woensdag 28 februari 2007

mediastad

Hilversum. De thuisbasis van mijn werk is deze week verhuisd van een Hilversumse buitenwijk naar het pretentieuze MediaPark. Daar zaten we vijf jaar geleden ook, maar toen besloot het management dat deze locatie te duur was voor ons soort activiteiten. Nu zijn we terug en je raadt het nooit; omdat het goedkoper is…
Toen wilde ik niet weg van het MediaPark en nu wilde ik liever niet terug. Het is weliswaar het hart van omroepland, maar de toegangswegen raken dagelijks verstopt door de enorme verkeersstroom. De Gemeente Hilversum probeert de belangrijkste knelpunten momenteel tegelijk te dotteren, wat volgens mij een kansloze missie is. Het leidt tot nog meer ergernis en pijnpunten. Van de ene opstopping schuif ik naar de volgende werkzaamheden.
Met excuses voor de overlast.
Alles bij elkaar doe ik er nu iedere dag een half uur langer over om op mijn werk te komen, mits ik niet door de spits hoef. Als je aan het eind van de middag het MediaPark verlaat, ben je een arme stakker. Met een beetje pech sta je al stil bij de uitrit van de parkeergarage. Vervolgens rollen al die programmamakers stapvoets achter elkaar door Hilversum en ik kan je vertellen dat dit geen inspirerend stukje Nederland is.
Vroeger dacht ik daar anders over. Ik leefde in de veronderstelling dat Hilversum een magische plek was, want anders zou toch niet alles op Nederland 1 en 2 hier vandaan komen.
Goed, je had Stuijf es In uit PonyPark Slagharen en ik geloof later vanuit de Meerpaal in Dronten. Als ik het me goed herinner kwam Ted de Braak rechtstreeks uit de Lievekamp in Oss en sommige programma's werden live opgenomen in Het Spant te Bussum, maar het gros van wat wij bekeken werd gemaakt in het verre Hilversum. Dat moest wel een speciale plek op aarde zijn.
Het valt heel erg tegen. Om te beginnen noemen de Hilversummers zelf hun stad een dorp. Terecht! Al zolang ik er kom is de verkeerschaos een bron van ergernis. Hilversum is wereldkampioen opbreken, de uitvinder van kansloos eenrichtingsverkeer en vooral gespecialiseerd in veranderen. Weet je net hoe je snel van A naar B kunt, is er weer een andere wethouder van verkeer, die iets heel nieuws gaat doen.
Het MediaPark is meer het Ground Zero van de Nederlandse omroepen. Je wilt er nog niet dood geschoten worden. Dit industrieterrein zou eigenlijk naar de rand van een stad verplaatst moeten worden, bij goede uitvalswegen, maar dat is kansloos. Vooral te duur, want de technische infrastructuur daar is nogal complex.
Een snelweg over de hei naar het MediaPark is ook een optie, maar daar zijn natuurfreaks natuurlijk fel op tegen.
Onder de hei door dan maar, zou ik zeggen…

Het voordeel van de verhuizing naar het MediaPark is dat ik sommige vrienden, klanten en potentiële opdrachtgevers gemakkelijker kan ontmoeten. Daar staat tegenover dat het nieuwe pand kleiner is en ik moet verder lopen naar mijn auto. Maar vooral de bereikbaarheid is een stressfactor van ongekend niveau.
Lang leve Hilversum.


dinsdag 27 februari 2007

gastouder gezocht

De Meern. Mijn vriendin werkt in Leiden. Ik zelf in Hilversum en bovendien zeer onregelmatig. Onze ouders wonen in het zuiden van het land. Dat betekent dat we een oppas nodig hebben als ons kindje er straks is.
Mijn vriendin gaat dan waarschijnlijk drie dagen werken en ik neem door de week een vaste dag vrij. Blijven er in principe twee dagen over waarop de kleine zichzelf moet vermaken. Liefst onder liefdevolle begeleiding.
We hebben ons opgegeven bij een kinderdagverblijf, maar de opening- en sluitingstijden van deze instanties zijn niet ideaal. Soms moeten wij eerder beginnen of zijn we later thuis. Daarom zijn we eigenlijk op zoek naar een vriendelijke en betrouwbare oppasmoeder in de Leidsche Rijn. Iemand die flexibel is.
Dat is nog niet zo eenvoudig. Het aanbod is beperkt en je moet maar net iemand vinden met wie het klikt. We hebben gesproken met de eigenares van een gastouderbureau. Zij pakken het professioneel aan, maar ze garanderen nu (nog) niet dat ze tijdig de juiste en vooral de liefste oppas voor ons kindje kunnen vinden.
Gelukkig hebben we nog even. De uitgerekende datum is ergens eind mei en mijn vriendin heeft tot in september verlof. Daarna kan ik nog een paar weken vrij nemen. Dus zoeken we een gastouder die na de zomer ruimte heeft. Een betrokken oppas waarmee we iets kunnen opbouwen voor enkele jaren en die woont in de omgeving van De Meern.

Alle tips zijn welkom!

maandag 26 februari 2007

vuile handen

Den Haag. Iets als een lekke band komt nooit als je tijd genoeg hebt. Altijd op haastige spoed momenten en wanneer je liever niet met je goede kleren op de grond gaat liggen, om te kijken hoe die smerige reserveband in hemelsnaam onder de auto vandaan gehaald moet worden.
'Is die auto zo vol of de band zo leeg?' vraagt de verslaggever nadat hij heeft gezegd dat we binnen drie kwartier van Den Haag in Amsterdam moeten zijn. De auto is vol, maar de band ook zeker te leeg. Overduidelijk lek. Links achter.
En dan begint -na het vloeken- de zoektocht naar een krik in deze vreemde auto. We zijn met moeite in staat om de handgreep te vinden waarmee de motorkap geopend kan worden. Daar zit in ieder geval geen reservewiel. Wel de ingenieus opgeborgen wielsleutel en een klein krikje.
Om te snappen hoe het mechanisme werkt, waarmee de reserveband onder de auto zakt, hebben we het boekje nodig. We doen precies wat de handleiding ons opdraagt, maar het werkt niet. Blijkt dat het systeem kapot is of zojuist door ons is gemold.
Er rest niets anders dan het bellen van de ANWB. Dat kan wel een uur gaan duren. We hebben nog mazzel dat we niet met een stresskip werken. Er zijn genoeg verslaggevers die in zo'n situatie helemaal in paniek raken. Deadlines zijn nou eenmaal belangrijker dan lekke banden.
Ondertussen prutsen we verder. Zwarte klauwen, vieze knieën. Niemand die even zegt dat je een streep in je gezicht hebt, omdat je per ongeluk door je haar geveegd hebt. Ja, ik hoor jullie al lachen, maar kale mannen hebben soms een soort fantoomgevoel van haar in hun gezicht…
We draaien als debielen aan de borgbout, maar er gebeurt niets. Uiteindelijk lukt het mij, door op de grond te kruipen en met een tangetje de ophanging te slopen. Pardoes dondert de zware band met velg op mijn klauwen. Ik had het voorspeld en toch onverwacht. Dit is geen thuiskomertje. Het doet dus even pijn, maar ik ben dan ook een gevoelige jongen.
Mijn collega verwisselt het wiel. Ik mopper alleen nog, loop in de weg en bel de ANWB af.
Het kost toch gauw een half uur, zo'n lekke band. Vandaag geen broodje bij de pomp. Als een stel mijnwerkers vervolgen we onze weg.


zondag 25 februari 2007

fulltime glimpieper

De Meern. Op deze weblog beschrijf ik zaken die me bezig houden of plekken waar ik ben geweest. Normaal gesproken schrijf ik niet zonder aanleiding, want er zijn genoeg webloggers die reageren op het nieuws of op stukjes uit de krant. Maar dit weekend stuitte ik op zo'n vreemde personeelsadvertentie in de Volkskrant dat ik even niet anders kan.
Ik kijk altijd in het vacature overzicht of er nog een omroep is die een briljant programmamaker zoekt en zo zag ik dat de Gemeente Hoogeveen op zoek is naar een fulltime glimpieper. Ik kon niet anders dan terugbladeren in de krant, op zoek naar de betreffende advertentie.
Het stond er echt. Glimpieper. Even vreesde ik voor spontaan opkomende dyslexie en ik heb het woord meerdere malen hardop gespeld. Ook heb ik geprobeerd de klemtoon op verschillende manieren te leggen.
Uit de verdere tekst in de advertentie kon ik niet opmaken wat een glimpieper precies is. Ze zoeken in Hoogeveen iemand die werk maakt van recreatie en toerisme, evenementenbeleid en citymarketing. En dan volgen nog een paar jeuktermen als 'samenwerker pur sang', 'prikkelen', 'winwin situaties', 'draagvlak', 'bruisen', 'drive en ambitie'.
Bed uit.
Eerst wilde ik weten waar Hoogeveen ook alweer precies ligt. Ergens in het Noorden, maar voor de zekerheid heb ik de atlas er even bij genomen. Ik wist het wel. Drenthe. Langs de A28 tussen Zwolle en Assen, niet ver van Staphorst. Daar ligt Hoogeveen. In die omgeving zoeken ze dus een glimpieper.
De Dikke van Dale kent het woord.

