweehonderd meter diepte. Veiligheidsnormen kenden deze mensen niet, ARBO-technisch volkomen onverantwoord en ik weet niet wat onze verzekering had gedaan als het hier mis zou zijn gegaan. Er stond niets over in de polis.
Later kwamen we uit in Chilometre 88, een gebied vernoemd naar een kilometerpaaltje dat volgens de Venezuelanen van Venezuela is, maar in Guyana denken ze dat het van hun is en Brazilië wil het graag hebben. Politie en leger komen er niet. Iedereen heeft er een wapen en op de toegangsweg zagen wij het eerste lijk liggen. Waarschijnlijk vermoord om een klopje goud.
Iets verder troffen we een van de grootste open mijnen op aarde. Gouddelvers zochten hun geluk op primitieve wijze en het leek wel een Mad Max decor. Een gebied van een paar vierkante kilometer in het oerwoud, platgebrand en afgegraven. Het beeld dat ik zag is niet te beschrijven en het is jammer dat ik geen tijd had om er foto's van te maken. Ik moest snel filmen, want onze aanwezigheid werd niet op prijs gesteld. Ik kreeg nog een klap tegen de lens van een opgefokte dronken goudzoeker.
Rob Kamphues heeft het hele verhaal later uitgebreid beschreven in zijn boek 'Naar de Haaien'.

Het is nog niet eens zo lang geleden allemaal. Toch is er veel veranderd. Tegenwoordig bezoek ik levensgevaarlijke Babywinkels in Kesteren, koop ik rompertjes en schilder ik de spijltjes waar straks de kleine achter zal liggen. Ik vraag me af of ik dan nog bereid ben zulke wilde avonturen te beleven voor een paar minuten spannende televisie? Of vind ik het leventje van een baby zo saai dat ik over een tijdje alweer snak naar een nieuwe buitenlandervaring?

maandag 19 februari 2007

pap

De Meern. Voor mijn vriendin zwanger was ben ik gewaarschuwd door ervaringsdeskundigen. Hormonen zouden mijn leven terroriseren vanaf het moment van bevruchting. Lichtgeraaktheid, een andere logica, onnavolgbaar en metamorfose. Woorden waarmee ik zou moeten leren leven.
Nou, we zijn 26 weken onderweg en ik vind het allemaal wel meevallen.
Heel af en toe bespeur ik bij mijn vriendin iets dat je nesteldrang zou kunnen noemen, of een ietwat heftige reactie, maar dat is eerder grappig dan lastig. Als ze heel moe is kan ze onredelijk zijn, maar dat was voor de zwangerschap ook zo. Om eerlijk te zijn moet ik er bij zeggen dat ik zelf ook behoorlijk irritant ben als vermoeidheid heeft toegeslagen.
Hier in huis dus (nog) geen onoverkomelijke problemen door de zogenaamde zwangerschaphersenkwab. Ook relatief weinig noemenswaardige verhalen over zwangerschapbelevenissen.
Tot we vandaag samen door de supermarkt liepen. Opeens zei mijn lief de historische woorden: 'Ik heb zin in Brinta!'
Het is mij wel bekend dat zwangere vrouwen opeens zin kunnen krijgen in voedsel waar ze eerder nooit naar keken, maar ik dacht dat het in ons geval zou blijven bij een extra glas melk. Een pot augurken heb ik voor haar nog niet hoeven kopen. Nu verzocht ze mij om Brinta in ons mandje te leggen.
Brinta.
Ik wist niet eens dat het nog bestaat. Het is zeker meer dan 25 jaar geleden sinds ik voor het laatst een bordje pap naar binnen heb gewerkt.
Maar in het vak met ontbijtwaren zag ik ergens onder de muesli's en cruesli's de oude vertrouwde gele verpakking met rode letters. De Brinta is back in business. Dat onze baby er nu al pap van lust vind ik prima.
Misschien dat ik het zelf deze week ook weer eens even ga proberen. Met veel suiker…

zaterdag 27 januari 2007

bol

De Meern. Ze houdt haar buik met één hand vast. Bijna de hele dag en ook 's nachts. Het is meer aaien. Wanneer ik wil mag ik even voelen. Af en toe pakt ze mijn hand en legt deze op haar bolle buikje. Dan trappelt 'ie.
'Hij is wakker!' Zegt mijn vriendin dan enthousiast. Ze heeft het over een hem, omdat de verloskundige dat ook doet. Ondertussen hebben wij geen idee. We willen het nog niet weten. Een jongen of een meisje, het maakt ons niets uit.
'Ja!' Zeggen we tegelijk als daar binnen iets beweegt.
'Voel je het?' Vraagt mijn lief.
Sinds een paar weken wel. Meestal. Soms roep ik te snel of op een verkeerd moment. Het kan ook zijn dat mijn vriendin iets merkt wat ik niet voel.
De zwangerschap is over de helft. Volgens de boekjes kan het kindje ons nu horen. Als we muziek spelen kan het zijn dat de baby later van die zelfde muziek rustig wordt. Ik draai met alle plezier de Rolling Stones nog maar eens. Mijn vriendin trekt liever aan het koordje van een muziekeendje dat straks boven het wiegje komt te hangen. Brahms tingeltangel, 'Guten abend, gute nacht…'
Haar buik steekt een aardig eind naar voren. Inmiddels zijn we aan elkaar gewaagd. Nog even, dan wint mijn vriendin. Zij raakt de bol echter over een paar maanden kwijt. Ik wilde zeggen vanzelf, maar zo vanzelfsprekend schijnt bevallen niet te zijn.
Ik ben benieuwd. In verwachting klopt ons hart.

zondag 14 januari 2007

buiten spelen

De Meern. Sneeuwde het maar…
Vlak achter ons huis begint de zogenaamde Romeinenzoom. Een groenstrook, waar archeologen een paar jaar geleden een origineel Romeins schip hebben opgegraven. Het park moet nog worden aangeplant. Wel is er inmiddels een wandelpad. De wilgen zijn geknot en sinds kort is er een ideale sleeheuvel.
Vanmiddag speelden daar een stuk of vijf kids. Zonder jas.
'Meneer, waarom maakt u foto's?'
'Omdat ik fotograferen leuk vind.' Riep ik terug.
Ik was even een ommetje aan het maken. Meer om met de nieuwe camera te spelen dan voor een frisse neus. Het was lekker om even buiten te zijn.
Die kinderen waren een ideaal onderwerp. Als ze mij nu maar niet zagen als een vieze man of zo.
'Staan wij nu ook op de foto?' Vroeg een van de mannetjes. Hij had een stok in zijn hand.
'Jazeker!' Antwoordde ik. Veel zin in discussie had ik niet, dus ik wilde al doorlopen.
'Ik wil niet op de foto!' Riep het enige meisje. Ze draaide zich van mij af. De anderen op de heuvel vonden dat stom.
'Wat maakt dat nou uit?' Zei de jongen met stok. 'Jou vader maakt toch ook vaak foto's.'
Daarop reageerde de jongedame gevat: 'Precies! Daarom.'
Ik was uitgespeeld, zwaaide en liep verder. Ondertussen overpeinzend of mijn kind ook een hekel zal krijgen aan de vele fotomomentjes.