Glimpieper (m.), 1 slimmerd; 2 iem. die graag stiekem een slippertje maakt.

Als je dan toch bezig bent, dan is dit geen bevredigend antwoord. Computer aan en lang leve Google. Zo ontdekte ik dat ik jammer genoeg niet de eerste ben die een stukje over deze personeelsadvertentie schrijft. Het Dagblad van het Noorden heeft al uitgevonden dat een Glimpieper op internet wordt geassocieerd met 'gladjakker, gladjanus, glibber, linkerd, linkmiegel en smiecht'.
Ik kreeg zin om te solliciteren, maar werd helemaal enthousiast toen ik verder las. Volgens een woordvoerder van de gemeente Hoogeveen is bewust voor glimpieper gekozen. "Het woord heeft een tricky lading. Maar we zoeken ook een kleurrijk figuur, iemand die de grenzen opzoekt en spannende dingen doet."
Mijn CV is inmiddels uitgeprint en ik werk aan de brief. Als ik de site van de gemeente mag geloven is zelfs de beloning aantrekkelijk. Op termijn kan de glimpieper een salaris van maximaal € 4.192,- verdienen.
Denk nou niet dat ik van baan wil veranderen en het is al helemaal niet mijn bedoeling om in Hoogeveen te gaan wonen, maar ik wil wel heel graag worden uitgenodigd voor een gesprek.


zaterdag 24 februari 2007

warhol

De Meern. Het is deze week twintig jaar geleden dat Andy Warhol overleed. Hij is begraven op Saint John the Baptist Byzantine Catholic Cemetery in Bethel Park, vijftien kilometer buiten het centrum van Pittsburgh. Een kale helling, niet ver van U.S. Route 88, met uitzicht op een kruising en een paar kleine huisjes. De kunstenaar ligt twee meter naast het graf van zijn ouders, Andrew en Julia Warhola.
Boudewijn Büch nam me mee naar deze plek op 19 april 1998. We maakten een programma over Andy Warhol. Daarvoor hadden we in Amsterdam Boudewijns eigen verzameling gedraaid. In New York waren we op de plekken van de verschillende Factory's. Ook hebben we daar interviews opgenomen met Vincent Fremont, een van de directeuren van de Andy Warhol Foundation en Nat Finkelstein, fotograaf en vriend van de extravagante popart kunstenaar. Uiteindelijk waren we een dag in Pittsburgh.
Het kerkhof was verlaten op die regenachtige zondagmorgen. Druppels op ruiten van onze huurauto. We konden rijden tot vlak onder het graf dat we zochten. Ik herinner me dat we het niet direct konden vinden. Het was voor ons gevoel te gewoontjes. Een sombere locatie zonder enige glitter of glamour, totaal niet des Warhols.
Op zijn graf staat een zwarte steen met zijn naam en de data van geboorte en overlijden. Er zitten wat vreemde versiersels op en er zijn twee vredig biddende handjes in gegraveerd. Boudewijn noemde het een 'ongelofelijk tuttengraf'. Volgens hem had er een groot kleurrijk beeld van Mickey Mouse moeten staan, een pak Brillo of een blik Campbell's Soup. Büch had natuurlijk gelijk.
De scène die we opgenomen hebben duurde een paar minuten en is met twee knipjes ingekort en uitgezonden. Veel langer zijn we ook niet op het kerkhof gebleven. Het weer was slecht en er was niet meer te zien dan die ene troosteloze steen.
Die middag hadden we in The Andy Warhol Museum, schuin tegenover de Heinz Tomato Ketchup fabrieken, een afspraak met John Warhola. Deze broer van Andy is waarschijnlijk de reden dat het museum in Pittsburgh is gevestigd. Hij toonde ons de indrukwekkende collectie. Meer dan 500 Warholwerken hingen er.
Toch zal ik vooral het stille kerkhof niet meer vergeten. In mijn hoofd associeer ik dat moment altijd met het nummer Sunday Morning van The Velvet Underground & Nico. Deze muziek, van de lp met de door Warhol geschilderde banaan op de cover, had Boudewijn er onder gemonteerd en het klopte helemaal.
Dichter bij Andy Warhol kan ik niet meer komen.

vrijdag 23 februari 2007

joehoe!

Utrecht. Het leek ons een leuk idee om de aanstaande oma's uit te nodigen voor een gezellige pretecho, maar ik weet niet of dat nou zo verstandig was.
Keurig op tijd meldden we ons bij het echoburo. Aan de muur hingen wel duizend geboortekaartjes en onze moedertjes gingen gelijk op zoek naar een geschikte naam voor de kleine ukkepuk. Ik zag natuurlijk direct een kaartje waarop de naam stond die wij al jaren in gedachten hebben en vroeg me af waarom mensen in hemelsnaam een kaartje sturen naar het echoburo.
We mochten verder komen. Ik moest wel zelf een stoel meenemen uit de wachtkamer, want op zo'n grote delegatie had de commerciële echoscopiste niet gerekend. Mijn vriendin kroop op de behandeltafel, ontblootte haar bolle buik en ze kreeg er een soort glijmiddel op gespoten. Het publiek moest plaats nemen aan de zijkant van het kamertje. We keken naar een scherm waarop de beamer prachtig voetbal zou kunnen projecteren.
Als Snip en Snap zaten oma en oma op het puntje van hun stoel. Gespannen keken ze naar het beeld van de echo. Ze hadden min of meer verwacht een duidelijk plaatje van het kleinkind in spe te zien, maar dat viel in eerste instantie tegen.
Ondertussen gedroeg ik me als een Japanse toerist. In tegenstelling tot de bevruchting en de bevalling leek mij de pretecho een uitgelezen moment om vast te leggen voor het nageslacht. Behangen met fototoestel en videocamera drukte ik mijn dikke reet in een hoek van het kleine kamertje om nog enigszins een totaalshot te kunnen maken.
Pas toen ik weer tijd had om even rustig te gaan zitten zag ik op het grote scherm mijn toekomstig kind. Of iets wat er op moest lijken.
Het schattigste kind op aarde, de mooiste foetus van het universum, die fantastische co-productie van liefje en mij had een gigantisch gezwel op de neus. Dat was even schrikken. Gelukkig legde de dame achter de knoppen ons vlug uit dat de navelstreng hinderlijk in beeld hing.
Dit was een 3D echo en die schijnen over het algemeen behoorlijk duidelijk te zijn. In ons geval viel het een beetje tegen, want uitgerekend ik krijg een kind dat niet op de foto wil. Wat we zagen was een gelig plaatje van een mislukt beeldhouwwerk. Met veel pijn en moeite konden we er de contouren van een deel van het gezichtje in herkennen.
Allemaal leuk en aardig tot een van de oma's zich liet ontvallen dat het niet bepaald moeders mooiste was. Alsof dat nog niet erg genoeg was flapte de andere oma er even later uit dat het wel een beetje op een varkentje leek. Ze bedoelen het goed, het komt er alleen een beetje rottig uit. Uiteraard schrokken beide oma's zich kapot op het moment dat ze zichzelf zo'n negatieve onzin hoorden uitkramen.
Wij konden er wel om lachen en gelukkig heb ik het allemaal opgenomen, zodat ik deze misstapjes tot in lengte van dagen tegen ze kan gebruiken. Ooit komt de kleine op visite en zal hij oma confronteren met deze gruwelijke uitspraken.

Ik zal niet zeggen dat het tegen viel, maar we hebben meer pret om de oma's gehad dan om de echo.

joehoe....

goud

De Meern. Tijdens het klussen aan de kinderkamer overdacht ik mijn zonden. Wat moet je anders tijdens het schilderen van twee keer 16 klotespijltjes aan een babybedje? Belevenissen van de afgelopen jaren kwamen voorbij en ik realiseerde me dat het leven anders zal zijn als ik straks papa ben.
De meest bizarre klus van de afgelopen jaren was een reis naar Venezuela met Rob Kamphues. We maakten een reportage over goudzoekers in de binnenlanden van Zuid Amerika en beleefden in een paar dagen meer avonturen dan James Bond in drie episoden.
Na een dag filmen op en rond de Orinoco-rivier lagen de regisseur, de producer en de geluidsman ziek op bed. Buikloop. We waren allemaal lek geprikt door muggen en behoorlijk vermoeid door een paar slechte nachten in krappe hangmatjes en stinkende huisjes. Door de diarree ging een draaidag verloren. De volgende middag viel de regisseur hard op een gladde rots en kneusde zijn arm. Geen arts in de buurt die er even naar kon kijken. De enige remedie was een fles whisky.
Later vlogen we in alle vroegte van The Middle of Nowhere naar Niemandsland. Het toestel waarin we zaten kreeg problemen op het moment dat we boven het oerwoud vlogen en uiteindelijk kon de piloot een noodlanding maken op een verlaten landingsbaantje. Omdat een van de motoren het niet deed had het vliegtuigje een afwijking naar links en raasden we een stukje door het gras. Ik dacht even dat dit het einde zou zijn, maar we waren nog lang niet klaar.
De Jeeps die ons kwamen ophalen reden onverantwoord hard over rijkswegen die hier veldweg heten. Bergop een vrachtwagen inhalen en niet kunnen zien of er tegenliggers komen. Ik werd gek.
Om de engeltjes op onze schouders nog meer te tarten daalden we een paar uur later af in een illegale goudmijn. Eerst zakten we een metertje of tien met een lier door een gat van een bij een meter. Beneden kwamen we uit in een mijngang die werd gestut door palen met duizenden houtwormgaatjes. We gingen verder met een karretje, dat niet meer was dan een platte plank op vier wielen. Als Indiana Jones schoten we door een donkere gang naar tweehonderd meter diepte. Veiligheidsnormen kenden deze mensen niet, ARBO-technisch volkomen onverantwoord en ik weet niet wat onze verzekering had gedaan als het hier mis zou zijn gegaan. Er stond niets over in de polis.
Later kwamen we uit in Chilometre 88, een gebied vernoemd naar een kilometerpaaltje dat volgens de Venezuelanen van Venezuela is, maar in Guyana denken ze dat het van hun is en Brazilië wil het graag hebben. Politie en leger komen er niet. Iedereen heeft er een wapen en op de toegangsweg zagen wij het eerste lijk liggen. Waarschijnlijk vermoord om een klopje goud.
Iets verder troffen we een van de grootste open mijnen op aarde. Gouddelvers zochten hun geluk op primitieve wijze en het leek wel een Mad Max decor. Een gebied van een paar vierkante kilometer in het oerwoud, platgebrand en afgegraven. Het beeld dat ik zag is niet te beschrijven en het is jammer dat ik geen tijd had om er foto's van te maken. Ik moest snel filmen, want onze aanwezigheid werd niet op prijs gesteld. Ik kreeg nog een klap tegen de lens van een opgefokte dronken goudzoeker.
Rob Kamphues heeft het hele verhaal later uitgebreid beschreven in zijn boek 'Naar de Haaien'.

Het is nog niet eens zo lang geleden allemaal. Toch is er veel veranderd. Tegenwoordig bezoek ik levensgevaarlijke Babywinkels in Kesteren, koop ik rompertjes en schilder ik de spijltjes waar straks de kleine achter zal liggen. Ik vraag me af of ik dan nog bereid ben zulke wilde avonturen te beleven voor een paar minuten spannende televisie? Of vind ik het leventje van een baby zo saai dat ik over een tijdje alweer snak naar een nieuwe buitenlandervaring?

donderdag 22 februari 2007

reclame

Zondag 25 februari om ongeveer 22.45 uur op Nederland 2: 'It giet on!', een programma van Arjan Nieuwenhuizen over Elfstedenvoorzitter Henk Kroes.



dinsdag 20 februari 2007

intercom

Gulpen. Achter het podium staat een grote grijze truck. Binnen kijkt de regisseur naar een rij monitoren. Op ieder schermpje is een ander beeld te zien. In totaal staan er buiten op het plein vijf camera's. Die zijn verbonden met de wagen door middel van een rode kabel. Noem dat de navelstreng van iedere cameraman.
Naast de regisseur zit een jongen voor een grote moderne knoppenkast met veel lampjes. Als de regisseur 'drie!' roept, drukt de schakeltechnicus op toets 3 en komt het beeld van de derde camera in de uitzending.
Voor de neus van de regisseur staat de microfoon van het intercomsysteem. Alles wat hij zegt horen de cameramensen via hun koptelefoon. Is het beeld van een bepaalde camera in uitzending, dan gaat een rood lampje in de zoeker branden. Zo weet iedere cameraman wanneer hij niet met zijn lens naar de grond moet zwaaien. Als het goed is krijgt hij ook tijdig een teken van de regie.
Het klinkt allemaal heel simpel, maar elke meer-camera productie is een spannende aangelegenheid. Er zijn veel mensen bij betrokken die allemaal een foutje kunnen maken en ook de complexe techniek kan je zomaar ergens in de steek laten.
Wanneer er geen gelegenheid is om het eindresultaat achteraf te monteren ontstaat er een heel nieuwe dynamiek in de ploeg. Tijdens een rechtstreekse uitzending of bij een semi-live opname is ieder foutje in de huiskamer te zien. Dat zorgt hoe dan ook voor extra druk bij de regisseur en als het goed is bij zijn hele ploeg.
We zijn in Gulpen voor een afsluitend carnavalsfeest. Op het podium regionale topartiesten. Weer Beppie Kraft en Big Benny. Het tempo van beeldwisselingen ligt vrij hoog en iedere keer als een camera aan bod is geweest wordt de cameraman geacht een ander shot aan te leveren. Variatie maakt het programma levendig. Vooral voor de handcamera's op en rond het podium is het een paar uur hard werken.
Persoonlijk vind ik zo'n meer-camera-registratie altijd een uitdaging. Misschien ook, omdat ik het niet zo vaak doe. Het maakt mij niet uit of het voor Omroep Limburg (L1) is, voor een landelijke omroep of, zoals een paar jaar geleden tijdens het EK voetbal in Portugal, voor de internationale uitzending met 150 miljoen kijkers. Je kan je geen missers permitteren. Als het mij in de drukte per ongeluk toch gebeurt, baal ik daar behoorlijk van.
Hoe rustiger de regisseur door de intercom tot zijn troepen spreekt, hoe beter het gaat. Ik kan er slecht tegen als iemand in mijn oor zit te toeteren. Soms zijn ze in de regiewagen zo gestresst dat ze zelf niet meer in de gaten hebben wat ze doen. Dan is het lastig om achter de camera kalm te blijven. Ik laat me snel opfokken als een regisseur zit te schreeuwen of te snauwen. Bij mij werkt die methode contra productief, maar er zijn veel stuiterballen die zichzelf regisseur noemen en helaas niet anders kunnen.
Vandaag gaat het goed. We werken geconcentreerd aan een aardige registratie. Een nieuw regietalent grijpt in de wagen zijn kans. Het programma op het podium kan beter, maar het avondlicht is prachtig. Het decor met al die carnavaleske figuren in het publiek maken dit tot een televisiegeniek evenement.
Natuurlijk zijn er kleine missertjes. Ik struikel over de poten van een hek. De camera vliegt live in uitzending stuurloos door de lucht. Ik ben al lang blij dat ik niet val en dat ik het dure apparaat ternauwernood kan vangen. Thuis zullen ze wel denken; wat gaat die doen? Het publiek voor het podium reageert geschrokken. Ik ga snel verder, alsof er niets aan de hand is. En camera 3 is alweer geschakeld.


foto: Derk Roesink, Viditech

maandag 19 februari 2007

pap

De Meern. Voor mijn vriendin zwanger was ben ik gewaarschuwd door ervaringsdeskundigen. Hormonen zouden mijn leven terroriseren vanaf het moment van bevruchting. Lichtgeraaktheid, een andere logica, onnavolgbaar en metamorfose. Woorden waarmee ik zou moeten leren leven.
Nou, we zijn 26 weken onderweg en ik vind het allemaal wel meevallen.
Heel af en toe bespeur ik bij mijn vriendin iets dat je nesteldrang zou kunnen noemen, of een ietwat heftige reactie, maar dat is eerder grappig dan lastig. Als ze heel moe is kan ze onredelijk zijn, maar dat was voor de zwangerschap ook zo. Om eerlijk te zijn moet ik er bij zeggen dat ik zelf ook behoorlijk irritant ben als vermoeidheid heeft toegeslagen.
Hier in huis dus (nog) geen onoverkomelijke problemen door de zogenaamde zwangerschaphersenkwab. Ook relatief weinig noemenswaardige verhalen over zwangerschapbelevenissen.
Tot we vandaag samen door de supermarkt liepen. Opeens zei mijn lief de historische woorden: 'Ik heb zin in Brinta!'
Het is mij wel bekend dat zwangere vrouwen opeens zin kunnen krijgen in voedsel waar ze eerder nooit naar keken, maar ik dacht dat het in ons geval zou blijven bij een extra glas melk. Een pot augurken heb ik voor haar nog niet hoeven kopen. Nu verzocht ze mij om Brinta in ons mandje te leggen.
Brinta.
Ik wist niet eens dat het nog bestaat. Het is zeker meer dan 25 jaar geleden sinds ik voor het laatst een bordje pap naar binnen heb gewerkt.
Maar in het vak met ontbijtwaren zag ik ergens onder de muesli's en cruesli's de oude vertrouwde gele verpakking met rode letters. De Brinta is back in business. Dat onze baby er nu al pap van lust vind ik prima.
Misschien dat ik het zelf deze week ook weer eens even ga proberen. Met veel suiker…

zondag 18 februari 2007

optocht

Waereldsjtad Gelaen. Het hoogtepunt van vastelaovend is de grote optocht op carnavalszondag. Vanaf een uur of twee trekt deze door het centrum van de stad. Niet alleen de deelnemers zijn het bekijken waard, ook het publiek langs de route heeft zich feestelijk uitgedost.
Zelf heb ik altijd moeite met het verkleden. Het blijft een hele stap om nuchter in de verkleedkoffer te duiken. Eenmaal in een carnavaleske omgeving ben ik blij dat ik mijn koeienjas aan heb. Je valt vandaag op in een normaal kloffie.
Met purschuim, pvc pijpjes en een spuitbus zilververf heb ik een bouwhelm omgetoverd tot een kunstig hoofddeksel. Het ding is alleen loodzwaar, waardoor mijn nekspieren op de proef worden gesteld. Om de feestneus af te maken heeft mijn zus me geschminkt. Volwassen man met rood geel en groene verf op zijn gezicht. Je moet er niet over nadenken.
Jasper is cowboy. Als hij niet druk is met het rapen van snoepjes, die door prinsen vanaf de praalwagens worden gestrooid, schiet mijn neefje met een knakkertjespistool. Zijn broer Ruben is vredelievender. Verkleed als bakkertje deelt hij wafels uit aan de grote mensen die naar de optocht kijken.
Wafels met bier is op deze middag een prima combinatie, hoewel er ook gebraden kippenpoten en gehaktballetjes zijn. Hier wordt serieus gewerkt aan een bodem voor de rest van de middag en avond.
We staan bij de vrienden van mijn zus. Ik ken deze groep ook al jaren. Het is alleen even wennen dat ze inmiddels allemaal kinderen hebben. Hun ouders staan er ook. Dat zijn nu de trotse opa's en oma's. Het mooie van carnaval is dat al die generaties door elkaar staan en samen feest vieren.
Klasgenoten van de basisschool lopen in de optocht. De een speelt in een Zaate Hermenie, de ander loopt bij de oud-adjudanten en de leukste vormt traditiegetrouw een duo met haar moeder.
Het niveau van de Geleense optocht is niet bijzonder hoog. Hier minder grote wagens dan in Sittard of Maastricht. Er vallen bovendien ieder jaar weer grote gaten en dat is kwalijk in optochtenland. Alles bij elkaar duurt het spektakel een uur of twee. Net te lang voor deze tijd van het jaar.
De raad van elf van de Flaarisse komt er aan. Zij sluiten de stoet. Achter op de wagen van de carnavalsvereniging staat de stadsprins. Ook hij strooit harde karamels en ander snoepgoed waardoor de schooltandarts weer extra omzet zal draaien. We moeten de kinderen tegenhouden, want in hun enthousiasme zouden ze zo onder de wagen rennen.
Straks in de Hanenhof spreek ik oude vrienden en bekenden weer eens. Waarschijnlijk ook hun ouders en in sommige gevallen maak ik kennis met de kinderen. Dan kletsen we kort. Op de achtergrond klinkt vast en zeker de oude lokale carnavalskraker: 'Gelaen Waggelt.'

bakkertje Ruben, mijn neef

zaterdag 17 februari 2007

foto van beppie

Venlo. Hoe leg je die Hollanders van boven de rivieren uit wat Vastelaovend of Carnaval in Limburg is? Niet. Ze willen het niet begrijpen en kunnen het ook niet, want carnaval heb je met de paplepel binnengekregen of je zult het nooit helemaal snappen.
Dus laat ze maar denken dat het drie dagen draait om alcohol en vreemd gaan. Dat ze in Limburg zingen over een paard in de gang en zich verkleden in een boeren kiel. Wat mij betreft mogen de noorderlingen afgeven op het mooiste feest van het jaar en ze mogen er zo veel flauwe grappen over maken als ze willen. Ze weten niet beter.
Tradities en cultuur zijn de toverwoorden, maar ik ga het ook niet toelichten. Je moet de buitenstaanders niet wijzer maken. Straks willen ze opeens allemaal vastelaovend vieren en als iets erg is, dan zijn het Hollanders die denken dat ze begrijpen wat carnaval is.
Maar het is wel ontzettend jammer dat Beppie geen landelijke bekendheid geniet. Wie? Beppie!
Beppie Kraft is in Limburg beroemder dan Jan Smit in Volendam, maar buiten de provincie zijn er weinig die van deze Maastrichtse zangers hebben gehoord. Dat is jammer, want haar meedeinliedjes zijn de moeite waard. Iedere feestzaal in het zuiden staat op zijn kop als de kleine dame haar krakers komt zingen. Het bekendst is het nummer ‘De nach is nog zoe laank’. Er is geen Limburger die de tekst niet kent.
Dus is het best gek dat types als Jannes, Frans Bauer, Jan Smit of Marianne Weber wel landelijke bekendheid genieten, maar Beppie (nog) niet. Daarom dacht ik vanmorgen bij de Boetegewone Boetezitting in Venlo dat het tijd is voor een stukje Beppie promotie. Tussen het filmen door heb ik snel een foto gemaakt. Ik stond voor de rechtstreekse uitzending van L1 op het podium, dus lekker dicht bij de zangeres. Alleen moest ik snel handelen, want ik stond daar niet om foto’s te maken voor de weblog.
Ik heb nog even getwijfeld of deze foto geschikt is voor publicatie, maar het is de enige foto die ik heb van de opening van Vastelaovend in Venlo.


vrijdag 16 februari 2007

brood op de plank

Hilversum. Ik heb het mooiste baantje op aarde, maar het is onverstandig om dat hardop uit te spreken. Er zijn te veel managers, producenten en omroepdirecteuren die denken dat ze de prijzen kunnen drukken, omdat het werk zo leuk is. Mijn bakker echter, vindt zijn werk niet zo spannend en weigert mij gratis brood te verstrekken. En dan heb ik het nog niet over de gemiddelde loodgieter, automonteur, hypotheekverstrekker of klusjesman.
Met een bruto salaris van net iets boven de € 3.000,- mag ik niet klagen. Ik zit bij mijn werkgever in de hoogste schaal voor cameramannen. In deze functie kan ik niet verder groeien. Sterker nog, de prijzen staan al jaren onder druk en er wordt voortdurend beknibbelt. Uiteindelijk voel ik dat in mijn portemonnee. Het is de zogenaamde duimschroef methode. De omroepbeulen gaan steeds een stapje verder en zoeken zo de piepgrens op.
Een ENG cameraman kost ongeveer € 39,- per uur. Het gemiddelde uurtarief ligt in Nederland net iets boven de € 55,- dus daar zitten we een flink eind onder. Toch zijn veel klanten niet bereid de kostprijs van een cameraman te betalen. De concurrentie is moordend en er zijn natuurlijk genoeg mensen die dit werk willen doen. Opleidingen, certificaten of zelfs ervaring zijn geen criteria. Iedereen kan filmen met Ravensburger.
Een van de redenen waarom ik op dit moment geen freelancer ben, is dat ik niet elke dag opnieuw geconfronteerd wil worden met tarieven. Onderhandelen is in Hilversum behoorlijk frustrerend. Toevallig ben ik er de afgelopen weken weer een paar keer bij betrokken geweest en daar word ik niet vrolijk van.
Je bent een briljant cameraman, nummer 1 op de voorkeurslijst en je agenda wordt bepaald door de klant. Vakanties verschuiven in het belang van een programma en andere belangrijke opdrachtgevers moeten wijken. Er ontstaat een relatie waarbij het gemiddelde huwelijk verbleekt. Opdrachtgever en cameraploeg zijn vrienden voor het leven… Tot de volgende contractbespreking.
Als het ergens anders een tientje goedkoper is, dan wordt het huwelijk eenzijdig ontbonden. Kwaliteit en loyaliteit gelden alleen zolang er een getekend contract is. In het ergste geval word je later nog eens gebeld met een hypocriet huilverhaal.
Het hoort blijkbaar bij de grotemensenwereld. Het ergste vind ik dat veel klanten het verband niet leggen tussen de kosten van een draaidag en mijn salaris. Vooral rijke presentatoren hebben daar last van. Zij verdienen tonnen en begrijpen vervolgens niet dat een cameramannenbedrijf soms geen water meer bij de wijn wil doen om een relatie in stand te houden.

Kortom, in omroepland werken twee soorten mensen. De gepassioneerde idealisten, die bij de televisie werken omdat het zo'n mooi vak is en de hongerige geldwolven die het wereldje verzieken door alles en iedereen uit te knijpen. Deze laatste groep kom je helaas steeds vaker tegen. En daar zal ik mee moeten leren leven…

donderdag 15 februari 2007

bakkie leut

Uithoorn. 'Kopje Koffie, heren?', vroeg de vriendelijke muzikant. Midden in zijn woonkamer werd een statief uitgeklapt, de monitor op tafel gezet en lampen uit een grote blauwe koffer gehaald. De invasie van een televisieteam.
'Ja, graag!', antwoordden de geluidsman en ik.
Een kopje koffie gaat er altijd in. Overal waar we komen en op ieder tijdstip van de dag. De gemiddelde cameraploeg bestaat uit ware koffiekenners.
De gastheer had al spijt van zijn vraag, maar op dat moment hadden wij nog niets in de gaten. Toch had er een lampje moeten gaan branden toen hij zei: 'Ik neem een lekker kopje thee!'
Sinds het Senseotijdperk is het niveau van de zwarte slobber landelijk sterk verbeterd. Een jaar of vijf geleden werden we veel vaker geconfronteerd met een te sterke of een te slappe bak. Ook was de kans groter dat je ergens een goedkope bonensoort trof.
De man rommelde in kastjes. Wat hij precies deed had ik in eerste instantie niet in de gaten, omdat ik druk was met het uitlichten van de keukentafel.
Opgeklopte melk is weer uit de mode. In Amsterdam-Zuid schenken ze tegenwoordig een goede espresso. Juppen, homo's en de rijken houden over het algemeen van goede koffie. Daarvoor gebruiken ze dure apparaten. In het Noorden en Oosten wordt de bak vaak nog ouderwets gezet, maar daar trakteren ze de televisieploeg op kruidkoek of een plakje suikerbrood. Verder ze naar het zuiden neemt de kans op gebak toe.
De geluidsman zei niets, maar hij knikte in de richting van het aanrecht. Daar stond de heer des huizes te knoeien met een koffiefilter, de waterkoker en twee mokken. Nooit eerder heb ik iemand zo zien worstelen met Douwe Egberts. Blijkbaar had hij geen flauw idee hoe zijn koffiezetapparaat werkte. Een oude Krups stond werkeloos aan de kant.
'Komt goed', mompelde de man, zonder overtuiging.
Het gaat wel vaker mis. De vorige week in een nonnenklooster kregen we een smerig opgewarmd brouwseltje. De zuinigen onder ons schenken koffie die al uren in een kan staat en soms tref je nog mensen met oploskoffie. Ook niet mijn cup of tea. Niet-koffiedrinkers herken je aan de oploskoffie die in het ergste geval wordt geserveerd met melkpoeder.
'Smaakt het?', vroeg meneer. Heel beleefd knikte ik en nam nog maar een slok. Slootwater. Aangelengde koffie en toch veel te sterk. Al lang niet meer zo'n vieze koffie gedronken. Tot overmaat van ramp was het een flinke mok vol. Was dit door Gargamel gefabriceerd, dan zou geen Smurf het overleven.
Hij wist zelf ook wel wat hij ons aangedaan had, want bij het vertrek bood hij zijn excuses aan voor de koffie. We konden er wel om lachen. Boven op tafel stonden nog twee halfvolle mokken.
Later op de middag kregen we in Almere gelukkig normale koffie. Dit keer met een dikke plak kleffe cake. Vriendelijk, maar cake is niet meer van deze tijd en dit baksel van de Hema zeker niet…

Een cameraploeg heeft misschien wel verstand van koffie, maar ook altijd wat te klagen.

maandag 12 februari 2007

ongeluk

Hilversum. De Mussenstraat loopt parallel aan het spoor. Ik kwam van mijn werk in de Arendstraat en moest stoppen bij de haaientanden, voor de Oosterengweg. Het was de bedoeling om links af te slaan en over het spoor, richting A27 te rijden. Met een collega aan boord was ik op weg naar huis.
Het was bijna half negen, donker en regenachtig. Voor mijn gevoel heb ik goed gekeken, maar kennelijk niet goed genoeg. Terwijl ik weer langzaam optrok hoorde ik een luide schreeuw van links. Iemand riep: 'Heeeeeeeeeey!' of 'Hooooooooo...'
Helaas was een aanrijding al onvermijdelijk. Ik trapte hard op de rem. Misschien stond ik weer stil op het moment dat de fietser mijn blauwe Volkswagen Bora raakte. Links voor, op de punt. Vaart had de auto in ieder geval niet, de fietser wel.
Die kwam vanaf de spoorwegovergang. Daar liep de weg licht naar beneden. Ook de regen maakte het waarschijnlijk dat de fietser stevig door trapte. Of zijn licht brandde weet ik niet. Doet er ook niet meer toe.
Het zijn de belangrijke details die op zo'n moment niet blijven hangen en beelden die je zou willen vergeten, kleven voor eeuwig op je netvlies.
Iemand, gekleed in een blauwe jas, klapte met een flinke smak op de motorkap en viel voor de auto op de grond. De fiets vloog door de lucht. Het was een kwestie van een paar tellen, maar in mijn hoofd is het een indrukwekkende slow motion.
Ik schrok me kapot.
Deze fietser had ik totaal niet gezien, tot een halve seconde voor hij mij of ik hem raakte. De auto stond net halverwege de fietsstrook. Het slachtoffer lag met zijn hoofd net voor de bumper. Aan zijn voeten, midden op straat, de fiets met een dubbel geklapt voorwiel. Even lag de persoon roerloos op de Oosterengweg.
Het was een man van een jaar of vijftig, misschien zelfs zestig. Op zijn hoofd een pet, zoals mijn opa ze droeg. Hij was bij kennis, maar had veel pijn.
Terwijl ik de centrale van 112 aan de lijn kreeg, kwam de man langzaam overeind. Hij had last van zijn rechter schouder en leek een beetje verdwaasd. Op advies van de centralist moest hij even blijven zitten. In de verte hoorde ik de eerste sirene.
Politie en ambulance waren er snel. Inmiddels was het slachtoffer met hulp opgestaan en even in mijn auto gezet. Ik stond te trillen op mijn benen. Volgens mij heb ik wel tien keer geroepen dat het me speet en dat ik het zo erg vond voor die meneer.
Hij stond voorzichtig op om zijn regenjas uit te trekken en een kleine rugzak af te doen. Tot mijn grote schrik zag ik wat bloed aan zijn rechter oor. Ik kon wel janken, maar hield me zo groot mogelijk.
Een agent nam me mee. Hij moest me horen als verdachte. In de politieauto kwam ik een beetje tot rust, alleen mijn been bleef trillen. Ik had het opeens heel koud.
Ik zag dat het slachtoffer naar de ambulance werd begeleid en even later reed deze weg. Een andere agent wist me te vertellen dat de man waarschijnlijk niets gebroken had, maar wel een hersenschudding had. Hij wist niet meer waar hij woonde.

De schuldvraag is simpel te beantwoorden. Fietsers zijn zwakkere verkeersdeelnemers dan automobilisten en bovendien reed hij op een voorrangsweg. Ik had nog beter moeten kijken.
Toch heb ik ook het gevoel dat dit iedereen kan overkomen. Ik kan er niets meer aan doen. Een typisch geval van domme pech, maar dat maakt het schuldgevoel niet minder.
Het is vooral heel erg voor het slachtoffer. De arme man heeft van dit stomme moment nog weken last. Dat spookt voortdurend door mijn hoofd en wil er niet meer uit.

zondag 11 februari 2007

bagger

Heerlen. Bij DutchView werken een aantal veldritspecialisten, maar vandaag mocht ik de laarsjes aantrekken. Voor een samenvatting in Studio Sport waren twee cameramensen en een motorrijder afgereisd naar Heerlen. Ook een commentator en een beeldredacteur waren naar Zuid Limburg gereden.

We waren op tijd. Volgens motorrijder Dirk onder het motto: 'Zolang je haast maakt als je tijd hebt, is er tijd als je haast hebt.'
Na de gebruikelijke warme hap in de kantine van Sportpark Kaldeborn, liepen we een rondje over het parkoers. Ik was een paar jaar geleden ook al eens bij dit evenement, maar het kan geen kwaad om de beste plekken in het veld nog even te verkennen voor het geweld los barst.
Nadat we alles grondig doorgesproken hadden, werd de motor geprepareerd en begon het grote aankleden. Regenbroek, motorjas, helm, lensdoekjes en een regenhoes voor de camera.
Collega Klaas deed de start. Ik stond een paar honderd meter verderop, waar de renners vanaf de verharde weg de modder in reden. Direct na die doorkomst zou ik achterop de motor springen voor mijn eerste rijder van de dag. Die mislukte faliekant.
Niet vreemd, want het is meer dan een jaar geleden sinds ik voor het laatst vanaf de motor gedraaid heb. Het is een specialisme waarvoor je vlieguren moet maken. Veldrijden is dan ook nog eens extra lastig, omdat de ondergrond vaak hobbelig is en de stukken die je kan rijden zijn kort.
Tijd om onzeker te worden was er niet.
Van de motor af en naar een helling hollen. Daar waren de renners een paar seconden na mij. Twee keer zwiepen met die camera en door. Terug klauteren naar de motor en op een volgend punt een nieuw rijshot maken. Ook dat ging niet helemaal zoals ik het wilde. Gelukkig stond Klaas verderop mooie dingen te maken.
Al in de derde ronde verzuurden mijn benen. Ik probeerde een steile heuvel te beklimmen, maar gleed met de camera weer net zo hard naar beneden. Boven werd de motor al gestart.
Eindelijk lukte het maken van rijdende beelden. We hadden de mazzel dat we aan de kop van de wedstrijd een wisseling van de wacht zagen. Je bent niet overal bij, dus het moet toevallig voor je neus gebeuren. Zo had ik nog net een randje van een valpartij. Met dank aan de ervaren motorrijder, die het in zijn spiegel zag.
Ondertussen verdween de zon en begon het te regenen. Eerst een beetje, later harder. Met als gevolg druppels op de lens en condens in de zoeker. Scherpstellen werd hierdoor bemoeilijkt.
Toch nog maar een paar keer op- en afstappen.
Na een uur had ik ongeveer zestien minuten ruw materiaal op het bandje. Klaas stond inmiddels ook bij de finish. We zaten van top tot teen onder de klei, net als de renners. Zweet gutste richting bilnaad en de voering van mijn helm was doorweekt. Naast me stond Dirk, die ook een extra wasje kon draaien. Zijn motor was toe aan een grondige schoonmaakbeurt.
Zo kwamen we bij de beeldbandredacteur, die met het materiaal aan de slag zou gaan. Van hem hoorden we dat hij er drie minuten van mocht maken. Drie minuten??? Ja, je ziet het goed. Drie minuten. Maar drie minuten, dat is dus helemaal niks…

Snap je nou waarom ik een hekel heb aan schaatsen?


zaterdag 10 februari 2007

plaatsbepaling

Tegelen. Bijna wekelijks film ik ergens in het land een plaatsnaambord. Tegen de tijd dat ik met pensioen ga heb ik ze waarschijnlijk allemaal gehad. Het merendeel van deze opnamen haalt nooit een uitzending, maar veel regisseurs willen dat die stomme bordjes toch worden gedraaid. Voor de zekerheid.
Dat haat ik. Zeker als ze erbij zeggen: 'Weggooien kan altijd nog!'
Bordjes tonen in een filmpje is in mijn ogen een visueel cliché. Niet meer van deze tijd. Zeker als je er op gaat letten. Ik vind het te makkelijk om een item of reportage te beginnen met een shot van het plaatsnaambord waar het zich afspeelt. Als het nodig is kan je beter een titel onder in beeld zetten of het meenemen in een voice-over of de aankondiging.
De afgelopen dagen heb ik Culemborg, Lieshout en Tegelen aan mijn verzameling toegevoegd. Als je straatnamen meetelt, kom ik deze week zeker op tien shots van bordjes.
Ze passen nooit lekker in het kader, die blauwe borden met witte letters. Breedbeeld is wat dit betreft een hele verbetering, maar toch twijfel ik altijd over een wijd shot, waarbij de leesbaarheid in het geding komt, of een nietszeggende close-up, met de tekst beeldvullend. Het is allebei net niks.
Bovendien vind ik het gedoe. Stoppen op een fietspad, bij een bushalte of in de berm. Statief uit de auto, camera er op en dat allemaal voor één opname. Een tweede beeld, gedraaid op dezelfde locatie, wordt nooit gebruikt.
De hamvraag is echter wanneer je als cameraman de discussie aan gaat met een regisseur of verslaggever die graag bordjestelevisie maakt. Gisteren nam ik me voor om een volgend plaatsnaambordopnameverzoek botweg te weigeren. Vandaag waren geluidsman Cees en ik echter met zo'n leuke eindredacteur op pad dat we even heel inconsequent werden. Zij mocht ons alles vragen.



donderdag 8 februari 2007

havenzicht

Heusden. Op zoek naar een mooi sneeuwverhaal kwamen we uit in het pittoreske Heusden. Het stadje is bekend van de mega geldprijs in een loterij en misschien nog wel meer van een geobsedeerde mevrouw die zegt psychische schade te ondervinden, omdat ze geen loten had, terwijl de hoofdprijs in haar straat viel.
In café Havenzicht bestelden we snert en Chocomel met slagroom om op te warmen. Aan de wand hing een grote cheque, die ze hadden gebruikt tijdens de televisie-uitzending. Ik vroeg het meisje van de bediening of ze ook een prijs had gewonnen. Eigenlijk wist ik al wat het antwoord was. Anders stond ze hier niet.
Haar baas wel. Hij had achttien loten. Bij elkaar goed voor een tonnetje of twee, dacht ze zo. Vandaar dat die baas deze middag afwezig was.
De serveerster vond het niet zo erg dat ze geen miljonair was geworden. Ze had het toch een keigaaf feest gevonden. Alle artiesten waren even in het café geweest. Martijn, Henny en Gaston. Toppers dus.
Jan Smit had aan de bar gezeten en zelfs even achter gestaan. De foto had ze thuis. En nu we het toch over Jan hadden, het meisje had kaartjes voor een optreden, deze avond, in Den Bosch. Ze vroeg zich alleen af of het wel door zou gaan, nu het weer zo lelijk was.
Inmiddels stond de soep klaar. Daarbij kregen we op een bordje roggebrood met ontbijtspek. Ik bestelde een glaasje melk. Buiten liep de mevrouw met het kleine hondje die we een half uur eerder hadden geïnterviewd.


Heusden

woensdag 7 februari 2007

samen geperst

Den Haag. Ze waren er weer allemaal. De Nova's van deze wereld. Het Journaal, Het Nieuws, Netwerk en Een Vandaag. Voor de ingang van het Catshuis werden de camera's geladen. Bandjes en tegenwoordig ook steeds meer disks. Een fotograaf wisselde voor de zekerheid zijn accupack.
Bij de poort stond een dame van de RVD met de lijst waarop alle namen van de geaccrediteerde stonden. Een grote kale beveiliger probeerde de onrustige media in groepjes te verdelen. Dat viel nog niet mee.
Fotografen zouden buiten hun flitsmomentje krijgen, de cameraploegen en verslaggevers mochten in het Koetshuis en voor alle overigen was wegens ruimtegebrek een tent naast het Koetshuis geplaatst.
Als een kudde schaapjes werd de eerste groep naar een positie gebracht. Daar ontsnapte de eerste cameraploeg al. De Koninklijke Marechaussee probeerde de bende strak in de hand te houden, opdat niemand over het terrein rond het Catshuis zou dolen. Niet voor de veiligheid, maar om de perspresentatie van het regeerakkoord strak te laten verlopen. Toch was er bijna geen houden aan. Journalisten houden niet van hokjes, vakjes en regeltjes.
Iedere zender, ieder programma wil een eigen invalshoek kiezen. Ze komen niet met zoveel mensen en middelen om allemaal hetzelfde filmpje te maken, al lijkt dat vaak wel zo. Hier was het onmogelijk om een origineel stukje te maken. De persvrijheid werd behoorlijk beperkt door een overkill aan agenten, beveiligers en RVD mensen. De ontsnapte cameraploeg werd vriendelijk doch dwingend verzocht om het Koetshuis binnen te gaan.
Die ruimte was veel te klein voor het aantal camera's en de opgewonden journalisten. De regeerakkoorden werden een half uur voor aanvang van de presentatie onder embargo uitgedeeld. Niemand mocht er over bellen. De ruimte verlaten was geen optie. Ondertussen draaiden de cameramannen allemaal wat er in het piepkleine zaaltje gebeurde.
We filmden elkaar.
Op het moment waarop Balkenende, Bos en Rouvoet binnen kwamen struikelden de cameramannen nog een keer over elkaar in de hoop een origineel entreeshot te maken. Ik had gegokt en verloren. Voor de verkeerde ingang gekozen.
De journalisten die uiteindelijk in die tent zaten hadden net zo goed thuis kunnen blijven; ze zagen wat er gebeurde alleen op een groot televisiescherm. Zij konden geen vragen stellen.
Het Koetshuis zat bommetje vol. De ruimte was niet groter dan de gemiddelde woonkamer in een verouderd flatgebouw. Ik had me de hele tijd afgevraagd waarom deze historische gebeurtenis, met zoveel media-aandacht, in zo'n kleine ruimte plaats moest vinden. Tot iemand de tafellakens van de nieuwe politieke slogan trok. Samen werken, samen leven. Het was hier wel heel erg letterlijk genomen.
Samen geperst.


dinsdag 6 februari 2007

(klant)vriendelijk bedankt

De Meern. 'Wij bezorgen in de regio Utrecht alleen op dinsdag.' Zei een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn. Op deze manier dwong ze mij een vrije dag te nemen, als ik wilde dat het tafeltje bezorgd werd. We hadden toch al betaald, dus haar maakte het niet uit. Een andere dag was onmogelijk, maar dat hadden ze er niet bij gezegd toen wij het meubelstuk kochten.
Het zijn de kleine dingen waar ik narrig van kan worden. Klant is koning… Amehoela.

De firma Flexwebhosting stuurde een herinnering. Ik zou de rekening niet hebben betaald, maar iets in mijn grijze massa zei me dat ik onlangs twee bedragen heb overgemaakt. Daarbij had ik nog bedacht dat domeinnaambedrijven wel heel gemakkelijk geld verdienen.
Omdat ik toch thuis was even bellen met de administratie. Blijkt dat ze mij -geheel per ongeluk- twee keer hebben ingevoerd en dientengevolge heb ik ook twee rekeningen gekregen. Je zal maar even niet opletten, denk ik dan.

De Belastingdienst is mijn aangifte over 2005 kwijt. Ja, je hoort het goed. KWIJT. Het is verstuurd, tegelijk met de aangifte van mijn vriendin. Ik zou geld terug krijgen en genoeg om leuk van op vakantie te kunnen gaan, maar enige tijd geleden ontdekte ik dat dit bedrag nog steeds niet op mijn rekening stond.
Alweer een paar maanden geleden heeft mijn adviseur de aangifte opnieuw verzonden, maar tot op heden geen kick van de Belastingdienst.
Bij de belastingtelefoon zijn heel wat wachtende voor me. Als ik uiteindelijk een dame aan de lijn krijg, weet zij me te vertellen dat het nog tot juli kan duren voor mijn aangifte over 2005 in behandeling wordt genomen. Boos worden, zeuren, vriendelijk vragen of smeken, het heeft allemaal geen zin. Dit proces is met geen mogelijkheid te versnellen. Ze zijn inderdaad niet in staat om het leuker te maken…

De afgelopen zomer is een chemisch goedje op mijn auto terechtgekomen toen ik voor werk in het buitenland zat. Op het parkeerterrein van DutchView ENG kwamen zure druppels uit de lucht, die er waarschijnlijk door de buren, een etsfabriek, in geslingerd waren.
Niet alleen mijn auto zat onder de bruine spatten, ook de auto's van een stuk of tien collega's. Met poetsen was dit niet te verwijderen, mijn auto moest naar een erkend schoonmaak bedrijf. Zij hebben hele auto grondig gepoetst en gepolijst. Kosten ruim 300 euro.
Je raadt het al, de verzekering weigert te betalen, tenzij ik mijn no-claim wil opofferen. De firma in kwestie geeft niet thuis. Hun directeur beweert bij hoog en laag dat wij de boel belazeren, terwijl zijn hele gevel onder de bruine smurrie zit.
Vandaag heb ik mijn tweede boze brief geschreven. Nog even en ik zoek een jurist.

Oh ja, tot slot komt vandaag ook een douchewanddeskundige. Op die firma wachten wij al vanaf mei 2006. Een van de glazen delen is twee keer in de verkeerde afmeting geleverd en ook die fout wil niemand toegeven.

Het komt toevallig allemaal bij elkaar op een dag als deze. Maakt niet uit. Ik had toch niets beters te doen… Maar weet je waar ik nou verschrikkelijk kwaad om kan worden? Dat tegenwoordig bijna niemand meer het fatsoen in zijn donder heeft om het simpele woordje SORRY uit te spreken.

maandag 5 februari 2007

bonke

Leeuwarden. Het is acht uur in de ochtend. De lucht wordt langzaam blauw. We zijn aan de Groningerstraatweg (E355), ten noorden van Leeuwarden en staan pal naast Neerlands beroemdste sloot; de Bonkevaart.
Over tien minuten verwachten we de opkomende winterzon.
Het water is vlak als zwart superijs, maar de fuut verraadt dat het hier een en al wak is. Ploep. Kringels waar de vogel zojuist zwom. Wolken weerspiegelen op de plek waar Elfstedenrijders eens sprintten om een podiumplaats.
De ochtendspits op de E355 is overzichtelijk. Langs de snelweg staan borden met de dubieuze tekst 'Kans op file!' Zo'n tekst kan overal staan, maar hier is die kans kennelijk zo klein dat mensen zouden kunnen vergeten wat file is.
Vrachtwagens van Friesche Vlag en Campina maken veel lawaai. Storend als je met je rug naar de weg staat en over de Bonkevaart kijkt. De gele rietkraag, het vlakke groene land en de grauwe grijze lucht verdienen stilte of vogelgetsjilp.
Een paal van staal in het water markeert de finish. De Gemeente Leeuwarden heeft er een geel bord geplaatst waarop deze plek heilig wordt verklaart. Verder is er op het eerste gezicht niets te zien dat doet denken aan de tocht der tochten.
Totdat je beter kijkt.
De stoeprand is permanent verlaagd, zodat grote televisietrucks en portacabins hier snel en eenvoudig terecht kunnen worden. Aan de overkant van het water wordt gebouwd, maar in de plannen is rekening gehouden met de aankomst van een Elfstedentocht. Dit is de enige plek op het fietspad waar zo nu en dan een toerist stopt.
Nog één keer controleer ik de dikte van het ijs. Nul millimeter.
Hoewel de kans buitengewoon klein is dat er dit jaar nog gereden wordt, houd ik goede moed. Het vriest niet, maar ook de ochtendzon laat zich niet zien ten oosten van de Bonke. We zijn voor niets midden in de nacht opgestaan. Zontechnisch hadden we net zo goed een paar uur later kunnen komen.

Dit was de laatste draaidag voor een documentaire over Henk Kroes, de voorzitter van de Vereniging de Friesche Elfsteden. Het programma wordt uitgezonden op zondagavond, 25 februari.
Zet dat maar vast in je agenda!


vrijdag 2 februari 2007

de romein en een vorst

Maasniel. De rechtstreekse uitzending van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer -het songfestival van de carnaval- zat er op. Het was bijna twaalf uur en achter de tot feestzaal omgetoverde sporthal trokken we met man en macht aan kilometers kabel. Binnen ging het feest nog even verder, om te zorgen voor een gespreide aftocht van de meute.
Voor de regionale zender L1 is dit programma een van de hoogtepunten in het jaar, dus er was behoorlijk uitgepakt. Alle apparatuur ging terug in de daarvoor bestemde kisten, de snoeren moesten op haspels.
Ik was in gevecht met een dikke zwarte kabel, die verstrikt zat in de spaghetti van andere snoeren, toen ik werd aangesproken door een olijke Romein. Mijn collega's keken op en moesten lachen toen bleek dat ik Julius Caesar bleek te kennen. Familie! Waarbij ik snel aantekende dat dit een aangetrouwd legionair was.
Het blijft lastig om noorderlingen uit te leggen wat de lol van carnaval is en ik moet bekennen dat ik er, ondanks mijn Limburgse roots, ook telkens weer moeite mee heb om, in nuchtere toestand, naar een zaal vol verklede volwassenen te kijken.
Terwijl ik even met onze familie gladiator stond te babbelen bonkte achter ons een hooggeplaatst lid van een raad van elf op de nooddeur. Op zijn steek droeg hij een lange pauwenveer, ten teken dat hij de zogenaamde vorst of voorzitter van zijn vereniging is. Om zijn nek hing een grote medaille waarop van afstand te lezen was dat hij behoorde tot de elf van Carnavalsvereniging de Markoef uit Melick.
Zijn geklop werd niet gehoord. Hij was in de frisse lucht een plasje gaan plegen. Ondertussen had iemand binnen de deur dicht getrokken. Ten tijde van de carnaval zijn mannen met een steek belangrijk en worden ze overal met open armen ontvangen, maar als ze in de bosjes gaan piesen, lopen ook zij het risico om buitengesloten te worden.
De Romeinse krijger was inmiddels via een andere deur weer naar de bar geslopen, toen de half dronken steek op ons af kwam. Hij slingerde behoorlijk. Zijn veer zwiepte als een antenne in de storm.
'Ich kom euveral binne…', zei de man met dubbele tong, draaiende ogen en instabiel bekken. De intieme zone van een collega was niet veilig. Deze vorst leunde een beetje en toeterde in het oor van een onschuldige beeldtechnicus: 'Ich kom euveral binne…'
Er hing opeens genoeg alcohol in de lucht om de koppen van alle aanwezige videorecorders schoon te maken. Uit zijn zak haalde hij een vel consumptiebonnen. Als hij die in zijn eentje op ging drinken, dan zou hij zeker weten sterven.
Het duurde even voor we de leider van de raad van elf duidelijk hadden gemaakt dat wij aan het werk waren. Hij brabbelde onverstaanbare teksten en deed alsof hij was geïnteresseerd in ons verhaal. De man zag natuurlijk twee keer zoveel kabels over de grond slingeren.
Nadat we hem gewezen hadden op de andere nooduitgang trok hij iets te enthousiast aan de openstaande deur. Die sloeg bijna tegen zijn neus, maar de man had dat amper in de gaten. Hij riep alleen: 'Ich kom euveral binne!'

donderdag 1 februari 2007

19:55 uur

De Meern. Ik heb vijf minuten. Schakel ik de computer uit en doof ik de lichten of doe ik niet mee aan deze flauwekul? Is het asociaal als ik deze actie even aan mij voorbij laat gaan of red ik de buurt en het stroomnet van een enorme opdonder als mijn verbruik op peil blijft? Veroorzaakt milieuvriendelijk Nederland op dit moment een storing waardoor er dadelijk rook uit al mijn apparaten komt?
Ik kijk naar buiten. Bij de overburen brandt gewoon het licht. Ze kijken televisie. Schuin tegenover ons wonen ook geen milieufreaks. Daarnaast ook niet. Als ik op het beeld in onze straat af mag gaan, dan is de actie geen succes.
Stel dat ik toch eens even het licht uit doe. Ik kan gewoon stiekem door tikken, desnoods op de accu van mijn laptop. Die is zo verrot dat ik nog net vier minuten zonder vaste spanning kan werken. Misschien volgen de buren dan mijn goede voorbeeld. Bovendien loopt mijn computer dadelijk geen risico als ik nu de stekker snel uit het stopcontact trek.

Eerder vandaag was ik bij Milieu Defensie in Amsterdam voor een interview. Zij voeren actie tegen Shell. De oliemaatschappij ruimt haar rotzooi niet op en daardoor zijn een aantal plekken op aarde volgens de actiegroep behoorlijk vervuild. Shell maakt dit jaar ongeveer 24 miljard winst.
Welkom in de grotemensenwereld.
Maar wie ben ik om er iets van te vinden, zolang ik het licht aan laat met excuus dat er iets mis zou kunnen gaan met de landelijke stroomvoorziening? Ik heb nog twee minuten.

Deze week bij de Sirius van Greenpeace nam ik mezelf voor om bewuster met het milieu om te gaan. Een paar dagen later heb ik vier vluchten gemaakt, genoten van de verspilling die Formule1 heet en heb ik alweer de nodige kilometers in mijn dieseltje gereden. In ons huis branden de lampen het nationale actiemoment. De wasmachine en de vaatwasser doen hun werk as we speak. De verwarming lekker op 20 en volgens mij staat beneden nog de televisie aan, terwijl niemand kijkt.
De tijd is om. Het is bijna acht uur.
Heb ik nou meegedaan met de actie door er over na te denken? Of heb ik het laten afweten, omdat de teller in de meterkast de afgelopen vijf minuten geen verschil heeft gemeten?